Is mijn personage cliché? Test het met de paradox

Een van de eerste voorwaarden van een goed personage is dat het echt moet lijken. Dat het iemand is waarvan je gelooft dat die in het echt ook zou kunnen bestaan. Toch kan het voelen alsof je personage een cliché is zodra het een of meerdere specifieke kenmerken heeft. Met de paradox als uitgangspunt kan je peilen of je personage levensecht lijkt, of misschien toch nog meer als een cliché of trope.

Wat maakt clichés in personages zo lastig te vermijden?

Een wandelend cliché herken je met de ogen dicht. Een overdreven popperig meisje heeft natuurlijk vlechtjes met róze strikjes en lakschoentjes. Hup, schoentjes en vlechten uit, regenlaarsjes aan en de vrolijke glimlach houden. Klaar met het cliché: het meisje is nog steeds schattig, maar niet overdreven lieflijk. Clichés zijn echter zelden zo makkelijk te verminderen. Al is het maar omdat je denkt: o jee, mag mijn personage nu geen boekenworm meer zijn? Dan is het meteen een nerd en dus cliché. Zo zwartwit is het niet: een boekenworm blijft een trope. Maar als je eenmaal alert bent op clichés kan je wel zo gaan overdenken, hopend om die clichés toch maar te vermijden. Daar komt de truc van de paradox om de hoek kijken.

De pracht van de paradox bij het schrijven van personages

Je vraagt een personage een karaktertrek te omschrijven. Het zegt:
“Ik heb engelengeduld, behalve als ik mensen onrechtvaardig behandeld zie worden. Dan schiet ik meteen uit mijn slof!”
“Dat is niet echt geduldig dan…”
“Ja, maar in iedere andere situatie ben ik zó geduldig dat andere mensen zeggen dat ik wat meer van me af zou moeten bijten, voor mezelf op moet komen, of in de actie moet overgaan…”

Dit personage liegt niet: die laatste bewering geeft blijk van engelengeduld. Tegelijkertijd is het niet echt geduldig om meteen kwaad te worden, ongeacht de situatie. Beide beweringen zijn waar: dat is de paradox. Het is een situatie waarin schijnbaar tegenovergestelde dingen tegelijkertijd waar zijn. Onthoud ‘schijnbaar’, want dat geeft een belangrijk nuanceverschil aan.
De ‘ja maar’ die je hier ziet, is wat je kan gebruiken om te paradox bloot te leggen. Als je personage met de ‘ja maar’ niet in de verdedigingsmodus schiet: – Ja maar, ik ben echt wel een engeltje hoor, wat wil je dan? Dat ik alles maar slik?- , maar oprecht kan aanstrepen waarom het een het ander niet uitsluit, is dat het eerste teken dat je personage niet zo cliché is als je misschien denkt. Mensen (en levensechte personages) zijn namelijk nooit makkelijk in één hokje te stoppen en reageren anders aan de hand van verschillende situaties.

Paradox als emotie

Brené Brown is een sociale wetenschapster die emoties onderzoekt. In een van haar boeken stelt ze een paar dingen die interessant zijn voor het onderzoeken van wanneer iets cliché is of niet:

  • Er zijn 87 verschillende emoties
  • ‘Paradox’ is geen emotie, maar heeft daar wel een sterke samenhang mee.
  • Gemiddeld kunnen mensen van die 87 emoties er maar drie (!) benoemen: blij, verdrietig en boos.
  • Als je een emotie niet kan benoemen, kan je het ook niet zo makkelijk ‘los’ voelen, of überhaupt begrijpen.

Wat heeft dat met ons ‘clichéprobleem’ te maken? Als jij of de lezer niet inziet dat iets paradoxaal kan zijn, doe je – zou je kunnen stellen- een bepaalde emotionele beleving tekort. Vanwege een paradox is de kans groot dat iets tegenstrijdigs heel goed kan bestaan, maar dat je door te weinig begrip van de situatie of emotie je gewoon er de vinger niet op kan leggen waarom dat niet kan. Maar dat is wel belangrijk om het cliché te kunnen omzetten naar een oprechte belevenis, anders blijft het aan de oppervlakte waar diepgang nodig is. Anders zou ons geduldige personage ofwel altijd en overal geduld voor moeten hebben, of altijd onmiddellijk in de aanvalmodus moeten gaan als iets niets meteen naar behoren verloopt.

Verschillen in emoties opmerken

Het belang van het begrijpen van verschillende emoties -of brillen van waarheid of beleving– en daar onderscheid in kunnen maken, zie je terug in dit heftige, maar duidelijke voorbeeld. Als een geliefde een lang en vreselijk ziekbed heeft gehad, ben je natuurlijk verdrietig als die uiteindelijk overlijdt. Maar die andere emotie van de paradox? Als je slechts die drie basisemoties begrijpt, dan zou je zeggen dat je blij bent dat je geliefde gestorven is. Dat klinkt bijna alsof je nu met een feestmuts op rondloopt. Natuurlijk is ‘opluchting’ hier passender: er is een einde aan een lijden. Maar als ‘opluchting’ niet in je (emotionele) woordenboek staat, dan wordt een broodnodige paradox onmogelijk om te omschrijven. Dan moet je alsnog je toevlucht zoeken tot iets oppervlakkigs en wordt je personage cliché. Of je schrijft iets wat gewoon echt niet kan. Blij en verdrietig dat iemand overlijdt… Dat klopt gewoon niet. Waar ‘blij’ schijnbaar eerst nog lijkt te kloppen, zolang het alternatief ‘opgelucht’ nog niet is genoemd, past ‘blijdschap’ echt niet meer zodra ‘opluchting’ – als beter alternatief- voorbij gekomen is of wel in het woordenboek van een lezer staat.

Dat ‘betere alternatief’ zoeken is essentieel voor het schrijven van iets paradoxaals. Niet alleen worden je verhaal en je personage er diepgaander van, het voorkomt ook dat je gaat schrijven over dingen die elkaar (duidelijk) tegenspreken. Denk aan dingen als:
– deze milieubewuste chauffeur heeft drie auto’s, waaronder een Hummer.
– ik let op mijn gewicht: daarom eet ik alles waar ik zin in heb.
– hij blijft het liefst in Nederland: daarom gaat hij ieder jaar op vakantie naar Azië.

Deze voorbeelden zijn natuurlijk overduidelijk geen paradoxen, maar gewoon tegenstrijdig. Maar in de praktijk is het onderscheid tussen een paradox en een tegenstrijdigheid soms moeilijk te zien, laat staan te schrijven.

Daarom volgt er volgende week een blogpost die hier verder op ingaat. Als je alvast aan de slag wil gaan met deze tips, kan je het volgende doen:

  • Schrijf alle emoties op die je kan benoemen. Neem rustig de tijd 😉
  • Schrijf een aantal paradoxen op en noem daarbij welke emoties er spelen. Noteer ook waarom er sprake is van juist die emoties en waarom de situatie nog steeds kan bestaan of ‘klopt’.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door 愚木混株 cdd20 verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… iets moois

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets moois.    

Denk aan iets moois en schrijf het meteen op, zonder te veel na te denken. Bekijk je resultaat. Vraag nu aan tien mensen of zij dat ook mooi vinden. Misschien wel, om dezelfde of andere reden, of helemaal niet. Het punt is: iets moois is subjectief en toch is het jouw waarheid. Hoe kan je die paradox gebruiken in het observeren?

Wat is mooi?

Mooi is meestal iets wat je ziet, maar voor dit artikel kan je het ook wat breder ziet. Bijvoorbeeld als prettig: een jas is mooi, niet zozeer om hoe die eruit ziet, maar om de kwaliteit van de stof waar die van gemaakt is. Anders gezegd: mooi is iets prettigs. Niet alleen voor het oog, maar ook voor de andere zintuigen.  

Mooi voor alle zintuigen

Met in gedachten dat mooie dingen niet alleen de ogen, maar ook voor de andere zintuigen, kan je wat gerichter gaan observeren. Wat zie je als je denkt: ‘mooi!’ Als je dat welbekende fijne gevoel krijgt als iets moois ziet? Wees om te beginnen alert op dat gevoel. Het hangt meestal samen met een fijn vooruitzicht. Of iets wat uitnodigt tot iets veelbelovends.

  • Een mooi ingericht huis belooft woongenot
  • Een mooi opgemaakt bord belooft een lekker gerecht
  • Een kledingstuk van een mooie stof -hoe het voelt- belooft een fijn zacht gevoel op de huis, of een mooi gevoel van zelfvertrouwen door het dragen van een sexy kledingstuk
  • Luisteren naar mooie muziek belooft ontspanning of ontroering

Iets moois observeren en iets moois schrijven

Omdat mooi iets subjectief is, komt het welbekende ‘smaken verschillen’ ook om de hoek kijken. Wat het ook is dat jij – namens je personage- mooi noemt, moet je dus feitelijk benoemen. Denk bijvoorbeeld aan mooie blauwe ogen. Het is makkelijk om dan te denken dat iedereen snapt wat je bedoelt. Mooie blauwe ogen zijn niet voor niets een cliché van schoonheid. Maar er zijn mensen die groene ogen mooier vinden en er zijn blauwogige mensen wiens ogen helemaal niet zo mooi zijn: bijvoorbeeld omdat het ijskoude karakter van die persoon erin worden weerspiegeld. Vergeet dus vooral niet om te zeggen dat déze blauwe je personage doen denken aan iets heel geruststellends, zoals kabbelende beekjes of dat het de meest diepblauwe ogen zijn die je personage ooit zag.

Daarom moet je dus heel specifiek zijn in het hoe en waarom je personage dat moois als mooi ervaart. Om dat goed te kunnen doen, moet je je personage al goed kennen. Dat zorgt er ook voor dat je niet in nietszeggende clichés verzandt als de bovengenoemde over blauwe ogen. Je kan dan in de plaats daarvan iets uniekers omschrijven. Zoals waarom je personage een vogelaar is en helemaal gek is van roodborstjes in het bijzonder. Niet alleen vanwege de kleur van het beestje, maar ook zijn grootte en vriendelijke voorkomen.

Als je leert te kijken naar wat jij en je personage mooi vinden, kan je dat helpen om de wereld waarin je personage leven ook wat extra kleur te geven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jose Aragones verkregen via Unsplash.

Zo kan je infodumps makkelijker schrappen: de praktijk

Een infodump ontstaat als je informatie wil delen voor een bepaalde context, maar daarin uiteindelijk doorslaat. De kunst is om te weten waar die scheidingslijn zit tussen nodige en overbodige informatie. Daarvoor moet je het doel van de scène kennen, in kunnen schatten waar de interesse van je lezer op dat moment ligt en of en hoe eventuele andere zaken tussen de regels door (al) iets duidelijk maken.

De laagjes van een infodump

Een infodump bestaat als het ware uit een stel laagjes informatie. De eerste informatie is belangrijk voor beeldvorming, maar hoe meer laagjes je tegenkomt, hoe groter de kans is dat je in details verzandt. Er is geen vuistregel voor een cijfer dat aangeeft wanneer iets van informatie naar een dump overgaat. Uitzondering daarop zijn opsommingen met bijvoeglijke naamwoorden: houd idealiter twee, maximaal drie stukjes informatie aan in een lopende tekst: De jonge, blonde, slanke, vrouw. Rijk, lomp, wat er dan nog meer achter mag komen, moet je dan maar voor een volgende beschrijving bewaren.

Vertel eens wat je de lezer wil laten beleven…

Wat je bij de laagjes van een infodump moet bedenken is wat je ermee wil vertellen, in plaats van wat je wil laten zien of bewijzen. Daarbij moet je het grote plaatje van je verhaal in het achterhoofd kunnen houden Kijk eens naar de tabel:

Bewijs/ laat zien dat…ResultaatVertel eens…Resultaat
Dit een mooie man isHij had vrolijke ogen, een zelfverzekerde uitstraling een goede bouw en gespierde armenWaarom je personage deze man mooi vindt (schoonheid is subjectief!)Zijn vrolijke ogen leken op die van zijn opa en die spieren… Kreeg Arnoud maar zo’n resultaat van al die uren in de sportschool!
Dit huis oud isDe planken kraakten als je erover liep, de ramen waren kapot, en het behang was gescheurdWaarom je personage in dit oude huis moet zijnDie krakende vloer en al die spinnenwebben…Valerie zou blij zijn als ze de mysterieuze brief had gevonden
Een douche verkwikkend isJe huid is zacht, je ruikt fris, en je bent weer alertwaarom je personage zich zo vies voelt of extra fris wil zijn en de douche daardoor een uitgesproken verkwikkend moment wordt, in plaats van een routineHeerlijk, die zachte huid na wat luxe douchegel. Erika was benieuwd of Freddy de geur ervan lekker zou vinden en of hij zou merken hoe zacht haar huid was als hij die zou aanraken
deze oorlog gruwelijk isEr waren duizenden doden, overal was paniek en geweld was aan de orde van de daghoe de gruwelen van deze oorlog je personage persoonlijk rakenAlex voelde zijn maaginhoud naar boven komen na het zien van de stapel lijken. Toen hij dichtbij een geweerschot hoorde, maakte hij zich uit de voeten.

Merk op dat je een aantal schrijftechnieken in de ‘vertelkolom’ kan terugvinden, zoals show don’t tell en sfeeromschrijvingen. Maar het kan je ook iets vertellen over dingen die je in de personagebiografie hebt staan, zoals de doelen of angsten van je personage. Arnoud is misschien bang om slap te zijn, of anders heeft hij gewoon als doel om spieren te kweken en als vrolijke ogen hem aan opa doen denken, is zijn grootvader waarschijnlijk belangrijk voor hem. Andere keren worden dingen uit het plot duidelijk: Valerie heeft een mysterie op te lossen en Erika is verliefd en/of verheugd zich op een romantische dag. Met dit uitgangspunt schrijf je meer over een belevenis dan over feiten, en dat leest altijd prettiger.

Vergis je niet: je hoeft niet alle ‘droge informatie’ meteen in een show don’t tell te gieten of weg te laten. Stukjes informatie zijn ook gewoon nodig om een snel beeld van de situatie te schetsen. Zie je dat die er nog steeds staan bij de resultaten van de vertelkolom? Maar als je gaat nadenken waarom je informatie überhaupt opschrijft is het makkelijker te herkennen wanneer je van info naar dump gaat.

‘Dump’ voorkomen

Vul de bovenstaande tabel zelf eens in voor je scène of je zin. Stel jezelf daarbij de volgende vragen:

* Waarover moet deze informatie vooral iets zeggen: het plot, het personage, de omgeving, de omstandigheden…?
Probeer de informatie uit de categorieën die niet gelden in deze zin of scène te verwijderen of te verminderen.
* Wat weet de lezer al? Lees: heb je al vaker genoemd dat deze held mager is? Of misschien is je informatie gewoon algemene kennis: ‘de hoofdstad Amsterdam’. Tenzij echt benadrukt moet worden dat Amsterdam de hoofdstad van Nederland is, mag ‘hoofdstad’ weg.
* Moet de lezer dit per se weten? Is het essentieel dat de lezer weet dat je held zwarte haren heeft, of mag de haarkleur aan de verbeelding van de lezer worden overgelaten? Is het niet belangrijk, schrap het dan, of zorg ervoor dat je de informatie zoveel mogelijk spreidt. Is het wel belangrijk, bedenk dan:
– Moet de lezer dit ook (allemaal) nú weten? (Lees: in deze zin?) Zo ja, zet die informatie dan vooraan in je opsomming. Zo niet, spreid de informatie dan in je tekst of zet de informatie verder achteraan.
– Hoeveel context is er nog nodig of heb je al gegeven?
* Wat is belangrijk vanuit de beleving van je personage op dit moment? Je lezer kijkt door de ogen van je personage naar de wereld in het boek. Als het personage dan iets niet (meer) registreert, of opmerkt, hoeft de lezer dat meestal ook niet te weten. Als ik jou vraag om je bank te beschrijven, doe je dat waarschijnlijk ook met twee of drie bijvoeglijke naamwoorden. Personages zijn geen magische wezens wiens zintuigen zes keer meer registeren dan die van echte mensen. Dus ook daarom hoef je een bank niet met zeven kenmerken te omschrijven. Zie het zo:


Infodump op papier voor de lezer is hetzelfde als zintuigelijke overprikkeling in het hoofd van een personage

Zo zou je een heel eind moeten komen met het herkennen en zelfstandig schrappen van infodumps. Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Clarissa Watson verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… iets merkwaardig plezierigs

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets merkwaardig plezierigs.   

Er zijn dingen die merkwaardig plezierig zijn om naar te kijken en een bijna hypnotiserend effect hebben. Meestal zit er een subtiele, zich herhalende beweging in die langzaam maar zeker tot een ander ‘portret’ leidt of iets onthult. Geloof het of niet, met een beetje fantasie kan je als je dit goed observeert en je je opschrijfboekje paraat houdt, hier iets leren over een goede plotopbouw. 

Als concreet voorbeeld nemen we dit filmpje van de schoonmaak van een uitzonderlijk smerig tapijt.

Fase 1: wat moet hiervan worden?

In een verhaal dien je altijd te bedenken wat ervan worden moet. Wat maakt het interessant, wat maakt dat er iets over te vertellen valt? Een verhaal is dat pas als je dat er ook van kan máken. ‘Een held redt de wereld’ is een gegeven, geen verhaal. Bovendien is het zo breed (en in dit geval ook cliché) dat je je kan afvragen wat daar nog van worden moet.

Kijk eens naar het tapijt in het filmpje. Het is roetzwart: zo smerig dat je je af kan vragen of een miljoen liter water dat ding nog wel schoon kan krijgen. Waarom gooit de eigenaar het niet gewoon weg? Als het zo ranzig kan worden, dan is het blijkbaar om het omkijken naar niet waard geweest.

Fase 2: er zit iets onder

Je doet de moeite om aan een verhaal te beginnen of een vies tapijt schoon te maken, omdat je weet dat er met het nodige werk iets moois of interessants onder het ogenschijnlijke cliché of de dikke laag vuil zit. In het geval van het tapijt is dat de eigenaar waarschijnlijk duidelijk: die weet visueel exact wat hij te zien zal krijgen als het tapijt in de oude stijl terugkomt. Jij als schrijver weet dat bij aanvang misschien nog niet, maar als het kriebelt, zit er iets onder wat het schrijven waarschijnlijk waard maakt.

Fase 3 Herhaling, herhaling, herhaling

Als je een plot schrijft, kom je herhaling tegen in de heldenreis. Je held kan nu eenmaal niet meteen iets perfect doen. Dat doet de spanningsboog en het groeiproces geen goed. Maar als de held iets moet leren, mag dat er ook niet duimendik bovenop liggen. Het moet meerdere keren, met andere middelen voor hetzelfde doel. Bij het schoonmaken van het tapijt is dat goed terug te zien. Eerst komt een flinke hoeveelheid water, dan een speciale schrobmachine met een sopje, dan gaat de trekker eroverheen, komt er weer water, enzovoort. Steeds andere methoden, maar wel eenzelfde herhaling. Het is steeds schoonmaken in dezelfde banen, en er komt steeds meer kleur vrij. Zo kan een plot ook groeien in steeds hetzelfde terugkerende thema met dezelfde ‘sopjes’, maar kan het op een prettig tempo naar het einddoel toewerken. De tapijtschoonmaker is ook niet ineens klaar.

Fase 4: Het overkoepelende thema

Kijk eens wat het ‘tapijtpatroon’ van jouw verhaal is: het onderliggende thema. Waar moet alles in je plot uiteindelijk als thema, conclusie of verhaal naartoe werken?
En wat zijn jouw stofzuigers, wateremmers, sopjes en trekkers die allemaal voor dat schone tapijt zorgen? Als je varieert in methoden die net iets anders in uitwerking zijn, houd je afwisseling en blijft de geïnteresseerd in het verhaal, zonder de schrijver aan het werk te zien.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijver Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door No Revisions verkregen via Unsplash.

Zo kan je infodumps makkelijker schrappen: introductie

Infodumps zetten de tekst op slot, omdat er informatie blijft komen die helemaal niet belangrijk is voor de tekst. Soms is infodump makkelijk te herkennen, maar andere keren is het wat lastiger. Heb je een infodump voor je neus, of is het toch nog belangrijke informatie? Deze blogpost geeft een introductie over een manier die je kan gebruiken om de relevantie van de informatie in je tekst te peilen.

Korte uitleg over infodumps

Een uitgebreide introductie over infodump vindt je hier, maar kort gezegd is een infodump: informatie die niet nodig is in een tekst, omdat die te veel op details ingaat. Een makkelijk voorbeeld is het beschrijven van het uiterlijk van een personage. Je kan simpelweg zeggen dat je personage een haviksneus heeft en een magere lichaamsbouw. Je kan ook nog de oog-en haarkleur, sproetjes op de armen, lengte, gewicht, donkerte van de wenkbrauwen meenemen. Maar dan is de lezer bezig met informatie te sorteren, in plaats van een beeld te vormen van het uiterlijk. Op die manier kan een infodump je tekst helemaal verpesten. Maar soms is het lastig om te zien of een stukje informatie een infodump is of iets wat je wel moet melden voor die beeldvorming. Om dat te weten, moet je vooral beseffen wat de informatie is die je wil delen en die je moet delen. Een handig middel daarbij is om het doel van je tekst goed in de gaten te houden.

Casus: dure kersenbloesemdouchemousse

Ik ben helemaal ondersteboven van kersenbloesems. Mijn moeder heeft een tas voor me gemaakt met dat patroontje, er zit kersenbloesem in mijn bedrijfslogo verwerkt en ik word warm vanbinnen als ik ook maar één kerselaar in bloei zie staan. Dus toen ik van een vriendin een luxe kersenbloesemdouchemousse cadeau kreeg, was ik helemaal blij.

Ik had geen marketingpraatjes nodig om me erop te verheugen de eerste keer te douchen met die mousse. Het zou een ‘goedkope imitatie’ van een kersenbloesembeleving zijn. Maar hé, als ik al vrolijk word bij het zien van een centimeter knutseltape waar een kersenbloesempatroon op staat, dan was een goedkope imitatie ook vast genoeg om blij van te worden, toch? Gek genoeg niet. De mousse zelf was heerlijk zacht op de huid, maar dat kersenbloesemgedeelte, daar was niks bijzonders aan. Ik was er zelf verbaasd over. Ik besloot daarom eens te kijken wat die fles mij allemaal beloofde. Het kwam neer op: ‘Zenjapan’ uit een fles: ultieme rust en wijsheid en de majesteit van de Fujiberg, onder het genot van zacht strelende kersenbloesemgeur’.

Vriend… Het ging mij om die bloesem. Ik weet niet wat je allemaal uit de Fujiberg hebt proberen te schrapen, maar ergens is dat blijkbaar – voor mij in ieder geval- ten koste gegaan van de bloesems. Dat was genoeg geweest: die opsmuk heb ik niet nodig. Bloesems zijn van zichzelf al tof genoeg!

Op de fles van mijn minder speciale douchegel zonder kersenbloesemgeurtje staat: ‘Voor een voelbaar zachte huid en een verfrissend gevoel.’ Een beetje marketingtaal misschien, maar niet overdreven veel. Klanten moeten natuurlijk wel zeker weten dat deze douchegel in ieder geval je huid reinigt en dat je niet stinkt na het gebruik ervan ;).

Wat maakt info? Wat maakt dump?

Als je van een redacteur hoort dat er infodump in je tekst staat, of je bij je eigen tekst opmerkt dat je veel feitelijke informatie deelt of uitzonderlijk veel woorden gebruikt om een sfeer te omschrijven dan moet je dus gaan schrappen met die informatie. Maar wat is het infogedeelte van je schrijfsel en wanneer is het een dump? Mijn douchegels zijn een goede spiekbrief. Laten we het eens in stappen doorlopen. Stel dat je ongelooflijk vies bent: je bent in je badkleding een modderpoel gevallen, en die modder is nu opgedroogd. Denk aan Jochem Meijer: je bent een ‘stinkende bastognekoek’. Dan wil je je wassen en maakt het niet uit hoe luxe de zeep is. Sterker nog: douchemousse is dan misschien luxe, maar daar kan je je niet echt goed mee schrobben en dat is vast wel nodig. Dan is een ouderwets stuk zeep nog wel het handigst. Dat brengt ons bij de vraag Wat moet zeep nou eigenlijk doen, en in welke volgorde? Zeep moet:

  1. schoonmaken / hygiëne bieden
  2. je niet meer laten stinken
  3. de huid zacht achterlaten. Als die Bastognekoek weg moet, zal je huid misschien wel rood en geïrriteerd zijn na flink schrobben. Niet fijn, maar je bent tenminste schoon.
  4. je lekker laten ruiken. Lees: naar kersenbloemens, of gewoon fris.
  5. eventueel nog de majesteit van Mount Fuji kunnen oproepen. Lees: met deze zeep voelt douchen als een uitgesproken luxe momentje, om wat voor reden dan ook.

Deze ‘opbouw’ werkt ook in het schrijven van scènes. Waar de scène ook over gaat, of uiteindelijk naartoe gaat, de basis van de informatie die je deelt, is vrijwel altijd hetzelfde.

Het verschil tussen info en dump is niet altijd even makkelijk te zien. Waar het de ene keer gewoon belangrijk is dat je schoon uit de douche komt, is het voor een avondje uit ook fijn als je uitgesproken lekker fris ruikt voor je de deur uit gaat.

Dat is met een scène schrijven net zo. Is het belangrijk om te weten waarom deze Julia zo mooi is in de ogen van onze held? Je moet wel íets van vlinders laten zien, want je wordt niet zomaar verliefd. Op zijn allerminst zijn er mooie ogen in het spel. Daar kan je het in theorie bij laten, dan heb je de basis ‘info’. (Vrijwel) alles daarna wordt een ‘dump’ als het doel van de scène moet zijn dat Cupido schijnbaar willekeurig een voltreffer heeft gemaakt. Maar als Julia de eerste is die onze held een blik waardig keurt nadat hij door zijn vriendengroep is uitgespuugd om een misverstand en zich vreselijk eenzaam voelt, dan zal Julia als vanzelf nog mooier lijken en vallen ook haar mooie lippen en zachte handen op.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

In deze post kijken we naar praktijkvoorbeelden voor het bepalen of iets ‘info’ is, en wanneer iets een ‘dump’ wordt.

Foto door ian dooley via Unsplash

De observerende schrijver: Ik zie… iets grappigs

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets grappigs.  

Je ziet iets gebeuren waar je om moet lachen, of je hoort iets grappigs. Er kunnen talloze dingen zijn die iets grappig maken. Het is de moeite om daar eens naar te kijken. Zo kan je je personages beter leren kennen als je hun gevoel voor humor kent, maar ook leer je beter te kijken naar wat en waarom iets grappigs is.  

Verschillende soorten humor als eerste observatie

Er zijn verschillende soorten humor. Om er enkele op te noemen: sarcastische humor,  humor met woordspelingen, observatiehumor, parodie, satire, zwartgallige humor en slapstick. Deze vormen van humor schelen soms ontzettend veel van elkaar. Vaak is het ook zo dat  je iets over het karakter van een ander kan zeggen aan de hand van de humor die die persoon aanspreekt. Iemand die slapstick de leukste vorm van humor vindt, kan iemand zijn die niet al te moeilijk over het leven nadenkt. Hoewel je op moet passen bij dit soort aannames – iemand die een diepe denker is, kan slapstick als een gezonde tegenhanger daarvan ervaren- zijn er bij sommige soorten humor wel wat voorwaarden aan de orde. Iemand die taalkundig niet al te sterk is, zal woordspelingen niet leuk vinden, kunnen bedenken of begrijpen, bijvoorbeeld.

Wat is er nou zo grappig?

“Wat is hier grappig aan?” Je hoort het om twee redenen: iemand snapt de humor niet, of vindt die niet grappig. Stel deze vraag eens aan iemand die je kent en vertrouwd en wiens gevoel voor humor je niet deelt.  Dan zal je merken manieren van humor die soms als beledigend worden ervaren, niet zozeer ‘grappig’ gevonden worden in de traditionele zin. Die mensen lachen misschien niet omdat ze iets ‘lachen’ vinden, maar omdat zij in donkere humor  een manier vinden om wat er voor vreselijke dingen er in de samenleving gebeuren, een plaats te geven.

Of je hebt wel met iemand te maken die dat uitgangspunt naar voren haalt om een hatelijke karaktertrek te verschuilen achter iets dat sociaal geaccepteerd wordt… Vergeet dit enigszins dubbelzinnige gezicht van humor niet mee te nemen als je  een personage en diens humor een uitgesproken rol in het verhaal geeft. Gebruik daarbij je bevinden van mensen die een bepaalde vorm van humor hebben die jij om wat voor reden dan ook niet begrijpt.

Reacties op humor

Als je weet waarom mensen wel of niet ergens om lachen, kan je ook goed gaan letten op de reacties op bepaalde humor. Lacht iemand het hardst, om onzekerheid te verbergen? Lacht iemand schaapachtig na het horen van een humor omdat die niet durf te zeggen dat er iets niet grappig is? Is de lach van je personage uitgelaten, hinnikend, of zeldzaam? Lacht iemand alles weg? Kijk en bedenk hoe je anderen zowel fysiek als sociaal op humor reageren en je merkt dat je enigszins kan opmaken wat voor mensen het zijn. ‘Mix and match’ met verschillende soorten (reacties op) de humor die je observeert en  je kan je personage op unieke manieren aanvullen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Amanda Sofia Pellenz verkregen via Unsplash.

Hoe groot kan de rol van een personage zijn in een boek?

De Olympische Spelen in Parijs zijn begonnen en wereldberoemde sporters strijden om de gouden plak. Iedereen kent wel een aantal namen van atleten, omdat sommige gedurende de jaren of door enkele uitzonderlijke prestaties naam hebben gemaakt. Maar als je niet om wat voor reden dan ook sport niet volgt, de radio niet aanhebt of geen reclames ziet waarin steratleten hun gezicht laten zien, dan kan het wel zijn dat ‘ de hele wereld’ de Spelen volgen, maar dat jij alsnog geen idee hebt wie Nadal, Hashimoto en Bol zijn, ook al heeft ‘iedereen’ het over hen. Dat principe van ‘wie is nou eigenlijk iedereen?’ en ‘wat maakt deze beroemdheid eigenlijk uit?’ is het uitgangspunt dit artikel. Het zal je helpen om het gewicht van bepaalde plotpunten en belang van bepaalde personages af te wegen.

De wereldberoemde beroemdheid – of toch niet?

Liefhebbers van atletiek wereldwijd kunnen hun hart ophalen met Femke Bol dit jaar. In Nederland heeft ze niet alleen faam gekregen vanwege haar topprestaties, maar praat men ook over haar vrolijke voorkomen en doorzettingsvermogen. Miljoenen mensen gaan over haar praten de komende tijd, in Nederland en ver daarbuiten: binnen de atletiekwereld heeft ze al bijna, zo niet helemaal een legendarische status. Femke is dus wereldberoemd. Maar, en dit is het punt: alleen voor mensen binnen Nederland met vaderlandse trots tijdens sport evenementen. Mensen die niets om atletiek of sport geven, of gewoon domweg de middelen niet hebben om (wereldwijde) sport te volgen, weten niets van Femke Bol.
“Ken jij Femke Ból niet? Maar iedereen kent haar!”
We gaan eerst uitzoeken wat er achter het antwoord “Wat maakt dat uit?” kan zitten voor een verhaalverloop.

Een wereld zonder beroemdheid

Stel dat ons personage Femke Bol niet kent. Dan zijn er twee mogelijkheden: het kiest min of meer voor Femke niet te kennen: het geeft niets om sport of de Spelen of atletiek en komt zo niet achter haar naam. Anders gezegd: het bemoeit zich er niet mee. Dan heb je nog het personage dat niet eens weet eens dat er zoiets als de Spelen bestaan en weet dus niet wat het mist. Denk aan een baby of een lid van een inheemse stam. Hoe dan ook: dat is een wereld zonder Femke Bol erin.
Als een personage ervoor kiest om zich niet in te laten met wat een beroemdheid doet, blijft ‘Femke’ vaak op de achtergrond. Ze mag wel een keer een onderwerp van gesprek worden, maar daar moet het dan bij blijven. Als ‘Femke’ min of meer een figurantenrol heeft, dan mag die dus niet gaan overheersen, omwille van een goedlopend plot.

In een iets meer alledaagse situatie is Femke Bol misschien het populairste meisje van de klas, of het succesvolle familielid dat door iedereen schouderklopjes krijgt, maar waar je personage niet zo’n klik mee heeft.
Uiteraard kan je dit sturen: is ‘Femke’ of dat succesvolle familielid zo’n groot onderwerp van gesprek dat je personage zich sociaal isoleert door daar niet over mee te praten? Dat kan interessant zijn voor het plot, het verhaalthema of om de relaties van personages onderling bloot te leggen.

Kent je personage ‘Femke’ gewoon niet? Dan komt ze gewoon niet in het verhaal voor, of gaat ze later een belangrijke rol vervullen in het verhaal. Wordt je personage bijvoorbeeld uiteindelijk bekend met Femke en laat het zich inspireren door haar? Dan moet je goed stilstaan bij:

  • Op welk moment komt ‘Femke’ in het plot voor? Het inciting indicent is een goed moment als ‘Femke’ de kathalysator van de heldenreis gaat zijn.
  • Als een personage een ander als een held ziet, moet je weten wat de relatie tussen hen is. In het geval van op afstand bewonderen, zoals bij Femke Bol, is zij waarschijnlijk eerder een symbool van iets dan een goede vriendin die om raad gevraagd kan worden. Dat bepaalt een groot deel van het plot: dat van een obsessieve fan gaat of op een bepaald moment vastlopen of wordt een thriller. Als je dat niet wil, waak er dan voor dat je over de heldenreis met vallen en opstaan van Kim blijft schrijven, en er geen carrièreverslag van Bol van maakt.

Een wereld met een beroemdheid: voer voor spiegeling

Als je personage de beroemdheid wel kent, dan is het evengoed zo dat ‘Femke’ een leuke figurantenrol kan vervullen of een show don’t tell kan vormen voor het feit dat je personage een sportfanaat is. Maar is ‘Femke’ een beroemdheid van het kaliber dat iemand aan je kan vragen of je onder een steen hebt geleefd als je haar niet kent, dan kan je nog iets anders interessants meenemen om plot en symboliek te combineren. Of het nu sporters, filmsterren, politici of sprekers zijn, wereldberoemde mensen hebben vaak zowel voor-als tegenstanders en zijn prooi voor de roddelpers. Voor je het weet, krijg je krantenkoppen of roddeluitspraken als: ‘ Tweede politicus in een maand pleegt fraude’. “Ik wist het, aan de kop van die vrouw kon je al weten dat ze onbetrouwbaar was.’ ‘Politici zijn nooit te vertrouwen.’ ‘We moeten de wetten aan gaan passen!’

Een enkele beroemdheid kan zo een symbool of afspiegeling worden van een groep mensen, tijdsgeest of beweging. Wat het ook is dat de beroemdheid (of de roddel over diegene) verandert in de wereld, wat voor invloed heeft dat op jouw personage? Helemaal niets? Veranderen de ideeën van je personage, komt het in actie? Hoe dan ook, kijk eens of je de beroemdheid dan als een afspiegeling of symbool kan gebruiken voor de grote plotpunten of thema’s in je verhaal zoals liefde, maatschappelijke onrust, of motivatie. Hoe meer de beroemdheid in het nieuws komt, hoe meer je personage ermee bezig zal zijn. (Want anders kan je je afvragen waarom je woorden besteed aan al die nieuwsberichten).

Kijk eens goed naar de rol en status die je personages in een verhaal hebben. Ze kunnen zomaar onverwachte en rijke aanvulling zijn voor zowel personagemotieven, symboliek, verhaalthema en plotlijnen. Of juist helemaal niet. Kijk goed wat je wil met personages met een zekere status.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto op de banner is afkomstig van runninglife.com.

De observerende schrijver: Ik zie… een beginneling

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een beginneling.    

Waar we nu goed in zijn, hebben we ooit moeten leren. En niet alleen aan vaardigheden kan je zien of iemand iets goed kan of niet: beginnelingen zijn vanwege hun vaak leerproces relatief onzeker over dat gebied. Heb je dat al eens geobserveerd?

Hoe moet dit?

Als je nog iets aan het leren bent, moet je vaker dan een doorgewinterde rot in het vak, vragen hoe iets werkt. Als je weet dat iemand nog een beginneling is, kijk dan eens wat de absolute basis is waar die nog vragen over heeft. Als je ergens al langer of meer verstand van hebt, krijg je soms een blinde vlek: “Maar dit weet toch iedereen?” Niet dus. Het helpt soms om op te schrijven wat die basis is, want zonder ben je nergens. Dat is altijd iets waar je in de kern op kan of moet terugvallen bij tegenslagen. Denk aan bijvoorbeeld: je kan heldhaftig zijn, maar daar heb je moed voor nodig. En ben je wel moedig als je je niet ergens overhéén moet om tot actie  over te gaan? Iets doen met twee vingers in de neus is misschien knap, maar niet moedig.

Doe ik het wel goed?

Een beginneling zal uit onzekerheid of onkunde, of beide, vragen of het iets wel doet zoals het hoort, of wat de gewenste uitkomst geeft. Kijk eens of de beginneling die je observeert een beetje aanrommelt om iets voor elkaar te krijgen, of juist vaak om hulp vraagt. En wat is de reactie als er overduidelijk iets misgaat? Wordt de vraag ‘doe ik het wel goed?’ dan een: “Nee, en dóór!” of een “Nee, ik kan maar beter stoppen…” Iets nieuws proberen is altijd een beetje spannend en kan veel vertellen over bepaalde mentale veerkracht of doorzettingsvermogen. Ook weet je of iemand om hulp durft te vragen of niet: dat kan ook veelzeggend zijn. Kijk eens wat je zoal ziet bij beginnelingen die proberen te groeien in hun kunde.

Kijk niet naar me…

Zeker als een beginneling weet dat iemand meekijkt die beter weet, slaat er nogal eens verlegenheid toe. (Wees dus lief of onzichtbaar tijdens deze observatie). Je voelt je op de vingers gekeken. Als dat gebeurt bij de beginneling, is die daar vaak (enigszins) gespannen over. Hoe uit zich dat? Lacht de beginneling iets weg? Gaan de handen trillen? Wordt oogcontact vermeden of krijgt de leerling een hoofd als een biet?

Kijk mij eens!

En dan is daar het moment dat de beginneling ergens een overwinning boekt, of er een belangrijk kwartje valt. Een moment van trots! Kijk eens wat er dan gebeurt en hoe dat in het hele doen en laten een verandering in houding (fysiek of mentaal) teweegbrengt. Wordt de beginneling enthousiaster, zelfverzekerder, arrogant…? Wat doet dat voor het verdere leerproces (denk je)? Gaat het dan ineens hard, wordt de beginneling overenthousiast en gaat het fouten maken of wordt de arrogantie de uiteindelijke vaardigheid fataal, door een samenloop van omstandigheden?  

De comfortzone uit

Dit beginnersproces is goed om eens onder de loep te nemen op het moment dat je schrijft over de held die de comfortone uitgaat. Op dat moment in het verhaal is die nog een beginneling. Houd deze fases in het achterhoofd om je held natuurlijk te laten groeien, in plaats van een Mary Sue die zich halsoverkop in elk avontuur kan storten, zonder dat er iets op het spel staat of fout kan gaan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door OPPO Find X5 Pro verkregen via Unsplash

Wat doet de trope van een misverstand met het plot?

“Had dat dan gezégd!” Dat citaat is niet ongewoon, in het echte leven, maar ook in boeken. Want já, zeg één ding wel of niet, en het verloop van het plot kan er volledig door veranderen. Soms is dat erg, soms kan dat je verhaal juist erg interessant houden. Hoe vind je de balans tussen ‘de mond houden’ en juist wel iets zeggen als je een goede spanningsboog in het verhaal wil houden?

Het is een misverstand!

Misverstanden zijn er in allerlei soorten en maten. Voor verhalen zijn ze onmisbaar, omdat een miscommunicatie of gebrek aan informatie een ´gat´ vormt in het plot, wat de lezer de gelegenheid heeft om de puzzelstukjes bij elkaar te zoeken. Als je alles aan de lezers en de personages zou ´voeren´, is er niets meer aan. Er is geen spanningsboog meer, personages weten hoe ze rechtstreeks op hun doel af kunnen gaan, hoeven elkaar niet meer te leren kennen… Kortom: misverstanden vormen in zekere mate de eigenlijke bouwstenen van een plot. Om een goede start te maken, volgt hier een overzicht van misverstanden die je in je plot kan gebruiken:

  • Informatie wordt onvolledig gegeven of verkeerd begrepen waardoor een personage verkeerd gaat handelen
  • Personages menen onterecht hetzelfde te denken als de ander en gaan invullen voor de ander. Denk aan iemand die romantische signalen (uit valse hoop) verkeerd leest en daardoor denkt dat de liefde wederzijds is.
  • Het wereldbeeld van het personage bepaalt de bril zodanig dat er tussen de zender en ontvanger van de communicatie iets misgaat. Vaak heeft dit overlappen met moraal. Denk aan een ouder die het kind probeert te leren dat als je geld vindt op straat het juiste moet doen: hou het niet zelf, maar geef het aan de politie moet geven. En het kind dan zegt: ik zou het aan iemand geven die honger heeft, niet aan de politie. Het is toch het juiste om mensen in nood te helpen?
  • Personages vinden elkaar heel vervelend of juist helemaal geweldig en schatten de ander totaal verkeerd in, omdat ze op hen projecteren of omdat het andere personage een masker draagt.

Wat is het doel van je misverstand?

De manier waarop je de verschillende soorten misverstanden uit kan werken is haast eindeloos, omdat er zoveel verhalen bij te bedenken zijn. Liefdesverhalen, moordcomplotten, familiekronieken, wereldgeschiedenis en alles ertussenin kunnen een misverstand met zich meebrengen. Als je gaat beginnen aan een verhaal waar een misverstand een grote rol speelt, bedenk dan vooral wat het doel is, niet zozeer wat de gevolgen zijn. Dat maakt de structuur van je plot en je verhaalthema een stuk duidelijker. Het lijkt misschien niet meer dan een verschil in mindset, maar de uitwerking kan daarmee heel veel veranderen. Kijk maar eens:

gevolg als uitgangspuntvoorbeeldresultaatdoel als uitgangspuntvoorbeeldresultaat
een relatie eindigt“Het is niet wat je denkt”Het risico op een cliché is grooteen relatie eindigthet wordt duidelijk waarom een personage geen relatie kan behoudenJe krijgt een Harry Potter onder de Harry’s: je leert een personage echt kennen
de mentor wordt vermoordde held moet zelf zijn weg zoeken Dit is geen verhaal, maar een beat in een plotformatde mentor wordt vermoorder wordt duidelijk hoe gevaarlijk de vijand isDe spanningsboog loopt op
het kind leert opkomen voor het goedeer moet een enkele dramatische gebeurtenis aan vooraf gaanhet verhaal werkt toe naar een gebeurtenis, niet naar de reis van een personagehet kind leert opkomen voor het goedeHet kind leert moedig te zijnDe groei naar moed kan een pageturner worden

Wanneer gaat een misverstand in een verhaal te ver?

Een misverstand – hoe groot of klein ook- kan te ver gaan. Dat kan je vrij makkelijk herleiden: vraag jezelf af: was dit nou echt nodig? Je kan die zin benaderen vanuit het oogpunt van de lezer, maar ook vanuit het oogpunt van jou als schrijver.
Neem het voorbeeld van iemand die niet durft op te biechten verliefd te zijn en later in het verhaal dat zegt. Uiteindelijk wordt het toch gezegd omdat de ander gaat emigeren en wordt het ‘nu of nooit’.
“Had het dan gezegd! Als ik wist dat er iemand verliefd op me was, had ik me niet zodanig eenzaam gevoeld dat ik het gevoel te krijgen beter te kunnen emigreren…”

Een lezer kan bijvoorbeeld denken:
– Wat cliché, was dat hele verhaal nou echt nodig?
– Goed dat dit gebeurt, ik wilde graag dat ze bij elkaar kwamen en ik vond de aanloop spannend. Dat was nodig!
– Je had een vriend die aanbood Cupido te spelen: hoezo heb je dat niet gedaan? Dit misverstand was niet nodig.

Jij als schrijver moet denken: waaróm is dit misverstand nodig? Denk weer terug aan de doelen van een misverstand.

– Er moet een karaktertrek van het personage duidelijk worden
– Het personage moet iets leren
– Dit misverstand legt een thema of symboliek bloot
– Het is een grote schakel voor een plottwist
– Het is spannend voor de plotopbouw

Als je weet waarom dit misverstand er moet zijn, kan je beter aftasten hoe lang het misverstand een podium krijgt en hoe groot het moet zijn. Een karaktertrek laten zien behoeft geen misverstand van een compleet hoofdstuk, maar een belangrijke aanloop voor een plottwist moet dat misschien wel.

Vervolgens kun je proberen in te schatten waarom en hoeverre het misverstand voor de lezer zichtbaar is, zoals hierboven beschreven. Zou het kunnen dat je met dat misverstand een darling schrijft? Moet je het misverstand wat langer rekken of op andere manieren laten terugkomen als het een heel thema moet dragen? Hoe verhoudt dit misverstand zich in de schakels van een plottwists, enzovoorts.

Probeer misverstanden goed af te wegen. Tenzij verwarring een centraal thema in het verhaal is, kan je (grotere) misverstanden beter slechts af en toe inzetten. Anders krijg je met een hoop deus ex machina te maken. Maar als je die afweging goed maakt, zal je lezer altijd nieuwsgierig blijven naar de afloop van het verhaal en is succes bijna altijd gegarandeerd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jon Tyson via Unsplash

De observerende schrijver: ik zie… een ambulance

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een ambulance.

Aangeleerde gewoonte

Op de basisschool wordt in Nederland tijdens de verkeersles geleerd dat je ruim baan moet maken voor de ziekenwagen als die voorbij komt rijden. Er is iemand gewond of erger, en jouw taak is om ervoor te zorgen dat het ambulancepersoneel hun taak zo snel en goed mogelijk uit kan voeren. Het kan zomaar een leven redden. Je zou dus schrikken als mensen dus níet uit de weg gaan. Maar dat is een kwestie van cultuur: in niet alle landen zit dat onderwijs of die regel, zo je wil, er zo ingebakken. De eerstvolgende keer dat je aan het verkeer deelneemt en de sirenes klinken, kijk dan eens extra goed hoe mensen handelen.  En bedenk daarna, als je veilig van de weg af bent, wat er zou gebeuren als deze situatie niet zo soepel zou lopen.

Dat helpt je om te schrijven over normale momenten die plotseling omslaan en de adrenaline of spanning te schrijven die daarbij komen kijken.

Een schokkend moment

Als er een ambulance aan komt rijden, is daar altijd wel een beetje een schok. “Komt hij mijn kant op? Sta ik niet in de weg? Hij komt toch niet mijn straat in, hè?” Iedereen reageert daar anders op, als het gaat om de mate van paniek of ongemak. Toch laat een sirene niemand helemaal koud. Kijk eens goed om je heen hoe en in hoeverre je paniek, angst of alertheid bij andere mensen ziet als er een ambulance aan komt rijden. Waar de ene kort maar alert uit de ogen kijkt en vervolgens uit de weg gaat, zal de ander misschien wat zenuwachtiger met lichte tranen in de ogen weg schuifelen. Een komst van een ambulance is een brenger van plotseling slecht nieuws in het relatief klein. Als je wil schrijven over personages die slecht nieuws te horen krijgen, is de komst van een ambulance een goede manier om te bestuderen wat de eerste acute reacties van mensen daarop kan zijn.

Spieken en helpen

Als de ambulance is gestopt, worden mensen soms een beetje ramptoerist – denk aan kijkersfiles!- of ze kijken wat ze kunnen doen om te helpen als ze in de buurt zijn.  Kun je aan andere dingen die de mensen op dat moment doen of zeggen inschatten wat voor mensen het zijn? Behulpzaam, of juist bang om in de weg te lopen? Of zo bang voor bloed dat ze niet willen zien?  Of zijn ze vol van vertrouwen dat alles wel goedkomt zodra de hulpdiensten het overnemen? Let op hun lichaamstaal, hoe snel ze doorlopen of juist blijven staan. Hoewel je van een momentopname zoals deze niet meteen kunt zeggen wat voor een persoon iemand is, kan je wel leren te omschrijven hoe je personages handelen als ze bang zijn of menen in actie te moeten komen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.