Wat als je personage pijn heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage pijn heeft?

Je wil pijn liever vermijden, maar dat lukt niet altijd. Als het er dan toch is, wat kan je dan over je personage te weten komen?

Pijngrens en ruggengraat

Begint je personage al te piepen zodra hij zich aan papier heeft gesneden en houdt hij daar een week zijn mond niet over? Of loopt hij de marathon nog uit, ook al heeft hij drie blaren ter grootte van een ei op zijn voeten? De pijngrens zegt vaak veel over de ruggengraat van je personage. Als je je personage pijn moet doen, kijk dan eens goed of hij dat wel aankan. Voor je het weet zet je je plot op slot, omdat je personage geen pijn kan verdragen. Of maakt de pijn door de stevige ruggengraat zo weinig indruk dat je personage daardoor misschien net iets meer op Superman gaat lijken dan de Jan-met-de-pet die hij moet zijn. 

Fysieke pijngrens en mentale grens

Soms heeft je personage een enorme ruggengraat, al dan niet in combinatie met een hoge pijngrens. Dan maakt fysieke pijn vaak (te) weinig indruk. Kijk dan eens of je een mentale pijngrens aan kan spreken. Als je over een sporter schrijft die het gewend is om iets te breken, zal die daardoor heel wat gewend zijn en zal dat niet zo belangrijk zijn voor het plot. Kijk dan eens hoe je zijn mentale (pijn)grens kan overschrijden om pijn alsnog in je voordeel als plotwending te gebruiken. Een arm breken is niet erg voor een sporter. Maar als hij daardoor niet mee kan als begeleidende ouder op schoolreisje, waar vader en zoon al maanden naar uitkijken, kan je de sporter daarmee pijn doen. Of hem in ieder geval de nodige voorzichtigheid in acht laten nemen. 

Opoffering

Een personage kan vrijwillig helse pijn ondergaan. Dan is er vrijwel altijd opoffering in het spel. Denk aan het bekende voorbeeld van iemand die zichzelf in elkaar laat slaan zodat de ander kan vluchten. Of iemand die een zeer (mentaal of fysiek) pijnlijke (medische) behandeling ondergaat om maar weer te kunnen lopen, van de pleinvrees af te komen en zo weer een sociaal leven te ontwikkelen, te kunnen blijven leven en de kinderen zo geen vader te ontnemen. 
Dat soort opofferingen zeggen veel over de normen en waarden, veerkracht en moed van je personage. Neem dus de tijd om daar goed naar te kijken, want dat is waardevolle informatie.

Wegrennen

Het kan zijn dat je personage niet de mentale (veer)kracht heeft om mentale pijn aan te kunnen. Pas goed op met deze personages, want die zetten je plot erg makkelijk op slot, omdat ze hun narratieve comfortzone niet uit kunnen komen. Zorg er bij deze personages dus voor dat ze een vriend of familielid hebben dat ze op tijd een schop onder hun achterste geeft. Als je dat niet doet, dan is je enige optie om van de mentale strijd om iets in gang te zetten het thema van je plot te maken. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Rent je personage te snel weg, of bijt het te veel door om nog interessant te zijn? Ik kan het controleren: kijk in mijn webshop.

Own voice: schrijven over iets dat je kent

Own voice betekent: schrijven over iets dat je kent. Tegenwoordig wordt de term echter vaak gebruikt om aan te geven dat je niet mag schrijven waarmee je niet bekend bent. Denk aan: schrijven over het leven van zwarte mensen als je zelf wit bent, of schrijven over een homoseksuele relatie als je zelf hetero bent. Wat zijn de voordelen van own voice en wanneer slaan die voordelen om in nadelen?

Het schrijverscredo: schrijf wat je kent

‘Schrijf wat je kent’ is misschien wel een van de bekendste schrijverscredo’s die er zijn. Dat is niet voor niets. Als je een personage realistisch wil portretteren, is het erg belangrijk om je in je personage in te kunnen leven. En het is nu eenmaal makkelijker om je in te leven en/of over iets te schrijven wat je zelf hebt meegemaakt. Je kan je misschien heel goed voorstellen hoe spannend het is om op het vliegveld te staan, minuten voordat je vliegtuig vertrekt en het startschot voor je wereldreis wordt gegeven. Maar als je het zelf hebt meegemaakt, is het stukken eenvoudiger om te beschrijven hoe bewust je je was van alle verschillende talen om je heen, wetend dat je veel ervan nog vaak zou horen. En ergens op de vluchthaven is er misschien wel een Mexicaans restaurant, maar jij proefde op dat moment het échte Mexicaanse eten al op je tong. Over drie maanden zou je het ook kunnen kauwen…
Dat is het principe waar own voice om draait: je kan nooit écht goed over iets schrijven, tenzij je het zelf hebt meegemaakt.

Als het niet in je dagboek zou kunnen staan, kan je het niet schrijven. Zo kan je de redenering van own voice ongeveer samenvatten.

Voordelen van own voice als leidraad

Own voice heeft een enorm voordeel ten opzichte van ervaringen of verhalen die je niet uit de eerste hand schrijft. Omdat je alles zelf hebt meegemaakt, is het veel makkelijker om over bepaalde details te schrijven en ze te ontwarren waar ze anders een onoverzichtelijk zooitje lijken. Show don’t tell gebruiken gaat eenvoudiger omdat jij het hebt zien gebeuren, niemand heeft het je moeten vertellen. (De gekozen naam voor show don’t tell als techniek klinkt nu opeens een stuk logischer, of niet? 😉 )

Ook als je niet vanuit eigen beleving kan schrijven (daarover later meer) is het handig om own voice als een soort techniek te beschouwen, met als uitgangspunt: ‘Ik moet proberen om zoveel mogelijk over dit personage te weten te komen, alsof ik hem of haar zou kunnen zijn geweest’. Dat geeft je namelijk veel meer inzicht in belangrijke zaken als:
* de personagebiografie;
* de comfortzone;
* het mogelijke centraal conflict;
* de eerste opzet voor het save the cat schema.

Ook helpt het je om dingen in perspectief te zien. Stel dat je in een rolstoel zit en je weet niet beter. Als je dan own voice schrijft, hoef je je niet druk te maken over hoe je bepaalde clichés van mensen in een rolstoel ontwijkt. Je schrijft over je eigen ervaringen. Die zullen niet zo snel cliché zijn, want jij weet als ervaringsdeskundige maar al te goed wat je daadwerkelijk voor beperkingen hebt en wat door het grote (lezers)publiek vaak verkeerd wordt begrepen.
“Wat is normaal?” wordt zo, hoe dan ook – own voice of niet- een hele interessante vraag…

Doorslaan in own voice

Het is begrijpelijk waarom own voice een opmars heeft gehad aan populariteit. Zoals je al las, zijn er goede redenen voor. Maar je kan ook doorslaan in own voice. En daar moet je echt mee oppassen, want je loopt zo het risico om bekrompen of zelfs racistisch te worden. Bovendien kan je er je broodnodige neutrale bril (voorgoed!) mee verliezen…
Enkele voorbeelden van doorgeslagen own voice beweringen (met bijbehorende voorbeelden van verweer) zijn:
* “Jij bent geen man, dus jij kan niet weten hoe het is om je een slap watje te voelen als je daarvoor wordt uitgemaakt.”
(Ik was als meisje zo slecht in gym dat waar iedereen tot aan het plafond in de touwen kon klimmen, ik me nog niet eens aan die touwen vast kon houden of me van de grond af zetten. Ik ben voor slap watje uitgemaakt en nooit harder uitgelachen dan toen.)
* Jij bent geen zwart persoon in een voornamelijk witte maatschappij, dus je kan niet weten niet hoe het is om je de hele tijd aangekeken te worden als ‘die ander’.
(Ik heb een tijd als enige niet-moslima op een islamitische school gewerkt. Ik was vrijwel de enige vrouw zonder hoofddoek.)
Dat contrast heb ik daadwerkelijk meegemaakt. Daarom wil ik melden dat mijn oud-collega’s en de ouders van de kinderen me altijd zeer welkom hebben laten voelen en ik me nooit ‘die andere’ heb gevoeld. 🙂

Als je doorslaat in de own voice beredenering, vinden mensen je al snel een irritante betweter…

Het voorbeeld uit mijn privéleven deel ik vanwege het volgende: besef dat je er niet van uit kan gaan wat voor de een een nare ervaring is, voor de ander een soortgelijke situatie hetzelfde aanvoelt. En iets wat jij oké vindt, vind een ander weer naar: er zijn meerdere factoren die een uitkomst bepalen. Bovendien is er nog iets anders erg belangrijk:

Zoek een gemene deler als je volgens own voice schrijft

Om niet door te slaan in own voice, is het verstandig om een gemene deler te zoeken.
Nee, ik zal als blanke vrouw nooit echt weten hoe het is om zwart te zijn (in Nederland). Maar ik kan nog steeds met de nek aangekeken worden, of door anderen worden gediscrimineerd (al dan niet vanwege mijn ras). Daar hoef ik niet zwart voor te zijn.
Een aantal onderliggende emoties die je kan voelen als je wordt gediscrimineerd zijn bijvoorbeeld verdriet, ongemak, of boosheid. En die emoties zijn bij iedereen bekend. Probeer dat vast te houden tijdens het schrijven (van own voice). Anders blijf je beperkt tot het schrijven van een autobiografie of kan je zelfs niet over andere personages schrijven dan je persona (want jij hebt hun leven niet meegemaakt…) Dat schiet niet echt op als je een roman wil schrijven… 😉

Schrijf je te veel met own voice? Schakel mij in voor manuscriptredactie, dan kijk ik ernaar voor je.

Wat als je personage tegenslagen te verduren krijgt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage tegenslagen te verduren krijgt?

Tegenslagen heb je in alle soorten en maten en er zijn evenveel manieren om je daarover te uiten. Boosheid komt dan vaak voor. Boosheid over tegenslag kan je grofweg in drie groepen onderverdelen. Zodra je weet in welke groep de boosheid thuishoort, kan je dat handig toepassen in je verhaal. 

Mokken

Dit is de meest ‘onschuldige’ vorm van boosheid. Mokken gebeurt als je personage zijn dag niet heeft, of zich ergert aan kleine dingen. Denk aan dingen als:
* “hé verdorie, de koekjes zijn alweer op…”; 
* “O, jippie, alweer regen vandaag… Ik heb al drie weken geen fatsoenlijke zon gezien.”; 
* naar de supermarkt gaan en je portemonnee vergeten;
* een lange rij voor de achtbaan in het pretpark.

Mokken kan goed werken voor je verhaal, of helemaal niet. 
Als je personage af en toe eens mokt, maak je een personage op een eenvoudige manier realistisch(er). Als je hoofdpersonage iemand is die te pas en te onpas loopt te mokken, maak je het jezelf onnodig moeilijk. Iemand die steeds mokt, zal niet snel in actie komen om iets te veranderen. Een held van een verhaal kan niet te passief zijn, want daarmee zet je geen centraal conflict in gang. 
Hoe dan ook, wees zuinig met ‘mokbuien’ van een personage. 

Terechte woede

Boosheid is een vervelende emotie, maar daarmee niet altijd onterecht. Als je personage door zijn wederhelft geslagen wordt – omdat zijn vrouw zijn salaris te laag vindt, bijvoorbeeld – dan is het juist goed dat je personage boos wordt: dat getuigt van een bepaalde eigenwaarde. (“Ik verdien misschien geen ton per jaar, maar dat geeft je niet het recht om me te mishandelen!”)
Gebruik die eigenwaarde in je voordeel om te laten zien wat voor ‘verborgen krachten’ je personage nog meer heeft: wat kan en durft hij in gang te zetten zodra er onrecht of onraad is? Waarschijnlijk schuilt er iets in je personage dat verandering in gang wil zetten. En verandering is altijd goed, want het zet een verhaal in gang, of houdt een verhaal aan de gang. 

Woekerende woede/ verbittering

Woekerende woede of verbittering treedt op wanneer je personage iets vervelends is overkomen en hij zich er niet overheen kan zetten. Dat kan iets kleins zijn (een vriend die een verjaardag vergeet) of iets groots (je personage heeft in een Duits concentratiekamp gezeten en wordt nog steeds kwaad als hij een Duitser ziet.) Maar of het iets groots is of iets kleins, de woede terecht is of niet, doet eigenlijk niet ter zake. Dit soort woede is namelijk vooral handig om je personage beter te leren kennen. Wat zijn de karaktertrekken, omstandigheden en gebeurtenissen die op je personage van toepassing zijn die ervoor zorgen dat je personage in die verbittering blijft hangen en het verleden maar niet achter zich kan laten? De informatie die je krijgt als je naar deze antwoorden op zoek gaat, zijn waardevol gedurende het hele schrijfproces, niet alleen als deze verbittering boven komt drijven. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Laat mij controleren of je tegenslagen goed uitgewerkt zijn: kijk eens in mijn webshop.

Schrijfoefening: de schijnheilige engel

Schrijven over een personage waar je fan van bent, is natuurlijk leuk. Maar schrijven over een personage dat je niet mag, is niet altijd makkelijk. Deze oefening kan je daarbij helpen.

Kill your darlings, maar dan andersom

Kill your darlings is het principe dat je moet schrappen wat je graag schrijft en soms als verlengde, leuk vindt om te lezen. Maar het kan ook andersom. Denk aan:
* Je favoriete personage heeft zijn ten minutes of fame, die je moet schrappen omdat het niet in de scène past.
* Je moet je darling daadwerkelijk vermoorden;
* Je moet je slechterik zijn slechte dingen laten doen. Dingen waar je zelf niet goed van wordt zoals neerkijken op anderen, arrogant zijn, mensen afblaffen, moorden…

Ik gebruik hier bewust het woord moeten. Net zoals je er niet onderuit kan dat je soms iets moet schrappen wat je eigenlijk mooi vindt, moet je soms iets schrijven waar je eigenlijk liever niets mee te maken zou willen hebben. Maar het is nodig voor de broodnodige balans van goed en slecht in je verhaal, anders wordt je verhaal uiteindelijk oninteressant.

Speel voor de (schijnheilige) engel

Een manier die kan helpen om je over de ergernissen heen te zetten, is om een rol van een (schijn)heilige engel aan te nemen tijdens het schrijven. Daarvoor moet je je gevoel voor moraal wel tijdelijk kunnen uitschakelen.
Onze engel heeft als uitgangspunt dat alles wat er op deze aardkloot in een mensenleven gebeurt, helemaal niet zo belangrijk of spannend is. Uiteindelijk gaan we toch allemaal dood, belanden we met z’n allen in de hemel en mogen we voor eeuwig aan de melk en honing en is er alleen nog maar liefde, nooit meer haat.
Op zich verkondigt de engel een mooi verhaal, maar de clou van deze oefening is dat deze engel moet denken dat we ook op aarde ook allemaal engeltjes zijn, ongeacht wat we doen. Daardoor heeft deze engel overtuigingen als:
“Ach, wat maakt het uit dat Frenkie andere kinderen pest? Hij is net als iedereen een bron van licht, maar kan daar (met zijn hart en hoofd) nog niet bij.”
“Het is irrelevant dat Geertje haar eten steelt, want als ze straks in de hemel is, doet geld er niet meer toe.”

Mensen mogen engelen gerust aanbidden. Andersom lijkt mij een minder goed idee…

Met andere woorden: ga alle acties zó schijnheilig goedpraten dat je er onpasselijk van wordt. Het voorbeeld van de engel vertaalt zich waarschijnlijk wat moeilijker naar wat meer alledaagse, aardse situaties. Daarom volgen hier wat meer concrete voorbeelden:
* Ach, hij mag mensen in elkaar slaan. Hij had een slechte jeugd en het is zijn schuld niet dat hij niet fatsoenlijk is opgevoed.
* Zij heeft altijd zo hard gewerkt en nooit tijd voor zichzelf gehad. Laat haar dan gewoon eens voor haarzelf kiezen en laat haar nou eens een klein cadeautje voor zichzelf kopen. Dat haar kinderen dan vervolgens een dag niet te eten hebben… Daar gaan ze niet dood van. Als het nou een week zou zijn…
Het principe van de engel noem ik alsnog, omdat als je per se moet, je kan doorredenen tot je een ons weegt als het gaat om waarom iemand nog niet zo slecht is. Zoals de engel dat doet die het aardse leven sowieso als niet zo belangrijk beschouwt.

Deze stap kan lastig zijn, maar hij is nodig voor de volgende stap van:

Het interessante achtergrondverhaal

Zodra je het punt hebt bereikt waarop je schijnheilig naar je personage kan kijken, kan je de personagebiografie waarschijnlijk een enorm zetje geven. Het centraal conflict vanuit het oogpunt van jouw gehekelde personage en de comfortzone worden zo een stuk duidelijker. Kortom: je personage wordt als geheel een stuk begrijpelijker of duidelijker. Dan zie je een stuk beter wat zijn plaats in het verhaal is. Daar wordt je verhaal als geheel een stuk beter van.
Een leuke bijkomstigheid is dat je dan in de schrijversflow terecht zal komen. Uiteindelijk zal je je personage niet meer zo’n vervelend persoon vinden (om over te schrijven), omdat je inziet wat zijn plaats in het grotere geheel is en dat hij er moet zijn voor de broodnodige balans in je verhaal. Waak er wel voor dat je in deze stap alsnog niet doorslaat en de schijnheilige engel niet meer als schrijfoefening, maar als schrijfmethode gaat gebruiken. Je moet je antagonist begrijpen, maar er is een heel groot verschil tussen slechte daden, vervelende karaktertrekken en irritante gewoonten begrijpen en goedpraten. Hier lees je daar meer over.

Als voorbeeld:
Een steenrijke man logeert in een hotel. Bij de incheck loopt het systeem even vast, waardoor de receptionist de man pas na vijf minuten naar zijn kamer kan wijzen.
Je weet dat de rijke man zijn hele leven rijk is geweest en dus niet beter weet of alles wat hij wil wordt voor hem gedaan zodra hij maar met zijn vingers knipt. Eventuele tegenslagen duren daarom hoogstens twee minuten. Je kan je dan voorstellen dat vijf minuten vertraging een reden voor hem is om kwaad te worden.
Hij verliest dan ook zijn geduld. Zo erg zelfs, dat hij zo hard begint te schreeuwen dat de manager van het hotel meent dat de receptionist de rijkaard groot onrecht heeft aangedaan en de baliemedewerker daardoor zijn baan verliest.
Dat gaat ver, maar dat zou in theorie kunnen gebeuren. Maar als de hotelgast later nog zelfingenomen is ‘omdat die nietsnut dankzij hem ontslagen wordt’ en hij de receptionist bij het uitchecken nog even snel een klap verkoopt… Ergens moet dat begrip ook weer ophouden.

Als dit hotel het oké vindt dat de gaten hun personeel mishandelen en het personeel vervolgens ook nog eens de schuld daarvan krijgt, hoeven ze mij niet meer als gast te verwachten…

Zorg dus dat je de ‘voors-en tegens’ van je personage kent en er uiteindelijk met een neutrale bril naar kijkt. Dan hoef je je tijdens er het schrijven niet meer zo aan te ergeren.

Behoefte aan een schrijfcoach die niet schijnheilig is? 😉 Kijk eens in mijn webshop.

Wat als je personage macht heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage macht heeft? 

Macht heeft vele gezichten en je kan er talloze verhalen over bedenken. Maar om te beginnen moet er voor deze tips een ding duidelijk zijn: macht hebben is niet meteen slecht. Niet alleen dictators hebben macht: ook een verzorgende in de gehandicaptenzorg heeft dat, want die bepaalt wanneer de cliënt opstaat, eet en gewassen wordt. Bedenk eerst eens of je personage macht heeft over een ander, zonder dat je dat misschien beseft. 

Wil je personage macht?

Je personage kan dus macht – of misschien beter gezegd zeggenschap – over iemand hebben, zonder dat dat het doel is. De verzorger of ouder heeft zeggenschap over cliënt of een kind, maar is daar niet trots op, pocht daar niet over en heeft die taak ook niet op zich genomen om diegene vervolgens als volgelingen of dienaren te beschouwen. Als je personage macht heeft, maar niet per se wil, zegt dat erg veel over je personage. Denk aan: hoe gevoelig hij is voor omkoperij of hoe sterk zijn ethisch kompas is.

Wat zijn de middelen die je personage heeft?

Of het nu een diploma in de gehandicaptenzorg is, ouderlijk gezag of een heel leger compleet met nucleair arsenaal, je personage heeft middelen tot zijn beschikking die de macht in stand houden. Wat voor troef geeft je personage dat? Dwingt het angst of respect af? Geeft het bepaalde connecties?
Maakt je personage daar gebruik van om zelf beter van te worden door nog meer gebieden te veroveren of carrière te maken? Of vindt je personage, ondanks alle mogelijkheden alles wel goed zoals het is? 
Neem die middelen ook eens mee in je opschrijfboekje: wat gebeurt er als het volk in opstand komt, of je personage zijn baan verliest? Draait je personage dan door of blijft hij kalm? Zo weet je hoe vindingrijk en stressbestendig hij is. 

Waarom houdt je personage de macht?

Of je personage nu machtslustig is of het hebben van macht nu eenmaal bij de omstandigheden hoort: je personage heeft macht en wil die houden. Anders koos hij wel een andere baan, of wilde hij geen kinderen die hij op moest voeden waar hij verantwoordelijk over heeft. Wat zit er achter de reden om die macht te krijgen of te behouden? Onzekerheid? Een diagnose ‘sociopaat’ of naasten- of moederliefde?
Als je weet waarom je personage zich –plat gezegd– met het doen en laten van anderen bezig wil houden, heb je weer heel wat kennis over je personage die je kan gebruiken om hem verder uit te werken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb jij het thema ‘macht’ goed uitgeschreven in je boek? Ik kan het controleren: kijk eens in mijn webshop.

Een persona schrijven: waar moet je rekening mee houden?

Een ode aan je lieve moeder, of je wil gewoon zelf graag als personage in je verhaal rondlopen. Er zijn meerdere redenen om een persona te schrijven. Een persona is een van de weinige dingen bij creatief schrijven waar ethische overwegingen belangrijker zijn dan de creatieve vrijheid van de schrijver. Waar moet je op letten als je een persona schrijft?

Wat is een persona?

Een persona is een personage dat op een bestaand persoon is gebaseerd, alleen zijn er aanpassingen gemaakt om de bestaande persoon niet als zijn of haar exacte zelf in het verhaal te laten voorkomen. De bestaand persoon kan opeens ouder zijn, donkerharig in plaats van blond…. Dit soort veranderingen kunnen klein of groot zijn in aanpassingen of aantal. In ieder geval moet de schrijver (en soms het bestaand persoon) weten: “Dit is (naam), maar dan op papier” zodra het verhaal geschreven of gelezen wordt.

Het idee van een persona is dat degene over wie het gaat nog in herkenning de hand op kan steken als je zou vragen: “Over wie gaat dit?” of “Wie is dit?”

De creatieve valkuilen van een persona

Een persona heeft twee grote nadelen voor het creatieve proces:
* de kans is groot dat je een darling creëert;
* je bent meer bezig met het persona dan met het verhaal. Dat doet je verhaal nooit goed.

Als je persona een darling wordt, komt het verhaal in dienst te staan van het persona. Dat is nooit de bedoeling, want het personage moet ofwel een figurant zijn om de ode aan diegene voor wie je de persona creëert te kunnen geven of hij wordt een belangrijk(er) personage in je verhaal. Dan gaat dezelfde regel op: het ‘boekuniversum’ mag niet samenspannen om het je personage allemaal voor de wind te laten gaan. Dan krijg je een Deus ex machina.

De ethische valkuilen van een persona

Als je een persona schrijft, kom je altijd ethische vraagstukken tegen. De persoon op wie jij een persona baseert heeft altijd het recht daar iets van te vinden in zoverre dat diegene mag zeggen: dat had je niet moeten of mogen schrijven. Dat wil niet zeggen dat je voor elk wissewasje aan diegene moet vragen of je iets wel of niet mag noteren. Maar wel dat je:
* informatie die gevoelig of persoonlijk is nooit aan het persona mee mag geven. Deel dus geen medische gegevens of geheimen, laat het persona niet namens de bestaande persoon uit de kast komen, enzovoorts.
* de hoeveelheid karaktertrekken of persoonlijke omstandigheden moet beperken die de persoon en het persona gemeen hebben. Ze mogen gerust in hetzelfde dorp wonen, maar als ze beiden ook eens nog dezelfde schoenmaat, voorkeur voor frisdrank, baan en inkomen hebben, dan ga je te ver. Zorg er kortom voor dat de betreffende persoon (mocht je boek een wereldbestseller worden) niet aan de hand van het persona op straat kan worden herkend of een wildvreemde genoeg informatie heeft om naar diegene te herleiden.

Dat doe je niet alleen vanwege de ethische overweging, maar ook om te voorkomen dat je persona belangrijker wordt dan het verhaal zelf.

Ja, lieverd, wat daar staat geschreven, gaat over jou. (Je kan er dus maar beter voor zorgen dat diegene dat niet geschokt achterlaat…)

Mag een persona schrijven dan nog wel?

Je kan er niet omheen dat een personage (welk dan ook) tot op zekere hoogte een persona is van een of meerdere mensen. Creativiteit kan alleen ontstaan vanuit dingen die jij in de wereld daadwerkelijk ziet. Dat geldt ook voor fantasy of dingen die je zogezegd uit het niets verzint. Je verzint alleen maar dingen die je ergens eerder hebt gezien of die in beginsel logisch zijn. (Voor een uitgebreide toelichting, klik hier).
Als je over een ruzie schrijft, denk je bewust of onbewust terug aan een ruzie die je in je leven hebt gehad. Dan hoef je niet meteen over de ruzie over de schutting te schrijven, zoals je die vorige week met de buurvrouw had. Maar het feit dat je die ruzie ooit gehad hebt, betekent wel dat je logischerwijs weet dat een ruzie vaak een welles-nietes-element in zich heeft. Zo wordt die ruzie over de schutting alsnog ‘nuttig’ om over een stelletje te schrijven dat ruzie maakt wiens beurt het is om de afwas te doen (“De jouwe!” “Nietes, de jouwe!”).
Op eenzelfde manier kan je alleen zo over mensen (als individu of als wezen) schrijven. Het is dus tot op bepaalde hoogte onvermijdelijk dat welk personage dan ook trekjes gaat krijgen die ze gemeen hebben met een ander bestaand persoon of een personage uit een andere serie, film of uit een ander boek.

Het is dus prima om een persona te schrijven. Je moet alleen goed in de gaten houden waarom je een persona wil schrijven. Daar zijn meestal twee redenen voor:
* je wil iemand eren door hem/ haar in je boek te laten voorkomen.
* je wil een personage creëren dat de karaktertrekken van een bestaand persoon heeft, omdat dat helpt voor je verhaal. (De moed van mijn opa is wat mij ertoe heeft aangezet om een verhaal te maken over een moedige jongeman die gaat emigreren. Dat heeft opa ook gedaan.)

In dat eerste geval doe je er meestal goed aan om je persona een andere naam te geven dan de persoon waarop die gebaseerd is, een figurantenrol te geven en het daarbij te laten. In het tweede geval vormt je persoonlijke inspiratiebron de kern van het verhaal. Maar niet die hele persoon als compleet mens. In dit geval alleen de moed van opa, niet alles wat hij nog meer als mens was. Neem dan die moed en het proces van emigreren en zorg dat opa’s persona op allerlei andere manieren juist (veel) van opa verschilt. Laat het verhaal plaatsvinden in een ander tijdperk, verander het land van afkomst en bestemming, geef opa een ander ras of geloofsovertuiging of laat hem altijd in driedelig grijs lopen terwijl hij juist zo gek was op het rondlopen in zijn versleten klompen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Wat als je personage eenzaam is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage eenzaam is? 

Iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad: eenzaamheid. Dat is voor een enkele scène niet meteen interessant, maar als eenzaamheid een karaktertrek van je personage wordt, is het belangrijk om daar goed naar te kijken. Als je vreselijk eenzaam bent en dat ook nog eens lang duurt, komt je hele wereld op zijn kop te staan. Dat heeft grote gevolgen voor je personage, het centrale conflict en de toon van je verhaal. Let op de volgende dingen als je over eenzaamheid schrijft. 

Introvert of extravert?

Mensen zijn introvert of extravert. Simpel gezegd willen extraverte mensen vaak en veel mensen om zich heen, waar introverte mensen liever met een kleinere groep mensen zijn en zo nu en dan ook liever alleen zijn. Waar een extravert het al heel naar vindt om twee dagen niemand tegen te komen, vindt de introvert dat soms juist fijn. Een introvert daarentegen zal meer behoefte hebben aan diepgaande contacten met een enkeling, terwijl een extravert ook energie haalt uit koetjes en kalfjes met veel mensen. 
Als je weet aan wat voor contact je personage het meest behoefte heeft, weet je ook wat hem al dan niet (makkelijk) eenzaam maakt. Kijk dus eerst of je personage intro-of extravert is voor je verder gaat met schrijven over zijn eenzame gevoelens. 

Wie of wat is de oorzaak?

Eenzaamheid heeft altijd een oorzaak, maar die kan enorm verschillen: verlegenheid, niet populair zijn, de thuisblijver zijn als iedereen op vakantie is, geestelijke mishandeling waardoor je personage denkt geen vriendschap waardig te zijn… Kijk goed naar wie of wat de eenzaamheid in gang zet of in stand houdt. Anders kan je niet bepalen wat er moet veranderen om de eenzaamheid op te lossen of hoe je de eenzaamheid kan portretteren. 

Wat speelt er onder de eenzaamheid?

Enkele belevenissen van eenzaamheid zijn: “Ik voel me erg eenzaam als mijn geliefde niet bij me is” of “Ik voel me eenzaam op feestjes waar ik niemand ken.” Achter dit soort citaten schuilt vaak nog iets anders dan eenzaamheid: te veel waarde hechten aan een specifiek persoon of verlegenheid, bijvoorbeeld. 
Eenzaamheid kan je definiëren als: contact willen met een medemens, maar dat niet kunnen krijgen. 
Dat kan oorzaken hebben die vrij ‘eenvoudig’ zijn of juist heel ernstig. Een eenvoudige reden is iets als: je eenzaam voelen in de klas omdat je niet voluit en sociaal mag kletsen met de buurvrouw. Een ernstige reden is: ik heb het gevoel dat ik geen vriendschap of liefde waard ben en zoek daarom geen contact met anderen. 

Probeer erachter te komen of je personage ‘zuivere’ eenzaamheid ervaart, zoals in de klas, of dat er nog andere mentale ongemakken meespelen, zoals slechte sociale vaardigheden, een minderwaardigheidscomplex of het idee dat je personage om wat voor reden dan ook het recht niet heeft om contact te zoeken met iemand/ het gewenste andere personage. Mocht er méér meespelen dan ‘zuivere eenzaamheid’, neem dat dan ook mee in je uitwerking. 

Onderschat eenzaamheid niet! 

Als je erachter komt dat je personage met ernstige eenzaamheid (en eventuele onderliggende factoren) te kampen heeft, onderschat dat dan niet. Het kan je personage zodanig verlammen dat hij zelfs zijn bed niet meer uit kan, wil of durft te komen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor je personageontwikkeling, verhaalthema, plot en verhaallijn. Als je een personage hebt dat ernstig eenzaam is en dat realistisch wil portretteren, hou dan in de gaten dat dat veel met je verhaal als geheel kan doen. En besef dat ernstige eenzaamheid niet opgelost is als de vriend van je protagonist haar een enkele keer meeneemt naar de bioscoop…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je weten of eenzaamheid goed als thema is uitgewerkt in je verhaal? Kijk dan eens in mijn webshop.

Zo verloopt de eerste kennismaking met je boek goed

Als je begint met schrijven, moet je de lezer onmiddellijk weten te boeien, anders wordt je boek heel snel weggelegd en niet meer opgepakt. Dat is iets wat de meeste schrijvers wel weten. Maar waar moet je dan op letten? Hier volgt een aantal handige uitganspunten.

Kennismaking met het verhaal

Het schrijven van een eerste zin, alinea, pagina of hoofdstuk van een verhaal is erg tegenstrijdig. Aan de ene kant moet je duidelijk zijn: wat kan de lezer verwachten? Aan de andere kant heb je te weinig ruimte om meteen alles wat je duidelijk zou willen maken te kunnen vermelden.
Het eerste deel van je verhaal moet in ieder geval:
* een globaal idee geven van wat voor iemand je protagonist is; (een middelbare man of een jong meisje? Verlegen of agressief?)
* een hint geven naar wat het centraal conflict vormt of gaat vormen;
* De stijl en toon van je tekst en je taalgebruik duidelijk worden. (Schrijf je formeel, humoristisch of eenvoudig?)

Zo geef je je lezer een referentiekader om op terug te vallen voor de alinea’s, pagina’s of hoofdstukken die volgen.

Liefde of lust op het eerste gezicht van de eerste bladzijde?

Het eerste deel van je boek schrijven kan lastig zijn. Het helpt om het volgende te bedenken:
Je moet niet proberen om te streven naar liefde op het eerste gezicht, maar naar lust op het eerste gezicht.
Laat mij dat onderscheid eerst duidelijk maken.

Als jij iemand ziet lopen die je aantrekkelijk vindt, de vlinders in de buik rond gaan fladderen en je met die persoon wel een beschuitje zou willen eten, dan wordt dat vaak vertaald naar ‘liefde op het eerste gezicht.’ Maar dat is het niet: het is eerder lust op het eerste gezicht, omdat je valt voor iemands uitstraling of uiterlijk, niet voor hoe iemand als persoon is. Daar is niets mis mee, maar in deze vergelijking is het belangrijk dat je liefde en lust van elkaar kan onderscheiden.
Lust is de onmiddellijke (fysieke) aantrekkingskracht van de buitenkant, liefde is houden van die persoon om alles wat hem maakt tot wie diegene is wanneer je die beter leert kennen en je niet alleen meer op het uiterlijk valt. Liefde op het eerste gezicht is in dat opzicht niet mogelijk; door alleen naar iemand te kijken weet je niet wat voor persoon dat is.


Daar is Knappe Kees weer. (Lees zijn bijbehorende blogpost eens, dan wordt het punt: ‘Je weet nog niks van hem.’ nog duidelijker.) Ik wil best een kopje thee met hem gaan drinken, maar ik hou nog niet van hem. Wie weet wat voor rare hobby’s, gewoontes of ideeën hij heeft… Foto door Rafael Barros op Pexels.com

Zodra je aan een boek begint, moet je mikken op ‘lust op het eerste gezicht’. Je kan genoeg interessante dingen op de eerste pagina’s weergeven waarvan je lezer denkt: hé, dat zie ik wel zitten (om verder over te lezen). Zo kan de ‘liefde’ voor je verhaal uiteindelijk ontstaan of groeien. Vertaald naar concrete zaken waarover je kan schrijven zijn dat dingen waardoor de lezer denkt:
* Wauw, een vervallen, verlaten huis: dat wordt lekker griezelen (lust). O, dat huis heeft een geschiedenis die ik langzaam maar zeker leer kennen: dat gaat me gedurende het hele verhaal interesseren (liefde).
* O jee, een eenzaam personage… Ik wil weten hoe hij zo eenzaam is geworden (lust). O, dat komt omdat het een arrogante vent is die al zijn vrienden heeft opgelicht om er zelf beter van te worden (liefde).
* Hé, wat leuk: het personage begint aan een nieuwe baan (lust). Wat een rotbaan heeft ze, zeg! Ik hoop dat ze de assertiviteit vindt om haar mond open te trekken om die hooghartige baas eens goed de waarheid te vertellen… (liefde);
* Wat een mooi landschap! Wat zou daar allemaal kunnen gebeuren? (Lust.) O, je kan er wandelen, want dat doet het personage, dat een professionele bergbeklimmer blijkt te zijn (liefde).

Merk op dat je lezer dus niet per se iets leuk, mooi of fijn hoeft te vinden zodra de liefdesfase aanbreekt. Een verhaal of personage hoeft namelijk niet altijd positief van karakter, houding of toon te zijn. Anders zou je geen detective, thriller of horror meer mogen schrijven. Het gaat erom dat je een eerste lust aanwakkert voor je verhaal, dan komt de liefde ervoor -als je goed schrijft- later vanzelf.

Liefde op het eerste gezicht: wat gebeurt er dan?

Zodra je lezer liefde voor je verhaal heeft, dan weet hij meerdere dingen die het grote geheel vormen. Zo weet hij bijvoorbeeld dat Kees niet alleen knap is, maar ook:
* goed in hardlopen;
* vreselijk in Frans. Je wil niet dood gevonden worden in het romantische Parijs als Kees net heeft geprobeerd Frans te spreken…
* drie zusjes heeft;
* appels met klokhuis en al opeet.
Dan weet de lezer genoeg van Kees om van hem te gaan houden.


“Vieveej la Franseej!” Wat zei je, Kees? Hou je mond maar dicht. Geen zorgen, ik hou nog steeds van je 😉

Als je naar liefde op het eerste gezicht streeft, zoals dat begrip in deze blogpost wordt gebruikt, gaat het mis. Misschien zie je al wat er dan gebeurt: dan krijg je een infodump.

Opening van een romantisch verhaal

Als jouw romantische verhaal wél moet beginnen met de traditionele liefde op het eerste gezicht, dan kan dat. Maar let er dan wel op dat je niet verzandt in overdreven veel gezwijmel. Hier lees je daar alles over. Net zoals in deze blogpost geschreven is, moet je erop blijven letten dat je geen tientallen dingen over de vlinders beschrijft. Dan kun je beter een ding uitwerken wat de vlinders veroorzaken. Zijn het de blauwe ogen? Die hebben wel meer mensen en je personage wordt niet op iedereen verliefd die blauwe ogen heeft. Waar doen deze specifieke ogen je personage aan denken? Wat ziet je personage in die blik dat zijn wereld op zijn kop zet? Spring niet van het een naar het ander. Je kan dan beter een gegeven uitgebreid en goed uitwerken.

Wil je controleren of jouw boek een goede eerste kennismaking heeft? Kijk eens in mijn webshop.

Wat als je personage liefdesverdriet heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage liefdesverdriet krijgt?

Wat voor liefdesverdriet is het eigenlijk?

Het ene liefdesverdriet is het andere niet. De ene keer betreft het een blauwtje, de andere keer een scheiding, weer een andere keer is het een heimelijke liefde die nooit wordt uitgesproken en daarmee nooit beantwoord wordt. Bij elke soort liefdesverdriet hoort een andere ‘kernemotie’. Denk aan:
* Onbeantwoorde liefde zorgt voor een sluimerend verdriet.
* Liefdesverdriet naar aanleiding van een scheiding brengt rouw met zich mee: iets wat er was, is niet meer.
* Een blauwtje lopen geeft pijn vanwege afwijzing.
Stel eerst vast wat voor liefdesverdriet je personage precies onder de leden heeft. Dan wordt het een stuk makkelijker om zijn gedachtegang en verdere doen en laten te verklaren.

Karaktertrekken en externe factoren

Niet iedereen gaat hetzelfde om met de eerdergenoemde kernemoties. Kijk nu eens naar het karakter en externe factoren van je personage. Om te beginnen met karaktertrekken:
* Een trots personage zal naast eerdergenoemd verdriet ook nog een deuk in het ego te verduren krijgen;
* Een verlegen, teruggetrokken personage zal nog verder in zijn schulp kruipen;
* Een extravert personage zal aan het eind van de maand een hoge telefoonrekening krijgen: die belt al haar vrienden langdurig op om haar hart te luchten.
Dan komen externe factoren om de hoek kijken: wat maakt dat het verdriet makkelijker of juist moeilijker te verwerken is?
* Is je personage een affaire begonnen met de baas en zijn ze nu betrapt?
* Komt je personage door de scheiding in een lastige financiële situatie terecht waardoor er een geen mentale ruimte is om de rouw te verwerken? Misschien krijgt hij daar later psychologische problemen mee door van alles op te kroppen…
* Wordt een depressief persoon slachtoffer van de heimelijk onbeantwoorde liefde? Dat zal de depressie misschien wel verergeren. Of is er misschien een vriend(in) die je personage uit dat zwarte gat helpt?
De externe factoren en karaktertrekken vormen een prima uitgangspunt. Daarmee kan je waarheidsgetrouw schrijven over de periode van het liefdesverdriet en wat dat met je personage doet.

Liefdesverdriet verandert

Liefdesverdriet gaat uiteindelijk over of verandert van vorm. Kijk nogmaals naar het karakter en de externe factoren van je personage en bedenk hoe dat verdriet overgaat (in iets anders).
* Als jouw personage iemand is die zichzelf een goede schop onder zijn achterste kan geven, zal hij niet lang blijven piekeren, zeker als zijn vriendin ook nog eens zegt dat hij blij mag zijn dat hij van die sukkel af is.
* Als je personage goed is in het aannemen van een slachtofferrol, dan kan zij lang in het liefdesverdriet blijven hangen. Dat verdriet kan in de loop der jaren overgaan in verbittering, maar de achterliggende gedachte: “Het leven is een zware dobber en mij overkomen altijd alleen maar slechte dingen,” zal dan waarschijnlijk hetzelfde blijven.

Het is van belang voor de rest van je verhaal om de ‘uitkomst’ van het liefdesverdriet te weten. Als je personage pessimistisch wordt door het liefdesverdriet, zal het een stuk moeilijker worden om weer/nog vertrouwen in de mensheid te krijgen. Daardoor zal hij andere dingen misschien niet meer aan willen gaan. Iemand die zichzelf achter de broek zit, zal na verloop van tijd weer lol in het leven krijgen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Zal ik het liefdesverdriet van je personage onder de loep nemen? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Leer jezelf neutraal naar je tekst te kijken

Als je wil leren schrijven, moet je schrijftechnieken kunnen toepassen en met een ´schrijversoog´ naar je tekst kunnen kijken. Je bent al een heel eind op weg als je dat lukt, maar dan ben je er nog niet. Het risico ligt altijd op de loer dat je met bepaalde blinde vlekken naar je tekst kijkt. Hoewel een blinde vlek nooit helemaal te voorkomen is, zijn er wel bepaalde dingen waar je op kan letten. Als je dat consequent doet, groeit je schrijfinzicht er ook van.

Met een gekleurde bril kijken

Als je een tekst gaat schrijven, kijk je er altijd met een spreekwoordelijk gekleurde bril naar. Dat doe je als je de lezer van een tekst bent, maar ook als je de schrijver van de tekst bent. Je hebt nu eenmaal een bepaalde voorkeur, kennis, kader of ervaringen waarmee je naar de wereld kijkt. In het verlengde daarvan lees je ook bepaalde teksten zo. Dat is menselijk en het zou daarom ook gek zijn als je van jezelf verlangt dat je volledig neutraal naar een tekst kan kijken. Wees dus niet te streng voor jezelf. Maar de eerste stap in het neutraal leren kijken naar een tekst is beseffen dát je een bepaalde bril ophebt die je niet af kan zetten.

Welke kleur je persoonlijke bril ook is, door zijn unieke kleur kijk je anders naar de wereld dan dat iemand met een andere bril doet.

Wat maakt jouw persoonlijk gekleurde bril?

Als je weet dat je als schrijver en lezer een persoonlijke bril draagt, kan je een lijstje maken met de dingen die jouw bril vormen. Dit lijstje kan je zo uitgebreid maken als je zelf wil, maar het is verstandig om hem zo lang mogelijk te maken. Als iets je opvalt, schrijf het dan op. In je lijstje kunnen dingen komen te staan als:
* Ik ben opgeroeid in een rijk gezin, dus tweehonderd euro voor een nieuwe broek betalen vind ik normaal.
* Ik ben dol op wiskunde en de exacte vakken, dus taal vind ik minder interessant.
* Ik ben een man en zie een dure auto als belangrijk statussymbool voor mannen, dus heb ik een Porsche;
* Ik heb een handicap en zie daardoor de functies van mijn lichaam als minder vanzelfsprekend. Ik schat het waarschijnlijk meer waarde op dan mensen met een volledig functionerend en gezond lijf.
* Ik ben gematigd islamitisch; ik heb moeite me te verplaatsen in de denkwijze van een atheïst, omdat Allah een belangrijke steun en toeverlaat is in mijn leven.

Om dit lijstje te kunnen maken is het belangrijk dat je het niet als een psychologische of sociale ‘waardekeuring’ ziet. Als jij het normaal vindt om tweehonderd euro te betalen voor een nieuwe broek, dan is dat zo. Dat maakt je niet meteen een verwaand mens. En als jij het lastig vindt om je voor te stellen hoe iemand de liefde van Allah niet kan voelen in het dagelijkse leven, dan mag dat. Je zegt daarmee toch niet meteen dat die ander gestraft moet worden om zijn levenswijze? Je moet in deze fase beseffen dat er met jouw ideeën of ervaringen an sich niets mis is. Zolang je je maar niet meteen druk gaat maken over wat anderen van jouw ideeën denken of denkt dat ideeën die anders zijn dan die van jou verkeerd zijn. Zo heb je meteen een goede eerste oefening in het neutraal leren kijken ;).

Jij bent een mooi mens met al je unieke ervaringen en ideeën. 🙂 Onthoud dat in deze fase van oefenen met je persoonlijke bril.

Je persoonlijke bril tijdens verhalen schrijven

Als je je persoonlijke bril als mens hebt bepaald, ga je verder met de bril verkennen die je draagt tijdens het lezen en/of schrijven. Dan doe je hetzelfde, maar dan met wat je leuk vindt (of juist niet) om te lezen of te schrijven, zoals:
* De trope over de backpacker in een tussenjaar? Die vind ik fantastisch!
* Ik ben dol op poëtisch taalgebruik.
* Streekromans vind ik ontzettend traag en suf.
* Mag het alsjeblieft eens afgelopen zijn met de verplichte aanwezigheid van een cheerleader in elk godvergeten highschoolverhaal….? (Vergeet niet: oordeel niet te streng over je eigen meningen 😉 ).

Het is erg handig als je weet waarom je ergens helemaal weg van bent of iets juist vreselijk vindt, want dat kan de radar versterken die je wil krijgen als het gaat om een persoonlijke bril dragen. Nee, horrorverhalen zijn niet per definitie slecht, maar jij hebt gewoon een hekel aan wapens en bloed omdat je ooit eens aangevallen bent. Bovendien vind je horror ook vreselijk omdat je bang bent voor het donker.
Maak je niet druk als je geen verbanden kan leggen, maar als dat wel lukt, schrijf het dan zeker op!

Neutraal kijken door een gekleurde bril

Als je deze lijstjes hebt gemaakt, kan je aan de slag om met een relatief neutrale blik te kijken naar een tekst die je leest of schrijft. Daarbij is het belangrijk dat je je kennis van schrijftechnieken niet vergeet. Zo kan je namelijk optelsommetjes gaan maken:
* Alleen omdat er een cheerleader in het verhaal ís, maakt dat het nog niet cliché of saai. Sterker nog, deze cheerleader is essentieel voor het verhaal. Bovendien heeft ze geen kant-en-klaar-succesverhaal omdat ze in de pikorde van de cheerleaders niet omhoog kan klimmen. Ze is echt niet zomaar het populaire blondje dat alles zomaar voor elkaar krijgt. Bovendien is ze nog niet aan seks toe, terwijl dat wel van haar als cheerleader wordt verwacht. Daar zit een goed centraal conflict in verborgen.
* Die backpacker… Zijn hele reis wordt beschreven door tell in plaats van show. Dat werkt niet goed voor de verbeelding. En trouwens: komt hij als herboren terug van zijn wereldreis? Jij mag er dan van smullen, maar de rest van de wereld heeft dat echt nog nóóit gelezen (kuch kuch). Dan zou je clichéalarm af moeten gaan.

Als je zo naar een tekst leert kijken, groeit je schrijversinzicht, kan je makkelijker feedback verwerken en gaat kill your darlings ook een stuk makkelijker.

Heb je toch nog een ander paar ogen nodig om naar je tekst te kijken? Kijk eens in mijn webshop.