Niet elk personage hoeft even boeiend te zijn. Maar als je het vrij letterlijk kan vervangen door een levenloos object, gaat er toch iets mis. Als dit bij een vrouwelijk personage gebeurt, wordt ze vaak een zogenoemde ‘sexy lamp’. Hoe herken je dit interessante meubelstuk, maar deze oninteressante vrouw?
1 Ze is mooi. Punt
Een sexy lamp is mooi, zodat ze de held van het verhaal kan motiveren om op zijn heldenreis te gaan. Denk aan de koene ridder en zijn schone jonkvrouw die in de laatste alinea van het verhaal nog even snel gekust wordt. In dit soort verhalen krijg je zelden meer te weten over de dame dan dat ze mooi is. Meestal is het een hele toer om achter meer dan die ene eigenschap te komen. Als je zou vragen: “Wat is dat personage voor iemand?” zou je meestal als antwoord krijgen: “Ze is mooi,” met een denkbeeldige onuitgesproken punt erachter. Dat is de eerste en belangrijkste rode vlag.
2 Ze is inwisselbaar met een levenloos erotisch voorwerp
De term sexy lamp is gebaseerd op een lamp in de vorm van een vrouwenbeen gestoken in een netkous met een hoge hak. Als je de vrouw kunt inruilen voor een levenloos voorwerp waar de man evengoed zijn pleziertjes uit kan halen, moet je op gaan passen.
3 Ze is de beloning van de man
Zoals je misschien al hebt kunnen raden, bestaat de sexy lamp omdat ze de beloning is voor de heldendaden van de man. Soms is dat zoals de jonkvrouw uit de eerste tip, die letterlijk niet eens spreekt. Zo extreem is het niet altijd. Maar een sexy lamp die wel praat, zal het vrijwel zeker alleen over de heldhaftige man hebben. Zo wordt het belang van de man en haar rol als zijn beloning nog meer benadrukt.
4 Ze voegt nooit iets toe aan het plot
Het is duidelijk dat de sexy lamp een redelijk hersenloze vrouw is. Daardoor zal ze nooit iets toevoegen aan het plot. Ze zal nooit met een goed idee komen en ze heeft geen eigenbelangen om naar te handelen. Ze heeft geen eigen leven, dus wil nooit iets… Ze is er gewoon voor die kus van de ridder. Verder is ze nergens goed voor. Dat brengt ons bij haar laatste kenmerk.
5 Als ze niet mooi was, was ze uit het verhaal geschrapt
Als de sexy lamp niet sexy was geweest, was ze niet in het verhaal voorgekomen. Neem de levenloze lamp als voorbeeld. Als jij een mooie lamp in een huis ziet staan, denk je misschien even: “Goh, wat een mooie lamp.” Maar meteen daarna ga je verder met je leven. Die lamp zal waarschijnlijk na die ene terloopse opmerking niet meer in het verhaal terugkomen. Als die lamp niets bijzonders was, was hij het vermelden niet waard geweest. Voor de sexy lamp vrouw is dat niet anders.
Elk verhaal heeft een centraal conflict, een verhaalthema en een hoofdpersonage. Hoe gebruik je die om je persoonlijke standpunt mee duidelijk te maken?
1 Bepaal een boeiend conflict
Alles waar je personage in een verhaal mee worstelt, wordt een conflict genoemd. Als je als schrijver een standpunt duidelijk wilt maken, is het conflict meestal groter van aard dan alleen een burenruzie over een schutting. Het is dan niet meer iets wat een personage toevallig overkomt, maar iets waar veel mensen grote problemen mee ervaren. Geef je personage echt iets om voor te vechten, in plaats van alleen een probleem dat opgelost moet worden. Denk aan:
* emancipatie; * gelijkheid van ras; * veilig uit de kast kunnen komen; * in opstand komen tegen een maatregel van een regering; * toegeven slachtoffer te zijn van emotioneel/seksueel/ fysiek geweld; * verslavingsproblematiek.
2 Plaats het conflict in context
Zodra je het conflict hebt bepaald, bedenk dan in welke plaats of tijdperk dat het best tot zijn recht komt. Onderwijs voor meisjes is in Nederland zo vanzelfsprekend dat het hier geen conflict kan vormen. In grote delen van de wereld is dat nog wel een probleem. Laat dit conflict dus in bijvoorbeeld in Congo afspelen, niet in Nederland. Hou er rekening mee dat je dan veel onderzoek moet doen naar de Congolese cultuur en het onderwijssysteem aldaar. Als je het over emancipatie in Nederland wil hebben, kan dat nog steeds. Maar dan zal je het eerder over de salariskloof tussen mannen en vrouwen moeten hebben dan over onderwijs.
3 Je personage als relschopper
Je personage is persoonlijk betrokken bij het conflict. Maar je personage heeft net als echte mensen karaktertrekken. Ga na welke manier van relschoppen bij je personage past. Een homoseksuele jongeman in Saoedi-Arabië heeft zware straffen op zijn seksuele oriëntatie staan. Als hij dapper is, zal hij ondergronds in opstand komen en illegale pro-homo boodschappen proberen te verspreiden onder de bevolking. Als hij minder moed heeft, zal hij misschien alleen in het geheim zijn geliefde ontmoeten. Dat laatste klinkt niet zo heldhaftig als het eerste, maar dat maakt niet uit. Het gaat erom dat er iets op het spel blijft staan. Zolang je personage tegen de gevestigde orde ingaat en er iets te verliezen valt, is hij een relschopper. Als je nog geen personage hebt bedacht, kun je hem aan de hand van je conflict schrijven. Kwam je personage vóór je conflict in beeld, bedenk dan goed wat voor manier van protesteren bij hem past.
4 Conflict, context en personage combineren
Als laatste stap combineer je de eerste drie factoren:
* Bepaal een boeiend conflict dat aanleiding geeft tot relschoppen; * Maak de context zo realistisch en interessant mogelijk voor de context (tijdperk en plaats) van je conflict; * Zorg dat je personage op zijn unieke manier een relschopper wordt en jouw persoonlijke boodschap uit kan dragen.
De kloof tussen arm en rijk kan bijvoorbeeld aan de kaak worden gesteld in de late 19e eeuw, toen niemand (van de rijken) zich daar druk om maakte. Een jong meisje van goede afkomst zet daar vraagtekens bij. Niet alleen komt ze tegen dat ze arme mensen als minderwaardig moet beschouwen, als vrouw heeft ze sowieso weinig te zeggen. Als ze onverschrokken is, steelt ze openlijk geld uit haar vaders beurs en geeft ze dat aan de arme families. Als ze voorzichtiger is, pikt ze af en toe broodjes die de familiebediende bakt en smokkelt ze die naar de plaatselijke arme schoenmaker.
Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online en gedeeltelijk in dit nummer van Schrijven Online magazine.
Toch nog coaching nodig na het lezen van deze tip? Kijk eens in mijn webshop.
Je hoort heel vaak over het belang van show don’t tell. Als je wil leren schrijven is dat een essentiële techniek. Maar het gebruik van show kan worden overschat. Daarom geef ik antwoord op de vraag: “Tell, wanneer moet het wel?”
Dit is de show don’t tell schrijftechniek
Lees hier mijn introductie over show don’t tell en hier hoe je show optimaal benut. Ik schreef in die laatstgenoemde blogpost over het ‘tell-effect’. Dat is een goede eerste aanwijzing waarom je soms beter tell dan show kan gebruiken.
Gebruik tell bij een tell-effect
Als je show zodanig veel gebruikt dat de verbeelding van je lezer alsnog wordt uitgeschakeld, krijg je een tell-effect. Als je merkt dat je een tell-effect hebt geschreven, ga dan eens na of een tell eigenlijk gerust kan. Bekijk deze zinnen eens: Toen ik haar het vreselijke nieuws vertelde, zag ik de tranen opwellen in haar ogen (show) Toen ik haar het vreselijke nieuws vertelde, begon ze te huilen (tell).
Geen van beide opties is per definitie beter. Als je voor de tell kiest, kun je daarna nog met show verder. Schrijf later hoe het personage een dag naderhand nog steeds niet wil eten, nog altijd niet uit bed wil komen… Deze voorbeeldzinnen moeten duidelijk maken dat je personage verdriet heeft. Beide zinnen slagen daarin. Als opzichzelfstaande zinnen geeft de ene zin niet meer informatie dan de andere. Uiteindelijk bepaalt de verdere context hoe het verdriet van het personage daadwerkelijk overkomt. De lezer weet een pagina later niet meer of je in die ene zin de tranen over de wangen liet rollen of het personage gewoon liet huilen.
Het is belangrijk om te weten dat je over het algemeen show moet verkiezen boven tell. Maar evengoed moet je ook beseffen dat (een enkele) tell niet onmiddellijk getuigt van slecht schrijven.
Tell bij onmiddellijke actie of het moment suprême
Als er sprake is van onmiddellijke actie (al dan niet in de ‘actiescène’ zin van het woord) of als er iets dringends aan de hand is, is tell vrijwel altijd de beste optie. Door kort, bondig en daarmee vlot te schrijven, komt de actie of de urgentie beter over. Je personage is te laat voor zijn werk: Martijn zag dat hij te laat was. Hij vloekte, greep zijn sleutels en rende de deur uit. werkt in dit geval beter dan Martijn keek op de klok en voelde zijn hart sneller kloppen en zijn hoofd rood aanlopen, terwijl hij naar zijn sleutels graaide en met grote stappen richting de deur liep.
Zie je dat het tell voorbeeld nog steeds enige show in zich heeft? Dat komt door de regieaanwijzingen (vloeken, grijpen en rennen). Als je die wijselijk gebruikt, zal je niet snel een gortdroge tell schrijven, zoals: Martijn zag dat hij te laat was. Hij werd boos, pakte zijn sleutels en liep de deur uit. Als je al wat schrijfinzicht hebt, dan voel je waarschijnlijk wel aan dat deze zin de actie laat uitdoven en erg traag leest.
Tell is vaak ook fijn voor een zeer belangrijk moment. Neem een huwelijksaanzoek. De man zit al op zijn knieën en heeft de ring al laten zien. Beschrijf dan alsjeblieft niet hoe ze uit haar ogen kijkt én hoe ze haar handen voor haar mond slaat én op en neer begint te springen. Dan slaapt de knie van de arme man voordat hij eindelijk eens het verlossende antwoord krijgt… Bovendien denkt de lezer dan: dit duurt te lang, ik snap het idee wel hoor! Uiteindelijk berooft de show de ‘ja!’ dan van zijn gouden randje. Een van de blije uitingen van de vrouw mag je (nog) best showen, maar een tell is hier ook voldoende: ze sprong dolblij in zijn armen.
Denk alsjeblieft aan zijn knieën 😉
Tell bij snelle observaties
Een plattelandsjongen gaat solliciteren bij een groot bedrijf. Eén ding valt hem meteen op: Iedereen is in pak. Dat is een snelle observatie van het principe dat hij hoge piefen ziet. Dan is tell ook op zijn plaats. Anders krijg je: Iedereen droeg glimmende schoenen, zijde dassen en op maat gemaakte pakken. Tegen de tijd dat jij dat gelezen hebt, is onze held alweer een halve gang verder gelopen. Dan is het geen vluchtige observatie meer. Gebruik hierbij alleen show wanneer de observatie ook iets teweegbrengt hij het personage: de dure pakken en glimmende schoenen van iedereen die passeerde, maakte dat Piet zich niet op zijn plaats voelde. Hij plukte onzeker aan de mouw van zijn keurige bloes, die een rib uit zijn lijf was geweest. Ook de tell in dit voorbeeld heeft enige show in zich. Sloebers dragen geen pakken, dus dit zullen wel hoge piefen zijn. Wees niet onnodig bang voor een korte, droog lijkende beschrijving. Er zit vaak al meer show in dan je denkt!
Dit is geen schoonmakersuniform…
Tell bij een cliffhanger
Ken je de afkorting S.O.A.P. voor bij een cliffhanger nog? Let hier nog eens op de S.O. Spectaculair en Ongenuanceerd. Als je spectaculair en ongenuanceerd wil zijn, is tell een ideaal middel. Let eens op deze voorbeelden, allemaal zonder enige vorm van show, maar met een duidelijke tell:
* Toen viel hij dood neer; * In een klap was het dorp verwoest door de vulkaanuitbarsting; * Hij viel zo hard op grond dat zijn been brak.
Met show beschrijf je hoe het bloed uit de wond in de borst stroomt, de lava op het dorp afkwam of hoe het akelig krakende geluid de kamer vulde. Deze shows kun je gerust gebruiken, maar ze zijn al minder spectaculair en niet langer ongenuanceerd. Ga dus na wat je beoogde effect is.
Show don’t tell balanceren
Er zijn geen waterdichte trucs voor het gebruik van tell. Hetzelfde geldt voor een show. Nogmaals: over het algemeen is een show beter dan een tell. Maar show don’t tell blijft een schrijftechniek, geen schrijfregel. Je zal zelf een balans moeten vinden. Bij creatief schrijven moet je vooral op inzicht afgaan. Staar jezelf nooit blind op een schrijftechniek. Ook niet op de belangrijkste van allemaal. Lees daar hier meer over.
Toch nog je twijfels bij het gebruik van tell? Schakel mij in voor manuscriptredactie.
Soms wordt er informatie gegeven in een verhaal op een manier die niet natuurlijk voelt. Het laat de lezer denken: “Moet ik daar nou echt zó achter komen?” Hallo, slechte expositie! Op wat voor manieren komt informatie geven geforceerd over? En belangrijker nog: hoe kun je dat voorkomen?
1 Gebruik een aanloop
Slechte expositie is vaak het omgekeerde van show don’t tell. In plaats van iets te laten beleven, wordt het gortdroog beschreven. Dan gaat het spannende en/of de lol eraf en wordt het moment bedorven.
Een goed voorbeeld van hoe je dat kunt voorkomen is een zwangerschapsaankondiging. Die heeft altijd wel een bepaalde inleiding: “Nee sorry, ik ben volgend jaar niet fit genoeg om mee te gaan rondtrekken in de wildernis. Mijn voeten zullen dan te gezwollen zijn om nog veel te kunnen lopen…” Of in een dramatischer scenario: “Pap, beloof me dat je Mario niet aan gaat vallen, maar…” Dan gaat de lezer (en soms ook een ander personage) uiteindelijk vanzelf conclusies trekken. “Hoezo? O, wacht eens even… Ze is zwanger!”
Een vrouw zegt uit het niets: “Ik ben zwanger.” Letterlijker wordt show don’t tellniet. Je moet (zo)iets niet plompverloren zeggen. Bij een zwangerschapsaankondiging in het echte leven zal de vrouw het niet zo willekeurig zeggen. Ze zal hints geven, aarzelen, haar blijdschap proberen te verbergen… Belangrijke informatie heeft (sfeer)opbouw, uitleg en context nodig. Let daar dus op tijdens het schrijven. Je hoeft niet elke keer dat je informatie bekend maakt grote aanlopen te nemen, want dat kan vermoeiend worden. De onthulling moet in verhouding staan met de informatie die je geeft. Maak de onthulling niet overdreven als dat niet nodig is.
Let ook op het gebruik van clichés: “Ik moet je iets vertellen…” “Wat ik nou toch heb gehoord…” De deur stond op een kier en er sijpelde een plas bloed de gang op. Het is een gok, maar geen schok meer als dan blijkt dat er iemand is vermoord.
2 Vermijd ‘de verklaarder’
De verklaarder is een personage dat alles aan andere personages uitlegt, en de lezer daarmee berooft van de belevenis van het verhaal. De verklaarder zegt tegen zijn toehoorder: “De oorlog wordt erger en de mensen worden bang. Ik sprak de buurman gisteren en hij zei dat hij overweegt het land uit te vluchten.” Nu zegt dat personage dat de oorlog heftig is, maar als lezer merk je dat niet. De verklaarder is dus eigenlijk een ‘tell’ met handen en voeten.
In plaats daarvan kun je dezelfde scène zo schrijven: de buurman komt het personage haastig een laatste hand geven. Hij heeft zijn wereldse bezittingen in een koffertje gepropt en achter hem ontploft een bom… Dan wordt de lezer het verhaal pas echt ingezogen.
3 Gebruik geen brief
De brief is zo’n standaardinstrument uit de trukendoos van expositie dat hij zijn eigen kopje verdiend. Hij is uitzonderlijk clichégevoelig. De nooit geopende en vergeelde liefdesbrief gaat de familiegeschiedenis veranderen, het gesealde document gaat een testuitslag bekend maken… Probeer waar je kan de brief te vermijden als expositievoorwerp, tenzij je er een creatieve draai aan kan geven. Een envelop waar een uitnodiging voor een bruiloft in zit? Misschien staat er in de binnenkant van de envelop wel een boodschap van een gijzelnemer in gekrabbeld…
Hoe zorg je met regieaanwijzingen dat je personages een goede stem krijgen? Een regieaanwijzing verwijst naar hoe je personages bepaalde acties uitvoert. Als je ze goed gebruikt, zullen je personages en je verhaal een heel eigen toon krijgen.
1 Wat is een regieaanwijzing?
Een regieaanwijzing geeft aan hoe je personage iets doet. Neem zeggen. Dat is neutraal en zegt vrij weinig over de intensiteit. Maar je kan niet alleen iets zeggen. Je kan ook fluisteren, sissen, schreeuwen, kreunen, hakkelen, stotteren, mompelen….
2 Bepaal de lat voor je aanwijzing
Als je je personage luid wil laten spreken, kun je meerdere woorden gebruiken: roepen, schreeuwen, blaffen, bulderen… Regieaanwijzingen brengen een bepaalde intensiteit met zich mee. Roepen is minder heftig dan schreeuwen. Krijsen wordt al snel geassocieerd met een hysterische vrouw. Leg de regieaanwijzing die je wil gebruiken eerst eens naast een tienpuntschaal. Wat past bij de situatie? Je gaat niet schreeuwen als je iemand vraagt de tafel te dekken…
3 Je regieaanwijzing en je personage
Zodra je een passende regieaanwijzing hebt gevonden schrijf je hem op. Je kan een regieaanwijzing gebruiken om een karaktertrek te weerspiegelen. Als je een verlegen personage hebt, kan je hem bijvoorbeeld net iets vaker laten hakkelen dan andere personages dat doen.
4 Overdrijf het niet!
Een valkuil van regieaanwijzingen is om ze te vaak te gebruiken. Een verhaal wordt op den duur doodvermoeiend als je om de paar regels een regieaanwijzing moet lezen. Zo nu en dan moet je ze gebruiken om te voorkomen dat je tekst droog wordt. Als je ze veel gebruikt, werkt het echter alleen maar averechts. Ga goed na of de regieaanwijzing op dat moment echt meerwaarde heeft. Moet je personage echt sprinten? Of heeft hij niet zoveel haast en kan hij gewoon lopen?
5 Test de regieaanwijzing zelf uit
Je kunt makkelijk uitproberen of je te veel of de juiste regieaanwijzingen gebruikt. Beeld je scène uit als in een toneelstuk en film het. Zorg ervoor dat er geen twijfel over bestaat welke regieaanwijzing er in de geschreven tekst staat. Met andere woorden: ga heel overdreven fluisteren, rennen, schransen, mijmeren… Als je de opname terugkijkt en ziet dat je wel heel vaak van de ene in de andere ‘actie’ valt, gebruik je te veel regieaanwijzingen. Dan kun je je personage beter een keer in stilte laten denken in plaats van duidelijk te laten piekeren. Je kan ook merken dat het een andere regieaanwijzing beter past, omdat de schaal niet klopt. Moet er wel iets zichtbaar zijn, maar moet het net een tikje minder intensief, of juist nog wat heftiger?
Je kan natuurlijk ook vragen of andere mensen feedback willen geven als je jouw korte toneelstukje opvoert. Maar dan is het wel verstandig om even een uitleg en waarschuwing te geven 😉.
In medias res is de techniek waarmee je je verhaal niet bij het chronologische begin laat starten. Dat betekent onmiddellijke actie. Hoe zorg je ervoor dat die actie aanslaat, in plaats van verwarring zaait?
1 Controleer je verhaalopbouw
In medias res klinkt ingewikkeld, maar het betekent niet meer dan dat je verhaal niet bij het chronologische begin start. In medias res kan dus een aantrekkelijke techniek zijn om je verhaal spectaculair te mee te openen. Toch werkt dat niet altijd. Als je een verhaal met veel subplots, flashbacks en interpersoonlijke relaties hebt, wordt het heel ingewikkeld om na in medias res nog een prettig leesbare tekst te krijgen. Kijk dus eerst of je verhaal wel geschikt is voor in medias res.
2 Bepaal je spectaculaire scoop
Als je besluit in medias res te gebruiken, moet je met actie of drama beginnen. Drama of Actie met een hoofdletter. Dus als iemand gewond raakt, breek dan geen benen. Je personage kan beter bijna doodbloeden, fikse ademnood krijgen, spontaan op straat bevallen terwijl de vader niet in beeld is… Zo denkt de lezer: Wauw! Hier is van alles aan de hand. Dat wekt veel vragen op: * Hoezo bloedt ze bijna dood? Is ze ernstig ziek? Waarom komt ze dan op straat? Heeft ze vijanden? Hoe erg moet dat zijn dat ze zo goed als wordt vermoord? * Een alleenstaande moeder die op straat weeën krijgt en geen geliefde kan bereiken moet wel erg eenzaam zijn… Hoe kan dat zover gekomen zijn? Hier wil ik meer van weten…
Goed zo, nu heb je de interesse van je lezer! En als je dan een heel boek bezig bent om al die mysteries op te lossen waar de lezer nieuwsgierig naar blijft… Dan heb je een goed boek geschreven.
3 Geef de juiste informatie in je scoop
Stel dat je een achtervolging inzet als in medias res. Dan moet je duidelijk maken dat er een achtervolging plaatsvindt, maar ook dat er iets aan de hand is. Maar pas op dat je daarin niet te veel verklapt: “Ik zit in de auto, Harry! De politie zit achter me aan, maar ik heb wel mooi een miljoen meegenomen…” belt de dief naar zijn handlanger. Dan timmer je dicht dat het om een bankoverval gaat. Als je dat nog even achterhoudt, kan de lezer nog even denken dat het om een onopgeloste ruzie binnen een maffiosifamilie gaat. Dan hou je het spannend en gaat de inzet van in medias res beter werken. Op die manier ontvouwt de spannende informatie zich langzaam maar zeker en blijft de lezer langer geboeid.
Het thema is de fundering van het verhaal. Je kan het gebruiken om je mening te verkondigen via de heldenreis van je personages. Met deze vijf stappen krijg je het voor elkaar!
1 Wat is je thema?
Bepaal als eerst je verhaalthema. Onmogelijke liefde? Armoede? Een weg naar de top? Voordat je iets kan personaliseren, moet je beslissen waar je het over wil hebben.
2 Wie is je personage?
Zorg dat je weet wat de drijfveren en angsten zijn van je personage zijn. Elke puber gaat voor het eerst naar de middelbare school. Maar is jouw puber daar dolenthousiast over of kan hij van de angst niet slapen? Soms past een thema niet bij een personage. Als een kleuter het kind is van alcoholisten, is alcoholisme niet het beste uitgangspunt voor het thema. Een kleuter snapt niet wat dronken zijn betekent of wat het met iemand doet. Het thema is dan eerder angst (voor de ouders). Als je vanuit het gezichtspunt van de kleuter schrijft, is het makkelijker om angst als hoofdthema te nemen en onzekerheid als subthema.
3 Hoofdthema en subthema
Het hoofdthema is een emotie of ervaring die ieder mens kan meemaken, ongeacht leeftijd of levenservaring. Denk aan: * liefde; * gedrevenheid; * hebzucht (Soms zeuren kleuters al om nog meer speelgoed…); * verbondenheid; * angst; * doorzettingsvermogen; * rouw; * eenzaamheid; * moed; * hulpeloosheid.
Zodra je het hoofdthema hebt bepaald, kun je het subthema bepalen. Hou dan nog steeds je personage in gedachten. Als eenzaamheid je thema is, beleeft een dakloze veteraan dat heel anders dan een gepeste scholier. Wanneer je weet hoe je personage het hoofdthema ervaart, komt het subthema meestal vanzelf. Bij de veteraan is dat dakloos zijn en daarom nagekeken worden. Bij de scholier is dat pesten en geen vrienden hebben.
4 Wat is het centraal conflict?
Het thema bepaalt grotendeels het centraal conflict. Als je een onprettig thema hebt, dan zal je personage het willen veranderen naar een fijne omstandigheid. Geen oorlog, maar vrede. Geen angst, maar rust. Het conflict is dan: hoe gaat hij dat voor elkaar krijgen? Bij een gelukkig thema zal je met iets moeten dreigen. Zo blijft het verhaal interessant. Een gezin dat er warmpjes bij zit kan ineens met schulden te maken krijgen. Een backpacker maakt een zware aardbeving mee op zijn fantastische wereldreis. Het hoeft niet slecht af te lopen, maar er moet iets op het spel staan. Het conflict zelf is extra belangrijk als je een thema hebt dat op verschillende manieren kan aflopen. Neem liefde. Moet je personage een liefde voor zich winnen of dreigt zijn liefde juist verstoord te worden? Dat bepaalt sterk welke hordes je personages moet nemen.
5 Je eigen standpunt in het verhaal verwerken
Nu kun je je mening in je thema verwerken. Het werkt het makkelijkst als je je hoofdpersonage jouw overtuigingen meegeeft, of als hij jouw ideale omstandigheden probeert te bereiken. Je platzakke personage moet meerdere oplossingen bedenken om brood op de plank te krijgen. Als hij na vaak vallen en opstaan een succesvol bedrijf start, blijkt dat jij doorzettingsvermogen vindt lonen. Gedurende het verhaal kun je laten doorschemeren dat je het niet eens bent met de manier waarop de uitkeringsinstantie werkt. Dat blijkt wel als je personage daar steeds van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Als iets je personage expres lijkt tegen te werken, dan zal jij dat gegeven niet ondersteunen. De dictator wordt steeds machtiger als je personage in verzet komt, of de kwalificatie-eisen voor de wereldkampioenschappen van je topsporter worden ineens veel strenger.
Als je personage kan groeien door zijn schouders ergens onder te zetten, moedig jij als schrijver je personage aan om iets te doen waar jij heil in ziet.
Helden zijn geweldig: de lezer juicht voor ze en noemt ze bewonderenswaardig. Dat zijn prachtige complimenten! Hoe krijg je dat voor elkaar voor jouw personage?
1 Bedenk wat jij heldhaftig vindt
Een held hoeft geen laserogen te hebben om zo genoemd te worden. Sterfelijke, alledaagse mensen kunnen dat ook zijn. Bedenk wat voor mensen in het echte leven jij bewonderenswaardig vindt. Geef je personage dezelfde kenmerken mee.
2 Bepaal de superkracht
Als je advocaten bewondert omdat ze voor ieders recht opkomen, ben je er nog niet. Je kan advocaat worden om een hoger doel te dienen of om rijk te worden. Bedenk daarom wat een mooie kwaliteit precies laat zien. Als je onbaatzuchtig voor iemand opkomt, kan dat bijvoorbeeld ontstaan vanuit: * de behoefte om te beschermen; * plichtsbesef naar je medemens; * verbondenheid met degene die je helpt.
Deze dingen komen uit dezelfde waarde voort, maar hebben een ander gezicht. Ga dus eerst je eigen waarden na. Wat betekent een bepaalde karaktertrek of manier van handelen voor jou? Wat roept precies die bewondering op?
3 Schrijf je superheld
Je weet nu dat de ‘superkracht’ van jouw held plichtsbesef is. Bepaal vervolgens wie je held is. Een voetballer blijft ondanks een blessure spelen omdat hij zijn team niet in de steek wil laten. Een onderwijzer draait overuren om de kinderen goed te begeleiden. Dezelfde superkracht, zeer verschillende verhalen. Schrijf wat je zelf leuk of interessant vindt. De lezer zal niet voor de held juichen als de schrijver het zelf al oninteressant vindt.
4 Bepaal wat er op het spel staat
Je ruilt je comfortzone liever niet in voor een conflict. Datzelfde geldt voor je personage. Er moet iets belangrijks op het spel staan, wil hij een conflict aangaan. Iemand met ernstige pleinvrees gaat echt niet naar buiten als je hem tien euro geeft. Wordt zijn geliefde voor zijn deur mishandeld, dan zal hij het ‘comfort’ van zijn huis waarschijnlijk wel verlaten. Hij verliest immers gezelschap, liefde en misschien ook waardigheid als de geliefde aan haar wonden zou overlijden.
5 Maak het conflict onontkoombaar
Als je je personage een held wil maken, moet je hem dwingen zijn comfortzone te verlaten. Laat een conflict ontstaan dat je personage niet kan negeren en zelf op moet lossen. Ga maar na: Batman is niet langer de superheld als hij alle klusjes aan Robin zou overlaten.
6 Zet de superkracht in
Als je geen pleinvrees hebt, is je huis verlaten geen conflict. Bedenk wat bij jouw personage voor ongemak, angst of narigheid zorgt. Pas dan kan je personage daadwerkelijk heldhaftig worden. Zet de superkracht van je personage in om het conflict aan te gaan. Tenzij je personage laserogen heeft, spreekt de superkracht meestal niet voor zich. Als het kwetsbaarheid is, laat een patserige machoman dan flink huilen in het bijzijn van zijn vrouw. Door verdriet te laten zien verlaat de man zijn comfortzone: hij moet toegeven dat hij niet onaantastbaar is. Je hebt pas een conflict als je personage ergens moeite voor moet doen of als hij iets moet doen waar hij bang voor is. Een bodybuilder kan 300 kilo heffen en voor het eerst 350 kilo proberen te tillen. Als hem dat lukt zonder extra trainingsuren is dat geen conflict, eerder een uitdaging.
7 Laat de held vallen en opstaan
Je personage wordt een held door vallen en opstaan. Daar hoeft hij niet eens voor te slagen. Zolang je personage conflicten aangaat, blijft hij interessant. Ook als de herstellend alcoholist opnieuw verslaafd raakt. Je lezer is dan al emotioneel betrokken bij het programma van de A.A. Betrokkenheid is het sleutelwoord: je personage is een held als de lezer betrokken genoeg is om voor je personage te gaan juichen.
De alfaman: goed bij de vrouwen, kampioen in bed en een strak wasbordje dat altijd zichtbaar is omdat hij vaak halfnaakt rondloopt. Hoe schrijf je een rokkenjager zonder in clichés te verzanden? Laten we zijn wasbordje stapsgewijs en symbolisch toepassen. Zo heb je straks een personage wat ook daadwerkelijk stevig is (op)gebouwd.
1 Kweek het wasbordje
Een wasbordje moet je kweken, hoe gezond je lijf van nature ook is. Wat maakt dat jouw personage een blokjesbuik wil hebben en niet tevreden is met een gezond lijf? Kortom: waarom wil jouw personage zo graag zijn masculiniteit benadrukken?
* Heeft hij een hoog libido en wil hij vrouwen aantrekken? * Is hij vroeger gepest en wil hij nu aan iedereen bewijzen dat hij niet meer zo zwak is eerst? * Is hij een gemene fitnessfanaat die zijn uitzonderlijke gezondheid wil benadrukken om zo op anderen neer te kunnen kijken? Vind hij het mannelijk om mensen af te blaffen?
Je kan deze elementen combineren of nog iets toevoegen. Het gaat erom dat een blokjesbuik sowieso een drijfveer van je personage weergeeft. Wat die ook is, als schrijver moet je die weten om een realistisch personage te kunnen maken.
2 Behoud het wasbordje
Een wasbordje krijgen staat niet gelijk aan een blokjesbuik behouden. Je moet daarvoor blijven trainen. Dat geeft belangrijke karaktertrekken aan: doorzettingsvermogen en discipline. En het laat zien dat je personage beschikt over tijd. Als je zestig uur per week moet werken om je gezin te voeden, dan kan je die trainingsuren wel vergeten. Die combinatie heeft gevolgen: * Je personage moet fit zijn vanwege zijn werk (hij is topsporter, of moet als soldaat voor zijn leven kunnen rennen met zware bepakking op zijn rug). Of: * Je rokkenjager is rijk en hoeft daarom niet (veel) te werken. Voilà: het recept voor de stereotype alfaman: de hete multimiljardair, sexy sporter of superheldsoldaat. Dat maakt het belang van de eerste stap duidelijk. Herlees de eerdergenoemde fitnessfanaat. Hij heeft ook zijn beweegredenen, maar die zijn minder cliché. Hij kan nog steeds een vriendin hebben die dat soort gedrag aantrekkelijk vindt (je personages hoeven niet allemaal engeltjes te zijn…). Het punt is: kijk of een wasbordje sowieso realistisch is voor je personage en of het iets voor hem toevoegt.
3 Paradeer met het wasbordje
Hoe vaak en waarom loopt je personage met zijn wasbordje te koop? Zo veel mogelijk, als echte vrouwenverslinder? Pas op: je voedt het cliché door een onrealistische reden te verzinnen waarom je spierbundel zonder shirt rondloopt. (Niemand smeert voor zijn hobby zijn spieren in met olie.) Laat hem daarvoor bijvoorbeeld naar het strand gaan. Pas dan wel op dat hij niet elke dag vijf uur lang op het strand te vinden is… Je getrainde man kan ook niets om uiterlijk vertoon geven. Als topsporter moet hij nou eenmaal fit zijn. Verder is hij bescheiden, heeft hij een gemiddeld libido en viel zijn vriendin op hem vanwege zijn maffe grapjes. Kijk wat bij je personage past en besef dat een blokjesbuik niet altijd meteen een oppervlakkige alfaman hoeft te betekenen.
4 Trek kleren aan over het wasbordje
Al paradeert jouw (alfa)man het liefst met ontbloot torso rond, ooit moet hij zich volledig aankleden. Hoe ziet zijn dagelijks leven eruit, als het even niet om de vrouwen en de spieren gaat? Draagt hij een pak en doet hij zaken? Of loopt hij in eenvoudige kleren rond als hij gaat vissen met zijn maten? Oftewel: geef hem een leven naast zijn spieren. Wat voor hobby’s heeft hij? Wat heeft hij naast uitblinken in sport/ bed nog meer voor ambities? Enzovoorts.
Als je deze stappen volgt, kan je personage nog steeds een gespierde rokkenjager zijn, maar zal hij niet meer zo snel cliché overkomen.
Symboliek is een handige manier om je verhaal wat meer diepgang te geven. Maar als je het fout doet, verzand je al snel in clichés en wordt het verhaal juist onverteerbaar. Hoe kun je symboliek op een goede manier gebruiken?
1 Maak de symboliek niet te duidelijk
Als je je held in wit gekleed laat gaan en je slechterik in zwart, dan is het duidelijk wie welke rol heeft. Je kan gerust enkele voorbeelden van duidelijke symboliek gebruiken. Op deze manier geef je tussen de regels door hints aan je lezer. Maar als je dat te vaak doet, zal hij alleen maar met zijn ogen rollen: “Ik ben niet dom en kan best een hint begrijpen. Duw die informatie alsjeblieft niet door mijn strot.”
2 Zorg dat je publiek de symboliek begrijpt
Een romantische vrouw zegt tegen haar vriend: “Wij waren voor elkaar gemaakt, want er was een syzygie op de dag dat we elkaar ontmoetten!” Een syzy-watte? Ga na of je lezerspubliek de gebruikte symboliek begrijpt. Is die symboliek algemene kennis die iedereen heeft? Of is het iets dat mensen alleen begrijpen als ze interesse in een specifiek onderwerp hebben? Als dat zo is, ga dan na of de rest van je verhaal bij die specifieke doelgroep aansluit. Ga niet romantisch doen over een syzygie; alleen astronomen snappen dat je het hebt over het verschijnsel dat planeten op een lijn staan. En als de gemiddelde astronoom de rest van je verhaal niet interessant zal vinden, gaat de symboliek aan zijn doel voorbij.
3 Maak de symboliek passend voor het thema en genre
Een volle maan als symbool voor romantiek gebruiken in een horrorverhaal schiet niet op. Als symbool voor licht en donker wel. Ook kan de vorm van de maan dan nuttig zijn. Symboliseer zo een cirkel van goed en kwaad waar jouw weerwolf doorheen gaat. Als je dat -subtiel!- herhaaldelijk in je verhaal laat terugkomen, werkt dat al een stuk beter. Besef goed welke associaties jouw symbool al heeft, voor je het gaat gebruiken. Zo zal een volle maan als symbool al heel wat minder goed werken buiten het horror– of romantische genre.
4 Maak een woordenweb van je symbolen
Symboliek gebruiken in je verhaal is een goede manier om het verhaalthema te versterken. Een verhaal over geboorte werkt goed als een vriendin van je zwangere hoofdpersonage verloskundige is. Maar dat kan er dik bovenop liggen. Zet het woord ‘geboorte’ eens in een mindmap of woordenweb. Wat zijn er synoniemen van? Welke associaties krijg je daar nog meer mee? Nieuw leven, groeien, een start, misschien creatie. Dan kun je vanuit groeien en creatie bijvoorbeeld schrijven over een biologe die een plant genetisch moet manipuleren zodat ze iets nieuws creëert en laat groeien. Als zij dan ook nog zwanger raakt, komt het thema geboorte alsnog duidelijk naar voren, zonder dat het zich aan de lezer opdringt.