Portland Pen: bezoek aan Powell’s books en wedstrijduitslag

Wat heb ik genoten van mijn bezoek aan Powell´s Books in Portland! Een bezoek aan een boekenzaak met een miljoen boeken vergeet je niet zo snel!

Sfeerimpressie Powell’s books Portland

Hier volgen een aantal foto´s van Powell’s books als sfeerimpressie. Bedenk dat wat je ziet op de foto je met gemak tientallen keren kan vermenigvuldigen 😀

Boekenkasten waar een ladder soms niet overbodig is. Hoe vaak kom je dat nog tegen? 🙂

Leuk detail: de bovenste planten van de kasten dienen als ‘voorraadplanken’ waar het personeel een boek kan pakken. Zo zie je meteen welke boeken er nog op voorraad zijn en zien de kasten er gezellig vol uit!

Powell’s books heeft de ruimten verdeeld in verschillende kleuren om je weg te wijzen in een ruimte die zowat een hele straat bedekt 🙂

Uitslag Portland Pen schrijfwedstrijd

Ik heb minstens net zo veel genoten van het organiseren van mijn eerste schrijfwedstrijd en het lezen van de ingezonden verhalen als aan mijn bezoek aan Powell’s Books! Via deze weg wil ik iedereen die dat gedaan heeft dan ook hartelijk danken voor het meedoen aan de wedstrijd. Er kwamen veel verschillende verhalen voorbij: van thrillers tot aan feelgoods. Uiteindelijk heeft het verhaal ‘Ontspoord en weer op de rails gezet’ van Lucy Neetens gewonnen.

Lucy heeft haar feedback en het opschrijfboekje inmiddels ontvangen en mij toestemming gegeven om haar verhaal op mijn blog te delen. Ik hoop dat jullie net zo veel van haar verhaal genieten als ik dat gedaan heb. Gefeliciteerd, Lucy!

Ik weet nog niet wanneer en hoe, maar ik wil na het organiseren van ‘Portland Pen’ zeker nogmaals een schrijfwedstrijd uit gaan schrijven! Hou de blog dus in de gaten. Wie weet ben jij de volgende winnaar.

Ontspoord en weer op de rails gezet — Door Lucy Neetens

Zaandam. De trein mindert vaart. De gevels van de gebouwen die ik zie zijn precies wat een toerist van Nederland verwacht. New York lijkt een mensenleven geleden. Toch ben ik hier pas twee dagen. Gisteren tekende ik de scheidingspapieren. In Hoorn. Natuurlijk had ik dat ook vanuit New York kunnen doen, maar dat voelde niet goed. Josh en ik hebben immers ook goede tijden gekend en ik wilde op een nette manier afscheid nemen. Van hem en van onze jaren samen. Misschien dat New York daarom zo mijlenver geleden lijkt. Sinds ik hier ben, heb ik een mensenleven met Josh afgesloten.
Nog voor de trein goed en wel stilstaat, sta ik op. Haastig been ik achter enkele andere passagiers aan naar buiten. Ik heb niet meer dan twee minuten overstaptijd. Dat lijkt ondoenlijk, maar de trein naar Maastricht vertrekt van spoor 4 en ik kom aan op spoor 5. Dat moet dus lukken.
Eenmaal uitgestapt, word ik zowat ondersteboven gelopen door een man die van links naar rechts over het perron zwalkt.
‘Bro, ik kom naar je toe. Ik weet dat het niet kan, want je bent er al drie jaar niet meer, maar ik kom toch naar je toe,’ schreeuwt hij.
Geschrokken kijk ik hem na. De man is gekleed in een enigszins smoezelige regenjas en een jeans met scheuren. Daaronder draagt hij een paar, ontzettend uit de toon vallende, rode, leren schoenen. Wat een rare snoeshaan. Is hij dronken? Onder invloed van iets anders? Of wordt hij overmand door verdriet omdat die ‘bro’ dood is? Maar als iemand al drie jaar dood is, ben je toch niet meer zo van slag dat je lallend over een perron zwalkt?
Ik haast me zo ver mogelijk bij de man vandaan en stap in de trein die staat te wachten op spoor 4. Gelukkig is het nog rustig in de coupé. Ik installeer me en haal de meegebrachte thermoskan met koffie uit mijn rugzak. Voorzichtig schroef ik de dop eraf en schenk er wat koffie in. Niet veel later ben ik verdiept in mijn boek. Opeens schrik ik op. Op de stoel tegenover me wordt een volgestouwde Vomar draagtas neergezet. Verdorie. Het is die zonderling van zo-even. Gaat hij nu echt tegenover mij zitten, terwijl de hele verdere wagon leeg is? Nee, hij gaat niet zitten. Hij blijft heen en weer wandelen. Mompelend. Zo nu en dan loopt hij de coupé uit en dan blijft hij een paar minuten weg. Iedere keer dat hij terugkomt, legt hij weer iets neer op de stoel tegenover die van mij. Zijn jas. Twee paraplu’s: een rode en een zwarte. Zijn mobiel. Vooral dat laatste maakt me bang. Ik heb weleens gehoord dat mobiele telefoons kunnen dienen als ontstekingsmechanismen van een bom. Moet ik aan de noodrem trekken? Maar als hij dat in de gaten krijgt, blaast hij de boel natuurlijk onmiddellijk op. Zal ik een andere coupé opzoeken of maak ik hem dan juist kwaad? Moet ik het gesprek aangaan?
Als hij weer in het gangpad verschijnt, hef ik mijn thermosfles naar hem op. ‘Wil je misschien ook een kop koffie?’
Hij ploft neer en neemt de beker van me aan. ‘Wijn van de Islam,’ zegt hij en heft de beker in een proostend gebaar naar me op. Zie je wel. Knots-knettergek.

Waarschijnlijk sprak mijn blik boekdelen, want als hij zijn koffie op heeft, begint hij te vertellen.
‘Het stimulerende effect van koffie op het menselijk lichaam werd bij toeval ontdekt door een herder uit de provincie Kaffa in Abessinië, het huidige Ethiopië. Omdat zijn geiten ’s nachts niet konden slapen, wendde hij zich tot de monniken van een nabijgelegen klooster. Zij wisten het mysterie te ontrafelen. De geiten aten graag van de vruchten van een vreemde plant: de koffieplant. Toen de monniken de bessen zelf proefden, waren ze zo teleurgesteld in de bittere smaak dat ze de vruchten in het vuur gooiden. Niet lang daarna prikkelde een heerlijk aroma hun neus. Uit nieuwsgierigheid, bereidden de monniken een aftreksel van de geroosterde bessen en na het drinken daarvan zaten ze boordevol energie. Ze beschouwden de vruchten als een geschenk van God. Vervolgens werd de hele islamitische wereld veroverd door de “nuchtere dronkenschap” – met zijn vingers schrijft hij aanhalingstekens in de lucht – van deze zwarte drank. De naam koffie is afgeleid van het Arabische woord qahwah, wat wijn betekent en aangezien de Moslims geen alcohol mogen drinken, werd koffie de wijn van de Islam.’
‘Interessant.’ Gedurende zijn uiteenzetting lijkt hij in niets op die vreemde snuiter van daarvoor. Ik schenk onze bekers nogmaals vol. Ineens komt de trein met een schok tot stilstand. De koffie gutst over de randen van onze bekers. Mijn metgezel vliegt overeind en vervolgt zijn routine van voor ons koffie-intermezzo. Na een paar minuten klinkt er een blikken stem uit de luidsprekers. Er mankeert iets aan de machinerie. De reparateurs zijn onderweg, maar we moeten er rekening mee houden dat de vertraging minimaal een uur gaat duren. Verdomme. Ik denk het, mijn metgezel schreeuwt het en slaat daarbij met zijn vuist op het hoofdsteun van de stoel naast me. Ik krimp in elkaar. Dan schiet ik overeind, mompel een excuus en verlaat de coupé zo snel mogelijk. Ik verstop me op het toilet. Een paar minuten later bonst er iemand op de deur. Zal het slot het houden?
‘Alles goed daar?’ Het is volgens mij niet de stem van mijn gestoorde medereiziger. Voorzichtig draai ik de deur van het slot. Door een kiertje zie ik … ‘Pfft.’ Het is de treinconducteur. Opgelucht open ik de deur. ‘Een man in mijn coupé gedroeg zich nogal vreemd, ik ben gevlucht,’ mompel ik enigszins gegeneerd.
‘Waar?’
Ik wijs in de richting van mijn coupé. ‘Getinte man. Donkere krullen. Vlassig baardje. Rode schoenen. Volgepropte Vomar tas. Twee paraplu’s.’
‘Wacht hier, ik ga een kijkje nemen.’
‘Ik wil verderop in de trein een plekje zoeken, maar mijn rugzak staat nog daar. Kunt u die misschien voor me pakken? Het is een bruine met een oranje veter aan de voorzijde.’
Het duurt lang. Was de conducteur dringend elders nodig? Is hij me vergeten? Aarzelend loop ik terug naar mijn zitplaats en het tafereel dat ik daar aantref …

Het is alsof ik plotsklaps in een misdaadroman ben beland. Mijn metgezel zit jammerend, met mijn thermosfles in zijn handen, op zijn knieën naast de treinconducteur die knock-out op de grond ligt. Bloed sijpelt uit een wond op het hoofd van de conducteur.
‘Ik wil niet terug naar de gevangenis,’ mompelt mijn coupégenoot keer op keer.
Godallejezus, is hij een crimineel? Bijna wint mijn neiging om te vluchten, maar ik kan die arme conducteur toch niet aan zijn lot overlaten? Is hij …? Nee, zijn borstkas gaat nog lichtjes op en neer. Zal ik 112 bellen of krijg ik dan ook een slag op mijn harses met mijn eigen thermoskan?
‘Wat is er gebeurd?’
Verschrikt kijkt mijn medereiziger op. ‘Hij … Hij probeerde je rugzak te stelen. Ik moest hem tegenhouden.’
Een nerveuze giechel ontsnapt aan mijn lippen. Dat heb ik weer. Twee redders in nood vechten om een been en de derde gaat ermee heen.
‘We moeten hulp halen.’
‘Nee, nee, nee, ik wil niet terug naar de gevangenis.’
Hoe kan ik én die treinconducteur helpen én die crimineel te vriend houden? Mijn hersens maken overuren, draaien steeds dezelfde zinloze rondjes en komen tot niets. Kunnen je hersens een burn-out hebben? Of ben ik in shock?
‘Dan slepen we hem weg,’ zeg ik even later gedecideerd. ‘Als we hem naar het halletje voor onze treincoupé slepen, vinden ze hem daar wel. Ik heb ooit een ongeluk gehad waarbij ik een paar minuten het bewustzijn verloor en ik heb nog altijd een gaatje in mijn geheugen van wat er kort voor en kort na het ongeluk gebeurde. Hopelijk heeft hij – ik knik in de richting van de bewusteloze treinconducteur – hetzelfde.’
‘En zo niet?’
‘Dan getuig ik dat jij steeds bij mij in de coupé zat en dat je dus niets met dit alles te maken kan hebben gehad.’
‘Echt?’
‘Echt.’
En dus slepen we de conducteur naar het halletje. En boenen we met natgemaakte papieren zakdoekjes de bloedvlekken weg. En gooit mijn metgezel mijn thermoskan met een ferme zwaai door het opengeschoven raampje van onze treincoupé naar buiten.
‘Je krijgt een nieuwe,’ zegt hij als hij mijn blik opvangt.

Nadien zitten we een poosje zwijgend tegenover elkaar. Wat zal er in zijn hoofd omgaan? Is het daar net zo’n chaos als in dat brein van mij?
‘Ik ben Julia,’ zeg ik en ik steek mijn hand uit. Met een crimineel kun je maar beter vrienden worden, toch?
‘Yanis.’
‘Ga je naar Maastricht?’
Hij knikt.
‘Ik ook. Ik ga een weekend logeren bij mijn oudste zus.’
‘Ik ga naar mijn broertje.’
Zal dat die ‘bro’ zijn waar hij het eerder over had? Maar die was er toch al drie jaar niet meer?
‘Hij is overleden toen ik in de gevangenis zat.’
Ik bijt op mijn lip. Moet ik hierop reageren? Vragen naar het waarom? Of kan ik beter doen of ik die laatste opmerking niet heb gehoord?
‘Drugs,’ zegt hij nog voor ik een beslissing heb genomen.
‘Hoe … Waaraan is je broer overleden?’
‘Een aanslag. Hij heeft weken in coma gelegen.’
Hebben Yanis’ drugszaken met die aanslag te maken? Is hij vanwege die gebeurtenis doorgedraaid? Alhoewel … Sinds mijn terugkeer van het toilet lijkt hij veel normaler dan daarvoor. Kan de schrik hem ontnuchterd hebben?
‘Ik heb niet aan zijn sterfbed gezeten. Geen gebeden gereciteerd. Niet samen met Mahjoub de shahāda opgezegd om hem te ondersteunen in zijn overgang naar het hiernamaals. Geen zegeningen verdiend.’ Onrust flikkert in zijn ogen. Is het angst voor de wraak van Allah? In elk geval lijkt het feit dat hij niet bij zijn broer kon zijn in diens laatste levensfase behoorlijk traumatisch voor hem te zijn geweest. Verklaart dat zijn gedrag?
‘Ik ga zijn graf bezoeken.’
‘Heftig.’
Achter mijn rug hoor ik enig tumult. Is de conducteur gevonden?
‘Ik ga even kijken, oké?’ Met mijn duim gebaar ik naar de ruimte achter me.
Yanis schokschoudert.
In het halletje van de trein zit de conducteur. Kreunend. Met zijn hand strijkt hij voorzichtig over de wond op zijn hoofd.
‘Wat is er gebeurd?’ Ik voel me Juffertje Schijnheil.
‘Ik … Ik weet het niet.’
Ik zie geen herkenning in zijn ogen. Dat stemt me hoopvol.
‘Wacht, ik haal een pleister.’
Yanis zit in gedachten verzonken voor zich uit te staren.
‘Hij is weer aanspreekbaar,’ sis ik en ik haast me met mijn rugzak terug naar de conducteur. Met een papieren zakdoekje dep ik de wond en daarna plak ik er een pleister op.
‘Kunt u opstaan?’ Voorzichtig help ik hem overeind. ‘Bent u duizelig?’
Hij schudt zijn hoofd.
‘Bent u gevallen?’ Juffertje Schijnheil in het kwadraat.
Hij staart naar het trappetje. ‘Ik weet het niet.’
‘Misschien moet u er toch even iemand naar laten kijken.’ Hoe zit dat eigenlijk in een trein? Is de conducteur niet zelf de EHBO’er? Zijn er meerdere conducteurs in deze trein aanwezig? Dat zal wel niet in deze tijden van arbeidskrapte. ‘Als de trein is gerepareerd enzo.’
‘Hebben we een defect?’
Oei, het gaatje in zijn geheugen is een gat.
‘Kom, ga hier even zitten. Ik haal een bekertje water voor u.’
‘Dank je,’ zegt hij als ik hem het bekertje overhandig. ‘Gaan we een keer iets drinken?’ Hij knipoogt. De man heeft lieve, ondeugende ogen. Grijsblauw. Een geprononceerde neus. En een vrijwel kaal hoofd met een waas van donkere stoppels. Gelukkig dat hij alweer grapjes kan maken. Dat lijkt me een goed teken.

Twintig minuten later gaat de conducteur – zijn naam is Martin en hij heeft mijn mobiele nummer in zijn telefoon gezet met de belofte van een bedank-drankje – weer aan het werk. Ik keer terug naar mijn partner in crime.
‘Wil je mee?’ vraagt Yanis.
‘Eh …?’ Mee waarheen? ‘Naar een andere coupé?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Naar mijn broertje.’
‘Ik weet niet of …’ Durft hij niet alleen? ‘Is er niet iemand die je liever meeneemt?’
‘Ik durf mijn familie en vroegere vrienden niet meer onder ogen te komen. Zij …’
Veroordelen zij hem? Geven ze hem geen tweede kans?
‘Oké, ik ga mee.’ Ik begrijp mezelf niet. In plaats van zo snel mogelijk van deze onvoorspelbare man af te komen, bied ik nu aan om hem te vergezellen naar het graf van zijn broertje. ‘Mag ik als niet-moslim wel op die begraafplaats komen?’ Mijn vraag is een laatste, halfslachtige poging om onder mijn belofte uit te komen.
‘Het is een algemene begraafplaats.’
Mislukt.

En zo staan mijn vreemde reisgezel en ik aan het eind van de middag bij het graf van zijn broer. Yanis zet zijn Vomar-tasje vlak voor de grafzerk neer en legt de twee papaplu’s in het gras. Dan strijkt hij met zijn hand over de gebeitelde, voor mij onleesbare letters in de staande steen. De geboortedatum en sterfdatum van zijn broer kan ik wel lezen. Een snelle rekensom leert me dat Mahjoub slechts negentien jaar oud is geworden. Ik slik. Yanis merkt het en pakt mijn hand. ‘Allahoe akbar,’ mompelt hij. En daarna zegt hij nog een heleboel. Praat hij met zijn broer? Zegt hij verzen uit de koran op? In elk geval zie ik zijn gezichtsuitdrukking met de minuut meer ontspannen. Blijkbaar geeft het bezoek aan het graf van zijn broer hem rust.
‘Ben je erg verdrietig?’ vraag ik als we de begraafplaats verlaten.
‘Een beetje,’ antwoordt hij, ‘maar Mahjoubs ziel zal verrijzen. Doen we nog een koffietje?’ Hij wijst op een café aan de overkant van de straat. ‘Ik trakteer.’
We drinken koffie en zwijgen. Het voelt niet onprettig. Zwijgen is misschien wel de enige juiste manier om deze bizarre ontmoeting af te sluiten: we zetten er een zwijgpunt achter. Als we na de koffie het café verlaten, regent het. Yanis overhandigt me de rode paraplu. ‘Je moet altijd zorgen dat je twee paraplu’s bij je hebt,’ zegt hij met een scheve glimlach. ‘Eentje voor jezelf een eentje voor een vriend.’

Ik knipper een traan weg uit mijn ooghoeken. ‘Dank je wel, Yanis.’

Exact een jaar later trouw ik met Martin. New York lijkt mensenlevens gelden. Slechts één keer ben ik terug geweest. Om de zaken daar af te handelen. Martin weet inmiddels wat er op die bewuste dag in de trein is gebeurd. Hij neemt Yanis niets kwalijk. ‘Dankzij hem ben ik nu met jou.’
Yanis is op deze bijzondere dag mijn getuige. Zijn huwelijkscadeau is een thermoskan. Op het zilverkleurig gedeelte liet hij een hartje graveren met de initialen van Martin en mij. Van zijn rode paraplu heb ik een lamp gemaakt. En als ik tegenwoordig de deur uitga, zitten er in mijn rugzak altijd twee paraplu’s. Een gele en een geruite. Eentje voor mezelf en eentje voor een vriend.

Verhaalelement 4 Portland Pen schrijfwedstrijd

Ik hoop dat jullie zin hebben om te gaan schrijven! Hier is het laatste element van de Portland Pen schrijfwedstrijd.

De treinconducteur zorgt voor een plottwist, of vult het verhaal in ieder geval op een verrassende manier aan. De treinconducteur is een derde hoofdpersonage en mag niet de rol van je held of de gesprekspartner vervullen.
* Het mag blijken dat hij aan de noodrem heeft getrokken om voor stilstand van de trein te zorgen. Nu wil hij de passagiers vermoorden.
* Als hij ziet dat er iets tussen jouw helden op aan het bloeien is, mag hij een getalenteerde zanger zijn die een serenade improviseert.
* Hij mag jouw held op een vrije treinrit trakteren wanneer je held iets verrassends (voor hem) doet.

Enzovoorts. Eens te meer, laat je fantasie de vrije loop!

De rol van de treinconducteur moet natuurlijk wel enigszins te herleiden zijn. Lees daarvoor de blogs over cliffhangers en plottwists.

Daar komt een conducteur aan! Wat voegt deze persoon nog aan je verhaal toe?
Foto door Jonny Rothwell op Unsplash.

Een laatste tip: je kan de conducteur redelijk makkelijk een cliché-rol geven, zoals in de eerste twee voorbeelden hierboven. Die zijn redelijk standaard voor een invulling van een liefdes-of horrorverhaal.
Als je een cliché kan vermijden, is dat een pluspunt. Maar daar ga ik een verhaal niet per se op afkeuren. Zoals altijd bij een goed verhaal gaat het erom dat en hoe je een persoonlijke draai aan het verhaal geeft. Laat in deze (laatste) fase van het verhaal zien dat jij je verhaal en personages goed hebt uitgedacht. Laat bijvoorbeeld eerdergenoemde omstandigheden, symbolieken of karaktertrekken terugkomen.

Succes en vooral heel veel plezier met schrijven. Ik kijk erg uit naar jullie inzendingen! Deel en like de schrijfwedstrijd, het kan de prijzenpot nog steeds verhogen. Aanstaande maandag maak ik die definitief bekend door de wedstrijdpagina te updaten. Als je de andere verhaalelementen nog eens door wil lezen, klik dan hier.

Verhaalelement 3 Portland Pen schrijfwedstrijd

Jullie blijven zeer enthousiast over Portland Pen. Wat leuk om te zien! 😀 Hier volgt het derde verhaalelement.
Je personage is dus in het buitenland, zit in een langeafstandstrein en komt in gesprek met een medepassagier.

Maar dan…Verhaalelement 3: De trein komt plotseling stil te staan. En het wordt onmiddellijk duidelijk dat de vertraging minimaal een uur gaat duren.

Dit laat blijken of en hoe stressbestendig je personage is, of er iets belangrijks was op de plaats van bestemming of niet. (Mist het zo een begrafenis of was het gewoon onderweg op een toeristische treinroute en neemt het nu de tijd om even lekker achterover te leunen en te niksen?) Denk ook eens aan de eerdergenoemde gesprekspartner. Gaat je personage daar de woede op afreageren, of gaan ze gezellig kletsen?

De grootste angst van je personage kan je veel vertellen over hoe dit moment gaat lopen. Wanneer laat je personage zich door angst leiden en wanneer niet?
Bedenk: wat als de trein midden in een tunnel stil komt te staan en alle lichten doven? Of dat de catering in de kogeltrein gratis hapjes uit gaat delen ter compensatie voor het ongemak?
Laat je fantasie de vrije loop: alles mag gebeuren in die lange tijd van stilstand.

Deze foto heb ik gemaakt in Japan: een land waar de treinen een legendarische status hebben omdat ze nooit te laat komen. (Als ze letterlijk tien seconden te laat zijn, hoort de machinist dat van zijn meerdere. Stel je eens voor wat drie minuten dan doen… )
Ik maakte deze foto met het idee: als ik die foto niet maak, gelooft niemand dat ik een vertraagde trein in Japan heb gezien. Jouw trein moet dus minimaal een uur vertraagd zijn, maar het idee blijft dat je die vertraging op een bepaalde manier memorabel moet maken.

Je personage hoeft niet bang te zijn of te worden van de stilstaande trein. Maar probeer wel een globaal idee te krijgen waarom je personage al dan niet in paniek of bang is.

Volgende week volgt het laatste verhaalelement voor de wedstrijd. Houd verhaalentaal.blog dus in de gaten.
Op deze pagina vind je een overzicht van alle verhaalelementen en de wedstrijdpagina.
Bekijk de wedstrijdpagina hier en laat een like achter op die pagina als je ook mee wil doen. Hoe meer deelnemers, hoe meer prijzen ik uit ga delen!

Verhaalelement 2 Portland Pen schrijfwedstrijd

Ik heb al veel leuke reacties gekregen op de bekendmaking dat de het plot van Portland Pen zich gaat afspelen in de trein!

Het volgende verhaalelement is: je personage is twee dagen geleden het land binnen gekomen.
* Voor een zakenreis
* Als vluchteling
* Als toerist
* Als internationale student
* Om een -letterlijk of figuurlijk- ver familielid te begraven
enzovoort.

Je personage is nog maar net gearriveerd.
Foto door Erik Odiin op Unsplash

Ook hier weer: alles mag. De tip bij dit element is om goed na te denken wat er in de personagebiografie staat. Als het een zakenman is, wat is dan zijn beroep? Heb je daar bepaalde associaties bij over wat voor persoon hij is? Als het een internationale student is, wat kan je dan zeggen over zijn lust om de wereld te zien? Misschien geeft dat wel een aantal dromen duidelijk weer. Kortom: kijk verder dan je neus lang is. Wat kan het feit dat je personage in een vreemd land is en de reden waarom je allemaal vertellen?

Je personage is in het buitenland. Je kan dus een taalbarrière toevoegen tussen de gesprekspartners. Bedenk daarbij dat het gesprek nog wel ergens naartoe moet leiden. Maak de barrière dus niet te groot, of zorg ervoor dat je met de spreekwoordelijke handen en voeten heel veel kan vertellen. Natuurlijk is de taalbarrière niet verplicht: een Engelsman verstaat een Amerikaan gewoon. En een Haïtiaan een Fransman ook.

Volgende week volgt het derde verhaalelement voor de wedstrijd. Houd verhaalentaal.blog dus in de gaten.
Bekijk de wedstrijdpagina hier en laat een like achter op die pagina als je ook mee wil doen. Hoe meer deelnemers, hoe meer prijzen ik uit ga delen!

Mocht je het eerste verhaalelement gemist hebben, dan kan je dat hier teruglezen.

Verhaalelement 1 Portland Pen schrijfwedstrijd

De schrijfwedstrijd Portland Pen is twee dagen na de bekendmaking al een succes!
Ik had nooit verwacht dat de wedstrijd binnen vierentwintig uur al het minimumaantal likes zou halen. Bedankt allemaal 😀
Blijkbaar hebben de schrijvers er zin in, dus hier komt het eerste element van het verhaal:

Twee personages ontmoeten elkaar in de trein tijdens een treinrit van drie uur.

Die ontmoeting mag van alles zijn:
* je personage mag de toekomstige verloofde tegenkomen;
* je held mag een gesprek aanknopen met een vreemdeling die een aha-erlebnis in de hand werkt;
* de trein mag uiteindelijk ontsporen en je hoofdpersonage mag met de vreemdeling moeten vechten om de weg naar de nooduitgang.
Enzovoorts. Zolang deze twee personages maar op een wezenlijke manier met elkaar in contact komen, mag alles.

We gaan een memorabele treinrit maken 🙂 Foto door Fikri Rasyid op Unsplash

Wat helpt om het verhaal interessant te maken: neem de persoonlijke beleving van je personage mee. Zorg ervoor dat deze ontmoeting (op wat voor manier dan ook) belangrijk voor je personage wordt.
Nog iets om over na te denken:
* waar gaan de personages over praten? Waarom juist daarover?
* hoe komt het gesprek tot stand?

Volgende week volgt het tweede verhaalelement voor de wedstrijd. Houd verhaalentaal.blog dus in de gaten.
Bekijk de wedstrijdpagina hier en laat een like achter op die pagina als je ook mee wil doen. Hoe meer deelnemers, hoe meer prijzen ik uit ga delen!

Schrijfwedstrijd ‘Portland Pen’: win een opschrijfboekje uit ’s werelds grootste boekenwinkel

Binnenkort ga ik na een aantal jaren eindelijk weer op vakantie! Ook nog eens naar een aantal plaatsen die een ideale bestemming voor lees-en schrijffanaten blijken te zijn: Seattle en Portland, in Amerika.
Seattle is ideaal voor boekenwormen: het is opgenomen in de UNESCO-werelderfgoedlijst als stad van literatuur. En Portland is het thuis van Powell’s Books: de grootste onafhankelijke boekenwinkel ter wereld, waar meer dan een miljoen(!) boeken te vinden zijn. (Eén vakantiedag in Portland is bij deze volgepland 😉 )

Door Cacophony – zelf gefotografeerd, CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=3637482

Dat vormt een leuke aanleiding om de eerste schrijfwedstrijd van verhaalentaal.blog te organiseren!

Dit is het plan:
De komende vier weken ga ik op donderdagen een post plaatsten waarin ik een element meegeef voor een verhaal. Denk aan een plotpunt of een deel uit de personagebiografie. Zo heb je voldoende tijd om lekker te brainstormen over waar dat allemaal naartoe gaat leiden. Handig om je creatieve schrijversbrein mee te kietelen. De verhaalelementen komen op deze pagina op een rijtje te staan.
Na vier weken heb je een basis voor een verhaal. Degene die het mooiste verhaal schrijft, krijgt een souvenir uit de winkel van Powell’s Books 😊

Ik denk nu aan een opschrijfboekje als hoofdprijs, maar als je een ander idee hebt voor een souvenirtje van Powell’s Books, laat dan vooral een reactie achter. Geef deze post een like als je aan de wedstrijd mee zou doen. Deel hem zeker ook, want jouw betrokkenheid heeft invloed op de prijzen! Hoe meer mensen de post liken, hoe meer prijzen ik weg ga geven. De winnaar ontvangt sowieso ook persoonlijke feedback op het ingezonden verhaal.

Als deze post vóór 9 juni minimaal vijf likes ontvangt, gaat de schrijfwedstrijd door. Mocht het licht op groen komen, dan bekijk ik op 17 juni het aantal likes nog een keer en aan de hand daarvan maak ik op 20 juni ik het aantal (troost)prijzen bekend.

Update 26 mei: het minimumaantal likes is binnen een dag al behaald. Dank jullie wel allemaal! Blijf deze post delen en spoor andere schrijvers aan hem te liken. Dat kan de prijzenpot vergroten 😀

Update 20 juni: De prijzenpot is bekend: het blijft het eerder genoemde opschrijfboekje uit Powell’s books. Daarbij krijgt de winnaar feedback op het ingezonden verhaal.

Word jij de winnaar van de allereerste schrijfwedstrijd van verhaalentaal.blog?

Wedstrijdvoorwaarden:

* Eén inzending per persoon
* Je verhaal is maximaal 3000 woorden
* Inzenden van je verhaal kan vanaf 20 juni 2022 tot en met 11 juli, 17.00 uur
Stuur je inzending naar nadinevandesande@outlook.com met de onderwerpregel: Portland Pen.

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Ik neem persoonlijk contact op met de winnaar of winnares. Als diegene dat wil, zal ik het winnende verhaal op mijn blog publiceren.

Update 6 juli: gezien het aantal inzendingen dat ik tot nu toe heb ontvangen, verwacht ik de uitslag maandag 18 juli bekend te kunnen maken. Mocht ik op het laatste moment onverwacht veel inzendingen krijgen, dan zal ik hier een update geven over een herziene uitslagdatum.

P.S.

Je kan tijdens mijn vakantie nog steeds iedere week een nieuwe schrijftip lezen. Ik zorg ervoor dat ze tijdig worden ingepland 🙂