Zo maak je een cliché origineel: de liefdesverklaring

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als het wel die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de liefdesverklaring.  

Het cliché: onpersoonlijk groots

Op een zeker moment wordt de liefde tussen twee personages serieus of officieel. De ene zegt: ‘Ik hou van jou’ tegen het andere. Dit gebeurt pas op het moment dat ze bijna doodgaan of er een fanfare klaarstaat het moment te vieren. Dus er kan op een andere manier de nodige drama of het nodige spektakel ontstaan. Als het gebaar of moment maar groots is, heb je zogenaamd de beste of passendste liefdesverklaring die je krijgen kunt.

Waarom stoort dit cliché zo?

Dit is zo’n cliché dat schreeuwt: “Dit gebeurt alleen in een boek.” Dat is hoe dan ook storend, maar er is nog een reden dat dit cliché niet werkt: een groots gebaar of moment zou boekdelen moeten spreken, maar dit gebeurt niet als het onpersoonlijk is. Als je personage de plaatselijke harmonie in zou huren voor een liefdesverklaring, maar de ander dat soort muziek vreselijk vindt, dan sla je daarmee de plank volledig mis. ‘Ik hou van jou’ pas op een sterfbed uitspreken, als de personages elkaar dagelijks zien, is ook niet passend bij een koppel. Kortom: dit cliché stoort als je vergeet wie je unieke personages eigenlijk zijn.

De oorzaak van het cliché: de miljardste keer

Het is altijd belangrijk om de omstandigheden af te stemmen op je unieke personages, maar bij de eerste keer ‘ik hou van jou’ is dat misschien wel het allerbelangrijkste. Een eerste liefdesverklaring is in de geschiedenis van de mensheid misschien wel miljarden keren gedaan. Daardoor wordt het dus makkelijker ‘standaard en steriel’, terwijl het dat natuurlijk niet moet zijn. Bovendien kan je in een verhaal over geliefden bijna niet om ‘ik hou van je’ heen. Als je dan je toevlucht zoekt tot ‘wat hoort’ of vaak gedaan wordt, verandert iets oprecht, romantisch of liefdevols maar al te snel in cliché en klef.

Het cliché fiksen: kies het moment zorgvuldig uit

Je personage zal het juiste moment willen uitkiezen om de eerste keer ‘ik hou van jou’ uit te spreken. Je personage doet dat op gevoel; jij als schrijver kan preciezer en doordachter te werk gaan. Kijk bijvoorbeeld waar je thematisch mee kan spelen. Daarbij kan je denken aan de directe omgeving, maar vergeet daarbij de plaats in je verhaalstructuur niet.
Stel dat je een soldaat en een verpleegster zou willen koppelen. Zij zijn gewend aan ellende en duisternis, maar kunnen zich daar samen doorheen slaan. Ze vinden bij elkaar rust in turbulente tijden. Denk er dan eens aan om de liefdesverklaring te laten plaatsvinden in de rust, vlak na een storm in de avond, als het buiten donker is. Ook kan het passend zijn voor een koppel als zij dat continu obstakels te verduren krijgt om de liefdesverklaring vlak voor de tweede clue in te zetten. Er is een stevige basis, maar er komt nog meer aan om voor te vechten.
Als je op die manier tijd en thema vooropzet, kan je liefdesverklaring de juiste snaar laten raken bij de lezer.

Tip voor het verminderen van het cliché

  • Laat de tortelduifjes in de flirtfase die aan ‘ik hou van jou’ voorafgaat, elkaar niet al te veel uitgesproken lieve complimentjes maken, zoals: ‘jij bent zo lief’ of: ‘ik bewonder hoe jij altijd voor iedereen klaarstaat.’  Gebruik show, don’t tell om te laten zien hoe de personages langzaam maar zeker verliefd worden. Maak ze extra attent, of geef aan hen een warm gevoel in de buik als ze de ander iets liefs voor de zieke buurvrouw zien doen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Henry Lai verkregen via Unsplash.

De thematische slechterik

De held en de slechterik: elkaars tegenpolen gedurende het hele verhaal. Dat levert de nodige spanning op. Maar het kan ook interessant zijn om een slechterik in je verhaal te schrijven die in een enkele scéne alles op zijn kop zet door een weerspiegeling te zijn van een duister verhaalthema.

Held en slechterik: elkaars tegenpolen

Een goede basis voor een held en een slechterik in een verhaal is niet alleen dat de held voor het goede strijd en de slechterik voor het slechte of het goede dwars wil zitten. Ze zijn vaak ook elkaars tegenpolen. Dus de een is een gezondheidsfreak, en de ander eet wat lekker is. De een stemt links, de ander rechts, enzovoorts. Dat is de eerste stap, maar als je het daarbij laat dan loop je het risico op clichés. Een goed verhaal is niet zo zwartwit als het gaat om wie ‘goed’ is en wie ‘slecht’. Voor je verdere uitwerking is het verstandiger om naar een verhaalthema te kijken wat je uit wil schrijven.

Thematisch een held en slechterik schrijven

Als je held en slechterik elkaars tegenpolen zijn, dan heb je het over twee zijden van dezelfde medaille. Als je held rijk opgroeit en de slechterik arm, gaat dat in wezen in beide gevallen over geld. De een heeft het veel, de ander heeft het te weinig. Daar kan je heel veel over schrijven, maar dan blijf je aan de oppervlakte. Kijk eens wat je thematisch over deze medaille kan schrijven. Staat geld bijvoorbeeld voor macht en hebzucht, of juist voor vrijgevigheid en overvloed? Als je op deze manier een verhaalthema kiest, zijn je held en slechterik misschien nog steeds tegenpolen, maar dan is je verhaallijn al wat meer dan alleen een oppervlakkig gegeven.

Kies een themamoment in je verhaallijn

Als je een verhaalthema kiest, doe je dat niet zomaar. Waarschijnlijk wil je daar iets mee zeggen. Veel geld hebben leidt tot macht, en macht is gevaarlijk, bijvoorbeeld. Kortom: je geeft in meer of mindere mate een moraal aan je thema. Je hoeft dit moraal niet uitgebreid uit te werken, dat kan verkeerd uitpakken. Want je wil niet op de preekstoel zitten. Maar dat moraal wat je kiest is vaak wel een deel van de heldenreis van je held. Of het komt in ieder geval terug in een obstakel of een clue.
En die clues, obstakels of climax zijn vaak ook momenten waarop de held moet stilstaan bij dit moraal of thema. Er gebeurt iets anders dan het dan het alledaagse, wat om zelfreflectie vraagt. Er is een ruzie, waardoor een relatie verandert of eindigt… Dat moment, die scène kan dienen als een moment om een ‘slechterik’ te introduceren die een thema weerspiegelt en de vinger op de zere plek legt. Voor het personage of voor het plot. Dat is dan niet een slechterik die het hele verhaal meedraait, maar iemand die simpelweg laat zien waar het in je boek thematisch nou eigenlijk om draait. Deze slechterik kan een kleine rol hebben, of bijna een figurant zijn.

Voorbeeldcasus: voorrechtsvlogger

Wil je het thema echt een moment geven? Dan kan daar de thematische slechterik om de hoek komen. Die figurant die in een enkel moment je thema uit kan lichten op zo’n manier dat je personage niet anders kan dan erdoor veranderen, en het plot daardoor ook een andere wending en meer diepgang van krijgt.

Yannick en Luca zijn tieners. Luca kijkt op tegen Yannick, die veel geld en een grote schare volgers heeft op zijn vlogkannaal. Yannick draagt alle dure en populaire kleren. Luca is niet zo populair en is meer de gemiddelde tiener. Hij heeft het zeker niet slecht, maar moet wel in de supermarkt werken om die dure kleren te kunnen betalen die Yannick gewoon zo van zijn ouders krijgt. Puber Luca is stikjaloers en probeert te zijn zoals Yannick. Maar, belangrijk voor deze casus: ze trekken niet vaak met elkaar op. Het zijn klasgenoten die elkaar af en toe spreken.

Op het eerste gezicht kan Yannick de ideale tegenstander lijken. Hij is de andere kant van de medaille van Luca en Luca zal heus ook wel eens jaloers zijn. Tadaa. Niks meer aan doen. Laat Luca maar op een afstandje verlangend kwijlen naar het voorrecht dat Yannick heeft zomaar om te kopen wat hij wil.
Maar deze relatie en de dynamiek daarvan is als gegeven voor het verhaal redelijk vaststaand en feitelijk. Tenzij een van de twee jongens door een speling van het lot met een heel andere financiële situatie te maken krijgt, gebeurt er niet veel. Je kan die verandering wel inzetten, maar dat wordt dan wel meteen een groot deel van je hele verhaal.

Yannick is aan het vloggen in het winkelcentrum over zijn nieuwste ‘haul’ van dure kleding en Luca is een geinteresseerde toehoorder die hem voor een keer vergezeld. Gedurende je verhaal heb je al het thema ‘voorrecht’ in het plot verwerkt. Dus Luca is daar al over na aan het denken. Bewust of nog iets meer op de achtergrond.
In de vlog staat Yannick op het punt om een dure sneakerwinkel binnen te gaan. Vlak voor de winkel zit een bedelaar en Luca merkt op dat die geen schoenen of sokken aan heeft. Hij blijft een momentje staan om te kijken, waarna Yannick vraagt waarom hij zich drukmaakt om een simpele bedelaar. “Kom, we gaan de sneakers halen.”
Maar Luca knoopt een kort gesprek aan met de bedelaar en geeft wat geld. Vanaf dat moment ziet hij de ontzettend grote kloof in inkomen tussen niet alleen Yannick en hemzelf, maar ook tussen hem en de bedelaar. Vanaf dat moment heeft hij een heel ander begrip bij het woord ‘voorrecht’.

Die ene scène tussen Luca en de bedelaar kan als het gaat om groei en duidelijk maken van thematiek soms beter werken en meer indruk achter laten dan een ‘traditionele’ verhouding tussen de held en de slechterik die het hele verhaal tegen elkaar ‘op moeten knokken’ om verschillen of een thema maar verder uit te diepen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door David Guliciuc verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: ik mis je zo 

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je om clichés te herkennen en zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en deze weer terug op de rit zetten. Deze week: uitzonderlijk gemis.  

Het cliché

Of het nu gaat om een gebroken hart, een overleden geliefde of zelfs een onbereikbaar thuis: soms mist je personage iets of iemand zo erg dat huilen en snotteren het enige is wat het personage nog kan doen.

Waarom stoort dit cliché zo?

Als je personage zoveel verdriet heeft dat het maar tot één ding in staat is, zet je daarmee je verhaal op slot. Je personage kan alleen maar denken aan wat was of had kunnen zijn. Vaak wordt dat verdriet te dramatisch uitgeschreven: als je niet schreeuwt en huilt in je kussen of je bed wekenlang niet meer uit kan komen, is dat verdriet dan wel zichtbaar genoeg voor de lezer?

De oorzaak van het cliché: verdrietige paradox

Het lastige van het schrijven over heimwee of liefdesverdriet is dat je inderdaad moet schrijven over een personage dat even de weg kwijt is en (emotioneel) niet optimaal functioneert. Als je dit wilt uitleggen, moet je ook duidelijk maken waarom het gemis zo ernstig kan zijn geworden. Dan ligt het risico van een te uitgebreide en verdrietige geschiedenis op de loer.
“Het is logisch dat Lotte Bram mist, zij hebben zo veel meegemaakt. Laat haar nou maar.” Hierdoor leest de lezer alleen maar leest over de geschiedenis van Lotte en Bram en niet meer over een lopend plot. Daar gaat het vaak mis bij dit cliché: het verklaren krijgt te veel voorrang op het plot.

Het cliché fiksen: wrijf het er maar in!

Als je personage iets overkomt wat het gemis van start laat gaan, dan mag je daar de nodige aandacht aan besteden. Denk dan aan een moment dat iemand een relatie uitmaakt, of wanneer je personage voor het eerst weer de foto’s van het verre thuis bekijkt.
Gebruik dat gedeelte van je verhaal om te laten zien waarom je personage zo sterk aan iemand of iets gehecht is of was. Daarna laat je het personage verdergaan met het leven.
Vervolgens schrijf je in dat leven dingen die je held aan het gemis herinneren, maar die je held dwingen om door te gaan.
Als er net een relatie uit is laat dan bijvoorbeeld koppeltjes voorbijlopen in het openbaar. Als je personage heimwee heeft naar een ver land, laat dan net iedereen vakantieplannen maken om daar naartoe te gaan, in dezelfde week dat je personage daar ook had kunnen zijn, maar door de omstandigheden anders besloten.
 Aan zulke dingen kan je personage niet ontsnappen. Maar zo kan het plot verder én leren zowel held als lezer wat de held doet in tijden van tegenslag.

Wees voorzichtig: deze oplossing is gevoelig voor deus ex machina. Zorg ervoor dat je hier extra subtiel schrijft.   

Tip voor het verminderen van het cliché

Schrijf je over heimwee of liefdesverdriet, dan kan het helpen om niet te schrijven met verdriet als uitgangspunt. Denk ook eens aan melancholie, spijt, twijfel en andere emoties die geen ‘kant- en klare’ oplossing bieden als het gaat om hoe je die kan uitwerken als schrijver. Schrijf je over verdriet, dan schrijf je bijna als vanzelf over huilbuien. Bij andere emoties die ook bij gemis (kunnen) komen kijken, moet je wat creatiever zijn. Dat vermindert het cliché ook.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Anthony Tran verkregen via Unsplash.

Tijd voor proeflezers: na de eerste schrijfsprint

Proeflezers inschakelen doe je liever te vroeg dan te laat. Het is zelfs waardevol om ze al in te schakelen als je de allereerste versie van je eerste hoofdstuk hebt geschreven en net uit de schrijversflow komt. Want in je eerste enthousiasme en de tekentafelfase is je blinde vlek voor een aantal belangrijke zaken vaak het grootst.

De schrijversflow en de tekentafel

De allereerste fase van het schrijven is fantastisch. Je bent nog vol van dat moment waarop je wist: ‘ik ga schrijven!’ en dan volgt de tekentafelfase waarin je in een schrijversflow talloze ideeën neerkrabbelt die nog op elkaar aansluiten ook! Uiteindelijk staat de basis van je personages, de drieaktenstructuur en je verhaalthema. Voordat je verder snelt met nog meer uitwerkingen is het verstandig om hoofdstuk 1 te schrijven en dat op te sturen naar een aantal proeflezers.

Het belang van hoofdstuk 1 voor schrijver en proeflezers

Niet iedere schrijver begint het schrijven van hoofdstuk 1, maar het is wel verstandig om een eerste versie daarvan naar proeflezers op te sturen. Net zoals een redacteur in de eerste regels of alinea’s een indruk krijgt of je verhaal het verder lezen waard is, doet de lezer dat ook. Gelukkig is die doorgaans wat geduldiger, maar evengoed wil die ook van begin af aan het idee krijgen dat het verhaal fatsoenlijk van start gaat. Anders gezegd: dat het geen drie hoofdstukken of dertig pagina’s gaat duren voordat het überhaupt duidelijk is wat er in het het verhaal gaat gebeuren.
En omdat jij als schrijver het complete plaatje al voor je ziet, is de kans aanwezig dat je de lezer niet de context, hints of kennis geeft die nodig zijn om een goede eerste indruk achter te laten.
Het is heel leuk als je in hoofdstuk 1 al een puzzelstukje voor plottwist kan geven dat in hoofdstuk 7 terugkomt. Maar als je lezer nog geen idee kan hebben van het algemene verhaal, laat staan van de plottwist, dan gaat dat zijn doel voorbij. Maar de kans is groot dat jij met je gedachten al bij die plottwist bent, omdat je zo druk bent met alles nog verder uitwerken. En dan krijg je een blinde vlek die alleen proeflezers kunnen opmerken.

Overweeg dus om je proeflezers al na dit eerste hoofdstuk op te sturen: het voorkomt onnodig veel schrappen later in het schrijfproces.

Hoe lang moet je eerste hoofdstuk voor de proeflezer zijn?

Zeker als je net gaat beginnen met schrijven, heb je nog geen realistisch idee van het woordenaantal van je boek of je hoofstukken. Dus hoe lang is dit ‘hoofdstuk 1’ dat je aan je proeflezers doorstuurt? Dat ligt er vooral aan wat je genre en je schrijfstijl zijn.

Bij een genre met veel worldbuilding, heb je de eerste pagina’s nodig voor een goede situatieschets van de papieren wereld. Dan is 1000 woorden helemaal niet zo veel: je personage moet immers ook nog aan bod komen. Schrijf je echter een roman, romantisch verhaal of feelgood, dan is 1000 woorden véél te lang om slechts je personages te introduceren.
Voor de schrijfstijl geldt hetzelfde idee. Schrijf je recht voor zijn raap, dan kun je in 1000 woorden een heel eind komen voor het eerste hoofdstuk, ben je van het meer poetische waarbij sfeeromschrijvingen voorop staan, dan ben je met een paar honderd woorden misschien net begonnen.

Maar ongeacht hoe veel of hoe weinig woorden je nodig hebt voor een goede introductie, hier is een vuistregel:

Binnen 1000 woorden moet je een globale introductie van je verhaal en personages hebben. Binnen 3000 woorden moet je lezer het gevoel hebben dat het verhaal al van start is gegaan.

Een introductie van je verhaal en personage is zoveel als: dit is er aan de hand in deze fictieve wereld en de personages gaan zich daar op deze manier in bewegen.
Het verhaal is van start betekent: je leest niet meer alleen maar over het hoe en wat van de wereld en je personage. Er gebeurt al iets dat om actie-reactie vraagt. Het voorstelrondje is voorbij, nu moeten je personages aan het werk.

Wat moet de proeflezer na het eerste hoofdstuk kunnen terugkoppelen?

Je hebt een lijstje met standaard vragen voor proeflezers. Als je feedback vraagt over hoofdstuk 1, dan komen daar nog de volgende vragen bij:
– Kun je je een voorstelling maken van de aankomende heldenreis van de personages?
– Is eventuele worldbuilding voor nu(!) genoeg om je een voorstelling van de wereld te maken (want infodump ligt op de loer!)
– Wat denk je dat het (mogelijke) verhaalthema is?
– Is het duidelijk wat er op het spel staat of kan gaan staan?
– Is het personage al iets meer dan een stuk karton? Lees: heb je op zijn minst een idee welk archetype dit personage is? Of heb je desnoods een lichtelijk(!) cliché beeld wat voor iemand dit is? (Ja, een lichtelijk cliché beeld. Als je personage van begin af aan super cliché is, is het evengoed weer net een stuk karton.)

Je hebt in hoofdstuk 1 niet voldoende ruimte om alles al te ‘verklappen’. Dat hoeft ook niet, anders wordt je boek inhoudelijk te magertjes. Maar je moet al wel iets waardevols kunnen beloven. Deze vragen geven je daarbij een houvast.

Het lezerscontract: zou je hiervoor tekenen?

Als laatste controle leg je de proeflezer na hoofdstuk 1 de volgende vraag voor:
Stel: ik leg je een contract voor waarin je belooft dat je het straks voltooide verhaal gaat lezen. Ben jij op basis van hoofdstuk 1 bereid om bij voorbaat al een X aantal kostbare uren van je tijd op te offeren als dit boek straks helemaal af is?
Belooft hoofdstuk 1 nog te weinig waardevols, dan zal je proeflezer niet willen tekenen. Dan moet je dat ‘contract’ dus aan moeten passen. Maar als je hoofdstuk 1 goed uitwerkt, dan zal je proeflezer staan de popelen om te tekenen. Natúúrlijk offert die straks wat uren voor op voor je boek. Sterker nog, kan jij als schrijver niet wat vaart maken?
Dan is het goede begin gemaakt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Ben White verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de puber op de middelbare school

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week kijken we naar twee veelvoorkomende clichés bij personages van de middelbareschoolleeftijd.   

Het cliché: een aantal bekende pubers

Degene die op de middelbare school mooi is, met wie iedereen vrienden wil zijn en die gemeen is tegen iedereen buiten de vriendengroep. En dan de verstotende: vriendeloos, gepest en vaak goed in bètavakken. Kortom: de populaire en de nerd. En dat zijn er nog maar een paar van de pubers die in schrijversland naar de middelbare school gaan.

Waarom stoort dit cliché zo?

De middelbare school kenmerkt zich wel degelijk door bepaalde kliekjesvorming als het om vriendschappen gaat. Maar door je jonge tienerpersonage te snel de populaire of de nerd te maken, neem je pubers niet serieus.
Die kunnen meer zijn dan óf gemeen en mooi, óf lelijk en gepest, óók al vliegen de hormonen in het rond en wordt er een plaats in de sociale hiërarchie gezocht. Het risico dat je er storend oppervlakkige personages van schrijft, is heel groot.

Maar er kleeft nog een nadeel aan deze typische classificering van karaktertrekken tijdens de middelbare schooltijd. Als je die clichéwaarden aan elkaar koppelt alsof ze niet afzonderlijk van elkaar kunnen bestaan, dan gaat vroeg of laat je verhaalthema eronder lijden.
Je kan dus alleen maar zacht van aard zijn als je ook gepest wordt? Want als je mooi bent, moet je ook gemeen zijn.
De kans is groot dat met zulke rigide regels je een verhaal niet fatsoenlijk kan uitwerken. Omdat je niet de diepte in kan gaan en omdat je nog een heel leger aan medepersonages nodig hebt die elk een specifieke karaktertrek moeten vertegenwoordigen. Zoals iemand die aardig is zonder gemeen te hoeven zijn. Maar dat is dan vaak wel weer een vervelende cliché grappenmaker.

De oorzaak van het cliché: gebrek aan levenservaring

In kinderboeken is er nog geen behoefte aan diepzinnige personages. Pubers lijken in schrijversland vaak tussen de kinderen en volwassenen in te vallen als het gaat om waar ze in hun emotionele ontwikkeling zijn. Ze spelen relatief weinig de hoofdrol in diepgaande verhalen. Dus lijkt het een vrijbrief om ze maar eenvoudig weg te zetten. ‘Het zijn pubers, die worden gedreven door de hormonen. En we weten allemaal hoe dat gaat…’. Vanwege hun gebrek aan levenservaring wordt te vaak gedaan alsof ze nog geen idee van het leven hebben. Maar een zogenaamd gebrek aan levenservaring mag nooit een excuus zijn voor het gebrekig uitwerken van karaktertrekken.

Het cliché fiksen: gebruik pubers niet als gereedschap voor schok en drama

Het lijkt geen gek idee om pubers in een verhaal te laten voorkomen in verhalen voor het nodige drama. Experimenteren met drank, seks, drugs en het zich afzetten tegen de ouders lijkt daar een goed recept voor. En dat kan werken, maar je kan het beter laten om een puber in je verhaal te schrijven, alleen omdat je de lezer daarmee denkt te choqueren. Extra drama aan je verhaal toevoegen omwille van het extra drama is geen goed idee. Een lezer prikt daar makkelijk doorheen. Bovendien kan het tegen je werken als je een complete (potentiële) doelgroep niet serieus neemt.

Tips voor het verminderen van het cliché

  • Zie pubers liever als mensen die emoties sterker ervaren dan mensen die alleen maar gedreven worden door emoties. Dat voorkomt al een hoop van de oorzaken die ervoor zorgen dat dit cliché zo eenzijdig en oppervlakkig maakt.
  • De naïviteit die pubers doorgaans hebben kan je ook omzetten naar een unieke drijfveer en veel daadkracht om iets te veranderen in plaats van ernaar te kijken als ‘dom’.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Olivia Hibbins via Unsplash.

Schrijfoefening voor aan de tekentafel: leer je personages kennen

Als je nog aan de tekentafel bezig bent, kan het soms lastig zjn om te overzien wie je personages zijn en wat hun verhoudingen gaan worden. Ten opzichte van het plot, maar ook ten opzichte van elkaar. Om daarin iets meer zicht te krijgen, kan het helpen om je personages een van de vier elementen toe te wijzen, om zo te kijken wat ze aan elkaar zullen hebben en of ze eerder vijanden dan vrienden zullen worden.

Elementen als karatertrekken voor je personages

Water, aarde, vuur en lucht zijn welbekende symbolieken om mee te spelen. Het zit zelfs in onze taal verweven. Denk aan dingen als:

– zij zijn als water en vuur
– watervlug zijn
– goed geaard zijn
– ergens luchtig over doen

Dit kan je oppervlakkig gebruiken om je personage snel wat karaktertrekken toe te wijzen, maar je kan er ook complete verhoudingen mee ontdekken. Het is daarvoor belangrijk dat je bovengenoemde voor de hand liggende voorbeelden iets meer los kan laten en ook al een globaal idee hebt waar je verhaal over gaat, of waar het thematisch naartoe moet gaan. Ook moet je eenzelfde element van meerdere kanten kunnen bekijken.

Wat weerspiegelen de elementen voor jou?

Schrijf eerst eens op wat je met ieder element associeert. Of je van clichés uitgaat of niet is niet van belang. De kans is groot dat je dingen tegenkomt die elkaars tegenpolen lijken te zijn, of twee kanten van eenzelfde medaille belichten. Denk aan vuur. Dat kan jou heerlijk verwarmen, maar je kan je er ook aan branden. Als je zulke ‘tegenstrijdigheden’ tegenkomt, kijk dan wat voor jouw persoonlijke associatie, verhaal of personage het best lijkt te passen.
Want een personage ‘van vuur’ kan dus zowel je veilige haven zijn als degene die alles verwoest. Dat telt nou niet bepaald logisch op.

Puzzel zo eerst met elk element tot je een kort lijstje van eigenschappen hebt die grofweg een personage in de dop zou kunnen vormen. Niet alleen is je ‘lucht’ personage tenger van figuur, het is ook een (te) snelle denker die wat chaotisch kan zijn. Maakt dat een interessante leider, of juist niet? Dat zijn dan dingen waar je op voort kan bouwen.

Maak een rolverdeling voor je personages

Of je nu twee, vier of tien personages een element hebt toegewezen, nu is het tijd om te kijken hoe ze zich tot elkaar verhouden. Denk daarbij goed aan wat je zelf hebt opgeschreven: laat spreekwoord zoals ‘als water en vuur’ los. Want misschien kunnen jouw personages van water en vuur juist redelijk met elkaar overweg.
Want als jij bij water ‘voedend’ hebt opgeschreven en bij vuur vooral denkt aan ‘verwarmend’, dan heb je twee personages die allebei empathie als een belangrijke karaktereigenschap hebben. Die kunnen dus best vrienden zijn, in plaats van de zogenaamde gedoemde vijanden. Dat het waterpersonage dan flexibel is en het vuurpersonage juist ‘krachtig is ‘en daardoor minder flexibel is, kan juist voor een goede balans in je verhaalthema zorgen.

Kijk nu eens wat je verhaal nodig heeft: wat past er bij je thema, doelgroep of moraal?

Als je schrijft over oorlogstijd, kan je eerdergenoemde vuurpersonage een uitstekende held zijn. Maar als je verhaal gaat over een nieuwe uitvinding, dan is je luchtpersonage misschien een betere hoofdpersoon. Die is geschikt om te laten zien hoe ingewikkeld en veranderlijk een creatief proces kan zijn.

Laat je personages samenwerken

Nu ieder personage een eigen rol heeft, ga je kijken hoe je personages gaan samenwerken. Zet ze in een vergaderzaaltje en geef ze een probleem om op te lossen. Dat kan het centraal conflict zijn, maar ook iets wat je alleen voor je opschrijfboekje wil gebruiken. Of iets erg ludieks, zoals: ‘zorg ervoor dat een stormloop bij de uitverkoop van een warenhuis wordt voorkomen als er een artikel wordt verkocht dat op TikTok trendy is’, in een verhaal over een apocalyps – wat nog een symbolische overeenkomst heeft-. Of juist niet: laat ze zich over datzelfde probleem buigen in een verhaal over een pestkop.

Kijk nu eens wie er met elkaar kunnen samenwerken en hoe dat zou gaan. Misschien is dat chaotische luchtpersonage geen ideale manager, maar het meer ‘gegronde’ aardpersonage wel. Maar daarmee heb je nog geen ideaal team. Want dat chaotische personage gaat met deze manager wel een bepaalde vinger in de pap willen om ervoor te zorgen dat het nog wel efficient en waardevol werk kan leveren. Dat hoeft niet meteen op een ruzie uit te lopen. Je kan het flexibele en geduldige waterpersonage de rol geven om het luchtpersonage wat meer te sturen.

Kijk eens op wat voor manier je de personages op die manier aan elkaar kan koppelen of beter uit elkaar kan houden. Hoe vullen ze elkaar aan? waar hebben ze hulp bij nodig? Zet ze zo in deze ‘kennismakingsvergadering’ en je kan een heleboel dingen te weten komen.

  • Waar zitten er mogelijke clues, obstakels of climaxen in je plot?
  • Kan je centraal conflict een heel verhaal dragen, of is het meer iets voor een scène?
  • Waar zijn je personages bang voor?
  • Heb je nog een ander personage nodig dat nog een andere, extra rol moet vervullen?

enzovoorts.

Je bevindingen in je verhaal meenemen

Omdat deze oefening voor de tekentafel is bedoeld, kan je niet een op een je bevindingen meenemen. Het lijkt me sterk dat je echt over water-en-vuurpersonages schrijft die voornamelijk vergaderen. Maar deze oefening is wel geschikt om te testen waar de basis van je verhaal nog iets mist. Weet je al genoeg van de personagebiografieën van je helden? Zie je mogelijke gaten in het plot? Besef je waar het verhaal stil kan gaan vallen?

Als het goed is, komen er met deze schrijfoefening een paar zaken aan bod die er later voor zorgen dat je een hoop moet gaan herschrijven. Of erachter komt dat je dacht een diepgaand thema te hebben dat later niet aansluit, of tegenstrijdig wordt. Je zal ervan schrikken hoeveel er boven kan komen drijven. Maak gerust een uur of twee vrij voor deze brainstormsessie!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Adrien Olichon verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: maar dat schrijf je niet

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week kijken we naar wat je denkt te schrijven, maar wat niet op papier staat.   

Het cliché

Het bekendste voorbeeld van dit cliché is het volgende voorbeeld: Romeo is zogenaamd uitzonderlijk ‘zorgzaam’. Julia komt thuis met een schrammetje en hij briest onmiddellijk: “Wie heeft jou dit aangedaan? Als ik erachter kom, sla ik diegene meteen in elkaar.”
In werkelijkheid is Julia niet geslagen, maar heeft ze een laaghangende tak ongelukkig in haar gezicht gekregen…

Waarom stoort dit cliché zo?

Deze alfaman is om voor de hand liggende redenen gevaarlijk, maar ook verhaaltechnisch is er iets mis hem. Hij vertaalt een idee wat in beginsel romantisch is, naar iets wat dat allesbehalve is. Daarmee is hij de belichaming van: je schrijft niet wat je zegt te schrijven.

De oorzaak van het cliché: uit de voegen gegroeid  

Als Julia inderdaad geslagen zou zijn, dan doet Romeo er goed aan om haar te beschermen. Maar dat is er sowieso niet gaande en geweld zou het niet oplossen. Bovendien gaat het er deze briesende Romeo vaker om dat iedereen ziet hoe mannelijk, sterk en stoer hij is en hoe alles gaat zoals hij wil. Julia’s welzijn staat meestal niet op de eerste plaats.

Deze Romeo is niet het enige personage dat iets anders uitdraagt dan hij zelf zegt te doen. Wat het exacte scenario ook is, dit cliché begint met een goede bedoeling, die zodanig wordt uitvergroot dat het uitgroeit tot iets heel anders. Voorbeelden:

  • ‘Ik wil je beschermen’ wordt ‘ik wil totale controle’
  • ‘Ik wil enkele klusjes uit handen nemen’ wordt ‘jij kan geen huishouden draaien, daarom doe ik alles voor jou.’
  • ‘Ik ben gul door je wat geld te geven’ wordt ‘ik maak je (financieel) afhankelijk van mij’

Het eigenaardige van dit cliché is dat het bij thrillers een zeer stevige schrijftechniek kan zijn om een personage langzaam maar zeker van de held een slechterik te maken. Maar eerdergenoemde Romeo in het romantische genre en personages in het feelgoodgenre die ‘het gewoon goed bedoelen’ zullen bij iedereen op de verkeerde manier opvallen en irritaties opwekken. Omdat je met hen als schrijver niet schrijft wat je beweert te schrijven.

Het cliché fiksen: hou je genre en moraal in de gaten

Een personage dat in eerste instantie goede bedoelingen heeft, kan makkelijk uitgroeien tot een personage dat iets heel anders belichaamt dan je bedoelt. Het is fictie-eigen om iets overdrevener te maken. Als je een verhaal niet een beetje meer conflict of drama geeft, gaat dat ten koste van een goede structuur of spanningsboog. En die wens voor nét wat meer drama of conflict, groeit sneller uit tot iets heel anders dan je als schrijver meestal denkt of hoopt.
Als je elementen in je verhaal verwerkt die makkelijk in uitwerking of boodschap kunnen transformeren, kijk dan regelmatig of je niet aan het afdwalen bent. Proeflezers inschakelen kan hier ook bij helpen.

Tips voor het verminderen van het cliché

  • Onthoud dat een verhaal zonder extreme drama ook een goed verhaal kan zijn.
  • Zorg ervoor dat je held meerdere personages heeft om mee om te gaan. Dat voorkomt dat een ander personage te veel macht heeft over diens leven. Of dat datzelfde medepersonage een moraalridder wordt of de boodschap die je mee wil geven, plotseling een heel andere boodschap krijgt.

    Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Francisco De Legarreta C. verkregen via Unsplash.

Zo vergroot je de kans om de slushpile uit te komen

Een afwijzing krijgen van een uitgever is niet fijn. Geen reactie krijgen is misschien nog wel erger, want wat moet je dan fiksen om wel uitgegeven te worden? Met deze tips kom je makkelijker de slushpile uit.

Wat is de slushpile van een uitgever?

De slushpile is de stapel manuscripten die een uitgever moet doorwerken om te zien welke uitgeefwaardig zijn. En omdat het uren duurt om een heel manuscript te lezen en er tig per week binnenkomen, leest een uitgever ze niet allemaal. Je boek wordt beoordeeld op de eerste pagina, zo niet de eerste alinea. Dus dáár moet je al mee scoren, wil je de kans behouden om zelfs maar een overweging voor een uitgeefcontract te krijgen.

Een boek dat de uitgever afwijst: routine of alledaagse dingen

Een beschrijving van een routine is een absolute doodsteek. Beschrijf je in de eerste zinnen:

  • Een ochtendroutine
  • Het uiterlijk van je personage
  • Een dialoog over koetjes en kalfjes
  • Een dialoog met een overduidelijke buitenkantlaag
  • alledaagse sfeeromschrijvingen, zoals het geluid van spelende kinderen bij een verhaal dat zich op een school afspeelt

Reken er dan op dat de uitgever niet verder leest dan de eerste vijf regels. Regels, niet pagina’s! Dat komt omdat de uitgever dan ziet dat de schrijver het volgende (nog) niet begrijpt of beheerst:

Laat dus in de eerste regels zien dat je niet in die valkuilen trapt. Want een uitgever of redacteur gaat ervan uit dat je weet dat de slushpile bestaat. Op of zijn allerminst: dat je begrijpt dat een lezer zich niet door twintig pagina’s gaat worstelen, zonder een belofte op een verhaal of schrijftstijl die er niet beter op gaat worden.

Hoe leest een uitgever of redacteur de eerste regels van je boek?

Kom eens op mijn redactricestoel zitten, dan zie je waarom uitgevers en redacteuren binnen enkele regels of alinea’s je boek kunnen afkeuren. Dit is wat er wordt gedacht bij bovenstaande beginnersfouten.

Uiterlijk: is dat het interessanste wat jou held te bieden heeft? Laat de heldenreis of diepgang dan maar zitten…
Ochtendroutine: als dat de comfortzone is, is die erg weinigzeggend. De comfortzone die wordt verlaten is dan:
– zodanig plotseling en overdreven dat er wordt gechoqueerd in plaats van een verhaal wordt opgebouwd.
– een voorbode van een slaapverwekkend conflict: het verhaal is niet alledaags, maar gewoon saai.
Infodump: ga ik nog een verhaal lezen, of krijg ik alleen maar informatie te horen waarmee de schijver onrecht empathie probeert te kweken? En de basistechniek van show don’t tell is nergens te zien…
As you know Bob: wordt dit hele boek een verhaal met een verteleffect? Deze schrijver begrijpt niet dat een dialoog een ruzie moet zijn.
Pageturner: de schrijver weet niet hoe je de lezer nieuwsgierig maakt, dus vroeg of laat gaat dit verhaal waarschijnlijk compleet stilvallen.
Spanningsboog: de spanningsboog is iets anders dan een rustig voortkabbelende scène en deze schrijver kent dat verschil niet.

Hoe schrijf je binnen vijf regels een interessante introductie voor je boek?

Als je dit zo leest, kan het lijken alsof je binnen vijf regels al een compleet verhaal uit moet kunnen werken, maar dat is niet zo. In de eerste regels moet je de redacteur en de lezer een ding beloven: een verhaal, geen gegeven. En dat betekent niet veel meer dan dat er iets gaat veranderen.
Dus niet: Frenk was een man met een gewone kantoorbaan die wilde dat zijn leven spannender was.
Maar: de doodnormale Frenk krijgt een slechte dag op zijn werk, wat het hele bedrijf op zijn kop zet.

Hoe zit dat dan met boeken die starten met een beleving van een personage? Let er eens op dat die personages, bijna als in een in medias res, zo niet helemaal, al midden in een verandering zitten, of die anders zeer aanstaande is.
En omdat verandering voor ons mensen als wezens van routine altijd spannend is, gaan we reageren op dingen die iets van je karakter zegt.
Als je een ochtendroutine doorloopt, kan je te weten komen dat iemand van jus d’orange houdt Maar dat is niet belangrijk voor een verhaal. Zie je hoe een personage zenuwachtig heen en weer loopt, dan weet je:
– Wat hem zenuwachtig maakt, dus wat mogelijk grote angsten zijn, of minder sterke karakertrekken zijn
– Als je weet waarom een bepaalde uitkomst hem iets kan schelen, kan dat een eerste kijkje zijn in karaktertrekken of moralen

Anders gezegd: je leert zo een personage kennen. Met als bonuspunt dat je als schrijver laat zien dat je dat een lezer belangrijke zaken niet hoeft te voeren. Vergeleken met een dialoog is dat: je kan niet alleen schrijven met een buitenkantlaag, maar ook met de broodnodige binnenkant schrijven. En de kans is dan ook groter dat de schrijver ook óók weet hoe die moet zaaien en oogsten of puzzelstukjes voor een plottwist kan schrijven.

Beloof verdere ontdekking in de eerste regels van je boek

Als je in die eerste regel(s) meteen de lezer voor je weet je winnen, dan is dat het moment om de staat van de wereld (van je personage) verder uit te werken. Laat je aandacht niet verslappen: ook hier moet je je verhaal nog uitzonderlijk stevig in de grondverf zetten voor de lezer. Maak duidelijk wat er op het spel gaat staan: het is een belangrijke aanloop voor de verhaalelementen uit de eerste akte, met name het vaststellen en het verlaten van de comfortzone. In die eerste alinea’s en pagina’s leg je de basis voor de eerste akte, die weer voor een goede basis van je boek zorgt. Of je nu je personage of je plot verder introduceert: zorgt ervoor dat je verdere ontdekking aan je lezer belooft.

Heb je hulp nodig met de introductie van je verhaal of de redactie van je manuscipt? Kijk eens in mijn webshop.


Foto door Wesley Tingey verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: omdat de schrijver het zegt

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: omdat de schrijver het zegt. 

Het cliché

Of het nu een koppeltje is dat met elkaar moet eindigen, of de lezer medelijden zou moeten hebben met een ziek personage, of het landschap prachtig moet vinden: zodra de schrijver iets vindt, moet de lezer het met de schrijver eens zijn. Zelfs als daar helemaal geen inleiding, reden of tekst en uitleg aan te pas komt. 

Waarom stoort dit cliché zo?

Een verhaal heeft in meer of mindere mate altijd een oorzaak en gevolg. Personages worden vrienden omdat ze samen een avontuur zijn aangegaan, een verhaal is spannend omdat er iets op het spel staat, of een landschap is mooi omdat de sfeeromschrijving goed is neergepend. 

Zonder serieuze inspanning van de schrijver wordt een verhaal alleen maar dertien in een dozijn, hoe spectaculair of uniek je verhaal in theorie ook is. ‘Omdat ik het als schrijver zeg’ is een uitgangspunt dat nooit werkt. Net als een kleuter dat vaak doet, zou de lezer zich altijd moeten afvragen: ‘waarom?’

De oorzaak van het cliché: slechte of startende schrijver

Een schrijver die denkt een lezer zomaar mee te krijgen, is slecht bezig. Waarom een schrijver dat denkt, dan verschillende oorzaken hebben:

  • De schrijver heeft een te groot ego of te weinig zelfreflectie
  • De schrijver is te lui
  • De schrijver heeft nog te weinig uitgewerkt aan de tekentafel. De schrijver weet: mijn romantische verhaal speelt zich af in de renaissance. Meer nog niet. Dus ook niet wie de Romeo en Julia zijn en wat de aantrekkingskrachttussen hen gaat vormen. 

Het cliché fiksen: er werk van maken 

Een schrijver met een te groot ego denkt dat die per definitie perfect schrijft, wat de uitwerking alleen maar slechter maakt. Als je te snel denkt dat je goed schrijft, schrijf je vaak volgens het ‘omdat ik het zeg’-principe. Feedback verwerken vind je dan vaak ook irritant, terwijl dat essentieel is om jezelf als schrijver te ontwikkelen. 

Een zekere mate van arrogantie is ook bij de luie schrijver het grootste probleem. Er worden duizenden boeken per jaar geschreven. Dan is het nogal een aanname dat lezers jouw boek als vanzelf leuk vinden alleen omdat je een keer schrijft dat het triest is dat bij tante Bep een ernstige ziekte is geconstateerd. En dat nog voordat de lezer weet wie Bep is of van wie ze überhaupt de tante is. 

Een schrijver aan de tekentafel is nog met die vragen bezig en loopt de kantjes er niet van af, maar heeft juist zin in dit ‘kennismakingsproces’ met het eigen verhaal. Dat voorkomt vrijwel altijd ‘omdat ik het zeg’ in de uitwerkingsfase.

Of je verhaal maar 300 woorden is, of een hele boekenreeks van honderdduizenden woorden omvat, als schrijver moet je weten waarom je verhaal uniek is. En hoe je dat bewerkstelligt. 

Tips voor het verminderen van het cliché

  • Ben je geen arrogante of luie schrijver, maar gewoon nog bezig aan de tekentafel? Enkele vragen om jezelf te stellen: 
  • Bij onderlinge relaties tussen personages: heb je een aanwijsbare reden waarom zij elkaar liefhebben, hekelen of raar vinden?
  • Bij sfeeromschrijvingen: heb je zintuigrijk schrijven al onder de knie?
  • Wat betreft het plot: Heb je duidelijke clues? Gebeurt er genoeg ‘tussendoor’ om van een vroege oorzaak een later gevolg te maken? 
  • Bij worldbuilding: zijn je wetten logisch en niet via infodump bekendgemaakt? 
  • Weet je hoe je dialogen kan schrijven zonder een ‘As you know Bob?
  • Ken je de intrinsieke motivatie van de personages waarover je schrijft? 

Hiermee zou je al een heel eind moeten komen. Succes! 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Sivani Bandaru verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je een boek met een gebalanceerd woordenaantal

Het woordenaantal van een boek is een belangrijkere houvast dan je misschien zou denken. Het kan je behoeden voor allerlei valkuilen van creatief schrijven en als je weet hoe je de houvasten moet lezen, kan je je hele boek en schrijftechniek er inhoudelijk mee verbeteren.

Wat is een goed woordenaantal voor een boek?

In absolute aantallen geldt het volgende voor diverse soorten boeken:

* 20.000 tot 55.000 woorden voor een kinderboek.
* 70.000 tot 80.000 woorden is klein maar fijn voor een roman.
* 80.000 tot 100.000 woorden voor een gemiddelde roman.
* meer dan 100.000 is veel voor een roman, maar normaal voor een genre waar worldbuilding noodzakelijk is, zoals bij fantasy en science fiction.

Maar het draait er tijdens het schrijven vooral om dat je weet hoe je een woordenaantal kan inzetten of moet bewaken. Daarvoor moet je weten hoe een redacteur naar een verhaal kijkt en wat een lezer wil beleven. Die combinatie levert een verhaal op waar iedereen van gaat smullen.

Een redacteur wil een ‘nuttige’ tekst

Denk als schrijver tijdens aan de tekentafel al aan de slush pile. Niet alleen omdat je die straks moet overleven als je naar een uitgever stapt, maar ook omdat je in je eerste 1500-2000 woorden ook een vlotte introductie wil hebben om je verhaal mee te starten dat zaaien en oogsten belooft. Schrijf dus:

  • liever een situatieschets dan een personageschets
  • geen routineschets, maar een eerste aanzet voor latere actie
  • liever over een mogelijk ‘waarom?’ of ‘hoe?’ dan een feitelijk ‘wat?’
  • meteen wat er op het spel staat, expliciet of tussen de regels door.

Kortom: mik op liefde op het eerste gezicht, niet op lust op het eerste gezicht.

Doe je het bovenstaande allemaal goed, dan is een redacteur daar erg blij mee. Die kijkt namelijk niet naar een tekst zoals een lezer dat doet. Om het heerlijk duidelijke cliché van de ridder en de draak maar weer eens te gebruiken: zo kijkt een lezer en een redacteur naar dat verhaal..

Dit schrijf je dit vind de lezer leuk hier let een redacteur opdit interesseert een redacteur
de boerenknecht gaat in riddertrainingals hij knap, klungelig of grappig is.of duidelijk is of wordt waarom juist deze knul in training gaat. Wat maakt hem in het grote geheel van het verhaal daar geschikt voor?of de training laat zien wat het groeiproces gaat worden
Vrouwe Catharina kijkt geïnteresseerd toe als hier een koppel van komt.of vrouwe Catharina geen sexy lamp is.waarom vrouwe Catharina, en niet vrouwe Agatha?
Help, drakenvuur!als Ridder stoer isof Ridder zijn getrainde technieken toepast. waarom dit gevecht ondanks de training nog steeds een uitdaging is voor Ridder
Nog een draak!als er Ridder het gevecht even dreigt te verliezenwaarom het mogelijk is dat Ridder dit gevecht inderdaad kan verliezenwaarom deze draak überhaupt nog tevoorschijn komt
Ridder wordt als held onthaaldals Ridder wordt beloondof zijn heldenreis een logisch geheel vormt. of je wrap-up en einde een passende conclusie vormen.

Kortom: zorg dat je schrijft voor verdieping (van de personagebiografie, bijvoorbeeld) of antwoord kan geven op de vraag: komt dit later ergens terug op een manier die zich vertaalt naar een element in de drie-aktenstructuur of een subplot? Lees: is het belangrijk voor het verháál, of werk je alleen naar een oneliner of geforceerd moraal toe?

Zo kan je een woordenaantal in een boek afkaderen

Als je naar je verhaal kijkt zoals een redacteur dat doet, heeft dat een aantal positieve effecten voor je woordenaantal. Dat komt omdat je bij het toepassen van dezelfde blik, bijna als vanzelf gaat merken dat iets héél lang in woorden, scènes of hoofdstukken voortsleept. En als alles even belangrijk is (lees: het woordenaantal past in verhouding bij dat wat je wil zeggen), heeft dat een aantal bijkomende pluspunten:

  • Je verspilt in dialogen geen honderden woorden aan koetjes en kalfjes.
  • Die dialogen hebben het nodige conflict.
  • Als je weet wat het nut of doel van een scene is, weet je ook of deze scène naar verhouding wat langer mag zijn in je verhaal.
  • Wat je kort en krachtig schrijft, komt ook echt binnen
  • Je weet wanneer sfeeromschrijving eerder 100 dan 25 woorden nodig heeft, of juist andersom. Anders gezegd: je weet hoe je effectief een toon kan zetten.

Een redacteur kijkt bijna, soms zelfs helemaal volledig naar de tekst volgens de methode van Chekhov’s gun. Die kan voor een schrijver heel erg vermoeiend zijn om continu aan te houden. Dat hoeft ook niet, want dat kan de schrijversflow verstoren. Maar als je tijdens het schrijven of bij een eerste revisieronde merkt dat je bij de eerste van je twintig hoofdstukken al op 8000 woorden zit, kan het handig zijn om toch op deze manier naar je tekst proberen te kijken. Al is het maar omdat zeker het begin en de comfortzone naar verhouding rapper moeten worden afgewerkt.
Spijker desnoods je kennis bij van de losse elementen van de drie-aktenstructuur om zo wat meer fingerspitzengefühl te krijgen bij waar je kort en krachtig moet zijn en waar je juist langer bij zaken stil mag staan, ook wat betreft woordenaantal.

Blijf schrijven voor de lezer

Uiteraard moet je ook nog schrijven op zo’n manier dat het verhaal voor de lezer aantrekkelijk blijft. Een redacteur pakt een verhaal in verhouding veel te systematisch aan, waar een lezer een boek eerder gevoelsmatig beoordeeld. Daarover hoef je niet te veel na te denken. Dat is schrijven zoals je het intuïtief aan zou pakken. Daarvoor stel je jezelf vragen als:
is het verhaal nog spannend? Is er een reden om voor de personages te juichen? Een beetje zoals de lijst met vragen voor proeflezers. Maak je wat dat betreft niet te druk om het woordenaantal. Je kan later nog woorden verwijderen of toevoegen als het nodig is.

Negen van de tien keer is een ongebalanceerd woordenaantal de oorzaak van een mindere beheersing van bepaalde schrijftechnieken, of onbegrip van een goede verhaalstructuur. Maak je wat woordenaantal betreft dus niet te druk om wat de lezer daar inhoudelijk van gaat merken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Aedrian Salazar, verkregen via Unsplash.