Een scène is een verhaal in het klein en kan een paar doelen hebben. De twee belangrijkste zijn: informatie geven en verandering in het verrhaal brengen. In deze blogpost kijken we naar hoe een scène verandering in het verhaal brengt om ervoor te zorgen dat er vaart in het algeme plot blijft.
Wat betekent verandering in het verhaal?
Wat betekent het precies als je zegt dat het verhaal verandering nodig heeft? Op grote schaal betekent dat iets als een held die moet groeien, of relaties die moeten veranderen, omwille van een plot dat interessant blijft en niet bij hetzelfde blijft. Anders heb je geen verhaal, maar een gegeven. In plaats van ‘De ridder gaat de draak verslaan’ blijft het dan bij ‘het dorpje huivert bij de constante dreiging van de draak.’
Omdat een scène een verhaal in het klein is, moet die er dus ook voor zorgen dat er iets lopend blijft. Maar omdat je het grote plaatje van het verhaal niet in een scène kan proppen, werkt dat net iets anders. In het geval van een scène betekent het dat je moet voorkomen dat opeenvolgende scènes aanvoelen als een opeenvolgend rijtje van en toen en toen en toen. En daarvoor kan je je jezelf je vragen stellen:
Wat?
Waarom?
Wanneer?
Wat en waarom in een scène
De vragen ‘Wat is er aan de hand?’ en ‘Waarom gebeurt dit?’ zijn twee belangrijke vragen om een verhaal interessant te houden. Die zorgen samen voor een pageturnereffect. Houd het ‘Wat’ zo concreet mogelijk om te voorkomen dat je binnen een scène allerlei kanten op gaat. Een scène heeft soms wel wat grotere bedoelingen, zoals een puzzelstukje van een plottwist geven, maar hij is te klein om zich bezig te houden met alle plotlijnen die in je verhaal spelen.
Je kan wel een verhaalthema (symbolisch) wat meer uitdiepen bij deze vraag.
‘Waarom gebeurt dit?’ -of, als er iets aan vooraf gaat: waarom is dit gebeurd?- is een vraag die zowel op de kleinere schaal van de scène als op de grotere schaal van het plot kan worden gesteld. Waarom hebben deze personages dit gesprek? Waarom is er iemand vermoord en waarom wordt er nú een scène besteed door de schrijver aan het bespreken ervan? Of, vanuit het andere perspectief: waarom worden de personges ertoe gedreven om die moord nu te bespreken? Antwoorden op die vragen kan je vervolgens weer gebruiken om de vraag te beantwoorden die je helpt om ervoor te zorgen dat je scène de nodige verandering met zich meebrengt: Wanneer?
Wanneer heeft iets een Gevolg voor een verhaal?
Een scène kan soms een verandering teweeg brengen, maar kan alsnog stokken als die verandering te weinig voorstelt. Ahmed stootte zijn teen, dus was hij die dag chagrijnig en had hij een slechte dag op school. Waardoor het avondeten een gespannen sfeer met zich meebrengt en zijn ouders de dag erna hopen dat het beter gaat en…
Je scène kan hier dienen om te weer te geven dat Ahmed snel op zijn teentjes is getrapt. Maar in dit geval neem je dat voorbeeld wel heel letterlijk. Gaat het later in het verhaal belangrijk zijn dat Ahmed een keer een teen gestoten heeft? Waarschijnlijk blijft dat een detail.
Als je wil dat een scène verandering in het verhaal brengt, kijk dan verder dan de oppervlakkige actie-reactie.
Stel jezelf na de waaromvraag voor een scène ook de vraag wanneer dit element terugkomt en een Gevolg met een hoofdletter heeft. Je voorkomt ermee dat je scènes die op de tekentafel belangrijk lijken alsnog afdwalen naar een focus op onbelangrijke details.
Soms is er wel een belangrijk detail dat grote veranderingen en gevolgen heeft, dat binnen die scène duidelijk moet worden. Ook dan is ‘wanneer?’ een handige vraag.
Dus het is belangrijk dat Ahmed zijn teen stoot, omdat dat een butterflyeffect krijgt?
Vraag jezelf dan af wanneer dat detail in de scène plaatsvindt en hoe je dat met de juiste sfeeromschrijving voldoende aandacht geeft. Vervolgens kijk je naar wanneer (en hoe) je dat detail in andere (eerdere) scènes terug laat komen. Hier moet je dus paradoxaal genoeg uitzoomen naar je verhaal als geheel om op een meerdere keren op een detail te kunnen inzoomen. Want het leest geforceerd als Achmed zijn teen stoot als hij op een bootje dobbert en de sfeer helemaal ontspannen is. Dan kan je hem beter ongemakkelijk met voeten laten bewegen onder tafel tijdens een vergadering waar hij zich niet op zijn gemak voelt.
Wanneer past dit detail en wanneer gaat dit optellen tot een verandering (later) in het verhaal?
Een goede scene is een belofte van verandering
Soms is je scène zodanig gericht op informeren of sfeeromschrijving in het algemeen dat er niet iets concreets in het plot gebeurt dat het verhaal verandert op het pageturnerniveau van het ‘wat en waarom?’ dat de lezer op het puntje van de stoel houdt. In dat geval moet je ervoor zorgen dat je scène een verandering belooft. Dit is de subtiele verwijzing tussen de regels door dat niet alles bij het oude blijft. Als de vuurspuwende draak het dorp bedreigt, dan moet er wel een ridder komen om iedereen te redden, wil je een lopend verhaal hebben en houden. En als er net een strijd is gewonnen, dan móet er een nieuwe leider worden gekozen.
Dit zijn vaak specifieke momenten in het plot: op het punt dat de comfortzone verlaten moet worden, of dat de crisis in aantocht is. De momenten waarop het erop of eronder is voor je personages. Die voelen dan de zwaarte van wat gaande is of komen gaat. Gebruik dan hun beleving om verandering in het plot te beloven.
Je kan dan misschien niet gaan hinten wat er gaat gebeuren: dat kan op zulke momenten te veel verklappen of geforceerd overkomen. Maar als je de lezer laat zien hoe je personages bibberen, of staan te trappelen om datgene wat gaat komen, houd je de spanningsboog vast en beloof je de lezer ook dat het verhaal niet stil blijft staan. Ook al heb je dat in deze scène even moeten doen.
Foto door Brandi Redd verkregen via Unsplash



