Schrijfoefening: sollicitatie voor de heldenrol

Je kan een personage leren kennen gedurende het schrijven van je verhaal, maar je kan het ook anders aanpakken. Laat potentiële personages eens op sollicitatiegesprek komen voor een rol in je verhaal!

Waar moet een personage aan voldoen?

Er zijn eigenschappen waaraan ieder personage moet voldoen om interessant te zijn om over te lezen. Het moet kunnen en willen groeien en een centraal conflict aangaan, bijvoorbeeld. Maar ieder genre, ieder apart verhaal vraagt om een andere held. Waar held in het ene verhaal een onverschrokken bankier met een grote mond moet zijn om in de harde financiële wereld te overleven, dat personage zal het niet lang uithouden als die veel met zijn handen moet werken op een plaats waar warm stromend water al een luxe is. Vergeet dat vijfsterrenhotel dan maar. Deze bankier is niet de held die je voor dit verhaal zoekt. Kijk eens verder waar de boerenknechten rondhangen.

Het profiel van een personage

Op deze manier kan je een kort profiel maken van waar je personage aan moet voldoen om een goede held voor je verhaal te kunnen zijn. Beeld je vervolgens in dat al deze personages met dit ‘cv’ naar je toe komen en je een ronde sollicitatiegesprekken met ze houdt. Zo kom je erachter wat je held absoluut in zich moet hebben om het verhaal te kunnen dragen en in welk ‘gebrek aan werkervaring’ (lees: wat je nog niet over dit personage weet) je voor lief kan en durft te nemen om te zien waar dit personage het verhaal naartoe gaat brengen.

Verwar voor deze schrijfoefening dit korte profiel vooral niet met een uitgebreide personagebiografie! Net zoals je bij een gemiddelde sollicitatie echt niet hoeft te vermelden op wat voor basisschool je hebt gezeten, hoef je van deze sollicitant ook niet per se te weten hoe dit personage is opgegroeid, hoewel dat normaalgesproken wel belangrijke elementen zijn voor in een personagebiografie. Probeer juist aan de oppervlakte te blijven om te zien of dit personage een geschikte kandidaat is.

De voorbereiding op de sollicitatie

Een goede aankomende werkgever bereidt een sollicitatiegesprek voor, dus dat ga jij nu ook doen. Nog vóór je je gaat bekommeren om het personage, neem je je eigen associaties of eisen onder de loep.
Denk hierbij aan:
* Vind jij een genre de naam niet waard als er een bepaalde trope mist, zoals een fantasyverhaal zonder wijze tovenaar?
* Wat vind je leuk om te schrijven? Zou je zin hebben om met deze nieuwe collega samen te gaan werken als je zelf al op het punt staat ontslag te nemen bij deze rotbaan…?

Zo weet je grofweg wie je zoekt voor de baan van de held.

De sollicitanten

Nu gaan de sollicitaties echt beginnen. Kijk eens wat voor personages zich voor je geestesoog aandienen voor de rol van de held. Misschien zijn het wel zeer onverwachte figuren. Of vond jij het vanzelfsprekend dat de ministerpresident zich meldt als held van een survivalverhaal in de jungle? Denk eens een paar minuten na en schrijf iedereen op waar je aan denkt, hoe maf het in eerste instantie ook klinkt om diegene te overwegen. Als je de sollicitatie eerlijk wil laten verlopen, verdient iedereen een kans.
Mocht er een personage zijn waarvan je de gedachte ‘Wat doet die hier?’ maar niet van je afgeschud krijgt, is het verstandig om eens te kijken of je geen bepaalde bril ophebt. Vroeg of laat kom je tegen dat je een bril draagt, en in dit geval is het vroeg. Het is maar beter om dat probleem meteen even uit de weg te ruimen.

Het sollicitatiegesprek

Het is sterk afhankelijk van je verhaal wat je aan je personages kan vragen tijdens een sollicitatiegesprek. Je hebt er helemaal niets aan om van de mediterende kluizenaar te vragen wat zijn beste flirttactiek is, maar als je een bouquetroman schrijft, is dat waarschijnlijk vraag 1 die je aan de steenrijke Romeo zal moeten vragen. Deze vragen zijn echter altijd bruikbaar:

  • Als je je door een crisis moet slaan, naar wie wend je je dan als je een helpende hand nodig hebt?
  • Hoe pak je een crisis normaalgesproken aan? Vechten, charmeren, vluchten, of nog iets anders?
  • Wat is je levensmotto of het moraal waarnaar je het meeste leeft?
  • Waar ben je goed in?
  • Waar ben je slecht in?
  • Hoe leer je iets? Door te doen, door boeken, door je intuïtie te volgen….?
  • Van wie houd je?
  • Wat wil je nog bereiken in je leven?
  • Waar ben je bang voor?

De selectie van je held

Misschien heb je na de eerste sollicitatieronde een kandidaat voor ogen die overduidelijk het meest geschikt is om de heldenrol voor je verhaal te vervullen. Maar de kans is groot dat er een handjevol gegadigden overblijft. In dat geval doe je er goed aan om het stappenplan te volgen dat ik heb opgesteld in de post over dubbele standaarden. Dat geeft je nogmaals een controle betreft de eventuele brillen die je draagt, maar ook die van de lezer. Dan weet je niet alleen of jij het personage ziet zitten, maar of je aankomende held niet te ongeloofwaardig is voor de lezer om in het verhaal geïnteresseerd te raken.

Als je daarna nog een tweede sollicitatieronde nodig hebt, kan je de vragen wat meer verdiepend maken. Stel in deze fase echter niet al te veel of te specifieke vragen meer. Stop zodra de kogel door de kerk is. Je moet nog genoeg ruimte overhouden om je personage te leren kennen als je weet wie de held van je verhaal gaat worden.

Zo maak je een goede start met het kennismaken met je held!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nik, verkregen via Unsplash.

Het droomhuis van je personage

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Deze keer gaat het over het ideale huis en de inrichting daarvan.

Een schat aan show, don’t tell

Weten wat je personage als het ideale huis ziet, is een van de grootste show, don’t tell die je kan krijgen. Niet alleen de grootte van een huis en de inrichting kunnen je iets vertellen over de financiële situatie en de smaak wat betreft interieur. Denk ook eens aan zaken als: hoe vaak en goed wordt het schoongehouden? Wat is de favoriete kamer in het huis van je personage? Als je personage een onverwacht zakcentje krijgt, wordt de tuin dan onder handen genomen, of komt er eindelijk een nieuwe luie stoel?

Wat zijn aannames, wat zijn feiten?

Als je er even voor gaat zitten, kan je misschien wel meerdere tientallen dingen bedenken in en rond het huis die iets over je personage kunnen vertellen. Zowel de vloek als de zegen hiervan is je je personage een huis geeft op basis van aannames die je als feit ziet, maar die dat niet zijn.
Denk aan voorbeelden als:

  • Dure meubels? Dan zijn de bewoners rijk. Waarschijnlijk klopt dit wel, maar het kunnen ook mensen zijn die diep in de schulden zitten en alles op afbetaling hebben gekocht, om indruk te kunnen maken op hun vrienden.
  • De koelkast is nooit vol: het gezin is arm, omdat het geen eten kan betalen. Die kans is groot, maar heb je ook al gedacht aan iemand die zo vaak weg is, dat de inhoud een volle koelkast vraagt om een verzameling bedorven voedsel? Daarom staat in deze koelkast klein beetje houdbare melk en een sobere hoeveelheid aan ander eten, voor die ene keer dat er die week wel gekookt of gegeten moet worden.

Kortom: hoeveel show, don’t tell er ook in deze details van een huis lijken te zitten, het is heel vaak, zo niet altijd situatie-afhankelijk. Neem dat mee in je achterhoofd, en maak unieke combinaties.  Bedenk hierbij vooral waarom iets is zoals het is, ook al is de eerste aanname helemaal anders. Het nadeel van deze methode is dat je niet zomaar even iets kan opschrijven, omdat de achterliggende reden zwaar weegt. Het voordeel: je komt dingen over je personage te weten die je misschien anders nooit had bedacht. Wie weet hoe je dat kan gebruiken!

Het geheime laatje en een verstreken houdbaarheidsdatum

De enige twee zaken in het huis van je personage die niet voor interpretatie vatbaar zijn, zijn het geheime laatje en een verstreken houdbaarheidsdatum.
Heeft je personage bepaalde geheimen die hij in een laatje kan verbergen? Zo ja, bedenk dan ook waarom die spullen worden weggemoffeld, want dat kan veelzeggend zijn. Een jong stel dat nog niet aan kinderen wil beginnen zal de condooms binnen handbereik van het bed houden. Een streng gereformeerd opgevoede tienerjongen die nieuwsgierig en verliefd is, zal ze toch echt verstoppen…
Een personage dat veel etenswaren met verstreken houdbaarheidsdatum in de koelkast heeft, is niet arm; als je ieder dubbeltje moet omdraaien, ga je niet zo laks met een eerste levensbehoefte als eten om. Het kan wel nog wat andere dingen vertellen: je personage is niet zo van het opruimen en/of het vindt plezier belangrijker dan efficiëntie: het eet wat het die dag wil eten, niet wat praktisch is qua houdbaarheid.

Laat verschillende gewoontes, inrichtingen, kamers en groottes van huizen je geestesoog passeren en je zal versteld staan van de informatie over je personage die op je wacht!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jacques Bopp verkregen via Unsplash.

Wanneer is een personagebiografie te uitgebreid?

Het schrijven van een personagebiografie is erg belangrijk. Het geeft je zowel inzicht als grip op het wel en wee van je personage. Alles staat netjes op een rijtje, zodat fouten in de continuïteit zeldzaam worden. Ook kunnen losse stukjes informatie een eureka-moment opleveren voor het plot, of bepaalde samenhang. Toch kan je personagebiografie ook te uitgebreid worden. Wanneer is dat punt bereikt?

Wat staat er altijd in een personagebiografie?

In een personagebiografie staat alles wat belangrijk is om te weten voor je personage. Dit kunnen zeer feitelijke dingen zijn, zoals leeftijd en geboorteplaats, maar ook dingen die je personage meer vorm geven. Denk hierbij aan karaktertrekken en wat voor archetype je personage is: de zaken waarop je kan voortborduren, zowel in de personagebiografie zelf als bij de verdere plotontwikkeling. Er zijn niet echt dingen die je mee móet nemen in de personagebiografie, elk verhaal is immers anders. Al zijn er wel elementen die je niet zo snel links moet laten liggen. De verdieping die deze elementen je geven, vormen de basis voor een personage dat daadwerkelijk een verhaal kan dragen.

Een personagebiografie samenstellen

Omdat ieder verhaal en ieder hoofdpersonage anders is, zal geen personagebiografie hetzelfde zijn. Waar het in het ene verhaal belangrijk is om het lievelingskostje van je personage mee te nemen, omdat het een chef is, maakt dat in een oorlogsverhaal niets uit. Lievelingseten? Wees blij als je eten hebt! Daarom kan het maken van een personagebiografie zowel makkelijk als moeilijk zijn. Het is makkelijk omdat je vrij bent er alles in op te schrijven wat je belangrijk lijkt, het kan moeilijk worden om daarin de grens te zoeken. Niet zozeer omdat je weet of een schoenmaat al dan niet belangrijk is, maar omdat er tijdens het op een rijtje zetten van alle informatie soms een eindeloze stroom aan inspiratie komt. Het is een soort butterfly-effect aan informatie die uiteindelijk een infodump tot gevolg heeft. Een infodump die heel moeilijk aan te passen is, omdat je zelf niet meer weet wat nu belangrijk is en wat toch een detail blijkt te zijn.

Hoe komt een infodump in een personagebiografie tot stand?

Stel dat jouw supersociale, vrolijk personage receptionist is bij een hotel. Dat zijn dingen die je puntsgewijs op kan schrijven in de biografie, zoals dat format van je vraagt.
* Beroep: receptionist
* karaktertrekken: sociaal, vrolijk.

Dan bedenk je je: omdat het personage goed met klanten overweg kan, gaan die waarschijnlijk altijd met een goed gevoel weer naar huis. Daar kan ik iets mee! Een goede beoordeling op Tripadvisor is het gevolg en de receptionist wordt werknemer van de maand. Je schrijft verder:
* Heimelijk geluksmomentje: als een klant tevreden naar huis gaat
* Trots moment: toen het werd benoemd tot werknemer van de maand

Maar dan komt dat echte butterfly effect ineens om de hoek kijken, want met deze informatie komen er plotseling niet zozeer feiten naar de oppervlakte, maar complete verhaalideeën. Toen hij werknemer van de maand werd, kreeg de receptionist ook een eenmalige bonus. Daarvan heeft het een mooi cadeau gekocht voor diens wederhelft. Precies dat cadeau wat al een tijd op de wensenlijst stond. Daar kwam de receptionist achter toen het toevallig van een vriend hoorde dat de wederhelft voor dat cadeau aan het sparen was. Hé, inspiratie!
* Karaktertrekken: sociaal, vrolijk, attent, onzelfzuchtig
* Laat waarderingen zien aan anderen door middel van: verrassingen
* Zwakke punt: kan af en toe wat stiekem zijn, gevoelig voor roddelen

Nu staan er een aantal dingen in de personagebiografie die best specifiek zijn. Dat is niet erg, zoals je al kon lezen bij het voorbeeld over het lievelingskostje. Ook hoeft deze informatie niet per se het hele verhaal te blokkeren. Het feit dat dit personage gevoelig is voor roddelen, kan je later ook gebruiken om een plottwist mee te starten, of het personage mee in de penarie te laten belanden. Het wordt een probleem zodra je de informatie die tot stand komt door een flits van inspiratie niet meer los kan zien van het verhaal dat met die informatie ‘meelift’. Merk je dat je de neiging hebt om telkens weer te schrijven over dat cadeau -de blijk van waardering middels verrassingen- omdat dat zo mooi aansluit bij de goede relatie tussen deze twee mensen? Als je daar een compleet hoofdstuk aan gaat wijden om alleen dat te bewijzen, terwijl je hun liefde ook met kort en krachtige show don’t tells door het verhaal heen kan schetsen, ga je te ver. Dan zet je het plot op slot omwille van een feitje dat jij persoonlijk leuk vindt en wordt dit ‘miniplot’ niet meer dan een infodump van vele woorden.

Laat het lot beslissen

Als je te veel informatie specifiek uitschrijft in een personagebiografie, leidt dat ertoe dat je net zoals in het voorbeeld hierboven op den duur veel miniplots krijgt die langzaam maar zeker het complete verhaal kunnen opslokken. Daarmee beslis je in feite het complete verhaalverloop en dat is niet de bedoeling van een personagebiografie.
Vergelijk het met een levensloop: die kan je in de brede zin (proberen te) bepalen, maar tot in detail alles plannen gaat niet. Vroeg of laat komt het lot ertussen. Beschouw jouw creatieve inspiratie in dit geval als het lot. Die moet ook af en toe de ruimte kunnen krijgen om te beslissen, zeker tijdens het schrijfproces. Als je je personagebiografie beschouwt als iets dat definitief is en als heilig moet worden beschouwd, zet je je creativiteit tijdens het schrijven op slot. Schrappen gaat dan vrijwel onmogelijk worden en als je nieuwe inspiratie krijgt, is het niet mogelijk om die nog toe te voegen aan een verhaallijn die al bijna rond was.
Onthoud: je personagebiografie blijft een naslagwerk, niet een complete verhaallijn waar alleen nog maar een omzet van statisch format naar een goede zinsbouw voor nodig is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto gemaakt door Glenn Carstens-Peters verkregen via Unsplash.

Kent je personage de eigen comfortzone?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week gaan we kijken in hoeverre je personage al bij de start van het verhaal weet mag hebben van de eigen comfortzone.

Wat is de comfortzone?

Om je geheugen even op te frissen: de comfortzone is het obstakel dat je hoofdpersoon moet aangaan om persoonlijke groei door te kunnen maken. Dat is vrijwel altijd zowel het startpunt als het uitgangspunt van het verhaal. Een personage gaat een avontuur aan (lees: er staat een verhaal te gebeuren) waarvoor de hoofdpersoon iets anders moet doen dan het gewend is. Dat gaat vaak gepaard met persoonlijke groei.
De comfortzone is een begrip dat buiten fictie ook wordt gebruikt: “Dat is wel erg buiten mijn comfortzone.” Zo kan een personage dus ook weet hebben van wat de comfortzone is. Het grote verschil is dat je personage weet waar het zich al dan niet gemakkelijk bij voelt. Maar het weet niet wat de narratieve comfortzone is.  

Iets proberen en iets leren

Als je personage zegt dat het eens uit de comfortzone wil stappen, dan bedoelt het dat het iets wil doen wat het spannend vindt: “Alléén op vakantie? Dat is echt uit mijn comfortzone. Maar het zou wel goed voor me zijn, dan leer ik ook onafhankelijk te zijn…” 
In zo’n scenario wil een personage iets proberen en iets leren. Dat is helemaal prima. Zorg er wel voor dat je personage aan het begin van deze stap de nodige (nare) kriebels voelt; als het fluitend het avontuur tegemoet gaat, is het geen comfortzone meer. In meer of mindere mate voelt het verlaten van de comfortzone altijd ongemakkelijk.

Je wilde alleen maar proberen…

Onze dappere reiziger gaat alleen het vliegtuig in. Zonder reisleider om achteraan te lopen die alles regelt, is het even spannend. Maar algauw zet hij zich over de schaamte heen en spreekt hij de lokale bevolking met handen en voeten aan. Ziedaar, hij krijgt in het restaurant alsnog een heerlijk maaltje voorgezet. De comfortzone is volledig overwonnen! Althans, dat is wat je personage denkt. Dat was slechts het eerste obstakel… Je personage krijgt later ook nog voor de kiezen dat het alleen op vakantie vreselijk nieuws krijgt, zonder de garantie dat het door iemand emotioneel kan worden opgevangen.
Je personage kan niet weten hoe het verhaal afloopt, net zoals een echt mens niet exact weet hoe het leven verloopt.  
Probeer te onthouden: een personage kan hoogstens willen proberen de comfortzone uit te gaan. Het echte, lange, leerproces wat bij een narratieve comfortzone komt kijken is niet alleen niet te overzien, maar het is vaak ook meer dan waar je personage mee akkoord zou gaan, als het vooraf daar weet van zou hebben.

Wanneer schrijf je dit op in de personagebiografie?

Het kan handig zijn om op te schrijven in je personagebiografie of je held al dan geen weet heeft van de comfortzone. Als dat zo is, vertelt het je dat je personage een goede zelfkennis heeft en weet je ook dat je erop voorbereid moet zijn om het verlaten van de comfortzone wat lastiger te maken voor je protagonist. Als je held geen flauw idee heeft hoe hij als persoon kan groeien, kan je het verhaal en de heldenreis maar beter relatief simpel houden. Anders loop je het risico dat het verhaal te overweldigend wordt, voor zowel je personage als voor je lezer.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Paige Cody verkregen via Unsplash.

Kiezen tussen symboliek en plot in een boek

Een verhaal met eindeloze symboliek en zonder plot gaat geen kant op en blijft steken in eindeloze, onnodige beschrijvingen. Maar een plot zonder de nodige verhaalthema’s of symboliek is vreselijk oppervlakkig en leest daardoor enorm saai. Balans het toverwoord. Balans vinden tussen plot en symboliek is vaak een kwestie van intuïtie, maar het helpt als je weet wat de functies van het plot en de symboliek ten opzichte van elkaar zijn.

Plot: basis en verdieping

Als je een verhaal bedenkt, begin dan altijd met het uitwerken van het plot, ook al wordt je geïnspireerd door iets symbolisch. Als je bij het zien van een zwangere vrouw denkt aan een groeiproces, ga dan niet meteen denken hoe iemand op allerlei symbolische manieren kan groeien. Begin heel algemeen:
Mijn hoofdpersoon is een zwangere vrouw die door het moederschap gaat groeien, door de nieuwe verantwoordelijkheid die ze krijgt als ze er alleen voor komt te staan.
Dan kan je iets specifieker gaan kijken. Wat overkomt alleenstaande moeder (en kind) wat het verhaal noemenswaardig maakt?
* Wordt een van beide ernstig ziek?
* Is de vader gewelddadig?
* Weet de moeder niet wie de vader is en gaat haar verhaal om het groeiproces van gezonde relaties aangaan?

Stel zulke zaken vast voordat je je druk maakt over dingen als hoe de navelstreng ook symbool kan staan voor het kind dat gehecht aan de moeder en dat het een (symbolisch) groeiproces is om je kind los te laten. Ook al heb je een ware gedachtenexplosie aan inspirerende symboliek, je moet eerst van details een algemeen geheel maken voordat je die verder kan uitwerken.

Symboliek: noodzaak en toegevoegde waarde

Symboliek heeft een belangrijke functie in een verhaal. Het helpt de lezer bewust of onbewust verbanden te leggen tussen belangrijke zaken in het plot. Zo zal het in een onheilspellende scène eerder regenen dan stralend weer zijn. Het is een kunst op zich om symboliek zodanig in je verhaal te verweven dat het geen cliché wordt. Maar doorzichtig of niet, symboliek is wel het verschil tussen de eerste kop koffie naast het bureau om maandagochtend negen uur (‘Waar is mijn energie? Ik heb cafeïne nodig na een lang weekend…’) en de verder niet gespecificeerde kop koffie die je personage op ieder moment van iedere dag kan drinken.
Kortom: zonder symboliek is het heel moeilijk, zo niet onmogelijk om (prettige) sfeeromschrijvingen mee te nemen in je verhaal zonder je toevlucht te zoeken tot continue infodump. Daarnaast heeft goed uitgewerkte symboliek het enorme voordeel dat het erg bevredigend leest voor de lezer. Er is een samenhang, zonder dat die door de strot wordt geduwd. Het spreekwoordelijke cirkeltje is rond, alles is zoals het ‘hoort te zijn.’ Goede symboliek kan ervoor zorgen dat je lezer het boek uitgesproken tevreden dichtslaat. Het heeft dus zeker toegevoegde waarde.

Voorbeeld: zwangere vrouw bij de Seattle Starbucks

Als je op deze manier met plot en symboliek aan het experimenteren bent, kan het lastig worden om te kiezen tussen goede symboliek en het plot aan de gang houden. Een voorbeeldcasus:

Onze (toekomstig) zwangere heldin moet ‘ontgiften’ van schadelijke relaties. Gedurende het verhaal maakt ze daarin een groeiproces door. Zo, zeer algemeen plot vastgesteld. Koffie is in zekere mate giftig voor een foetus, dus laten we gebruik maken van ironische symboliek: ze ontmoet de aankomende vader in de allereerste vestiging van Starbucks, in Seattle. De man die haar later in het verhaal vreselijk (lees: symbolisch giftig) gaat behandelen.
De Starbucks is natuurlijk een koffiegigant, maar die eerste vestiging in Seattle geeft de symboliek nog een extra laagje: het begin van iets groots. Mensen staan daar letterlijk in de rij, niet zozeer vanwege de koffie die daar wordt geschonken zoals in iedere Starbucks, maar ómdat het de allereerste Starbucks is. Toch het blijft een Starbuckskoffiezaak, zoals er wereldwijd tienduizenden meer zijn. Oftewel: deze man draait vooral om buitenkant, en/of is er een zoals zovelen en is niet zo speciaal als hij lijkt te zijn. Laat deze man ook nog eens een echte koffiekenner zijn die de vrouw alles kan vertellen over de verschillende koffies/ menu-items in Seattle Starbucks en je hebt een hint dat deze man op allerlei manieren schadelijk is of gaat worden. Prima, niks meer aan doen!

Maar dan komt het plot zich ermee bemoeien:

  • “Als je vóór bladzijde honderd de eerste akte wil afronden, is er geen tijd voor twintig koffiebeschrijvingen! Dit betekent absolute stilstand!”
  • “Moeder drinkt alleen koffie bij zeldzame gelegenheden. Wat maakt dat ze nu al met deze man koffie wil drinken? Ze zijn net op twee dates geweest… Het is nog geen tijd voor het eerste obstakel.”
  • “Seattle is een pokkeneind hiervandaan. Waar haalt Moeder überhaupt de tijd en het geld vandaan om naar die Seattle Starbucks te gaan? Ze was toch druk bezig om haar eigen zaak te starten? Daar draaide het hele verhaal om! Gaan we dat nu uit het raam gooien omdat ze een willekeurige vent tegenkomt?”

Als symboliek het plot of de plotopbouw dreigt te verstoren, kijk dan eens of je de symboliek nog kan behouden in de brede zin van het woord. Misschien lukt het om de symboliek zodanig aan te passen dat het niet alleen oppervlakkig symbolisch is, maar ook nog toegevoegde symbolische waarde heeft: jouw heldin is geen dertien in een dozijn en gaat dus ook niet naar de massale, alledaagse Starbucksketen. Deze onafhankelijke vrouw spreekt af in een koffiezaakje dat zelfstandig wordt gerund. Dáár gaat de slechte, koffiekennende ober haar verleiden. Zie je wat ik doe met de dikgedrukte woorden? De symboliek is er nog, maar is een stuk subtieler. Misschien merkt niemand het nog als symbolisch op, maar het zal je plot in ieder geval niet op slot zetten. Kijk eens wat je kan verzinnen of juist los kan laten als je het begrip symboliek wat breder interpreteert. Bedenk: symboliek is mooi en kan een verhaal verrijken, maar het kan nooit de basis van een plot vormen.

Uiteindelijk gaat het bij het kiezen tussen plot en symboliek erom dat:
* Het plot voorrang krijgt op symboliek.
* Symboliek zich óf onopvallend op de achtergrond moet afspelen óf opvallend het plot kan verrijken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Etenstijd bij je personage

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Deze week kom je te weten wat je allemaal te weten kan komen over je personage als je met etenstijd aanschuift aan tafel.
Om dit artikel overzichtelijk te houden is het in alinea’s onderverdeeld. Meestal zijn deze vondsten niet meteen schokkend voor je verhaal als geheel, maar je kan waarschijnlijk wel iets vinden wat bepaalde eigenschappen van je personage verstrekt.

Regels aan tafel

Wat zijn de regels aan tafel? Worden alle telefoons weggelegd? Wordt er gebeden voor het eten? “Toetjes zijn er alleen voor mensen die hun bord leeg eten.” Ieder huishouden heeft zo zijn eigen regels voor aan tafel die je iets kunnen vertellen over de gezinsdynamiek, of de normen en waarden. Bedenk wat er gebeurt als iemand die regel overtreedt. Wordt er streng gestraft? Is één bepaalde regel belangrijker dan de andere? Waarom dan? Dat zegt iets over wat je personage belangrijk vindt.

Wat en waar eten we?

De welbekende vraag: “Wat eten we vandaag?” is niet zo belangrijk, maar wel wat en waar je personage en diens gezin meestal eten. Dat kan je redelijk breed interpreteren: makkelijk en snel vanwege een gebrek aan tijd of een keukenprins(es) in de familie? Met het hele gezin een bord met friet op schoot voor de televisie als er die ene leuke spelshow op is? “Tijd voor familie op de vrijdagavond?” Of heeft je vrijgezelle personage uit verveling altijd met een magnetronmaaltijd op schoot voor de buis? En uit eten gaan, hoe zit het daarmee? Is dat eens per week vaste prik, of een ware traktatie? Dat zegt iets over de beurs van het gezin. Is het menu doorgaans gezond, of ongezond? Let dit huishouden bewust niet op voeding, of juist wel? Of is dat een kwestie van onwetendheid of onkunde? Misschien kan je gezin duur, gezonder voedsel gewoonweg niet betalen.

Hoe eet je personage?

Denk bij deze vraag wat verder dan alleen: netjes of zonder manieren. Eet je personage iets heerlijks uit stuitend enthousiasme razendsnel op, of kauwt het dan juist erg langzaam van genot? Prakt je personage wel eens iets? Uit gemak, of omdat die dat lekkerder vindt? ‘Snijdt’ je personage wel eens iets met de zijkant van een vork? Op zichzelf zeggen deze dingen zo goed als niets, maar als je ze gaat combineren, komt er soms wel een duidelijk beeld uit dat een archetype kan versterken.
Een goed voorbeeld: in de meeste films waarin de gehaaide zakenman met een mogelijke klant gaat lunchen om de deal binnen te slepen, doet die regelmatig meerdere van de volgende dingen:

  • grote happen nemen
  • flink, zichtbaar kauwen (wel met de mond dicht)
  • stevig prikken met de vork
  • relatief snel slikken

Let daar maar eens op!

Op zichzelf zegt het weinig als iemand grote happen neemt. Maar zie je dat dit rijtje bestaat uit zaken die allemaal duidelijk aanwezig zijn, groot zo je wil? Dat is dan wel weer duidelijk iets wat een karaktertrek van deze zakenman weergeeft: het is iemand die veel overwicht uitstralen.

Op deze manier kan je allerlei rituelen en maniertjes van je personage in de biografie opschrijven om hem subtiele karaktertrekken te geven, die hem een levensecht personage maken, zonder dat je je toevlucht hoeft te zoeken tot overdreven grote voorbeelden om je punt duidelijk te maken. De eettafel is daar bij uitstek geschikt voor!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Spencer Davis, verkregen via Unsplash.

Pas op voor de valse held bij het schrijven van een boek

Een protagonist wordt pas een held als die ook iets heldhaftigs doet. Dat lijkt een open deur, maar als je niet oplet, kan je zomaar een hoofdpersonage schrijven dat een voorbeeld voor de lezer moet zijn, maar eerder een voorbeeld is om niet naar te leven.

De held en de heldenreis

Om te begrijpen wat iemand een held maakt in een verhaal, moet je de basisprincipes van het centraal conflict kennen:
* Wat is het verschil tussen een probleem en een conflict?
* Je held moet een groeiproces doormaken: door obstakels te overwinnen en uit de comfortzone te stappen.
* Een held is niet perfect: een held hoeft ‘alleen maar’ moedig te zijn. Die moed blijkt uit het vallen en opstaan.

Vallen en opstaan: drie verschillende soorten

Je held moet meer dan een keer vallen en opstaan om blijk te geven van diens moed en daadkracht. In het schema van Save the cat zijn niet voor niets meerdere obstakels opgenomen. Eén keer een obstakel overwinnen geeft aan dat je niet van suiker bent, de tweede keer geeft aan dat je hebt geleerd van je fouten, maar daarmee nog niet op je einddoel bent, en een derde keer vallen en opstaan, laat zien dat je echt voor je doel gaat, ook als het blijft tegenzitten.
Hoewel er vaak drie grote obstakels in een verhaal zitten om deze reden, zijn ze niet hetzelfde in opzet. Ze hebben namelijk verschillende functies.
1) het centrale conflict (nog eens) duidelijk maken
2) vallen en opstaan om van te leren
3) vallen en opstaan om van te groeien/ dóór te groeien.

Een goede, echte held gaat al deze obstakels aan en blijft die aangaan. Een valse held doet dat niet: die ‘stopt’ bij obstakel 2, om zichzelf dan al tot held of martelaar te kronen. Die pronkt met moed, voordat die het goed en wel heeft bewezen moedig te zijn.

Voorbeeld van een valse held

Een valse held laat zich het beste omschrijven met een voorbeeld:

Een klimaatactivist heeft een fantastisch idee voor het oplossen van het klimaatprobleem. Die gaat ermee naar verschillende bedrijven, maar ieder bedrijf heeft ofwel geen interesse in of financieringsmogelijkheden voor de uitvinding. Dat doet je personage zes keer. Tot nu is dat steeds een obstakel van de eerste categorie. De zevende keer zegt een bedrijf: “Je uitvinding is fantastisch, maar je presentatie is vreselijk. Als je daar iets aan doet, is er misschien wel iemand geïnteresseerd. Helaas kunnen wij je idee niet financieren.”
Je personage leert daar iets van en gaat diens prestatievaardigheden verbeteren: een obstakel van de tweede categorie.
Bedrijf nummer acht heeft een echte eikel als vertegenwoordiger: hij lacht de klimaatactivist keihard uit, en maakt die op sociale media belachelijk. En omdat meneer Vertegenwoordiger miljoenen volgers heeft, wordt de klimaatactivist overal waar die komt niet serieus genomen en belachelijk gemaakt. De klimaatactivist kan het nu wel vergeten om de uitvinding nog ergens aan de man te brengen.

Dit is een interessant moment in het verhaal, want je personage kan nu een paar dingen doen:
* Een andere oplossing zoeken (zelf de uitvinding proberen te financieren, een nieuwe uitvinding maken…).
* Opgeven en daar teleurgesteld om zijn, om vervolgens zich niet meer met klimaatverandering bezig te zijn. Of het doet dat wel, maar is moegestreden.
* Opgeven en de rest van het verhaal afgeven op meneer Vertegenwoordiger, de rest van de wereld en verkondigen dat de wereld nu een held heeft laten schieten.

De valse held doet het laatste: hij gaat verslagen en verbitterd in een hoekje zitten voor de rest van het verhaal. Belangrijk om op te merken is: dit personage denkt en/of doet alsof het ook categorie drie heeft doorlopen, terwijl dat niet zo is. Dat kan citaten opleveren als:
* “Doe geen moeite, dat heb ik al geprobeerd, maar er luistert nooit iemand naar je, ook niet als je het beste met iedereen voorhebt.”
* “De wereld ziet geen held wanneer die op een presteerblaadje wordt aangeboden.”
* “Het heeft geen nut om ooit iets (nieuws) te proberen, want uiteindelijk levert dat niets op.”

Wat ontbreekt er bij de valse held?

Vooral het laatste citaat hierboven is belangrijk. Dat zegt namelijk zoveel als: “Het is niet de moeite om het centrale conflict volledig te doorlopen als het te veel tegenvalt.” Maar een held kan zich pas zo noemen als die dat wel doet, ongeacht de uitkomst.
Het is zeker waar dat vallen en opstaan het bewonderen waard is; er zijn genoeg mensen die niet eens tot vallen en opstaan van de tweede categorie komen, laat staan als ze dat al zeven keer is overkomen.
Maar wat schadelijk is aan het idee dat het proberen niets eens waard is voor het geval iets tegenvalt, is het gevaarlijkst van de overtuiging van de valse held. Daarmee doe je namelijk de hele heldenreis teniet. Zowel die van de valse held die in zijn eigen heldenreis verslagen is als die van de aankomende, nieuwe held die wel bereid is om de schouders eronder te zetten en iets te proberen. “Proberen alleen stelt niets voor…”
Dat is gewoonweg niet waar! De enige momenten waarop iets niets voorstelt is als je het hebt over het oplossen van een probleem, in plaats van het centrale conflict en als je dat zelf gelooft. De valse held gelooft dat je pas een held kan zijn als de missie slaagt. Dat je dan pas een ‘winnaar’ bent en anders een ‘verliezer’. Maar de reden dat je de valse held als verliezer kan bestempelen is omdat die zélf te veel nadruk legt op de uitkomst.
Denk aan dit citaat uit Little miss sunshine: ‘Een verliezer is iemand die zo bang is om niet te winnen dat hij het niet eens probeert.’

Het is een cliché, maar de reis is belangrijker dan de bestemming. Dat geldt ook zeker voor de ‘reis’ van het lezen van een boek. Als je dan een hoofdpersoon hebt die aan alles uitstraalt dat dat niet zo is, heb je geen hoofdpersonage dat inspireert, maar eerder eindeloos irriteert.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Je personage: gever of nemer?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Het kan erg handig zijn om te weten of je personage voornamelijk een gever of een nemer is.

Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Het verschil tussen een gever en een nemer is groot. De eerste wordt vaak als onzelfzuchtig gezien, die misschien wat meer assertief mag zijn, de ander wordt vaak gezien als egoïstisch, maar wel als iemand die veel dingen voor elkaar krijgt.
Het is handig om vast te stellen wat je personage is, zodat je grofweg weet hoe het met andere mensen omgaat en welke middelen je personage waarschijnlijk ter beschikking heeft. Dat alleen al kan andere elementen uit de personagebiografie als vanzelf aanvullen. Is je personage de goedzak of de slechterik? Moet je die goede of slechte eigenschappen misschien wat meer balanceren?

En dat is nog maar het begin, want zo bekijk je de situatie erg zwart-wit. Als je het iets genuanceerder bekijkt, kan je heel wat meer te weten komen.

Wat is de situatie?

Het is makkelijk om te zeggen dat je een gever dan wel een nemer bent, maar het ligt vaak iets subtieler. Als je een ouder bent die zegt eerder te geven dan te nemen, dan gelooft iedereen dat wel. Een ouder geeft vaker aan kinderen dan die neemt, dat hoort bij het principe van opvoeden. Maar misschien heb je er helemaal geen moeite mee om diensten te draaien die jou het beste uitkomen, ondanks dat je collega’s daardoor niet altijd blij met je zijn. Geven en nemen kan dus erg situatieafhankelijk zijn.

Wat kan je te weten komen?

Voor het schrijven van de personagebiografie is het handig om op te schrijven in welke situatie je personage voornamelijk een nemer is – of het in ieder geval minder moeite heeft met nemen- en in welke situaties je personage voornamelijk geeft.
Dat kan je onder andere vertellen:

  • bij wie je personage zich voldoende op het gemak voelt om te durven nemen.
  • welke grenzen je personage heeft en of het die goed bewaakt: “Hier ga ik geen concessies doen, want daar sta ik niet achter. Ik pas met liefde en plezier twee keer per week op mijn buurmeisje, maar niet tijdens mijn vakantie. Normaal wil ik geven, maar nu niet; mijn vakantie is mij heilig.”
  • wat bepaalde waarden of prioriteiten van je personage zijn: “Wat er ook gebeurt, mijn beste vriend staat op de eerste plaats”. Is er een noodgeval op het werk én bij de vriend? Dan komt de vriend eerst: dan moet je personage nemen bij het werk en geven bij de vriend.

Moet je dit in je verhaal uitwerken?

Geven of nemen wordt vaak duidelijk genoeg door het toepassen van show, don’t tell. Als je het echt benoemt, (“Ken je Jenny?” “Ja, dat is zo’n schat, ze geeft altijd meer dan ze geeft.”) komt dat vaak geforceerd over. Maar ook als je personage in iedere situatie geeft of neemt, zonder uitzondering, is dat te veel van het goede. Iemand zonder assertiviteit of grenzen of iemand die altijd alleen maar aan zichzelf denkt, valt als vanzelf op, op een manier die je verhaal zelden tot nooit dient en zelfs in de weg kan zitten. Dit zijn namelijk vaak personages waar het lastiger is om een geloofwaardig groeiproces aan mee te kunnen geven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Photo door Andrew Moca op Unsplash.

Een verhaal zonder goedheid– rauw schrijven

Bij vrijwel alle verhalen is er een geld of een goed moraal, waar het boek plezierig van wordt of de goede moralen uiteindelijk overwinnen. Maar soms is de held helemaal geen goeierik, of is het verhaal zodanig eng, gemeen of duister dat goede dingen niet voorkomen of anders ver op de achtergrond staan. Kortom: hoe schrijf je een verhaal dat van slechtheid aan elkaar hangt, zonder dat het cartoonesk wordt?

Een verhaal zonder licht

Er zijn verhalen die niet tot hun recht komen als je de balans tussen goed en kwaad zou bewaren. Gemakshalve noem ik dit ‘verhalen zonder licht’. Het is niet zozeer dat er geen enkele fijne scène, of een rustig moment zonder ellende in het verhaal zit, maar er is geen licht in de spreekwoordelijke duisternis. Ook al zijn er fijnere, of rustige of zelfs hoopvolle momenten, die zijn zodanig klein of paradoxaal pijnlijk in contrast met de ellende dat ze alsnog alleen maar pijnlijk zijn. Denk aan iets als:
* Een verhaal dat volledig ingaat op een doodziek kind. In detail, zonder hoop, zonder tijdelijke opluchting van een bezoek van een Cliniclown. Het is echt een en al ellende. Dan zegt het kind: “Mama, ik heb geen pijn vandaag.”
* Een verhaal over genocide. De familie wordt verplaatst van een getto naar een plek waarvan je weet dat moeder en kinderen elkaar nooit meer levend terugzien.

De lezer kiest er bij deze boeken en films zelf voor om verder te lezen of te kijken en de ogen uit zijn hoofd te huilen, als het te confronterend wordt. Jij hoeft deze lezer niet te sparen. Die heeft nog altijd een functionerende hand om het boek dicht te klappen of de tv uit te zetten als het allemaal teveel wordt. Jouw verantwoordelijkheid als schrijver is in dit geval om het verhaal recht aan te doen. Met als gevolg de kernregel: romantiseren is uit den boze als je rauw wil schrijven.

Wat is rauw schrijven?

Rauw schrijven is er geen doekjes om winden; romantiseren is absoluut niet toestaan. Rauw schrijven is schrijven zoals iets écht is, voelt of zou zijn. We kennen allemaal het zinnetje: ‘Dat gebeurt alleen in de film.’ Hoewel niet altijd, komt deze zin bovendrijven als iets ‘romantischer’ is dan in het echte leven. Als je schrijft over hongersnood, kan de fictieve moeder vrijwel altijd wel een restje brood vinden en haar kind daarmee voeden. Het echte leven houdt zich niet aan plotontwikkeling en daardoor kan het ondervoede kind soms vrijwel onmiddellijk overlijden. Niet pas – als het dat al doet- na verschillende maanden, waar talloze mensen nog proberen het kind te redden.
En als iemand het slachtoffer is van verkrachting heeft diegene in fictie vaak een vriend die diegene kan helpen of op zijn minst gelooft. Het echte leven is niet altijd zo genadig.
Zelfs in meer onschuldige situaties zie je het terug. Neem de verboden liefde. Deze trope is zo bekend, zó cliché, dat ik verhalen ken van echte mensen die oprecht denken: ‘maar mijn verboden liefde moet goed aflopen, want zo gaat dat altijd.’ Nee. Dat is dat romantiseren: sturen naar een goede afloop omdat dat in entertainment verwacht wordt, zo niet bijna hoort. Bij rauw schrijven laat je alles los wat zogezegd verwacht wordt of waar de gemiddelde lezer op hoopt.

Je schrijft echt zoals het is: ‘raw and real.’

Citaten die rauw schrijven oproepen

Als je ooit een rauw geschreven boek of film hebt gelezen of gezien, dan heb je ongetwijfeld iets geroepen als:
* “Een keer en nóóit meer!”
* “Toegegeven, het is een meesterwerk, maar het is tegelijkertijd ook een *#&@^#&-film”.
* “Dat was niet gewoon een verdrietige tranentrekker, dat deed oprecht pijn.”
* Ik kon het boek niet uitlezen, het werd me te echt.”

Enkele voorbeelden: Schindler’s list, The green mile, Tomstone for fireflies, 1984, de jongen in de gestreepte pyjama en – persoonlijk voorbeeld van laatstgenoemd citaat- Een ladder naar de hemel.

Let op bepaalde woorden uit deze citaten: meesterwerk, oprechte pijn en te echt. Als je die woorden als uitgangspunt neemt, kan je proberen een rauw meesterwerk te schrijven (proberen ja, want dit is zo’n gevalletje: de theorie is makkelijk te begrijpen, maar doen is anders…). Om dat te bereiken is een vraag je ideale houvast: wat is rauw, wat is Hollywood?

Rauw versus Hollywood

Om rauw te schrijven, moet je onderscheid kunnen maken tussen wat echt is en wat gedramatiseerd is, om iets heftig(er) te laten lijken. Bedenk daarbij:
* Het echte leven volgt geen drie-aktenstructuur
* In fictie kan een held groeien in zijn heldenreis, waar het echte leven daar niet altijd ‘tijd voor neemt’
* soms zijn ‘grote reacties’ eerder drama dan echt.

Enkele voorbeelden om je op weg te helpen:

VoorbeeldRauwHollywood
Er wordt iemand neergeschoteniemand valt onmiddellijk, recht en stijf neer, zonder geluid te geven. iemand vliegt drie meter achteruit, schreeuwt en stuiptrekt
een kind lijdt aan hongersnoodDe verhongerende ouder is te uitgeput om het kind te troostende ouder blijft sterk en blijft het kind sussen
Een vriend sterft voor je ogenJe kan niet meer dan wegkijken of de hand vasthouden: spreken gaat nietDe mooiste one-liners komen naar boven.
iemand is zwaargewond en je moet diegene verplegen terwijl je niet weet hoeJe staat te trillen op je benen, en bevriest. Je bent misschien nog net helder genoeg om 112 te bellen, of een voorbijganger om hulp te vragen. totale paniek en snel uitgesproken ‘O mijn god o mijn god, o mijn god, wat nu?’
Een liefdesverklaring voor iemand die je lang of nooit meer gaat zien. Een brok in de keel die je ervan weerhoudt lange tijd iets te zeggen. Als het dan uiteindelijk lukt, komt er niet meer dan een schor: “Tot ziens” uit, waarna misschien nog een korte, ongemakkelijke kus volgt. “Jij bent het allerbangrijkste in mijn leven en ik zal altijd van je houden en iedere avond huilen omdat ik je zo ga missen.” Met een minuutlange zoen erachteraan.

Natuurlijk moet je hierbij niet de karakteristieken van je personage uit het oog verliezen. Een wijs mens kan misschien wel mooie woorden delen aan het eind van het leven. Maar ik hoop dat deze post in ieder geval een idee geeft waar je op moet mikken als je rauw wil schrijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Brett Jordan op Unsplash.

Op wie valt je personage?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Als je weet op wie je personage zou vallen, kom je heel veel over diens persoonlijke psychologie te weten.

Wanneer kan dit relevant zijn?

Vergis je niet: niet alleen in het romantische genre zijn relaties in het verhaal verweven. Je hoeft een romance niet te forceren of te overdrijven, maar het is wel handig om over ‘het perfecte type’ na te denken. Voorkeuren van je personage op romantisch gebied kan je veel vertellen. Hoe je personage nog kan groeien, omdat het iets aantrekkelijk in een ander vindt wat het zelf niet heeft, wat het fijne karaktereigenschappen vindt, hoe het personage overgehaald kan worden…
Kort gezegd: alles wat je personage aantrekkelijk vindt, vertelt je ook over diens voorkeuren. Zodra je van de voorkeuren van je personage weet, kan je de personagebiografie heel veel verder aanvullen.

Staat een romance in een verhaal vast?

Natuurlijk hoeft het type op wie je personage valt niet per se in het verhaal voor te komen, ook vrienden of andere belangrijke personen in het leven van je protagonist kunnen die op een positieve manier beïnvloeden. Maar een ideale Romeo of Julia bedenken – al is het maar voor op papier-  kan je helpen om eens goed na te denken over wat het zegt. Over je personage, maar ook over jezelf.

Wat kan je te weten komen?

Je schrijft zaken op in een personagebiografie met een achterliggende reden. Enkele voorbeelden:

  • Personage valt op sportieve types, omdat ze gespierde lijven aantrekkelijk vindt.
  • Personage durft niet te zeggen dat ze verliefd is op de sportieve jongen, want ze is introvert.

Dat geldt voor alle zaken in de personagebiografie, maar als het gaat om wat voor eigenschappen je personage op romantisch gebied wel ziet zitten, zijn dat vaak wel dingen die – in de romantische zin of niet- op verschillende manieren terugkomen in het verhaal. Het is de moeite waard om extra op het volgende te letten:

Sommige van deze beslissingen hebben een logische oorzaak en gevolg. Neem het voorbeeld dat liefde bekennen een kernmerk kan zijn van een introvert persoon. Andere keren laat je je ongemerkt leiden door wat je zelf vindt, of wat dicht bij je eigen leven staat. Je personage valt op spierbundels omdat je zelf ook graag sport. Of je schrijft dat op omdat die aanname erg makkelijk is: gespierde mannen worden over het algemeen aantrekkelijker gevonden dan mannen die slungelig zijn, dus is ook de vlam van jouw personage goed getraind. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Op zichzelf is er niets mis met snelle aannames, makkelijk inzetbare tropes, eigen voorkeuren of privé met fictie verweven, maar het is wel handig om goed na te denken over waarom je juist dít opschrijft en niet iets soortgelijks.
Kan je personage bijvoorbeeld ook op iets anders vallen dat jij/ de maatschappij met mannelijkheid associeert? Graag willen presteren, bijvoorbeeld? Dan kan je ook een carrièretijger als sexy bestempelen.

De klus van een lijstje van aantrekkelijke eigenschappen maken kan je afraffelen voor je het goed en wel doorhebt dat je dat doet. Daarmee loop je het risico dat je het personage oppervlakkig maakt. En daarmee ook – als die in je verhaal voorkomt-  de romance. Neem gerust de tijd om je personage een uitgewerkte gedroomde romantische partner te geven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Anthony Tran op Unsplash.