Zo worden emotionele beslissingen spannende plottwists

Mensen en personages verschillen soms niet eens zo veel van elkaar. Bijvoorbeeld als ze denken dat ze heel rationeel zijn en altijd de meest doordachte oplossingen nemen. Dat is misschien zo, tot het moment waarop er iets gebeurt waar de emotie de overhand krijgt. Je kan dit in je voordeel gebruiken om een plottwist in gang te zetten of om een subplot extra kleur te geven.

‘Dat zou mij nooit gebeuren…’

We zijn er allemaal wel eens schuldig aan geweest. Er overkomt iemand iets naars als gevolg van een onhandige zet of vreemde gedachtengang. Dat was óns nooit overkomen. “Je had kunnen weten dat ze niet verliefd op je was. Ze wilde verkering zodra ze hoorde van de status van je bankrekening…”
Om dan zelfs vervolgens voor een leuke verschijning te vallen die je niet veel later in de steek laat.
“Dat had je kunnen weten,” aldus je eerdere gesprekspartner. “Had je niet gehoord dat jouw lieveling door meerdere mensen zo genoemd wordt? Dat was míj nooit overkomen…”

Emotionele betrokkenheid als boosdoener

In zekere zin heb je gelijk als je van een afstandje denkt dat bepaalde ‘domme dingen’ jou niet zouden overkomen. Zeker niet als je van jezelf al wat meer rationeel bent ingesteld. Maar de mens is nog altijd een emotioneel en sociaal wezen. Zodra je ergens dichter of emotioneel bij betrokken raakt, is het makkelijker om te bedenken dat alleen anderen iets naars overkomt. Want ‘dit voélt zo goed’. Of: we hebben het hier over iemand die tijd in mij geïnvesteerd heeft. En dan leer je elkaar kennen. En mensen die je kent, bedonder je niet. Zo kan emotionele betrokkenheid een boosdoener worden.
Anders gezegd, in iets meer ‘creatieve schrijverstaal’: zodra je empathie voor de situatie weet op te roepen is het voor zowel lezer als personage moeilijker om objectief naar een verhaallijn te kijken. Die zijn nu persoonlijk betrokken bij het verhaal. Dat kan je in je voordeel gebruiken.

Emotioneel betrokken personages

Je kan je verhaal spannender of diepgaander maken als je personages op een soortgelijke manier emotioneel betrokken maakt bij wat hen overkomt. Zeker als jij als schrijver je personage goed kent, is het een goede methode om zowel de spanningsboog als het plot nog meer te verrijken. De belangrijkste dingen om daarvoor te weten, zijn de zaken waar je personage het meest om geeft. Denk aan dingen als:

  • Een wens die in vervulling kan gaan
  • Het welzijn van geliefden
  • Een project waar je personage nauw bij betrokken is
  • Een angst die uit kan komen

Een belangrijk punt hierbij is dat je personage het gevoel moet hebben dat het daar een zekere grip op kan hebben, of de uitkomst daarvan kan sturen. Dat zijn dan dingen als:

  • Als ik hard genoeg train, kan ik sportkampioen worden
  • Ik kan mijn kinderen gelukkig maken door een leuk verjaardagsfeestje voor ze te organiseren
  • Als ik genoeg flyers uitdeel, dan wordt dit project bekend bij het grote publiek
  • Als ik maar hard genoeg werk, ziet niemand dat ik me een mislukkeling voel

Je kan een nieuw subplot in het leven roepen door je personage precies daar te raken waar het pijn doet. Waar het ene personage volledig rustig blijft als het deze maand rood staat, is dat voor het andere reden om alle objectiviteit te verliezen. Kijk dus eerst goed in de personagebiografie wat dat pijnpunt precies is. Als een heel subplot erop moet leunen, kies dan voor het element dat er het meest uitspringt.

Personage in paniek!

Je zet als schrijver iets in gang wat je personage absoluut niet wil. Het hoeft niet per se de grootste angst te zijn, maar het moet wel iets zijn waar je personage absoluut van af wil. En wel nu meteen. Die behoefte aan onmiddellijke actie zet je personage aan tot soms ronduit domme dingen. Wordt mijn kind gepest? Dan ga ik naar de moeder van de pestkop om te zeggen dat haar rotkind in de stront kan zakken. Dat is natuurlijk niet de manier om iets op te lossen, maar als de emotie het overneemt, zijn we niet altijd zo slim meer…

Zo is het relatief makkelijk om van kwaad tot erger te gaan, als dat nodig is voor het plot. Waak er wel voor dat je het niet groter maakt dan het hoeft te zijn. Deze eerdergenoemde moeder zo laten doordraaien dat ze doodsbedreigingen overweegt is geen goed plan. Houd het verschil tussen wat je personage en je plot willen of zouden willen goed in de gaten.

Als je op deze manier je personage gaat pesten, kijk dan eens goed wat die eerste, soms banale reacties zijn. Schrijf ze desnoods op in je opschrijfboekje. Hier kan je leren, of als opfrisser weer zien wat de leermomenten, grootste angsten en de mogelijke groeiprocessen van je personage zijn. Met andere woorden: hier kan je een conflict in gang zetten dat bij je personage past. En omdat het een subplot betreft, kan je zo de laatste loodjes van een levensles nog even belichten. Denk bijvoorbeeld aan het derde obstakel. Of licht in het eerste obstakel al een tipje van de sluier op wat jouw personage later in het verhaal laat panikeren.

Wie staat erbij en kijkt ernaar?

In een staat van paniek en gedachten van: alles behalve dat! Zal je personage alles en iedereen om hulp gaan vragen. Misschien zelfs wel de ergste vijand. Zo kan je dit subplot ook gebruiken om vriendschappen te verstevigen, vijandschappen (verder) aan te wakkeren. Ook kan je dit moment gebruiken om überhaupt de stand van zaken van een relatie op te maken. Wat kunnen of willen omstanders doen in tijden van paniek bij dit personage. Je leert in tijden van nood wie je vrienden zijn. Zijn er gedurende je verhaal al wat dingen gebeurd waar de lezer en of je personage niet helemaal de vinger op kan leggen? Dan kan dit subplot helpen om dingen duidelijk te maken. Als jij als medestander iets makkelijk op kan lossen vanwege een bepaalde emotionele afstand, maar dat niet doet…

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo maak je een cliché origineel: onnodige nadruk

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: onnodige nadruk.

Het cliché

De laatste jaren schrijven steeds meer mensen met zeer korte zinnen zonder werkwoord of onderwerp erin. Een paar van deze zinnen volgen elkaar op. Dan krijg je een bepaald bedoelde spanning: Deur dicht. Hij gaat zitten. Zucht diep. Kijkt haar aan.
Dat wat in deze korte zinnen nadruk moet krijgen, krijgt de aandacht met behulp van grammaticaal onvolledige zinnen of door punten, hoofdletters of uitroeptekens toe te voegen.

Waarom stoort dit zo?

De bedoeling van deze schrijfstijl is dat je bij ieder moment stilstaat om spanning op te roepen. Dat eerste deel slaagt, het tweede niet. In plaats van dat het verhaal op het scherpst van de snede komt te staan, gaat de vaart juist weg. Deze telegramstijl zorgt er inderdáád voor dat je zin voor zin leest, maar wel ten koste van de innerlijke film van het verhaal die in het hoofd hoort te draaien. De lezer blijft eerder de zinnen voor zich zien dan het beeld dat je probeert op te roepen.

De aanloop naar het cliché

Dit cliché ontstaat als je denkt geen aanloop nodig te hebben, terwijl het tegendeel waar is. Stel dat je over een ruzie schrijft waaraan je wil laten merken dat het echt foute boel is, niet zomaar een woordenwisseling. Dan begrijpt iedereen dat het spannend is. De nadruk wordt dan als sfeermaker gebruikt.
Het vervelende van lezers -of van mensen-  is dat ze niet zo meevoelend zijn als we graag geloven. Bij slecht nieuws of een akelige gebeurtenis leven we niet automatisch intens met een ander mee, alleen omdat dat opgeschreven staat.  
Denk aan een overlijdensadvertentie: je schrikt misschien even als een anoniem persoon jong is gestorven, maar vervolgens lees je de krant toch weer gewoon verder.
Om echt mee te leven moet je iemand – persoon of personage-  eerst goed kennen. Vaak slaat deze schrijfstijl die stap over. En zelfs als die dat niet doet, werkt extreme nadruk alsnog niet zo goed.

Goede nadruk leggen: het cliché fiksen

Als een zin een nadruk moet krijgen, krijg je lezer die alleen mee als die vooraf al genoeg met je personages meeleeft en weet hoe diens beleefwereld eruit ziet. Dat gewicht wat je het mee wil geven, is veel te groot voor een enkel leesteken als een punt of een hoofdletter om te kunnen dragen. Daar is meer tijd voor nodig. Om de zwaarte, spanning, angst… van je personage echt te kunnen voelen, moet je juist meerdere zinnen, zo niet zelfs alinea’s of pagina’s besteden aan sfeeromschrijvingen of hoe sterk de emoties aanvoelen. Werkwoorden en onderwerpen in een zin zijn daarvoor juist sterke woorden  om te benadrukken wie het voelt, hoe dat voelt, hoe dat precies gedaan wordt…
Vergelijk eens: ‘De handen op schoot.’ met ‘De handen lagen gevouwen op schoot’ of juist: ‘De handen trilden op schoot.’

Oftewel: zorg ervoor dat je lezer mee kan voelen, in plaats van een afstandje naar het voorval kijkt en de intensiteit van de scène zelf maar moet bepalen, zo niet gokken.

Nu jij!

Schrijf een scène waarin er net een zware beslissing is genomen en de personages even bij moeten komen. Laat die spanning en emotie die nu in de lucht hangt goed naar voren komen met grammaticaal volledige zinnen en voldoende sfeer- en emotie omschrijven die  (volledig) uitgeschreven diepgang niet schuwen. Je kan je scène plaatsen in de comments.

Tips voor het vermijden van het cliché

  • Scène- of plotopbouw bestaat niet voor niets. Maak gerust wat meer woorden vrij voor een belangrijk moment.
  • Spanning wordt groter als je er niet aan kan ontsnappen en je langer in dat moment blijft. Lees: als het langer duurt voordat je de woorden hebt gelezen waarmee die spanning beschreven wordt.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Patrick Fore verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: zo test je wat je echt wil schrijven

We kennen allemaal het idee dat je iets van je af wil schrijven of delen met een autobiografie. Maar ook als je fictie schrijft, is er iets dat je aanzet om te schrijven. Van interesse in een bepaalde geschiedenis tot een nieuwsgierigheid naar hoe iets in elkaar zit of tot stand komt en nog talloze zaken daartussenin. Je kan een verhaal nog voor je er echt mee begint al beter maken door te kijken naar wat je echt wil schrijven. Dan kan je afstemmen hoe je het beste met schrijven kan beginnen om jouw eigen nieuwsgierigheid en creativiteit helemaal tot zijn recht te laten komen.

Creatief schrijven is altijd geweldig! Toch?

Als je deze blog leest, reken ik erop dat je van schrijven houdt. Dus ja, ‘ik houd van schrijven’ is een van jouw redenen om dat ook te doen. Maar daar kom je niet al te ver mee. Want zo kan ik je ook achter een bureau zetten om zakelijke brieven uit te tikken. Of, als we het binnen het creatief schrijven blijven, je een roman laten schrijven over de Romeinse tijd, terwijl jij al in slaap valt zodra je ook maar een stap in een geschiedenislokaal zet.

Schrijven is dus leuk, maar creatief schrijven heet niet voor niets zo. Je wil met het schrijven van verhalen een bepaalde creativiteit kwijt, of zelf een heel nieuw verhaal of nieuwe wereld creëren. Maar ook dan kan de vergelijking met het slaapverwekkende geschiedenislokaal nog op gaan. Waar de ene verhalenschrijver enthousiast wordt van het idee een personage van voor tot achter te gaan ontwerpen, wil de ander dat juist liever zo lang mogelijk uitstellen om eerst een compleet fantastische wereld te gaan bedenken, met alle worldbuilding die daarbij hoort.

Wat prikkelt je echt om te gaan schrijven?

Wil je een vliegende start met je verhaal maken, dan moet je dus gaan kijken naar welk aspect van het creatief schrijven je nieuwsgierigheid heeft opgewekt. Wat is dat element dat zegt: ja, dáár wil ik over schrijven? Dat al ‘schrijversflow!’ lijkt te schreeuwen voor de tekstverwerker goed en wel is geopend?

Deze elementen zijn concreet genoeg voor eerste idee om een verhaal mee te starten

  • Een personage met een heldenreis
  • een verhaalthema
  • een moraal of levensmotto
  • een herinnering
  • een gevoel en de bijbehorende ‘sfeeromschrijvingen‘ van een bepaald moment
  • een titel (Lees: een simpel idee wat meteen explodeert in een mindmap vol ideeën)

Op hun eigen manier zijn deze elementen allemaal concreet. Maar een complete heldenreis is toch wel wat anders dan een ‘mooi gevoel’dat smeekt om vertaald te worden naar een verhaal’.

Mate van abstractie bepalen

Om goed en duidelijk te kunnen schrijven over dat element wat jou ertoe aanzet om te gaan schrijven, is het handig om eerst te kijken hoe abstract jouw startpunt eigenlijk is. Daarmee wordt je belangrijkste start- en aandachtspunt ook duidelijk.
Relatief duidelijke startpunten zijn thema’s en motto’s
nog redelijk abstracte elementen is een personage met een heldenreis
zeer abstracte elementen zijn: herinneringen, gevoelens en titels

Het volgende schema helpt om wat meer duidelijkheid in al dat abstracte te krijgen voor een goede start

element maak dit eerst duidelijk waaromvalkuil wat is er zoal te ontdekken
personagewat de ultieme leerschool is van de heldenreiseen aantal van de belangrijkste beats in een heldenreis zoals de comfortzone, crisis en de wrap-up zijn meteen duidelijk een oppervlakkige invulling van de heldenreis. Voorkom dit door ook de zwakheden van je held meteen op te schrijvenhoe iemand – in dit geval je held- met een veranderende situatie omgaat. Wat de mogelijkheden zijn om met die situatie om te gaan
themawat de twee kanten van dezelfde medaille van dit thema zijneen verhaalthma blijft erg aan de oppervlakte als je dat maar vanaf een kant belichtaan de oppervlakte blijven met een thema: je kan dit realtief makkelijk voorkomen door breder over een thema na te denkenwaarom mensen anders over hetzelfde thema denken en hoe dat (anders) denken tot stand komt
motto of moraalwat jouw persoonlijke invulling of overtuiging bij dit motto isals je een les mee wil geven, moet die overtuigend zijneen onderwerp van te veel kanten belichtenwat dit moraal kan opleveren of wat er mist als dat niet wordt nageleefd
herinneringwat je persoonlijke waarheid is rondom deze herinneringtijd en persoonlijke emoties kunnen herinneringen verkleuren. Verander je daar steeds opnieuw mee, zonder vast ankerpunt, dan wordt het verhaal rommeligte weinig achtergrond van het verhaal rondom de herinnering of de personagebiografie meegeven. Empathie is niet zomaar verdiend!Hoe een personagebiografie of een butterfly-effect vorm krijgen
gevoelwat je zintuiglijke ervaringen zijngevoelens omschrijven kan erg abstract overkomen als belevingerop rekenen dat iedereen eenzelfde (emotionele) beleving heeft in een soortgelijke situatiede rijkheid van diverse emoties
titelwat in een zin je ‘hoofdidee’ iste snel doorgaan met brainstormen zorgt voor een rommelig beginsubplots gaan uitwerken voor de rode draad goed en wel stevig staateen compleet verhaal 😉

Kijk eens naar jouw inspiratie-element en de bijbehorende factoren. Schrijf nu concreet op wat jou inspiratie is geweest, bijvoorbeeld ‘die mooie zonsondergang op vakantie.’ Met een korte scène van ongeveer 200 à 300 woorden kan je de proef op de som nemen. Neem de aandachtspunten uit de tabel mee en zet de zonsondergang centraal in de scène. Hoewel de scène ietsje langer is dan de gemiddelde achterflaptekst, zou die genoeg inspiatie en houvast noemen geven om te weten waar je over gaat schrijven, maar vooral ook waar je over wil schrijven op een zodanige manier dat de lezer die intentie van het begin af aan meekrijgt en je verhaal er altijd een stevige basis van blijft houden.

Nu weet je wat je echt heeft aangezet om te willen schrijven. Onthoud dat gedurende je schrijfproces, dan houd je de inspiratie en motivatie makkelijker vast. Laat het me weten als ik een van deze elementen in een andere blogpost meer aandacht moet geven voor een goede start!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Art Lasovsky verkregen via Unsplash.

Schrijf een onverwacht bonusplot met de onbetrokken held

De meeste helden in een verhaal zijn heldhaftig en behulpzaam omdat ze dapper zijn en een goed hart hebben. Of het nu gaat om helpen met huiswerk of iemand uit een brandend gebouw redden, de held doet dat gewoon. Want het gaat nu eenmaal om diens kind, beste vriend, of het hoort bij het werk als brandweerkracht. Dat maakt het des te interessanter om eens te kijken naar wat een held doet als er niet direct eigenbelangen of geliefden bij betrokken zijn.

Wat zet aan tot een heldendaad?

In fictie is een heldendaad – hoe groot of klein ook- een vereiste voor een hoofdpersonage. Tegelijkertijd zal deze held daar enigszins aarzelend tegenover staan. Want iets heldhaftigs doen betekent ook de comfortzone verlaten. En hoe zelfverzekerd of sterk je ook bent, dat doe je liever niet dan wel. Dus dan is het fijn om te weten waar je het voor doet. Voor volk en vaderland, om een persoonlijk moraal hoog te houden, uit liefde voor een ander… Op die manier kan je stellen dat je held nooit volledig onzelfzuchtig is. Niet meteen super egoïstisch, maar om nou iets te doen zonder dat je er zelf op wat voor manier dan ook niets voor terugkrijgt, al is het maar een goed gevoel… Niemand is zo’n schijnheilige engel.
Het is ontzettend belangrijk om te weten waarom je held heldendaden verricht. Het laat de lezer duidelijk of tussen de regels door merken wat maakt wie de held is. Doet die zomaar wat, dan vliegt je plot alle kanten op, of krijgt je held de diepgang van een petrischaaltje; er is dan zo goed als geen personagebiografie.

‘Ik doe het voor iets of iemand’

Helden gaan vaak de uitdaging aan als iemand – of iets- bij wie of wat ze betrokken zijn er beter of slechter van kan worden. Romeo springt in de bres voor Julia en de gemene baas van een groot bedrijf blaft iedereen af zodat de jaarwinst maar omhoog kan gaan. Dat is niet traditioneel heldhalftig te noemen. Maar bleef Baas in zijn comfortzone en bij zijn bekende klant, dan had hij deze grote kans niet gekregen. In de narratieve zin is deze afblaffer dus wel een held. Geef ze een reden of een belofte waarbij ze denken dat zij er zelf beter van worden en helden zijn bereid om in actie te komen. Maar daarvoor moeten helden dus wel betrokken zijn. Je hebt een interessante held en ook een interessant subplot als je held slechts via via van de heldendaad of de situatie zal profiteren.

Casus: de fietshandelaar

Cas gaat voor het goede doel een fietstocht maken, omdat een familielid eerder aan kanker is gestorven. Vrienden en familie hebben al wat geld beloofd, maar nu gaat Cas ook het dorp in om nog meer sponsoren te werven. De plaatselijke fietshandelaar, Fred belooft een relatief aardig bedrag als Cas een shirtje wil aantrekken van de fietsenzaak tijdens de fietstocht. Hij heeft nooit een geliefde verloren aan kanker en kent Cas niet persoonlijk. Sterker nog: stiekem is dit een laatste poging van Fred om zijn zaak te redden. Verlies aan het eind van de maand is eerder regel dan uitzondering en Fred is ten einde raad. Misschien dat deze reclame hem nog kan redden.

Als je er dan voor kiest om de fietstocht van Cas het hoofdplot te maken, maar Fred meer dan een figurant te maken, dan heb je er een heel interessant subplot. Fred zal ervoor gaan werken om ervoor te zorgen dat Cas – of zijn shirtje- goed gezien wordt. Maar nu weet de lezer dat hij dat niet om de klassieke onzelfzuchtige reden doet die bij de typische held hoort. Dus als Fred dan in het verhaal duidelijk meer is dan alleen een ‘zelfzuchtige’ sponsor. Maar wat is hij dan wel, als hij een grotere rol heeft in het verhaal? Is er misschien nog een andere reden dan het voordehand liggende ‘ik wil mijn zaak niet kwijtraken’ dat Fred bang en wanhopig is? Is het verliezen van controle voor hem misschien wel enger dan het vooruitzicht zijn winkel op te moeten geven? En wat als Cas met datzelfde probleem heeft, maar dan in een andere vorm? Hij was altijd al het oogappeltje van de familie, en dus houdt hij zichzelf lief en hardwerkend voor, zodat hij die status en controle kan behouden.

Lekker duister. Zo extreem hoeft het niet te worden, maar zo heb je wel twee verhaallijnen waarbij je lezer iets uit te pluizen heeft. Bovendien hebt je ook een verhaalthema dat door verschillende verhaallijnen vormt krijgt, maar er niet zo dik bovenop ligt. Ook al houd je het onschuldig, je hebt sowieso meer om over te lezen: hier is Fred die iets op moet lossen of ergens mee worstelt. Dat zorgt sowieso voor meer invulling van het plot dan wanneer Cas een heftige fietstocht meemaakt, waar de focus alleen maar ligt op het halen van die bergtop. Als Fred de onverwachte gast is op een feestje, maar dat de toon van dat feestje wel bepaalt of meer de gasten op zijn minst geeft om over te praten, is dat feestje moeilijker te vergeten. Jouw verhaal kan dat feestje zijn met een held die ‘op het afstandje’ of zonder persoonlijk betrokken te zijn bij de held aan het verhaal meedoet.

Ook al zie je ‘een Fred’ niet zozeer een rol krijgen in je verhaal, dan kan het wel een goede oefening zijn om hem te laten solliciteren voor een (helden)rol in je verhaal. Waarom wil je zo graag aan dit verhaal meedoen als je er niet veel te zoeken hebt? Dat kan een fijne manier zijn om je verhaal verder te ontdekken. Wat wil je met dit verhaal eigenlijk zeggen? Wat is belangrijk(er): het moraal, de helden, de setting? Wat zijn misschien wat ongewone manieren om er een unieke kleur en toon aan te geven?

Kortom: zoek af en toe eens in een onverwachte hoek en je zal zien dat daar soms een schat aan bruikbaar materiaal te vinden is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Florian Kurrasch verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de vrijgepleite held

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de vrijgepleite held.

Het cliché: als iemand anders dat zou doen…

Je held doet iets wat volgens de moralen of regels van je papieren wereld niet mag. Normaalgesproken hangt iemand een straf boven het hoofd: ontslag, strafregels, gevangenisstraf, verstoting van de familie of maatschappij of hij wordt van school gestuurd. Maar dit overkomt de held niet. De tegenstander heeft een slechte advocaat, of “voor deze ene keer zien we het door de vingers…” Kortom: de held ontspringt een dans waar ieder ander personage een (hoge) prijs voor zou betalen.

Waarom stoort dit zo?

Zodra een lezer deze gang van zaken opmerkt, is het overduidelijk dat de schrijver aan de touwtjes trekt. Dat is al vervelend voor een prettige leesbeleving. Maar het doet nog meer kwaad: het berooft het personage van zowel een leerschool als een gelegenheid om te laten zien dat de lezer en de held allebei menselijk zijn. Het is dus zowel een gat in het plot als een verlies aan realisme op meer dan een manier.

De aanloop naar het cliché

Held ontspringt deze dans meestal vlak voor een belangrijk moment in het plot. Denk aan het derde obstakel, wanneer er iets groters op het spel komt te staan of staat. Dan mag de scholier toch wel even ongestraft gaan knokken, als hij daardoor later een handvol mensen kan redden uit de klauwen van een ‘echte’ slechterik?

Het grote geheel gaat vóór een klein detail is een gegeven waar je in fictie gerust gebruik van kan maken. Het voorkomt dat je te geforceerd gaat schrijven en te veel op kleine zaken gaat letten. Dat kan het plot ook op slot zetten. Maar het gaat mis op het moment dat je het als excuus gaat gebruiken om versneld naar belangrijk plotpunt te gaan en het spanningsgehalte te verhogen.

Voorbeeldscène

Held vermoedt dat een vriendje van zijn kind ernstig mishandeld wordt door zijn ouders. Daarom heeft Held dit jongetje in huis genomen. Twee dagen later is het kind als vermist opgegeven, maar Held doet of meldt niets.  Als de politie aan de deur komt om Held te ondervragen wat hij weet, ziet die dat het jongetje veilig en wel terecht is. Die opluchting is zo groot dat de agent vergeet te zeggen dat het ondanks goede bedoelingen misdadig is om een kind te ontvoeren. Of hij zegt: “Ach, Sjaak, ik ken jou: jij bent een goede vent, dus deze keer blijft het bij een waarschuwing.”

Zo kan je het cliché fiksen

Dit cliché is eenvoudig te voorkomen of te herstellen als je een ander denkpatroon aanhoudt. Wat is belangrijker: de spanning van het moment of de geloofwaardigheid van je plot en je held? Minder drama of actie ook betekent niet meteen minder spanning. Een goede invulling van het plot en een goede schrijfstijl kunnen dat compenseren.

Nu jij!

Herschrijf de voorbeeldscène. Held wordt nu wel degelijk door de agent op de vingers getikt. Hoe maak je deze scène alsnog spannend maken op zo’n manier dat de opluchting blijft, maar er wel consequenties zijn voor de misstappen van Held en hij daarvan kan leren? (Vraag de volgende keer eerder om hulp…) Laat maar zien.

 Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Bedenk welke soort actie je precies wil of zelfs nodig hebt om de spanning te verhogen. Is het niet buitenproportioneel en heeft het thematisch nog wel met hetzelfde probleem te maken?
  • Dit cliché sluipt er makkelijk in als degene die je held een pardon geeft, daar eigenbelangen bij heeft. Heb je een ander personage dat kan straffen zonder dat het daar zelf iets mee wint of verliest?   

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door David Underland verkregen via Unsplash

Deze karaktereigenschappen passen bij de trope van een interessant personage

Als je een personage gaat schrijven, begint de eerste schets altijd met een trope: een algemeen idee voor je personage wat gebaseerd is op bepaalde aannames. Die aannames zijn nodig om je personage te begrijpen en in en bepaald kader te plaatsen. Zo blijft het te volgen, ook voor de lezer. Maar als je te veel van een standaard trope uitgaat, wordt je personage dat ook. Voeg iets unieks, zo niet onverwachts toe en je personage wordt een stuk interessanter.

De starttrope van een personage

Schrijf drie personages op die je kent uit een boek met één woord of één begrip erachter die zegt wat hen weergeeft.
Dan krijg je waarschijnlijk een antwoord als: de uitverkorene, het lelijke eendje, de tovenaar. Dat zijn wat je de ‘starttrope’ zou kunnen noemen. Het allereerste uitgangspunt waar de verdere uitwerking van dat personage op gebouwd is. Pas daarna komen de kenmerken of de tropes die het ene personage onderscheiden van alle andere papieren personen in de fictiewereld. En met een starttrope ben je er nog niet. Die heb je meer dan een nodig, anders is de basis niet stevig. Maar zodra die basis stevig staat, kan je het ontwerpen van een personage erg spannend worden. Bijna als een plottwist.

Wat is een stevige basis voor een personageontwerp?

Voordat je een personage schrijft dat spannend, interessant, heldhaftig of uniek is, wil je een personage hebben dat te begrijpen valt. Vergeet daarbij het oproepen van empathie nog even. Het gaat hier om de absolute basis van wie het personage is. Daarbij moet je vooralsnog bijna, zo niet helemaal in stereotypen gaan denken. Schrijf je over een hippie? Ja, dan is dat inderdaad iemand die drie keer per dag mediteert, aura’s van anderen kan lezen en daar het beroep van heeft gemaakt en die ‘contact met de aarde’ zoekt. Kortom: je personage is net zo extreem overdreven en oppervlakkig als de Ekoplazamedewerkers in de sketch van Jochem Meijer.
Want ga in de beginfase van een boek maar eens uitleggen dat je personage wel een hippie is, maar niets heeft met wierook, meditatie en zes ons vlees per dag eet in plaats van veganistisch te zijn…Dat schept onnodige verwarring.

Als je bepaald hebt wat de absolute starttrope is -bankier, verpleger, hippie….- dan schrijf je daarna drie kenmerken op die vrijwel onmiddellijk volgen op die associatie:
– bankier: rijk, koel en formeel
– verpleger: zorgzaam, multitasker, invoelend
– hippie: mediteert, veganistisch, natuurliefhebber

Maak daar vervolgens in je opschrijfboekje een eerste schets van: hoe zit een alledaags leven er (waarschijnlijk) uit als die zaken de basis vormen? Schijf ook heel globaal op wat dat personage meemaakt. Je hoeft geen complete verhaallijnen te bedenken, maar schrijf daarbij wel dingen op als: sport graag, heeft baat bij een efficiënte planning maken, gaat het liefst met vrienden naar de bioscoop.

Als je deze globale schets van je personage hebt gemaakt, is het tijd voor het onverwachte element dat het karakter van je personage de diepgang geeft die het nodig heeft.

Diepgang voor je personage: het onverwachte of tegengestelde

Als je de eerste basis van je personage hebt uitgewerkt, weet de lezer waar die aan toe is. Dan is het zaak om iets toe te voegen wat je juist niet achter het personage zou zoeken. Denk aan dingen als:

  • De lieve oma van wie je verwacht dat ze breit, is een gerecepteerde gamer: ze zit in de landelijke top van een populaire shooter.
  • De mentaal zeer instabiele moordenaar kan heel rationele momenten hebben, waardoor die bijna normaal lijkt.
  • De gerespecteerde leider van het bedrijf, een allemansvriend, heeft achter de schermen een drankprobleem met een zeer kwade dronk. Het dreigt uit de hand te gaan lopen.

Merk op dat sommige dingen weliswaar tegenstrijdig kunnen zijn, maar ook onschuldig, zoals bij de oma. Andere keren is dat juist niet zo. Of, in het geval van de bedrijfsleider speelt er iets achter de schermen dat je later naar de voorgrond haalt. Wat je ook kiest, zorg ervoor dat het geheel van deze puzzelstukjes wel blijft kloppen, met name wat betreft het grijze gebied en dezelfde zijde van een medaille.

Plottwist, geheim, gegeven of heldenreis?

Zoals je waarschijnlijk ziet, is de onverwachte kant van je personage iets wat heel veel mogelijkheden biedt. Van het grootste geheim, een zaadje voor een plottwist, een heldenreis of ‘gewoon’ iets om je personage uniek te maken, het tegenovergestelde of onverwachte element kan allerlei kanten op. Het zal heel erg van je schrijfdoel, plotpunten en ook van het genre afhangen welke functie deze onverwachte karaktereigenschap gaat krijgen.

Als het een plottwist is, past dat goed bij een thriller of een detective, een feelgood heeft meer baat bij een groeiproces of een geheim, en een psychologische roman gebruikt dit aspect van het verhaal als een uitwerking voor de heldenreis. Hoewel niet zaligmakend, zijn hier een aantal vragen die je jezelf kan stellen om te zien hoe het onverwachte aspect van je personage je verhaal het beste kan dienen.

schrijfdoelschrijftechniek ter ondersteunning van onverwachte aspectonverwachte aspect personagegenre
spanninggeheim als plotontwikkeling, plottwistiets gemeens, of crimineels thrillers, detectives
uniek personagesfeeromschrijvingeniets onschuldigs, maar (sociaal) onhandigs feelgood, romance
een diepgaande heldenreisgeheimen, grootste angsteniets wat een masker ophoudtthrillers, psychologische romans
avonturen belevenhet plot rijk en continu veranderend houdenje personage geeft de missie steeds meer inhoud, of zorgt juist voor de nodige vertragingen. Je personage is wijs, onhandig, verward..fantasy, actie, thrillers

Als je op deze manier naar het ontwerpen van je personage kijkt, zie je hoe personage en plot hand in hand gaan. Omdat in deze fase de ideeën als paddenstoelen uit de grond kunnen schieten, kan het handig zijn om verschillende woordenwebben, tijdlijnen of andere schema’s bij te houden. Ook in de fase van de tekentafel ontstaat er soms een butterfly effect dat sneller zijn draad kwijt raakt dan je misschien zou willen. Zeker als je bedenkt dat we het nu over een personage hebben gehad en er nog andere personages bij zullen komen…

Foto door krakenimages verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de sexy slechterik

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de sexy slechterik.

Het cliché: zo knap dat het alles overtreft

Een vrouw wordt verliefd op een man die op het eerste gezicht de perfecte man is: uitzonderlijk knap, goed gebouwd en een daverende glimlach op de koop toe. Maar het probleem is dat de man verder weinig of niets goeds in zich heeft. Hij manipuleert, misbruikt, kleineert, licht mensen op en heeft een zeer kort lontje. Maar dat maakt Heldin niet uit want hemeltjelief, wat is hij knáp! Soms gaat het cliché zelfs nog verder en meent Heldin dat ze deze man van deze serieuze problemen kan verlossen, door simpelweg lief voor hem te zijn, of door goed te presteren in bed. En dán, dan is deze bijna perfecte man (*ahum*) helemaal perfect.

Een regelrecht gevaarlijk cliché

Dit cliché romantiseert geweld, onderdrukking en andere ernstige zaken. Bovendien geeft het liefde – of liever gezegd romantiek-  een kracht die het niet heeft. Een roze wolk zorgt er niet voor dat serieuze, slechte karaktertrekken of zelfs (genetische) stoornissen verdwijnen, al meent dit cliché van wel.  Er zijn ontzettend veel mensen die jarenlang naar een psycholoog gaan omdat ze in de val van dit ‘sprookje’ zijn getrapt. Dat zijn mannen en vrouwen, al zijn in fictie de vrouwen bijna altijd het slachtoffer van dit verschijnsel.

Het cliché in fictie

Dit cliché begint altijd met een het cliché van Cupido’s voltreffer waarbij het koppel vaak ook extreem goed presteert in bed. En als de seks goed is, is je relatie ook perfect. Dat is de idiote logica waar het cliché van de sexy slechterik vaak mee start, maar waar het zichzelf ook mee in stand houdt. Vaak komen daar nog de nodige romantische gebaren bij, zodat het slachtoffer maar blijft geloven dat de slechterik echt van de ander houdt. Kijk maar eens naar die hemelsblauwe puppyogen. Daar vergeet je de blauwe plekken op je armen toch spontaan van?
Dus we gaan nog maar een keer de slaapkamer opzoeken of romantisch dineren. Dan komt het vast wel goed…
Vanuit een narratief standpunt kun je niets met dit cliché, nog afgezien van de ontzettend nare standpunten die het inneemt. Het is een eindeloos heen-en weer van:
“Ik bedoelde het zo niet. Ik hou van jou.”
“Ik vergeef je.” (Soms nog vergezeld met iets als “Ik was ook niet geduldig genoeg met je.”)
Om vervolgens weer terug te gaan naar het volgende moment van emotionele of fysieke geweld.

Kortom: je hebt met dit cliché eigenlijk überhaupt geen verhaal met een goede structuur. Er is alleen een eindeloze cirkel van geweld, waarbij het verdraaid lastig wordt om de personages meer te laten zijn dan het oppervlakkige stereotype van geweldpleger en slachtoffer.

Nu jij: fiks het cliché

Schrijf een scène waarin de cirkel van geweld die begonnen is met ‘maar hij is zo knap’ wordt doorbroken. Daarbij moet duidelijk worden wat beide personages aan karaktertrekken, groei en persoonlijke of gezamenlijke geschiedenis hebben dat dit moment mogelijk maakt.

Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

Wil je dit cliché niet storend of zelfs gevaarlijk maken, dan heb je eigenlijk maar twee opties.
* Laat de slechterik duidelijk doorgedraaid en of meedogenloos zijn, als waarschuwend verhaal.
* Laat zien wat het slachtoffer kan doen en moet doen om uit de situatie te ontsnappen en hoe het daar eerst voor moet groeien of een dieptepunt moet krijgen.

Daarbij is het erg belangrijk dat je van allebei de personages laat zien wat er in het hoofd omgaat. Doe je dat niet, dan blijft het verhaal aan de oppervlakte, waar je het dus niet wil hebben. Controleer of je Cupido´s voltreffer in je verhaal iets meer cliché-af kan of moet maken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Foto door Christopher Campbell verkregen via Unsplash

Wanneer voeg je geen subplots meer toe aan je boek?

Het hoofdplot van een verhaal is de verhaallijn waar mensen het over hebben als je ze boek samenvatten. Maar om het extra aan te kleden heb je subplots nodig: korte verhalen in het grote verhaal. Maar net als het hoofdplot van het verhaal moet een subplot een begin, midden en een eind hebben. Hoe klein een verhaallijn ook is, het stoort als die niet fatsoenlijk wordt afgerond. Daarom is er ook een moment waarop je moet stoppen met een subplot introduceren.

Eisen van aansluitende plotlijnen in een verhaal

Het hoofdplot bepaalt de grote lijnen van een verhaal. Een subplot mag daar niet te veel van afwijken, ander wordt je verhaal een rommeltje. Schrijf je in je hoofdplot over een maffiabende, dan valt een subplot over een vredig kinderdagverblijf wel erg uit de toon. Zorg er met andere woorden voor dat je in een boek grofweg dezelfde verhaalthema uitschrijft. Het fijne van verhaalthema’s is dat je de heel breed in kan zetten. Geluk zoeken kan bijvoorbeeld in de vorm van een gelukkig gezin willen stichten, maar ook in rijkdom. Zorg er wel voor dat die interpretaties van de thema’s als zodanig herkenbaar blijven voor de lezer. Wordt niet te abstract.

Wat is het doel van je verhaalthema en subplot?

Als je een schets maakt van je verhaal, wil je waarschijnlijk tot op zekere hoogte de verhaalthema’s met of voor je lezer te gaan uitpluizen. Dat roept dus vragen op als bijvoorbeeld: wat gebeurt er via materieel bezit in een gezinsleven je geluk probeert te zoeken? Aan jou de keuze. Maar die keuzes zijn niet binnen twee hoofdstukken uitgewerkt. Je zal moeten laten zien wat die verschillende keuzes of meningen zijn en hoe wat de personages die een deel van het (sub)plot dragen tot die keuzes komen.
Denk dan aan:
– Iemand die is opgevoed met het idee dat status het allerbelangrijkste is in het leven, zal eerder geluk zoeken in rijkdom dan in een ‘saai, onopvallend’ gezinsleven. In de personagebiografie zal je kunnen lezen of aanvullen dat dit personage tijdens de middelbareschooltijd altijd bij het coolste clubje hoorde. Of daarbij wilde horen, maar dat nooit lukte. Daarom probeert hij nu te overcompenseren door door status de onzekerheid die daar nog steeds achter schuilt, te verbergen.
Dan wordt het geluk najagen: gelukkig zijn (met of zonder status), maar zonder een masker te hoeven dragen.
– Iemand die juist heeft geleerd dat je als man aan het hoofd van het gezin moet staan, zal juist graag trouwen en een gezin willen stichten, waar hij voor kan zorgen. Hij moet bij een ontslag misschien leren dat (tijdelijk) werkloos zijn niet meteen een aantasting is op zijn hele man-zijn.

Heldenreis binnen het subthema

Als je op deze manier verschillende personages hebt die op een bepaalde manier allemaal een andere kant van dezelfde medaille uitwerkt, krijgt je per personage een aparte – hetzij kleinere- heldenreis. Dat betekent dus onder andere een comfortzone verlaten, meerdere obstakels overwinnen en ook een crisis beleven. Niet alle stappen van de drie-aktenstuctuur zullen even zichtbaar zijn in de uitwerking van je boek. Toch kan het helpen om die in je opschrijfboekje grotendeels uit te schrijven. Zo krijg je een beter overzicht van de belangrijkste punten van dit kleinere plot en de reis die dit subperspersonage af moet leggen.

Web van verhaallijnen

Ieder personage heeft een eigen moment waarin die in het verhaal wordt geïntroduceerd. Ook verschilt het hoe ‘ver’ de personages zijn met het leren van een bepaalde levensles. Wat ze moeten leren verschilt ook iedere keer. De afzonderlijke verhaallijnen en ontwikkelingen van je personages kunnen dus nooit helemaal parallel lopen. Maar ze kunnen elkaar wel kruisen. Als het thema overleven is en de personages samen gaan survivallen en verdwalen, zullen ze elk hun vaardigheden moeten laten zien en gebruiken. Op deze manier kan je de verhaallijnen van de personages vrij letterlijk uittekenen. Het kan ook helpen om deze lijnen uit later in gelijkmatige strookjes uit te knippen Trek een lijn en schrijf daarboven in volgorde wat er voor belangrijke punten gebeuren. Als je de strookjes van ieder personage dan naast elkaar legt kan je handig zien hoe ‘snel’ of wanneer er iets belangrijks in het (persoonlijke) verhaal gebeurt. Je krijgt daarmee een web van verhaallijnen.

Het overzicht houden bij subplots

Of je het web van verhaallijnen daadwerkelijk knutselt, tekent of gewoon bedenkt, zolang als je nog een overzicht kan houden van losse verhaallijnen of thema’s die een goede overlap hebben, zit je goed. Zodra verschillende verhaallijnen weer van elkaar gaan ‘af bewegen’, is dat een teken dat je te veel subplots hebt geïntroduceerd. Op het moment dat je grofweg in de tweede helft van de tweede akte zit, zal je merken dat je web vol gaat raken. Dan wel omdat je al veel andere subplots geïntroduceerd hebt, dan wel omdat er nu alle aandacht moet naar de spannende onthulling van de hoofdlijn van je verhaal. Voeg dus geen subplots meer toe als alle aandacht nu langzaam maar zeker naar de crisis of climax en de afronding gaat. Dan raakt de lezer het overzicht kwijt.

Zaaien en oogsten met subplots

Subplots zijn een handige manier om de ontwikkeling van verhaalthema zichtbaar, maar niet op de voorgrond zichtbaar te maken. En als iets zich ontwikkelt, is dat een proces van zaaien en oogsten. Wil je dat goed doen, dan moet je het eerst een stevige basis geven. Hoewel je dat – als je goed kan schrijven- ook snel kan doen, moet je een lezer ook de ademruimte geven om thema en verhaallijn op een natuurlijke manier in elkaar te laten overgaan. Als je merkt dat je met een subplot wel kan zaaien en oogsten, maar dat eerder als een soort laatste gedachte in het verhaal verwerkt, dan hoort dit subplot (hier) niet meer in je verhaal thuis.

Onthoud dat subplots altijd een onderdeel van het verhaal moeten zijn dat daar ook echt een plaats in heeft. Als het er alleen maar is om in neonletters een moraal te verkondigen, kan je het beter uit je verhaal verwijderen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Gabriele Tirelli verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: Cupido’s voltreffer

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: Cupido’s voltreffer.

Het cliché: overdreven snel verliefd

Twee mensen kijken elkaar aan, of raken elkaar een halve tel aan en tadaa: ze zijn smoorverliefd. Dit cliché is misschien wel het hardnekkigste dat er is. De een doet iets aardigs voor de ander, Cupido schiet raak en dat groeit uit tot: ‘en toen wist ik het: hij was de ware’. Denk aan:
“Laat mij maar even…”(de boodschappen overnemen als die bijna uit de handen vallen, die pleister plakken op die plek waar je zelf niet bij kan…) en elkaar vervolgens lichtjes aanraken. Of de een zegt iets opvallends waarna de blik extra lang wordt vastgehouden. Romance van de eeuw nummer 314573 is geboren…

Waarom stoort dit zo?

‘Liefde op het eerste gezicht’  is als uitgangspunt een schrijftechnische doodsteek. Idealiter bestaat het niet of slechts gedeeltelijk.
Bestaat het niet, dan leren je personages elkaar goed kennen voor ze verliefd worden. Als het gedeeltelijk bestaat, gebeurt er iets als: “Zodra ik hem zag, voelde ik meteen een fijn aura”. Of: “Ik vond zijn lach meteen leuk.” Zelfs met zo’n goede start is er nog geen echte romance: op zichzelf zorgt dat niet voor (oprechte) verliefdheid.
Is dat wel het geval, dan zegt de schrijver: “Wat maakt het uit wat het karakter van deze personages is? Of ze knap, lelijk, passend of tegenpolen zijn, ‘liefde zoeken’ in hun verhaalthema hebben of niet, wat hun verleden is… Boeiend, zolang de lezer maar kan zwijmelen bij een nieuwe romance…”

Dan wordt een moment van enkele seconden belangrijker dan je personages, verhaalthema, spanningsboog, belangrijker dan alles dat optelt naar een eigenlijk verhaal.

De aanloop naar het cliché

Als dit cliché überhaupt al een aanloop heeft, is dat nóg een cliché, deus ex machina:  Julia klaagt dat ze al een eeuwigheid meer een date meer heeft gehad en voilà: een botsing later staat Romeo voor de neus. Romances die beginnen met een of meerdere van zulk sterke aanwezige Deus ex machina zijn of zó slecht dat het weer leuk wordt, of te slecht om langer dan drie regels leuk te zijn. Gok niet op dat eerste, dat komt zelden voor.  

Nu jij: fiks het cliché

Julia laat weer eens wat vallen en jawel, Romeo schiet te hulp om het op te rapen.
Maar deze Romeo lijkt op een (jonge)man uit Julia’s verleden. De herinneringen aan hem en alles wat daar emotioneel mee gepaard gaat wordt in die paar seconden op Romeo geprojecteerd.
Deze (jonge)man is bijvoorbeeld:
* Julia’s ex die haar keihard heeft gedumpt
* Julia’s ex die zij keihard heeft gedumpt
* Een lang verloren vriend van wie Julia nooit afscheid heeft kunnen nemen
* Julia’s vroegere pestkop
* Iemand die Julia niet hielp in tijden van nood en waar ze nog altijd spijt van heeft

Je kan je scène in de comments opschrijven. Schrijf een beginnende romance, of ga lekker een  totaal andere kant op.

Waarom fikst deze schrijfprompt het cliché?

De lezer leert hiermee dingen kennen als Julia’s geschiedenis, haar karaktertrekken, hoe ze met bepaalde dingen omgaat… Julia is niet meer het anonieme Verliefde Meisje.
Een cliché dat zo hardnekkig is als Cupido’s voltreffer, is uitgekauwd omdat het eindeloos veel personages overkomt. Zolang als Julia, of Selma, Lieselot, Elif of… als elkaars stuntdoubles kunnen optreden omdat ze zo inwisselbaar zijn, krijg je Cupido’s voltreffer nooit gefikst. Geef dit welbekende moment iets persoonlijks en de start is origineler en de kans op een later cliché kleiner.   

 Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Geef een romance de tijd om te groeien, raffel hem niet af.
  • Ga op zijn minst uit van het idee dat liefde op het eerste gezicht slechts gedeeltelijk kan kloppen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Volodymyr Tokar via Unsplash.

Deze actie-held maakt ieder genre interessanter

Je hebt actiehelden die de wereld redden door tegen aliens te vechten terwijl de kogels in het rond vliegen. En dan is er de actieheld die niet veel meer doet dan zelf gebreide kleren verkopen op het internet. Het is de held die het heft in eigen handen neemt. Schrijf je over deze held, dan heeft je verhaal gegarandeerd de actie die het nodig heeft. Hoe spectaculair -of niet- die ook moet zijn.

Wat is goede actie in een boek?

Actie moet in ieder boek voorkomen, niet alleen in het actiegenre. Niet alleen personages bewapend met pistolen en enge bedreigingen zorgen voor actie. Sterker nog, zelfs personages die zo braaf lijken als maar kan – meisjes met vlechten en roze strikjes, kuise huismoeders…- kunnen voor actie zorgen. Actie in een boek betekent lang niet altijd dat de lezer vol spanning of bibberend de pagina’s omslaat. In de breedste zin van het woord hoeft actie alleen maar te betekenen dat het plot niet stilstaat. Er moet sprake zijn van actie-reactie. Een personage mag natuurlijk wel even om zich heen kijken ten behoeve van de sfeeromschrijving. Maar als het plot daarna weer verder gaat, is het belangrijk dat dat ergens naartoe gaat.

Wat is een goede held in een boek?

Een goede held is meestal een personage waarmee de lezer zich kan identificeren. Maar dat hoeft niet zo te zijn: soms is de held geen goedzak. Voor ieder personage moet de lezer empathie kunnen voelen. In dit geval betekent dat niet dat je de held ook daadwerkelijk een bewonderenswaardig iemand vindt. Je moet alleen snappen waarom de held doet wat die doet.
Of die nu goed of slecht is, of dicht bij de lezer staat of niet, spion of kleuterjuf is, iedere held moet wel ervoor zorgen dat het plot in gang kan blijven en dat er dus de nodige actie in het verhaal blijft zoals hierboven beschreven. Een goede held is dus altijd een actie-held.

Een goede actie-held

Een goede actie-held – als personage- is vrijwel hetzelfde als een levend persoon die niet bij de pakken neer gaat zitten. Zowel een levend mens als een personage weten niet precies wat de toekomst hen brengt. Maar ze komen allebei in actie op het moment dat er iets niet loopt zoals het moet lopen. Als ze niet tevreden zijn met de gang van zaken, zullen ze kijken wat nog te veranderen valt om alsnog de ‘verteller van diens eigen verhaal te zijn. Of, zo je wil, ze kijken allebei waar nog op gereageerd kan worden, in termen van actie-reactie.

Een goede actie-held in de praktijk

In onderstaande tabel staan enkele voorbeelden van het verschil tussen een actie-held en een passieve held die dus alles maar laat gebeuren en maar ziet hoe het verhaal al dan niet verder loopt.

Situatieeen passieve held…een actie-held…
Held wordt afgewezen voor een droomstudiekwijnt weg van verdriet en gaat ‘dan maar’ achter de supermarktkassa werkengaat zich heroriënteren, of laat zich bij-of omscholen
Held staat in de file onderweg naar een noodgevalvloekt de hele auto bij elkaar slaat net zo lang op het stuur tot de file oplostbelt op zoveel mogelijk mensen of instanties op om van de vertraging te informeren, of het stokje waar mogelijk over te geven
In het land van Held breekt oorlog uitgaat de schuilkelder in en wacht bang af. Kijkt of vluchten mogelijk is, of probeert mensen om te kopen voor eten of broodnodige spullen
Held kan niet meer aan de goede ingrediënten komen voor het diner dat die geeft en waar de hele vriendengroep maanden naar heeft uitgekekengaat koken met een recept dat bij voorbaat gedoemd is te mislukken en duimt daarbij dat de vriendengroep niet al te kritisch is over het etenwisselt van menu, of belt iedereen op om de datum te verzetten.

Zie je dat de houding van de passieve held er vroeg of laat voor zorgt dat het plot ofwel saai wordt of niets meer voorstelt? Het is altijd maar duimen op een goede afloop. Deze held staat langs de zijlijn naar diens eigen verhaal te lijken. Als je held altijd een reden heeft om in actie te blijven en willen gaan, blijft je verhaal dynamisch.
De actie-held doet ook niet altijd dingen die moreel helemaal juist zijn. Of soms haalt de gedane actie alsnog niet veel nuttigs uit. Maar dat is niet belangrijk: het gaat om het proberen.

Het karakter van een actie-held onthuld

Een actieheld heeft nog een voordeel ten opzichte van de passieve held. Je leert een actie-held ook echt kennen als die dingen probeert die soms lukken, en soms ook niet. Een continu passieve held kan je aan het eind van het verhaal niet veel meer eigenschappen toekennen als afwachtend of – misschien wel- laf. Een actie-held kan van alles zijn: dapper, overmoedig, zorgzaam, gewiekst, vindingrijk, (on)betrouwbaar… Je leert steeds meer over de held, omdat er altijd wel iets nieuws gebeurt waar de held voor in de actie gaat.

Bovendien leer je vaak ook de zwaktes van een held kennen als die maar in actie over blijft gaan. Het kan lijken alsof de actie-held geen zwaktes heeft, door altijd de uitdaging aan te gaan. Maar vaak is dat de reden dat de held zich alsnog in de nesten werkt, of zijn minder sterke punten tegenkomt. En wel op zo’n manier die niet mogelijk zou zijn als die zich (wat meer) koest zou houden.
Een zorgzame ouder helpt het kind meteen en altijd met huiswerk, zodra het maar zegt: ‘ik snap het niet’. Dat lijkt behulpzaam, maar zo leert het kind bijvoorbeeld niet om een eigen leerproces aan te gaan door zelf dingen uit te zoeken. Later wordt Junior afhankelijk van de ouder. Zodanig dat die zich in de crisis wel even achter de oren moet krabben om te bepalen wat de grens is tussen behulpzaamheid en bemoeizuchtigheid. Yes, weer een nieuw element in het plot!
Kijk op deze manier naar het principe van actie en een ‘saaie held’ is verleden tijd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Dasha Yukhymyuk via Unsplash