Het begrip ‘logisch’ in kinderboeken

Als je schrijft voor volwassenen, moet er van alles aan je verhaal kloppen. Sluit de personagebiografie wel aan bij de diverse verhaalthema’s? Als je personage een bankoverval wil plegen, zou dat stappenplan dan wel realistisch genoeg zijn om je lezer geïnteresseerd te houden? Bij kinderboeken hoeft dat niet. Daarin krijgt het begrip ‘logisch’ een heel andere betekenis.

Wat zoeken mensen in verhalen?

Laten we eerst eens kijken naar wat ons mensen zo aantrekt in verhalen. Onze hersens maken overal een verhaal van: ze zijn erop gemaakt om van losse stukjes informatie een verhaal te maken. Daardoor ontstaan misverstanden ook zo makkelijk. Nee, het feit dat jouw echtgenoot de buurvrouw omhelst, betekent niet dat hij vreemdgaat: haar moeder bleek net overleden. Maar zo werken onze hersens: ze zijn geprogrammeerd om overal – vrij letterlijk- een verhaal van te maken. Dit maakt dat wij als mensen het leuk vinden om verhalen te vertellen en te horen. Daar komt ook nog eens bij dat verhalen altijd vertellen over een bepaalde menselijke beleving. Ook al schrijf je over een kat, een astronaut of een robot met een bewustzijn, deze personages maken altijd een groeiproces mee dat geworteld is in de menselijke emotie.
Dat is de basis van ieder goed verhaal en daar hebben kinderen vaak al voldoende aan. Omdat ze de wereld nog aan het ontdekken zijn en nog niet het begrip of, zo je wil, de last hebben dat ze alles kunnen begrijpen staat logica minder op de agenda in een verhaal dan bij volwassenen. Iets meekrijgen van de menselijke emotie aangevuld met de verwondering voor de wereld die kinderen zo eigen is, zijn de goede startpunten voor een goed kinderboek.

De kracht van fantasie: een heerlijk gebrek aan logica

Fantasie is niet alleen het geloven in kaboutertjes. In zekere zin kan je stellen dat het ook een gebrek is aan logica. Van het soort dat zegt: maar als je even nadenkt, dan klopt dit niet. Kaboutertjes zijn dat opzicht niet eens zo heel gek om in te geloven: het zijn gewoon mimimensjes: waarom zou dat zo gek zijn? Maar het is wel apart als een kind van zes een biologische grootmoeder heeft van honderd jaar oud, als je over biologische vruchtbaarheid praat. Maar ja, grootje moet nu eenmaal oud zijn. En dan is honderd daar een prachtig getal voor. Dat soort ‘logica’ mag in kinderboeken aan bod komen.

Hierom is logica maar beperkt nodig in kinderboeken

We gaan even terug naar het ‘waarom’ van de aantrekkingskracht van verhalen. We willen over menselijke ervaring horen en we leren er ook onder andere empathie mee te ontwikkelen. Kinderen zijn sowieso nog aan het leren hoe die wereld in elkaar zit. Het wordt dan onnodig ingewikkeld om allerlei nuances aan te brengen als het kind nog maar net of zelfs helemaal niet snapt waar het over gaat.
We nemen de belastingen als voorbeeld. Eerst moet je leren dat er zoiets als geld is en dat dat nodig is voor dingen als eten, maar ook voor leuke dingen als vakantie. Dan kom je er op een bepaald moment achter dat niet iedereen er evenveel van heeft en dan komt er op een gegeven moment het begrip ‘belastingen’ om de hoek kijken. En al die schalen en boxen, dat is dan bijzaak. Als je überhaupt al over belastingen zou praten in een kinderboek, dan zijn ze ‘te hoog’ voor de ouders om de rekeningen te betalen.

En daarom kan er bijvoorbeeld een juffrouw Bulstronk met haar stikhok bestaan in het verhaal van Roald Dahls Mathilda, waar kinderen die zich misdragen in een bezemkast moeten staan die is ingericht als martelwerktuig. Ze moet absurd slecht en sadistisch zijn zonder dat de politie eraan te pas komt. Ze is eenvoudigweg zo slecht omdat ze de verdorven slechterik moet zijn. En er vanwege de ontwikkeling van kinderen nog niet veel ruimte is voor nuance. Emotioneel gezien, maar ook in het opzicht van tussen de regels door lezen om zo thema’s of boodschappen te ontleden.

En dan is er nog de fantasie of de interesse in de grote avonturen. Vechten met een draak, piratenavonturen of leven in een luchtkasteel met feetjes en eenhoorns is niet leuk als het niet een beetje is uitvergroot of ‘logisch’ is.

Maak het klein of maak het groot

In vergelijking met een boek voor volwassenen schrijf je kinderboeken het liefst heel klein of heel groot. Denk bij heel klein hier vooral aan de beleving van peuters en kleuters. Als zoiets alledaags en simpels als naar de supermarkt gaan al een heel avontuur is, dan moet je in de uitwerking van je verhaal daarop inspelen. Dan worden de details belangrijk.
Bij wat oudere kinderen is het eerder andersom: maak het lekker groot: dino’s, eenhoorns, ridders, draken, de Donald Duck-achtige taferelen waarin een op hol geslagen stofzuiger een heel huis kan slopen… Dat zijn de ongenuanceerde avonturen waarin het plot al iets meer moraal of diepgang krijgt, maar de extreme scenario’s nog de boventoon voeren om die beleving nog (emotioneel) herkenbaar te maken.

Denk bijvoorbeeld aan Dagobert Duck: iemand die zo schathemeltje rijk is dat hij als een van zijn vele bedrijven het slecht doet, hij over een eeuwtje of zeven failliet zou gaan. Maar zijn oppervlakkige en uitvergrote gierigheid laat in de talloze avonturen die hij beleeft wel zien hoe dat irritatie oproept bij anderen en hoe rivaliteit kan ontstaan. Dat zou niet overtuigend zijn voor kinderen als hij maar een miljoen en maar een enkel bedrijf heeft. Daarvan weten of voelen wat oudere kinderen al aan dat dat naar verhouding niet zo extreem is. Dus dat spreekt dat niet aan, wordt het saai en te alledaags. Oudere kinderen zijn meer geïnteresseerd in verhalen die werken volgens de ‘formule’: aanwezige, maar relatief weinig diepgang + uitvergrote emotionele beleving.

Til dus niet te zwaar aan logica bij kinderboeken. De logica die er wel nodig voor is, schrijf je intuïtief wel. Jij als volwassene hebt ten slotte nog wel een rode draad nodig om te kunnen schrijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Michelle Cassar verkregen via Unsplash.

Wat houdt herkenbaar schrijven eigenlijk in?

“Schrijf herkenbaar. ” Schrijfcoaches, mijzelf incluis, slaan je ermee om de oren. Maar als een personage ‘te begrijpen’ moet zijn, hoe zit het dan met een absurdistisch verhaal waarin het ‘begrijpen van’ een klus op zich is? Oftewel: wat is precies de basis van herkenbaar schrijven?

De broodnodige basis van ‘herkenbaar schrijven’

Het ‘herkenbaar’ of ‘empatisch schrijven’ waar schrijfcoaches op hameren gaat uit van het idee dat een lezer pas mee kan leven als die in plaats van papier en inkt gemaakt lijkt te zijn van vlees en bloed. Anders gezegd: menselijk aanvoelt. Ongeacht hoe absurdistisch of over wie of wat je schrijft, is dít die belangrijke basis. Daarvoor moet je personage of je verhaal: uniek aanvoelen en niet oppervlakkig zijn. Simpel gezegd: geef het verhaal meerdere plotlijnen of thema’s en je personage meer dan een of meer dan alleen veelvoorkomende karaktertrekken. Vermijd clichés zoveel mogelijk. Maar wat houden ‘uniek’ en ‘niet oppervlakkig’, ofwel herkenbaar schrijven dan precies in?

Wat betekent ‘uniek schrijven’ eigenlijk?

Uniek schrijven is in zekere zin niet veel meer dan: zorg ervoor dat je verhaal, personage en schrijfstijl niet al te voorspelbaar zijn. Voorspelbaar is dan zoiets als Cupido’s voltreffer. Vanaf het moment dat Julia haar Romeo in de ogen kijkt, weet je dat ze een tortelduifjesfase krijgen, alles rozengeur en maneschijn lijkt, er een fikse ruzie komt en het daarna weer wordt goedgemaakt. In het geval van dit clichékoppel ook vanwege grootste romantische gebaren.
De truc is om niet te voorspelbaar te schrijven, zit hem dan in de vraag of je de lezer vaak genoeg op het verkeerde been kan zetten. Gebeurt er toch nét iets anders dan je volgens een cliché of standaard verhaal verwacht, zodat je lezer blijft afvragen wat er nu weer komt? Dan zit je goed. Behalve als je dit verwart met een plottwist die je inzet omwille van het choqueren, dan werkt dat alleen maar averechts.

Wat betekent ‘herkenbaar schrijven’ eigenlijk?

Herkenbaar schrijven heeft twee kanten. Zorg ervoor dat je lezer een houvast heeft en houdt, en dat je inspeelt op de algemene menselijke ervaring. Dus het principe dat iedereen bepaalde dingen meemaakt (geluk, verlies, verdriet, prestaties behaalt, liefde ervaart…)

De houvast betekent hier zoveel als: hou een rode draad aan in je plot en zorg ervoor dat de lezer van je personage grofweg kan verwachten wat het doet of niet doet. Dus de liefhebbende vader wordt niet ineens een drugsbaas.
In deze twee begrippen schuilt een valkuil. Want zo kan je denken: ik schrijf over liefdesverdriet. Dat is voor veel mensen herkenbaar en een houvast heb je ook. Na een gebroken hart gaat de held na een periode van verdriet verder met het leven, zint die op wraak of verliest die voor altijd het vertrouwen in de liefde.
Dat verhaalverloop is op zichzelf niet verkeerd, maar het is als een tranentrekker als doel hebben voor het verhaal, in plaats van dat je als doel hebt een verdrietig verhaal te vertellen. De insteek is verkeerd. Je zou ook kunnen stellen: hier is een houvast niet zozeer iets vasthouden, maar je ergens hardnekkig aan vastklampen. En als je dat doet, wordt je verhaal misschien wel herkenbaar, maar wel weer dertien in een dozijn. Kortom: niet uniek meer.

De menselijke ervaring en de houvast tellen op tot herkenbaar wanneer je er maatwerk van maakt bij je unieke verhaal. Voorspelbaarheid is hier vaak een boosdoener. Ga er niet klakkeloos van uit dat liefdesverdriet drama betekent, bijvoorbeeld. Of, als dat wel zo is, waarom dat juist past in jouw unieke verhaal.
Probeer ‘herkenbaar’ veel breder te trekken dan alleen een maar grove plotlijnen of ‘bekendere’ of ‘voorspelbare’ emoties als je merkt dat je verhaal clichégevoelig wordt. Het kan helpen om hierbij in verhaalthema’s te denken. Ja, je voelt je verraden als je partner vreemdgaat. Maar kan je daar ook nog meer of iets anders uithalen, wat aansluit bij jouw unieke verhaal? Is er een detail wat je kan gebruiken om iets onverwachts in te zetten?

Casus: Lars and the real girl

In deze film koopt de zeer teruggetrokken Lars sekspop Bianca, waarmee hij een relatie begint. En dan niet zoals je dat in volwassen films ziet. Hij denkt dat Bianca echt is, vanwege een waanstoornis. Hij gebruikt Bianca, (onbewust) om trauma’s te verwerken en zich comfortabeler te voelen in een sociale setting. Zijn arts vraagt aan zijn gemeenschap om te doen alsof Bianca een echt mens is om zo Lars te steunen in zijn herstel. De meeste mensen doen dat ook. Ze weten dat dat Lars gaat helpen. Maar ze vinden het – uiteraard- nog steeds raar dat ze doen alsof een pop een echt mens is. Wat ze wel begrijpen, is dat Lars eenzaam is en liefde wil. Net zoals iedereen, en net zoals ook zij allemaal wilden dat er in eenzame tijden iemand was die hen kon helpen.

In plaats van Lars neer te zetten als een eenzaam personage dat wegkwijnt, wordt Lars eerlijk geportretteerd: iemand die meer is dan alleen zijn stoornis, met eigen ideeën, talenten en een geschiedenis. Hetzelfde geldt voor Lars’ gemeenschap. Ze behandelen hem en (het idee) van Bianca niet als gestoord, maar kijken verder dan hun neus lang is. Eenzaamheid en trauma’s zijn universeel en de gemeenschap lijkt te beseffen dat iedereen dat kan overkomen, alleen is dat bij Lars in de waanbeelden rondom Bianca veel sterker aanwezig. Dat is hun houvast (!) om de unieke situatie rondom Lars – die Bianca immers niet als sekspop maar als vriendin ziet- het hoofd te bieden.

En zo wordt de bizarre situatie – doe alsof een sekspop/ waanbeeld echt is- getransformeerd tot iets herkenbaars. Uitkomst? Het verhaal wordt er ook origineler door: in plaats van dat de gemeenschap handelt vanuit ‘voor de hand liggend’ medelijden of afschuw wat betreft waanbeelden, komt daarvoor compassie in de plaats. En dat sluit weer aan bij de algemene menselijke ervaring van liefde die iedereen meemaakt of daarnaar streeft: liefde. Of dat zich nu uit in een romantische liefde, of die van een familie of gemeenschap.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Liana S verkregen via Unsplash

Zo schrijf je een personage dat je nare kriebels geeft

Personages zijn interessant als ze op de oppervlakte heel leuk en lief lijken, er toch iets achter zit waar je die kriebels van krijgt. En waar je je als lezer en schrijver dan af kan vragen hoe zo’n personage toch die ergernis veroorzaakt.

Schrijven over personages die je nare kriebels geven

Personages waar je de kriebels van krijgt, zonder dat je eerlijk kan zeggen waarom, zonder zelf arrogant of aanstellerig te lijken noem ik  kriebelpersonage. Bedoeld of onbedoeld spelen deze personages slachtoffer, willen ze macht, of hebben ze een persoonlijke geschiedenis of karaktertrekken die haast griezelig is. Ze geven je erg onbehaaglijke kriebels, zowel als schrijver als lezer.
Neem een moeder die denkt dat ze een goede moeder is, maar ondertussen haar kind zodanig klein houdt, in het gareel wil houden en vertroeteld dat het verstikkend is voor het kind. Je kan niet zeggen dat het oneerlijk is van deze moeder dat ze haar tienerzoon lieve briefjes in de lunchtrommel toestopt, maar als Moeder dat doet om maar niet onder ogen te zien dat zoonlief in de puberteit raakt en zo wil voorkomen dat hij haar van zich losmaakt en geïnteresseerd raakt in meisjes, is dat iets heel anders.

Een goed voorbeeld van een kriebelpersonage is de fotoboekenvrouw van Brigitte Kaandorp. Je kan niet zeggen dat het fout is van een moeder om haar kinderen fotoboeken te willen geven, maar als het echt zo’n mens is als Brigitte schetst, dan is het wel iemand waar van alles mis mee is.  

Wat moet er een ongemakkelijk gevoel geven?

De fotoboekenvrouw van Brigitte heeft van alles verkeerd gedaan. Aandacht getrokken, zich opgedrongen, de wensen van de kinderen jarenlang genegeerd… Kijk eerst eens wat voor iemand ‘zo’n mens’ precies is. Het is een verschil of je aandacht trekt, of jezelf op de eerste plaats zet. Dat kan hetzelfde lijken, maar wees alert: dat kan een nuanceverschil zijn dat een enorm verschil kan maken, zoals de near enemies bij emoties.
Op zo’n zelfde manier moet je ook duidelijk krijgen waar jij precies de lezer of andere personages ongemakkelijk mee wil laten voelen. Haalt de moeder altijd alle aandacht naar zich toe, dan kan het kind later uit zijn op wraak, verstikt ze het kind in haar liefde, dan kan dat misschien wel alle contact willen verbreken. Kortom: het kan een heel verschil maken voor je verhaalthema.

Naar de tekentafel

Als je duidelijk hebt wat voor ergernis dit personage precies op moet roepen, kan je het verder gaan ontwerpen. Een paar uitgangspunten die je daarbij aan kan houden zijn:

Wat doet het personage fout?Op het moment dat je denkt alleen maar lief, aardig en attent bent, maar mensen je alsnog irritant vinden, dan gaat er iets fout. Probeer zo goed mogelijk in kaart te brengen wat je personage precies fout doet. Is het uit op aandacht, of juist op controle? Is een bepaald kind het slachtoffer of juist iedereen die te goedhartig is om iets slechts achter anderen te zoeken?

Meestal schrijf je geen personage dat met opzet deze mensen ergert of pijn doet. Schrijf daarom op wat die blinde vlek veroorzaakt waardoor je personage denkt dat het foute juist het goede is om te doen.

Waarom verandert het personage niet?

Deze zin alleen al is interessant bij het ontwikkelen van het personage; dit antwoord is ook de comfortzone. Het kan een combinatie zijn van een blinde vlek en het verlaten van de comfortzone. Dan kan je gaan kijken wat er nog moet gebeuren voordat de eerste stapjes richting het verlaten van de comfortzone worden gezet, hoe de blinde vlek in een klap kan worden weggehaald. Daar kan je dan het verdere plot mee aanvullen.

De blinde vlek en de comfortzone zijn  nog vrij onschuldig: dit personage weet niet beter en bedoelt het goed. Maar het kan nog wat erger: dit personage heeft echt slechte bedoelingen, of op zijn minst weet van het ongemak van anderen die het veroorzaakt, maar weigert daar iets aan te doen. Dan draagt het een masker of een schild.

Hoe belangrijk is het masker of het schild?Een personage draagt een masker als het bang is door de mand te vallen als anderen diens ware aard zien: ik ben niet zo’n goede moeder als ik aan de buitenkant lijk. Hier is het personage zich bewust van.
Een schild is als er iets voorgevallen, zoals een trauma of wanneer het personage weigert om aan zelfreflectie te doen en zo niet meer vatbaar is wat anderen van je denken. Je personage doet dan alles om maar niet onder ogen te zien dat er iets moet gebeuren. Dit gaat zo ver dat je personage zich er niet meer bewust van is.

Probeer vast te stellen wat de schilden en maskers van je personage zijn en in hoeverre die het dagelijks leven van je kriebelpersonage hebben overgenomen.

Wil je het schild of het masker afnemen?

Als er sprake is van een masker of een schild, vraag jezelf dan af of je deze afpakt van je kriebelpersonage of niet. Het levert twee heel andere verhalen op. Bij het een ontdek je grofweg hoe mensen nog met begrip naar elkaar toe kunnen groeien als verdedigingsmechanismen worden afgenomen. Bij het andere laat je zien hoezeer diezelfde middelen ervoor kunnen zorgen dat mensen compleet uit elkaar groeien, of kunnen uitgroeien van kriebelpersonages tot echt verdorven slechteriken.

Pas op voor de valse held

Een kriebelpersonage is er een die makkelijk kan uitgroeien tot een valse held. Wees erop alert dat die het plot op slot zetten. Je personage mag gerust irritant of zeurderig zijn. Maar dat zijn eigenschappen die een plot heel snel op slot kunnen zetten. Een plot is in een verhaal bijna  synoniem voor beweging. Iemand die alle aandacht op zichzelf vestigt om de nadruk te leggen op hoe alles zo zwaar is, niet beweegt, of alle schuld bij anderen legt en het principe van ‘het verlaten van de comfortzone ontwijken’ bijna tot een kunst verheft, kan je hele verhaal uit balans brengen en verstoren.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Anastasiya D, verkregen viaUnsplash.

Zo kan je een infodump ontwijken: zet actie in

Alle informatie in een keer delen, de beruchte infodump is geen slimme manier van schrijven. En toch zijn er momenten in een plot waarop het bijna verplicht lijkt om alsnog alle informatie in een keer te delen. Zoals de slechterik die uitlegt wat diens daden drijft. Hoe schrijf je daar omheen? Door niet de nadruk te leggen op de informatie, maar de actie en het bijbehorende effect.

Dit zijn hardnekkige infodumpmomenten

Infodump is een stuk tekst waar alle informatie die een lezer moet weten als een niet te stoppen waterval uit de mond van een personage of uit de inkt van een schrijverspen komt. Na even oefenen met schrijven lukt het de meeste schrijvers wel om de basisfouten te vermijden. Deel bijvoorbeeld niet alle informatie van je personage op bladzijde 1. Maar er zijn momenten in het verhaal waar deze stortvloed aan expositie een stuk moeilijker is om te vermijden of te spreiden. Wanneer je uit de doeken doet wat de slechterik slecht maakt en diens achtergrondverhaal gaat delen, bijvoorbeeld. Of wanneer je uitgebreid moet uitleggen wat een profetie inhoudt. En dan ligt slechte expositie op de loer.

Op zulke momenten is het verstandig om de actie in te gaan.

Actie als een show don´t tell

De eerste manier waarop je tot actie kan overgaan in plaats van een infodump te gebruiken, is informatie te vervangen door een lopende scène die middels show don’t tell de informatie overbrengt. Als de informatie die je wil overbrengen is:
– De slechterik doet ABC aan slechte daden
– Dit is de macht die die heeft
– Deze karaktertrekken versterken de slechte inborst
– De slechte kant komt voort uit XYZ,

is de infodump zoiets als: Slechterik is een genadeloze hebberd die met bruut geweld de absolute macht geeft gegrepen. Omdat Slechterik grootsheidswaanzin heeft, denkt die onkwetsbaar te zijn. Om de burgers onder de duim te houden worden zij bedreigd, bestolen en zijn er spionnen mensen arresteren zodra er maar een vermoeden is dat zij de Heerschappij in twijfel trekken.

Neem je actie als uitgangspunt, krijg je dingen als:
– een scène waarin een burger ‘in de naam van de wet van Slechterik’ zonder reden van diens bezittingen wordt beroofd.
– Slechterik in een confrontatie met de held zegt: “als jij mij in een zwaardgevecht kan verslaan, krijg je het hele koninkrijk.” Als Slechterik helemaal niet handig is met het zwaard, laat dit de grootheidswaanzin zien. De actie is zichtbaar, maar voegt ook nog eens iets toe aan het plot: er volgt een scène met een zwaardgevecht waar iets op het spel staat. Het is veel spannender dan twee personages die zeggen: “Slechterik denkt dat niemand hem kan verslaan.” Dat neigt te veel naar een as you know, Bob.

Deze manier van schrijven vergt aan de tekentafel wat meer werk, omdat je de informatie meer gaat spreiden over je verhaal en je dus ook moet bedenken welke informatie wanneer komt. Maar je infodump verdwijnt erdoor en de kans dat je een betere spanningsboog opbouwt is ook groter.

Schrijf emotionele actie tijdens informatie-overdracht

Dan is daar nog de onontkoombare informatiemonoloog. “Ga zitten, want nu komt er een stort aan worldbuilding of nieuwe informatie aan…”
In plaats van de meer fysiek gerichte actie, gaat je hier met tussenpozen op de emotionele reactie in.
Net als lezer gaat je personage heel wat informatie aanhoren. Dat brengt iets teweeg. Schok, ongeloof, opluchting, blijdschap, verdriet… En die emoties kun je laten zien. Wees er hier alert op dat je die op een schaal van 1-10 meestal relatief klein houdt, anders leest de combinatie van grote emoties en veel informatie te overweldigend.
Probeer hier niet alleen de emoties te omschrijven, zoals een knoop in de maag. Laat je personage ook in lichaamstaal of beweging naar handelen. Denk aan op de achterpoten van de stoel leunen bij verveling, op de lip bijten als het nerveus is of ijsberen bij onrust.

Dit moment is ook zeer geschikt om eens goed in het karakter van het personage te duiken.
We weten dat deze held dapper is, maar zoiets ontstaat niet zomaar en bestaat ook niet in isolatie. Bovendien is het belangrijk dat de karaktereigenschappen van je personages niet alleen op grote schaal bewezen worden.
Natuurlijk is het dapper om met opgeheven zwaard richting de vuurspuwende draak te rennen. Maar het is ook moedig om tijdens een slechtnieuwsgesprek het gesprek uit te zitten, of de ander te laten uitspreken en niet te vervallen in het beschieten van de boodschapper.
Als je het subtiel weet te houden, kan je zo de ‘infodump’ combineren met het verder bewijzen of uitwerken van bepaalde karaktertrekken of geschiedenis van je personage. Denk aan dingen als:
– zodra het woord valt dat je held ‘zal moeten opkomen voor de zwakkeren’ gaat je personage onrustig heen en weer lopen omdat het terugdenkt aan de laatste keer dat die dat deed en die hulp niet mocht baten.
– “Je zal de komende maanden minder mogen sporten: je moet je lijf rust gunnen.”
“Maar ik zie al mijn vrienden tijdens het sporten! Hoe moet dat dan, wijsneus?” snauwt de supersociale held die niet gewend is tegengesproken te worden uit de slof.

Als je moeite hebt met het uitwerken of bepalen van deze onderbreking van de infodump, kijk dan ook eens naar hoe je deze expositie wat meer kan vermommen.

Wees er bij de onontkoombare uitlegmonoloog niet al te bang voor dat deze dodelijk saai wordt. Ga de emotionele reacties van je personage zoals hierboven beschreven niet op de voorgrond zetten. Als het goed is, komt deze monoloog op een punt in het verhaal dat je lezer al zeer betrokken is bij het verhaal, zo niet snakt naar de informatie die je al een tijd lang achter hebt gehouden.

Dat is ook nog een goed punt om in gedachten te houden bij een infodump en informatie delen. Soms is het niet zozeer de hoeveelheid informatie die je deelt die stoort, maar ook het moment waarop. Pas als je lezer betrokken is bij de heldenreis en het plot, zal het flink wat (achtergrond)informatie willen horen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo laat je een schurk opbloeien in zijn slechtheid

Het is een ding om slechte dingen te willen of om een slecht karakter te hebben. Een schurk in een verhaal heeft ook de mogelijkheid om het slechte naar boven te laten komen. Om dat extra angstaanjagend te manaar ken, kan je kijken naar de wereld en omgeving waarin je verhaal zich afspeelt om zo alles nog spannender en erger te maken.

Wat maakt je schurk slecht?

Begin met vaststellen wat je schurk vooral slecht maakt. Kijk daarvoor vooral naar de persoonlijke eigenschappen, niet zozeer wat het ‘einddoel’ is wat daarmee behaald moet worden. Denk aan: iemand wil ultieme macht. Dan is de kans groot dat die persoon zichzelf heel belangrijk vindt, of een grote controledwang heeft.
En iemand die anderen oplicht is niet eerlijk. Bedenk dan eens waarom, of wat die misschien te verbergen heeft?

Kijk dus niet zozeer naar ‘wereldoverheersing’ als je wil vertalen naar wat je schurk slecht maakt, maar naar ‘woedeaanvallen wanneer iets niet naar de zin gebeurt.’

Hoe zit de wereld in elkaar waar je slechterik in leeft?

Je slechterik wordt een stuk enger als die in meer of mindere mate zijn gang kan gaan. Je kan dat aanpakken door iedereen doodsbang te maken voor de gevolgen als je deze heerser tegenspreekt. Maar het wordt spannender als de schurk niet tegengesproken wordt omdat die zich kan verstoppen achter ‘zo werkt het nu eenmaal in de wereld.’ En dat niemand daar vraagtekens bij zet. Of zelfs verwacht dat iemand zich zo gedraagt binnen een bepaalde hiërarchie of situatie.

Denk aan de middeleeuwen waarin een koning de absolute macht heeft en de troon van vader op zoon doorgaat. Als de koning een goede man is, maar de kroonprins een ware tiran, wat doe je daar als boerenkinkel dan tegen?
Of juist andersom: als de middeleeuwse koning zijn volk al zeven generaties lang onderdrukt, dan zal de zevende of achtste generatie denken dat dat gewoon is zoals het is. Het systeem, koninklijke genen, wat de oorzaak ook mag zijn: het valt te verwachten en daarom wordt er niets meer van gezegd, durft niemand zich ertegen uit te spreken of komt het gewoon niet meer in mensen op om in opstand te komen.

Zoek naar symbolische of thematische overeenkomsten

Als je weet wat je schurk slecht maakt en in wat voor een wereld deze de ruimte krijgt om de gruweldaden uit te voeren, kijk dan hoe je dit thematisch of symbolisch kan aanvullen en combineren. Anders gezegd: maak deze wereld groter.
Geen enkele wereld of maatschappij kan functioneren als er een koning de absolute macht heeft, zonder dat deze koning enigszins weet wat hij wil, tot zijn beschikking heeft aan militaire troepen of hoeveel geld er in de schatkist zit, of desnoods nog bij de bevolking te stelen valt.
Hoe immoreel ook, deze slechte koning moet iets van een plan of doel hebben. ‘Konings wil is wet’ is voor de uitwerking van een verhaal meestal te oppervlakkig.

Kijk daarvoor goed naar je plot en de personagebiografie. Daar zal je de nodige zaken vinden die als vanzelf op elkaar aansluiten. Je begint aan de tekentafel vast niet met een verhaal dat zowel over een bloeddorstig heerser gaat als over een stel kikkertjes dat een vreedzaam leven tussen het riet leidt.

Probeer daarvoor de volgende tabel zo goed mogelijk aan te houden en in te vullen: karakter- wereld- gevolg. ‘Karakter’ mag je op dit punt wat breder interpreteren en vervangen door ‘symboliek’ ‘thema’ ‘of plan’, net wat past.

Kijk eens naar een aantal voorbeelden:

Karakter wereld gevolg
hebzuchtWall streetkeihard zakendoen is normaal
symbolisch: iedereen leeft in de digitale wereld in plaats van de offline wereld en heeft daardoor de waarde van persoonlijke vriendschap uit het oog verloren. iedereen is eenzaam en zoekt heil in allerlei vormen van (digitale) afleiding. je schurk kan zich voordoen als de ‘echte’vriend die iedereen mist en zo iedereen voor het karretje spannen.
thematisch: je held is een tuinier die ergens vruchtbaarheid aan geeft. Schurk is juist een verwoester“Ieder voor zich.”Je schurk zet de tuinier en soortgelijke personages neer als een egoïst, zodat een vicieuze cirkel ontstaat en niemand elkaar nog helpt of vertrouwt, in het voordeel van de slechterik.

Woordenweb als controle of aanvulling

Je kan deze tabel zo ver uitbreiden als je wil. Wat ook kan helpen is op een soortgelijke manier een woordenweb te maken. Kijk eens waar je op uit komt met het ‘karakter’ als uitgangspunt. Is dat hebzucht, dan is de kans groot dat ‘geld’ ook in dat web staat. Kijk dan eens wat voor invloed geld kan hebben in de wereld. Goedschiks, kwaadschiks, of hoe het belastingsysteem van je wereld in elkaar zit.
Misschien is je held wel iemand die onderzoek doet naar grootschalige fraude en is je schurk iemand die dat kan tegenhouden, omdat die een invloedrijke baan heeft bij een grote bank. Maak deze woordenwebben niet te groot. Maak in plaats daarvan liever een paar hele beperkte en kijk welke van de woord er per woordenweb uitspringt. Daarmee kan je ook weer een nieuw thema, symboliek of aanknopingspunt vinden.

Laat je verhaal ook opbloeien

Een schurk die met deze opzet helemaal tot bloei komt, is een uitstekend uitgangspunt om je verhaal een interessant moraal of kijkje in de keuken van een bepaalde (historische) wereld mee te geven. Omdat deze slechterik zowel een speler in als een decorstuk van deze wereld is, wordt die niet zo snel een moraalridder die het lezerspubliek dat het vertelt dat het slecht is om naar macht, hebzucht of… te streven. Een situatie die zichzelf laat zien brengt een boodschap veel makkelijker over dan wanneer je door een overdaad aan conflicten iets koste wat kost duidelijk probeert te maken. Doe er je voordeel mee dat deze schurk die in zijn wereld past zonder veel extra moeite te doen, al laat zien hoe duister de situatie is. Maak het extra eng door te benadrukken hoe weinig ervoor nodig is om iets de verkeerde kant op te laten slaan, of hoe makkelijk enge systemen standhouden.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Daniel Sealey verkregen via Unsplash.

Doel van een scène: verandering brengen

Een scène is een verhaal in het klein en kan een paar doelen hebben. De twee belangrijkste zijn: informatie geven en verandering in het verrhaal brengen. In deze blogpost kijken we naar hoe een scène verandering in het verhaal brengt om ervoor te zorgen dat er vaart in het algeme plot blijft.

Wat betekent verandering in het verhaal?

Wat betekent het precies als je zegt dat het verhaal verandering nodig heeft? Op grote schaal betekent dat iets als een held die moet groeien, of relaties die moeten veranderen, omwille van een plot dat interessant blijft en niet bij hetzelfde blijft. Anders heb je geen verhaal, maar een gegeven. In plaats van ‘De ridder gaat de draak verslaan’ blijft het dan bij ‘het dorpje huivert bij de constante dreiging van de draak.’
Omdat een scène een verhaal in het klein is, moet die er dus ook voor zorgen dat er iets lopend blijft. Maar omdat je het grote plaatje van het verhaal niet in een scène kan proppen, werkt dat net iets anders. In het geval van een scène betekent het dat je moet voorkomen dat opeenvolgende scènes aanvoelen als een opeenvolgend rijtje van en toen en toen en toen. En daarvoor kan je je jezelf je vragen stellen:
Wat?
Waarom?
Wanneer?

Wat en waarom in een scène

De vragen ‘Wat is er aan de hand?’ en ‘Waarom gebeurt dit?’ zijn twee belangrijke vragen om een verhaal interessant te houden. Die zorgen samen voor een pageturnereffect. Houd het ‘Wat’ zo concreet mogelijk om te voorkomen dat je binnen een scène allerlei kanten op gaat. Een scène heeft soms wel wat grotere bedoelingen, zoals een puzzelstukje van een plottwist geven, maar hij is te klein om zich bezig te houden met alle plotlijnen die in je verhaal spelen.
Je kan wel een verhaalthema (symbolisch) wat meer uitdiepen bij deze vraag.

‘Waarom gebeurt dit?’ -of, als er iets aan vooraf gaat: waarom is dit gebeurd?- is een vraag die zowel op de kleinere schaal van de scène als op de grotere schaal van het plot kan worden gesteld. Waarom hebben deze personages dit gesprek? Waarom is er iemand vermoord en waarom wordt er nú een scène besteed door de schrijver aan het bespreken ervan? Of, vanuit het andere perspectief: waarom worden de personges ertoe gedreven om die moord nu te bespreken? Antwoorden op die vragen kan je vervolgens weer gebruiken om de vraag te beantwoorden die je helpt om ervoor te zorgen dat je scène de nodige verandering met zich meebrengt: Wanneer?

Wanneer heeft iets een Gevolg voor een verhaal?

Een scène kan soms een verandering teweeg brengen, maar kan alsnog stokken als die verandering te weinig voorstelt. Ahmed stootte zijn teen, dus was hij die dag chagrijnig en had hij een slechte dag op school. Waardoor het avondeten een gespannen sfeer met zich meebrengt en zijn ouders de dag erna hopen dat het beter gaat en…
Je scène kan hier dienen om te weer te geven dat Ahmed snel op zijn teentjes is getrapt. Maar in dit geval neem je dat voorbeeld wel heel letterlijk. Gaat het later in het verhaal belangrijk zijn dat Ahmed een keer een teen gestoten heeft? Waarschijnlijk blijft dat een detail.
Als je wil dat een scène verandering in het verhaal brengt, kijk dan verder dan de oppervlakkige actie-reactie.
Stel jezelf na de waaromvraag voor een scène ook de vraag wanneer dit element terugkomt en een Gevolg met een hoofdletter heeft. Je voorkomt ermee dat je scènes die op de tekentafel belangrijk lijken alsnog afdwalen naar een focus op onbelangrijke details.

Soms is er wel een belangrijk detail dat grote veranderingen en gevolgen heeft, dat binnen die scène duidelijk moet worden. Ook dan is ‘wanneer?’ een handige vraag.
Dus het is belangrijk dat Ahmed zijn teen stoot, omdat dat een butterflyeffect krijgt?
Vraag jezelf dan af wanneer dat detail in de scène plaatsvindt en hoe je dat met de juiste sfeeromschrijving voldoende aandacht geeft. Vervolgens kijk je naar wanneer (en hoe) je dat detail in andere (eerdere) scènes terug laat komen. Hier moet je dus paradoxaal genoeg uitzoomen naar je verhaal als geheel om op een meerdere keren op een detail te kunnen inzoomen. Want het leest geforceerd als Achmed zijn teen stoot als hij op een bootje dobbert en de sfeer helemaal ontspannen is. Dan kan je hem beter ongemakkelijk met voeten laten bewegen onder tafel tijdens een vergadering waar hij zich niet op zijn gemak voelt.
Wanneer past dit detail en wanneer gaat dit optellen tot een verandering (later) in het verhaal?

Een goede scene is een belofte van verandering

Soms is je scène zodanig gericht op informeren of sfeeromschrijving in het algemeen dat er niet iets concreets in het plot gebeurt dat het verhaal verandert op het pageturnerniveau van het ‘wat en waarom?’ dat de lezer op het puntje van de stoel houdt. In dat geval moet je ervoor zorgen dat je scène een verandering belooft. Dit is de subtiele verwijzing tussen de regels door dat niet alles bij het oude blijft. Als de vuurspuwende draak het dorp bedreigt, dan moet er wel een ridder komen om iedereen te redden, wil je een lopend verhaal hebben en houden. En als er net een strijd is gewonnen, dan móet er een nieuwe leider worden gekozen.

Dit zijn vaak specifieke momenten in het plot: op het punt dat de comfortzone verlaten moet worden, of dat de crisis in aantocht is. De momenten waarop het erop of eronder is voor je personages. Die voelen dan de zwaarte van wat gaande is of komen gaat. Gebruik dan hun beleving om verandering in het plot te beloven.
Je kan dan misschien niet gaan hinten wat er gaat gebeuren: dat kan op zulke momenten te veel verklappen of geforceerd overkomen. Maar als je de lezer laat zien hoe je personages bibberen, of staan te trappelen om datgene wat gaat komen, houd je de spanningsboog vast en beloof je de lezer ook dat het verhaal niet stil blijft staan. Ook al heb je dat in deze scène even moeten doen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Brandi Redd verkregen via Unsplash

Zo blijft het plot spannend: wat staat er op het spel?

Een plot in een verhaal moet altijd vaart houden, zoveel is iedere bij schrijver bekend. Een van de manieren, zeker bij spannende verhalen, is om ervoor te zorgen dat er iets op het spel staat.

Hoe blijft een plot lopen?

Om bij het begin te beginnen: een plot loopt en blijft lopen doordat er steeds iets blijft lopen. Er is altijd iets aan de gang, waarover de lezer meer wil weten dus door blijft lezen. Dat kan je bereiken door de actie-reactieregel, of door wat en waarom-vraag te stellen. Als er iets aan de hand is en de personages daarop reageren, heb je in ieder geval steeds iets nieuws of spannends te vertellen. Dit kan je versterken door het vanuit het perspectief van het personage te bekijken. Hoe moet dit voor het personage voelen? Wat heeft het personage hier te halen?

Als het erop aankomt…

Je personages zijn degene die het plot beleven, dus ook degene die de acties in gang zetten. Zelfs als een externe factor de oorzaak is van een gebeurtenis, zijn de personages het die ‘besluiten’ wat er vervolgens met het grote geheel gebeurt. Als het regent, worden de personages nat. Het weer kunnen ze niet sturen, maar op ze vervolgens een paraplu gebruiken, dat is aan hen. En dat kan dan bepalen of ze later in het plot kouvatten of niet.

Om het plot vlot te houden, kan je kijken naar de personagebiografie. Zoek dan vooral naar zaken die je kan rangschikken. Het zinnetje “als het erop aankomt, dan…[ verkies ik dit boven dat]” kan je daarbij helpen:

* Als het erop aankomt, verkies ik vrienden boven familie
* Als het erop aankomt, verkies ik de sportschool boven een avondje op de bank
* Als het erop aankomt, verkies ik veiligheid voor zekerheid.

enzovoorts.

Als je ervoor wil zorgen dat je plot altijd iets interessants heeft, kan je een situatie in je verhaal verwerken dat je personage dwingt deze vraag te stelllen.

Wat staat er op het spel in het plot?

Jezelf een held noemen in een boek is makkelijk, maar die titel moet je wel verdienen door in actie te komen. En het plot moet weer iets aan het personage geven om in actie te kúnnen komen. Voor het de vraag is of je je paraplu opsteekt, moet er wel sprake zijn van regen. Dit vormt een mooi samenspel: het personage moet handelen, wil er überhaupt een plot ontstaan en dat plot moet zaken aan het personage voorleggen zodat het kan blijven handelen.
Maar het wordt pas echt interessant als er ook iets voor het personage op het spel staat. Dat is het moment waarop het plot aan het personage lijkt te vragen: nu komt het erop aan, dus wat ga je doen? Je hebt iets te halen, te winnen of verliezen, afhankelijk van de keuze die je maakt.

Als je die vraag centraal stelt, heeft een plot altijd een fatsoenlijke drijfveer en voorkom je ermee dat het altijd maar voortsleept. ‘Wat staat er op het spel?’ is zeker in thrillers en horror een belangrijk en ook vanzelfsprekend als voorwaarde voor spaninng, maar je kan het ook veel kleinschaliger bekijken:

Een kleuter krijgt de keuze: buiten spelen of binnen blijven voor een snoepje? Buiten speelt een vriendje, binnen wacht wat lekkers. Als het kind binnenblijft, kan het zijn dat het vriendje later niet meer met het kind wil spelen. Dat zal misschien niet het hele plot ondersteboven keren, maar als er inderdaad voor het snoepje wordt gekozen, kan het plot wel een andere kant opgaan.

Persoonlijke keuze bepaalt het plot

Hoewel de gevolgen van zo’n persoonlijke keuze niet altijd wereldschokkend zullen zijn, is het wel belangrijk dat het personage die gevolgen ondervindt als gevolg van die keuze. Dat geeft het personage een reden om niet vanaf de zijlijn toe te kijken en het plot wordt er spannend door, omdat het de indruk wekt dat wat je personage kiest, het verhaal ook stuurt: de persoonlijke keuze bepaalt. Hiermee wordt je held vanzelf ook unieker: zet een ander personage in dezelfde situatie en het verhaal loopt misschien wel anders.

Maak de inzet groot of aanwezig

Als er iets op het spel staat, kan dat het plot gaande houden. Maar je kan het ook bloedstollend spannend maken door het al dan niet handelen van je held een leven af te laten hangen. Daarbij geldt dat hoe meer er van de keuze afhangt, hoe spannender het is. Zeker in een losse scène kan dat de nodige vruchten afwerpen. Denk dan aan het moment dat de vijand al het mes op de keel van de geliefde heeft staan.

Soms is een inzet niet meteen duidelijk, of direct aanwezig. In het hier en nu is er niets aan de hand. Dat is voor even niet erg: soms is het ook tijd voor een sfeeromschrijving. Maar als je merkt dat het plot stokt, kijk dan eens hoe lang het geleden was dat er sprake was van een duidelijke inzet. De kans is groot dat je plot is ingezakt omdat er te lang geen sprake is geweest van een duidelijke inzet.
Loop je daarop vast, kijk dan eens op je een tussentijdse kleine inzet toe kan voegen. Of laat je prersonges anders bewust zijn van dat er in het ‘daar en straks’ iets gebeurt dat zaaien en oogsten vergt. Met andere woorden: het is tijd om nu in actie te komen om later de gewenste uitkomst te kunnen behalen. Als je nu niet begint studeren, vergeet het dan maar om straks nog cum laude te kunnen afstuderen.

In een verhaal is er altijd wel iets te winnen of te verliezen voor je held, al is het maar op de langere duur, of op kleine schaal. Speel daar zoveel mogelijk op in en laat daarin het karakter van je personages waar je kan een rol spelen. Dan zal je lezer zich alijd af blijven vragen wat het plot of je held gaat doen. Weer een reden om de volgende bladzijde om te slaan!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Riho Kroll verkregen via Unsplash.

De comfortzone als ethisch vraagstuk

Ieder verhaal heeft een held nodig die besluit in actie te komen. Dat is het verlaten van de comfortzone. Je kan het simpelweg zien als een noodzaak om de actie van je verhaal mee te starten. Maar kijk er op een andere manier naar en de comfortzone kan je veel bruikbaars over je held en de boodschap en moralen van je verhaal vertellen.

Wat moet de comfortzone doen?

De comfortzone is het moment in het verhaal waarop de held de bekende routine van diens alledaagse leven achter zich laat om het avontuur aan te gaan. Maar voor een goede spanningsboog en een interessant verhaal doet je personage dat nooit uit verveling. Je moet het bedreigen en bang maken. Dat is de taak die jij als schrijver te doen hebt vanuit het perspectief dat jij de regie in handen hebt. Maar als schrijver heb je niet alleen je eigen willetje op te leggen. Daar laat je namelijk een hoop mee liggen.

Het comfortabele leventje van je personage

Je maakt tijdens het ontwerpen van je personage een personagebiografie: daar komen de achtergrond en karaktereigenschappen in te staan. Zodra je daar een basis van hebt, kun je niet zomaar verwachten dat je personage precies denkt of doet wat jij wil. Als je een student hebt die er om meerdere reden op gericht is om hoge cijfers te halen, gaat die echt niet zomaar omwille van het plot al het huiswerk verwaarlozen. En van die wil en waarden van je personage kan je veel leren.
Stel jezelf de vraag wat je personage al dan niet zou doen om de comfortzone te verlaten.
Meestal mag je in de narratieve zin de comfortzone niet verwarren met een comfortabele situatie, maar nu moet je dat wel doen. wat zou je personage ervoor over hebben om dat fijne, rustige leventje achter zich laten, om een stap richting het onbekende te zetten, waar niets zeker is, er verliezen dreigen en misschien wel regelrecht gevaar lonkt?

Het karakter van je personage

Begin eenvoudig en schrijf alle karaktereigenschappen van je personage optellen tot een manier van doen en laten.
Zo zal een zorgzaam en gehoorzaam iemand vaak de regels volgen en de uiterste best doen om niemand kwaad te doen.
En een hebzuchtig, egocentrisch personage zal er juist helemaal niet om malen dat anderen worden teleurgesteld als dat betekenkt dat de eigen wensen worden vervuld.

De moralen van je personage

Het doen en laten van je personage vertaalt zich makkelijk naar bepaalde moralen: Denk aan jezelf voor je aan anderen denkt, bijvoorbeeld. Of juist: je eigen dromen en zelfbehoud komen voor het welzijn van anderen.
Zo heeft je personage diverse moralen. Schrijf die op en probeer voor zover dat kan, ze te rangschikken naar relevantie.
Bijvoorbeeld:
1) Doe anderen geen kwaad
2) Kom je beloften altijd na
3) Jaag je dromen na

Deze rangschikking is belangrijk voor de volgende stap: de persoonlijke ethiek van je personage vaststellen. Want die bepaalt uiteindelijk die grote stap voor het verlaten van de comfortzone.

De ethiek van je personage

Ethiek gaat over beweegreden die je hebt tijdens een duivels dillema. Wil je een goede ethische discussie aangaan, dan moet – zo niet mág- je niet zeggen dat een beslissing van de ander fout is omdat jij diezelfde beslissing niet zou nemen. Het gaat er meer om hoe de ander tot een beslissing komt en of het gedachteproces dat daartoe leidt ergens op slaat.

Stel dat het de bedoeling van het verhaal is dat je personage als hospik gaat werken in tijden van oorlog, maar dat je personage in het begin nog bang is voor bloed. Dan gaat je personage zich niet vrijwillig melden. Tenzij de norm ‘denk eerst aan jezelf, dan aan anderen’ bovenaan de lijst met normen staat. Lekker veilig thuis blijven terwijl anderen hun leven wagen, zou daarmee niet rijmen.
Maar toch zal je personage nog steeds bang zijn of iets niet willen. Dat is het moment waarop je dieper op de ethische waarden en beweegredenen van je personage in kan gaan. Wat maakt dat je personage tóch wordt overgehaald? Zeker, je kan dreigen, maar dreigen alleen is niet altijd effectief en angst alleen is zelden een drijfveer die het hele verhaal overeind blijft. Ga je uit van ethiek en meer diepgaande drijfveren, dan kan je daarmee ook het verhaalthema versterken. Neem dus de tijd om die goed uit te werken.

Verhaalthema en de comfortzone

Dus jouw bloedvrezende held meldt zich toch aan voor hospiktraining, omdat die altijd anderen op de eerste plaats zet? Knap gedaan, de comfortzone is verlaten. Maar die bereidwilligheid om anderen vóór zichzelf te plaatsen, kan nog op andere momenten terugkomen. Zeker in het leger. Want wat nou als de held diens eigen moralen in de steek moet laten, omwille van de veiligheid van anderen? Of als de eigen veiligheid op een bepaald belangrijker is dan die van een ander? En betekent jezelf op de tweede plaats zetten bijvoorbeeld ook dat je als de gezonde rekruut je laatste eten moet geven aan de verzwakte collega die de volgende dag waarschijnlijk niet meer haalt?
Een ethische vraag, dus daar is niet meteen een goed of fout. Maar als je al weet hoe je held tot etische conclusies komt, kan je die gebruiken om ook later in het verhaal en op belangrijke en spannende momenten je verhaal interessanter en diepzinniger te maken en je verhaalthema te verstevigen zonder dat het er duimendik bovenop ligt. Je hoeft dus ook zeker niet meteen een super filosofische roman te schrijven. Deze bevindingen kan je heel goed kwijt in je opschrijfboekje.
Bedenk dat je held nooit om één (simpele) reden de comfortzone verlaat, of die zich nu daarvan bewust is of niet. Gebruik al deze (verborgen) redenen om je verhaal te starten in je voordeel en je hebt meteen vanaf het begin een stevige houvast voor jezelf. Om nog maar te zwijgen over alle mooie ontdekkingen voor mogelijkheden voor je verhaalthema die daar nog uit voort kunnen komen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Philippe Oursel verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je over vergiffenis

Iemand vergeven is in een boek een belangrijk moment en voor het personage een afsluiting van een belangrijk hoofdstuk. Maar als je het verkeerd doet, kan vergiffenis je hele verhaal afzwakken of cliché laten overkomen. Vergeven is niet altijd makkelijk, dus schrijven erover ook niet. Wat komt daar allemaal bij kijken?

Moet je personage vergeven?

De vraag alleen al of je personage moet vergeven of recht heeft op wraak, is een belangrijk startpunt. Want hiermee wordt meteen een invulling van het verhaal en een bijbehorend verhaalthema bepaald. Het hangt van de inhoud van je verhaal en van jouw persoonlijke mening omtrent wraak en vergiffenis af wat je daarmee wil doen. Neem die overwegingen ook goed mee: wraak en vergiffenis vertalen zich heel slecht naar een verhaal als je dat schrijft omdat dat zo ‘hoort’ in een bepaald genre of een plotverloop. Als dat je uitganspunt vormt, schrijf je bijna gegarandeerd een storend cliché als resultaat. Vergeven betekent dat er iets naars of vreselijks aan vooraf is gegaan. Dat is dus ook niet eenvoudig op te lossen. Doe er je voordeel mee dat je te maken hebt met een lastige situatie.

Als je ervoor kiest om vergeving te schrijven

Als je wil dat je personage vergeeft, is het belangrijk om te beseffen wat het personage is overkomen en hoe groot die invloed van dat trauma is. Onderschat niet hoe moeilijk vergeven kan zijn. Evengoed: het is ook niet makkelijk om te doen. Als je niet kan vergeven, kan je in een slachtofferrol belanden die je helemaal op slot zet: waarom ik? Hoe moet ik nu verder? Dat kan ervoor zorgen dat je zelfs in cirkel van agressie kan belanden, waarmee je anderen pijn gaat doen, zoals psychiater Olga Botcharova in een diagram heeft omschreven.

Deze cirkel is lastig te ontsnappen. Het is moeilijk om te vergeven als je je maar blijf afvragen waarom je iets is aangedaan of overkomen. Daarvoor moet je volgens dit schema rouwen, iets wat vreselijk lastig kan zijn en de nodige moed vergt.

Moed + rouw = vergeven

Moed en rouw zijn vanuit verhaalperspectief zaken waar je zowel veel mee kan als mee moet, als je over vergiffenis schrijft. Maar die gelukkig ook meteen een sterk verhaal met zich meebrengen als je de moeite neemt die goed uit te werken.

Moed is belangrijk omdat het het centrale conflict van het verhaal vertegenwoordigt of moet dragen. Voor een centraal conflict is moed zichtbaar in:
– Je personage wordt uit diens comfortzone gehaald.
– De situatie is voor je personage ongemakkelijk, gevaarlijk, naar of eng.
– Je personage heeft iets te verliezen als het actie onderneemt of iets zegt.
– De omstandigheden dwingen je personage om het conflict zelf aan te gaan.

Dat is dus nooit makkelijk. En dan komt daar ook nog eens rouw bij. Om te kunnen vergeven, moet een personage zichtbaar rouwen om datgene waarmee het worstelt of geworsteld heeft. En ook voor rouw is er moed nodig. Laat je dit uit de vergelijking, dan zal het voor de lezer lijken alsof je personage zegt: “Ach ja, ik vergeef wel. Het was mijn trauma maar.” Daar heb je dan meteen een Mary Sue te pakken.

Vergiffenis als rode draad in het verhaal

Hoewel vergiffenis richting of op het einde van je chronologische verhaal voorkomt, moet het als uitgangspunt als een rode draad door je verhaal lopen. Dat hoeft niet per se als verhaalthema. Maar wil je het einde en die vergeving het nodige gewicht geven, dan moet je dus het heftige dat vergeven moet worden en de bereidheid tot die vergeving komt, in het verhaal meenemen. En dat doe je niet in twee hoofdstukken. Als houvast voor jezelf kan het wel overzichtelijk zijn om vergeving als (sub)thema in je verhaal mee te nemen Al is het maar om te voorkomen dat het te veel op de achtergrond raakt.

Dit moet je weten over je personage bij vergiffenis

De personagebiografie is bij schrijven over vergiffenis onmisbaar. Iedereen heeft een eigen geschiedenis of een eigen karakter dat ervoor zorgt dat het moeilijker of makkelijker maakt om te vergeven.
Denk hierbij aan dingen als: als het personage uitzonderlijk empathisch en een hoog emotioneel IQ heeft, dan is vergeven relatief makkelijk. Maar iemand die keer op keer op heer in de steek is gelaten, zal dat moeilijker vinden, omdat vergeven naar verloop van de tijd niet meer voelt als iets dat nut heeft of emotioneel heeft.
Maar ook: wat vindt je personage belangrijk?
Stel dat je personage het erg belangrijk vindt dat vrienden aanwezig zijn op een verjaardag. Die heeft dan iets te vergeven als vrienden dan meerdere keren afwezig zijn bij verjaardag. Dat terwijl een ander personage de schouders ophaalt en denkt: als ik je maar regelmatig zie, kan (de exacte dag van) mijn verjaardag mij niet zo veel schelen. De liefdestaal kennen kan helpen bepalen waar je personage pijn gedaan kan worden en dus ook moet gaan vergeven.

Als er vergeven kan worden

Als je personage in staat is om te vergeven, dan kan het verder met het leven. Dat klinkt cliché, maar in dit geval is dat gerechtvaardigd, zoals je in het cirkel van agressie en verzoening kon zien. Dat betekent dus ook dat als je personage een heftige gebeurtenis kan vergeven, het een nieuw begin betekent. Een nieuw begin aan het eind van een boek, vraagt om de juiste toon bij je einde. Kies je voor een bitterzoet of gevoelvol einde. En die einden hangen dan weer samen met de juiste willen versus nodig hebben voor je held in het verhaal.

Kortom: schrijven over vergiffenis is niet zomaar iets wat je nog als een laatste extraatje in een subplot kan toevoegen. Voor of achter de schermen is het een gigantische drijfveer voor zowel je personage en het plot. Gaan we vergeven of niet? En zo ja, dan moet er hard gewerkt worden, door zowel schrijver als personage.
Maar dat maakt een verhaal met of over vergevig wel een verhaal dat een unieke en diepgaande plotlijnen en personages met zich meebrengt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Alex Shute verkregen via Unsplash

Zo wordt een ruzie een onderdeel van je verhaalthema

Een ruzie is in een verhaal een goede manier om vaart in het plot te houden, maar kan het ook helemaal stillegggen. Om voor een goed ploverloop te zorgen, moet de ruzie over iets wezenlijks gaan. Om het extra spannend te maken, laat je personages twisten over iets dat een verhaalthema verder uitdiept.

Wat is een goede narratieve ruzie?

In een boek moet een ruzie aan een aantal randvoorwaarden voldoen om interessant te zijn. Een ruzie moet het plot verder helpen. Schrijf dus geen welles-nietes discussie waarin de personages elkaar na afloop haten en er vervolgens niets in het verhaal verandert. Bovendien moet datgene waarover geruziet wordt, iets meer over de personges vertellen dan de lezer al weet. Bijvoorbeeld dat een personage meer geeft om vrije tijd dan om een schoon huis, als er het verweten wordt dat er meer in het huishouden gedaan moet worden. Dan kan je later over deze held onthullen dat het lastig is om prioriteiten te stellen.

Ruzie vanuit de beleving van een personage

Ruzie is in wezen heel simpel: de ene wil de ander overtuigen van diens eigen gelijk en wordt boos als de ander daartegenin gaat. Ruzies over de afwas zijn daarmee meestal niet zo interessant. Aan de oppervlakte tenminste. Als je laat zien aan de lezer dat het in feite meer gaat over hoe de personages zich niet gezien voelen in de relatie en dit niet kunnen communiceren, dan heb je een conflict, zowel in de tradidtionele als de narratieve zin.

Als er een ruzie ontstaat tussen personages, is dat een goed moment om je verhaalthema verder uit te diepen. Verhaalthema’s verkennen hoe een mens of personage een en hetzelfde principe op een andere manier beleven.
Zo betekent rijkdom voor de een een dikke bankrekening en voor de ander een simpel genoegen als regelmatig bezoek krijgen van vrienden. Laat je personages zo eens ruziemaken over een verhaalthema en hoe dat voor hen invulling heeft. Het wordt nog interssanter als er een probleem moet worden opgelost waar de neuzen dezelfde kant op staan, maar waar de uitvoering en het hoe en wat van de manier waarop voor het echte conflict zorgen.

Casus: ware liefde

“Je kan niet met hem trouwen.”
“Maar mama, hij is de ware!”
“Je zal in de goot belanden, hij heeft niet het geld om een gezin te onderhouden.”

Dit hebben we nog nóóit gelezen…

Je kan dit cliché vrij gemakkelijk omzetten naar een serieuze verdieping van het verhaalthema door de reden van de ruzie te maken en je personages daarnaar te laten handelen. Bedenk wat je met je verhaalthema precies wil onderzoeken. Probeer daar een zo concreet mogelijke vraag bij te bedenken als startpunt.
Vervolgens bepaal je de relatie tussen de personen die ruzie hebben. Zijn het moeder en dochter? Baas en werknemer? Vrienden? Als laatste kijk je wat ze allebei willen bereiken. Er is ergens een raakvlak: het is immers een gezamelijke ruzie, geen eenzijdige aanval.
Bij deze casus wordt de centrale vraag dan: wat is ware liefde nu precies? Moeder en dochter willen allebei dat dochter gelukkig is en dat zij ware liefde vindt. Moeder heeft echter het beeld dat ware liefde een zekere mate van stabiliteit vereist en dat liefde ook moet kunnen groeien. Dochter ziet ware liefde vooral als rozengeur en maneschijn: haar hersens staan nog op tilt. Anders gezegd: moeder is praktisch, dochter romantisch.
Als je bij een ruzie als deze het uitgangspunt neemt dat ‘het moet knallen’ tussen de twee vrouwen, dan krijg je de oppervlakkige welles-nietes ruzie, waar je niets mee bereikt in het grote geheel van het plot. Ga je uit van een verdiepend verhaalthema, dan krijg je argumenten en uitingen als:

“Ik hou van papa, dat weet je. Ook al heeft hij nog nooit bloemen voor me gekocht.”
“Nog nooit? En jij weet zeker dat jij nooit zijn tweede keuze bent geweest?!”
“Hoe kom je daar nou bij?”
“Hoe heeft hij jou ooit versierd?”
“Hij hielp me studeren bij mijn belangrijkste toelatingsexamen en liet daarvoor alles vallen. Daardoor heb ik nu mijn droomberoep.”
“Alsof mijn beste vriendin dat ook niet voor me zou doen… Was dat in je lelijke eendjes periode? Je zal wel hebben gedacht dat je na papa nooit meer een andere firt zou krijgen… “
“Prima, ga maar trouwen met deze perfecte Romeo. Maar als hij je dumpt omdat hij je na drie maanden te oppervlakkig vindt en toegeeft alleen maar op je leuke koppie is gevallen, is de voordeur van dit huis op slot!”

Zoals je ziet kan dit nog steeds narratief vuurwerk opleveren. Maar in plaats van meteen gelijk willen halen, begint deze discussie met een stelling die in beginsel neutraal begint en mogelijkheid biedt tot een redelijk debat: “Lieverd, bloemen zijn ook niet alles. Waarom is romantiek zo belangrijk voor je?”
Het gaat hier mis omdat dochter de themavraag ‘wat is ware liefde?’ vanwege haar emotionele kijk op liefde ook emotioneel op het gesprek reageert. Het pas dus perfect bij haar beleving van het verhaalthema.

Neem op deze manier karaktertrekken, overtuigingen en persoonlijke geschiedenis van je personage mee een ruzie in. Alleen een gelijk of ongelijk bewijzen is voor een verhaal heel saai. ‘Einde discussie, einde verhaal,’ wordt hier vrij letterlijk.
Zorg ervoor dat je in een ruzie aangeeft waar het echt om draait in het verhaal en wat je daarmee duidelijk wil maken. Geef een of meerdere personages aan het eind van de ruzie iets om over na te denken, naar te handelen of naartoe te groeien. Of de ruzie nu wordt gewonnen of niet.
Dochter zou kunnen leren dat ze haar emoties meer moet leren beheersen en dat liefde niet alleen over rozen gaat. Moeder moet misschien bedenken of zij uit angst voor eenzaamheid liefde als een luxe is gaan beschouwen en ware liefde nooit gevonden heeft. Dan krijgt het verhaalthema ‘ware liefde’ meerdere mogelijke gezichten en zijn je personages diepzinniger in plaats van oppervlakkiger.

Begin een ruzie niet met ‘gelijk willen halen’, maar stel een introductie van een verhaalthema subtiel centraal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Vitaly Gariev, verkregen via Unsplash.