De observerende schrijver: Ik zie… iets grappigs

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets grappigs.  

Je ziet iets gebeuren waar je om moet lachen, of je hoort iets grappigs. Er kunnen talloze dingen zijn die iets grappig maken. Het is de moeite om daar eens naar te kijken. Zo kan je je personages beter leren kennen als je hun gevoel voor humor kent, maar ook leer je beter te kijken naar wat en waarom iets grappigs is.  

Verschillende soorten humor als eerste observatie

Er zijn verschillende soorten humor. Om er enkele op te noemen: sarcastische humor,  humor met woordspelingen, observatiehumor, parodie, satire, zwartgallige humor en slapstick. Deze vormen van humor schelen soms ontzettend veel van elkaar. Vaak is het ook zo dat  je iets over het karakter van een ander kan zeggen aan de hand van de humor die die persoon aanspreekt. Iemand die slapstick de leukste vorm van humor vindt, kan iemand zijn die niet al te moeilijk over het leven nadenkt. Hoewel je op moet passen bij dit soort aannames – iemand die een diepe denker is, kan slapstick als een gezonde tegenhanger daarvan ervaren- zijn er bij sommige soorten humor wel wat voorwaarden aan de orde. Iemand die taalkundig niet al te sterk is, zal woordspelingen niet leuk vinden, kunnen bedenken of begrijpen, bijvoorbeeld.

Wat is er nou zo grappig?

“Wat is hier grappig aan?” Je hoort het om twee redenen: iemand snapt de humor niet, of vindt die niet grappig. Stel deze vraag eens aan iemand die je kent en vertrouwd en wiens gevoel voor humor je niet deelt.  Dan zal je merken manieren van humor die soms als beledigend worden ervaren, niet zozeer ‘grappig’ gevonden worden in de traditionele zin. Die mensen lachen misschien niet omdat ze iets ‘lachen’ vinden, maar omdat zij in donkere humor  een manier vinden om wat er voor vreselijke dingen er in de samenleving gebeuren, een plaats te geven.

Of je hebt wel met iemand te maken die dat uitgangspunt naar voren haalt om een hatelijke karaktertrek te verschuilen achter iets dat sociaal geaccepteerd wordt… Vergeet dit enigszins dubbelzinnige gezicht van humor niet mee te nemen als je  een personage en diens humor een uitgesproken rol in het verhaal geeft. Gebruik daarbij je bevinden van mensen die een bepaalde vorm van humor hebben die jij om wat voor reden dan ook niet begrijpt.

Reacties op humor

Als je weet waarom mensen wel of niet ergens om lachen, kan je ook goed gaan letten op de reacties op bepaalde humor. Lacht iemand het hardst, om onzekerheid te verbergen? Lacht iemand schaapachtig na het horen van een humor omdat die niet durf te zeggen dat er iets niet grappig is? Is de lach van je personage uitgelaten, hinnikend, of zeldzaam? Lacht iemand alles weg? Kijk en bedenk hoe je anderen zowel fysiek als sociaal op humor reageren en je merkt dat je enigszins kan opmaken wat voor mensen het zijn. ‘Mix and match’ met verschillende soorten (reacties op) de humor die je observeert en  je kan je personage op unieke manieren aanvullen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Amanda Sofia Pellenz verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… een beginneling

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een beginneling.    

Waar we nu goed in zijn, hebben we ooit moeten leren. En niet alleen aan vaardigheden kan je zien of iemand iets goed kan of niet: beginnelingen zijn vanwege hun vaak leerproces relatief onzeker over dat gebied. Heb je dat al eens geobserveerd?

Hoe moet dit?

Als je nog iets aan het leren bent, moet je vaker dan een doorgewinterde rot in het vak, vragen hoe iets werkt. Als je weet dat iemand nog een beginneling is, kijk dan eens wat de absolute basis is waar die nog vragen over heeft. Als je ergens al langer of meer verstand van hebt, krijg je soms een blinde vlek: “Maar dit weet toch iedereen?” Niet dus. Het helpt soms om op te schrijven wat die basis is, want zonder ben je nergens. Dat is altijd iets waar je in de kern op kan of moet terugvallen bij tegenslagen. Denk aan bijvoorbeeld: je kan heldhaftig zijn, maar daar heb je moed voor nodig. En ben je wel moedig als je je niet ergens overhéén moet om tot actie  over te gaan? Iets doen met twee vingers in de neus is misschien knap, maar niet moedig.

Doe ik het wel goed?

Een beginneling zal uit onzekerheid of onkunde, of beide, vragen of het iets wel doet zoals het hoort, of wat de gewenste uitkomst geeft. Kijk eens of de beginneling die je observeert een beetje aanrommelt om iets voor elkaar te krijgen, of juist vaak om hulp vraagt. En wat is de reactie als er overduidelijk iets misgaat? Wordt de vraag ‘doe ik het wel goed?’ dan een: “Nee, en dóór!” of een “Nee, ik kan maar beter stoppen…” Iets nieuws proberen is altijd een beetje spannend en kan veel vertellen over bepaalde mentale veerkracht of doorzettingsvermogen. Ook weet je of iemand om hulp durft te vragen of niet: dat kan ook veelzeggend zijn. Kijk eens wat je zoal ziet bij beginnelingen die proberen te groeien in hun kunde.

Kijk niet naar me…

Zeker als een beginneling weet dat iemand meekijkt die beter weet, slaat er nogal eens verlegenheid toe. (Wees dus lief of onzichtbaar tijdens deze observatie). Je voelt je op de vingers gekeken. Als dat gebeurt bij de beginneling, is die daar vaak (enigszins) gespannen over. Hoe uit zich dat? Lacht de beginneling iets weg? Gaan de handen trillen? Wordt oogcontact vermeden of krijgt de leerling een hoofd als een biet?

Kijk mij eens!

En dan is daar het moment dat de beginneling ergens een overwinning boekt, of er een belangrijk kwartje valt. Een moment van trots! Kijk eens wat er dan gebeurt en hoe dat in het hele doen en laten een verandering in houding (fysiek of mentaal) teweegbrengt. Wordt de beginneling enthousiaster, zelfverzekerder, arrogant…? Wat doet dat voor het verdere leerproces (denk je)? Gaat het dan ineens hard, wordt de beginneling overenthousiast en gaat het fouten maken of wordt de arrogantie de uiteindelijke vaardigheid fataal, door een samenloop van omstandigheden?  

De comfortzone uit

Dit beginnersproces is goed om eens onder de loep te nemen op het moment dat je schrijft over de held die de comfortone uitgaat. Op dat moment in het verhaal is die nog een beginneling. Houd deze fases in het achterhoofd om je held natuurlijk te laten groeien, in plaats van een Mary Sue die zich halsoverkop in elk avontuur kan storten, zonder dat er iets op het spel staat of fout kan gaan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door OPPO Find X5 Pro verkregen via Unsplash

Wat doet de trope van een misverstand met het plot?

“Had dat dan gezégd!” Dat citaat is niet ongewoon, in het echte leven, maar ook in boeken. Want já, zeg één ding wel of niet, en het verloop van het plot kan er volledig door veranderen. Soms is dat erg, soms kan dat je verhaal juist erg interessant houden. Hoe vind je de balans tussen ‘de mond houden’ en juist wel iets zeggen als je een goede spanningsboog in het verhaal wil houden?

Het is een misverstand!

Misverstanden zijn er in allerlei soorten en maten. Voor verhalen zijn ze onmisbaar, omdat een miscommunicatie of gebrek aan informatie een ´gat´ vormt in het plot, wat de lezer de gelegenheid heeft om de puzzelstukjes bij elkaar te zoeken. Als je alles aan de lezers en de personages zou ´voeren´, is er niets meer aan. Er is geen spanningsboog meer, personages weten hoe ze rechtstreeks op hun doel af kunnen gaan, hoeven elkaar niet meer te leren kennen… Kortom: misverstanden vormen in zekere mate de eigenlijke bouwstenen van een plot. Om een goede start te maken, volgt hier een overzicht van misverstanden die je in je plot kan gebruiken:

  • Informatie wordt onvolledig gegeven of verkeerd begrepen waardoor een personage verkeerd gaat handelen
  • Personages menen onterecht hetzelfde te denken als de ander en gaan invullen voor de ander. Denk aan iemand die romantische signalen (uit valse hoop) verkeerd leest en daardoor denkt dat de liefde wederzijds is.
  • Het wereldbeeld van het personage bepaalt de bril zodanig dat er tussen de zender en ontvanger van de communicatie iets misgaat. Vaak heeft dit overlappen met moraal. Denk aan een ouder die het kind probeert te leren dat als je geld vindt op straat het juiste moet doen: hou het niet zelf, maar geef het aan de politie moet geven. En het kind dan zegt: ik zou het aan iemand geven die honger heeft, niet aan de politie. Het is toch het juiste om mensen in nood te helpen?
  • Personages vinden elkaar heel vervelend of juist helemaal geweldig en schatten de ander totaal verkeerd in, omdat ze op hen projecteren of omdat het andere personage een masker draagt.

Wat is het doel van je misverstand?

De manier waarop je de verschillende soorten misverstanden uit kan werken is haast eindeloos, omdat er zoveel verhalen bij te bedenken zijn. Liefdesverhalen, moordcomplotten, familiekronieken, wereldgeschiedenis en alles ertussenin kunnen een misverstand met zich meebrengen. Als je gaat beginnen aan een verhaal waar een misverstand een grote rol speelt, bedenk dan vooral wat het doel is, niet zozeer wat de gevolgen zijn. Dat maakt de structuur van je plot en je verhaalthema een stuk duidelijker. Het lijkt misschien niet meer dan een verschil in mindset, maar de uitwerking kan daarmee heel veel veranderen. Kijk maar eens:

gevolg als uitgangspuntvoorbeeldresultaatdoel als uitgangspuntvoorbeeldresultaat
een relatie eindigt“Het is niet wat je denkt”Het risico op een cliché is grooteen relatie eindigthet wordt duidelijk waarom een personage geen relatie kan behoudenJe krijgt een Harry Potter onder de Harry’s: je leert een personage echt kennen
de mentor wordt vermoordde held moet zelf zijn weg zoeken Dit is geen verhaal, maar een beat in een plotformatde mentor wordt vermoorder wordt duidelijk hoe gevaarlijk de vijand isDe spanningsboog loopt op
het kind leert opkomen voor het goedeer moet een enkele dramatische gebeurtenis aan vooraf gaanhet verhaal werkt toe naar een gebeurtenis, niet naar de reis van een personagehet kind leert opkomen voor het goedeHet kind leert moedig te zijnDe groei naar moed kan een pageturner worden

Wanneer gaat een misverstand in een verhaal te ver?

Een misverstand – hoe groot of klein ook- kan te ver gaan. Dat kan je vrij makkelijk herleiden: vraag jezelf af: was dit nou echt nodig? Je kan die zin benaderen vanuit het oogpunt van de lezer, maar ook vanuit het oogpunt van jou als schrijver.
Neem het voorbeeld van iemand die niet durft op te biechten verliefd te zijn en later in het verhaal dat zegt. Uiteindelijk wordt het toch gezegd omdat de ander gaat emigeren en wordt het ‘nu of nooit’.
“Had het dan gezegd! Als ik wist dat er iemand verliefd op me was, had ik me niet zodanig eenzaam gevoeld dat ik het gevoel te krijgen beter te kunnen emigreren…”

Een lezer kan bijvoorbeeld denken:
– Wat cliché, was dat hele verhaal nou echt nodig?
– Goed dat dit gebeurt, ik wilde graag dat ze bij elkaar kwamen en ik vond de aanloop spannend. Dat was nodig!
– Je had een vriend die aanbood Cupido te spelen: hoezo heb je dat niet gedaan? Dit misverstand was niet nodig.

Jij als schrijver moet denken: waaróm is dit misverstand nodig? Denk weer terug aan de doelen van een misverstand.

– Er moet een karaktertrek van het personage duidelijk worden
– Het personage moet iets leren
– Dit misverstand legt een thema of symboliek bloot
– Het is een grote schakel voor een plottwist
– Het is spannend voor de plotopbouw

Als je weet waarom dit misverstand er moet zijn, kan je beter aftasten hoe lang het misverstand een podium krijgt en hoe groot het moet zijn. Een karaktertrek laten zien behoeft geen misverstand van een compleet hoofdstuk, maar een belangrijke aanloop voor een plottwist moet dat misschien wel.

Vervolgens kun je proberen in te schatten waarom en hoeverre het misverstand voor de lezer zichtbaar is, zoals hierboven beschreven. Zou het kunnen dat je met dat misverstand een darling schrijft? Moet je het misverstand wat langer rekken of op andere manieren laten terugkomen als het een heel thema moet dragen? Hoe verhoudt dit misverstand zich in de schakels van een plottwists, enzovoorts.

Probeer misverstanden goed af te wegen. Tenzij verwarring een centraal thema in het verhaal is, kan je (grotere) misverstanden beter slechts af en toe inzetten. Anders krijg je met een hoop deus ex machina te maken. Maar als je die afweging goed maakt, zal je lezer altijd nieuwsgierig blijven naar de afloop van het verhaal en is succes bijna altijd gegarandeerd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jon Tyson via Unsplash

De observerende schrijver: ik zie… een ambulance

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een ambulance.

Aangeleerde gewoonte

Op de basisschool wordt in Nederland tijdens de verkeersles geleerd dat je ruim baan moet maken voor de ziekenwagen als die voorbij komt rijden. Er is iemand gewond of erger, en jouw taak is om ervoor te zorgen dat het ambulancepersoneel hun taak zo snel en goed mogelijk uit kan voeren. Het kan zomaar een leven redden. Je zou dus schrikken als mensen dus níet uit de weg gaan. Maar dat is een kwestie van cultuur: in niet alle landen zit dat onderwijs of die regel, zo je wil, er zo ingebakken. De eerstvolgende keer dat je aan het verkeer deelneemt en de sirenes klinken, kijk dan eens extra goed hoe mensen handelen.  En bedenk daarna, als je veilig van de weg af bent, wat er zou gebeuren als deze situatie niet zo soepel zou lopen.

Dat helpt je om te schrijven over normale momenten die plotseling omslaan en de adrenaline of spanning te schrijven die daarbij komen kijken.

Een schokkend moment

Als er een ambulance aan komt rijden, is daar altijd wel een beetje een schok. “Komt hij mijn kant op? Sta ik niet in de weg? Hij komt toch niet mijn straat in, hè?” Iedereen reageert daar anders op, als het gaat om de mate van paniek of ongemak. Toch laat een sirene niemand helemaal koud. Kijk eens goed om je heen hoe en in hoeverre je paniek, angst of alertheid bij andere mensen ziet als er een ambulance aan komt rijden. Waar de ene kort maar alert uit de ogen kijkt en vervolgens uit de weg gaat, zal de ander misschien wat zenuwachtiger met lichte tranen in de ogen weg schuifelen. Een komst van een ambulance is een brenger van plotseling slecht nieuws in het relatief klein. Als je wil schrijven over personages die slecht nieuws te horen krijgen, is de komst van een ambulance een goede manier om te bestuderen wat de eerste acute reacties van mensen daarop kan zijn.

Spieken en helpen

Als de ambulance is gestopt, worden mensen soms een beetje ramptoerist – denk aan kijkersfiles!- of ze kijken wat ze kunnen doen om te helpen als ze in de buurt zijn.  Kun je aan andere dingen die de mensen op dat moment doen of zeggen inschatten wat voor mensen het zijn? Behulpzaam, of juist bang om in de weg te lopen? Of zo bang voor bloed dat ze niet willen zien?  Of zijn ze vol van vertrouwen dat alles wel goedkomt zodra de hulpdiensten het overnemen? Let op hun lichaamstaal, hoe snel ze doorlopen of juist blijven staan. Hoewel je van een momentopname zoals deze niet meteen kunt zeggen wat voor een persoon iemand is, kan je wel leren te omschrijven hoe je personages handelen als ze bang zijn of menen in actie te moeten komen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Het verschil tussen een gewoon en een saai personage

Er bestaat een hardnekkig misverstand dat een personage allerlei ongewone en spectaculaire dingen moet meemaken, doen of vinden voordat het interessant is. Maar dat ligt aan de uitwerking. Laat je het dingen doen en vinden die de lezer min of meer hoopt of verwacht, of laat je het volledig zijn eigen persoontje zijn? Dat eerste maakt een personage saai, dat laatste maakt het personage misschien nog steeds gewoontjes, maar wel prettig om over te lezen.

Maak kennis met Eric en Vinnie: vanille-ijs

Ken je de vergelijking in de Engelse taal met vanille en gewoontjes? “He’s a vanilla guy’ (“Hij is een ‘vanilleman”) wordt gebruikt om aan te geven dat iemand maar gewoontjes is, niet spannends meemaakt of interessant is en geen bedreiging vormt. Het is meestal geen compliment. Het komt neer op iets als: “Waarom zou je voor ‘saai’ vanille-ijs kiezen, als er ook veel complexere, lekkere en meer originele smaken bestaan als pistache, karamelzeezout of honingavocado?’ En daar zit iets in, tot je bedenkt dat vanille-ijs de basis vormt voor allerlei andere lekkere recepten, of zo gewoon zo ook prima smaakt: daar is op zichzelf niets mis mee.

Dit uitgangspunt vormt de basis van deze blogpost: wanneer is je personage ‘vanille’ als in: saai, kan beter? En wanneer is je personage gewoon uitstekend vanille-ijs? Heerlijk in zijn eenvoud en verder -of zelfs daardoor!- helemaal prima?

Daarvoor gaan we eerst kennismaken met Eric en Vinne.
Eric Generic (=algemeen) is daadwerkelijk saai. Vinnie Vanilla is gewoontjes: op het eerste gezicht misschien saai, maar wel degelijk interessant om over te lezen. Eric en Vinnie wonen in Los Angeles en ze werken in de filmindustrie. Op papier is dat een gegarandeerd recept voor een interessant verhaal, met film, rijkdom en glamour om over te lezen. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. .

Op de set met Eric en Vinnie

Eric en Vinnie werken allebei in de filmindustrie aan dezelfde film. Eric is de knappe hoofdrolspeler, Vinnie is een ‘runner’: het manusje van alles dat verschillende dingen regelt op een set. Eric lijkt de meest interessante hoofdpersoon van je verhaal. Wat moet je met een ‘boodschappenjongen’ als je ook mee kan kijken met een Hollywoordster?

Eric Generic: een echt saai personage

Eric gaat naar de set, praat met de regisseur, zit in de make-upstoel en speelt daarna een scène. In de scène van vandaag schreeuwt zijn personage naar zijn ondergeschikte. Aan het einde is Eric een beetje hees, maar hij en zijn tegenspeler Johnny zijn tevreden. Aan het einde van de dag deelt Eric handtekeningen uit aan een stel bakvissen en praat daarna nog met de pers over zijn nieuwste film. Natuurlijk, zoals dat hoort, zegt hij wat voor een geweldige collega Johnny is. Ze kunnen goed met elkaar overweg, maar om doen alsof ze beste vrienden zijn… Maar ja, dat hoort nu eenmaal in de wereld van glamour.

Eric is niet interessant als dit het uitgangspunt van zijn heldenreis is. Waarom niet?

  • Hier staat alleen routine genoemd
  • Wat er gebeurt is erg oppervlakkig
  • Eric moet doen alsof. Bijvoorbeeld: Johnny en hij zijn beste vrienden. Dat kán interessant zijn om dieper op in te gaan, maar als je dat niet doet, zal je niet weten wie Eric is buiten Eric Superster. En hoe spectaculair een personage op papier ook is, als je niet weet wie of wat het echt is, in plaats van hoe het op papier lijkt, kan het nooit interessant worden.

    Ook al lijkt Eric hier net Eric de Superheld, uiteindelijk blijft hij Eric, the ‘generic’ hollywoodster. Eric is saai.

Vinnie Vanilla: gewoontjes, maar interessant

Vinnie en Eric komen elkaar regelmatig op de set tegen en kunnen goed met elkaar overweg. Omdat Vinnie op die manier ook met Johnny en andere supersterren in contact komt, weet hij van alle sappige verhalen. Op een dag neemt Eric Vinnie in vertrouwen over een van zijn diepste geheimen. Vinnie is een goed mens (Lees: vanille. Hij wordt niet ineens een slecht mens omwille van de drama die de mogelijkheid biedt om roddels te verspreiden) en houdt het dus voor zich. Vinnie beseft al snel dat als hij het niemand vertelt, het effect kan hebben op Erics welbevinden, of dat van hemzelf. Toch besluit hij het geheim voor zich te houden. Telkens als hij naar Eric kijkt, denkt hij nu aan het geheim. Verder blijft hij gewoon de runner die de zaken van alledag op de set regelt. Thuis heeft hij een vriendin en een pasgeboren dochtertje en gaat hij regelmatig wandelen met zijn vrienden (is hij dus relatief ‘saai’). Zijn vrienden weten dat hij werkt aan dezelfde film als Eric en Johnny en dat de acteurs aardig voor hem zijn. Maar dat Vinnie van Erics geheim weet, is Vinnies vrienden onbekend.

Waarom is Vinnies verhaal een goed uitgangspunt voor een verhaal?

  • Een geheim moeten bewaren doet iets met een personage: in dit geval gaat Vinnie het uiteindelijk toch verklappen of voor zich houden. Ongeacht welke van de twee: het hoe en waarom daarachter maakt het verhaal makkelijker leesbaar.
  • Je leert Vinnie kennen door zijn afwegingen over dat geheim: je weet wie hij is, niet zoals hij zich voordoet of meent te moeten voordoen.
  • Erics geheim heeft waarschijnlijk bepaalde gevolgen: dat maakt de situatie veranderlijk. Dus kan je het plot aan de gang houden met actie-reactie.
  • Vinnie staat als ‘simpele man’ dichter bij de lezer.
  • Vinnies vriendengroep biedt een ‘pauze’ in de spanningsboog rondom Erics geheim. Dat zorgt voor een balans in het tempo van het plot. In Erics verhaal zitten geen ‘pieken en dalen’ vanwege ofwel de sleur, of wel de continue piek van glamour, net hoe je het wil zien.

Als je wil weten of je personage een Eric Generic of een Vinnie Vanilla is, kijk dan dus niet zozeer naar hoe interessant ze op papier lijken. Kijk in plaats daarvan of je plot- en personage-uitwerking en plotontwikkeling alles bij elkaar genoeg bieden aan je lezer om geïnteresseerd te blijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door sheri silver via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie nog méér

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… nog méér.    

Als je gaat observeren is er altijd wel iets te zien dat je heel concreet op kan schrijven. Mensen op het terras, mensen aan het feesten, iemand die verdrietig kijkt… Je kan dan die eerste indruk opschrijven, maar soms is er nog meer te zien, zonder dat je daar meteen de vinger op kan leggen. Als je iets méér ziet, maar niet weet wat dat is, kan je deze stappen volgen om dat abstracte wat meer vorm te geven.

Wat zie je aan de oppervlakte?

Schrijf als eerst op wat je aan de oppervlakte ziet. Iemand is blij, boos, geïrriteerd. De sfeer is uitgesproken gelaten, of juist feestelijk.  Alles wat er duimendik bovenop ligt, mag je opschrijven, ook al zou je dat normaalgesproken niet doen. Want alles wat onderliggend sluimert, probeert zich als het ware te verstoppen achter datgene wat zo duidelijk aanwezig is. Wil je het onbekende naar de voorgrond brengen, dan werk je uiteindelijk naar een contrast toe. Dat eerste element kan je dus het best meteen opschrijven.

Wat voelt er zo anders?

Als je nog iets méér ziet, dan is de kans groot dat datgene iets is wat op het eerste gezicht niet in de situatie lijkt te passen, of niet passend is. Denk aan iemand die heel blij is om te horen dat een vriendin zwanger is, maar er toch iets is dat je anders laat geloven. De eerste indruk waarschijnlijk is dat er een van de ‘basisemoties’ speelt: verdriet of boosheid. Maar die emoties zijn zo breed dat er complexere of meer verfijnde emoties in het spel zijn. Anders voelt er iets niet ‘anders’ of ‘méér’. 

Om je op weg te helpen, is hier een kleine opsomming van emoties die zoal achter de basisemoties  mee kunnen spelen
Blij = opluchting, dankbaarheid
Boos = stress, jaloezie
Verdrietig = spijt, hopeloosheid
Bang = verwarring, onzekerheid

Als het je lukt om al verder te kijken dan de basis, wordt je ook alerter op de sfeer of de subtielere gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Dat is dan het volgende waar je beter naar kan gaan kijken.

Verfijndere emoties zichtbaarder gemaakt  

Meen je een emotie te zien die in een ‘subcategorie’ van de bekendere emoties valt, dan zal je zien dat je wat gerichter naar gebaren, gebeurtenissen of lichaamstaal gaat zoeken of zien die bevestigen dat je méér ziet. Dat dát is wat de tot dan onbekende sfeer geeft aan een situatie.  
Als je bij iemand opluchting meent te zien in plaats van dankbaarheid, dan zal je makkelijker zien dat de omhelzing die gegeven wordt, ook gepaard gaat met een diepe zucht, bijvoorbeeld.
Soms worden ook die emoties dan ineens zonneklaar, andere keren blijven ze subtiel.

Je kan er niet altijd op rekenen dat wat je meent te zien ook echt speelt; je kan niet in iemands hoofd kijken. Maar deze observaties mag je zeker gebruiken om je schrijfstijl mee te verfijnen. Je tekst zal er een stuk levendiger van worden.  

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Marina Vitale verkregen via Unsplash

Zo schrijf je een personage dat niet kan groeien

Een held moet altijd groeien en beter worden. Dat is een van de eerste lessen die je leert als je gaat schrijven. Maar soms zijn er personages die gewoon niet kunnen groeien. Ze staren zichzelf ergens blind op, of zijn simpelweg bedoeld om te dienen als de slechterik die geen groei hoeft te hebben: die gewoon slecht moet zijn. Hoe schrijf je dat personage, zonder dat ze lezen als een lui stereotype?

De door en door slechterik

Om met deur in huis te vallen: deze blogpost gaat over slechteriken die aan het begin van je verhaal al zo verdorven, slecht of gemeen zijn dat je héél erg je best zou moeten doen om uit te leggen waarom het nog mogelijk is dat de slechterik het goede pad kiest. Zodanig dat dat het hele verhaal moet zijn en zelfs dán nog geforceerd kan lijken.
Dat druist misschien in tegen je gevoel als je al wat langer schrijft. Ieder personage heeft toch beweegredenen die interessant genoeg zijn als je de waarheid van een personage maar meeneemt? En vanuit dat uitgangspunt is iedereen tot in staat te groeien? Zorg gewoon dat de omstandigheden in het plot daarvoor groeien…

Vaak wel, maar niet altijd. Soms staart je personage zich zodanig blind dat de objectieve oplossing zou zijn, juist gevaarlijk lijkt voor je slechterik. Of is het personage zo ver heen dat het gewoon niet meer voor rede vatbaar is en de waarheid gaat verdraaien, of niet kan of wil zien, ook al kan het daarmee diens eigen leven redden. Dit is dus niet de schaduwkant van de slechterik die op de achtergrond speelt en die je moet uitwerken. Je moet weten wat die is die aanwezigheid duidelijk maken. En nog een keer. En nog een keer….

Gewoon geen grens

Deze slechteriken hebben simpelweg geen grens in hun slechtheid. Als je deze slechteriken langzaam aan slecht maakt, dan zijn het eerder mensen met een achtergrond die nog goed hadden kunnen zijn of worden. Dat wil je bij de door en door slechterik niet, dus die moeten in de eerste pagina’s of zelfs alinea’s waarin ze verschijnen meteen ronduit duivelachtig zijn. In de rest van het verhaal moeten ze die acties en karaktertrekken keer op keer demonstreren. Het helpt als de personages om hen heen om wat voor reden dan ook de slechterik niet kan stoppen. Uiteindelijk moet de lezer zich afvragen: ‘Kan het nog erger?’ waarop het antwoord keer op keer is: ‘ja’.
Of anders gezegd: als je deze slechterik zou zeggen: ‘dat kan je niet maken’ antwoordt die: ‘Moet jij eens opletten…’ Hier volgen enkele voorbeelden. Merk op dat ze op een later moment niet alleen niet van gedachten zijn veranderd, maar er gewoon een schepje bovenop doen.

Percy Wetmore (The green mile) Vernederen in de eerste seconden van zijn schermtijd, twee minuten later de vingers breken van iemand die hem uitlacht. Uiteindelijk verbrand hij diegene levend, om precies dezelfde reden.

Claude Frollo (De Klokkenluider van de Notre Dame) doet het volgende binnen twee minuten: een onschuldige vrouw achtervolgen en vermoorden, dan probeert hij haar kind te verdrinken. Als hij gedwongen voogdij krijgt over dat kind, sluit hij het op en hoopt hij het later voor eigenbelang nog te kunnen gebruiken, als gereedschap. Uiteindelijk is Frollo bereid om een hele stad in brand te steken als dat betekent dat hij de vrouw waar hij ongezonde lust voor voelt, voor zichzelf kan opeisen.

Vertel mij eens hoe je iemand van zijn slechtheid af wil helpen als diegene in de eerste anderhalve minuut van de introductie een onschuldige vrouw vermoordt en dat ook met een baby had gedaan als hij niet was tegengehouden… Dat gaat gewoon niet.

Extreem egoïsme als slechtheid

Deze slechteriken hebben een gevoel voor moraal zoals de rest van de wereld dat heeft. Het is er wel, alleen dan op een unieke en extreem egoïstische manier: het is niet zozeer dat zij zien dat zij geen gevoel voor moraal hebben. In hun ogen hebben zij dat wel. Alleen zien ze niet dat zij zichzelf bijna of helemaal als een god centraal zetten binnen dit moraal of deze regels. Zo zien ze bijvoorbeeld niet dat niet zozeer dé regels, als wel hún regels worden opgevolgd, op straffe van de dood of marteling. Is orde en netheid de norm, dan moet het hun orde zijn die niet wordt verstoord. En het uitdrijven van iets ongewensts is niet per se echt iets naars, maar iets dat zij zo ervaren. Als zij het vinden dan is dat zo: er is totaal geen ruimte voor waarheden of perspectieven van anderen.

De echte door en door slechterik zie zichzelf als enige op de wereld die een bepaalde waarheid in pacht heeft. En de rest van de wereld zit er gewoon naast. Deze grootheidswaanzin leidt vaak tot hypocrisie. Bovendien kan dit personage de objectieve waarheid onder de neus geschoven krijgen dat het fout zit. Nog steeds zal het dan een zondebok vinden of in ontkenningsmodus gaan. Dit is waar je je op moet concentreren. Waar je normaalgesproken een personage zou laten groeien door het verhaal heen, laat je zien hoe ver de waanzin van dit personage gaat. Groeien gaat hier niet op voor het personage zelf, maar wel voor de mate waarin de slechte daden slechter worden.
Om ervoor te zorgen dat de of diens wereld inderdaad om de slechterik blijft draaien zal die steeds minder schuwen om ene volgende, nog ergere gruweldaad uit te voeren. Laat samen met die gruweldaad de waanzin groeien en je hebt een slechterik om echt bang van te worden.

Laat de spanning van de lezer de groei voor dit personage zijn. De spanning waarin je lezer zich constant afvraagt hoe het nu weer uit de hand gaat lopen door de hypocrisie en het uitzonderlijke egoïsme van je slechterik, wetende dat dat moment vroeg of laat gaat komen. Nu maar duimen dat er ooit iemand is die die cyclus kan stoppen…

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Max Kleinen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… een vriend

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een vriend.     

Vriend van…

Je hebt vrienden die je kent van het sporten, van je hobby, van school… Waar je ze ook van kent, meestal zijn je vrienden uniek. Niet zozeer als individu, maar op wat voor manier ze een vriend zijn. Bij de een vind je een iemand bij wie je je hart  kan luchten, waar het bij de ander juist fijn is om gewoon gezellig samen te sporten en het daarbij te laten. Dit artikel gaat over het principe dat iedere vriend uniek en fantastisch is, maar dat zich dat op verschillende manieren laat zien. Manieren die je kan observeren om zo een vriendschap op papier goed tot zijn recht te laten komen.

Hoe goed kennen jullie elkaar?

Er zijn simpele dingen waar je aan kan herkennen of je elkaar goed kent. ‘Zeg Moad en je zegt skaten’ , is oppervlakkige kennis, dus dan is de vriendschap waarschijnlijk nog vers. Je kent Moad goed als je weet hoe hij tot bepaalde conclusies komt, wat zijn kleine maniertjes zijn, niet waarmee, maar ook waarom hij ergens mee worstelt… Ga dat eens na bij eigen vrienden. Wie ken je goed en waarom denk je dat? Wat weet je van de ene vriend en niet van de ander? Denk aan iets als politieke overtuiging. Bij je boezemvriend weet je dat waarschijnlijk wel, maar van een hardloopvriend misschien niet. Anderzijds: moet je dat weten om gezellig samen te kunnen hardlopen?
Als je op deze manier bij je eigen vrienden kan bepalen wat je kan verstaan onder ‘goed kennen’, kan je dat bij fictieve vriendschap beter toepassen. Dan zijn het geen vrienden gewoon omdat dat moet van het plot. 

Hoe hecht zijn jullie?

Er zijn vrienden die je dagelijks spreekt of zou willen spreken, bij andere vrienden is wat minder intensief contact ook prima. Ga eens na waarom dat zo is. Zijn jullie brodspelvrienden en heb je geen behoefte aan vijf spelletjesavonden per week? Of ben je gewoon niet zo hecht met Mees als je bent met Gabriël? Dat maakt Mees of zijn vriendschap niet minder waard. Maar het betekent wel dat je iets aan Gabriël of aan zijn vriendschap meer waardeert of nodig hebt (op dat moment). Schrijf eens op in hoeverre je vrienden in dat opzicht van elkaar verschillen. Is het vertrouwen, het karakter van de ander? Als je zo naar een vriendschap kan kijken, kan je de fictieve een goede narratieve waarde geven.

Het gevoel van vriendschap

Boezemvrienden of de wat minder hechte sportvrienden. Over welke vriend je het ook hebt, het zijn je vrienden en dus waardevolle mensen in je leven. Let er eens op waaraan je dat merkt bij jezelf. Heb je foto’s van hen in huis? Komt er standaard een glimlach op je gezicht als je aan hen denkt of hun naam ziet staan in je contacten? Of denk je automatisch terug aan jullie laatste gezellige spelletjesavond en aan jullie lol zodra je een spellenwinkel instapt?

Schrijf eens op wat voor unieke gevoelens elk van je bij je teweegbrengen en waarom. Als je dat in een boek ook kan doen, voelt die vriendschap zowel echt als heel erg hecht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Thought Catalog verkregen via Unsplash.

Scèneovergangen schrijven: deus ex sceana

Als een boek vlot wil lezen, moet het plot een bepaalde vaart hebben. Daarvoor heb je een vlotte scèneovergang nodig. Je kan op verschillende manieren ervoor zorgen dat je plot vlot blijft. Denk aan de actie-reactieregel. Maar die is vooral handig bij het schrijven van losse scènes. Als je een scène wil eindigen en met een andere wil beginnen, schrijf je met deus ex sceana.

Storyboard van een verhaal

Het is handig om een storyboard te maken van de scènes die je hebt bedacht. Dan zie je heel goed wat er in het verhaal gaat gebeuren. Ook verzandt je niet in details, maar houd je je aan de grote lijnen. Of je het nu tekent of uitschrijft hoe het in je hoofd zit, een storyboard mist de daadwerkelijke overgang van de ene scène naar de andere. En die is cruciaal voor een goedlopend verhaal. Anders krijg je een ‘en toen, en toen en toen’ zoals een kind uit groep 5 een boekbespreking houdt: ‘En toen gingen ze naar het pretpark, en toen gingen ze in de achtbaan, en toen werd Youssef misselijk en toen durfde hij niet mee in de volgende achtbaan.’

De randen van een storyboard

In het voorbeeld van die slechte boekbespreking is het ‘en toen’ de rand van het stripje in een storyboard. Idealiter zijn die randen voor de lezer niet meer zichtbaar. Het verhaal leest niet als losse scènes, maar als iets wat in elkaar verweven is. Je zou je pas (weer) moeten zien als je oefent met het save the cat schema. “O, kijk, deze scène is het inciting incident, en die daar op het einde, dat is nog niet het einde, maar de wrap-up.”
Let wel: dit geldt voor de lezer, niet voor jou als schrijver. Hoewel niet elke scène meteen een beat is van de drie-aktenstructuur, helpt het wel om het min of meer zo te zien:
* Deze scène zit nog in het inciting incident, dus het hoofdpersonage moet iets ongemakkelijks meemaken, en ook laten zien dat er iets anders kan (gebeuren) in diens wereld.
* In het laatste obstakel laat ik de geliefden bij elkaar komen, en ze terugkijken op wat ze hebben meegemaakt.

Dat helpt om te schakelen tussen dingen als: je dief is al langere tijd op de vlucht en dan komt er plotseling politie in de buurt, of de vriend besluit zijn makker te verraden.

Deus ex sceana

Anders dan bij actie-reactie is er bij de overgang naar een nieuwe scène niet altijd een aanwijsbare reden waarom dat dit exact op dat moment gebeurt. Waarom verraadt de vriend nu? Waarschijnlijk zijn de hints die je hebt gegeven, niet in dezelfde scène. Dat zou een slechte plotopbouw zijn. Dat zaadje is dus in scène`1 gepland. Maar als je inmiddels bij scène 4 bent, kan je niet ineens schrijven: ‘oké, terug naar scène 1’. Dat heeft twee redenen:

* Scène 1 is al geschreven, dit wordt hoe dan ook scène 5. Je lezer heeft al meer informatie, het plot zit in een ander punt in de spanningsboog, en de sfeer van de scène is ook anders, omdat er andere dingen gaande zijn.
* Je werkt anders een deus ex machina (god uit de machine) in de hand.

Zorg ervoor dat op een natuurlijke manier de aandacht van de scène naar iets anders wordt verschoven. Er gebeurt iets, of er komt iets in de scène die de sfeer compleet een andere kant op stuurt. Anders dan bij een Deus ex machina moet je mikken op wat je zou kunnen omdopen tot deus ex sceana: god van de scène. Dat is vaak een relatief abstract iets: een gevoel, een besef, een sfeer, een klein geluid… Iets dat wérkt als een Deus ex machina, maar niet zo voelt.

Waarin zie je een deus ex sceana terug?

De deus ex sceana zie je eigenlijk overal waar er iets verdergaat als er iets begonnen is, hoe klein ook:
* De welles-nietes ruzie is eerst verbaal, maar nu loopt iemand kwaad weg.
* Het moment dat je personage besluit om nu eindelijk eens een dag vrij neemt, na heel lang en hard werken.
* Het gaat regenen en je personages gaan schuilen.
* De les is afgelopen en de kinderen gaan spelen.
* Er worden knopen doorgehakt.

Bij het bepalen van een deus ex sceana is het belangrijk om te bedenken wat er in de volgende scène moet gaan gebeuren, zoals eerder in dit artikel geschreven. Denk aan Chekhov’s gun: je schrijft iets niet zomaar op. Perfectie daargelaten, waarom zou je schrijven over een tripje naar de supermarkt als daar niets interessants gebeurt? Jij schijft meteen over je personage dat gaat koken, om het vervolgens te gaan verprutsen. Dat verprutsen is belangrijker voor het grotere plot: vrienden komen langs en je personage wilde een goede indruk maken. Nu verliest het zelfvertrouwen.

In dit scenario zou de deus ex sceana kunnen zijn:

* Je personage komt thuis van het werk en is al moe. Dan doet het de koelkast open om iets te drinken te pakken en ziet het de ingrediënten voor het gerecht van vanavond. Paniek: dat was vandaag! Het besef na het zien van het ongekookte eten is de deus ex sceana

* Je personage gaat rustig aan de slag met koken, maar dan bedenkt het dat een van de vrienden hun nieuwe verloofde meeneemt. En je held mag die echt niet. De deus ex sceana die volgt is het is het bedenken van hoe de vrede bewaard kan worden, waarna bij gebrek aan concentratie het eten mislukt.

Vaak hoef je niet na te denken over het hoe en wat van een deus ex sceana: als je een beetje kan schrijven en save the cat in de gaten houdt, komt die wel vanzelf. Maar als je een keer vastzit bij een grensovergang, dan hoop ik dat deze tips helpen. Als je nog steeds worstelt, kijk dan eens naar je personagebiografie, verhaalthema, of de symboliek van je verhaal. Kijk naar het grote geheel en dan kan je het naar even goed nadenken vast wel wat concreter vertalen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nick Fewings verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie jou iets geks doen

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… jou iets geks doen.    

Je ziet iemand iets doen, zeggen of dragen en je denkt: logisch, past bij die persoon. Dan zie je iemand anders die om wat voor reden dan ook anders is, of lijkt. Diegene doet precies hetzelfde en dan denk je bij dezelfde actie: wat doe jíj nou?  
Is dat herkenbaar? De actie ís niet per se gek, maar kan wel zo voelen. Dat gevoel is een handig observatiegereedschap.

Tabel van vergelijking van eerste indrukken

Het soort eerste indrukken dat iemand aardig, goedverzorgd, stoer, rijk of… overkomt is niet te stoppen. Hoewel je met eerste indrukken nooit echt neutraal observeert, kan je die wel gebruiken om je observaties die je wel bewuster doet, eens goed om de loep te nemen.

Schrijf eerst eens op wat de persoon die je ziet voor ‘geks’ doet. Dat hoeft niet altijd iets echt raars te zijn. Het kan ook gewoon iets opvallends zijn.  Vraag jezelf daarna eens af waarom het gek is. Een man in pak van wie je denkt dat het een stijve zakenman is, zingt ineens een vrolijk liedje. Je ziet iemand verkleed, buiten het carnavalsseizoen. Je kan er reden achter gaan zoeken waarom dat zo is. Zeker ook doen, daar kan je leuke verhalen mee bedenken. Het is heel wat interessanter om te schrijven over iemand die een weddenschap heeft verloren en daarom verkleed over straat loopt, dan iemand die gek is op Japanse animatieseries en daarom op weg is naar een beurs waar iedereen verkleed gaat als een favoriete personage.
Maar voor zuivere observatiedoelen is een tabel van vergelijking maken handiger.   

Waarom is iets gek?

Een tabel van vergelijking van eerste indrukken heeft dit format:

tabel ik zie jou iets geks doen

Merk op dat iets geks verschillend kan zijn voor een specifiek persoon. Dat is het uitgangspunt van dit artikel. Maar soms is iets gewoon voor iedereen hetzelfde en ligt dat er duimendik bovenop. Toch kan het dan handig zijn om te bedenken waar de oorzaak ligt. Zoals in het voorbeeld van schelden. Als je weet dat het om gaat om ‘normen en waarden’ die aan kan leren en verder kan denken dan alleen  ‘dat doe je niet’, ben je scherper op dat soort dingen. Dat kan je gaan denken in termen van personageontwikkeling of plotontwikkeling. Wat is er interessant voor een verhaalthema betreft ‘normen en waarden’? Welk personage is daarvoor geschikt en waarom?

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Afbeelding van by Jon Tyson verkregen via Unsplash.