De sterke scène: wat is een scène eigenlijk?

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week beginnen we met een algemene introductie. Wat is een scène nu precies?

In een scène gebeurt er iets

Het lijkt een open deur intrappen, maar het is belangrijk om te begrijpen: een scène is een stuk tekst waarin iets gebeurt. Je moet een scène altijd in een zin of enkele zinnen kunnen samenvatten; in deze scène gebeurt er X. Soms  lukt dat niet. Dan is er óf te veel aan de hand óf je hebt meerdere scènes. Dan wordt je scène in de uitwerking ook een rommeltje.  
Dit is dus géén scène: toen Floor in de tuin aan het werken was, kwam de buurvrouw vertellen dat haar kat ziek was geworden. Dat vond Floor erg naar omdat ze zelf pas haar hond had verloren. Daarom begon ze te trillen toen ze tegen de buurvrouw sprak en die nodigde haar thuis uit voor de koffie.  

Deze samenvatting is niet alleen veel te lang, maar mist ook nog wat andere elementen van een goede scène.

Een goede scène staat op zichzelf sterk

Hoewel scènes gezamenlijk een boek vormen, moet een scène op zichzelf een verhaal vertellen. Dat is wat het sterk maakt. Dat betekent niet dat je uitgebreide plotlijnen uit moet zetten, complete relaties van personages uit de zoeken moet doen, enzovoorts. Maar aan het einde van een scène moet je iets wijzer geworden zijn. En dat iets moet je aan kunnen wijzen. Nu ik deze scène heb gelezen weet ik:

  • De angst van de held
  • Dat het schip op het punt staat om te zinken
  • Hoe het thema ‘wraakzucht’ verder wordt uitgewerkt

Enzovoorts.

Een goede scène telt op tot een volledig, goedlopend verhaal

Een goede scène die volgt op een volgende goede scène telt uiteindelijk op tot een goed verhaal. Als je de samenvattingen van opvolgende scènes direct achter elkaar uit zou schrijven, heb je idealiter slechts enkele woorden nodig om daar een prettig leesbaar geheel van te maken.

Dit zijn de losse scènes:

  • Sandra haast zich op weg naar een vergadering en komt in een ongeluk terecht
  • In het ziekenhuis blijkt dat ze meerdere serieuze bokbreuken heeft
  • De revalidatie duurt naar verwachting een half jaar

Dit wordt de lopende tekst:

Als Sandra zich naar een vergadering haast, komt ze in een ongeluk terecht. In het ziekenhuis blijkt dat ze meerdere serieuze bokbreuken heeft. Ze hoort daar dat de revalidatie naar verwachting een half jaar duurt.

Een scène heeft drie delen

Net als een verhaal bestaat een scène uit drie delen: het begin, midden en een eind. Wederom moet je die duidelijk kunnen aanwijzen en afbakenen. Die delen zijn datgene wat een scène uiteindelijk definieert: het is een verhaaltje in een verhaal. Een verhaaltje dat je iets vertelt over de personages, het plot, het verhaalthema…
Omdat je daar de ene keer meer woorden voor nodig hebt dan de andere keer, is het woordenaantal niet zo geschikt om te peilen of je scène al af is of niet. Een scène kan een aantal regels zijn, maar ook een compleet hoofdstuk. Een scène is dus af als je klaar bent met vertellen wat er is gebeurd, niet zodra je een bepaald woordenaantal hebt gehaald.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek of wil je een schrijfcursus volgen? Kijk eens in mijn webshop voor al mijn diensten.

Foto door Towfiqu barbhuiya verkregen via Unsplash

Je personage als emotionele gids in je verhaal

Als een scène op wat voor manier dan ook heel intens wordt, kan het verstandig zijn om je personage in te zetten om de lezer wat meer bij de hand te nemen en zo als emotionele gids te dienen. Bij emotioneel heftige scènes zit je lezer op het puntje van de stoel en wordt die helemaal in het verhaal gezogen. Die kunnen net zo intenstief overkomen als de meest knallende actiescènes. Als je lezer door de ogen van je personage naar het ontluikende verhaal kan kijken, wordt het eenvoudiger om de intensiteit van heftigere scènes te behappen.

Wat zijn heftige scènes in een verhaal?

Heftige scènes zijn in wezen delen van het verhaal waarin er van alles gebeurt. Dat kan betekenen dat er veel dingen in een keer samenkomen. Of dat wat er gebeurt emotioneel veel van de lezer of de personages vraagt. Het is belangrijk om dat niet te verwarren met spektakel. Laat me dat voor dit artikel definieren:

Een mate van drama of actie die op papier vrijwel automatisch empathie op hoort te roepen, maar dat niet per se doet

Denk aan dingen als:

  • Iemand raakt zwaargewond als er auto’s op elkaar botsen
  • Twee weken na de bruiloft krijgt de moeder van de bruidegom een terminale ziekte
  • Een overstroming maakt tientallen mensen plotseling dakloos

Natuurlijk is dat vreselijk voor de betrokkenen, maar als je de personages niet genoeg kent of de ellende niet genoeg aandacht geeft in de uitwerking van je scènes, kan je als schrijver te hysterisch overkomen. Een soortgelijk effect zie je bij het cliché doodzieke kind.

Heftige scènes hebben genoeg aan het feit dat er iets aan de hand is dat het personage of het plot een flinke (emotionele) lading geeft. En dat kán een auto-ongeluk of een dodelijke diagnose betreffen. Maar een heftige scène wordt niet aangevuld met nog een andere heftige gebeurtenis omwille van de drama. Bovendien wordt er in de scène ook de nodige aandacht besteed aan hoe het personage met deze gebeurtenis omgaat, op een tempo dat de lezer bijhouden en ook daarmee met de personages mee kan voelen.

Hoewel deze vergelijking redelijk zwartwit is, kan je het verschil als volgt zien: in een spectaluaire scène lees je in 600 woorden over een auto-ongeluk, de verwonding en de bijbehorende diagonose die erop volgt dat het leven nooit meer hetzelfde wordt, terwijl de familie daarbij in fiks gehuil uitbarst.
Een heftige scène schrijft over datzelfde auto ongeluk, maar concentreert zich op de pijn en de verwarring die de gewonde voelt, en de enkele voorbijganger die de ambulance belt. De gewonde krijgt kriebels bij het zien van de schok op het gezicht van deze behulpzame voorbijganger, terwijl de pijn maar niet stopt.

Anders gezegd: de heftige scene neemt de tijd om empathie op te roepen, een spectaculaire scène rekent zich wat empathie betreft te vroeg rijk.

Emotionele last delen met het personage

Een scène in een verhaal wordt heftig wanner de emotionele beveling voor een personage en lezer intens is. Dat kan je bereiken met verschillende schrijftechnieken. Denk aan sfeeromschrijvers, of show don’t speak, maar ook aan goede dialogen, of goed gebruikte symboliek of thematiek. Wat je methode ook is, als je het goed doet, komt daar het moment dat je lezer de emoties echt gaat voelen. En dat kan beklemmend zijn. Zodanig zelfs, dat het overweldigend wordt. Dan is de lezer zó met het ‘Jeetje,-dit-voelt-heftig’- gevoel aan het stoeien, dat het handig kan zijn om je personage iets soortgelijks te laten voelen of observeren. Dan krijg je als het ware het effect van ‘gedeelde smart is halve smart’.
Stel dat je personage door een omgeving loopt waar het dood en verderf is. Nadat je die gruwelen dan (gedetaillerd) hebt beschreven, kan het personage bibberen, zweten, overgeven of huilen van angst.

Het effect van het personage als emotionele gids

Een personsage kan even bij een gevoel stilstaan, maar moet meestal wel verder met de heldenreis. Het plot moet dus verder. Met uitzondering van de crisis sta je idealiter dus niet altijd te lang stil bij de emoties die komen bovendrijven in een heftige scène. Dat kan je soms vrij letterlijk zien. Je kan het ook in je voordeel gebruiken. Omdat je personage niet uit diens papieren wereld kan ontsnappen, moet die daarin ook doorgaan.
Je personage is niet zomaar op de plaats van dood en verderf. Het zoekt naar een vriend, hopend dat die nog leeft. Of naar een handelaar op de zwarte markt die misschien nog eten op voorraad heeft. Als je je personage op die manier doende houdt, zorg je ervoor dat je lezer het grotere plaatje van de scène of zelfs het plot niet verliest.

Houd je je personage bezig, dan komt alles op een mooie manier samen. De omgeving, de emotie, het plot en de beleving daarvan. Sta je alleen stil bij wat er wordt gevoeld of opgemerkt, dan kan het voor de lezen aanvoelen alsof je de scène schrijft voor het choquerende effect. Daarbij loop je ook het risico dat het verhaal van de scène verloren gaat in de sfeer of het gevoel dat je op probeert te roepen.

Hoe schrijf je een personage als emotionele gids?

Het is niet al te moeilijk om een personage de emotionele gids te maken. Hoe spectualair het ook klinkt, zo moet je het niet schrijven. Het is eerder subtiel dan opvallend. Een personage als emotionele gids observeert, voelt, trekt zekere conclusies en gaat dan verder. Dat kan zoals in het eerste voorbeeld iets fyieks zijn, zoals doorlopen, verder gaan met zoeken of iemand opbellen. Of het denkt al vooruit wat het betekent om zich in deze situatie te bevinden en hoe vandaaruit verder te plannen of te handelen. Denk dan aan iets als: als ik in een steegje ben waar zakkenrollers kunnen zijn, dan moet ik zodra ik hier weg ben, een tas kopen waar mijn beurs veiliger in weg te stoppen is, want ik moet straks door dezelfde steeg weer terug.Maak het dus niet groter dan nodig is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

Foto door Daniil Silantev, verkregen via Unsplash.



Doel van een scène: verandering brengen

Een scène is een verhaal in het klein en kan een paar doelen hebben. De twee belangrijkste zijn: informatie geven en verandering in het verrhaal brengen. In deze blogpost kijken we naar hoe een scène verandering in het verhaal brengt om ervoor te zorgen dat er vaart in het algeme plot blijft.

Wat betekent verandering in het verhaal?

Wat betekent het precies als je zegt dat het verhaal verandering nodig heeft? Op grote schaal betekent dat iets als een held die moet groeien, of relaties die moeten veranderen, omwille van een plot dat interessant blijft en niet bij hetzelfde blijft. Anders heb je geen verhaal, maar een gegeven. In plaats van ‘De ridder gaat de draak verslaan’ blijft het dan bij ‘het dorpje huivert bij de constante dreiging van de draak.’
Omdat een scène een verhaal in het klein is, moet die er dus ook voor zorgen dat er iets lopend blijft. Maar omdat je het grote plaatje van het verhaal niet in een scène kan proppen, werkt dat net iets anders. In het geval van een scène betekent het dat je moet voorkomen dat opeenvolgende scènes aanvoelen als een opeenvolgend rijtje van en toen en toen en toen. En daarvoor kan je je jezelf je vragen stellen:
Wat?
Waarom?
Wanneer?

Wat en waarom in een scène

De vragen ‘Wat is er aan de hand?’ en ‘Waarom gebeurt dit?’ zijn twee belangrijke vragen om een verhaal interessant te houden. Die zorgen samen voor een pageturnereffect. Houd het ‘Wat’ zo concreet mogelijk om te voorkomen dat je binnen een scène allerlei kanten op gaat. Een scène heeft soms wel wat grotere bedoelingen, zoals een puzzelstukje van een plottwist geven, maar hij is te klein om zich bezig te houden met alle plotlijnen die in je verhaal spelen.
Je kan wel een verhaalthema (symbolisch) wat meer uitdiepen bij deze vraag.

‘Waarom gebeurt dit?’ -of, als er iets aan vooraf gaat: waarom is dit gebeurd?- is een vraag die zowel op de kleinere schaal van de scène als op de grotere schaal van het plot kan worden gesteld. Waarom hebben deze personages dit gesprek? Waarom is er iemand vermoord en waarom wordt er nú een scène besteed door de schrijver aan het bespreken ervan? Of, vanuit het andere perspectief: waarom worden de personges ertoe gedreven om die moord nu te bespreken? Antwoorden op die vragen kan je vervolgens weer gebruiken om de vraag te beantwoorden die je helpt om ervoor te zorgen dat je scène de nodige verandering met zich meebrengt: Wanneer?

Wanneer heeft iets een Gevolg voor een verhaal?

Een scène kan soms een verandering teweeg brengen, maar kan alsnog stokken als die verandering te weinig voorstelt. Ahmed stootte zijn teen, dus was hij die dag chagrijnig en had hij een slechte dag op school. Waardoor het avondeten een gespannen sfeer met zich meebrengt en zijn ouders de dag erna hopen dat het beter gaat en…
Je scène kan hier dienen om te weer te geven dat Ahmed snel op zijn teentjes is getrapt. Maar in dit geval neem je dat voorbeeld wel heel letterlijk. Gaat het later in het verhaal belangrijk zijn dat Ahmed een keer een teen gestoten heeft? Waarschijnlijk blijft dat een detail.
Als je wil dat een scène verandering in het verhaal brengt, kijk dan verder dan de oppervlakkige actie-reactie.
Stel jezelf na de waaromvraag voor een scène ook de vraag wanneer dit element terugkomt en een Gevolg met een hoofdletter heeft. Je voorkomt ermee dat je scènes die op de tekentafel belangrijk lijken alsnog afdwalen naar een focus op onbelangrijke details.

Soms is er wel een belangrijk detail dat grote veranderingen en gevolgen heeft, dat binnen die scène duidelijk moet worden. Ook dan is ‘wanneer?’ een handige vraag.
Dus het is belangrijk dat Ahmed zijn teen stoot, omdat dat een butterflyeffect krijgt?
Vraag jezelf dan af wanneer dat detail in de scène plaatsvindt en hoe je dat met de juiste sfeeromschrijving voldoende aandacht geeft. Vervolgens kijk je naar wanneer (en hoe) je dat detail in andere (eerdere) scènes terug laat komen. Hier moet je dus paradoxaal genoeg uitzoomen naar je verhaal als geheel om op een meerdere keren op een detail te kunnen inzoomen. Want het leest geforceerd als Achmed zijn teen stoot als hij op een bootje dobbert en de sfeer helemaal ontspannen is. Dan kan je hem beter ongemakkelijk met voeten laten bewegen onder tafel tijdens een vergadering waar hij zich niet op zijn gemak voelt.
Wanneer past dit detail en wanneer gaat dit optellen tot een verandering (later) in het verhaal?

Een goede scene is een belofte van verandering

Soms is je scène zodanig gericht op informeren of sfeeromschrijving in het algemeen dat er niet iets concreets in het plot gebeurt dat het verhaal verandert op het pageturnerniveau van het ‘wat en waarom?’ dat de lezer op het puntje van de stoel houdt. In dat geval moet je ervoor zorgen dat je scène een verandering belooft. Dit is de subtiele verwijzing tussen de regels door dat niet alles bij het oude blijft. Als de vuurspuwende draak het dorp bedreigt, dan moet er wel een ridder komen om iedereen te redden, wil je een lopend verhaal hebben en houden. En als er net een strijd is gewonnen, dan móet er een nieuwe leider worden gekozen.

Dit zijn vaak specifieke momenten in het plot: op het punt dat de comfortzone verlaten moet worden, of dat de crisis in aantocht is. De momenten waarop het erop of eronder is voor je personages. Die voelen dan de zwaarte van wat gaande is of komen gaat. Gebruik dan hun beleving om verandering in het plot te beloven.
Je kan dan misschien niet gaan hinten wat er gaat gebeuren: dat kan op zulke momenten te veel verklappen of geforceerd overkomen. Maar als je de lezer laat zien hoe je personages bibberen, of staan te trappelen om datgene wat gaat komen, houd je de spanningsboog vast en beloof je de lezer ook dat het verhaal niet stil blijft staan. Ook al heb je dat in deze scène even moeten doen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Brandi Redd verkregen via Unsplash

Een scène als een verhaal in het klein

Een boek gaat van de ene scène naar de volgende, naar de volgende, tot het verhaal uit is. Zo is een verhaal een opsomming van scènes. Als je wil dat zij niet lezen als een opeenvolging van gebeurtenissen die losjes aan elkaar zijn geplakt, bekijk de scène dan eens als een compleet verhaal.

Wat is een scène?

Een scène kan lang zijn, of kort. Hij kan een dialoog bevatten, of een actiescène. Maar ongeacht wat erin staat, is een scène in beginsel een stuk tekst dat je in een zin kan samenvatten wat er in een deel van de tijdlijn gebeurt.
– Hier ontmoeten de personages elkaar
– Hier krijgen ze ruzie
– Een wandeling in het park waarin de held over zijn leven nadenkt
– Hier komt de strijd tussen Held en Slechterik

Kortom: denk terug aan de basisschool en je slechtste boekbespreking. “En toen gingen ze, en toen, en toen, en toen… Wat daar wordt opgesomd, dat zijn scènes.

De diashow

Zoals die jongen uit groep 5 een boekbespreking houdt, klinkt een boek wel heel erg saai, ongeacht wat erin gebeurt. Met een beetje schrijfinzicht en schrijfervaring zal je deze diashow niet zo snel schrijven. De diashow is als je scènes zo duidelijk een voor een geschreven zijn dat het hele boek er een staccato ritme van krijgt. En hier gaat mijn held op reis. In het vliegtuig zit een krijsende baby. In de volgende scène landt het vliegtuig en vindt mijn held geen douche op het vliegveld. In de volgende scène…
Hoewel enkele goedgeschreven zinnen er al voor kunnen zorgen dat een hardnekkige diashow uitblijft, kan je een scène eindeloos veel sterker maken als je ze ziet als verhalen in het klein.

Wat is een sterke verhaalbasis?

Laten we een aantal basisfactoren van een goed verhaal nog eens op een rij zetten.
* Het heeft een begin, midden en een eind
* Het heeft een structuur, zoals bijvoorbeeld dat van save the cat (ook wel: drieaktenstructuur) waarin:
– de spanningsboog een bepaalde lijn heeft, niet van de hak op de tak gaat
– er vallen en opstaan wordt gevraagd van de personages die erin voorkomen.
Wat die personages betreft:
– Die willen iets, dus die gaan ergens naar handelen om dat proberen te bereiken
– Dat wat het personage verlangt, wordt niet zomaar gegeven: er komt een obstakel, vaak in de vorm of met hulp van een tegenstander.
– Je personage moet een bepaalde vindingrijkheid laten zien: het valt en staat op.

Als je deze zaken in een scène terug laat komen, weet je zeker dat die inhoud heeft. Hij gaat ergens naartoe en vooral ook ergens over.

Verschil tussen een compleet verhaal en een scène

In een scène moet je in met een relatief klein woordenaantal meer informatie kunnen geven. Dat betekent dat de subtekst en sfeeromschrijvingen belangrijk zijn: die zullen het meeste gewicht krijgen.
Dat kan lastig zijn. Probeer het als een handige houvast te zien dat je met een uitdaging als: ‘schrijf in 300 woorden hoe in dit gesprek de personages uitgroeien van kennissen tot vrienden’. Dan moet je bijvoorbeeld in het hoofd van je personages en diens gevoelens gaan duiken. Het dwingt je om die kostbare 26 woorden die:
“Ha, Sjors, hoe gaat het?”
“Hoi Kim, goed en met jou?”
“Goed hoor, wat fijn om je weer te zien. Dat is al even geleden hè?”
In te korten of te schrappen. Als je een scène als miniverhaal ziet, denk je waarschijnlijk wel twee keer na voordat je een hoog percentage van je woordenaantal van je verhaal aan iets besteedt dat geen echte toevoeging is voor het verhaal. Dat brengt ons bij het tweede verschil tussen een scène en een verhaal.

Doel van een scène

Een verhaal, als groot geheel, heeft grotere doelen dan een scène. Een verhaalthema uitdiepen, een moraal overbrengen, een aantal uur ontspanning bieden. Vanwege zijn kortere aard, kan scène daar niet altijd of allemaal aan voldoen. Dat zijn bonuspunten. Er zijn twee mogelijke doelen die typisch zijn voor een scène. Een interessante scène voldoet aan minstens een van de twee doelen, soms aan allebei.
* De scène helpt het verhaal vooruit
* De scène geeft informatie over je personage

Waar kan je aan denken als je deze doelen ziet?

‘Verhaal vooruit’ is bijvoorbeeld‘Verhaal vooruit’ is nietgoede personage-info is goede personage-info is (doorgaans) niet
er worden nieuwe banden gesmeedeen vrij letterlijke of weinig subtiele : ‘we komen hier later op terug’de grootste angstuiterlijke details
er is een nieuwe hint gegeven‘zoek het maar uit, personage’, zonder verdere echte hintkunde om iets op te lossen, of gebrek daaraan hobby’s
er is iets nieuws op te lossenals het meerdere scènes duurt voor het duidelijk wordt wat het conflict in scène 1 nu was. hoe het omgaat met een tegenslagroutine
je vraagt je af: ‘hoe nu verder?’als in plaats van de lezer alleen je personages zich afvragen: ‘hoe nu verder?’achtergrond die het karakter heeft gevormdiets wat na een of twee hoofdstukken niet meer terugkomt

Valt het je op dat een scène zelden tot nooit oppervlakkig hoort te zijn? Zelfs als je over een doodnormale dag op het strand wil schrijven, kan je het nog een redelijke diepgang geven. Beschrijf bijvoorbeeld met sfeeromschrijving hoe het zand tussen de tenen van je personage kriebelt en hoe dat kriebelt of juist irriteert. Dat kan een bruggetje vormen naar hoe gewenst deze rustige dag op het strand was: want je personage komt er nu eindelijk achter dat de werkdruk niet meer normaal is. Er kan een burn-out op de loer liggen…

Scènes zijn in zekere zin niet alleen onderdeel van het verhaal, maar ook het verhaal zelf. Probeer het ook zo te benaderen. Dan onthoud je makkelijker dat je om een lezer geïntegreerd te houden, je continu ook een verhaal hebt dat het lezen of vertellen waard is. Laat het feit dat een scène relatief kort is, je niet verleiden tot de valkuil dat je nu wel even ‘gewoon iets leuks’ mag schrijven tussendoor.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je scènes? Ik kan je helpen met de structuur en invulling. Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Olga Tutunaru, verkregen via Unsplash.

De gouden wet voor een vlot plot: actie-reactie

Er zijn verschillende manieren om je plot interessant te houden. Je kan plottwists of subplots introduceren, of gewoon aan een scène verder schrijven. Wat je ook kiest om je scène uit te werken, er is een gouden regel, zo niet een gouden wet die bij al deze opties toe te passen is. Houd je aan actie-reactie.

De derde wet van Isaac Newton

De naam van Isaac Newton laat vast wel een belletje rinkelen als ‘Een van de belangrijke wetenschappers ooit’. Zo kan jij zijn derde wet als een van de belangrijkste in de wetenschap van plot- of scèneontwikkeling beschouwen. Geen zorgen, ik ga niet verder in op de wetenschappelijke wet. Ik begin al peentjes te zweten bij het zien van het symbool voor worteltrekken ;). Maar de derde wet van Newton houdt in:

Op iedere actie volgt een reactie.

Zo simpel is het in beginsel. Kijk maar eens naar wat hele simpele voorbeelden:

ActieReactie
Ik stoot mijn teen.Ik begin te vloeken van de pijn.
Ik krijg honger.Ik ga wat eten maken
Ik krijg een extra zakcentje.Ik ga lekker uit eten.

Ik ga bij deze regel een kanttekening plaatsen, als het verhaalontwikkeling betreft. Je zou ook kunnen zeggen dat de derde wet van Newton stelt: na iedere oorzaak komt een gevolg. Maar die stelling gaat voor een plot of een scène niet helemaal op.
Kijk eens naar de onderstaande tabel met oorzaak-gevolg en dezelfde voorbeelden als hierboven.

OorzaakGevolg
Ik heb mijn teen gestoten.Mijn teen doet pijn.
Ik heb honger.Mijn maag knort.
Ik krijg een extra zakcentje.Ik ben vijftig euro rijker.

Het komt misschien pietluttig over om dit als verschil aan te merken, maar er is wel degelijk een verschil. Bij actie-reactie doet een personage daadwerkelijk iets, waar er bij oorzaak-gevolg niet per se iets actief verandert. In dat laatste geval staat een lopende tekst op de pauzestand.

Oneindige actie-reactie

Actie-reactie moet elkaar telkens opnieuw opvolgen. Is er een reactie geweest, dan komt er daarop een nieuwe actie in het plot. Daar komt dan weer een reactie op, enzovoorts. Kijk eens naar dit voorbeeld:
Noor heeft een tante in Marokko en die komt. Als je actie en reactie elkaar laat opvolgen, ziet dat er zo uit:

ActieReactie
Tante Amina belt dat ze op bezoek komt.Noor springt een gat in de lucht.
Noor vraagt Amina wanneer ze komt.Amina zegt over drie dagen bij Noor op de stoep te staan.
Noor wil de logeerkamer in orde maken.Noor begint met stofzuigen in de logeerkamer.
De stofzuiger begeeft het na een minuut.Noor gaat naar de winkel om een nieuwe stofzuiger te kopen.

Als je actie-reactie zou vervangen door oorzaak-gevolg, krijg je iets als:
‘De stofzuiger begeeft het plotseling. Nu blijft de kamer vies.’ Dat zorgt ervoor dat de scène abrupt stopt omdat Noor geen nieuwe stofzuiger koopt, of lieve tante Amina kan in een stofnest slapen. Geen van die twee opties zijn de bedoeling.

Je moet de actie-reactieregel redelijk streng volgen. Kijk maar eens wat er gebeurt als je reactie op reactie (op reactie…) laat volgen:
Noor springt een gat in de lucht, draait nog zes keer in het rond en begint te zingen als tante Amina het fijne nieuws vertelt. Als ze daarmee door blijft gaan, staat Amina straks al voor de deur. Oftewel: dat duurt gewoon te lang en het voegt op een bepaald moment niets meer toe.
En als je een reactie weglaat:
Noor vraagt Amina wanneer ze komt. De stofzuiger begeeft het.
dan is dat een te plotselinge overgang. Je mist nu informatie die het verhaal bij elkaar houdt. Er valt immers niet alleen een actie, maar ook een bijbehorende reactie weg.

De spanningsboog en actie-reactie

Ieder verhaal heeft een spanningsboog. En zoals het spreekwoord zegt, kan die boog niet altijd gespannen zijn. Maar hoe zit het dan met actie-reactie in een scène?
Denk bij het woord actie in dit geval niet te snel aan iets als ‘Max Verstappen vliegt bijna uit de bocht in de Formule 1’. Eerder als iets dat plaatsvindt en waar iets of iemand vervolgens op reageert. De actie-reactie kan dus ook een gedachtestroom zijn:

Actie Reactie
Ik wilde dat Cas me zag staan….…maar ik ben niet knap genoeg voor hem
Moet ik misschien mijn haar kleuren? Hij valt op brunettes…Ach, hou toch op! Laat ik me nu ook al gek maken door opgelegde schoonheidsidealen?
Nee, ik ben een sterke vrouw!Maar dan mag ik mezelf toch alsnog wel van mijn beste kant laten zien?

De lezer leert hier dat het personage over zichzelf twijfelt.
Het belangrijkste van een scène is dat die iets toevoegt aan het verhaal. De lezer moet iets nieuws te weten komen.
Zolang als een scène de lezer iets nieuws leert en hij volgens de actie-reactieregel is geschreven, kan je er allerlei kanten mee op, zonder meteen met een sneltreinvaart door het verhaal te gaan.

Nog een voorbeeld van actie-reactie:

Actie Reactie
Gijs doet het slecht op school.Gijs komt angstig met zijn slechte rapport thuis.
Gijs’ vaders schrikken zich ongeluk.Gijs krijgt een huiswerkbegeleider, maar het botert niet tussen hen.
Gijs weigert nog huiswerk te maken.Gijs krijgt straf van zijn vaders.

Je ziet hier misschien wel dat de actie-reactie in dit voorbeeld redelijk steriel is: het leest niet als een interessante scène, maar als losse feiten. Dat betekent dat je tussen de regels van de tabel door een nieuwe reeks van actie-reactie toe moet voegen. Bijvoorbeeld hoe Gijs door het ontvangen van zijn slechte rapport begint te zweten, met als reactie dat zijn vaders zich zorgen maken als hij doodsbleek thuiskomt. Je moet dus actie-reactie toevoegen om een show don’t telleffect aan de scène te geven. Hoeveel je precies moet toevoegen is een kwestie van uitproberen en je hebt er ook wat schrijfinzicht voor nodig. Maar met de ‘schrijfwet’ van actie-reactie in het achterhoofd, kan je er in ieder geval van op aan dat je scène- of plotverloop stabiel en logisch blijft.

Afbeelding Isaac Newton via Pixabay.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.