Zo maak je een cliché origineel: de schok

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de schok.

Het cliché: niet híj!

Het hele verhaal staat in het teken van het vangen van een slechterik of er is op een andere manier achter de schermen een personage dat roet in het eten gooit. Als de ontmaskering plaatsvindt, is de boosdoener degene die juist de beste vriend zou moeten zijn. Je hoopt dat de  lezer uitroept: “Nee, niet híj!” of “Dat meen je niet!”
Andere varianten zijn: ‘hoezo gebeurt dít?’  en ‘Waarom doet hij dát?’
Het is de goeie ouwe: ‘De butler heeft het gedaan’ en de eindeloze varianten daarop: de intentie om schok over te brengen uit een hopelijk onverwachte hoek.
Dat kan heel goed werken, maar het gaat faliekant mis als je het om de verkeerde reden doet.

Een plottwist of gewoon even iets anders?

Het lijkt misschien alsof bovenstaande voorbeelden altijd plottwists zijn. Plottwist geven inderdaad een andere draai aan het verhaal op een manier die de lezer idealiter niet meteen verwacht. Maar soms gedragen personages zich ook even anders dan gewoonlijk, zonder dat daar meteen een plottwist aan te pas hoeft te komen. Daarom is ‘de schok’ als cliché groter dan het brede begrip van een plottwist.  
Wat de situatie ook is, als er iets gebeurt waarvan de lezer denkt: huh?! Dan heb je de techniek van de schok en het cliché van de schok.

Wanneer wordt ‘de schok’ een cliché?

Uiteindelijk moet de schok waarmee je je lezer scherp wil houden herleidbaar zijn, dan is het een techniek. Een lezer smult van een spannende verandering als je deze verandering of onthulling aan had kunnen zien komen. Je had alleen ‘beter moeten opletten’.
Als je een verandering inzet puur omwille van de schok, dan wordt het een cliché. Dat is het kenmerk van ieder cliché: als je de schrijver aan het werk ziet om bij zijn lezer iets wil bereiken: verwarring, tranen oproepen, of in dit geval een schok. Als die daarvoor het verhaal en de logica daarachter in de steek laat, gaat het mis.   

Zo voorkom je het cliché van de schok

Je kan een schokeffect bereiken als je een reden hebt dat er überhaupt iets verandert. Daarvoor kijk je naar het personage of het plot. Enkele voorbeelden:

  • Het plot is toe aan een volgende clue.
  • Je wil laten zien wat een schaduwkant is van een goede karaktereigenschap die een personage bezit.

Zorg ervoor dat je vooraf  hints of aanleidingen geeft.  Dan snapt de lezer hoe zelfs iets tegengestelds of compleet onverwachts toch nog ergens op terugslaat.

Nu jij!

We gaan testen of een van de allergrootste clichés nog te herstellen valt.
De butler heeft het inderdaad gedaan!
Schrijf een scène waarin je dit gegeven onthult. Focus je daarbij niet op de eigenlijke schok die je hoopt te krijgen bij de lezer, maar op het hoe en waarom de butler het gedaan heeft en waarom de lezer dat had kunnen weten. Dan volgt de schok vanzelf.

Om de scène niet te lang te maken en je plot te introduceren, schrijf je in maximaal vijf zinnen wat het plot is van het verhaal en waarom het een schok zou moeten zijn dat de butler het gedaan heeft. Was hij te trouw? Deed hij zich ziek voor? Leek hij überhaupt niets af te weten van de schat die hij gestolen had?

Ga je gang, schrijf een scène in de comments!

 Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Bedenk of een schok of zelfs een verandering wel nodig is in dat ene specifieke punt van je verhaal.
  • Verander of choqueer niet aan het begin van een verhaal. De lezer heeft eerst een stevige basis van het verhaal nodig om te weten wat daarbinnen normaal is.   

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Daniele La Rosa Messina verkregen via Unsplash.

Spoilers in je voordeel gebruiken tijdens het schrijven

Pas op, spoilers! Vingers in de oren als je nog niet zover in het verhaal bent… Alleen al het benoemen van het woord ´spoiler´ kan zowel lezer als schrijver de kriebels geven. Maar als je het ´verpestende´ effect van een spoiler in je voordeel gebruikt als je verhaal nog in de startblokken staat, kan het een manier zijn om je verhaal juist extra stevig in de steigers te zetten.

Als de lezer de afloop al kent

In deze blogpost weet je lezer toevallig van begin af aan hoe de vork in de steel zit. Die heeft toevallig bij het oppakken van het boek de pagina openslagen bij de bladzijde van de grote onthulling. Volgens de aanname dat je het verloop of het einde van een verhaal niet mag verklappen, is dat het ergste wat er kan gebeuren. Want:

  • Eventuele plottwists worden ‘opgelost’ voordat de lezer kan ‘puzzelen’
  • Het is niet spannend meer
  • Je ziet alles al aankomen

Deze punten zijn allemaal zowel waar als niet helemaal waar. Op de oppervlakte klopt dat om vanzelfsprekende redenen. Maar de bewering wordt een stuk minder waar als je advocaat van de duivel gaat spelen. Doe je dat op het moment dat je de grote lijnen nog aan het uitzetten bent, dan ben je vrijwel verzekerd van een goed verhaal. Daarvoor stel je jezelf vragen over de basis van een goed verhaal.

De basis van goede spanning in een verhaal

Stel jezelf de volgende vragen en je komt erachter wat ieder spanningsboog in de basis heeft en waarom.

  • Wat geeft het plezier van een plottwist? De goede oplossing vinden of de speurtocht naar de puzzelstukjes en vragen als:
    – vind ik die puzzelstukjes?
    – kan ik de juiste puzzelstukjes bij elkaar zoeken?
    – zijn de puzzelstukjes origineel of passend bij het verhaal?
  • Waarom is een scène spannend? Omdat je wil weten óf iemand kan ontsnappen, of omdat de manier waarop dat gebeurt zenuwslopend is?
  • Begin je aan een boek omdat je wil weten wie het gedaan heeft, of omdat je zin hebt in een verhaal vol bedrog en intriges die zich langzaam maar zeker ontvouwen?

Waarschijnlijk zie je wel dat zolang je de aanloop naar een onthulling niet uniek, spannend of interessant maakt, je ook geen onthulling hebt die spectaculair, belonend of passend aanvoelt. Leuk als je in je originaliteit de door aliens ontvoerde caféhouder de oude dame heeft vermoord met een op Pluto gemaakt lasergeweer dat de politie niet kan ontcijferen. Maar als die verhaallijn inhoudelijk maar weinig spanning of inhoud heeft, kan je alsnog beter de hondstrouwe James de boosdoener maken. Zeker als blijkt dat hij naast een butler ook ’s werelds meest gehaaide crimineel blijkt te zijn.

Een stevige basis voor spanning in jouw verhaal

Nu je weet hoe een algemeen verhaal aan een stevige basis komt, kan je dat naar je eigen verhaal gaan vertalen. Voor een goed voorbeeld blijft James in deze uitleg de boosdoener. Je lezer weet dus al voordat die het boek ooit heeft aangeraakt dat James de grote schurk is. Wat kan je dan doen om James en het verhaal als geheel nog aanlokkelijk te maken en te houden?

  1. Maak James uniek: misschien schrijf je inderdaad het honderdste of duizendste verhaal waarin de butler het gedaan heeft. Maar een trope blijft een trope: een bouwsteentje voor een verhaal, niet het verhaal zelf. Doe daar je voordeel mee.

2 Kijk vervolgens naar hoe James zo anders is dan anders en hoe je dat in globale lijnen invulling aan het plot kan geven. Vermoordt James I met een pistool en uit wraak? James II doodt uit hebzucht en met een knuppel. En James III is zo gewiekst dat hij weet te doden met een simpel potlood, en doet dat uit machtslust.

3 Deze butlers moorden dus op verschillende manieren en vanuit verschillende motieven. Daar krijg je als vanzelf andere verhaalthema’s van. James I zal naar de buitenwereld vooral willen verhullen dat hij een reden heeft om wraak te nemen. Dat zorgt voor een alibi. Het verhaal van James III zal tussen de regels door moeten laten doorschemeren dat hij zich lange tijd onbelangrijk en een niemand op de wereld heeft gevoeld. Nu vindt hij dat het tij mag keren.
Combineer dit verhaalthema met de bevindingen uit punt 2.

De schets voor je verhaal maken

Als je bovenstaande drie stappen hebt doorlopen, heb je een basis voor een verhaal dat nooit honderd procent te voorspellen is. Zelfs niet als je schrijft over James MCXXVIII. Met deze basis kan je subplots gaan bedenken, nieuwe personages verzinnen, de de details van de moord gaan plannen en de setting gaan bepalen. Als je maar genoeg verfrissende (nieuwe) elementen aan je verhaal toevoegt, kan het zelfs zijn dat James, ook al is hij de butler die het ‘altijd gedaan’ heeft als verdachte niet meer opvalt. Het cliché of de trope kan dan zelfs in incognito raken. Want zou jij het bekende ‘de butler heeft het gedaan’ nog herkennen – of misschien liever gezegd cliché vinden- in het verhaal dat zich afspeelt in het Venezuela van het jaar 2411? En niet in een landhuis, maar in een doodgewoon huis waar de robotbutler het huis schoonmaakt en de vrouw des huizes deze metalen James op de kast heeft gejaagd door hem niet op tijd van de nodige updates te voorzien? Nu is de arme stakker het lachertje van de robotstraat met zijn laatste update uit het jaar 2407…

Een voorspelbare spoiler?

Uiteindelijk wordt een spoiler storend vanwege, maar vooral ook áls het verloop datgene is die hem voorspelbaar maakt. Zolang je ervoor zorgt dat een lezer altijd een pageturner in de handen heeft en dus een wat, wie of waarom te ontrafelen heeft, is het niet zo erg dat de afloop al bekend is. Als je het belang van een verloop in je schrijfproces vooropstelt en in de gaten blijft houden, is de kans heel klein dat je lezers het verhaal niet spannend vinden. Zelfs niet als ze al menen(!) te weten hoe het afloopt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van Alexa via Pixabay.

Zo maak je een cliché origineel: het onuitgesproken geheim

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het onuitgesproken geheim.

Het cliché: snel nog even opbiechten

Een personage draagt al het hele boek een geheim met zich mee. Dan, tien regels voor het einde wordt dat geheim er in een enkele zin uitgeflapt. Het is duidelijk: hier wil je schrijver zijn momentje: ‘ach, wat een opluchting/ wat aandoenlijk/ wat fijn…’
Maar deze onthulling komt volledig uit de lucht komt vallen en leest enkel geforceerd en vervelend. Voorbeelden: een last minute coming out, de bekentenis altijd al verliefd te zijn geweest op de beste vriend, (hoera, een nieuw koppel in de laatste twee regels…) of een DNA-uitslag.

Waarom stoort dit zo?

Een geheim en de onthulling ervan zijn narratief pas sterk als je dat gedurende het boek kan ontrafelen. Bovendien werkt de wrap-up, die laatste zinnen of alinea’s voor het einde, alleen als je met je verhaal uitdrijft. Nieuwe informatie hoort daar niet.   

Een goede wrap-up

Een wrap-up komt in de laatste pagina’s alinea’s of regels voor de allerlaatste zin. In sprookjes is dat bijvoorbeeld: ‘Nu de wolf verdronken was, hoefden de geitjes nooit meer bang te zijn dat de wolf ze op zou eten.’  En ze leefden…
In de wrap-up wordt er extreem kort teruggekeken op een deel van het hoofdplot en trekt het conclusies hoe dat invloed heeft op het hier en nu. Terugkijkend op de angst om opgegeten te worden, weten de geitjes nu dat ze veilig zijn.
De wrap-up is de laatste sfeerbepaler, die aanstuurt hoe je lezer het boek dichtslaat. Tevreden, bibberend, zwijmelend… Maar let wel: over je hele verhaal, niet vanwege dat ene laatste snelle feitje.

Een geheim bewaren in een verhaal

Dit cliché heeft iets belangrijks gemeen met het cliché van het misverstand. Ze schreeuwen allebei: ‘Had dat dan gewoon gezegd!’ Dan had de lezer een beter verhaal gehad, hadden personages geen ruzie hoeven maken, of gek van een geheim hoeven worden.
Als de lezer moet begrijpen waarom een personage een geheim als zodanig beschouwt, moet je daar de nodige aandacht aan besteden. Zo kan de lezer meegaan in de beweegredenen  die je geeft. Dan pas wordt het echt een geheim, niet iets wat iemand gewoon niet verteld.

Het onuitgesproken geheim is bovendien als een plottwist waar geen hints naar worden gegeven. Dat levert irritatie op.  Het is als een moordmysterie met maar één hint in het hele verhaal. Of dat de hints zo ontzettend vaag zijn, dat je de schrijver zichzelf al een schouderklopje ziet geven omdat die ‘slimmer is dan de rest.’ Fijn… Het geheim hoeft dan niet meteen moord te betreffen, het effect is hetzelfde.
Minstens net zo erg: “Ik deel jouw vreugde om jou coming-out niet, want jou hele persoontje boeide me door de slechte schrijfstijl al tien hoofdstukken niet meer.”

Geef gedurende het verhaal voldoende hints die naar het geheim verwijzen.

Nu jij!

Schrijf een wrap-up waarbij je een geheim onthuld, maar wel het grote geheel laat uitdrijven. De premisse: een heimelijke vakantieliefde. Nu het afscheid nadert, gaat je held(in) liefde bekennen. Kijk dus terug op wat ze samen hebben gedaan, hoe de liefde is gegroeid en hoe die de held(in) achterlaat.

Je kan je scène plaatsen in de comments.

Gebruik je dit cliché? Let dan hierop:

  • Trap niet in de val dat het ene geheim serieus zou zijn, zoals seksuele geaardheid en het andere onschuldig, zoals een snoepje stelen. Hoe serieus het geheim daadwerkelijk is, heeft met het karakter en de omstandigheden van het personage te maken.
  • Is er iets belangrijkers in het spel dan het geheim? Dan is dat andere datgene wat in de wrap-up terug moet komen en afgerond moet worden.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jackson Simmer verkregen via Unsplash

Schrijfoefening: test de stabiliteit van je plot

Een verhaal blijft spannend als er altijd iets op het spel staat. Dat kan iets heftigs zijn, zoals het leven van je held. Maar ook iets relatief kleins, zoals iets waar je personage zich op verheugt wat misschien niet doorgaat. Zo is je plot het liefst altijd met allerlei belangen gevuld. Maar de kans bestaat dat je omwille van een spanningsboog te veel van dit soort spannende dingen in je verhaal verwerkt. In deze schrijfoefening gaan we kijken of een bijzondere gebeurtenis inderdaad een plot kan dragen zoals je hoopt, of dat het eigenlijk gewoon onnodig gebruik van papier is.

Hoe kan een spanningsboog het plot vertragen?

Als je personage iets moet leren of de wereld waarin die leeft op zijn kop komt te staan, levert dat spanning op. Het is het bescheiden begin van een pageturnereffect. Ook kunnen het zaadjes zijn om een latere plottwist mee te maken. Een héél goede schrijver – iemand die wereldwijde gerenommeerde prijzen wint- doet dat relatief makkelijk op een manier waarbij al deze factoren min of meer hand in hand gaan. Ben je echter een beginnend of gemiddeld getalenteerde schrijver, dan is de kans groot dat je in je enthousiasme allerlei subplots of conflicten gaat bedenken die misschien wel aansluiten bij het thema en de heldenreis van je personage, maar het plot vertragen. Om dat te voorkomen kijk je nog eens goed naar de beats in je plot.

De functie van beats in een plot

Beats zijn de afzonderlijke punten in de drieaktenstructuur: de momenten die je kan gebruiken om te controleren waar je plot of je verhaal nu voornamelijk de focus op moet leggen. Moet er nu een conflict komen, of juist een moment van relatieve rust? Hoewel er vaak meer scènes zijn dan beats, is het voor nu wel handig om ze als losse scènes te behandelen. Een goede scène kan een miniverhaal op zichzelf zijn. Zo kan je voor deze oefening een beat ook zien om erachter te komen wanneer een spannend element eerder kwaad dan goed doet. Een aantal voorbeelden:

* In het eerste obstakel komt je personage erachter wat het kan en wat nog niet
* In de crisis moet de held erkennen dat zijn manier van handelen niet ideaal is geweest

Uiteraard kan je deze algemene benoemingen vertalen naar je unieke verhaal door er invulling aan te geven:
* In het eerste obstakel komt de arrogante bolleboos uit VWO 6 erachter dat het op de universiteit aanpoten is en dat hij niet zo alwetend is als hij eerst dacht.
* Bolleboos ontdekt in de crisis dat hij kennis als competitie heeft beschouwd en daarmee vijanden heeft gemaakt die met een betere of andere aanpak vrienden hadden kunnen zijn. Nu heeft Bolleboos helemaal geen vrienden.

Wat moet een beat vertellen?

Als het de bedoeling is dat Bolleboos tijdens het eerste obstakel achter zijn beperkingen komt, kan je dat gegeven verder aankleden door een klasgenoot – nog van de middelbare school of een medestudent van de universiteit- soortgelijke karaktertrekken of overtuigingen te geven. Dat kan diepgang geven en een zaadje zijn voor een later subplot. Je gaat echter de mist in als je omwille van die latere plotelementen of invulling van de spanningsboog de aandacht ook, zo niet voornamelijk vestigt op dingen als:
* Ik wil met Klasgenoot laten zien hoe arrogantie zich ook op een andere manier kan uiten, als aanvulling van die van Bolleboos.
* Bolleboos probeert in het eerste obstakel Klasgenoot af te troeven. Hij moet in plaats daarvan voornamelijk bang zijn voor zijn eigen ‘onkunde’.

Afdwalen in een spanningsboog voorkomen

Dit kan je doen om te voorkomen dat je te ver afdwaalt van datgene wat de aandacht hoort te krijgen.
* Controleer of je niet een ander verhaal schrijft dan je denkt.
* Schrijf al je plotlijnen op en rangschik ze naar relevantie. Je hoofdplot moet in zekere mate altijd in je verhaal zichtbaar zijn als de spreekwoordelijke rode draad.
* Ga na of je subplot niet ‘onzichtbaar diepgaand’ is.

Een onzichtbaar diepgaand subplot

Je verhaal als geheel en daarmee ook je subplots hebben een thema. Een van de manieren om die wat meer kleur en vorm te geven is door symboliek te gebruiken. Dan kan het gebeuren dat je symboliek in een poging tot meer diepgang een duidelijke verwijzing verliest.
Stel dat je schrijft over een slechterik die je als de spreekwoordelijke bloedzuiger weg wil zetten. Dan kan je hem fan maken van de legende van Dracula. Maar dat ligt er wel erg dik bovenop. Dus ga je verder denken. Dracula woont in Transsylvanië, in Roemenië. Dus wordt de slechterik een Roemeen die met zijn connecties in de onderwereld onschuldige burgers van hun geld berooft. O ja, en hij heeft natuurlijk als dekmantel een eigen slagerij, om bloed en slachting nog te symboliseren. Goed opgelost, toch? Wel in een verhaal dat al gaat over de onderwereld, of in een horrorverhaal waar alles en iedereen afgeslacht wordt. Niet als die eerdere bloedzuiger de vervelende oom is die elk kerstdiner zit te pochen over zijn succesvolle bedrijf waar hij schathemeltjerijk van is geworden, maar wel door zijn werknemers uit te buiten. Dan kan Oom toch beter fan zijn van Bram Stoker…
Dit voorbeeld is extreem, maar het laat wel zien dat als je een rijke fantasie en de wil om diepgaand te schrijven hebt, je nog niet eens zo heel veel sprongetjes nodig hebt om van goedgevonden diepe symboliek naar een warboel van onbegrijpelijke ideeën en verwijzingen te gaan. Heb je zo’n rijke fantasie? Je kan die in de hand houden door:

* een bewuste keuze te maken tussen symboliek en plot. Het is het een, of het ander…
* een proeflezer uit je doelgroep te vragen of die jouw gedachtengang bij kan houden.
* te controleren of eventuele persoonlijke symboliek al een voldoende basis heeft in je verhaal.

Als je al deze punten nagaat, heb je na wat oefenen en controleren een verhaal dat diepgaand en toch recht voor zijn raap blijft in het plotverloop. Iedere scène voegt iets toe en blijft spannend. Zei daar iemand pageturner? 🙂

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door charlesdeluvio verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de laatste goedmaker

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de laatste goedmaker.

Het cliché: excuses voor melodramatisch effect
Er ligt iemand op een sterfbed, of staat op het punt voorgoed te emigreren; een definitief afscheid is aanstaande. Dan zegt het ene personage tegen de andere personage dat het hele boek lang zijn vijand of rivaal was: “Ik heb me in je vergist. Vergeef me, jij bent wel degelijk een goed mens.”
Oftewel: er is een melodramatisch moment van excuses die het personage nooit zou uitspreken of zelfs zou menen als het plot niet besloten had dat er een Plechtig Moment moest komen.

Waarom stoort dit zo?

Het is bij dit cliché overduidelijk dat de schrijver wil dat de lezer gaat huilen. Bovendien helpt hij het plot een paar hele grote spreekwoordelijke hoofdstukken over te slaan van een interessant verhaal.
Een verhaal valt of staat bij een mooi groeiproces van een personage. En een verhaal wordt leuk omdat je dat als lezer met het personage doorleeft.
Moest dit (nu stervende) personage leren minder star of oordelend te zijn door te leren een ander te nemen voor wie hij is, of door ruzies bij te kunnen leggen?
“Ach joh, dat slaan we gewoon over. Het is maar driekwart van wat het verhaal inhoudt geeft…”
Bovendien begaat deze schrijver de vergissing dat alleen omdat die over iets verdrietigs schrijft, hij denkt dat de lezer mee gaat voelen. Dat is niet zo. Empathie verdienen van je lezer gebeurt niet vanzelf. Reken je daarmee niet te snel rijk.  

De aanloop naar het cliché

Bij dit cliché hebben twee personages al lang ruzie. Deze personages hebben daarbij een relatie waarvan je zou hopen of verwachten dat ze elkaar juist steunen, of elkaar op zijn minst zouden mogen of respecteren. Vader en zoon, voormalig beste vrienden of mentor en leerling, bijvoorbeeld. Zij liggen gedurende het (vrijwel) hele boek al met elkaar in de clinch. De ruzie bijleggen gaat niet, geen enkele oplossing helpt. Totdat er iemand ineens voorgoed dreigt weg te gaan. Want er moet wel een Plechtig Moment met het nodige gewicht komen…

Voorbeeldscène

Twee voormalig beste vrienden, vechten al heel lang om de avances van dezelfde vrouw.
Inderdaad, de liefdesdriehoek. Een perfect voorbeeld voor dit cliché, want het laat zien dat als een compleet verhaal en plot opslokt of vormt, zoals een liefdesdriehoek ook vaak doet, het gegarandeerd als cliché leest.  

Maar nu ligt een van de mannen op sterven en zijn laatste woorden zijn  “Zorg goed voor haar. Ze wordt gelukkig met een goed mens als jij. Het spijt me dat ik  je goede inborst niet eerder inzag.”

Zo kan je het cliché fixen
Om dit cliché te laten werken, moet je de scène flik rekken. In plaats van de focus te leggen op die enkele zin met die paar dramatische woorden, herhaal je de geschiedenis van deze personages met relatief weinig woorden. Hun relatie in gelukkiger tijden, als die er waren, de ruzie, de vervreemding en de oorzaak daarvan. Maar vooral ook: de pijn die er bij zo’n ruzie komt kijken. Laat blijken waarom dit personage uit zichzelf, zonder motieven en hulp van de schrijver tot inkeer komt. Blik terug op bepaalde beats in het plot, de lessen die dit personage heeft geleerd en wat de (achterliggende) motieven waren voor de manier van handelen. Gebruik hier gerust een handvol honderdtal woorden voor.  

Nu jij!

Herschrijf het dramatisch slot van de eerder genoemde liefdesdriehoek, maar maak het nu dramatisch in plaats van melodramatisch.  Je kan daarvoor de comments gebruiken.

 Gebruik je dit cliché? Denk dan hieraan

  • Waarom heb je deze personages überhaupt elkaars rivalen gemaakt?  Hopelijk vanwege een diepgaander thema, niet met dit cliché als einddoel…
  • Bedenk waarom het voor je personage pijnlijk is om op het allerlaatst nog iets toe te moeten geven en neem dat ook mee in je uitwerking.    

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Josue Escoto verkregen via Unsplash.

Als je een ander verhaal schrijft dan je dacht – deel 2

Soms schrijf je een verhaal dat door een verloop van een bepaalde scène of een nieuw idee heel erg verschilt van het verhaal dat je begonnen bent te schrijven. Je zal dan een aantal dingen moeten veranderen om je boek leesbaar te houden. Maar je kan ook zaken behouden. In deze blogpost kijken we wat je daarvoor kan doen.

Wat gaat er ‘mis?’

In de inleidende blogpost las je al dat je eerst moet kijken welk verhaal je eigenlijk wil vertellen om te kunnen beslissen hoe je verhaal verder moet. Daarna kijk je waar het mis is gegaan: waar ben je afgeweken van je originele verhaalthema, moraal, of heldenreis? Maar soms er niet zozeer iets mis, maar gewoon anders. Dat is het uitgangspunt van deze blogpost. Want wie zegt dat een verhaal over een ridder die een draak verslaat per definitie minder interessant is dan een matroos die een zeemonster verslaat?
Zo kunnen de ‘twee verhalen’ die je op de tekentafel hebt liggen in wezen heel erg op elkaar lijken als je wat beter kijkt. Maar ook als het ene verhaal gaat over een ridder en een draak en het andere over een corruptieschandaal bij een accountantbedrijf, hebben die verhalen waarschijnlijk een overlap. Want je bent wel erg in slaap gevallen als je pas na een half jaar doorhebt dat Regenboogeenhoornland ‘ineens’ de broedplaats is van dood en verderf in plaats van het thuis van suikerspinnen trampolines….

Zo snel kan een ommezwaai gebeuren

Op een bepaald moment heb je in kaart gebracht wat je met je verhaal wil vertellen of waar je in grote lijnen over wil schrijven. Voor deze casus is dat: ‘je kan niemand blind vertrouwen’.
Maar alsnog heb je het probleem dat Lucifer met zijn drietand alle suikerspinnen trampolines in Regenboogeenhoornland kapot steekt onder het genot van een kopje kinderbloed… Hoe dan?

Regenboogeenhoornland is een utopia. Om je verhaalthema naar voren te laten komen, gebeurt er iets dat scheurtjes in een perfecte wereld brengt. Een van de trampolines raakt versleten, waardoor je je kan bezeren: vertrouw er niet blind op dat je nooit iets zal overkomen, blijf waakzaam. Hoe raakt die trampoline versleten? De tand des tijds natuurlijk, maar je had ook een eenhoorn kunnen inhuren om een veiligheidsinspectie uit te voeren. Onschuldig oorzaak en gevolg. Maar dat is zo sáái, want dat probleem zou binnen een paar zinnen opgelost zijn. Geen groeiproces, geen save the cat… Een kwajongen begint aanlokkelijk te lijken. Maar als het jochie een keer de eenhoorninspecteur dwarszit, maakt dat nog steeds geen blijvend interessant verhaal. Dus gaat je thema verder: Vertrouw er niet alleen niet op dat de eenhoorninspecteur op tijd langskomt, waak ook voor kwajongens. Ineens lijkt je verhaal met deze ommezwaai veel interessanter en diepgaander. Lucifer stuurt al om het hoekje en jawel, vijf hoofdstukken laten zit hij daar aan zijn rode drank te lurken, want als je bij de duivel te goed van vertrouwen bent, dan zijn de rapen helemaal gaar. Dan is het moraal helemaal duidelijk en het cirkeltje rond. O, wacht even…Oeps…

Meer conflict betekent meer diepgang?

Een ‘tweede verhaal’ ontstaat vaak vanuit een enthousiasme voor meer conflict. Daar is niets mis mee, want een conflict houdt een verhaal gaande. Maar bedenk goed of een nieuwe koers of verdieping ook echt conflict is. Is het misschien eerder een opstapeling van problemen, in plaats van een conflict? Een goed narratief conflict kan verdieping uitlokken met een enkel voorbeeld. Bovendien kunnen te veel conflicten je verhaal weer rommelig maken.
Je kan ook bedenken dat er paniek ontstaat omdat de eenhoorninspecteur zich een keer heeft verslapen: het is een scheur in de bubbel van perfectie. Vertrouw niemand blind, kan je op deze manier veranderen in: ‘vertrouw een gewoonte of systeem niet compleet’. Of: ‘hou rekening met menselijke fouten.’ Als je op deze manier heel minutieus naar je thema, heldenreis of moraal kijkt, kan je het soms relatief eenvoudig ombuigen om het weer tot een verhaal om te vormen.
Als je weet waar het kraakt, kijk dan ook eens op plotniveau waarom dit moment een ommezwaai is. De eenhoorns hebben een probleem met (een gebrek aan) perfectie. Misschien moeten ze perfectie gaan wantrouwen en kleine imperfecties gaan vertrouwen als iets onvermijdelijks in het leven. Nieuw moraal bij het verhaalthema vertrouwen: onarm wat er op je afkomt, in plaats van perfectie na te streven.’

Twee kanten van dezelfde medaille

Vooraan de blogpost las je al dat de twee verhalen die je langs elkaar af schrijft, hoe dan ook een zekere overlap hebben. Het kan helpen om die overlap wat beter te onderzoeken. Waar zit die overlap precies en waar houdt die ook weer op? Denk aan het idee dat je iemand niet kan haten voordat je van diegene gehouden hebt. Of op zijn minst de verwachting had dat diegene fatsoenlijk zou zijn. De brutale onbekende met de chagrijnige kop die voordrong bij de supermarkt wekt wat ergernis op, maar geen haat: op hem ga je geen wraak nemen. Voor wat meer uitleg over die zoektocht naar dat grijze gebied, kan je deze blogpost lezen.

Als je het grijze gebied gevonden hebt, is de kans aanwezig dat je scènes, elementen, of plotlijnen van zowel je verhaal van Regenboogeenhoornland als Luficer kan gebruiken voor de nodige balans, of een prettige spanningsboog. Eerder ben je ‘afgedwaald’ en nu weet je waarom. Die daar je voordeel mee. Zet je scènes, personages, plottwists, wat je ook maar vindt op een rijtje. Voor extra overzicht kan je de grijze gebieden in cirkels tekenen en daarbinnen steekwoorden van de verhaalelementen opschrijven:

Een ‘tweede’ of een ‘ander’ verhaal is vaak niet zo ernstig als het op het eerste gezicht kan lijken. Je moet gaan reviseren, maar je hebt vaak nog wel heel veel bruikbaars over. Laat je niet te snel ontmoedigen en kijk goed naar welk verhaal je wil vertellen. Dan zit je al snel weer op de goede rit.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Dan Farrell verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de Verhevene

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de Verhevene.

Het cliché: ik heb het leven wél door

Het is de rijkaard die door zijn fortuin denkt niet alleen welvarend, maar ook bovenmaats belangrijk te zijn, de narcist, of de backpacker die na drie weken mediatie in Azië zichzelf verlicht acht. Deze personages zijn snoeverig en kijken neer op mensen die nog niet doorhebben waar het in het leven om draait, zoals zij dat als enige in de kamer wel weten. Ontmoet de Verhevene.  

Waarom stoort dit zo?

De Verhevene is een personage dat niet groeit. Die is er zo van overtuigd dat die al is uitgeroeid, dat die de ogen sluit voor alles wat er buiten diens geweldig-zijn omgaat. Zelfs als het overduidelijk is dat er iets in beweging moet komen.
“ Verlichte Backpacker, een geliefde is zonet dakloos geworden!”
“Als ik straks daarover mediteer, hoor ik van Het Hogere dat alles in de wereld een Bedoeling heeft…”

“Rijkaard, je kan met jouw fortuin mensen uit een acute en zeer dringende situatie helpen.”
“Als dat gepeupel, net als ik, leert dat hard werken loont, komen ze zelf wel uit.”
“Dat ‘gepeupel’ is zojuist gebombardeerd en heeft geen bezittingen, huis of soms zelfs geen armen meer…”
“Ik heb ook ooit moeten doorwerken met een gebroken been…”

De Verhevene is niet alleen snoeverig, maar kan zaken bovendien niet in perspectief plaatsen.  

Een personage mag aarzelen of het vervelend of moeilijk vinden om met het plot mee te gaan, maar het plotverloop en persoonlijke groei compleet negeren is een ander verhaal. Een personage moet altijd blijven groeien, tenzij je verhaal ten einde loopt.  

De aanloop naar het cliché

De Verhevene is wel degelijk ooit veranderd, getraumatiseerd, gegroeid… Vat dat gemakshalve samen als ‘Ik was…” Arm, materialistisch, de spirituele weg kwijt, mishandeld als kind…
De “Ik was” komt achter de schermen of in een subplot aan bod in je verhaal. Dat is nodig, maar gaat mis zodra de “Ik was…” en “Nu ben ik…” als contrast zo groot is dat je de schrijver aan het werk ziet.  
Misschien kan een backpacker inderdaad verlicht van een retraite terugkeren. Maar niet als dat binnen drie alinea’s gebeurt en de daadwerkelijke heldenreis die daarbij hoort, wordt weggelaten.

Echte wijsheid schrijven

De Verhevene is niet geschikt voor de rol van de Wijze. De echte Wijze blijft niet alleen groeien, maar beseft bovendien dat daar heel wat aan vooraf gaat. Dat benoemt hij ook eerlijk. Een Wijze weet dat je niet met een vingerknip jezelf en je inzichten kan veranderen. Een Wijze komt dus gedurende het hele boek met mooie inzichten. Niet iemand die in een enkele alinea vanaf de bank roept dat de perfecte remedie voor een aanstaande burn-out een reis naar Azië is “want kijk eens wat dat voor mij deed!”

Nu jij!

Verlichte Backpacker heeft in Azië het licht gezien door op vakantie drie weken in een Boeddhistische tempel te mediteren. Daarom gaat je backpacker nu verplicht twee maanden iedere zondag naar een christelijke kerkdienst. Lees:

  • In het grijze Nederland, niet in zonnig Thailand
  • Met een volle agenda waarin gewerkt moet worden en het huishouden moet worden gedaan
  • Waar wordt gebeden, niet gemediteerd. De door en door cliché Verlichte Backpacker kijkt daarop neer, omdat religie voor hem achterhaald is ten opzichte van Oosterse wijsheid. Maar als hij écht verlicht zou zijn, zou hij diverse vormen van spiritualiteit omarmen, niet veroordelen…

Ga je gang, schrijf een scène in de comments!

Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Onderzoek waarom de Verhevene zichzelf die status geeft. Daarachter schuilt een interessant verhaal.
  • De Verhevene kickt op status. Maar voor wat voor status is je personage gevoelig? Wil hij als wijs worden gezien, of eerder als machtig?

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door engin akyurt verkregen via Unsplash

Als je een ander verhaal schrijft dan je dacht – deel 1

Je start met een verhaalidee in je hoofd. Zo gaat de heldenreis verlopen, dit zijn de belangrijkste plottwists en de personages moeten door deze karaktertrekken de lezer aan gaan spreken. Maar dan ben je aan het schrijven en blijkt je boek door de aan- of afwezigheid een scène een compleet andere toon of ingang te krijgen. Wat doe je dan?

“Wat is er met mijn verhaal gebeurd?!”

“Ik wilde schrijven over de avonturen van een backpacker die wereld over reisde en zich nooit wil settelen, omdat de roep van het avontuur te groot is. Maar nu is de vlugge verliefdheid in Azië uit hoofdstuk 4 uitgegroeid tot een compleet gezinnetje met twee kinderen en een koophuis in hoofdstuk 20.’ Wat is er gebeurd met het verhaal dat ik wilde schrijven?”

Dit voorbeeld is wat extreem, maar het komt voor dat je op een bepaald moment een heel ander verhaal lijkt te schrijven dan je in gedachten had. Wat dan?

Waarom ben je begonnen met schrijven?

Los van het inhoudelijke verhaal: waarom ben je überhaupt begonnen met schrijven? Om mensen over je eigen ervaringen te vertellen of als een uitlaatklep van creativiteit? In het eerste geval wil je dat de grote lijnen en bepaalde lijnen in het verhaal blijven kloppen met de waarheid. Als je een fictieve roman schrijft, kan je wat meer denken: ik kan een compleet nieuwe held bedenken, als het moraal maar hetzelfde blijft. Of je kan het verhaalthema helemaal omgooien, als je verhaal zich maar op Mars afspeelt…
Hoewel het bij een autobiografische roman lastig is om aan te passen, staat zowel bij fictie als eigen belevingen een vraag centraal:

Wat is de kern van mijn verhaal die al het andere in het boek moet dragen?

Is dat:

  • een held van wie je kan leren?
  • een waarschuwing over huiselijk geweld?
  • een verhaalthema dat verder bediscussieerd mag worden?
  • een boodschap die licht aan het eind van de tunnel biedt?
    Probeer te ontdekken wat de reden is voor jouw schrijven. Of was, in het geval van het moment waarop je verhaal anders loopt.

Wanneer is het misgelopen?

Op een bepaald moment ging je verhaal de ‘verkeerde’ kant op. Kun je achterhalen welk moment dat is? Omdat je zelden chronologisch elk hoofdstuk van je verhaal afwerkt kan dat lastig zijn. Spring je net zoals veel andere schrijvers van het ene hoofdstuk naar het andere, dan kan je op de zaken vooruit lopen.
De held moet in hoofdstuk 7 assertief zijn geworden. Dus je schrijft hoofstuk 7 en denkt dan: o, wat een mooie scène, daar wil ik wel naartoe werken. Dus schrijf je een week daarna in hoofdstuk 4 al over een minder verlegen held om het verschil niet al te groot te maken. En dan heeft je verhaal ineens vanaf de start een zelfverzekerde held.

Ga zo speuren naar het ‘verkeerde moment’.
* Klopt je tijdlijn nog? Zijn er geen dingen ingeslopen die elkaar tegenspreken, of cruciale momenten weggelaten?
* Pak je personagebiografie erbij. Heb je iets in een scène of plot geschreven dat daar niet mee overeenkomt?
Op een moment als dit laat een personagebiografie zijn nut zien: het is het overzicht dat je helpt consistent te blijven. Houd je zoveel mogelijk aan de zaken die je daarin hebt vastgelegd, om te voorkomen dat je steeds een ‘ander verhaal’ kan schrijven.
* Is je hoofddoel nog wel de rode draad van het verhaal?
Als je held de wereld rondreist om dorpje per dorpje een school op te zetten en zo analfabetisme de wereld uit te helpen, kan het zomaar gebeuren dat die iemand tegenkomt die zegt: “Nu Winnie naar school gaat, bloeit ze helemaal op.” Om je held vervolgens Winnies persoonlijke mentor te maken. Dat is prima voor hoofdstuk 29, maar te vroeg voor hoofdstuk 2…
Kijk in dat geval eens naar de kleine verhalen die alle losse hoofdstukken of scènes op zichzelf vertellen. Waarschijnlijk is er op kleinere schaal een ander idee of verhaal ingeslopen dat een eigen leven is gaan leiden. Lees alles nog eens chronologisch door, dan weet je waar de eerste ‘foute hints’ beginnen. Kom je erachter dat zowel in hoofdstuk 3 als in hoofdstuk 8 iets niet klopt, neem dan de tijd om even rustig na te denken.
Is ‘het verhaal van hoofdstuk 3’ om wat voor reden dan ook leuker of fijner om over te schrijven dan ‘het verhaal van hoofdstuk 8?’ Schrijf dan gerust een boek over ‘hoofdstuk 3 ook al had je ‘hoofdstuk 8’ in gedachten. Als je verhaal verandert, is aanpassen onvermijdelijk. Dan kan je maar beter verdergaan met het verhaal dat je het meest aanspreekt.

Onderwerpen in een autobiografie

Veel mensen schrijven om eigen ervaringen te delen. En het echte leven is veel wispelturiger dan de papieren wereld. Dat bakent zich niet zo makkelijk af als een fictieve roman. Als je wil schrijven over een gewelddadig huwelijk kunnen de gesprekken met de psycholoog over je vervelende kindertijd er makkelijker insluipen. Het is niet ongewoon dat er dan oorzaken en gevolgen naar boven komen. Dat kan afdwalen in de hand werken. Dit kan je enigszins voorkomen door een lijstje te maken van directe oorzaken en gevolgen. Zie je een directe oorzaak en gevolg ontbreken, wees dan voorzichtig om dat mee in je verhaal te nemen.
Denk aan: ik heb onveilige hechting gekend, dus ik kan mensen slechter vertrouwen: direct oorzaak en gevolg.
Ik was verlegen, dus een buitenbeentje, dus meer vatbaar voor pesterijen, dus uiteindelijk ook een prooi voor iemand die zich als mijn redder voordeed en me zag, dus werd ik verliefd op een gewelddadige partner… Verlegenheid en gewelddadige partner is geen direct oorzaak en gevolg. Hoe meer van dit soort ‘dussen’ je hebt, hoe eerder je een of meerdere daarvan kan of zelfs moet schrappen om je verhaal op de rit te houden.

Het is niet meteen slecht als je plotseling een ‘ander verhaal’ hebt. In deze post kijken we verder wat je kan doen als je verhaal eigenwijs aan het worden is, zonder dat je het hele boek opnieuw hoeft te schrijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Mick Haupt, verkregen via Unsplash

Zo maak je een cliché origineel: het tragische achtergrondverhaal

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het tragische achtergrondverhaal.

Het cliché: zijn we niet te hard?

Tijd voor de epische eindstrijd tussen goed en kwaad waarbij het goede moet overwinnen. Dan blijkt dat de slechterik vroeger iets traumatisch heeft meegemaakt. Dan vraag je je af: zou de held, of zelfs ik als lezer niet net zo verdorven zijn als deze slechterik, als mij hetzelfde was overkomen? Misschien hebben we de verkeerde vijand te pakken… 

Waarom stoort dit zo?

Twee elementen maken dit cliché misschien wel tot een van de meest storende die er zijn. In de vertrouwde formule van goed versus kwaad is het hele centrale conflict erop gericht dat er een goed en een kwaad is. Met het (plotselinge) tragische achtergrondverhaal en mogelijk geen kwade vijand doe je daarmee de hele opbouw en premisse van een verhaal teniet. 
Met een tegenvraag zie je ook waarom dit cliché storend kan zijn. 
Moeder is door haar trauma’s aan de alcohol geraakt. Daardoor slaat ze nu haar kinderen. 
Mag dat? Natuurlijk niet! Dat trauma is erg triest, maar blijf in hemelsnaam van je kinderen af! 

Waar zit de aanloop naar dit cliché?

Je kan er voor kiezen om het tragische achtergrond verhaal met je lezers te delen of niet. In dat laatste geval is je slechterik ouderwets ‘gewoon’ slecht. Daar is iets voor te zeggen, maar soms is het juist interessant om het trauma juist wel te delen. Dat hangt van jouw voorkeur, doelgroep en verhaalthema af. 

Als je het tragische achtergrondverhaal deelt en dus bekendmaakt waarom je slechterik tot zijn daden wordt aangezet, dan komt er een keuze. Ga je slecht gedrag verklaren of goedpraten? Ga je goedpraten, dan gaat het fout. Ga je het verklaren, dan kan het verhaal de diepgang krijgen die je voor ogen hebt.

Goedpraten is makkelijker te herkennen als je het ziet als: het gebruik van enkele snelle zinnen die zonder verdere opbouw snel empathie willen verdienen: “Dood me niet, ik kan het toch ook niet helpen dat ik vroeger ontvoerd ben?”
Bij verklaren schrijf je gedurende je verhaal al flashbacks, karaktertrekken, scènes en… die laten zien dat je slechterik meer is dan het trauma. De geschiedenis erachter moet duidelijk worden, de mogelijkheden die je slechterik misschien heeft gehad om het tij te keren… 

Nu jij!

Een oplichter heeft de stichting ‘Doe een wens’ voor een half miljoen opgelicht en dat geld in eigen zak gestoken. Een handvol doodzieke kinderen zien hun laatste wens nu niet in vervulling gaan. Maar dan blijkt dat de slechterik zelf ooit een doodziek zusje had wiens aanvraag voor dezelfde stichting nooit in behandeling is genomen… 

Schrijf een scène waarin je deze geschiedenis van de oplichter leert kennen en praat het niet goed, maar verklaar het. 
Ga je gang, schrijf een scène met deze prompt in de comments!

Zo kan je dit cliché fixen

Laat op het moment van de confrontatie zien dat je slechterik een mens is. Let wel: niet meteen een mens wat al je medelijden verdient, dat mag nooit het uitgangspunt zijn! Maar iemand die net als ieder ander door omstandigheden complexe en tegenstrijdige emoties kan meemaken, gedwongen wordt bepaalde keuzes te maken en op een gegeven moment (verkeerde) conclusies trekt, al is het maar uit zelfbehoud.
De vijand kan ook gewoon de personificatie van ultieme slechtheid zijn, maar ook dan heeft die ergens vaak nog een menselijke basis. Die is dan alleen véél te ver doorgetrokken ‘Zorg eerst voor jezelf voor je voor anderen zorgt’ is prima als je gezin moet voeden in crisistijd. Niet als je als Hitler ‘voor de Duitsers zorgt’…

 Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Ontdek eerst waarop de slechterik zich blindstaart
  • Gebruik het tragische achtergrondverhaal niet als plottwist, maar als belangrijk onderdeel van een personagebiografie of verhaalthema. 
  • Medelijden als uitgangspunt werkt alleen maar averechts.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door R.D. Smith verkregen via Unsplash.

Een leugen als de heldenreis van je hoofdpersonage

Een hoofdpersonage moet vanwege een spanningsboog veranderen in een verhaal. Het vertrouwde uitgangspunt daarvoor is dat een held een tekortkoming moet overwinnen. In plaats van gierig wordt die vrijgevig, of botheid verandert in zachtaardigheid. Maar er is nog een andere insteek die net zo spannend en interessant kan zijn. Daarvoor ga je niet uit van een groeiproces, maar van een geloofsovertuiging die moet veranderen: de grootste leugen moet worden ontkracht.

Wat is de grootste leugen?

Zodra een personage volwassen is, of in ieder geval de kindertijd achter zich heeft gelaten, heeft dat dingen meegemaakt die een bepaald wereldbeeld hebben gevormd. Dat kan je lezen in de personagebiografie.
Deze wereldbeelden of overtuigingen kunnen kleine en grote dingen zijn, kunnen zich in de kindertijd ontwikkelen, maar kunnen ook het resultaat zijn van een traumatische of fantastische gebeurtenis Denk aan:

Ik ben ooit door een hond gebeten –> honden zijn gevaarlijk
Ik heb voedselonzekerheid gekend –> ik koop nog altijd veel meer eten dan ik op kan, uit angst niet genoeg te hebben
Ik ben liefdevol opgevoed –> de wereld is een fijne plek
Ik heb als tweedeklasser een sporttoernooi gewonnen –> ik ben atletisch getalenteerd
Ik ben ooit ernstig verdwaald –> ik word nog altijd trillerig als ik op een nieuwe plek de weg moet zoeken.

Het is dus een persoonlijke waarheid van een personage. Het belangrijke verschil is dat bij de grootste leugen van een personage deze waarheid objectief gezien niet (altijd) klopt, ofwel een personage in diens doen en laten remt. Lees hier een langere introductie over de grootste leugen.

De grootste leugen als het hele centrale conflict

Een grootste leugen kan een interessant subplot vormen, maar je kan het ook gebruiken als uitgangspunt voor het centrale conflict. Dat verandert de manier waarop je basisopzet van je verhaal moet bekijken. Nog altijd heeft het verhaal drie akten met de bijbehorende beats, zoals de clues en de crisis. Maar in plaats van dat je uitgaat van groei ‘Mijn personage moet een beter mens worden door…’ ga je uit van het die dat je personage een masker af moet zetten. Als je de grootste leugen het centrale conflict maakt, wordt de grootste vraag die de pageturner van het verhaal vormt:

Hoe gaat je held zich door de wereld bewegen als blijkt dat alles wat die ooit dacht waar te zijn, niet blijkt te kloppen?

De leugen centraal: geen stappenplan voor de held

Een verhaal waarin een personage moet groeien, haalt zijn spanning uit een vijand of tegenslag van buitenaf. De draak verslaan, de veerkracht vinden om je huis opnieuw op te bouwen na een brand… Als je held met een ernstige, zelf wijsgemaakte leugen geconfronteerd wordt, klopt er als het ware niet zozeer iets niet aan de wereld, maar aan de held zelf. Dat is best angstaanjagend, al is het maar omdat niet voor de hand ligt wat de oplossing is om iets op te lossen op een manier die weer klopt, of waar je mee kan leven. Laten we het makkelijke voorbeeld nemen van een jongen die indruk wil maken op een meisje, om dat verschil in de praktijk te zien.

Luca moet groeien: Je bent nu nog een beetje een slappe angsthaas, vriend. Ga eens wat aan krachttraining doen en confronteer je pestkop. Dan ben je de dappere krachtpatser die dat meisje zou bewonderen.
Luca heeft daarmee een duidelijke missie waar hij meteen mee aan de slag kan gaan. Niet dat dat makkelijk is:
tien kilometer rennen en honderd push ups per dag en dan ook nog eens je grootste pestkop confronteren om jezelf wat assertiever te maken is geen pretje. Maar wat er moet gebeuren is relatief duidelijk en afgebakend.

Luca heeft een leugen te ontkrachten: ik kan indruk maken met genoeg krachttraining en een assertieve houding. Nee, makker: dat lukt je alleen met behulp van wat druppeltjes feeënparfum.
“Maar feeën bestaan niet…”
“Zeker wel: wat dacht je dan dat die kleine meisjes waren die alleen in de lente in het dorp kwamen en bloemetjes zaaiden?”

Natuurlijk is er daarmee uiteindelijk wel een concrete missie voor Luca: ga de elfjes zoeken. Maar hij zal eerst wel twee keer nadenken: als er feeën bestaan en ik dat nooit geweten heb, bestaan er dan ook draken? Zie ik spoken, ben ik gek? Hij moet eerst even mentaal hergroeperen voordat hij een concrete actie kan ondernemen.
Dat ‘even’ is in een verhaal waarin een persoonlijke leugen centraal staat een hele lange periode. Denk eerder dat pas rond de derde clue dit probleem is opgelost dan rond de eerste clue.

Voorbeelden voor een verhaal waarin een leugen centraal staat

In een verhaal waarin de leugen centraal staat, is de held meer in conflict met zichzelf en de innerlijke overtuigingen dan met iets anders. In een wereld zonder elfjes, zijn voorbeelden van leugens die als compleet conflict kunnen dienen dingen als:

  • Als ik al aanvoelde dat een vriend me ging verraden, maar me mezelf voorloog dat die dat niet zou doen, wat zegt dat over mijn idee van vriendschap of mijn afstemming op mijn intuïtie?
  • Ik vind iemand pas slim als je alleen maar negens en tienen haalt. Dat wil ik zelf ook. Ik zeg niet dat je waardeloos bent als je dom bent, maar mijn innerlijke dialoog zegt dat wel als ik een keer een acht haal. Lieg ik tegen mezelf als ik zeg dat ik slim ben?

Zo bestaat de heldenreis dus uit in het reine komen met het feit dat je personage niet zo perfect is als het altijd dacht. Of, op zijn minst niet zo trouw is aan de eigen normen en waarden het zelf dacht. Een andere mogelijkheid is dat het centraal conflict de zoektocht vormt naar de (objectieve) waarheid na een periode van leugens.

Dat soort verhalen geeft niet per se een spanning die te vergelijken is met een ridder die een draak moet verslaan. Maar de psychologische ontdekkingen, het afpellen van motieven, plottwist ontrafelen en personages steeds beter leren kennen kunnen minstens net zo spannend zijn!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Ehimetalor Akhere Unuabona verkregen via Unsplash