Zo controleer je of je boek nog te volgen is

Soms heb je zo veel te vertellen met je verhaal dat je afdwaalt en meerdere boeken in een schrijft. Hoewel een verhaal natuurlijk over meerdere dingen tegelijk mag gaan, heeft dat zo zijn grenzen. Je kan controleren of je boek niet te veel erop rekent dat je lezer alles nog wel volgt.

Test: je boek als trillogie

Als een verhaal heel lang duurt of heel veel verhaallijnen in een heeft, wordt het al snel in meerdere delen opgedeeld. Zo overweldig je de lezer niet. Bovendien kan je zo ook je verhaal een soort van nieuwe start geven. In een nieuw boek is er immers een nieuw hoofdconflict. Wil je nieuwe personages introduceren, dan kan je hen voorstellen in een nieuw deel. Zo kun je de focus goed houden bij wat er op dat moment voorrang heeft in het verhaal.

Een goede trillogie borduurt natuurlijk voort op de eerdere delen, maar is ook te afzonderlijk te lezen. Denk aan het voorbeeld waar een personage dat in het vorige deel is gestorven, nog snel even wordt genoemd, met de reden waarom het zo wordt gemist: Tim mistte Ilse. Nu had hij niemand meer die kon zeggen of hij niet een beetje doordraafde met zijn enthousiasme voor zijn nieuwe favoriete game.

Je hoeft dan niet eindeloos terug te blikken naar hun relatie en avonturen uit het vorige boek. Als het voor nu volstaat dat Ilse wordt gemist, kan je nu schrijven over hoe Tim gedurende dit boek op zoek gaat naar een nieuwe vriendschap.

Op een soortgelijke manier kan je je boek ook testen om te zien of het nog te volgen is en niet te veel uitwijkt over van alles en nog wat. Ook al ben je niet van plan om meerdere delen te schrijven. Doe alleen alsof, om te controleren waar je nu eigenlijk nog over schrijft, en of dat wel/ al voldoende naar voren komt.

Een verhaal in het groot, een verhaal in het klein

Ken je het principe al dat een scène een verhaal in het klein is? Het idee daarachter is dat:

  • alles in de scène tot op zekere hoogte is afgebakend
  • alles een specifiek doel heeft in de scène en er dus nooit zomaar staat
  • dat alles een samenhang heeft

Hoewel je dat heel serieus en diepzinnig kan opvatten voor een goede uitwerking van een scène, hoeft dat voor deze blogpost niet. Met deze punten in het achterhoofd kan je het samenvatten als: Je moet de hele scène kunnen snappen als een apart deel, zonder de scène daarvoor en daarna te hoeven lezen. Dat betekent niet dat alles sluitend moet zijn, want natuurlijk bestaan er ook cliffhangers, of moet je een mysterie levend kunnen houden. Maar de grote lijnen moeten wel duidelijk zijn. Datzelfde geldt voor je boek als geheel, als je het op gaat delen.

Waar draait je boek nu écht om?

Als je erachter wil komen hoe je je boek in drie boeken met een eigen begin, midden en einde kan opdelen, kom je de vragen tegen: ‘hoe doe ik dat?’ en ‘waar draait het in dit deel om?’

Kijk daarvoor nog eens goed naar de reeks begin, midden en eind als begrip. Vul de 5W1H in voor zowel het begin, midden en eind van je boek.

* Wie? Over wie gaat het?
* Wat? Wat is er aan de hand?
* Waar speelt het zich af?
* Wanneer speelt het zich af?
* Waarom? Waarom doet een personage wat het doet/ is de wereld zoals hij is?
* Hoe? Hoe zie je dat?

Probeer iedere W-vraag of de hoe-vraag in een lijn door te trekken. Een voorbeeld voor de Wie-vraag:

Wie is je personage in het begin van het boek? Hoe is het veranderd als je bij het midden aankomt en als wat voor iemand eindigt je personage in het boek? Dat kan je invullen als: in het begin is Dirk een angsthaas, midden in het boek durf hij zijn mond open te trekken, maar wordt hij ook egocentrisch, aan het eind van het boek kan hij voor zichzelf opkomen, zonder dat dat ten koste gaat van anderen.

Werk dit vragenlijstje eerst af voor je boek als geheel, en herhaal het dan nog eens voor alleen het begin, midden en het einde. Je krijgt dus ook een vragenreeks voor respectievelijk de eerste, tweede en derde akte afzonderlijk.
Want ook iedere akte heeft een begin, midden en een eind: helemaal in het begin van de eerste akte heb je de allereerste situatieschets, waarna de cofortzone in het midden volgt, om vervolgens de eerste obstakels aan te gaan.

De resultaten van deze vier vragenreeksen en de compacte antwoorden op de 24 vragen geven aan waar je boek echt om draait. Wat zijn de hoofdlijnen, wie zijn de belangrijkste personages en de spannendste conflicten? Hoe komt de spaningsboog tot stand? Het antwoord daarop heb je opgeschreven: als je het (meerdere keren) in je vragen ziet terugkomen, dan is het belangrijk voor je boek.

Wanneer dwaal je af met je boek?

Zijn er personages, thema’s of subplots die niet of nauwelijks in je antwoordenreeks terugkomen, dan is de kans groot dat ze belangrijker lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Het kan hier darlings betreffen, maar ook op andere manieren kunnen dingen in je boek groot lijken, maar toch heel weinig toevoegen. Als je die te veel hebt, kan je boek onsamenhangend worden.

Als je een element in je antwoorden mist, stel jezelf dan de volgende vragen. Is het antwoord ja, dan is het terecht dat iets niet als hoofdzaak wordt gemarkeerd.

  • Lijkt dit element op een holle frase: gaat het uit van een aanname dat een lezer bepaalde conclusies trekt, zonder dat jij dat als schrijver doet?
  • Kan je de belangrijkste booschap ook zonder deze informatie begrijpen? Waarschijnlijk is je element dan een infodump)
  • Mis je het personage dat een bepaalde boodschap uit hoort te dragen? De kans is groot dat je geen personage hebt geschreven, maar slechts een (cliché) archetype.

Foto door Dan Barrett verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Geef een reactie