Zo kan je infodumps makkelijker schrappen: de praktijk

Een infodump ontstaat als je informatie wil delen voor een bepaalde context, maar daarin uiteindelijk doorslaat. De kunst is om te weten waar die scheidingslijn zit tussen nodige en overbodige informatie. Daarvoor moet je het doel van de scène kennen, in kunnen schatten waar de interesse van je lezer op dat moment ligt en of en hoe eventuele andere zaken tussen de regels door (al) iets duidelijk maken.

De laagjes van een infodump

Een infodump bestaat als het ware uit een stel laagjes informatie. De eerste informatie is belangrijk voor beeldvorming, maar hoe meer laagjes je tegenkomt, hoe groter de kans is dat je in details verzandt. Er is geen vuistregel voor een cijfer dat aangeeft wanneer iets van informatie naar een dump overgaat. Uitzondering daarop zijn opsommingen met bijvoeglijke naamwoorden: houd idealiter twee, maximaal drie stukjes informatie aan in een lopende tekst: De jonge, blonde, slanke, vrouw. Rijk, lomp, wat er dan nog meer achter mag komen, moet je dan maar voor een volgende beschrijving bewaren.

Vertel eens wat je de lezer wil laten beleven…

Wat je bij de laagjes van een infodump moet bedenken is wat je ermee wil vertellen, in plaats van wat je wil laten zien of bewijzen. Daarbij moet je het grote plaatje van je verhaal in het achterhoofd kunnen houden Kijk eens naar de tabel:

Bewijs/ laat zien dat…ResultaatVertel eens…Resultaat
Dit een mooie man isHij had vrolijke ogen, een zelfverzekerde uitstraling een goede bouw en gespierde armenWaarom je personage deze man mooi vindt (schoonheid is subjectief!)Zijn vrolijke ogen leken op die van zijn opa en die spieren… Kreeg Arnoud maar zo’n resultaat van al die uren in de sportschool!
Dit huis oud isDe planken kraakten als je erover liep, de ramen waren kapot, en het behang was gescheurdWaarom je personage in dit oude huis moet zijnDie krakende vloer en al die spinnenwebben…Valerie zou blij zijn als ze de mysterieuze brief had gevonden
Een douche verkwikkend isJe huid is zacht, je ruikt fris, en je bent weer alertwaarom je personage zich zo vies voelt of extra fris wil zijn en de douche daardoor een uitgesproken verkwikkend moment wordt, in plaats van een routineHeerlijk, die zachte huid na wat luxe douchegel. Erika was benieuwd of Freddy de geur ervan lekker zou vinden en of hij zou merken hoe zacht haar huid was als hij die zou aanraken
deze oorlog gruwelijk isEr waren duizenden doden, overal was paniek en geweld was aan de orde van de daghoe de gruwelen van deze oorlog je personage persoonlijk rakenAlex voelde zijn maaginhoud naar boven komen na het zien van de stapel lijken. Toen hij dichtbij een geweerschot hoorde, maakte hij zich uit de voeten.

Merk op dat je een aantal schrijftechnieken in de ‘vertelkolom’ kan terugvinden, zoals show don’t tell en sfeeromschrijvingen. Maar het kan je ook iets vertellen over dingen die je in de personagebiografie hebt staan, zoals de doelen of angsten van je personage. Arnoud is misschien bang om slap te zijn, of anders heeft hij gewoon als doel om spieren te kweken en als vrolijke ogen hem aan opa doen denken, is zijn grootvader waarschijnlijk belangrijk voor hem. Andere keren worden dingen uit het plot duidelijk: Valerie heeft een mysterie op te lossen en Erika is verliefd en/of verheugd zich op een romantische dag. Met dit uitgangspunt schrijf je meer over een belevenis dan over feiten, en dat leest altijd prettiger.

Vergis je niet: je hoeft niet alle ‘droge informatie’ meteen in een show don’t tell te gieten of weg te laten. Stukjes informatie zijn ook gewoon nodig om een snel beeld van de situatie te schetsen. Zie je dat die er nog steeds staan bij de resultaten van de vertelkolom? Maar als je gaat nadenken waarom je informatie überhaupt opschrijft is het makkelijker te herkennen wanneer je van info naar dump gaat.

‘Dump’ voorkomen

Vul de bovenstaande tabel zelf eens in voor je scène of je zin. Stel jezelf daarbij de volgende vragen:

* Waarover moet deze informatie vooral iets zeggen: het plot, het personage, de omgeving, de omstandigheden…?
Probeer de informatie uit de categorieën die niet gelden in deze zin of scène te verwijderen of te verminderen.
* Wat weet de lezer al? Lees: heb je al vaker genoemd dat deze held mager is? Of misschien is je informatie gewoon algemene kennis: ‘de hoofdstad Amsterdam’. Tenzij echt benadrukt moet worden dat Amsterdam de hoofdstad van Nederland is, mag ‘hoofdstad’ weg.
* Moet de lezer dit per se weten? Is het essentieel dat de lezer weet dat je held zwarte haren heeft, of mag de haarkleur aan de verbeelding van de lezer worden overgelaten? Is het niet belangrijk, schrap het dan, of zorg ervoor dat je de informatie zoveel mogelijk spreidt. Is het wel belangrijk, bedenk dan:
– Moet de lezer dit ook (allemaal) nú weten? (Lees: in deze zin?) Zo ja, zet die informatie dan vooraan in je opsomming. Zo niet, spreid de informatie dan in je tekst of zet de informatie verder achteraan.
– Hoeveel context is er nog nodig of heb je al gegeven?
* Wat is belangrijk vanuit de beleving van je personage op dit moment? Je lezer kijkt door de ogen van je personage naar de wereld in het boek. Als het personage dan iets niet (meer) registreert, of opmerkt, hoeft de lezer dat meestal ook niet te weten. Als ik jou vraag om je bank te beschrijven, doe je dat waarschijnlijk ook met twee of drie bijvoeglijke naamwoorden. Personages zijn geen magische wezens wiens zintuigen zes keer meer registeren dan die van echte mensen. Dus ook daarom hoef je een bank niet met zeven kenmerken te omschrijven. Zie het zo:


Infodump op papier voor de lezer is hetzelfde als zintuigelijke overprikkeling in het hoofd van een personage

Zo zou je een heel eind moeten komen met het herkennen en zelfstandig schrappen van infodumps. Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Clarissa Watson verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… iets merkwaardig plezierigs

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets merkwaardig plezierigs.   

Er zijn dingen die merkwaardig plezierig zijn om naar te kijken en een bijna hypnotiserend effect hebben. Meestal zit er een subtiele, zich herhalende beweging in die langzaam maar zeker tot een ander ‘portret’ leidt of iets onthult. Geloof het of niet, met een beetje fantasie kan je als je dit goed observeert en je je opschrijfboekje paraat houdt, hier iets leren over een goede plotopbouw. 

Als concreet voorbeeld nemen we dit filmpje van de schoonmaak van een uitzonderlijk smerig tapijt.

Fase 1: wat moet hiervan worden?

In een verhaal dien je altijd te bedenken wat ervan worden moet. Wat maakt het interessant, wat maakt dat er iets over te vertellen valt? Een verhaal is dat pas als je dat er ook van kan máken. ‘Een held redt de wereld’ is een gegeven, geen verhaal. Bovendien is het zo breed (en in dit geval ook cliché) dat je je kan afvragen wat daar nog van worden moet.

Kijk eens naar het tapijt in het filmpje. Het is roetzwart: zo smerig dat je je af kan vragen of een miljoen liter water dat ding nog wel schoon kan krijgen. Waarom gooit de eigenaar het niet gewoon weg? Als het zo ranzig kan worden, dan is het blijkbaar om het omkijken naar niet waard geweest.

Fase 2: er zit iets onder

Je doet de moeite om aan een verhaal te beginnen of een vies tapijt schoon te maken, omdat je weet dat er met het nodige werk iets moois of interessants onder het ogenschijnlijke cliché of de dikke laag vuil zit. In het geval van het tapijt is dat de eigenaar waarschijnlijk duidelijk: die weet visueel exact wat hij te zien zal krijgen als het tapijt in de oude stijl terugkomt. Jij als schrijver weet dat bij aanvang misschien nog niet, maar als het kriebelt, zit er iets onder wat het schrijven waarschijnlijk waard maakt.

Fase 3 Herhaling, herhaling, herhaling

Als je een plot schrijft, kom je herhaling tegen in de heldenreis. Je held kan nu eenmaal niet meteen iets perfect doen. Dat doet de spanningsboog en het groeiproces geen goed. Maar als de held iets moet leren, mag dat er ook niet duimendik bovenop liggen. Het moet meerdere keren, met andere middelen voor hetzelfde doel. Bij het schoonmaken van het tapijt is dat goed terug te zien. Eerst komt een flinke hoeveelheid water, dan een speciale schrobmachine met een sopje, dan gaat de trekker eroverheen, komt er weer water, enzovoort. Steeds andere methoden, maar wel eenzelfde herhaling. Het is steeds schoonmaken in dezelfde banen, en er komt steeds meer kleur vrij. Zo kan een plot ook groeien in steeds hetzelfde terugkerende thema met dezelfde ‘sopjes’, maar kan het op een prettig tempo naar het einddoel toewerken. De tapijtschoonmaker is ook niet ineens klaar.

Fase 4: Het overkoepelende thema

Kijk eens wat het ‘tapijtpatroon’ van jouw verhaal is: het onderliggende thema. Waar moet alles in je plot uiteindelijk als thema, conclusie of verhaal naartoe werken?
En wat zijn jouw stofzuigers, wateremmers, sopjes en trekkers die allemaal voor dat schone tapijt zorgen? Als je varieert in methoden die net iets anders in uitwerking zijn, houd je afwisseling en blijft de geïnteresseerd in het verhaal, zonder de schrijver aan het werk te zien.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijver Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door No Revisions verkregen via Unsplash.

Zo kan je infodumps makkelijker schrappen: introductie

Infodumps zetten de tekst op slot, omdat er informatie blijft komen die helemaal niet belangrijk is voor de tekst. Soms is infodump makkelijk te herkennen, maar andere keren is het wat lastiger. Heb je een infodump voor je neus, of is het toch nog belangrijke informatie? Deze blogpost geeft een introductie over een manier die je kan gebruiken om de relevantie van de informatie in je tekst te peilen.

Korte uitleg over infodumps

Een uitgebreide introductie over infodump vindt je hier, maar kort gezegd is een infodump: informatie die niet nodig is in een tekst, omdat die te veel op details ingaat. Een makkelijk voorbeeld is het beschrijven van het uiterlijk van een personage. Je kan simpelweg zeggen dat je personage een haviksneus heeft en een magere lichaamsbouw. Je kan ook nog de oog-en haarkleur, sproetjes op de armen, lengte, gewicht, donkerte van de wenkbrauwen meenemen. Maar dan is de lezer bezig met informatie te sorteren, in plaats van een beeld te vormen van het uiterlijk. Op die manier kan een infodump je tekst helemaal verpesten. Maar soms is het lastig om te zien of een stukje informatie een infodump is of iets wat je wel moet melden voor die beeldvorming. Om dat te weten, moet je vooral beseffen wat de informatie is die je wil delen en die je moet delen. Een handig middel daarbij is om het doel van je tekst goed in de gaten te houden.

Casus: dure kersenbloesemdouchemousse

Ik ben helemaal ondersteboven van kersenbloesems. Mijn moeder heeft een tas voor me gemaakt met dat patroontje, er zit kersenbloesem in mijn bedrijfslogo verwerkt en ik word warm vanbinnen als ik ook maar één kerselaar in bloei zie staan. Dus toen ik van een vriendin een luxe kersenbloesemdouchemousse cadeau kreeg, was ik helemaal blij.

Ik had geen marketingpraatjes nodig om me erop te verheugen de eerste keer te douchen met die mousse. Het zou een ‘goedkope imitatie’ van een kersenbloesembeleving zijn. Maar hé, als ik al vrolijk word bij het zien van een centimeter knutseltape waar een kersenbloesempatroon op staat, dan was een goedkope imitatie ook vast genoeg om blij van te worden, toch? Gek genoeg niet. De mousse zelf was heerlijk zacht op de huid, maar dat kersenbloesemgedeelte, daar was niks bijzonders aan. Ik was er zelf verbaasd over. Ik besloot daarom eens te kijken wat die fles mij allemaal beloofde. Het kwam neer op: ‘Zenjapan’ uit een fles: ultieme rust en wijsheid en de majesteit van de Fujiberg, onder het genot van zacht strelende kersenbloesemgeur’.

Vriend… Het ging mij om die bloesem. Ik weet niet wat je allemaal uit de Fujiberg hebt proberen te schrapen, maar ergens is dat blijkbaar – voor mij in ieder geval- ten koste gegaan van de bloesems. Dat was genoeg geweest: die opsmuk heb ik niet nodig. Bloesems zijn van zichzelf al tof genoeg!

Op de fles van mijn minder speciale douchegel zonder kersenbloesemgeurtje staat: ‘Voor een voelbaar zachte huid en een verfrissend gevoel.’ Een beetje marketingtaal misschien, maar niet overdreven veel. Klanten moeten natuurlijk wel zeker weten dat deze douchegel in ieder geval je huid reinigt en dat je niet stinkt na het gebruik ervan ;).

Wat maakt info? Wat maakt dump?

Als je van een redacteur hoort dat er infodump in je tekst staat, of je bij je eigen tekst opmerkt dat je veel feitelijke informatie deelt of uitzonderlijk veel woorden gebruikt om een sfeer te omschrijven dan moet je dus gaan schrappen met die informatie. Maar wat is het infogedeelte van je schrijfsel en wanneer is het een dump? Mijn douchegels zijn een goede spiekbrief. Laten we het eens in stappen doorlopen. Stel dat je ongelooflijk vies bent: je bent in je badkleding een modderpoel gevallen, en die modder is nu opgedroogd. Denk aan Jochem Meijer: je bent een ‘stinkende bastognekoek’. Dan wil je je wassen en maakt het niet uit hoe luxe de zeep is. Sterker nog: douchemousse is dan misschien luxe, maar daar kan je je niet echt goed mee schrobben en dat is vast wel nodig. Dan is een ouderwets stuk zeep nog wel het handigst. Dat brengt ons bij de vraag Wat moet zeep nou eigenlijk doen, en in welke volgorde? Zeep moet:

  1. schoonmaken / hygiëne bieden
  2. je niet meer laten stinken
  3. de huid zacht achterlaten. Als die Bastognekoek weg moet, zal je huid misschien wel rood en geïrriteerd zijn na flink schrobben. Niet fijn, maar je bent tenminste schoon.
  4. je lekker laten ruiken. Lees: naar kersenbloemens, of gewoon fris.
  5. eventueel nog de majesteit van Mount Fuji kunnen oproepen. Lees: met deze zeep voelt douchen als een uitgesproken luxe momentje, om wat voor reden dan ook.

Deze ‘opbouw’ werkt ook in het schrijven van scènes. Waar de scène ook over gaat, of uiteindelijk naartoe gaat, de basis van de informatie die je deelt, is vrijwel altijd hetzelfde.

Het verschil tussen info en dump is niet altijd even makkelijk te zien. Waar het de ene keer gewoon belangrijk is dat je schoon uit de douche komt, is het voor een avondje uit ook fijn als je uitgesproken lekker fris ruikt voor je de deur uit gaat.

Dat is met een scène schrijven net zo. Is het belangrijk om te weten waarom deze Julia zo mooi is in de ogen van onze held? Je moet wel íets van vlinders laten zien, want je wordt niet zomaar verliefd. Op zijn allerminst zijn er mooie ogen in het spel. Daar kan je het in theorie bij laten, dan heb je de basis ‘info’. (Vrijwel) alles daarna wordt een ‘dump’ als het doel van de scène moet zijn dat Cupido schijnbaar willekeurig een voltreffer heeft gemaakt. Maar als Julia de eerste is die onze held een blik waardig keurt nadat hij door zijn vriendengroep is uitgespuugd om een misverstand en zich vreselijk eenzaam voelt, dan zal Julia als vanzelf nog mooier lijken en vallen ook haar mooie lippen en zachte handen op.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

In deze post kijken we naar praktijkvoorbeelden voor het bepalen of iets ‘info’ is, en wanneer iets een ‘dump’ wordt.

Foto door ian dooley via Unsplash

De observerende schrijver: Ik zie… iets grappigs

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets grappigs.  

Je ziet iets gebeuren waar je om moet lachen, of je hoort iets grappigs. Er kunnen talloze dingen zijn die iets grappig maken. Het is de moeite om daar eens naar te kijken. Zo kan je je personages beter leren kennen als je hun gevoel voor humor kent, maar ook leer je beter te kijken naar wat en waarom iets grappigs is.  

Verschillende soorten humor als eerste observatie

Er zijn verschillende soorten humor. Om er enkele op te noemen: sarcastische humor,  humor met woordspelingen, observatiehumor, parodie, satire, zwartgallige humor en slapstick. Deze vormen van humor schelen soms ontzettend veel van elkaar. Vaak is het ook zo dat  je iets over het karakter van een ander kan zeggen aan de hand van de humor die die persoon aanspreekt. Iemand die slapstick de leukste vorm van humor vindt, kan iemand zijn die niet al te moeilijk over het leven nadenkt. Hoewel je op moet passen bij dit soort aannames – iemand die een diepe denker is, kan slapstick als een gezonde tegenhanger daarvan ervaren- zijn er bij sommige soorten humor wel wat voorwaarden aan de orde. Iemand die taalkundig niet al te sterk is, zal woordspelingen niet leuk vinden, kunnen bedenken of begrijpen, bijvoorbeeld.

Wat is er nou zo grappig?

“Wat is hier grappig aan?” Je hoort het om twee redenen: iemand snapt de humor niet, of vindt die niet grappig. Stel deze vraag eens aan iemand die je kent en vertrouwd en wiens gevoel voor humor je niet deelt.  Dan zal je merken manieren van humor die soms als beledigend worden ervaren, niet zozeer ‘grappig’ gevonden worden in de traditionele zin. Die mensen lachen misschien niet omdat ze iets ‘lachen’ vinden, maar omdat zij in donkere humor  een manier vinden om wat er voor vreselijke dingen er in de samenleving gebeuren, een plaats te geven.

Of je hebt wel met iemand te maken die dat uitgangspunt naar voren haalt om een hatelijke karaktertrek te verschuilen achter iets dat sociaal geaccepteerd wordt… Vergeet dit enigszins dubbelzinnige gezicht van humor niet mee te nemen als je  een personage en diens humor een uitgesproken rol in het verhaal geeft. Gebruik daarbij je bevinden van mensen die een bepaalde vorm van humor hebben die jij om wat voor reden dan ook niet begrijpt.

Reacties op humor

Als je weet waarom mensen wel of niet ergens om lachen, kan je ook goed gaan letten op de reacties op bepaalde humor. Lacht iemand het hardst, om onzekerheid te verbergen? Lacht iemand schaapachtig na het horen van een humor omdat die niet durf te zeggen dat er iets niet grappig is? Is de lach van je personage uitgelaten, hinnikend, of zeldzaam? Lacht iemand alles weg? Kijk en bedenk hoe je anderen zowel fysiek als sociaal op humor reageren en je merkt dat je enigszins kan opmaken wat voor mensen het zijn. ‘Mix and match’ met verschillende soorten (reacties op) de humor die je observeert en  je kan je personage op unieke manieren aanvullen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Amanda Sofia Pellenz verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… een beginneling

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een beginneling.    

Waar we nu goed in zijn, hebben we ooit moeten leren. En niet alleen aan vaardigheden kan je zien of iemand iets goed kan of niet: beginnelingen zijn vanwege hun vaak leerproces relatief onzeker over dat gebied. Heb je dat al eens geobserveerd?

Hoe moet dit?

Als je nog iets aan het leren bent, moet je vaker dan een doorgewinterde rot in het vak, vragen hoe iets werkt. Als je weet dat iemand nog een beginneling is, kijk dan eens wat de absolute basis is waar die nog vragen over heeft. Als je ergens al langer of meer verstand van hebt, krijg je soms een blinde vlek: “Maar dit weet toch iedereen?” Niet dus. Het helpt soms om op te schrijven wat die basis is, want zonder ben je nergens. Dat is altijd iets waar je in de kern op kan of moet terugvallen bij tegenslagen. Denk aan bijvoorbeeld: je kan heldhaftig zijn, maar daar heb je moed voor nodig. En ben je wel moedig als je je niet ergens overhéén moet om tot actie  over te gaan? Iets doen met twee vingers in de neus is misschien knap, maar niet moedig.

Doe ik het wel goed?

Een beginneling zal uit onzekerheid of onkunde, of beide, vragen of het iets wel doet zoals het hoort, of wat de gewenste uitkomst geeft. Kijk eens of de beginneling die je observeert een beetje aanrommelt om iets voor elkaar te krijgen, of juist vaak om hulp vraagt. En wat is de reactie als er overduidelijk iets misgaat? Wordt de vraag ‘doe ik het wel goed?’ dan een: “Nee, en dóór!” of een “Nee, ik kan maar beter stoppen…” Iets nieuws proberen is altijd een beetje spannend en kan veel vertellen over bepaalde mentale veerkracht of doorzettingsvermogen. Ook weet je of iemand om hulp durft te vragen of niet: dat kan ook veelzeggend zijn. Kijk eens wat je zoal ziet bij beginnelingen die proberen te groeien in hun kunde.

Kijk niet naar me…

Zeker als een beginneling weet dat iemand meekijkt die beter weet, slaat er nogal eens verlegenheid toe. (Wees dus lief of onzichtbaar tijdens deze observatie). Je voelt je op de vingers gekeken. Als dat gebeurt bij de beginneling, is die daar vaak (enigszins) gespannen over. Hoe uit zich dat? Lacht de beginneling iets weg? Gaan de handen trillen? Wordt oogcontact vermeden of krijgt de leerling een hoofd als een biet?

Kijk mij eens!

En dan is daar het moment dat de beginneling ergens een overwinning boekt, of er een belangrijk kwartje valt. Een moment van trots! Kijk eens wat er dan gebeurt en hoe dat in het hele doen en laten een verandering in houding (fysiek of mentaal) teweegbrengt. Wordt de beginneling enthousiaster, zelfverzekerder, arrogant…? Wat doet dat voor het verdere leerproces (denk je)? Gaat het dan ineens hard, wordt de beginneling overenthousiast en gaat het fouten maken of wordt de arrogantie de uiteindelijke vaardigheid fataal, door een samenloop van omstandigheden?  

De comfortzone uit

Dit beginnersproces is goed om eens onder de loep te nemen op het moment dat je schrijft over de held die de comfortone uitgaat. Op dat moment in het verhaal is die nog een beginneling. Houd deze fases in het achterhoofd om je held natuurlijk te laten groeien, in plaats van een Mary Sue die zich halsoverkop in elk avontuur kan storten, zonder dat er iets op het spel staat of fout kan gaan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door OPPO Find X5 Pro verkregen via Unsplash

Wat doet de trope van een misverstand met het plot?

“Had dat dan gezégd!” Dat citaat is niet ongewoon, in het echte leven, maar ook in boeken. Want já, zeg één ding wel of niet, en het verloop van het plot kan er volledig door veranderen. Soms is dat erg, soms kan dat je verhaal juist erg interessant houden. Hoe vind je de balans tussen ‘de mond houden’ en juist wel iets zeggen als je een goede spanningsboog in het verhaal wil houden?

Het is een misverstand!

Misverstanden zijn er in allerlei soorten en maten. Voor verhalen zijn ze onmisbaar, omdat een miscommunicatie of gebrek aan informatie een ´gat´ vormt in het plot, wat de lezer de gelegenheid heeft om de puzzelstukjes bij elkaar te zoeken. Als je alles aan de lezers en de personages zou ´voeren´, is er niets meer aan. Er is geen spanningsboog meer, personages weten hoe ze rechtstreeks op hun doel af kunnen gaan, hoeven elkaar niet meer te leren kennen… Kortom: misverstanden vormen in zekere mate de eigenlijke bouwstenen van een plot. Om een goede start te maken, volgt hier een overzicht van misverstanden die je in je plot kan gebruiken:

  • Informatie wordt onvolledig gegeven of verkeerd begrepen waardoor een personage verkeerd gaat handelen
  • Personages menen onterecht hetzelfde te denken als de ander en gaan invullen voor de ander. Denk aan iemand die romantische signalen (uit valse hoop) verkeerd leest en daardoor denkt dat de liefde wederzijds is.
  • Het wereldbeeld van het personage bepaalt de bril zodanig dat er tussen de zender en ontvanger van de communicatie iets misgaat. Vaak heeft dit overlappen met moraal. Denk aan een ouder die het kind probeert te leren dat als je geld vindt op straat het juiste moet doen: hou het niet zelf, maar geef het aan de politie moet geven. En het kind dan zegt: ik zou het aan iemand geven die honger heeft, niet aan de politie. Het is toch het juiste om mensen in nood te helpen?
  • Personages vinden elkaar heel vervelend of juist helemaal geweldig en schatten de ander totaal verkeerd in, omdat ze op hen projecteren of omdat het andere personage een masker draagt.

Wat is het doel van je misverstand?

De manier waarop je de verschillende soorten misverstanden uit kan werken is haast eindeloos, omdat er zoveel verhalen bij te bedenken zijn. Liefdesverhalen, moordcomplotten, familiekronieken, wereldgeschiedenis en alles ertussenin kunnen een misverstand met zich meebrengen. Als je gaat beginnen aan een verhaal waar een misverstand een grote rol speelt, bedenk dan vooral wat het doel is, niet zozeer wat de gevolgen zijn. Dat maakt de structuur van je plot en je verhaalthema een stuk duidelijker. Het lijkt misschien niet meer dan een verschil in mindset, maar de uitwerking kan daarmee heel veel veranderen. Kijk maar eens:

gevolg als uitgangspuntvoorbeeldresultaatdoel als uitgangspuntvoorbeeldresultaat
een relatie eindigt“Het is niet wat je denkt”Het risico op een cliché is grooteen relatie eindigthet wordt duidelijk waarom een personage geen relatie kan behoudenJe krijgt een Harry Potter onder de Harry’s: je leert een personage echt kennen
de mentor wordt vermoordde held moet zelf zijn weg zoeken Dit is geen verhaal, maar een beat in een plotformatde mentor wordt vermoorder wordt duidelijk hoe gevaarlijk de vijand isDe spanningsboog loopt op
het kind leert opkomen voor het goedeer moet een enkele dramatische gebeurtenis aan vooraf gaanhet verhaal werkt toe naar een gebeurtenis, niet naar de reis van een personagehet kind leert opkomen voor het goedeHet kind leert moedig te zijnDe groei naar moed kan een pageturner worden

Wanneer gaat een misverstand in een verhaal te ver?

Een misverstand – hoe groot of klein ook- kan te ver gaan. Dat kan je vrij makkelijk herleiden: vraag jezelf af: was dit nou echt nodig? Je kan die zin benaderen vanuit het oogpunt van de lezer, maar ook vanuit het oogpunt van jou als schrijver.
Neem het voorbeeld van iemand die niet durft op te biechten verliefd te zijn en later in het verhaal dat zegt. Uiteindelijk wordt het toch gezegd omdat de ander gaat emigeren en wordt het ‘nu of nooit’.
“Had het dan gezegd! Als ik wist dat er iemand verliefd op me was, had ik me niet zodanig eenzaam gevoeld dat ik het gevoel te krijgen beter te kunnen emigreren…”

Een lezer kan bijvoorbeeld denken:
– Wat cliché, was dat hele verhaal nou echt nodig?
– Goed dat dit gebeurt, ik wilde graag dat ze bij elkaar kwamen en ik vond de aanloop spannend. Dat was nodig!
– Je had een vriend die aanbood Cupido te spelen: hoezo heb je dat niet gedaan? Dit misverstand was niet nodig.

Jij als schrijver moet denken: waaróm is dit misverstand nodig? Denk weer terug aan de doelen van een misverstand.

– Er moet een karaktertrek van het personage duidelijk worden
– Het personage moet iets leren
– Dit misverstand legt een thema of symboliek bloot
– Het is een grote schakel voor een plottwist
– Het is spannend voor de plotopbouw

Als je weet waarom dit misverstand er moet zijn, kan je beter aftasten hoe lang het misverstand een podium krijgt en hoe groot het moet zijn. Een karaktertrek laten zien behoeft geen misverstand van een compleet hoofdstuk, maar een belangrijke aanloop voor een plottwist moet dat misschien wel.

Vervolgens kun je proberen in te schatten waarom en hoeverre het misverstand voor de lezer zichtbaar is, zoals hierboven beschreven. Zou het kunnen dat je met dat misverstand een darling schrijft? Moet je het misverstand wat langer rekken of op andere manieren laten terugkomen als het een heel thema moet dragen? Hoe verhoudt dit misverstand zich in de schakels van een plottwists, enzovoorts.

Probeer misverstanden goed af te wegen. Tenzij verwarring een centraal thema in het verhaal is, kan je (grotere) misverstanden beter slechts af en toe inzetten. Anders krijg je met een hoop deus ex machina te maken. Maar als je die afweging goed maakt, zal je lezer altijd nieuwsgierig blijven naar de afloop van het verhaal en is succes bijna altijd gegarandeerd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jon Tyson via Unsplash

De observerende schrijver: ik zie… een ambulance

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een ambulance.

Aangeleerde gewoonte

Op de basisschool wordt in Nederland tijdens de verkeersles geleerd dat je ruim baan moet maken voor de ziekenwagen als die voorbij komt rijden. Er is iemand gewond of erger, en jouw taak is om ervoor te zorgen dat het ambulancepersoneel hun taak zo snel en goed mogelijk uit kan voeren. Het kan zomaar een leven redden. Je zou dus schrikken als mensen dus níet uit de weg gaan. Maar dat is een kwestie van cultuur: in niet alle landen zit dat onderwijs of die regel, zo je wil, er zo ingebakken. De eerstvolgende keer dat je aan het verkeer deelneemt en de sirenes klinken, kijk dan eens extra goed hoe mensen handelen.  En bedenk daarna, als je veilig van de weg af bent, wat er zou gebeuren als deze situatie niet zo soepel zou lopen.

Dat helpt je om te schrijven over normale momenten die plotseling omslaan en de adrenaline of spanning te schrijven die daarbij komen kijken.

Een schokkend moment

Als er een ambulance aan komt rijden, is daar altijd wel een beetje een schok. “Komt hij mijn kant op? Sta ik niet in de weg? Hij komt toch niet mijn straat in, hè?” Iedereen reageert daar anders op, als het gaat om de mate van paniek of ongemak. Toch laat een sirene niemand helemaal koud. Kijk eens goed om je heen hoe en in hoeverre je paniek, angst of alertheid bij andere mensen ziet als er een ambulance aan komt rijden. Waar de ene kort maar alert uit de ogen kijkt en vervolgens uit de weg gaat, zal de ander misschien wat zenuwachtiger met lichte tranen in de ogen weg schuifelen. Een komst van een ambulance is een brenger van plotseling slecht nieuws in het relatief klein. Als je wil schrijven over personages die slecht nieuws te horen krijgen, is de komst van een ambulance een goede manier om te bestuderen wat de eerste acute reacties van mensen daarop kan zijn.

Spieken en helpen

Als de ambulance is gestopt, worden mensen soms een beetje ramptoerist – denk aan kijkersfiles!- of ze kijken wat ze kunnen doen om te helpen als ze in de buurt zijn.  Kun je aan andere dingen die de mensen op dat moment doen of zeggen inschatten wat voor mensen het zijn? Behulpzaam, of juist bang om in de weg te lopen? Of zo bang voor bloed dat ze niet willen zien?  Of zijn ze vol van vertrouwen dat alles wel goedkomt zodra de hulpdiensten het overnemen? Let op hun lichaamstaal, hoe snel ze doorlopen of juist blijven staan. Hoewel je van een momentopname zoals deze niet meteen kunt zeggen wat voor een persoon iemand is, kan je wel leren te omschrijven hoe je personages handelen als ze bang zijn of menen in actie te moeten komen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Het verschil tussen een gewoon en een saai personage

Er bestaat een hardnekkig misverstand dat een personage allerlei ongewone en spectaculaire dingen moet meemaken, doen of vinden voordat het interessant is. Maar dat ligt aan de uitwerking. Laat je het dingen doen en vinden die de lezer min of meer hoopt of verwacht, of laat je het volledig zijn eigen persoontje zijn? Dat eerste maakt een personage saai, dat laatste maakt het personage misschien nog steeds gewoontjes, maar wel prettig om over te lezen.

Maak kennis met Eric en Vinnie: vanille-ijs

Ken je de vergelijking in de Engelse taal met vanille en gewoontjes? “He’s a vanilla guy’ (“Hij is een ‘vanilleman”) wordt gebruikt om aan te geven dat iemand maar gewoontjes is, niet spannends meemaakt of interessant is en geen bedreiging vormt. Het is meestal geen compliment. Het komt neer op iets als: “Waarom zou je voor ‘saai’ vanille-ijs kiezen, als er ook veel complexere, lekkere en meer originele smaken bestaan als pistache, karamelzeezout of honingavocado?’ En daar zit iets in, tot je bedenkt dat vanille-ijs de basis vormt voor allerlei andere lekkere recepten, of zo gewoon zo ook prima smaakt: daar is op zichzelf niets mis mee.

Dit uitgangspunt vormt de basis van deze blogpost: wanneer is je personage ‘vanille’ als in: saai, kan beter? En wanneer is je personage gewoon uitstekend vanille-ijs? Heerlijk in zijn eenvoud en verder -of zelfs daardoor!- helemaal prima?

Daarvoor gaan we eerst kennismaken met Eric en Vinne.
Eric Generic (=algemeen) is daadwerkelijk saai. Vinnie Vanilla is gewoontjes: op het eerste gezicht misschien saai, maar wel degelijk interessant om over te lezen. Eric en Vinnie wonen in Los Angeles en ze werken in de filmindustrie. Op papier is dat een gegarandeerd recept voor een interessant verhaal, met film, rijkdom en glamour om over te lezen. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. .

Op de set met Eric en Vinnie

Eric en Vinnie werken allebei in de filmindustrie aan dezelfde film. Eric is de knappe hoofdrolspeler, Vinnie is een ‘runner’: het manusje van alles dat verschillende dingen regelt op een set. Eric lijkt de meest interessante hoofdpersoon van je verhaal. Wat moet je met een ‘boodschappenjongen’ als je ook mee kan kijken met een Hollywoordster?

Eric Generic: een echt saai personage

Eric gaat naar de set, praat met de regisseur, zit in de make-upstoel en speelt daarna een scène. In de scène van vandaag schreeuwt zijn personage naar zijn ondergeschikte. Aan het einde is Eric een beetje hees, maar hij en zijn tegenspeler Johnny zijn tevreden. Aan het einde van de dag deelt Eric handtekeningen uit aan een stel bakvissen en praat daarna nog met de pers over zijn nieuwste film. Natuurlijk, zoals dat hoort, zegt hij wat voor een geweldige collega Johnny is. Ze kunnen goed met elkaar overweg, maar om doen alsof ze beste vrienden zijn… Maar ja, dat hoort nu eenmaal in de wereld van glamour.

Eric is niet interessant als dit het uitgangspunt van zijn heldenreis is. Waarom niet?

  • Hier staat alleen routine genoemd
  • Wat er gebeurt is erg oppervlakkig
  • Eric moet doen alsof. Bijvoorbeeld: Johnny en hij zijn beste vrienden. Dat kán interessant zijn om dieper op in te gaan, maar als je dat niet doet, zal je niet weten wie Eric is buiten Eric Superster. En hoe spectaculair een personage op papier ook is, als je niet weet wie of wat het echt is, in plaats van hoe het op papier lijkt, kan het nooit interessant worden.

    Ook al lijkt Eric hier net Eric de Superheld, uiteindelijk blijft hij Eric, the ‘generic’ hollywoodster. Eric is saai.

Vinnie Vanilla: gewoontjes, maar interessant

Vinnie en Eric komen elkaar regelmatig op de set tegen en kunnen goed met elkaar overweg. Omdat Vinnie op die manier ook met Johnny en andere supersterren in contact komt, weet hij van alle sappige verhalen. Op een dag neemt Eric Vinnie in vertrouwen over een van zijn diepste geheimen. Vinnie is een goed mens (Lees: vanille. Hij wordt niet ineens een slecht mens omwille van de drama die de mogelijkheid biedt om roddels te verspreiden) en houdt het dus voor zich. Vinnie beseft al snel dat als hij het niemand vertelt, het effect kan hebben op Erics welbevinden, of dat van hemzelf. Toch besluit hij het geheim voor zich te houden. Telkens als hij naar Eric kijkt, denkt hij nu aan het geheim. Verder blijft hij gewoon de runner die de zaken van alledag op de set regelt. Thuis heeft hij een vriendin en een pasgeboren dochtertje en gaat hij regelmatig wandelen met zijn vrienden (is hij dus relatief ‘saai’). Zijn vrienden weten dat hij werkt aan dezelfde film als Eric en Johnny en dat de acteurs aardig voor hem zijn. Maar dat Vinnie van Erics geheim weet, is Vinnies vrienden onbekend.

Waarom is Vinnies verhaal een goed uitgangspunt voor een verhaal?

  • Een geheim moeten bewaren doet iets met een personage: in dit geval gaat Vinnie het uiteindelijk toch verklappen of voor zich houden. Ongeacht welke van de twee: het hoe en waarom daarachter maakt het verhaal makkelijker leesbaar.
  • Je leert Vinnie kennen door zijn afwegingen over dat geheim: je weet wie hij is, niet zoals hij zich voordoet of meent te moeten voordoen.
  • Erics geheim heeft waarschijnlijk bepaalde gevolgen: dat maakt de situatie veranderlijk. Dus kan je het plot aan de gang houden met actie-reactie.
  • Vinnie staat als ‘simpele man’ dichter bij de lezer.
  • Vinnies vriendengroep biedt een ‘pauze’ in de spanningsboog rondom Erics geheim. Dat zorgt voor een balans in het tempo van het plot. In Erics verhaal zitten geen ‘pieken en dalen’ vanwege ofwel de sleur, of wel de continue piek van glamour, net hoe je het wil zien.

Als je wil weten of je personage een Eric Generic of een Vinnie Vanilla is, kijk dan dus niet zozeer naar hoe interessant ze op papier lijken. Kijk in plaats daarvan of je plot- en personage-uitwerking en plotontwikkeling alles bij elkaar genoeg bieden aan je lezer om geïnteresseerd te blijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door sheri silver via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie nog méér

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… nog méér.    

Als je gaat observeren is er altijd wel iets te zien dat je heel concreet op kan schrijven. Mensen op het terras, mensen aan het feesten, iemand die verdrietig kijkt… Je kan dan die eerste indruk opschrijven, maar soms is er nog meer te zien, zonder dat je daar meteen de vinger op kan leggen. Als je iets méér ziet, maar niet weet wat dat is, kan je deze stappen volgen om dat abstracte wat meer vorm te geven.

Wat zie je aan de oppervlakte?

Schrijf als eerst op wat je aan de oppervlakte ziet. Iemand is blij, boos, geïrriteerd. De sfeer is uitgesproken gelaten, of juist feestelijk.  Alles wat er duimendik bovenop ligt, mag je opschrijven, ook al zou je dat normaalgesproken niet doen. Want alles wat onderliggend sluimert, probeert zich als het ware te verstoppen achter datgene wat zo duidelijk aanwezig is. Wil je het onbekende naar de voorgrond brengen, dan werk je uiteindelijk naar een contrast toe. Dat eerste element kan je dus het best meteen opschrijven.

Wat voelt er zo anders?

Als je nog iets méér ziet, dan is de kans groot dat datgene iets is wat op het eerste gezicht niet in de situatie lijkt te passen, of niet passend is. Denk aan iemand die heel blij is om te horen dat een vriendin zwanger is, maar er toch iets is dat je anders laat geloven. De eerste indruk waarschijnlijk is dat er een van de ‘basisemoties’ speelt: verdriet of boosheid. Maar die emoties zijn zo breed dat er complexere of meer verfijnde emoties in het spel zijn. Anders voelt er iets niet ‘anders’ of ‘méér’. 

Om je op weg te helpen, is hier een kleine opsomming van emoties die zoal achter de basisemoties  mee kunnen spelen
Blij = opluchting, dankbaarheid
Boos = stress, jaloezie
Verdrietig = spijt, hopeloosheid
Bang = verwarring, onzekerheid

Als het je lukt om al verder te kijken dan de basis, wordt je ook alerter op de sfeer of de subtielere gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Dat is dan het volgende waar je beter naar kan gaan kijken.

Verfijndere emoties zichtbaarder gemaakt  

Meen je een emotie te zien die in een ‘subcategorie’ van de bekendere emoties valt, dan zal je zien dat je wat gerichter naar gebaren, gebeurtenissen of lichaamstaal gaat zoeken of zien die bevestigen dat je méér ziet. Dat dát is wat de tot dan onbekende sfeer geeft aan een situatie.  
Als je bij iemand opluchting meent te zien in plaats van dankbaarheid, dan zal je makkelijker zien dat de omhelzing die gegeven wordt, ook gepaard gaat met een diepe zucht, bijvoorbeeld.
Soms worden ook die emoties dan ineens zonneklaar, andere keren blijven ze subtiel.

Je kan er niet altijd op rekenen dat wat je meent te zien ook echt speelt; je kan niet in iemands hoofd kijken. Maar deze observaties mag je zeker gebruiken om je schrijfstijl mee te verfijnen. Je tekst zal er een stuk levendiger van worden.  

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Marina Vitale verkregen via Unsplash

Zo schrijf je een personage dat niet kan groeien

Een held moet altijd groeien en beter worden. Dat is een van de eerste lessen die je leert als je gaat schrijven. Maar soms zijn er personages die gewoon niet kunnen groeien. Ze staren zichzelf ergens blind op, of zijn simpelweg bedoeld om te dienen als de slechterik die geen groei hoeft te hebben: die gewoon slecht moet zijn. Hoe schrijf je dat personage, zonder dat ze lezen als een lui stereotype?

De door en door slechterik

Om met deur in huis te vallen: deze blogpost gaat over slechteriken die aan het begin van je verhaal al zo verdorven, slecht of gemeen zijn dat je héél erg je best zou moeten doen om uit te leggen waarom het nog mogelijk is dat de slechterik het goede pad kiest. Zodanig dat dat het hele verhaal moet zijn en zelfs dán nog geforceerd kan lijken.
Dat druist misschien in tegen je gevoel als je al wat langer schrijft. Ieder personage heeft toch beweegredenen die interessant genoeg zijn als je de waarheid van een personage maar meeneemt? En vanuit dat uitgangspunt is iedereen tot in staat te groeien? Zorg gewoon dat de omstandigheden in het plot daarvoor groeien…

Vaak wel, maar niet altijd. Soms staart je personage zich zodanig blind dat de objectieve oplossing zou zijn, juist gevaarlijk lijkt voor je slechterik. Of is het personage zo ver heen dat het gewoon niet meer voor rede vatbaar is en de waarheid gaat verdraaien, of niet kan of wil zien, ook al kan het daarmee diens eigen leven redden. Dit is dus niet de schaduwkant van de slechterik die op de achtergrond speelt en die je moet uitwerken. Je moet weten wat die is die aanwezigheid duidelijk maken. En nog een keer. En nog een keer….

Gewoon geen grens

Deze slechteriken hebben simpelweg geen grens in hun slechtheid. Als je deze slechteriken langzaam aan slecht maakt, dan zijn het eerder mensen met een achtergrond die nog goed hadden kunnen zijn of worden. Dat wil je bij de door en door slechterik niet, dus die moeten in de eerste pagina’s of zelfs alinea’s waarin ze verschijnen meteen ronduit duivelachtig zijn. In de rest van het verhaal moeten ze die acties en karaktertrekken keer op keer demonstreren. Het helpt als de personages om hen heen om wat voor reden dan ook de slechterik niet kan stoppen. Uiteindelijk moet de lezer zich afvragen: ‘Kan het nog erger?’ waarop het antwoord keer op keer is: ‘ja’.
Of anders gezegd: als je deze slechterik zou zeggen: ‘dat kan je niet maken’ antwoordt die: ‘Moet jij eens opletten…’ Hier volgen enkele voorbeelden. Merk op dat ze op een later moment niet alleen niet van gedachten zijn veranderd, maar er gewoon een schepje bovenop doen.

Percy Wetmore (The green mile) Vernederen in de eerste seconden van zijn schermtijd, twee minuten later de vingers breken van iemand die hem uitlacht. Uiteindelijk verbrand hij diegene levend, om precies dezelfde reden.

Claude Frollo (De Klokkenluider van de Notre Dame) doet het volgende binnen twee minuten: een onschuldige vrouw achtervolgen en vermoorden, dan probeert hij haar kind te verdrinken. Als hij gedwongen voogdij krijgt over dat kind, sluit hij het op en hoopt hij het later voor eigenbelang nog te kunnen gebruiken, als gereedschap. Uiteindelijk is Frollo bereid om een hele stad in brand te steken als dat betekent dat hij de vrouw waar hij ongezonde lust voor voelt, voor zichzelf kan opeisen.

Vertel mij eens hoe je iemand van zijn slechtheid af wil helpen als diegene in de eerste anderhalve minuut van de introductie een onschuldige vrouw vermoordt en dat ook met een baby had gedaan als hij niet was tegengehouden… Dat gaat gewoon niet.

Extreem egoïsme als slechtheid

Deze slechteriken hebben een gevoel voor moraal zoals de rest van de wereld dat heeft. Het is er wel, alleen dan op een unieke en extreem egoïstische manier: het is niet zozeer dat zij zien dat zij geen gevoel voor moraal hebben. In hun ogen hebben zij dat wel. Alleen zien ze niet dat zij zichzelf bijna of helemaal als een god centraal zetten binnen dit moraal of deze regels. Zo zien ze bijvoorbeeld niet dat niet zozeer dé regels, als wel hún regels worden opgevolgd, op straffe van de dood of marteling. Is orde en netheid de norm, dan moet het hun orde zijn die niet wordt verstoord. En het uitdrijven van iets ongewensts is niet per se echt iets naars, maar iets dat zij zo ervaren. Als zij het vinden dan is dat zo: er is totaal geen ruimte voor waarheden of perspectieven van anderen.

De echte door en door slechterik zie zichzelf als enige op de wereld die een bepaalde waarheid in pacht heeft. En de rest van de wereld zit er gewoon naast. Deze grootheidswaanzin leidt vaak tot hypocrisie. Bovendien kan dit personage de objectieve waarheid onder de neus geschoven krijgen dat het fout zit. Nog steeds zal het dan een zondebok vinden of in ontkenningsmodus gaan. Dit is waar je je op moet concentreren. Waar je normaalgesproken een personage zou laten groeien door het verhaal heen, laat je zien hoe ver de waanzin van dit personage gaat. Groeien gaat hier niet op voor het personage zelf, maar wel voor de mate waarin de slechte daden slechter worden.
Om ervoor te zorgen dat de of diens wereld inderdaad om de slechterik blijft draaien zal die steeds minder schuwen om ene volgende, nog ergere gruweldaad uit te voeren. Laat samen met die gruweldaad de waanzin groeien en je hebt een slechterik om echt bang van te worden.

Laat de spanning van de lezer de groei voor dit personage zijn. De spanning waarin je lezer zich constant afvraagt hoe het nu weer uit de hand gaat lopen door de hypocrisie en het uitzonderlijke egoïsme van je slechterik, wetende dat dat moment vroeg of laat gaat komen. Nu maar duimen dat er ooit iemand is die die cyclus kan stoppen…

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Max Kleinen via Unsplash.