Hoe kan je zaaien en oogsten met plotpunten in je verhaal?

Wie zaait, zal oogsten. Dat zaadjes planten zin heeft om je verhaal interessant te maken, kon je in deze blogpost al lezen.
Maar net zoals je een ontkiemend zaadje nog water moet geven, komt er extra zorg bij het zaaien om de hoek kijken.
In deze blogpost gaan we kijken hoe je ervoor zorgt dat de zaadjes die je in je plot plant, ook succesvol kan oogsten.

Voorwaarden van goed zaaien in een creatieve tekst

Je weet van vorige week misschien nog wel dat een zaadje kort en krachtig moet zijn om zichzelf later goed te kunnen uitbetalen. Maar hoe klein een zaadje ook is, zomaar iets opschrijven is ook niet handig. Dan wordt dat ene zinnetje dat een heftige reactie moet geven, ook maar vergeten tussen al die anderen. Bedenk daarom eerst een wat je zaadje moet doen.
* Moet het plotpunten aan elkaar verbinden?
* Moet het de lezer empathie laten voelen voor het personage?
* Moeten relaties van personages onderling duidelijk of verstevigd worden?
* Moet het alvast een hint geven van wat komen gaat?
* Moet het dienen als een show don’t tell?

Ik kan hier eindeloos theoretisch uitleggen, maar een reeks scènes van Pixar’s meesterwerk Up laat dit duidelijk en briljant zien. Dit stukje zit vrijwel aan het begin van de film, dit stukje komt er direct na. Het derde fragment is aan het eind van de film. Ga eerst maar eens genieten van tien minuten schrijverskwaliteit voor je verder leest. Hou tissues paraat!

Effectief zaaien bij een creatieve tekst

Ik kan hier misschien wel tien dingen aanwijzen in Up waar zaaien en (zéér succesvol) oogsten zichtbaar is. Om maar bij het begin te beginnen: de zaadjes moeten klein zijn, willen ze hard aankomen.
Een paar van de duidelijkste en de mooiste zijn:
* het kruisje slaan op het hart om iets belangrijks te beloven.
* ‘Adventure is out there!’ als slagzin voor niet alleen kinderlijke verwondering, maar ook als verwijzing naar het verhaalthema van leven en verder leven na rouw.

Hou het eigenlijke zaadje klein, maar zorg wel dat het veel gewicht heeft. Een enkele slagzin die een aantal keren terugkomt, werkt veel beter dan een herhaling van een groots gebaar dat vele regels, alinea’s of zelfs hoofdstukken doorgaat. Kijk maar naar dit schema:

Klein/ kort Groots/ veel woorden
Het is subtiel in de tekst verweven, waardoor het natuurlijk leest Het leest vaak bombastisch, om de lezer toch vooral te laten weten hoe die zich dient te voelen.
Het voelt persoonlijker, passender, realistischerHet leest als een boek, niet als persoonlijk verhaal. Het principe van “Dit gebeurt alleen in fictie” ligt op de loer.
Het is makkelijker te onthouden en daardoor is het vaak pakkenderJe leest eindeloos veel, maar het komt vaak alsnog op een enkele bevinding neer. Dat leest op den duur vertragend.

Je ziet het in Up ook terug. Carl kruist zijn hart maar een aantal keren, op belangrijke momenten in het plot, of wanneer dat voor hem en Ellie van persoonlijke waarde is. En wanneer het terugslaat op de heldenreis van Carl: wanneer hij het avontuur aan wil of moet gaan. Zou je hem dit elke keer laten doen als Ellie ter sprake komt, dan zou dit gebaar enorm aan kracht inleveren.

Om iets veel gewicht te kunnen geven, moet het dus belangrijk zijn. Voor het plot, het personage, het centraal conflict…
Als je heel goed kan schrijven, lukt het je misschien om met één oneliner zowel emotioneel te kunnen oogsten als het plot aan elkaar te binden als… Maar wat ook werkt, is om meerdere kleine dingen in te zetten.
Uiteindelijk is het belangrijk dat je de lezer blijft boeien. Het principe van zaaien en oogsten helpt daarbij. Denk aan een pageturner. Wat je met zaaien en oogsten doet, is in wezen hetzelfde: je geeft kleine ‘haakjes’ die een verhaal levendig en spannend houden. Met een pageturner werk je naar een bepaalde uitkomst, met zaaien en oogsten kan die uitkomst her en der door het verhaal worden verspreid.

Het oogsten in de praktijk

Wat je specifieke doel van zaaien en oogsten ook betreft, zaaien en oogsten komt neer op een combinatie van logica en actie reactie. Over dat laatste kan je in de betreffende blogpost lezen, logica kan je hier beschouwen als: zorgen dat je belangrijke gaten niet open houdt als iets zich moet uitbetalen. Enkele voorbeelden zijn:

* Als iemand een drenkeling gaat redden, komt die eerder op voor een dakloze (laat eerder onzelfzuchtigheid blijken).
* Als je personage later raketgeleerde wordt, zit er standaard een boek over hogere wiskunde in zijn tas, voor in de trein. (De liefde voor wiskunde wordt al eerder getoond.)
* Als iemand rouwt, moet de lezer de relatie van de personages begrijpen, wil de omvang daarvan duidelijk genoeg zijn om zich te kunnen uitbetalen (ga er niet zomaar van uit dat je lezer emotioneel betrokken is of raakt. Ook dat is een kwestie van zaaien en oogsten).

Nog meer dan anders is het niet mogelijk om een toverformule te geven voor effectief zaaien en oogsten bij creatief schrijven. Het is echt een kwestie van maatwerk. Een afvinklijstje maken is daarom erg lastig. Als je die al hebt, is die zeker niet zaligmakend. Maar om je toch op weg te helpen zijn hier een aantal aandachtspunten:

* Is dit zaadje dat je gaat oogsten ook echt nuttig voor het verhaal of het plot? Zo niet, dan valt het kwartje relatief minder snel of zelfs niet bij de lezer. Net als bij een plottwist is iets effectiever als het echt een functie heeft dan wanneer het slechts moet choqueren.
* Komt het zaadje en de oogst op momenten die veelzeggend en/of relevant zijn?
* Is het zaadje niet te vergezocht? Zowel letterlijk (zit het niet té verstopt in de tekst?) als figuurlijk: creëer je geen Deus ex machina of een heel geforceerde tranentrekker?

Het is altijd even zoeken, maar wie zaait, zal oogsten 😉 Er komt vast iets moois uit je schrijfresultaten!

Foto door Paz Arando op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Het plot van een verhaal uitdenken

Het plot is een van de belangrijkste dingen in een verhaal. Daarom moet je het goed uitwerken. Maar voor je het kan uitwerken, moet je het uitdenken. Dat voorkomt een hoop schrapwerk en zorgt ervoor dat je een plottwist tijdig goed in de steigers hebt staan.

Wat voor plotschrijver ben je?

Er is geen perfecte manier om te beginnen met schrijven. Sommige schrijvers plannen alles tot in de puntjes voordat ze beginnen met schrijven. Anderen schrijven de grote lijnen uit en zien wel waar het schip strandt zodra ze met schrijven beginnen. Maar zelfs de schrijvers van de laatste categorie doen er goed aan om het een en ander uit te werken voor ze starten met een verhaal neerpennen. Het is een ding om aan versie negentien van hoofdstuk een te beginnen omdat je alwéér een geniale ingeving hebt gekregen. Het motiveert een stuk minder als versie twintig van hoofdstuk een voor je ligt omdat je opnieuw alles in je plot moest bijschaven…

Wat maakt een plot?

Personages, subplots, verhaalthema’s, interpersoonlijke relaties, heldenreizen, wetten van je worldbuilding… eigenlijk maakt alles wat deel uitmaakt van je verhaal deel uit van je plot. Dat zou in ieder geval moeten, want alles wat niet bijdraagt aan het plot – in grote of kleine vorm- is vrijwel altijd verspilling van woorden. Die soort zaken moet je dus schrappen. Maar als je nog niet weet wat er komen gaat, hoe weet je dan wat er in ieder geval zeker moet worden uitgedacht, uitgewerkt en opgeschreven?

Verhaalthema of moraal

Je kan met een verhaalidee beginnen waar je maar wil. Misschien zie je mooie bergen voor je en is dat de plaats waar je jouw nieuwe verhaal wil laten afspelen. Of ben je geïnteresseerd in de luchtvaart en wil je daarom van je hoofdpersonage een piloot maken. Maar zodra je je gaat bedenken wat belangrijk is om globaal uit te werken, kijk dan niet verder dan je verhaalthema of moraal. Dit is namelijk het kort en krachtige: als het erop aankomt, gaat mijn boek over X. Bijvoorbeeld:
* liefde
* familie is belangrijker dan vrienden ( of andersom)
* reizen maken
* iemand die vanuit armoede in de Quote 500 belandt

enzovoorts, enzovoorts. Waarom is dit het belangrijkste? Omdat een thema of moraal een verhaal aan elkaar breidt en een logisch geheel van allerlei losse elementen maakt. Het verhaalthema is een soort butterfly-effect, maar dan zonder de chaos. (Het butterfly-effect wordt ook wel de chaostheorie genoemd.)
Waar een ‘traditioneel butterfly-effect’ over oorzaak en gevolg, gevolg en nog meer gevolg gaat, is een verhaalthema als het ware datgene waar alles terug naar toe gaat. Terug naar de oorzaak. Een voorbeeld:

Je schrijft over een gebroken gezin. Het eerste waar je aan denkt is misschien een scheiding. Maar als een gezin gebroken is -al dan niet door een scheiding- kom je onherroepelijk ook zaken als verdriet, verwarring, ruzie en eenzame momenten tegen. Zodra je weet wat er aan de basis van je verhaalthema ligt, kan je vandaaruit van alles en nog wat verzinnen. Of liever, dan is de kans groot dat het als vanzelf komt bovendrijven.

Het hoofdpersonage en de heldenreis

Als je weet dat je over een gebroken gezin gaat schrijven en weet wat onderliggende subthema’s zijn, komt het hoofdpersonage vaak in ruwe schetsen al naar voren. Het moet ellende meemaken. En, omdat een held een centraal conflict nodig heeft om te groeien, blijft dat altijd in hetzelfde straatje van het verhaalthema. Je personage zal bijvoorbeeld een groeiproces doorgaan wat betreft omgaan met verdriet. Dat is een logisch voortvloeisel uit het thema van een gebroken gezin. Misschien bedenk je dan als vanzelf ook dat het personage eerder introvert is dan extravert. Zo kan je langzaam maar zeker een personagebiografie beginnen te maken.

Subplots en medepersonage als spiegels

Je subplots en medepersonages zijn sterk op het moment dat ze als een spiegel werken van het verhaalthema en/of je hoofdpersonage. Bijvoorbeeld:
* is je held verlamd door schaamte over een gebroken gezin? Laat zijn beste vriend zijn baan verliezen. (Lees: er is ook iets gebroken, en er komt ook verlies, verdriet en verwarring bij kijken.)
* Als je held moet leren om met verdriet om te gaan, komt hij mensen tegen die ook verdriet hebben gehad. Deze mensen zijn ook aan het leren om met verdriet om te gaan, of kunnen dat al.
* Als je thema verslaving is, kan je hoofdpersonage aan de drugs zijn. Een ander personage is ook verslaafd, maar wel aan iets wat minder opvalt, omdat de maatschappij die verslaving wat meer accepteert. Denk aan werkverslaafd, of verslaafd aan de smartphone.

Plottwist: zo kan het ook

Omdat een plottwist hints moet geven om goed te werken, moet je die vooraf in je opschrijfboekje goed uitwerken. Bedenk tijdens het uitdenken van een plottwist dat die het thema naar voren moet laten komen in een vorm die de lezer niet verwacht. De twist moet een gevoel opleveren dat zegt: ‘zo kan het ook’. Deze zin betreft dan wederom het verhaalthema of het moraal. Wat voorbeelden:
* Het thema is ouderschap:
Je hoofdpersonage heeft al heel lang problemen met zijn vader en heeft daardoor nooit een echt vaderfiguur gehad. Plottwist: uiteindelijk vindt je personage het langverwachte vaderfiguur in zijn nieuwe baas, met wie hij een fijne band opbouwt. Nee, de baas is niet de biologische vader, maar hij vervult wel een vaderrol. “Zo kan het ook.”
* Het thema is liefde:
Iemand doet alle moeite om de ware te vinden, maar dat lukt maar niet. Dan gaat diegene in een kinderdagverblijf werken, waar er eindeloze liefde voor en van de kinderen aanwezig is. Het is geen romantische liefde, maar het is liefde in een andere vorm. “Zo kan het ook.”

Dit is óók liefde. Als je je laat beperken tot gebruikelijke definitie van liefde die naar romantiek verwijst, kan je jezelf en daarmee je verhaal enorm beperken. Bedenk bij een verhaalthema wat het nog meer kan betekenen dan het eerste beeld dat in je opkomt. Dan zijn subplots en plottwists een stuk makkelijker te bedenken.
Foto door Kateryna Hliznitsova op Unsplash.

Als je deze zaken in het achterhoofd houdt, wordt de kans dat je je complete verhaal om moet gooien een stuk kleiner. Ga zelf maar eens aan de slag met deze tips om zo ook te knutselen met je worldbuilding, subplots, scènes en karakterrtrekken van je personages.

Veel plezier en succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De gouden wet voor een vlot plot: actie-reactie

Er zijn verschillende manieren om je plot interessant te houden. Je kan plottwists of subplots introduceren, of gewoon aan een scène verder schrijven. Wat je ook kiest om je scène uit te werken, er is een gouden regel, zo niet een gouden wet die bij al deze opties toe te passen is. Houd je aan actie-reactie.

De derde wet van Isaac Newton

De naam van Isaac Newton laat vast wel een belletje rinkelen als ‘Een van de belangrijke wetenschappers ooit’. Zo kan jij zijn derde wet als een van de belangrijkste in de wetenschap van plot- of scèneontwikkeling beschouwen. Geen zorgen, ik ga niet verder in op de wetenschappelijke wet. Ik begin al peentjes te zweten bij het zien van het symbool voor worteltrekken ;). Maar de derde wet van Newton houdt in:

Op iedere actie volgt een reactie.

Zo simpel is het in beginsel. Kijk maar eens naar wat hele simpele voorbeelden:

ActieReactie
Ik stoot mijn teen.Ik begin te vloeken van de pijn.
Ik krijg honger.Ik ga wat eten maken
Ik krijg een extra zakcentje.Ik ga lekker uit eten.

Ik ga bij deze regel een kanttekening plaatsen, als het verhaalontwikkeling betreft. Je zou ook kunnen zeggen dat de derde wet van Newton stelt: na iedere oorzaak komt een gevolg. Maar die stelling gaat voor een plot of een scène niet helemaal op.
Kijk eens naar de onderstaande tabel met oorzaak-gevolg en dezelfde voorbeelden als hierboven.

OorzaakGevolg
Ik heb mijn teen gestoten.Mijn teen doet pijn.
Ik heb honger.Mijn maag knort.
Ik krijg een extra zakcentje.Ik ben vijftig euro rijker.

Het komt misschien pietluttig over om dit als verschil aan te merken, maar er is wel degelijk een verschil. Bij actie-reactie doet een personage daadwerkelijk iets, waar er bij oorzaak-gevolg niet per se iets actief verandert. In dat laatste geval staat een lopende tekst op de pauzestand.

Oneindige actie-reactie

Actie-reactie moet elkaar telkens opnieuw opvolgen. Is er een reactie geweest, dan komt er daarop een nieuwe actie in het plot. Daar komt dan weer een reactie op, enzovoorts. Kijk eens naar dit voorbeeld:
Noor heeft een tante in Marokko en die komt. Als je actie en reactie elkaar laat opvolgen, ziet dat er zo uit:

ActieReactie
Tante Amina belt dat ze op bezoek komt.Noor springt een gat in de lucht.
Noor vraagt Amina wanneer ze komt.Amina zegt over drie dagen bij Noor op de stoep te staan.
Noor wil de logeerkamer in orde maken.Noor begint met stofzuigen in de logeerkamer.
De stofzuiger begeeft het na een minuut.Noor gaat naar de winkel om een nieuwe stofzuiger te kopen.

Als je actie-reactie zou vervangen door oorzaak-gevolg, krijg je iets als:
‘De stofzuiger begeeft het plotseling. Nu blijft de kamer vies.’ Dat zorgt ervoor dat de scène abrupt stopt omdat Noor geen nieuwe stofzuiger koopt, of lieve tante Amina kan in een stofnest slapen. Geen van die twee opties zijn de bedoeling.

Je moet de actie-reactieregel redelijk streng volgen. Kijk maar eens wat er gebeurt als je reactie op reactie (op reactie…) laat volgen:
Noor springt een gat in de lucht, draait nog zes keer in het rond en begint te zingen als tante Amina het fijne nieuws vertelt. Als ze daarmee door blijft gaan, staat Amina straks al voor de deur. Oftewel: dat duurt gewoon te lang en het voegt op een bepaald moment niets meer toe.
En als je een reactie weglaat:
Noor vraagt Amina wanneer ze komt. De stofzuiger begeeft het.
dan is dat een te plotselinge overgang. Je mist nu informatie die het verhaal bij elkaar houdt. Er valt immers niet alleen een actie, maar ook een bijbehorende reactie weg.

De spanningsboog en actie-reactie

Ieder verhaal heeft een spanningsboog. En zoals het spreekwoord zegt, kan die boog niet altijd gespannen zijn. Maar hoe zit het dan met actie-reactie in een scène?
Denk bij het woord actie in dit geval niet te snel aan iets als ‘Max Verstappen vliegt bijna uit de bocht in de Formule 1’. Eerder als iets dat plaatsvindt en waar iets of iemand vervolgens op reageert. De actie-reactie kan dus ook een gedachtestroom zijn:

Actie Reactie
Ik wilde dat Cas me zag staan….…maar ik ben niet knap genoeg voor hem
Moet ik misschien mijn haar kleuren? Hij valt op brunettes…Ach, hou toch op! Laat ik me nu ook al gek maken door opgelegde schoonheidsidealen?
Nee, ik ben een sterke vrouw!Maar dan mag ik mezelf toch alsnog wel van mijn beste kant laten zien?

De lezer leert hier dat het personage over zichzelf twijfelt.
Het belangrijkste van een scène is dat die iets toevoegt aan het verhaal. De lezer moet iets nieuws te weten komen.
Zolang als een scène de lezer iets nieuws leert en hij volgens de actie-reactieregel is geschreven, kan je er allerlei kanten mee op, zonder meteen met een sneltreinvaart door het verhaal te gaan.

Nog een voorbeeld van actie-reactie:

Actie Reactie
Gijs doet het slecht op school.Gijs komt angstig met zijn slechte rapport thuis.
Gijs’ vaders schrikken zich ongeluk.Gijs krijgt een huiswerkbegeleider, maar het botert niet tussen hen.
Gijs weigert nog huiswerk te maken.Gijs krijgt straf van zijn vaders.

Je ziet hier misschien wel dat de actie-reactie in dit voorbeeld redelijk steriel is: het leest niet als een interessante scène, maar als losse feiten. Dat betekent dat je tussen de regels van de tabel door een nieuwe reeks van actie-reactie toe moet voegen. Bijvoorbeeld hoe Gijs door het ontvangen van zijn slechte rapport begint te zweten, met als reactie dat zijn vaders zich zorgen maken als hij doodsbleek thuiskomt. Je moet dus actie-reactie toevoegen om een show don’t telleffect aan de scène te geven. Hoeveel je precies moet toevoegen is een kwestie van uitproberen en je hebt er ook wat schrijfinzicht voor nodig. Maar met de ‘schrijfwet’ van actie-reactie in het achterhoofd, kan je er in ieder geval van op aan dat je scène- of plotverloop stabiel en logisch blijft.

Afbeelding Isaac Newton via Pixabay.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Verhaalelement 1 Portland Pen schrijfwedstrijd

De schrijfwedstrijd Portland Pen is twee dagen na de bekendmaking al een succes!
Ik had nooit verwacht dat de wedstrijd binnen vierentwintig uur al het minimumaantal likes zou halen. Bedankt allemaal 😀
Blijkbaar hebben de schrijvers er zin in, dus hier komt het eerste element van het verhaal:

Twee personages ontmoeten elkaar in de trein tijdens een treinrit van drie uur.

Die ontmoeting mag van alles zijn:
* je personage mag de toekomstige verloofde tegenkomen;
* je held mag een gesprek aanknopen met een vreemdeling die een aha-erlebnis in de hand werkt;
* de trein mag uiteindelijk ontsporen en je hoofdpersonage mag met de vreemdeling moeten vechten om de weg naar de nooduitgang.
Enzovoorts. Zolang deze twee personages maar op een wezenlijke manier met elkaar in contact komen, mag alles.

We gaan een memorabele treinrit maken 🙂 Foto door Fikri Rasyid op Unsplash

Wat helpt om het verhaal interessant te maken: neem de persoonlijke beleving van je personage mee. Zorg ervoor dat deze ontmoeting (op wat voor manier dan ook) belangrijk voor je personage wordt.
Nog iets om over na te denken:
* waar gaan de personages over praten? Waarom juist daarover?
* hoe komt het gesprek tot stand?

Volgende week volgt het tweede verhaalelement voor de wedstrijd. Houd verhaalentaal.blog dus in de gaten.
Bekijk de wedstrijdpagina hier en laat een like achter op die pagina als je ook mee wil doen. Hoe meer deelnemers, hoe meer prijzen ik uit ga delen!

Schrijfwedstrijd ‘Portland Pen’: win een opschrijfboekje uit ’s werelds grootste boekenwinkel

Binnenkort ga ik na een aantal jaren eindelijk weer op vakantie! Ook nog eens naar een aantal plaatsen die een ideale bestemming voor lees-en schrijffanaten blijken te zijn: Seattle en Portland, in Amerika.
Seattle is ideaal voor boekenwormen: het is opgenomen in de UNESCO-werelderfgoedlijst als stad van literatuur. En Portland is het thuis van Powell’s Books: de grootste onafhankelijke boekenwinkel ter wereld, waar meer dan een miljoen(!) boeken te vinden zijn. (Eén vakantiedag in Portland is bij deze volgepland 😉 )

Door Cacophony – zelf gefotografeerd, CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=3637482

Dat vormt een leuke aanleiding om de eerste schrijfwedstrijd van verhaalentaal.blog te organiseren!

Dit is het plan:
De komende vier weken ga ik op donderdagen een post plaatsten waarin ik een element meegeef voor een verhaal. Denk aan een plotpunt of een deel uit de personagebiografie. Zo heb je voldoende tijd om lekker te brainstormen over waar dat allemaal naartoe gaat leiden. Handig om je creatieve schrijversbrein mee te kietelen. De verhaalelementen komen op deze pagina op een rijtje te staan.
Na vier weken heb je een basis voor een verhaal. Degene die het mooiste verhaal schrijft, krijgt een souvenir uit de winkel van Powell’s Books 😊

Ik denk nu aan een opschrijfboekje als hoofdprijs, maar als je een ander idee hebt voor een souvenirtje van Powell’s Books, laat dan vooral een reactie achter. Geef deze post een like als je aan de wedstrijd mee zou doen. Deel hem zeker ook, want jouw betrokkenheid heeft invloed op de prijzen! Hoe meer mensen de post liken, hoe meer prijzen ik weg ga geven. De winnaar ontvangt sowieso ook persoonlijke feedback op het ingezonden verhaal.

Als deze post vóór 9 juni minimaal vijf likes ontvangt, gaat de schrijfwedstrijd door. Mocht het licht op groen komen, dan bekijk ik op 17 juni het aantal likes nog een keer en aan de hand daarvan maak ik op 20 juni ik het aantal (troost)prijzen bekend.

Update 26 mei: het minimumaantal likes is binnen een dag al behaald. Dank jullie wel allemaal! Blijf deze post delen en spoor andere schrijvers aan hem te liken. Dat kan de prijzenpot vergroten 😀

Update 20 juni: De prijzenpot is bekend: het blijft het eerder genoemde opschrijfboekje uit Powell’s books. Daarbij krijgt de winnaar feedback op het ingezonden verhaal.

Word jij de winnaar van de allereerste schrijfwedstrijd van verhaalentaal.blog?

Wedstrijdvoorwaarden:

* Eén inzending per persoon
* Je verhaal is maximaal 3000 woorden
* Inzenden van je verhaal kan vanaf 20 juni 2022 tot en met 11 juli, 17.00 uur
Stuur je inzending naar nadinevandesande@outlook.com met de onderwerpregel: Portland Pen.

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Ik neem persoonlijk contact op met de winnaar of winnares. Als diegene dat wil, zal ik het winnende verhaal op mijn blog publiceren.

Update 6 juli: gezien het aantal inzendingen dat ik tot nu toe heb ontvangen, verwacht ik de uitslag maandag 18 juli bekend te kunnen maken. Mocht ik op het laatste moment onverwacht veel inzendingen krijgen, dan zal ik hier een update geven over een herziene uitslagdatum.

P.S.

Je kan tijdens mijn vakantie nog steeds iedere week een nieuwe schrijftip lezen. Ik zorg ervoor dat ze tijdig worden ingepland 🙂

Een gemene deler als stevige verhaalbasis

Er zijn verhalen die zo absurd zijn in hun plot of in hun personages dat ze alleen in hun opzet al gedoemd lijken om te falen. En toch werken ze soms nog steeds en leveren ze juist fantastisch vermaak op. Hoe kan dat en wat is de basis waar het verhaal stevig van blijft?

Gemene deler van de personages

Je kan allerlei kanten op met je plot of je centraal conflict: laat olifanten rondvliegen, een oude dame karatekampioen zijn… Iedereen weet dat verhalen in de meeste gevallen fictief zijn. Als vanzelf krijg je ook een bepaalde artistieke vrijheid mee: ‘ Ach, het is maar een boek. ‘ Dat gebeurt alleen in een film.’ Bij fantasyverhalen moet je worldbuilding goed op orde zijn, maar voor elk (ander) verhaal waarin gekke dingen gebeuren is het belangrijk om je personages een gemene deler te geven. Dat geeft de lezer een houvast. En het fijne is: meestal is die voor de gemiddelde lezer onzichtbaar. Je hoeft dus niet moeilijk te gaan doen met symboliek.

De onzichtbare houvast van een verhaal

De onzichtbare houvast is een combinatie van het verhaalthema en het willen en nodig hebben van je personages. De basis van je verhaal wordt enorm versterkt als je personages allemaal binnen eenzelfde thema iets willen, maar elk een andere manier vorm geven aan die zoektocht, of spreekwoordelijk op een ander punt in diezelfde zoektocht zitten. Stel dat het verhaalthema moed is. Dan zou je de volgende personages kunnen schrijven:
* Degene die zegt nergens bang voor te zijn, terwijl hij later met een grote angst wordt geconfronteerd;
* Het kind dat nog moet leren wat moed betekent en dat nog alleen aan superhelden kan koppelen;
* Iemand die voor een zeer moeilijke keuze staat en de moed moet opbrengen om de knoop door te hakken, ook al weet hij dat de beste beslissing niet de makkelijkste is en anderen hem niet zullen begrijpen.

Moed is niet alleen maar extreme dingen durven.

Personage 1 heeft een verkeerd beeld van moed, (moed betekent niet dat je geen angsten hebt: iedereen heeft angsten en het vergt moed om dat onder ogen te zien) personage 2 moet zijn beeld ervan nog vormen, en personage 3 weet wat moed is, maar moet het nog in de praktijk brengen.
Zo op het eerste gezicht is dat misschien overduidelijk, maar verwerf dat in een plot en het is al een stuk subtieler:

Vader is directeur van een miljardenbedrijf en zo machtig dat hij denkt dat hij een soort god is en hem niets meer kan overkomen. Hij koopt mensen wel om, regelt wel een dealtje… Hij hoeft nergens meer bang voor te zijn. Zijn oudste zoon van twintig moet later het bedrijf overnemen. Zijn jongste zoon is acht, dol op Spiderman en ziet papa als superheld. Maar de oudste zoon wil het bedrijf helemaal niet overnemen. Hij besluit het uiteindelijk aan vader te vertellen, die daardoor woedend op hem wordt. Die woede is een masker om niet te laten zien dat hij bang is wat er met de familienaam en het bedrijf kan gebeuren. Als je de gemene deler van de personages, hun willen en nodig hebben en het verhaalthema in het achterhoofd blijft houden en die bij elkaar houdt, dan kan je een verhaal zo absurd maken als je wil.

Little miss sunshine

Little miss sunshine is een perfect voorbeeld van een film die van absurde en extreme situaties aan elkaar hangt, zonder dat hij zijn eigen draad kwijtraakt of overdreven wordt.
Olive is een mollig en muizig meisje. Ze doet mee aan Little miss sunshine, een schoonheidswedstrijd voor meisjes van zeven. Olive lijkt in de verste verte niet op haar concurrenten, hieronder op de foto.

Beeld uit de film. (Ik weet het… Ieuw!) Bron: shemazing.net.

De reis naar de wedstrijd is het plot van de film. Er gaat tijdens die reis van alles en nog wat mis. En sowieso is Olives familie ook niet de meest normale: haar vader is geobsedeerd met zijn werk, moeder is gestrest, oom is suïcidaal, haar tienerbroer weigert te spreken en opa is uit een ontwenningskliniek weggestuurd omdat hij stal en zich misdroeg tegenover het personeel. Hij snuift nu nog steeds. Enkele voorbeelden die niet te veel verklappen voor als je de film nog wil kijken (zeker doen!) die de absurditeit van de film onderstrepen.
* De auto krijgt panne en ze kunnen hem weer aan de gang krijgen door met zijn allen keer op keer te duwen als ze wegrijden;
* Pa rijdt midden in de nacht nog veertig kilometer met een scooter in de hoop een zakendeal te redden;
* Opa adviseert zijn kleinzoon om toch vooral seksueel actief te worden voordat hij 18 wordt: zolang jullie allebei nog minderjarig zijn kan er niemand jullie iets maken en onder de 18 zijn jullie nog jong en fris. (Ik zeg dat nog netjes, geloof me, opa doet dat niet ;))
* Als de familie staande wordt gehouden door een agent worden ze gered door de aanwezigheid van een stel seksblaadjes.
Laat het duidelijk zijn: deze film is bizar, maar op een leuke manier. Maar als je bovenstaande voorbeelden afzonderlijk leest, denk je misschien: hoe krijg je dit ooit in één logisch, kloppend plot, narratief gezien?

Het thema in de film is een mix van ‘winnaar zijn’ en ‘goed genoeg zijn’. Alle personages willen winnaars zijn. Dat is bij iedereen het ‘willen’. Hun ‘nodig’ is ook hetzelfde: ze moeten weten dat ze goed genoeg zijn om geaccepteerd te worden, dan wel door henzelf dan wel door hun familie. Het enige echte verschil zit in hun eigen persoontjes en bijbehorende karaktertrekken en heldenreizen.
Vergelijk vader maar eens met opa:
Vader is zo bang om te falen dat hij niet van opgeven weet, zelfs als er geen hoop meer is. Hij vertikt het om een verliezer te zijn. Opa zegt daarentegen: ‘Een verliezer is iemand die zo bang is om niet te winnen dat hij het niet eens probeert.’ Vader worstelt nog met zijn heldenreis rondom winnen, waar opa die al geaccepteerd heeft.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe kan je gaten in je plot opmerken?

Gaten in je plot zijn link: ze kunnen je lezers in verwarring achterlaten of je boek zelfs weg laten leggen. Er is een aantal manieren om dit te voorkomen. Van een lijstje aflopen tot de superfan worden van je eigen verhaal.

Hoe ontstaat een gat in een plot?

Een gat in je plot ontstaat doordat je iets onvoldoende hebt uitgewerkt. Bepaalde belangrijke details missen of kloppen niet, waardoor er iets gebeurt wat niet logisch is of wat simpelweg niet kan. Een personage wordt opgesloten en doet drie pagina’s later zelf de deur open, zonder dat er een sleutel is genoemd.
Of er is iemand vermoord, maar je vergeet te melden dat de moordenares op die ene dinsdag tegen haar vrouw zei dat ze ziek thuis bleef om de minnares van haar vrouw te vermoorden. Maar als je lezer niet weet dat de moordenares ´ziek thuis´ zat op dinsdag terwijl de moord op een dinsdag werd gepleegd… Ze kan die moord niet hebben gepleegd. Ze werkt toch altijd op dinsdag?
Dan heb je gaten in je plot.

Voorzichtigheid geboden

Hoewel je in theorie altijd kleine continuïteitsfoutjes kan maken, zoals het opgesloten personage dat zichzelf ineens weet te bevrijden, is er wel een aantal zaken die extra gevoelig zijn voor plotgaten en waar extra voorzichtigheid geboden is.

* plottwists;
* schakels in een butterfly effect;
* belangrijke momenten of wezenlijke beslissingen die je personage neemt. Meestal zitten die verstopt in een clue van het save the cat schema.
Het kan helpen om scènes op een rijtje te zetten in een schema te zetten, zodra je ze geschreven hebt. ”Wie A zegt, moet ook B zeggen” (of andersom, als je niet chronologisch schrijft). Heeft ieder belangrijk plotpunt in je verhaal zowel de A als de B die samen dat logische geheel vormen? Ben je niets vergeten? Als je alles wat je hebt uitgeschreven in een schema zet, zijn plotgaten makkelijk te vinden. Eventuele belangrijke scènes staan dan simpelweg niet in je schema.

Een checklistje kan wonderen doen om gaten in het plot te voorkomen.

Proeflezers als redmiddel

Het is nogal verleidelijk om te denken dat jij als schrijver van het verhaal dat ook het beste kent. Maar helaas, een blinde vlek blijft toch echt iets onvermijdelijks. Als je eindeloos schrijft en herschrijft, raak je op een bepaald moment het overzicht kwijt. Proeflezers inschakelen is daarom ideaal. Kies bij voorkeur proeflezers die nog helemaal niets van je verhaalverloop weten, zodat ze zich ook niet kunnen laten foppen door hun voorkennis. Vergeet niet om je proeflezers expliciet te vragen om uit te kijken naar onregelmatigheden. Anders kunnen ze dat vergeten, omdat er waarschijnlijk ook op meerdere dingen gelet moet worden.

Je eigen fantheorie maken bij je eigen boek

Er zijn film- en boekenseries die echte hardcore fans hebben. Die fans hebben de boeken tientallen keren gelezen of de film net zo vaak gezien en zoeken voor de lol achter bijna of soms letterlijk elke regel wel een reden om daar een fantheorie aan te hangen: ‘Personage X is heimelijk verliefd op personage Y, want in boekdeel vijf, hoofdstuk zesentwintig, op bladzijde 147 staat Hij keek vluchtig van haar naar oma’s ring die hij om zijn vinger had. En we weten allemaal hoe groot de emotionele waarde van oma’s ring is en hoeveel hij van oma hield! Bovendien kijkt hij wel heel snel van haar weg in boekdeel vijf, hoofdstuk achtentwintig, bladzijde 165.” Je kent dat idee vast wel.

Superfans: mensen die onvoorwaardelijk juichen voor jou en je boek. (Bron: https://www.under30ceo.com/crowdfunding-make-sure-you-have-the-crowd-first/)

Voor deze methode heb je een beetje fantasie nodig. Hij gaat zo:
Beeld je in dat je óók zo’n gigantisch toegewijde groep fans hebt. In plaats dat ze door zelf puzzelen menen te zien dat personage X en Y op elkaar verliefd zijn, moet je proberen je denkbeeldige fans als het ware vóór zijn. Als zij naar je zouden twitteren: wij hebben dit en dat bedacht op basis van passage zus en zo, zou je dan moeten kunnen zeggen: je hebt goed opgelet, want dat is nou precies wat er (tussen de regels door) al staat 😉

Ga alsjeblieft niet zo extreem op je details letten zoals een hardcore fan dat doet. Je denkbeeldige fans mogen gek zijn op jouw boek, maar jij mag er niet gek van worden.
Waar het om gaat is: als je een belangrijk moment in je verhaal hebt waar je iets tussen de regels door duidelijk wil maken, moet alle informatie wel ergens staan. Zodat diezelfde fan straks kan constateren dat er in boekdeel drie, hoofdstuk twee, bladzijde zesentwintig inderdaad al iets weggeeft wat zijn fantheorie (lees: jouw tekstdoel, alle uitwerkingen van je (sub)plot, tussen-de-regels-door-hint…) bevestigt.

In de praktijk betekent dat dat je niet per se hoeft te letten op details, maar of alle schakels van je butterfly effect aanwezig zijn. Deze schakels kunnen in dit geval grote lijnen of alsnog kleine details zijn. Maar als je je inbeeldt dat je superfan naast je zit en je vraagt of hij dat ergens gelezen heeft, dan moet je denkbeeldig horen: ”Ja! Op pagina X van boekdeel Y.” Of, als het iets groters is: “Tuurlijk, dat is toch het hele verhaalthema van boek drie?” of ”Daar draait heel hoofdstuk zes nou net om…”.

Een paar voorbeelden van een ‘gesprek’ tussen jou en je superfan:
‘Is het duidelijk dat Lizzy gemeen is, superfan?’
‘Ja, ze pakt in hoofdstuk drie in de zesde alinea een lolly af van een kleuter en ze berooft een bejaarde in hoofdstuk acht, alinea vijf.’
‘Komt eenzaamheid thematisch gezien meer dan drie keer voor?’
‘Leonard wordt in hoofdstuk twee niet gekozen bij gym, in hoofdstuk acht is er een eenzame lockdown en hij sterft alleen in het slothoofdstuk. Check!
‘Is het duidelijk dat Edward met Bella flirt?’
‘Volgens mij knipoogt hij niet eens naar haar…’
‘Wacht even, dan ga ik nog even wat meer uitwerken, voordat je elkaar aankijken al als flirten gaat beschouwen…’

Onthoud dat niet alleen de superfans, maar ook normale lezers je verhaal nog moeten kunnen volgen 😉

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo maak je van meerdere verhaallijnen een mooi geheel

Elk verhaal heeft een rode draad, maar ook subplotten. Als je een verhaal tot een mooi geheel wil maken, moet je deze integreren. Dat kun je doen door een subplot in je opschrijfboekje net zo belangrijk te maken als de rode draad. We gaan eerst kijken hoe je die rode draad stevig maakt. Als je dat kan, kan je dat ook voor de subplots.

Let hierop als je een rode draad schrijft voor een verhaal

Als je een rode draad voor het verhaal bepaalt, moet je een aantal dingen in de gaten houden:
* Wat is mijn protagonist voor iemand? (Gebruik daar je personagebiografie voor);
* Wat is het centraal conflict? Hoe groeit of beweegt mijn hoofdpersoon zich daarin?
* Welke andere mensen komt hij tegen? Wat voor invloed hebben die mensen op hem?

Wat is mijn personage voor iemand?

Je kon in mijn post over de personagebiografie lezen hoe je de kennis van je personage inzet om een wankel plot of niet-passende beslissingen van je personage te voorkomen. Maar ook in een meer basale vorm is je personagebiografie erg belangrijk. Aan schijnbaar heel eenvoudige of vanzelfsprekende dingen kun je al zien hoe bepaalde dingen tot stand komen. Als je personage als favoriete land Frankrijk heeft en dol is op nieuwe talen leren, kan dat verklaren waarom ze docente Frans is geworden. Als docente Frans wordt ze verliefd op een collega, waardoor er een roddel op de school ontstaat….
Kortom, in je personagebiografie kan je vaak tussen de regels door al een mogelijk butterfly-effect (van een verhaal) vinden.
Als je weet dat je personage het fijn vindt om op de voorgrond te staan weet je ook dat hij eerder zanger wordt dan archivaris. En als je personage niet voor zichzelf op kan komen, zal hij makkelijker over te halen zijn slechte dingen te doen dan iemand die niet bang is zijn mond open te trekken.

Wat doet het centraal conflict met mijn personage?

In het centraal conflict moet je personage obstakels overwinnen, vallen en opstaan: zo leert hij dingen. Dat verandert je personage. Uiteindelijk komt hij zo als een ander persoon uit het verhaal. Als held, als verliezer, als moeder, slimmer, mooier, wraakzuchtiger, verdrietiger… Hoe je verhaal ook loopt, je personage is niet de persoon die hij was voor het verhaal begon. Bekijk goed wat er in dat centraal conflict verandert en wat dat met je personage doet. Wordt hij een dappere grote broer in plaats van een bang klein jongetje? Een klusjesman in plaats van de bankdirecteur?

Wie komt mijn personage tegen?

Mensen zijn sociale wezens die andere mensen om zich heen nodig hebben of willen. Zelfs een afgezonderde monnik in de bergen van Tibet heeft nog collegamonniken in zijn klooster. (En mocht hij zich echt honderd procent afzonderen, dan wordt hij daar of op een bepaald moment gestoord van of heeft hij herinneringen aan mensen die ooit in zijn leven waren). Andere mensen doen iets met je personage. Dat kan iets fijns zijn of iets vervelends, maar de omgang met anderen zorgt ervoor dat het leven, de overtuigingen en de relaties van je hoofpersoon veranderen.
Denk dingen als:
* door de omgang met deze man verandert deze vrouw van een single dame in een getrouwde vrouw;
* doordat zijn lerares hem onderwijst, wordt jouw personage slimmer;
* een meisje wordt gepest door een ander persoon waardoor haar eigenwaarde verandert.
Kortom: omgang met anderen brengt altijd actie-reactie teweeg. Als jij gaat voetballen en je schopt de bal weg (actie) neemt een ander de bal over (reactie). Welke actie-reactie brengt de omgang met elk ander personage teweeg bij je hoofdpersoon?

Doe nu hetzelfde voor een ander personage

Zo simpel is het eigenlijk. Als je ook voor andere (belangrijke) personages een personagebiografie maakt, leer je ze ook kennen. Dan weet je ook wat hun heldenreis is. Net als je hoofdpersonage hebben andere personages bepaalde gevoelens en doelen. Ook zij hebben actie-reactie op datgene wat om hen heen gebeurt. In je opschrijfboekje moet je doen alsof elk personage de held van het verhaal is.
Zo maak je elk personage even diepzinnig en zorg je ervoor dat de actie-reactie altijd voor je personages kloppen. Niet alleen dat, zo komen verhaallijnen ook samen.
Stel dat je schrijft over twee generaals in oorlog: Generaal Goedzak en Generaal Gemeen. Als schrijver werk je toe naar een goede afloop voor generaal Goedzak. Maar om Generaal Gemeen realistisch te portretteren, moet je hem laten handelen volgens zijn eigen waarden, overtuigingen en karakter en op basis daarvan zijn actie-reactie bepalen.

Schrijf ‘achter de schermen’ alles zodanig uit dat je aan de hand van je aantekeningen niet ziet wie de hoofdpersoon is.

Gemeen is erop uit (vanuit het gezichtspunt dat hij de held is van zijn eigen verhaal en niet de ondergeschikte in het verhaal van Goedzak) om macht te vergaren. Je weet dat hij verlies niet zal accepteren, dus zal hij tot doorvechten tot zijn laatste laatste soldaat is gesneuveld. Als je Gemeen op dit punt minder belangrijk maakt dan Goedzak, zal het verhaal erg kort worden: Goedzak moet winnen en dus is het onbelangrijk wat Gemeen denkt of beweegt. Als je Gemeen als de held van zijn eigen verhaal maakt, doe je er alles aan om hem in zijn volle slechtheid als personage naar voren te laten komen: Gemeen is er zo op gebrand dat hij gaat winnen dat hij zijn tegenstander steeds twee stappen vooruit is.
Zo hebben de acties van beiden generaals invloed op elkaar als persoon (hoe ze op de acties van de ander reageren) en daarmee ook invloed op het verhaal, in dit geval de oorlog.

Samengevat: als je verhaallijnen goed in elkaar wil laten overlopen:
* moet je ervoor zorgen dat alle belangrijke personages goed zijn uitgewerkt (in je opschrijfboekje);
* moet je elk personage laten handelen volgens zijn eigen heldenreis, niet volgens die van de held;
* moet je je heel bewust zijn op de actie-reactie die tussen personages ontstaan en wat dat met de verhaallijn doet. Verandert die daardoor? Kunnen verhaallijnen elkaar daardoor doorkruisen?

Wil je weten of je verhaallijnen goed aansluiten op elkaar? Schakel me in voor manuscriptredactie.