Zo schrijf je een goed wraakverhaal

Bij een wraakverhaal denk je aan spanning, intriges en uitspattingen. Een echt recept voor een pageturner dus. Als je een wraakverhaal goed schrijft, zit de lezer inderdaad op het puntje van de stoel. Doe je het fout, dan komt het verhaal eerder slap over dan het stevige verhaal dat je voor je ziet.

Wraak begrijpen om een wraakverhaal te schrijven

Om een goed wraakverhaal te kunnen schrijven, moet je begrijpen wat wraak is. Zowel als wat het met je doet als waarom je personage op wraak uit is. Dat moet allebei helemaal kloppen, anders is het verhaal al snel wankel. En een wankel wraakverhaal is gedoemd om te mislukken. Laten we eens beginnen wat wraak met je doet, of wat je doet als je wraak gaat nemen. Dit is maar een globale schets, natuurlijk kunnen er veel meer meer emoties meespelen die ook genuanceerder kunnen zijn dan wat ik hier samenvat.

* Je bent boos
* Je voelt je tekort gedaan
* Je gaat (snode) plannen smeden om het de antagonist betaald te zetten.

Als je boos bent en je tekort gedaan voelt, dan vreet dat energie. En de tijd die je in je plannen steekt, had je liever aan een hobby besteedt. Als je wraak wil, is er iets gebeurt waarvan je niet wilde dat het was gebeurd. Met andere woorden: wat het ook is dat is voorgevallen, je personage denkt: dit had niet zo moeten zijn. Daar kan je bij laten, maar dat doet je wraakzuchtige personage niet, ondanks de tijd, woede en stress die het oplevert om wraak te nemen. Er moet dus wel iets heel ergs zijn gebeurd, wil je personage al die pijn en moeite van het wraaknemen ondergaan.

Dat brengt ons bij het tweede punt. Wat is er gebeurd en waarom is dat zo erg voor je personage? Specifieer dat ‘zo’:
* Kan je personage niet meer slapen door traumatische nachtmerries?
* Durft je personage niet meer onder bepaalde mensen te komen en wordt de vrijheid daarmee ingeperkt?
* Ziet je personage de zin van het leven niet meer in omdat de vijand iets essentieels van je protagonist heeft afgenomen?
Kortom: hoe heeft dat invloed (gehad) op het leven van je personage? Het is belangrijk om dat goed uit te werken, want zo leert je lezer de held kennen. Dat kweekt begrip voor de situatie. Ook al is de hele familie van de held vermoord, je mag er niet zomaar op rekenen dat je lezer daardoor met het hoofdpersonage meeleeft.

Het gevaar van wraak voor een verhaal

Wraak nemen is van zichzelf al iets groots: het heeft veel meer voeten in de aarde dan je onvrede en woede uitschreeuwen met je gezicht in een kussen geduwd. Het is niet gek of ongewoon dat het een leven helemaal kan overnemen. Zowel in de emotionele zin – je voelt alleen nog maar die wraakzucht en boosheid en blijdschap vervaagt daardoor- als dat je nog maar weinig aandacht hebt voor andere dingen in het leven, zoals bijvoorbeeld je baan of je sociale leven. Daarom is een wraakverhaal een van het soort waar je altijd goed op moet passen: voor je het weet, gaat het plot over niets anders dan de snode plannen, of lees je alleen maar over een woedend personage. In dat opzicht heeft een wraakverhaal een aantal raakvlakken met de liefdesdriehoek. Pas dus op die valkuilen!

Effectief wraak nemen in een verhaal

Een wraakverhaal heeft wel een aantal aanzienlijke voordelen ten opzichte van de liefdesdriehoek die je in je voordeel kan gebruiken.
* Bij een liefdesdriehoek is verliefdheid de oorzaak. En verliefdheid is een gegeven: dat gebeurt gewoon. Als je wraak wil nemen, doe je dat niet om een simpel gegeven. Daar gaat altijd al een verhaal aan vooraf. Van bedrog, onrecht… Dat zijn complete verhaalthema’s. Heel wat diepgaander dan het simpele gegeven: voltreffer van Cupido.
* Wraak nemen gaat in stappen. De wil om het te doen, het besluit om het te doen, het smeden van de uitvoering, de uitwerking daarvan… Wraak nemen geeft veel mogelijkheden om scènes te spreiden en de spanningsboog van je verhaal een oppepper te geven op het moment dat er in de volgende scène wel erg volgende scène wel erg veel op het spel staat. Speel met tempo, toon en spreiding, daar wordt en blijft wraaknemen spannend van, in plaats van een klusje dat moet worden afgevinkt in het vullen van een plot.
* Wraak nemen kan alleen. Of juist niet. Waar kiest je personage voor? Op allerlei manieren vergt wraaknemen afwegingen. Dat biedt veel mogelijkheden om in het hoofd van je personage te duiken en diens logica verder te ontdekken. Let op: logica: dus wat je personage bedenkt, logisch vindt of bepaalde oorzaken aan gevolgen koppelt. De logica van een personage ontdekken is altijd interessant: het heeft een actie-reactie element in zich.
Ter vergelijking met de liefdesdriehoek: ‘Ik voel me hoteldebotel.” Dat is wederom eerder een gegeven dan iets waar je uitgebreid op in kan gaan: verliefdheid an sich omschrijven is óf zo gedaan, óf je besteedt er zodanig veel woorden aan dat je bijna niet anders kan dan een cliché schrijven. Doe er met een wraakverhaal je voordeel mee dat je de diepte in kan duiken.

Wat deed de antagonist eigenlijk?

Degene die je held iets heeft aangedaan, heeft iets gedaan. Maar wat eigenlijk? Belangrijker nog: had de antagonist het kunnen voorkomen? Was het met voorbedachte rade? Of heeft je held door de emotionele klap de schuld in de schoenen van de antagonist geschoven om maar niet naar de eigen pijn – ja, misschien zelfs een (deel) eigen schuld!- te hoeven kijken? ‘Waar twee vechten hebben twee schuld’ hoeft niet altijd waar te zijn, maar het is zeker iets om te onderzoeken. Een wraakverhaal is een genre waar je held gebaat kan zijn bij het hebben van een blinde vlek. Dat kan een extra manier zijn om je wraakverhaal echt dat verhaal te maken waar je lezer van gaat smullen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Niranjan _ Photographs verkregen via Unsplash

/


De observerende schrijver: Ik zie…een wachtrij

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een wachtrij.
De wachtrij wordt een voorbeeld om het observeren van iets abstracts wat concreter te maken.  

Wat de situatie ook is, wachten tot je weer verder kan is nooit leuk. Het is een ding om op te merken dat iedereen al dan niet iets rustig afwacht, het is het volgende om daar iets bruikbaars van te maken voor een sfeeromschrijving of aanzet voor een scène.

Waar wachten we met z’n allen op?

Als je maar lang genoeg ergens op moet wachten, zoals in een wachtrij, wordt de situatie op een bepaald moment ongemakkelijk en wordt je geduld op de proef gesteld. Kijk eens hoe je dat aan mensen kan zien. Je kan kijken wat mensen individueel doen, zoals zuchten of mopperen, maar dat is vaak heel specifiek. Voor tips voor die observaties kan je de tipartikelen lezen over het observeren van geduld en ongemak.

Observeren is niet altijd alleen iets concreets zien, het kan soms juist erg waardevol zijn om iets abstracts op te merken. De wachtrij is daar een goed voorbeeld van. Of het nu de wachtkamer in de huisartsenpraktijk is, de rij voor de achtbaan, of gewoon het wachten tot de trein ein-de-lijk weer gaat rijden als er een rood sein is gegeven. Als je de insteek neemt dat we ergens op wachten, in plaats van ieder voor zich, let je meer op de algehele sfeer.
Ik zit misschien ongeduldig met mijn voet te tikken, maar mijn buurman reageert zijn woede af aan de telefoon; zijn gesprekspartner weet nu ook dat de trein voorlopig niet gaat rijden…
Zo kan je de sfeer samenvatten als bedrukt, of onaangenaam. Waarschijnlijk zou je die meteen voelen als je als de conducteur de coupé binnen komt lopen. Daar hoef je niet elk afzonderlijke persoon voor aan te kijken.  

Observeren van iets abstracts

Iets abstracts kun je in zekere zin niet observeren, net zoals je de wind niet kan zien, alleen de bladeren aan de boom ziet bewegen. Maar toch kan het waardevol zijn om een abstracte observatie op te schrijven, zoals de sfeer in de trein is onaangenaam, omdat iedereen zijn geduld verliest bij de oplopende vertraging. Daar moet je wel een aantal stappen voor doorlopen om er iets nuttigs uit te halen:

  1. Maak een mentale foto (Ik zie….)
  2. Bepaal de sfeer
  3. Bepaal een mogelijk doel
  4. Bedenk een mogelijk middel
  5. Bedenk hoe dat aan zou slaan (of juist niet!)
  6. Maak van de foto een scène

Een voorbeeld aan de hand van een wachtrij voor de achtbaan:

  1. Ik zie mensen knarsetandend, zwetend en zuchtend in de wachtrij voor de achtbaan staan.
  2. Moordend. (Zie je dat stap 1 en 2 de eigenlijke observatie vormen?)
  3. Dat moet vrolijker; iedereen moet de Efteling levend verlaten.
  4. Iemand in de wachtrij perst zich langs iedereen heen om snoepjes uit te delen.
  5. Iedereen wordt vrolijk van dit lieve gebaar/ de mensen komen straks nog misselijker dan normaal de achtbaan uit.
  6. Opa vertelt aan zijn kleinkinderen hoe hij oma ontmoette in de rij voor de achtbaan omdat zij snoepjes uitdeelde/ de pretparkmedewerker staat een halfuur lang schoon te maken bij de uitgang van de achtbaan om het vele, plotselinge braaksel op te ruimen, waardoor de achtbaan tijdelijk sluit en er verontwaardiging ontstaat bij de pretparkbezoekers. 

Kortom: als je iets abstracts wil observeren, wees dan niet bang dat je bevindingen niet concreet genoeg zijn. Schrijf een bevinding globaal op, gewoon zoals je die opmerkt. Bedenk dan vervolgens wat daarmee kan gebeuren en wie weet is daar zomaar een inzicht in een personage of een idee voor een scène!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Madeleine Maguire verkregen via Unsplash

Uitslag schrijfwedstrijd ‘De vreemdeling’

Met de schrijfwedstrijd ‘de vreemdeling’ hoopte ik de deelnemers flink uit te dagen. Een open einde, een schijnbaar onbelangrijke ontmoeting een wereld van verschil laten maken… Ik was bang dat de opdracht te moeilijk zou zijn. Maar ik kreeg meer inzendingen binnen dan bij de voorgaande wedstrijden, dus de deelnemers deinzen niet zo snel ergens voor terug. Bedankt allemaal voor jullie deelname!

Motell Rijnen heeft uiteindelijk de wedstrijd gewonnen met zijn verhaal ‘De afstand tot eenzaamheid’ vanwege een originaliteit, goede toepassing van het combineren van symboliek en thema en een prettige schrijfstijl. De uitgebreide toelichting krijgt hij te lezen in zijn leesrapport. Gefeliciteerd Motell!

Veel plezier met lezen van ‘De afstand tot eenzaamheid’

De afstand tot eenzaamheid — Motell Rijnen

1 september 2007

Ik woon sinds kort in de oude stad op de plek waar vroeger een drukkerij was. Het appartementencomplex is helemaal van deze tijd, opgetrokken uit mangaansteen, staal en veel dubbel glas. Voor het overige is dit een jarendertigbuurt, huizen met erkers, brede dakgoten en boeiboorden en crèmekleurig gelakte kozijnen. Daar wonen tweeverdieners met jonge kinderen en hier welgestelde senioren.

Als ik naar buiten kijk, valt onmiddellijk op dat aan de overkant het middelste huis van een blokje van vijf er onderkomen uitziet. Het houtwerk, inclusief dat van de dakkapel, is schreeuwt om een verfbeurt. Voor de slaapkamerramen op de eerste verdieping hangen geen gordijnen of vitrages, maar het glas spiegelt te veel om binnen te kunnen kijken. Misschien slapen de bewoners aan de achterkant. De vitrage in de erker op de begane grond heeft een vale kleur, van nature of van ouderdom, dat weet ik niet.

De hemelboom die de voortuin domineert en die ook het zicht op de erker beperkt, herinnert me aan zijn soortgenoot die met zijn fluwelen bladeren de voortuin van mijn vader overwoekerde. Ik zou de overburen daarvoor moeten waarschuwen, maar er is iets dat me daarvan weerhoudt.

Ik weet niet wie er in het huis met de hemelboom woont. Een gezin, iemand alleen, ik weet het niet. De enige aanwijzing is een staalblauwe Volvo 340 die altijd op de parkeerplaats schuin voor het huis altijd staat geparkeerd, een bijna antiek autootje, dat nogal slap op zijn banden staat. Het duurt een paar weken voordat ik een oud dametje zie dat bij de auto hoort. Dat moet mijn overbuurvrouw zijn. Ze is klein van postuur, een meter zestig schat ik, dun platinablond geverfd haar, te rood aangezette lippen en ze loopt licht voorover gebogen. Een aardige oma, ook al weet ik niet of ze kinderen en kleinkinderen heeft. Ze moet op zijn minst tachtig of misschien wel negentig zijn. Mijn eerste impuls is op het raam te kloppen en naar haar te gaan zwaaien. Er is iets dat me daarvan weerhoudt.

 Je zou bij zo’n nette dame niet verwachten dat ze zo weinig aan haar huis doet. Ze krijgt weinig bezoek. Heel af en toe staat er iemand voor de deur, om iets af te geven of op te halen. De deur gaat dan een klein stukje open, onvoldoende om te zien wat erachter gebeurt. Ze gaat zelden de deur uit, lijkt erg op zichzelf, misschien eenzaam én alleen. Zo wil ik liever niet ouder worden, zonder familie en vrienden die langskomen.

1 september 2008

Niet zo lang geleden zaten er ineens twee mannen op het dak van de overbuurvrouw. De schoorsteen moest eraan geloven. Steen voor steen werd hij afgebroken en daarna, voorzien van nieuwe loodslabben, weer opgebouwd. Naar mijn idee had ze beter iets aan het verfwerk kunnen laten doen, dat was harder nodig. Met de hemelboom gaat het overigens de verkeerde kant op. De rododendrons, de enige andere struiken in het tuintje, krijgen nauwelijks zonlicht. Ze hebben gebloeid, maar niet van harte. De hemelboom trekt zich nergens iets van aan.

Om de drie, vier weken krijgt de overbuurvrouw bezoek van een ouder stel, vijftigers lijkt me. Zij schijnt al sinds mensenheugenis in dat huis te wonen, niemand weet precies hoe lang en van de buren heb ik gehoord dat ze minstens twintig jaar weduwe is en dat ze één dochter heeft die aan de andere kant van het land woont. Ze moet het doen met dat ene bezoek om de paar weken.

Eén keer zag ik er vier dames, allen op leeftijd. Ze werden door twee taxi’s gebracht. De dame uit de eerste kon niet zonder haar rollator. Terwijl zij haar evenwicht zocht, arriveerde de tweede glimmende zwarte Mercedes. Twee dames plaatsten een derde tussen hen in, hielden haar stevig onder de oksels vast en manoeuvreerden haar over het tuinpad naar de voordeur. De vier vriendinnen hadden even zovele ruikers bloemen meegebracht – waarschijnlijk voor de verjaardag van mijn overbuurvrouw.

De oude Volvo wordt alleen nog gebruikt om eens in de maand boodschappen te doen. Hij staat altijd in de parkeerhaven waarvoor de oude mevrouw een permanente parkeervergunning heeft, een bord waarop haar kenteken staat. En ‘invalide’ staat er ook op. Ik heb de indruk dat haar rug krommer wordt. Misschien moet ik haar mijn hulp aanbieden, maar er is iets dat me daarvan weerhoudt.

1 september 2009

De verjaarsvisite is uitgedund tot drie vriendinnen. Een taxibusje leverde een mevrouw in rolstoel af. Ik herkende haar als de dame van de rollator. Kort daarna stapten nog twee dames uit een regiotaxi. De dame die zij vorig jaar tussen hen in voortsleepten, ontbrak. De oudjes baanden zich langs de uitdijende hemelbomen een weg naar de voordeur. De rododendrons hebben dit jaar niet meer gebloeid.

Het huis is opgeschilderd in een tint wit waarvan je pijn aan je ogen krijgt. Waarschijnlijk hadden de schilders nog wat potten verf over van een andere klus en hebben ze die hier voor de tweede keer in rekening gebracht. Het grootste deel van het schilderwerk gaat schuil gaat achter de hemelboom en ondanks de schittering zijn de dakkapel en de brede boeiboorden beter om aan te zien dan daarvoor.

Er gaat regelmatig een meisje van een jaar of vijfentwintig naar binnen. Ze heeft zelf een huissleutel. Waarschijnlijk is het een bejaardenverzorgster of wijkverpleegkundige. Ik vind het sneu dat je zo afhankelijk wordt. Hopelijk is ze goed verzekerd en weet ze hoe gebruik kan maken van haar persoonsgebonden budget.

De lekke band van de Volvo is vervangen. Zo nu en dan wordt hij nog gebruikt, niet door de oude mevrouw, maar door de dame die ik voor haar dochter houd. Ze gaat met het autootje inkopen doen en de volle boodschappentassen zijn kennelijk moeders leeftocht voor de volgende weken. Kwestie van vooruit plannen, overigens wel vervelend als je ineens een onbedwingbare trek in iets krijgt. Ik heb dat weleens, zomaar zin in bonbons met roomvulling of in slagersleverworst. Het zou een kleine moeite zijn om zulke zaken ook voor de overbuurvrouw mee te brengen. Ik zou dat kunnen aanbieden, maar er is iets dat me daarvan weerhoudt.

1 september 2010

Sinds een paar maanden hangt er vitrage voor de ramen van de slaapkamer op de eerste verdieping. Dat is niet de enige waarneembare verandering. De Volvo is weg. Op de invalidenparkeerplaats staat vaak, ook ’s nachts, de auto van de dochter en haar man, een veel te grote stationcar. Ik heb al twee keer een parkeerbon onder de ruitenwisser gezien; je moet een invalidenparkeerplaats vrijhouden en zelfs familie mag daar niet staan. Het verdient lof dat ze voor haar moeder zorgt, maar voor de parkeerwachters is dat geen geldig excuus. Het bekeuren van overtreders is immers de zin van hun baan.

De grootste hemelboom onttrekt driekwart van de voorgevel aan het zicht. De erker is niet meer te zien en ook de ramen van de slaapkamer gaan voor het grootste deel schuil achter het gebladerte. Nieuwe loten van de hemelboom schieten nog steeds overal uit de grond omhoog.

De oude dametjes met hun boeketjes zijn weer op bezoek geweest. Ze strompelen nog een keer met z’n tweeën van de taxi naar de voordeur. De dame die eerst met de rollator en later met de rolstoel kwam, is er niet bij. Als de dochter opendoet, zie ik haar vermoeide blik. Haar moeder is het allerlaatste stukje van haar leven aan het opsnoepen. Misschien is ze aan het bed gekluisterd. Ik vraag me af of ze nog iets heeft waarvoor ze wil leven. Misschien voor haar dochter die aan de andere kant van het land woont, die noodgedwongen op haar past omdat het zorgbudget onvoldoende is voor de zorg die ze nodig heeft. Misschien voor haar schoonzoon, die zijn vrouw met haar moet delen of voor de twee vriendinnen die zelf ook niemand meer hebben.

1 oktober 2010

De herfst kleurt het blad van de hemelbomen. Er kringelt geen rook uit de twee jaar geleden vernieuwde schoorsteen. De witte verf van de kozijnen en de dakkapel verliest zijn glans, doet niet langer pijn aan mijn ogen.

De dames van de thuiszorg lopen niet meer in en uit. Twee ernstig kijkende middelbare heren gaan het verstilde huis aan de overkant binnen. Niet veel later brengen ze de overbuurvrouw op een verrijdbare baar mee naar buiten. De dochter komt met een behuild gezicht achter hen aan, samen met haar echtgenoot. Ze draait de sleutel in het slot om.

Het is me nog niet eerder opgevallen dat het parkeerbord met het kenteken van de Volvo is weggehaald. Ik zou de dochter moeten vragen of ik haar ergens mee kan helpen. Ik was drie jaar lang de overbuurman van haar moeder en dat schept een band. Toch is iets dat me daarvan weerhoudt.

Foto door Sasha Freemind, verkregen via Unsplash.

Waarom een proloog schrijven meestal geen goed idee is

De proloog geeft de lezer achtergrondinformatie over het verhaal voordat het verhaal echt begint, als een soort startblok. Wat is daar de waarde van en wat zijn de alternatieven ervoor?

De hardnekkige proloog

Een proloog is hardnekkig in bepaalde genres. Een aantal succesvolle films en boeken met een proloog zijn zo succesvol geworden dat het in het collectieve bewustzijn geslopen lijkt de zijn dat een fantastisch of fabelachtig verhaal een proloog moet hebben, zonder dat men nog bedenkt of dat wel waard voor een specifiek verhaal heeft. Het risico op een zeer geforceerde start van een verhaal wordt daardoor erg groot. Daarom kijk ik altijd achterdochtig naar het gebruik van een proloog.

Het John Williamseffect

Het makkelijkste voorbeeld is muzikaal. Lang leve John Williams, ik ben dol op zijn muziek. Maar soms lijkt het alsof iedereen die eerste legendarische eerste maten van de Star Warsmuziek in het hoofd afspeelt op het moment dat er ‘Proloog’ bovenaan een nog verder lege bladzijde van een leeg tekstdocument staat: dit verhaal wordt episch! Dat is de muziek en de Starwarsserie is onder miljoenen mensen wereldwijd geliefd, dus…
Maar wij gewone stervelingen zullen helaas nooit een John Williamsmuziekstuk voor ons verhaal geschreven krijgen. En zonder die muziek wordt de proloog… Kijk zelf maar eens en zet je geluid uit… Je zit een minuut lang een tekst te lezen. Dat is wat ik nu even het John Williamseffect noem: je associeert een proloog met iets geweldigs en verwacht dus dat een proloog dat van zichzelf ook is, met alle legendarische gevolgen van dien -zoals bij Star Wars- , zonder dat je weet hoe goed je verhaal objectief gezien is of gaat worden.
De tekst van de Star Warsproloog werkt niet goed zonder de muziek, omdat een film een heel ander medium is dan een boek, maar ook in een boek zou het beter zijn om meteen in actie te komen, zoals je bijvoorbeeld met in medias res kan doen. En dat is mijn probleem met prologen: negen van de tien keer zijn ze – al dan niet door onze vermeende gezamenlijke liefde voor John Williams- eerder slechte expositie dan daadwerkelijk een fantastische toevoeging voor (het begin van) een verhaal.

En de informatie dan?

Meestal zijn de verhalen die een proloog ‘moeten’ hebben, ook de verhalen waar een grote worldbuilding of andere grote geschiedenis in speelt. Dan is een proloog een ogenschijnlijk makkelijke manier om dat in een keer te verklaren, om zo meteen een duidelijk beeld van de omstandigheden en leefwereld te schetsen voor de lezer. Maar het wrange aan uitgebreide worldbuilding is dat die op zichzelf helemaal niet zo belangrijk is als hij er misschien uitziet. Dat mag je vrij letterlijk nemen voor een belangrijk onderscheid.
Veel elementen van worldbuilding (al dan niet in science fiction of fantasy) zijn niet belangrijk omdat je iets feitelijk kan zien, ze zijn belangrijk omdat die elementen zich (later) op een bepaalde manier manifesteren. Kijk eens naar deze tabel.

Worldbuilding tekstgeeft kennis van….laat zien…is niet zozeer belangrijk vanwege…… maar vanwege…
In het jaar 2035 woedde er een oorlog tussen Amerika en Azië. Washington D.C. ligt daardoor nog altijd in puin en New York is de nieuwe hoofdstad van de V.S. oorlog in de nabije toekomstdat Washington in puin ligtde schok van en/of kennisgeving van die oorlogjouw protagonist die in Washington woont en heel moeilijk aan eten kan komen.
Er woonde een vredig elfenvolkje in een vallei vol watervallenhet bestaan van elfenveel prachtige watervallende elfen an sich het startgegeven dat er vrede is (en die later waarschijnlijk verstoord gaat worden)
Er was een hiërarchie in het dwergenvolk. Grow de Grote, Laki was zijn onderofficier en dan was er nog Ibo, die was lager in rang en werd geregelmatig afgesnauwd door Grow. De namen van de dwergendat Grow Ibo afsnauwtde hiërarchie op zichzelf het feit dat je een hint geeft dat die hiërarchie in gevaar komt, want anders zou het het noemen niet waard zijn. Net zoals je niet expliciet over Nederland zou schrijven dat het een democratie is, als er verder niets politieks in je verhaal gebeurt.

Een proloog moet uiteindelijk in dienst staan van het gehele verhaal, en niet van een aantal vaststaande feiten. Daar gaat het vaak mis en eindigt een proloog als een beruchte : “bladzijde 1 infodump.” Je kan de kolom ‘maar vanwege’ vaak bewerkstelligen door feitelijke informatie wat meer los te laten en gebruik te maken van technieken als:
show don’t tell
puzzelstukjes geven voor een plottwist
– in medias res

Hoe kan een proloog wel werken?

Een eerste kennismaking met de je boek moet goed verlopen. In de vorm van een start met een figuurlijke lust en belofte van liefde, zoals ik in deze post beschrijf. Of je houdt de formule van een pageturner aan: wat en waarom?
Kies voor een goede proloog een scène of een element uit je verhaal dat relatief laat aan bod komt. Die plotselinge verdwijning in hoofdstuk 6, bijvoorbeeld, waarvan de lezer dan al weet hoe degene die verdwenen is nu door het bos ronddwaalt. De proloog blijkt een flashforward te zijn, waar je extra gewicht aan geeft, nu blijkt dat de lezer deze belangrijke informatie meteen hoorde te weten!
Pas op dat symboliek in prologen snel cliché worden, zoals de voorspellende droom. Een proloog kan een dankbaar middel zijn om de toon en het thema van je verhaal vorm te geven, zodat de lezer weet wat voor verhaal die gaat lezen. Een proloog is dus geschikt om niet zozeer de inhoud, maar de sfeer van je verhaal een goede start te geven.

En over een goede start gesproken.: die Starwarsintroductiemuziek is natuurlijk gewoon fantasisch. Als goedmakertje voor mijn educatief noodzakelijke aanval op John Willams volgt hier een muzikale epiloog van de blogpost.
Een paar muzikale (epische proloogwaardige 😉 ) hoogstandjes van John Williams:

Indiana Jones theme
E.T. theme
Jurasic Park

Een groot deel van deze blogpost gaat over de aanname dat iedereen een ‘gave proloog’ koppelt aan de muziek van Star Wars, maar doe jij dat eigenlijk ook? Laat het me weten in de reacties!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De observerende schrijver: Ik zie…een feeststemming

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: een feeststemming.

Een feest of een feestje waard?

Een feeststemming komt voor in de feestdagen: alles wordt versierd voor Sinterklaas, kerstmis of iets anders waarvan we collectief besloten hebben dat het het vieren waard is. Kleinschaliger is iets dat een feestje waard is: niet het hele land, maar wel je hele kring van geliefden viert dat je een kindje hebt gekregen, trouwt, of geslaagd bent voor je eindexamen.
Het verschil is dat een collectief feest van alle kanten op je af komt en meestal ook langer duurt en een persoonlijk feest veel korter, maar vaak ook intiemer is. Kijk eens of je ziet hoe die verschillen effect hebben op de gemoedstoestand. Denk aan: je krijgt even een tintelend gevoel van binnen door alle lampjes in de winkelstraten tijdens de donkere dagen, maar je ontploft zowat urenlang van blijdschap als je eindelijk je trouwjurk mag passen.

Wat valt er te vieren?

Of het nu een feestje of een feestdag is, wat vieren we eigenlijk? Een verbond van liefde, zoals bij een huwelijk? Weten we dat überhaupt nog wel? Het zal niet de eerste keer zijn dat een kind denkt dat we met Pasen de verjaardag van de paashaas vieren. En weet jij nog waar Pinksteren om draait?
Let er eens op in hoeverre de mensen zich bewust zijn van wat er nu eigenlijk gevierd wordt en in hoe dat de manier van een feestdag of een feest vieren verandert.
Om Kerstmis als voorbeeld te nemen: de meeste mensen gaan tegenwoordig vaak met Kerstmis naar de kerk als een soort familietraditie, niet zozeer omdat ze nog (intensief) met hun geloof bezig zijn. Dan is een bezoek aan de kerk routine, waar de gelovige nog echt naar Kerstmis uit kan kijken als een van de belangrijkste dagen van het jaar.

Kijk ook vooral hoe de dynamiek verandert of kan veranderen als mensen denken dat iedereen met dezelfde intentie iets viert, maar er heel verschillende ideeën zijn die uiteindelijk botsen. Neem Bridezilla: iedereen denkt een feest van liefde te gaan vieren, maar de bruid ziet het als een excuus om het duurste feest van haar leven te kunnen geven, waar het er alleen om gaat dat zij het middelpunt van de aandacht is.
Hoe zie je die dynamiek veranderen? Stress? Ongemakkelijke momenten? Onhandige verzoenpogingen? Onverschilligheid omtrent het hele feest? (“Als het zo moet, laat dan maar…”)

Waarom vieren we dit (niet)?

Dat brengt ons bij de vraag: waarom vieren we dit?
Wat en hoe uitgebreid je viert, kan iets zeggen over je normen, waarden en overtuigingen. Je viert het niet voor niks, dus je vindt er iets van. Of je vindt ergens juist iets van omdat je het niet viert. Kijk en vergelijk:

“Wij vieren verjaardagen altijd met onze vriendenkring. Anders zien we elkaar vanwege de drukke schema’s nog minder dan we al doen.”
“Ik vier mijn verjaardag niet. ‘Ik heb weer een jaar overleefd.’ Nou nou, wat een wereldprestatie.”
“Kerstmis is een feest om met je familie bij elkaar te komen, dus dat doen we.”
“Ik vier geen Kerstmis: het levert altijd alleen maar familiedrama op.”
“Wij trouwen gratis voor het gemeentehuis. Wij weten dat we van elkaar houden, daar hoeven we geen duizenden euro’s voor uit te geven om dat te bewijzen.”
“Onze bruiloft wordt gigantisch: die ene keer dat we kunnen uitpakken, mag het hele dorp onze liefde meevieren!”

Schrijf op wat je opmerkt aan hoe en wat iemand iets viert en hoe dat aansluit bij zijn karakter of overtuigingen. Je hebt misschien meer papier nodig dan je in eerste instantie verwacht!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Adi Goldstein via Unsplash.

Legendarische elementen in je verhaal: de praktijk

Vorige week schreef ik over de theorie van legendarische elementen in je verhaal.Ook kwam toen de ‘en toen’-theorie aan bod. Deze week gaan we kijken wat praktische punten zijn voor het schrijven van scènes die in de papieren wereld van je verhaal legendarisch kunnen worden.

De slagzin van de climax

De climax is dat ene punt waar het hele boek naar geleid heeft of lijkt te hebben. Er zijn meerdere momenten van actie in een verhaal, maar bij de climax is dat Actie met een hoofdletter A. Als je de lezer zou vragen: ‘Waar stond je nou echt versteld van?’ Dat antwoord, die ‘slagzin’, is meestal (van) de climax.
Een heel duidelijk voorbeeld is de climaxslagzin uit Harry Potter en de halfbloed prins: “Sneep heeft Perkamentus vermoord!”
Lezers van over de hele wereld raakten er niet over uitgepraat toen dat boek verscheen. Niemand had het over het mysterie van de gruzielementen en hoe interessant dat principe was uitgewerkt. Of hoe de ultieme slechterik Voldemort verder en verder aan de macht kwam. Nee. SNEEP HAD PERKAMENTUS VERMOORD!
Over het waarom en hoe-nu-verder- bleef maar gepraat worden tot het laatste deel van de boekenserie daar een antwoord op gaf. Deze moordscene was legendarisch, zowel letterlijk als zoals ik dat woord in deze blogposts gebruik.
Het heeft een reden dat het spectaculairste moment de climax is. Dat moment kan pas later in het verhaal voorkomen, omdat je lezer dan al geïnvesteerd is in de personages, de setting en het plot. Natuurlijk is een moord altijd erg, maar wie een detective begint te lezen, kijkt daar niet van op. Als iets ergs bijna een randvoorwaarde is van een verhaal, dan kan het gegeven vreselijk zijn, maar bij gebrek aan investering van de lezer komt iets alsnog weinig tot niet speciaal over. En als al niet speciaal maakt, vergeet legendarisch dan maar.
Kijk of je met de ‘en toen en toen’-test een slagzin voor je climax kan bewerkstelligen.

Wat maakt de legende?

Legendarisch is iets wat méér is dan alleen heel erg spannend. Het kernwoord is: onderscheid. Wat maakt dat deze moord/ affaire/ briljante leerling opvalt ten opzichte van al die andere, zowel in de papieren wereld van je boek zelf als narratief gezien? Daar zijn verschillende mogelijke redenen voor. Een aantal voorbeelden:
* Een voorwerp heeft zowat een eigen personagebiografie. Dus het is niet een dertien in een dozijn, maar heeft unieke kermerken, zoals een speciale naam of geschiedenis. -Het is niet zomaar een zwaard dat Arthur uit de steen trekt, nee, het betreft Excalibur-. Of je weet wie de maker is, het voorwerp heeft een hoge emotionele waarde… Het is dus meer dan zomaar een zwaard, het is bijna een eigen wezen.

* De legende is mysterieus of lastig te begrijpen en staat voor veel meer symbool dan alleen [vul in].

Stel dat Mientje uit de middeleeuwen een oogje heeft op Jan, de zoon van de hoefsmit, maar haar familie en de rest van het dorp willen dat ze met de zoon van de bakker, Sjaak trouwt. Jan is, hoewel een door en door goede jongen, niet moeders mooiste. Sjaak wel.
Uiteindelijk zijn Mientje en Jan uit het dorp vertrokken en dagenlang nergens meer te bekennen. Kom maar op met die tien jaar lang durende dorpsroddel 😉
* “Wat ziet die meid überhaupt in Jan? Ze zou Sjaak kunnen krijgen, die tien keer knapper is.” (lastig te begrijpen)
* “Wat hebben die twee bekokstoofd toen ze weg waren?” (mysterie; je weet het niet)
* “Stel dat ze onkuis zijn geweest… Lieve Heer, sta ons bij!” (angst voor emancipatie, het is niet (alleen) het probleem dat Mientje onvindbaar is, maar ook dat ze iets gedaan zou (kunnen) hebben wat tegen het moreel indruist –> meer dan alleen…)
* “Waar haalt Mientje het idee überhaupt vandaan om haar vader niet te gehoorzamen door met Sjaak te trouwen? De hel wacht op haar!” (de lezer of je personages vullen in wat nu gaat gebeuren, zodat het verhaal kan ‘groeien’, ongeacht of het waar is of niet wat er wordt gedacht of gezegd –> meer dan alleen…)

Vooral het idee van ‘meer dan alleen’ is belangrijk voor een legendarische scène of verhaal. Geef genoeg gaten voor de verbeelding om zijn werk te doen en dingen in te vullen. In eerste instantie maakt het niet uit of de lezer of de andere personages denken dat Mientje en Jan de bosjes ingedoken zijn, een dorp verderop hebben geholpen zieken te genezen waar Sjaak te druk was met in de spiegel te kijken, of eropuit zijn getrokken om een draak te verslaan. Daar komt iedereen – lezer en personages- uiteindelijk wel achter. Steeds geleidelijker, tot aan de slagzin van de climax. Natuurlijk moet je wel een logisch geheel houden, maar het eerste doel is niet per se dat iedereen de uitkomst kan raden. Wel dat er uiteindelijk een logische slagzin van de climax komt: Mientje en Jan hebben de vijandelijke koning vermoord en zo een oorlog voorkomen!

Meer dan alleen…

Voor het principe van ‘meer dan alleen’ is het essentieel dat je weet wat de fundering van je verhaal vormt. Hoofdthema’s, het genre, het plot… Wat is er zo bijzonder aan (lees: hoe onderscheidt het zich van andere verhalen) en waar draait het nou echt om?
Bij een thriller draait het altijd om iets spannends, illegaals of gemeens. Maar dan draait het dus niet alleen om het gegeven dat verraad iets verwerpelijks is, maar ook wat dat met zich meebrengt zoals verlies van vertrouwen of een start van een aaneenschakeling van problemen. Verraad gebeurt ook in romantische verhalen, zeker als er een liefdesdriehoek in het spel is. Maar daar gaat het meer om het liefde, of het verlies daarvan, dan dat het gaat over een verliest van vertrouwen als je beste maat je verraadt.

Kijk hoe je een naar een slagzin van een climax kan werken, kijk goed wat er méér meespeelt in je verhaal dan alleen het oppervlakkige, geef ruimte voor verbeelding en/of roddel- of complottheorieën en je verhaal is een legendarisch element rijker!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Carsten Carlsson via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie… geduld

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: geduld.

Situatie of persoon?

Als je geduld wil observeren, moet je eerst afbakenen welk soort geduld je probeert op te merken. Het geduld voor een situatie of het geduld voor een bepaald persoon.
Denk bij geduld voor een situatie aan dingen als: geduld bewaren bij de eindeloze rij in de achtbaan, wachten tot je de cijfers terugkrijgt bij een belangrijk examen. Geduld bij personen is bijvoorbeeld de leraar die voor de zoveelste keer iets moet uitleggen aan een leerling die iets niet snapt, of de vriend die zijn kameraard voor de zesde keer moet helpen en waarbij het de vraag is of en wanneer de spreekwoordelijke zevende sloot op zich laat wachten.

Bij geduld voor een situatie is het meestal zo dat je het wachten gewoon zal moeten uitzitten. Je kan persoonlijk niets doen om iets sneller of anders te laten gaan. Als er een mens bij betrokken is, kan je er soms nog iets aan veranderen. Je kan de ander aansporen tot verandering, zodat die zevende sloot uitblijft, proberen te schreeuwen, zodat de ander van schrik en angst je gaat helpen, een luisterend oor bieden om de ander te kalmeren waardoor de gespannen situatie weer wat behaaglijker wordt…

Mensen die je geduldig zou noemen, tonen vooral geduld, begrip en warmte als het geduld andere mensen betreft. Blijven ze rustig als een situatie tegenzit, dan zijn ze eerder ‘rustig’ of ‘geen stresskip’, maar dan komt het woord geduld meestal niet ter sprake. Let daar maar eens op. Ongeduldige mensen tonen daarentegen vaak weinig tot geen geduld bij mensen en zijn ‘overspannen’ of ‘hebben een kort lontje’ als het wachten geblazen is vanwege een situatie.

Maar om mensen zomaar als geduldig of ongeduldig te bestempelen is niet helemaal eerlijk als je geen weet hebt van het meespelende belang.

Het meespelende belang

Een vertraagde trein op een doodgewone werkdag of een treinvertraging wanneer je een intercontinentale vlucht naar de bruiloft van je beste vriend dreigt te missen? Het waarom van het behoud of verlies van geduld is misschien niet direct te observeren, maar wel belangrijk om mee te nemen voor een goede omschrijving ervan.
Wat je wel kan observeren is wat mensen doen om hun geduld te bewaren als ze dat dreigen te verliezen. Diep ademhalen? Boos kijken en afleiding zoeken? En wat doen ze als dat niet lukt? Schreeuwen tegen anderen? Grommen? Zich terugtrekken? Waar lijkt de scheidingslijn te liggen tussen bijvoorbeeld brommen en schreeuwen?

Geduld op lange termijn

Geduld kan je observeren op een enkel moment, maar ook op de ‘lange termijn.’ Daarbij kijk je niet zozeer naar direct gedrag om geduld te tonen of te bewaren, zoals hierboven beschreven, maar waar de grens van geduld ligt als steeds hetzelfde zich blijft voordoen of als er geen schot in de zaak zit. Dus ben je niet geïrriteerd omdat je werknemer een keer te laat is gekomen, maar omdat dat steeds weer gebeurt. Dan is die irritatie er nog steeds, maar zal je naar een oplossing gaan zoeken. Zelfs als de situatie niet te sturen is. Kijk eens wat mensen dan doen. Willen ze alles alleen oplossen, of zoeken ze hulp? Maken ze eerst een plan, of zijn ze van het aanpakken? Als er op de lange termijn een beroep wordt gedaan op geduld, geeft dat een mooi kijkje in de middelen die een persoon (of personage) heeft of durft aan te spreken om uit een benarde situatie te komen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Aaron Burden verkregen via Unsplash

De legendarische gebeurtenissen in je verhaal: inleiding

Ieder verhaal heeft legendarische gebeurtenissen nodig. Iets waar iedereen in de papieren wereld van je boek het steeds over heeft, of wat iedereen heeft gehoord en fascinerend vindt. Soms is dat daadwerkelijk iets legendarisch, zoals een draak, soms is het zo simpel als de dorpsroddel die zo uit zijn voegen is gegroeid dat er in het gehucht tien jaar later nog over gesproken wordt, ongeacht of de roddel nu op waarheid of alleen op kletspraat is gebaseerd. Waarom is dit zo belangrijk?

Wat is legendarisch?

Van Dale definieert legendarisch op twee manieren:
1 volgens een legende
2 over wie iedereen nog steeds bijzondere verhalen vertelt

Definitie 1 wijst erop dat een verhaal al generaties lang wordt doorverteld, definitie 2 neigt meer naar die van de hardnekkige dorpsroddel.
Van een legendarisch verhaal kan je zeggen dat men staat te popelen om te horen hoe het verloopt of afloopt. Neem het verhaal over de ridder die de prinses van de draak moet redden. Hoe hij door de weide trekt met zijn trouwe rijdier ben je snel vergeten, of interesseert je niet zoveel. Maar als hij met de drààk gaat vechten? Dan pak jij je warme dekentje, een lekker koekje en warme chocolademelk en ben je er helemaal klaar voor. Kom maar op met die legendarische scène!

‘Legendarisch’ schreeuwt: “Vertel, Vertel!”

Wat is het vertellen waard?

In zekere zin zijn legendes een belediging voor ‘gewone’ verhalen en scènes. Hoezo is het niet interessant om het hoofdstuk over de trektocht van de ridder en zijn paard te lezen? Je hebt hier de prachtigste sfeeromschrijvingen neergepend! Daar zit iets in, maar mooie, interessante of spannende verhalen zijn zo fantastisch omdat ze dynamisch zijn en er continu iets gebeurt. Het is de gouden wet van actie-reactie, maar dan nog een tandje hoger: wat in een legende wordt verteld, is altijd spectaculair: nergens is er een saai moment te bekennen.
Maar daar zit ook de crux: de boog kan niet altijd gespannen zijn, dus als je iets wil vertellen dat een legendarische schijn aan je verhaal moet geven, worden die ‘saaie’ elementen gewoon weggelaten. En dan is alles het vertellen waard en super interessant. Als je weet waarover je dan voornamelijk zo aangrijpend kan schrijven, is de ´en toen en toen´-test een goed hulpmiddel.

De ‘en toen en toen’- test

Bij de ‘en toen en toen’-test moet je een verhaal samenvatten. Je mag alleen maar ‘en toen’ gebruiken. Dus geen voegwoorden, die verbanden aanduiden en zo diepgang geven. Alleen de pure, droge feiten. Bovendien mag je ‘en toen’ ook maximaal vier keer gebruiken. Een drogere tekst is er waarschijnlijk niet. Je schrijft liever iets als:

Harry Potter is een jongen die in de bezemkast onder de trap slaapt bij zijn kwaadaardige oom en tante, want zijn ouders zijn dood. Tot zijn elfde verjaardag is Harry’s leven een hoop ellende, maar dan hoort hij een tovenaar is en naar de toverschool Zweinstein mag. Bovendien komt hij erachter dat zijn ouders niet zomaar zijn overleden. Ze zijn vermoord door de kwaadaardige Heer Voldemort, die op sterven na dood is. Voldemort probeerde Harry ook te vermoorden, maar dat lukte hem niet. Die poging mislukte, de vloek kaatste terug en nu is Voldemort op sterven na dood. Daarom probeert hij de Steen der wijzen te stelen om zo het levenselixer te kunnen drinken en onsterfelijk te worden. Maar Harry en zijn vrienden weten dat te voorkomen en ze verslaan Harry’s aardsvijand.

Dit verhaal klinkt niet legendarisch. Zo het nu samengevat is, klinkt het als het zoveelste fantasyverhaal. Dat komt omdat de tekst te veel woorden in beslag neemt, te lang ‘voortkabbelt’ om de legendarische elementen van het verhaal direct aan elkaar te koppelen. Het gewicht is weg, zo je wil.
Vergelijk dat eens met:

Harry woonde jarenlang bij zijn kwaadaardige oom en tante en sliep in de bezemkast onder de trap.
En toen hoorde hij dat hij een tovenaar was en naar Zweinstein mocht gaan.
(Echt?! Wauw, stel je voor dat je te horen krijgt dat je een tovenaar bent en naar een toverschool mag! Wat zou je daar allemaal leren? Maar wacht eens… Als Harry een tovenaar is, waarom heeft hij dan al die tijd de mishandeling van zijn oom en tante hebben kunnen ondergaan? Hebben ze dat misschien gedaan omdat hij een tovenaar is?)
En toen bleek op Zweinstein dat hij wereldberoemd was omdat zijn ouders waren vermoord en Harry zelf een dodelijke vloek heeft overleefd. (Waarom zijn zijn ouders vermoord? Hoe heeft Harry die vloek overleefd?)
En toen bleek Voldemort nog te leven, degene die Harry wilde vermoorden toen hij nog een baby was. (Wil Voldemort dat nog steeds? Waarom? Waar heeft hij al die tijd uitgehangen?)
En toen versloeg Harry Voldemort, voordat Voldemort de Steen der Wijzen kon stelen voor die hem onsterfelijk zou maken. (Wauw, wat een einde na al deze spanning!)

Met andere woorden: gebruik de ‘en toen en toen’ test om:
– De rode draad uit een groter verhaal te filteren. (In deze samenvattingen klinkt het bijna alsof er alleen maar een hoofdplot is, in het eerste deel van de Harry Potterreeks, maar het tegendeel is waar.)
– Erachter te komen wat voor een lezer spannend kan zijn. Dat zijn de punten waar de lezer zijn verbeelding kan gebruiken om de ‘gaten’ in het plot in te vullen met theorieën, maar aan jou als schrijver ook toeroept: “Vertel, vertel!” Of het nu gaat om het hoe, of waarom, of het wat: de lezer vraagt om invulling van de 5W1H en heeft jouw hulp daarbij nodig. De gaten die er vallen, zijn voer voor een pageturner en de verdere invulling van de legende.
– De gaten die vallen in de fantasie van de lezer te vinden, zodat je kan afwegen wat open moet laten om ruimte te geven aan de roddel en achterklap die het sterke verhaal het gehucht nog tien jaar later in zijn greep houdt, of de doorgeslagen power fantasy die van de held niet zomaar een krijger, maar een legende maakt.

Volgende week gaan we aan de slag met de praktijk achter deze theorie.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Catherine Kay Greenup verkregen via Unsplash.


De observerende schrijver: Ik zie…dankbaarheid

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: dankbaarheid.

Dankbaarheid is een mooi gevoel. Om te hebben, maar ook om de ontvanger van te zijn. Misschien denk je bij dankbaarheid tonen aan het geven van een cadeautje, kaartje of andere kleine attentie, maar dankbaarheid kan veel verder gaan en veel andere vormen aannemen. Houd je ogen dus goed open.

Waarvoor ben je dankbaar?

Dankbaarheid uit zich op verschillende manieren, maar begint bij het besef dat datgene wat je hebt, iets is wat niet vanzelfsprekend is. Vaak merk je gebrek aan vanzelfsprekendheid (pas) op als je iets bijna verloren hebt, of niet gehad hebt, maar nu (weer teruggekregen) hebt.
Denk aan dankbaarheid voor eten op tafel als je op vakantie hongerige bedelaars hebt gezien. Of je energie is weer op peil na een week van koorts, vermoeidheid en snotteren.

Hoe meer je iets gemist hebt, of hoe heftiger je ‘dat was op het randje’-moment was, hoe langer die dankbaarheid doorgaans aanwezig blijft. Plaats die dankbaarheid eens op een schaal van een tot tien en kijk hoe mensen daar een draai aan geven. Heb je honger geleden? Bid je dan voortaan voor het eten? Ga je vrijwilligerswerk doen voor de voedselbank? Deel je met iedereen die je kent die anti-voedselverspillingsapp? Zo kan dankbaarheid op een grotere schaal je leven invulling geven. Kijk eens of en hoe je dat terugziet bij mensen die je kent.

Dankbaarheidsspier

Dankbaarheid is te trainen, bijvoorbeeld door een dankbaarheidsdagboek bij te houden. Mensen die zulke dingen doen zijn vaker dankbaar: het is een vicieuze cirkel. Als je dingen opmerkt om dankbaar voor te zijn, merk je er steeds meer op en sta je dankbaarder in het leven. Dat doet je algemene gemoedtoestand ook weer goed. Mensen die daarentegen nooit ergens dankbaar voor zijn, zijn doorgaans vervelender dan degenen die een wasbordje aan afgetrainde dankbaarheidsspieren hebben. Observeer eens in hoeverre je deze stelling ook terug ziet komen in het echte leven en kijk wat voor conclusies je daaraan kan verbinden. Welk verhaal zit erachter dat deze persoon altijd dankbaar lijkt of het juist nooit lijkt te kunnen zijn?

Uitwisseling van dankbaarheid

Bij een uiting van dankbaarheid komt er vaak een gever en ontvanger bij kijken. Iemand geeft een cadeautje, de ander neemt het aan (of niet!). Interessant om bij de ontvanger te bedenken: waarom kan die een mooi gebaar al dan niet accepteren? Zijn het de omstandigheden, of zit het in het karakter? En bij de gever: hoe uit die diens dankbaarheid? Met cadeautjes, complimenten, voor de ander in de bres springen, goede energie sturen? Wat degene ook doet om iets liefs – of dankbaars, in dit geval – te doen of te weerspiegelen, je kan het scharen onder een van de liefdestalen. Daar kan je meer over lezen, maar je kan ook leren door te kijken. Wat zie jij mensen (al dan niet in een bepaalde categorie van liefdestaal) doen dat van dankbaarheid en liefde – want daar is vaak een overlap aanwezig, let daar maar eens op – getuigt?  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto van Donald Giannatti verkregen via Unsplash.

Je eigen verhaal teruglezen: dit heb je er (niet) aan

Als je oefent met schrijven en dat veel doet, wordt de kwaliteit van je tekst vaak beter. Op een bepaald moment lees je dan wat van je oude teksten terug en merk je dat je als schrijver veel gegroeid bent. Deze blogpost gaat in op wat je aan dat vergelijken hebt en wanneer het je in de weg kan zitten. Met dank aan Vera Oor voor de suggestie voor dit onderwerp!

Wat zie je in je oude tekst?

Of het nu een schrijftechniek is die je beter toepast, of dat je ziet dat je personages veel levendiger zijn geworden, bij het teruglezen van een oude tekst valt je met de kennis van nu vast veel op. Vaak is dat ongemakkelijk.
“O help, wat is dit een lawine aan infodumps. Hoe zag ik dat over het hoofd?”
“Ik had het verhaal moeten hernoemen van Beatrijs en haar baronessenleven naar Beatrijs en haar baronessenleven van clichés...”
enzovoorts.

Begin met opschrijven van de dingen waarvan je weet dat je het nog niet wist ten tijde van het schrijven van de oude tekst. Bijvoorbeeld dat show don’t tell een techniek is. Of dat een held een comfortzone moet verlaten. Of dat je dat wel wist, maar nog niet wist hoe je dat moest doen, maar nu wel.
Kijk dan wat er al goedging zonder dat je erop lette. Op welk gebied komt het als vanzelf? Wist je intuïtief al een goede cliffhanger te schrijven, zonder te weten hoe je daar de S.O.A.P regel op toe kan passen zodat hij niet te overdreven wordt? Schrijf dat op. Soms hebben bepaalde technieken een bepaalde overlap. Als dat kwartje mocht vallen op een manier die je verder helpt, kan je zwaktes soms verbeteren door te leren van je sterke punten.

Daarna schrijf je op wat je fout ziet gaan in je oude tekst. Dan is het tijd om je meest recente schrijfsels erbij te pakken.

Kijken naar je recente tekst

Als je ziet wat er misging in je oude tekst, kijk je of en in hoeverre dat in je huidige teksten nog steeds het geval is. Dit werkt het beste door teksten met elkaar te vergelijken die grofweg hetzelfde woordenaantal hebben. Zo zie je bijvoorbeeld of je in de ene tekst 300 woorden gebruikt om een ruzie te beschrijven, waar dat in de andere tekst 750 woorden duurt. Als je in woordenaantal iets kan vergelijken, dan zie je hoe compact je een scène kan omschrijven, een personage-introductie de tijd geeft of er juist doorheen racet… Meer of minder woorden is niet per definitie beter of slechter; context maakt heel veel uit. Maar je leert wel kritisch kijken naar hoe je schrijf en waar je misschien meer of minder woorden aan kan of moet besteden. Of wanneer iets juist uitgesproken goed werkt.

Waarschijnlijk zie je een van deze twee dingen gebeuren:

  • Je maakt dezelfde fouten niet meer/ hebt jezelf verbeterd en dus is dat onzichtbaar in je recente tekst
  • Je probeert een fout die je hebt opgemerkt in je oude tekst weg te poesten en gaat overcompenseren.

Bij verbetering

Het vervelende van verbetering in je schrijfstijl is dat je vaak alleen ziet wat je niet meer doet -al die infodump is weg-, maar niet wat je dan wel doet wat je tekst beter maakt. Ja, minder infodump maakt een tekst beter, maar is dat alles wat de tekst nu zoveel fijner leesbaar maakt? Dat weet je niet (altijd) en er is geen waterdichte manier om dat na te gaan.
Daar zit een grote paradox van een creatieve tekst. Als je als lezer – of dat nu een ‘echte lezer’ is of iemand die naar te tekst kijkt om te verbeteren- een verhaal leest, moet je het verhaal ingezogen worden. Negen van de tien keer betekent dat paradoxaal genoeg dat je dan niet meer ziet : “O, wat slim, deze show don’t tell!” maar gewoon van het verhaal geniet. Je analytische blik gaat (vrijwel) volledig weg als je in het verhaal meegenomen wordt.
Als dat het geval is, geniet dan van de prestatie. Lees je tekst (veel) later nog eens terug, als dit je ‘oude tekst’ is, die je kan vergelijken. Voor nu ben je op de goede weg, ga op deze manier verder en je schrijft waarschijnlijk iets moois!

Bij overcompensatie

Als je als feedback hebt gekregen: “Ik zie geen show, alleen maar tell.” kan het zomaar zijn dat je nu alleen maar in show schrijft. Overdaad schaadt, ook bij technieken die je hoort te gebruiken. Als je bent vergeten dat tell soms wel moet, schrijf dan wederom op dat dat je valkuil is. Probeer dan als je verder schrijft, juist geen aandacht te besteden aan show. Ook niet aan tell. Geen van beide. Kijk eens hoe het gaat als je gewoon gaat schrijven en op je schrijfkwaliteit en intuïtie vertrouwt.

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan en het volgende al helemaal: ga je oude teksten niet herschrijven, niet verbeteren met de kennis die je nu hebt. Schrijf op in de kantlijn met wat je mis ziet gaan, maar ga de tekst niet opnieuw schrijven. Als je teveel bezig bent met het verbeteren van fouten, letten op de technieken en wat er fout gaat, blokkeer je het schrijfproces. Weet wanneer je de theorie moet negeren.

Maar stel dat je moeite had met het inperken van infodumps en dat nog steeds hebt. In je oude verhaal gaf je jezelf daar het rapportcijfer 3 voor en nu een 5. Dan mag je de oude tekst erbij pakken. Met dat oude verhaal doe je waarschijnlijk toch niets meer: over het algeheel genomen zijn je nieuwe teksten toch veel beter geworden. Maar herschrijf dan ook alleen de gedeelten met het overschot aan infodumps. Leer van je fouten, maar blijf er niet in hangen. Met wat je kan en hebt geleerd, schrijf je veel mooiere verhalen (of hoofdstukken scènes, dialogen…, als het gaat om dat verhaal dat al tien jaar op de plank ligt en je nu eindelijk wil afmaken) die weer fris en fruitig beginnen dan wanneer je ze eindeloos blijft afstoffen.

Als je ook een idee hebt voor een blogpost, laat het me dan weten in de reacties!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Clay Banks verkregen via Unsplash.