Vier tips voor het omschrijven van reuk en smaak

Als je gaat omschrijven met de show don’t tell-techniek is het relatief eenvoudig om dat te doen door te omschrijven wat een personage ziet (de tranen stroomden over haar wangen) of voelt (hij voelde zijn maag samentrekken). Maar reuk en smaak omschrijven is een stuk lastiger en wordt daarom minder vaak gedaan. Dat is jammer, want als het goed doet, heb je een goudmijn gevonden. 

Smaak: op een schaal van één tot mierzoet…

Als je een smaak omschrijft met specifieke woorden, heb je er maar vijf tot je beschikking: zoet, zuur, zout, bitter en umami. Maar binnen die vijf woorden kun je allerlei kanten op met een soort schaalverdeling. Een appel is zoet, maar dat is een frisdrankje dat is volgestopt met suiker en sterke smaakstoffen ook. Bedenk waar op de schaal van één tot tien de smaak zich bevindt.

Smaak: meer dan alleen proeven

Als je iets eet, ervaar je meer dan alleen de smaak. Je ruikt iets als het voedsel geprikt aan een vork richting je mond komt, in je mond kauw je op iets knapperigs, of voel je juist iets zachts… Op deze manier omschrijf je ook met behulp van de zintuigen tast en reuk, wat de verbeeldingskracht van je lezer maximaal prikkelt. 

Geur: ruiken met je mond

Een zoete bloemengeur, de zure lucht van braaksel en de zilte zeelucht: vaak zijn geuren te herleiden naar een bepaalde smaak. Omdat geuren op zichzelf erg lastig te omschrijven zijn, kan het helpen om een van de smaken te gebruiken om de associatie bij een geur te versterken.

Geur: de lucht van….

Zweetsokken, benzine, een frituurpan, verbrand plastic… Er zijn geuren die heel uitgesproken zijn. Dit zijn meestal niet de fijnste geuren. Maar dat werkt alleen maar in je voordeel. Uitgesproken geuren zijn namelijk heel makkelijk in de verbeelding op te roepen. Voeg daar nog een goed gekozen extra woord aan toe en je hebt een maximaal effect.
* De bijtende geur van verbrand plastic;
* Een muffe schimmellucht.
Je lezer zal met een beetje geluk de neiging krijgen om de neus ter plekke dicht te knijpen!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Ik kan controleren of je tekst nog lekker leest 😉 Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Met deze vier stappen zorgt je personage voor een sterk conflict

Personage en conflict zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Haal een van beide uit de vergelijking en je hebt geen verhaal. Vaak heb je een conflict of een verhaalthema waar je een passend personage bij bedenkt. Maar het kan ook andersom. Waar moet je dan op letten?

1. Kijk naar de ‘slechte kant’ van je personage

Ieder personage heeft een slechte kant, maar die hoeft niet meteen schokkend te zijn. Je personage kan een moordenaar zijn, maar zo moet je ‘slecht’ in dit geval niet interpreten. Chaotisch, klungelig, ongeduldig, onhandig of een flapuit zijn is al genoeg. Zolang het maar iets is wat je als ‘niet handig’ of ‘liever niet’ zou kunnen bestempelen. Uiteindelijk moet die slechte kant iets in gang kunnen zetten. 

2. Wat wordt er precies in gang gezet?

Je klungelige personage stoot een dure vaas om. De chaoot is de code van de kluis vergeten. De flapuit verklapt dat de vrouw van haar gesprekspartner is vreemdgegaan… Daar volgt natuurlijk iets op. Krijg je een hernieuwde ruzie over de erfenis? Staat de familie nu ineens op straat? Loopt een vriendschap ten einde? Meestal is er wel een logisch gevolg te bedenken bij een bepaalde karaktereigenschap. 

3. Wie of wat kan dit oplossen?

Meestal krijgt je personage door zijn blunder op zijn kop: andere personages zijn boos op hem, of de omstandigheden gaan van kwaad tot erger. Dan is het zeer onwaarschijnlijk dat je personage het probleem zelf recht kan breien. De kans is groot dat hij daar de middelen niet voor heeft of dat de eerste schok van de gevolgen van zijn daden hem belemmert om tot actie over te gaan. Daarom is het verstandig om in de eerste fase van het verhaal/het conflict je protagonist een goede vriend te geven die de eerste rotzooi opruimt. Of je helpt de omstandigheden een (subtiel) handje zodat je held de gelegenheid krijgt weer op zijn benen te gaan staan. 

4. De comfortzone verlaten komt later 

Als je verhaalthema het uitgangspunt is om een conflict te bedenken, is het meestal zo dat het conflict begint zodra je personage uit de comfortzone wordt gehaald. Als je personage zelf de aanleiding voor het conflict is, moet je wat langer wachten met het uitdagen van je held. Als hij nog staat te trillen naast de scherven van oma’s oude, kostbare vaas, kan hij de grote uitdaging van de comfortzone verlaten nog niet aan.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Hulp nodig met het goed opschrijven van een conflict? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

In drie stappen naar een geweldige fictieve vriendschap

In elk verhaal is wel een vriendschap tussen personages te vinden. Helaas komt het nogal eens voor dat een kameraadschap voor de schrijver heel vanzelfsprekend is, maar de lezer zich afvraagt waarom deze personages elkaar eigenlijk mogen. Hoe zorg je ervoor dat een vriendschap van het papier afspat?

1. Alleen omdat jij het zegt…

Als schrijver bepaal jij het verhaal, je plot, je personages. Eigenlijk alles. Maar dat betekent niet dat alles wat je schrijft meteen klopt. Je moet wat je schrijft laten kloppen. Alleen omdat jij het zegt, maakt het nog niet waar. Bekijk het zo: 
Arjen en Niels zijn de beste vrienden, omdat Arjen ooit tegen Niels heeft gezegd dat hij hem aardig vindt. Iemand aardig vinden is natuurlijk wel een absolute basis voor een vriendschap. Als het daarbij echter ophoudt, dan ben je nog geen vrienden. Het kassameisje van de supermarkt is ook aardig, maar daar ben je geen vrienden mee. Als je wil dat Arjen en Niels vrienden zijn, zorg er dan voor dat ook blijkt dat ze elkaar mogen. Laat ze elkaar vriendschappelijk op de schouders slaan als ze elkaar tegenkomen en geef ze soortgelijke interesses. Zorg dat ze deze dingen ook ondernemen, ze mogen er niet alleen over praten. Kortom: gebruik show, don’t tell.

2. Wanneer ben je vrienden?

Jij en het kassameisje zijn aardig tegen elkaar, maar niet met elkaar bevriend. Waarom niet?

* Ze heeft je nog nooit uit de brand geholpen.
* Je hebt haar nog niet met iets leuks verrast.
* Je hebt haar huishouden niet overgenomen toen haar moeder doodziek was.
* Zij kent jouw ambities en grootste angsten niet.
* Je bent niet bij de doop van haar kind geweest

Dit zijn voorbeelden om duidelijk te maken dat je als vrienden dingen van elkaar moet weten en samen moet doen die meer dan oppervlakkig zijn. Deze lijst kun je naar eigen inzicht invullen. Een goed uitgewerkte vriendschap in een verhaal is er een waarvan de lezer weet wat de vrienden hebben meegemaakt of meemaken. Wat dat is kan per verhaal verschillen, maar je moet wel meerdere van eerdergenoemde punten in je verhaal naar voren laten komen.

3. Laat de vriendschap zich bewijzen door herhaling

Zodra je weet wat de ‘vriendschapsfactoren’ zijn voor je personages, moet je die vaker laten terugkomen. Doe je dit slechts een enkele keer, dan zijn de personages eerder aardig of sociaal dan meteen vrienden.
Als de vriendschap wordt bepaald door filmmarathons, vindt zo’n marathon eens in de twee weken plaats. Schrijf dan over de avondjes zelf, en laat merken hoe belangrijk die zijn voor je personages. Opnieuw: gebruik show, don’t tell. Laat zien hoe inside jokes terugkomen op zo’n avondje en schrijf over die geheime vriendenhanddruk.
Hartsvriendinnen staan altijd voor elkaar klaar. Jouw hartsvriendin heeft dus niet alleen op de kinderen gepast toen er een onverwachte spoedvergadering werd ingepland. Ze heeft ook boodschappen gedaan toen jij nog vrijgezel en hondsberoerd was en is je komen halen toen je vijftig kilometer verderop in een storm met autopech langs de weg stond.
Pas op: je personages zijn geen vrienden omdat het handig is voor het plot. Een vriend is er dus niet omdat de protagonist geholpen moet worden of behoefte heeft aan sociaal contact. Dan schrijf je een cliché: de eendimensionale vriend die in het verhaal is om de hoofdpersoon te helpen, maar geen andere waarde voor het verhaal heeft.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Kijk in mijn webshop voor manuscriptredactie als je wil controleren of jouw fictieve vriendschappen een verhaal kunnen dragen.

Drie factoren die de stem van je personage bepalen

Als je personage een heel eigen stem(geluid) heeft, maakt hem dat uniek en levendig. Wat maakt een stem tot een persoonlijke manier van uiten? Als voormalig spraak-taaltherapeut geef ik je wat tips, zodat jij het helemaal passend kan maken voor je personage. 

1. De stem van je personage

De stem is de manier waarop je personage spreekt. Hees, laag, zacht, hoog, schor…
Hier heb je veel mogelijkheden. Kijk eerst eens naar je eigen associaties. Denk je bij een hoge stem aan een lieve, zorgzame vrouw of juist aan een schijnheilig, bevoorrecht tienermeisje?
Dan kun je gaan kijken naar hoe bepaalde stemgeluiden tot stand komen. De nuttigste inzichten vanuit de logopedie die jij als schrijver kan gebruiken zijn:

  •  hese of rauwe stemmen ontstaan voornamelijk door veel schreeuwen, roken en/ of drinken;
  •  hoe lager de stem, hoe meer ontspannen de stembanden zijn als ze geluid geven. Tenzij de stem alsnog hees of schor is, zijn lagere stemmen door de ontspannen stemgeving vaak prettig om naar te luisteren. 

2. De uitspraak van je personage

Uitspraak is de manier waarop de woorden uit iemands mond komen. Meestal valt uitspraak pas op als die niet helemaal is zoals het hoort te zijn. Denk aan slissen, stotteren of echheelonduilijkallsanekaarpraten. Door te snel praten je woorden in elkaar schuiven en daardoor onverstaanbaar worden, dus.
Het is verstandig hier goed mee op te passen. Uitspraakproblemen worden in boeken vaak als storend cliché gebruikt om aan te geven dat het personage druk of dom is. Hetzelfde geldt voor dialecten en de bijbehorende uitspraken. Een Twents accent maakt je personage misschien niet al te slim en als je kan horen dat iemand in ’t Gooi is opgegroeid, dan is hij vast een rijkeluisjong zonder hart. Je mag uitspraakproblemen en dialecten gerust gebruiken, maar dan is het extra belangrijk om je personage veel diepgang te geven om te voorkomen dat hij stereotiep wordt. 

3. Het taalgebruik van je personage

Hier kun je eindeloos veel mee variëren. Je bent schrijver, dus dit is jouw straatje! Denk aan het principe van de schrijversstem die jij hebt. Je hebt een voorkeur voor een bepaald taalgebruik in je verhaal (formeel of informeel, lange zinnen of korte zinnen…). Maar ook als mens in het dagelijks leven heb je een bepaald eigen taalgebruik. Let er maar eens op. Praat je in korte zinnen, of klets je aan een stuk door met veel voegwoorden omdat je zo veel te vertellen hebt? Vloek je meer dan je zou willen? Heb je stopwoordjes? Zijn er woorden die je gewoon niet zo fijn vindt klinken en daarom altijd een synoniem ervan gebruikt? (Zeg je altijd dat een antwoord goed is, in plaats van dat een antwoord juist is?)
Kijk eens of je een persoonlijk taalgebruik bij jezelf of anderen kan opmerken. Als dat lukt, ga dan eens puzzelen voor je personage. Hij zal er ongetwijfeld uniek en realistisch van uit de bus komen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Laat deze voormalig logopediste en huidige schrijfcoach eens naar je tekst kijken. Bestel manuscriptredactie in mijn webshop.

Deze vijf elementen vormen je schrijversstem

Je schrijversstem is de verzameling van alle elementen waaraan lezers een tekst kunnen herkennen als de jouwe. Het is belangrijk om die na verloop van tijd te ontwikkelen. Zo zorg je ervoor dat je opvalt en herkenbaar wordt tussen alle andere schrijvers. Hoewel je een unieke schrijversstem niet kan afdwingen, zijn er wel een aantal factoren die je kan uitzoeken om te zien wat er bij jouw manier van schrijven past. Als je je daar bewust van bent, komt je schrijversstem meestal vanzelf, als je maar genoeg blijft schrijven.


1. Taalgebruik 

Schrijf je met veel ingewikkelde woorden, of laat je je personages juist in straattaal praten? Dit kan natuurlijk per verhaal verschillen, maar als schrijver ontwikkel je meestal wel een bepaalde voorkeur voor taalgebruik of taalniveau. Schrijf je teksten die iedereen kan begrijpen, of wil je juist de meer intellectuele lezer uitdagen? 

2. Zinslengte 

Als je voor hoogopgeleide lezers schrijft, kan je makkelijker met lange zinnen strooien. Dat zal je niet zo snel doen als je voor een algemeen publiek schrijft. Een goede afwisseling van korte en lange zinnen is dan verstandiger. Maar als je vaak langere zinnen schrijft en dat goed doet, heeft dat invloed op je schrijversstem. Meestal gaat dat niet onopgemerkt: literaire schrijvers gebruiken vaak (maar niet altijd) langere zinnen. Daardoor wordt het begrip literair schrijven onderdeel van een schrijversstem. Ga maar na: je zou Gustav Flaubert niet snel in eenvoudige zinnen zien schrijven over een gelukkig gezinnetje, aangezien zijn bekendste werk gaat over meervoudig overspel geschreven in hele lange, beeldende zinnen. 

3. Toon 

Sinister, humoristisch, luchtig, wijs, fantastisch… Je kan een tekst talloze tonen geven. Ook hier zal je merken dat een schrijver vaak in ongeveer hetzelfde straatje blijft schrijven. Als hij de ene keer schrijft over een bloedserieuze rechtszaak waar een kinderverkrachter terecht staat, zal zijn volgende boek waarschijnlijk niet gaan over een geinig tripje naar de kermis met een oliebollen-etende kameel op sleeptouw.

4. Thema’s en personages

Een verhaal heeft altijd een verhaalthema. Geluk, eenzaamheid, ziekte, liefde… Die thema’s kun je op talloze manieren invullen. De ene keer heb je liefde à la Romeo en Julia, de volgende keer is dat een koppel dat niet met, maar ook niet zonder elkaar kan. Deze verhalen schelen als dag en nacht van elkaar, maar schrijvers spelen op die manier vaak met dezelfde thema’s. Een schrijver kan ook juist over heel verschillende thema’s schrijven, maar dan komt een bepaald soort personage vaak terug. De held van het verhaal is dan bijvoorbeeld steevast een leraar, sterke vrouw of een wijze priester. Dit hoeft natuurlijk niet per se zo te zijn. 

5. Persoonlijke favorieten en interesses 

Je bent een schrijver, maar daarnaast ook een gewoon mens met hobby’s en interesses. En dat kan je soms ook terugzien in een schrijversstem. Ben je dol op vliegtuigen? Dan kan het zijn dat je hoofdpersonage in een boek een piloot is. In een ander boek is je hoofdpersoon als kind een keer naar een show van vliegtuigen geweest. Dat is een dierbare herinnering voor hem. 
Iets wat je interessant vindt, schrijft stukken makkelijker. Er is niks zo vervelend als eindeloos onderzoek te doen naar iets wat je niet interesseert. Wees dus niet bang om (alleen maar) te schrijven over dingen die je boeiend vindt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Laat mij je schrijfstem eens bekijken: schakel me in voor manuscriptredactie.

Op drie manieren personages laten groeien door te kijken naar medepersonages

Je hoofdpersonage groeit door zijn heldenreis. Binnen die heldenreis groeit hij ook door de omgang met anderen. Haal het beste uit je hoofdpersonage én elk personage waar hij mee omgaat. 

1. Ken je personage

Als je schrijft, moet je je personage heel goed kennen. Wat is zijn achtergrond betreft plaats in het gezin, cultuur, economische milieu of religie? Je moet weten wat je personage voor persoon is. Is hij verlegen, of juist brutaal? Is hij doodsbang voor falen en droomt hij van roem? Wat zijn zijn kernwaarden? Kortom, je moet zijn personagebiografie kennen. Zo kan je voorspellen hoe hij op bepaalde zaken gaat reageren en hoe hij groeit in het centrale conflict. Bovendien kan je zo voorspellen hoe hij met andere personen omgaat. Zou hij een drugsverslaafde willen helpen of juist niet? Dat antwoord maakt veel uit voor het verhaalverloop zodra zijn beste vriend wordt opgenomen vanwege een heroïneverslaving. 

2. Maak iedereen de held van zijn eigen verhaal

In een boek is er altijd een hoofdpersoon. Maar je personages weten niet dat ze in een boek leven. Daarom zijn ze zich ook niet bewust van de rolverdeling binnen dat verhaal. 

Harry Potter is de hoofdpersoon van de gelijknamige boekenreeks, maar Hermelien Griffel is zich daar niet bewust van. Het verhaal draait om Harry. Hermelien staat hem bij in zijn heldenreis: ze helpt hem door benarde situaties en is zijn vriendin. Maar vanuit Hermeliens gezichtspunt heeft zij een eigen leven waar juist Harry de beste vriend is. Haar leven draait voornamelijk om goede cijfers halen en haar eigen weg vinden in de toverwereld. Niet om Voldemort verslaan. Anders gezegd: zou de boekenreeks om Hermelien zijn gegaan, dan kreeg je titels als Hermelien Griffel en het doldwaze jaar met de tijdverdrijver, in plaats van Hermelien Griffel en de gevangene van Azkaban.

Als je in je opschrijfboekje ieder personage de held van zijn eigen verhaal maakt, kom je veel te weten over je andere personages. Daarom moet je ieder belangrijk personage net zo goed kennen als je hoofdpersoon. 

3. Denk: actie-reactie

Zodra je weet hoe elk personage vanuit zijn eigen gezichtspunt handelt, kun je kijken naar het principe van actie-reactie. Stel je een hoofdpersonage voor dat verkering wil vragen. Omdat hij zich ziet als de hoofdpersoon van zijn eigen verhaal, gaat het in zijn fantasie zoals hij wil: hij gaat verder als partner van die droomvrouw. Maar dan loopt hij een blauwtje. De droomvrouw gaat namelijk geen relatie aan met iemand die ze niet zit zitten. Zij is vanuit haar gezichtspunt de hoofdpersoon van haar eigen verhaal, niet een ‘partner van’ in het verhaal van het hoofdpersonage. Zij heeft dus niet als doel om zijn verhaal op gang te houden. Dat heeft gevolgen voor het verhaal van je hoofdpersoon. Hij dacht een verhaal te hebben met hem als charmeur, nu is het een verhaal over een afgewezen man. Zo kan hij groeien.
Acties-reacties kunnen van alles en nog wat zijn. Van omstandigheden waarop moet worden ingespeeld tot communicatie met een ander. Kijk wat de omgang met anderen met een personage doet en wat dat voor gevolgen heeft betreft zijn handelen, het vormen van een mening of misschien zelfs een levensvisie. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Ik ben in te schakelen voor manuscriptredactie als je hulp wil bij het schrijven van je boek. Kijk in mijn webshop.

Drie redenen om je personage een geboortedatum te geven

Als je begint met schrijven, bepaal je vaak wat de leeftijd van je personage is. Dat kan voldoende zijn. Maar het heeft een aantal onverwachte voordelen om de geboortedatum van je personage exact vast te leggen. Geloof het of niet, je hele verhaal kan er zelfs indrukwekkender door worden!

1 Je raakt de chronologische draad van je verhaal niet kwijt

De eerste reden om je personage een specifieke geboortedatum te geven is vooral praktisch van aard. Als je je personage een geboortedatum geeft, zal je geen onnodige fouten maken met de (chronologische) gebeurtenissen van je verhaal.
Stel dat je personage oma wordt. Ze is geboren op 23 augustus 1961 en haar dochter is uitgerekend in juli 2021. Dat is het verschil tussen wel of geen oma worden voor je zestigste.
Soms zijn dit slechts details, maar het kan ook van groot belang zijn voor je verhaal. Bijvoorbeeld wanneer het hele verhaal draait om de aanstaande oma die voor haar zestigste een hele bucket list wil hebben afgewerkt.

Ook als je geen verhaal hebt waarin dit soort details van belang zijn, is een geboortedatum van je hoofdpersoon handig. De geboortedatum kan dan als houvast dienen voor je hele tijdlijn. Je kan dan namelijk niet meer beweren dat het personage op een bepaald moment twintig is en twee jaar later vierentwintig. Of dat ze op haar dertigste een huis heeft gekocht en drie jaar later ineens op haar vierendertigste zwanger raakt.

2 Symboliek voor diepgang en personage-uitwerkingen

Je kan de geboortedatum van een personage gebruiken om te spelen met symboliek. Stel dat je personage het eerstgeboren kind is na meerdere miskramen in het gezin. Dan kun je haar in de lente geboren laten worden, als symbool voor nieuw leven. Je hoeft die symboliek niet eens overduidelijk uit te werken in het verhaal zelf. Als jij weet dat dit vooral (symbolisch) belangrijk is voor de moeder, kan je de manier van opvoeden van de moeder gaan verklaren. Gaat ze het kind zo enorm verwennen dat het meisje een verwend nest wordt? Of wordt het meisje juist heel zachtaardig en onzelfzuchtig omdat ze het leven nooit als vanzelfsprekend aanneemt? Of wordt je personage op de derde sterfdag van haar geliefde oma geboren? Speel eens met de mogelijkheden die seizoenen, jaartallen of zelfs specifieke data kunnen bieden voor je personage(s). Wie weet wat je over ze te weten komt!

3 Algemene geschiedenis

Er zijn jaren waarin relatief weinig spannends gebeurt, maar ook jaren die de hele wereld op zijn kop zetten en daardoor een onontkoombare invloed hebben op de wereld (en daarmee op je personage). Hou daarom altijd rekening met de loop van de geschiedenis, hoe oud je personage was tijdens belangrijke gebeurtenissen en wat dat voor weerslag op hem heeft.
Als je personage bijvoorbeeld twaalf is in 2020, dan is hij brugklasser in coronatijd. Maak je hem zeventien in 2020, dan zal zijn examenjaar om dezelfde reden wat meer memorabel voor hem zijn. Het kan een verschil zijn of je vrijwel volwassen een vertrouwde school verlaat in rare tijden, of juist in vreemde tijden als kind een vreemde school binnenkomt.
Soms kunnen twee jaar al een groot verschil maken. Ben je geboren tijdens de hongerwinter van 1944 of in het naoorlogse 1946? Het is het verschil tussen een start met honger en angst of een start in vrede en relatieve weelde.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Behoefte aan manuscriptredactie? Kijk eens in mijn webshop.

Vijf tips voor het toepassen van Power Fantasy

Je hoofdpersonage moet de held van het verhaal zijn. Daardoor is het onvermijdelijk dat hij sommige dingen net iets makkelijker kan dan andere personages. De valkuil is dat je daarin doorslaat en een held maakt die eerder irritant en arrogant dan heldhaftig is. Met deze vijf tips kan je dat voorkomen. 

1. Laat je personage knokken

Het allerbelangrijkste van een held is dat hij moet knokken om iets voor elkaar te krijgen. Dit kan letterlijk, net als een superheld. Maar je kan het ook figuurlijk zien in de vorm van werken, trainen, dromen in rook zien opgaan, verlies lijden, tegenslag krijgen… De lijst kan eindeloos doorgaan. Het gaat erom dat je held zijn einddoel of overwinning niet op een presenteerblaadje aangereikt mag krijgen. 

2. Zet een talent niet meteen op de voorgrond 

Het is verstandig om het talent van je hoofdpersonage een tijdje op de achtergrond te houden. Zo valt het niet meteen op dat hij uitzonderlijk is en kan hij als persoon groeien voordat hij zijn heldenrol moet vervullen. Dan weet de lezer met wat voor iemand hij te maken heeft. Zo wordt het makkelijker en leuker om de talentontwikkeling van je personage te volgen. Je kan ervoor kiezen om je personage helemaal vanaf nul te laten starten als het om ontwikkelen van zijn vaardigheden gaat. Een andere optie is om zijn duidelijke talent onbelangrijk te maken in de huidige situatie waarin je personage zich bevindt. Zo zal de geniale wiskundige die later een code moet kraken, niet veel hebben aan zijn uitzonderlijke talent voor cijfers als hij fulltime mantelzorger is voor zijn doodzieke vader. 

3. Lauwer je personage niet onnodig

Geef je personage geen bewondering van anderen als het daar niet het moment voor is. Als je personage heerlijk kan koken, mag hij complimenten krijgen als hij heeft gekookt, of als eten het onderwerp van gesprek is. Als je personages met iets heel anders bezig zijn, zijn complimenten niet op zijn plaats. Daarnaast helpt het om niet te vergeten dat je held zelden de enige is die met iets belangrijks of heldhaftigs bezig is. Als er een code moet worden gekraakt, zal de geheime dienst meer mensen dan alleen een wiskundige aannemen. Probeer te vermijden dat je personage continu (als enige) in de spotlights staat. 

4. Geef je personage onmisbare vrienden

Wat betreft het onnodig lauweren is er nog een extra aandachtspunt. Probeer te voorkomen dat je personage een uitverkorene is en dus als enige iets voor elkaar kan krijgen. Het is erg belangrijk dat je personage vrienden heeft die hij niet kan missen. Om hem te helpen, uit de brand te helpen als er iets misgaat, een oplossing te bedenken waar de held zelf niet aan denkt… Wat dan ook om te voorkomen dat je held alles zelf kan doen en dus oppermachtig is. 

5. Het talent moet alleen het doel van het verhaal betreffen

Je personage moet soms uitzonderlijke talenten hebben om het verhaal vorm en vaart te geven. Dat geeft niet, maar zorg er wel voor dat je personage niet meer supergaven heeft dan nodig is voor het plot. Anders wordt hij onrealistisch. Als het verhaal gaat over het redden van drenkelingen, dan moet je personage uitzonderlijk goed kunnen zwemmen. Maar dan mag hij niet ook nog eens vloeiend zijn in twintig talen, zodat hij daar ook nog mee kan pronken. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Behoefte aan een controle van je tekst en de mate van powerfantasy? Schakel me in voor manuscriptredactie.

Zo verlaat je personage in vijf stappen een comfortzone

Je hoofdpersonage maakt allerlei actie, drama of intriges mee. Maar die starten niet zomaar. Eerst moet hij de noodzaak voelen om iets in beweging te zetten. Dat is het moment waarop hij uit zijn comfortzone komt. Met dit stappenplan is je personage al de held van het verhaal voordat het goed en wel is begonnen. 

1. Bepaal waar je personage aan gewend is

Het woord comfortzone kan de indruk geven dat iemand het in zijn eigen persoonlijke bubbeltje prima naar zijn zin heeft, maar dat is niet altijd zo. Een gelukkig huwelijk is een comfortzone, maar in narratieve termen is in een gewelddadige relatie blijven dat ook. Je personage doet wat hij gewend is omdat een andere optie om welke reden dan ook niet speelt. Bepaal eerst wat de comfortzone van je personage is. Met andere woorden: aan welke gang van zaken is hij gewend?

2. Maak je personage bang

Mensen en daarmee personages zijn gewoontedieren en willen grofweg weten wat ze kunnen verwachten. Ongeacht hoe (on)comfortabel de comfortzone van je personage is, hij wil er het liefst in blijven, omdat hij zo de gevolgen kan overzien. Je kan je personage bang maken door iets aan de kaak te stellen dat hij kan voorkomen door uit zijn comfortzone te stappen. 

3. Bedreig je personage

Je personage zal zich tegen het onbekende en de bijbehorende angst gaan verzetten. Daarom moet je hem gaan bedreigen. Niet per se met een mes, het hoeft geen bloederige boel te worden. Je moet er alleen voor zorgen dat in de comfortzone blijven erger is voor je personage dan wanneer hij eruit stapt. Daarom moet je weten wat de waarden van je personage zijn. Als een huwelijk op de klippen dreigt te lopen, maar je personage niet in scheiding gelooft, zal het stel in relatietherapie moeten. Niet ideaal en niet prettig, maar de enige ander optie is het huwelijk laten stranden en dat wil je personage absoluut niet. Uiteindelijk moet je personage kiezen of delen zodra je hem hebt bedreigd en bang gemaakt: je blijft in je comfortzone zitten en je ergste angst wordt bewaarheid, of je komt eruit, bijt door de zure appel heen en begint aan je heldenreis. Misschien loopt het goed voor je af, misschien niet. Maar als je in je comfortzone blijft, heb je in ieder geval de garantie dat het niet fijn voor je afloopt. (Daar moet jij als schrijver voor zorgen, want zonder een (aankomend) conflict heb je geen verhaal.) 

4. Laat het ongemak van je personage zien

Je personage verlaat zijn comfortzone. Laat zien dat hij dat met gezonde tegenzin doet, blunders maakt, niet weet wat hij moet doen… Dat hij echt een heldenreis heeft met het bijbehorende vallen en opstaan, waarbij niet alles meteen lukt. Zo wordt het spannender, want je weet niet of het verlaten van de comfortzone uiteindelijk in het voordeel van het personage werkt.

5. Laat je personage in actie komen

Nu komt je personage in de (ongemakkelijke) actie. En daarmee heb je een held van hem gemaakt. Hij laat zien dat hij bereid is om ergens de schouders onder te zetten, fouten te maken en ongeacht de uitkomst ergens voor te gaan. Vanaf nu zal je lezer gaan duimen voor een goede afloop. Je personage heeft immers bewezen geen watje te zijn dat zekerheid boven ongemak verkiest. Dat is in fictie een gedeelde eigenschap van helden, ongeacht de invulling van de heldenreis. 

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online.

Hulp nodig met het uitwerken van de comfortone? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Vijf nadelen van een Deus Ex Machina

Als er een probleem is, moet er een oplossing komen. Deus ex machina is zo’n oplossing. Hij wordt vaak gebruikt, maar is een van de meest luie schrijftechnieken die er zijn. Wat ontneem je een verhaal met een Deus ex machina?

1. Je oplossing is niet realistisch

Een Deus ex machina is een moment waarop de oplossing van een probleem uit de lucht lijkt te vallen. Soms gebeurt dat zelfs letterlijk. Wat de Deus ex machina ook is, de algemene indruk is dat God zich persoonlijk met de personages bemoeit. Als je rationeel en logisch zou nadenken, zou deze oplossing niet in je opkomen. Een bekend voorbeeld van een Deus ex machina: je personage staat met zijn rug tegen de muur gedrukt, in een hoek gedreven door een moordenaar die over een tel gaat schieten. Maar dan wordt de moordenaar plotseling door iemand anders neergeschoten. Iemand die twee tellen geleden beslist nog niet in dezelfde kamer stond. 

2. Je oplossing is cliché

Begin je al met je ogen te rollen bij het voorbeeld hierboven? Precies, Deus ex machina is een cliché. De exacte invulling van een Deus kan misschien origineel zijn, maar de uitwerking blijft hetzelfde: de oplossing komt uit de lucht vallen. En dat gegeven is al zo vaak als oplossing gebruikt dat je te maken hebt met een cliché. 

3. De schrijver is zichtbaar

Er wordt wel eens gezegd dat een schrijver een god is van zijn eigen geschapen wereld. Dat is ook zo: jij hebt als schrijver alles over je verhaal en het verloop ervan in de hand. Dat is niet erg, behalve als een lezer dat in de gaten krijgt. Als jij je als schrijver krachten toebedeelt die niet voor normale stervelingen zijn weggelegd, gaat de lezer dat merken: “Dit is zo vreselijk onwaarschijnlijk, dit zou nooit gebeuren. Dit is gewoon de schrijver die het plot vooruit drijft…”. Zo haal je de lezer uit het verhaal en zal hij niet meer verder willen lezen. 

4. Je held verliest zijn spierballen

Je schrijft over een topsporter die naar de Olympische Spelen gaat. Hij staat in de finale, tegenover zijn laatste tegenstander. Maar dan krijgt de tegenstander plotseling een hartaanval en overlijdt hij. Er zit nu niets anders op dan de held de Olympische titel te geven. Maar heeft hij die titel wel echt verdiend? Hij had moeten bewijzen de beste te zijn door een tegenstander te verslaan. Dat heeft hij niet kunnen doen. Kun je jezelf met recht de beste noemen als dat per toeval zo uitkomt? Natuurlijk, de held heeft echt wel iets voor elkaar gekregen: hij heeft de top van de Olympische Spelen gehaald. Maar zijn kampioenschap zou een mooier randje hebben gekregen als hij de titel eerlijk had verdiend in de wedstrijd. Met een Deus worden de prestaties van je held een stuk minder indrukwekkend.

5. Hard werk blijft onbeloond

Deus ex machina kan aanvoelen als een anticlimax, of de lezer kan zich bedrogen voelen. Hij is met de held mee gaan leven en kent hem als een goede vriend. Het is daarom veel bevredigender om te lezen hoe het harde werk van je personage vruchten afwerpt dan dat er zomaar iets lukt. Zo kan je lezer voor je personage juichen. Bedenk dat een lezer hoopt dat een personage wordt beloond voor zijn inzet, niet dat hij simpelweg een goede afloop krijgt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heeft jouw boek een Deus ex machina verstopt zitten? Ik kan het controleren: kijk eens in mijn webshop.