Zo loopt je verhaal meteen als een trein

Als je een verhaal moet introduceren, wil je dat meteen goed doen. Zo blijft je lezer van het begin af aan geïnteresseerd. Of beter gezegd: dan geeft je lezer jouw boek een kans. Als je te langzaam van start gaat, wordt het boek snel aan de kant geschoven… Met deze drie tips begint je verhaal meteen interessant!


1. Schrijf over het karakter van je personage

Een beginnersfout die bij creatief schrijven vaak wordt gemaakt, is het omschrijven van de dagelijkse routine van het hoofdpersonage. Als je dit vergelijkt met het echte leven, zal je zien waarom dat niet werkt. Als je in de avond op bezoek gaat bij vrienden en ze vragen je hoe je dag was, vertel je niet dat je een boterham met jam hebt gegeten bij het ontbijt. Dan vertel je eerder over iets spannends, of speciaals.

Iets uitgesproken spannends kan lastig zijn om mee te beginnen als je nog niet zo lang schrijft, of als je verhaal inhoudelijk niet stuitend van start gaat. Geen nood: in plaats daarvan kan je uitweiden over het karakter van je personage. Je mag gerust iets relatiefs saais schrijven, maar concentreer je dan op de uitwerking van het karakter van je personage. Besteed dus geen aandacht aan de actie van het aankleden, maar aan het feit dat jouw depressieve personage een mentale worsteling aan moet gaan om zichzelf zover te krijgen dat hij niet de hele dag in pyjama blijft rondlopen.


2. Schrijf over iets ‘anders’

Als je toch over een dagelijkse routine wil of misschien zelfs moet schrijven, schrijf dan over iets dat de sleur doorbreekt en niet in de vastgeroeste routine thuishoort. Dat kan je erg breed zien: ontmoet je personage een nieuw personage tijdens zijn dagelijkse wandeling? Is er tijdens het routineuze ontbijt nog niets aan de hand, maar wordt je personage vlak daarna gebeld met bijzonder nieuws? Regent het na maanden van droogte en zet je personage dat tot iets ongewoons aan?

Het is belangrijk dat je de verbazing van je personage over dit vreemde element laat blijken. Dan is het voor de lezer duidelijk dat dat andere personage of dat telefoontje niet bij het leven van alledag hoort en verandering teweeg gaat brengen.


3. Maak de lezer nieuwsgierig

Een lezer wordt al snel nieuwsgierig naar de rest van het verhaal als blijkt dat er iets opvallends gaat gebeuren of iets gaat veranderen in het leven van je personage. Dat telefoontje of die vreemdeling laten de lezer denken: daar zit meer achter. Het maakt niet uit hoe je het doet, zolang je in je eerste hoofdstuk (of zelfs je eerste pagina(‘s)) maar letterlijk en figuurlijk een verhaal belooft. Hoe gaat je verhaal verder? Daar moet je je lezer nieuwsgierig naar maken in het begin van je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Als je dit hebt uitgedacht, ben je klaar om je boek te gaan schrijven

Een goede voorbereiding van je boek voorkomt dat je tijdens het schrijven onnodig veel moet verbeteren. Sommige mensen bereiden zich tot in de puntjes voor voordat ze beginnen met schrijven, anderen maken een globale planning.  Er bestaat geen echte handleiding voor een goede voorbereiding, maar je doet er wel verstandig aan in ieder geval de volgende zaken uit te werken voor je begint met schrijven.


1. Doe globaal onderzoek naar je onderwerp

Als je ergens over gaat schrijven, moet je weten hoe het werkt. Anders komt je verhaal ongeloofwaardig over. Daarom moet je onderzoek doen en daar moet je meteen mee beginnen. Je kan je onderzoek voortzetten tijdens het schrijven, maar zorg wel dat je de basiskennis over je onderwerp hebt vergaard. Het schiet niet op om te beginnen te schrijven over een logopediste als je denkt dat die alleen maar weet hoe ze kinderen kan laten stoppen met lispelen. Je moet op zijn minst weten dat een logopedist ook deskundige therapie kan geven bij stotteren, slikproblemen, taalproblematiek, stemstoornissen en zelfs dyslexie.

2. Ken je personages

Je moet je personages meer dan alleen oppervlakkig kennen, anders kom je vast te zitten met je plot. Als je alleen nog maar weet dat je personage hard werkt en hartelijk is, kan je beter nog even wachten met je verhaal schrijven. Het is leuk dat je dat weet, maar het zegt maar weinig over hoe je personage op de oproep van zijn heldenreis gaat reageren. Doet hij dat gemakkelijk omdat hij ook trots is? Of juist niet omdat hij zijn gezin niet achter wil laten? Dat zijn allemaal factoren die een belangrijke bijdrage leveren aan hoe je personage zich door het verhaal heen beweegt. Zorg dat je zijn algemene levensgeschiedenis kent, zijn belangrijkste normen, waarden en zijn dromen en angsten.

3. Bepaal het centrale conflict

Je moet een zekere continuïteit kunnen bewaken in je verhaal. Tijdens het schrijven, maar zeker ook daarvoor. Als je niet weet wat het centrale conflict van je personage is en wat hij grofweg zal moeten of willen doen om dat aan te gaan, wordt het vrijwel onmogelijk om je verhaal logisch op papier te krijgen. Je kan het centrale conflict zien als houvast waar je steeds weer op terug kan vallen. Als je dat nog niet bepaald hebt, heb je dus te weinig om op voort te borduren.

4. Bepaal eventuele plottwists

Mocht je plottwists in je verhaal willen gaan gebruiken, bepaal die dan vóór je begint. Je moet gedurende het verhaal kleine aanwijzingen geven voor de lezer. Het maakt niet echt uit in welk hoofdstuk ze precies staan, maar je kan niet zomaar losse regels aan aanwijzingen in een bestaande scène plakken. Als je dat wel doet, loop je het risico dat je de toon, thema of het doel van een hele scene ineens verandert. Daarom moet je vooraf weten of er een plottwist komt, zodat je tijdens het schrijven kan bepalen wanneer je de aanwijzingen geeft.
 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

4 voordelen van het verhaal schrijven waar je blij van wordt

Als je begint met het schrijven van je eerste verhaal, kan een website vol met schrijftips nogal overweldigend zijn. Hoe schrijf je en waarover? Als je aan je schrijversreis begint, is er veel te leren en te ontdekken. Het is verstandig om als beginnend schrijver in de overvloed aan schrijftips er eentje als leidraad te nemen: schrijf wat je wil schrijven. Hier volgen vier redenen waarom. 


1. Schrijven wordt snel moeilijker

Hoe meer je je in de schrijverskunst gaat verdiepen, hoe moeilijker het wordt. Je zal vele schrijftechnieken leren kennen die je jezelf eigen moet maken. Dat is een heel proces. Zolang je nog weinig tot niets weet van schrijftechnieken, heb je nog een enorm voordeel: je weet niet beter, dus je schrijft gewoon zoals je denkt dat het moet, niet zoals het volgens het boekje hoort. Geniet daarvan zolang dat nog kan: laat datgene wat in je hoofd zit moeiteloos uit het toetsenbord rollen. Als je je druk gaat maken om wát je moet schrijven, bijvoorbeeld iets populairs om een groot lezerspubliek te trekken, maak je van schrijven iets lastigs voordat je goed en wel begonnen bent.


2. Meningsverschillen zullen altijd blijven 

Het is belangrijk om te schrijven wat je wil schrijven, omdat je toch nooit iedereen voor je kan winnen. Mensen hebben nu eenmaal zeer uiteenlopende meningen en voorkeuren. Ook al ben je een influencer die bepaalde maatschappelijke waarden uit kan dragen en dus een ‘voorloper’ is, er blijft altijd een groep over die niet overstapt op jouw waarden of de laatste trends. Zo zou je een pleidooi kunnen houden dat elke vrouw voortaan bikini’s zouden moeten dragen omdat je een voller lichaam niet zou hoeven verbergen. Misschien kun je een verandering in lichaamsbeeld teweegbrengen, maar dat wil niet zeggen dat je iedereen daarmee aanspreekt. Zo kan een conservatieve gelovige niets hebben tegen een voller lichaam, maar vindt die het gewoon niet gepast om met veel ontblote huid rond te lopen. Andersom zal diezelfde gelovige nooit die influencer kunnen overhalen om juist het badpak weer wat hipper te maken. En het is beide personen goed recht om te vinden wat ze vinden. 


3. Schrijven moet leuk blijven

Als je aan een verhaal begint, ben je er maanden, soms jaren intensief mee bezig. Dat is hoe dan ook lang. Stel je eens voor hoeveel langer dat gaat aanvoelen als je over iets schrijft wat je zelf niet interessant vindt of zelfs maar wil schrijven omdat je er niet achter staat.
Hoe groot je lezerspubliek ook zou worden, het is het niet waard je plezier in schrijven daarvoor op te offeren. Schrijven wordt een uitdaging. Als die uitdaging dan ook nog eens oninteressant, vervelend of zelfs storend voor je wordt, doe je jezelf alleen maar geweld aan. Schrijven moet wel leuk blijven…


4. Een schrijversstem ontwikkelen

Zodra je een meer geoefend schrijver bent, ga je een schrijversstem ontwikkelen: datgene waar je je als schrijver mee onderscheidt tussen die talloze anderen en succesvol kan worden. Die schrijversstem moet groeien door wat jij als schrijver leert. Iets schrijven wat je niet wil schrijven blokkeert dit proces. Als je dus schrijft omwille van het idee: “Ik wil de volgende (vul hier de naam van een succesvol auteur in) worden, dus schrijf ik over dezelfde dingen”, dan ontwikkel je jouw schrijversstem niet. 
 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Drie redenen om je personage eens goed bang te maken

Het is handig om je personage in aantekeningenboekje verschillende dingen te laten meemaken die niet in je boek gebeuren. Zo leer je hem beter kennen. Laat je personage eens een heel angstig moment doorleven en je zal versteld staan wat je over hem leert. 


1. Waar is je personage bang voor?

“Je moet je kind één uur alleen thuislaten.”
De moeder met een pasgeboren, zieke baby zal dit idee erg eng vinden. De moeder van een tiener zal haar schouders ophalen: “Dat redt-ie echt wel, hoor…”
Het lijkt een open deur, maar als je niet weet waar iemand bang voor is of bang van zou worden, weet je ook niet waarmee je diegene bang kan maken. En dat is belangrijk om te weten voor een schrijver: angst kan een aanleiding zijn om een comfortzone te verlaten en daarmee een verhaal te starten. 


2. Welke hulpbronnen spreekt je personage aan?

Als je personage daadwerkelijk met zijn angst geconfronteerd wordt, zal hij proberen deze angst als een probleem op te lossen. De oplossing is per situatie verschillend, maar het kan zijn dat je personage als eerste impuls naar dezelfde hulpbron of aanpak neigt. 
“Ik schrijf wel een blanco cheque uit om mijn advocaat de aanklacht die tegen mij is ingediend af te handelen, mocht ik worden beschuldigd van fraude.” / “Ik betaal een huurmoordenaar om mijn stalker om te leggen als ik word bedreigd.” (Geld lost het probleem wel op.)
“Ik zoek zelf wel naar een nieuwe baan als ik die kwijtraak.” / “Ik vraag mijn vrienden niet om hulp bij het vinden van een nieuwe woning als ik dreig mijn huis uitgezet te worden.” (Ik kan of moet alles zelf oplossen.) 
“Ik vraag mijn vrienden om mijn heimelijke liefde namens mij op date te vragen als ik dat zelf doodeng vind.” / “Ik vraag mijn vrienden om me te helpen om de sollicitatiebrief na te kijken als ik bang ben onprofessioneel en onkundig over te komen.” (Anderen kunnen mij helpen.) 
Deze (eerste) keuze zegt veel over je personage. Of hij zijn eigen verantwoordelijkheid neemt of niet, of hij afhankelijk of zelfstandig is en welke mate van trots hij heeft. Deze bevindingen kunnen je helpen bij het uitwerken van het karakter van je personage.  

3. Hoe sterk is de ruggengraat van je personage?

Om een verhaal boeiend te houden, moet je personage vroeg of laat zijn comfortzone verlaten. Dat kan betekenen dat hij zijn angsten onder ogen moet zien. Hoe hij dat vervolgens doet, zegt veel over hem. Probeert hij waar het kan de schuld of de verantwoordelijkheid van de aanpak van het probleem naar een ander te schuiven? Is hij na twee keer spreekwoordelijk vallen al te veel van zijn stuk gebracht om nog op te kunnen staan en moet hij dan (al) geholpen worden door iemand om zijn angsten te kunnen overwinnen? Of is hij juist iemand die zo gehard is dat hij blijft vechten tot hij niet meer kan? 
Als je weet hoe veerkrachtig je personage is, weet je hoeveel en wat voor tegenslagen je hem moet geven om je verhaal interessant te houden. De tegenslagen moeten in evenwicht zijn met hetgeen wat je personage aan doorzettingsvermogen kan opbrengen. Geef je te weinig tegenslag, dan is je verhaal niet spannend genoeg. Is de tegenslag te heftig voor je personage, dan moet hij noodgedwongen zijn heldenreis voortijdig stoppen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

3 redenen voor een schrijver om eens andere genres te lezen

Iedereen heeft een voorkeur voor een bepaald genre. Als je een ander soort boek leest dan je normaalgesproken zou doen, kan je veel leren. Wat zal je op gaan vallen wanneer je andere genres leest?


1. Overeenkomsten binnen genres

Hoe veel genres ook van elkaar verschillen, verhalen hebben altijd bepaalde elementen gemeen. Er is een hoofdpersonage met een heldenreis, er zijn archetypes in een verhaal te vinden, het plot is volgens een bepaalde structuur opgebouwd…. Als je dat soort elementen niet alleen opmerkt in het genre waar je vertrouwd mee bent, maar ook in andere genres, is dat een teken dat je schrijfinzicht groeit. Dat is handig, maar dat inzicht moet je wel vergaren. Dat doe je door verschillende genres te lezen. Misschien denk jij: “Ik kan binnen twee tellen een romantisch verhaal volledig ontleden en de toepassing van verschillende schrijftechnieken herkennen, maar geef me een thriller en ik ben de draad helemaal kwijt.” Dan heb je waarschijnlijk geen schrijfinzicht, maar eerder algemene kennis van een genre of een trope.

2. Eenzelfde invulling komt in een ander licht

Als je steeds hetzelfde genre leest, hebben verhalen vaak ongeveer dezelfde strekking. Dan kan je een algemene techniek en een algemene invulling van een verhaal soms voor hetzelfde gaan aanzien. Nee, vallen en opstaan betekent niet altijd dat iemand drie relaties moet hebben gehad voordat de ware uiteindelijk gevonden wordt. Het betekent enkel dat er meerdere dingen fout moeten gaan voordat het einddoel wordt bereikt. Als het hebben en mislukken van relaties een voorwaarde is voor een goed plotverloop, dan zou je geen detective meer kunnen schrijven…

Als je dat zo ziet staan, klinkt dat logisch. Maar bij een nieuw genre moet je meer gaan letten op wat dan de elementen van het conflict vormen. Je weet niet waar je alert op moet zijn, wat je nieuwe inzichten kan geven, vooral betreft het thema. Neem het thema ‘moed’: dan zie je dat moed méér kan zijn dan trouwen met iemand die uit een andere sociaaleconomische klasse komt. In een ander genre is het misschien vluchten voor je partner als die een gewelddadige dronkaard is. 
Zo zie je in dat schrijven (in welk genre dan ook) niet volgens een bepaald vast stramien hoeft te gaan.

3. Je bedenkt creatievere verhalen

Als je van meerdere genres hebt geproefd kun je een metaforisch nieuw, eigen recept maken met de nieuwe ingrediënten die je bent tegengekomen. In plaats van klakkeloos een genre te volgen, geef je je creativiteit alle ruimte. Je gaat een verhaal over moed schrijven. Uit verschillende genres heb je de volgende observaties genoteerd:

Romance: voor je geluk kiezen in plaats van voor zekerheid.

Oorlogsroman: ten alle tijde humaniteit hoog in het vaandel houden. (Nooit de eerste zijn die schiet omdat je geen medemens wil doden of verwonden, tenzij het echt niet anders kan).

Familiedrama: geen wraak nemen nadat je uit je huwelijk bent gevlucht, ondanks dat je vrouw jou en je kind zwaar heeft mishandeld.

Nadat je je creativiteit de vrije loop hebt gelaten komt daar een uniek concept uit:
 
Een man en vrouw uit verschillende sociaaleconomische klassen zijn jaren geleden getrouwd. Ze moesten een hoop ellende meemaken voordat hun huwelijk door de families werd geaccepteerd. Jaren later is de vrouw verslaafd en daardoor gewelddadig. De man vlucht met zijn kind om hen beiden te beschermen, maar hij weigert de vrouw zwart te maken of te wreken, om te voorkomen dat ze een nog lastiger leven krijgt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Drie manieren om een ruzie tussen personages beter te maken

Tijdens een ruzie lopen de gemoederen hoog op. Bovendien denkt elk personage dat hij degene is die gelijk heeft. Hoe zorg je ervoor dat een ruzie kan uitmonden in een beter verhaalverloop? Oftewel: hoe zorg je ervoor dat je geen eindeloze welles-nietes-discussie neerpent?


1. Bepaal de allergie van de personages

Maak de volgende zin af: “Ik ben echt allergisch voor mensen die…” Mensen ergeren zich aan bepaalde uitgangspunten of karaktertrekken van anderen, dus doen personages dat ook. De kans is groot dat er iets gebeurd is dat die ‘allergie’ in gang heeft gezet, waardoor er nu ruzie is tussen je personages.
Jouw rijke, genadeloze personage komt oog in oog te staan met een uitkeringsgerechtigde: “Mensen moeten maar werken voor hun geld.” Of ouders zijn het er niet over eens hoe ze hun ongehoorzame kind moeten straffen: “Als jij haar nou wat harder had aangepakt, was dit nooit gebeurd. Jij en je softe aanpak ook altijd!”
Het is belangrijk dat je van beide partijen de allergie te weten komt, want dat kan je antwoord geven op een belangrijke vraag: Waarom is er überhaupt sprake van boosheid/ruzie?
Omdat beide personen (vanwege die bepaalde redenen) op dit moment in elkaars ‘allergiezone’ zitten.

2. Bepaal het doel van de personages

“Ik pak onze dochter het liefst aan met de harde hand, ook al doe jij dat liever met de zachte hand.”
“Oké, dan ze krijgt een maand huisarrest.”
Dat lokt geen ruzie uit. Meestal is een ruzie het resultaat van een personage dat zich door de ander gedwongen voelt zijn normen en waarden op te geven, of zich geremd voelt in hoe ze als mens willen groeien.
Jij vindt dat je mensen altijd zacht aan moet pakken. Dan zal je je stekels opzetten als er gesuggereerd wordt dat er een flinke straf moet worden uitgedeeld. En als je dolgraag naar de universiteit wil om te gaan studeren (lees: intellectueel wil groeien) en iemand zegt dat je dat niet mag, is diegene eerder je vijand dan je vriend.
Bepaal bij een ruzie wat het is dat je personage zo graag wil verdedigen. Dan kun je zijn argumenten beter begrijpen (en dus beter opschrijven). Bovendien weet je dan ook hoe je personage grofweg op het tegenargument van de ander gaat reageren.
Je personage is tegen dierenbont vanuit de diepere overtuiging dat een mens geen andere levende wezens kwaad mag doen. Als ze dan te horen krijgt dat ze hypocriet is omdat ze andere mensen kwaad doet door ze een gevoel van ongemak te geven door een felle discussie aan te gaan, weet je dat daarmee olie op het vuur wordt gegooid.

3. Bepaal een keerpunt

Soms zijn de argumenten in een ruzie objectief gezien niet sterk, omdat de personages te druk bezig zijn hun eigen waarden te verdedigen of de ander ongelijk te geven. Maar je kan ook argumenten geven die je personage zodanig raken dat het hem aan het denken zet of iets in hem losmaakt.
Als de anti-dierenbontactiviste hoort: “Maar je eet nog vlees. Daarvoor worden dieren doodgemaakt en daar doe je ze kwaad mee.” dan zal ze daarover nadenken en misschien ook wel anders (moeten) gaan handelen. Dat kan het plot in gang zetten of veranderen: nu gaat het verhaal verder over hoe de activiste vegetariër wordt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Autobiografisch schrijven: hoe schrijf je over jezelf?

Als je autobiografisch schrijft, kan het lijken alsof je alleen maar hoeft op te schrijven wat er is gebeurd. Met deze drie tips maak je je eigen verhaal prettig leesbaar door juist een beetje met de waarheid te spelen.


1. Mix fictie en waarheid

Niemand heeft een leven dat continu bol staat van actie. Ook al sta je voor je werk in uitverkochte stadions, af en toe heb jij ook een avondje bankhangen. Je moet je dus niet te veel aan de zuivere waarheid houden, want dat gaat ten koste van een spanningsboog, of überhaupt van een interessant verhaal. Als je in werkelijkheid een ingeving kreeg bij een kopje koffie dat je alleen dronk, mag die ingeving in je verhaal gerust laten komen op moment dat je net een heftige discussie had met je werkgever. Overdrijf de actie echter niet. Je moet wel onthouden dat je autobiografisch schrijft, geen fictieve actiethriller.


2. Kijk terug naar je verleden met je kennis van nu

Als je een levensverhaal schrijft, kijk je ergens op terug. Het is vaak zo dat je later op iets terugkijkt en dan iets beseft wat je eerder niet kon begrijpen. Als kleuter vond je je moeder stom omdat je ze nooit een hele zak snoepjes gaf als je daar zin in had. Als volwassene weet je wel beter: ze was niet stom, maar gaf om je gezondheid. Zo kun je ook anders kijken naar het verloop van je leven, invulling van relaties en hoe je je mening vormde. Ben niet bang om jezelf (in vele opzichten) eens goed onder de loep te nemen. Je kan er kennis mee opdoen die goed te gebruiken is om een stevige verhaallijn mee op te bouwen.


3. Wie speelt er nog meer mee in je verhaal? 

Je bent niet alleen op de wereld. Als je schrijft over jezelf, ga je uiteindelijk ook over andere mensen schrijven. Bedenk goed wie een plaats in je verhaal krijgt en waarom. Vergelijk het met een klas op school. Je zat met dertig kinderen in de klas, maar je kan niet over al die klasgenoten schrijven, want dan wordt je verhaal rommelig. Bedenk wie er daadwerkelijk een rol in je leven heeft gespeeld, voordat je diegene een rol in je verhaal geeft. Bedenk vervolgens goed wat je over die persoon schrijft. Schrijf niet zomaar privégevoelige informatie van iemand anders in je boek. Pas het desnoods een beetje aan, zodat je niemand onnodig voor het blok zet.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Drie tips voor een fantastische spanningsboog

Een verhaal is en blijft spannend als je spanningsboog goed in elkaar zit. Daarvoor kan je de three act structure gebruiken. Dit schema leert je over een goede opbouw van begin, midden en eind en waar je een conflict moet schrijven. Er is een aantal dingen die het schema niet duidelijk meldt, maar toch is het een goed uitgangspunt voor de opbouw van je verhaal. 


Wat is de three act structure?

De three act structure is een schema waarin je kan zien wat het begin, midden en eind van een verhaal vormt. Die delen van het verhaal zijn weer onderverdeeld in fragmenten. Elk fragment laat zien wat je wanneer moet schrijven. 

three act strucure

Dit geeft antwoord op vragen als: 

  • Wanneer en hoe rond je de inleiding van een verhaal af?
  • Is het al tijd voor een confrontatie of moet er nog een obstakel komen?
  • Kan het verhaal al stoppen of is er nog een afronding nodig?  

 Enzovoorts. 
Zo helpt de three act structure een goede spanningsboog te waarborgen. Maar je kan er nog meer mee. 

1.    Balans van medepersonages

Kijk eens naar de vorm van de grafiek van de three act structure en merk op dat er om de zoveel tijd confrontaties zijn in de vorm van ‘explosietekens’. Dit kan een goede visuele herinnering zijn voor het feit dat niet alleen je plot, maar ook je personages dynamisch en divers moeten zijn. Met andere woorden: als je personages te veel van hetzelfde zijn (qua karakter, overtuigingen, of achtergrond) dan krijg je geen conflict. Als je personages over alles hetzelfde denken, kunnen ze heel gezellig koffiedrinken, maar daar krijg je geen verhaal van. Je hoofdpersonage kan een autocoureur zijn, zijn beste vriend een milieuactivist die het niet oké vindt dat er voor de lol zoveel benzine wordt gebruikt in een autorace. Dan zijn ze het ergens niet over eens. Zo volgt er een discussie en uiteindelijk een conflict (niet per se een ruzie!) waardoor je hoofdpersonage anders over iets gaat denken. Zo wordt er een verhaal of een centraal conflict gestart. Conflicten moeten worden uitgelokt en daar zijn personages voor nodig die van elkaar verschillen. 

2.    In medias res 

Als je in medias res schrijft (je start je verhaal bij het chronologische midden) dan kan de three act structure houvast bieden. Zo zie je duidelijk welke elementen van het begin je later nog in verhaal moet verwerken. 

3.   Three act structure per hoofdstuk

Three act structure gaat als schema uit van het volledige verhaal. Toch zul je merken dat ook binnen een verhaal soms meerdere verhalen schuilen. Dit zijn de spreekwoordelijke (en soms letterlijke) hoofdstukken. Neem een mensenleven. Als je dat volledig zou uitschrijven, dan heb je ‘hoofdstukken’ als bijvoorbeeld: 

  • De kindertijd
  • De studententijd
  • De huwelijksperiode
  • Het werkbare leven

Laten we kijken naar de studententijd. Die heeft ook een begin, midden en een eind. Je begint een studie, daar krijg je te maken met conflicten (je zakt voor toetsen, je kan geen stage vinden, je weet niet hoe je na een kroegentocht zonder kater colleges bij kan wonen…)  en uiteindelijk krijg je je diploma. 
Als je merkt dat je met je verhaal als geheel in de knoop raakt, kijk dan eens of het schema van de three act structure nog klopt per ‘hoofdstuk’. Meestal kun je aardig wat rechtbreien als je je tekst van net iets dichterbij bekijkt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Op verhaalentaal.blog werd eerder over the three act structure geschreven onder de term save the cat.

Drie tips om beter te leren observeren

Zeg schrijver en je zegt pen. Maar een schrijver kan ook niet zonder opschrijfboekje om allerlei verhaalideeën in te noteren. Ideeën voor een plot bijvoorbeeld, maar je kan er zelfs kleine voorwerpen inplakken. Er zijn wat dat betreft geen regels. Als het je maar inspiratie geeft. Deze tips voor je opschrijfboekje kunnen je niet alleen inspiratie geven, maar ook beter leren schrijven. 

1. Kies een kleur om op te speuren

In je dagelijkse leven zie je bepaalde dingen steeds opnieuw terugkomen. Dezelfde auto voor de deur, dezelfde meubels in je huis. Daardoor raak je in een soort ‘sleur van observatie’. Je let niet meer op bepaalde details of kenmerken en daardoor let je niet meer op wat je nu eigenlijk ziet. Het is belangrijk dat je je observatievermogen scherp houdt: hoe wil je anders een fictieve wereld boeiend omschrijven? Deze oefening kan je helpen om goed te blijven observeren: 

Kies een kleur uit en schrijf gedurende de dag alles op wat je ziet met die kleur. Dit kun je het beste doen op een dag dat je thuis bent. Omdat je in de vertrouwde omgeving bent, zie er je niets speciaals meer aan. Totdat je ineens beseft hoeveel rode dingen je in huis hebt. Je had toch niets roods in huis? Jawel: er liggen rode appels in de fruitschaal en de chipszak in de kast is ook rood. 
Je kan deze oefening natuurlijk ook doen met vormen of materialen.


2. Noteer details van gezichtsuitdrukkingen

Bij de schrijftechniek show, don’t tell omschrijf je dingen en emoties. Zo schrijf je: de tranen lopen over mijn wangen in plaats van: ik ben verdrietig. Zodra je met emoties te maken krijgt die minder makkelijk te omschrijven zijn, kan dit soms leiden tot een kleine writersblock. Hoe kijkt iemand die teleurgesteld is eigenlijk? De mondhoeken gaan wat naar beneden of de ogen worden groot. Train jezelf in het opschrijven van de kleine details en veranderingen die je ziet in verschillende gezichtsuitdrukkingen. Op de lange termijn scheelt dat een writersblock als je emoties gaat omschrijven. 

3. Schrijf kleine, lieve gebaren op

Een verhaal gaat over je hoofdpersoon, ook wel de held genoemd. Soms kan het lijken alsof je held veel gemeen moet hebben met een superheld: hij moet superkrachten hebben, overal de beste in zijn en alleen grootse gebaren en acties uitvoeren. Dat is niet zo: dan krijg je een Mary Sue-personage. Maar als je de goedheid of vrolijkheid van een personage beter niet kan portretteren door die dertig uur per week vrijwilligerswerk te doen, hoe doe je dat dan subtieler? 

Schrijf kleine, lieve gebaren op die je elke dag ziet. Die zijn er meer dan genoeg. Net als dat het geval is bij de kleuren in de eerste tip, zijn ze zo vanzelfsprekend dat ze niet meer opvallen. Heb je een opzetje nodig? Denk eens aan: 

•    Iemand verrassen met een klein cadeautje of een kaartje
•    Een kind een high-five geven
•    Een complimentje geven
•    Boodschappen doen voor een zieke vriend
•    Iemand opbellen als je weet dat diegene eenzaam is

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Met deze vier stappen zorgt je personage voor een sterk conflict

Personage en conflict zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Haal een van beide uit de vergelijking en je hebt geen verhaal. Vaak heb je een conflict of een thema waar je een passend personage bij bedenkt. Maar het kan ook andersom. Waar moet je dan op letten?


1. Kijk naar de ‘slechte kant’ van je personage

Ieder personage heeft een slechte kant, maar die hoeft niet meteen schokkend te zijn. Je personage kan een moordenaar zijn, maar zo moet je ‘slecht’ in dit geval niet interpreten. Chaotisch, klungelig, ongeduldig, onhandig of een flapuit zijn is al genoeg. Zolang het maar iets is wat je als ‘niet handig’ of ‘liever niet’ zou kunnen bestempelen. Uiteindelijk moet die slechte kant iets in gang kunnen zetten. 

2. Wat wordt er precies in gang gezet?

Je klungelige personage stoot een dure vaas om. De chaoot is de code van de kluis vergeten. De flapuit verklapt dat de vrouw van haar gesprekspartner is vreemdgegaan… Daar volgt natuurlijk iets op. Krijg je een hernieuwde ruzie over de erfenis? Staat de familie nu ineens op straat? Loopt een vriendschap ten einde? Meestal is er wel een logisch gevolg te bedenken bij een bepaalde karaktereigenschap. 

3. Wie of wat kan dit oplossen?

Meestal krijgt je personage door zijn blunder op zijn kop: Andere personages zijn boos op hem, of de omstandigheden gaan van kwaad tot erger. Dan is het zeer onwaarschijnlijk dat je personage het probleem zelf recht kan breien. De kans is groot dat hij daar de middelen niet voor heeft of dat de eerste schok van de gevolgen van zijn daden hem belemmert om tot actie over te gaan. Daarom is het verstandig om in de eerste fase van het verhaal/het conflict je protagonist een goede vriend te geven die de eerste rotzooi opruimt. Of je helpt de omstandigheden een (subtiel) handje zodat je held de gelegenheid krijgt weer op zijn benen te gaan staan. 

4. De comfortzone verlaten komt later 

Als je thema het uitgangspunt is om een conflict te bedenken, is het meestal zo dat het conflict begint zodra je personage uit de comfortzone wordt gehaald. Als je personage zelf de aanleiding voor het conflict is, moet je wat langer wachten met het uitdagen van je held. Als hij nog staat te trillen naast de scherven van oma’s oude, kostbare vaas, kan hij de grote uitdaging van de comfortzone verlaten nog niet aan.   

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online