Zo maak je een cliché origineel: het minderheidspersonage

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het minderheidspersonage.

Het cliché

Je held en/of andere personages zijn maar gewoontjes. Maar dan is daar het personage dat dat niet is. Het is in een bepaalde minderheid. Qua seksuele oriëntatie, religie of ras. Of het heeft een handicap of iets anders dat het anders maakt dan anders. Denk aan ADHD, een angststoornis of autisme. Daar is op zich niets mee, totdat dit gegeven een cliché wordt: dat personage is divers om divers te zijn, niet omdat de schrijver daar meerwaarde voor het verhaal in ziet of deze minderheid in de schijnwerpers wil zetten om verschillen in het boek of de maatschappij te weerspiegelen.

Waarom stoort dit cliché zo?

Dit cliché is schijnheiligheid van een schrijver. Met dit personage gaat die mee in de ontwikkeling van de vraag die de laatste jaren is ontstaan om meer diverse personages in romans te krijgen. Die vraag ging om verbeterde representatie van diverse minderheden. Maar hier verwart de schrijver aanwezigheid met representativiteit. Als je dat doet, wordt het alleen maar erger. Want dan leest het verhaal als: ‘wees blij dat minderheid X erin vóórkomt, dat wilde je toch zo graag?’ terwijl de vraag naar diverse personages is ontstaan vanuit het idee dat zij meer zijn dan alleen figuranten van verhalen en/of de maatschappij.

Het gevolg van het cliché: oppervlakkig beeld

Een schrijver die diens diverse personage niet serieus neemt, doet te weinig onderzoek, waardoor het personage veel te oppervlakkig en storend stereotiep of zelfs racistisch wordt.
Denk aan:

  • Mensen van kleur zijn vaker arm, dus is mij personage dat ook en weet die niet hoe die uit armoede moet komen.
  • Autisme, is dat niet dat je sociaal onhandig bent? Hé, ik moest nog een verlegen jongen hebben in mijn verhaal, die is bij deze autistisch.

Over wat voor minderheid of diagnose het ook gaat, je personages moeten meer, zo niet veel meer zijn dan hun diversiteitskenmerk om interessant te zijn.

Het cliché fiksen: kijk naar je setting en thema

Of je een bepaald personage in je verhaal verwerkt, hangt sterk af van je setting en je thema. Dat is met diversiteit niet anders. Wil je voorkomen dat een divers personage oppervlakkig en storend wordt, kijk dan of het wel een plaats in je verhaal heeft. Je kan een divers personage beter helemaal weglaten uit een bepaald verhaal dan het in een verhaal forceren. Want diverse verhalen komen pas goed tot hun recht in de juiste setting en als de thema’s ook daarop aansluiten.
Enkele voorbeelden van geforceerde diversiteit:  
* Bij het thema hebzucht ligt de nadruk op de seksuele oriëntatie van de hebberd, in plaats van de oorzaak van die hebzucht, of wat de gevolgen voor het plot zijn.
*Een Aziaat in het Nederland in het jaar 1000? Dat schreeuwt geforceerde rassendiversiteit.

Tips voor het verminderen van het cliché

Wil je een divers personage schrijven bij een passende setting en thema? Dan is het belangrijk dat je goed onderzoek doet. Ben jij zelf geen minderheid van de groep waar je over schrijft, dan sluipen vooroordelen en aannames sneller in je verhaal dan je misschien zou denken. Denk aan onderzoek doen aan dingen als:

  • Bestudeer de geschiedenis van de mensen in deze groep. Kan je terugvinden hoe zij in de loop van de geschiedenis (in jouw setting) behandeld zijn en hoe dat al dan niet is veranderd? Is er bijvoorbeeld meer acceptatie gekomen, zijn er belangenverenigingen opgericht, weten meer mensen wat een bepaalde diagnose inhoudt?
  • Vraag iemand die tot die minderheidsgroep behoort wat diens ervaringen zijn. Wees niet bang om je eigen aannames en misschien wel vooroordelen in twijfel te trekken en luister met open houding. Besef wel dat je tegen een individu praat. Ga er niet klakkeloos van uit dat iedereen in dezelfde groep dan ook zo denkt; dan is de vooroordeelcirkel weer rond.

    Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Clay Banks verkregen via Unsplash

Schrijfoefening: hoe ver moet je uitwerkingsonderzoek gaan?

Onderzoeken hoe je personage in elkaar zit en wat het ertoe beweegt om bepaalde dingen te doen of te laten is een belangrijk deel van het personageontwerp of je verhaal. Zo kan het bijvoorbeeld handig zijn om te weten wat een trauma voor een effect heeft. Of wat een depressie met iemand doet, in de klinisch-psychologische zin van het woord. Dat maakt je personage of je verhaal realistischer. Maar je moet ook een keer mee stoppen met verklaren en onderzoeken. In deze schrijfoefening gaan we kijken hoe je die afweging maakt.

Casus: de biaslijst

Een bias is een manier van denken of naar de wereld kijken die objectief niet klopt, maar gevormd wordt door een bepaalde factor. De bekendste is misschien wel de cognitieve bias: omdat je een bepaald gedachtepatroon hebt, trek je conclusies die bij dat patroon passen en logisch lijken, maar toch niet kloppen.
Maar die bias is lang niet de enige. Kijk maar eens naar deze lijst. Er zijn zoveel biases dat je kan denken: kan een mens nog iets waarnemen zonder dat dat meteen een label verdient? Die vraag staat centraal in deze blogpost. Wanneer is informatie terecht een ding of is het de moeite om van een bijbehorend label meer te weten en wanneer is iets zo gewoon dat het het noemen niet meer waard is?

Biasen als referentie: Google, Dunning-Kruger, modaliteitseffect

Voor een goede referentie in de rest van de blogpost, pakken we drie soorten bias uit deze lijst.
Het Dunning-Krugereffect: de neiging van ongeschoolde personen om hun eigen kunnen te overschatten en de neiging van deskundigen om hun eigen kunnen te onderschatten.
Het Google-effect: De neiging om informatie te vergeten die gemakkelijk online te vinden is via zoekmachines.
Het modaliteitseffect: Je onthoudt de laatste items van een lijst makkelijker wanneer de items op de lijst via spraak worden doorgegeven dan wanneer ze via schrijven worden overgebracht.

Dunning-Kruger kan daarbij de grote lijnen van het plot bepalen: wat als je iemand hebt die vele malen slimmer denkt te zijn dan die is? Dat gaat de nodige obstakels in het verhaal opleveren.
Het Google-effect geldt daarbij als: houdt deze kennis of dit stukje geschiedenis uit de personagebiografie paraat om misschien te kunnen gebruiken voor een specifieke scene. Uitgangspunt: het gebeurt ons allemaal wel eens, en is niet zo spannend. Maar wat als we te veel Op Google rekenen en het internet wegvalt?
Modaliteitseffect: de ene onthoudt beter door te lezen dan door te luisteren. De ene houdt meer van appels, de andere houdt meer van peren. Als je je personage inmiddels tot deze details aan het ontwerpen bent, is dat een teken dat je ermee moet stoppen. Ga bovendien na of je geen gaten in je plot hebt doordat je door een gebrek aan overzicht details hebt verwerkt die elkaar tegenspreken.

Van groot naar klein

Begin met Dunning Kruger: alles wat zodanig belangrijk is, dat als daar iets aan veranderd, het plot of het karakter van je personage een compleet andere wending krijgt. Veranderingen kunnen optreden in zaken als de heldenreis, wat er op het spel staat, angsten en dromen van de personages en hun willen en nodig hebben. Ook de invulling van je verhaalthema valt hieronder. Als je daar al invulling of zicht op hebt, kijk dan ook naar je afzonderlijke beats van de drieaktenstructuur. Hoe valt alles samen? Wat kan je niet zomaar veranderen?
Vergeet daarbij ook de ‘per definitie’-regel niet: X uit zich bij iedereen/ in iedere situatie anders, maar houdt altijd in dat Y.
Een rijkaard kan gul of gierig zijn, maar heeft altijd geld op de bank. Iemand met een depressie kan soms nog normaal functioneren, soms niet meer, maar iemand met depressie zit niet optimaal in diens vel.
De ‘Dunning Kruger’ van jouw informatie of situatie is als de ‘per definitie’ van je worldbuildingregels, of de geschiedenis of heldenreis van je personage.

Het Google-effect zijn die dingen die een scène interessant kunnen maken, maar niet per se een verhaal kunnen dragen: tegenwoordig doet het internet het vaker wel dan niet. Gebruik die informatie dan ook maar een paar keer, zo niet maar een keer in het verhaal. Zorg er wel voor dat je dat op een belangrijk of spannend moment in het verhaal meeneemt. Dan wordt het een extra pageturner! Bijvoorbeeld:
Je personage heeft een lelijk sieraard van oma geërfd, dat in de kast stof ligt te happen. Dan komt je personage in geldnood en bedenkt het ineens dat het misschien nog iets van waarde heeft. Dat bezoek aan de taxateur is erg spannend: of het nu waardeloos of waardevol is, dit gaat het verhaal een hele belangrijke richting op sturen.
Of je weet dat je personage iets nóóit zou doen, behalve als… En dan is daar dat moment.
Let bij een ‘Google-effect’ erop dat je het verhaal van de afzonderlijke scene in de gaten houdt en het blijft passen bij het grotere geheel. En dat je niets uit de lucht laat komen vallen. Dat kan je voorkomen door details goed uit te werken.

Het modaliteitseffect is informatie die niet in je verhaal thuishoort. Vaak is het een ‘informatiedarling‘ die je tijdens je onderzoek tegenkomt. Om die te identificeren vraag jezelf: moet ik extra scènes en achtergrondinformatie schrijven voordat dit detail relevant wordt?

Bijvoorbeeld: Timmie is dyslectisch, dus pikt hij informatie makkelijker op als die wordt gehoord, in plaats van geschreven. Maar die dyslexie is nog niet vastgesteld. Dus gaat de hele mallemolen van het testen van start, en een paar duizend woorden later klinkt het verlossende woord: “Meneer van den Hout, we hebben vastgesteld dat uw Timmie dyslexie heeft. Hij zal er vanwege het modaliteitseffect baat bij hebben als hij leerstof auditief krijgt aangeboden. Daar houden we vanaf nu rekening mee.”
Die conclusie met dat ene woord was de langere opbouw ernaartoe niet waard. Anders gezegd: ga je dingen extra toevoegen om een ding te verklaren, dan moet je jouw onderzoek en/ of de uitwerkingen daarvan stoppen en niet verder in het verhaal meenemen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jorge Alvarado verkregen via Unsplash.



Zo maak je een cliché origineel: het (echt niet) lelijke meisje

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het (echt niet) lelijke meisje.

Het cliché

Het meisje vindt zichzelf maar gewoontjes, terwijl iedereen haar een regelrecht model vindt. Of zij vindt zichzelf een regelrechte Frankenstein door een klein schoonheidsfoutje als een litteken of een moedervlek. Die anderen overigens vaak niet eens opmerken.

Waarom stoort dit cliché zo?

Het ‘gewone’ meisje waarvan iedere man in katzwijm valt, is vaak een waarschuwingssignaal voor een Mary Sue: het personage dat zo perfect is, dat ze irritant en onherkenbaar voor de lezer wordt. Geef haar dus een gebrek – naïviteit – en ze zou weer herkenbaar zijn voor de gewone vrouw. Maar een enkel eenvoudig gebrek heft de indruk van perfectie niet zomaar op.

Het ‘lelijke’ meisje maakt een gebrek vele malen groter dan het in het echte leven zou zijn. Zo komt er een subplot in het verhaal van ‘onzekerheden overwinnen’ dat net zo goed kon worden weggelaten en het hoofdplot alleen maar vertraagt.

Wat beide clichés gemeen hebben is dat ze schoonheid of het zogenaamde gebrek daaraan een veel groter thema in het verhaal wordt dan dat daarbinnen past. Dat maakt het verhaal oppervlakkig en verhoogt de kans dat lezeressen zich onzeker gaan voelen of zich aan je personages gaan ergeren. “Zeur niet over die ene moedervlek zo groot als een speldenknopje precies onder je bh-bandje. En ik dan, met mijn wijnvlek midden in mijn gezicht? Mag ik volgens jou nog wel over straat?”

De oorzaak van het cliché: doorgeslagen vrouwelijkheid

Vrouwelijkheid wordt traditioneel geassocieerd met zachtheid, schoonheid en een zekere mate van naïviteit en verlegenheid. Dit cliché slaat daarin door. Deze heldin móet simpelweg mooi gevonden worden. Door anderen, zichzelf of de lezer, soms een combinatie daarvan. En anders met het idee worstelen dat ze niet mooi genoeg zijn.
Dat doen ze niet door zichzelf een schop achter hun achterste te geven en actief iets te veranderen aan waarover ze ontevreden zijn, of zelfs door te vechten voor een andere maatschappelijke kijk op het schoonheidsideaal. Nee, ze moet ofwel bescheiden en meisjesachtig complimenten in ontvangst nemen over hoe mooi ze is, of bijna pruilend wachten tot een man zegt: “Maar vrouw, je bent juist práchtig!”

Het cliché fiksen: schoonheid als thema

Worstelen met schoonheid is een interessant thema, maar dan moet het in een verhaal ook als zodanig worden behandeld. Dat kan op allerlei manieren, maar zorg wel dat je daar de nodige uitwerking aan besteedt. Dit cliché wordt storend zodra het als een los en geforceerd conflict in het verhaal wordt meegenomen, om maar een tegenslag voor een heldin te hebben.

Tips voor het verminderen van het cliché

  • Dit cliché komt vaak voort uit de noodzaak van een romantisch subplot. Ga eens goed na of dat wel echt in jouw verhaal past, voordat je die een gaat forceren.
  • Maak het schoonheidsgebrek van het ‘lelijke’ meisje ook iets dat daadwerkelijk opvalt en als lelijk wordt beschouwd. Heeft ze een litteken? Dan mag het niet klein zijn en verscholen worden achter de steevaste pony die je heldin daarvoor speciaal draagt.
    Maak het litteken dan groot en plaats het dwars over haar gezicht. Waak er echter wel voor dat zelfs als dat haar oprecht lelijk maakt, haar onzekerheid daarover niet haar hele karakter mag vormen.

    Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Milada Vigerova verkregen via Unsplash.

Zo laat je een schurk opbloeien in zijn slechtheid

Het is een ding om slechte dingen te willen of om een slecht karakter te hebben. Een schurk in een verhaal heeft ook de mogelijkheid om het slechte naar boven te laten komen. Om dat extra angstaanjagend te manaar ken, kan je kijken naar de wereld en omgeving waarin je verhaal zich afspeelt om zo alles nog spannender en erger te maken.

Wat maakt je schurk slecht?

Begin met vaststellen wat je schurk vooral slecht maakt. Kijk daarvoor vooral naar de persoonlijke eigenschappen, niet zozeer wat het ‘einddoel’ is wat daarmee behaald moet worden. Denk aan: iemand wil ultieme macht. Dan is de kans groot dat die persoon zichzelf heel belangrijk vindt, of een grote controledwang heeft.
En iemand die anderen oplicht is niet eerlijk. Bedenk dan eens waarom, of wat die misschien te verbergen heeft?

Kijk dus niet zozeer naar ‘wereldoverheersing’ als je wil vertalen naar wat je schurk slecht maakt, maar naar ‘woedeaanvallen wanneer iets niet naar de zin gebeurt.’

Hoe zit de wereld in elkaar waar je slechterik in leeft?

Je slechterik wordt een stuk enger als die in meer of mindere mate zijn gang kan gaan. Je kan dat aanpakken door iedereen doodsbang te maken voor de gevolgen als je deze heerser tegenspreekt. Maar het wordt spannender als de schurk niet tegengesproken wordt omdat die zich kan verstoppen achter ‘zo werkt het nu eenmaal in de wereld.’ En dat niemand daar vraagtekens bij zet. Of zelfs verwacht dat iemand zich zo gedraagt binnen een bepaalde hiërarchie of situatie.

Denk aan de middeleeuwen waarin een koning de absolute macht heeft en de troon van vader op zoon doorgaat. Als de koning een goede man is, maar de kroonprins een ware tiran, wat doe je daar als boerenkinkel dan tegen?
Of juist andersom: als de middeleeuwse koning zijn volk al zeven generaties lang onderdrukt, dan zal de zevende of achtste generatie denken dat dat gewoon is zoals het is. Het systeem, koninklijke genen, wat de oorzaak ook mag zijn: het valt te verwachten en daarom wordt er niets meer van gezegd, durft niemand zich ertegen uit te spreken of komt het gewoon niet meer in mensen op om in opstand te komen.

Zoek naar symbolische of thematische overeenkomsten

Als je weet wat je schurk slecht maakt en in wat voor een wereld deze de ruimte krijgt om de gruweldaden uit te voeren, kijk dan hoe je dit thematisch of symbolisch kan aanvullen en combineren. Anders gezegd: maak deze wereld groter.
Geen enkele wereld of maatschappij kan functioneren als er een koning de absolute macht heeft, zonder dat deze koning enigszins weet wat hij wil, tot zijn beschikking heeft aan militaire troepen of hoeveel geld er in de schatkist zit, of desnoods nog bij de bevolking te stelen valt.
Hoe immoreel ook, deze slechte koning moet iets van een plan of doel hebben. ‘Konings wil is wet’ is voor de uitwerking van een verhaal meestal te oppervlakkig.

Kijk daarvoor goed naar je plot en de personagebiografie. Daar zal je de nodige zaken vinden die als vanzelf op elkaar aansluiten. Je begint aan de tekentafel vast niet met een verhaal dat zowel over een bloeddorstig heerser gaat als over een stel kikkertjes dat een vreedzaam leven tussen het riet leidt.

Probeer daarvoor de volgende tabel zo goed mogelijk aan te houden en in te vullen: karakter- wereld- gevolg. ‘Karakter’ mag je op dit punt wat breder interpreteren en vervangen door ‘symboliek’ ‘thema’ ‘of plan’, net wat past.

Kijk eens naar een aantal voorbeelden:

Karakter wereld gevolg
hebzuchtWall streetkeihard zakendoen is normaal
symbolisch: iedereen leeft in de digitale wereld in plaats van de offline wereld en heeft daardoor de waarde van persoonlijke vriendschap uit het oog verloren. iedereen is eenzaam en zoekt heil in allerlei vormen van (digitale) afleiding. je schurk kan zich voordoen als de ‘echte’vriend die iedereen mist en zo iedereen voor het karretje spannen.
thematisch: je held is een tuinier die ergens vruchtbaarheid aan geeft. Schurk is juist een verwoester“Ieder voor zich.”Je schurk zet de tuinier en soortgelijke personages neer als een egoïst, zodat een vicieuze cirkel ontstaat en niemand elkaar nog helpt of vertrouwt, in het voordeel van de slechterik.

Woordenweb als controle of aanvulling

Je kan deze tabel zo ver uitbreiden als je wil. Wat ook kan helpen is op een soortgelijke manier een woordenweb te maken. Kijk eens waar je op uit komt met het ‘karakter’ als uitgangspunt. Is dat hebzucht, dan is de kans groot dat ‘geld’ ook in dat web staat. Kijk dan eens wat voor invloed geld kan hebben in de wereld. Goedschiks, kwaadschiks, of hoe het belastingsysteem van je wereld in elkaar zit.
Misschien is je held wel iemand die onderzoek doet naar grootschalige fraude en is je schurk iemand die dat kan tegenhouden, omdat die een invloedrijke baan heeft bij een grote bank. Maak deze woordenwebben niet te groot. Maak in plaats daarvan liever een paar hele beperkte en kijk welke van de woord er per woordenweb uitspringt. Daarmee kan je ook weer een nieuw thema, symboliek of aanknopingspunt vinden.

Laat je verhaal ook opbloeien

Een schurk die met deze opzet helemaal tot bloei komt, is een uitstekend uitgangspunt om je verhaal een interessant moraal of kijkje in de keuken van een bepaalde (historische) wereld mee te geven. Omdat deze slechterik zowel een speler in als een decorstuk van deze wereld is, wordt die niet zo snel een moraalridder die het lezerspubliek dat het vertelt dat het slecht is om naar macht, hebzucht of… te streven. Een situatie die zichzelf laat zien brengt een boodschap veel makkelijker over dan wanneer je door een overdaad aan conflicten iets koste wat kost duidelijk probeert te maken. Doe er je voordeel mee dat deze schurk die in zijn wereld past zonder veel extra moeite te doen, al laat zien hoe duister de situatie is. Maak het extra eng door te benadrukken hoe weinig ervoor nodig is om iets de verkeerde kant op te laten slaan, of hoe makkelijk enge systemen standhouden.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Daniel Sealey verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de eenzame detective

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de eenzame detective.

Het cliché

Het hele land is bang voor een losgeslagen moordenaar, die de politie met honderden manschappen maar niet kan vangen. Maar een detective met een eenmanszaak die ook nog eens eenzaam en vaak ook dronken is, kan die klus wel klaren.

Waarom stoort dit cliché zo?

Dit cliché is een twee-in-een. Het eerste cliché is de te grote powerfantasy. Het is niet realistisch dat een persoon kan wat een compleet beroepsmatig en getraind team niet kan. Anders was deze detective allang gerekruteerd. Maar ook de detective als persoontje is hier vaak eenheidsworst: hij is depressief, aan de drank, eenzaam, heeft een tragisch achtergrondverhaal of al het bovenstaande. Dan is het niet meer dan logisch dat je niets ‘beters’ te doen hebt dan de casus voor de zoveelste keer te overdenken en dat ene detail te vinden dat voor de doorbraak zorgt.

De oorzaak van het cliché: gebrek aan ‘echt’ plot

In een detective heb je de moord die opgelost moet worden en degene die dat moet doen. Dan is het puzzelstukjes verzamelen. Als je dat goed doet, houd je de lezer daarmee voldoende geïnteresseerd, maar op zichzelf zijn deze voorwaarden gegeven, geen verhalen met een plot. Maar dat mag ook niet de overhand krijgen, want het gaat om het oplossen van de moord. En zo belandt deze detective al snel in het eenzame of anderszins vastgelopen leventje waarin verder niet veel mag gebeuren.

Het cliché fiksen: van de zolderkamer af

Om beide clichés te fiksen, moet jouw detective vooral (vaker) van zijn zolderkamer afkomen. Als hij intensiever met het politiekorps samenwerkt, verminder je de kans op de impressie dat hij alles alleen weet op te lossen. Maar maak hem ook sociaal, of niet door zijn omstandigheden teruggetrokken of lastig in de omgang. Het spreekwoordelijke zolderkamertje waar de detective werkt, is van de buitenwereld afgesloten. En juist daar kom je mensen tegen met wie je interacties hebt die kunnen uitgroeien tot romances, wraakacties, je detective kan er verhalen horen over bedrog, verraad…
Kortom: in de buitenwereld spelen zich de verhaalthema’s af die een verhaal kleur geven. Zorg er vooral voor dat je speurneus die thema’s ook vanuit de eerste hand meemaakt. Dus laat hem niet alleen lezen over een vermeende betrokkene in zijn dossier die op wraak uit is: laat diegene ook op de stoep staan met het dreigement dat: ‘als ik die rotzak te pakken krijg, dan…’  En laat je detective iets van diegene vinden. Maak hem bang of juist geïrriteerd… En niet alleen als deze persoon in zijn kantoor staat: maak die gevoelens onderdeel van een subplot of verhaalthema. De detective mag niet zomaar een papieren casus op proberen te lossen: hij is een mens dat bij een menselijke casus betrokken is.

Tip voor het verlaten van de zolderkamer

Het spreekwoordelijke verlaten van de zolderkamer zoals hierboven beschreven kan je uitwerken met voorbeelden als:
–  werk en privé niet meer kunnen scheiden door een bepaalde gebeurtenis
– een gruwelijk detail kleurt zijn blik op de zaak zodanig dat hij niet meer objectief kan observeren
– zijn opgeblazen ego voorkomt een goede samenwerking met de recherche.

Anders gezegd: de cliché dronken detective heeft al zijn persoonlijkheid en gevoelens weggedronken, zodat hij zich helemaal op de zaak kan storten, zonder betrokken te hoeven raken. Probeer manieren te zoeken waarop hij juist wel betrokken raakt, of in ieder geval zijn menselijke natuur laat zien, met alle voor-en nadelen die daarbij horen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een gedachtenstroom ordenen als je begint met schrijven

Yes, een idee voor een nieuw boek! Alles dringt zich tegelijkertijd aan je op. Personages, thema’s scènes, symboliek… Je denk meteen in de schrijversflow te komen, maar in plaats daarvan is je hoofd een onoverzichtelijke brei van ideeën geworden. In deze blogpost krijg je wat tips om orde in de enthousiaste chaos te scheppen en tegelijkertijd je ideeën te kunnen laten stromen.

Wat is de schrijversflow en waar gaat het soms mis?

Als je in de schrijversflow zit, gaat het schrijven als vanzelf. Je hoeft niet na te denken over hoe je de scène invulling gaat geven, want die lijkt zichzelf te schrijven. En nadenken over wat een personage zou doen of zeggen is ook niet nodig: je zit in de fase dat je je personage zo duidelijk voor je ziet, dat het bijna een echt persoon lijkt die het je gewoon vertelt: maar dat zou ik dus echt nooit doen, schrap die actie maar!

Als je al wat verder in je verhaal gevorderd bent, kan je meestal wel een manier vinden om die afwegingen en gedachtestromen te reguleren: je hebt immers al wat zaken uitgewerkt of in de grondverf staan. Dat wordt stukken moeilijk als je een ware explosie aan ideeën voor een verhaal hebt, waar je nog geen samenhang in hebt (gevonden). Dan gaat de schrijversflow te hard om bij te houden.

Waar moet je beginnen met uitwerken?

De ene schrijver krijgt een idee bij het bedenken van een thema, de ander ziet iets aparts op straat en weer een ander werkt graag vanuit een personage dat een bepaalde ontwikkeling doormaakt, waarna het verhaal zich daarna eromheen vormt. Wat het ook is, ze hebben gemeen dat het allemaal met dat ene aha- of yesmoment begint: die eerste vonk. Dáár moet je beginnen, zo niet alles omheen gaan bouwen, zoals bij het centrale woord in een woordenweb. Want dat ene idee, dat is waar voor jou als schrijver de kracht van het verhaal zit. Al dat andere: hoe het in elkaar gaat passen, of het lezerspubliek dit wel interesseert, dat komt later wel. Niet alleen omdat je die vonk even vast mag houden, maar ook omdat dat een uitwerkfase is. Als je niet duidelijk hebt en houdt waar je boek in wezen om draait, heb je ook geen broodnodige houvast voor het bepalen van al die andere zaken. Dan is het alsof je een puzzel wil maken, zonder te weten wat de foto op de puzzel is.

Rangschikken van de vonk

Je allereerste flits van inspiratie wordt de bouwsteen van alles wat je uitwerkt. Schrijf al het andere op wat je al aan ideeën of globale uitwerkingen hebt en kijk of je die kan rangschikken ten opzichte van die vonk.

Stel: jouw vonk is een beeld van een zinkend schip. Uit jouw gedachtestroom komen ook nog de volgende elementen:

  • De kapitein geeft de stuurman de schuld. Van iets: al dan niet dat het schip zinkt
  • mensen die verhongeren op het schip
  • een scène waarin een vrouw een rijke man probeert te verleiden om daar een voordeel uit te halen. Of dit op het schip is, weet je nog niet.

Voordat je je zorgen gaat maken of de kapitein de hoofdpersoon is, de arme passagiers of de vrouw, ga je kijken wat de kern van die losse elementen (symbolisch) met een zinkend schip te maken (kunnen) hebben. Of waarom juist deze beelden jou niet loslaten.

  • Iets lijkt te zeggen dat de kapitein niet koosjer is, zoveel als hij schreeuwt. Wat is daar toch gaande?
  • Een leven in armoede lijkt te vergaan met man en muis’
  • De vrouw probeert te verleiden om zo niet aan lager wal te raken: haar rijkdom en faam zijn als een lek schip langzaam aan het vergaan.

Het ene beeld, of de vertaalslag die je maakt, komt sterker over of spreekt je meer aan dan het andere. Probeer zo je losse puzzelstukjes te ordenen en kijk welke er als sterkste uit de bus komen. Kies die stukjes uit waarbij je het gevoel hebt dat die samen iets kunnen vertellen. Als het goed is, komt daar al een soort samenhang uit. Die mag gerust nog vaag zijn, maar in plaats van alleen een zinkend schip heb je al iets als:

Op een zinkend schip houdt iedereen de schijn op en wordt iedereen bedrogen. Alles wat onder de oppervlakte wordt gehouden komt bovendrijven en zorgt ervoor dat iedereen ten onder gaat.

Beginnen met aanvullen en schrappen

Als je de vonken hebt gerangschikt, heb je het basisbeginsel waar je altijd naar terug kan, zo niet moet gaan om je verder niet te stoppen gedachtestroom te kunnen reguleren. Van daar uit kun je vragen gaan stellen en zaken gaan aanvullen. Je hebt dus mensen nodig die de schijn ophouden. Dan zou de rijke vrouw je hoofdpersoon kunnen zijn. Maar hoe ziet het schip er uit waar zij op zou varen? Dat is vast geen simpel sloepje. Zo kan je weer aan een nieuwe ideeënstroom komen. Het het verschil met het allereerste begin is dat je nu een goed basiskader hebt.

Want die arme familie, wat doet die in een verhaal van de schijn ophouden? Hebben zij de belangrijke functie om de tegenpool van de rijken te spelen? Je kan ze op sollicitatiegesprek vragen. Maar misschien heb je toch het gevoel gekregen dat je het anders aan gaat pakken en geen arme mensen nodig hebt voor bepaalde symboliek. Dan moet je ze uit je aantekeningen gaan schrappen. Daarmee voorkom je meteen aan de tekentafel al dat je gaat verzinken in de subplots of een overvloed aan symboliek.

Keer altijd terug naar de vonk

Als je de vonk goed hebt gekaderd, kan je inspiratie blijven stromen, zonder dat je tekentafel een groot zooitje wordt. Ook later in het schrijfproces kan je naar de vonk terugkeren om te zien of je iets aan het verhaal kan toevoegen of dat beter kan laten. Een goed afgestemde vonk geeft niet alleen houvast en schrijfplezier, maar ook leesplezier voor je toekomstige publiek.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Tobias Rademacher verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de geforceerde cliffhanger

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de geforceerde cliffhanger.

Het cliché

Je hebt een verhaal geschreven dat spannend, interessant en leuk is geweest en het einde van je boek nadert. Dat einde moet de lezer bijblijven, dus maak je het extra bijzonder. Niet door het einde open te houden of door een spectaculaire plottwist het cirkeltje rond te laten maken. Nee, je schrijft een cliffhanger. Zodat de lezer al benieuwd wordt naar het vervolg op dit verhaal dat je nog gaat schrijven.

Waarom stoort dit cliché zo?

Vooropgesteld: het is niet fout om een verhaal meerdere boekdelen te geven. Dit wordt pas een cliché wanneer deze cliffhanger wordt ingezet om een vervolg aan het verhaal te geven wanneer er eigenlijk niet zo veel meer te vertellen is; laat staan voldoende om een heel nieuw boek mee te vullen. Vroeg of laat moet een verhaal eindigen en als je dat niet op tijd doet, wordt het uitgemolken en verliest het daarmee kwaliteit die het had kunnen behouden als je op tijd was gestopt. Ergernissen die een lezer kan hebben bij verhalen die onnodig doorgaan zijn:

  • Details krijgen op het laatst nog onnodig gewicht. Moest je bijvoorbeeld echt deze personages nog koppelen, terwijl die nauwelijks meer dan twee keer bij naam genoemd zijn? Dat is een soort infodump, maar dan een van het soort waar de informatie überhaupt niet in het verhaal hoort, in plaats van dat het te veel nadruk op details legt.
  • Je schakelt de vrije verbeelding van de lezer uit. Blijf je maar subplots toevoegen over hoe personages hun leven verder leven en met wie ze aanpappen, dan kan de lezer zelf niet meer bedenken of ze na de afsluiting van het boek lang en gelukkig verder leven of toch weer in oude patronen terugvalt. Die eigen invulling bij een verhaal is soms de helft van het leesplezier, dus neem die niet af door een verhaal maar aan te blijven vullen.

De oorzaak van het cliché: darlings zijn niet gekilld

Als schrijver schrijf je verhalen die je zelf interessant vindt. Dat brengt een risico met zich mee: je kan een te grote fan worden van je eigen moralen of thema’s, je krijgt maar niet genoeg van het gezelschap of de avonturen van je personages… En dus blijf je maar schrijven. Als een boek maar niet afgesloten wordt of een cliffhanger krijgt naar een deel 2 dat helemaal niet nodig is, dan zijn deze darlings niet gekilld: de passages of elementen die de schrijver zelf leuk vindt, maar objectief gezien niet waardevol zijn voor het verhaal, zijn niet geschrapt.

Het cliché fiksen: controleer je verhaalbasissen

Als je begint met het schrijven van een verhaal ga je uit van een heldenreis van je hoofdpersonage, het algemene plot, misschien nog een paar subplots, en een paar verhaalthema’s. Als je overweegt om een verhaal een tweede deel te geven, of langer te maken dan je in eerste instantie voor ogen hebt, kijk dan goed of dit nog wel aansluit bij de thema’s, verhaallijnen of conflicten die je aan de tekentafel centraal hebt gesteld.

Tip voor het verminderen van het cliché

Als je begint met schrijven, maak dan een lijstje van (hoofd)thema’s, moralen of verhaallijnen die je mee wil geven. Zodra je die hebt afgewerkt, rond je je boek af. Merk je dat je gedurende het schrijfproces de neiging hebt tot afdwalen, pak dit lijstje er dan bij. Schrap alles aan verhaallijnen wat niet in dit lijstje voorkomt en sluit af wat eventueel nog te veel op een cliffhanger lijkt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto van Leio McLaren verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je een goede dystopie

De wereld zoals we die kennen is niet meer: er is alleen nog maar ellende over. In de vorm van extreme oorlogen, de dood van democratie of een alieninvasie. Wat de oorzaak ook is, in een dystopie is er ontontkoombare ellende in de wereld waarin je hoofdpersonen moeten zien te overleven of het tij proberen te keren. Maar een verhaal dat alleen op ellende loopt, heeft niet voldoende plot. En een dreiging die constant is, maar niet piekt, heeft dat ook niet. Hoe schrijf je dan een sterke dystopie?

Wat is er gebeurd in je fictieve wereld?

In je verhaal is de wereld of wat er nog van over is, zo goed als vergaan. Hoe kwam dat? Tenzij het een plotselinge alieninvasie was, is het waarschijnlijk iets dat zich in de loop der jaren heeft ontwikkelt: een regime wordt niet van de een op de andere dag geboren. Je moet grondig onderzoek doen naar hoe dit politieke systeem zo heeft kunnen groeien, of in welke stappen de robots die het nu overnemen hebben kunnen evalueren. Schrijf deze bevindingen op in je opschrijfboekje! Als je ze uit gaat schrijven in je verhaal, krijg je daar geheid een infodump van.
Vergeet ook niet dat je jouw worldbuilding gedurende het verhaal meeneemt. Als in hoofdstuk 1 blijkt dat veel voedsel radioactief is, dan is dat in hoofdstuk 8 waarschijnlijk nog zo: ook dan zullen je personages niet zomaar iets eten. Zoiets is onderdeel van je plot, niet alleen deel van de worldbuildinginformatie.

Wat is de ramp die de dystopie liet ontstaan?

Bedenkt wat de concrete aanzet is geweest voor je ramp, of wat er exact is gebeurd: er is een meteoor ingestort, een niet-reguliere mening uiten is bij wet verboden geworden, heeft slechts drie procent van de wereldbevolking nog fatsoenlijk te eten. Wat heeft dat voor gevolgen? Wordt er gevochten om het laatste eten? Zijn er geen ziekenhuizen meer en is er daardoor een toename van – al dan niet oprechte- kruidenvrouwtjes en gebedsgenzers?
Laat het daar niet bij. Bepaal hoe dat ook nu nog weerslag heeft op je helden.

Wat is er nu nog eng aan de dystopische wereld?

Mensen leren zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Soms willen ze dat niet en zullen ze gaan demonstreren of protesteren, maar met sommige zaken valt er weinig te sturen en moet je dus leren omgaan. Als je in oorlogsgebied woont, zal je doodsbang zijn voor bommen, maar naar verloop van tijd alsnog aan het idee gewend raken dat er ieder moment kan vallen. Je leert het misschien geluid van een aankomende bommenwerper herkennen of weet wat de gevaarlijkste uren zijn om op straat te komen.
Zo is de beginsituatie van een dystopie voor de lezer doodeng, maar voor de personages – hoe eng ook- inmiddels al normaal.

Waarom is dat eng voor jouw helden?

Kijk daarom goed wat er in het hier en nu – dus niet op het moment van de bomaanslag, invasie of val van het politieke systeem twintig jaar geleden- nog eng is voor de helden in je verhaal.
Kijk daarvoor goed naar hun karakter. Waar de een banger is aangelegd, trekt de ander de neus niet voor op voor gevaar of uitdagingen. Net als bij personages die rondlopen in ons tijdperk.
Ook de personagebiografie biedt hier een schat aan informatie. Wie zijn de geliefden die ze willen beschermen in deze nare wereld? Hoeveel en welke middelen hebben ze daarvoor? Staan ze misschien onderaan een sociaaleconomische pikorde waardoor ze niet bij machte zijn bepaalde doelen na te streven?

Vergeet ook zeker niet welke kernemotie je centraal wil stellen voor je afzonderlijke helden of je verhaal in het algemeen. Gezien de duistere setting van een dystopie is het maar al te verleidelijk om wanhoop, angst en verdriet centraal te stellen, om ‘heldhaftigheid’ vervolgens alles op te laten lossen. In een wereld waar alles op zijn kop staat, gaan je personages ook allerlei dingen voelen. Houdt het niet aan de oppervlakte: anders wordt de kans groot dat je dystopie onrealistisch en hysterisch leest, of je personages overkomen als Mary Sues of gewoon vreselijk eendimensionaal worden. Maak het persoonlijk. Dan weet je ook zeker dat je naar interessante clues en een goede climax toe kan werken.

Wat is de climax van de dystopie?

Als alles al complete ellende is op het moment dat het boek begint, hoe werk je dan naar een nog ellendigere climax toe? Aan het begin van een dystopie is de situatie lastig, maar niet uitzichtloos. Dat is waar je helden in actie komen, in een poginng om het tij te keren. Zij zoeken de gaatjes van de overgebleven mogelijkheden op.
Wil je een goede spanningsboog in een dystopie houden, zorg er dan voor dat je deze gaatjes langzaam maar zeker alsnog dicht. De tegenslagen of keermomenten mogen duidelijk zijn, maar aanloop ernaartoe moet wel geleidelijk aan gebeuren. Je lezer en de helden moeten het idee hebben dat datgene wat ze op dat moment in werking proberen te zetten, vooralsnog effect heeft. Laat ze ook zeker een keer een geniaal idee hebben dat laat lijken alsof ze ‘het systeem’ te slim af zijn.
Komt dan echt dat moment dat alles verloren is, wees dan ook niet bang om dat te laten merken zodra je je boek afsluit. De rillingen lopen de lezer over de rug als die denkt dat we echt met zijn allen dit einde over een aantal deccenia zullen zien gebeuren!

Wat is de boodschap van je dystopie?

Een dystopie heeft vaak een waarschuwingselement in zich over iets dat in de nabije toekomst kan gebeuren. Denk aan Orwells klassieker 1984: we worden onder totale surveilance geplaatst.
Maar wat wil je met jouw dystopie nog meer zeggen dan het oppervlakkige? “Bewaak democratie” ” Bescherm het milieu.” Staat genoteerd. Maar de lezer heeft net een compleet boek gelezen waarin je helden allerlei dingen moesten overleven en zich moesten aanpassen. Hoe deden ze dat? Hoe bewaakten ze hun normen en waarden, wat moesten ze daarvoor doen of laten? Verweef dat door je verhaal heen, om te voorkomen dat je als schrijver een moraalridder wordt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jeffrey Hemsworth verkregen via Unsplash

Zo maak je een cliché origineel: het is persoonlijk

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het is persoonlijk.

Het cliché

Het hele dorp, land of de hele wereld is in paniek vanwege een misdaad, dreigende oorlog of alieninvasie en jouw hoofdpersoon is ingeschakeld om het mysterie op te lossen of de boel te sussen. Dat kan natuurlijk niet alleen, dus komen er nog personages van andere disciplines of afdelingen bij kijken. En die hebben stuk voor stuk iets persoonlijks met je hoofdpersoon te maken. Ze zijn er verliefd op, willen er een persoonlijke vete mee uitvechten of hun moeder was ooit opgelicht door de oom van je held, waardoor er nog een persoonlijke familiekroniek bij komt kijken. De mogelijkheden zijn eindeloos, maar in dit cliché heeft iedereen altijd iets met je hoofdpersoon van doen.

Waarom stoort dit cliché zo?

Dit cliché dwaalt makkelijk af. Voor je het weet, gaat dit verhaal meer over de vete tussen de plaatselijke detective en Oom Oplichter dan over de moordzaak. En omdat er vaak meerdere van dit soort relaties zijn, kan je verhaal bovendien ook in de subplots verdrinken. Oom Oplichter en Detective vechten hun ruzie uit, terwijl de advocaat probeert te verhullen een oogje op je held te hebben… Er moest ook nog een moord opgelost worden, weet je nog?
Het vervelende van dit cliché is dat er niet vaak zo duimendik bovenop ligt dat het verhaal afdwaalt, omdat een link met de hoofdpersoon kan worden ingezet als punten voor plottwists, rode haringen en andere schrijftechnieken die voor de nodige spanning zorgen. Daardoor wordt deze trope een cliché door overdaad,  dat als het te hard van stapel loopt, er stilletjes aan insluipt en de hele basis van je boek wankel maakt.

De oorzaak van het cliché: betrokkenheid als verhaalbasis

De oorzaak van het cliché is in wezen een sterke basis die ieder verhaal moet hebben. Zorg ervoor dat je held persoonlijk betrokken is, zodat je lezer empathie voor de held kan voelen. Een verhaal waarin niets op het spel staat voor je held, is niet interessant. Maar dat uitgangspunt wordt met dit cliché net iets te serieus genomen.  Als je goed schrijft, kan betrokkenheid en empathie met relatief weinig of kleine zaken worden gewonnen. Daarvoor hoef je niet per se eindeloos nieuwe plotpunten of spanning te introduceren.

Het cliché fiksen: thema’s als uitgangspunt

Dit cliché groeit uit zijn voegen door een teveel aan plot: gebeurtenissen die elkaar in het verhaal blijven opvolgen. Je kan in plaats daarvan ook voor een thematische of symbolische invulling van relaties of mysteries kiezen. In plaats van talloze relaties en verhaallijnen uiteen te zetten, kan je een thema als ‘wraak’ nemen en dat meer algemenen uitwerken. Dan heb je qua persoonlijke connecties genoeg aan Oom Oplichter en de detective en hoeft niet het halve dorp nog met je held van alles uit te vechten, te verzoenen of te verzwijgen.

Nu jij!

Schrijf in je opschrijfboekje in maximaal 200 woorden op hoe je je held op basis van een verhaalthema betrokken kan laten zijn bij twee andere personages wanneer er een misdrijf heeft plaatsgevonden.

Tip voor het verminderen van het cliché

Bedenk wat er precies aan concrete problemen dreigt of voorkomt in dit spannende scenario.
Denk aan:

  • Een moordenaar is op vrije voeten
  • Zus is mogelijk aan de drugs en kan daardoor anderen kwaad doen
  • Aliens hebben de waterput vergiftigd en mensen worden ziek.

Koppel een personage aan iedere ‘zaak’, al is het maar voor je opschrijfboekje. Agent A zoekt de moordenaar Agent B onderzoekt het drugsprobleem, enzovoort. Kijk op hoeveel personages je uitkomt en deel dat aantal door twee, zo niet door drie. Zie dat eindgetal als het absolute maximum personages dat persoonlijk betrokken mag zijn bij je held.

Dit artikel verschee eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Volodymyr Hryshchenko verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: ik zie, ik zie wat jij niet ziet…

Deze week gaan we een spelletje uit onze kindertijd omtoveren tot een bruikbare schrijfoefening. ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is…’ En dit keer niet: rood, of rond, maar: dieptriest, ongemakkelijk, hartverwarmend en allerlei andere abstractie dingen. Abstract, tot je er de juiste woorden aan geeft en je een scène zo tot leven wekt.

Welk moment wil je vastleggen?

Als je schrijft, komt er op een bepaald moment een scène waar je uitgebreid bij stilstaat, omdat er een emotionele climax aankomt. Denk aan een liefdesverklaring, een afscheid op een sterfbed, aankondiging van een scheiding of een gesprek wat je personage om wat voor reden dan ook moeilijk vindt om te voeren. Als je de sfeer dan wil omschrijven is, het makkelijk om je toevlucht te zoeken tot woorden als ‘ongemakkelijk’ ‘ondraaglijk’, ‘verwachtingsvol’ of ‘dolbij’, maar die zijn vrij globaal, en daarmee enigszins onpersoonlijk, zo niet cliché. Deze schrijfoefening gaat in op dat moment en verkent wat er zo speciaal aan dat moment is en hoe je dat kan omschrijven.

De eerste stap daarbij is net zoals bij het spelletje ik zie ik zie wat jij niet ziet een specifiek moment, voorwerp, gezichtsuitdrukking… in gedachten te nemen en daar een denkbeeldige foto van te maken, zodat je het aan kan wijzen:
Ik zie, ik zie… dit. ‘Dit’ is dan het moment, voorwerp of onderwerp waar je over gaat schrijven.
Bedenk dus eerst wat het precieze aanwijsbare moment of ding is waar je over wil gaan schrijven.

En het is….

Dus niet rood of rond, maar iets abstracters. Dit abstracte kan je bij deze schrijfoefening op twee manieren gebruiken
– Geef het een woord waar je bepaalde (emotionele) waarde aan kan hechten die past bij de context.
Deze foto hieronder kan je bijvoorbeeld het woord ‘familie’ geven, in plaats van het meer contrere ‘avondeten’.

Met een beetje fantasie is het woord ‘familie’ wel in deze foto te zien. Vader, moeder en kind zitten samen te eten, een typisch alledaags moment wat je als famlie samen beleeft. Ook stralen het lachende gezickt van het meisje en de vader liefde voor de anderen uit. Dat zou je dan kunnen vertalen naar die emotionele waarde achter het woord ‘familie’: als een geliefde eenheid alledaagse dingen met elkaar delen.

Foto door National Cancer Institute verkregen via Unsplash

– Of je schrijft met een woord waarmee je al verklapt wat er achter de schermen speelt, zonder dat dat duidelijk van de ‘foto’ af te zien is. Onderstaande foto zou je dan ‘ontslag’ kunnen noemen: het was dat moment in het park waarop Chelsey besloot ontslag te nemen. Ze kijkt naar iets buiten de foto wat haar het ‘aha’-moment bezorgde.

Foto door Caleb George verkregen via Unsplash.

Aan de slag! De ‘familiefoto’

Je hebt je ‘foto’ en je hebt je woord. Om deze momentopname goed uit te werken, maak je een woordenweb. In het geval van een foto als die van ‘familie’, schrijf je die zoveel mogelijk met twee kanten. Schrijf bijvoorbeeld links vlakken met woorden die je je concreet ziet -vader, eten, lachende gezichten- en aan de andere kant de woorden die waarden met zich meebrengen. Familie, samenzijn. Daar kan je dan verder gaan ‘vertakken’ Familie is geborgenheid, liefde…
Kijk vervolgens naar de concrete woorden aan de andere kant van het woordenweb. Als daar ‘groente’ staat, kijk dan of je die met de kennis die je hebt van je verhaal als geheel dingen aan elkaar kan koppelen. Groente en liefde bijvoorbeeld: De groente die moeder klaarmaakt, zijn de lekkerste van de wereld, die worden met liefde bereid en gegeten.
Van daar is de stap naar een goede en persoonlijke sfeeromschrijving nog maar klein: schrijf over de vertrouwde geur van moeders kookkunst, hoe ze lachend in de keuken staat, en hoe dit kleine meisje geborgenheid vindt in dit dagelijkse ritueel.

Aan de slag: de foto ‘ontslag’

Bij een meer ‘abstracte’ foto kijk je vooral naar het plot en de heldenreis van het personage tot dan toe. Dat kan je dan mixen door naar de details op de foto te kijken.
Chelsey is bijvoorbeeld al tijdenlang ongelukkig in haar kantoorbaan waar ze zittend aan haar bureau maar weinig zonlicht ziet. Op deze foto is het een zonnige dag en heeft ze koffie bij zich: dat snelle bakkie in de pauze. Viel haar blik buiten de foto op een straatartiest die karikaturen van toeristen aan het schetsen was en besloot ze de sprong te wagen haar droom om tekenares te worden serieus te nemen?
Hoe zou dat moment gevoeld hebben? Vlinders in de buik van opwinding? Grote kans als ze zich een typische kantoorslaaf voelt.
Of ziet Chelsey juist een advertentie voor een dienst of een artikel dat gouden bergen belooft? Een cruise over de oceaan, waarbij ze werk even achter zich kan laten? Of een baan die een miljoen per jaar belooft, maar later een scam lijkt te zijn? Hoe dan ook, het aha- moment van Chelsey brengt in het daar en dan emoties met zich mee, waar je op dat moment uitgebreid bij stil kan staan. Je hebt dit moment gekozen om een foto van te maken, dus het is belangrijk in het algehele plot. Kijk naar de personagebiografie om na te gaan hoe Chelsey zich op dat moment zou voelen, wat ze al heeft meegemaakt en wat haar aanzet tot handelen, al dan niet in relatie tot het plot in het algemeen.
Zo kan je ook een mooie sfeeromschrijving neerzetten door goed te kijken wat je ziet, wat er speelt en hoe zich dat uit in het moment.
Misschien gooide Chelsey haar koffie die je op de foto ziet direct hierna wel in de vuilnisbak: ‘de groeten, ik ga voortaan over van koffie naar tropische vruchtensap tijdens die cruise.’ De zon leek voor haar wel extra mooi te schijnen!

Kortom: probeer aan abstracte woorden of beelden eens te zoeken wat die letterlijk of figuurlijk (in de context van je verhaal) betekenen en je kan van een specifiek moment in je verhaal mooie sfeeromschrijvers maken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Omslagfoto door Tim Mossholder verkregen via Unsplash.