Maak ik mijn hoofdpersonage een man of een vrouw?

Je held is een belangrijk personage, dus die moet je realistisch maken. Er is een aantal eigenschappen die iedere held moet hebben. Maar vanwege sociaalmaatschappelijke normen en waarden komt het ene personage anders uit de verf dan het andere. Dat zie je heel goed terug in het verschil tussen mannen en vrouwen. Daarom is het verstandig om goed af te wegen of je hoofdpersonage een man of een vrouw wordt.

Wat heeft iedere held nodig?

Een held heeft altijd twee karaktertrekken nodig om die naam waardig te zijn: moed en zachtheid. Moed is nodig om een centraal conflict aan te durven gaan. Zachtheid laat zien dat je personage geliefden heeft en om mensen geeft. Het zal een verdrietige vriend aan het lachen te maken, langsgaan bij de zieke buurvrouw gaan om voor een dagje het huishouden te doen. Of gaan voetballen met het jongere broertje, gewoon omdat het leuk is. Dit heeft je personage nodig omdat:
* het nooit alleen op de wereld is;
* deze zachtheid (of liefde voor/ omgang met anderen, zo je wil) voor een groot deel de wil van je personage kan bepalen. Dat kan bijvoorbeeld moederliefde zijn, of een zoon die het leger in gaat om zo vaders goedkeuring te krijgen.

Zonder moed kan je personage het avontuur niet aangaan. Zonder zachtheid leeft het in complete (sociale) isolatie en is er geen avontuur om aan te gaan, omdat het personage zo nooit zal groeien. Laat moed nou een eigenschap zijn die traditioneel met mannelijkheid wordt geassocieerd en zachtheid met vrouwelijkheid. Toevallig hè? 😉

Het sekselabel

Om een goede held te zijn, moet je personage dus zowel een ‘vrouwelijke kant’ als een ‘mannelijke kant’ hebben. Geen probleem, toch? Nou…

Niemand vindt het raar als een vrouw naar een schoonheidssalon gaat om haar nagels te laten lakken. Doet een man dat, dan doet hij mee aan de nagellakactie van Tijn of omdat hij homo is. Geen heteroman doet dat omdat hij dat gewoon leuk vindt, toch? En een vrouw met wijde kleren die geen make-up draagt en automonteur is, is vast niet zacht of mooi genoeg ‘om een vent aan de haak te slaan’ of ‘wil graag een van de mannen wil zijn.’, toch…?
Nee, maar tegelijkertijd trekt een lezer zo’n personage (onbewust) in twijfel. Die associaties betreffen bepaalde verwachtingspatronen die er heel diep ingebakken zitten. Als je personage dan de ‘andere kant’ moet laten zien, botst dat al snel met het verwachtingspatroon.

Het maakt voor de invulling en de interpretatie van je verhaal soms uit of je over hem of haar schrijft.
Foto door DISRUPTIVO op Unsplash.

Zoeken naar grijs in verwachtingspatronen

Er wordt nog vaker dan je zou denken kritiek geuit als er van deze verwachtingspatronen afgeweken. Denk aan:
* een man die huilt (wees ’n vent!);
* een man die thuisblijft om voor de kinderen te zorgen (jij hoort voor de kost te zorgen!);
* een vrouw die geen kinderen wil en voor haar carrière kiest (zodra je in de overgang komt, krijg je spijt van deze beslissing…);
* een vrouw die verliefd wordt op een man die minder rijk of minder knap is (als je je sexier zou kleden, kan je beter krijgen…).

Maar nu komt de paradox: zeg dat jouw mannelijke personage niet van zijn kinderen houdt -en dus zijn zachte kant laat zien- dan is hij ongeloofwaardig en onnodig hard. Net zoals jouw vrouwelijke personage plotseling te passief of ongeloofwaardig is wanneer ze niet de moed heeft om haar mond open te trekken.
Dat wordt dus zoeken naar grijs: niets is zwartwit, maar de ideale oplossing zit ergens tussenin.

Verwachtingspatronen voor mannen en vrouwen

Om het breed en overzichtelijk te houden: dit zijn de verwachtingspatronen waar je rekening mee moet houden.

Een man is:
* sterk
* moedig
* prestigieus
Een vrouw is:
* zacht
* mooi
* bescheiden

Zodra je een ‘traditionele’ eigenschap van de andere sekse als voornaamste karaktertrek op de voorgrond laat komen, is de kans op een botsend verwachtingspatroon groot. Denk aan de vrouw in een hoge positie (“Ze heeft die rol alleen vanwege een feministische boodschap.” of “Maar hoe zorgt ze dan voor haar kinderen? Kan haar man niet de voornaamste kostwinner zijn?”) of een lieve man (“Is dat er zo een die óók overal om moet huilen?” of “Dadelijk is hij ook nog goed in breien…”).

Schrijven over iets dat bijna per definitie paradoxaal is, heeft geen klip-en-klare oplossing. Maar ik denk dat ik een redelijke vuistregel heb gevonden: zet de traditionele voorwaarde voorop, en laat op het moment suprême de niet-traditionele waarde de doorslag geven.
* De prestigieuze carrièretijger krijgt zijn langverwachte promotie niet omdat hij ‘sterk’ mensen afblaft. Zijn meerdere heeft gehoord dat hij (zacht) een nieuwe buitenlandse medewerker in zijn eigen tijd heeft geholpen om Nederlands te leren.
* Een Miss-Universe finaliste trekt (moedig) haar mond open en stapt uit de wedstrijd als ze merkt dat er racisme in het spel is.

Jouw invulling van mannelijk of vrouwelijk

Als je verwachtingspatronen van vrouwen wil uitwerken zoals ik hierboven beschrijf, pas dan op voor de populaire invulling van de sterke vrouw-trope. Dan gaat het al snel mis. In deze blogpost staat mijn interpretatie van een sterke vrouw. Deze interpretaties en alles wat ik hierboven schrijf zijn goede richtlijnen voor een sterke held en heldenreis. Maar uiteindelijk bepaal jij wat jij (te) mannelijk/ vrouwelijk vindt voor jouw personage. Natuurlijk is er ergens een grens. Die grens maakt het cirkeltje van het ‘labeltje’ rondom sekse weer rond. Als je een personage hebt dat fysiek sterk, moedig en stoer is, is het logischer om een man van hem te maken. Dat voorkomt dat je eindeloos moet verklaren waarom je personage géén man is.

Of je nu een mannelijke of vrouwelijke bodybuilder als hoofdpersonage kiest, maakt in beginsel niet uit. Maar bij een vrouwelijke bodybuilder verwacht men vaker een verklaring waarom ze deze ‘mannelijke weg’ gekozen heeft, waar een mannelijke bodybuilder meer ´logisch´ klinkt. Een vrouwelijke bodybuilder is niet goed of fout, maar het maakt wel dat je verhaal anders wordt gelezen. Het kan het verschil zijn tussen een trope en een compleet uitgewerkt verhaal. Dat verschil moet je inzien als je je hoofdpersonage gaat uitwerken.

Neem de verwachtingspatronen niet te letterlijk

Het bepalen van de grens van het ‘sekselabelcirkeltje’ wordt makkelijker als je de verwachtingspatronen van de tegenovergestelde sekse niet te letterlijk overneemt.
Een sterke vrouw die fysiek sterker is dan de mannen in het verhaal, is ongeloofwaardiger. Mannen zijn vanwege hun genen gemiddeld nu eenmaal sterker dan vrouwen.
Een man die zacht is kan je beter niet opvallend veel fan maken van zachte kleuren, pluizige dieren of schattige theeserviesjes.

Wat vind jij (te) mannelijk of vrouwelijk en hoe laat jij dat zien in jouw personages? Wat weeg je af? Hoe bepaal je of je van je held een man of een vrouw maakt? Laat het weten in de reacties!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe mislukt een heldenreis in een boek?

Als je al wat langer schrijft, weet je al dat het centraal conflict erg belangrijk is. Zoals je misschien ook al weet, hoeft deze heldenreis niet altijd te slagen. Een personage dat de wereldkampioenschappen wedstrijdzwemmen wil winnen, kan al in de voorrondes afvallen. Als het verhaal goed uitwerkt, mislukt de heldenreis daar niet door.
Om te weten wat een heldenreis stevig maakt, kan het handig zijn om in je opschrijfboekje de heldenreis wel te laten mislukken.

Een goede heldenreis: hoe zat het ook alweer?

Lees hier een inleiding over de heldenreis als je een opfrisser nodig hebt. Waar het in deze blogpost om gaat, is dat het bij een goede heldenreis gaat om het vallen en opstaan proces. Dan maakt het niet meer uit of je personage zijn doel bereikt of niet. Als je weet dat het personage naar zijn beste kunnen heeft gehandeld, en met hem mee hebt kunnen leven, dan is het doel van een goede heldenreis vrijwel altijd behaald.

In deze blogpost gaan we kijken hoe een heldenreis kan falen. Of, zo je wil: waarom het verhaal vroegtijdig afloopt omdat je personage simpelweg niet meer verder kan.

Waar kan het misgaan?

Om te weten hoe en wanneer een heldenreis vroegtijdig kan stranden, moet je kijken naar het schema van save the cat. Het bekendste moment waar het verhaal kan mislopen is het moment van de comfortzone. In save the cat staat dat omschreven als ‘second thoughts’. Maar ergens telt dat niet helemaal, omdat de heldenreis dan nog niet begonnen is. Waar het wel fout kan gaan zodra de heldenreis eenmaal begonnen is, is het moment vóór iedere clue. Met name de crisis en de ramp zijn hier uitgesproken momenten voor, omdat dat de allerengste momenten voor je personage zijn.
Maar in feite is ieder moment vóór een clue dat. Kijk nog maar eens goed naar het schema. Zie je dat de clues het symbooltje hebben van een explosie? Dat is niet voor niets. Een clue geeft aan dat er een grote verandering aankomt; iets wat kan of gaat exploderen. Lees: iets wat de wereld op zijn kop zet en niet altijd fijn is voor je personage. Voor het verhaal betekent het dat het een andere weg in slaat.
En hoewel je personage geen inkijk in het script van zijn leven heeft, voelt het ergens meestal wel aan dat er iets belangrijks te gebeuren staat, ook al weet het de uitkomst niet. Denk aan:
* Er staat een belangrijk examen op het programma.
* Politieke spanningen staan op springen, waardoor een oorlog niet ver weg meer is.
* Er is ruzie die uitgepraat moet worden.

Gebruik anticipatie die je personage voelt, altijd in je voordeel.

Hoe dan ook staat er iets te gebeuren. In het geval van een mislukte heldenreis komt je personage niet voor dat moment opdagen. Let op: het komt überhaupt niet opdagen. Dat is iets anders dan de situatie onhandig, gemeen of verkeerd aanpakken. De oorzaak ligt dan in de comfortzone, de grootste angst of de ambitie van je personage.

De comfortzone is te fijn

De comfortzone uitgaan is essentieel voor een goed lopend centraal conflict. Omdat we nu alles omdraaien, moet je gaan kijken wat de comfortzone van je personage maakt. Stel jezelf daarbij de volgende vragen:
* Wat is daadwerkelijk comfortabel voor mijn personage? Hoe kan ik het nog comfortabeler maken?
* Wat hoort mijn personage in het centraal conflict te leren? Geef hem dat nu op een presteerblaadje.
* Wat wil mijn personage? Geef hem dat in overvloed.

Zodra je dit op een rijtje hebt kan je makkelijker zien wat en in welke mate je hiervan iets moet afpakken. Dat maakt duidelijk welke schop onder het achterste je personage nodig heeft om de comfortzone uit te komen.

De grootste angst is te eng

De grootste angst van je personage is een schat aan informatie, maar ook vaak de reden dat je personage blijft vallen en opstaan, ook al is hij uitgeput. Als je een heldenreis wil laten mislukken, doe je het volgende:
* Schakel een magic pixie of Deus ex Machina in, zodat iets of iemand anders de problemen op kan lossen en je personage de angst niet onder ogen hoeft te zien.
Vraag je personage: als jij een Pixie of Deus zou krijgen, hoe zou die er dan uitzien? Dan weet je wat je vooral moet vermijden in je verhaal.
* Je geeft je personage geen ‘angsttraining’. Niemand durft een draak te verslaan als diegene al bang is voor een salamander. Je personage moet in stapjes worden voorbereid de volgende uitdaging aan te kunnen. Zorg ervoor dat je een logisch stappenplan maakt voor de uitdagingen die je personage te wachten staan.
* Je personage kan ook van zichzelf onvermurwbaar of extreem koppig zijn. Het maakt zichzelf wijs dat hij geen fouten maakt of geen angsten heeft. Dat is nooit waar. In dat geval probeert hij iets wanhopig te verbergen en is hij ergens juist doods-en doodsbang voor. Ga in dat geval flink graven in de personagebiografie om erachter te komen wat dat is.

Je personage heeft onvoldoende ambitie

Dit is misschien een open deur, maar je personage moet ergens voor willen vallen en opstaan, anders blijft de comfortzone lonken. Zorg er daarom voor dat het duidelijk is waar je personage zich voor wil inzetten, welk resultaat hij graag wil bereiken. Het is belangrijk dat die ambitie meerdere ‘lagen’ heeft. Als met één actie een ambitie wordt verwezenlijkt, is de heldenreis te simpel. Om niet in de herhaling te vallen (‘Mijn personage moet slagen voor zes verschillende examens om een droomstudie te kunnen doen.’) kan je nog eens goed kijken naar je verhaalthema of gebruik van symboliek. Voor de student is het verhaalthema bijvoorbeeld wijsheid. Dat kan boekenwijsheid zijn, maar zo kan je ook een lastige levenservaring in het spel brengen om wijzer van te worden. Dat helpt dan vervolgens weer om te vallen en op te staan en om je verhaal meer inhoud te geven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De gouden wet voor een vlot plot: actie-reactie

Er zijn verschillende manieren om je plot interessant te houden. Je kan plottwists of subplots introduceren, of gewoon aan een scène verder schrijven. Wat je ook kiest om je scène uit te werken, er is een gouden regel, zo niet een gouden wet die bij al deze opties toe te passen is. Houd je aan actie-reactie.

De derde wet van Isaac Newton

De naam van Isaac Newton laat vast wel een belletje rinkelen als ‘Een van de belangrijke wetenschappers ooit’. Zo kan jij zijn derde wet als een van de belangrijkste in de wetenschap van plot- of scèneontwikkeling beschouwen. Geen zorgen, ik ga niet verder in op de wetenschappelijke wet. Ik begin al peentjes te zweten bij het zien van het symbool voor worteltrekken ;). Maar de derde wet van Newton houdt in:

Op iedere actie volgt een reactie.

Zo simpel is het in beginsel. Kijk maar eens naar wat hele simpele voorbeelden:

ActieReactie
Ik stoot mijn teen.Ik begin te vloeken van de pijn.
Ik krijg honger.Ik ga wat eten maken
Ik krijg een extra zakcentje.Ik ga lekker uit eten.

Ik ga bij deze regel een kanttekening plaatsen, als het verhaalontwikkeling betreft. Je zou ook kunnen zeggen dat de derde wet van Newton stelt: na iedere oorzaak komt een gevolg. Maar die stelling gaat voor een plot of een scène niet helemaal op.
Kijk eens naar de onderstaande tabel met oorzaak-gevolg en dezelfde voorbeelden als hierboven.

OorzaakGevolg
Ik heb mijn teen gestoten.Mijn teen doet pijn.
Ik heb honger.Mijn maag knort.
Ik krijg een extra zakcentje.Ik ben vijftig euro rijker.

Het komt misschien pietluttig over om dit als verschil aan te merken, maar er is wel degelijk een verschil. Bij actie-reactie doet een personage daadwerkelijk iets, waar er bij oorzaak-gevolg niet per se iets actief verandert. In dat laatste geval staat een lopende tekst op de pauzestand.

Oneindige actie-reactie

Actie-reactie moet elkaar telkens opnieuw opvolgen. Is er een reactie geweest, dan komt er daarop een nieuwe actie in het plot. Daar komt dan weer een reactie op, enzovoorts. Kijk eens naar dit voorbeeld:
Noor heeft een tante in Marokko en die komt. Als je actie en reactie elkaar laat opvolgen, ziet dat er zo uit:

ActieReactie
Tante Amina belt dat ze op bezoek komt.Noor springt een gat in de lucht.
Noor vraagt Amina wanneer ze komt.Amina zegt over drie dagen bij Noor op de stoep te staan.
Noor wil de logeerkamer in orde maken.Noor begint met stofzuigen in de logeerkamer.
De stofzuiger begeeft het na een minuut.Noor gaat naar de winkel om een nieuwe stofzuiger te kopen.

Als je actie-reactie zou vervangen door oorzaak-gevolg, krijg je iets als:
‘De stofzuiger begeeft het plotseling. Nu blijft de kamer vies.’ Dat zorgt ervoor dat de scène abrupt stopt omdat Noor geen nieuwe stofzuiger koopt, of lieve tante Amina kan in een stofnest slapen. Geen van die twee opties zijn de bedoeling.

Je moet de actie-reactieregel redelijk streng volgen. Kijk maar eens wat er gebeurt als je reactie op reactie (op reactie…) laat volgen:
Noor springt een gat in de lucht, draait nog zes keer in het rond en begint te zingen als tante Amina het fijne nieuws vertelt. Als ze daarmee door blijft gaan, staat Amina straks al voor de deur. Oftewel: dat duurt gewoon te lang en het voegt op een bepaald moment niets meer toe.
En als je een reactie weglaat:
Noor vraagt Amina wanneer ze komt. De stofzuiger begeeft het.
dan is dat een te plotselinge overgang. Je mist nu informatie die het verhaal bij elkaar houdt. Er valt immers niet alleen een actie, maar ook een bijbehorende reactie weg.

De spanningsboog en actie-reactie

Ieder verhaal heeft een spanningsboog. En zoals het spreekwoord zegt, kan die boog niet altijd gespannen zijn. Maar hoe zit het dan met actie-reactie in een scène?
Denk bij het woord actie in dit geval niet te snel aan iets als ‘Max Verstappen vliegt bijna uit de bocht in de Formule 1’. Eerder als iets dat plaatsvindt en waar iets of iemand vervolgens op reageert. De actie-reactie kan dus ook een gedachtestroom zijn:

Actie Reactie
Ik wilde dat Cas me zag staan….…maar ik ben niet knap genoeg voor hem
Moet ik misschien mijn haar kleuren? Hij valt op brunettes…Ach, hou toch op! Laat ik me nu ook al gek maken door opgelegde schoonheidsidealen?
Nee, ik ben een sterke vrouw!Maar dan mag ik mezelf toch alsnog wel van mijn beste kant laten zien?

De lezer leert hier dat het personage over zichzelf twijfelt.
Het belangrijkste van een scène is dat die iets toevoegt aan het verhaal. De lezer moet iets nieuws te weten komen.
Zolang als een scène de lezer iets nieuws leert en hij volgens de actie-reactieregel is geschreven, kan je er allerlei kanten mee op, zonder meteen met een sneltreinvaart door het verhaal te gaan.

Nog een voorbeeld van actie-reactie:

Actie Reactie
Gijs doet het slecht op school.Gijs komt angstig met zijn slechte rapport thuis.
Gijs’ vaders schrikken zich ongeluk.Gijs krijgt een huiswerkbegeleider, maar het botert niet tussen hen.
Gijs weigert nog huiswerk te maken.Gijs krijgt straf van zijn vaders.

Je ziet hier misschien wel dat de actie-reactie in dit voorbeeld redelijk steriel is: het leest niet als een interessante scène, maar als losse feiten. Dat betekent dat je tussen de regels van de tabel door een nieuwe reeks van actie-reactie toe moet voegen. Bijvoorbeeld hoe Gijs door het ontvangen van zijn slechte rapport begint te zweten, met als reactie dat zijn vaders zich zorgen maken als hij doodsbleek thuiskomt. Je moet dus actie-reactie toevoegen om een show don’t telleffect aan de scène te geven. Hoeveel je precies moet toevoegen is een kwestie van uitproberen en je hebt er ook wat schrijfinzicht voor nodig. Maar met de ‘schrijfwet’ van actie-reactie in het achterhoofd, kan je er in ieder geval van op aan dat je scène- of plotverloop stabiel en logisch blijft.

Afbeelding Isaac Newton via Pixabay.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage iets te bekennen heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage iets te bekennen heeft?

Als je personage een geheim heeft, kan dat op een bepaald moment te veel worden. Dan wil het iets opbiechten. Omdat dat narratief gezien smullen is, gebeurt er na een biecht veel met het plot en besteed je er ook de nodige aandacht aan om het uit te werken. Daarom is er een aantal dingen die je in de gaten moet houden als je personage iets moet bekennen.

Kijk goed naar je verhaalthema

Neem je verhaalthema nog eens goed onder de loep als je een bekentenis in je verhaal verwerkt. Een geheim kan namelijk je verhaalthema vormen. Maar als je personage opbiecht de hele familie voor bakken met geld te hebben opgelicht, dan is het thema eerder verraad.
Omdat het thema op verschillende manieren en op verschillende momenten in het verhaal terugkomt, hoor te je weten hoe je dat gaat invullen. Je zal er subplots en extra personages bij moeten bedenken. Ga dus goed na hoeveel gewicht (het opbiechten van) een geheim heeft of moet krijgen in je verhaal. Dat kan het volledige plot van je verhaal bepalen.

Wanneer komt het hoge woord eruit?

Als de biecht op het moment suprême van het verhaal komt, heb je een fikse aanloop nodig en dien je je personage mentaal klaar te stomen voor dat moment. Dat vormt dan het centrale conflict: met vallen en opstaan en twijfels en overwegingen verzamelt het de moed om zijn geheim op te biechten.

Als de biecht in het begin van je boek komt, zijn er twee opties:

  • Je laat de lezer merken dat je personage met deze biecht uit een comfortzone komt en dat hij in bepaalde aspecten van zijn leven bij nul moet beginnen. De heldenreis vormt dan: opnieuw zijn plaats in de wereld vinden.
  • Je gaat met flashbacks werken en laat de lezer er langzaam maar zeker achterkomen wat tot deze biecht geleid heeft. Op hetzelfde moment leert de lezer het plot en de personages kennen. Aan het einde van het boek kent de lezer het figuurlijke hele verhaal en heeft hij bewondering voor de held die de heldenreis op pagina 1 al voltooid heeft.

Deze verschillende opties vragen afzonderlijke manieren van uitwerken. Kijk goed welke informatie je achterhoudt voor een mogelijke plottwist of wat je überhaupt al dan niet vertelt aan de lezer om het verhaal altijd interessant te houden.

Waarom nu? Waarom aan deze persoon?

Vóór de biecht is er een geheim. Dat geheim wilde je personage niet voor niets in stand houden. Bedenk waarom je personage juist op dit moment besluit iets te bekennen. Vergeet ook niet aan wie je personage iets opbiecht. Vertrouwt je personage de ander? Is er sprake van een oneerlijke machtsverhouding en móet je personage nu wel gaan praten?
Aan wie je personage ook iets bekent en ongeacht de reden, neem de relatie met dat andere personage mee in je uitwerking. Omdat een biecht iets groots is voor het plot, is het onvermijdelijk dat de relatie tussen de twee personages dat ook is. Geef die daarom ook de nodige aandacht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Grant Whitty op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Show don´t tell schrijftip: het cadeau

Cadeaus geven wordt met enige regelmaat gedaan. Het gebeurt op verschillende momenten en er komen meerdere elementen bij kijken. Bij een aantal daarvan denk je niet of nauwelijks na. Kijk wat beter naar alles wat er bij cadeaus komt kijken en je leert heel wat meer over het karakter en de waarden van je personage.

Wat zegt een cadeau over je personage?

In deze blogpost komen verschillende aspecten van het geven van cadeaus voorbij. Het eigenlijke cadeau, de prijs, de verpakking, enzovoorts. Voor een duidelijke uitleg zijn de vergelijkingen die ik daarbij geef extreem of zwartwit. Het is aan jou de kunst om het grijze gebied daartussen te vinden dat bij je personage past.

Iemand die altijd dure cadeaus geeft en een ander het winkelen laat doen, is waarschijnlijk een arrogant rijkeluiskindje. Als je merkt dat je personage eendimensionaal lijkt te worden, kijk dan verder naar een ander element van het cadeau geven. Bijvoorbeeld hoe vaak het personage cadeaus geeft. Doet het dat als er echt iets te vieren valt, zodat het een cadeau ook echt een viering symboliseert?
Komt er na het bestuderen van andere invalshoeken nog steeds een stereotype personage uit? Dan moet je de personagebiografie misschien aanpassen of uitbreiden.

Het eigenlijke cadeau

Uit het eigenlijke cadeau kan je opmaken of je personage weet wat de ontvanger leuk vindt. Het kan ook zijn dat hij niet weet wát te geven -wat geef je iemand die alles al heeft wat hij wil?- Maar het maakt een verschil of hij weet waar hij de ander blij mee zou maken, of juist niet. Dat kan aangeven hoe goed hij de ander kent, of hoeveel moeite hij wil doen voor de ontvanger om het perfecte cadeau te vinden. Spendeert je personage uren om een cadeau helemaal passend te maken -letterlijk door te knutselen, of figuurlijk door uren door folders te bladeren-? Of is hij eigenlijk wel makkelijk: met een fles wijn zit je altijd wel goed, want die gaat op een feest toch wel op.

De prijs van het cadeau

De prijs van het cadeau kan grofweg drie dingen zeggen:

* hoe rijk je personage al dan niet is;
* hoeveel geld je personage ervoor overheeft om de ontvanger iets leuks te geven;
* of je personage dure cadeaus gebruikt om op te scheppen over zijn rijkdom, of om te hielenlikken.

De verpakking van het cadeau

Is het cadeau uitgebreid verpakt? Kan je zien dat er een hele verpakkingservice aan te pas is gekomen die de gever tien euro extra kost? Dat kan een teken zijn van aandacht, of juist van snoeverij.
Is het cadeau slordig of niet ingepakt? Dan is de gever gehaast, een slechte knutselaar, of het cadeau wat minder oprecht.
Is het cadeau handmatig en creatief ingepakt? Dan is er aandacht naar het cadeau gegaan en geeft de gever veel om de ontvanger. Waarschijnlijk heb je ook met een Crea Bea te maken 😉

Een verpakking kan veelzeggend zijn. Foto door Olivia Bollen op Unsplash.

De winkel waar het cadeau is gekocht

Een tas van de Hema of van Gucci? Een opschrijfboekje van de Action of van de vulpennenspeciaalzaak? Zodra de winkel wordt genoemd, (in verhalen in ieder geval) kun je er de donder op zeggen dat de gever opschept als hij bij Gucci is binnengestapt of zich schaamt als hij bij de Action cadeautjes heeft gekocht. De prijsklasse van de meeste winkels is wel bekend. Zodra je de noodzaak voelt om dat te benoemen, maak je van de prijs een ding. Waarom zou je personage dat doen? Zeg het maar 🙂

Een gekocht of besteld cadeau

Heeft je personage door winkels gestruind om een cadeau te zoeken of online iets besteld? Online bestellen is makkelijker, sneller en soms ook overzichtelijker dan fysiek winkelen. Als je personage daar de voorkeur aan geeft, is hij waarschijnlijk druk of gesteld op gemak. Dat kan iets zeggen over de relatie met de ontvanger, maar dat kan ook in het karakter van je personage zitten. Zo kan je personage wel een uur in de stad willen zoeken naar een cadeau voor zijn moeder, maar niet voor een vage kennis. Of het gewoon makkelijk vinden om op bol.com binnen vijf minuten alles geregeld te hebben.

Een gemaakt of gekocht cadeau

Het verschil een gemaakt of gekocht cadeau kan te maken hebben met het budget van je personage (zelfgemaakt kan goedkoper zijn), zijn creativiteit – de Crea Bea vindt dat gewoon leuk om te doen- of de aandacht die naar een cadeau gaat: zelf iets maken kost doorgaans meer tijd dan iets kopen.

Hoe vaak geef je een cadeau?

Meent je personage dat het voor het minste of geringste cadeaus moet ontvangen? Dan is de ontvanger vaak verwend of materialistisch ingesteld. Als de ontvanger cadeaus wil krijgen voor elk van de volgende gebeurtenissen:
* verkering krijgen
* een halfjaar samen zijn met een partner – die al dan niet de gever is-
* samenwonen
* verloven
* bruiloft
* huwelijksreis
* zwanger zijn
* de eerste echo
* genderreveal
* de volgende echo
* geboorte
* eenjarig huwelijksjubileum
* kraamvisite
* doop van het kind

En de gever vindt het alleen nodig – of kan het zich alleen veroorloven- om voor twee van deze gebeurtenissen een cadeau te geven, dan is dat een goede show don’t tell dat er waarschijnlijk een onuitgesproken ruzie speelt tussen die twee. Of op zijn minst dat ze niet weten wat ze van elkaar (mogen) verwachten. Dat zal interessante gevolgen hebben voor de relatie.
Als je personage cadeaus koopt of blijft kopen, ondanks dat het dat niet wil, of niet kan betalen, zegt dat iets over hoe gevoelig hij is voor sociale druk, Misschien heeft dit personage een gebrek aan assertiviteit, of is het een pleaser.

Wanneer geef je een cadeau?

Bedenk wanneer je personage een cadeau geeft. Dat zegt iets over wanneer een cadeau verwacht wordt. Wat is de cultuur van je personage? Cadeautjes geven na Ramadan is heel gewoon, maar iemand die niet vast, doet daar dus niet aan.
Wanneer je personage uit eigen beweging een cadeautje koopt, zegt dat iets over wat hij belangrijk vindt.
Geeft niemand anders een cadeau als de ontvanger zijn eerste schilderij heeft afgemaakt? Dan is het voor de gever waarschijnlijk belangrijk om uitingen en voltooiingen van creativiteit van de ontvanger te vieren.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een belofte verbreekt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een belofte verbreekt?

Een belofte verbreken is iets vreselijk naars. Je zou het zelfs kunnen zien als een vorm van verraad.
Soms het weegt in zekere zin nog zwaarder. Bij verraad doe je doelbewust iets slechts. Bij het verbreken van een belofte doe je iets wat je niet wilde doen. Bovendien had je gezworen dat je iets (niet) zou doen. Nog meer dan bij verraad is de integriteit van je personage beschadigd. Wat heeft dat voor gevolgen voor de heldenreis?

Dit artikel gaat in op serieuze beloften die verbroken worden terwijl je personage dat niet wilde. Dus de belofte verbreken dat je de volgende keer wél op tijd komt, of beloften waaraan je personage zich überhaupt nooit wilde houden, tellen niet mee.

Vallen en even niet opstaan

Niemand vindt het fijn om te horen dat je niet te vertrouwen bent. Maar dat is goed mogelijk is als je ongewild een belofte breekt. Op zo’n moment valt de grond onder je voeten vandaan. Vallen en opstaan is een bekend credo in de schrijverswereld, maar op zo’n moment kan je personage alleen maar keihard op de grond neervallen. In de save the cat structuur is dit het moment van de crisis. Anders dan bij een clue is dit niet het moment waarop je personage zich even rot voelt en verschillende opties overweegt om verder te gaan. Je personage kan nu niet verder. Het zit even helemaal vast.
Dit is het moment om je personage helemaal in te laten storten. Laat de zelftwijfel, zelfverachting, woede en het verdriet duidelijk naar voren komen.

Beginnen bij nul

Je personage moet misschien weer bij nul beginnen als het gaat om het (terug)winnen van vertrouwen. Het maakt niet uit hoe goed het over zijn fouten heeft nagedacht. Dit gaat een eng en moeilijk moment zijn, ook voor degene aan wie iets beloofd was. Als de belofte echt veel voeten in de aarde had, schud dan niet te snel weer handjes. Laat zien hoe de relatie veranderd is, en wat er van beide personages wordt gevraagd om de relatie weer op te pakken. Misschien beginnen ze bij één of twee in plaats van nul, maar maak je geen illusie dat na een excuus alles vergeten en vergeven is. Als dat wel zo is, weegt je belofte waarschijnlijk niet zo zwaar voor je personage(s) als je dacht. Kijk in dat geval waar je het belang van de belofte eerder in het verhaal wat meer kan verduidelijken.

Weer verder

Het is aan jou om te bepalen of en hoe de personages met elkaar verder gaan nadat een belofte is verbroken. Houd er wel rekening mee dat beide personages het maken –en verbreken– van de belofte in hun spreekwoordelijke rugzakje meenemen in hun verdere leven. Dat kan zowel een voor-als een nadeel zijn. Het kan je personage vastberaden maken geen misstap meer te maken. Of het personage kan nooit meer iets durven beloven. Beide opties kan je gebruiken voor een verhaal. Maar zorg er wel voor dat je deze afloop weet voordat je de belofte laat verbreken. Dat is namelijk van grote invloed op de rest van je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto: Ryan Franco op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo schijf je over onrecht in een boek

Schrijven over onrecht is niet ongewoon in fictie. Een uitverkoren personage neemt het met regelmaat op tegen een allesoverheersende slechterik. Je schrijft altijd waarom je vindt dat iets onrecht is. Dat vormt de strijd van je hoofdpersonage. Lees hier over de verschillende rollen die je hoofdpersonage aan kan nemen als er onrecht in het spel is.

Welk gezicht geef je onrecht?

Je kan in grofweg drie manieren over onrecht schrijven in fictie. Je hoofdpersonage speelt daarin een belangrijke rol, omdat de lezer door diens ogen het verhaal beleeft. Deze uitwerkingen maken een verschil voor de toon van je verhaal als geheel. Ik maak in deze blogpost het volgende onderscheid:
* Het hoofdpersonage in een slachtofferrol
Dit personage kan daadwerkelijk slachtoffer zijn van onrecht of dat slechts vinden. Hoe dan ook komt hij niet in beweging om iets aan het onrecht te doen.
* De verzetsheld
Deze held is actief in het strijden tegen onrecht, maar niet zijn heldendaden, maar het onrecht zelf krijgt de meeste narratieve aandacht. Je ziet de held dus niet met een zwaard ten strijde trekken, maar vooral hoe de gediscrimineerde mensen die hij voedt, creperen van de honger.
* De vechtende held
Deze held vecht daadwerkelijk tegen een enkele leider of groep, zoals Heer Voldemort of de Nazi’s. Als je held erin slaagt om dit individu of deze groep te verslaan, is de wereld gered, de oorlog voorbij of worden inhumane wetten afgeschaft. Je held vecht direct tegen die- of datgene dat onrecht zaait of in stand houdt. Daardoor krijgt de heldenstatus van je hoofdpersonage de meeste narratieve aandacht en blijft het onrecht een relatief breed begrip.

De slachtofferrol

Het personage in een slachtofferrol vindt zichzelf zielig. Hij vindt het vreselijk wat hem is aangedaan of wat er gebeurt, maar doet niets om zelfs maar te proberen de situatie of zijn beleving daarvan te veranderen. Hij komt zijn comfortzone dus niet uit. De comfortzone van een slachtofferrol staat gelijk aan die van een huis van een paar miljoen, met een zwembad, bedienden en een zespersoonsbed. Het is veel te knus om te wíllen verlaten. Je kan daar immers steen en been klagen en afwachten tot een hogere macht of een ander personage de echte strijd gaat voeren. Jouw zielige personage hoeft (lees: doet) dat niet.
Een personage in een slachtofferrol kan als goede katalysator dienen voor de echte helden: niet zeuren, maar doen! Je kan een personage in een slachtofferrol dus gebruiken om de woede of verontwaardiging bij anderen op te roepen. Maar hij mag niet de held van het verhaal worden.

De verzetsheld

Een personage in een slachtofferrol helpt het verhaal niet verder en is vervelend om over te lezen, omdat het verhaal en de omstandigheden door die houding niet veranderen. Een verzetsheld weet dat ook. Sterker nog, hij weet dat een slachtofferrol aannemen de ellende alleen maar kan bagatelliseren. In zekere zin is een personage in een slachtofferrol een tell: De oorlog is zo eng! Ik ben bang, dus ik blijf op een afstandje erover klagen en/of er bang voor zijn.
Je loopt dan het risico om bij de lezer de reactie uit te lokken: waar ben je dan precies bang voor? Stel je niet zo aan!
Maar de verzetsheld laat dat duidelijk zien: De oorlog is eng, want als ik mensen na de avondklok opzoek om hen van broodnodig voedsel te voorzien, hoor ik in de verte bommen ontploffen, zie ik steeds opnieuw de uitgemergelde gezichten van jonge kinderen en ruik ik de stank van lijken op straat en van mensen die zich uit pure doodsangst bevuilen.

Een verzetsstrijder ziet dit, iemand in een slachtofferrol woont veilig in een villa, vijftig kilometer hiervandaan.
Foto door Mahmoud Sulaiman op Unsplash.

Bovenstaand voorbeeld van de show don’t tell van de verzetsheld laat zien waar je bij hem vooral over schrijft. Je laat van dichtbij zien hoe dat onrecht zich uit: buitensluiting, uithongering, ziekten, slavernij, geweld… De verzetsheld staat in verhouding tot de vechtende held dichter bij het gewone volk. Hij is degene die het allemaal van dichtbij ziet gebeuren en heeft een relatief grote kans om een – oprecht- slachtoffer te zijn, te zijn geweest of te worden van dit onrecht.
Als je geschiedkundig naar onrecht kijkt, zijn er veel meer verzetsstrijders dan vechtende helden die ertegen strijden. Een verzetsstrijder is een echte held, maar staat minder als zodanig op de voorgrond van je verhaal. Als je het onrecht zelf een gezicht wil geven, is de verzetsheld je ideale hoofdpersonage.
Een verzetsstrijder kan ook de vorm aannemen van een demonstrant of activist. Hij kan connecties hebben met de hogere kringen, maar dat hoeft niet. Hij is er in ieder geval nooit onderdeel van.
Een verzetsstrijder word je niet als je ook weg kan (blijven) kijken. Kijk daarom goed naar het motief van je personage om zich in de strijd te mengen. Laat het onrecht bovendien heel dicht bij zijn beleefwereld komen. Met andere woorden: bedreig zijn waarden of (het welzijn van) zijn geliefden:

* Als vrijheid van godsdienst het hoogste goed is voor je personage, dreig dan met het sluiten van alle moskeeën.
* Laat hem met de regenboogvlag wapperen. Zelf is je personage hetero, maar een week geleden is zijn transgender zoon mishandeld en justitie haalt de schouders op.

Wil je het onrecht uiteindelijk het onderspit laten delven, kijk dan naar de vechtende held.

De vechtende held

De vechtende held kan je vergelijken met een legergeneraal. Hij vecht daadwerkelijk voor de goede zaak, maar omdat hij voortdurend op het slagveld is, krijgt hij veel minder mee hoe het onrecht waartegen hij vecht er daadwerkelijk uitziet. Hij krijgt vooral de kans en/of probeert om Generaal Onrechtstichter te verslaan. Daarmee zet hij de schakel in gang die het onrecht daadwerkelijk kan eindigen. De vechtende held kan ook een hoge politicus of een uitverkorene zijn. Hij zal het onrecht minder in de praktijk zien dan de verzetsstrijder, maar zorg er wel voor dat hij het zo nu en dan onder ogen ziet. Laat hem een verwoest dorp bezoeken of spreken met demonstranten. Tegen een ‘onzichtbaar onrecht’ vechten is niet heldhaftig en de lezer kan zich gaan afvragen waar het verhaal nou eigenlijk over gaat. De vechtende held is een mix van show en tell als het gaat om het onrecht een gezicht geven.


Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfprompts uit je opschrijfboekje halen

Als je schrijft, zijn er momenten waarop er zomaar iets klikt. Dat levert dan een hoop inspiratie op. Zorg dat je dat dan opschrijft in je opschrijfboekje. Naarmate je opschrijfboekje steeds voller raakt, kan je die elementen combineren tot een geheel nieuw idee.

Aanleiding blogpost

Als je mijn blog gevolgd hebt, weet je dat ik recent in Amerika was. Het hooggerechtshof besliste op een van die dagen over de ‘houdbaarheid’ van Roe vs. Wade: of staten voortaan zelfstandig mochten besluiten om abortus illegaal te maken. Op die dag werd ik gewaarschuwd: als je morgen niet in de buurt van ‘het Malieveld van de stad’ moet zijn, kun je daar beter wegblijven. Misschien valt het mee, maar controversieel als deze kwestie is … Je kan het beter niet opzoeken.
Uiteindelijk heb ik in die hele daaropvolgende week welgeteld één vrouw een keer met een protestbord op de straat zien staan. In haar eentje. Ze scandeerde niet eens. Wat ik wel overal en de hele tijd zag waren regenboogvlaggen: June is Pride month. Zo nu en dan zag ik mensen ook echt Pride month vieren. (Veel beter dan een eng protest :D)

Symbolieken combineren

Toen ik in het vliegtuig terug naar huis zat, zag ik vanuit het raampje een prachtig beeld: de schaduw van het vliegtuig op het wolkendek, omringd door een halo van regenboogkleuren. De daaropvolgende symboliek diende zich als vanzelf aan. Ik dacht terug aan “blijf daar maar weg” en hoe ik vervolgens alleen maar pride tegenkwam.
* de reis (de schaduw van het vliegtuig)
* was meer omringd (de halo)
* door pride (regenboogkleuren van de halo) dan door protest.

Dit is niet mijn foto; ik was te druk bezig om dit aangezicht te bewonderen, maar dit zag ik dus 😀
De foto is van https://earthsky.org/earth/what-is-an-airplane-glory/

Toen ik die symbolieken opmerkte als een trope, ging ik bedenken waar een/dit vliegtuig symbool voor zou kunnen staan, of wat een vliegtuig überhaupt is.
* reizen
* groot, log en zwaar (het helpt als je de motoren van zo’n machine heel goed kan horen op zo’n moment 😉 )
* er zitten honderden mensen in dit vliegtuig. Waarom willen honderden mensen allemaal op deze, dezelfde dag van (uitgerekend) Seattle naar (uitgerekend) Amsterdam? Wat beweegt hen? Wat is het verhaal erachter?
* het einde van mijn vakantie (verdorie… Maar hé: dan ga je wel op je reisverhalen reflecteren. Ook voer voor inspiratie!)
* dit specifieke vliegtuig gaat niet neerstorten, want het wordt beschermd door een hele mooie halo: de symboliek van engelen! Ik was niet bang om neer te storten, maar die symboliek viel me wel op, dus – belangrijk!- schreef ik het op.

Als je dit soort brainstorms opschrijft, kom je tot eindeloos veel tropes en symbolieken die je eindeloos kan combineren.

Hoe ga je symbolieken combineren?

Als je symbolieken goed combineert, kan dat een heel scala aan schrijfprompts opleveren. De voornaamste truc is dat je niet te snel moet ophouden met brainstormen en het niet bij de cliché-achtige associaties moet houden. Natuurlijk staat een vliegtuig symbool voor reizen, een regenboog voor pride en een halo voor engelen, maar als je nog niet verder komt dan dat, denk dan nog even verder. Anders kom je niet verder dan een trope: De biseksuele, religieuze student gaat op reis.

Gebruik die eerste, relatief eenvoudige associaties om verder te denken, of om bruggetjes te slaan.
* Dus het komt in je op dat een engel dit vliegtuig beschermt, vanwege de halo? Misschien is dat wel een voorteken dat er een engelachtig personage in het vliegtuig zit. Of een voorbode van dat het vliegtuig wel degelijk gaat neerstorten en het juist die bescherming van de engel nodig heeft.
* Een halo, een regenboog en pride month op de plek van locatie? Moet je reizende biseksuele hoofdpersoon in het reine komen met zijn seksualiteit, of gaat hij het juist vieren?
* Een zwaar, log vliegtuig en een ‘engel aan boord?’ Dat is tegenstrijdig… De zwaarte van het vliegtuig kan de psychologische zwaarte symboliseren die je personage doormaakt. Misschien ontmoet hij wel iemand die die zorgen kan verlichten.

Zo heb je al een voorzichtig begin van een plot.

Wanneer heb je bruikbare symboliek?

Het mooie -en vervelende- van het speuren naar symboliek is dat het zowel uitzonderlijk makkelijk als vreselijk moeilijk kan zijn. Een woordenweb maken kan helpen om je voorbij het punt van de logische associaties te brengen. Maar dat werkt niet altijd; soms is het gewoon je dag niet. Net zoals je op een dag uit het niks een aha-momentje kan hebben waar een compleet verhaal uit ontstaat.
Bedenk: zodra het begint te kriebelen met het idee: hier kan ik iets mee… Dan is het bruikbaar. Ook al klinkt het als een open deur. Het zal maar eens een open deur zijn waar je nog nooit voor gestaan hebt. Dan kun je er ook niet door lopen 🙂
Neem het vliegtuig. Ik heb dat eindeloos vaak als symboliek voor reizen gezien, maar nog nooit als symbool voor iets logs of zwaars. Terwijl ik sinds ik drie ben weet dat je een vliegtuig niet met een hand op kan tillen. Maar dat diende zich aan omdat ik op dat moment toevallig met symboliek aan het spelen was en de motor hoorde. Twee puzzelstukjes die zich nog nooit als zodanig hadden aangediend.
En als ik op dat moment ook niet al bezig was met de symboliek van pride en engelen, was ik nooit tot de trope gekomen van de zwaarmoedige biseksueel die op zijn reis besluit zich te religieus te bekeren.

Geen vliegtuigregenbooghalo: vertrouw op de kriebel

Het woord vliegtuigregenbooghalo alleen al bewijst dat ik toen ontzettend veel geluk heb gehad. Geluk kun je niet afdwingen, dus wat als het even niet zo uitzonderlijk mee zit? Dan is het een kwestie om op de kriebel te vertrouwen. De kriebel je lijkt te zeggen: schrijf op, want hier kan je iets mee. Misschien niet nu, maar later wel als missend puzzelstukje. Zoals ik nu het gegeven dat een vliegtuig zwaar is, niet in mijn voorbeelden heb gebruikt. (Laten we eerlijk wezen, die vliegtuigregenbooghalo spreekt veel meer tot de verbeelding).
Maar het feit dat ik dat heb opgeschreven, maakt wel dat het al ergens in mijn achterhoofd zit kan blijven hangen. Tot het moment dat ik inspiratie krijg van een specht in een boom en die koppel aan een zware, logge machine en zo een nieuwe ‘Transformer’ verzin. (Zie je wat er gebeurt? 😉 )

Veel succes!

P.S. Bij het zoeken naar een foto van de vliegtuigregenbooghalo zag ik onder de afbeelding staan dat die in het Engels een ‘glory’ heet. Ik vond hem op een website voor astronomie.

* Glory? Halleluja! Hé, wat schreef ik eerder over de religie van de biseksuele reiziger? Toeval, of reden om verder de symboliek in te duiken…?
* De foto stond op een website voor astronomie: wetenschappelijke sterrenkunde. Religie en wetenschap zijn elkaars tegenpolen: geloof versus bewijs. Dat is ook interessant.
* Astronomie? Dat is de ruimte. Misschien is mijn hoofdpersoon wel astronaut en onderweg naar de raketlanceerbasis…

Nu zie je hoe snel inspiratie soms kan komen en dat je moet opschrijven, opschrijven, opschrijven.

Veel plezier!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Sfeeromschrijvingen: van iets simpels iets moois schrijven

Waar denk je aan bij een interessante fictieve scène? Knallende actie? Heerlijk gezwijmel? Een ontroerende hereniging? Hoewel een verhaal deze interessante scènes nodig heeft om een narratief geheel te vormen, kan je scènes die narratief gezien relatief weinig voeten in de aarde hebben, ook heel interessant schrijven. Daar is een aantal trucjes voor, die ik in in deze blogpost samenvat onder het parapluutje sfeeromschrijving.

Zintuigen

Het belangrijkste om te onthouden is dat een mens – in het echte leven of op papier- de wereld om zich heen alleen kan ontdekken en registerteren door middel van zintuigen. Zelfs je gedachten hebben daar hun oorzaak. Je ziet een blauwe lucht en voelt zonneschijn op je huid waardoor je denkt: het is lekker weer vandaag. Daarom is een sfeeromschrijving zonder enige vorm van zintuigelijke waarneming vaak aan de magere kant. Zintuigelijk schrijven is daarom erg belangrijk. Bedenk: reuk en smaak zijn goudmijntjes, zien en voelen zeggen meestal relatief weinig.

Omgeving

Zet mij in een Japanse tuin en ik blijf daar met plezier de hele dag. Maar ik voel me niet op mijn gemak als mensen mij ‘overdreven netjes’ dienen te benaderen. Ik kan niet veel met situaties waarin statusverschillen tussen mensen opvallend groot zijn. Ook al vind ik het decor van sjieke hotels meestal wel erg indrukwekkend en mooi, ik verblijf dan liever in een hostel waar een receptionist zich niet bezwaard voelt om gezellig met mij te kletsen. Zo heeft je personage ook zijn eigen associaties bij bepaalde omgevingen. Kijk ook eens naar een/ zijn huis. Dat kan ook veelzeggend zijn.

Een omgeving als deze spreekt toch te veel tot de verbeelding om links te laten liggen?
Foto door Thor Alvis op Unsplash

Uiteraard zijn er ook plaatsen die ongeacht een persoonlijke voorkeur bepaalde associaties of gevoelens oproepen. Als je Auschwitz bezoekt, zal je niet het gevoel krijgen dat dat een gezellige plaats is voor een picknick. En als mensen op een plein zomaar bloemen uitdelen aan vreemden, zal je minder snel denken dat de wereld een en al verdorven is.

Laat je personage de omgeving ook eens opmerken: voelt je personage zich daar op zijn gemak? Kondigt een gebeurtenis in die ruimte misschien iets interessants aan? Zoals een plotseling juichende menigte de komst van een artiest aankondigt die je personage al jaren live wil zien optreden?

Interactie en gedachten

Dialoog of interactie kan ook veel doen voor de sfeer. Als de gesprekspartner plotseling op scherp staat, denkt je personage waarschijnlijk: hier klopt iets niet. Zo kan je ook met een relatief klein aantal woorden heel veel zeggen. Denk aan lichaamstaal, mimiek, verandering in stem…. Waar het eerst nog reuzegezellig was, is de sfeer nu om te snijden…
Op eenzelfde manier kan je personage dingen denken die de sfeer helemaal kunnen laten omslaan. Beschrijf een plotseling onaangenaam besef, laat het personage het zijne denken over een bekende die hij plotseling ziet passeren… De mogelijkheden met gedachten zijn eindeloos.
Ken je het principe dat alles en iedereen lief en leuk lijkt op het moment dat je vrolijk bent? Maar óók dat iedereen massaal op een citroen lijkt te zuigen op het moment dat jij je dag niet hebt?
Als je gedachten of iets dat je personage zegt of wat tegen hem gezegd wordt goed uitwerkt, kan je de sfeer van een verhaal goed onderstrepen of een plotselinge ommezwaai geven.

Symboliek

Symboliek is zowel een schatkist voor een schrijver als iets waarmee die zorgvuldig dient om te gaan. Maar je kan het gebruiken om de sfeer luister bij te zetten. Sterker nog, soms moet het. Denk aan een romantische setting. Hoe ga je die creëren als je moet afblijven van kaarsjes, lieve woorden, fijne muziek én bloemen? Dat gaat hem niet worden. Je zal zeker moeten kiezen om het niet te veel van het goede te maken, maar als je symboliek helemaal laat liggen, kan de sfeer er saai en sloom van worden.
Gebruik de vertrouwde symboliek die je kent van bepaalde tropes, of gebruik persoonlijke symboliek. Een voorbeeld van persoonlijke symboliek zou kunnen zijn:
Iedereen denk bij het zien van een Christelijk kruis aan het Christelijk geloof. Niet zo gek, natuurlijk.
Maar nu heeft je agnostische personage een goede en gelovige vriendin die stervende is. Zij geeft haar kruisje aan haar vriendin in bewaring, als aandenken van hun levenslange vriendschap. Dan is het kruisje geen algemeen, maar een persoonlijk symbool (voor vriendschap) geworden.

Mix and match

Zoals altijd met schrijftechnieken moet je weten waarom je ze volgt en moet je ze soms ook negeren. Je hoeft dus ook niet al het bovenstaande sfeeromschrijvingen allemáál mee te nemen in een scène. Dan wordt het te veel van het goede. Maar als je een beetje mixt en matcht met deze sfeeromschrijvingen, heb je wel een belangrijk verschil in de uitwerking van je verhaal. Het is het verschil tussen ‘je moet de schrijver maar geloven als die zegt dat dat zo is’, en ‘de lezer ziet alles voor zich ontvouwen en hoeft dus niets meer verteld te worden.’ Zo je wil is het een verschil tussen tell en show, alleen dan over een hele scène of het gehele verhaal.

Een voorbeeldje voor jou om zelf mee aan de slag te gaan 🙂

Joshua draaide zenuwachtig met zijn voeten toen hij voor de deur stond. Het was zijn eerste stagedag. Hij dacht terug aan hoe hij uit schaamte deze stage bijna had laten lopen. Wie wilde anno 2022 nog bakker worden? Maar toen hij de geur van versgebakken brood opsnoof , stroopte hij zijn mouwen op, popelend om te beginnen.

Met deze scène kan je enigszins met de zenuwen en opwinding van Joshua meevoelen, maar er is veel meer uit te halen. Die schaamte waar hij aan denkt, bijvoorbeeld. Wat is die schaamte? Het met handen willen werken? Omdat hij ouderwets zou zijn?
En die geur van versgebakken brood: heerlijk natuurlijk, maar voor Joshua die zich over schaamte heen heeft gezet, moet die geur nog veel meer bij hem losmaken. Herinneringen, doelen, ambities… Stel je eens voor hoe gigantisch en prachtig de omgeving van de bakkerij er voor hem uit gaat zien…

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage (bij)gelovig is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage (bij)gelovig is?

(Bij)geloof is in een verhaal erg leuk om mee te spelen. Als schrijver ben jij de spreekwoordelijke god van de geschapen wereld, dus jij kan bepalen welk (bij)geloof al dan niet klopt. Maar zelfs al heb je alles voor het zeggen, dan is er nog een aantal dingen waar je rekening mee moet houden om je verhaal leesbaar of geloofwaardig te houden. Bepaal daarvoor of je personage gelijk heeft of niet.

Je personage heeft gelijk

Als je personage inderdaad een religie of bijgeloof heeft doorgrond, dan heeft dat voordelen voor je personage en voor jou. Als je personage denkt dat hij bepaalde dingen kan voorspellen (“Ik weet dat ik niet meer onder een ladder moet lopen, want iedere keer als ik dat doe, stoot ik een uur daarna mijn teen.”) heeft hij een bepaald gevoel van controle. Dat kan zelfvertrouwen geven, waardoor het centrale conflict aangaan makkelijker is. En omdat jij de schrijver bent, bepaal jij ook wanneer er een moment komt dat je personage bidt, of een bijgeloof tegenkomt wat het plot vooruithelpt.
Daardoor ligt een Deus ex machina op de loer. Let erop dat je je personage ook niet alles gunt, ook al is het een trouwe volgeling van jou(w bijgeloof).
Neem de tien geboden: dat zijn keiharde regels die niet overtreden dienen te worden. Zorg ervoor dat je weet wat er in jouw verhaal de letterlijke en figuurlijke heilige regels zijn. Als bepaalde regels heilig zijn, heb jij er als god óók aan te houden. Maar het beantwoorden van bepaalde gebeden ligt in het midden.

Je personage heeft ongelijk

Je personage gelooft ofwel niet in jouw specifieke regels, of heeft helemaal geen (bij)geloof. Maar ondertussen zijn die regels in jouw fictieve wereld er wel. In het geval van bijgeloof betekent dat dat je personage bepaalde tegenslagen krijgt (Hij stoot zijn teen dus vaker omdat hij dus wél onder die ladder doorloopt). Als het religie betreft, pas dan op en straf je personage niet te vaak af voor het ongelovig zijn. Houd je aan je persoonlijke (tien) geboden, maar beantwoord ook een ruim aantal figuurlijke gebeden van je personage. Een heldenreis mag nooit vastlopen, puur en alleen omdat je personage regels (niet) opvolgt waarvan hij niet met zekerheid kan weten dat die er überhaupt zijn.
Als je te streng bent, heb je daar alleen jezelf mee. Dan komt het centrale conflict namelijk niet op gang, of zit je personage onnodig lang klem. Breekt het personage toch een van je geboden, zorg er dan in ieder geval voor dat daar een narratieve groei uit voortkomt: laat het ergens goed voor zijn.

Toeval

Als je niet van de vaststaande regels bent, maar juist met toeval wil spelen, houd er dan rekening mee dat een groot toeval grote verwachtingen schept. Je werkt een anticlimax in de hand als een groot toeval geen evenredig grote gevolgen heeft. Natuurlijk kan je ook met kleine toevalligheden ‘strooien’. Hoe dan ook, zorg ervoor dat het toeval nog enigszins op logica, de verhaallijn of de groei van je personage te herleiden is, of daar nut voor heeft. Púúr toeval komt erg geforceerd over in een verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.