Zo ga je om met subtekst in een dialoog

Een dialoog is veel meer dan personages die kletsen of praten: het moet je méér vertellen over de personages en hun motieven. Daar komt subtekst om de hoek kijken.

De noodzaak van subtekst in een dialoog

Mensen moeten in gesprekken vroeg of laat direct zijn, om zeker te weten dat ze begrepen worden. In het echte leven weten we niet waar ons ‘verhaal’ naartoe gaat, wat er wel of niet gaat gebeuren, hoe anderen exact gaan reageren (op ons). Het leven is wispelturig en onvoorspelbaar, maar een boek kan dat niet zijn: het moet structuur hebben met een spanningsopbouw, akten… Dat is een van de reden dat een dialoog veel subtekst moet hebben.

“Ik haat jou.”
“Ik jou ook.”
Over wie gaat dit? Waarom haten deze personages elkaar?
“Omdat jij mijn kat hebt pijn gedaan.”
“Jij hebt anders mijn kind verwaarloosd tijdens het oppassen!”

Voor een korte scène of bij een climax kan dit prima werken. Maar stel je eens voor dat iedere dialoog zo direct en zo oppervlakkig is. Dat rammelt aan iedere basis van goed schrijven. Het is tell, geen show, je leert de personages niet kennen, tenzij je een stortvloed aan infodump toevoegt, het wordt cliché, noem maar op.

Daarom moet je kijken naar een manier waarop het personage iets indirect kan duidelijk maken. En het liefst ook nog iets over het verhaal, andere personages of het verhaalthema kan vertellen. Uiteraard zonder dat het opvalt. 

Verstop een ‘ik wil’ in een dialoog

Een tienerstel is elkaar aan het versieren.
“Vind je me mooi?” vraagt Meisje.
“Anders zou ik dit weekend niet met je naar bed willen,” aldus Jongen.  

Gebrek aan romantiek terzijde, dit leest dus veel te direct op de lange duur. Schrijf als referentie op wat je als schrijver of het personage met dit gesprek willen bereiken, maar niet hardop zegt. Meisje wil horen hoe mooi ze is, Jongen wil duidelijk maken hoe hij uitkijkt naar het weekend, wanneer de ouders niet thuis zijn.

Dat levert iets op als:

“Ik denk eraan om mijn haren te krullen.”
“Wat een leuk idee!”
“Met steil haar voel ik me zo gewoontjes.”
“Heb je met Barbara gepraat? Díe is gewoontjes, maar ze heeft jouw lach, wangen en benen niet, ook al zijn haar krullen dan mooi.”
“Vind je mijn wangen echt zo mooi?”
Jongen buigt voorover om Meisjes wang te strelen.
“Wacht maar eens af hoe ik dit weekend jouw wangen en steile haar ga strelen. Je ouders zouden door het lint gaan als ze dat zouden zien…”
“Die zien niets vanuit Frankrijk, hoor…”

Op deze manier kun je eindeloos variëren met informatie vrijgeven of achterhouden, een verhaalthema verder uitdiepen, of andere personages en hun onderlinge relaties of heldenreizen verder uitwerken.

Neem Barbara. Of ze nu een zus, tante, of het coolste meisje van de klas is, zonder het letterlijk te hoeven zeggen, weet je nu dat Meisje gevoelig is voor bepaalde meningen van anderen, onzeker over haar uiterlijk en/of graag gevleid wordt.

Als ze letterlijk zegt:
“Ik wil dat je me versiert, of Barbara voor me zwartmaakt, want ik krijg graag complimentjes/ zit vol hormonen/ ben onzeker/ weet niet wat ik met mezelf aan moet.”
En daarbij ook nog:
“En ik weet dat je verliefd op me bent, dus ik gebruik mijn krullenvraag om zeer waarschijnlijk precies te krijgen wat ik van je verlang.”

werkt dat niet.  Zie je het effect van de subtekst, als je dit vergelijkt met elkaar?

Een dialoog met subtekst laat personages realistisch aanvoelen en je op een vlotte manier andere personages en plotpunten introduceren, zonder complete scènes aan de gedachten van je personage te hoeven besteden.

Kijk dus goed naar wat jij als schrijver of een personage nog méér wil zeggen of duidelijk maken en je dialogen worden vlot en rijk. Zowel qua informatieverschaffing als de leesbeleving.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Photo door Stefan Steinbauer verkregen via Unsplash

Wat is een realistische dialoog?

Een dialoog schrijven waarbij het lijkt alsof de personages van vlees en bloed zijn. Het klinkt als iets wat niet moeilijk is, maar er zit een zekere paradox in het begrip ‘realistisch’ zodra het om dialogen gaat. Wat realistisch is voor mensen en voor personages scheelt meer van elkaar dan je misschien zou denken.

Mensen: tja, dus…Eh, lekker weertje, hè?

Tenzij mensen een toespraak voorbereiden, zijn we niet zulke vlotte praters als we denken, als het om grammatica of het onderwerp gaat. In onze gesprekken hoor je eindeloze ‘uh’tjes, stopwoordjes en de onderwerpen zijn vrij vaak nogal eenvoudig. Of we praten relatief veel van hak op de tak.  Schrijf maar eens een gesprek van tien minuten extreem precies uit, dus inclusief alle ‘zeg maar’ ‘uhm’ en grammaticale fouten. Je zal merken dat zelfs iemand die iets interessants vertelt, echt niet zo vloeiend praat als het lijkt…

En dan heb je nog de ‘hoeishetmetjes’ en de ‘lekkerweertjevandaags.’ Beleefdheidszinnetjes die zelfs in het echte leven geen oprecht antwoord verwachten of die het ijs willen breken, maar verder nietszeggend zijn.  

Denk eens aan het verhaaltempo als je je door zes van zulke bladzijdes heen moet worstelen, gewoon om erachter te komen: die zijn verliefd, of proberen een datum te prikken…
Oftewel: neem ‘een realistisch klinkende dialoog’ vooral niet te letterlijk, daar wordt hij alleen maar onleesbaar en traag van.

Personages zijn slimme gedachtelezers

Is het je al eens opgevallen dat personages in een goede dialoog altijd een weerwoord klaar hebben? Soms in de context van een ruzie, maar soms ook gewoon in een vriendschappelijk gesprek. Dat komt omdat je geen papier mag  ‘verspillen’ aan de ‘lekkerweertjes’.
 Personages snappen bovendien in zekere zin bijna altijd wat de ander onuitgesproken zegt of voor boodschap heeft. Bijna alsof ze gedachten kunnen lezen. Dit houdt de vaart in een dialoog.

De filmklassieker ‘Jurassic Park’ heeft een scène die dit heel goed laat zien.
Een rijke investeerder heeft door DNA-onderzoek dinosaurussen opnieuw kunnen creëren en heeft daar een attractiepark bij gemaakt: ‘kom naar de dino’s kijken!’ De wetenschappers die bij hem aan tafel zitten vertellen waarom dat dat evolutionair gezien een slecht idee is. Dát zeggen ze hardop. Niet letterlijk, maar nog wel onsubtiel zeggen ze ook: jij bent ontzettend dom bezig. Tussen de regels door en iets subtieler zeggen ze ook: jij hebt een veel te groot ego.

Dat is ook nog duidelijk, maar het feit dat het niet wordt uitgespeld voor de kijker en die boodschap toch overkomt, laat de kwaliteit van de dialoog zien: tussen de regels door wordt er nog extra informatie duidelijk gemaakt. Er zitten meerdere lagen in.   
De personages hebben dat zelf ook in de gaten: O, dus jij noemt me dom en egoïstisch? Hier is een tegenargument: “Wat als ik een met uitsterven bedreigd diersoort zou redden met deze kennis? Daar zou jij als bioloog niets op tegenhebben.” (Lees: alsof ik alleen maar slecht ben! En ook:  jouw argument valt ook in duigen wanneer…)

Personages: vaart met meerdere lagen maakt een dialoog realistisch

In de scène van Jurassic Park leert de kijker met de dialoog ook dat de wetenschappers de natuur hoger in het vaandel hebben staan dan de vooruitgang van de wetenschap. En dat de investeerder liever wegkijkt in plaats van zijn eigen falen toe moet geven.

Een goede dialoog is dan misschien niet realistisch in de letterlijke zin van het woord, maar het voelt wel zo, omdat die nergens stokt en de vaart erin houdt. Met argumenten over en weer, of omdat je als lezer tussen de regels door meer over de personages te weten komt op een manier die niet geknutseld of dramatisch overkomt.

Wil je een dialoog realistisch houden, kijk dan naar meerdere motieven en de snelheid waarin die elkaar opvolgen en laat wat meer los wat iemand letterlijk zou zeggen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Azzadiva Sawungrana on Unsplash.

‘As you know Bob’: De draak van een dialoog op de uitlegpreekstoel

Een goede dialoog neemt je lezer helemaal mee in het verhaal. Een slechte dialoog haalt je lezer er helemaal uit. Een van de doodsteken van een dialoog is het verschijnsel dat bekend staat als ‘As you know, Bob’.  Daarin wordt omwille van de uitleg aan de lezer iets besproken, wat zo onnatuurlijk klinkt dat je hele verhaal een lachertje kan worden. Hoe ziet dat er precies uit en hoe kan je dit gesprek met ‘Bob’ voorkomen?

Personages zijn zich bewust van hun publiek

‘As you know Bob’ kan je samenvatten als: personages hebben weet van de lezer als een toeschouwer van hun leven die geïnformeerd moet worden. Want waarom zouden ze dit anders zeggen?

Dat ‘dit’ is iets wat nieuwe informatie is voor de lezer. Maar de personages vergeten deze informatie pas als ze een zodanige klap op het hoofd krijgen dat ze hun hele leven vergeten zijn.
Voorbeelden:

  • Levenslange vrienden die elkaar wekelijks spreken: ‘Zoals je weet, is mijn broer al maanden ziek. Dus ik moet nu naar het ziekenhuis om hem bij te staan voor een controle.’
  •  ‘Hey, broertje, lang niet gezien!’
    Een naam is natuurlijker dan het algemene, alles verklappende ‘broertje’.  Sla holle beleefdheidsfrasen als  ‘Lang niet gezien’ over en begin de scène liever aan de tafel bij het kerstdiner waar blijkt dat broertje niet lekker in zijn vel zit. Dan kan je hoofdpersoon uit eigen beweging vragen wat er scheelt.

Vragen om een ‘as you know Bob’ te voorkomen

Een vuistregel is dat een dialoog al heel wat ‘As you know Bob’ af is als je onthoudt dat informatie delen nooit belangrijker is dan een plot op een natuurlijke manier aan de gang te houden. Om dat te controleren kan je jezelf een paar vragen stellen:

Moet de lezer dit nú weten?

Is het belangrijk dat de lezer op exact dit moment weet dat:
* de personages familieleden zijn, als ze elkaar bij binnenkomst begroeten?
Of kan je de erfenis die tijdens het kerstdiner ter sprake komt, dat duidelijk maken? Dan heb je meteen een spanningsboog.
* De vriend naar het ziekenhuis en de zieke broer gaat?
Wat moet de spanning van deze scène maken? De zieke broer, het feit dat de vriend nu niet beschikbaar is voor je protagonist, het feit dat de vriend iets halsoverkop gaat doen, waardoor hij iets vergeet te doen, dat later belangrijk is voor het plot…?
Kortom: wat maakt dat de gesprekspartner van Bob dit zou zo uitleggen? Waarschijnlijk is er iets ernstigers of anders aan de hand dat zich niet leent voor letterlijke uitleg, als je er wat langer over nadenkt. Zelfs als dit personage er ‘gewoon’ wil zijn voor zijn zieke broer, dan kan het alsnog anders:

“Ik wil er nu zijn voor Jeroen, dus ik ben naar het ziekenhuis.” Punt.  Dan is de echte uitleg aan de lezer er al van af. Dat brengt ons bij vraag twee:

Wat als de lezer ‘dit’ niet weet?

Idealiter schrijf je zo dat de lezer geïnteresseerd blijft, ook al weet hij de details van ‘dit’ niet. Een ‘as you know Bob’  vertelt meestal iets dat in het grote geheel geen verschil maakt, als er sprake zou zijn van een net iets ander detail, of wanneer de lezer dat detail niet weet.

Of je personage het broertje of de oom lang niet gezien heeft, maakt geen verschil meer als er later om een erfenis wordt gevochten. En of Jeroen nu lijdt aan kanker of hartfalen, en of hij nu een vriend of een broer is: iedereen snapt dat je als het niet goed met iemand gaat, je een bezoek wil brengen.

Je kan de kans op een ‘As you know Bob’  verminderen door goed te kijken of informatie in het hier en nu en de details daarvan een verschil maken. Vaak is dat niet zo. Dat maakt het schrappen van deze draak van een dialoog al een stuk makkelijker.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.
Foto door Thriday via Unsplash

Een interessante romance in een notendop

Romances worden ontzettend vaak geschreven, maar minstens net zo vaak zijn die cliché of blijven ze oppervlakkig. Met dit stappenplan schrijf je een romance van begin tot eind interessant en origineel blijft.

1. Bedenk om wie het gaat

Gemakshalve noemen we de hoofdrolspelers van een romance altijd Romeo en Julia. Maar dat wil niet zeggen dat deze helden zich als die beroemde personages moeten gedragen. Sterker nog, een goede romance begint met personages die verfrissend en hun eigen persoontje zijn. Besteed dus eerst aandacht aan het ontwerpen van je personages. Denk bijvoorbeeld aan hun voorgeschiedenis, voorkeuren en wie ze waren voordat ze verliefd werden. Werk dat laatste ook mee uit om ervoor te zorgen dat ze naast verliefd ook altijd personages blijven. Er is niks zo saai om over te lezen als iemand die alleen maar kwijlend naar een ander kan staren.

Lees meer tips

2. Neem het koppelen serieus

Een koppeltje in een boek is maar al te vaak samen omdat de ander zo knap, lief, stoer, zorgzaam… is. Leuk, zo’n roze wolk, maar die kan het gewicht van een compleet plot niet dragen. Als je een stelletje wil dat een serieuze relatie ook echt samen aan kan gaan, zorg dan dat ze ook echt bij elkaar passen. Uiterlijk is het minst belangrijk van alles. Kijk naar zaken als gezamenlijke interesses, maar ook vooral naar verhaalthema’s en het plotverloop. Wat wil je met jouw verhaal vertellen en wat moet jouw stelletje dus ook kunnen uitdragen? Zijn ze daar met zijn tweeën het goede koppel voor?

3. Hou het groeiproces in de gaten

Goede personages hebben een centraal conflict, waardoor ze aan het eind van het verhaal een beter en ander mens zijn. Zorg ervoor dat je niet vergeet dat iemand een eigen individu blijft, ook binnen een relatie. Laat die hobby of dat levensdoel dus niet zomaar op de achtergrond raken, alleen omdat je personage nu een wederhelft heeft. Gebruik de wederhelft in plaats daarvan als een aanvulling op dat centraal conflict. Kan je nog wat extra spanning oproepen? Of is de wederhelft juist degene die het beste in de ander naar boven haalt, zodat het grotere doel makkelijker bereikt kan worden?

4. Ruzies om van te groeien

Ruzies die onmiddellijk opgelost kunnen worden door een minuut te besteden aan het oplossen van een misverstand, zijn uit den boze. Zorg voor ruzies waar een echt probleem centraal staat. Iets waar een oplossing voor moet worden gevonden en die niet voor de hand ligt. Zo wordt de vindingrijkheid van je personages op de proef gesteld en hun relatie ook echt getest. Als die dat dan overleeft, is de relatie ook stukken geloofwaardiger dan wanneer je beweert dat de romance tegen alles bestand is, totdat er een ongefundeerde roddel in het spel komt. Kijk hoe je deze serieuzere ruzies ook kan laten aansluiten bij het verhaalthema. Zo voorkom je dat ‘lang en gelukkig’ klef, cliché of onverdiend overkomt.

Lees meer tips

5. Lang en gelukkig

Als je lang en gelukkig wil leven met een relatie die ‘alles aankan’, laat dat dan ook zien. Je koppel moet meerdere serieuze conflicten kunnen doorstaan, waarbij het niet voldoende is dat de ander een minpuntje van de wederhelft leert omarmen. Een goed stel helpt elkaar meerdere keren uit een serieuze brand. Om je koppel nog interessanter te maken, zorg je ervoor dat deze branden ook verschillend van aard zijn. Bovendien is het belangrijk om een romance altijd onderdeel van de plot te houden, niet de plot zelf.

Lees meer tips

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Naomi Irons verkregen via Unsplash

Zo krijgen Romeo en Julia een echt lang en gelukkig

Zodra Romeo en Julia een aantal ruzies hebben gehad en als stelletje zijn gegroeid, zou je kunnen denken dat ze de eindstreep hebben gehaald en het perfecte koppel zijn. Maar dat is niet zo. Als ze echt samen oud willen worden, moeten ze nog een paar dingen doen.  

Leren leven met een rommelkont

Zodra je stelletje een ruzie heeft gehad en weer heeft bijgelegd, laat dat zien hun relatie tegen een stootje kan. Ze weten dat de ander niet alleen maar mooi en lief is, maar ook de neiging heeft om rommel te laten slingeren. Of wel eens vergeet te bellen, zonder dat de ander meteen denkt dat die bedrogen wordt. Dat is een stevige basis, maar daarmee worden Romeo en Julia niet samen oud in een verhaal.
De laatste manier waarop Romeo en Julia samen moeten groeien, is precies dat: blijven groeien. Accepteren dat jouw ware af en toe een rommelkont is en daarmee leren leven is een ding. Maar dat is niet de wrap-up, dat deel vlak vóór: ‘en ze leefden nog lang en gelukkig.’
Het is eerder de fase halverwege een verhaal. Nu je weet wat je aan elkaar hebt, moet je je liefdesverhaal aangaan met de nodige ontwikkelingen en obstakels. En die zijn na twee ruzies nog niet over.

Keer op keer weer groeien

Als je verhaal over een held gaat, moet die zich gedurende het verhaal blijven bewijzen. Zodra de zwakten van de held duidelijk zijn, komen er obstakels die een uitdaging vormen. Zodra die zijn opgelost, komen er volgende obstakels, dan volgt er nog een crisis… Kortom: je held wordt op verschillende manieren getest. Om de titel van de held waardig te blijven, moet die tot aan het einde van het boek blijven groeien en die obstakels blijven aan gaan.

In een fictieve (romantische) relatie geldt eigenlijk hetzelfde. Stel dat Romeo onze welbekende stoere alfaman is.  Dan is het waarschijnlijk een eitje voor hem om Julia uit een benarde situatie te redden waar ze wel een stoere man kan gebruiken. Maar is Romeo ook iemand die een stapje terug kan doen als Julia met een andere mannelijke vriend wil praten?  Waarschijnlijk is dat wat lastiger voor deze Romeo. Het hoeft niet onmogelijk te zijn, maar het gaat hem wel minder makkelijk af. En dus heeft dat meer tijd en groei nodig. Binnen de relatie, maar dus ook om dat goed, gezond en blijvend in de relatie te verankeren.

En zo moet de relatie van Romeo en Julia zich keer op keer bewijzen voor van alles en nog wat bestand te zijn. Niet alleen tegen een ruzie, maar, zo je wil, tegen het verhaal als geheel en alles wat dat op het stelletje afvuurt.

Is ‘lang en gelukkig’ wel mogelijk in een verhaal?  

Als Romeo en Julia zich steeds opnieuw moeten bewijzen, kan je je afvragen of een lang en gelukkig einde wel is weggelegd voor ons fictieve stelletje. Het antwoord is zowel een ja, als een nee.

Laten we beginnen met de nee.

Een goede romance zelf is altijd onderdeel of een invulling van de plot. Nooit de plot zelf. Dus is een verhaal nooit afgelopen als er binnen de eigenlijke romance obstakels zijn overwonnen of voldoende is gegroeid. Zolang het plot zelf nog niet zover, of ‘klaar’ is, is het ‘lang en gelukkig’ daar ook nog niet.  Je hebt dus nog geen lang en gelukkig zolang Romeo en/of Julia:

  • na hun emigratie nog geen stabiel leven in het thuisland hebben opgebouwd en kunnen houden
  • achterom kijken naar het verleden dat ze hebben moeten afsluiten
  • hun stalker nog op de loer ligt, of Romeo daar nog nachtmerries van heeft.
  • Julia nog steeds hechtingsproblemen ervaart, ook al heeft Romeo zich al honderd keer bewezen. Tenzij ze zich daarmee verzoenen. Als je daar nog een extra subplot van maakt, is het moment nog niet daar.

Maar zodra dit soort scenario’s uit de weg zijn en de romance er nog is, dan is ‘lang en gelukkig’ niet alleen mogelijk, maar zelfs al bereikt!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Esther Ann verkregen via Unsplash

Zo wordt een ruzie tussen Romeo en Julia een aanvulling op het verhaal

De eerste verliefdheid is fantastisch, maar ook Romeo en Julia moeten eraan geloven dat er scheurtjes komen in de roze wolk en er een keer ruzie wordt gemaakt. Niet voor niets heeft de term ‘narratief conflict’, wat de plot aan de gang houdt, het woord ‘conflict’ in zich. Maar onze tortelduifjes zijn doorgaans heel goed in ruziemaken, maar niet zo goed in het hebben van een waardevol narratief conflict. Hoe zorg je ervoor dat een ruzie tussen een verliefd stelletje interessant is voor het verhaal?

Het onnodige misverstand: ga gewoon praten…

“Ik heb je een andere vrouw zien omhelzen, bedrieger! Ik maak het uit!”
“Lieverd, dat was de nieuwe buurvrouw die me vertelde dat haar moeder plotseling was overleden…”

In romantische verhalen komen dit soort ruzies tussen Romeo en Julia vaak voor. Het soort waarvan honderd pagina’s aan drama wordt bespaard als ze gewoon zouden praten, of vragen wat er aan de hand is.

Het klinkt misschien interessant om zo’n misverstand heel lang te rekken. Er moet immers conflict in een verhaal komen. Het geeft ook een vraag en uiteindelijk ook een antwoord: gaat de relatie dit overleven? Maar denk iets langer na en je ziet hoe belachelijk het is om iets wat met één gesprek of verklaring al opgelost kan worden het belangrijkste punt in het verhaal te maken.

“Ik hou zielsveel van jou, met jou wil ik oud worden en kinderen krijgen, maar als er één keer iets gebeurt wat me niet onmiddellijk bevalt, of wat ik niet meteen snap, dan zet ik per direct een punt achter een maanden-  of jarenlange relatie.”  Tot zover ‘onze liefde overwint alles’  en de ruggengraat van je personage. En misschien nog wel belangrijker: het geduld van je lezer voor dit ‘perfecte koppel’…

Wat zijn goede ruzies voor Romeo en Julia?

Romeo en Julia moeten wel degelijk een keer een hobbel of ruzie in hun relatie meemaken, anders worden ze het suikerzoete koppel waarbij een teiltje onmisbaar is. Een lezer wil bij het lezen van fictie meestal een balans tussen ontsnappen aan de echte wereld en realisme. Een koppel moet dus iets voor de kiezen krijgen dat in het echte leven ook aan oprechte spanningen in een relatie zou zorgen. Er komt een probleem dat niet (makkelijk) opgelost kan worden, er moet een beslissing worden gemaakt met lastige afwegingen, of er moet een keuze worden gemaakt op basis van normen en waarden die tussen de twee geliefden niet helemaal overeenkomen. Of er moet een knoop worden doorgehakt die hoe dan ook vervelende gevolgen gaat hebben. Al is het maar voor even.

Stel dat Julia uit Europa komt en Romeo uit Australië. Als ze samen een leven willen opbouwen, moet de ander dus zo ver van huis emigreren als mogelijk is. Daar komen ze waarschijnlijk wel uit als ze – daar is ‘t weer- goed praten en overleggen.  Maar dat wil niet zeggen dat Romeo niet éven probeert om Julia over te halen om naar Australië te komen, als dat betekent dat hij zijn vrienden en familie voortaan nog maar eens in de paar jaar gaat zien. Wat natuurlijk net zo goed voor Julia geldt als de zaak wordt omgedraaid…

Hoe bepaal je waarover Romeo en Julia ruziemaken?

Om het onderwerp van de ruzie te bepalen, kijk je naar een aantal punten:

  • Is er een onderwerp dat aansluit op een verhaalthema?
  • Hoe groot wordt het conflict, realistisch gezien? Waar past dat bij? Het hoofdplot of het subplot?
  • Wat kan in het heetst van de strijd jouw lezer meer leren over Romeo en/of Julia? Gebruik een ruzie voor een diepere kennismaking met je personages.
  • Kan je ervoor zorgen dat de grootste angst wordt aangesproken? Dan heb je een intense ruzie waar veel bij op het spel staat.

Met deze vragen kan je vast een ruzie bedenken die oprecht aanvoelt en ook spannend is om over te lezen. Succes!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Kenny Eliason verkregen via Unsplash

Zo schrijf je een koppel dat ook echt bij elkaar past

Wat je ook schrijft, als er iets een doodssteek is, is het wel dat de lezer opmerkt dat iets alleen gebeurt omdat de schrijver dat wil. Bij een koppelpoging is dat gevaar misschien wel het allergrootst. Want als een verhaal valt of staat bij de aanwezigheid van een koppel, dan moeten er wel personages bij elkaar komen. Maar als je dat forceert, is je verhaal ook niet interessant meer.  Hoe zorg je ervoor dat een koppel als koppel eindigt omdat het gewoon klopt?

Wat past bij het verhaalthema en de heldenreizen?

In het echte leven passen mensen meestal goed bij elkaar omdat ze bepaalde dingen gemeen hebben. Eenzelfde hobby, karaktereigenschappen, interesses… Dat is in een boek ook zo, alleen is het belangrijk om goed te kijken naar wat het verhaal dient. Dan kan je bepalen wat de belangrijkste ‘koppelfactor’ wordt.

Uiterlijk is in een verhaal nóóit de belangrijkste koppelfactor. In het echte leven kan je kijken naar dingen die relatief oppervlakkig zijn. Houden ze van dezelfde hobby’s? Kennen ze elkaar van een festival, wat eenzelfde muzieksmaak aanduidt? Dan kijk je verder naar: delen ze ook belangrijke levensvisies?

In een boek is dat eerder andersom. Een romance is interessanter als Romeo en Julia allebei een leerproces hebben dat hetzelfde is of in hetzelfde straatje, of liever, verhaalthema valt.  Zelfacceptatie, bijvoorbeeld. Romeo kan zich rot voelen vanwege zijn kippenborstje in een vriendenkring vol wasbordjes en Julia kan ermee worstelen dat ze vmbo volgt als kind van een advocatenfamilie. Uiterlijkheden en opleidingsniveau hebben op de oppervlakte weinig met elkaar gemeen, maar een verhaalthema kan daarin de verbindende, zo niet de koppelende factor vormen.

Twee is een plus een

Een plus een is twee: twee individuen maken een koppel. Een koppel dat vervolgens samen verliefd kan zijn, groeien, elkaar kan aanvullen en zo het plot kunnen vullen. Maar draai het eens om: Twee is een plus een. Oftewel: je hebt twee individuen die op zichzelf al een verhaal in zich hebben, voordat ze een koppel zijn. Een goed koppel kan niet bestaan als de individuen binnen dat koppel de persoonlijkheden hebben van een stuk karton. Zelfs niet als Julia op zo’n persoonlijkheid zou vallen. Je moet de lezer ook nog tevreden houden. Een goede oefening om te controleren of je verliefde personages individueel nog interessant zijn is om in je opschrijfboekje een verhaal te kort verhaal te schrijven. Daarin komen de personages elkaar wel tegen, maar worden ze niet verliefd. Heb je dan nog steeds een verhaal met twee interessante personages, dan ben je op de goede weg.

Waarom eigenlijk romance?

Vraag jezelf eens af waarom Romeo en Julia verliefd zouden moeten worden. Waarom volstaat een goed vriendschap niet in dit verhaal? ‘Omdat ik een romance wil schrijven,’ is hier geen aanvaardbaar antwoord. Denk aan dingen als: ze hebben beide eenzelfde trauma meegemaakt en kunnen zo samen een rouwproces aangaan, Julia zorgt ervoor dat Romeo in een lastige periode jaar normen en waarden niet vergeet als die op de proef worden gesteld. Natuurlijk kan vriendschap zoiets ook bieden. Maar als je een (aanstaande) liefdesrelatie bekijkt met een dieper doel dan alleen: ‘later kinderen krijgen’ of ‘straks naar de slaapkamer!’ wordt het verhaal minder clichégevoelig.

De slaapkamer verdienen

Neem ook eens als uitgangspunt dat de personages seks met de ander moeten verdienen. Niet door met wimpers te wapperen, of door spierballen op te laten bollen, maar door (serieuze) opoffering. Romeo neemt een extra baantje om Julia te helpen haar studiekosten te betalen. Daarvoor moet hij een deel van zijn sociale leven opgeven. Dat heeft hij ervoor over, omdat hij van Julia houdt, maar leuk is het niet.
Laat merken hoe Romeo baalt dat hij bioscoopbezoekjes met vrienden mist omdat hij moet werken. Kortom: schrijf eerder ‘raw and real’ dan dat je de zwijmeltoon kiest – wat romantisch dat hij dat doet!-. Die kan je beter bewaren voor als Romeo en Julia later zoenend op de bank zitten of de slaapkamer hebben gehaald.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Toa Heftiba verkregen via Unsplash.

Zo wordt de knappe romantische held óók de held van het verhaal

“Wat is -ie knap…”  “Zo’n gave huid heb ik nog nooit gezien…” Als personages voor elkaar vallen, zien ze altijd wel iets aan het uiterlijk van de ander wat ze méér dan goed bevalt. Zo goed zelfs, dat de valkuil bestaat om dat de hele basis van het verhaal te maken. Het prachtige uiterlijk, of de roze wolk. Maar die aantrekkingskracht is geen verhaal, maar een gegeven. En van alleen een gegeven kan je geen goed verhaal schrijven. Maar hoe schrijf je dan over de eerste fase van verliefdheid waarin je personages helemaal hoteldebotel zijn?

De roze wolk is tijdelijk

De fase waarin je personages op een roze wolk zitten moet ook echt een fase zijn. Dat is misschien wel de allerbelangrijkste regel die je moet onthouden als je een romantisch koppel in je verhaal hebt. Als je ooit verliefd bent geweest, weet je dat de ander  – of zelfs maar de gedachte aan diegene-  al je tijd, gedachten en acties kunnen bepalen. In een boek is dat niet anders. Het plot komt op de rem te staan, je leert de personages niet kennen… Even zwijmelen is leuk. In een romantisch verhaal moet dat zelfs ook enige tijd. Maar als je de lezer alleen maar laat zwijmelen, zal die uiteindelijk alsnog om een teiltje vragen.

Uiterlijk is het minst van alles

“Uiterlijk is ook niet alles”. Dat heb je in het echte leven vast wel eens gehoord als het gaat om wie een ideale partner vormt. Er zijn ook nog kwaliteiten als gevoel voor humor, een goedaardig karakter en nog veel meer. Waar in het dagelijks leven uiterlijk niet alles is, is het in een goed boek misschien wel het minst belangrijke van alles. Uiterlijk kan geen compleet plot vormen, voor een spanningsboog zorgen of een thema verder uitdiepen. Andere eigenschappen kunnen dat wel. Zelfs een standaard eigenschap als ‘vriendelijkheid’ is stukken dynamischer voor een verhaal. Want voor wie is je personage aardig? En voor wie niet? Waarom wel of niet?

Waak ervoor, zeker in zwijmelverhalen, dat je uiterlijk niet te veel gewicht geeft. Dat gebeurt sneller dan je denkt en schoonheid alleen kan een verhaal zelden tot nooit zelfstandig dragen.

Waar valt je personage op?

Als je jouw Romeo echt voor Julia wil laten vallen, is het een goede eerste stap om te kijken wat hij wil en nodig heeft. Anders gezegd: wat zijn zijn drijfveren? En hoe hebben die betrekking op het centraal conflict en het plotverloop? Als Romeo niet de slimste is, kan hij – afhankelijk van hoe je je verhaal wil invullen –  zich aangetrokken voelen tot iemand met veel hersens. Of juist niet: liever heeft Romeo iemand van zijn zelfde intelligentieniveau, zodat hij zich niet minderwaardig hoeft te voelen.

Op die manier kan Romeo later niet alleen in Julia’s prachtige ogen verdrinken, maar ook een steun en toeverlaat in haar vinden. Of iemand die samen met hem hetzelfde leerproces aan kan gaan. In het zoeken naar de romantische voorkeuren van je personage moet je niet overhaast te werk gaan.

Dit is de perfecte partner voor je papieren held

Als je van begin af aan je personage serieus neemt en naar de unieke wensen luistert, is daar veel origineels te behalen. Laat je beslissing van de wederhelft helemaal aan je papieren held over, dan bestaat de kans dat die met een Mary Sue op de proppen komt. Hou ook je plot in de gaten. Dit proces is wikken en wegen en kost meer tijd en moeite dan je misschien zou denken. Neem die tijd er toch voor, want zo schrijf je uiteindelijk een romantisch koppel dat om de goede redenen niet snel vergeten zal worden door je lezers.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Shamim Nakhaei verkregen via Unsplash

Zo begin je met schrijven aan jouw Romeo en Julia

Het liefdesverhaal. Je vindt het niet alleen terug in het romantische genre, maar het komt in vrijwel ieder verhaal terug, al is het maar als subplot. Daardoor is het misschien wel een van de moeilijkste verhalen om te schrijven. Het is al miljoenen keren verteld. Wil je dat jouw Romeo en Julia dan nog aanspreken, dan moet je het dus goed doen. En dat begint al aan de tekentafel.

Wie is Romeo eigenlijk? En Julia?

Uiteindelijk wil je dat Romeo en Julia met elkaar eindigen, al is het maar omdat dat idee het uitgangspunt van het hele boek vormt. Maar als je nog met de eerste schetsen van het boek bezig bent, kan dat een blinde vlek worden. Je denkt dan misschien al niet meer in Romeo en Julia, maar eerder Romeo-en-Julia, als een verweven begrip, personages die niet meer los van elkaar kunnen of hoeven bestaan. Maar die welbekende valkuil is er meteen een die ervoor zorgt dat je romance gedoemd is om ofwel te mislukken, of de dertiende in het dozijn te worden.

Een eigen persoontje

Vergeet nooit, in het hele schrijfproces niet, dat Romeo en Julia hoe dan ook hun eigen persoontje zijn. Voorbestemd om met elkaar te eindigen? Misschien. Maar waak ervoor dat je ‘voor elkaar gemaakt’ niet te letterlijk gaat nemen. Zorg er dus voor dat – als het even kan –  je de personagebiografie van Romeo uitwerkt voor je aan die van Julia begint. Wees er in ieder geval alert op dat de naam ‘Julia’ daarin niet gaat overheersen.
Verwerk daarin dus dingen als: welke studie wil Romeo volgen? Wat zou hij doen met een miljoen? Dingen waar je je best voor moet doen om daar Julia in te verwerken. ‘Hij wil een studie ‘Julia veroveren’ volgen’. Kom op…

Maar pas ook op bij zaken waarin het (op een bepaald moment) in het plot logisch zou zijn om Julia te vernoemen: zijn grootste angst is om Julia kwijt te raken. Dat kan, schrijf het ook op. Maar zeker bij het schrijven van een romantisch verhaal is het verstandig om ook de pre-Julia angst op te schrijven: hij is bang om zijn leiderspositie in het voetbalteam te verliezen. Dit zijn punten die zowel jou als schrijver als de lezer laten kennismaken met een Romeo die – met of zonder Julia –  een persoonlijkheid heeft. Nog beter: eentje die meer is dan die van een stuk karton.

Gezamenlijke relatie, gezamenlijk plot

Er gaat een moment komen in het plot waarin Romeo en Julia verliefd worden en hun afzonderlijke verhaallijnen met elkaar versmelten. Kijk er in de fase van de tekentafel goed naar hoe je dat kan laten gebeuren zonder dat het voor de lezer duidelijk is dat je alleen maar wil dat er een koppel in het verhaal komt. Romeo mag dus niet op straat tegen Julia botsten en de dure vaas breekt. Kopje koffie om het goed te maken, elkaar diep in de ogen kijken en voilà! Vergeet dat maar. Tenzij… de vaas een erfstuk is van een geliefde oudtante, ze het tijdens het koffiedrinken praten over overleden geliefden die belangrijk voor ze zijn en erachter komen dat ze allebei door gewelddadige ouders zijn opgevoed en er een ander familielid voor hen is opgekomen. Maar dan ben je al een belangrijke stap verder. Dan is er de eerste vonk vanwege herkenning of een interesse naar elkaar vanwege persoonlijke geschiedenis of karakter. Het commando van Cupido gaat dan niet meer op. En als je zonder dat commando kan schrijven, heb je de eerste belangrijke basis van het schrijven van een romantische relatie te pakken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Danie Franco verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie… een foto

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een foto.

Een foto zegt meer dan duizend woorden. Laat duizend woorden nu een mooi woordenaantal zijn voor een compleet verhaal! Met een foto kan je als schrijver altijd wel iets. Hoewel je bij iedere foto wel iets kan bedenken, sluiten deze tips het beste aan bij foto’s waar mensen op staan.

Wat zie je op de foto?

Het is een open deur intrappen, maar kijk eerst eens echt goed naar wat je op de foto ziet. Daarbij kan je zowel oppervlakkig kijken, als wat meer specifiek nadenken over wat je ziet: ‘Het meisje in het zwembad lacht en heeft een roze badpak aan. Op de achtergrond drijft een opblaasflamingo.’ Dat is feitelijk, maar ook dan kan je wat meer nadenken zonder meteen een verhaal daarbij te hoeven verzinnen:
‘De lach van het meisje is meer geposeerd dan spontaan.’
‘Roze staat dat meisje helemaal niet zo mooi.’
Met observeren komen er vaak ook bepaalde interpretaties of meningen kijken. Het is goed om je er bewust van te zijn dat dat ook gebeurt.

Wat is het verhaal achter de foto?

Of je dit nu weet of verzint bij een foto, de ware inspiratie zit natuurlijk in het verhaal achter de foto. Dit is een heel interessante oefening, omdat je hier door de ‘context van aannames’ kan worden geholpen: ‘Deze jongen is zo aan het schaterlachen op deze foto met zijn vader: de twee kunnen goed met elkaar overweg en papa heeft zonet een leuke grap verteld.’ Niets is feitelijk vast te stellen, maar de kans dat je in de buurt zit met je aannames is groot. Schrijf op wat je ziet, maar ook vooral wat je opvalt: ‘Sinds wanneer is het zo dat als ik vader en zoon zie lachen, ik twee gedachtesprongen verder heb ingevuld dat zusje buiten het zicht een ijsje is gaan halen?’ Het maakt niet uit hoe gek of onlogisch die gedachtesprongen zijn. Je kan er vast een leuke scène van maken, voor later in je boek.

Soms komt dat ‘sinds wanneer…?’ op de voorgrond. Door een eenvoudig detail vergeet je de rest van de foto, maar komt er wel een volledig verhaal achter de foto uit. Ook al heeft dat niets meer met de foto zelf te maken, schrijf het op!  Als je schrijft, komen er vaker van die momenten waarvan je niet weet hoe je op een gedachte komt. Maar als die waardevol is, maakt de bron van de inspiratie niet meer uit: gewoon gebruiken!
‘Hier staan mensen te wachten bij de snackbar. Hé, die man heeft dezelfde jas als ik! Verdorie, en ik dacht nog wel dat ik een unieke jas had gevonden… Wat voor type zou die man zijn? Iemand als ik, die lekker expressief is, of juist iemand die iets opvallends aantrekt om maar aandacht te krijgen? Vast dat laatste: z’n kop staat me niet aan. Hij lijkt me iemand de hele week klaagt omdat zijn vrouw hem er één keer op uit heeft gestuurd om de frietjes te halen. Als hij straks thuis komt, dan zal hij wel weer zeuren. Wat zal zijn arme vrouw zeggen?’ Voilà, een scène in wording!

De fotograaf

Kan je bedenken wat de fotograaf deed op het moment van het maken van de foto?
Was die totaal niet aan het nadenken, omdat de zoveelste dronken groepsfoto moest worden gemaakt? Of was het juist een beroeps die bezig was met de lichtinval en compositie? Wat wilde de fotograaf met het maken van de foto wilde vastleggen? Is dat gelukt, of niet?

Een foto zegt inderdaad vaak meer dan duizend woorden, maak daar dan ook op vele, zo niet ook op diezelfde spreekwoordelijke ‘duizend’ manieren gebruik van.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kristyna Squared.one via Unsplash.