Een held groeit en overwint obstakels in een verhaal. Soms nemen die obstakels de vorm aan van tegenvallers, soms zijn het rivalen of regelrechte vijanden. Wat het ook is dat je held steeds opnieuw uitdaagt, het moet met het verhaal en je held meegroeien om de held uit te kunnen blijven dagen. Hoe doe je dat op een manier die ook bij die de soort tegenstand(er) past?
Tegenstand(er) versus slechterik
Voordat je kijkt hoe obstakels je held gaan tegenwerken is het belangrijk dat je weet waarmee je precies te maken hebt.
* Slechterik: een personage dat er uitgesproken op uit is om slechte dingen te doen. Soms is dat persoonlijk voor de held, zoals de pestkop, soms is het algemener, zoals bij een dicator, waarbij Held diens regime om wil werpen.
* Tegenstander: een personage dat het Held moeilijker maakt, maar dat niet als persoonlijk doel heeft. Denk aan de slimste leerling van de klas, die het jouw held lastig maakt om tegenop te boksen als diens ouders graag willen dat hun kind de slimste leerling van de klas is.
* Tegenstand: dingen zitten niet mee: tegenwind, lekke band, je huis vliegt in brand… Tegenstand kan groot of klein in schaal zijn, maar het kenmerkt zich door omstandigheden die de oorzaak van het probleem zijn, niet zozeer een ander personage.
Ongeacht waarmee je te maken hebt, moeten de obstakels voor je held steeds lastiger worden, anders kan die niet groeien volgens de drieaktenstructuur en kan je verhaal wankel, saai of ongeloofwaardig worden.
Schrijven met obstakels bij een slechterik
Obstakels zijn relatief makkelijk te schrijven als er een slechterik in het spel is. Dat komt omdat een slechterik symbolosch én in daden het tegenovergestelde is van de held. Held wil vrede, Slechterik wil oorlog. Als je dit gegeven clichebestendig wil maken, kijk je eerst naar de verhaalthema’s en de symboliek en zoek je daar een balans in.
Het belangrijkste is om daarna goed te kijken naar de personagebiografie. Niet alleen die van Held, maar ook die van Slechterik. Want een goede slechterik heeft ook een biografie en meer dan oppervlakkige en symbolische beweegredenen. Schrijf een drieaktenstructuur uit van het groeiproces zoals slechterik het idealiter zou zien. Dus:’eerst zet ik het volk naar mijn hand, als die er komt, druk ik opstand de kop in…’
Leg die structuur dan naast die van de held en kijk waar er sprake is van het grijze gebied. Waar willen Held en Slechterik eigenlijk hetzelfde, maar om een andere reden? De ander verslaan omwille van macht, danwel vrede, bijvoorbeeld. Je kan in hun biografieën kijken naar naar hun motieven, persoonlijke waarheid en geschiedenis om een obstakel te schrijven dat voor beide klopt en spannend is om over te lezen. Dan kunnen de obstakels als het ware aan elkaar optrekken, en kan het verhaal blijven groeien.
Schrijven met obstakels bij een tegenstander
Wat belangrijk is om te onthouden is dat de tegenstander onschuldig is. Tegenstander veroorzaakt de obstakels voor een held niet expres, of überhaupt niet. Het is eerder zo dat Held de problemen en obstakels op Tegenstander reflecteert. En dat is ook meteen je houvast als je met én over een tegenstander schrijft.
Tegenstanders zijn daarmee, zo je wil een wandelend symboliek van datgene waarmee je held worstelt.
Het heeft dus geen zin om de slimme klasgenoot daadwerkelijk door je held te laten pesten, of er ruzie mee te laten zoeken. Tenminste, niet meteen.
Als je goed schrijft, zorgt de reflectering van Held ervoor dat die zichzelf in de weg gaat zitten. Die gaat zichzelf leugens vertellen en krijgt valse overtuigingen. Dat is waar de meeste obstakels over zullen gaan als een tegenstander de voornaamste ‘oorzaker’ daarvan is. De strijd met de Held zelf met het feit dat het emotioneel of mentaal niet aankan dat het niet gaat zoals die het zou willen. En soms ook: dat die dat ook niet kan veranderen.
En uiteindelijk eindigt dat soms ook in een clue, obstakel of climax waarbij de Held Tegenstander aanvalt.
De aanloop daarnaar toe, de vraag ‘hoe heeft dat zover kunnen komen?’ vertelt je als schrijver wat de obstakels zijn in het grotere geheel van het verhaal en hoe je dat verder uit kan werken.
De obstakels waarin je held moet groeien zijn de momementen waarop die zichzelf tegenkomt. En dat wordt als vanzelf steeds groter, want dat is het groeiproces.
Schrijftechnisch gezien is het verstandig om veel in het hoofd van Held te gaan zitten als een tegenstander voor de meeste tegenstand moet zorgen.
Schrijven met obstakels bij tegenstand
Schrijf je vooral over tegenstand, dan is een omgekeerde deus ex machina een duidelijke valkuil. In plaats van dat je held oplossingen krijgt die uit de lucht lijken te vallen, is de tegenstand zo plotseling en willekeurig dat je de schrijver aan het werk ziet. Je kan niet zomaar tegenstand schrijven omdat dat voor het plot nodig is. Dat is lastiger dan schrijven over obstakels bij een tegenstander of een slechterik omdat je de gevoelens van je held niet direct kan reflecteren op de tegenstander, of op de beweegredenen van de slechterik.
Wanneer tegenstand een belangrijk obstakel vormt, is een eerste afvinkpunt om te zien in hoeverre het voor de rest van de wereld of de worldbuilding logisch is dat je held iets vervelends overkomt. Denk dan aan:
* Als je over een zomer aan de Franse kust schrijft, hoe groot is de kans dat dan het uit het niets gaat regenen, als het heel belangrijk is dat je personage droog op de plaats van bestemming aankomt?
* Als iedereen protesteert tegen een heersende politieke ideologie, in hoeverre is het dan logisch dat de dag waarop de held ook wil rebelleren er een gevaarlijke wet wordt aangenomen die tegenstanders kan opsluiten of martelen?
Op het moment dat je over grote tegenstand schrijft, is de kans groot dat het cliché wordt, of erger: dat je personage deze symboliek opmerkt. Daarom kan je tegenstand beter klein houden of mixen met obstakels die samengaan met de acties van tegenstanders of slechterikken.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.
Foto door Christian Erfurt verkregen via Unsplash
