Een goede romance schrijven? Schakel de hersens uit!

Romantische verhalen zijn er in overvloed. Ze worden vaak gezien als oppervlakkig. Op zijn minst zijn ze daar in ieder geval vatbaar voor. Hoe komt dat en wat kan jij als schrijver doen om wel een diepgaande romance te schrijven? Als je een goede romance wil schrijven, moet je de hersens uitschakelen en emoties de overhand geven. Het verwarrende is dat de stereotype kleffe romance precies het tegenovergestelde doet.

Verliefdheid: hersens op tilt

Verliefdheid ervaren is heerlijk. Maar om nou te zeggen dat je dan normaal functioneert… Je bent continu afgeleid door je dagdromen, je kan je eetlust kwijtraken en het cliché ‘liefde maakt blind’ blijkt waar. Niet alleen dat: je raakt een bepaalde objectiviteit kwijt. Als je makker drie dagen niks van zich laat horen, is er waarschijnlijk een goede reden voor. Doet je vlam dat, dan ben je waarschijnlijk gedumpt én voelt dat als het einde van de wereld. Alleen vanwege dat ene leuke gesprek of dat uitzonderlijk knappe koppie. Evolutionair gezien zijn onze hersenen geprogrammeerd om verliefdheid zo extreem te beleven: het voortbestaan van onze soort hangt ervan af. Je kan dus stellen dat je niet zozeer vlinders vóelt, maar dat je hersens tijdelijk op tilt slaan.

Neem dan liefde: die latere fase waarin je de schaduwkanten van de ander ook erkent, maar alsnog van diegene houdt en ook samen het nodige hebt doorgemaakt. Daarvoor moet je elkaar meerdere keren door dik en dun gesteund hebben, conflicten hebben doorgemaakt en opgelost. Allemaal momenten waar emoties bij komen kijken, in de onschuldige, alledaagse zin van het woord. Natuurlijk zal het bij een crisis wel wat heftiger zijn, maar het is niet meer de dag-en-nacht-tilt-modus van de hersenen tijdens een verliefdheid.

De kleffe romance: hersens op de voorgrond

Als Romeo maar knap is en als Julia in de slaapkamer zich maar de liefste en mooiste op de wereld voelt, dan is het een verhaal zoals dat * ahum* maar eens in de eeuw voorkomt. Dertien- in-een dozijn-romances beweren dat ze helemaal op het gevoel ingaan, maar in feite blijven de op hol geslagen hersens aan het roer. Kijk daarvoor niet verder dan het cliché misverstand. Gaat dit fout, dan schrijf je een kleffe romance, doe je het goed, dan schrijf je over liefde. Julia gaat naar de personagepsycholoog…
“Wat gebeurde daar nou, Julia?”
“Wat daar gebeurde?! Dat zal ik vertellen. Ik kwam terug van boodschappen doen en daar stond die gluiperd. Je had zijn blik moeten zien. Vol met empathie, ze had zijn volle aandacht en toen omhélsde hij haar. Wel twee seconden! Serieus, vuile…”
Diagnose: verliefde hersenen op tilt. Deze vrouw is hopeloos: ze is niet voor reden vatbaar en wil haar emoties niet daadwerkelijk voelen. Ze wil slechts ratelen.
“Oké Julia, ga maar weg. Ik heb cliënten die wél aan hun relatie willen werken en die mij als schrijver en mijn lezers wél serieus nemen…”

Echte liefde en een goede romance: stilstaan bij emoties

Als je het goed wil doen, dan moeten jij en Julia deze situatie heel anders benaderen. Niet opblazen en afraffelen, maar echt stilstaan bij wat er nu in het hoofd van de betrokkenen omgaat. Julia krijgt een herkansing in de psychologenpraktijk.

“Ik schrok omdat ik niet snapte wat er gebeurde. Ik herkende de vrouw ook niet meteen als mijn buurvrouw, dus daarom leek het alsof Romeo Jan en alleman omhelsde. Dat hij gewoon losbandig is.”
“Ben je vaak door anderen in de steek gelaten?”
“Nee. Maar ik voel mezelf niet altijd mooi. Soms ben ik wel eens bang dat Romeo me zó heeft ingeruild voor een vrouw die mooier is dan ik.”
“Dan geef ik je als huiswerk mee dat je dat met Romeo moet bespreken. En dan gaan wij een plan opstellen voor de komende maand hoe wij daaraan kunnen werken voor jou persoonlijk.”

Om dit te vertalen naar wat je in concreet als schrijver kan of moet doen:

  • Verdiep je in de personagebiografie van beide geliefden en kijk wat er relevant is voor de situatie. Raffel dat proces niet af. Je moet de diepte in gaan om dit goed tot zijn recht te laten komen,
  • Bedenk wat er aan conflicten spelen en kunnen spelen. Het zijn er waarschijnlijk meer dan een. Overweeg goed wat het centrale conflict wordt en wat het subplot.
  • Erachter komen welke kernemoties centraal staan
  • Niets overhaasten. Besteed er de nodige woorden aan. Je schrijft Julia niet voor niets meerdere sessies voor. Dit gaat even duren.
  • Je moet samen met Julia de emoties volledig doorvoelen. En dat kan pijn doen. Voor Romeo en Julia, maar zeker ook voor jou als schrijver of voor je lezer. Rauw schrijven is hier nodig, ook al is dat niet leuk.
  • Dit probleem niet behandelen als een probleem dat ‘gewoon’ moet worden opgelost als onderdeel van een plotontwikkeling, zoals het cliché van het doodzieke kind wel doet.
  • Julia’s sessies niet overromantiseren als middel dat het perfecte stelletje dichter bij elkaar brengt.

Schrijven over liefde en emotie

Julia’s behandelplan is een flinke lijst. Maar dat is wel wat het zo moeilijk maakt om een écht mooie en unieke romance te schrijven. Niet alleen is het veel om over na te denken en om uit te werken. Het kan voor een schrijver ook behoorlijk moeilijk zijn omdat je via of samen met Julia veel over emoties na moet denken en die goed onder woorden moet brengen, wil je daadwerkelijk over echte liefde schrijven. En jezelf missschien ook wel de nodige spiegels voorhouden. De stereotype kleffe romances nemen daar de tijd niet voor, of hebben het lef niet.

Liefde, niet romance, is wel zo groot, allesomvattend, eng, belangrijk, krachtig en veelzeggend dat het onze pet soms te boven kan gaan. Daarom wordt het schrijven daarover erg lastig. Romance is dan de ‘korte, makkelijke weg’ om daar alsnog enigszins over te kunnen schrijven. Zonder je spreekwoordelijke teen te hoeven stoten. Gewoon lekker zwijmelen. Dus dan wordt het credo: hersens uit, of ze juist compleet op tilt laten slaan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kelly Sikkema verkregen via Unsplash.


Zo maak je een cliché origineel: de alcoholistische vader

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de alcoholistische vader.

Het cliché

Je personage heeft een alcoholistische vader en daar komen wat serieuze gevolgen uit voort. Het is nu in een pleeggezin opgegroeid, heeft zelf ook een alcoholprobleem, of is nog getraumatiseerd van de vele manieren van mishandelen. En daardoor heeft je personage nu nog iets te verwerken. Meestal vormt dat een heel groot deel van de groei die moet plaatsvinden en is dat ook het grootste obstakel waar het nodige vallen en opstaan bij komt kijken.

Waarom stoort dit zo?

De alcoholistische vader stoort pas als het zo zwart-wit wordt uitgewerkt zoals het in deze alinea hierboven geschreven staat. En het probleem is dat dat vaak ook gebeurt.
“Mijn personage heeft het moeilijk, dit trauma heeft hem gevormd en dat moet de lezer maar geloven.” Vooral dat laatste woord is in deze context belangrijk. Deze trope wordt pas het oppervlakkige cliché als je het zodanig snel of eenvoudig uitwerkt, dat je het bij de mededeling daarvan houdt en niet het lef of de woorden ervoor neemt om duidelijk te maken waarom een alcoholistische vader een serieus probleem is. Het mag niet overkomen alsof je maar een lastig conflict voor je personage moest verzinnen.

De aanloop naar het cliché

De alcoholistische vader vergt lef om over te schrijven. Wil je niet met de clichéversie eindigen, dan moet je stil durven staan bij hoe dat trauma je personage langzaam maar zeker op meerdere manieren heeft gevormd. En vervolgens moet je ook uitleggen waarom dat het personage zo heeft aangegrepen dat het is zoals het nu is. Meerdere scènes besteden aan ongemakkelijke momenten mag je dan niet schuwen.
Houd daarbij de volgende anekdote in het achterhoofd: twee tweelingbroers hadden een alcoholistische vader. Een broer gaat zijn vader achterna de goot in, de ander wordt juist een zeer succesvol man. Op een dag vraagt een journalist hoe ze op dit punt in het leven zijn belandt. Beide tweelingbroers antwoorden: “Wat wil je, met zo’n vader?” De ene broer kopieert zijn vader, waar de ander er juist alles aan doet om dat te voorkomen. En ze hebben exact dezelfde familieomstandigheden en leeftijd. Anders gezegd: wat maakt dat juist jouw personage doet en ervaart wat het ervaart?

Het cliché fiksen: onderzoeken als toverwoord

Dit cliché is te verhelpen door goed en veel onderzoek te doen. Naar de beleving van je personage, maar ook naar wat alcohol met mensen en het menselijk lichaam doet en wat zoal ervaringen zijn van vrienden en familie die het van dichtbij mee meemaken.
Of deze vader nu een alcoholist was of een drugsverslaafde, lijkt soms in schrijversland een detail. “Als er maar een moeilijke jeugd is geweest.”  Maar het verschil in hoe een drugsverslaving verschilt van een alcoholverslaving en een goede uitwerking daarvan kan het verschil maken tussen een cliché en een echt aangrijpend verhaal.

Nu jij!

Schrijf een scène waarin je personage dat is getraumatiseerd door diens alcoholistische vader terugblikt op hoe dat zo ver heeft kunnen komen. Dat kan met een dialoog, een flashback, welke vorm dan ook. Als het maar persoonlijk en aangrijpend leest. Daarvoor mag je de comments gebruiken.

Tips voor het vermijden van het cliché

  • Bedenk allereerst eens of het wel nodig is dat je lezer weet waarom je personage soms teruggetrokken is, bang om contact te maken, wat het traumagevolg dan ook is. Een serieus probleem niet fatsoenlijk uitwerken is altijd erger dan iets niet uitwerken of melden.
  • Of deze vader nu drugs-gok-of-alcoholverslaafd is: zorg dat je een reden hebt voor je keuze. Dan kan je er ook je verhaalthema en symboliek mee verdiepen.

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Bermix Studio verkregen via Unsplash.

Wedstrijduitslag ‘Genremixer’

Het bleek geen makkelijke klus om een verhaal te schrijven waarin meerdere genres ongeveer evenveel aan bod komen. Maar toch heeft ruim een dozijn dappere schrijvers de pen opgepakt. Uiteindelijk heeft ‘De identiteitskaart’ van Mehmet Küçükaycan de wedstrijd gewonnen. Hij krijgt een leesrapport voor dit verhaal toegestuurd. Gefeliciteerd, Mehmet!
Geniet van zijn verhaal waar spanning, verraad en liefde elkaar prachtig afwisselen in een relatief korte tekst.

De identiteitskaart door Mehmet Küçükaycan

1.
Tijdens de oorlog leefden we in de vreze des Heeren, omdat in een krankzinnige tijd louter de
medemens werkelijk wordt gevreesd.
Op een vrieskoude nacht had ik weer een opdracht. Het was routine, iets wat ik al een aantal keer
had uitgevoerd. Tot dan toe had ik bij een nachtelijke expeditie nooit problemen gehad. Maar die
nacht verliep het toch anders.
Ik diende een onderduiker van het ene adres naar het andere te begeleiden. Het was een ijzige
nacht zonder maneschijn en zonder wolken. In het uitspansel boven ons lichtten de sterren
ongeïnteresseerd alsof we in een ander universum leefden. Zowel de man die ik begeleidde als ik
zwegen, omdat er niets te bespreken viel. In oorlog is stilte soms het beste. Hij was een man van
middelbare leeftijd. Zijn achtergrond kende ik niet, maar dat deed er niet toe. Hij droeg een
duffelcoat en op zijn rechte rug kleefde een kleine leren zak met daarin zijn spullen. Alleen de
sneeuw onder onze schoenen maakte geluid waardoor de stemming van de natuur nog meer
ontstemd werd dan het al was.
Eigenlijk ben ik een vrij angstige persoon, toch deed ik dit werk. Het was een paradox. Voor ik op
missie vertrok moest ik altijd een aantal keer naar het toilet gaan, omdat mijn darmen
schreeuwden om geledigd te worden. Elke keer zwoer ik bij mijzelf om niet meer dit gevaarlijke job
op me te nemen, toch bleef ik het doen. Iets weerhield mij om ermee te stoppen. Was het
verantwoordelijkheid, schuldgevoel of iets anders? Ik wist het niet.
Voor een onbekende zou deze nachtelijke tocht die ik nu met de man bewandelde slecht of zelfs
dodelijk kunnen aflopen. Gelukkig kende ik deze mismoedige inktzwarte weilanden waar ik als
kind jaren geleden zoveel had gespeeld. Die tijd leek zo onwezenlijk ver, alsof ik het zelf niet
geleefd had. Een ding had ik uit die tijd geleerd, dat je beter zo min mogelijk boos moest zijn,
want later zouden er veel redenen zijn om kwaad te worden.
Bij het adres aangekomen namen we zwijgzaam afscheid van elkaar door met onze handen te
schudden. Ondanks de kou had hij geen handschoenen aan. Ik liep meteen door, omdat ik snel in
mijn eigen vertrouwde bed wilde slapen.
Terug in het stadje voelde ik honger en meer slaap dan bij het afscheid van zojuist. Mijn focus
leek verdwenen, ik begon door de straatjes te waggelen.

2.
De mannenstemmen doorkliefden de duistere schijnrust. Mijn slaap was meteen weg. Een
patrouille die ik tot mijn verbazing niet eerder had opgemerkt naderde gestaag. In een reflex
sprong ik over een heggetje een tuin in. Drie militairen naderden de plek waar ik was. Ik probeerde
niet te ademen om geen wolkjes uit mijn bevroren mond te vormen. Mijn bloed werd naar mijn
hoofd en benen gestuwd. Zonder dat ik het zag aankomen werd een koude loop van een wapen
tegen mijn hoofd gezet.
‘Sta op’, zei de man met het wapen nors.
Ik stond verbijsterd op met mijn handen omhoog. Mijn borstkas stond op ontploffen door het
geraas van mijn hart. Het werd me even zwart voor ogen door het te snel opstaan. Ik kon even niet
duiden wat onder of boven was.
‘Wat doe je hier, flapdrol?’
De commandant spuugde een sigarettenpeukje op de besneeuwde grond. Ik had veel scenario’s in
mijn hoofd afgespeeld, maar dat ik in een domme tuin opgepakt zou worden had ik niet kunnen
voorspellen. Ik staarde vlug naar het huisje waar de tuin bij behoorde.
‘Ik woon hier’, floepte ik eruit.
De commandant vroeg naar mijn identiteitskaart die hij argwanend bestuurde.
‘Woon je hier? Met wie?’ vroeg de commandant.
‘Met mijn partner. We hadden ruzie, daarom wacht ik in de tuin totdat alles is afgekoeld,’
raaskalde ik.
De drie mannen lachten om de echtelijke ruzie en de verrassende wending van hun nacht.
‘Ondanks de avondklok zit je hier? In de kou.’
Ik lachte schaapachtig mee.
‘Goed, laten we dan je beminnelijke eega even verzoeken om je weer binnen te laten. Mannen
onder elkaar moeten elkaar helpen.’
Ik begreep niet of de commandant het sarcastisch bedoelde of niet. Hij klopte hard met zijn wapen
op de deur alsof hij de voordeur wilde breken. Gespannen staarde ik naar de deur die dicht bleef.
De drie mannen keken me vragend aan. De commandant klopte nu nog harder en riep: ‘Open
doen, anders breken we de deur open!’
Eindelijk hoorde ik een grendel van het slot afgaan. Een bleke jongeman in kousenvoeten opende
de deur en keek ons bedremmeld aan alsof we de duivel zelve waren.
‘Wie is deze man?’ vroeg de commandant meteen aan de jongeman, gemelijk naar mij wijzend.
De jongeman staarde me kortstondig aan en zei zacht: ‘Mijn geliefde.’
De drie mannen stonden verbaasd naar hem en mij te kijken.
‘Zijn jullie homo?’
Voordat zij wisten wat er gebeurde stapte ik naar de jongeman en omhelsde hem. Terwijl ik zijn
zure geur rook fluisterde ik in zijn oor mijn schuilnaam die op mijn valse identiteitskaart stond.
‘Hé, elkaar niet aanraken!’ riep de commandant en sloeg met zijn wapen op mijn hoofd.
Ik kromp ineen, maar werd meteen door de commandant omhoog getrokken.
‘Hoe heet hij?’ vroeg hij kwaad aan de jongeman die mij bleef aanstaren.
Er lag zoveel ontzetting op zijn gezicht dat mijn doodsangst ruimte begon te maken voor schaamte.
Iedereen wachtte op zijn antwoord dat een eeuwigheid duurde. Hij noemde voorzichtig de naam
die ik hem in zijn oren had gefluisterd.
‘Goed gehoord’, zei de commandant luid en traag. ‘Denken jullie nou echt dat ik doofstom ben, dat
ik een sukkeltje ben dat dat gefluister niet heeft gehoord? Willen jullie me daadwerkelijk
besodemieteren? Ik geloof er niks van dat jullie geliefden zijn. Wat moet ik nu met jullie doen?
Meteen executeren?’
Met zijn vijven zwegen we als bij een graf. De commandant bekeek nog eens mijn valse
identiteitskaart en spuugde een rochel bij mijn schoenen. Hij stopte de kaart in zijn broekzak.
‘Het kan me geen lor schelen wat jullie hier aan het bekokstoven zijn’, zei de commandant na een
ijzige stilte. ‘Kijk, ik ben geen proleet. Jullie hebben vandaag geluk, denk ik, ik laat jullie gaan.
Weet jullie waarom? Omdat op jouw valse vervloekte identiteitskaart de geboortedag van mijn
overleden zoon staat en zijn voornaam die ik hem bij zijn geboorte heb gegeven.’
De twee soldaten kuchten tegelijk en leken iets te willen zeggen, maar ze besloten wijselijk te
zwijgen. Het gezicht van de commandant leek veranderd toen hij de laatste zin uitsprak,
mismoediger of zelfs menselijker.
De drie mannen verdwenen in het donker. In de verte leken ze nog te discussiëren, maar
misschien vergiste ik mij. De jongeman wenkte me naar binnen.

Afbeelding Global Residence Index verkregen via Unsplash.

Zo worden emotionele beslissingen spannende plottwists

Mensen en personages verschillen soms niet eens zo veel van elkaar. Bijvoorbeeld als ze denken dat ze heel rationeel zijn en altijd de meest doordachte oplossingen nemen. Dat is misschien zo, tot het moment waarop er iets gebeurt waar de emotie de overhand krijgt. Je kan dit in je voordeel gebruiken om een plottwist in gang te zetten of om een subplot extra kleur te geven.

‘Dat zou mij nooit gebeuren…’

We zijn er allemaal wel eens schuldig aan geweest. Er overkomt iemand iets naars als gevolg van een onhandige zet of vreemde gedachtengang. Dat was óns nooit overkomen. “Je had kunnen weten dat ze niet verliefd op je was. Ze wilde verkering zodra ze hoorde van de status van je bankrekening…”
Om dan zelfs vervolgens voor een leuke verschijning te vallen die je niet veel later in de steek laat.
“Dat had je kunnen weten,” aldus je eerdere gesprekspartner. “Had je niet gehoord dat jouw lieveling door meerdere mensen zo genoemd wordt? Dat was míj nooit overkomen…”

Emotionele betrokkenheid als boosdoener

In zekere zin heb je gelijk als je van een afstandje denkt dat bepaalde ‘domme dingen’ jou niet zouden overkomen. Zeker niet als je van jezelf al wat meer rationeel bent ingesteld. Maar de mens is nog altijd een emotioneel en sociaal wezen. Zodra je ergens dichter of emotioneel bij betrokken raakt, is het makkelijker om te bedenken dat alleen anderen iets naars overkomt. Want ‘dit voélt zo goed’. Of: we hebben het hier over iemand die tijd in mij geïnvesteerd heeft. En dan leer je elkaar kennen. En mensen die je kent, bedonder je niet. Zo kan emotionele betrokkenheid een boosdoener worden.
Anders gezegd, in iets meer ‘creatieve schrijverstaal’: zodra je empathie voor de situatie weet op te roepen is het voor zowel lezer als personage moeilijker om objectief naar een verhaallijn te kijken. Die zijn nu persoonlijk betrokken bij het verhaal. Dat kan je in je voordeel gebruiken.

Emotioneel betrokken personages

Je kan je verhaal spannender of diepgaander maken als je personages op een soortgelijke manier emotioneel betrokken maakt bij wat hen overkomt. Zeker als jij als schrijver je personage goed kent, is het een goede methode om zowel de spanningsboog als het plot nog meer te verrijken. De belangrijkste dingen om daarvoor te weten, zijn de zaken waar je personage het meest om geeft. Denk aan dingen als:

  • Een wens die in vervulling kan gaan
  • Het welzijn van geliefden
  • Een project waar je personage nauw bij betrokken is
  • Een angst die uit kan komen

Een belangrijk punt hierbij is dat je personage het gevoel moet hebben dat het daar een zekere grip op kan hebben, of de uitkomst daarvan kan sturen. Dat zijn dan dingen als:

  • Als ik hard genoeg train, kan ik sportkampioen worden
  • Ik kan mijn kinderen gelukkig maken door een leuk verjaardagsfeestje voor ze te organiseren
  • Als ik genoeg flyers uitdeel, dan wordt dit project bekend bij het grote publiek
  • Als ik maar hard genoeg werk, ziet niemand dat ik me een mislukkeling voel

Je kan een nieuw subplot in het leven roepen door je personage precies daar te raken waar het pijn doet. Waar het ene personage volledig rustig blijft als het deze maand rood staat, is dat voor het andere reden om alle objectiviteit te verliezen. Kijk dus eerst goed in de personagebiografie wat dat pijnpunt precies is. Als een heel subplot erop moet leunen, kies dan voor het element dat er het meest uitspringt.

Personage in paniek!

Je zet als schrijver iets in gang wat je personage absoluut niet wil. Het hoeft niet per se de grootste angst te zijn, maar het moet wel iets zijn waar je personage absoluut van af wil. En wel nu meteen. Die behoefte aan onmiddellijke actie zet je personage aan tot soms ronduit domme dingen. Wordt mijn kind gepest? Dan ga ik naar de moeder van de pestkop om te zeggen dat haar rotkind in de stront kan zakken. Dat is natuurlijk niet de manier om iets op te lossen, maar als de emotie het overneemt, zijn we niet altijd zo slim meer…

Zo is het relatief makkelijk om van kwaad tot erger te gaan, als dat nodig is voor het plot. Waak er wel voor dat je het niet groter maakt dan het hoeft te zijn. Deze eerdergenoemde moeder zo laten doordraaien dat ze doodsbedreigingen overweegt is geen goed plan. Houd het verschil tussen wat je personage en je plot willen of zouden willen goed in de gaten.

Als je op deze manier je personage gaat pesten, kijk dan eens goed wat die eerste, soms banale reacties zijn. Schrijf ze desnoods op in je opschrijfboekje. Hier kan je leren, of als opfrisser weer zien wat de leermomenten, grootste angsten en de mogelijke groeiprocessen van je personage zijn. Met andere woorden: hier kan je een conflict in gang zetten dat bij je personage past. En omdat het een subplot betreft, kan je zo de laatste loodjes van een levensles nog even belichten. Denk bijvoorbeeld aan het derde obstakel. Of licht in het eerste obstakel al een tipje van de sluier op wat jouw personage later in het verhaal laat panikeren.

Wie staat erbij en kijkt ernaar?

In een staat van paniek en gedachten van: alles behalve dat! Zal je personage alles en iedereen om hulp gaan vragen. Misschien zelfs wel de ergste vijand. Zo kan je dit subplot ook gebruiken om vriendschappen te verstevigen, vijandschappen (verder) aan te wakkeren. Ook kan je dit moment gebruiken om überhaupt de stand van zaken van een relatie op te maken. Wat kunnen of willen omstanders doen in tijden van paniek bij dit personage. Je leert in tijden van nood wie je vrienden zijn. Zijn er gedurende je verhaal al wat dingen gebeurd waar de lezer en of je personage niet helemaal de vinger op kan leggen? Dan kan dit subplot helpen om dingen duidelijk te maken. Als jij als medestander iets makkelijk op kan lossen vanwege een bepaalde emotionele afstand, maar dat niet doet…

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo maak je een cliché origineel: onnodige nadruk

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: onnodige nadruk.

Het cliché

De laatste jaren schrijven steeds meer mensen met zeer korte zinnen zonder werkwoord of onderwerp erin. Een paar van deze zinnen volgen elkaar op. Dan krijg je een bepaald bedoelde spanning: Deur dicht. Hij gaat zitten. Zucht diep. Kijkt haar aan.
Dat wat in deze korte zinnen nadruk moet krijgen, krijgt de aandacht met behulp van grammaticaal onvolledige zinnen of door punten, hoofdletters of uitroeptekens toe te voegen.

Waarom stoort dit zo?

De bedoeling van deze schrijfstijl is dat je bij ieder moment stilstaat om spanning op te roepen. Dat eerste deel slaagt, het tweede niet. In plaats van dat het verhaal op het scherpst van de snede komt te staan, gaat de vaart juist weg. Deze telegramstijl zorgt er inderdáád voor dat je zin voor zin leest, maar wel ten koste van de innerlijke film van het verhaal die in het hoofd hoort te draaien. De lezer blijft eerder de zinnen voor zich zien dan het beeld dat je probeert op te roepen.

De aanloop naar het cliché

Dit cliché ontstaat als je denkt geen aanloop nodig te hebben, terwijl het tegendeel waar is. Stel dat je over een ruzie schrijft waaraan je wil laten merken dat het echt foute boel is, niet zomaar een woordenwisseling. Dan begrijpt iedereen dat het spannend is. De nadruk wordt dan als sfeermaker gebruikt.
Het vervelende van lezers -of van mensen-  is dat ze niet zo meevoelend zijn als we graag geloven. Bij slecht nieuws of een akelige gebeurtenis leven we niet automatisch intens met een ander mee, alleen omdat dat opgeschreven staat.  
Denk aan een overlijdensadvertentie: je schrikt misschien even als een anoniem persoon jong is gestorven, maar vervolgens lees je de krant toch weer gewoon verder.
Om echt mee te leven moet je iemand – persoon of personage-  eerst goed kennen. Vaak slaat deze schrijfstijl die stap over. En zelfs als die dat niet doet, werkt extreme nadruk alsnog niet zo goed.

Goede nadruk leggen: het cliché fiksen

Als een zin een nadruk moet krijgen, krijg je lezer die alleen mee als die vooraf al genoeg met je personages meeleeft en weet hoe diens beleefwereld eruit ziet. Dat gewicht wat je het mee wil geven, is veel te groot voor een enkel leesteken als een punt of een hoofdletter om te kunnen dragen. Daar is meer tijd voor nodig. Om de zwaarte, spanning, angst… van je personage echt te kunnen voelen, moet je juist meerdere zinnen, zo niet zelfs alinea’s of pagina’s besteden aan sfeeromschrijvingen of hoe sterk de emoties aanvoelen. Werkwoorden en onderwerpen in een zin zijn daarvoor juist sterke woorden  om te benadrukken wie het voelt, hoe dat voelt, hoe dat precies gedaan wordt…
Vergelijk eens: ‘De handen op schoot.’ met ‘De handen lagen gevouwen op schoot’ of juist: ‘De handen trilden op schoot.’

Oftewel: zorg ervoor dat je lezer mee kan voelen, in plaats van een afstandje naar het voorval kijkt en de intensiteit van de scène zelf maar moet bepalen, zo niet gokken.

Nu jij!

Schrijf een scène waarin er net een zware beslissing is genomen en de personages even bij moeten komen. Laat die spanning en emotie die nu in de lucht hangt goed naar voren komen met grammaticaal volledige zinnen en voldoende sfeer- en emotie omschrijven die  (volledig) uitgeschreven diepgang niet schuwen. Je kan je scène plaatsen in de comments.

Tips voor het vermijden van het cliché

  • Scène- of plotopbouw bestaat niet voor niets. Maak gerust wat meer woorden vrij voor een belangrijk moment.
  • Spanning wordt groter als je er niet aan kan ontsnappen en je langer in dat moment blijft. Lees: als het langer duurt voordat je de woorden hebt gelezen waarmee die spanning beschreven wordt.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Patrick Fore verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: zo test je wat je echt wil schrijven

We kennen allemaal het idee dat je iets van je af wil schrijven of delen met een autobiografie. Maar ook als je fictie schrijft, is er iets dat je aanzet om te schrijven. Van interesse in een bepaalde geschiedenis tot een nieuwsgierigheid naar hoe iets in elkaar zit of tot stand komt en nog talloze zaken daartussenin. Je kan een verhaal nog voor je er echt mee begint al beter maken door te kijken naar wat je echt wil schrijven. Dan kan je afstemmen hoe je het beste met schrijven kan beginnen om jouw eigen nieuwsgierigheid en creativiteit helemaal tot zijn recht te laten komen.

Creatief schrijven is altijd geweldig! Toch?

Als je deze blog leest, reken ik erop dat je van schrijven houdt. Dus ja, ‘ik houd van schrijven’ is een van jouw redenen om dat ook te doen. Maar daar kom je niet al te ver mee. Want zo kan ik je ook achter een bureau zetten om zakelijke brieven uit te tikken. Of, als we het binnen het creatief schrijven blijven, je een roman laten schrijven over de Romeinse tijd, terwijl jij al in slaap valt zodra je ook maar een stap in een geschiedenislokaal zet.

Schrijven is dus leuk, maar creatief schrijven heet niet voor niets zo. Je wil met het schrijven van verhalen een bepaalde creativiteit kwijt, of zelf een heel nieuw verhaal of nieuwe wereld creëren. Maar ook dan kan de vergelijking met het slaapverwekkende geschiedenislokaal nog op gaan. Waar de ene verhalenschrijver enthousiast wordt van het idee een personage van voor tot achter te gaan ontwerpen, wil de ander dat juist liever zo lang mogelijk uitstellen om eerst een compleet fantastische wereld te gaan bedenken, met alle worldbuilding die daarbij hoort.

Wat prikkelt je echt om te gaan schrijven?

Wil je een vliegende start met je verhaal maken, dan moet je dus gaan kijken naar welk aspect van het creatief schrijven je nieuwsgierigheid heeft opgewekt. Wat is dat element dat zegt: ja, dáár wil ik over schrijven? Dat al ‘schrijversflow!’ lijkt te schreeuwen voor de tekstverwerker goed en wel is geopend?

Deze elementen zijn concreet genoeg voor eerste idee om een verhaal mee te starten

  • Een personage met een heldenreis
  • een verhaalthema
  • een moraal of levensmotto
  • een herinnering
  • een gevoel en de bijbehorende ‘sfeeromschrijvingen‘ van een bepaald moment
  • een titel (Lees: een simpel idee wat meteen explodeert in een mindmap vol ideeën)

Op hun eigen manier zijn deze elementen allemaal concreet. Maar een complete heldenreis is toch wel wat anders dan een ‘mooi gevoel’dat smeekt om vertaald te worden naar een verhaal’.

Mate van abstractie bepalen

Om goed en duidelijk te kunnen schrijven over dat element wat jou ertoe aanzet om te gaan schrijven, is het handig om eerst te kijken hoe abstract jouw startpunt eigenlijk is. Daarmee wordt je belangrijkste start- en aandachtspunt ook duidelijk.
Relatief duidelijke startpunten zijn thema’s en motto’s
nog redelijk abstracte elementen is een personage met een heldenreis
zeer abstracte elementen zijn: herinneringen, gevoelens en titels

Het volgende schema helpt om wat meer duidelijkheid in al dat abstracte te krijgen voor een goede start

element maak dit eerst duidelijk waaromvalkuil wat is er zoal te ontdekken
personagewat de ultieme leerschool is van de heldenreiseen aantal van de belangrijkste beats in een heldenreis zoals de comfortzone, crisis en de wrap-up zijn meteen duidelijk een oppervlakkige invulling van de heldenreis. Voorkom dit door ook de zwakheden van je held meteen op te schrijvenhoe iemand – in dit geval je held- met een veranderende situatie omgaat. Wat de mogelijkheden zijn om met die situatie om te gaan
themawat de twee kanten van dezelfde medaille van dit thema zijneen verhaalthma blijft erg aan de oppervlakte als je dat maar vanaf een kant belichtaan de oppervlakte blijven met een thema: je kan dit realtief makkelijk voorkomen door breder over een thema na te denkenwaarom mensen anders over hetzelfde thema denken en hoe dat (anders) denken tot stand komt
motto of moraalwat jouw persoonlijke invulling of overtuiging bij dit motto isals je een les mee wil geven, moet die overtuigend zijneen onderwerp van te veel kanten belichtenwat dit moraal kan opleveren of wat er mist als dat niet wordt nageleefd
herinneringwat je persoonlijke waarheid is rondom deze herinneringtijd en persoonlijke emoties kunnen herinneringen verkleuren. Verander je daar steeds opnieuw mee, zonder vast ankerpunt, dan wordt het verhaal rommeligte weinig achtergrond van het verhaal rondom de herinnering of de personagebiografie meegeven. Empathie is niet zomaar verdiend!Hoe een personagebiografie of een butterfly-effect vorm krijgen
gevoelwat je zintuiglijke ervaringen zijngevoelens omschrijven kan erg abstract overkomen als belevingerop rekenen dat iedereen eenzelfde (emotionele) beleving heeft in een soortgelijke situatiede rijkheid van diverse emoties
titelwat in een zin je ‘hoofdidee’ iste snel doorgaan met brainstormen zorgt voor een rommelig beginsubplots gaan uitwerken voor de rode draad goed en wel stevig staateen compleet verhaal 😉

Kijk eens naar jouw inspiratie-element en de bijbehorende factoren. Schrijf nu concreet op wat jou inspiratie is geweest, bijvoorbeeld ‘die mooie zonsondergang op vakantie.’ Met een korte scène van ongeveer 200 à 300 woorden kan je de proef op de som nemen. Neem de aandachtspunten uit de tabel mee en zet de zonsondergang centraal in de scène. Hoewel de scène ietsje langer is dan de gemiddelde achterflaptekst, zou die genoeg inspiatie en houvast noemen geven om te weten waar je over gaat schrijven, maar vooral ook waar je over wil schrijven op een zodanige manier dat de lezer die intentie van het begin af aan meekrijgt en je verhaal er altijd een stevige basis van blijft houden.

Nu weet je wat je echt heeft aangezet om te willen schrijven. Onthoud dat gedurende je schrijfproces, dan houd je de inspiratie en motivatie makkelijker vast. Laat het me weten als ik een van deze elementen in een andere blogpost meer aandacht moet geven voor een goede start!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Art Lasovsky verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: te grote powerfantasy

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: te grote powerfantasy.

Het cliché: net iets te goed

Powerfantasy is datgene waar je held goed in is om de heldenrol op te kunnen eisen. Een te grote powerfantasy draaft daarin door. Denk daarbij aan: een raketgeleerde die goed moet zijn in wiskunde heeft daar een buitengewoon talent voor.  Dat is nodig. Maar zodra je gaat schrijven over deze geleerde die in week een nieuwe formule bedenkt waarbij er in een klap een wereldprobleem wordt opgelost, dan wordt het een cliché. Held is niet langer iemand die iets of iemand kan redden. Drie totaal andere problemen worden ook meteen opgelost. Zijn superkracht wordt te veel van het goede.

Waarom stoort dit zo?

Een held moet herkenbaar voelen voor een lezer. Daarvoor hoeven held en lezer niet per se op elkaar te lijken. Een bankier kan gerust lezen over een boer. Zolang Held maar iets menselijks heeft. En een superheld met oneindig veel kracht, kennis en kunde raakt dat menselijke aspect kwijt. Vergis je niet: een te hoge powerfantasy is niet alleen mogelijk in fantasy-of actieverhalen. Zelfs in alledaagse zijn er helden die het allemaal net iets te goed doen of weten.

Voorbeeldscène

Mary Sue is een perfect voorbeeld van een personage met teveel powerfantasy. Je kan allerlei aspecten van haar bedenken die te veel van het goede zijn. In dit artikel is zorgzaamheid haar powerfantasy.  

Mary Sues vriendin zit in de problemen. Haar peuter is ziek en niemand kan het kind halen. Daar is onze heldin! Ze haalt het kind van de opvang en komt in het huis van haar vriendin. Dan ziet ze dat de koelkast leeg is en dat de arme vriendin door het ziekenhuisbezoek van gisteren niet heeft kunnen poetsen.
Als Vriendin thuiskomt is de koelkast gevuld, ligt het kind voorgelezen en gedoucht te slapen met een kruikje, is de vloer gedweild, staat er een vers vaasje bloemen op tafel en is de wc schoongemaakt.
“Wat lief, Mary Sue! En dat in een uur tijd. Ben je niet doodop?”
“Ik word nooit moe van mensen helpen, daar krijg ik energie van!”

Vast… Als een gewone sterveling dit al voor elkaar zou krijgen, ligt die hierna volledig uitgeblust op de bank of is die op zijn minst moe van het sjouwen.

Zo kan je het cliché fiksen

Powerfantasy schrijven is altijd een beetje zoeken. Je held móet ergens net iets beter in zijn dan de rest. Soms mag dat zelfs een – hetzij klein- loopje met realisme nemen. Je schrift fictie en je held moet ergens in uitblinken. Maar ook in verhalen ga je een keer een stapje te ver. Om je overdreven capabele personage alsnog af te remmen of realistisch te maken, kan je het volgende doen:

  • Geef een kijkje in de gedachten van dit personage. Laat zien dat de monsterklus  geklaard wordt, maar wel ten koste van paniek, een flinke vloekuitbarsting of iets anders vervelends. Schrijf dat interne gevloek maar uit!
  • Je personage kan in plaats van anderen tien stappen voor zijn, ook vier stappen voor zijn. Dan is die nog steeds de held, maar behoudt die ook iets menselijks.

Nu jij!

Herschrijf de voorbeeldscène en zoek een evenwicht tussen iets wat deze Sue als ‘powervrouw’ moet kunnen, zonder dat ze een onrealistische superheldin wordt. Gebruik daarvoor de reacties.

Gebruik je dit cliché? Denk dan hieraan

  • Bedenk hoe een specifieke powerfantasy eigenschap al dan niet in je plot of verhaalthema past. Is het echt nodig om je personage zo uit te laten blinken?
  • Powerfantasy is al snel overdreven als je held die al heeft in het begin van een verhaal. Laat die talenten liever pas in het midden van het verhaal tot bloei komen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Vicky Sim verkregen via Unsplash.

Schrijf een onverwacht bonusplot met de onbetrokken held

De meeste helden in een verhaal zijn heldhaftig en behulpzaam omdat ze dapper zijn en een goed hart hebben. Of het nu gaat om helpen met huiswerk of iemand uit een brandend gebouw redden, de held doet dat gewoon. Want het gaat nu eenmaal om diens kind, beste vriend, of het hoort bij het werk als brandweerkracht. Dat maakt het des te interessanter om eens te kijken naar wat een held doet als er niet direct eigenbelangen of geliefden bij betrokken zijn.

Wat zet aan tot een heldendaad?

In fictie is een heldendaad – hoe groot of klein ook- een vereiste voor een hoofdpersonage. Tegelijkertijd zal deze held daar enigszins aarzelend tegenover staan. Want iets heldhaftigs doen betekent ook de comfortzone verlaten. En hoe zelfverzekerd of sterk je ook bent, dat doe je liever niet dan wel. Dus dan is het fijn om te weten waar je het voor doet. Voor volk en vaderland, om een persoonlijk moraal hoog te houden, uit liefde voor een ander… Op die manier kan je stellen dat je held nooit volledig onzelfzuchtig is. Niet meteen super egoïstisch, maar om nou iets te doen zonder dat je er zelf op wat voor manier dan ook niets voor terugkrijgt, al is het maar een goed gevoel… Niemand is zo’n schijnheilige engel.
Het is ontzettend belangrijk om te weten waarom je held heldendaden verricht. Het laat de lezer duidelijk of tussen de regels door merken wat maakt wie de held is. Doet die zomaar wat, dan vliegt je plot alle kanten op, of krijgt je held de diepgang van een petrischaaltje; er is dan zo goed als geen personagebiografie.

‘Ik doe het voor iets of iemand’

Helden gaan vaak de uitdaging aan als iemand – of iets- bij wie of wat ze betrokken zijn er beter of slechter van kan worden. Romeo springt in de bres voor Julia en de gemene baas van een groot bedrijf blaft iedereen af zodat de jaarwinst maar omhoog kan gaan. Dat is niet traditioneel heldhalftig te noemen. Maar bleef Baas in zijn comfortzone en bij zijn bekende klant, dan had hij deze grote kans niet gekregen. In de narratieve zin is deze afblaffer dus wel een held. Geef ze een reden of een belofte waarbij ze denken dat zij er zelf beter van worden en helden zijn bereid om in actie te komen. Maar daarvoor moeten helden dus wel betrokken zijn. Je hebt een interessante held en ook een interessant subplot als je held slechts via via van de heldendaad of de situatie zal profiteren.

Casus: de fietshandelaar

Cas gaat voor het goede doel een fietstocht maken, omdat een familielid eerder aan kanker is gestorven. Vrienden en familie hebben al wat geld beloofd, maar nu gaat Cas ook het dorp in om nog meer sponsoren te werven. De plaatselijke fietshandelaar, Fred belooft een relatief aardig bedrag als Cas een shirtje wil aantrekken van de fietsenzaak tijdens de fietstocht. Hij heeft nooit een geliefde verloren aan kanker en kent Cas niet persoonlijk. Sterker nog: stiekem is dit een laatste poging van Fred om zijn zaak te redden. Verlies aan het eind van de maand is eerder regel dan uitzondering en Fred is ten einde raad. Misschien dat deze reclame hem nog kan redden.

Als je er dan voor kiest om de fietstocht van Cas het hoofdplot te maken, maar Fred meer dan een figurant te maken, dan heb je er een heel interessant subplot. Fred zal ervoor gaan werken om ervoor te zorgen dat Cas – of zijn shirtje- goed gezien wordt. Maar nu weet de lezer dat hij dat niet om de klassieke onzelfzuchtige reden doet die bij de typische held hoort. Dus als Fred dan in het verhaal duidelijk meer is dan alleen een ‘zelfzuchtige’ sponsor. Maar wat is hij dan wel, als hij een grotere rol heeft in het verhaal? Is er misschien nog een andere reden dan het voordehand liggende ‘ik wil mijn zaak niet kwijtraken’ dat Fred bang en wanhopig is? Is het verliezen van controle voor hem misschien wel enger dan het vooruitzicht zijn winkel op te moeten geven? En wat als Cas met datzelfde probleem heeft, maar dan in een andere vorm? Hij was altijd al het oogappeltje van de familie, en dus houdt hij zichzelf lief en hardwerkend voor, zodat hij die status en controle kan behouden.

Lekker duister. Zo extreem hoeft het niet te worden, maar zo heb je wel twee verhaallijnen waarbij je lezer iets uit te pluizen heeft. Bovendien hebt je ook een verhaalthema dat door verschillende verhaallijnen vormt krijgt, maar er niet zo dik bovenop ligt. Ook al houd je het onschuldig, je hebt sowieso meer om over te lezen: hier is Fred die iets op moet lossen of ergens mee worstelt. Dat zorgt sowieso voor meer invulling van het plot dan wanneer Cas een heftige fietstocht meemaakt, waar de focus alleen maar ligt op het halen van die bergtop. Als Fred de onverwachte gast is op een feestje, maar dat de toon van dat feestje wel bepaalt of meer de gasten op zijn minst geeft om over te praten, is dat feestje moeilijker te vergeten. Jouw verhaal kan dat feestje zijn met een held die ‘op het afstandje’ of zonder persoonlijk betrokken te zijn bij de held aan het verhaal meedoet.

Ook al zie je ‘een Fred’ niet zozeer een rol krijgen in je verhaal, dan kan het wel een goede oefening zijn om hem te laten solliciteren voor een (helden)rol in je verhaal. Waarom wil je zo graag aan dit verhaal meedoen als je er niet veel te zoeken hebt? Dat kan een fijne manier zijn om je verhaal verder te ontdekken. Wat wil je met dit verhaal eigenlijk zeggen? Wat is belangrijk(er): het moraal, de helden, de setting? Wat zijn misschien wat ongewone manieren om er een unieke kleur en toon aan te geven?

Kortom: zoek af en toe eens in een onverwachte hoek en je zal zien dat daar soms een schat aan bruikbaar materiaal te vinden is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Florian Kurrasch verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de vrijgepleite held

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de vrijgepleite held.

Het cliché: als iemand anders dat zou doen…

Je held doet iets wat volgens de moralen of regels van je papieren wereld niet mag. Normaalgesproken hangt iemand een straf boven het hoofd: ontslag, strafregels, gevangenisstraf, verstoting van de familie of maatschappij of hij wordt van school gestuurd. Maar dit overkomt de held niet. De tegenstander heeft een slechte advocaat, of “voor deze ene keer zien we het door de vingers…” Kortom: de held ontspringt een dans waar ieder ander personage een (hoge) prijs voor zou betalen.

Waarom stoort dit zo?

Zodra een lezer deze gang van zaken opmerkt, is het overduidelijk dat de schrijver aan de touwtjes trekt. Dat is al vervelend voor een prettige leesbeleving. Maar het doet nog meer kwaad: het berooft het personage van zowel een leerschool als een gelegenheid om te laten zien dat de lezer en de held allebei menselijk zijn. Het is dus zowel een gat in het plot als een verlies aan realisme op meer dan een manier.

De aanloop naar het cliché

Held ontspringt deze dans meestal vlak voor een belangrijk moment in het plot. Denk aan het derde obstakel, wanneer er iets groters op het spel komt te staan of staat. Dan mag de scholier toch wel even ongestraft gaan knokken, als hij daardoor later een handvol mensen kan redden uit de klauwen van een ‘echte’ slechterik?

Het grote geheel gaat vóór een klein detail is een gegeven waar je in fictie gerust gebruik van kan maken. Het voorkomt dat je te geforceerd gaat schrijven en te veel op kleine zaken gaat letten. Dat kan het plot ook op slot zetten. Maar het gaat mis op het moment dat je het als excuus gaat gebruiken om versneld naar belangrijk plotpunt te gaan en het spanningsgehalte te verhogen.

Voorbeeldscène

Held vermoedt dat een vriendje van zijn kind ernstig mishandeld wordt door zijn ouders. Daarom heeft Held dit jongetje in huis genomen. Twee dagen later is het kind als vermist opgegeven, maar Held doet of meldt niets.  Als de politie aan de deur komt om Held te ondervragen wat hij weet, ziet die dat het jongetje veilig en wel terecht is. Die opluchting is zo groot dat de agent vergeet te zeggen dat het ondanks goede bedoelingen misdadig is om een kind te ontvoeren. Of hij zegt: “Ach, Sjaak, ik ken jou: jij bent een goede vent, dus deze keer blijft het bij een waarschuwing.”

Zo kan je het cliché fiksen

Dit cliché is eenvoudig te voorkomen of te herstellen als je een ander denkpatroon aanhoudt. Wat is belangrijker: de spanning van het moment of de geloofwaardigheid van je plot en je held? Minder drama of actie ook betekent niet meteen minder spanning. Een goede invulling van het plot en een goede schrijfstijl kunnen dat compenseren.

Nu jij!

Herschrijf de voorbeeldscène. Held wordt nu wel degelijk door de agent op de vingers getikt. Hoe maak je deze scène alsnog spannend maken op zo’n manier dat de opluchting blijft, maar er wel consequenties zijn voor de misstappen van Held en hij daarvan kan leren? (Vraag de volgende keer eerder om hulp…) Laat maar zien.

 Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Bedenk welke soort actie je precies wil of zelfs nodig hebt om de spanning te verhogen. Is het niet buitenproportioneel en heeft het thematisch nog wel met hetzelfde probleem te maken?
  • Dit cliché sluipt er makkelijk in als degene die je held een pardon geeft, daar eigenbelangen bij heeft. Heb je een ander personage dat kan straffen zonder dat het daar zelf iets mee wint of verliest?   

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door David Underland verkregen via Unsplash

Deze karaktereigenschappen passen bij de trope van een interessant personage

Als je een personage gaat schrijven, begint de eerste schets altijd met een trope: een algemeen idee voor je personage wat gebaseerd is op bepaalde aannames. Die aannames zijn nodig om je personage te begrijpen en in en bepaald kader te plaatsen. Zo blijft het te volgen, ook voor de lezer. Maar als je te veel van een standaard trope uitgaat, wordt je personage dat ook. Voeg iets unieks, zo niet onverwachts toe en je personage wordt een stuk interessanter.

De starttrope van een personage

Schrijf drie personages op die je kent uit een boek met één woord of één begrip erachter die zegt wat hen weergeeft.
Dan krijg je waarschijnlijk een antwoord als: de uitverkorene, het lelijke eendje, de tovenaar. Dat zijn wat je de ‘starttrope’ zou kunnen noemen. Het allereerste uitgangspunt waar de verdere uitwerking van dat personage op gebouwd is. Pas daarna komen de kenmerken of de tropes die het ene personage onderscheiden van alle andere papieren personen in de fictiewereld. En met een starttrope ben je er nog niet. Die heb je meer dan een nodig, anders is de basis niet stevig. Maar zodra die basis stevig staat, kan je het ontwerpen van een personage erg spannend worden. Bijna als een plottwist.

Wat is een stevige basis voor een personageontwerp?

Voordat je een personage schrijft dat spannend, interessant, heldhaftig of uniek is, wil je een personage hebben dat te begrijpen valt. Vergeet daarbij het oproepen van empathie nog even. Het gaat hier om de absolute basis van wie het personage is. Daarbij moet je vooralsnog bijna, zo niet helemaal in stereotypen gaan denken. Schrijf je over een hippie? Ja, dan is dat inderdaad iemand die drie keer per dag mediteert, aura’s van anderen kan lezen en daar het beroep van heeft gemaakt en die ‘contact met de aarde’ zoekt. Kortom: je personage is net zo extreem overdreven en oppervlakkig als de Ekoplazamedewerkers in de sketch van Jochem Meijer.
Want ga in de beginfase van een boek maar eens uitleggen dat je personage wel een hippie is, maar niets heeft met wierook, meditatie en zes ons vlees per dag eet in plaats van veganistisch te zijn…Dat schept onnodige verwarring.

Als je bepaald hebt wat de absolute starttrope is -bankier, verpleger, hippie….- dan schrijf je daarna drie kenmerken op die vrijwel onmiddellijk volgen op die associatie:
– bankier: rijk, koel en formeel
– verpleger: zorgzaam, multitasker, invoelend
– hippie: mediteert, veganistisch, natuurliefhebber

Maak daar vervolgens in je opschrijfboekje een eerste schets van: hoe zit een alledaags leven er (waarschijnlijk) uit als die zaken de basis vormen? Schijf ook heel globaal op wat dat personage meemaakt. Je hoeft geen complete verhaallijnen te bedenken, maar schrijf daarbij wel dingen op als: sport graag, heeft baat bij een efficiënte planning maken, gaat het liefst met vrienden naar de bioscoop.

Als je deze globale schets van je personage hebt gemaakt, is het tijd voor het onverwachte element dat het karakter van je personage de diepgang geeft die het nodig heeft.

Diepgang voor je personage: het onverwachte of tegengestelde

Als je de eerste basis van je personage hebt uitgewerkt, weet de lezer waar die aan toe is. Dan is het zaak om iets toe te voegen wat je juist niet achter het personage zou zoeken. Denk aan dingen als:

  • De lieve oma van wie je verwacht dat ze breit, is een gerecepteerde gamer: ze zit in de landelijke top van een populaire shooter.
  • De mentaal zeer instabiele moordenaar kan heel rationele momenten hebben, waardoor die bijna normaal lijkt.
  • De gerespecteerde leider van het bedrijf, een allemansvriend, heeft achter de schermen een drankprobleem met een zeer kwade dronk. Het dreigt uit de hand te gaan lopen.

Merk op dat sommige dingen weliswaar tegenstrijdig kunnen zijn, maar ook onschuldig, zoals bij de oma. Andere keren is dat juist niet zo. Of, in het geval van de bedrijfsleider speelt er iets achter de schermen dat je later naar de voorgrond haalt. Wat je ook kiest, zorg ervoor dat het geheel van deze puzzelstukjes wel blijft kloppen, met name wat betreft het grijze gebied en dezelfde zijde van een medaille.

Plottwist, geheim, gegeven of heldenreis?

Zoals je waarschijnlijk ziet, is de onverwachte kant van je personage iets wat heel veel mogelijkheden biedt. Van het grootste geheim, een zaadje voor een plottwist, een heldenreis of ‘gewoon’ iets om je personage uniek te maken, het tegenovergestelde of onverwachte element kan allerlei kanten op. Het zal heel erg van je schrijfdoel, plotpunten en ook van het genre afhangen welke functie deze onverwachte karaktereigenschap gaat krijgen.

Als het een plottwist is, past dat goed bij een thriller of een detective, een feelgood heeft meer baat bij een groeiproces of een geheim, en een psychologische roman gebruikt dit aspect van het verhaal als een uitwerking voor de heldenreis. Hoewel niet zaligmakend, zijn hier een aantal vragen die je jezelf kan stellen om te zien hoe het onverwachte aspect van je personage je verhaal het beste kan dienen.

schrijfdoelschrijftechniek ter ondersteunning van onverwachte aspectonverwachte aspect personagegenre
spanninggeheim als plotontwikkeling, plottwistiets gemeens, of crimineels thrillers, detectives
uniek personagesfeeromschrijvingeniets onschuldigs, maar (sociaal) onhandigs feelgood, romance
een diepgaande heldenreisgeheimen, grootste angsteniets wat een masker ophoudtthrillers, psychologische romans
avonturen belevenhet plot rijk en continu veranderend houdenje personage geeft de missie steeds meer inhoud, of zorgt juist voor de nodige vertragingen. Je personage is wijs, onhandig, verward..fantasy, actie, thrillers

Als je op deze manier naar het ontwerpen van je personage kijkt, zie je hoe personage en plot hand in hand gaan. Omdat in deze fase de ideeën als paddenstoelen uit de grond kunnen schieten, kan het handig zijn om verschillende woordenwebben, tijdlijnen of andere schema’s bij te houden. Ook in de fase van de tekentafel ontstaat er soms een butterfly effect dat sneller zijn draad kwijt raakt dan je misschien zou willen. Zeker als je bedenkt dat we het nu over een personage hebben gehad en er nog andere personages bij zullen komen…

Foto door krakenimages verkregen via Unsplash.