In vijf stappen naar een persoonlijk thema

Het thema is de fundering van het verhaal. Je kan het gebruiken om je mening te verkondigen via de heldenreis van je personages. Met deze vijf stappen krijg je het voor elkaar!

1 Wat is je thema?

Bepaal als eerst je verhaalthema. Onmogelijke liefde? Armoede? Een weg naar de top?
Voordat je iets kan personaliseren, moet je beslissen waar je het over wil hebben.

2 Wie is je personage?

Zorg dat je weet wat de drijfveren en angsten zijn van je personage zijn. Elke puber gaat voor het eerst naar de middelbare school. Maar is jouw puber daar dolenthousiast over of kan hij van de angst niet slapen?
Soms past een thema niet bij een personage. Als een kleuter het kind is van alcoholisten, is alcoholisme niet het beste uitgangspunt voor het thema. Een kleuter snapt niet wat dronken zijn betekent of wat het met iemand doet. Het thema is dan eerder angst (voor de ouders). Als je vanuit het gezichtspunt van de kleuter schrijft, is het makkelijker om angst als hoofdthema te nemen en onzekerheid als subthema.

3 Hoofdthema en subthema

Het hoofdthema is een emotie of ervaring die ieder mens kan meemaken, ongeacht leeftijd of levenservaring.
Denk aan:
* liefde;
* gedrevenheid;
* hebzucht (Soms zeuren kleuters al om nog meer speelgoed…);
* verbondenheid;
* angst;
* doorzettingsvermogen;
* rouw;
* eenzaamheid;
* moed;
* hulpeloosheid.

Zodra je het hoofdthema hebt bepaald, kun je het subthema bepalen. Hou dan nog steeds je personage in gedachten.
Als eenzaamheid je thema is, beleeft een dakloze veteraan dat heel anders dan een gepeste scholier. Wanneer je weet hoe je personage het hoofdthema ervaart, komt het subthema meestal vanzelf. Bij de veteraan is dat dakloos zijn en daarom nagekeken worden. Bij de scholier is dat pesten en geen vrienden hebben.

4 Wat is het centraal conflict?

Het thema bepaalt grotendeels het centraal conflict.
Als je een onprettig thema hebt, dan zal je personage het willen veranderen naar een fijne omstandigheid. Geen oorlog, maar vrede. Geen angst, maar rust. Het conflict is dan: hoe gaat hij dat voor elkaar krijgen?
Bij een gelukkig thema zal je met iets moeten dreigen. Zo blijft het verhaal interessant. Een gezin dat er warmpjes bij zit kan ineens met schulden te maken krijgen. Een backpacker maakt een zware aardbeving mee op zijn fantastische wereldreis. Het hoeft niet slecht af te lopen, maar er moet iets op het spel staan.
Het conflict zelf is extra belangrijk als je een thema hebt dat op verschillende manieren kan aflopen. Neem liefde. Moet je personage een liefde voor zich winnen of dreigt zijn liefde juist verstoord te worden? Dat bepaalt sterk welke hordes je personages moet nemen.

5 Je eigen standpunt in het verhaal verwerken

Nu kun je je mening in je thema verwerken. Het werkt het makkelijkst als je je hoofdpersonage jouw overtuigingen meegeeft, of als hij jouw ideale omstandigheden probeert te bereiken.
Je platzakke personage moet meerdere oplossingen bedenken om brood op de plank te krijgen. Als hij na vaak vallen en opstaan een succesvol bedrijf start, blijkt dat jij doorzettingsvermogen vindt lonen. Gedurende het verhaal kun je laten doorschemeren dat je het niet eens bent met de manier waarop de uitkeringsinstantie werkt. Dat blijkt wel als je personage daar steeds van het kastje naar de muur wordt gestuurd.
Als iets je personage expres lijkt tegen te werken, dan zal jij dat gegeven niet ondersteunen. De dictator wordt steeds machtiger als je personage in verzet komt, of de kwalificatie-eisen voor de wereldkampioenschappen van je topsporter worden ineens veel strenger.

Als je personage kan groeien door zijn schouders ergens onder te zetten, moedig jij als schrijver je personage aan om iets te doen waar jij heil in ziet.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online.

Wil je controleren of je thema goed naar voren komt? Ik kan het voor je nakijken: kijk eens in mijn webshop.

Met deze zeven stappen maak je van je personage een held

Helden zijn geweldig: de lezer juicht voor ze en noemt ze bewonderenswaardig. Dat zijn prachtige complimenten! Hoe krijg je dat voor elkaar voor jouw personage?

1 Bedenk wat jij heldhaftig vindt

Een held hoeft geen laserogen te hebben om zo genoemd te worden. Sterfelijke, alledaagse mensen kunnen dat ook zijn. Bedenk wat voor mensen in het echte leven jij bewonderenswaardig vindt. Geef je personage dezelfde kenmerken mee.

2 Bepaal de superkracht

Als je advocaten bewondert omdat ze voor ieders recht opkomen, ben je er nog niet. Je kan advocaat worden om een hoger doel te dienen of om rijk te worden. Bedenk daarom wat een mooie kwaliteit precies laat zien. Als je onbaatzuchtig voor iemand opkomt, kan dat bijvoorbeeld ontstaan vanuit:
* de behoefte om te beschermen;
* plichtsbesef naar je medemens;
* verbondenheid met degene die je helpt.

Deze dingen komen uit dezelfde waarde voort, maar hebben een ander gezicht. Ga dus eerst je eigen waarden na. Wat betekent een bepaalde karaktertrek of manier van handelen voor jou? Wat roept precies die bewondering op?

3 Schrijf je superheld

Je weet nu dat de ‘superkracht’ van jouw held plichtsbesef is.  
Bepaal vervolgens wie je held is. Een voetballer blijft ondanks een blessure spelen omdat hij zijn team niet in de steek wil laten. Een onderwijzer draait overuren om de kinderen goed te begeleiden. Dezelfde superkracht, zeer verschillende verhalen. Schrijf wat je zelf leuk of interessant vindt. De lezer zal niet voor de held juichen als de schrijver het zelf al oninteressant vindt.  

4 Bepaal wat er op het spel staat

Je ruilt je comfortzone liever niet in voor een conflict. Datzelfde geldt voor je personage. Er moet iets belangrijks op het spel staan, wil hij een conflict aangaan.
Iemand met ernstige pleinvrees gaat echt niet naar buiten als je hem tien euro geeft. Wordt zijn geliefde voor zijn deur mishandeld, dan zal hij het ‘comfort’ van zijn huis waarschijnlijk wel verlaten. Hij verliest immers gezelschap, liefde en misschien ook waardigheid als de geliefde aan haar wonden zou overlijden.

5 Maak het conflict onontkoombaar

Als je je personage een held wil maken, moet je hem dwingen zijn comfortzone te verlaten. Laat een conflict ontstaan dat je personage niet kan negeren en zelf op moet lossen. Ga maar na: Batman is niet langer de superheld als hij alle klusjes aan Robin zou overlaten.

 6 Zet de superkracht in

Als je geen pleinvrees hebt, is je huis verlaten geen conflict. Bedenk wat bij jouw personage voor ongemak, angst of narigheid zorgt. Pas dan kan je personage daadwerkelijk heldhaftig worden. Zet de superkracht van je personage in om het conflict aan te gaan. Tenzij je personage laserogen heeft, spreekt de superkracht meestal niet voor zich. Als het kwetsbaarheid is, laat een patserige machoman dan flink huilen in het bijzijn van zijn vrouw. Door verdriet te laten zien verlaat de man zijn comfortzone: hij moet toegeven dat hij niet onaantastbaar is. 
Je hebt pas een conflict als je personage ergens moeite voor moet doen of als hij iets moet doen waar hij bang voor is. Een bodybuilder kan 300 kilo heffen en voor het eerst 350 kilo proberen te tillen. Als hem dat lukt zonder extra trainingsuren is dat geen conflict, eerder een uitdaging.

7 Laat de held vallen en opstaan

Je personage wordt een held door vallen en opstaan. Daar hoeft hij niet eens voor te slagen. Zolang je personage conflicten aangaat, blijft hij interessant. Ook als de herstellend alcoholist opnieuw verslaafd raakt. Je lezer is dan al emotioneel betrokken bij het programma van de A.A. Betrokkenheid is het sleutelwoord: je personage is een held als de lezer betrokken genoeg is om voor je personage te gaan juichen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je extra hulp nodig bij het schrijven van je held? Kijk in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

Stalen spieren met karakter in vier stappen

De alfaman: goed bij de vrouwen, kampioen in bed en een strak wasbordje dat altijd zichtbaar is omdat hij vaak halfnaakt rondloopt. Hoe schrijf je een rokkenjager zonder in clichés te verzanden? Laten we zijn wasbordje stapsgewijs en symbolisch toepassen. Zo heb je straks een personage wat ook daadwerkelijk stevig is (op)gebouwd.

1 Kweek het wasbordje

Een wasbordje moet je kweken, hoe gezond je lijf van nature ook is. Wat maakt dat jouw personage een blokjesbuik wil hebben en niet tevreden is met een gezond lijf? Kortom: waarom wil jouw personage zo graag zijn masculiniteit benadrukken?

* Heeft hij een hoog libido en wil hij vrouwen aantrekken?
* Is hij vroeger gepest en wil hij nu aan iedereen bewijzen dat hij niet meer zo zwak is eerst?
* Is hij een gemene fitnessfanaat die zijn uitzonderlijke gezondheid wil benadrukken om zo op anderen neer te kunnen kijken? Vind hij het mannelijk om mensen af te blaffen?

Je kan deze elementen combineren of nog iets toevoegen. Het gaat erom dat een blokjesbuik sowieso een drijfveer van je personage weergeeft. Wat die ook is, als schrijver moet je die weten om een realistisch personage te kunnen maken.  

2 Behoud het wasbordje

Een wasbordje krijgen staat niet gelijk aan een blokjesbuik behouden. Je moet daarvoor blijven trainen. Dat geeft belangrijke karaktertrekken aan: doorzettingsvermogen en discipline. En het laat zien dat je personage beschikt over tijd. Als je zestig uur per week moet werken om je gezin te voeden, dan kan je die trainingsuren wel vergeten. Die combinatie heeft gevolgen:
* Je personage moet fit zijn vanwege zijn werk (hij is topsporter, of moet als soldaat voor zijn leven kunnen rennen met zware bepakking op zijn rug).
Of: * Je rokkenjager is rijk en hoeft daarom niet (veel) te werken.
Voilà: het recept voor de stereotype alfaman: de hete multimiljardair, sexy sporter of superheldsoldaat. Dat maakt het belang van de eerste stap duidelijk.  
Herlees de eerdergenoemde fitnessfanaat. Hij heeft ook zijn beweegredenen, maar die zijn minder cliché. Hij kan nog steeds een vriendin hebben die dat soort gedrag aantrekkelijk vindt (je personages hoeven niet allemaal engeltjes te zijn…). Het punt is: kijk of een wasbordje sowieso realistisch is voor je personage en of het iets voor hem toevoegt.

3 Paradeer met het wasbordje

Hoe vaak en waarom loopt je personage met zijn wasbordje te koop? Zo veel mogelijk, als echte vrouwenverslinder? Pas op: je voedt het cliché door een onrealistische reden te verzinnen waarom je spierbundel zonder shirt rondloopt. (Niemand smeert voor zijn hobby zijn spieren in met olie.)  Laat hem daarvoor bijvoorbeeld naar het strand gaan. Pas dan wel op dat hij niet elke dag vijf uur lang op het strand te vinden is…
Je getrainde man kan ook niets om uiterlijk vertoon geven. Als topsporter moet hij nou eenmaal fit zijn. Verder is hij bescheiden, heeft hij een gemiddeld libido en viel zijn vriendin op hem vanwege zijn maffe grapjes.
Kijk wat bij je personage past en besef dat een blokjesbuik niet altijd meteen een oppervlakkige alfaman hoeft te betekenen.

4 Trek kleren aan over het wasbordje

Al paradeert jouw (alfa)man het liefst met ontbloot torso rond, ooit moet hij zich volledig aankleden. Hoe ziet zijn dagelijks leven eruit, als het even niet om de vrouwen en de spieren gaat?
Draagt hij een pak en doet hij zaken? Of loopt hij in eenvoudige kleren rond als hij gaat vissen met zijn maten? Oftewel: geef hem een leven naast zijn spieren.
Wat voor hobby’s heeft hij? Wat heeft hij naast uitblinken in sport/ bed nog meer voor ambities?
Enzovoorts.  

Als je deze stappen volgt, kan je personage nog steeds een gespierde rokkenjager zijn, maar zal hij niet meer zo snel cliché overkomen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Wil je hulp met het schrijven van een goede Alfaman? Kijk in mijn webshop.

Vier tips voor het gebruik van symboliek

Symboliek is een handige manier om je verhaal wat meer diepgang te geven. Maar als je het fout doet, verzand je al snel in clichés en wordt het verhaal juist onverteerbaar. Hoe kun je symboliek op een goede manier gebruiken?

1 Maak de symboliek niet te duidelijk

Als je je held in wit gekleed laat gaan en je slechterik in zwart, dan is het duidelijk wie welke rol heeft. Je kan gerust enkele voorbeelden van duidelijke symboliek gebruiken. Op deze manier geef je tussen de regels door hints aan je lezer. Maar als je dat te vaak doet, zal hij alleen maar met zijn ogen rollen: “Ik ben niet dom en kan best een hint begrijpen. Duw die informatie alsjeblieft niet door mijn strot.”

2 Zorg dat je publiek de symboliek begrijpt

Een romantische vrouw zegt tegen haar vriend: “Wij waren voor elkaar gemaakt, want er was een syzygie op de dag dat we elkaar ontmoetten!”
Een syzy-watte?
Ga na of je lezerspubliek de gebruikte symboliek begrijpt. Is die symboliek algemene kennis die iedereen heeft? Of is het iets dat mensen alleen begrijpen als ze interesse in een specifiek onderwerp hebben? Als dat zo is, ga dan na of de rest van je verhaal bij die specifieke doelgroep aansluit. Ga niet romantisch doen over een syzygie; alleen astronomen snappen dat je het hebt over het verschijnsel dat planeten op een lijn staan. En als de gemiddelde astronoom de rest van je verhaal niet interessant zal vinden, gaat de symboliek aan zijn doel voorbij.

3 Maak de symboliek passend voor het thema en genre

Een volle maan als symbool voor romantiek gebruiken in een horrorverhaal schiet niet op. Als symbool voor licht en donker wel. Ook kan de vorm van de maan dan nuttig zijn. Symboliseer zo een cirkel van goed en kwaad waar jouw weerwolf doorheen gaat. Als je dat -subtiel!- herhaaldelijk in je verhaal laat terugkomen, werkt dat al een stuk beter.
Besef goed welke associaties jouw symbool al heeft, voor je het gaat gebruiken.
Zo zal een volle maan als symbool al heel wat minder goed werken buiten het horror– of romantische genre.

4 Maak een woordenweb van je symbolen

Symboliek gebruiken in je verhaal is een goede manier om het verhaalthema te versterken. Een verhaal over geboorte werkt goed als een vriendin van je zwangere hoofdpersonage verloskundige is. Maar dat kan er dik bovenop liggen. Zet het woord ‘geboorte’ eens in een mindmap of woordenweb. Wat zijn er synoniemen van? Welke associaties krijg je daar nog meer mee? Nieuw leven, groeien, een start, misschien creatie.
Dan kun je vanuit groeien en creatie bijvoorbeeld schrijven over een biologe die een plant genetisch moet manipuleren zodat ze iets nieuws creëert en laat groeien. Als zij dan ook nog zwanger raakt, komt het thema geboorte alsnog duidelijk naar voren, zonder dat het zich aan de lezer opdringt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van symboliek? Kijk in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

Vijf kenmerken van de onrealistische sprookjesvriendin

In een relatie kun je van elkaar leren en groeien. Maar als de één alleen bestaansrecht heeft om de ander verder te helpen in het leven, gaat het mis. Maak kennis met de magic pixie dream girl.

1 Dieptepunt van de man

Een man zit in de put. Hij is blut, verslaafd, ontslagen, gedumpt, depressief of suïcidaal. Meestal spelen er twee of meer van deze dingen. Zijn leven loopt vast en hij kan zijn problemen zelf niet oplossen. Dan is daar de magic pixie dream girl, kortweg Pixie. Zij komt in zijn leven om hem de zetjes te geven die hij nodig heeft om uit zijn dal te klimmen.

2 Wie is Pixie?

Pixie is de vrouw die de man uit zijn dal trekt. En dan bedoel ik niet zijn psychologe. Pixie is een vrolijke, optimistische vrouw met wie hij een relatie krijgt. Zo leert hij in de praktijk dat het leven ook mooie kanten heeft. Pixie is niet per se mooi, maar wel wijs: ze beschikt over allerlei diepzinnige levensmoto’s. Vaak is ze op een vlotte manier ook een beetje knullig. Zo blijkt dat ze fouten kan maken – Zie je, schat? Fouten maken is niet erg en bovendien menselijk! – en dat ze niet perfect is.

3 Wat doet Pixie?

De man weer zin in het leven geven. Verder niets. Daarom is ze een cliché. Van zichzelf heeft ze geen eigen leven. Geen ambities, baan, eigen problemen, andere vrienden, geen zieke moeder om voor te zorgen… Ze is altijd en volledig beschikbaar voor de man. Ze heeft bestaansrecht omdat de man een probleem heeft. Als de man gelukkig was geweest, had ze (binnen de zichtbaarheid van het verhaal) geen leven. Kortom: Pixie is een eendimensionaal personage.

4 Pixies toverstaf

Pixie doet iets heel kwalijks: ze neemt de man zijn heldenreis af. Alles wat de man zou moeten doen om zelf te groeien, neemt ze af door het hem meteen aan te reiken. En omdat ze geen leven heeft, kan ze al haar tijd en moeite aan de man besteden. Alsof ze een toverstafje heeft, kan ze alles wat de man nodig heeft onmiddellijk aan hem geven. Door haar wijze woorden ziet de man onmiddellijk het licht en laat hij de drugs meteen liggen. Afkicken hoeft niet meer. Of Pixie kent iemand die de man een baan aanbiedt, zonder dat hij hoeft te solliciteren.

Stel dat Pixie wel een eigen leven heeft. Dan gaat ze echt niet voor de zesde keer die week een strandwandeling maken om opnieuw een wijsheid te delen die zo diep is als de oceaan vóór hen. Dan zou ze zeggen: “Ik moet over twee weken mijn masterthesis inleveren. Ik kan je deze week maar één keer zien.”
Maar de man heeft haar en haar wijsheden dagelijks nodig. Denk dus maar niet dat Pixie op een doctorandustitel mikt.

5 Een gegeven, geen verhaal

Is het erg dat Pixie geen leven heeft en de man een zetje krijgt als hij het moeilijk heeft?

Ja. Als een personage zijn eigen conflict niet oplost of aangaat, heb je geen heldenreis. Dat is het allerminste wat een verhaal moet hebben. En als een personage geen leven heeft, kun je er geen verhaal omheen schrijven.
“Vrouw helpt man uit dal” is een gegeven, geen verhaal. En een verhaal boeit een lezer, droge feiten doen dat niet. Als je een relatie wil schrijven waarin een personage groeit, zorg dan voor:
* een conflict dat door een personage zelf moet worden aangegaan (hij mag geholpen worden, maar het echte werk moet hij zelf doen);
* een eigen leven van een medepersonage buiten het conflict van het hoofdpersonage.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je hulp met het schrappen van een Pixie? Kijk in mijn webshop.

Vier controlepunten voor je plottwist

Plottwists zijn geweldig om je lezer op het puntje van de stoel te houden. Maar hij kan ook op diezelfde stoel in slaap vallen als een plottwist misgaat. Met deze vier punten controleer je of je plottwist goed gaat werken.

1 Heb je hints gegeven?

Het belangrijkste bij het schrijven van een plottwist is dat je vooraf hints geeft. Een plottwist moet aanvoelen als een puzzel die onverwacht past. De lezer wist niet dat hij een puzzel aan het maken was. Toch beseft hij nu dat je hem al die tijd puzzelstukjes hebt gegeven, nu hij de puzzel in zijn geheel ziet. “Oh, wacht even. Fred is straatarm. Nu snap ik waarom hij zei dat hij het leuker vond om creatieve cadeautjes te maken van sloophout dan dure cadeaus te kopen. En die versleten schoenen waren niet bedoeld om hip en nonchalant over te komen.” Als je dat soort hints niet geeft, komt de plottwist uit de lucht vallen en dan werkt die niet.

2 Klopt het doel van je plottwist?

Soms wordt een plottwist ingezet om te choqueren, maar dat werkt nooit. Het doel van je plottwist moet altijd zijn: de stukjes van de onverwachte puzzel moeten passen.
Er wordt zomaar iemand doodgeschoten door een personage. Ha! Hier schrikt de lezer van, want dit zag hij niet aankomen!
Dat klopt, dat zag de lezer niet aankomen. Maar hij snapt nu ook totaal niet waarom de schutter dat doet, of waarom nú. De lezer is de draad van het verhaal nu helemaal kwijt. Het duurt weer even voordat je zijn waardering of aandacht weer terugkrijgt. Als dat al gebeurt…

3 Heb je geïnvesteerd voordat je omkeerde?

Als je wil dat je plottwist werkt, is de tegeltjeswijsheid: eerst investeren, dan pas omkeren. Wil de voorgenoemde schietpartij indruk maken, dan moet de lezer al in de schutter geïnvesteerd hebben. Hij moet weten wat hem bezighoudt, hoe hij als persoon is: “Wat?! Harry zou dat nooit doen! Hij is een liefhebbende, burgerlijke vader.” Ja, dat klopt, maar kijk nog eens goed naar alle puzzelstukjes. Hij is inderdaad een lieve burgerlijke vader, maar er kan ook nog iets heel anders meespelen…
Dan pas wordt de schok van de plottwist groot. Je moet een ander beeld krijgen van iets waarvan je altijd dacht het heel anders was. Twist betekent draaien. Jij moet als lezer nu met je gedachten als het ware ‘de andere kant op draaien met het plot’. Als een plottwist uit de lucht komt vallen, valt er niets te draaien. Dan is het een gegeven dat als feit wordt gezien. Een feit dat óf geen indruk maakt, óf alleen maar verwarring zaait.

4 Past de plottwist bij het personage of het verhaal?

Je moet dus zorgen dat de puzzelstukjes passen en dat je in een personage hebt geïnvesteerd voordat je een plottwist in gang kan zetten. Maar pas op dat je die puzzelstukjes niet te geforceerd gaat maken. Je kan van een conservatieve huisvrouw een agressievelinge maken met de juiste omstandigheden en puzzelstukjes. Dat zou een mooie plottwist kunnen zijn. Maar bedenk goed waarom je haar in eerste instantie een lieve vrouw hebt gemaakt. Als zij in je verhaal is om liefde, toewijding en regelmaat te symboliseren, gaat je plottwist aan zijn doel voorbij.
Dan kun je beter de geniepige oom laten inbreken in het ouderlijk huis.
Ga altijd nog even na of de plottwist wel past bij het personage en de verhaallijn in het algemeen. Een plottwist moet altijd in dienst staan van het verhaal of de personages, niet andersom.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online.

Ik kan je helpen je plottwist te controleren: kijk in mijn webshop voor mijn diensten.

Met deze vier tips vind je balans in het toepassen van schrijftechnieken

Als je schrijft is het handig en zelfs nodig dat je bepaalde technieken kent en ze kan toepassen. Maar als je te star aan schrijftechnieken vasthoudt, kom je in de problemen. Waar ligt de balans in schrijftechnieken toepassen en ze loslaten? Met deze vuistregels heb je een houvast om de overweging te maken.

1 Zorg dat je de basistechnieken kent

In een horrorverhaal staat een opbloeiende romance zelden op de voorgrond. En jouw chicklit heeft vast geen moordmysterie dat opgelost moet worden. Toch komen er in elk genre bepaalde schrijftechnieken terug die je sowieso moet kennen, begrijpen en kunnen toepassen. Zo snap je wat de vaart in een verhaal houdt, of wat het er juist uithaalt.
Drie van deze technieken zijn:
* show don’t tell;
* infodump;
* regieaanwijzingen.

Als je die technieken begrijpt, maak je minder beginnersfouten. Daarna kun je je verder verdiepen in technieken die ingaan op het verstreken van je plot, personages of je centrale conflict. Je kan dan zelf kijken waar je nog tegenaan loopt of wat specifiek voor jouw genre belangrijk is om rekening mee te houden. 

2 Oefen schrijftechnieken om feedback te kunnen verwerken

Schrijftechnieken zijn ook handig om (bij naam) te kennen voor als je feedback van een redacteur krijgt. Oefen schrijftechnieken eerst in simpele (korte) verhalen waarmee je geen ambities hebt. Als je dan met een serieus boek naar een redacteur gaat, heb je al een hoop gewonnen. Zie je ‘infodump’ in de kantlijn staan? Omdat je al geoefend hebt met de basistechnieken, weet je wat je moet doen en hoef je geen complete teksten om te gooien. Je hoeft niet op goed geluk een fout te verbeteren als je je vinger erop kan leggen.

3 Balans vinden tussen schrijftechnieken en spontaan schrijven

Als uit een feedbackronde de suggestie komt om een bepaalde schrijftechniek te gaan gebruiken, let dan goed op of je verhaal niet wezenlijk zou veranderen als je die aanpassing maakt.
Stel dat er wordt geopperd om in in medias res te schrijven. Als je je verhaal plotseling in het chronologische midden start, verandert dat de verhaalopbouw en spanningsboog compleet. Past die nieuwe manier van schrijven wel bij je verhaal? Zoiets moet je heel goed nagaan. Je mag gerust schrijftechnieken volgen, maar werken met schrijftechnieken mag nooit betekenen dat je er zodanig aan vasthoudt dat je verhaal eronder lijdt.
Schrijftechnieken zelf kunnen nooit de kwaliteit van je verhaal bepalen. Het gebruik van schrijftechnieken biedt dan ook geen garantie voor succes.

4 Tijdens het schrijven met schrijftechnieken werken

Zodra je schrijftechnieken onder de knie hebt, ga je vlotter schrijven. Je hoeft dan niet meer na te denken of een bepaalde zin wel show don’t tell is.
Maar soms gaat schrijven na een feedbackronde wat moeizamer: “O jee, mijn proeflezer vindt dit hoofdstuk traag verlopen. Waar zit het probleem?”
Het is handig als je kan zien dat je schrijfsels niet aan bepaalde technieken voldoen. Dan is het makkelijk verbeteren. Maar tegelijkertijd kan dat ook een valkuil worden: “Ik ga deze scène herschrijven: ik schrap drie regieaanwijzingen, verander zes ‘tells’ in ‘shows’ en als ik de informatie halveer, heb ik sowieso geen infodump meer.”
Als dit vermoeiend klinkt, dan heb ik mijn toon duidelijk overgebracht. Als je geforceerd gaat schrijven, komt er niets goeds meer uit je pen. Misschien krijg je zelfs helemaal niets meer op papier.
Soms moet je je kennis van schrijftechnieken juist durven los te laten om weer spontaan (en daarmee goed) te kunnen schrijven.

Blijf de schrijver van je verhaal

Als je de basistechnieken van schrijven leert, groei je daar als schrijver van. Maar als je welke schrijftechniek dan ook gebruikt, waak er dan voor dat jij de schrijver van het verhaal blijft en niet alles van een schrijftechniek laat afhangen.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online

Blijft het lastig om te bepalen hoe je moet schrijven? Kijk in mijn webshop: ik kan helpen met manuscriptredactie.

Vijf dingen om op te letten bij een personagebiografie

Een goed personage heeft meer te maken met of hij logisch in elkaar zit dan met de dingen die hij doet. Daarom is een personagebiografie ontzettend belangrijk. Als je een biografie maakt, hoef je niet eindeloos te herschrijven om het verhaal kloppend te houden voor je personage.

1 Wat ligt vast?

Sommige dingen liggen vast en kun je niet veranderen. Hoe of waar je opgroeit, bijvoorbeeld. Daardoor heeft je personage een bepaalde bril op.
‘Ik ben blut,” zegt een multimiljonair die geen Ferrari meer kan kopen, maar nog wel geld heeft voor een tweedehandsauto.
“Ik ben blut,” zegt de bijstandsmoeder die vanwege achterstallige huur morgen uit huis wordt gezet.

De miljonair is arrogant, maar vanuit zijn perspectief klopt zijn bewering. Je moet de bril van je personage begrijpen. Besef dat vanaf een ‘beginpunt’ iets wat voor de ene doodnormaal is, voor de ander niet is voor te stellen. Net zoals de bijstandsmoeder zich niet kan voorstellen hoe het is om een Ferrari te hebben.
Je personage kan veranderen, maar die bril blijft een aanvangspunt.

2 Waar kiest je personage voor?

Kledingstijl, politieke overtuigingen, hobby’s… Je personage kiest sommige dingen. Bedenk dat dat iets over je personage zegt. Het is nooit helemaal zwartwit. Je bent niet meteen stijf en rijk als je van hockey houdt. Maar als je personage van rugby houdt, vindt hij het niet erg om veel te rennen en af en toe blauwe plekken op te lopen. Dan is de kans al groter dat hij een stoer karakter heeft. Besef wat je tussen de regels door over je personage zegt.

3 Wat vindt je personage?

Jouw feestbeest wordt op stilteretraite naar de Tibetaanse bergen gestuurd. Het zou raar zijn als hij dat geweldig vindt; het past niet hij hem. Je kan hem alsnog naar Tibet sturen, maar dan zal hij zich wel eerst verzetten.

Elementen die onder andere handig zijn om op te schrijven in een personagebiografie:

* algemeen karakter;
* levensmotto;
* droom;
* grootste angst;
* opgegroeid in plaats/milieu X;
* zou met een miljoen euro….
* kun je wakker maken voor…
* heeft een hekel aan…

Zo leer je je personage beter kennen en voorkom je dat je verhaal onsamenhangend wordt.
Als je weet dat je protagonist doodsbang is voor spinnen, vergeet je niet hem te laten huiveren als er vogelspin voorbij gewandeld komt in de tropen. Of dat hij daardoor niet eens naar de tropen durft te gaan.

4 Wat kan je personage?

Mijn personage ontwikkelt een kankermedicijn! Maar zijn hoogst genoten opleiding is vmbo…
Ze gaat een wereldwijd protest leiden! Maar ze is analfabeet en heeft geen internet…
Hij gaat op wereldreis! Maar heeft niet voldoende geld om zelfs maar een treinkaartje van Maastricht naar Schiphol te betalen…

Net als echte mensen hebben personages restricties. Je kunt natuurlijk iets aan het verhaal sleutelen in het voordeel van je personage. Maar ken ook de grenzen.
Tenzij bovengenoemd voorbeeld het verhaal op zichzelf is (“Laaggeschoolde vindt kankermedicijn uit”) gaan dingen soms niet lukken. Dat is niet erg, dat houdt een verhaal realistisch. Geef je personage dus ofwel meer middelen of vaardigheden, of laat iets niet lukken, anders wordt je verhaal ongeloofwaardig.

5 Over wie gaat het?

Sommige personages denken bij bepaalde dingen niet eens na, terwijl datzelfde voor andere personages een groot deel van hun leven bepaald.
“Waar komt het eten vandaan?” Een Nederlander gaat naar de supermarkt. Niet bepaald boeiend.
Een Noord-Koreaan probeerde het regime te ontvluchten en zit nu opgesloten in een kamp. Dan is aan eten komen een moeilijk en onzeker deel van zijn leven (vanwege het kamp). Dan is het interessant en belangrijk om in het verhaal en de biografie mee te nemen.
Neem alles wat belangrijk is voor jouw unieke personage mee in de biografie.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online.

Hulp nodig bij het samenstellen van een personagebiografie? Kijk in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.