Wat als je personage het zwaar te verduren heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage het zwaar te verduren heeft? 

Als je personage veel vervelende dingen meemaakt, houdt dat het verhaal gaande, want je held staat keer op keer weer op. Maar bij langdurige tegenslag kan jij als schrijver soms een weg bewandelen die niet veel meer met het verhaal van doen heeft. 

Het zit ons personage niet mee:

Zijn dochter is getalenteerd violiste en mag auditie doen bij een internationaal vooraanstaand jeugdorkest. Als ze daar wordt toegelaten, is haar muzikale carrière in kannen en kruiken. Maar het gezin kan het zich niet veroorloven om dochter naar de audities in Londen te sturen. 

Met deze reeks aan tegenslagen bestaat de kans dat je de heldenreis anders in gaat vullen om het conflict behapbaar voor je personage te houden. Dan wordt je held een slachtoffer of een romanticus. 

Slachtoffer

Je gunt deze held eigenlijk te veel: je krijgt medelijden met hem en dwaalt daardoor van het plot af. Omdat je personage niet van opgeven weet, start hij een bewustwordingscampagne op internet. “Het elitaire systeem vraagt veel geld voor audities en boort daarmee de kansen van jong talent met minder financiële kansen de grond in. Ik protesteer!” Hij krijgt de aandacht van de nationale media en daar gaat het verhaal over verder. Maar het ging over het muzikale talent van zijn dochter. 

Je personage blijft als een echte held vechten voor zijn zaak. Dat is prima, maar de aandacht verschuift naar een compleet ander onderwerp, alleen omdat jij medelijden hebt met hem. Dat is niet de bedoeling.

Romantische held

Net als het slachtoffer blijft de romantische held vechten voor de zaak. Maar als hij weer een keer valt, bagatelliseert hij dat. Het gezin heeft het geld niet kunnen ophoesten om dochter naar Londen te sturen en ze is nu in tranen. “Dat internationale orkest kan opdonderen met hun hautaine, dure audities in Londen. Maar ze heeft aan mij in ieder geval nog een liefhebbende vader. Ik ga verder zoeken naar andere audities.”

Ook hier verschuift de aandacht op een verkeerde manier: het ging niet om of hij een goede vader was: zijn dochter wilde naar de selectiedag. Dochter huilt bittere tranen omdat ze haar Londense droom in duigen ziet vallen. Vader overromantiseert het vaderschap om het verdriet van dochterlief niet te hoeven voelen. 

Pijn verzachten

Zowel het slachtoffer als de romanticus zoeken hier een andere insteek in hun omstandigheden zodat ze hun persoonlijke pijn kunnen verzachten. Een personage mag dat doen, jij als schrijver mag echter niet zo met het plot aan de haal gaan. Vraag jezelf af: dwaal je af van het probleem omdat het voor jou pijnlijk is om hierover te schrijven, of om de gevoelens van de lezer te sparen? 

Als je voor jezelf de pijn verzacht, geef je personage dan een tegenslag minder. Je personages zijn er niet voor jou, maar voor het verhaal. Voor de lezer hoef je niets te laten, want die leest juist om alles mee te kunnen voelen met je personage en wil niet gespaard worden. En als hij het onderwerp te zwaarbeladen vindt, pakt hij wel een ander boek uit de leeskast. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een plot met te veel van het goede: inleiding

Hoewel je een verhaal overal over mag laten gaan, is het soms belangrijk om te overwegen om iets uit je plot te halen. Dat kan voorkomen dat je verhaal te lang aan gaat voelen, zonder dat er veel aan je personages, schrijftechniek of je eigenlijke verhaallijn mankeert.

Aanleiding van de blogpost

Ik keek laatst uit nostalgie de film Anna en de King, sinds ik hem als tiener voor het laatst zag. Ik kijk er nu heel anders naar. Zo zit er een storende white saviour trope in, en dat zag ik als tiener niet in.
De white saviour trope bewaar ik voor een andere blogpost. Hij staat al heel lang op mijn lijstje, maar ik worstel ermee om daar iets over te schrijven. Ik ben zelf wit en vind daarom dat ik mezelf nog (veel) meer moet verdiepen in schrijven over rassen(voorrecht) voordat ik het recht heb om daar een blogpost aan te wijden.

Nu wil ik ingaan op de lengte van de film. Ik heb namelijk zelden een film gezien waarvan ik ‘achteraf’ bedacht: Wat duurt deze film overbodig lang. De oorzaak? Er zit iets in plot wat er niet in hoort. Niet alleen historisch gezien, maar ook als het gaat om het fictieve verhaal vlot te houden. En een plot onnodig opvullen kan – zo werd mij met deze film nog duidelijker- de kracht van een verhaal verminderen.

Samenvatting Anna and the king

Siam, 1862: Engelse lerares Anna wordt gesommeerd naar het paleis door de koning om zijn oudste zoon Engels te leren. Koning Mongkut wil zich internationaal beter op de kaart zetten en de horizon van de troonopvolger verbreden. Anna ziet vele gewoontes en wetten in Siam waar zij het absoluut niet mee eens is (zoals slavernij). In plaats van haar mond te houden, gaat ze met haar ongenoegen naar de koning. Dat zorgt voor bepaalde wrijving tussen hen beiden, maar ook dat Mongkut sneller politieke en sociale vooruitgang in zijn land doorzet.
Het subplot betreft Tuptim en Ballat. Tuptim is de dochter van een rijke handelaar. Zij wordt aan de koning geschonken als concubine, maar is verliefd op Ballat. Ze ontvlucht het paleis, en gaat vermomd als man naar het klooster waar Ballat inmiddels in is getrokken. Als hun relatie wordt ontdekt, worden ze beiden onthoofd.

Ballat en Tuptim zijn niet de enige die verliefd worden: dat geldt ook voor Anna en Mongkut. Het verhaal van Anna die les gaat geven is waargebeurd, maar die romance tussen lerares en koning is verzonnen: een typisch ‘Hollywoodsausje’. Hollywood’s got to hollywood, maar als het verhaal zodanig vertraagt dat de eigenlijke verhaallijn erdoor wordt ondergesneeuwd, wordt het storend. De romance tussen koning en lerares wordt bijna belangrijker gemaakt dan de politieke onrechtvaardigheid en/of veranderingen in Siam. Zowel verboden liefde als de politieke situatie in Siam wordt al geïllustreerd met Tuptim en Ballat. De 2.5 uur lange film zou minstens een halfuur korter kunnen door de onnodige romance tussen Anna en Mongkut te schrappen.
Waarom moet die romance eruit om de kwaliteit van het verhaal te waarborgen? Er zijn een hoop redenen.

Verhaalthema en de comfortzone verkeerd combineren

Het verhaalthema wil sociale en politieke verandering zijn, maar slaagt daar niet helemaal in. Dat komt omdat het verhaal zijn eigen comfortzone en centrale conflict vergeet. Anna wordt aangenomen als lerares om die verandering in gang te zetten. En omdat ze niet op haar mondje is gevallen, doet ze dat ook. Maar op een bepaald moment lijkt de koning meer te willen veranderen vanwege zijn worsteling met zijn gevoelens voor Anna dan dat hij het voor zijn volk doet. Dan wordt het thema verandering geforceerd, omdat dat nu ‘plotseling’ ook liefde betreft. Dat zijn te veel thema’s voor een verhaal. En te veel ineens willen vertellen betekent ook dat je publiek niet meer tussen de regels door kan lezen of kijken. Dat maakt een film kijken of een boek lezen minder interessant.

Te veel nadruk

De extra romance lijkt ingezet om te bewijzen dat de verandering echt nodig is: als zelfs de koning niet kan liefhebben wie hij wil, dan is het wel heel erg gesteld met bepaalde ‘vastgeroeste’ systemen.
Hebben we dat bewijs echt nog nodig, dan? Je ziet al hoe een koppel publiekelijk onthoofd wordt. Vóór de executie worden ze door het volk ook nog eens met rot fruit bekogeld.
De verboden romance van Anna en Mongkut is een belediging voor die van Tuptim en Ballat. “Het is niet genoeg dat een koppel van relatief lagere kringen wordt onthoofd, om écht te kunnen voelen hoe erg alles is, heb je óók nog de verboden romance van koning en lerares nodig,” lijkt de film te suggereren. (Misschien ook omdat Anna wit is?)
Als iets te veel van het goede wordt, wordt het niet alleen te veel omdat je veel van hetzelfde krijgt. Het risico bestaat bovendien dat je door overdaad iets (anders) minder indrukwekkend maakt dan het was geweest zonder die extra nadruk.

Overdaad schaadt. Het hoofd van je publiek kan erdoor exploderen en het richt schade aan je verhaal. Bovendien kan je vaak ook met een ‘knal’ de klus klaren. Meerdere, zoals hier, is vaak overbodig.
Photo van Luke Jernejcic op Unsplash

Te veel lange voorbeelden

Koning Munkut heeft 58 kinderen, maar een daarvan is zijn favoriet: dochtertje Fa Ying. Zij is onmiskenbaar een darling. Het is een schat van een meisje, dat het goed doet in de les van Anna en ook haar favoriete leerlinge wordt. Fa Ying heeft naast het portretteren van onschuld nog een belangrijk doel. Ze zet Anna weg als een lief moederfiguur en prettige, zachte vrouw. Oftewel: ze dient als springplank om vlinders in de buik van Mongkut te bezorgen.
Het meisje sterft ook nog aan cholera (geforceerde tranentrekker-alarm!). Je kan je dus voorstellen dat de schermtijd van het verhaal van dit -hoe schattig ook -overbodige kind niet gering is.
Fa Ying en haar dood vormen het zoveelste middel om onrechtvaardigheid te benadrukken. Ja, kindersterfte door cholera is onrechtvaardig, maar een ziekte die niet te genezen is, strookt niet met de onrechtvaardigheid van een onethisch politiek systeem:
* Het is overmacht versus iets wat wel degelijk te veranderen is.
* Het is pech versus de wil om al dan niet in actie te komen.
* Het is wederom een manier om een onderliggende romance te benadrukken en af te haken van de politieke problemen.

Is dit teveel van het goede aan uitleg? 😉 Hier geef ik concrete tips over hoe je al deze valkuilen kan voorkomen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage koppig is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage koppig is? 

Vervelende karaktereigenschap

Koppigheid is een vervelende karaktereigenschap voor een personage. Een koppig personage wil niet veranderen, blijft bij zijn standpunt en je moet hem zowat aan zijn haren uit de comfortzone sleuren. Een personage dat weigert uit de comfortzone te komen, voorkomt dat het verhaal op gang komt of aan de gang blijft. Daarom moet je je personage niet al te koppig maken. Dit personage móet tot inkeer komen, wil je een verhaal overhouden. Als het even kan, laat je personage dan eerder vroeger dan later een beetje loskomen van die eigen heilige overtuigingen. Een koppig personage kan even amusant zijn, maar op de lange duur vindt de lezer hem bloedirritant. 

Plotselinge ingeving 

“Als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks.” Dit gezegde gaat absoluut op voor je koppige personage. Je zal hem in die koppigheid subtielere signalen of suggesties moeten geven, die hij vervolgens straal negeert; hij weet het zelf toch wel beter. 

Een voorbeeld: uit principe wil je personage een bepaalde boete niet betalen, ook al kan dat gevolgen hebben: grote financiële problemen. Als eerst zal je personage denken dat het niet zo’n vaart zal lopen, na nog een waarschuwende omstandigheid vindt hij het probleem nog te overzien en na nog een rode vlag maakt hij zichzelf nogmaals wijs dat hij een man van principes is, die niemand hem (daardoor) iets kan maken. Maar een aantal maanden later is die boete zo hoog opgelopen dat hij andere rekeningen niet meer kan betalen. Zo komt er een kettingreactie op gang en wordt de man uit huis gezet. Dan maar kwaadschiks, je was meermaals gewaarschuwd, maar te koppig om te luisteren… 

Pas op het moment dat hij zijn huis voorgoed moet verlaten, denkt hij: wat ben ik dóm geweest…

Dat ene moment van de plotselinge ingeving is de eerste echte keer dat dit personage daadwerkelijke groei meemaakt. Daarom is dit personage over het algemeen niet interessant of fijn om over te lezen. De lezer moet veel geduld hebben om iets van een verhaal of ontwikkeling op gang te zien komen. 

Het begin van het einde

Je kan niet van het personage verwachten dat dat na tientallen of honderden pagina’s zonder personagegroei van het ene op het andere moment talloze persoonlijke groeispurten gaat maken. Dat komt ongeloofwaardig over, omdat al het hele verhaal blijkt dat dat niet in het karakter van het personage zit. Bovendien ben je er negen van de tien keer te laat mee. In een verhaal met honderd bladzijden waarin de ingeving op bladzijde tachtig komt, heb je geen ruimte meer om dit ‘nieuwe verhaal’ van het personage uit te werken. 

Hou het dan kort en krachtig en rond af met de conclusie dat je personage er door de schok nooit meer bovenop komt, of dat hij in zijn leven daarna – buiten de pagina’s van het eigenlijke boek om- gaat proberen een nieuwe weg in te slaan. Wat dat dan is, maakt minder uit. Een open einde past in dit geval prima. 

Zoals je kan zien is een koppig personage niet het makkelijkste. Weet waar je aan begint… 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: achter de foto

Misschien ken je het wel van vakantie: je neemt een hoop foto’s, maar als je ze terugkijkt, doen ze teniet aan de ervaring. Ofwel omdat er buiten het zicht van de camera een hele sfeer was die je niet kon vangen, of er buiten beeld iets heel speciaals speelde dat aanleiding gaf tot de foto, of gewoon omdat je maar één berg op de foto kreeg, terwijl je was omringd door een complete bergketen.
Het uitgangspunt: ‘maar er was nog zoveel meer dan je hier ziet’ vormt de basis van deze schrijfoefening.

Wat is een foto waard?

Beeld je in dat je in de vorige eeuw leeft en foto’s maken nog speciaal is. Je maakt ze niet met een zwiep van je telefoon, maar per fotorolletje van zesendertig stuks, die je later nog moest laten ontwikkelen en het resultaat pas een week later te zien kreeg. Misschien moet je zelfs drie weken vooraf een afspraak maken bij een fotograaf om één enkel kiekje te mogen schieten. Dan ga je wel even nadenken wat de moeite van het gedoe en de kosten waard zijn. Zoek een scène of een moment uit in je boek uit die om wat voor reden dan ook speciaal is.
Probeer daar in je geestesoog ook echt een foto van te maken, zodat het beeld concreet wordt en je een duidelijk uitgangspunt hebt voor deze oefening. Onderstaande foto neem ik als voorbeeld.

Foto door Mason Dahl via Unsplash

Achtergrond van de foto

Op bovenstaande foto zie je een groep mensen picknicken. Het is lekker weer op de foto, dus het is waarschijnlijk een fijne dag geweest: lekker eten en fijn gezelschap. Maar dat is alles wat je ziet. Ook al ken je deze mensen persoonlijk, aan de foto zelf kun je niet veel méér afleiden.

Als een van deze mensen deze foto ziet en dit moment speciaal is, zullen ze gaan vertellen:

* “Die dag was vreselijk: vlak na die picknick kreeg ik te horen dat mijn vader ernstig ziek was…”
* “Die picknick was echt leuk. Het was een aanloop naar een huwelijksaanzoek.”
* “Tijdens die picknick kwam er een vrouw gillend naar ons toe omdat haar man een hartaanval kreeg. We hebben de ambulance gebeld en later bleek dat die man het door ons snelle handelen had overleefd.”

Naar de foto kijken

Als je de goede foto voor de oefening hebt gekozen, dan komen er bij je personage duidelijke emoties of sprekende herinneringen bovendrijven. Dit is waar deze oefening waardevolle informatie over je personage of zijn biografie kan geven. Een herinnering of een moment waarover je personage veel te vertellen heeft kan een schat aan informatie opleveren. Misschien is de foto zelf wel een schakeltje in een belangrijk butterfly-effect van je plot. De voorbeeldfoto ging vooraf aan de hartaanval van de omstander.
Dan kan je bijvoorbeeld van je personage, die de foto veertig jaar later ziet, horen: “Ik was nog aan het oriënteren wat ik met mijn studie wilde doen. Ik had al een cursus EHBO gedaan, maar toen die man een hartaanval kreeg en ik hoorde dat ik zijn leven had gered, besloot ik dat ik een medische studie wilde doen. Nu ga ik over een jaar met pensioen na een carrière als succesvol en gerespecteerd cardioloog.”

Als het dat ene moment het leven van het personage verandert of heeft veranderd, dan moet er veel zijn losgemaakt op dat moment sûpreme. Wat ging er door hem heen? Wat was het moment dat er iets ‘klikte’ of wanneer gebeurde dat? Steeg het personage als het ware boven zichzelf uit en kon hij de situatie van bovenaf bekijken? Kreeg hij zo’n ongekend hoge dosis van een bepaalde emotie (blijdschap, schok, verdriet, verontwaardigdheid…) dat hij er daarna wel iets mee móest doen? In therapie gaan, een liefdadigheidsorganisatie opzetten, wat dan ook?
Kijk goed wat er met je personage gebeurt als je hem naar de foto laat kijken. Waarschijnlijk komen de belangrijkste elementen uit de biografie voorbij. Dat kunnen de vaststaande elementen zijn zoals in die post beschreven staan, maar je kan ook andere belangrijke zaken voor jouw personage tegenkomen. Schrijf het allemaal op!

Voorbeelduitwerking casus

Onze cardioloog kan verschillende dingen vertellen als hij zegt hoe heftig het was om de man die hartaanval te zien krijgen:
* “De paniek van de echtgenote ging door merg en been. Het deed fysiek pijn om het zelfs maar aan te moeten zien. Ik heb wekenlang nachtmerries gehad en ben doodsbang geweest zoiets weer mee te maken. Op dat moment besloot ik dat ik iets zou gaan doen wat mensen die paniek en angst zou kunnen besparen of verminderen.”
* “Ik had de week ervoor mijn moeder verloren: ze was aangereden door een dronken automobilist. Niemand had haar kunnen redden. Toen ik die hartaanval zag gebeuren, besefte ik dat de dood soms te voorkomen is. Als ode aan mijn moeder wilde ik zo’n levensreddend vak leren.”

Je kan hier al belangrijke zaken als een trauma of de grootste angst van je personage uit opmaken. Tussen de regels door kan je vaak ook iets van waarde vinden. Als de moeder van het personage is overleden door een ongeluk, is dat uiteraard heftig geweest. Maar wat voor gevolgen heeft dat precies gehad?
Misschien durft je personage nu geen auto meer te rijden, of is hij verder opgegroeid met een door de schok aan de alcohol geraakte vader. Dat zal ook geen pretje zijn geweest.
Of was je personage al volwassen? Dan heeft dat geen invloed op de jeugd gehad, maar misschien heeft moeder daardoor wel de aankomende bruiloft van je personage gemist. Allemaal bruikbare nieuwe informatie.

Wat is de gedachte erachter?

Bedenk dat je personage niet voor niets deze foto heeft gekozen. Reken erop dat alles wat hij zegt een dubbele laag of diepere betekenis heeft. Als je dan wat gaat graven, kan je veel extra informatie over je personage ontdekken.
Probeer – nog meer dan anders- in het hoofd van je personage te kruipen en uit te vinden wat zijn gedachten achter zijn woorden zijn.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Vijf vragen die je jezelf moet stellen als je personage superkrachten heeft

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage superkrachten heeft? 

Je kan je personage altijd superkrachten geven als je dat wil. Laat je creativiteit de vrije loop. Jij bent baas in eigen boek. Maar er is wel een aantal dingen waar je op moet letten als je je personage superkrachten geeft. 

1. Waarom deze superkracht?

Ga bij jezelf na waarom je juist deze superkracht aan je personage geeft. Ja, het is hartstikke gaaf om te kunnen vliegen. Maar heeft het wel een functie in je verhaal of voor het plotverloop? Ook als je een fantasy schrijft waarin superkrachten de norm zijn, moet je jezelf deze vraag stellen. Er is een aantal superkrachten die min of meer standaard zijn. Denk aan vliegen, onzichtbaar zijn of gedachtenlezen. Jeugdpuistjes kunnen wegtoveren zou evengoed een superkracht kunnen zijn. (Eentje waartegen de gemiddelde tiener geen nee zou zeggen.) 

Waarom kan jouw personage wel vliegen, gedachten lezen of voorwerpen besturen met zijn gedachten, maar géén puistjes wegtoveren en/of zichzelf onzichtbaar maken? Daar moet je een antwoord op hebben. Meestal heeft dat met belangrijke plotpunten te maken. 

2. Waarom je personage?

Kijk nogmaals goed naar je plot en bedenk waarom juist je (hoofd)personage een of deze superkracht heeft. Is hij een uitverkorene? Past dat bij zijn karakter? Helpt dat later de grootste slechterik te verslaan? Superkrachten zijn gaaf, maar alleen omdat het gaaf is, mag je het nog niet zomaar in je verhaal gebruiken. Het moet wel een functie hebben voor je verhaal. 

3. Is het nog wel een superkracht?

Bedenk ook of de superkracht in jouw fictieve wereld nog wel speciaal is. Als iedereen kan vliegen, is dat de normaalste zaak van de wereld en geen superkracht meer. Dat lijkt een open deur intrappen, maar dat kan weerslag hebben op de manier waarop je je personage portretteert. Een “kijk-mij-eens-kunnen-vliegen-houding” gaat niet meer op als iedereen dat kan. Dat kan het verschil maken tussen een arrogante kwal en een onzeker grijs muisje.

4. Hoe leert je personage de superkracht?

Bedenk vooraf of je personage de superkracht nog moet leren of hem vanaf de geboorte al onder controle heeft. Als de kracht nog aangeleerd moet worden, heb je al een mooi deel van een narratief conflict te pakken. Maar als je personage zijn kracht altijd al gehad heeft, zorg er dan zeker voor dat hij op een ander vlak (emotioneel, mentaal of intellectueel) nog wel zijn worstelingen heeft. Anders is het personage te perfect om nog interessant te zijn.

5. Wat zijn de limieten van de superkracht?

Zorg er hoe dan ook voor dat de superkracht zijn limieten heeft. Je personage mag niet alle ellende in de wereld kunnen wegtoveren. Of hij moet na een supersonische karatetrap altijd een uurtje slapen om weer op krachten te komen voordat hij weer een schop kan uitdelen. Als je personage echt alles kan oplossen, dan is er geen probleem of conflict meer over. En zonder een conflict heb je geen verhaal.
Je kan dit in de gaten houden door een lijstje in je opschrijfboekje te maken over de limieten en regels die aan de superkracht verbonden zijn. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De sterke vrouw volgens studio Ghibli

De Japanse filmstudio Ghibli maakt films die stuk voor stuk meesterwerken worden genoemd. Niet voor niets: er worden narratieve technieken gebruikt die de verhalen en personages zowel eigenzinnig als sterk maken.
Het bestuderen van het werk van regisseur en scenarioschrijver Hayao Miyazaki leerde me veel over goede verhaalstructuren. Daar heb je dus nog niet het laatste over gehoord 😉 We beginnen met een andere kijk op de sterkte vrouw-trope.

Wat is een sterke vrouw?

Ik vind een bepaalde standaardinvulling van de sterke vrouw-trope vreselijk. Dat kon je hier al lezen. Zogenaamd geen vent nodig hebben, maar wel mannen afblaffen omdat jij beter zou zijn of verder zou zijn in (je) sociaal maatschappelijke ontwikkeling. Mens, dan heb jij die vent nog steeds nodig: om jezelf op een onterecht voetstuk te plaatsen, welteverstaan…

Miyazaki (een man!) houdt bepaalde richtlijnen aan voor de vrouwen en meisjes die de hoofdrol spelen in zijn films. Als je die in het achterhoofd houdt, heb je een daadwerkelijk sterke vrouw. Er zijn zelfs twee bonuspunten: de jongens en mannen worden er automatisch óók betere personages door en je kan dezelfde uitgangspunten aanhouden voor een sterke man: één die sterk en stoer kan zijn zonder dat dat ten koste gaat van de vrouw.
Die uitgangspunten zijn:
* Ik doe wat ik moet doen;
* De man is mijn maatje, niet mijn redder of dienaar;
* Als ik val, vangt de man mij op en vice versa;
* Romance is een extraatje, liefde een voorwaarde.

Ik doe wat ik moet doen

Het overgrote deel van de helden in Ghiblifilms zijn vrouwelijk. Zij komen hun mannelijke tegenhangers vroeg in de film tegen, op het moment dat ze uit hun comfortzone komen. Hij komt dan wel in beeld, maar op dat moment heeft de heldin iets beters te doen dan verliefd te worden of hem proberen te verleiden, bijvoorbeeld:
* Een vloek verbreken (Het bewegende kasteel van Howl, De reis van Chihiro)
* Een thuis vinden of dat veiligstellen (Kiki’s vliegende koeriersdienst, Prinses Mononoke)
* Schrijven (:D) (Whisper of the heart)

Soms geeft de man het plot een zetje, soms is hij dan niet meer dan een voorbijganger. Dat is gunstig, omdat je zo waarborgt dat de heldin haar heldenreis ook daadwerkelijk behoudt. Ze is veel heldhaftiger als ze haar problemen ook daadwerkelijk op ‘blijft’ lossen. Ze heeft dan de intentie haar heldenreis te voltooien. Ze laat niet alles vallen als ze een man tegenkomt op wie ze wel eens verliefd zou kunnen worden ‘omdat dat in een film nou eenmaal hoort‘. Daardoor blijft je verhaalthema stevig en je verhaal geloofwaardig. Als je single bent, is de eerste de beste voorbijganger van het geslacht waarop je valt ook niet meteen je toekomstige partner.

Je kan ook ‘gewoon’ vrienden zijn.

Man als maatje

De man en vrouw worden in Ghibli-films alsnog vrienden als ze elkaar later weer tegenkomen. Maar zelfs wanneer hun vriendschap al zeer stevig is, of de eerste vlinders beginnen te fladderen, is de man nog steeds een maatje, géén redder of dienaar. De heldin gaat nog steeds verder aan haar eigen heldenreis en verwacht niet dat de man (als magic pixie) ineens alles voor haar oplost. Tegelijkertijd gebruikt ze de man óók niet om iets voor haar eigen groei te laten doen, om hem vervolgens in de steek te laten of neer te halen. Ze staan echt als maatjes naast elkaar en zijn honderd procent gelijkwaardig aan elkaar.

Allebei vallen, allebei opvangen

De reden dat man en vrouw in deze films echt gelijkwaardig aan elkaar zijn, is omdat ze de ander opvangen als die valt tijdens een conflict. Ze vallen bovendien even vaak, dus de een lijkt niet zwakker dan de ander. En over zwak gesproken: ze zien het hebben van een conflict ook niet als een zwakte. De personages uit Ghibli films zouden iets zeggen als:
“Wordt het even te veel? Zit je vast? Ben je bang? Moet je huilen? Nou en!”
* Het is ook gewoon allemaal veel;
* Dit ís gewoon doodeng;
* Alsof ik nooit verdrietig ben…
Ik ben er voor je en ik ga je helpen weer op te staan als je valt. De volgende keer doe jij hetzelfde voor mij.”

En dat gebeurt dan ook, met precies hetzelfde gedachtegoed. Er komt geen schaamte of schuldgevoel aan te pas, mannelijkheid wordt niet in twijfel getrokken…De vrienden weten dat ze mensen zijn met de bijbehorende worstelingen en in dat proces soms een maatje nodig hebben, klaar.
Zorg ervoor dat je lezer zich met personages kan identificeren: ze moeten dus vooral niet perfect zijn. Bij deze nog een formule daarvoor: maak van een conflict niets schandelijks.

Romance als extraatje

Laten we eerst wat definiëren:
Liefde: wederzijds gevoel van vriendschap, respect, vertrouwen en de bereidheid de ander te helpen omwille van de groei van de ander. Dit alles zonder de ander te (ver)oordelen. Die groei willen beide personages bij de ander zien, simpelweg omdat de ander daar gelukkig(er) van wordt.
Romance: liefde met als enige verschil dat er verliefdheid bovenop komt.

De helden in Ghiblifilms voelen altijd liefde voor elkaar, hoewel ze niet altijd verliefd worden. Die liefde is nodig voor een sterke heldenreis. Maar omdat ze uit liefde al zoveel goeds halen, zowel voor zichzelf als voor de ander, voelt dat niet als een gemis. Niet voor hen en niet voor de kijker. Ze worden er geen mindere helden of minder sterke personen van en kunnen ook zonder romance hun heldenreis voltooien.
Daarmee bereik je twee belangrijke twee dingen:
* Een romance komt nooit geforceerd of misplaatst over in een plot (* kuch* liefdesdriehoek in Pearl Harbor *kuch* )
* Als een romance er wel is, heeft die daadwerkelijke meerwaarde ten opzichte van liefde.

Kiki heeft geen romance nodig, alleen een maatje als ze naar een nieuwe stad verhuist. Dus wordt ze ook niet verliefd op Tombo. Sophie en Howl daarentegen hebben persoonlijke wonden, waar een romance helpt om die te helen. Alleen omwille van die heling krijgen ze een romance. Romantiek wordt zo nooit gewonnen: het wordt bereikt. Nog een manier om je personage (vrouw of man!) sterk te maken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage voor een onmogelijke keuze komt te staan?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage voor een onmogelijke keuze komt te staan?

Als je personage veel pech heeft, komt het soms voor een keuze te maken die je het best kan omschrijven als een levende hel. Wat het ook kiest, van elke keuze krijgt het personage spijt. Hoe maak je die beslissing dan voor je personage? 

Wat is een onmogelijke keuze?

“Je geld of je leven!” Die keuze is schrikken, maar niet moeilijk. Echt moeilijke keuzes zijn voorbeelden als:
* dakloos worden of je kind afstaan;
* meedoen aan een gevaarlijke drugssmokkel of de medicijnen voor je doodziekte partner niet meer kunnen betalen. Als de rillingen je over de rug lopen bij de gedachte alleen al dat je hierover de knoop moet doorhakken, dan spreek je over een onmogelijke keuze. 

De hogere macht

Bij een onmogelijke keuze is het fijn om te weten in wat voor hogere macht je personage gelooft, of wat zijn absolute heilige graal is als het gaat om normen en waarden. Als hij bang is in eeuwig hellevuur te branden, leidt dat tot een andere beslissing dan wanneer je personage erop vertrouwt dat zijn Schepper hem vergeeft. Op eenzelfde manier zal een personage een andere keuze maken wanneer naastenliefde hoger in het vaandel staat dan eigen veiligheid. Er is hierin geen goed of fout: kijk eerlijk naar je personage. Niet iedereen is altijd onzelfzuchtig, dapper of sterk. Vergeet bovendien niet dat personages ook zwaktes moeten hebben om realistisch te zijn. 

Het belang van het thema

De keuzes die je personages maakt, weerspiegelen vaak heel duidelijk een onderliggend thema. Als je personage zijn kind niet wil afstaan, zegt dat iets over het thema onvoorwaardelijke ouderliefde. Kiest hij voor zijn huis (wie weet wel omdat het kind nog bij moeder terecht kan) dan is je thema eerder iets als zekerheid of ratio. Kijk dus goed naar het thema van je verhaal. Het is goed mogelijk dat de keuze relatief makkelijk gemaakt is als je het thema als leidraad gebruikt. Je personage is er niet blij mee, maar iemand zal de knoop moeten doorhakken. De kans is groot dat je personage dat niet doet…

De keuze voor het plot 

Als de keuze is gemaakt, is dat nooit fijn voor je personage. Het zal er hoe dan ook een bepaald rotgevoel aan overhouden. Denk aan schuldgevoel, spijt, emotioneel trauma… Als de andere keuze andere bijkomende gevoelens betekent, kijk dan ook of er een van de twee kan voorkomen dat het plot op slot komt te zitten. Met schuldgevoel is een stuk makkelijker te leven dan een letterlijk allesverlammend trauma

Is een onmogelijke keuze nodig?

Een onmogelijke keuze heeft een groot gevolg voor je plot en de ontwikkeling van je personage. Het is ook niet eenvoudig om erover te schrijven. Bedenk dus goed of je het schrijft of niet. Maar een onmogelijke keuze is hoe dan ook zeer interessant. Je verhaal kan niet tot cliché worden gereduceerd en zal altijd spannend blijven. Want hoe komt je personage tot zijn beslissing en hoe zal hij daarmee leven? Die vragen laten de lezer gegarandeerd de volgende pagina omdraaien… 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Werken met stereotype kenmerken: deel 2

Je ontkomt er niet aan dat je personage soms bepaalde stereotype kenmerken heeft. Je kan dan in paniek raken aan de tekentafel, of je gebruikt dat in je voordeel om je personage heel erg origineel te maken.

De beginselen van werken met stereotype kenmerken

Lees voorafgaand aan deze blogpost deze voor een goede inleiding en een beter begrip van alles wat volgt. Bedenk bovendien:
* alleen omdat jouw personage iets is of doet, oordeel je daar niet meteen mee;
* dat je nu in de tekentafelfase zit. Niemand krijgt je personage zo op papier te zien.

Als je schrijft over een slim personage wil dat nog niet zeggen dat jij of dat personage neerkijkt op personages die minder slim zijn of meteen denkt dat die dom en sullig zijn. Als dat toch zo voelt, bedenk dan dat je personage meer wordt dan alleen deze wat ongemakkelijke eigenschap.

Dit kan ongemakkelijk worden, maar dit is niet de tijd om weg te kijken.
Foto van Shoaib SR op Unsplash

Kijk naar je verhaalthema

Het is even schrikken als je personage ineens erg cliché (b)lijkt. Je verhaalthema helpt je weer de goede weg op. Bepaal dat nu als je dat nog niet gedaan had. Het is namelijk een goede manier om te ontdekken wat je personage als drijvende emotie, kracht, zwakte of drijfveer heeft. Denk aan rouw, doorzettingsvermogen, zelfzuchtigheid of romantiek. Het maakt een enorm verschil door welke van deze dingen je personage en/of plot gedreven wordt.
Vergelijk zelfzuchtigheid met romantiek. In het ene verhaal zal je personage makkelijker iemand geweld aandoen, terwijl een romanticus dat absoluut niet doet. Dat is zo, of je hoofdpersonage nou een (cliché) bankdirecteur, politicus, huisvrouw of influencer is.

Bestudeer de personagebiografie

Kijk in de personagebiografie wat je al weet over je personage. Schrijf alles op dat op wat voor manier dan ook met een storend cliché te maken heeft. Schrijf er ook bij waarom dit zo storend is en/of welke onderliggende (maatschappelijke associaties) dit cliché voeden of in stand houden.

Schrijf de kern van je personage op

Je hebt een personage in je hoofd. In een vroege fase van diens ontwikkeling zal je nog het een en ander aan hem kunnen veranderen. De kledingstijl bijvoorbeeld, dat maakt voor het algemene plot vaak niet zo veel uit. Andere dingen zijn onlosmakelijk verbonden met je personage. Als je die zou schrappen of veranderen, zou je personage meteen een heel ander personage zijn. Denk aan de grootste angst. Dit vormt de kern van je personage. Schrijf deze kernelementen ook op en noteer waarom ze dat zijn.
Deze elementen ga je niet aan je personage veranderen. Pas wel op: wees waakzaam op het verschil tussen iets essentieels en een darling in deze ‘fase’ van de tekentafel.

Vergelijk kernelementen en clichés

Met de twee lijstjes van kernelementen en clichés en het waarom, krijg je een idee wat je moet schrappen of aan moet passen. Kijk maar eens naar deze tabel:

Wat is het?Vormt het een kern van je personagebiografie, plot of thema?Behouden, aanscherpen of schrappen?
een algemeen clichégevoelig elementneeschrappen
een clichégevoelig element wat bij je personage of plot hoortneeschrappen
een clichégevoelig element wat bij je personage of plot hoortjaaanscherpen of schrappen
een clichégevoelig themajabehouden én aanscherpen

Hiermee schrap je al wat je verhaal niet dient of en/of het verhaal tot een (over)duidelijk storend cliché maakt. Dan begint het maatwerk om de laatste clichés weg te werken. Om je op weg te helpen, volgt hier een korte casusuitwerking van hoe het volledige proces van cliché naar levendig personage tot stand kan komen.

Casus: Ricky de verlegen tiener

Verhaalthema: eenzaamheid.
Ricky is een extreem verlegen tiener, waardoor hij geen vrienden heeft. Dat maakt hem eenzaam. Ricky heeft een goed stel hersens: daardoor zit hij veel met zijn neus in de boeken en haalt hij goede cijfers. Zo heeft hij nog het gevoel iets goed te doen. Bovendien leiden die vele uren studie hem af van het feit dat hij eenzaam is.

Dit is Ricky zoals hij is. De clichés die op de loer liggen zijn onder andere:
* Ricky is goed in exacte vakken;
* Ricky is gek op strips;
* Ricky heeft een bril, acne, een bloempotkapsel en een slungelig lijf;
* Ricky is een houten klaas en vreselijk in sport.

In dit geval kan je deze cliché-elementen kan samenvatten in het begrip ‘nerd’. In films, boeken -en helaas ook in het echte leven- worden dat soort mensen vaak afgeschilderd als watje of sufferd. De clichés worden vaak aangewezen als mogelijk onderliggende oorzaak van de eenzaamheid.

Van deze clichés kunnen twee dingen daadwerkelijk tot eenzaamheid leiden: het uiterlijk en mindere sportieve vaardigheden. Van ergens goed in zijn en een bepaalde hobby hebben, word je niet verlegen. Je kan er een zogenaamde nerd van worden, maar dat maakt je niet meteen verlegen. Je kan wél verlegen worden doordat je bang bent lelijk te zijn, of om niet genoeg als mens te zijn omdat je niet over een kwaliteit beschikt die over het algemeen zeer gewaard wordt.
Hierom schrap ik Ricky’s hobby en zijn talent voor de bètavakken uit zijn biografie.

Kies vervolgens wat de grootste oorzaak is van Ricky’s verlegenheid. Het beste is om geen van de clichés te kiezen, maar omwille van een duidelijke uitleg van de uitwerking doe ik dat nu wel: Ricky vindt zijn uiterlijke kenmerken zo vreselijk dat hij denkt geen vriendschap waard te zijn. Kan ik zijn uiterlijk anders maken dan dat van een cliché nerd? Zeker: Ricky’s gezicht is ernstig verbrand. Dat kan je later vast nog in je verhaal gebruiken: ongetwijfeld heeft Ricky daar een trauma aan overgehouden.

De verlegen clichénerd Ricky is nu een tiener die nog steeds eenzaam, verlegen en hongerig naar kennis is, maar dan vooral op het gebied van Frans, psychologie en muziektheorie. Hij kan goed sporten en heeft geen bril. Zie jij de clichématige nerd hier nog in terug? Het ronde personage Ricky is echter wel ontstaan door eerst goed stereotypen en clichés onder de loep te nemen die passen bij zijn omstandigheden en het verhaalthema.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage veel pech heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage veel pech heeft?

Je verslapen op de dag dat je een belangrijk sollicitatiegesprek hebt, of net een dag te laat achter een aanbieding voor een droomvakantie komen. Pech overkomt iedereen wel eens, dus ook je personage. Dat houdt je verhaal dynamisch, dus zorg vooral dat het je personage niet altijd meezit. Maar zodra je personage veel pech gaat krijgen, moet je gaan oppassen.

Wat is veel pech?

In dit artikel wordt gesproken van veel pech op het moment dat er één van de twee dingen voorkomt:

*Er ontstaat een domino-effect aan pech: je verslapen voor dat ene examen en daardoor zakken betekent geen propedeuse meer en dus een verplichte studiestop en jarenlange studieschuld.
* Je personage overkomt pechsituatie na pechsituatie, zonder dat het ruimte krijgt om even adem te halen: Oma overlijdt, een maand later volgt ontslag, weer drie weken later is er knallende ruzie met de beste vriend en twee weken daarna wordt een vakantie afgeblazen.

Houd bij een domino-effect je verhaalthema goed in de gaten. Een domino-effect is soms heel logisch en realistisch. Andere keren is het onnodig dramatisch, wat de lezer enorm irriteert. Stel jezelf daarom de vraag: “Wat wil ik hier symbolisch gezien mee zeggen?” Als je van elk ‘dominosteentje’ een antwoord krijgt dat aansluit op het thema van je verhaal, zit je goed. Als het geen symbolische waarde heeft, schrijf dan een pechgeval minder.

Het tweede scenario slaat meestal terug op de veerkracht van je personage. Hier wil je laten zien hoeveel je personage mentaal aankan. In theorie kan je dit zo bont maken als je wil, want iedere tegenslag zegt iets over het karakter van je personage. Hoe reageert het op rouw? Heel anders of hetzelfde als teleurstelling? Dit soort zaken zijn een hele mooie show, don’t tell voor het leren kennen van je personage.

Is er ook iets als te veel pech?

Natuurlijk heeft pech ook zijn grenzen. Ga bij een domino-effect aan pech na wat nog logisch is. In theorie kan alles: er overlijden miljoenen mensen omdat één persoon is neergeschoten, zoals in de Eerste Wereldoorlog. In zo’n extreem geval moet je dit domino-effect aan pech je overkoepelende thema maken om je verhaal nog geloofwaardig te houden. De lezer mag niet denken dat de schrijver (onnodige) drama aan het verhaal toevoegt. Stop met dominosteentjes plaatsen zodra er een belangrijk plotpunt in gang is gezet.

Kijk bij het tweede scenario op welk vlak je personage precies veerkracht moet krijgen. Eindeloos kunnen opstaan levert een stoere held op. Maar als je personage moet leren om te kunnen opstaan na een periode van rouw, heeft het weinig zin om hem zijn huis uit te zetten. Kies de pechmomenten goed uit en selecteer ze op relevantie. Want hoe belangrijk veerkracht ook is voor een goed verhaal of personage, uiteindelijk wordt dat ook weer veel van hetzelfde en gaat dat ook vervelen. Tegenslag vormt (op zichzelf) geen plot, personageontwikkeling doet dat. Gun je personage na twee, maximaal drie flinke tegenslagen daarom ook een moment van rust. Een moegestreden personage kan het plot namelijk op slot zetten.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Werken met stereotype kenmerken: deel 1

Schrijven met stereotypen werkt niet goed voor je verhaal. Maar soms heb je een personage dat een stereotype kenmerk heeft vanwege bijvoorbeeld zijn beroep of zijn rol in het verhaal. Hoe schrijf je dan over dat personage zonder er een karikatuur van te maken?

Wat maakt een stereotype?

Een stereotype is een karaktertrek of een omstandigheid die je zo vaak bij een personage met een bepaalde achtergrond ziet, dat het niet meer origineel of zelfs storend is. In dat opzicht verschilt een stereotype niet veel van een cliché. Ze worden allebei gebruikt om een lezer makkelijk en snel een kant en klaar beeld van een personage te scheppen.
Ik maak in dit artikel omwille van de leesbaarheid een onderscheid:

* Een cliché wordt ingezet om een makkelijker beeld te schetsen voor de lezer wat er speelt en wordt daardoor saai om te lezen, of zelfs aanstootgevend;
* Een stereotype maakt noodgedwongen gebruik van clichés om bepaalde vereiste eigenschappen logisch aan een personage te koppelen.

Verantwoording voor de woordkeuze

Ik definieer cliché al jarenlang als ‘iets storends wat een lezer uit het verhaal haalt’. Bovendien geeft de definitie van van Dale iets soortgelijks aan. De officiële definitie van stereotype heeft een net iets neutralere klank. Die suggereert bovendien dat het van zichzelf óók een cliché is. Vandaar deze keuze en afweging. Ik ben me ervan bewust dat stereotype nog steeds niet het fijnste woord is om te gebruiken als gaat om mogelijke eerste stappen van het ontwikkelen van een personage.

Uitgangspunt van een cliché

Een cliché leest niet fijn, het is wel een effectieve manier om je verhaalomstandigheden snel duidelijk te maken:

Je schrijft over een alleenstaande bijstandsmoeder neemt een cliché als uitgangspunt: je wil je verhaal makkelijk te begrijpen maken en snel kunnen starten met het plot. Dan zeg je tegen je lezer indirect iets als:
“Je kent het wel: echtgenoot was een eikel die haar verliet voor een jongere vrouw, die sowieso al nooit naar zijn kinderen omkeek omdat hij te druk was met de zaak. Nu zit hij met zijn nieuwe vlam op een cruise naar Barbados en de moeder met een stapel aanmaningen, depressief en in continue stress.”

Klinkt het neerbuigend? Dat is het ook. Als je uitgaat van clichés, neem je zowel je verhaal als je personages niet serieus. Je zou alleen op op deze manier van werken over moeten gaan als je ooit twintig korte verhalen in een week moet schrijven voor een uitgever die meer geeft om kwantiteit dan kwaliteit.

Uitgangspunt van een stereotype

Als je de werkwijze van een stereotype aanhoudt, kijk je heel feitelijk naar wat je personage is en wat dat betekent of voor gevolgen moet hebben. Een bijstandsmoeder:
* heeft niet veel geld: er zit een maximumbedrag aan het vermogen dat je mag hebben voor een bijstandsuitkering;
* kan zich geen luxe gunnen bij een financiële meevaller: als ze haar uitkering aan luxe besteedt, wordt die stopgezet en heeft ze helemaal geen inkomen meer.

Dat is feitelijk gezien alles wat er letterlijk per definitie aan de hand is. Dat heeft ook weer een aantal gevolgen:
* De bijstandsmoeder heeft geen dure spullen;
* Ze woont niet in een duur huis.

Maar dat is ook echt alles, als je je puur aan de feiten houdt. Op deze feiten bouw je vervolgens verder om je unieke personage vorm te geven. Dan ga je je bedenken: als dit de feiten zijn, is het niet onlogisch dat moeder depressief of wanhopig wordt. Dit gaat al redelijk richting het bovenstaande clichébeeld van de bijstandsmoeder. Maar het verschil is dat je hier alert blijft op de vraag: geldt dat ook voor mijn bijstandsmoeder? Misschien is ze ontzettend goed in budgetteren en dol op haar eigen kleren maken. Dan zal ze echt nog wel haar moeilijke momenten hebben, maar dan ligt ze in ieder geval niet meer iedere dag depressief in bed, zoals het clichébeeld van haar schetst.

Aan haar lach kan je niet zien of deze moeder al dan niet in de bijstand zit.
Foto door Jhon David op Unsplash

Het onderzoeken van clichés en stereotypen

Met het onderscheid dat ik binnen deze blogpost maak tussen cliché en stereotype kan je het volgende als vuistregel onthouden:
Een cliché gaat uit van: ‘ieder personage is algemeen en dat is wenselijk voor mijn schrijversgemak.’
Een stereotype gaat uit van: mijn personage is in een bepaalde basis algemeen, puur omdat dat nodig is voor een goede fundering.’

Volgens mijn (tijdelijke) definitie van een stereotype, moét je wel van een stereotype uitgaan; je kan geen verhaal schrijven over een bijstandsmoeder als je ontkent dat ze arm is, of als je continu om de hete brij heen draait. Daar wordt je verhaal rommelig, verwarrend of ongeloofwaardig van, of allemaal.
Je kan met de beste bedoelingen de bijstandsmoeder in een positiever of ander daglicht willen zetten, het helpt niet om dan op valse voorwendselen te beginnen en een eigen draai te geven aan de feiten – feiten heten niet voor niets zo-. Interpretaties kun je loslaten op allerlei manieren waarop je je verhaal inhoudelijk invult.
Bovenstaande kan eng of verkeerd voelen: je wil je personage per slot van rekening niet verlagen tot een algemeen figuur. Maar dat doe je niet, want dan zou je volgens het principe van een cliché werken. Het lijkt misschien een paradox, maar om je personage niet tot een cliché te reduceren, moet je weten welke factoren daaraan bij kunnen dragen. Als je weet welke dat zijn, kan je die (storende) elementen later wegstrepen: dat gaat jouw personage niet doen! Dompel je eerst onder in de clichés en stereotypen zoals gedefinieerd door de van Dale, zodat je weet hoe je ze kan vermijden.

Help! Is mijn personage een stereotype?

De hypocriete, moraalridder- en doorgeslagen trope heb je met bovenstaande kennis waarschijnlijk al een kopje kleiner gemaakt. Dat is al een goede start om storende clichés te vermijden. Maar dan heb je nog steeds een aantal stereotype kenmerken op je lijstje staan. Geen nood: hier schrijf ik hoe je met de stereotype funderingen een interessant en prettig personage maakt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.