Als je een ander verhaal schrijft dan je dacht – deel 2

Soms schrijf je een verhaal dat door een verloop van een bepaalde scène of een nieuw idee heel erg verschilt van het verhaal dat je begonnen bent te schrijven. Je zal dan een aantal dingen moeten veranderen om je boek leesbaar te houden. Maar je kan ook zaken behouden. In deze blogpost kijken we wat je daarvoor kan doen.

Wat gaat er ‘mis?’

In de inleidende blogpost las je al dat je eerst moet kijken welk verhaal je eigenlijk wil vertellen om te kunnen beslissen hoe je verhaal verder moet. Daarna kijk je waar het mis is gegaan: waar ben je afgeweken van je originele verhaalthema, moraal, of heldenreis? Maar soms er niet zozeer iets mis, maar gewoon anders. Dat is het uitgangspunt van deze blogpost. Want wie zegt dat een verhaal over een ridder die een draak verslaat per definitie minder interessant is dan een matroos die een zeemonster verslaat?
Zo kunnen de ‘twee verhalen’ die je op de tekentafel hebt liggen in wezen heel erg op elkaar lijken als je wat beter kijkt. Maar ook als het ene verhaal gaat over een ridder en een draak en het andere over een corruptieschandaal bij een accountantbedrijf, hebben die verhalen waarschijnlijk een overlap. Want je bent wel erg in slaap gevallen als je pas na een half jaar doorhebt dat Regenboogeenhoornland ‘ineens’ de broedplaats is van dood en verderf in plaats van het thuis van suikerspinnen trampolines….

Zo snel kan een ommezwaai gebeuren

Op een bepaald moment heb je in kaart gebracht wat je met je verhaal wil vertellen of waar je in grote lijnen over wil schrijven. Voor deze casus is dat: ‘je kan niemand blind vertrouwen’.
Maar alsnog heb je het probleem dat Lucifer met zijn drietand alle suikerspinnen trampolines in Regenboogeenhoornland kapot steekt onder het genot van een kopje kinderbloed… Hoe dan?

Regenboogeenhoornland is een utopie. Om je verhaalthema naar voren te laten komen, gebeurt er iets dat scheurtjes in een perfecte wereld brengt. Een van de trampolines raakt versleten, waardoor je je kan bezeren: vertrouw er niet blind op dat je nooit iets zal overkomen, blijf waakzaam. Hoe raakt die trampoline versleten? De tand des tijds natuurlijk, maar je had ook een eenhoorn kunnen inhuren om een veiligheidsinspectie uit te voeren. Onschuldig oorzaak en gevolg. Maar dat is zo sáái, want dat probleem zou binnen een paar zinnen opgelost zijn. Geen groeiproces, geen save the cat… Een kwajongen begint aanlokkelijk te lijken. Maar als het jochie een keer de eenhoorninspecteur dwarszit, maakt dat nog steeds geen blijvend interessant verhaal. Dus gaat je thema verder: Vertrouw er niet alleen niet op dat de eenhoorninspecteur op tijd langskomt, waak ook voor kwajongens. Ineens lijkt je verhaal met deze ommezwaai veel interessanter en diepgaander. Lucifer gluurt al om het hoekje en jawel, vijf hoofdstukken laten zit hij daar aan zijn rode drank te lurken, want als je bij de duivel te goed van vertrouwen bent, dan zijn de rapen helemaal gaar. Dan is het moraal helemaal duidelijk en het cirkeltje rond. O, wacht even…Oeps…

Meer conflict betekent meer diepgang?

Een ‘tweede verhaal’ ontstaat vaak vanuit een enthousiasme voor meer conflict. Daar is niets mis mee, want een conflict houdt een verhaal gaande. Maar bedenk goed of een nieuwe koers of verdieping ook echt conflict is. Is het misschien eerder een opstapeling van problemen, in plaats van een conflict? Een goed narratief conflict kan verdieping uitlokken met een enkel voorbeeld. Bovendien kunnen te veel conflicten je verhaal weer rommelig maken.
Je kan ook bedenken dat er paniek ontstaat omdat de eenhoorninspecteur zich een keer heeft verslapen: het is een scheur in de bubbel van perfectie. Vertrouw niemand blind, kan je op deze manier veranderen in: ‘vertrouw een gewoonte of systeem niet compleet’. Of: ‘hou rekening met menselijke fouten.’ Als je op deze manier heel minutieus naar je thema, heldenreis of moraal kijkt, kan je het soms relatief eenvoudig ombuigen om het weer tot een verhaal om te vormen.
Als je weet waar het kraakt, kijk dan ook eens op plotniveau waarom dit moment een ommezwaai is. De eenhoorns hebben een probleem met (een gebrek aan) perfectie. Misschien moeten ze perfectie gaan wantrouwen en kleine imperfecties gaan vertrouwen als iets onvermijdelijks in het leven. Nieuw moraal bij het verhaalthema vertrouwen: onarm wat er op je afkomt, in plaats van perfectie na te streven.’

Twee kanten van dezelfde medaille

Vooraan de blogpost las je al dat de twee verhalen die je langs elkaar af schrijft, hoe dan ook een zekere overlap hebben. Het kan helpen om die overlap wat beter te onderzoeken. Waar zit die overlap precies en waar houdt die ook weer op? Denk aan het idee dat je iemand niet kan haten voordat je van diegene gehouden hebt. Of op zijn minst de verwachting had dat diegene fatsoenlijk zou zijn. De brutale onbekende met de chagrijnige kop die voordrong bij de supermarkt wekt wat ergernis op, maar geen haat: op hem ga je geen wraak nemen. Voor wat meer uitleg over die zoektocht naar dat grijze gebied, kan je deze blogpost lezen.

Als je het grijze gebied gevonden hebt, is de kans aanwezig dat je scènes, elementen, of plotlijnen van zowel je verhaal van Regenboogeenhoornland als Luficer kan gebruiken voor de nodige balans, of een prettige spanningsboog. Eerder ben je ‘afgedwaald’ en nu weet je waarom. Die daar je voordeel mee. Zet je scènes, personages, plottwists, wat je ook maar vindt op een rijtje. Voor extra overzicht kan je de grijze gebieden in cirkels tekenen en daarbinnen steekwoorden van de verhaalelementen opschrijven:

Een ‘tweede’ of een ‘ander’ verhaal is vaak niet zo ernstig als het op het eerste gezicht kan lijken. Je moet gaan reviseren, maar je hebt vaak nog wel heel veel bruikbaars over. Laat je niet te snel ontmoedigen en kijk goed naar welk verhaal je wil vertellen. Dan zit je al snel weer op de goede rit.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Dan Farrell verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de Verhevene

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de Verhevene.

Het cliché: ik heb het leven wél door

Het is de rijkaard die door zijn fortuin denkt niet alleen welvarend, maar ook bovenmaats belangrijk te zijn, de narcist, of de backpacker die na drie weken mediatie in Azië zichzelf verlicht acht. Deze personages zijn snoeverig en kijken neer op mensen die nog niet doorhebben waar het in het leven om draait, zoals zij dat als enige in de kamer wel weten. Ontmoet de Verhevene.  

Waarom stoort dit zo?

De Verhevene is een personage dat niet groeit. Die is er zo van overtuigd dat die al is uitgeroeid, dat die de ogen sluit voor alles wat er buiten diens geweldig-zijn omgaat. Zelfs als het overduidelijk is dat er iets in beweging moet komen.
“ Verlichte Backpacker, een geliefde is zonet dakloos geworden!”
“Als ik straks daarover mediteer, hoor ik van Het Hogere dat alles in de wereld een Bedoeling heeft…”

“Rijkaard, je kan met jouw fortuin mensen uit een acute en zeer dringende situatie helpen.”
“Als dat gepeupel, net als ik, leert dat hard werken loont, komen ze zelf wel uit.”
“Dat ‘gepeupel’ is zojuist gebombardeerd en heeft geen bezittingen, huis of soms zelfs geen armen meer…”
“Ik heb ook ooit moeten doorwerken met een gebroken been…”

De Verhevene is niet alleen snoeverig, maar kan zaken bovendien niet in perspectief plaatsen.  

Een personage mag aarzelen of het vervelend of moeilijk vinden om met het plot mee te gaan, maar het plotverloop en persoonlijke groei compleet negeren is een ander verhaal. Een personage moet altijd blijven groeien, tenzij je verhaal ten einde loopt.  

De aanloop naar het cliché

De Verhevene is wel degelijk ooit veranderd, getraumatiseerd, gegroeid… Vat dat gemakshalve samen als ‘Ik was…” Arm, materialistisch, de spirituele weg kwijt, mishandeld als kind…
De “Ik was” komt achter de schermen of in een subplot aan bod in je verhaal. Dat is nodig, maar gaat mis zodra de “Ik was…” en “Nu ben ik…” als contrast zo groot is dat je de schrijver aan het werk ziet.  
Misschien kan een backpacker inderdaad verlicht van een retraite terugkeren. Maar niet als dat binnen drie alinea’s gebeurt en de daadwerkelijke heldenreis die daarbij hoort, wordt weggelaten.

Echte wijsheid schrijven

De Verhevene is niet geschikt voor de rol van de Wijze. De echte Wijze blijft niet alleen groeien, maar beseft bovendien dat daar heel wat aan vooraf gaat. Dat benoemt hij ook eerlijk. Een Wijze weet dat je niet met een vingerknip jezelf en je inzichten kan veranderen. Een Wijze komt dus gedurende het hele boek met mooie inzichten. Niet iemand die in een enkele alinea vanaf de bank roept dat de perfecte remedie voor een aanstaande burn-out een reis naar Azië is “want kijk eens wat dat voor mij deed!”

Nu jij!

Verlichte Backpacker heeft in Azië het licht gezien door op vakantie drie weken in een Boeddhistische tempel te mediteren. Daarom gaat je backpacker nu verplicht twee maanden iedere zondag naar een christelijke kerkdienst. Lees:

  • In het grijze Nederland, niet in zonnig Thailand
  • Met een volle agenda waarin gewerkt moet worden en het huishouden moet worden gedaan
  • Waar wordt gebeden, niet gemediteerd. De door en door cliché Verlichte Backpacker kijkt daarop neer, omdat religie voor hem achterhaald is ten opzichte van Oosterse wijsheid. Maar als hij écht verlicht zou zijn, zou hij diverse vormen van spiritualiteit omarmen, niet veroordelen…

Ga je gang, schrijf een scène in de comments!

Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Onderzoek waarom de Verhevene zichzelf die status geeft. Daarachter schuilt een interessant verhaal.
  • De Verhevene kickt op status. Maar voor wat voor status is je personage gevoelig? Wil hij als wijs worden gezien, of eerder als machtig?

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door engin akyurt verkregen via Unsplash

Als je een ander verhaal schrijft dan je dacht – deel 1

Je start met een verhaalidee in je hoofd. Zo gaat de heldenreis verlopen, dit zijn de belangrijkste plottwists en de personages moeten door deze karaktertrekken de lezer aan gaan spreken. Maar dan ben je aan het schrijven en blijkt je boek door de aan- of afwezigheid een scène een compleet andere toon of ingang te krijgen. Wat doe je dan?

“Wat is er met mijn verhaal gebeurd?!”

“Ik wilde schrijven over de avonturen van een backpacker die wereld over reisde en zich nooit wil settelen, omdat de roep van het avontuur te groot is. Maar nu is de vlugge verliefdheid in Azië uit hoofdstuk 4 uitgegroeid tot een compleet gezinnetje met twee kinderen en een koophuis in hoofdstuk 20.’ Wat is er gebeurd met het verhaal dat ik wilde schrijven?”

Dit voorbeeld is wat extreem, maar het komt voor dat je op een bepaald moment een heel ander verhaal lijkt te schrijven dan je in gedachten had. Wat dan?

Waarom ben je begonnen met schrijven?

Los van het inhoudelijke verhaal: waarom ben je überhaupt begonnen met schrijven? Om mensen over je eigen ervaringen te vertellen of als een uitlaatklep van creativiteit? In het eerste geval wil je dat de grote lijnen en bepaalde lijnen in het verhaal blijven kloppen met de waarheid. Als je een fictieve roman schrijft, kan je wat meer denken: ik kan een compleet nieuwe held bedenken, als het moraal maar hetzelfde blijft. Of je kan het verhaalthema helemaal omgooien, als je verhaal zich maar op Mars afspeelt…
Hoewel het bij een autobiografische roman lastig is om aan te passen, staat zowel bij fictie als eigen belevingen een vraag centraal:

Wat is de kern van mijn verhaal die al het andere in het boek moet dragen?

Is dat:

  • een held van wie je kan leren?
  • een waarschuwing over huiselijk geweld?
  • een verhaalthema dat verder bediscussieerd mag worden?
  • een boodschap die licht aan het eind van de tunnel biedt?
    Probeer te ontdekken wat de reden is voor jouw schrijven. Of was, in het geval van het moment waarop je verhaal anders loopt.

Wanneer is het misgelopen?

Op een bepaald moment ging je verhaal de ‘verkeerde’ kant op. Kun je achterhalen welk moment dat is? Omdat je zelden chronologisch elk hoofdstuk van je verhaal afwerkt kan dat lastig zijn. Spring je net zoals veel andere schrijvers van het ene hoofdstuk naar het andere, dan kan je op de zaken vooruit lopen.
De held moet in hoofdstuk 7 assertief zijn geworden. Dus je schrijft hoofstuk 7 en denkt dan: o, wat een mooie scène, daar wil ik wel naartoe werken. Dus schrijf je een week daarna in hoofdstuk 4 al over een minder verlegen held om het verschil niet al te groot te maken. En dan heeft je verhaal ineens vanaf de start een zelfverzekerde held.

Ga zo speuren naar het ‘verkeerde moment’.
* Klopt je tijdlijn nog? Zijn er geen dingen ingeslopen die elkaar tegenspreken, of cruciale momenten weggelaten?
* Pak je personagebiografie erbij. Heb je iets in een scène of plot geschreven dat daar niet mee overeenkomt?
Op een moment als dit laat een personagebiografie zijn nut zien: het is het overzicht dat je helpt consistent te blijven. Houd je zoveel mogelijk aan de zaken die je daarin hebt vastgelegd, om te voorkomen dat je steeds een ‘ander verhaal’ kan schrijven.
* Is je hoofddoel nog wel de rode draad van het verhaal?
Als je held de wereld rondreist om dorpje per dorpje een school op te zetten en zo analfabetisme de wereld uit te helpen, kan het zomaar gebeuren dat die iemand tegenkomt die zegt: “Nu Winnie naar school gaat, bloeit ze helemaal op.” Om je held vervolgens Winnies persoonlijke mentor te maken. Dat is prima voor hoofdstuk 29, maar te vroeg voor hoofdstuk 2…
Kijk in dat geval eens naar de kleine verhalen die alle losse hoofdstukken of scènes op zichzelf vertellen. Waarschijnlijk is er op kleinere schaal een ander idee of verhaal ingeslopen dat een eigen leven is gaan leiden. Lees alles nog eens chronologisch door, dan weet je waar de eerste ‘foute hints’ beginnen. Kom je erachter dat zowel in hoofdstuk 3 als in hoofdstuk 8 iets niet klopt, neem dan de tijd om even rustig na te denken.
Is ‘het verhaal van hoofdstuk 3’ om wat voor reden dan ook leuker of fijner om over te schrijven dan ‘het verhaal van hoofdstuk 8?’ Schrijf dan gerust een boek over ‘hoofdstuk 3 ook al had je ‘hoofdstuk 8’ in gedachten. Als je verhaal verandert, is aanpassen onvermijdelijk. Dan kan je maar beter verdergaan met het verhaal dat je het meest aanspreekt.

Onderwerpen in een autobiografie

Veel mensen schrijven om eigen ervaringen te delen. En het echte leven is veel wispelturiger dan de papieren wereld. Dat bakent zich niet zo makkelijk af als een fictieve roman. Als je wil schrijven over een gewelddadig huwelijk kunnen de gesprekken met de psycholoog over je vervelende kindertijd er makkelijker insluipen. Het is niet ongewoon dat er dan oorzaken en gevolgen naar boven komen. Dat kan afdwalen in de hand werken. Dit kan je enigszins voorkomen door een lijstje te maken van directe oorzaken en gevolgen. Zie je een directe oorzaak en gevolg ontbreken, wees dan voorzichtig om dat mee in je verhaal te nemen.
Denk aan: ik heb onveilige hechting gekend, dus ik kan mensen slechter vertrouwen: direct oorzaak en gevolg.
Ik was verlegen, dus een buitenbeentje, dus meer vatbaar voor pesterijen, dus uiteindelijk ook een prooi voor iemand die zich als mijn redder voordeed en me zag, dus werd ik verliefd op een gewelddadige partner… Verlegenheid en gewelddadige partner is geen direct oorzaak en gevolg. Hoe meer van dit soort ‘dussen’ je hebt, hoe eerder je een of meerdere daarvan kan of zelfs moet schrappen om je verhaal op de rit te houden.

Het is niet meteen slecht als je plotseling een ‘ander verhaal’ hebt. In deze post kijken we verder wat je kan doen als je verhaal eigenwijs aan het worden is, zonder dat je het hele boek opnieuw hoeft te schrijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Mick Haupt, verkregen via Unsplash

Zo maak je een cliché origineel: het tragische achtergrondverhaal

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het tragische achtergrondverhaal.

Het cliché: zijn we niet te hard?

Tijd voor de epische eindstrijd tussen goed en kwaad waarbij het goede moet overwinnen. Dan blijkt dat de slechterik vroeger iets traumatisch heeft meegemaakt. Dan vraag je je af: zou de held, of zelfs ik als lezer niet net zo verdorven zijn als deze slechterik, als mij hetzelfde was overkomen? Misschien hebben we de verkeerde vijand te pakken… 

Waarom stoort dit zo?

Twee elementen maken dit cliché misschien wel tot een van de meest storende die er zijn. In de vertrouwde formule van goed versus kwaad is het hele centrale conflict erop gericht dat er een goed en een kwaad is. Met het (plotselinge) tragische achtergrondverhaal en mogelijk geen kwade vijand doe je daarmee de hele opbouw en premisse van een verhaal teniet. 
Met een tegenvraag zie je ook waarom dit cliché storend kan zijn. 
Moeder is door haar trauma’s aan de alcohol geraakt. Daardoor slaat ze nu haar kinderen. 
Mag dat? Natuurlijk niet! Dat trauma is erg triest, maar blijf in hemelsnaam van je kinderen af! 

Waar zit de aanloop naar dit cliché?

Je kan er voor kiezen om het tragische achtergrond verhaal met je lezers te delen of niet. In dat laatste geval is je slechterik ouderwets ‘gewoon’ slecht. Daar is iets voor te zeggen, maar soms is het juist interessant om het trauma juist wel te delen. Dat hangt van jouw voorkeur, doelgroep en verhaalthema af. 

Als je het tragische achtergrondverhaal deelt en dus bekendmaakt waarom je slechterik tot zijn daden wordt aangezet, dan komt er een keuze. Ga je slecht gedrag verklaren of goedpraten? Ga je goedpraten, dan gaat het fout. Ga je het verklaren, dan kan het verhaal de diepgang krijgen die je voor ogen hebt.

Goedpraten is makkelijker te herkennen als je het ziet als: het gebruik van enkele snelle zinnen die zonder verdere opbouw snel empathie willen verdienen: “Dood me niet, ik kan het toch ook niet helpen dat ik vroeger ontvoerd ben?”
Bij verklaren schrijf je gedurende je verhaal al flashbacks, karaktertrekken, scènes en… die laten zien dat je slechterik meer is dan het trauma. De geschiedenis erachter moet duidelijk worden, de mogelijkheden die je slechterik misschien heeft gehad om het tij te keren… 

Nu jij!

Een oplichter heeft de stichting ‘Doe een wens’ voor een half miljoen opgelicht en dat geld in eigen zak gestoken. Een handvol doodzieke kinderen zien hun laatste wens nu niet in vervulling gaan. Maar dan blijkt dat de slechterik zelf ooit een doodziek zusje had wiens aanvraag voor dezelfde stichting nooit in behandeling is genomen… 

Schrijf een scène waarin je deze geschiedenis van de oplichter leert kennen en praat het niet goed, maar verklaar het. 
Ga je gang, schrijf een scène met deze prompt in de comments!

Zo kan je dit cliché fixen

Laat op het moment van de confrontatie zien dat je slechterik een mens is. Let wel: niet meteen een mens wat al je medelijden verdient, dat mag nooit het uitgangspunt zijn! Maar iemand die net als ieder ander door omstandigheden complexe en tegenstrijdige emoties kan meemaken, gedwongen wordt bepaalde keuzes te maken en op een gegeven moment (verkeerde) conclusies trekt, al is het maar uit zelfbehoud.
De vijand kan ook gewoon de personificatie van ultieme slechtheid zijn, maar ook dan heeft die ergens vaak nog een menselijke basis. Die is dan alleen véél te ver doorgetrokken ‘Zorg eerst voor jezelf voor je voor anderen zorgt’ is prima als je gezin moet voeden in crisistijd. Niet als je als Hitler ‘voor de Duitsers zorgt’…

 Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Ontdek eerst waarop de slechterik zich blindstaart
  • Gebruik het tragische achtergrondverhaal niet als plottwist, maar als belangrijk onderdeel van een personagebiografie of verhaalthema. 
  • Medelijden als uitgangspunt werkt alleen maar averechts.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door R.D. Smith verkregen via Unsplash.

Een leugen als de heldenreis van je hoofdpersonage

Een hoofdpersonage moet vanwege een spanningsboog veranderen in een verhaal. Het vertrouwde uitgangspunt daarvoor is dat een held een tekortkoming moet overwinnen. In plaats van gierig wordt die vrijgevig, of botheid verandert in zachtaardigheid. Maar er is nog een andere insteek die net zo spannend en interessant kan zijn. Daarvoor ga je niet uit van een groeiproces, maar van een geloofsovertuiging die moet veranderen: de grootste leugen moet worden ontkracht.

Wat is de grootste leugen?

Zodra een personage volwassen is, of in ieder geval de kindertijd achter zich heeft gelaten, heeft dat dingen meegemaakt die een bepaald wereldbeeld hebben gevormd. Dat kan je lezen in de personagebiografie.
Deze wereldbeelden of overtuigingen kunnen kleine en grote dingen zijn, kunnen zich in de kindertijd ontwikkelen, maar kunnen ook het resultaat zijn van een traumatische of fantastische gebeurtenis Denk aan:

Ik ben ooit door een hond gebeten –> honden zijn gevaarlijk
Ik heb voedselonzekerheid gekend –> ik koop nog altijd veel meer eten dan ik op kan, uit angst niet genoeg te hebben
Ik ben liefdevol opgevoed –> de wereld is een fijne plek
Ik heb als tweedeklasser een sporttoernooi gewonnen –> ik ben atletisch getalenteerd
Ik ben ooit ernstig verdwaald –> ik word nog altijd trillerig als ik op een nieuwe plek de weg moet zoeken.

Het is dus een persoonlijke waarheid van een personage. Het belangrijke verschil is dat bij de grootste leugen van een personage deze waarheid objectief gezien niet (altijd) klopt, ofwel een personage in diens doen en laten remt. Lees hier een langere introductie over de grootste leugen.

De grootste leugen als het hele centrale conflict

Een grootste leugen kan een interessant subplot vormen, maar je kan het ook gebruiken als uitgangspunt voor het centrale conflict. Dat verandert de manier waarop je basisopzet van je verhaal moet bekijken. Nog altijd heeft het verhaal drie akten met de bijbehorende beats, zoals de clues en de crisis. Maar in plaats van dat je uitgaat van groei ‘Mijn personage moet een beter mens worden door…’ ga je uit van het die dat je personage een masker af moet zetten. Als je de grootste leugen het centrale conflict maakt, wordt de grootste vraag die de pageturner van het verhaal vormt:

Hoe gaat je held zich door de wereld bewegen als blijkt dat alles wat die ooit dacht waar te zijn, niet blijkt te kloppen?

De leugen centraal: geen stappenplan voor de held

Een verhaal waarin een personage moet groeien, haalt zijn spanning uit een vijand of tegenslag van buitenaf. De draak verslaan, de veerkracht vinden om je huis opnieuw op te bouwen na een brand… Als je held met een ernstige, zelf wijsgemaakte leugen geconfronteerd wordt, klopt er als het ware niet zozeer iets niet aan de wereld, maar aan de held zelf. Dat is best angstaanjagend, al is het maar omdat niet voor de hand ligt wat de oplossing is om iets op te lossen op een manier die weer klopt, of waar je mee kan leven. Laten we het makkelijke voorbeeld nemen van een jongen die indruk wil maken op een meisje, om dat verschil in de praktijk te zien.

Luca moet groeien: Je bent nu nog een beetje een slappe angsthaas, vriend. Ga eens wat aan krachttraining doen en confronteer je pestkop. Dan ben je de dappere krachtpatser die dat meisje zou bewonderen.
Luca heeft daarmee een duidelijke missie waar hij meteen mee aan de slag kan gaan. Niet dat dat makkelijk is:
tien kilometer rennen en honderd push ups per dag en dan ook nog eens je grootste pestkop confronteren om jezelf wat assertiever te maken is geen pretje. Maar wat er moet gebeuren is relatief duidelijk en afgebakend.

Luca heeft een leugen te ontkrachten: ik kan indruk maken met genoeg krachttraining en een assertieve houding. Nee, makker: dat lukt je alleen met behulp van wat druppeltjes feeënparfum.
“Maar feeën bestaan niet…”
“Zeker wel: wat dacht je dan dat die kleine meisjes waren die alleen in de lente in het dorp kwamen en bloemetjes zaaiden?”

Natuurlijk is er daarmee uiteindelijk wel een concrete missie voor Luca: ga de elfjes zoeken. Maar hij zal eerst wel twee keer nadenken: als er feeën bestaan en ik dat nooit geweten heb, bestaan er dan ook draken? Zie ik spoken, ben ik gek? Hij moet eerst even mentaal hergroeperen voordat hij een concrete actie kan ondernemen.
Dat ‘even’ is in een verhaal waarin een persoonlijke leugen centraal staat een hele lange periode. Denk eerder dat pas rond de derde clue dit probleem is opgelost dan rond de eerste clue.

Voorbeelden voor een verhaal waarin een leugen centraal staat

In een verhaal waarin de leugen centraal staat, is de held meer in conflict met zichzelf en de innerlijke overtuigingen dan met iets anders. In een wereld zonder elfjes, zijn voorbeelden van leugens die als compleet conflict kunnen dienen dingen als:

  • Als ik al aanvoelde dat een vriend me ging verraden, maar me mezelf voorloog dat die dat niet zou doen, wat zegt dat over mijn idee van vriendschap of mijn afstemming op mijn intuïtie?
  • Ik vind iemand pas slim als je alleen maar negens en tienen haalt. Dat wil ik zelf ook. Ik zeg niet dat je waardeloos bent als je dom bent, maar mijn innerlijke dialoog zegt dat wel als ik een keer een acht haal. Lieg ik tegen mezelf als ik zeg dat ik slim ben?

Zo bestaat de heldenreis dus uit in het reine komen met het feit dat je personage niet zo perfect is als het altijd dacht. Of, op zijn minst niet zo trouw is aan de eigen normen en waarden het zelf dacht. Een andere mogelijkheid is dat het centraal conflict de zoektocht vormt naar de (objectieve) waarheid na een periode van leugens.

Dat soort verhalen geeft niet per se een spanning die te vergelijken is met een ridder die een draak moet verslaan. Maar de psychologische ontdekkingen, het afpellen van motieven, plottwist ontrafelen en personages steeds beter leren kennen kunnen minstens net zo spannend zijn!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Ehimetalor Akhere Unuabona verkregen via Unsplash

Zo maak je een cliché origineel: overdrijvingen

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: overdrijvingen.

Het cliché

Soms vallen ze niet zo op, andere keren doen ze je met de ogen rollen: overdrijvingen. Bozer dan ooit, de knapste man die ze ooit zag, nog nooit had hij zich zo rot gevoeld. Die vergelijkingen die we om de haverklap gebruiken om ergens nadruk op te leggen. Overdrijven en uitvergroten liggen aan de basis van veel clichés. Niet één roos als romantisch gebaar, maar twintig bossen. Niet ongeschonden uit een vuistgevecht komen, maar weg kunnen rennen van honderd kogels, dat soort zaken.

Waarom stoort dit zo?

Soms storen deze clichés niet zo, hoe opvallend ze ook zijn. Sterker nog, soms zijn ze het perfecte middel om juist lekker weg te dromen bij de fantasie van fictie. Maar zodra je vaak schrijft met deze zinnen die eerder als holle frases overkomen als echte belevingen heb je geen ‘grote woordenschat’ meer over die nog geloofwaardig klinkt als het daarop aankomt.

De aanloop naar het cliché

Dit cliché heeft een aanloop. Ook al gebruik je zelf geen overdrijvingen om iets te benadrukken, het gebruik als zodanig zit er zo collectief ingebakken dat je dat cliché niet in je eentje onklaar kan maken. Daarom moet je gedurende het hele verhaal een aanloop nemen om dat échte ooit, nooit, allerergste of allerbeste tot zijn recht te laten komen.

Voor die aanloop moet je weten:

  • Hoe je dit grote iets zoveel gewicht wil geven. Oftewel: dit wordt een verhaalthema. Hoe ga je dat vormgeven?
  • Waarom je dit grote iets dit gewicht geeft. Als jij al niet gelooft waarom dit zo belangrijk is, kan de lezer dat zeker niet.
  • Wat dit grote iets precies voor jou en/of je held betekent. Wat is dat nou: ‘Het mooiste moment van je leven’?  Voel je je dan geliefder dan ooit? Dankbaarder dan je je ooit had kunnen voorstellen?

Het cliché origineel maken

Dit cliché test jouw lef en kunde als schrijver. Als het moment suprême daar is, moet je gedetailleerd en kwetsbaar schrijven. Je kan dan niet schrijven dat je een gat in de lucht springt of de grond onder je voeten vandaan valt: dat is te cliché. Schrijf over de held en wat die heeft moeten doorstaan om dit moment van geluk te verdienen. Over het besef dat dood en verderf nu (even) niet meer aan de orde zijn. Hoe die tintelingen, dat ongeloof en die dankbaarheid voelen.
Of juist hoe je hele lichaam op slot zit, alles pijn doet en je gedachten een miljoen kanten op gaan als je het slechtste nieuws ooit hoort. 

Dit cliché slaagt, of slaagt niet. Je slaagt als je op Het Moment bijna letterlijk in de huid van je personage kan kruipen, door heel goed naar de bijbehorende emoties te kijken en daarbij die van jezelf niet te schuwen.

Nu jij!

Schrijf een scène of een premisse daarvoor waarin je held tegen een ander zegt: ‘Jij bent mijn held.’ Dat betekent hier dus níet: ‘ik bewonder jou’ maar: ‘jij hebt me echt gered’.
Probeer je held geen concrete heldendaad te geven – iemand uit een brandend huis redden -, maar juist een meer abstracte: door dat Ene Gesprek heb ik niet naar de drugs gegrepen.

Je kan je scène plaatsen in de comments.

Tips voor het vermijden van het cliché

  • Probeer algemene beschrijvingen als: ‘een warm gevoel vanbinnen’ te vervangen door iets wat heel specifiek bij je personage past. Wat dat is, lees je vaak in de personagebiografie.
  • Let erop dat je in en over Het Moment blijft schrijven. Als je een moraal wil meegeven, doe dat dan in de scène erna. Voor Het Moment moet je inzoomen op het hier-en-nu.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door James Orr verkregen via Unsplash.

Holle frases in je voordeel gebruiken bij spannende scènes

We kennen ze allemaal, die zinnetjes waar je eigenlijk geen, of anders altijd hetzelfde antwoord op verwacht. In een verhaal werken deze vrijwel nooit. Dat wordt te pas en te onpas gezegd door schrijfcoaches. Deze week gaan we eens wat beter kijken naar waarom dat zo is en ook hoe je deze zinnen alsnog in je voordeel kan gebruiken. Dan worden deze zinnen niet langer doodsaai, maar juist superspannend!

Holle frasen als afdwingende clichés

We kennen allemaal de sociale regels die schuilen achter zinnen als:
* “Lekker weertje hè?”
* Hoe gaat het?
* Zo, lekker aan de wandel?
Laten we die eens vanuit een schrijversperspectief bekijken.
Kort door de bocht gezegd: het is een ‘ja (goed)’ waarna het gesprek ongemakkelijk doodvalt als iemand merkt dat je je niet aan die sociale norm houdt. In het echte leven valt er een ongemakkelijke stilte. Niet fijn, maar in een verhaal loopt dan de complete scène spaak. Dan ben je nog verder van huis.

Of het is een toestemming of startsein om uitgebreid te gaan roddelen of te klagen:
“Ja, ik moet wel wandelen, want anders word ik gek…”
“Hoezo?”
“Breek me de bek niet open, Sjaak.. Mijn vrouw heeft weer eens…”
Hupsakee, daar ga je. Drieduizend woorden en geen enkel echt plotpunt later… Het zijn van die dialogen waar geen enkele laag in zit, behalve de buitenkantlaag, en waar geen narratieve ruzie wordt gemaakt.

Beide gevallen van zo’n gesprek zijn ontzettend cliché omdat je weet op welke manier dit gesprek verder gaat. Dat zou op zich niet zo’n ramp zijn. Meestal kan je clichés kneden en naar je eigen hand zetten. Maar deze clichés zijn zo hardnekkig dat zodra je daarvan afwijkt, de lezer zodanig in verwarring raakt dat die zelf de draad van het verhaal ook meteen kwijt is. Waar je er nog wel mee weg komt dat Romeo en Julia niet meteen, maar pas na drie dagen vlinders voelen, is het bij holle frases zo dat je ze moet volgen volgens een bepaald stramien, wil je geen nutteloze een onnodige verwarring zaaien.

Wat als je dat nu eens niet zegt?

Je kan holle frases nog steeds in je voordeel gebruiken. Om het effect daarvan helemaal te doorgronden, kijken we eerst wat er kan gebeuren als je die holle frase een keer niet zegt.
In het echte leven word je waarschijnlijk asociaal worden gevonden als je “Hoe is het?” overslaat. Of veel te direct of dramatisch als je eerlijk antwoord dat het niet zo goed gaat. Of je lijkt aandachtsgeil of te overheersend als je “lekker aan de wandel?’ overslaat en iets anders zegt. Want dan bepaal jij onmiddellijk het gespreksonderwerp nog voor de toon goed en wel gezet is.
In een boek wordt die toon later in de scène gezet. Personages komen binnen, lezen elkaars lichaamstaal, dat wordt voor de lezer vertaald, met show don’t speak of sfeeromschrijvingen en dan pas wordt er daadwerkelijk gepraat. En omdat een lezer net ‘ze stond vrolijk een ei te bakken’ heeft gelezen, is het slechts een herhaling van het overduidelijke om dan nog eens: ‘Hoe gaat het?’ te vragen.

Met andere woorden: in een boek zijn deze simpele beleefdheidszinnetjes niet alleen storend omdat ze vrij letterlijk nietszeggend zijn. In zekere zin zorgen ze er paradoxaal genoeg voor dat ze met zo’n lege zin de informatie die er wél in verscholen zit, twee keer in korte tijd onthullen.

Holle frase als plotselinge en welgedoseerde ommezwaai

In een boek werkt een holle frase dus vaak niet omdat de scène daarmee veel op dezelfde voet doorgaat. Je kan de andere kant van dezelfde medaille gebruiken om de scène juist veel spanning te geven. Laat het gesprek niet op de voorspelbare manier verder gaan, maar gooi het roer juist helemaal om.
Je kent dat moment wel dat de stilte om te snijden is en je dan een wanhopige poging doet om die te verbreken door iets heel banaals te zeggen:
“Dus, dat betekent dat zij gaan scheiden…”
Na een akelige stilte zei Kimberly: “Zo, Ik moet Jurre maar eens op gaan halen van de opvang…”

Dit ligt er natuurlijk wel erg dik bovenop. Maar als je een holle frase gebruikt als verborgen laag, kan het de lezer op het puntje van de stoel laten belanden. Vooral als een slechterik het heft in handen krijgt met dit simpele zinnetje.

Denk aan iets als:
Er is een kind ontvoerd en de moeder weet dat de buurman dat gedaan heeft. Ze kan het echter tegen niemand zeggen. Buurman dreigt het kind te vermoorden als ze haar mond opentrekt. Moeder staat dus machteloos en Buurman weet dat. Dan komen ze elkaar tegen op straat, waar andere buren bij staan. Buurman groet Moeder:
“Hoe gaat het met je, Kimberly?” (Word je al paranoïde? Ben je al aan het nadenken of je bereid bent om mijn eisen in te willigen?)
“Lekker weertje, nietwaar Buurvouw?” (Ik weet dat dat het laatste is waar je je nu druk om maakt en daar geniet ik van.)
“Ga je een ommetje maken?” (Je weet dat ik je in de gaten houd. Als je ook maar in de buurt komt van het politiebureau, dan zal ik dat weten…)

Zoek je je toevlucht tot iets waarvan de buren zouden opmerken dat er iets geks aan is, zoals het voorbeeld waarbij Kimberly naar de opvang snelt na een ongemakkelijke mededeling, dan verander je de toon van de scène. Gebruik je een anders holle frase om iets gruwelijks of spannends in te verstoppen of verpakken, dan kan je daar eindeloos veel meer mee. Plottwists beginnen, uitwerkingen van personagebiografieën laten zien, relaties tussen personages op zijn kop zetten, nieuwe doelen mee introduceren, noem maar op.

Een holle frase heet zo omdat hij niets toevoegt aan een scène of een gesprek en daarom maar al te snel wordt vergeten. Maar als je ervoor zorgt dat deze zin juist het belangrijkste is dat er gezegd wordt op een manier die niet zomaar vergeten wordt, dan krijg je de lezer gegarandeerd aan het bibberen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Daniel Lincoln verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: het misverstand

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het misverstand.

Het cliché: het misverstand

“Het is niet wat je denkt!”
“Ik kan het uitleggen!”
Die ene uitspraak van een personage dat op heterdaad betrapt is. Bij vreemdgaan, of als het daar op lijkt. Een bekende variant: een personage hoort slechts een deel van een gesprek, meent álles gehoord te hebben trekt daar verkeerde conclusies uit, vaak met een ruzie tot gevolg.

Waarom stoort dit zo?

Het misverstand wordt vaak gebruikt als startpunt voor een conflict. Het probleem is alleen dat er bij dit cliché aan de alledaagse definitie van ruzie wordt gedacht, niet aan de narratieve term van conflict, waarbij mensen vallen en opstaan en van elkaar leren. Dat gebeurt niet als je je conclusies trekt en de deur meteen dichtgooit, of na een goed gesprek zegt: “Oeps, misverstand, zand erover!” Dat is geen vallen en opstaan, zelfs geen enkele beat in een verdere verhaallijn, omdat het geen wezenlijk gevolg (meer) heeft.

De aanloop naar het cliché

Als er een misverstand is, of er iemand betrapt wordt, moet er fatsoenlijk worden gepraat. Overhaaste conclusies zijn niet welkom. Zorg er dus voor dat er -inderdaad!- iemand iets kan uitleggen. En ja, echt uitleggen. Dus geen smoesjes dat de secretaresse zogenaamd helemaal niet zo knap is: eerlijk zeggen dat dat niet had moeten gebeuren en een goed gesprek voeren hoe het zover is gekomen. En dan maar duimen dat de relatie het overleeft.
Of als het daadwerkelijk een misverstand is: uitleg en bewijs geven in dat gesprek dat volgt, zodat je overbezorgde personage niet nog zes overhaast keer de verkeerde conclusies trekt.

Voorbeeldscène

“Ik zag je de buurvrouw omhelzen! Bedrieger, ik wil scheiden!”

Er is dan één van deze twee scenario’s in het spel:

  1. De man is inderdaad vreemdgegaan.
  2. Er is een oprecht misverstand gaande.

De bijbehorende clichés zijn:

  1. De echtgenoot gaat het *ahum* uitleggen.
  2. De moeder van de buurvrouw was net overleden en die ‘hartstochtelijke omhelzing’ van Echtgenoot was gewoon een broodnodig gebaar van platonische troost.

Scenario 1 is nog origineel te maken als je iets anders doet dan verwacht, of wat op het eerste gezicht zelfs onlogisch lijkt.
In Scenario 2 is het heel makkelijk om het cliché naar een aanvaardbaar bouwsteentje voor een plot te transformeren: er moet een goed gesprek komen.

Welk scenario je ook kiest, met deze schrijfprompt ben je in ieder geval cliché af:

Niet Echtgenoot, maar Buurvrouw komt met De Uitleg.

Misschien is dat nog een goede verklaring ook. Hoe dan ook: wat is die uitleg? En hoe verloopt dat gesprek?

Ga je gang, schrijf een scène met deze prompt in de comments!

Zo kan je het cliché fixen

Na een misverstand, of na het betrapt worden, moeten de personages anders over de situatie of de ander denken op een manier die langdurige gevolgen voor het plot heeft. Langdurig geldt ook in de zin van: dit valt niet in een handvol woorden samen te vatten. Je hebt er een aantal langere zinnen voor nodig om uit te leggen hoe de plot nu verder gaat.

Dus niet: Nu haat zij haar overspelige echtgenoot. Of: Toen volgde een goed gesprek.
Maar: Echtgenote helpt Buurvrouw met rouwen. De jaloerse trekjes van Echtgenote zijn echter niet zomaar opgelost. Langzaam maar zeker verandert haar jaloezie in paranoia. Of: nu ze bedrogen is, schendt Echtgenote in wantrouwen de privacy van Echtgenoot. Daardoor opent de doos van Pandora.

 Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Kijk verder dan alleen de betreffende scène.
  • Dit cliché wordt storend als je het gebruikt als een middel voor ‘snelle actie’, excuus voor niet creatief te hoeven denken of als een opzichzelfstaand schokkend spektakel.
  • Gebruik een misverstand liever als puzzelstukjes voor een plottwist, of om een veranderende verhaallijn in te luiden.

Dit tipartikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Afif Ramdhasuma verkregen via Unsplash.

De crisis als grootste kracht: de Gewonde Heler

Iedere held maakt een groeiproces door. Maar er is een type held dat achter de schermen al heel krachtig is geworden. Hoe schrijf je over zo’n personage?

Het archetype de Gewonde Heler

De term Archetypes komt uit de psychologie, maar het begrip archetype is in creatief schrijven ook prima te gebruiken om ervoor te zorgen dat je bij het ontwerpen van je personages niet het wiel hoeft uit te vinden. Archetypen delen typen mensen op in bepaalde groepen. Held heeft als doel het beste uit zichzelf te halen, De Wijze is goed in het bieden van empathie, de Heerser zoekt structuur, enzovoort.

Als je een held wil die al het nodige heeft meegemaakt en dat in het boek kan uitdragen om anderen te helpen, denk je waarschijnlijk aan de Wijze, maar die is al gauw cliché. Kijk in plaats daarvan eens naar de Gewonde Heler. Die heeft veel trauma’s meegemaakt en die niet alleen overwonnen, maar zet ze in om anderen te helpen hun eigen trauma te overwinnen.

De echte donkerte van een crisis

De crisis is het punt in de heldenreis waarin je held helemaal bevriest en even niet verder kan. Uiteindelijk komt die er weer uit, maar dan heeft een verhaal te neiging om de crisis te laten waar die was. De ridder heeft uren in de grot gebibberd, zijn ergste persoonlijke demonen onder ogen gezien en komt er uiteindelijk achter dat hij verder kán, dat de draak verslagen móet worden. De moed wordt verzameld, de ridder gaat op pad en de rest van het verhaal loopt goed af. De ridder wordt als held onthaald, zonder dat het enge moment in de grot nog een keer genoemd wordt. Je zou kunnen zeggen: de crisis is hier tijdelijk. Maak die crisis, hetzij op de achtergrond, altijd aanwezig in de beleving van je held en je hebt een heel interessante heldenreis om te volgen.

Spijt en pijn

Hoewel volgens de structuur van een roman de crisis veel later komt, wil dat natuurlijk niet zeggen dat je held in een andere levensfase geen crisis doorgemaakt kan hebben.

Als die crisis zo groot is dat de held die niet kan vergeten, is daar pijn in het spel en vaak ook spijt. Vooral dat laatste is interessant, want dat maakt dat je lezer zich met een pageturnereffect kan afvragen: waar heeft hij dan spijt van en hoe heeft die zo kunnen groeien dat dat zoveel jaren later nog altijd aan dit personage vreet?
Of het nu alleen pijn of ook spijt betreft, voor je (huidige) verhaal gaat een van deze twee dingen op als je van dit trauma een belangrijk punt in het verhaal wil maken: je held wordt erdoor verteerd, of komt er weer bovenop.
Je hebt Gewonde Heler als die deze twee dingen combineert. Dan volgt een credo dat je zou kunnen samenvatten als:


Mijn pijn was heftig en ik kom er nooit meer (volledig) van af. De gebeurtenissen kan ik soms plaatsen, soms niet. Ik kan ze hoe dan ook niet (meer) veranderen. Daarom zet ik me ervoor in dat anderen dit niet overkomt. Dan dient die/ mijn ervaring nog ergens toe, zodat een zodanig grote crisis anderen bespaard blijft. Zo verzacht ik mijn eigen pijn alsnog.

Zo is een Gewonde Heler dus een held die de pijn van zichzelf en anderen probeert te verzachten. Maar zoals gezegd zijn deze pijnen dus wel van zodanige aard dat het held in potentie op kan vreten, als die even niet oplet. Dat is waar de crsis veel groter moet worden dan normaal.

De crisis van: Weet je nog, die keer dat…?

De Gewonde Heler heeft een heftig verleden, dat vaak maar net onder de oppervlakte sluimert. In zijn innerlijke voice dialogue staat waarschijnlijk een onverbiddelijk en onvergeeflijk streng persoontje aan het roer. Die fluistert op zwakke momenten: “Weet je nog die keer dat…?’

  • Jij het ‘goed bedoelde’ en een week daarna de hele familie uit elkaar viel?
  • Jouw laksheid ervoor zorgde dat een kind zwaargewond raakte?
  • Toen je ziek was, geen enkele vriend had die zich genoeg zorgen maakte om te vragen hoe het met je ging?

De Gewonde Heler weet dat maar al te goed, maar heeft ervoor gekozen om dat in zijn voordeel te gebruiken. In zijn denken, doen en laten, krijgen deze vragen antwoorden als:

  • Als iemand zijn mond per ongeluk voorbij praat en dat in een butterfly effect eindigt, oordeel ik niet, maar probeer ik met die ander de schade te beperken
  • Daarom werk ik nu als monteur bij een bedrijf van speeltoestellen, om herhaling te voorkomen
  • Ik zal een eenzaam persoon nooit als een mislukkeling zien, ook al is die op het eerste gezicht misschien een lomperik, inderdaad wat vreemd of niet per se mijn type. Als ik wéét dat iemand eenzaam is, bied ik altijd een praatje aan.

Is een gewonde heler uitgegroeid?

Met de bovenstaande innerlijke dialoog kan het lijken alsof je gewonde heler ‘uitgegroeid’ , een Mary Sue is of een overschot aan power fantasy heeft. Het is een valkuil om dat zo uit te werken. Maar onthoud dat deze innerlijke dialoog zich niet ergens diep vanbinnen schuilhoudt, maar op een achtergrond die zodanig zichtbaar is en blijft voor je held dat deze manier van handelen en denken is als balanceren op een smal koord. Even je concentratie verliezen of een verkeerde stap zetten en je kan een (tijdelijke) terugval krijgen naar het volle crisismoment, of in een slachtofferrol vallen, in plaats van de heldenrol.

Een gewonde heler leent zich goed als mysterieus personage. Fop je lezer door het te laten lijken alsof je Heler is uitgegroeid (die heeft alles al door in het leven…) en later het tegendeel te bewijzen en het achtergrondverhaal te onthullen. Of laat Heler juist in eerste instantie bitter overkomen. Laat Heler zien op momenten dat er actief gevochten wordt tegen die innerlijke pestkop, (Hoe kan iemand nou kinderen redden en dan nog af en toe met zo’n chagrijnig hoofd rondlopen? Aha…)

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Max Muselmann verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: het doodzieke kind

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het doodzieke kind.

Het cliché: nóg meer ellende

Je held heeft het al moeilijk, maar het wordt zo mogelijk nog erger. Een geliefd kind wordt doodziek of sterft. Andere varianten op dit cliché zijn: er wordt onverwacht een scheiding aangekondigd, er valt een ontslag, je personage wordt opgelicht… Als het maar nóg meer ellende oplevert. Maar het doodziekte kind spant als cliché de kroon.

Waarom stoort dit zo?

Er is niets zo erg als een doodziek kind. Het is ronduit beledigend voor je gevoelens als je het meemaken van een ernstige ziekte of de dood gelijkstelt aan teleurstelling of alledaags verdriet. Dat doet dit cliché wel. Bovendien gebruikt het het doodzieke kind als een goedkoop middel om gewoon de zoveelste tegenslag in het verhaal te laten sluipen. Ieder probleem is gelijk.

Oftewel: het doodziekte kind neemt zowel het (hele!) verhaal als de gevoelens van de lezer niet serieus.

De aanloop naar het cliché

Het doodzieke kind vervult een belangrijk element in het verhaal. Het laat zien dat de held kan opstaan na een val en/of daartoe pogingen blijft doen, ook moet dat alwéér.
Dit cliché is de druppel of het eindpunt dat zegt: als je zelfs dit kan doorstaan, ben je je heldentitel waardig. Dat mag, tenzij je beweert dat problemen aan elkaar gelijk zijn.
Van ontslag leert de held zelfvertrouwen te behouden en bij een periode van rouw moet die leren om emoties toe te staan. Met alleen opstaan verwerf je geen heldenstatus. Je held moet laten zien waarvan en hoe die opstaat in verschillende situaties. Als de tegenslag er is zodat je held ‘gewoon nog een keer valt’, is dat wat het cliché zo vervelend maakt.

Nu jij!

Je personage heeft onlangs een ernstige diagnose gekregen, vlak na een ontslag. De telefoon gaat: “Ik heb slecht nieuws.”

Er mag een kind doodziek of overleden zijn, maar dat hoeft niet. Als het maar de spreekwoordelijke druppel is die je personage op zijn dak krijgt.  

De twee mogelijkheden van de aanloop naar het cliché zijn:

  1. Je personage slaat zich er uiteindelijk doorheen.
  2. Je personage gaat eronderdoor.

De bijbehorende clichés zijn:

  1. Je personage wordt een Mary Sue met doorgeslagen powerfantasy die echt alles aankan. Het vergt slechts een huilbuil die komt en gaat en de schouders worden er weer onder gezet.   
  2. Er knapt iets in je personage. Gevolg: drank, drugs en ellende.

Scenario 1 werkt niet in deze zuivere vorm nooit. Je held kan niet groeien als die perfect is of alle problemen aan elkaar gelijk zijn.   
Scenario 2 kan werken, zolang na dat telefoontje niet direct volgt: ‘En toen knapte er iets en greep ze naar de fles. Einde.’  Raffel je verhaal niet af en zorg voor de nodige afbouw.

Welk scenario er ook speelt, voorkom het cliché en:

Schrijf rauw  

Rauw schrijven?

Rauw schijven windt er geen emotionele doekjes om. Dit. Doet. Pijn.  Dat is niet ‘Ai, ik pinkte wel een traantje weg…”  Dat is grofweg een 5 op een tienpuntschaal. Rauw schrijven is een 9 of een 10, omdat je het publiek dwingt bij de emoties stil te staan en ze net zo heftig laat beleven als ze zijn. Je spaart ze niet en verzacht of romantiseert ook geen omstandigheden: hier heb je nog dagen last van. (Denk bijvoorbeeld aan een film als Schindlers list.)

Schrijf dus over rouw in plaats van verdriet en over machteloosheid in plaats van besluiteloosheid.

Ga je gang, schrijf een scène in de comments!

 Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Weet waarom je kiest voor een doodziek kind. Of juist voor ontslag, ontrouw…
  • Ga goed na of je held nog moet groeien. Gebruik het doodzieke kind niet als excuus voor een extra subplot of spanning.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door National Cancer Institute verkregen via Unsplash.