Zo maak je een cliché origineel: het zwarte schaap

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het zwarte schaap.

Het cliché

In de fictiefamilie heb je het lievelingskind, maar ook het zwarte schaap. Dat zwarte schaap is de rare van de familie, op een van twee manieren. Dit personage is daadwerkelijk een vreemde vogel, of het is iemand die het veel beter weet dan de kortzichtige familie en gewoon verkeerd begrepen wordt.

Waarom stoort dit cliché zo?

Omdat het cliché zwarte schaap ofwel de rare is, ofwel de onbegrepen held, ga je uit van een situatie die heel erg zwart-wit is. Daarbij loop je het risico dat ook jouw zwarte schaap als held in een van twee uitersten valt.
In het geval van de verkeerd begrepen persoon kan die eindigen als een arrogante Mary Sue van de bovenste plank.
Het rare figuur kan een valse held worden: iemand die beweert verkeerd begrepen te zijn en daardoor alleen maar klaagt en zeurt. Klagen en zeuren is passief, dus dodelijk voor een plot waar altijd een zekere actie-reactie moet zitten.

De oorzaak van het cliché: makkelijk drama

Je familie is de kring van mensen die traditioneel wordt gezien als de mensen die onvoorwaardelijk van je houden. In fictie wordt dat bijna gezien als een vaststaand feit. Als je dat doorbreekt, heb je vrij snel de empathie van de lezer én een belofte aan drama en intriges. Er moet per slot van rekening wel iets heel ergs gebeurd zijn om die magische onvoorwaardelijke familieliefde te laten wankelen. Dat lijkt een formule voor een automatisch goed geschreven pageturner vol drama. Drama? Jazeker, maar goed geschreven is iets anders.

Het cliché fiksen: het zijn maar mensen met waarden

Om het cliché te fiksen, zoek je naar een objectieve reden waarom het zwarte schaap niet in de familie past. Denk aan: het is iemand die over emoties kan en wil praten, terwijl dat in de familie taboe is. Of dat in een rijke artsenfamilie jouw held tevreden is met een sober bestaan en een baan die niet hoog in aanzien staat.
Kijk vervolgens per familielid in de personagebiografie en wat diegene aan persoonlijke waarden of geschiedenis heeft die voor de botsing met het zwarte schaap zorgen. Je kan ook een ‘familiebiografie’ maken voor een meer algemeen overzicht om zo de rode draad te ontdekken.
Vergeet even dat deze personages familie zijn en daardoor aan elkaar verwant of gebonden zijn. Wat maakt dat zij als mensen met elkaar botsen? Maak dáár het conflict van. Dat kan je versterken door het feit dat je als familie soms dingen moet oplossen of uitvechten, zoals de welbekende erfenis. Maar waak ervoor dat je zwarte schaap te veel in het middelpunt van de hele familiekroniek komt te staan. Als je voor het thema ‘onbegrepen voelen’ wil gaan, kan dat ook op andere manieren. Een familie heeft vaak te veel personages die uitgewerkt moeten worden om het zwarte schaap de aandacht te geven die het in die rol verdient, wil het verhaal daar niet alsnog van uit balans raken.

Nu jij!

Schrijf een scène van maximaal 100 woorden. Het zwarte schaap gaat hierin op een genuanceerde manier om met de botsende familiewaarden.  

Tips voor het verminderen van het cliché

  • Laat het zwarte schaap in de spiegel kijken: wordt het inderdaad om ‘verkeerde redenen’ vreemd aangestaard? Een held met zelfreflectie is interessant om over te lezen.
  • Als het zwarte schap verkeerd begrepen wordt, laat het dan niet koste wat kost een plaatsje in de familie willen houden of verwerven. Voorkom onnodig drama en laat je held (ook) elders heil zoeken. Trap niet in de val dat drama en wijzende vingers een verhaal kunnen blijven dragen: daar valt het eerder bij stil.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.
Foto door Jose Francisco Morales verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je over vergiffenis

Iemand vergeven is in een boek een belangrijk moment en voor het personage een afsluiting van een belangrijk hoofdstuk. Maar als je het verkeerd doet, kan vergiffenis je hele verhaal afzwakken of cliché laten overkomen. Vergeven is niet altijd makkelijk, dus schrijven erover ook niet. Wat komt daar allemaal bij kijken?

Moet je personage vergeven?

De vraag alleen al of je personage moet vergeven of recht heeft op wraak, is een belangrijk startpunt. Want hiermee wordt meteen een invulling van het verhaal en een bijbehorend verhaalthema bepaald. Het hangt van de inhoud van je verhaal en van jouw persoonlijke mening omtrent wraak en vergiffenis af wat je daarmee wil doen. Neem die overwegingen ook goed mee: wraak en vergiffenis vertalen zich heel slecht naar een verhaal als je dat schrijft omdat dat zo ‘hoort’ in een bepaald genre of een plotverloop. Als dat je uitganspunt vormt, schrijf je bijna gegarandeerd een storend cliché als resultaat. Vergeven betekent dat er iets naars of vreselijks aan vooraf is gegaan. Dat is dus ook niet eenvoudig op te lossen. Doe er je voordeel mee dat je te maken hebt met een lastige situatie.

Als je ervoor kiest om vergeving te schrijven

Als je wil dat je personage vergeeft, is het belangrijk om te beseffen wat het personage is overkomen en hoe groot die invloed van dat trauma is. Onderschat niet hoe moeilijk vergeven kan zijn. Evengoed: het is ook niet makkelijk om te doen. Als je niet kan vergeven, kan je in een slachtofferrol belanden die je helemaal op slot zet: waarom ik? Hoe moet ik nu verder? Dat kan ervoor zorgen dat je zelfs in cirkel van agressie kan belanden, waarmee je anderen pijn gaat doen, zoals psychiater Olga Botcharova in een diagram heeft omschreven.

Deze cirkel is lastig te ontsnappen. Het is moeilijk om te vergeven als je je maar blijf afvragen waarom je iets is aangedaan of overkomen. Daarvoor moet je volgens dit schema rouwen, iets wat vreselijk lastig kan zijn en de nodige moed vergt.

Moed + rouw = vergeven

Moed en rouw zijn vanuit verhaalperspectief zaken waar je zowel veel mee kan als mee moet, als je over vergiffenis schrijft. Maar die gelukkig ook meteen een sterk verhaal met zich meebrengen als je de moeite neemt die goed uit te werken.

Moed is belangrijk omdat het het centrale conflict van het verhaal vertegenwoordigt of moet dragen. Voor een centraal conflict is moed zichtbaar in:
– Je personage wordt uit diens comfortzone gehaald.
– De situatie is voor je personage ongemakkelijk, gevaarlijk, naar of eng.
– Je personage heeft iets te verliezen als het actie onderneemt of iets zegt.
– De omstandigheden dwingen je personage om het conflict zelf aan te gaan.

Dat is dus nooit makkelijk. En dan komt daar ook nog eens rouw bij. Om te kunnen vergeven, moet een personage zichtbaar rouwen om datgene waarmee het worstelt of geworsteld heeft. En ook voor rouw is er moed nodig. Laat je dit uit de vergelijking, dan zal het voor de lezer lijken alsof je personage zegt: “Ach ja, ik vergeef wel. Het was mijn trauma maar.” Daar heb je dan meteen een Mary Sue te pakken.

Vergiffenis als rode draad in het verhaal

Hoewel vergiffenis richting of op het einde van je chronologische verhaal voorkomt, moet het als uitgangspunt als een rode draad door je verhaal lopen. Dat hoeft niet per se als verhaalthema. Maar wil je het einde en die vergeving het nodige gewicht geven, dan moet je dus het heftige dat vergeven moet worden en de bereidheid tot die vergeving komt, in het verhaal meenemen. En dat doe je niet in twee hoofdstukken. Als houvast voor jezelf kan het wel overzichtelijk zijn om vergeving als (sub)thema in je verhaal mee te nemen Al is het maar om te voorkomen dat het te veel op de achtergrond raakt.

Dit moet je weten over je personage bij vergiffenis

De personagebiografie is bij schrijven over vergiffenis onmisbaar. Iedereen heeft een eigen geschiedenis of een eigen karakter dat ervoor zorgt dat het moeilijker of makkelijker maakt om te vergeven.
Denk hierbij aan dingen als: als het personage uitzonderlijk empathisch en een hoog emotioneel IQ heeft, dan is vergeven relatief makkelijk. Maar iemand die keer op keer op heer in de steek is gelaten, zal dat moeilijker vinden, omdat vergeven naar verloop van de tijd niet meer voelt als iets dat nut heeft of emotioneel heeft.
Maar ook: wat vindt je personage belangrijk?
Stel dat je personage het erg belangrijk vindt dat vrienden aanwezig zijn op een verjaardag. Die heeft dan iets te vergeven als vrienden dan meerdere keren afwezig zijn bij verjaardag. Dat terwijl een ander personage de schouders ophaalt en denkt: als ik je maar regelmatig zie, kan (de exacte dag van) mijn verjaardag mij niet zo veel schelen. De liefdestaal kennen kan helpen bepalen waar je personage pijn gedaan kan worden en dus ook moet gaan vergeven.

Als er vergeven kan worden

Als je personage in staat is om te vergeven, dan kan het verder met het leven. Dat klinkt cliché, maar in dit geval is dat gerechtvaardigd, zoals je in het cirkel van agressie en verzoening kon zien. Dat betekent dus ook dat als je personage een heftige gebeurtenis kan vergeven, het een nieuw begin betekent. Een nieuw begin aan het eind van een boek, vraagt om de juiste toon bij je einde. Kies je voor een bitterzoet of gevoelvol einde. En die einden hangen dan weer samen met de juiste willen versus nodig hebben voor je held in het verhaal.

Kortom: schrijven over vergiffenis is niet zomaar iets wat je nog als een laatste extraatje in een subplot kan toevoegen. Voor of achter de schermen is het een gigantische drijfveer voor zowel je personage en het plot. Gaan we vergeven of niet? En zo ja, dan moet er hard gewerkt worden, door zowel schrijver als personage.
Maar dat maakt een verhaal met of over vergevig wel een verhaal dat een unieke en diepgaande plotlijnen en personages met zich meebrengt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Alex Shute verkregen via Unsplash

Zo maak je een cliché origineel: het lievelingskind

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het lievelingskind.

Het cliché

In een familiekroniek is er van alles gaande en wordt er regelmatig ook ruzie gemaakt. Maar iemand die het nooit fout gedaan heeft of kan hebben is het favoriete (klein)kind. Want dat doet alles perfect en heeft nooit iets verkeerd gedaan. Dit kind is in sommige gevallen zelfs blind voor een familiedynamiek die aan alle kanten rammelt: wij hebben toch een fijne familie, want ík kan toch met iedereen overweg?

Waarom stoort dit cliché zo?

Om te zorgen dat er vaart in de plot blijft, moeten je personages er ‘ja tegen zeggen.’  Als je een plot schrijft, is er iets gaande. Daar reageert een personage op, met een ja, of een nee. Kijk eens naar wat voorbeelden:

Tabel

Het favoriete kind is door de manier waarop het op handen gedragen wordt, een echte ‘nee-zegger’ voor het plot.  “Nee, in onze familie gaat alles prima, kijk maar eens hoe goed Roderick alles voor elkaar heeft.” Of, als je het Roderick zelf vraagt: “Als iedereen mij goed behandeld, nee, dan doe ik geen moeite om te bedenken wat er mis zou kunnen zijn.

De oorzaak van het cliché: het begrip ‘ruzie’ verkeerd begrepen

In een familieruzie is er niets zo erg voor de buitenstaanders dat zij (‘altijd’) dingen verkeerd doen en het lievelingskind dat niet zou kunnen. Natuurlijk wel, dat is ook maar een mens. Maar ruzies die hieruit ontstaan, creëren wel degelijk conflict: die bijbehorende gevoelens schreeuwen om  wijzende vingers:
“Ja, maar jij kan ook nooit iets verkeerd doen!”
“ En jij dan, overal een drama van maken van iets waar niet eens iets aan de hand is!”

Het klopt dat ruzie een plot gaande kan houden en de relaties van de personages onderling bloot kan leggen, maar de typische wijzende vingertjes zijn daar allesbehalve behulpzaam voor.
In een verhaal gaat het er niet zozeer om wie er de discussie ‘wint’ of wie er ‘gelijk’ heeft, maar dat de lezer de personages en omstandigheden beter leert kennen.
Dat is bijna onmogelijk met het cliché lievelingskind, omdat het zelf en vele familieleden liever hun gelijk bewijzen, dan dat ze zich aan de lezer blootgeven en het plot liever in rondjes laat draaien dan dat ze willen dat het daadwerkelijk ergens naartoe gaat.

Het cliché fiksen: waarom hij/zij?

Er is een reden waarom uitgerekend dit kind de lieveling van de familie is en dat er überhaupt een lieveling heeft kunnen ontstaan in de familie.  Wat zijn die redenen en wat zegt over de familie? Maak van dat antwoord een verhaalthema en zet dat in de schijnwerpers, niet zozeer dit personage zelf. Een verhaalthema geeft ruimte, een door voorrecht verblind personage niet zo veel.

Nu jij!

Schrijf een scène van maximaal 150 woorden waarin het lievelingskind verblind is door diens eigen voorrecht, zonder dat er sprake is van wijzende vingertjes.

Tip voor het verminderen van het cliché

Zet het lievelingskind niet zoveel in de schijnwerpers van het plot als de rest van de familie dat doet. Hou de scènes waarin deze voorkeursbehandeling duidelijk wordt relatief kort en krachtig.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Ilia Bordiugov verkregen via Unsplash

Schrijfcursus dialogen schrijven: de perfect afgestemde dialoog

Ik heb iets te vertellen, dus ik trek mijn mond open. Zo beginnen gesprekken en dialogen. Maar dan moet het hoge woord er nog uit…

“Dus uhm, ja, hoe zeg ik dat…”
“Gaat alles wel goed?”
“Nu je het vraagt, eigenlijk niet echt. Uhm, mijn vrouw is ziek.”
“Ach jee, is het bij jou ook al raak? Mijn zoontje heeft vorige week…”
“Dus ja…”
“O wacht, mijn telefoon gaat”
“En nu is het afwachten…”
“Sorry, hoor. Hoe is het met je broer, zei je?”

Deze personages zijn niet goed op het gesprek afgestemd. Wil je leren hoe je een dialoog beter op papier krijgt? Dan kan je mijn nieuwe schrijfcursus volgen: De perfect afgestemde dialoog.

Daarin leer je hoe je een vlotte dialoog schrijft. Niet alleen dat: je leert ook over de menselijke stem, waarom mensen en personages willen praten en hoe dat van elkaar verschilt. En hoe je met behulp van een dialoog je plot kan versterken en je personages onvergetelijk kan maken. Ik combineer daarbij mijn ervaringen als logopediste en schrijfcoach zodat spreken, communiceren en dialogen schrijven geen geheimen meer hebben voor je.
Kortom: je gaat het begrip ‘dialoog’ uitgebreid (her)ontdekken en er alles over leren, zodat je dialogen van de bladzijden af gaan spatten.

Les 1 van de cursus: het verschil tussen gesprek en dialoog

Lekker weertje, hè?”
“Vind je? Ik ga echt dood van de hitte…”
In een gesprek tussen mensen kan dit gesprek nog rustig  een paar minuten doorgaan, maar in een geschreven dialoog gaat het eerder verder als:“O. Nou, ik niet hoor.”
Punt. Einde verhaal. Soms vrij letterlijk. Tenzij je de dialoog uitschrijft alsof het een gesprek is tussen mensen, maar dan legt je lezer het boek alsnog weg. En is er nog steeds geen echt verhaal. Want een gesprek over koetjes heeft geen conflict, geen spanningsboog.

In de eerste les van de cursus ‘De perfect afgestemde dialoog’ leer je waarom gesprekken tussen echte mensen niet hetzelfde is als een dialoog tussen twee personages en hoe een dialoog soms heel anders lijkt te klinken dan hoe hij op papier staat. Ook leer je welke rol de menselijke stem daar in kan spelen. Je gaat dus ook kennismaken met de stem.
En wist je al een dialoog meer moet zijn dan alleen twee personages die gezellig babbelen? In deze eerste les leer je ook wat de functie is van een dialoog en hoe je die voor het plot en de spanningsboog in kan zetten. Met vijf opdrachten om te maken, zet deze les je meteen flink aan het werk.

Les 2: ‘Ik heb iets te vertellen’ waarom praat je personage?

Waarom praat je personage eigenlijk?

Die vraag staat centraal in les 2 van de schrijfcursus: ‘de perfect afgestemde dialoog’. Je personage  heeft iets te zeggen, zoveel is duidelijk. Maar is het boos, of blij en wil het daarom een woordenstroom op papier loslaten? En waarom heeft het juist deze gesprekspartner uitgezocht? Is de geliefde alweer het slachtoffer van geklaag over een lange werkdag, of is er juist iets te halen bij een klasgenoot?
Dit zijn zaken die aan bod komen in een dialoog, maar ze hebben effect op je algehele plot en de spanningsopbouw daarvan. Daar ga je in deze tweede les van de cursus naar kijken.
Ken je een spraakwaterval van wie je wel eens zou willen dat er een timer op de spreektijd zat? Verrassing: een personage heeft die een, want als een personage op ieder moment en eindeloos zou mogen praten, is er niets meer van een plot over. Het moet zijn ‘two minutes of fame’ goed uitkiezen: spreken is voor een personage een voorrecht. Hoe dat zit, leer je ook in deze tweede les.  

Les 3: komt dat uit jouw mond? Uniek taalgebruik van een personage

“Aju paraplu, Harry!”  Je zou er wel even van staan te kijken als dat uit de mond van Perkamentus zou komen. Terwijl het juist perfect past bij je jolige buurman Cor.
Ieder personage heeft dus een eigen figuurlijke stem. Aan het taalgebruik kan je vaak al merken wat voor type het is. Maar je kan daarmee veel meer dan alleen een type neerzetten. Je kan met het taalgebruik zelfs duidelijk maken aan de lezer hoe je personage door anderen gezien wil worden.

En dan is daar de letterlijke stem nog: de reden dat deze cursus aan zijn naam komt.
In les 3 krijg je ook een handjevol logopedische inzichten mee, zodat je op een realistische manier een spreekstem voor je personage kan kiezen.
Kan je daar iets mee, dan? Jazeker! Bij bepaalde stemmen hebben mensen associaties. Zo kun je een symboliek versterken zonder dat het er duimendik bovenop ligt. Bovendien een unieke stem kan ervoor zorgen dat je personage opvalt tussen alle andere inwoners van de papieren wereld die allemaal hetzelfde praten, omdat de meeste schrijvers weinig tot geen aandacht aan besteden.  Een stem van een personage kan dus helpen je hele verhaal memorabel te maken. In deze les  kan je met vier opdrachten ook weer lekker aan de slag.

Les 4: de drie mogelijke lagen van een dialoog: haal het beste uit je plot en je personages

Zeg jij altijd precies wat je denkt? Dan zou je het als personage in een boek niet zo goed doen…
Personages verschillen in meerdere opzichten van mensen. Een van de belangrijkste verschillen is dat ze altijd een agenda hebben. Nee, ze werken niet allemaal voor de geheime dienst. Maar waar jij en ik gewoon ons leven kunnen leiden, moeten personages er altijd voor zorgen dat het plot draaiende wordt gehouden en spannend blijft. En dat bepaalt hun manier van praten volledig.
Personages praten op drie mogelijke manieren. Een enkele keer recht voor zijn raap, meestal houden ze informatie achter of bedoelen ze meer dan ze zeggen. En soms praten ze op een manier die lijkt alsof ze inderdaad voor de geheime dienst werken.
In deze laatste les van de cursus leer je met behulp van vijf opdrachten wanneer je personage op een bepaalde manier praat en hoe je dat goed uitwerkt in een dialoog. En ook wat voor invloed dat heeft op de rest van je verhaal. Want zoals je op dit punt van de cursus al zal weten: een dialoog staat nooit helemaal los van de rest van je boek. Ben je klaar met deze les? Dan wacht er  nog een eindopdracht waarin je je schrijverskunsten kan bewijzen.

Cursus bestellen

Je kan je hieronder inschrijven voor de cursus.

Lees hier ook de inzendingen van de schrijfwedstrijd ‘Het geheime gesprek’, waarmee de winnares de cursus won.

Goed om te weten over de cursus ‘de perfect afgestemde dialoog’

  • De cursus kost 199 euro, inclusief btw.
  • Je krijgt de eerste les opgestuurd zodra aan de betaling is voldaan. Voor een vlotte afhandeling van de administratie is het fijn als je samen met je aanmelding je naam en (factuur)adres doorstuurt. In overleg is betalen in termijnen mogelijk.
  • Om je niet te overweldigen en de feedback ook ten volle te kunnen benutten, krijg je een volgende les toegestuurd zodra je met de huidige les klaar bent.
  • Feedback op de inleveropdrachten krijg je binnen maximaal 10 dagen opgestuurd.
  • Je kan de cursus op ieder moment starten en helemaal op eigen tempo volgen. Je bent aan geen enkele deadline gebonden.
  • Je krijgt geen (erkend) diploma met deze cursus: in plaats daarvan ontvang je een leesrapport van je eindopdracht.

Mocht je na het volgen van de cursus een boek in de maak hebben en nog behoefte hebben aan een redacteur, dan wil ik je natuurlijk graag helpen. Rond de cursus succesvol af en je krijgt 20% korting op je eerste bestelling uit de webshop. Proost op je schrijverschap.

Afbeelding van Belinda Fewings, verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: was het maar een droom?

‘Het was maar een droom’. Het is zowel een cliché als een einde dat je hele verhaal teniet kan doen. Want als het maar een droom was, waarom moest de lezer dan alle moeite doen om tijd en emoties in je boek te investeren? Je kan dat einde dus beter mijden. Maar als schrijfoefing kan je dit uitgangspunt gebruiken om je verhaal op de tekentafel een goede basis te geven.

Het was maar een droom… Dus het lezen niet waard

Laten we eerst eens kijken naar dit cliché en wat het zo cliche maakt. Er is een opbouw van een compleet verhaal, en uiteindelijk wordt het afgekapt. Net voor een spannend moment, waar het personage wakker schrikt. Dat werkt een anticlimax in de hand. Maar ook als je personage het hele verhaal in diens droom doorlopen heeft, blijft er met ‘het was maar een droom’ een gevoel van onbehagen achter bij de lezer.

Bij het lezen van een boek neemt de lezer als symboliek van een droom of nachtmerrie aan dat daarin precies en alleen maar gebeurt wat het personage hoopt of vreest. Maak je van alles dus een droom, dan kan dat voor de lezer aanvoelen dat de held van het verhaal ook de God is van diens verhaal en dat het dus alles zelf mocht bepalen. Zoveel macht mag je een personage niet geven. Een schrijver is de God van de papieren wereld van een personage en zelfs die heeft zich aan bepaalde regels te houden. De het-was-maar-een-droom, is daardoor dus niet genuanceerd genoeg. Het is niet af. Of zo voelt het. Voor de lezer als het om het personage gaat (Wat doet de held met diens leven nu die alles maar gedroomd heeft?) en voor de schrijver als het om het schrijfwerk gaat: hoe eindig ik een verhaal met opgedane kennis die in zekere zin niet echt is opgedaan, slechts vanaf een soort afstandje bekeken? – De droom-persona van de held heeft obstakels overwonnen, dus de held zelf deed dat niet.

Verder kijken dan dromen

Met een gedroomd plot zijn een paar van de belangrijkste zaken al uitgewerkt: de grootste angst en de grootste droom van je personage. Alleen moet je dus nog iets doen aan dat knagende gevoel dat je held zijn eigen conflict dus niet echt aangaat.
Kijk eerst eens wat je personage door zijn verhaal te dromen niet hoeft te ondergaan en schrijf dat op. Maak gebruik van het cliché dat je dromen je altijd iets willen vertellen, of dat je misschien zelfs nog een onverwerkt trauma hebt. Dus Jan met de Pet droomt dat zijn vrouw vreemdgaat en dat hij vervolgens op allerlei manieren wraak neemt? Voelt hij zich dan:
– makkelijk bedrogen?
– beroofd van mannelijke trots omdat hij de broek niet aanheeft in de relatie?
– onzeker over zijn relatie?
– onderdrukt door gevoelens van onkunde of verboden gevoelens die in deze droom alle ruimte krijgen?

Zeg het maar, waarom droomt Jan dit? En net zo belangrijk: waarom is Jan teleurgesteld, of opgelucht als hij uiteindelijk beseft dat alles maar een droom was?

Van slechts een droom naar een beter verhaal

Zet nog eens op een rij wat je al weet: de grootste droom, angst en waarom je held zich teleurgesteld of opgelucht voelt dat het verhaal niet echt is gebeurd. Daar kan je ook weer een aantal belangrijke zaken uit opmerken.
Waar ligt bijvoorbeeld de comfortzone, en wat zijn de mogelijkheden om daar weer uit te komen?
Ook is de kans groot dat je een verhaalthema kan ontdekken.

Jan droomt van zijn vrouw die vreemdgaat, omdat dat voor hem een verboden verlangen is om zelf vreemd te gaan. Hij voelt zich al jaren (seksueel) ontevreden in zijn huwelijk, zo niet compleet onzichtbaar. Zijn vrouw handelt steeds meer naar haar eigen wil. Hoewel zij geen minnaar heeft, zou zij als ze die een zou willen, brutaal genoeg zijn om die een te zoeken.

Verhaalthema’s zoeken

Verhaalthema’s die hierbij zouden passen zijn: worstelen met je onzichtbaar voelen en onderdrukte gevoelens. Dat kan op nog veel meer manieren in een verhaal worden verwerkt dan in Jans dromen gebeurt. Zo kan Jan een baan hebben die door de maatschappij onbelangrijk wordt geacht, of die vooral achter de schermen plaatsvindt. Of Jan heeft eenzijdige vriendschappen; hij wordt er moe van dat hij steeds degene is die vraagt hoe het met zijn vrienden gaat, andersom gebeurt dat niet. De onderdrukte seksuele gevoelens zou je in combinatie hiermee ook thematisch kunnen vertalen naar bijvoorbeeld een verslaving, van welke soort dan ook, omdat Jan er in ieder geval op kan rekenen dat zijn middel er in ieder geval wel altijd voor hem is en waar de onderdrukking in een verslaving wordt gekanaliseerd.

De comfortzone bepalen

Kijk dan nog eens naar de comfortzone. Jan was in zijn droom erg opgelucht dat hij zijn vrouw geen klap had verkocht omdat ze vreemd was gegaan. Normaalgesproken hoeft Jan daar niets meer mee: de droom is voorbij. Maar jij spaart Jan niet: het verhaal gaat verder en moet een heel boek kunnen dragen. Dus, Jan, jij moet er iets mee doen dat je de neiging had om tegen je vrouw uit te varen. Wat dan? In woedebeheerstingstherapie gaan? Een scheiding overwegen? Die onderdrukte wilde kant eens loslaten en brave Jantje eindelijk eens aan de kant schuiven?
Wat dat precies moet zijn, kan je afwegen aan de hand van de verhaalthema’s die je al verduidelijkt hebt. Of je kijkt in de personagebiografie wat daar (tussen de regels door) nog voor bruikbaars staat geschreven.

“Het was maar een droom.” Als je dat overweegt voor een deel van je plot, dan is dat een aanwijzing dat je je personage ergens te makkelijk mee weg laat komen. Juist op het moment dat er veel spannends of interessants te halen valt. Je hoeft je personages niet altijd te sparen. Sterker nog: van de nodige uitdaging worden ze er meestal een die je lezer ook nog na het dichtslaan van het boek onthoudt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door A. C. verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: onrealistisch romantisch

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: onrealistisch romantisch.

De clichés

Liefde op het eerste gezicht, het schattigste ‘en zo ontmoetten wij elkaar’-verhaal, de lange knappe man die er exact als er in de dromen van de heldin of lezeres uitziet. Tot slot is dit koppel goddelijk goed in bed. Zeg ‘het ultieme romantisch verhaal’ en deze clichés volgen elkaar op. Samen vormen zij Het Romantische Verhaal dat zelfs mensen die niet schrijven of lezen van voor tot achter kunnen opdreunen. Je ziet iemand en vanaf seconde een is de rest van de geschiedenis niet alleen rozengeur en maneschijn, maar ook romantisch op een schaal die de gewone sterveling nooit ervaart.

Waarom stoort dit zo?

Wat deze clichés naast de voorspelbaarheid en oppervlakkigheid zo naar maakt, is de dat grens tussen werkelijkheid en fictie hiermee vervaagt. Deze gezamenlijke clichés zijn zo hardnekkig dat we in het echte leven in meer of mindere mate van romantiek of romantische relaties verwachten dat ze zo verlopen. Zo niet, dan gaan we twijfelen.  
Natuurlijk begrijpt iedereen dat alleen papieren Romeo dagelijks rozen meeneemt, een bubbelbad voor Julia laat vollopen en eens per maand een liedje voor haar componeert. Maar de grens tussen fictie en werkelijkheid wordt vager zodra je dit hele overdreven voorbeeld langzaam maar zeker wat meer afzwakt. Dan krijg je uiteindelijk uitspraken als:

  • Hij geeft mij gemiddeld twee keer per jaar een spontaan cadeautje; hij geeft weinig om mij.
  • Onze gezamenlijke intimiteit is prima, maar niet meer dan dat. Is er iets mis met ons?
  • Ik heb haar pas bij de derde keer dat ik haar in de vriendengroep ontmoete serieus aangesproken. Is mijn aantrekkingskracht naar haar dan wel oprecht (geweest)?

Anders gezegd: in boeken is romantiek zo groots en zo alom aanwezig, dat de gemiddelde romantiek in het echte leven erbij verbleekt. Daardoor herkennen we het soms niet eens meer als zodanig. Al is het maar omdat als we één keer kibbelen met onze wederhelft dat het startsein zou zijn van het over en uit. Als je net als in een boek constant in elkaars ogen verdrinkt, denk je niet aan ruziemaken. Zo wordt romantiek – niet liefde!- veel groter gemaakt dan het is en overgeromantiseerd.  

De oorzaak van het cliché: één universele en grote liefdestaal

Boeken en films doen ons graag geloven dat iedereen een en dezelfde kijk of liefde en romantiek heeft, maar dat is niet zo. Iedereen heeft een eigen liefdestaal; de manier waarop diegene liefde uit en ontvangt. Er zijn vijf verschillende soorten:

  • Positieve woorden
  • Aanraking
  • Dienstbaarheid
  • Cadeautjes geven
  • Tijd en aandacht

In overgeromantiseerde verhalen worden al deze talen tot de macht tien uitgeoefend. Terwijl bijna iedereen ook een liefdestaal heeft die helemaal niet zo gewaardeerd wordt: “Hou eens op met die kleffe kusjes de hele tijd!”

Het cliché fiksen: kijk naar persoonlijke details

Jouw personages hebben elkaar ontmoet op een feest, zonder dat er meteen sprake was van Cupido’s voltreffer of dat er een weldoordachte koppelpoging aan vooraf ging. En toch is er iets goed gegaan, want ze zijn nog steeds samen. Kijk nog eens goed naar de verschillende details die samen het grote en belangrijke geheel vormde voor een romance. Kijk vanuit de beleving van je personage hierop terug en werk dat zo verder uit. De persoonlijke liefdestaal kan hierbij een goede houvast geven.

Nu jij!

Schrijf in maximaal 100 woorden een scène die romantisch is, zonder het te overdrijven.

Tip voor het verminderen van de clichés

  • Laat een van de vier clichés, of hoogstens twee in mindere mate de leidraad zijn voor de romance van je personages. Beschouw de rest als bonuspunten die je ze (af en toe) gunt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Atharva Dharmadhikari verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: schrijf wat je zegt te schrijven

Hoe duidelijk een verhaal en de rode draad ook in je hoofd zit, het kan altijd gebeuren dat je een beetje afdwaalt als je gaat schrijven. Dat is niet erg. Maar soms gaat dat zo ver dat je een verhaal schrijft dat leunt op een bepaald geggeven wat er helemaal niet meer in terugkomt. In deze schrijfoefening kijken we hoe dat kan en wat je kan doen om dat te voorkomen.

Klaar voor de start? Preek!

Verhalen die aan de oppervlakte een heel stevig verhaalthema lijken te hebben, maar eigenlijk alleen maar hol zijn, hebben vaak als valkuil dat wat het thema of het moraal ook hoort te zijn, niet zozeer in het verhaal verweven wordt, maar het verhaal is. Dan slurpt het al het andere, zoals de logica van een personagebiografie uiteindelijk op. Vanaf het moment dat het verhaal begint, wordt de lezer aan een personagepreek van een moraal, thema of zelfs een gegeven onderworpen.

Voorbeeld: wie heeft jou dit aangedaan?!

Een makkelijk voorbeeld van dit verschijnsel zie je in het cliché van een alfaman die zogenaamd heel zorgzaam en romantisch is naar zijn vriendin. Ze komt thuis met een schrammetje en meteen snuift meneer als een aangeschoten stier: ‘Wie heeft jou dit aangedaan? Zeg het me, dan maak ik gehakt van hem!’
Het probleem hiermee is dat ze misschien gewoon gevallen is, in plaats van dat haar vader dat gedaan heeft. Zelfs al zou dat zo zijn en zit Vriendin in een serieus benarde situatie, dan kun je je nog steeds afvragen in hoeverre je wil dat Alfa steeds met iemand op de vuist gaat.

Maar het belangrijkste voor deze schrijfoefening is: dit zou een romantisch verhaal zijn, volgens de achterflaptekst. Hoezo, in vredesnaam? Omdat iemand gewelddadig(!) voor je in de bres springt?
Zie je deze dialoog al voor je?
“Hebben jullie laast nog iets romatisch gedaan met jullie man?”
“Ja, we dronken een wijntje bij de haard.”
“Wij hebben een avondwandeling onder de sterren op het strand gemaakt.”
“Ja, hij dreigde mijn vader in elkaar te slaan.”

Iets daadwerkelijk romantisch doet Alfa in het hele verhaal niet. Hij is er alleen maar op uit om ‘te beschermen’. En dat slokt dan het hele verhaal op. Zodanig dat aan het einde van het verhaal nog geen bloemetje is gegeven.

Stap 1: neem je boodschap of rode draad onder de loep

Als je een verhaal schrijft dat het risico loopt om op eenzelfde manier een moraal, thema of personage de overhand te krijgen, kijk dan goed naar wat je daarmee wil zeggen. Denk daarbij aan iets als:
– in een relatie moet je voor elkaar opkomen
– als je spullen boven mensen verkiest, verlies je daar mogelijk vrienden mee.
– een goede moeder zet haar kinderen altijd op de eerste plaats.

Pak je opschrijfboekje: we gaan aan de slag.

Schrijf op wat iemand volgens jou moet doen om dat te verwezenlijken of te voorkomen. Dus wat opkomen voor een ander betekent, welke handelingen en opvoedstijlen optellen tot goed moederschap waarbij de kinderen bovenaan staan en waarom het afstand doen van materie iets is om na te streven.

Stap 2: blaas het op en schrap moeilijke scènes

Kijk wat je in stap 1 hebt opgeschreven en overdrijf het tot de macht tien. Zo wordt de ‘goede moeder’ iemand die als enige voor haar kinderen mag zorgen, omdat ze meent dat ze dat altijd moet kunnen en willen, omdat haar kinderen op een staan. Oók wanneer Moeder zo ziek op bed ligt dat ze niet voor haar kroost kan zorgen. Als goede moeder dient ze dat zelf op te lossen. Ondertussen hebben de kinderen twee dagen geen goede verzorger…

Dat extreme scenario wil je niet, dus verbied je moeder om nog in een scène te komen waarin er iets gebeurt waarvan je weet dat moeder het niet aankan of anders in het extreme gaat vallen wat je wil vermijden. Vanaf nu is ze in iedere scène dus inderdaad de perfecte moeder.

Stap 3 moeilijke scène

Schrijf vervolgens een scène waarin wat je voor personage verboden is, een ander overkomt. Laat je held als de beste stuurlui aan wal commentaar geven hoe het beter kan. Maar daar prikt de ander doorheen: “Een maand geleden heeft je schoonmoeder haar kleinkinderen opgehaald omdat jij na lange werkweek en slecht nieuws van je vriendin de ‘krijsers’ niet wilde verzorgen en tijd voor jezelf wilde, ook al hadden ze lichte koorts. Tot zover de kinderen die altijd voor jouw welzijn gingen…

Stap 4: personagebiogragie controleren

Kijk nog eens goed in de personagebiografie. Als het goed is, heb je daarin opgeschreven wat je personage wil en naar streeft. Maar ook waar die bang voor is en wat dus ook niet zomaar lukt. Lees tussen de regels door hoe dat op kan tellen tot wat je personage voor limiten heeft en hoe het daar tegenaan loopt. Breng die in de praktijk in de scènes waar je held het moraal uit moet dragen. Je zou je held nu moeten kunnen schrijven zonder te overdrijven of om je personage te laten preken zonder dat het doet wat het graag in de wereld zou willen zien.
Dus de goede moeder is nog steeds de goede moeder als ze zegt het even niet aan te kunnen, en deelt dat ook, zonder er alleen over te preken.

Stap 5: controleer de scènes wanneer je ze schrijft

Als je bij een scène aankomt waarin het moraal of het thema waar je personage naar verwijst wordt uitgedragen, controleer dan of je personage ook op het niveau van stap 4 ook echt iets doet, in plaats van ergens alleen maar voor te staan of naar te streven. Kijk ook nog even terug naar stap 2: overdrijf je misschien nog, of is een tandje lager voldoende om je personage een oprechte belichaming van een moraal of persoonlijkheid uit te dragen?

Als je graag een moraal wil delen, kan het gebeuren dat je een heel verhaal schrijft op basis van een onzichtbare trope. Deze schrijfoefening zou je moeten helpen dat te voorkomen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Aedrian Salazar verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de nieuwe start

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de nieuwe start.

Het cliché

Een vrouw betrapt haar man met een andere vrouw in bed. Na de nodige tranen besluit Heldin om het roer helemaal om te gooien en naar het buitenland te vertrekken om daar een eigen zaak te starten. En daar krijgt ze uiteindelijk haar droombaan, maar ook een nieuwe, véél betere partner.

Waarom stoort dit cliché zo?

Dit cliché kan je samenvatten als ‘suikerzoet medelijden’. Suikerzoet zie je terug in:

  • De nieuwe bestemming is altijd een zonnig droomland zoals Thailand of Italië.
  • Het nieuwe bedrijf of reisdoel valt in de categorie: ‘meisjesdroom’: het is een bloemenwinkel, tweedehandsboekenzaak of cafeetje, of het gaat om een schrijfretraite.
  • De nieuwe partner wachtte in Verweggistan altijd al op Heldin, zonder dat hij van haar bestaan afwist: híj is de ware, waar de eerdere partner alleen maar een hork was.

Kortom: zodra Heldin eenmaal het roer heeft omgegooid, zit alles haar mee. Behalve in die ene scène waarin afwachten is of haar bod op het pand voor de nieuwe bloemenwinkel wordt geaccepteerd.

Medelijden betreft:

Het is vreselijk als iemand vreemdgaat, maar dit cliché:

  • begint daarmee, dus je leert de personages niet eerst kennen, waardoor het verhaal oppervlakkig start
  •  melkt dat enorm uit: omdat de heldin in paragraaf 1 van hoofdstuk 1 is bedrogen, moet de lezer haar in hoofdstuk 9 nog steeds alles gunnen.
  • draagt het hele verhaal. Hoezeer de Heldin door al het suikerzoete honderd procent meezit, in dit cliché heeft ze dat allemaal verdiend, omdat haar een keer iets naars overkomen is. Dit cliché krijgt medelijden met Heldin. Ze hoeft zich nu niet meer te bewijzen, of een groeiproces door te maken. Dat maakt zowel Heldin als het verhaal flinterdun.  

De aanloop naar het cliché: de boodschap

Dit cliché heeft nauwelijks een aanloop. De relatie met de Nederlandse partner wordt kort geschetst, zodat het vreemdgaan pijnlijk is. Maar een schok, huilbui en een peptalk later zijn de koffers naar Thailand al gepakt.
De echte aanloop naar dit cliché is te vinden aan de tekentafel, in de boodschap van het verhaal. Dit verhaal gaat over ‘girlpower’.

Maar wat is nog ‘power’ als het verhaal besluit dat de hoofdpersoon van obstakels en conflicten is vrijgepleit zodra het die ene dappere stap heeft genomen om in het diepe te springen?

Het cliché fiksen: blijven groeien

Zorg er bij dit cliché voor dat Heldin tegenslagen blijft krijgen die haar echt iets leren. Geen tegenslagen die zich als vanzelf oplossen of die in het grote geheel slechts een tijdelijk probleem opleveren. Iedere held moet zichzelf gedurende een verhaal blijven bewijzen: een nare gebeurtenis overleven maakt je nog geen held in fictieland.

Nu jij!

Schrijf een scène van maximaal 100 woorden. Heldin is in Thailand en heeft een nieuwe vlam, maar nu krijgen zij ruzie. Romeo verwijt haar een gebrek aan ruggengraat en dat hij haar maar op haar wenken bedient. Laat zien hoe Heldin daarop reageert. Is ze nog in staat tot gezonde zelfreflectie of heeft ze inderdaad geen ruggengraat meer sinds Het Lot van Zonneschijn aan haar kant staat?

Tips voor het verminderen van het cliché

  • Geef Heldin een droom(bestemming) die minder zoet is, zoals een hondenwasserij starten in Drenthe.
  • Geef Heldin een gezonde dosis zelfreflectie en maak niet alles achteraf erger dan het was of hoeft te zijn. Dus de Nederlandse partner was echt ’s wereld grootste idioot, ook al voordat ze hem betrapte? Waarom is zij dan zo lang bij hem gebleven? Laat de ‘punten van medelijden’ geen troefkaart zijn voor Heldin om overal maar mee weg te komen. Ze mag als slachtoffer van onrecht niet meteen een zegenregen ontvangen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Muhammadh Saamy verkregen via Unsplash.

Zo wordt een ruzie een onderdeel van je verhaalthema

Een ruzie is in een verhaal een goede manier om vaart in het plot te houden, maar kan het ook helemaal stillegggen. Om voor een goed ploverloop te zorgen, moet de ruzie over iets wezenlijks gaan. Om het extra spannend te maken, laat je personages twisten over iets dat een verhaalthema verder uitdiept.

Wat is een goede narratieve ruzie?

In een boek moet een ruzie aan een aantal randvoorwaarden voldoen om interessant te zijn. Een ruzie moet het plot verder helpen. Schrijf dus geen welles-nietes discussie waarin de personages elkaar na afloop haten en er vervolgens niets in het verhaal verandert. Bovendien moet datgene waarover geruziet wordt, iets meer over de personges vertellen dan de lezer al weet. Bijvoorbeeld dat een personage meer geeft om vrije tijd dan om een schoon huis, als er het verweten wordt dat er meer in het huishouden gedaan moet worden. Dan kan je later over deze held onthullen dat het lastig is om prioriteiten te stellen.

Ruzie vanuit de beleving van een personage

Ruzie is in wezen heel simpel: de ene wil de ander overtuigen van diens eigen gelijk en wordt boos als de ander daartegenin gaat. Ruzies over de afwas zijn daarmee meestal niet zo interessant. Aan de oppervlakte tenminste. Als je laat zien aan de lezer dat het in feite meer gaat over hoe de personages zich niet gezien voelen in de relatie en dit niet kunnen communiceren, dan heb je een conflict, zowel in de tradidtionele als de narratieve zin.

Als er een ruzie ontstaat tussen personages, is dat een goed moment om je verhaalthema verder uit te diepen. Verhaalthema’s verkennen hoe een mens of personage een en hetzelfde principe op een andere manier beleven.
Zo betekent rijkdom voor de een een dikke bankrekening en voor de ander een simpel genoegen als regelmatig bezoek krijgen van vrienden. Laat je personages zo eens ruziemaken over een verhaalthema en hoe dat voor hen invulling heeft. Het wordt nog interssanter als er een probleem moet worden opgelost waar de neuzen dezelfde kant op staan, maar waar de uitvoering en het hoe en wat van de manier waarop voor het echte conflict zorgen.

Casus: ware liefde

“Je kan niet met hem trouwen.”
“Maar mama, hij is de ware!”
“Je zal in de goot belanden, hij heeft niet het geld om een gezin te onderhouden.”

Dit hebben we nog nóóit gelezen…

Je kan dit cliché vrij gemakkelijk omzetten naar een serieuze verdieping van het verhaalthema door de reden van de ruzie te maken en je personages daarnaar te laten handelen. Bedenk wat je met je verhaalthema precies wil onderzoeken. Probeer daar een zo concreet mogelijke vraag bij te bedenken als startpunt.
Vervolgens bepaal je de relatie tussen de personen die ruzie hebben. Zijn het moeder en dochter? Baas en werknemer? Vrienden? Als laatste kijk je wat ze allebei willen bereiken. Er is ergens een raakvlak: het is immers een gezamelijke ruzie, geen eenzijdige aanval.
Bij deze casus wordt de centrale vraag dan: wat is ware liefde nu precies? Moeder en dochter willen allebei dat dochter gelukkig is en dat zij ware liefde vindt. Moeder heeft echter het beeld dat ware liefde een zekere mate van stabiliteit vereist en dat liefde ook moet kunnen groeien. Dochter ziet ware liefde vooral als rozengeur en maneschijn: haar hersens staan nog op tilt. Anders gezegd: moeder is praktisch, dochter romantisch.
Als je bij een ruzie als deze het uitgangspunt neemt dat ‘het moet knallen’ tussen de twee vrouwen, dan krijg je de oppervlakkige welles-nietes ruzie, waar je niets mee bereikt in het grote geheel van het plot. Ga je uit van een verdiepend verhaalthema, dan krijg je argumenten en uitingen als:

“Ik hou van papa, dat weet je. Ook al heeft hij nog nooit bloemen voor me gekocht.”
“Nog nooit? En jij weet zeker dat jij nooit zijn tweede keuze bent geweest?!”
“Hoe kom je daar nou bij?”
“Hoe heeft hij jou ooit versierd?”
“Hij hielp me studeren bij mijn belangrijkste toelatingsexamen en liet daarvoor alles vallen. Daardoor heb ik nu mijn droomberoep.”
“Alsof mijn beste vriendin dat ook niet voor me zou doen… Was dat in je lelijke eendjes periode? Je zal wel hebben gedacht dat je na papa nooit meer een andere firt zou krijgen… “
“Prima, ga maar trouwen met deze perfecte Romeo. Maar als hij je dumpt omdat hij je na drie maanden te oppervlakkig vindt en toegeeft alleen maar op je leuke koppie is gevallen, is de voordeur van dit huis op slot!”

Zoals je ziet kan dit nog steeds narratief vuurwerk opleveren. Maar in plaats van meteen gelijk willen halen, begint deze discussie met een stelling die in beginsel neutraal begint en mogelijkheid biedt tot een redelijk debat: “Lieverd, bloemen zijn ook niet alles. Waarom is romantiek zo belangrijk voor je?”
Het gaat hier mis omdat dochter de themavraag ‘wat is ware liefde?’ vanwege haar emotionele kijk op liefde ook emotioneel op het gesprek reageert. Het pas dus perfect bij haar beleving van het verhaalthema.

Neem op deze manier karaktertrekken, overtuigingen en persoonlijke geschiedenis van je personage mee een ruzie in. Alleen een gelijk of ongelijk bewijzen is voor een verhaal heel saai. ‘Einde discussie, einde verhaal,’ wordt hier vrij letterlijk.
Zorg ervoor dat je in een ruzie aangeeft waar het echt om draait in het verhaal en wat je daarmee duidelijk wil maken. Geef een of meerdere personages aan het eind van de ruzie iets om over na te denken, naar te handelen of naartoe te groeien. Of de ruzie nu wordt gewonnen of niet.
Dochter zou kunnen leren dat ze haar emoties meer moet leren beheersen en dat liefde niet alleen over rozen gaat. Moeder moet misschien bedenken of zij uit angst voor eenzaamheid liefde als een luxe is gaan beschouwen en ware liefde nooit gevonden heeft. Dan krijgt het verhaalthema ‘ware liefde’ meerdere mogelijke gezichten en zijn je personages diepzinniger in plaats van oppervlakkiger.

Begin een ruzie niet met ‘gelijk willen halen’, maar stel een introductie van een verhaalthema subtiel centraal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Vitaly Gariev, verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de nieuwe moeder

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de nieuwe moeder.

Het cliché

Of het nu de traditionele boze stiefmoeder is of de moderne en lieve bonusmoeder: er komt een nieuwe vrouw in het leven van Vader. En zij is niet alleen maar zijn nieuwe partner. Het is ook meteen de nieuwe moeder van het hoofdpersonage. Tegen wil en dank, want deze trope wordt cliché zodra dat wordt afgedwongen.

Waarom stoort dit cliché zo?

Ieder cliché stoort omdat de schrijver iets wil afdwingen. Maar bij dit cliché is dat dubbelop. Niet alleen de schrijver wil een bepaalde relatie tussen moeder en kind forceren, vader en nieuwe moeder zijn daar óók schuldig aan.
Bovendien willen zowel schrijver als personages dat de nieuwe band zo snel mogelijk wordt gevormd. Een relatie forceren werkt vaak alleen maar averechts, en als er dan ook nog eens tempo moet worden gemaakt… In schrijftechnisch opzicht raffel je in zo’n geval een stevige verhaalbasis af om maar snel naar het vrijwel onvermijdelijke en vaak spectaculaire conflict te kunnen gaan. Daarmee doe je je verhaal ook tekort.

De aanloop naar het cliché: hopen op ruzie

Soms is de nieuwe partner van Vader niet alleen de nieuwe moeder, maar moet de echte moeder ook nog eens vergeten worden. Of deze kers op de clichétaart nu aanwezig is of niet, de nieuwe moeder bokst zichzelf naar de voorgrond in het gezin. Door tirannie of door overdreven lief of hip te willen zijn.
Je lezer juicht normaal gesproken mee met je hoofdpersonage, dus als die de nieuwe moeder niet mag, mag de lezer haar ook niet. De kans bestaat dat de lezer daarom gaat hopen dat er ruzie komt en Vader de kant van Kind kiest, om maar van deze vreselijk schijnheilige, gewelddadige of suikerzoete vrouw af te komen.

In feite wil je dus dat de lezer je personage het allerbeste gunt, maar tegelijkertijd ook hoopt dat die een fikse ruzie krijgt.  In verhalen is het nodig dat een personage een conflict meemaakt om te groeien in de heldenreis of om het plot vooruit te helpen. Op dat groeiproces mag een lezer hopen. Maar als die in de directe zin op een ruzie hoopt die een groot deel van het verhaal moet dragen, dan wankelt er iets aan de basis van je verhaalstructuur.

Het cliché fiksen: waarom is er een nieuwe moeder?

Vader had vrijgezel kunnen blijven, maar daar koos je niet voor vanwege je verhaalthema’s of moralen. Je wil dus waarschijnlijk dat je hoofdpersoon iets leert door de omgang met deze nieuwe vrouw. Schrijf op wat dat is en welke plaats dat heeft in het verhaal en de persoonlijke geschiedenis van je held. Zorg ervoor dat dat leerproces ook op andere manieren en momenten terugkomt, anders krijgt de nieuwe moeder te veel overwicht.

Kijk vervolgens hoe je dat langzaam en zonder al te veel drama of extreme gebaren uit kan schrijven. Wil je hippe bonusmoeder dus razendsnel met de kinderen op een ‘mamaweekend’ naar Disneyland, laat haar dan liever iedere week mee naar de speeltuin gaan terwijl de kinderen aangeven dat ze liever willen dat Vader hen daarheen brengt. Dan wordt ofwel banden smeden of een beginnend conflict een stuk geloofwaardiger en daarmee beter leesbaar.

Nu jij!

Schrijf een scène zonder te veel drama van maximaal 100 woorden waarin een kind aangeeft dat het de bonusmoeder niet ziet zitten, omdat ze zich teveel opdringt.

Tip voor het vermijden van het cliché

  • Vermijd een ruzie tussen Vader en Bonusmoeder waarbij zij in snikken uitbarst omdat ze zo haar best doet, maar de kinderen haar alsnog niet mogen. Dat leest als een conflict omwille van een nieuw conflict.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Xavier Mouton Photographie verkregen via Unsplash