Tegenwoordig sommige banen alleen nog maar uit lettertjes te bestaan. CEO, CFO, COO. Heb jij ook wel eens de neiging aan zo’n medewerker van het korte alfabet te vragen: ja, maar wat dóe je dan? Ik wel. En dat gaf inspiratie voor een schrijfoefening die kan helpen je personages actiever en levendiger te maken in je boek.
Wat doe je voor werk?
“Ik ben baliemedewerker.” Dus je wijst mensen de weg en neemt de telefoon aan.
“Ik ben manager.” Dus je stroomlijnt het werk van anderen.
“Ik ben boekhouder.” Dus je berekent inkomsten en uitgaven en schrijft die netjes op voor de belastingdienst.
Er zijn van die banen die we zo vanzelfsprekend vinden of gebruiken, dat we er helemaal niet meer bij stilstaan wat de actie is die bij dat woord hoort. Dat geldt ook voor veel ‘losse woorden’. Ten behoeve van de schrijfoefening houden we het hier bij voorbeelden die je personage kunnen betreffen.
- Het is extrovert: praat het dan hard, heeft het dan veel vrienden?
- Het is het archetype held: is het dan ook iemand die zichzelf als de hoofdpersoon van de wereld ziet? Is diegene uitzonderlijk sterk?
- Het is angstig aangelegd: is het uitzonderlijk bang voor beestjes? Is er sprake van pleinvrees?
- Het is lief: praat het met een zachte stem? Is het behulpzaam? Houdt het van pluizige dingen?
Schrijf de vijf belangrijke woorden op die jouw personage kenmerken. Dat mag overal betrekking op hebben. Hun karakter, geschiedenis, of de (symbolische) rol in het verhaal. Schrijf vervolgens op wat je daaronder verstaat.
Maar wat dóe je dan?
Weer even terug naar de COO’s en andere medewerkers van het korte alfabet. Ze hebben bepaalde taken in het bedrijf. Maar hoe zie je die taken weerspiegelt in de dagelijkse gang van zaken? Liever: merk je van dag tot dag iets van hun werk? Hoe dan?
Het werk van een baliemedewerker is concreet en zichtbaar. Letterlijk: die moet het gezicht zijn dat je ziet als je het gebouw binnenkomt. Maar een CEO CFO wordt toch algauw gezien als degene die ‘maar wat vergadert en dingen beslist’ en daar (te) veel voor betaald krijgt. Jazeker, vergaderen is een taak, maar de effecten van dag tot dag zijn niet zo zichtbaar. Toch heel wat anders dan het werk van de tuinman. Het gras is aan het einde van de dag mooi kort en er staan ineens twee nieuwe boompjes in de tuin.
Neem de vijf belangrijkste woorden van je personage en je bevindingen daarvan er weer bij. Onderwerp die bevindingen nu eens aan de test van de zichtbaarheid van de dagelijkse gang van zaken. Dat is in dit geval: hoe zie je dat terug in de rode draad van het verhaal, dus echt op grote schaal? Deze oefening is niet bedoeld ter inspiratie voor show don’t tell op zinsniveau. Eerder op verhaalniveau. Je gebruikt het om duidelijk te krijgen wat voor iemand je personage is en wat die in de grote lijnen doet of niet doet. Ongeacht of het aan het begin of het einde van het verhaal is. Tijdens een goed moment, of juist wanneer het in de penarie zit.
Schrijf dus geen dingen op alst: mijn extroverte personage praat graag. Maar liever iets als: mijn extroverte personage neemt graag het intiatief en/of het voortouw in het gesprek. Daardoor is die heel aanwezig en moeilijk te passeren voor anderen. De ene keer in het verhaal is dat onschuldig in het moment, een andere keer kan het een serieus obstakel vormen.
Schrijf hier zoveel mogelijk (samenhang) op. Een woordenweb is hiervoor ook handig zijn, als het lukt om dat een te vullen. Een voorwaarde hiervoor is wel dat de woorden die zich in het woordenweb bevinden, concreet vertaald kunnen worden naar iets zichtbaars in wat het personage doet of laat in de grote lijnen van het verhaal.
Herhaal en kijk wat er gebeurt
Als je dit proces voor alle vijf woorden doet, zou je een bijna toevallige samenhang moeten zien. Dit ‘extroverte’ personage is ook ‘rijk’ en daarom is het zo snel ‘tevreden’ en klaagt het zelden tot nooit. Bij ‘rijk’ dacht aan jij een rijke vriendenkring. Lees: je personage nodigt iedereen uit voor ieder feestje. Die levenshouding was niet bij je personage weg te denken. En verhip, dat heeft als gevolg dat het allemaal weer uitkomt bij een hoofdplot waarin een groep trouwe vrienden een lange reis gaat maken, waarin jouw hoofdpersoon heel tevreden, zonder klagen het regelen voor zich neemt.
Je kan dit ook doen voor andere personages. Zo controleer je of zij passen bij het subplot. Wat dat betreft kan je deze oefening een op een oefening voor subpersonage en subplot. Dan kan je kijken of die op elkaar aansluiten, maar ook of dat nog past bij het hoofdplot. Een ander bijkomend voordeel: het is een uitstekende controle om te zien of je figurant niet is uitgegroeid tot degene met de op een na belangrijke rol: dan blijkt het opeens een darling te zijn.
Gebruik de oefening met mate
Deze oefening kan heel handig zijn om meer inspiratie op te doen, je personages verder te leren kennen of de wat legere elementen in je plot wat aan te vullen. Maar wees je er wel bewust van dat het kan leiden tot te veel van het goede. Je personage kan er hyperrealistisch van worden of je kan te veel verhaallijnen tegenkomen om in één boek te verwerken.
Deze oefening is nuttig als je een hoop losse kenmerken van je personage hebt, maar nog niet weet hoe zich dat concreet kan vertalen naar een verhaal dat langer is dan drie bladzijdes. Doe hem ook alleen voor de personages die belangrijk genoeg zijn om een personagebiografie aan te wijden. Je kan de oefening ook gebruiken om een bestaande biografie wat meer aan te vullen als dat nodig is. Maar doe dat niet omwille van het uitbereiden zelf. Je personagebiografie en kennis van je personage kan ook te uitgebreid zijn en je gaan tegenwerken.
Foto door Maccy verkregen via Unsplash.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.
