Wat als je personage (bij)gelovig is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage (bij)gelovig is?

(Bij)geloof is in een verhaal erg leuk om mee te spelen. Als schrijver ben jij de spreekwoordelijke god van de geschapen wereld, dus jij kan bepalen welk (bij)geloof al dan niet klopt. Maar zelfs al heb je alles voor het zeggen, dan is er nog een aantal dingen waar je rekening mee moet houden om je verhaal leesbaar of geloofwaardig te houden. Bepaal daarvoor of je personage gelijk heeft of niet.

Je personage heeft gelijk

Als je personage inderdaad een religie of bijgeloof heeft doorgrond, dan heeft dat voordelen voor je personage en voor jou. Als je personage denkt dat hij bepaalde dingen kan voorspellen (“Ik weet dat ik niet meer onder een ladder moet lopen, want iedere keer als ik dat doe, stoot ik een uur daarna mijn teen.”) heeft hij een bepaald gevoel van controle. Dat kan zelfvertrouwen geven, waardoor het centrale conflict aangaan makkelijker is. En omdat jij de schrijver bent, bepaal jij ook wanneer er een moment komt dat je personage bidt, of een bijgeloof tegenkomt wat het plot vooruithelpt.
Daardoor ligt een Deus ex machina op de loer. Let erop dat je je personage ook niet alles gunt, ook al is het een trouwe volgeling van jou(w bijgeloof).
Neem de tien geboden: dat zijn keiharde regels die niet overtreden dienen te worden. Zorg ervoor dat je weet wat er in jouw verhaal de letterlijke en figuurlijke heilige regels zijn. Als bepaalde regels heilig zijn, heb jij er als god óók aan te houden. Maar het beantwoorden van bepaalde gebeden ligt in het midden.

Je personage heeft ongelijk

Je personage gelooft ofwel niet in jouw specifieke regels, of heeft helemaal geen (bij)geloof. Maar ondertussen zijn die regels in jouw fictieve wereld er wel. In het geval van bijgeloof betekent dat dat je personage bepaalde tegenslagen krijgt (Hij stoot zijn teen dus vaker omdat hij dus wél onder die ladder doorloopt). Als het religie betreft, pas dan op en straf je personage niet te vaak af voor het ongelovig zijn. Houd je aan je persoonlijke (tien) geboden, maar beantwoord ook een ruim aantal figuurlijke gebeden van je personage. Een heldenreis mag nooit vastlopen, puur en alleen omdat je personage regels (niet) opvolgt waarvan hij niet met zekerheid kan weten dat die er überhaupt zijn.
Als je te streng bent, heb je daar alleen jezelf mee. Dan komt het centrale conflict namelijk niet op gang, of zit je personage onnodig lang klem. Breekt het personage toch een van je geboden, zorg er dan in ieder geval voor dat daar een narratieve groei uit voortkomt: laat het ergens goed voor zijn.

Toeval

Als je niet van de vaststaande regels bent, maar juist met toeval wil spelen, houd er dan rekening mee dat een groot toeval grote verwachtingen schept. Je werkt een anticlimax in de hand als een groot toeval geen evenredig grote gevolgen heeft. Natuurlijk kan je ook met kleine toevalligheden ‘strooien’. Hoe dan ook, zorg ervoor dat het toeval nog enigszins op logica, de verhaallijn of de groei van je personage te herleiden is, of daar nut voor heeft. Púúr toeval komt erg geforceerd over in een verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage moet helpen?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage moet helpen?

Helpen kan riskant zijn in een verhaal. Voor je het weet heb je de vriend die alles oplost voor je held of bij-personage. Daar wordt je verhaal wankel van. Toch moet een personage af en toe geholpen worden. Waar let je dan op en hoe voorkom je dat de helper een oplosser wordt?

Heldenreis behouden

Als een personage vast zit, is het verleidelijk om een ander personage in te schakelen dat alle problemen oplost. Maar dat is het laatste wat je moet doen, want dan krijg je een held op sokken. Besef dat andere personages echt alleen mogen helpen, níet oplossen. Advies geven kan een riskant grijs gebied zijn. Een helper mag advies geven. Maar als je personage dat advies dan onmiddellijk aanneemt en zijn problemen zijn opgelost, zonder verdere worstelingen, dan gaat het een stapje te ver.
Bijvoorbeeld: je held staat stijf van de stress, op het randje van een burn-out. Als de helper dan zegt dat een dagje spa de held goed zou doen en daar alles mee is opgelost, gaat het te makkelijk. Het probleem is veel groter dan een gebrek aan één vrije dag met ontspanning. Je held zal zelf nog stappen moeten nemen, therapie moeten ondergaan… De helper mag niet in een keer alles kunnen oplossen.

Relaties van de personages onderling

Om te voorkomen dat je helper de oplosser wordt, kan het helpen eens goed te kijken naar wat de relatie is tussen de helper en de held. Zijn het geliefden? Collega’s? Vrienden? Ouder en kind? Deze relatie kan een verschil maken tussen hoe en waarom iemand wil helpen. Een simpel voorbeeld: als je held hulp nodig heeft met huiswerk, zal de ouder helpen met overhoren omdat die graag wil dat het kind een hoog cijfer haalt. Een vriendje helpt met huiswerk zodat het snel af is en ze snel naar buiten kunnen om een balletje te trappen.
Als je weet wat de personages doorgaans aan elkaar hebben, is het makkelijker om te bepalen wanneer de held hulp vraagt en wanneer de helper hulp aanbiedt. Dan is het niet zo oppervlakkig meer als: dit probleem moet worden opgelost. Zo verdiep je de personages er ook mee.

Vanuit het gezichtspunt van de helper

Bedenk dat je personages niet weten dat het personages zijn. De helper weet dus ook niet wat de heldenreis van de held is en waar het verhaal naartoe gaat of moet gaan. Als jij als schrijver wil dat je held besluit pilote te worden en zij vraagt een vriendin om advies: “Moet ik voor pilote studeren of voor wetenschapper?” Laat de helper dan oprecht haar overwegingen uitspreken. Als het in haar karakter zit om voors- en tegens te geven, maar het niet fijn vindt om voor anderen de knoop door te hakken, doet ze dat nu ook niet. Anders wordt zij voor de rest van het verhaal als personage ongeloofwaardig, alleen voor deze scène. Je kan de held anderen óók nog om raad laten vragen, of een toevalligheid laten overkomen waardoor het ‘juiste kwartje’ alsnog valt.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Rémi Walle op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage verlegen is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage verlegen is?

Verlegen personages zijn niet ongewoon in een boek. Maar de hoofdpersoon heeft deze eigenschap relatief zelden. Met goede reden, want zo’n personage is lastiger te schrijven dan in eerste instantie misschien lijkt. Dit artikel gaat in op een personage dat altijd en bij iedereen verlegen is, dus niet op het schoolmeisje dat bloost als ze haar heimelijke vlam ziet lopen.

Er is een aantal factoren die bij verlegenheid horen die het schrijven over zo’n personage lastig maakt.

Geen vacuüm

Hoe verlegen je personage ook is, vroeg of laat leert het nieuwe mensen kennen. Dat is essentieel voor een verhaal. Een verhaal speelt zich niet in een vacuüm zonder medepersonages af. Negen van de tien keer kan een verhaal beginnen omdat het ontmoeten van of de omgang met een ander personage ervoor zorgt dat je hoofdpersonage de comfortzone verlaat. Maar als je personage dat (te) spannend vindt, kan het moeilijker zijn om ervoor te zorgen dat dat ook gebeurt.

Minder contacten

Omdat je personage verlegen is, legt het lastiger contact met nieuwe mensen. Dat is op zich niet meteen erg. Misschien heeft je personage wel een grote familie en/of zijn er al genoeg lieve, vertrouwde mensen in zijn leven. Maar het kan er wel voor zorgen dat het hoofdpersonage in een eigen bubbeltje blijft leven en zo minder makkelijk openstaat om iets nieuws te doen of te proberen. Dat maakt het verlaten van de comfortzone ook lastiger.

Kleiner vangnet

Hoeveel lieve mensen je verlegen personage ook kent, als het moeite heeft met nieuwe contacten maken, blijven dezelfde mensen onderdeel van zijn leven. En dat selecte groepje mensen kan niet alle problemen voor dat personage oplossen, anders heb je geen centraal conflict en dus ook geen verhaal. In de vertrouwde kring kan jouw personage misschien alle financiële steun krijgen die het maar wensen kan, maar kan niemand inhoudelijk helpen met die lastige rechtenstudie die je personage volgt. Daar heeft je personage toch echt een studiemaatje voor nodig.
Wederom kan dit ervoor zorgen dat je personage de comfortzone niet verlaat, of het kan eisen van anderen dat ze hemel en aarde bewegen om zijn problemen oplossen omdat hij iets niet durft. Dan is dat medepersonage een soort magic pixie en jouw hoofdpersoon niet langer de held van het verhaal.

Als je personage echt extreem verlegen is, onderschat bovenstaande factoren dan niet en houd ze in je achterhoofd: kan de verlegenheid misschien een tandje lager?

Veel in het hoofd

Een personage dat door verlegenheid niet veel mensen ontmoet of dingen onderneemt, kan nog steeds interessant zijn. Maar dan moet de lezer wel weten wat het personage zo verlegen en bang maakt of blokkeert. Daarvoor moet je dus veel en goed in het hoofd van je personage kunnen duiken. Als je het lastig vindt om de gedachtestromen van een personage goed op papier te zetten, kan je het dus beter niet al te verlegen maken. Bij een verlegen personage zit het verhaal hem namelijk vooral in het wereldbeeld van je personage, niet in de acties die hij uitvoert.
Zeer verlegen (hoofd)personages zijn daarom vooral geschikt voor een psychologische roman.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door JJ Jordan on Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage liegt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage liegt?

Liegen is moreel gezien niet oké, maar voor fictie is het een heel interessant gegeven. Voor je personage staat meestal veel op het spel en de afloop is onvoorspelbaar. Dat zijn twee ingrediënten voor een pageturner. Wat zijn de aandachtspunten en voordelen van een liegend personage?

Conflict blijft intact

Als je liegt, wil je niet dat iemand daar achter komt. Dat is al een conflict op zichzelf. In wat voor bochten moet je personage zich (blijven) wringen om de leugen in stand te houden? Dat is hoe dan ook ongemakkelijk en spannend. Dan zal de lezer de pagina blijven omdraaien om te weten wat die bochten gaan zijn en of die helpen om de leugen intact te houden.
Komt de leugen uit? Daar wordt je personage op aangesproken, zo niet afgerekend. De term conflict is dan niet alleen maar jargon voor creatief schrijven. Daar komt ruzie van. En ruzie kan zoveel gevolgen hebben of emoties losmaken dat je lezer genoeg heeft om zich wederom af te vragen hoe alles verder gaat.
Als je personage een web van leugens spint, schrijf ze dan vooraf uit. Je moet wel weten tegen wie je personage liegt op welk moment. Leugens zijn ingewikkeld. Of ze uitkomen of niet: ze hebben gevolg voor het verloop van je verhaal. Heb je de leugens niet op orde, dan wordt het verhaal wankel.

Het morele kompas van je personage

Liegen doe je niet voor je lol. Je personage wil iets geheimhouden als het liegt. Of dat nu relatief onschuldig is, zoals een geheime verliefdheid of iets serieus als criminele activiteiten. Dat geheim brengt iets interessants met zich mee. Dit geheim is belangrijker dan X. Wat is die X? Als je het antwoord daarop weet, dan weet je ook veel van de waarden of het morele kompas van je personage.
Stel dat een strenggelovige homoseksueel beweert dat hij heteroseksueel is. Dan is zijn geloof en/of wat zijn gemeenschap van hem denkt waarschijnlijk belangrijker voor hem dan zijn eigen persoonlijke identiteit.
Ook al blijft het bij een enkele leugen, je kan het antwoord op deze morele vraag ook gebruiken als basis voor de rest van je verhaal of de personageontwikkeling. Het personage in dit voorbeeld zal waarschijnlijk ook makkelijker groepsgerichte beslissingen maken die verder niets met zijn geaardheid of religie te maken hebben.

Interessant personage

Een personage is bereid om zijn integriteit en zijn gezin op het spel te zetten om wraak te nemen op degene die hem heeft opgelicht. En zijn vrijheid, als hij wordt opgepakt (of kan worden) voor moord.
Opoffering is een wat luguber begrip voor deze context, maar als je liegt, offer je iets op, of riskeer je dat. De leugen kan nu eenmaal uitkomen.
Of je personage nu sympathiek is en of je hem moreel gezien mag of niet, personages die liegen zijn narratief gezien vaak reuze interessant. Negen van de tien keer zijn ze moreel grijs in plaats van zwartwit.
Dat maakt dat je ze als schrijver (en uiteindelijk de lezer ook) goed leert kennen. Daarmee voorkom je ieder geval dat je personage eendimensionaal of een wandelend cliché wordt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.  

Foto door Taras Chernus op Unsplash.

Wat als je personage ziek is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage ziek is?

Een personage is bijna altijd ernstig ziek: zelden is het slechts een paar dagen geveld door de griep. Als je personage echt iets zwaars onder de leden heeft, kan het al snel het hele verhaal opslokken. 
Zo schrijf je interessant over een ziek personage: of dat nu een onschuldige verkoudheid of iets veel ergers betreft. 

De banale ziekte 

Een paar dagen koorts, een enkele dag extreme buikpijn: je leest het bijna nooit in een verhaal. Tenzij het een voorbode is van een ernstige ziekte die later aan het licht komt. Dat komt omdat het onder het parapluutje van ‘alledaagse bezigheden’ valt. Net als een toiletbezoek, douchen, koffiepauze onder het (thuis)werken of het doen van huishoudelijke klusjes. Vrijwel altijd zijn deze gebeurtenissen zodanig nietszeggend dat je het niet interessanter kan maken dan het is. Daarom worden deze zaken vaak overgeslagen of simpel samengevat: met tegenzin begon Quan aan de afwas; hij wilde meteen door naar de bioscoop, waar hij hoopte het kassameisje te kunnen versieren.  

De ernstige ziekte 

De ernstige ziekte slokt het hele leven van het personage op, soms bijna letterlijk. In dat opzicht is het de exacte tegenpool van de banale ziekte. Pas bij deze ziekte vooral op dat je het verhaal niet verandert in een verhaal over een medisch dossier waar toevallig ook nog een personage bij hoort. Zorg er wel voor dat je een globale kennis hebt van het ziekteverloop: je moet een element wat belangrijk is voor een verhaal realistisch kunnen portretteren. 

Pas op de plaats

De banale ziekte is een onderschat middel als moment om informatie op een rij te zetten, zowel voor de lezer als je personage. Sla die twee dagen op de bank niet zomaar over, maar laat je personage eens reflecteren op zijn manier van doen, de puzzelstukjes van een mysterie nog eens overdenken. Nu het plot niet afleidt, heb je daar alle tijd voor. Wie weet wat voor wraakacties of liefdesverklaringen je personage dan ineens bedenkt. En wat dacht je van ijlkoorts? Wie weet wat voor gekke gedachten er dan door je personage heengaan. Daar kan je vast wat creativiteit in kwijt.  

Bij de ernstige ziekte is deze ‘pauze’ een stuk langer en daardoor zowel een cliché als valkuil. Pas op dat je je personage niet degradeert tot een filosoof die de dood in de ogen kijkt en ineens antwoord weet op iedere levensvraag, of tot iemand die alleen maar boos is op het leven. 

Een kijkje in het karakter 

Hoe ziek je personage ook is, ziekte geeft een goede inkijk in diens karakter. Probeer in de ziekteperiode antwoord te geven op de vragen:

  • Laat het personage zich verzorgen, of is om hulp vragen moeilijk voor hem?
  • Gunt het personage zich de rust die nodig is om te herstellen? Dat geeft aan hoe koppig ze al dan niet is.
  • Vindt het personage zichzelf zielig? Zelfmedelijden is een heel moeilijk te breken comfortzone. Je zal veel aan dit personage moeten werken voordat het de figuurlijke of narratieve titel van held verdient. 

Al deze informatie is bruikbaar om je personage minder eendimensionaal te maken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Kristine Wook op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage naïef is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage naïef is?

Een naïef personage kan zich op twee manieren uiten. Het kan kinderlijk aandoenlijk zijn, of irritant en klungelig. Beide manieren kunnen zowel nuttig zijn als een blokkade vormen voor je plot. Als je weet waar je op moet letten, kan je een onhandig lijkende karaktereigenschap omzetten naar iets wat je in je in je voordeel kan gebruiken.

Kinderlijke naïviteit

Deze naïviteit komt veel voor bij kinderen, of bij oudere personages die van zichzelf zo goedgelovig of optimistisch zijn dat ze slechte scenario’s niet kunnen voorstellen. Dit personage, of deze karaktertrek kan helpen om een zware sfeer wat te verlichten. Als het personage en anderen om deze onhandigheid kunnen lachen, is dat een hele opluchting als de rest van de tekst bol staat van de serieuze vergaderingen, doodzieke familieleden of slechte cijfers.
Het is dan heerlijk om even te lachen als de hopeloos romantische Samira verwachtte dat haar blind date in pak aan zou komen. Wie dacht ze dat de date zou zijn? Een daadwerkelijke prins? Droom lekker verder, meisje!
Als je deze naïviteit te veel inzet, loop je het risico dat het personage enkel en alleen wordt ingezet om de sfeer te verlichten, ook als dat buiten de context is, of niet past in de sfeer. Dan wordt de tekst raar of het personage eendimensionaal.

Irritante klungel

In tegenstelling tot de kinderlijke naïviteit is dit personage meestal niet leuk om over te lezen. De lezer irriteert zich meestal aan dit personage: hoe kan je nou zo stom zijn? Jezus, gebruik je hersens eens… Het naïeve van dit personage zit hem meestal in het feit dat die het slechte in anderen niet kan of wil zien.

Foto door Ryoji Iwata op Unsplash.

Het laat zich een tweedehands rammelbak aansmeren door een gewiekste handelaar die garandeert dat er niets mis is met deze auto.
Wat dit personage vervelend maakt, is dat de naïviteit ook voor een zekere mindere mate van zelfredzaamheid kan zorgen. Als je in zeven sloten tegelijk loopt, moet iemand anders dat voorkomen, of jou uit die sloten (blijven) trekken. Niet bepaald een goede eigenschap voor een held: die lost zijn eigen problemen op. Of maakt op zijn minst niet steeds dezelfde of uitgesproken domme fouten.
Dit personage maakt voornamelijk naïeve fouten omdat hij niet veel of goed genoeg nadenkt over bepaalde zaken. Daarom kan dit personage een hele goede hulp zijn als andere personages vastzitten. Als je vastzit, heb je de neiging om te overdenken.
“Ik zit vreselijk in de stress de laatste maanden! Ik heb alles al geprobeerd: meditatie, yoga, een smoothiedieet… en niets helpt!”
Je ‘naïeveling’ komt met het ei van Columbus: “Hoe laat je naar bed?”
“Half één, en om vijf uur gaat de wekker weer. Wacht eens even…”

Hoewel je naïeve personage (dezelfde) fouten maakt, doet het wel dingen. Als je merkt dat je personage vastloopt, kan je het in je opschrijfboekje eens lekker laten klungelen. Wie weet wat er in die onhandigheid allemaal voor opties naar boven komen. Dan is het alleen nog even afstemmen hoe je die onhandige actie ook handig kan maken voor je personage en het plot.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage verdorven is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage verdorven is?

Je hebt minder prettige personages, maar ook personages die verdoven zijn: over hen is geen goed woord te zeggen. Hoe zorg je ervoor dat je niet alleen maar over hun slechtheid raast?

Pas op met goedpraten

Er is vaker voor gewaarschuwd, maar het blijft belangrijk: kijk uit dat je slechte daden niet goedpraat. De neiging van grote filmstudio’s om slechteriken een achtergrondverhaal te geven waarin ze toch niet zo slecht zijn als ze lijken, is narratief niet altijd sterk. Vraag jezelf af: wil je in je verhaal iemand die slecht is, of slechte dingen doet? Bij een echt verdorven personage is het eerste het geval. Doe in dat geval weinig tot geen moeite om te verklaren wat de oorzaak is van de slechtheid van een personage.

Kwaliteit als vloek

Van een dictator tot mishandelende pleegouder, echte slechteriken hebben verschillende gezichten. Wat hun rol ook is, op de een of andere manier kunnen ze hun verdorven gang gaan. Je kan je afvragen waarom niemand ingrijpt of dat gedaan heeft. Het antwoord is: ze hebben een karaktereigenschap die normaalgesproken een kwaliteit is, maar in de verkeerde handen een vloek vormt. Denk aan charisma: erg leuk bij een puberjongen, maar doodeng bij een kidnapper. Gulheid? Leuk voor een filantroop, wat minder als een moordenaar daardoor iedereen (onopvallend) om kan kopen.
Ken deze griezelige kwaliteiten van je slechte personage en werk die goed uit. Laat zien waarom het logisch is dat niemand ingrijpt: er lijkt geen noodzaak voor te zijn, omdat je slechterik een dekmantel heeft. Deze dekmantel heeft een aantal elementen van een cliffhanger. De lezer blijft zich namelijk afvragen wat er gaat gebeuren en blijft dus de pagina’s omslaan. Vragen die onbeantwoord blijven zijn bijvoorbeeld:

* Waarom ziet niemand wat hier gebeurt?
* Kan de slechterik nog meer slachtoffers maken?
* Wordt de slechterik ooit nog opgepakt?

Het voordeel van de kwaliteit als vloek is dat het je slechterik niet eendimensionaal maakt. Technisch gezien hééft hij een goede eigenschap, naast de slechte waarmee verderf wordt gezaaid. Ook al lijkt dat op papier niet zo, gevoelsmatig leest het ergens wel als een goede eigenschap die een personage nodig heeft om niet eendimensionaal in zijn slechtheid te zijn.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Niemand die bij zijn goede verstand is, laat een mishandelaar kwetsbare pleegkinderen in huis nemen. Maar toch gebeurt dat in je verhaal. Bedenk wat de kwaliteit als vloek van de vreselijke pleegouder is. Hoe is die gebruikt om alsnog de voogdij over kinderen te kunnen krijgen? Dat is belangrijk om te weten als schrijver: je leert het doen en laten van je slechterik goed kennen. Zo weet je ook hoe die zich door het verhaal heen aan bepaalde technieken of tactieken zal houden om de illusie van goedheid in stand te houden. Dat is essentieel voor een goede uitwerking van je plot. Wees wel voorzichtig in het delen van deze informatie. Voor je het weet praat je de slechtheid van je personage alsnog goed door te veel te verklaren. Deze informatie is onmisbaar voor in je opschrijfboekje, maar kan daar ook maar beter blijven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Harry Cunningham op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een goedzak is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een goedzak is?

Je hebt personages die oprecht goede mensen zijn. Zij hebben twee valkuilen: ze kunnen saai worden omdat ze té perfect zijn of omdat ze – al dan niet door hun goedheid- een leven hebben zonder al te veel actie. Hoe schrijf je een goedzak op een manier die interessant is? 

De perfecte goedzak

Je hebt personages die zo perfect zijn dat ze irritant worden. De vrouwelijke versie hiervan wordt Mary Sue genoemd. Wat haar zo vervelend maakt, is niet alleen haar door en door goede inborst, maar ook het gegeven dat iedereen het altijd met haar eens is. Dat zorgt ervoor dat ze – als ze die al heeft- haar minder fijne kanten nooit hoeft te laten zien. Want waarom zou je een grote mond hebben als iedereen het altijd eens is met wat er uit jouw zoetgevooisde keeltje komt? 

Over een Mary Sue wordt vaak gezegd dat je haar gebreken moet geven. Een andere insteek is: geef haar een reden om een minder fijne of hardere kant te laten zien. Kijk hiervoor naar traditionele vrouwelijke waarden: lief, zorgzaam, mooi. Kies er één uit en geef haar de tegenovergestelde eigenschap. Maak haar bijvoorbeeld snoeihard op het moment dat haar kind gevaar loopt. Dan is ze nog steeds zorgzaam en mooi. Maar het contrast met de andere karaktereigenschappen binnen datzelfde straatje maakt wel dat ze minder snel als perfect overkomt. Dan maak je haar niet geforceerd gemeen. Waarschijnlijk merken medepersonages het contrast met die andere zachte waarden ook op. Grote kans dat daar iets over wordt gezegd of geroddeld, waardoor de vrouw als vanzelf ook een keer (van zich af) gaat snauwen. Maar als de nare situatie achter de rug is, kan ze weer de lieve vrouw zijn die ze is. 

Je kan hetzelfde principe toepassen bij een man. De waarden die je dan mee kan nemen zijn: kracht, (financiële) status, moed, zelfvertrouwen en emotionele beheersing. 

Jan-met-de-pet 

Een goed geschreven personage is nooit saai. Maar er is een reden dat verhalen over een prettig gezinsleven zonder echte conflicten minder interessant zijn of trager lezen dan verhalen over moord en doodslag. Spanning en sensatie zijn nu eenmaal interessanter dan een veel-van-hetzelfde, voortkabbelend gegeven. Als het verhaal zelf niet echt stuitend is, kijk dan eens naar wat er in het hoofd van je Jan-met-de-pet omgaat. Hij heeft doelen, angsten, iets waarop hij zich kan verheugen. Dat betekent dus ook dat er iets fout kan gaan. Dáár kan je dan verder op ingaan: er staat iets op het spel. Als je laat zien waarom het voor Jan zo eng is dat zijn zoon misschien zakt voor zijn eindexamen, krijg je vanzelf een verhaal, want er staat iets op het spel. Objectief gezien stelt het niet slagen voor een examen niet veel voor als je het vergelijkt met een nationaal schandaal. Maar als je die angst van Jan goed uitwerkt, wordt wat voor Jan belangrijk is, óók belangrijk voor de lezer. Dan hoeft Jan niet per se op een rooftocht te gaan, of slechter te zijn dan hij is om interessant te zijn. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage nieuwsgierig is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage nieuwsgierig is?

Noodzaak van nieuwsgierigheid

Een verhaal mag niet stilstaan, wil het een beetje vlot lezen. Daarom is een nieuwsgierig personage erg handig, zo niet een noodzaak. Als het personage continu iets nieuws vindt om zich over te verwonderen, over na te denken of desnoods over te roddelen, dan heb je altijd materiaal om over te schrijven. Maar weet wel in wat voor mate en op wat voor manier je personage nieuwsgierig is. Er is een groot verschil- ook voor je plotverloop!- tussen iemand die graag nieuwe dingen ontdekt en iemand die altijd en overal zijn neus in andermans zaken meent te moeten steken.

De nieuwsgierige ontdekker

Dit personage is op een gezonde manier nieuwsgierig. Een kleuter is hier het schoolvoorbeeld van. Een vrolijk kindje is een aangename verschijning en raakt niet uitgepraat over wat het vandaag weer op school heeft geleerd. Dat geeft een eindeloze stroom aan onderwerpen waar je over kan schrijven. Pas bij dit personage op dat je de onderwerpen of gebeurtenissen in het plot (op tijd) afbakent. Je kan nu eenmaal niet over twintig verhaallijnen gaan schrijven in een boek.
Niet alleen kleuters zijn ontdekkers: je personage kan ook gewoon van alles en nog wat willen weten of meemaken.

De roddeltante

Hoewel moreel gezien niet het beste personage, is ook de stereotype roddeltante fijn om mee te werken. Door alle roddels die ze hoort, vraagt de lezer zich af wat er van waar is, wat er gaat gebeuren en hoe dat afloopt. Dé formule voor een pageturner!
Er is wel voorzichtigheid geboden bij dit personage. De informatie die ze vergaart kan:

* In hoeveelheid te veel zijn voor de lezer om nog een logisch geheel van te maken: de zogenoemde infodump.
* Verwarrend werken, als de lezer niet weet wat van de roddels waar is en wat niet. Dat kan narratief gezien uitstekend werken als je het goed uitwerkt. Heb je daar wat meer moeite mee, dan kan je verhaal een rommelig geheel vormen.
* Te veel weggeven. Probeer maar eens met een plottwist te komen als alle informatie al voorhanden is… Doseer je informatie dus goed.

MacGuffin

Of je personage nu op informatie uit is, of die toevallig hoort op een van de ontdekkingstochten, nieuwsgierige personages trekken relatief makkelijk een MacGuffin aan. Dat is een voorwerp of een stukje informatie dat het plot op gang kan houden of een zetje kan geven. Vergelijk het met een letterlijk, fysiek puzzelstukje dat je personage op de grond ziet liggen en het zó op kan rapen om de figuurlijke puzzel (van het plot) in één keer op te kunnen lossen of er mee verder kan gaan. Een goed voorbeeld is ‘toevallig’ iemand iets horen zeggen als je langsloopt en er een deur op een kier staat. Af en toe mag dat gebeuren, maar continu is niet de bedoeling. Laat het personage desnoods een keer een boek lezen in plaats van rondlopen, of het theekransje bij de damesrodddelclub missen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als jouw personage een belofte na moet komen?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een belofte na moet komen?

Een belofte dat je de volgende keer nìet te laat komt, is meestal niet zo spannend. Maar als je personage een belofte na moet komen die samenhangt met het centrale conflict of die persoonlijk erg belangrijk is, is er een aantal dingen die je in de gaten kan houden. Dat geeft je zicht op wat diepere aspecten van je personage.

Je kan onderstaande punten gebruiken als een controlelijstje voor een verhaal dat je al in de steigers hebt staan. Je kan ze ook als schrijfoefening gebruiken om je personage beter te leren kennen.

Wat is het belang van de belofte?

Zodra de belofte van groot belang is voor het centrale conflict of voor je personage, loont het om te kijken waarom de belofte zo belangrijk is. Waarschijnlijk staat er iets op het spel voor je personage. Iets waarbij veel valt of staat en wat de belangrijkste waarden van je personage weerspiegelt.
Een aantal voorbeelden:

  •  “Ik beloof dat je nooit iets tekortkomt.” à financieel en/of materieel overvloed;
  •  “Ik beloof dat ik je altijd zal helpen.” à klaarstaan voor een ander.

Als je personage alles op alles zet om een belofte na te komen, staat diens waardigheid (lees dat nog eens: waarden, waardigheid) op het spel. Als je erachter komt welke waarden hoog in het vaandel staan voor je personage, dan krijg je een beter zicht op je verhaalthema.

Aan wie is de belofte gedaan?

Je doet geen belofte die zwaar voor je weegt aan iemand die niet belangrijk voor je is. Zeker niet als je waardigheid voor je op het spel staat als je de belofte doet. Kijk eens aan wie je personage een belofte doet, heeft gedaan, of zelfs zou doen. Dat geeft je inzicht wie er belangrijk is voor je personage. Later in het verhaal of de uitwerking daarvan kan je dat gebruiken: is dat ook het medepersonage dat je hoofdpersonage kan helpen in een conflict? Als je weet wie belangrijk genoeg is voor je personage om een belofte aan te doen, weet je ook welke waarden of medepersonages belangrijk (genoeg) zijn om wat uitgebreider uit te werken.

Is je personage zich bewust van de gemaakte belofte?

Soms zijn gemaakte beloftes erg makkelijk te herinneren. Maar soms weet je personage niet waarom hij allergisch is voor een bepaald gedrag, waarom iets botst met zijn waarden, of waarom hij iets doet. Dan het zijn dat hij een belofte heeft gedaan die zijn karakter heeft gevormd. Dan linkt je personage die karaktertrek of waarde alleen niet aan de belofte.

Heeft hij op zijn zesde oma op het sterfbed beloofd goed voor zijn jongere zusje te zorgen? Dan onderwerpt hij twintig jaar later de verloofde van zijn zus aan een kruisverhoor, om te waarborgen dat zuslief met een goede man trouwt. Maar de kans bestaat dat je personage de link met de belofte niet meer of niet meteen legt.

Als je in het onderbewuste van je personage graaft door te kijken naar zijn beloften, kan je informatie over hem tegenkomen die anders geheim zou blijven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.