Hoe kan je zaaien en oogsten met plotpunten in je verhaal?

Wie zaait, zal oogsten. Dat zaadjes planten zin heeft om je verhaal interessant te maken, kon je in deze blogpost al lezen.
Maar net zoals je een ontkiemend zaadje nog water moet geven, komt er extra zorg bij het zaaien om de hoek kijken.
In deze blogpost gaan we kijken hoe je ervoor zorgt dat de zaadjes die je in je plot plant, ook succesvol kan oogsten.

Voorwaarden van goed zaaien in een creatieve tekst

Je weet van vorige week misschien nog wel dat een zaadje kort en krachtig moet zijn om zichzelf later goed te kunnen uitbetalen. Maar hoe klein een zaadje ook is, zomaar iets opschrijven is ook niet handig. Dan wordt dat ene zinnetje dat een heftige reactie moet geven, ook maar vergeten tussen al die anderen. Bedenk daarom eerst een wat je zaadje moet doen.
* Moet het plotpunten aan elkaar verbinden?
* Moet het de lezer empathie laten voelen voor het personage?
* Moeten relaties van personages onderling duidelijk of verstevigd worden?
* Moet het alvast een hint geven van wat komen gaat?
* Moet het dienen als een show don’t tell?

Ik kan hier eindeloos theoretisch uitleggen, maar een reeks scènes van Pixar’s meesterwerk Up laat dit duidelijk en briljant zien. Dit stukje zit vrijwel aan het begin van de film, dit stukje komt er direct na. Het derde fragment is aan het eind van de film. Ga eerst maar eens genieten van tien minuten schrijverskwaliteit voor je verder leest. Hou tissues paraat!

Effectief zaaien bij een creatieve tekst

Ik kan hier misschien wel tien dingen aanwijzen in Up waar zaaien en (zéér succesvol) oogsten zichtbaar is. Om maar bij het begin te beginnen: de zaadjes moeten klein zijn, willen ze hard aankomen.
Een paar van de duidelijkste en de mooiste zijn:
* het kruisje slaan op het hart om iets belangrijks te beloven.
* ‘Adventure is out there!’ als slagzin voor niet alleen kinderlijke verwondering, maar ook als verwijzing naar het verhaalthema van leven en verder leven na rouw.

Hou het eigenlijke zaadje klein, maar zorg wel dat het veel gewicht heeft. Een enkele slagzin die een aantal keren terugkomt, werkt veel beter dan een herhaling van een groots gebaar dat vele regels, alinea’s of zelfs hoofdstukken doorgaat. Kijk maar naar dit schema:

Klein/ kort Groots/ veel woorden
Het is subtiel in de tekst verweven, waardoor het natuurlijk leest Het leest vaak bombastisch, om de lezer toch vooral te laten weten hoe die zich dient te voelen.
Het voelt persoonlijker, passender, realistischerHet leest als een boek, niet als persoonlijk verhaal. Het principe van “Dit gebeurt alleen in fictie” ligt op de loer.
Het is makkelijker te onthouden en daardoor is het vaak pakkenderJe leest eindeloos veel, maar het komt vaak alsnog op een enkele bevinding neer. Dat leest op den duur vertragend.

Je ziet het in Up ook terug. Carl kruist zijn hart maar een aantal keren, op belangrijke momenten in het plot, of wanneer dat voor hem en Ellie van persoonlijke waarde is. En wanneer het terugslaat op de heldenreis van Carl: wanneer hij het avontuur aan wil of moet gaan. Zou je hem dit elke keer laten doen als Ellie ter sprake komt, dan zou dit gebaar enorm aan kracht inleveren.

Om iets veel gewicht te kunnen geven, moet het dus belangrijk zijn. Voor het plot, het personage, het centraal conflict…
Als je heel goed kan schrijven, lukt het je misschien om met één oneliner zowel emotioneel te kunnen oogsten als het plot aan elkaar te binden als… Maar wat ook werkt, is om meerdere kleine dingen in te zetten.
Uiteindelijk is het belangrijk dat je de lezer blijft boeien. Het principe van zaaien en oogsten helpt daarbij. Denk aan een pageturner. Wat je met zaaien en oogsten doet, is in wezen hetzelfde: je geeft kleine ‘haakjes’ die een verhaal levendig en spannend houden. Met een pageturner werk je naar een bepaalde uitkomst, met zaaien en oogsten kan die uitkomst her en der door het verhaal worden verspreid.

Het oogsten in de praktijk

Wat je specifieke doel van zaaien en oogsten ook betreft, zaaien en oogsten komt neer op een combinatie van logica en actie reactie. Over dat laatste kan je in de betreffende blogpost lezen, logica kan je hier beschouwen als: zorgen dat je belangrijke gaten niet open houdt als iets zich moet uitbetalen. Enkele voorbeelden zijn:

* Als iemand een drenkeling gaat redden, komt die eerder op voor een dakloze (laat eerder onzelfzuchtigheid blijken).
* Als je personage later raketgeleerde wordt, zit er standaard een boek over hogere wiskunde in zijn tas, voor in de trein. (De liefde voor wiskunde wordt al eerder getoond.)
* Als iemand rouwt, moet de lezer de relatie van de personages begrijpen, wil de omvang daarvan duidelijk genoeg zijn om zich te kunnen uitbetalen (ga er niet zomaar van uit dat je lezer emotioneel betrokken is of raakt. Ook dat is een kwestie van zaaien en oogsten).

Nog meer dan anders is het niet mogelijk om een toverformule te geven voor effectief zaaien en oogsten bij creatief schrijven. Het is echt een kwestie van maatwerk. Een afvinklijstje maken is daarom erg lastig. Als je die al hebt, is die zeker niet zaligmakend. Maar om je toch op weg te helpen zijn hier een aantal aandachtspunten:

* Is dit zaadje dat je gaat oogsten ook echt nuttig voor het verhaal of het plot? Zo niet, dan valt het kwartje relatief minder snel of zelfs niet bij de lezer. Net als bij een plottwist is iets effectiever als het echt een functie heeft dan wanneer het slechts moet choqueren.
* Komt het zaadje en de oogst op momenten die veelzeggend en/of relevant zijn?
* Is het zaadje niet te vergezocht? Zowel letterlijk (zit het niet té verstopt in de tekst?) als figuurlijk: creëer je geen Deus ex machina of een heel geforceerde tranentrekker?

Het is altijd even zoeken, maar wie zaait, zal oogsten 😉 Er komt vast iets moois uit je schrijfresultaten!

Foto door Paz Arando op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: het laatste obstakel

n de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drieaktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week: het obstakel in de afnemende actie.

Afbeelding

Drie aktenstructuur, het obstakel in de afnemende actie

Waar staat dit verhaalelement?

De climax van het verhaal is net geweest. Dat betekent dat het verhaal nu langzaam maar zeker wordt afgerond. Dat kan je ook zien in het schema: nu begint de ‘descending action’, de afnemende actie. Het vierde obstakel is daarvan de eerste stap.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Nu de grote strijd van het verhaal in het vorige element is gestreden is, weet je lezer in zekere zin hoe het verhaal afloopt. De grote vraag op de achterflap (“Eindigen ze samen?” “Wordt de oorlog gewonnen?”) is beantwoord. In theorie kan je daarop met ja of nee antwoorden en daarmee je laatste woord schrijven. Maar dat voelt als een veel te plotseling einde, misschien zelfs als anticlimax. Dat komt omdat de lezer heeft geïnvesteerd in je personage. Stiekem maakt het die niet meer zoveel uit wat de uitkomst is van de ‘grote vraag’ van je boek. Wat je lezer wél uitmaakt, is hoe je personage zich daarbij voelt. Dat is nog onbekend zo vlak na de climax, dus dat moet je in dit verhaalelement gaan uitwerken.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Gebruik dit element om je personage op het verhaal terug te laten kijken.
Je personage heeft na de climax een strijd gestreden en daaruit komt een resultaat waardoor het leven nu nooit meer hetzelfde is, of waardoor je personage heel anders naar het leven kijkt. Door de climax, maar zeker ook door de obstakels die overwonnen zijn. Hier bedoel ik met obstakels zowel de eerdere verhaalelementen met die naam als het woord in de eigenlijke zin.
In dit verhaalelement kijkt je personage daar op terug. Hoewel dit verhaalelement obstakel heet, is het niet zozeer een echt obstakel als wel een moment waarop je personage op andere obstakels terugkijkt, nu alles achter de rug is.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

‘Waar ging het nou echt om?’ In het begin van het verhaal lijkt het duidelijk te zijn wat het doel is van je personage, maar vrijwel altijd is dat antwoord relatief oppervlakkig en is het werkelijke antwoord in wezen veel diepzinniger. Maar dat antwoord kom je pas te weten door de ervaring en kennis die zowel je personage als je lezer door het verhaal heen opdoen. In dit verhaalelement moet je weten waar het echt om ging in het verhaal. Dáár moet je je personage vervolgens op laten reflecteren. Enkele voorbeelden:

Afbeelding

Tabel

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Het is relatief makkelijk om je personage overdreven wijs of sentimenteel te laten terugblikken op het verhaal, of dat terugblikken te letterlijk te nemen. Laat je personage niet letterlijk zeggen “Ik zie nu hoe…” of laat het – als het eindelijk een kind heeft- niet tegen het kleintje zeggen: “Wat ben ik toch blij met jou.” Let hier goed op je gebruik van show, don’t tell en probeer een scène of een setting te schrijven waarop je personage kan terugblikken terwijl het leven op de nieuwe, normale manier  doorgaat.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Michael Rosner-Hyman op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zaaien en oogsten: subtiel en pakkend schrijven

Zaaien en oogsten is een van de manieren om je lezer helemaal in je verhaal mee te nemen. Je geeft ergens bijna achteloos iets prijs, om dat later te herhalen voor een emotioneel effect. Of je laat je personage iets ‘nutteloos’ leren om daar vervolgens de wereld mee te redden.

Wat is zaaien en oogsten bij creatief schrijven?

Om de lezer in je verhaal te zuigen moet je die betrekken bij je verhaal. Dat kan op veel verschillende manieren. Interessante personages schrijven, herkenbare momenten schrijven, of door zaaien en oogsten.
Zaaien en oogsten is het principe van relatief subtiel ergens in het verhaal enkele dingen naar de voorgrond te halen, om hetzelfde later in de grote schijnwerpers te zetten. Enkele voorbeelden:

ZaaienOogsten
Een kindje zegt: tijdens het spelen een keer trots tegen opa: ‘Mijn teddybeer beschermt me tegen alle kwaad.’Het kindje geeft Teddy aan opa wanneer er kanker bij hem wordt geconstateerd. Zo kan hem niks gebeuren.
Een vrouw woont een karateworkshop bij, omdat zij en haar vriendinnen eens een keer iets ‘out of the box’ willen doen als meidenuitje.De vrouw kan haar overvaller zes weken later een flinke karatetrap verkopen.
Na een marathon van Koreaanse series kent een tienermeisje de zin ‘Kan ik helpen?’ in het Koreaans.Als een Koreaan in de stad slachtoffer is van racisme, kan het meisje het slachtoffer in diens moedertaal benaderen.

Zaaien kan grote gevolgen hebben voor het plot, zoals bij de overval. Andere keren betaalt het effect zichzelf vooral emotioneel uit, zoals bij de teddybeer. Soms is datgene wat wordt geoogst, relatief eenvoudig. De Koreaan en het meisje houden er niet meteen een levenslange vriendschap aan over. Maar wat het effect van het oogsten ook is: zonder het zaaien zou het oogsten minder effect hebben of zelfs niet kunnen.

Waarom moet je zaaien bij creatief schrijven?

Neem de jonge vrouw die karate kent. Je hoeft haar niet op karakteles te laten gaan, maar ze moet wel blijk geven van fysieke dosis kracht en/ of lef. Stel je voor dat ze bang en zwak is en ze de overvaller alsnog te grazen neemt. Zowel haar vrienden als de lezer zullen dan denken: “Wauw, dat had ik niet achter je gezocht.” Het verschil is dat haar vrienden trots zullen zijn, maar de lezer met de ogen gaat rollen; dit is een Deus ex-machina.
Het is belangrijk om te weten dat zaaien niet meteen complete scènes in beslag hoeft te nemen. Sterker nog, het werkt vaak goed als het ‘tussen neus en lippen door’ gebeurt. Laat de vrouw een keer haar vader tegenspreken, vervolgens nog een keer een zware doos of tillen en voilà: een sterke, mondige vrouw!

Voordelen van zaaien en oogsten ten opzichte van een formule volgen

Als je goed zaait en oogst, zet je dus relatief subtiel iets in gang. Daarvoor moet je dus goed kijken naar wat er bij jouw verhaal past. Een formule volgen en dan succesvol zaaien en oogsten is veel moeilijker, omdat bij een formule meer van een groot geheel dan van de details uitgaat. Lees deze post en kijk naar de bijbehorende afbeelding. Vergis je niet: Nicholas Sparks doet niet aan zaaien en oogsten door een verboden liefde alsnog te laten werken, ondanks de tegenslagen. Dat is niet wat zaaien en oogsten inhoudt.
Neem The Notebook: Noah en Allie zijn als tieners verliefd geworden en ondanks obstakels alsnog met elkaar getrouwd. Nu heeft Allie Alzheimer en herinnert ze zich Noah niet meer. Maar Noah heeft hun romance in een dagboek genoteerd. Zo nu en dan herinnert Allie zich haar man weer als hij haar zijn herinneringen voorleest.
Maar dit dagboek wordt nergens echt gebruikt in de film. Er wordt enkel en alleen uit voorgelezen. Als Allie zich nu iets herinnert, is dat alleen vanwege het idee dat liefde alles overwint. Niet vanwege het principe van zaaien en oogsten. Dat is jammer, want er valt veel uit te halen, nog buiten het feit dat Allies heldere momenten dan ook daadwerkelijk ergens op terugslaan.

* Laat de verplegers aan Allie vragen of ze dat dagboek ooit gezien heeft. “Vroeger was je daar zo zuinig op…”
* Laat het dagboek in een scènes terugkomen als Noah en Allie nog jong zijn. In plaats van 365 brieven te schrijven, had Noah ook kunnen zeggen dat hij jarenlang zijn hart uitstortte in een dagboek.
.* Laat Noah het verstoppen en Allie het vinden, waardoor ze later niet alleen het fysieke boek, maar ook passages herkent.
* Jonge Allie kan het dagboek opgestuurd hebben gekregen van de jonge Noah. Als zij het dan jarenlang voor haar ouders heeft moeten verstoppen, is dat niet alleen mooie symboliek – ze moet ook haar liefde voor Noah verbergen- maar dan krijgt oude Allie in ieder geval een helder moment wat logisch te herleiden is als ze het dagboek weer ziet.

Zie je de voordelen? Als je niet klakkeloos een formule volgt, maar de unieke details het werk laat doen, blijkt dat de schrijver ook moeite heeft gedaan om de personages te leren kennen. Een ‘spontaan’ helder moment bij dementie is aandoenlijk, maar het is zoveel mooier als er ook nog iets achter zit wat de personages ervoor hebben moeten doen, of meegemaakt. Bovendien beloon je de lezer als die zaait: “Je bent bij de les gebleven en daarom mag je nu genieten van het emotionele effect van de blijdschap/opluchting/ het warme gevoel dat het zaaien je geeft.”

Zaaien en oogsten: kort en krachtiger

Zoals je misschien al hebt gezien, is zaaien en oogsten in zekere zin een show don’t tell. De vrouw die eerst een grote mond opzet is een voorbode in show don’t tell vorm gegoten: deze vrouw is niet bang aangelegd. Daarna tilt ze een zware doos op: ze is sterk. Deze voorbeelden zou je kunnen zien als oneliners; aan dat soort voorbeelden besteed je geen handvol alinea’s. Deze korte ‘zaadjes’ zijn doorgaans effectief, omdat het alternatieve uiterste vaak geforceerd overkomt. Als je je heldin ieder hoofdstuk voor de zwakkeren op laat komen, of haar een bodybuilder maakt, is een overvaller afweren niet indrukwekkend meer, Je lezer zou dat zelfs als cliché kunnen zien. Korte zaadjes vallen niet zo (duidelijk) op, waardoor het oogsten logisch en natuurlijk overkomt, zonder meteen te lezen als een sarcastisch ‘Goh, dat zagen we echt niet aankomen…’

Hier schrijf ik hoe je zaaien en oogsten in de praktijk kan brengen.

Foto door Jametlene Reskp op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: de climax

n de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drieaktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week is het moment van de waarheid: de climax!

Drie aktenstructuur, de climax

Waar staat dit verhaalelement?

De aftrap voor derde akte was hiervóór met de derde clue gegeven en na de climax gaat de spanningsboog geleidelijk aan weer naar beneden. Je weet waarschijnlijk wel wat dat betekent: dit is het punt van actie. Niet zomaar actie, maar de actie waar je het hele verhaal al naartoe aan het werken bent.  

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

In dit verhaalelement mag je de lezer verwennen. Die hoeft nu even geen verbanden te leggen met wat is, wat was of wat gaat gebeuren en waarom dingen zo gelopen zijn. Laat de lezer gewoon van de zich ontvouwende actie genieten. Zoals gezegd: dit is het punt van actie, actie, actie! In zekere zin moet je het ook niet gecompliceerder maken dan dat. Laat de actie zijn werk doen.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Dit is waar je hoofdpersonage al die tijd naartoe geleefd heeft. Dat is het uitgangspunt. Soms maakt dat de climax makkelijk om te schrijven: als je topsporter eindelijk op de Olympische Spelen staat, in welk verhaalelement van het drie-aktenstructuur zou de race om de gouden plak dan toch moeten komen…?
Maar soms loopt het leven van je personage niet zoals verwacht, of ontvouwt het zich anders dan je personage hoopte. Bedenk dan: vanaf hier gaat het leven van je personage onherroepelijk veranderen. Wat maakt dan dat onherroepelijke moment? Dat is de passende actie passend bij de climax. Dat klinkt nu misschien nog wat vaag, maar in de laatste verhaalelementen zal duidelijk worden dat na een climax het leven van je personage altijd en onherroepelijk verandert ten opzichte van het oude leven.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Net als de lezer hoef jij als schrijver hier ook niet over talloze dingen je nek te breken of zaken onnodig ingewikkeld te maken. Schrijf gewoon met het idee dat de actie van de pagina’s af moet spatten. Bedenk echter wel wat voor actie passend is bij je verhaal. Knallende geweren zijn niet passend voor een verhaal over een zwangerschap. En in een verhaal over een veelbelovende loopbaan zal je niet over de uitkomst van de laatste blind date gaan schrijven.  
Als je twijfelt wat passende actie is, kan je verhaalthema een fijne houvast bieden. Om je op weg te helpen is hier nog een vraag die je jezelf kan stellen: is de nodige actie vooral fysiek, emotioneel of mentaal van aard?

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Het klinkt misschien als een open deur, maar houd de afloop van het verhaal geheim. Let op: van het verhaal, niet van de climax. Uiteindelijk wint je generaal de veldslag of niet. En dat gebeurt allemaal in de climax. Daar valt dus niet veel te sjoemelen. Maar je kan wel op allerlei manieren gaan verklappen wat een bepaalde uitkomst van dit gevecht voor het verhaal heeft. “Als we winnen, zal ik dolgelukkig zijn, want dan kan ik mijn zoontje weer zien.” “Als we verliezen, dan betekent dat de ondergang van het koninkrijk.” Niet zo snel, enthousiaste schrijver, we hebben nog drie verhaalelementen te gaan. Die zijn er voor bedoeld om dit soort afrafelingen – of spoilers –  te voorkomen. Beperk je in de climax tot de actie en denk dus niet te ver vooruit.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Caitlin Wynne op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe neem je de actualiteit mee in je boek?

Als je schrijft over geschiedenis, is bedenken wat je moet opschrijven makkelijk: je doet schrijfonderzoek. Maar hoe bepaal je wat je mee moet nemen als de geschiedenis op dat moment in de maak is?

Actualiteit versus geschiedenis in de maak

Om te bepalen wat geschiedenis in de maak is en wat actualiteit is, kan je een aantal dingen afwegen.
* Heeft deze gebeurtenis grote gevolgen?
* Heeft het gevolgen op grote schaal?
* Is de gebeurtenis uniek?

Als het antwoord drie keer ja is, dan heb je hoogstwaarschijnlijk te maken met iets dat de geschiedenis in zal gaan, en niet slechts eenmalig op de voorpagina van een krant komt te staan. Voorbeelden van de afgelopen jaren:
* De covidpandemie
* Brexit
* De bestorming van het Capitool in de Verenigde Staten
* De oorlog in Oekraïne

Soms is er een grijs gebied. Zo is de vluchtelingencrisis van 2015 wel onderdeel van de Europese geschiedenis van dat jaar, maar toen het Rode Kruis de vluchtelingen moest helpen die wekenlang buiten moesten slapen in Ter Apel was dat actualiteit. Soms maakt hoe lang iets duurt, hoe vaak of waar iets gebeurt, of zelfs waar je zelf woont, het verschil tussen actualiteit of geschiedenis in de maak. Een voorbeeld van dat laatste:

Op 8 juli 2022 werd de Japanse oud-premier Shinzo Abe vermoord. Om je een beeld te geven hoe vreselijk de Japanners geschrokken moeten zijn van een moord op hun oud-premier: je kan Japan bijna overdreven veilig noemen. Ik liep als vrouw alleen ’s avonds laat door donkere steegjes en zocht die zelfs op… Voor iemand die nooit in Japan is geweest, klinkt dat belachelijk. Mede Japan-vakantiegangers: we zijn het er vast over eens dat daar de lekkerste en gezelligste restaurantjes te vinden zijn. Tel er nu dit nieuwsbericht van 22 november bij op. De moordenaar van Abe zou hem linken aan een sekte. Dat blijkt niet alleen waar te zijn, dat geldt voor de helft van de partij van Abe. Ongetwijfeld gaat dit schandaal de Japanse (politieke) geschiedenisboeken in, hoe het dan ook af mag lopen. Hier in Nederland staan we er nu al (red. december 2022) niet zo veel meer bij stil.

Afwegen van belangen voor je verhaal

Misschien zie je na het voorbeeld van de vermoorde Abe en het Japanse sekteschandaal al welk punt ik ga maken. Het eerste wat je na moet gaan is in hoeverre de geschiedenis in de maak jouw personage of jouw verhaallijn ook daadwerkelijk beïnvloedt en op wat voor manier. Neem de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis. De winter komt eraan en omdat de oorlog nog volop gaande is, weet niemand wat er zich nog gaat ontwikkelen en hoe erg die gevolgen gaan zijn. Zowel in Oekraïne als hier in Nederland, waar veel mensen wakker liggen van de energierekening.
Maar: is jouw personage iemand die daar ook van wakker ligt? Als die anno december 2022 miljoenen op de rekening heeft staan en trouwplannen maakt…
Meer dan gewoonlijk moet je als je verhaal in het hier en nu afspeelt uitgaan van het wereldje van je personage.
Stel dat je in februari van 2020 net de laatste bladzijde van een familiekroniek schreef die zich afspeelde van 2000 tot 2020. Als je de actualiteit te veel meeneemt, wordt je hele slot en dus ook je boek halsoverkop compleet anders. Dat doet je verhaalthema, centraal conflict, structuur… – alles eigenlijk- geen goed.

Als je de actualiteit te serieus gaat nemen, is de kans erg groot dat je verhaal eindeloos moet herschrijven.

Bedenk ook in hoeverre je boek geschiedkundig gezien zich ook exact in een bepaalde tijd moet afspelen. Als mensen rondlopen met smartphones, leven we in de jaren ’10 of later. Maar tenzij er iets binnen een bepaalde tijdspanne gebeurt wat belangrijk is voor je verhaal (zoals je topsporter die in 2012 naar de Spelen in Londen gaat), probeer dan te voorkomen dat je een exacte datum noemt. Hou het dan bij die vage beschrijving van het recente decennium of tijdperk, om te voorkomen dat de actualiteit/ geschiedenis je ‘in kan halen’. Mocht er toch iets gebeuren waar je qua jaartal niet omheen kan, dan kan je je verhaal alsnog zonder problemen verschuiven naar een ander jaar of andere jaren.

Onontkoombare geschiedenis

Soms kan je echter niet om de geschiedenis heen. Stel je voor: het is begin 2020 en de eerste signalen van massale covid-uitbraken en lockdowns in Italië komen in het nieuws. Het gerucht gaat dat ook Nederland volledig op slot gaat. Je weet op dit moment nog niet of dat waar is en wat voor invloed dat gaat hebben op je personage, maar dat het invloed gaat hebben is onvermijdelijk. Het is vrijwel onmogelijk om daar met een neutrale blik over te schrijven. Al is het maar omdat jij als schrijver – ook maar een mens van vlees en bloed- je daar zorgen over maakt en wil weten hoe dit af gaat lopen. Probeer dan zo veel mogelijk in het hier en nu te blijven.
Je mag de actualiteit benoemen, maar doe dat dan niet met een tell: “Ik zag iedereen zich zorgen maken over de komende lockdown. Zou het echt zo ver komen? Dat zijn ongekend drastische maatregelen, is dat echt nodig?” Vergeet hierbij niet dat een tell niet alleen op zinsniveau, maar ook op alineaniveau en zelfs hoofdstukniveau voor kan komen.
Probeer voorspellingen koste wat kost te voorkomen. Je personage/ jij mag ergens op hopen, maar om op voorhand een hele (alternatieve) geschiedenis te creëren, dat gaat te ver.

De geschiedenis afwachten

Omdat geschiedenis in de maak zo onvoorspelbaar is, weet je niet waar je aan toe bent. De ene veldslag kan actualiteit lijken, maar geschiedenis blijken op het moment dat het gebeurt, of andersom. Kijk dus of je geschiedenis ‘af kan wachten.’ Een veldslag op 1 januari? Schrijf daar in maart of april over, zodat je weet wat de daadwerkelijke grote gevolgen zijn. Bijkomend voordeel is dat tegen de tijd dat je daar klaar mee bent, maart ook al wat meer geschiedenis dan actualiteit is. Mocht je ondertussen weer met de geschiedenis ‘gelijk lopen’, kijk dan eens wat je in de tussentijd ook nog kan schrijven. Gebruik die tijd bijvoorbeeld om personagebiografieën uit te breiden, of om een subplot te verstevigen.

Zo wordt schrijven over de actualiteit realistisch en blijft het ook spannend voor de lezer die jouw boek over vijftig jaar leest als alles -letterlijk of figuurlijk- lang verleden tijd is.

Foto bij artikel: little plant op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: de derde clue

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week de derde clue.

3 aktenstructuur de derde clue

Waar staat dit verhaalelement?

Dit verhaalelement komt na het moment dat je held in een crisis heeft gezeten. Nu moet er weer gewerkt worden. Zoals het een clue betaamt, wordt er weer een grote gebeurtenis in gang gezet. Deze keer leidt die naar de climax: het moment van de waarheid. Zorg er dus voor dat de gebeurtenis van de derde clue iets spannends is. Je held moet zich voorbereiden op het allerlaatste gevecht. Hoe kun je daarmee goed uitpakken?

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Je lezer weet dat je held er echt voor gaat. Als die na de crisis alsnog kan strijden, dan is je hoofdpersonage uit goed hout gesneden. Je hoeft nu niet meer te bewijzen dat je held heldhaftig is. Maar je mag de lezer zeker belonen voor het feit dat die de hoofdpersoon heeft leren kennen. Bedenk een gebeurtenis die het centraal conflict tot op dit punt samenvat.  
Begon je held als boerenzoon en is hij inmiddels uitgegroeid tot een groot krijger? Laat hem dan zijn medestrijders toespreken als ze een wapen in elkaar zetten, net voordat ze naar het slagveld vertrekken. Daarin zie je hoe je held is uitgegroeid tot de krijger die hij is. Daar plukt hij met zijn toespraak de vruchten van. En wordt de lezer eraan herinnerd wat aan de heldenreis vooraf is gegaan.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Je verhaal is inmiddels al een tijdje aan de gang. En nu de crisis is geweest, voelt de lezer ergens intuïtief aan dat het verhaal richting het einde gaat. Het is ook het begin van de laatste akte.
Maak dat ook duidelijk: het is het begin van het einde, de dood of de gladiolen komt er in de climax aan. Wat staat er op het spel als die climax straks start? Bedenk hierbij dat je held is gegroeid en dus waarschijnlijk net iets andere of verfijndere doelen heeft dan in het begin, of gewoon heel anders kijkt naar het proces. Vergelijk het met een zwangere vrouw. Als ze nog helemaal niet zwanger is geweest, kan ze zich van alles voorstellen bij het zwanger zijn, maar echte ervaring daarin heeft ze niet.
Na negen maanden zijn daar dan de weeën (lees: dat is een derde clue). De vrouw weet nog niet hoe het persen (climax) gaat zijn, maar ze heeft al wel een hele zwangerschap achter de rug. Ongetwijfeld denkt ze anders over de aanloop naar de bevalling dan in het begin. Al is het maar omdat ze naar een bevallingscursus heeft gedaan en naar zwangerschapsgym is geweest.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Kijk nog eens goed naar je eerste en tweede clue. Door het groeiproces van de held is de derde clue wezenlijk anders dan de eerste twee. Wees er zeker van dat je de derde clue niet zomaar ‘kopieert en plakt’ van de eerste twee. Je held heeft ontwikkeling doorgemaakt en die moet je goed begrijpen om de derde clue tot zijn recht te laten komen.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Onthoud dat dit verhaalelement nog altijd een clue is. Alles gaat nu richting de climax en wordt daarop voorbereid. De lezer kan de climax bijna ruiken. Maar dit is niet de climax zelf. Ga hier niet al volop in de actie, die komt later. Je mag hier alleen de actie voorbereiden. Een clue is een verhaalelement waarbij duidelijk blijkt dat er een keerpunt is in het verhaal, weet je nog? Het is een keerpunt, geen actiepunt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Hanna Morris op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een einde schrijven bij een open einde

De meeste verhalen hebben een duidelijk centraal conflict. Er zijn obstakels die overwonnen moeten worden. Dat geeft de held iets om voor te vechten. Maar er zijn ook verhalen waarin de held slechts onderhevig is aan een aantal omstandigheden en niet per se iets vaststaands of duidelijks wil of kan bereiken. Dan krijg je een open einde. Hoe schrijf je daarvoor het slot?

Spieken bij biografische verhalen voor een open einde

Het echte leven houdt zich niet aan zoiets theoretisch en door de mens bedachte schema’s. Zoals in de The Dutchess. Die film gaat over een Engelse hertogin in de achttiende eeuw. Georgiana zit vast in een liefdeloos huwelijk, terwijl haar man een affaire heeft met haar beste vriendin, die later nog bij hen in gaat wonen. Ook krijgt Georgiana nog een buitenechtelijk kind.
De film eindigt grofweg als Georgiana eindelijk een mannelijke erfgenaam krijgt, iets waar haar man haar jarenlang voor bespotte omdat ze die niet kon geven. Het zwarte scherm na afloop vatte in een paar zinnen samen dat de hertogin haar buitenechtelijke kind nog regelmatig opzocht en haar vriendin voor de rest van haar leven bij haar en haar man inwoonde. In theorie nog een uur aan drama en verhalen om te vullen. Maar toch moest de film daar stoppen, om een eindeloze afronding van ‘en toen, en toen, o ja, trouwens, dit gebeurde ook nog’ te voorkomen.
Je kan van deze film niet helemaal zeggen dat het krijgen van een mannelijke erfgenaam hét centrale conflict is voor Georgiana; daar gebeurt simpelweg te veel voor. Hoe schrijf je een einde als je geen duidelijk centraal conflict of schema hebt om van te ‘spieken’ wanneer het daarvoor tijd is?

Emotie centraal stellen

Als er zoveel op je personage afkomt, is het niet te doen om de eindjes aan elkaar te breien als je uitgaat van verhaallijnen. Kijk in plaats daarvan wat je personage emotioneel beweegt. Zoek daarvoor eerst naar de kernemotie van je verhaal. In deze blogpost kan je lezen wat ik daarmee bedoel en in deze blogpost vind je wat voorbeelden hoe je dat in de praktijk brengt. Als je uitgaat van het principe dat een personage met een ´verhaal zonder einde´ op zoek is naar een beleving (van een bepaalde emotie) dan is het einde al stukken makkelijker te bepalen. Ga maar na: als je moet schrijven over zowel een liefdeloos huwelijk als bedrog als verraad en het gescheiden zijn van je kind, dan is het veel handiger om uit te gaan van de emotie gemis dan van wat al die zaken afzonderlijk qua verhaallijn met zich meebrengen. Bij emoties speelt er de ene keer misschien woede, de andere keer verdriet, maar altijd is er sprake van gemis. Of dat nu trouw, liefde of zekerheid betreft.

Verhaalthema centraal stellen versus emotie centraal stellen

Je zou van bovenstaand voorbeeld kunnen zeggen dat gemis simpelweg het verhaalthema betreft. Toch helpt het thema in dit geval niet om te bepalen wanneer je verhaal af is. Een thema is namelijk een (terugkerend) gegeven, geen zuiver doel. Een thema is er, ongeacht of het een bepaald resultaat oplevert en hoe het personage dat beleeft. Dat geeft het ook geen duidelijk einde. Als een verslaving of de gevolgen daarvan voor de betrokkenen voort blijft duren, heb je een uitstekend terugkerend thema, maar is het een stuk lastiger om te bepalen wanneer die gevolgen (lees: je verhaal) ‘afgelopen zijn’. Als je personage een emotie moet bereiken, is daar veel duidelijker een vinger op te leggen. Een prettig gevolg is dat je aan het ‘behalen’ van die emotie vaak een concrete gebeurtenis kan koppelen. In de volgende tabel ga ik opnieuw uit van het thema verslaving. Het doel is daarbij dus uitgesproken niet om te bepalen of de verslaving al dan niet overwonnen wordt. Dat kan je ook zien: in deze voorbeelden blijft de verslaving bestaan. Maar als je kijkt naar hoe een personage bepaalde emoties ondergaat, kan dat wel een heel ander einde aan het verhaal geven.

Narratief na te streven ‘slotemotie’wordt ‘behaald’ doordat geeft de concrete scène/ het concrete einde
ultieme verslagenheidsteeds opnieuw dingen proberen die maar niet mogen baten en je mentale taks bereiken. Dochter wordt opgehaald door een gespecialiseerde hulpverlenersinstantie, omdat moeders pogingen om dochter clean te krijgen telkens op niets uitdraaien.
extreme machteloosheidhet idee: ik weet niet wat ik moet doen en daardoor bevries ik in mijn doen en laten.Een beeld waarin dochter zich nogmaals tegoed doet aan drugs, omdat niemand haar kan helpen, of in staat is haar een halt toe te roepen.
gelijkmoedigheidhet idee: ik kan niets meer aan de situatie doen en daar heb ik mee te leven. Moeder doet de deur van de kliniek achter haar dicht, nadat dochter voor de zoveelste keer is opgenomen, wetende dat er voor dochter wordt gezorgd.


Slotemoties en het willen en nodig hebben van je personage

Lees deze blogpost nog eens als je een zetje wil voor het bepalen van je einde. Die gaat wat meer uit van het centrale conflict, maar je zal merken dat er ook bepaalde emoties bij komen kijken. Lees in de blogpost goed na wat je vooraf al moet weten of bepalen als je je het einde in gaat zetten. Als je van het begin af aan weet welke kernemotie centraal moet staan om naar het open einde toe te werken, zal dat stukken makkelijker gaan. Dan weet je ook welke gebeurtenissen je in je verhaal moet verwerken. Ook zal het emotionele doen en laten van je personage logischer zijn. En dat helpt om je personage uniek en levendig te maken. Kijk ook eens goed naar de personagebiografie. Staat daar misschien iets in wat tussen de regels door verklapt waar je je personage emotioneel naartoe kan laten groeien?

Wees ook vooral niet bang om te experimenteren als je een open einde gaat schrijven. De term zegt het al: er is meer dan een optie en er is dus geen goed of fout. Probeer vooral uit wat er voor jou (w verhaal) werkt en wat juist niet.

Succes!

Foto door Patrick Tomasso op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: de crisis

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week het dieptepunt voor de held: de crisis.

Waar staat dit verhaalelement?

Het vorige element was de ramp, nu gaat de held in de crisis daar de gevolgen van ondervinden, vlak voor de derde en laatste clue. Er is net iets heel ergs gebeurd en in het volgende element moet de held zich hebben herpakt om weer de heldenrol te vervullen. Maar eerst moet blijken dat je held net als iedereen menselijk is.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

De lezer was net getuige van de ramp en weet inmiddels ook wat de held op verschillende manieren aangaat: fysiek, emotioneel en op andere vlakken. Die wil hier dus zien wat je in de crisis moet beschrijven: hoe je held diens instorting beleeft. Als je held dit hoofdstuk zou overslaan, zou die zich niet zo mogen noemen. Een belangrijk kenmerk van de held is dat die zwaktes, beperkingen of angsten vertoont. Je gaf gedurende je verhaal al aan wat die zijn en nu ga je die onthullen of in de praktijk brengen. Als de ouder gedurende het verhaal bang is dat het kind doodziek wordt, heeft het kind in het vorige verhaalelement een ernstige diagnose gekregen en valt de held nu van schrik op de grond neer.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Gedurende het hele verhaal staat je held in de schijnwerpers. Die schijnwerpers staan in dit verhaalelement zowel extra op je hoofdpersonage gericht als dat ze wat meer uitzoomen naar de rest van het spreekwoordelijke podium. Het licht zoomt in op de foetushouding die je personage nu aanneemt in zijn wanhoop. Het laat zien hoe alle emoties en angsten door je personage heen gieren en hoe het helemaal vastzit. Tegelijkertijd zoomt de spotlight ook voor het eerst echt uit om ook medepersonages aandacht te geven. Nu komen zij in beeld om te laten zien wat zij bijdragen aan het verhaal en hoe ze je hoofdpersonage helpen: niemand kan een grote missie helemaal alleen uitvoeren. Maak duidelijk dat je medepersonages een belangrijke rol vervullen. Zeker nu de held versteent.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Je held heeft een flinke ruggengraat, anders redt die het niet tot de crisis. Maar hier moet die sterke kracht even breken. Je moet dus weten wat je breken kan en ook hoe je personage weer op kan staan voor het volgende verhaalelement. Je hebt dus een goed beeld nodig van de angsten, kunde, wensen en drijfveren van je hoofdpersonage, omdat je daar in dit verhaalelement de nuances van beschrijft. Als je alles hier algemeen of neutraal houdt, dan is de crisis niet geloofwaardig. “Ik was daar even verdrietig over, maar toen ging ik weer door,” klinkt veel te luchtig. De crisis is bedoeld om je held te laten instorten, om die vervolgens weer op te laten staan. Dat opstaan heeft nu veel meer waarde dan het had bij de eerdere obstakels.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Zorg voor een goede balans van de eerder genoemde schijnwerpers. Je medepersonages mogen niet als een onverschrokken, plaatsvervangende held alles van je hoofdpersonage overnemen. Tegelijkertijd mag je niet te veel aandacht besteden aan de ‘foetushoudingperiode’ van de held. Besteed dus niet te veel aandacht aan een van die twee opties, want dat vertraagt de vaart van je verhaal te veel.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Afbeelding: Hello I’m Nik op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Met een persoonlijke blik schrijven over een plaats

Iedere schrijver ziet dingen door een persoonlijke bril. Je kan jezelf trainen om daar alert op te zijn. Omdat een persoonlijke bril ook sterkte invloed kan hebben op je schrijversstem is het belangrijk dat je zoveel mogelijk ziet wat een bril kan vormen. Deze blogpost gaat in op aspecten van plaats.

Een bril van plaats? Hoezo?

Is er ook zoiets als een persoonlijke bril van plaats? Reken maar! De wereld wordt steeds kleiner, maar vergeet niet dat de wereld stiekem nog steeds gigantisch is. Er zijn alleen al meer dan honderd miljoenensteden op de wereld. Zo’n stad heb je niet in een week helemaal ontdekt. Laat staan alle andere dorpjes, woestijnen, nationale parken en fantastische restaurantjes die ook nog op de wereld zijn. De wereld is zo groot dat je nooit daadwerkelijk kan bevatten wat er allemaal op gebeurt. Je kan ook nooit echt weten hoe het is om op alle mogelijke plaatsen ter wereld op te groeien. Je kan er een globaal idee van hebben, maar echt een waterdicht beeld, dat is een ander verhaal. Een verhaal waarin je met een bepaalde bril naar plaatsen kijkt die je al dan niet kent.

Wat maakt een bril van plaats?

Een bril van plaats heeft natuurlijk met een bepaalde omgeving te maken, maar je zou het ook kunnen samenvatten als: gewenning. Een plaats heeft bepaalde kenmerken, die altijd terugkomen en waar je dus aan ‘wendt’. Kijk maar:

Plaatsassocieer je met dat heeft óók / X heeft dat óókde plaats heeft dus overeenkomsten met
Een boerderij in het vlakke, Westerse NederlandboerderijdierenkoeienEen boerderij in de bergen van Oosters Sri Lanka
Een moskee in de rijke Verenigde Arabische Emirateneen grote islamitische gemeenschapIndonesiëeen arm Indonesisch dorpje
Snackgigant Burger Kingongezond eten Sjefkes hamburgertenteen bescheiden zaak

Het gaat erom dat je ziet dat sommige overeenkomsten zo overduidelijk zijn (natúúrlijk zijn er dieren op een boerderij, natúúrlijk verkopen zowel de snackgigant als je plaatselijke frietzaak ongezond eten) dat je niet ziet dat er ook nog grote verschillen zijn. In de bergen van Sri Lanka heb je een heel ander uitzicht vanaf de boerderij dan die in het vlakke Nederland. Je geniet van je heerlijke verse snack wanneer je gezellig en op je gemak met Sjefke kan kletsen. Dat is anders wanneer iedereen gehaast en chagrijnig een geplette burger to go haalt bij de Burger King. Een andere plaats kan dus ook voor een heel andere sfeeromschrijving zorgen.

Wie gaat er mee naar Sjefkes hamburgertent? 😉


Wat eerst vanzelfsprekend leek, is niet langer zo. Je kijkt er plotseling met een andere bril naar.
Of andersom: soms kan je denken: wat hebben Sri Lanka en Nederland nou met elkaar gemeen? Boerderijen dus bijvoorbeeld. Deze manier van kijken naar een plaats maakt dat je een bril makkelijker af kan zetten.

Soms zijn verschillen in plaats een kwestie van tijdelijke beleving, zoals de hamburger in de snackbar. Andere keren kan het daadwerkelijk een levenslange bril vormen. Een kind dat in een Nederlands boerengezin opgroeit, gaat gewoon naar school. Dat geldt misschien niet voor een boerendochter in het verre Oosten: die moet misschien wel op het land werken om het gezin helpen te onderhouden. Dan is een verschil van geografische plaats misschien het verschil tussen een leven van weelde en armoede. Dat brengt op zijn beurt andere dingen betreft welvaart met zich mee die een verschil kunnen maken voor je verhaal.

Waar ben ik…?

Waar ben ik…? is een goede vraag om te stellen als je op een bepaalde plaats bent. Kijk goed om je heen en haal je opschrijfboekje tevoorschijn. Wat zie je? Soms is iets een show don’t tell door er alleen al naar te kijken. In een wijk met villa’s wonen rijke mensen. Soms is het niet zo overduidelijk, maar als je leert observeren – of gewoon wat langer nadenkt- kun je ook al bepaalde conclusies trekken.
* Ik ben in een bergdorpje in Niemandsland. Er wonen dus ook niet veel mensen. Waarschijnlijk is deze dorpsgemeenschap hecht omdat ze -letterlijk- niet veel andere mensen om zich heen hebben.
* Ik ben op een supertoeristische plek. Die straatverkoper raakt zijn koopwaar dus wel kwijt. Misschien is het daarom kwalitatief niet het beste en kan ik beter iets verderop een souvenir gaan zoeken?
* Ik loop door een islamitische buurt. Waarschijnlijk moet ik de wijk uitlopen als ik voor vanavond hamlapjes wil kopen.
* In de rijkeluisbuurt zie ik geen Fiat Panda rondrijden. Het is wachten op een Tesla. En dat is waarschijnlijk niet de enige auto voor de deur.

Quizje: Waar is dit? (Nara, in Japan) Foto door Timo Volz op Unsplash
Bonusvraag: Wat zegt het over mij dat ik een foto uit Nara plaats als ik iedere plaats ter wereld kan kiezen? Inderdaad, dat ik dol ben op die plaats. Als jij een foto had uit kunnen kiezen, hadden we hier waarschijnlijk een andere locatie gezien. Oftewel: je kijkt door mijn persoonlijke bril van wat ik een fijne plek vind.

Waar ben ik…?

Zodra je weet waar je bent, hebt leren observeren en de associaties bij die plaats duidelijk hebt, is het tijd voor het echte werk. Je gaat “Waar ben ik…?” aanvullen:
* Waar ben ik opgegroeid? (werelddeel, land, stadsdeel, platteland) Wat heeft dat voor invloed op je religie, sociaaleconomische status, enzovoorts? Daar kan je eindeloos verder mee brainstormen. Je zal al snel uitkomen bij de bril van je persoonlijke milieu.
* Waar ben ik naar school gegaan? (dorpsschooltje met twee houten palen en een rieten dak of een elitaire privéschool)
* Waar speelde ik vroeger het liefst? (op het voetbalveldje in het dorp, op de kartbaan in de stad, in de moederpoel bij het weiland of op het schoolplein)
* Waar ben ik voor het eerst verliefd geworden of gekust? Op een gezellig schoolfeest, of in het huis van mijn pleeggezin?

enzovoorts.

Soms zegt een exacte, fysieke plaats heel veel. (Je groeit anders op in Congo dan in Nederland). Andere keren moet je wat meer tussen de regels door lezen. Ben je voor het eerst gekust in het huis van je pleeggezin? Dat huis zelf is dan niet zo interessant meer, maar wel dat je in een pleeggezin hebt gewoond. Dat kan ook een bril vormen.

Schrijf iedere bevinding die je hebt met een antwoord op een waar-vraag op in je opschrijfboekje. Uiteindelijk word je je dan bewuster van je eigen bril. Dat helpt ook om te beseffen dat andere ervaringen en dus ook bevindingen niet per se onjuist, maar slechts anders zijn. Dat is essentieel voor een schrijver, want hoe ga je anders in de huid van je personage kruipen?

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: de ramp

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week de ramp.

Waar staat dit verhaalelement?

De ramp komt na het derde obstakel: het is het directe resultaat daarvan. Hierna komt de crisis, waar de held instort door de gevolgen van de ramp. De ramp neemt dus relatief weinig tijd/woorden in beslag. Denk aan een aardbeving. De ramp is dan de slechts luttele seconden waarin de aarde schudt. Het instorten van gebouwen gebeurt in de seconden of minuten daarna. Die minuten na de ramp vormen weer het volgende verhaalelement.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

De lezer weet waar de held voor gestreden heeft en ook waarom. Die wilde een bepaald doel bereiken en is om dat doel gaan geven. Tijdens de ramp blijft dat gewenste resultaat uit. Sterker nog, iets wat de held absoluut wilde voorkomen, gebeurt alsnog.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Het moet vooral duidelijk worden dat je held – hoe heldheftig en kundig die ook is – niet alles kan voorkomen. Zorg ervoor dat je held deze ramp overkomt; het is niet iets waarvoor de held direct verantwoordelijk is. Of liever gezegd: hieraan kan je held niet schuldig bevonden worden.

Je kan iemand moeilijk de schuld van iets geven wanneer diens acties grotere gevolgen hebben dan je kon voorzien of voorkomen. Ja, de held zette het gebeuren in gang. Maar om dan met een vermanende vinger te gaan wijzen… Dat zou je niet zo snel doen.
Als je personage een legergeneraal is die rekruten heeft getraind, zie je wel aankomen dat er een keer iemand gaat sneuvelen. De generaal heeft zijn rekruten klaargestoomd voor het slagveld, maar hij heeft zijn ondergeschikten niet vermoord. Dat heeft de vijand, een gemeen geplaatste mijn of een storm op zee nog altijd gedaan.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Voor dit element moet je weten wat de spreekwoordelijke hand van God is in je verhaal. Iets wat je met de beste wil van de wereld en met de grootste superkrachten niet zou kunnen voorkomen. De generaal kan zijn rekruten nog zo goed trainen, hij kan niet voorkomen dat ze alle mijnen weten te liggen, er een bommenwerper recht over hun hoofden gaat scheren… Het is nog altijd (de hand van) God die bepaalt of er inderdaad een val met dodelijke afloop komt. Of dat die juist gespaard wordt.
Kijk goed of deze hand van God niet te veel in het voordeel of nadeel is van je personages. Daar kan je verhaal ongeloofwaardig van worden. Maar houd vooral in gedachten dat je moet weten waar de macht van je personage ophoudt.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Let op! Het moment dat de wereld onder de voeten van de held vandaan valt, hoort niet in dit verhaalelement thuis. Het besef van wat er gebeurd is, wat voor gevolgen het heeft, het schuldgevoel of de paniek die de held vervolgens krijgt… Allemaal zaken voor latere elementen. De ramp is alleen de gebeurtenis van de ramp zelf. Het is het enige verhaalelement waarbij het niet om je held draait of hoe die het verhaal beleeft. Het gaat om de eigenlijke gebeurtenis in het verhaal.
Pas in de crisis – het verhaalelement hierna – gaat de aandacht weer naar de held en krijgt de ramp daadwerkelijke gevolgen. Daarover volgende week meer.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door John Middelkoop op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.