Wat zijn de belangrijkste elementen uit de personagebiografie?

Een personagebiografie maken is erg belangrijk. Je mag hem zo lang en zo kort maken als je zelf wil. Toch zijn bepaalde elementen van essentieel belang. Welke zijn dat en waarom?

Waar is een personagebiografie voor bedoeld?

Een personagebiografie maak je om te weten hoe je personage in elkaar steekt, zodat je een naslagwerk hebt dat je kan raadplegen. Hiermee voorkom je continuïteitsfoutjes -een dame met een prachtige bos natuurlijke krullen wil een krultang kopen-. Naarmate het verhaal vordert, kan het een reddingsboei zijn: als je personage een belangrijke beslissing moet maken, kan je in zijn biografie teruglezen wat bepaalde normen en waarden zijn, waardoor je niet alleen weet wát je personage zal doen, maar ook waarom hij dat doet. Kortom: de personagebiografie zorgt ervoor dat je personage altijd stevig kan staan in je verhaal.

Wat het schrijven van een personagebiografie lastig kan maken, is dat je bij aanvang niet altijd weet wanneer/ of iets nu belangrijk is om te weten of niet. Want hoe weet je nu of de kleur van de ogen een belangrijk detail blijkt of niet? Meestal kan je je personagebiografie zonder problemen aanvullen naarmate je vordert met schrijven, maar de onderstaande punten zijn zowel essentieel om te weten als handig: je kan door deze dingen in te vullen je personage ook beter leren kennen.

De grootste droom van een personage

De grootste droom van je personage vertelt je erg veel over de interesses van je personages en wat hij allemaal kan/ wil of moet doen om die droom te verwezenlijken.
Als je personage als grootste droom heeft om analfabetisme uit de wereld te helpen zegt dat:
* dat kunnen lezen en schrijven hoog in het vaandel staat bij je personage;
* als vanzelf ook dat je personage lezen en/of schrijven ook leuk vindt. Anders had hij zich meer drukgemaakt om het regenwoud. Anders gezegd: er zijn zoveel problemen op de wereld waar je je druk om kan maken, dat je min of meer ‘selecteert’ met welke problemen je je ook echt bezig houdt. Dat probleem heeft logischerwijs dan ook vaak te maken met je eigen moralen of belevingswereld.
Met de grootste droom ontdek je ook de moralen, ambities en interesses van je personage. Veel meer dan bij simpelweg ‘grootste hobby’.

Wat zou je personage maar al te graag in een potje willen vangen bij een vallende sterrenregen?

De grootste angst als start voor het centrale conflict

Je kan je verhaal niet beginnen als je niet weet wat je hoofdpersonage als grootste angst heeft. Die zorgt er namelijk voor dat de comfortzone kan worden verlaten en het centraal conflict kan beginnen. Je hoeft niet per se rechtstreeks met de grootste angst van je personage te dreigen, maar als hij denkt dat de kans bestaat dat hij ook maar een stapje dichter bij die allesverzengende angst in de buurt komt, is je personage vaak al bereid tot actie over te gaan. En zonder actie geen verhaal. Weet dus waar je mee kan dreigen.

Het grootste geheim als een belangrijke drijfveer

Het grootste geheim en de grootste angst van je personage kunnen elkaar overlappen: “Wat als mijn geheim ontdekt wordt?” Maar dat hoeft niet altijd. Het belangrijkste verschil tussen de grootste angst en het het grootste geheim is dat de grootste angst vaak wat op de achtergrond speelt, of niet per se acute reden tot zorg is. Als je grootste angst is dat je kind komt te overlijden, slokt dat niet per se al je aandacht op als je kind gezond en in principe altijd veilig is.
Een geheim is per definitie iets waarvan je niet wil dat anderen het weten. En daarvoor zal je personage moeten liegen, dingen moeten verstoppen, bepaalde gesprekspartners vermijden… Kortom: een geheim staat veel meer op de voorgrond en zal dus ook in wat ‘losstaande’ scenes bepaalde acties of reacties van je personage vergen. Als je niet weet dat je personage arm is en dat voor zijn vrienden wil verbergen, zal je ook vergeten dat je personage een bankafschrift als een malle van de tafel zal halen als een vriend op bezoek komt.

Zou met een miljoen euro….

Hoewel geld zeker niet alle problemen uit de wereld helpt, kan een flinke smak ervan toch aardig wat teweeg brengen:
* Het kan bepaalde (financiële) problemen oplossen.
* Het kan bepaalde dromen mogelijk maken.
* Het kan je personage een gevoel van macht geven.

Als je personage bepaalde problemen vanwege rijkdom niet meer zou hebben, hoe zou hij dan in het leven staan, of wat zou hij dan doen? Dit geeft een idee waarin hij (alsnog) gehinderd wordt en wat hij wel degelijk kan als hij bepaalde middelen maar zou hebben. Dan weet je ook welke karaktertrekken of je personage heeft die bepaalde oplossingen onmogelijk maken, of de omstandigheden nu meezitten of niet:
* Als hij hebberig is, zal hij altijd meer willen en zorgt geld dus blijkbaar niet voor de tevredenheid waar hij naar zoekt.
* Als hij een lichamelijke beperking heeft, kan hij misschien wel een prothese betalen, maar als hij geen doorzettingsvermogen heeft om daar mee te oefenen, zal hij alsnog nooit leren lopen.

De grote vraag: en nu?

Als je personage dromen waar kan maken, wat gebeurt er dan met het centrale conflict? Dat zal ongetwijfeld anders worden. In een boek kan je niet om een conflict heen. Waar kan je je personage alsnog mee vervelen, ook al heeft hij in principe alles wat hij ooit gewenst heeft?

Als je personage macht heeft, wat doet hij er dan mee? Lees hier wat je mee kan nemen in je overwegingen.

Waar heeft de wieg gestaan?

Je wieg bepaalt met wat voor een bril je personage de wereld in kijkt. Dat bepaalt voor een groot deel zijn doen en laten. Vergeet dus niet zaken als:
* algemene levensloop;
* gezinssamenstelling (uit de jeugd en het eventueel zelf gestichte gezin);
* in wat voor milieu is hij opgegroeid?
uit te werken. Het maakt nogal uit of je in een sloppenwijk bent opgegroeid of in een villa. Als je als jongste door iedereen wordt vertroeteld, groei je anders op dan wanneer je voor zes jongere zusjes moest zorgen.

Heb je hulp nodig de heldenreis inhoud te geven? Kijk in mijn webshop.

Wat als je personage niet aan verwachtingen voldoet?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage niet aan verwachtingen voldoet? 

Wie verwacht er iets? 

Inclusief schrijven wordt steeds populairder en kan het zijn dat je over een personage schrijft dat tot een bepaalde minderheid behoort of iets unieks doet. Toch zijn er nog een aantal associaties die je bijna automatisch maakt, omdat je van een bepaald standaard of ‘startpunt’ uitgaat. Als niet aan dat standaard wordt voldaan, moet je meestal toch even schakelen. Denk aan:
•    De rijke zakenman is geen meedogenloze handelaar;
•    De mooie vrouw geeft niets om uiterlijk vertoon;
•    Een sterke man durft openlijk te huilen. 

Of dit wenselijk is, is een aparte discussie betreft inclusief of zonder clichés schrijven, maar hou er rekening mee dat lezers dit soort ‘eerste associaties’ vaak zullen hebben en je dat niet kan negeren.  

Als je dat weet, kan je je gaan bedenken:
Voldoet je personage niet aan de verwachtingen van de lezer, zoals zonet beschreven, of zijn de andere personages in het verhaal zelf niet tevreden met iets wat je personage doet of is? 

Verwachtingen van de lezer

Als het je lezer is die bepaalde verwachtingen heeft waaraan je personage niet voldoet, dan hoeft je niet al te veel aan je personage of verhaal zelf te sleutelen. Je zal wel extra aandacht moeten besteden aan dit speciale aspect van je personage. Zo kan je lezer de beweegredenen van je personage beter begrijpen. In het geval van iets waar je personage niet voor kiest (een bepaalde ziekte of een geaardheid, bijvoorbeeld) kan je de lezer helpen dit gegeven beter te begrijpen en vertellen wat daarbij komt kijken, of wat er kan gebeuren. Overdrijf dat niet, want dan kan je personage een moraalridder worden of saaie docent lijken.

Archetypen en heldenreis combineren

Als de omgeving van je personage problemen met hem heeft vanwege bepaalde verwachtingen, kijk dan eens goed naar de archetypen van Carl Jung. Deze verdeling van persoonlijkheidstypen is een goede basis om het doen en laten van je personage op te baseren. Als je personage tegen verwachtingen moet knokken, is het handig om hem het archetype held, ontdekker, schepper, magiër of rebel te geven als je wil dat dit conflict de aandacht krijgt. Deze archetypen hebben als uitgangspunt dat ze een uitdaging aangaan of ze een verandering in een systeem teweeg willen brengen. Dan sluiten persoonlijkheid en de heldenreis mooi op elkaar aan.  

Wat wil jij bereiken?

Hoewel dat niet per se hoeft, is de kans groot dat je dit personage hebt gekozen om iets onder de aandacht te brengen. Schrijven is een prachtig middel om op die manier een mening te verkondigen of een discussie op gang te brengen. Blijf ervoor waken dat je personage geen moraalridder wordt. Dat heeft namelijk twee grote nadelen: 
•    Tijdens het lezen wordt je lezer uit het verhaal gehaald omdat je mening er te dik bovenop ligt.
•    Als men over je boek gaat praten, vergroot dat de kans op een eindeloze discussie over je mening en niet over je boek zelf. 

Dat is jammer, want je hebt zo hard aan je bóek gewerkt… 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Voldoet je boek aan de verwachtingen die een lezer heeft? Ik kan het controleren: kijk in mijn webshop.

De heldenreis centraal bij inclusief schrijven

Als je personage een minderheid is, kan dat een reden zijn om heel voorzichtig over hem te schrijven. Diversiteit is nogal een discussiepunt in de schrijverswereld. Over diversiteit is namelijk veel te doen. Daarom volgt hier een overweging: wat als je niet diversiteit, maar de heldenreis centraal stelt bij inclusief schrijven?

Wat is je voornaamste reden om inclusief te schrijven?

Als je hoofdpersonage een bepaald minderheidskenmerk heeft, kan je je afvragen in hoeverre je van dat kenmerk iets speciaals moet maken omwille van inclusiviteit.
Als je inclusief wil schrijven, vraag jezelf dan eerst het volgende af:
* Schrijf je inclusief omdat je een punt wil maken? Lees: een bepaalde minderheid moet een podium krijgen?
* Schrijf je inclusief omdat je duidelijk wil maken dat iemand uit een minderheidsgroep net zo normaal is als iedereen? Lees: we zijn allemaal mensen, dus wat maken bepaalde kenmerken dan nog uit?

Hier is geen goed of fout: de keuze is aan jou. Die zal voornamelijk worden bepaald door de reden waarom jij een verhaal wil schrijven. Is de eerste overweging het geval, lees dan deze blogpost voor de belangrijkste overwegingen. Houd ook in de gaten dat je own voice niet al te serieus neemt en eerder naar een gemene deler zoekt dan naar verschillen tussen mensen. Deze blogpost gaat verder in op de tweede optie.

Wat bepaalt de heldenreis in een verhaal?

Als je een held wil hebben die tot een bepaalde minderheid behoort, maar dat kenmerk niet het thema of het centraal conflict van het verhaal wil maken, is de tekenfilm Mulan uit 1998 een goede casusstudie.
Mulan is een jonge vrouw in het oude China die zich vermomt als man om haar vaders plaats in te nemen in het leger, omdat hij al ernstig verzwakt is en zeker zou sterven als hij in het leger zou gaan. Maar een vrouw in het leger is een absoluut taboe. Als iemand achter Mulans ware aard komt, wacht haar de doodstraf. Mulan ondergaat net als iedere man een militaire training en gaat oorlog voeren. Midden in de film wordt ze ontmaskerd als vrouw, maar aan het einde verslaat ze de leider van de vijandelijke troepen, waardoor ze niet alleen geen doodstraf krijgt, maar juist met een hoge militaire eer huiswaarts kan gaan.

Er gaan video’s rond op het internet rond waarin wordt beweerd dat Mulan transgender is. Soms is die bewering met een knipoogje – al dan niet van transgenders-, soms is het een boze aanval op de film van mensen die transgenders niet accepteren en/of begrijpen. Hoe dan ook moet je jezelf bij het tweede uitgangspunt van inclusief schrijven de vraag stellen: ‘Wat maakt het eigenlijk uit als Mulan transgender is?’ Je antwoord moet dan zijn: ‘Eigenlijk niets.’ Niet vanwege een persoonlijke mening of een maatschappelijke standpunt, maar omdat je kijkt naar het verhaal zelf en niet naar iets daarbuiten; dat past meer bij ‘uitgangspunt 1’.
Stel dat Mulan inderdaad transgender is. Dan kan je daar alle (positieve) aandacht aan besteden, maar dan vergeet je waarom ze überhaupt het leger in is gegaan: om het leven van haar vader te redden. Dan doe je Mulan enorm tekort, want dan zeg je eigenlijk zoveel als:
* “Transgender zijn is ook risicovol om voor uit te komen, dus je leven riskeren uit liefde voor je vader, stelt dan (naar verhouding) niet veel voor…” Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten. En je leven riskeren om een geliefde te redden verdient hoe dan ook een podium.
* “Ach, dat jouw volk in oorlog verkeert, daar hoef je je niet druk om te maken, jij bent transgender en dus al stoer/inspirerend/…. genoeg.” Zo ontneem je haar het recht om iets anders dan een transgender te zijn. Dus geen soldaat, vriendin, dochter, zus, kalligrafiestudente, iemand met dromen, angsten en doelen… Bovendien kan je je afvragen: wat heb je nog aan een centraal conflict over als het ‘je mag zijn wie je bent’-principe hetgeen is waar je steeds opnieuw en alleen maar op terugvalt?

‘Wie is de vijand?’ denk je misschien bij deze foto. ‘Zit hier een transgender tussen?’ is waarschijnlijk niet je eerste vraag.

Heldenreis en invulling van het verhaalthema bij inclusiviteit

De thema’s van Mulans verhaal zijn moed en eergevoel in een oorlogssetting. Je krijgt een heel ander verhaal als je andere dingen (onterecht) op de voorgrond zet. Het doel van Mulan is om het leven van haar vader (en daarmee, als verlengde, ook China) te redden door in het leger te gaan. Daar heeft de regenboogvlag op zichzelf niets mee te maken. Daar moet Mulan dus in een ander/ volgend verhaal mee gaan wapperen als ze zich daartoe geroepen voelt.

Bedenk: alles heeft zo zijn tijd en plaats.

Een minderheidskenmerk van een personage zodanig belichten dat het zijn voornaamste kernmerk wordt, zorgt er eerder voor dat je iemand tot een cliché reduceert, dan dat je diegene inspirerend maakt, hoe goedbedoeld het ook is.
Stel je voor dat je je personage een uur lang moet interviewen over zijn hele leven, niet alleen een bepaald aspect ervan. Mogelijk praat transgender-Mulan dan een kwartier over haar seksualiteit, maar dat hele uur krijgt ze er niet vol mee. Niemand is alleen maar zijn of haar ras, sekse, seksuele voorkeur, religie, nationaliteit, generatie of beperking. Op een bepaald moment in het interview zal Mulan ook vertellen over de schommel in de tuin die ze als kind geweldig vond, dat ze dol is op kersen, haar oma een schat vindt, maar een hekel heeft aan haar valse zangstem…
Als je uitgangspunt is: ‘we zijn allemaal mensen, dus wat maken bepaalde kenmerken dan nog uit?’ moet je er vooral voor zorgen dat jouw personage duidelijk ook een verzameling van (kleine), menselijke kenmerken en voorkeuren is die iedere persoon uniek maakt. Favoriete muziekartiest, lievelingseten, politieke voorkeur of iets mafs als favoriete zebra in de dierentuin, je kan van alles en nog wat gebruiken. Zolang je er maar op let dat je personage geen eendimensionale afspiegeling van een hele groep wordt. Een personagebiografie kan je hierbij helpen.

Hulp nodig bij het schrijven van je personage? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Wat als je personage moegestreden is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage moegestreden is? 

Keerpunt in het plot

In elk verhaal komt een moment voor dat het hoofdpersonage mentaal moegestreden is: beat 11 van het save the cat schema. Op zo’n moment denkt je personage alleen maar: ik kàn niet meer… Dit is een keerpunt in het plot. Je held heeft zich al voldoende als zodanig bewezen. Hij is immers het conflict aangegaan. Hij is gevallen en weer opgestaan, weer gevallen en weer opgestaan… en nu ligt hij op de grond met het gevoel niet meer overeind te kunnen komen. 
Je kan op dit moment niet meer terug, want je verhaal moet af. Je kan niet midden in de (zoveelste) vuurlinie zeggen: “Nu is het verhaal afgelopen.” Dat zou een vreselijke anticlimax zijn. De soldaat overleeft het gevecht óf sneuvelt, maar hij zal nog een laatste keer moeten vechten. Wat je (held) op dit punt in het verhaal doet, bepaalt de uiteindelijke beleving van je hele verhaal. Een verhaal van een gesneuvelde soldaat leest anders dan eentje die levend het slagveld verlaat. 

Bestudeer de heldenreis

Op het punt waarop je held is moegestreden, heeft hij al geleerd van het eerdere vallen en opstaan. Als hij moegestreden is, moet hij het geleerde nog één keer in de praktijk brengen. Heel belangrijk om te onthouden: niet de uiteindelijke uitkomst telt, maar of het groeiproces van de held standhoudt. 
Als de werkloze wéér niet uitgenodigd wordt voor een sollicitatie, laat hem dan het geleerde van een sollicitatieworkshop nog een laatste keer op een andere manier uitproberen. Dat leest bevredigend, omdat je weet dat het geleerde –het eerdere vallen en opstaan– niet voor niets is geweest. Al die uren die de werkloze heeft besteed aan het leren solliciteren worden in ieder geval niet uit het raam gegooid. 

Gebruik de medepersonages 

Je personage leeft niet in een vacuüm: hij gaat met mensen om die hem iets leren. Gebruik dat in je voordeel en laat een ander personage je hoofdpersonage overeind helpen of hem een schop onder zijn achterste geven om toch nog een keer overeind te komen. Waak er wel voor dat je personage uiteindelijk alsnog zelf aan de slag gaat. Hij mag geholpen worden, maar het bijpersonage mag geen Pixie zijn die alles op magische wijze voor de hoofdpersoon oplost. 

Doel voor ogen of waarden in het hart

Voor het laatste zetje helpt het als je personage een doel voor ogen heeft dat hem helpt om er nog een laatste keer voor te gaan, ongeacht of er een vriend is die het laatste zetje geeft of niet. Je personage kan een duidelijk doel voor ogen hebben waar hij zich op kan concentreren: overleven, die baan krijgen, de gouden plak winnen. Maar soms is dat doel niet duidelijk, omdat het bijvoorbeeld te abstract is om te kunnen vastpinnen of omdat het concrete doel onbereikbaar lijkt. Kijk in dat geval naar de waarden die je personage heeft. De soldaat vecht door omdat hij trouw aan zijn vaderland hoog in het vaandel heeft staan. Dan kan hij nog een keer de wapens oppakken, ondanks dat overleven nu niet het vooruitzicht is waar hij zich aan vast kan klampen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Ben jij moegesteden van het herschrijven? Ik kan helpen: kijk in mijn webshop.

De power fantasy-grens van je personage

Soms gebeuren er dingen in een verhaal waarvan je denkt: niet echt geloofwaardig, maar ach, het is fictie, dus dat mag. Maar dat heeft een grens. Vooral als het om personages gaat, kan die lastig te bepalen zijn. Want wanneer moeten ze net ietsje ‘meer van het goede zijn’ om de heldenrol in een verhaal te kunnen vervullen en wanneer worden ze daadwerkelijk te veel van het goede en daarmee een Mary Sue of een Deus ex machinamagneet?

Zo zorgt een Mary Sue voor obstakels in het plot

Bij een Mary Sue zijn er eigenlijk geen obstakels; vanwege haar perfecte aard komt ze overal mee weg. Toch is het handig om te kijken wat het dan precies is waar ze mee wegkomt en waarom.
Omdat ze mijn schoolvoorbeeld is van een Mary Sue, neem ik Savannah uitDear John weer als voorbeeld.
Savannah is mooi en lief, maar bovenal zorgzaam. Haar grootste droom is om een zomerkamp te openen voor autistische kinderen. Dat idee krijgt ze doordat een goede vriend van haar, Tim, een autistische zoon, Allan, heeft.
Savannah krijgt een relatie met John, maar hij wordt uitgezonden en het stel houdt contact. Op een bepaald moment schrijft Savannah dat ze het uitmaakt, omdat ze met Tim is verloofd. Later blijkt dat ze dat voornamelijk heeft gedaan omdat Tim terminaal is en ze voor hem en Allan wil zorgen. Ze geeft zelf toe dat haar hart eigenlijk nog bij John ligt. Als kijker van de film hoor je te denken: dat geeft niet, ze bedoelt het goed. Maar eigenlijk is dit een doorgeslagen power fantasy van Savannahs voornaamste karaktertrek: zorgzaamheid.

Savannah komt ermee weg dat ze haar verkering uitmaakt per brief, terwijl hij aan de andere kant van de wereld uitgezonden is en ze al verloofd is op het moment dat ze hem dat vertelt… Maar ergens voelt dat als (enigszins) oké, omdat die zorgzaamheid niet uit de lucht komt vallen. Dus ach… Het is een film/boek of fictie dus daar mag je enig surrealisme wel verwachten, toch?
Dat mag zeker; dat doet het (lezers)publiek ook. Maar die scheidingslijn tussen: ‘dit kan nog net’ en ‘tjee, wat is dit slecht!’ is soms flinterdun.

De power fantasy-eigenschap van je personage

Ieder (hoofd)personage heeft een eigenschap die wordt versterkt door power fantasy, zoals dat bij Savannah zorgzaamheid is. Dat is in beginsel helemaal niet erg; je held heeft versterkte eigenschappen nodig om een bepaalde (hoofd)rol op te kunnen eisen. Maar je moet wel voorkomen dat je personage irritant perfect wordt door deze eigenschap. Probeer die daarom op te sporen. Zo wordt je je bewust van waar die eerdergenoemde scheidingslijn zit. Dat maakt het makkelijker om je niet op dat riskante gebied te begeven. Je kan de eigenschap vinden door te kijken waar je personage in ‘uitblinkt’ en waaruit dat blijkt.

De zorgzaamheid van Savannah zie je terug in het feit dat ze:
* met kwetsbare kinderen wil werken;
* ze steeds in de buurt is van Tim en Allan wil zijn om voor hen te zorgen;
* dat zomerkamp wil oprichten;
* met Tim trouwt om voor hem te zorgen (zie je ‘m?) terwijl hij terminaal is. Ze trouwt met iemand om die karaktertrek als het ware na te jagen. Dat is nogal wat.
* En als ze getrouwd is met Tim, krijgt ze medevoogdij over de autistische Allan. Lees: ze heeft alweer (!) een reden om extra zorgzaam te zijn, want ze heeft nu twee kwetsbare mensen in haar directe omgeving.
Als je dit zo op een rijtje ziet staan, hoop ik dat je ziet dat Savannah een duidelijk gevalletje ‘te veel van het goede’ is. Zorgzaamheid is Savannahs grootste kracht (power), maar daarin slaat ze door: haar power fantasy wordt te groot om nog behapbaar te zijn. Ziedaar de transformatie van de ‘gewoon zorgzame Savannah’ naar een overdreven zorgzame Mary Sue.

Dokters zijn soms reddende engelen. Geef die eretitel niet zomaar aan iemand die overdreven zorgzaam is.

Geef de krachteigenschap weg aan een ander archetype

Als je de krachteigenschap en de bijbehorende bewijzen hebt gevonden, geef die dan weg aan een personage (uit een ander boek) dat qua archetype verschilt van het archetype waar deze eigenschap goed bij past. Zorgzaamheid past uiteraard goed bij een archetype zorger (zoals Savannah). Voor een archetype ontdekkingsreiziger is zorgzaamheid wat minder belangrijk. Maar dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat hij niet zorgzaam kán zijn. Het valt alleen meer op als de ontdekkersreiziger naar verhouding heel erg zorgzaam wordt. Dat kan je in je voordeel gebruiken.

Je wil je ontdekkingsreiziger iets zorgzaams laten doen. Vervolgens geef je het complete eerder opgesomde lijstje van Savannah aan hem om uit te voeren. Waarschijnlijk is je eerste reactie: “Even dimmen…” Dit past namelijk niet bij hem, dus je zal in dat lijstje gaan schrappen. Je ontdekkersreiziger heeft nog een heel continent te ontdekken in twee maanden tijd. Die kan dan echt geen compleet zomerkamp gaan oprichten en ook nog eens een maandenlang voor een terminaal persoon blijven zorgen. Maar uiteindelijk blijft de optie dat je ontdekkersreiziger een weekje voor Allan kan zorgen (normaliter Savannahs taak), terwijl zij de eerste palen in de grond zet voor het clubhuis. Dan kan de ontdekkersreiziger behulpzaam zijn en daarna weer verder op expeditie gaan.

Zo, het clubhuis staat 😉

Zo kom je bij de hamvraag: wat is behulpzaam zijn nu precies en hoe uit zich dat (onder andere)? Omwille van de ontdekker heb je heel wat uit Savannahs lijstje geschrapt. Daarvan moeten enkele dingen toch weer worden gebruikt. Het feit blijft dat Savannah een zorger is en dat haar behulpzaamheid meer dan eens naar voren moet komen om daar haar (belangrijkste) karaktertrek van te kunnen maken. Maar als je een lijstje van die karaktertrek kan maken, daarin kan schrappen en weer gedoseerd wat gebeurtenissen of acties terug kan halen, zal je niet snel meer in de fout gaan.

“Ach het is een boek, dus dat mag,” impliceert dat je lezer ergens uit het verhaal is gehaald. Je verhaal slaagt beter als deze uitspraak er überhaupt niet van komt.

Wil je hulp bij het bepalen van een powerfantasygrens? Kijk eens in mijn webshop.

Wat als je personage iets te vieren heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage iets te vieren heeft?

Wat valt er te vieren?

Je personage kan een uitbundig feest vieren. Maar soms gaat het om het gevoel dat er stilgestaan moet worden bij iets moois. Dan is een ijsje halen (met vrienden of misschien zelfs alleen) en van dat moment genieten al genoeg. Hoe dan ook: wat valt er precies te vieren? Kijk verder dan het oppervlakkige. Als je personage een nieuwe, fijne baan heeft waar hij in zijn oude functie steeds werd afgeblaft, viert hij dan een overplaatsing van kantoor A naar kantoor B? Of viert hij eigenlijk dat hij eindelijk assertief heeft kunnen zijn en heeft kunnen zeggen: “Bekijk het maar, ik verdien beter dan dit!”?

Wie wordt er uitgenodigd om mee te vieren?

Of je personage nou een complete feestzaal afhuurt of een datumprikker aanmaakt om een ijsje te gaan eten met zijn beste vriend, als hij mensen gaat uitnodigen, kiest hij zijn genodigden om een reden uit. Waarom kiest hij deze (hoeveelheid) mensen uit? Wil hij zoveel mogelijk mensen op zijn feest hebben, omdat hij behoefte heeft aan een uitbundig feest en maakt het daarbij niet uit dat de vage kennissen die er ook zijn, zijn worstelingen niet per se van dichtbij hebben meegemaakt? 
Of kiest hij juist alleen die drie mensen uit die altijd voor hem klaarstonden en wordt het daarmee ook een gedeeltelijk ‘bedankt voor alle steun’-feest? 

Niet echt fijn, maar het kan zijn dat bepaalde mensen helemaal niet willen komen, omdat ze de reden van het feest niet zien: “Dus je hebt je tuin na een halfjaar eindelijk helemaal af? Nou en? Dat is geen reden voor een feestje (ik heb belangrijkere dingen te doen…).” Dit kan een handige manier zijn om personages die uit elkaar aan het groeien zijn dat laatste zetje te geven, of een ruzie te starten die nodig is voor het plot. Of om duidelijk te maken dat je personage die ander al die tijd totaal verkeerd ingeschat heeft. Daar kan je een goede plottwist van maken.

Durft je personage wel te vieren?

Deze overweging is voornamelijk handig als je een psychologische roman schrijft. Hij behoeft een korte introductie:
Onderzoekster en maatschappelijk werkster Brene Brown onderzoekt al tientallen jaren onderwerpen als kwetsbaarheid en schaamte. Ze stelt simpel gezegd dat vreugde misschien wel de engste emotie is die we hebben, omdat het zoveel pijn kan doen als het wordt afgepakt wanneer je het (eindelijk) vergaard hebt.  

Je hoeft je personage niet meteen naar een psycholoog te sturen, zo diepgaand hoef je hier niet over na te denken. Maar het kan je wel helpen om te bedenken wat de belangrijkste angsten, passies, liefdes en waarden van je personage zijn en hoe je personage zich daardoor gaat gedragen. Dat is van grote waarde voor het maken van je personagebiografie. 

Zodra je weet of je personage wel iets durft te vieren, kan dat een heel goede aanwijzing zijn of je personage al dan niet bepaalde comfortzones uit durft te komen en hoe (en misschien zelfs of!) hij narratieve conflicten aangaat. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Mag ik met je vieren dat je iets moois hebt geschreven? Ik kan je het verlossende woord geven na een rondje manuscriptredactie: kijk in mijn webshop.

Schrijfoefening: duivels dilemma

Als je personage gedwongen wordt om iets te doen wat hem in elk opzicht tegenstaat of angst aanjaagt, geeft dat je de gelegenheid om een aantal belangrijke dingen over zijn geloof te leren en hoe hij zeer belangrijke en soms onmogelijke beslissingen neemt.

Onderstaand citaat komt uit De vliegeraar van Khaled Hosseini:

Als ik hem één kind weiger, neemt hij er tien. Dus ik sta toe dat hij er één meeneemt en ik laat het oordeel aan Allah. Ik slik mijn trots in en neem dat smerige rotgeld van hem aan. Dan ga ik naar de bazaar en dan koop ik eten voor de kinderen.

De context is als volgt: de hoofdpersoon wil zijn neefje ophalen uit een weeshuis om hem een beter leven in zijn gezin te kunnen geven. Het weeshuis is verre van een fijne plek en er is nauwelijks eten voor de kinderen. De directeur vertelt dat hij ‘zakendoet’ met een talibanstrijder. Als hij hem eens per maand, wanneer hij langskomt een kind meegeeft, krijgt hij genoeg geld om voor de overige tweehonderd kinderen eten te kopen. De directeur wordt in elkaar geslagen door de metgezel van de hoofdpersoon: “Hoe durf je een onschuldig kind mee te geven om verkracht te worden door talibanstrijders?!” Het bovengenoemde citaat is de verklaring van de directeur voor zijn keuze.

Duivels dilemma

Kiezen tussen twee kwaden wordt soms door elkaar gebruikt met ‘door de zure appel heen bijten’. Maar wat als het écht kiezen is tussen twee kwaden? Kwaden die zodanig heftig zijn dat je niet met je keuze kan leven, ook al weet je dat je iets moest doen, ongeacht of je keuze de juiste was of niet?
Ik laat het oordeel aan Allah” is in het voorbeeld erg diepgaand. Hier zegt de directeur niet dat hij het oordeel aan Allah overlaat als hij een keer vergeet naar de moskee te gaan. Hij heeft iets vreselijks gedaan waarvan hij weet dat het volgens de islam onvergeeflijk is, terwijl hij het niet wilde doen en daarbij ook nog vanuit de goedheid van zijn hart handelde…
Hij moest kiezen tussen het ene onvergeeflijke of het andere onvergeeflijke. Hoe doe je dat?
Voor een antwoord voor een bestaand persoon: al sla je me dood…
Voor een antwoord voor een schrijver die zijn personages wil vormen: kijk naar de relatie met de hogere macht waar je personage in gelooft.

Hogere macht

Kijk eerst of je personage in een hogere macht gelooft. Zo ja, dan is dat hetgeen waar de kern van zijn doen en laten en vertrouwen wat betreft de ‘serieuze onderwerpen’ van het leven op gebaseerd zijn: leven en dood, wat je al dan niet mag doen in het leven en hoe je deze hogere macht voldoende dient, of dat jij doet waar je volgens deze macht voor op aarde bent. Je personage zal deze hogere macht in overweging nemen op het moment dat hij met een duivels dilemma te maken krijgt. Een belangrijke vervolgvraag is dan: is je personage bang dat zijn hogere macht negatief oordeelt? (omdat er bijvoorbeeld een van de Tien Geboden is gebroken) of vertrouwt hij erop dat zijn hogere macht weet dat het vreselijke overmacht betrof en dat hij alsnog liefdevol (in een hiernamaals) ontvangen wordt?

Het antwoord op die vraag kan op het moment van de beslissing doorslaggevend zijn. Als je personage bang is voor eeuwig hellevuur, kan hij daardoor in doodsangst bevriezen en alsnog niet doden, ook al voorkomt hij daarmee nog ergere ellende. Ook nadat de beslissing is genomen is dit antwoord van belang. Als hij bang is voor vergelding, zal het moeilijk zijn om na de traumaverwerking (ervan uitgaande dat die komt) verder te gaan met het leven. Hij denkt toch al dat hij alleen maar een last is voor de wereld en hij een belangrijke belofte heeft verbroken. Vertrouwt je personage erop dat hij ondanks alles vergeven wordt, dan kan hij nog uit een comfortzone komen en nog een ander pad inslaan met zijn leven.

Het maakt voor een onmogelijke beslissing enorm veel verschil als je denkt dat er een vriendelijk uitgestoken hand op je zal wachten, of wanneer je vreest dat die juist zal ontbreken…

Waarden en moralen

Als je personage niet in een hiernamaals, hogere macht, een hel (lees: een plaats om te vrezen vanwege de eeuwige verdoemenis) gelooft, of gelooft in een hogere macht die zich met de natuur, maar niet met mensen persoonlijk bemoeit, is hij in het geval van een duivels dilemma nóg meer dan bij mensen die dat wel doen op zijn normen en waarden aangewezen. Hij hoeft (of kan, zo je wil) geen verantwoording afleggen aan iets hogers, dus dat moet hij dan aan zichzelf doen. Dan moet je personage (en daarmee jij als schrijver) een heel goed beeld hebben van zijn waarden en moralen.
Met waarden bedoel ik: ‘als je het in een woord kan samenvatten’, zoals: trouw, liefde, aanzien, respect en moed. Moralen zijn voor deze uitleg bedoeld als: ‘iets waar je een volledige zin voor nodig hebt’: ‘Doe niemand kwaad.’ ‘Help eerst jezelf, dan een ander.’ ‘Verkies geld niet boven geluk.’

Noteer deze waarden en moralen eerst in aparte rijtjes, rankschik ze dan naar relevantie: Wat is voor mijn personage het allerbelangrijkst? Wat komt daarna, en daar weer na? Wat komt niet in dit lijstje voor?
Vervolgens kan je deze lijstjes combineren: als deze waarden bovenaan staan, welke moralen kunnen daar dan uit voortkomen? Bijvoorbeeld: ijver + wijsheid = doe je best met studeren. Of andersom: als de moraal is: ‘Help een ander voordat je jezelf helpt’, kan deze ontstaan zijn uit de waarden onbaatzuchtigheid en respect. Zo krijg je een goed beeld bij wat je personage vanuit zijn diepste kern beweegt.

Natuurlijk kan je deze lijstjes ook maken voor een personage dat óók in een hogere macht gelooft. Deze schrijfoefening kan je uit de brand helpen bij ernstige dillema’s, maar biedt ook een goede uitgangsbasis voor wat meer onschuldige conflicten als je twijfelt hoe je personage ergens naar zou handelen.

Kom je er niet uit met een duivels schrijfdillema? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Wat als je jouw personage niet mag?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als jij jouw personage niet mag?
Schrijven over een personage dat je persoonlijk niet mag, kan het schrijfproces in de weg zitten. Daarom volgen hier wat nuttige tips. 

Waarom mag je je personage niet?

Misschien mag je je personage niet, omdat ze te veel op een Mary SueMagic pixie of een ander onrealistisch personage lijkt. Ga eerst na of je je personage niet onbedoeld perfect hebt gemaakt. Niet alleen lezers, ook schrijvers kunnen zich aan ‘perfecte’ helden ergeren. Het is belangrijk dat je balans toepast: zorg ervoor dat je je personage niet alleen goede eigenschappen en steeds opnieuw meevallers heeft. Af en toe moet er iets tegenvallen, of er iets minder dan ideaal aan je personage zijn.

Allergiezone

Mensen kunnen in je allergiezone zitten. Deze mensen mag je niet omdat hun karaktertrekken, overtuigingen of prioriteiten gewoon te verschillend zijn van die van jou. Zij kunnen objectief gezien niets fout doen, toch zal jij ze altijd zien als ‘dat irritante mens’. Denk aan een rijke zakenman die zich ergert aan de ongeschoolde klusjesman, die op zijn gemakje werkt, in plaats van zich in een burn-out te storten. Of aan de milieuactivist die iemand die drie keer per jaar het vliegtuig pakt om op zonvakantie te gaan, egoïstisch vindt. 

Zo kan een personage ook in je allergiezone zitten. Meestal -hoewel niet altijd- betreft dit je antagonist. Dat kan je in je voordeel gebruiken. Als je je echt niet over je afkeer van je vervelende personage heen kan zetten, bedenk dan: ‘Zonder tegenstander geen held.’
Als jouw superheld katten uit de boom redt, heb je wel iemand nodig die die arme beestjes steeds zo’n schrik aanjaagt dat ze de boom in vluchten. Misschien geef je je held daardoor op een kinderlijke manier onterechte schouderklopjes. ‘Kijk Superman, jij bent tenminste wel aardig. En die stomme Slechterik is echt een nare bullebak. Lekker pûh, Slechterik, Superman wint weer.’

Waak ervoor dat je Superman daarmee niet té goed voor het verhaal maakt: er moet een centraal conflict overblijven. Maar dat kinderlijke gesnauw werkt beter dan vechten tegen wat er nu eenmaal in je allergiezone zit, want dat is een gevecht dat je niet zal winnen. 

Goedpraten versus verklaren

Soms is de reden dat je je personage niet mag wat minder onschuldig. Als je over een gemene Nazi-soldaat schrijft, bijvoorbeeld. Besef dat er een groot (en minstens zo belangrijk!) verschil zit tussen iets goedpraten en iets verklaren. Alleen omdat je weet dat deze soldaat handelt vanuit indoctrinatie, wil dat echt niet zeggen dat jij het oké vindt hij mensen doodt en vergast. Toch zal het slikken zijn om over zo iemand te schrijven. Troost je met de gedachte dat je waarschijnlijk veelachtergrondonderzoek moet doen voordat je de daden of karaktertrekken die jij zo verafschuwt kan verklaren. Dat heeft een positief gevolg. Doorgaans is het zo dat hoe meer onderzoek je doet naar een personage, hoe realistischer en meeslepender je over diegene kan schrijven. Het kost je weliswaar gevoelens van afschuw om zo’n personage goed te kunnen portretteren, maar het kan een aanwijzing zijn dat je een steengoed verhaal aan het schrijven bent. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Een vervelend personage is niet erg, een vervelend geschreven personage wel. Ik kan die identificeren. Kijk eens in mijn webshop.

De trope met een valse start

Alles wat je maar kan bedenken, kan in een verhaal worden verwerkt. Maar soms is het wat lastiger om bepaalde elementen in een verhaal te verwerken, omdat je lezer een totaal ander beeld bij jouw trope heeft. Dan moet je meer moeite doen om je lezer geïnteresseerd te houden. Wat moet je doen als je weet dat je tegen algemene verwachtingen in gaat schrijven?

Het nut van een algemene trope

Een trope is een bouwsteentje van je verhaal, personage of ander element uit je boek. Het is niets meer of minder dan een gegeven waar je lezer verder op voort kan bouwen. Dat is belangrijk om een beeld bij het verhaal te krijgen. Dat heeft een lezer altijd, maar welk beeld dat precies is verschilt per lezer:

TropeDe lezer denkt aan
Een groot huis* een vakantievilla in Frankrijk;
* een langdradige rijkeluisfamilie;
* een inkijkje in een wereld vol glamour.
Een verliefd stelletje* een heerlijk zwijmelverhaal;
* het zoveelste kleffe stel;
* een gelukkig en alleraardigst jong gezin.

Zo kan je nog meer dingen bedenken, maar deze eerste associaties zijn redelijk standaard. Dat is handig, omdat je geen talloze pagina’s nodig hebt om iets te beschrijven dat min of meer voor zich spreekt. Als je over het verliefde stelletje schrijft, wordt er gezoend en geknuffeld en in het grote huis zal men er warmpjes bij zitten, met alle bijbehorende gemakken. Het is dan aan jou als schrijver om de lezer vervolgens jouw richting in te sturen. Als de familie uit het grote huis inderdaad langdradig en stijf is, zal de lezer daar makkelijk in meegaan, ook al is zijn eerste associatie bij de trope misschien de vakantievilla. Omdat de tropes ongeveer in hetzelfde ‘bekende straatje’ blijven, is dat voor de lezer niet al te moeilijk schakelen.

De onverwachte trope

Maar nu schrijf je over een trope die helemaal niet in de lijn der verwachtingen ligt, of daar zelfs haaks tegenover staat:
* De geniale wiskundige stapt uit de wereld van getallen en gaat Frans leren, net nu hij op het punt staat zijn doctoraal te behalen in zijn exacte vak;
* de succesvolle componist wordt ineens computerprogrammeur;
* een soldaat meldt zich aan voor het leger, maar weigert een geweer te dragen, laat staan het te gebruiken.

Met deze tropes op zichzelf is niets mis. Een trope is namelijk niets meer of minder dan een gegeven dat er gewoon is. De uitwerking (en de logica daarvan) kunnen echter wel verkeerd gaan. Bij onverwachte tropes moet je veel (!) meer moeite doen om de lezer ‘jouw kant op te sturen’: je moet hem helpen te begrijpen hoe jij de trope wil invullen en je zal meer tijd nodig hebben om aan je lezer duidelijk te kunnen maken waarom de trope alsnog ‘klopt’. Zo krijgt je trope een ‘valse start’. In plaats van dat je verhaal vanaf de start te volgen is, moet je wat meer tekst en uitleg geven.

Je zal heel wat zaken ethisch of neutraal moeten bekijken en afwegen bij een trope met een valse start.

Normen en waarden achter een trope

Zonder dat je het je misschien beseft, heb je vaak bepaalde normen en waarden bij een trope. Neem het grote huis. Misschien heb je een bepaalde afkeer van mensen met veel geld, dan zal je ze eerder als vervelende rijkelui zien. Ben jij zelf iemand met een prettig banksaldo, dan is de kans groot dat jij eerder aan een Franse vakantievilla denkt. Zo heeft iedereen zijn eigen associaties, maar er zijn ook een heleboel tropes die vanwege een algemeen (maatschappelijk) gedachtegoed aan hun eerste associatie komen. (‘De goede moeder’ is er zo eentje. De eerste algemene associatie is dat ze alles voor haar kinderen overheeft.)
In zo’n geval moet je heel goed nagaan hoe het komt dat de meeste mensen die/ een dergelijke eerste associatie hebben. Neem de bijbehorende waarden dan eens onder de loep. Zodra je weet wat die zijn, kijk je wat het is dat die waarden tegenspreekt. Vervolgens zet je ze in een zodanig daglicht dat de waarden die de trope eerst leek te verstoren, uiteindelijk slechts anders worden ingevuld.

Hacksaw ridge: valse start, prachtige uitwerking

Het eerder genoemde voorbeeld van de soldaat is het plot van de film Hacksaw ridge. Soldaat Doss wil dienen in het leger, maar alleen als hospik: hij weigert een geweer te dragen. Dat is een valse start: het is niet logisch dat iemand het leger in wil, maar absoluut niet wil verwonden of doden. Je zou zeggen: dat hoort nou eenmaal bij het vak. Maar Doss weigert zich daarbij neer te leggen, met alle gevolgen van dien. Hij is nou niet bepaald een Joe Sixpack in zijn doen en laten. Hij schept niet op over zijn spierkracht, ‘de harde mannenwereld’ (waarbij ik doel op het belang van spierkracht, de overtuiging niet kwetsbaar te mogen zijn en waar goed kunnen vechten hoog in aanzien staat) bevalt hem-uiteraard- helemaal niet. De soldaten die met hem in training zijn, verafschuwen hem daarom: ze slaan hem in elkaar en maken hem meerdere malen uit voor een enorme lafaard.
Het moge duidelijk zijn: de algemene eerste associatie waardoor Doss’ trope een valse start krijgt, is omdat hij niet mannelijk genoeg zou zijn. Het duidelijkste voorbeeld is dat hij wordt uitgemaakt voor lafaard. Het ontbreekt hem aan (‘mannelijke’) moed. Maar uiteindelijk riskeert Doss als hospik zijn leven en rent hij maar liefst vijfenzeventig keer terug de vuurlinie in om gewonde soldaten, zowel vriend als vijand, het leven te redden. Als dat geen moed mag heten…
Doss laat dus wel degelijk de ‘nodige’ of ‘verwachte’ mannelijkheid zien, alleen komt het uit een onverwachte hoek.
Als je een trope hebt met een valse start, zoek dan die onverwachte hoek. Zo strookt de trope alsnog met de (algemene) verwachting die een lezer kan plaatsen. Bovendien wordt je trope zo erg stevig: het is sowieso geen cliché, en je werkt je trope buitengewoon goed uit. Je zalhem alleen meer moeten uitwerken om de onverwachte hoek te kunnen verklaren.

Wil je weten of jouw trope goed van start is gegaan? Schakel mijn in voor manuscriptredactie.

Wat als je personage seks wil?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage seks wil?

Waarom wil je personage seks?

Beantwoord als eerste de vraag waarom je personage seks wil. Zoekt ze intimiteit vanuit een bepaalde onzekerheid? Is ze gewoon in de stemming? Moet ze als dubbelspionne de vijand ergens toe verleiden? Wil ze haar baas ergens van overtuigen? Wil ze zwanger worden? Er zijn talloze redenen om seks te willen en achter elke reden zit een ander verhaal, die een andere manier van uitwerken vergt. Het kan helpen om de reden voor seks in grofweg een van de volgende ‘categorieën’ in te delen:
* gewone seks, waarin je personage een gezond libido heeft, (misschien) een relatie heeft en (de daarin bijbehorende) intimiteit zoekt. Deze seks is fijn, maar niet altijd van meerwaarde voor het verhaal;
* lust: waar het draait om passie en vleselijke genoegens (al dan niet vergezeld door liefde, verliefdheid of romantiek);
* afkomstig van Cupido: het soort waar romantische verhalen bestaansrecht aan ontlenen: deze seks draait om romantiek, vlinderzwermen in de buik en heftige persoonlijke gevoelens. Lust is deze seks zeker niet vreemd;
* machtsbeluste seks: de seks die wordt ingezet om iemand om te kopen, over te halen of af te leiden. Hier is seks een wapen. Van romantiek is geen sprake;
* verplichte seks: de seks die er is vanuit een huwelijkse plicht binnen een huwelijk waar de liefde allang uit is verdwenen, of die moet gebeuren omdat het stel een kinderwens heeft en de vrouw haar vruchtbare dagen heeft. Aan de daad zelf wordt niet veel plezier (meer) beleefd. 
Uiteraard kunnen meerdere soorten seks voorkomen in hetzelfde verhaal of dezelfde relatie. 

Zodra je weet wat voor seks je personage wil of moet hebben, kan je een makkelijkere afweging maken van hoe vaak en hoe je een erotische scène in je verhaal verwerkt. Moet je je vooral concentreren op de liefde, of juist op wat er exact tussen de lakens gebeurt, waarom juist seks nodig is voor het sluwe plan of is het feit dát je personage seks heeft al genoeg om te vermelden? 

Je genre als leidraad

Meestal geeft je genre je al een idee in welke categorie je het moet zoeken. In een spionageverhaal kan er op een bepaald moment machtsbeluste seks worden overwogen of plaatsvinden. In een streekroman is gewone seks wat meer aan de orde. Maar verlies desondanks niet uit het oog wat je met jouw verhaal wil vertellen. Zoals altijd met schrijven: richtlijnen zijn handig, maar echte creativiteit komt voort uit je eigen pen. Als je een keer verplichte seks laat voorkomen in een romantisch verhaal, dan ga je buiten de gegane paden en schrijf je geen cliché.

‘Sex sells’: Is dat zo?

Seks in een boek of een film is allang niet meer gewaagd of bijzonder. De laatste jaren worden in films en boeken eerder te pas en te onpas seksscènes toegevoegd. Immers lijkt de overtuiging: sex sells: Iemand loopt een kamer in om per ongeluk een stel te betrappen, zodat de lezer maar leest hoe er aan een tepel wordt gezogen en zelfs als een stel verplicht vrijt om zwanger te raken, krijgen lezers soms mee hoe groot de man geschapen is en wat de vrouw daarmee weet te doen. Dan wil men het wel lezen…toch?

Hoe spannend, interessant of opwindend seks ook kan zijn, waak ervoor dat je het geen hogere status geeft. Zoals alles moet de (omschrijving van de) seks iets aan het verhaal toevoegen en een onmisbare toon aan de scène meegeven. Als je seks belangrijker maakt dan het is, zal je in plaats van de lezer rode oortjes eerder rollende ogen bezorgen. 

Sex sells klopt misschien wel, maar dan moet je het wel (passend) weten te verkopen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven online.

Kan jij de seks waar je over schrijf passend verkopen? Ik kan het controleren: kijk in mijn webshop.