De observerende schrijver: ik zie… iets vertrouwds

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: ik zie… iets vertrouwds.

Dat vertrouwde van…

Iedereen heeft wel een voorwerp, ritueel, beeld of herinnering waarvan je vanbinnen heerlijk warm wordt. Dat ene kopje waar oma altijd uit dronk, je gezin dat op zondag altijd ging wandelen in het bos, of dat stuk speelgoed dat voor jou op zichzelf symbool staat voor je kindertijd.
Maar als je datzelfde simpelweg omschrijft als ‘oma´s kopje’ ‘een boswandeling’ of ‘Gameboy’ dan ziet een ander niet méér dan dat. Een kopje, een activiteit, speelgoed.
Als je iets vertrouwds niet toelicht, verliest het onmiddellijk zijn glans. Die glans kunnen vangen is essentieel om de ‘vertrouwde’ sfeer te kunnen beschrijven. Dus moet je dat abstracte eraan ook kunnen opmerken en observeren.  Waar zit hem dat dan in?

Gewenst en geborgen

Iets vertrouwds is iets gewensts, dus wat je graag doet of meemaakt. De factor die het plaatje afmaakt, is geborgenheid. Iets of iemand aan dit vertrouwde aspect gaf je een gevoel dat je welkom was, erbij hoorde. Bezoekjes aan oma die uitmonden in een kopje koffie, zijn niet vertrouwd meer op het moment dat oma bij de deur al commentaar geeft op wat je nou weer voor stoms hebt gedaan. De boswandeling is iets van het gezin, waar jij als volwaardig lid ook je plek of rol in hebt. En ja, die Gameboy was leuk vanwege de spelletjes, maar vooral omdat je je vrienden kon uitdagen wie het snelst de hoogste score kon halen: een wedstrijd tussen vrienden onderling. Vriendschap: datgene waar je je door een ander gezien en gehoord voelt.

Observeren van iets vertrouwds

Iets vertrouwds kan dus overduidelijk zijn – het is voor jou niet moeilijk om dat ene kopje van oma aan te wijzen te midden van alle andere kopjes. Andere keren is het in zekere zin onzichtbaar. Hoe weet jij nou of een boswandeling maken voor de ander vertrouwd is, of ‘gewoon’ een prettig tijdverdrijf?
Als het om voorwerpen gaat, kijk dan eens hoe voorzichtig diegene ermee omgaat. Oma’s kopje mag dus écht niet breken! Let ook vooral op de vertederde glimlach, die is vaak niet ver weg. Let ook op hoe iemand over het vertrouwde praat. Welke vele liefhebbende woorden worden ervoor gebruikt? De kans is groot dat diegene lang door blijft praten over wat vertrouwd is: er is per slot van rekening zoveel moois over te vertellen. (Lees: de emotionele waarde is groot.)
De reactie op iets vertrouwds kan ook veelzeggend zijn. Op een eng moment is iemand in paniek, maar zodra daar de vertrouwde vriend verschijnt, daalt de hartslag onmiddellijk. Dit soort reacties  brengt ons weer bij geborgenheid. Soms wéét je gewoon dat iets vertrouwd is voor een ander, omdat de geborgenheid (of liefde, zo je wil) ervan afstraalt. Wordt er (met elkaar) gelachen? Hoor je: “Wat heerlijk je weer eens te zien?” Doet de boswandelaar de ogen dicht om die onverwachte zonnestraal tot zich te nemen? Die voelt zich dan (tijdelijk) erg geborgen in deze omgeving.

Denk bij het observeren van geborgenheid en het vertrouwde vooral aan het ‘grote plaatje’. Jij weet misschien niet hoe het is om als ouder je kind in het weekend naar de sportwedstrijden te rijden. Die vertrouwde gezelligheid van kwebbelende kinderen op de achterbank is jou dan vreemd. Maar als je iedere week met je vaste vriendengroep gaat borrelen, zal je waarschijnlijk op de weg daarnaartoe hetzelfde, vertrouwde, verlangen voelen om snel bij het café te zijn. Daar kijk je ook naar uit: de geborgenheid van (die) vriendschap.   

Als je een blijdschap ziet die lijkt te zeggen: “hier heb ik naar uitgekeken,” of “Hier hoor ik thuis,”  dan observeer je waarschijnlijk iets vertrouwds.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Catalin Pop verkregen via Unsplash


De observerende schrijver: ik zie… nostalgie

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: ik zie… nostalgie.

Nostalgie: verrijkend of verlammend

Wegdromen over hoe het vroeger was en hoe het toen beter was. We doen het allemaal wel eens. Het interessante eraan is dat nostalgie zowel verrijkend als verlammend kan zijn. Het kan verrijken als je met de vriendengroep van school van vroeger lacht over de avonturen die jullie toen beleefden. En dat het ergens wel jammer is dat grinniken over het gekke kapsel van de lerares Frans niet meer kan: doe dat nu met je baas en je bent ontslagen. Ach, waar is de jeugdige onschuld toch gebleven? Dat is onschuldig en kan leuke en luchtige situaties opleveren.

Maar zodra je zegt dat het vroeger beter was toen de leraren nog met een klap van de liniaal mochten dreigen, gaat er iets mis. Niet alleen omdat de tijden veranderd zijn en we zulk geweld niet meer goedkeuren. Ook omdat je herinnering aan iets naar verloop van tijd verandert of verkleurd raakt door de manier waarop je nu in het leven staat of naar het leven kijkt.

Als je nostalgisch wordt naar de strenge lerares Frans omdat ‘de mensen tegenwoordig zo soft zijn’, dan verblindt je nostalgie je ergens. Want kan je in alle eerlijkheid zeggen dat je het soms fijn vond om een klap met de liniaal te krijgen? Dat moet enorme pijn gedaan hebben! Je herinnering is verkleurd door de tijd of omdat je het vergelijkt met iets anders, in plaats van dat je naar het gegeven zelf kijkt. Nostalgie wordt dan verlammend, omdat je naar iets verlangt wat niet eens is wat het ooit was. Of datgene waar je over moppert, maakt het heden wel degelijk beter of makkelijker, al is het maar in bepaalde opzichten: “Vroeger was alles beter, want toen zat niet iedereen steeds op de telefoon te kijken.” Vervloekt zij de smartphone die je nu gebruikt om online boodschappen te bestellen en te navigeren in een onbekende omgeving!  

Kijken naar nostalgie

Als je iemand nostalgisch hoort spreken, vraag je dan eens af of het verrijkende of verlammende nostalgie betreft. Verrijkende nostalgie observeert iets van vroeger, en accepteert dat het voorbij is, hoe jammer ook. Verlammende nostalgie wil naar die tijd terug, accepteert niet dat de wereld is veranderd en ziet de nadelen van toen ook niet voor wat die waren.

Deze omgangen met nostalgie zijn handig om op te merken bij het schrijven van je personages. In hoeverre zijn ze bereid of zelfs maar in staat om hun comfortzone uit te komen? Als alles moet zoals vroeger, kijk je niet vooruit, terwijl een held juist vooruít moet gaan. En als je verlamd wordt door nostalgie, kan het zover gaan dat je wat anderen (anders) vinden, als harde onwaarheden afdoet. Wil je een held hebben die alleen helpt als die ander het eens is met zijn persoonlijke waarheid…?
Een held die wordt verlamd door nostalgie zal ook (te) veel moeite hebben met het vallen-en-opstaan-proces. Pas dus op dat verlammende nostalgie niet de overhand krijgt.

Nostalgie kan op verschillende momenten opduiken in verschillende vormen en maten. Kijk eens wat nostalgie oproept bij je personage en hoe het wegdroomt over ‘vroegah’. Hoe denkt en handelt je personage daardoor? Daar kan je meer uithalen dan je misschien denkt!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Jon Tyson verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie… (wan)hoop

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: ik zie… (wan)hoop.

Hoopvol of vastklampen aan hoop?

Hoop is een vreemd verschijnsel. In een prettige context kan het datgene zijn wat je motiveert om iets te bereiken. In een meer benarde situatie is het nog steeds een houvast, maar dan wordt het gevoel eromheen al een stuk grimmiger: het laatste sprankje hoop is er omdat het er moét zijn om iets vol te houden. Dan voelt het al heel anders dan dat optimistische gevoel dat je binnenkort vast wel een mooie promotie gaat maken.

Hoe dan ook is hoop iets wat je ertoe beweegt om ervoor te gaan of om dóór te gaan, ongeacht de omstandigheden. Let er eens op hoe je hoop bij mensen ziet. Denk aan dingen als:

  • Niet opgeven en blijven proberen.
  • Motiverend blijven praten: “Je/ ik kan het!” “Rome is ook niet in één dag gebouwd.”
  • Iets proberen waarvan de kans van slagen klein is, zoals een loterijlot kopen.
  • Houding: loopt iemand met een (hoopvolle) rechte rug, of gaat diegene gebukt (misschien wel letterlijk) onder een ‘als-dit-niet-lukt-zie-ik-het-niet-meer-zitten-maar-het-moet-wel’-houding?

Zo kan je een personage unieke maniertjes en karaktertrekken geven door te kijken naar hoe diens relatie met hoop is.

Hoop behoud, vergaar of verlies je meestal al naar gelang hoe vaak je iets tegenzit of voor de wind gaat. Daarom kan je spreken van een tienpuntenschaal voor hoop. Het is handig om te weten waar op die schaal je held zich bevindt. Dan weet je ook hoe je de comfortzone realistisch op de heldenreis kan afstemmen: je held moet wel hoop hebben dat iets goed kan komen, anders is het vertrouwde verlaten voor het onbekende vaak te eng.

Wanhopige momenten

Dan is daar de tegenhanger: wanhoop. Die komt iedere held tegen in een verhaal, tijdens de crisis, Dat moment waarop de aarde onder de voeten verdwijnt. De een laat wanhoop blijken door te paniekeren, de ander wordt kwaad of bevriest. Kijk ook eens of die wanhoop zich naar binnen of naar buiten keert: krijgt iets of iemand anders de volle lading: “Het komt door … Als dit nu niet gebeurd was, dan…”  of krijgt je held last van verlammende interne monologen? “Ik weet niet wat ik moet doen?” “Help, ik ben zo onbekwaam!”
Wanhoop is van zichzelf heftig, maar ook dat komt in verschillende gradaties. Van het relatief onschuldige paniek – wanhopig op zoek naar je paspoort rommelen in je tas als je snel naar het vliegveld moet vertrekken –  tot iets extreems als een uitzichtloze depressie, omdat het leven zo wanhopig is dat het uitzichtloos lijkt. Zeker heftigere wanhoop komt in stappen, gaat er een verhaal aan vooraf. Kijk eens goed naar de eerder genoemde tekenen van verdriet, of woede of… zo weet je niet alleen een goede crisis te schrijven, als het moment daar is, maar ook de aanloop daar naartoe. Vergeet niet te bedenken naar welke vrienden je held al dan niet stapt of durft te stappen en wat dat met de beleving en mate van wanhoop doet.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Road Trip with Raj verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie… een wereldkaart

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: ik zie…een wereldkaart.

Waar hangt de wereldkaart?

Waar hangt de wereldkaart die je op dit moment (voor je) ziet? In je huis als decoratie, of is het de wereldkaart van de basisschool? Welke van de twee het ook is, de kans is erg groot dat je associatie van de ene, heel erg verschilt van de andere. De wereldkaart in huis dient als decoratie. Die in de klas doet je eraan herinneren hoe vreselijk het was om op de basisschool topografie te leren en al die landen en hun hoofdsteden erin te moeten stampen.

Dacht je zelfs maar aan de andere optie toen je de titel van dit artikel las? De kans bestaat dat dat niet zo is, omdat een saaie topografieles een wereld van verschil is in vergelijking met de associatie van een fijne reis. Dat is de oefening bij deze observatieles. Soms moet je je bij observeren beseffen dat je beeld compleet vertekend kan zijn vanwege de ruimte die op dat moment van toepassing is (of de sfeer, of het gezelschap of…). Datgene dat jij op dat moment door een bepaalde bril observeert vanwege bepaalde associaties die lastig uit te schakelen zijn.

Je bril afzetten tijdens observeren

Het vervelende van observeren is dat het trekken van bepaalde conclusies of het leggen van bepaalde verbanden zo snel gaat, dat het simpelweg niet te stoppen is; het gebeurt in milliseconden. Helemaal neutraal observeren is dus bijna onmogelijk. Het goede nieuws is dat je als schrijver waarschijnlijk een opschrijfboekje hebt. Dit is een goed moment om dat er eens bij te pakken!

Schrijf het kernwoord boven twee kolommen. In dit geval is dat wereldkaart, maar doe dit gerust met alles wat tot jouw verbeelding spreekt. Schrijf in de eerste kolom: “Plaats” en in de andere “Dit voel ik”.
Schrijf in de kolom plaats niet alleen de vanzelfsprekende dingen (‘klaslokaal’ of ‘aan de muur thuis’), maar bedenk ook één of twee aparte plaatsen (voor een wereldkaart) de supermarkt, of in de onderwatertuin van het zeepaardje in het aquarium, wat er maar in je opkomt. 
Vul daarachter in de bijbehorende kolom wat je daarbij voelt. Ga je giechelen vanwege het idiote idee dat de wereldkaart daar zou hangen? Of word je verdrietig bij het idee dat de wereldkraskaart die jij als fervent reiziger hebt, onder de kast stof ligt te verzamelen?

Natuurlijk kunnen hier complete verhaallijnen uit ontstaan. Schrijf die zeker op, als dat zo is!
Maar voor deze observatieoefening moet je dat niet doen. Sterker nog, je moet er juist afstand van nemen. Waar je in die eerste milliseconden van observeren niet anders kon dan conclusies trekken, ga je die conclusies nu juist loslaten met behulp van je opschrijfboekje.

“Blegh, topoles?” Maar de wereldkaart zelf geeft de les niet, dat doet de juf nog altijd. Met andere woorden: wat zie je nu echt en wat vult je verbeelding in of aan? Je ziet alleen de wereldkaart. En misschien de boekenkasten in het klaslokaal en de lessenaars.

Als je observeert op deze ‘onthechte’ manier, kan je daar de carte blanche mee krijgen die je soms nodig hebt om niet te hard van stapel te lopen met (sfeer)omschrijvingen of associaties met bepaalde voorwerpen. Dat is soms nodig om de lezer mee te kunnen nemen in jouw leefwereld en daarmee die van je boek.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Afbeelding verkregen via Unsplash, fotograaf Jack Stapleton

De observerende schrijver: ik zie… authenticiteit

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: ik zie…authenticiteit.

Is het wel echt authentiek?

Authentiek is een gek woord, in zoverre dat het begrip authenticiteit iets is wat we in sommige situaties erg belangrijk of mooi vinden, maar dat we als we ‘authentiek’ zeggen, vaak iets anders bedoelen. De Van Dale houdt het eenvoudig: authenticiteit = echt. Maar hoe vaak hoor je niet dat iemand heel ‘authentiek’ is, als diegene extravert, zachtaardig of op een positieve manier anders is dan anderen? Dan bedoelen we meestal dat diegene niet doet wat volgens de (sociale) norm normaal is, maar doet, zegt of zich kleedt zoals die zelf wil: er wordt geen masker opgezet.
Normaalgesproken hoef je je niet zo strak aan de Van Dale te houden: dan wordt praten en schrijven erg vermoeiend. Maar voor de observerende schrijver is er een belangrijke valkuil bij het niet volgen van deze definitie van Van Dale. Neem iemand die zich ‘authentiek’ uit door met weloverwogen woorden te spreken, om zo echt te delen wat die op het hart heeft. Daar zit meteen de crux: dat kan zo lijken, maar zeker weten doe je het niet: wie weet staat diegene wel onder druk om vooral niet snel en ‘lomp’ de gedachten te verwoorden.
Klopt, de kans is klein, maar de kunst van zuiver observeren is dat je opmerkt wat je enkel en alleen ziet. Wat je invulling is, komt daarna pas.

Authenticiteit observeren

Het zal je dan waarschijnlijk ook niet verbazen dat zuivere authenticiteit observeren lastig kan zijn. Iemand kan aan de kant blijven staan en niet meedansen bij een spontane flashmob. Dat maakt diegene die dat wél doet niet meteen authentiek. Het kan gewoon betekenen dat de toeschouwer niet van dansen houdt. Misschien glimlacht diegene bij een compliment, al is dat dan niet meteen van oor tot oor. Voor deze meer verlegen persoon is dat zo authentiek als maar zijn kan.

Net als bij het observeren van liefde is authenticiteit observeren erg specifiek en moeilijk en vergt het tijd om het goed te leren. Voor authenticiteit zelf is er geen echt checklijstje, omdat ook dat observeren alleen gaat als je er een min of meer eigen definitie bij hebt. Om die eigen definitie te vormen, kunnen de volgende vragen je wel op weg helpen:

  • Wanneer vond ik iemand nep of zag ik iets wat ik nep vond? Waarom was dat?
  • Hoe snel komt de ‘authentieke reactie’? Als je intern veel dingen moet overwegen, of bedenkt of iets wel of niet mag of hoort, is het al snel niet meer authentiek, eerder berekenend.
  • Doet/ zegt diegene dit in het openbaar? Dan is de kans groter dat dat ook authentiek is: we doen relatief snel minder authentiek als Jan en alleman ons kan zien, omdat dat niet iets is wat hoort, of waar je je zelfs voor moet schamen.

Langzaam maar zeker kom je er dan achter wat jij het verschil vindt tussen authentiek en spontaan, wijs, extravert, vrijgevochten, of… en dat kan je dan weer met een eigen schrijfstem uitwerken om zo interessante en unieke personages te schrijven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Brett Jordan verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… donderwolken en zonneschijn

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… donderwolken en zonneschijn.

Het zonnetje in huis en daarbuiten

Ken je het verschijnsel dat alles en iedereen mooi, lief en goedgemutst is als je vrolijk bent, maar dat de wereld vol lijkt te zijn met gemene, lelijke en chagrijnige mensen als je zelf ook niet in je beste doen bent? Dat effect noem ik het spiegeleffect. 
Wat kan je met het feit dat een vaststaand gegeven (je humeur of het weer) de manier kleurt waarop je dingen observeert?

Heerlijk weertje vandaag, hè?

Het is niet voor niets zo dat in boeken de reünie met de verloren gewaande vriend een fantastisch zonnetje als achtergronddecor heeft. Als het alsnog met bakken uit de lucht valt, dan kan je er de donder op zeggen dat die vriend in de tussenliggende jaren van alles en nog wat uitgevreten heeft en nu ineens komt opdagen om je held iets af te troggelen. Het weer is een effectieve manier om snel een sfeer duidelijk te maken een soort algemeen gereedschap om het spiegeleffect te bewerkstelligen. In het echte leven gaat het ook op.  

Natuurlijk is iedereen vrolijk als de zon schijnt na vier maanden regen en zoekt men massaal een plek om te schuilen bij een plotselinge stortbui. Maar wat zie je bij meer ‘neutrale’ weerdagen, zoals een doodgewoon buitje in het wisselvallige Hollandse weerbeeld? Of bij iets als sneeuw, waarbij kinderen uit hun dak gaan vanwege de sneeuwpret, maar de zure buurman klaagt over de kou? In hoeverre is het weer dan nog van invloed op de algemene gemoedstoestand? Kijk eens wat je opmerkt. Daar kan je een testje aan koppelen: bedenk hoe een willekeurige voorbijganger op straat zou reageren als het plotseling zou gaan waaien of er een regenboog zou verschijnen.

Als je op deze manier het meteorologische weer kan ontleden, helpt dat met het observeren van je eigen buien en zonnige momenten. Of om die van anderen te zien of te raden.  

De donderwolk boven je hoofd

Als je zo’n dag hebt waar het alles en iedereen lelijk, gemeen en vies is, is het een hele kunst om nog iemand te zien lachen in een menigte. En als je dat doet, denk je waarschijnlijk iets als: wat valt er te grijnzen, jolige flierefluiter? De laatste mooie trui in de uitverkoop is net voor mijn neus weggegrist en iemand sneed me op weg naar de parkeerplaats. Dat zal jij wel geweest zijn, allebei de keren…

Of het tegenovergestelde idee, als je supervrolijk bent.

Als je niet vies bent van mindfulness, zijn zowel je slechtste als je mooiste momenten ideale gelegenheid om daarmee te oefenen, vanwege het uitgesproken spiegeleffect wat dan speelt. Is dat niet zo je ding, probeer om dan in een meer neutrale bui in een mensenmassa te ontdekken wie er op dat moment een ‘versterkte spiegel’ heeft. Waar zie je dat aan? Aan iets duidelijks als: ‘het breed grijnzende meisje groet de winkelbediende zeer hartelijk’ of: ‘de boos telefonerende passagier snauwt de buschauffeur af’ of zie je het óók aan iets relatief kleins als de manieren van lopen, lichaamshouding of de gefronste wenkbrauwen waarmee iemand naar diens telefoon kijkt?

Op deze manier oefenen met het spiegeleffect helpt je om neutraler te leren observeren, meer oog voor detail te krijgen en de waarheid van je personage goed op papier te krijgen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto van Niklas Weiss verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… opoffering

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… opoffering.

Opofferen: maar al te graag of omdat het moet?

Opoffering kan op twee manieren voorkomen. Je doet het maar al te graag – je werkt over zodat je dat speciale cadeau voor je geliefde kan kopen – of je doet het omdat je gedwongen wordt en het alternatief alleen maar erger is: je geld of je leven!
Welke van de twee ook van toepassing is, het feit blijft dat:
* als je de keuze had je het liever anders had gezien: liever een hoger salaris of geen beroving 
* het vaak een mate van onzelfzuchtigheid toont of anders moed om met de de vervelende situatie te leven. 

Onzelfzuchtigheid, moed en een keuze om voor iets te staan? Jawel, elementen die bij een held(enreis) niet kunnen ontbreken! 

Opoffering observeren kan je helpen om je held beter te begrijpen en ook uniek en realistisch vorm te geven. 

Wat is opofferen precies?

Om het te kunnen observeren, moet je opofferen zowel erg groot als erg klein kunnen zien. 
Zodra een opoffering klein lijkt, is het vaak iets dat in ons alledaagse leven veel terugkomt. Je associeert het al vaker met ‘maar dat moet nou eenmaal’ of ‘dat doe je gewoon, dat is normaal of je menselijke plicht.’ Is het iets groters, dan is het vaak iets dat we scharen onder iets dat superhelden in films doen en we zelf niet kunnen of durven.

Kleine opofferingen zijn dingen als:

  •    Eerder opstaan zodat je op tijd kan werken, ook al heb je geen zin om je warme, knusse bedje te verlaten.
  •    Die twee euro die je op straat vindt aan een zwerver geven in plaats van er zelf een kaneelbroodje van te kopen.
  •    (Meer) werken zodat je je kinderen kan opvoeden met (iets meer) materiële luxe

Dat lijkt nutteloos om op te merken, tot je je bedenkt dat er mensen zijn die op de zak van hun rijke ouders teren en nooit werken, of met uitkeringen frauderen om dat niet te hoeven en nooit iets aan anderen geven. Kortom: als je meerdere kleinere opofferingen bij elkaar optelt, kan je uitkomen op de normen en waarden van je personage: wat die doet of nooit zou doen, ten koste van iets anders. 

De grote opofferingen zijn bijna altijd tekenen van grote moed. Ook die heeft je held nodig, anders verlaat die de comfortzone nooit en kan een verhaal niet beginnen. 

Zonder normen en waarden en moed – wat dat dan ook specifiek voor je held mag betekenen -, heb je een held op sokken. 

Opoffering en waardering

De opoffering van de een is een waardering van de ander. Heb je ooit in de vroege ochtend van een belangrijke sollicitatie in stromende regen op de bus staan wachten? Dan was je vast blij dat de buschauffeur de kleine opoffering had gemaakt om die dag op tijd op te staan. Zo kwam jij warm en droog op je sollicitatiegesprek aan en heb je nu een geweldige baan. 
Kijk eens op wat voor manieren je deze kleine wisselwerkingen van opoffering en waardering kan opmerken. Dan zie je ook hoe iemand heldhaftig kan zijn zonder meteen een superheld te hoeven zijn. Dat is dan weer erg handig voor het maken van een herkenbaar personage. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Joel Muniz via Unsplash.

Schrijfoefening: dat ene moment

Bijna iedereen heeft wel zo’n onwerkelijk moment gehad waarop iemand je leven heeft veranderd, of andersom. Of nog mooier: allebei.

Hoe schrijf je over ‘dat ene moment’?

Dat ene gesprek, die ene patiënt of medepassagier was als een mentor die uit de lucht kwam vallen en gaf een onverwachte levensles die je zo’n diep gevoel van (mede)menselijkheid liet voelen dat je er jaren later nog van volschiet als je eraan denkt, of dat die ervaring tot je levensmotto heeft geleid. 
Die momenten zijn vreselijk moeilijk om goed te beschrijven. Woorden schieten tekort om te vertellen waarom het niet zomaar een bijzondere ontmoeting was. Behalve dan misschien iets als: ‘de manier waarop wij elkaar aankeken..’. Hoezo cliché? En dan ook nog eens een van het romantische soort, terwijl je jouw levensechte held misschien net een hand hebt gegeven… Hoe schrijf je over dit soort ontmoetingen op zonder dat je lezer om een teiltje vraagt?

Onverwachte kwetsbaarheid

Of je mentor nu iemand is die je een enkele keer hebt ontmoet, of het je vader was die gedurende je hele jeugd een baken van wijsheid was, ‘dat ene moment’

  • zie je niet aankomen. Ook al zegt een van de twee dat er iets belangrijks gezegd moet worden, je kan niet voorzien dat het iets is dat je leven lang bij je blijft. We zien vaker inspirerende citaten in boeken staan, of we voeren vaker diepgaande gesprekken, maar dit gesprek steekt er voor altijd met kop en schouders bovenuit. En dat weet je van tevoren nooit.
  • maakt dat je niets voor de ander kan verbergen, alles ligt open. Denk aan zinnen als: ‘Je keek dwars door mijn ziel’ of ‘mijn masker viel af.’ Of je hebt het gevoel dat als de ander je in een glimp bloot zou zien, dat niets nieuws voor de ander zou zijn, of op een rare manier misschien ook niets geks of vervelends. Eerder zag de ander al iets van je dat vele malen naakter voelde dan jou zonder kleren te zien’. Anders gezegd: deze manier van zien gaat vergezeld van een extreme vorm van (emotionele) kwetsbaarheid. Achteraf zijn de momenten prachtig, maar op het moment zelf voelt het – door die kwetsbaarheid- waarschijnlijk als een van de engste momenten die je hebt meegemaakt.

Opschrijven en afpellen: emotionele kwetsbaarheid onderzoeken

Een moment dat je leven verandert is dus vrijwel altijd emotioneel extreem kwetsbaar, waarvoor alleen clichés beschikbaar lijken om het te beschrijven en die dan alsnog het gewicht van het moment niet dragen. Daarom moet je dat moment heel goed onderzoeken, wil je er een poging toe doen. ‘Het veranderde mijn leven.’ is een holle frase: het zegt technisch gezien veel, maar de voeling erbij ontbreekt nog.

Begin bij het begin. Waarom was dat moment zo onverwacht? Waarschijnlijk omdat de persoon met wie je was wel de laatste was van wie je zo’n gesprek verwachtte, of dat het gesprek deze wending zou nemen. Je ziet je stoïcijnse oom voor het eerst huilen, of de vreemdelinge in de trein vertelt plotseling haar duisterste geheim aan je, dat -jawel!- ook nog eens met jouw duistere geheim overheen komt. Observeer met terugwerkende kracht wat jij al voelde of zag aan jezelf of aan de ander zag dat eraan zat te komen. Denk aan dingen als:

  • Die ander keek me al aan met een blik die mijn nek deed prikken.
  • Ik was ontspannen waar de ander wanhopig leek: misschien was ik de veilige haven die de ander nodig had
  • Ik las een boek over huiselijk geweld. Vandaar dat die ander uiteindelijk vroeg of ik dat net als haar had meegemaakt.

Dan was daar het moment waarop die persoon door je heen keek, of jij door de ander of allebei. Wat zag je in die ogen, die spiegel van de ziel, of hoe werd er door jou harnas heen geprikt? Waarom was er vanaf dat moment geen weg meer terug? Schrijf alles op wat je je nog kan herinneren. Dat is waarschijnlijk heel veel. Het kan helpen om het grofweg zo onder te verdelen:

Wat was er aan de hand?Ik De ander
emotioneelleek uit elkaar te klappen, kon wel schreeuwenkeek doodsbang, begon te huilen
fysiekvoelde mijn benen in lood veranderenstond te trillen als een rietje
gedachtengangWat moet ik hierop zeggen? Hoe weet jij dit? Wat gebeurt hier?ik voel me betrapt (zei jij later/ vertelden je ogen)
specifieke gebeurtenis: de meest doodse stilte ooit, viel tussen ons probeerde een letterlijke uitgang te vinden: ik zocht naar een deurkeek me misschien wel een halve minuut niet meer aan.

Vergis je niet, met een simpel schemaatje ben je er nog lang niet. Dit is een kwestie van (namens je persona(ge)) heel intens doorvoelen wat er toen gebeurde. Keer op keer. Het schema is slechts een hulpmiddel bij een lang en intensief proces. Wees gewaarschuwd: ‘dat ene moment’ is snel verprutst in een verhaal Het is zo intens, zo rauw dat je héél goed moet kunnen schrijven om het te kunnen bedenken en nog authentiek te kunnen laten voelen. Daarom duikt het vaker op in autobiografische verhalen. Als de ander echt bestaat, waak er dan voor dat je veel waargebeurde elementen fictief of anoniem maakt, of flink aanpast: dit soort intieme informatie mag je niet zomaar namens anderen de wereld in sturen!

Geef het de ruimte

Zodra je in ‘dat ene moment’ zit met de ander, hoor je dingen die je nooit verwachtte te horen. Je beseft dan ten volle dat er een medemens naast je staat met angsten en dromen, een verleden en een toekomst. Dat besef kan je niet vangen in het beschrijven van ‘het moment’ alleen. Als je ‘het moment’ eer aan wil doen, zal je van jou persona en het personage van de ander ook diepgaandere elementen van de personagebiografie moeten delen om het echt tot zijn recht te laten komen. Wil je niet dat dat een infodump wordt, dan besteedt je al snel vele scènes of hoofdstukken daaraan. Oftewel: ‘het moment’ wordt een groot deel van het verhaal als je echt wil duidelijke maken hoe belangrijk het echt is geweest. Geef dat moment de ruimte in je verhaal, net als je die voelde toen het zich voordeed.

Deze blogpost is opgedragen aan N.G. en S.T. Dank jullie voor ‘dat moment’ dat jullie met mij hebben gedeeld. Ik ben vele jaren later nog altijd diep onder de indruk en immens dankbaar dat ik jullie zo heb mogen zien. En jullie mij.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Joseph Frank verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie…liefde

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… liefde.

Liefde definiëren

Laten we eerst onderscheid maken tussen romantiek en liefde. Romantiek is namelijk erg makkelijk op te merken. Dat is simpel gezegd alles wat je ziet en vervolgens denkt: verliefd stel. Kussen, hand vasthouden, wijntjes bij de haard… Maar liefde is heel wat moeilijker om concreet te observeren.  Omdat het zich op verschillende manieren uit en omdat er ook niet echt een duidelijke definitie bestaat die alles omvattend is: die is namelijk vreselijk moeilijk te geven (Probeer maar eens…).

Om liefde te kunnen observeren moet je het voor jezelf kunnen definiëren. Niet in de letterlijke zin, want dat is dus vreselijk moeilijk. Maar probeer wel een globaal idee te krijgen van wat jij wel liefde vindt en wat niet. Vind jij dit liefde, of juist niet, omdat het meer naar vriendelijkheid neigt voor je? Of zou je iets eerder ‘moed’ ‘opoffering’ ‘seksuele aantrekkingskracht’ ‘kinderlijk onschuld’ of ‘menselijkheid’ noemen?
Liefde is zo moeilijk te definiëren omdat het vaak eerder een soort optelsom is van meerdere goede en fijne of soms zelfs pijnlijke dingen, dan het van zichzelf duidelijk is afgebakend.

Om je op weg te helpen volgen hier een aantal videoclips. Schrijf eens op waarom je wat je ziet liefde zou noemen of niet en wat het anders/nog meer is. Is het liefde als…

  • je een geliefde ophaalt van het vliegveld met een knuffel of een kus? – Love Actually
  • je jezelf voor schut zet ten behoeve van je dochter/zusje, zodat zij kan blijven dansen op een podium waar ze hard voor geoefend heeft? – Little miss sunshine
  • een psycholoog een patiënt de ruimte geeft om je te omhelzen, op een moment dat een trauma na een leven lang vast te hebben gehouden, eindelijk wordt verwerkt? – Good Will Hunting
  • een gevangenisbewaker als laatste woorden voor een onschuldige gevangene heeft “Wij haten je niet.” voordat de gevangene wordt geëxecuteerd? – The green mile

Zie je dat deze voorbeelden waarschijnlijk niet per se de eerste dingen zijn waar je aan denkt bij het woord liefde? Liefde zit in zekere zin zowel overal als nergens – of in ieder geval op plaatsen waar je het niet meteen verwacht. Goed opmerken en observeren van liefde kost waarschijnlijk tijd, omdat je, wil dat lukken, je iets heel groots en persoonlijks waarschijnlijk moet (her)definiëren.

Liefdestalen

Iedereen heeft een eigen manier om liefde te tonen en te uiten. Die manieren worden liefdestalen genoemd. Het zijn er vijf:

  • positieve woorden
  • aanraking
  • dienstbaarheid
  • cadeautjes geven
  • tijd en aandacht

Het is voor het observeren van liefde handig als je weet van deze talen hebt, zodat je ook kan opmerken wat andere manieren van liefde uiten kunnen zijn, ook al zijn het niet de jouwe. En ook: waarom sommige mensen niet snappen dat hun gebaar van liefde niet wordt gewaardeerd. Maar als je iemand bent die niet van aanraking houdt, terwijl jouw voornaamste liefdestaal aanraking is…?

Dat gaat al verder dan observeren, maar zulke observaties kan je gebruiken voor goed uitgewerkte personages of plotwendingen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Fotoo doorTyler Nix via Unsplash

De observerende schrijver: Ik zie… schaamte

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… schaamte.

Wat is schaamte precies?

De volgende definitie van schaamte komt van sociale wetenschapster Brene Brown:

Schaamte is het intens pijnlijke gevoel of de ervaring te geloven dat we tekortkomingen hebben en daarom onwaardig zijn voor liefde en erbij horen – iets wat we hebben meegemaakt, gedaan of niet hebben gedaan maakt ons onwaardig voor menselijke verbondenheid.

In haar werk maakt Brene ook een onderscheid tussen schaamte en schuldgevoel:
Schuldgevoel is de innerlijke stem die zegt: “Ik heb iets slechts gedaan.”
De innerlijke stem van schaamte zegt: “Ik ben slecht.”

Kun je schaamte zien?

Schaamte is een gevoel, en het blijft vaak onzichtbaar omdat het zo lastig is om over te praten. Brene Brown stelt zelfs dat schaamte niet kan blijven bestaan als erover wordt gepraat. Hoe dan ook, schaamte is iets dat vanbinnen woedt en niet naar buiten hoort te komen. Bij schaamte ligt het gevoel van ‘het niet waard zijn’ eraan ten grondslag. Wat is ‘het’? Dat kan zeer uiteenlopend zijn:

  • Hulp ontvangen
  • Uitgenodigd worden voor een feestje
  • Promotie krijgen

Enzovoort.

Dit is de schaamte die je niet kan zien, omdat die in iemands hoofd afspeelt. Maar als je het ‘omdraait’ kan het al iets zichtbaarder worden:

  • Als je geen hulp waard denkt te zijn, ga je er niet om vragen
  • Als je denkt dat je geen waardige gast te zijn op een feestje, trek je je misschien terug in de groep of bij sociale activiteiten
  • Ben je de promotie zogenaamd niet waard? Dan houd je je klein op het werk of ga je daar niet je beste beentje voor zetten.

Schaamte observeren in plaats van erover praten?

In een persoonlijke situatie kan je met geliefden erover praten, maar als het puur om observeren gaat, is schaamte moeilijk te zien, omdat het zich ten koste van vrijwel alles wil verstoppen. Daarom vormt schaamte een wijze les voor observeren in het algemeen. Als je iets ziet, is het handig, soms zelfs nodig om erover na te denken wat daarmee een samenhang heeft of kan hebben. Maak bijvoorbeeld een woordenweb met het kernwoord in het midden en schrijf in de vertakkingen op wat er wellicht nog meer achter schuilt, of juist waar het een symptoom van kan zijn.

Natuurlijk hoef je met observeren niet altijd eindeloos verder over iets na te denken. Als je een stel tieners opgewonden kwebbelend ziet winkelen, kan je bedenken dat ze elkaar al sinds de kleuterklas kennen en allebei dol zijn op tennis, maar daar schiet je niet veel mee op als het gaat om de vraag: “Wat zit erachter?” Vriendinnen die tennissen, is geen verhaal, maar een gegeven.
Iemand die zijn baan heeft verloren, zich daarvoor schaamt en nu aan de drank is, is dat wel. Daar spelen de vragen “Wat is er exact aan de hand?” en “Waarom?” mee. Dat zijn de toverwoorden voor een pageturner.  

Als je iets observeert waar je de vinger niet op kan leggen, maar waarbij je wel afvraagt ‘Wat?’ en ‘waarom?’ – zoals bij schaamte-, dan is het de moeite om er iets meer werk van te maken dan alleen iets opmerken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Andrew Neel verkregen via Unsplash
.