Zo blijf je alert op het verteleffect

Hoewel het bij sommige schrijfstijlen uitgesproken de bedoeling is dat de schrijver een verhaal letterlijk lijkt te vertellen aan de lezer, is dat niet effectief als dat slechts in enkele zinnen gebeurt. Dan gaat dat ten koste van de innerlijke film die voor de ogen van de lezer draait. Toch kan je soms de noodzaak voelen om de lezer net iets meer te sturen. In deze blogpost kijken we hoe je dat kan doen zonder in het vertelleffect te belanden.

Wat is het verteleffect?

Een korte opfrisser van het verteleffect: door enkele ongelukkige woordkeuzes wordt de schrijver zichtbaar door net iets te letterlijk te verklaren wat er gebeurt of wat het personage beweegt. Dat niet alleen, de schrijver trekt daarmee ook bepaalde conclusies die ofwel vanzelfsprekend zijn, of die helemaal niet aan de schrijver zijn om te trekken. In dat laatste geval neem je de lezer de vrijheid af om zelf een beeld of een mening bij je tekst te vormen.

Verteleffect in de dop: de boodschap

Als je een verhaal schrijft, heb je een moraal of een verhaalthema dat je aan de lezer duidelijk wil maken. Die heb je als het goed is aan de tekentafel al duidelijk. Kijk nog eens naar je woordenweb, lijst aan leuzen of al die andere dingen uit je opschrijfboekje die je hebben geholpen die af te bakenen. In deze blogpost houd ik het voorbeeld aan van Felicia Feminist: een doorgeslagen casus van een vrouw die het glazen plafond tegenkomt.
Haar verhaal is erg gevoelig voor een verteleffect. Niet zozeer vanwege het thema zelf, maar omdat de uitwerking ongenuanceerd en extreem is. En dan sluipt een verteleffect er erg makkelijk in. In Felicia’s verhaal is Co CEO de personificatie van het glazen plafond. Hij is de oorzaak en het gevolg van alle problemen. Dus als Co maar op zou donderen, wordt Felicia zomaar ineens en wonderbaarlijk genoeg de CEO van het bedrijf en hebben ook ineens alle vrouwen van de hele wereld een eerlijke positie in het bedrijfsleven. De boodschap is kortom: mannen moeten plaatsmaken voor vrouwen in het bedrijfsleven.
Ook kan het verteleffect ontstaan door Felicia tot boodschapper te degraderen. In plaats van een veelzijdig personage, is zij slechts iemand die moet laten zien hoe belangrijk het feminisme is.

Verteleffect aan de tekentafel

Kijk ook eens hoe je bepaalde boodschappen of overtuigingen van je personage in je personagebiografie hebt genoteerd. Let daarbij ook op hoe vaak die terugkomen. Bijvoorbeeld:
Felicia’s motto: Girlpower is the best power
Felicia’s seksuele oriëntatie: lesbisch (zelfs in de seksuele zin mag ze niets aan mannen hebben of ze interessant vinden)
Felicia’s trauma: heftige aanranding door een man in haar tienertijd

Felicia is hiermee vrij extreem vrouwgericht of anti-man. Een trauma is een belangrijke drijfveer voor zowel een verhaal als een personage persoonlijk. Maak Felicia dan niet ook nog eens expliciet lesbisch om de boodschap te versterken dat ze ‘beter is’ dan mannen of geen mannen nodig heeft. Dan wordt ze slechts een doorgeslagen trope.

Merk je op dat je een vertelleffect in je tekst heb staan, zoek dan in je aantekeningen naar dit soort overdaad van een en dezelfde overtuiging, of oppervlakkige schets van je personage. Stel jezelf vragen als:
* Wat is de verhouding tussen de boodschap van mijn verhaal en het aantal punten in de personagebiografie die daarop aansluiten?
* Heeft je personage nog een ander doel dan de boodschap uitdragen?
* Waarvan moet je personage precies groeien? Wat is precies het centrale conflict?

Als je nog in een vroeg statium van het schrijven zit, kan je teruggaan naar de tekentafel en het een en ander aanvullen of aanpassen. Als je verhaal meer diepgang krijgt, val je niet zo snel in de vertelstijl. Ben je al verder in het verhaal, kijk dan uit naar vertellwoorden in de lopende tekst.

Vertellwoorden vermijden

Vertellwoorden zijn woorden als namelijk, want, daarom, blijkbaar als ze worden gebruikt om acties en gedachten van personages te verklaren die een zin of wat eerder rij letterlijk zijn uitgeschreven en regelrecht uit de personagebiografie lijken te komen. Felicia was helemaal klaar met mannen, daarom gaf ze Co een grote mond. Felicia voelde zich niet zo haar gemak: deze man deed haar namelijk denken aan de man die haar had aangerand.

Probeer in plaats daarvan het hier en nu vanuit het perspectief van je personage toe te lichten. Dat gaat meestal prima met een combinatie van goede sfeeromschrijving en show don’t tell. Ook kan show don’t speak een goede aanvulling zijn. Dan krijg je voorbeelden als:

“Felicia, ik praat tegen je!”
Co’s stem echode door de ruimte en meerdere collega’s keken verschrikt op. Carmen dook ineen en zag plotseling iets heel interessants op haar computerscherm staan.
Felicia trok een vragende wenkbrauw op.
“Staar me niet zo onnozel aan, vrouw!”
Felicia’s bloed begon te koken. Inwendig begon ze tot tien te tellen. Ze was nog niet bij de vier of ze zag Co’s blik afdwalen naar haar boezem.
“Kun jij nou echt niks? Geef eens antwoord!”
Hou op met in mijn bloes kijken, vuile… Bewijs ik pas mijn waarde aan jou als ik die uit zou trekken? Dacht Felicia. Haar gedachten gingen razendsnel: ze zou Co niet meer aanleiding geven om haar nog verder te vernederen.
“I-ik dat was mijn fout. Ik zal het meteen rechtzetten.”
Co liep met een tevreden knikje en een hanenloopje het kantoor uit. Felicia ging terug naar haar bureau en stopte Carmen even later een briefje toe: Ben je er al klaar voor om samen met mij een klacht in te dienen of wachten we nog even?
Dan vermijd je zinnen als: Felicia wist dat Carmen ook regelmatig onheus bejegend werd. Het was tijd om actie te ondernemen: ze was er nu namelijk wel klaar mee. Als Co zelfs al in haar bloes ging staren…

Het is niet altijd nodig om altijd langere scènes te schrijven om vertellwoorden te vermijden. Maar onthoud wel dat de lezer liever met het personage meekijkt dat iets beleeft dan luistert naar een schrijver die iets wil benadrukken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Fa Barboza verkregen via Unsplash.

Het ‘verteleffect’: zo wordt de schrijver te zichtbaar

Een van de manieren om de lezer uit het verhaal te halen is door te veel gebruik te maken van de telltechniek. En die heeft een broertje; het verteleffect. Daarin wordt het net iets te duidelijk dat de schrijver de lezer een bepaalde kant op wil sturen met conclusies trekken of door net iets te veel te willen helpen het verhaal aan elkaar te breien.

De interpretatievrijheid van een lezer

Het is de taak van de schrijver taak om empathie te kweken voor een personage: de lezer moet snappen wat een personage beweegt. Maar empathie is niet hetzelfde als het met iemand eens zijn. Het betekent dat je ziet welke waarheid geldt voor de persoon in kwestie.
Een van de pluspunten van verhalen is dat je empathie kan ‘oefenen‘ of hebben voor iemand die objectief gezien vreselijk is. Denk aan iemand die mishandelt. Hoewel het niet goed te praten is, leer je wel wat mensen tot vreselijke dingen aanzet om te denken of te doen. Andersom mag een lezer ook een personage vreselijk vinden dat op handen wordt gedragen. Denk bijvoorbeeld aan een influencer die een bepaalde kledingstijl aanprijst die helemaal niet de jouwe is. De hele wereld loopt met deze influencer weg, maar de lezer mag nog steeds denken dat die kledingstijl raar is.

Verhalen zijn in dat opzicht een veilige haven voor een lezer om over bijna levensechte mensen te kunnen oordelen of hen zelfs te veroordelen zonder dat dat directe consequenties heeft. Waar de lezer een hele schare fans over zich heen zou krijgen als die een echte influencer zou bekritiseren, komen de fans in de papieren wereld niet meteen met een ‘verban Lezer van het internet! – campagne aanzetten: die weten immers niet eens dat de lezer bestaat.

Het verteleffect: de schrijver maakt zich aan de lezer bekend

Dan is daar het verteleffect. Het ontstaat met de goede bedoelingen van de schrijver om de lezer aan de hand mee te nemen en zo het verhaal verder te kunnen volgen. Maar een ongewenste bijwerking ervan is dat je daarmee ook de interpretatievrijheid van de lezer af kan pakken. Het gemene van dit vertelleffect dat het zich (ook) kan vermommen als een woordje of een zin dat een onschuldige oorzaak en gevolg aan wil duiden, of gewoon enkele zinnen aan elkaar wil breien. Dit zijn een aantal van de grootste boosdoeners van het vertelleffect:

* Blijkbaar –> Blijkbaar was het niet genoeg voor Annabel dat Linda haar een dienst had bewezen
* Namelijk –> Dat vond Frenk niet fijn. Hij had namelijk al vaker uitgelegd dat hij dit niet wilde.
* (ook /best) wel –> Het was wel lastig voor hem om daar alweer mee gecontronteerd te worden.

Of, verstopt in sommige zinsconstructies:
* want –> dat was eng, want hij was bang in het donker
* dus –> Dat vond hij leuk, dus hij wilde meedoen
* daarom –> Daarom was hij dolgelukkig
* daardoor –> Daardoor voelde hij zich verraden

Deze voorbeelden zijn zou je vertellwoorden en -zinnen – met een dubbele l- kunnen noemen. Hiermee vertelt de schrijver heel letterlijk wat die wil dat de lezer concludeert of voelt. In de laatst genoemde zinsconstructies is het cirkeltje van de tell techniek weer rond en krijg je hetzelfde effecct als bij de tradionele ‘tell‘. Voor woorden als namelijk en blijkbaar is het vertelleffect relatief makkelijk op te sporen met de vuistregel:

Vertellwoorden- en zinnen worden vaak meteen opgevolgd door of gecombineerd met iets wat het personage doet of vindt

Bijvoorbeeld:

* Blijkbaar was William op iets slechts uit, dus ging James uitzoeken wat er aan de hand was.
* Ze ging bij Eva verhaal halen: zoiets pikte Natalia namelijk niet van een vriendin.
* Omdat het wel fijn was om met iemand te praten, besloot zij haar moeder te bellen.
* Ze werd beschouwd als een oplichtster. Daarom schreef ze een mail om het tegendeel te bewijzen.

Wat hier zo misgaat, is dat de schrijver hiermee op de pauzeknop van de lopende film in het hoofd van de lezer drukt. Alleen maar om te zeggen: snap je dat? In de basale zin van begrip, of in de trant van: ‘weet je waarom? Ben je het met mij en mijn symboliek eens?’ Het is onnodige en storende nadruk, maar dan nog een tandje erger. Niet alleen legt de schrijver nadruk op het ritme van de zinnen en woorden, maar ook nog eens hoe de lezer die vervolgens interpreteert. Daarmee pak je die belangrijke vrijheid van de lezer af om zelf een beeld bij je verhaal te vormen en daar de eigen conclusies bij te trekken.
Wat ook kan gebeuren is dat de lezer zich als dom bestempeld voelt bij deze manier van schrijven. En dat is ook niet zo gek. Kijk nog eens naar een aantal van deze voorbeelden. De schrijver zegt hier bijna letterlijk dingen als:
“Weet je nog? Dat stond in hoofdstuk 2.”
“Heb je dat al door, of moet ik dat nu nog een keer zeggen als laatste bewijs daarvan?”

Daar doe je de intelligentie van je lezer en ook je eigen kunde die je als schrijver hebt enorm mee tekort: je trekt beide ermee onnodig in twijfel.

Uiteindelijk is de lezer nooit helemaal te sturen

Als schrijver wil je tot op zekere hoogte dat de lezer het met je eens is. Al is het maar omdat je daardoor een verhaalthema duidelijker naar voren kan laten komen. Maar je kan er niet omheen dat een lezer een tekst altijd op diens eigen manier zal interpreteren, hoeveel je dat ook stuurt. Waar de ene overlevende van kanker juist ieder verhaal daarover leest om het eigen verdriet beter te kunnen verwerken, laat de andere juist al die verhalen liggen om niet meer achterom te hoeven kijken naar dat vreselijke hoofdstuk in het eigen leven.
Je hebt dus nooit de garantie dat je je lezer op die manier voor je wint. En voor zover dat wel kan, komt jouw algehele beheersing van schrijftechnieken daarbij kijken. Met enkele woorden of zinnen behaal je dat doel nooit.

Volgende week post ik tips voor het vermijden van het verteleffect.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Priscilla Du Preez 🇨🇦 verkregen via Unsplash

Een infodump herkennen als tijdverspiller

Een van de manieren waarop je als schrijver informatie kunt schrappen, is door te kijken naar hoeveel tijd je ermee bespaard als je bepaalde infodumops weg zou halen. Om dat idee contreter te maken, kan je ieder woord zien als een bepaalde tijd die je lezer en je personage aan je tekst besteden.

Infodump en ‘As you know Bob’

Hier kan je meer lezen over de basis van infodump. Pas goed op zodra je informatie met je lezer gaat delen. Voor je het weet, vertel je over zo veel details of geef je zoveel onbelangrijke informatie, dat het plot op slot komt te staan.

In een dialoog is het soortgelijke verschijnsel, ‘As you know Bob‘ daarbij een welbekende valkuil. Dat worden er dingen gezegd die totaal niet nodig zijn, omdat de personages die tegen elkaar praten dat allang weten. Denk aan: levenslange vrienden die elkaar wekelijks spreken: “Zoals je weet, is mijn broer al maanden ziek. Dus ik moet nu naar het ziekenhuis om hem bij te staan voor een controle.”

Als je As you know Bob in je achterhoofd houdt om vooral niet te schrijven, dan kan je daarmee makkelijker ontdekken hoe je infodumps kan sorteren. Om vervolgens de nodige informatie te behouden en alle andere aankleding te schrappen.

Je reinste tijdverspilling

As you know Bob komt in ieder genre voor. Van romantische verhalen waarin het tienermeisje haar beste vriendin voor de zoveelste keer vertelt waarom haar vlam toch zó knáp is tot in de actiethriller waarin de IT-deskundige die halsoverkop door de overheid wordt ingehuurd om een code te kraken en zo een oorlog te voorkomen, nog even geïnstrueerd wordt over de werking van het codeersysteem waar hij al een deccenium mee werkt: “zoals je weet, is dit beveiligingssysteem erg gevoelig: een keer een verkeerd wachtwoord en je ligt er een halfuur uit.”

Er kan dus weinig op het spel staan, zoals bij de giechelende meisjes. Maar het kan ook een kwestie zijn van leven of dood, zoals bij de IT-er. Hoe dan ook is een as you know Bob tijdverspilling van de bovenstente plank. Voor zowel je lezer, als voor je personages.

Vanuit het perspectief van de lezer is dit makkelijk te begrijpen. Als je op een boek van 400 pagina’s een paar duizend van dit soort dumps kan schrappen, heeft die het boek een halfuur eerder uit. En dus meer tijd voor een volgend boek. Of gewoon weer tijd om te stofzuigen. Als je niet op de leesbeleving inlevert, is je lezer je altijd dankbaar voor die tijdwinst.
Bij een personage is die tijdwinst te halen in eerder tijd voor actie. Of, zo je wil, tijd weer om verder te gaan van informatie delen naar het eigenlijke plotverloop. Stel je daarbij voor dat voor elk woord dat jij als lezer leest, er afhankelijk van de mate van urgentie er een seconde of een minuut verstrijkt in de papieren wereld van je personage. Dan laat je het tienermeisje:
“Waarom hij zo’n hunk is? Dat weet je toch, Tess? Omdat hij een sexy stem heeft en gewoon zo lief is! Hij kan ook nog eens onverwacht grappig uit de hoek kan komen. En heb je al gezien hoe gaaf zijn haar altijd zit?!”
dus drie kwartier wachten. In die tijd hadden de bezoemvriendinnen een versierplan kunnen bedenken, daar de eerste schets van kunnen maken en al een eerste berichtje naar Romeo kunnen sturen. Lees: als het om het plot gaat, had je al een compleet hoofdstuk verder kunnen zijn.
Wat betreft de IT-er:
“Zoals je weet, is dit beveiligingssysteem erg gevoelig: een keer een verkeerd wachtwoord en je ligt er een halfuur uit. Dat kan het einde van ons land betekenen.”
Wil je als lezer lezen over saaie uitleg of wil je in die metaforische kleine halve minuut meemaken waarin onze held met een torenhoge bloeddruk hoopt dat hij het niet gaat verknallen?

Het plot gaat voor

Als je meerdere details moet delen, zie dan ieder woord als een tijdeenheid die voor je personage of je lezer erg kostbaar is. Je las al hoe dat in een dialoog werkt, maar hetzelfde idee gaat op voor sfeeromschrijvingen. Stel je in dat geval voor dat jij als beginnende enthouiaste stadsgids de lezer een rondleiding geeft. In dit geval door de betreffende tuin, museum of kamer. Maar het plot is in dat geval jouw strenge leidinggevende. “Deze mensen hebben betaald voor de korte, goedkopere versie van de rondleiding. Hadden ze de uitgebreide rondleiding gewild, dan hadden ze daarvoor moeten dokken. Geen gratis extraatjes, hè? Als je de grote lijnen hebt uitgelegd, is dat voldoende. Hup, hup, opschieten. De volgende groep komt er weer aan. Ik heb meer werk te doen.”
Die laatste zin mag je letterlijk nemen. Het plot heeft werk te doen, het moet het verhaal aan de gang blijven houden.
Is het voor de lezer (voor nu) voldoende om te weten dat de tuin heerlijk ruikt en prachtige kleuren heeft, ga dan niet van iedere bloem en iedere plant hun latijnse naam en hun belang voor het algehele ecosysteem van deze tuin beschrijven.

Het verhaal van tante Bep

Cliché tante Bep doet haar naam eer aan. 1000 woorden -meer dan zestien uur! Over tijdverspilling gesproken 😉 – later denk je: waar ging het nou over? Als je vermoedt dat je tante Bep aan het woord hebt gelaten, schrijf dan eerst eens die aantal zinnen uit.
Bep is blij met de geboorte van haar eerste kleinkind, maar met haar oudste kind botert het al even niet meer.
In plaats van eindeloos vertellen hoe schattig baby’s en hoe verwend de jeugd is, vat je dat liever samen in enkele rake uitingen, waarna Bep iets anders gaat doen, concrete hulp vraagt, of aan serieuze zielenroerselen gaat doen. Kortom: verbreek de cirkel van het beppen en kijk hoe het plot weer aan het roer kan staan. Dat scheelt een hoop tijd. En daar zullen zowel je papieren personages als je lezer je dankbaar voor zijn.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jon Tyson verkregen via Unsplash




Zo voelt je lezer mee met je personages

Als schrijver wil je dat je lezer in het verhaal geïnteresseerd is en blijft. Daarvoor moet het die tenminste iets kunnen schelen wat er in het verhaal en met je helden gebeurt. Maar ook dan is er nog een een verschil. Er kan worden meegeleefd, op een afstand, of er kan worden meegevoeld, zodat de lezer alles heel intensief meekrijgt. Het is een nuanceverschil in woorden, maar in uitwerking en effect een verschil tussen dag en nacht.

‘Wat vreselijk voor je’

Je moet ervoor zorgen dat je lezer op zijn minst meeleeft met je personage. Als het gaat om verhalen betekent dat net iets anders dan in de echte wereld.
Het basisbeginsel van empathie in fictie is dat het je überhaupt iets kan schelen wat je personage overkomt en je weet over wie het gaat. Als de held waarvoor je hoort te juichen doodgaat, dan moet de lezer op zijn minst denken: o nee! In plaats van: ach, romantische Romeo nummer 68, nou en?
Als je lezer slechts meeleeft met je fictieve personage, staat dat ongeveer gelijk aan een kennis die vreselijk nieuws deelt. Je zal oprecht even schrikken en het kan je wel degelijk iets schelen. Je ligt er alleen niet wakker van. Dus je zegt: “Wat vreselijk voor je, ik leef met je mee.”

‘Wat vreselijk, ook voor mij’

Als je lezer, meevoelt met je personage, denkt die: ‘Wat vreselijk, ook voor mij,” zodra je personage iets naars overkomt. Het is iets wat die niet zomaar naast zich neer kan leggen. Het is niet meer van een afstandje meekijken, maar echt voor de volle honderd procent voelen wat het personage ook voelt, zonder dat daar een uitweg voor te vinden is.
Dat kan je op verschillende manieren bereiken, zodra aan de eerder genoemde voorwaarde van het opwekken van empathie is voldaan:

  • Zet op het goede moment een -korte!- flashback in
  • Maak je sfeeromschrijvingen zeer beeldend
  • Kom met een plottwist die niet alleen acuut, maar ook onherroepelijk is voor de wereld van je personage

Met andere woorden: zorg ervoor dat het hier en nu alle aandacht krijgt. Als je in het hier en nu schrijft, doe je dat beeldend. Gebruik je een flashback, zorg er dan voor dat het kortstondige ‘toen en daar’ waarnaar je terugblik inslaat als een bom.

Het hier en nu alle aandacht geven in een scène

Nieuws of een plotselinge verandering komt harder aan als je er niet aan kan ontsnappen. Alsof de grond je voeten wegvalt en je in een diepe kuil neerstort. Als je het hier en nu de juiste aandacht geeft in een scène, voelt dat niet alleen zo voor je personage, maar ook voor je lezer. Doe je dat iets minder goed, dan lijkt het voor de lezer eerder alsof die aan de rand van diezelfde kuil van bovenaf naar je personage kan kijken.

Een belangrijk uitgangspunt hiervoor is dat je het verschil weet tussen beeldend schrijven en gedetailleerd schrijven. Om twee schrijftermen te gebruiken: dat is het verschil tussen een infodump die te goed zijn best doet en een goede show don’t tell. Een voorbeeld: iemand wordt al maanden van het kastje naar de muur gestuurd en staat op het punt van knappen.

Gedetailleerd schrijven is dan zoiets als:
“Nee meneer, daarvoor moet u toch echt bij een andere afdeling zijn.”
Richard voelde zich bevriezen. Zijn oren suisden. Hij ging zitten om te voorkomen dat hij in zou storten. Wat had hij zonet gehoord? Snapte die ambtenaar wel wat hij had meegemaakt? Zijn herinneringen brachten hem terug naar het moment dat Femke gelogen had tegenover de politie.
“Agent, Yvonne zegt dat haar vader haar ongepast heeft aangeraakt.”
Net als toen stak er opnieuw een dolk in Richards hart. Plotseling was het hek van de dam. Hij dacht aan de manier waarop het zure braaksel in de keel was blijven steken toen hij voor het eerst een advocaat was gaan zoeken in de hoop zijn onschuld te bewijzen. Aan hoe iedere spier in zijn lijf zich had verkrampt toen zijn moeder voor het eerst naar het hoe en wat had gevraagd. En hoe zijn hart aan gruzelementen werd geslagen zodra hij de kleine Yvonne voor het eerst naar die beschuldigingen had gevraagd. Yvonne, zijn kleine meisje, dat hij nu misschien nooit meer zou zien.
“Klootzak!” schreeuwde hij naar de medewerker.

Merk op dat zintuiglijk schrijven goed werkt om het hier en nu te vangen. Maar als je dat zoals hier te gedetailleerd doet, het een overdaad wordt die schaadt.

Beeldend schrijven is bijvoorbeeld:
“Nee meneer, daarvoor moet u toch echt bij een andere afdeling zijn.”
Hij voelde het bloed door zijn aderen racen. Als in een flits zag hij een brief op de mat vallen: je mag je kind nu nooit meer zien. Het warme handje van Yvonne leek zich nog een laatste keer om zijn hand te sluiten.
“Klootzak!” schreeuwde hij naar de medewerker.

Dit voorbeeld lijkt misschien kort door de bocht, maar daar komt een belangrijk punt om de hoek kijken. Als je al empathie van de lezer hebt, houd je die doorgaans. Je hoeft dan niet te herhalen wat er exact op het spel staat. Dat weet de lezer als het goed is al. Dat allemaal nog eens opsommen haalt je lezer weg uit het hier en nu.

Kortom: bij gedetailleerd schrijven wil de schrijver de sfeer, gedachten en gevoelens zo graag meenemen, dat het hier en nu er alsnog door op de achtergrond raakt. Het lijkt een kern te raken, maar dwaalt er in feite steeds meer van af. Bij beeldend schrijven reduceer je het ‘nu’ eerder naar enkele seconden dan een tiental daarvan. Bovendien kijk je naar wat de kernemotie van je hoofdpersoon is, in plaats van de aandacht te geven aan de talloze emoties die je personage (allemaal) kan voelen.

Wil je dat je lezer daadwerkelijk met je personage meevoelt, zorg er dan dus voor dat de lezer niet om de gevoelens van je personage en die van zichzelf heen kan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door mohamad azaam verkregen via Unsplash

Het trauma en de flashback: weet waarnaar je terugblikt

Ieder personage heeft iets meegemaakt dat ervoor zorgt dat het zich in het hier en nu op een bepaalde maner gedraagt. Met de nodige geschiedenis worden personages bovendien ze realistischer. Nu moet je nog aan de lezer bekendmaken wat die geschiedenis is. Een flashback is daar een populair middel voor, maar voorzichtigheid is geboden: gaat het goed, dan heb je een goudmijntje te pakken, gaat het mis, dan kan je hele verhaal er gortdroog van worden.

Wat kan je in fictie een trauma noemen?

Om te begrijpen hoe belangrijk het trauma van je personage is voor het verhaal, gaan we dat begrip even afbakenen. Ieder personage heeft onschuldige angsten, of ontwikkelt die. Het zijn pas trauma’s op het moment dat je personage door die nare geschiedenis of angst zich op een negatieve manier anders door het verhaal gaat bewegen en er daardoor een subplot, conflict of een obstakel (bij) komt in het verhaal. Denk aan:

* Doordat Nico vroeger te veel studiedruk opgelegd heeft gekregen is hij nu een perfectionist. In zijn verhaal krijgt hij met deadlinedruk te maken, waardoor hij niet eindeloos kan reviseren of bijschaven. Paniek! Hoe gaat Nico hiermee om?
* Aisha is vroeger gepest en vindt het daardoor lastig om vreemden te vertrouwen. In haar verhaal moet zij een vreemde het welzijn van haar geliefden toevertrouwen.

Wat het dus níet is:

Nico is een perfectionist in een bedrijf dat die houding beloont. Dus komt er een onverwachte tegenvaller voor het bedrijf, waar Nico twee dagen in zijn ‘perfectionistenpaniek’ op de proef wordt gesteld. Daarna gaat iedereen op normale voet en zonder kleerscheuren verder.

Aisha is vroeger gepest om haar overgewicht. Ze ziet een zwaar meisje in de speeltuin en moet wat tranen wegslikken, maar gaat daarna naar een feest waar ze niemand kent en maakt daar goede vrienden. Want inmiddels is ze zelfverzekerd en sociaal.

Een narratief trauma moet iets in het grote geheel van het verhaal dienen om het daarmee langdurig te verrijken

Het (verkeerde) gebruik van flashbacks

Flashbacks zijn een populair middel om de trauma’s van een personage bloot te leggen. Je kan heel precies op beeldende details ingaan. Daarmee doe je een trauma niet tekort. Er is een groot verschil tussen schrijven:
‘Robin werd mishandeld en is nu bang.’ en ‘Robin kreeg vroeger sigarettenpeuken op zijn armen uitgedrukt en associeerde de stem van zijn stiefvader met geweld zodra die zijn mond maar opendeed.’ Het is in dat opzicht gewoon een goede show don’t tell, waar de lezer ook niet om de feiten heen kan. Die wordt immers helemaal het ‘toen en daar’ ingesleurd met alle pijnlijke details, als een pervers hier en nu.

Het risico bestaat echter dat je te veel in dat ‘toen en daar’ blijft hangen. Kijk nog eens naar de voorbeelden van Nico en Aisha. Daar wordt kort stilgestaan bij een vroegere pijn. Als je van een tijdelijke pijn of een vroeger probleem een trauma maakt, komt je hele verhaal tot stilstand. Het is simpelweg niet de moeite om 2000 woorden te besteden aan het ‘menselijk maken’ van je personage door een geschiedenis te delen die het verhaal niet dient. Ja, een personage heeft duistere kanten nodig, maar die moeten wel gevolgen hebben.
Denk aan Mary Sue: zij is ook niet Sue-af op het moment dat ze toegeeft te liegen over haar dieet als iedereen haar vervolgens alsnog prijst over haar mooie lijf.

Test de flashback: is er tijd in het hier en nu?

Om te testen of je een flashback op dit moment – in deze scène, paragraaf of dit hoofdstuk- past, vraag je jezelf af: is daar in het hier en nu tijd voor?
Een personage belt een vriend op, omdat het iets op de lever heeft. Nu ze samen op de bank zitten, komt de vraag wat er loos is. Na de eerste uitleg breekt er iets bij de ongelukkige: “Ik denk dat dat komt omdat ik vroeger…”
Dan zal de vriend wel luisteren: die wist al dat er iets mis was, en dan kom je niet voor vijf minuten langs op de koffie. “We hebben de tijd, ik hoef pas over twee uur naar mijn werk.”
Een getraumatiseerde soldaat die op het slagveld last krijgt van PTSS, heeft de luxe niet om uitgebreid bij de vorige strijd stil te staan. Wapens pakken en vechten voor je leven!
Probeer de lengte van de flashback zoveel mogelijk af te stemmen op de hoeveel tijd die passeert in het hier en nu van het boek. Als die in verhouding zijn, wordt je flashback een stuk krachtiger.

Moet de lezer het begrijpen, of moet die het voelen?

Als je een flashback kort moet houden, verandert de insteek ervan.
Ga nog steeds uit van het basisprincipe dat de flashback als een show don’t tell in het toen en nu moet dienen. Maar bedenk in plaats van ‘Welke details kan ik bekendmaken aan de lezer, zodat die het trauma kan begrijpen?’ ‘Hoe laat ik de lezer dit trauma kort en krachtig voelen?’
Geef een paar heftige, of duidelijke indrukken die in de context passen en de intentie en heftigheid in een klap duidelijk maken. Dan voelt de lezer het meteen en is het rationeel begrijpen niet meer nodig.

Enkele voorbeelden uit films:
In Good Willl Hunting wordt er even een dreigend beeld van een naderende alcoholist getoond als de details van de mishandeling besproken worden.
In The last samurai krijgt Nathan zijn PTSS veroorzakende flashbacks als je hem ziet drinken, op weg naar een missie waarvan hij weet dat hij nog meer onschuldige mensen moet gaan doden. Rauwe beelden voor hem, heftige emoties voor de lezer/ kijker. Een flashback is dan misschien maar enkele regels, of neemt de vorm aan van een korte dialoog. Maar de boodschap komt over en dat is het doel van iedere goede flashback. Niet terugblikken omdat in een persoonlijke geschiedenis duiken interessant is, maar omdat je er een boodschap mee wil vertellen die je verhaal in de bredere zin van het woord draagt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jason W verkregen via Unsplash.

Als je een ander verhaal schrijft dan je dacht – deel 2

Soms schrijf je een verhaal dat door een verloop van een bepaalde scène of een nieuw idee heel erg verschilt van het verhaal dat je begonnen bent te schrijven. Je zal dan een aantal dingen moeten veranderen om je boek leesbaar te houden. Maar je kan ook zaken behouden. In deze blogpost kijken we wat je daarvoor kan doen.

Wat gaat er ‘mis?’

In de inleidende blogpost las je al dat je eerst moet kijken welk verhaal je eigenlijk wil vertellen om te kunnen beslissen hoe je verhaal verder moet. Daarna kijk je waar het mis is gegaan: waar ben je afgeweken van je originele verhaalthema, moraal, of heldenreis? Maar soms er niet zozeer iets mis, maar gewoon anders. Dat is het uitgangspunt van deze blogpost. Want wie zegt dat een verhaal over een ridder die een draak verslaat per definitie minder interessant is dan een matroos die een zeemonster verslaat?
Zo kunnen de ‘twee verhalen’ die je op de tekentafel hebt liggen in wezen heel erg op elkaar lijken als je wat beter kijkt. Maar ook als het ene verhaal gaat over een ridder en een draak en het andere over een corruptieschandaal bij een accountantbedrijf, hebben die verhalen waarschijnlijk een overlap. Want je bent wel erg in slaap gevallen als je pas na een half jaar doorhebt dat Regenboogeenhoornland ‘ineens’ de broedplaats is van dood en verderf in plaats van het thuis van suikerspinnen trampolines….

Zo snel kan een ommezwaai gebeuren

Op een bepaald moment heb je in kaart gebracht wat je met je verhaal wil vertellen of waar je in grote lijnen over wil schrijven. Voor deze casus is dat: ‘je kan niemand blind vertrouwen’.
Maar alsnog heb je het probleem dat Lucifer met zijn drietand alle suikerspinnen trampolines in Regenboogeenhoornland kapot steekt onder het genot van een kopje kinderbloed… Hoe dan?

Regenboogeenhoornland is een utopie. Om je verhaalthema naar voren te laten komen, gebeurt er iets dat scheurtjes in een perfecte wereld brengt. Een van de trampolines raakt versleten, waardoor je je kan bezeren: vertrouw er niet blind op dat je nooit iets zal overkomen, blijf waakzaam. Hoe raakt die trampoline versleten? De tand des tijds natuurlijk, maar je had ook een eenhoorn kunnen inhuren om een veiligheidsinspectie uit te voeren. Onschuldig oorzaak en gevolg. Maar dat is zo sáái, want dat probleem zou binnen een paar zinnen opgelost zijn. Geen groeiproces, geen save the cat… Een kwajongen begint aanlokkelijk te lijken. Maar als het jochie een keer de eenhoorninspecteur dwarszit, maakt dat nog steeds geen blijvend interessant verhaal. Dus gaat je thema verder: Vertrouw er niet alleen niet op dat de eenhoorninspecteur op tijd langskomt, waak ook voor kwajongens. Ineens lijkt je verhaal met deze ommezwaai veel interessanter en diepgaander. Lucifer gluurt al om het hoekje en jawel, vijf hoofdstukken laten zit hij daar aan zijn rode drank te lurken, want als je bij de duivel te goed van vertrouwen bent, dan zijn de rapen helemaal gaar. Dan is het moraal helemaal duidelijk en het cirkeltje rond. O, wacht even…Oeps…

Meer conflict betekent meer diepgang?

Een ‘tweede verhaal’ ontstaat vaak vanuit een enthousiasme voor meer conflict. Daar is niets mis mee, want een conflict houdt een verhaal gaande. Maar bedenk goed of een nieuwe koers of verdieping ook echt conflict is. Is het misschien eerder een opstapeling van problemen, in plaats van een conflict? Een goed narratief conflict kan verdieping uitlokken met een enkel voorbeeld. Bovendien kunnen te veel conflicten je verhaal weer rommelig maken.
Je kan ook bedenken dat er paniek ontstaat omdat de eenhoorninspecteur zich een keer heeft verslapen: het is een scheur in de bubbel van perfectie. Vertrouw niemand blind, kan je op deze manier veranderen in: ‘vertrouw een gewoonte of systeem niet compleet’. Of: ‘hou rekening met menselijke fouten.’ Als je op deze manier heel minutieus naar je thema, heldenreis of moraal kijkt, kan je het soms relatief eenvoudig ombuigen om het weer tot een verhaal om te vormen.
Als je weet waar het kraakt, kijk dan ook eens op plotniveau waarom dit moment een ommezwaai is. De eenhoorns hebben een probleem met (een gebrek aan) perfectie. Misschien moeten ze perfectie gaan wantrouwen en kleine imperfecties gaan vertrouwen als iets onvermijdelijks in het leven. Nieuw moraal bij het verhaalthema vertrouwen: onarm wat er op je afkomt, in plaats van perfectie na te streven.’

Twee kanten van dezelfde medaille

Vooraan de blogpost las je al dat de twee verhalen die je langs elkaar af schrijft, hoe dan ook een zekere overlap hebben. Het kan helpen om die overlap wat beter te onderzoeken. Waar zit die overlap precies en waar houdt die ook weer op? Denk aan het idee dat je iemand niet kan haten voordat je van diegene gehouden hebt. Of op zijn minst de verwachting had dat diegene fatsoenlijk zou zijn. De brutale onbekende met de chagrijnige kop die voordrong bij de supermarkt wekt wat ergernis op, maar geen haat: op hem ga je geen wraak nemen. Voor wat meer uitleg over die zoektocht naar dat grijze gebied, kan je deze blogpost lezen.

Als je het grijze gebied gevonden hebt, is de kans aanwezig dat je scènes, elementen, of plotlijnen van zowel je verhaal van Regenboogeenhoornland als Luficer kan gebruiken voor de nodige balans, of een prettige spanningsboog. Eerder ben je ‘afgedwaald’ en nu weet je waarom. Die daar je voordeel mee. Zet je scènes, personages, plottwists, wat je ook maar vindt op een rijtje. Voor extra overzicht kan je de grijze gebieden in cirkels tekenen en daarbinnen steekwoorden van de verhaalelementen opschrijven:

Een ‘tweede’ of een ‘ander’ verhaal is vaak niet zo ernstig als het op het eerste gezicht kan lijken. Je moet gaan reviseren, maar je hebt vaak nog wel heel veel bruikbaars over. Laat je niet te snel ontmoedigen en kijk goed naar welk verhaal je wil vertellen. Dan zit je al snel weer op de goede rit.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Dan Farrell verkregen via Unsplash.

Een leugen als de heldenreis van je hoofdpersonage

Een hoofdpersonage moet vanwege een spanningsboog veranderen in een verhaal. Het vertrouwde uitgangspunt daarvoor is dat een held een tekortkoming moet overwinnen. In plaats van gierig wordt die vrijgevig, of botheid verandert in zachtaardigheid. Maar er is nog een andere insteek die net zo spannend en interessant kan zijn. Daarvoor ga je niet uit van een groeiproces, maar van een geloofsovertuiging die moet veranderen: de grootste leugen moet worden ontkracht.

Wat is de grootste leugen?

Zodra een personage volwassen is, of in ieder geval de kindertijd achter zich heeft gelaten, heeft dat dingen meegemaakt die een bepaald wereldbeeld hebben gevormd. Dat kan je lezen in de personagebiografie.
Deze wereldbeelden of overtuigingen kunnen kleine en grote dingen zijn, kunnen zich in de kindertijd ontwikkelen, maar kunnen ook het resultaat zijn van een traumatische of fantastische gebeurtenis Denk aan:

Ik ben ooit door een hond gebeten –> honden zijn gevaarlijk
Ik heb voedselonzekerheid gekend –> ik koop nog altijd veel meer eten dan ik op kan, uit angst niet genoeg te hebben
Ik ben liefdevol opgevoed –> de wereld is een fijne plek
Ik heb als tweedeklasser een sporttoernooi gewonnen –> ik ben atletisch getalenteerd
Ik ben ooit ernstig verdwaald –> ik word nog altijd trillerig als ik op een nieuwe plek de weg moet zoeken.

Het is dus een persoonlijke waarheid van een personage. Het belangrijke verschil is dat bij de grootste leugen van een personage deze waarheid objectief gezien niet (altijd) klopt, ofwel een personage in diens doen en laten remt. Lees hier een langere introductie over de grootste leugen.

De grootste leugen als het hele centrale conflict

Een grootste leugen kan een interessant subplot vormen, maar je kan het ook gebruiken als uitgangspunt voor het centrale conflict. Dat verandert de manier waarop je basisopzet van je verhaal moet bekijken. Nog altijd heeft het verhaal drie akten met de bijbehorende beats, zoals de clues en de crisis. Maar in plaats van dat je uitgaat van groei ‘Mijn personage moet een beter mens worden door…’ ga je uit van het die dat je personage een masker af moet zetten. Als je de grootste leugen het centrale conflict maakt, wordt de grootste vraag die de pageturner van het verhaal vormt:

Hoe gaat je held zich door de wereld bewegen als blijkt dat alles wat die ooit dacht waar te zijn, niet blijkt te kloppen?

De leugen centraal: geen stappenplan voor de held

Een verhaal waarin een personage moet groeien, haalt zijn spanning uit een vijand of tegenslag van buitenaf. De draak verslaan, de veerkracht vinden om je huis opnieuw op te bouwen na een brand… Als je held met een ernstige, zelf wijsgemaakte leugen geconfronteerd wordt, klopt er als het ware niet zozeer iets niet aan de wereld, maar aan de held zelf. Dat is best angstaanjagend, al is het maar omdat niet voor de hand ligt wat de oplossing is om iets op te lossen op een manier die weer klopt, of waar je mee kan leven. Laten we het makkelijke voorbeeld nemen van een jongen die indruk wil maken op een meisje, om dat verschil in de praktijk te zien.

Luca moet groeien: Je bent nu nog een beetje een slappe angsthaas, vriend. Ga eens wat aan krachttraining doen en confronteer je pestkop. Dan ben je de dappere krachtpatser die dat meisje zou bewonderen.
Luca heeft daarmee een duidelijke missie waar hij meteen mee aan de slag kan gaan. Niet dat dat makkelijk is:
tien kilometer rennen en honderd push ups per dag en dan ook nog eens je grootste pestkop confronteren om jezelf wat assertiever te maken is geen pretje. Maar wat er moet gebeuren is relatief duidelijk en afgebakend.

Luca heeft een leugen te ontkrachten: ik kan indruk maken met genoeg krachttraining en een assertieve houding. Nee, makker: dat lukt je alleen met behulp van wat druppeltjes feeënparfum.
“Maar feeën bestaan niet…”
“Zeker wel: wat dacht je dan dat die kleine meisjes waren die alleen in de lente in het dorp kwamen en bloemetjes zaaiden?”

Natuurlijk is er daarmee uiteindelijk wel een concrete missie voor Luca: ga de elfjes zoeken. Maar hij zal eerst wel twee keer nadenken: als er feeën bestaan en ik dat nooit geweten heb, bestaan er dan ook draken? Zie ik spoken, ben ik gek? Hij moet eerst even mentaal hergroeperen voordat hij een concrete actie kan ondernemen.
Dat ‘even’ is in een verhaal waarin een persoonlijke leugen centraal staat een hele lange periode. Denk eerder dat pas rond de derde clue dit probleem is opgelost dan rond de eerste clue.

Voorbeelden voor een verhaal waarin een leugen centraal staat

In een verhaal waarin de leugen centraal staat, is de held meer in conflict met zichzelf en de innerlijke overtuigingen dan met iets anders. In een wereld zonder elfjes, zijn voorbeelden van leugens die als compleet conflict kunnen dienen dingen als:

  • Als ik al aanvoelde dat een vriend me ging verraden, maar me mezelf voorloog dat die dat niet zou doen, wat zegt dat over mijn idee van vriendschap of mijn afstemming op mijn intuïtie?
  • Ik vind iemand pas slim als je alleen maar negens en tienen haalt. Dat wil ik zelf ook. Ik zeg niet dat je waardeloos bent als je dom bent, maar mijn innerlijke dialoog zegt dat wel als ik een keer een acht haal. Lieg ik tegen mezelf als ik zeg dat ik slim ben?

Zo bestaat de heldenreis dus uit in het reine komen met het feit dat je personage niet zo perfect is als het altijd dacht. Of, op zijn minst niet zo trouw is aan de eigen normen en waarden het zelf dacht. Een andere mogelijkheid is dat het centraal conflict de zoektocht vormt naar de (objectieve) waarheid na een periode van leugens.

Dat soort verhalen geeft niet per se een spanning die te vergelijken is met een ridder die een draak moet verslaan. Maar de psychologische ontdekkingen, het afpellen van motieven, plottwist ontrafelen en personages steeds beter leren kennen kunnen minstens net zo spannend zijn!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Ehimetalor Akhere Unuabona verkregen via Unsplash

Holle frases in je voordeel gebruiken bij spannende scènes

We kennen ze allemaal, die zinnetjes waar je eigenlijk geen, of anders altijd hetzelfde antwoord op verwacht. In een verhaal werken deze vrijwel nooit. Dat wordt te pas en te onpas gezegd door schrijfcoaches. Deze week gaan we eens wat beter kijken naar waarom dat zo is en ook hoe je deze zinnen alsnog in je voordeel kan gebruiken. Dan worden deze zinnen niet langer doodsaai, maar juist superspannend!

Holle frasen als afdwingende clichés

We kennen allemaal de sociale regels die schuilen achter zinnen als:
* “Lekker weertje hè?”
* Hoe gaat het?
* Zo, lekker aan de wandel?
Laten we die eens vanuit een schrijversperspectief bekijken.
Kort door de bocht gezegd: het is een ‘ja (goed)’ waarna het gesprek ongemakkelijk doodvalt als iemand merkt dat je je niet aan die sociale norm houdt. In het echte leven valt er een ongemakkelijke stilte. Niet fijn, maar in een verhaal loopt dan de complete scène spaak. Dan ben je nog verder van huis.

Of het is een toestemming of startsein om uitgebreid te gaan roddelen of te klagen:
“Ja, ik moet wel wandelen, want anders word ik gek…”
“Hoezo?”
“Breek me de bek niet open, Sjaak.. Mijn vrouw heeft weer eens…”
Hupsakee, daar ga je. Drieduizend woorden en geen enkel echt plotpunt later… Het zijn van die dialogen waar geen enkele laag in zit, behalve de buitenkantlaag, en waar geen narratieve ruzie wordt gemaakt.

Beide gevallen van zo’n gesprek zijn ontzettend cliché omdat je weet op welke manier dit gesprek verder gaat. Dat zou op zich niet zo’n ramp zijn. Meestal kan je clichés kneden en naar je eigen hand zetten. Maar deze clichés zijn zo hardnekkig dat zodra je daarvan afwijkt, de lezer zodanig in verwarring raakt dat die zelf de draad van het verhaal ook meteen kwijt is. Waar je er nog wel mee weg komt dat Romeo en Julia niet meteen, maar pas na drie dagen vlinders voelen, is het bij holle frases zo dat je ze moet volgen volgens een bepaald stramien, wil je geen nutteloze een onnodige verwarring zaaien.

Wat als je dat nu eens niet zegt?

Je kan holle frases nog steeds in je voordeel gebruiken. Om het effect daarvan helemaal te doorgronden, kijken we eerst wat er kan gebeuren als je die holle frase een keer niet zegt.
In het echte leven word je waarschijnlijk asociaal worden gevonden als je “Hoe is het?” overslaat. Of veel te direct of dramatisch als je eerlijk antwoord dat het niet zo goed gaat. Of je lijkt aandachtsgeil of te overheersend als je “lekker aan de wandel?’ overslaat en iets anders zegt. Want dan bepaal jij onmiddellijk het gespreksonderwerp nog voor de toon goed en wel gezet is.
In een boek wordt die toon later in de scène gezet. Personages komen binnen, lezen elkaars lichaamstaal, dat wordt voor de lezer vertaald, met show don’t speak of sfeeromschrijvingen en dan pas wordt er daadwerkelijk gepraat. En omdat een lezer net ‘ze stond vrolijk een ei te bakken’ heeft gelezen, is het slechts een herhaling van het overduidelijke om dan nog eens: ‘Hoe gaat het?’ te vragen.

Met andere woorden: in een boek zijn deze simpele beleefdheidszinnetjes niet alleen storend omdat ze vrij letterlijk nietszeggend zijn. In zekere zin zorgen ze er paradoxaal genoeg voor dat ze met zo’n lege zin de informatie die er wél in verscholen zit, twee keer in korte tijd onthullen.

Holle frase als plotselinge en welgedoseerde ommezwaai

In een boek werkt een holle frase dus vaak niet omdat de scène daarmee veel op dezelfde voet doorgaat. Je kan de andere kant van dezelfde medaille gebruiken om de scène juist veel spanning te geven. Laat het gesprek niet op de voorspelbare manier verder gaan, maar gooi het roer juist helemaal om.
Je kent dat moment wel dat de stilte om te snijden is en je dan een wanhopige poging doet om die te verbreken door iets heel banaals te zeggen:
“Dus, dat betekent dat zij gaan scheiden…”
Na een akelige stilte zei Kimberly: “Zo, Ik moet Jurre maar eens op gaan halen van de opvang…”

Dit ligt er natuurlijk wel erg dik bovenop. Maar als je een holle frase gebruikt als verborgen laag, kan het de lezer op het puntje van de stoel laten belanden. Vooral als een slechterik het heft in handen krijgt met dit simpele zinnetje.

Denk aan iets als:
Er is een kind ontvoerd en de moeder weet dat de buurman dat gedaan heeft. Ze kan het echter tegen niemand zeggen. Buurman dreigt het kind te vermoorden als ze haar mond opentrekt. Moeder staat dus machteloos en Buurman weet dat. Dan komen ze elkaar tegen op straat, waar andere buren bij staan. Buurman groet Moeder:
“Hoe gaat het met je, Kimberly?” (Word je al paranoïde? Ben je al aan het nadenken of je bereid bent om mijn eisen in te willigen?)
“Lekker weertje, nietwaar Buurvouw?” (Ik weet dat dat het laatste is waar je je nu druk om maakt en daar geniet ik van.)
“Ga je een ommetje maken?” (Je weet dat ik je in de gaten houd. Als je ook maar in de buurt komt van het politiebureau, dan zal ik dat weten…)

Zoek je je toevlucht tot iets waarvan de buren zouden opmerken dat er iets geks aan is, zoals het voorbeeld waarbij Kimberly naar de opvang snelt na een ongemakkelijke mededeling, dan verander je de toon van de scène. Gebruik je een anders holle frase om iets gruwelijks of spannends in te verstoppen of verpakken, dan kan je daar eindeloos veel meer mee. Plottwists beginnen, uitwerkingen van personagebiografieën laten zien, relaties tussen personages op zijn kop zetten, nieuwe doelen mee introduceren, noem maar op.

Een holle frase heet zo omdat hij niets toevoegt aan een scène of een gesprek en daarom maar al te snel wordt vergeten. Maar als je ervoor zorgt dat deze zin juist het belangrijkste is dat er gezegd wordt op een manier die niet zomaar vergeten wordt, dan krijg je de lezer gegarandeerd aan het bibberen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Daniel Lincoln verkregen via Unsplash.

De crisis als grootste kracht: de Gewonde Heler

Iedere held maakt een groeiproces door. Maar er is een type held dat achter de schermen al heel krachtig is geworden. Hoe schrijf je over zo’n personage?

Het archetype de Gewonde Heler

De term Archetypes komt uit de psychologie, maar het begrip archetype is in creatief schrijven ook prima te gebruiken om ervoor te zorgen dat je bij het ontwerpen van je personages niet het wiel hoeft uit te vinden. Archetypen delen typen mensen op in bepaalde groepen. Held heeft als doel het beste uit zichzelf te halen, De Wijze is goed in het bieden van empathie, de Heerser zoekt structuur, enzovoort.

Als je een held wil die al het nodige heeft meegemaakt en dat in het boek kan uitdragen om anderen te helpen, denk je waarschijnlijk aan de Wijze, maar die is al gauw cliché. Kijk in plaats daarvan eens naar de Gewonde Heler. Die heeft veel trauma’s meegemaakt en die niet alleen overwonnen, maar zet ze in om anderen te helpen hun eigen trauma te overwinnen.

De echte donkerte van een crisis

De crisis is het punt in de heldenreis waarin je held helemaal bevriest en even niet verder kan. Uiteindelijk komt die er weer uit, maar dan heeft een verhaal te neiging om de crisis te laten waar die was. De ridder heeft uren in de grot gebibberd, zijn ergste persoonlijke demonen onder ogen gezien en komt er uiteindelijk achter dat hij verder kán, dat de draak verslagen móet worden. De moed wordt verzameld, de ridder gaat op pad en de rest van het verhaal loopt goed af. De ridder wordt als held onthaald, zonder dat het enge moment in de grot nog een keer genoemd wordt. Je zou kunnen zeggen: de crisis is hier tijdelijk. Maak die crisis, hetzij op de achtergrond, altijd aanwezig in de beleving van je held en je hebt een heel interessante heldenreis om te volgen.

Spijt en pijn

Hoewel volgens de structuur van een roman de crisis veel later komt, wil dat natuurlijk niet zeggen dat je held in een andere levensfase geen crisis doorgemaakt kan hebben.

Als die crisis zo groot is dat de held die niet kan vergeten, is daar pijn in het spel en vaak ook spijt. Vooral dat laatste is interessant, want dat maakt dat je lezer zich met een pageturnereffect kan afvragen: waar heeft hij dan spijt van en hoe heeft die zo kunnen groeien dat dat zoveel jaren later nog altijd aan dit personage vreet?
Of het nu alleen pijn of ook spijt betreft, voor je (huidige) verhaal gaat een van deze twee dingen op als je van dit trauma een belangrijk punt in het verhaal wil maken: je held wordt erdoor verteerd, of komt er weer bovenop.
Je hebt Gewonde Heler als die deze twee dingen combineert. Dan volgt een credo dat je zou kunnen samenvatten als:


Mijn pijn was heftig en ik kom er nooit meer (volledig) van af. De gebeurtenissen kan ik soms plaatsen, soms niet. Ik kan ze hoe dan ook niet (meer) veranderen. Daarom zet ik me ervoor in dat anderen dit niet overkomt. Dan dient die/ mijn ervaring nog ergens toe, zodat een zodanig grote crisis anderen bespaard blijft. Zo verzacht ik mijn eigen pijn alsnog.

Zo is een Gewonde Heler dus een held die de pijn van zichzelf en anderen probeert te verzachten. Maar zoals gezegd zijn deze pijnen dus wel van zodanige aard dat het held in potentie op kan vreten, als die even niet oplet. Dat is waar de crsis veel groter moet worden dan normaal.

De crisis van: Weet je nog, die keer dat…?

De Gewonde Heler heeft een heftig verleden, dat vaak maar net onder de oppervlakte sluimert. In zijn innerlijke voice dialogue staat waarschijnlijk een onverbiddelijk en onvergeeflijk streng persoontje aan het roer. Die fluistert op zwakke momenten: “Weet je nog die keer dat…?’

  • Jij het ‘goed bedoelde’ en een week daarna de hele familie uit elkaar viel?
  • Jouw laksheid ervoor zorgde dat een kind zwaargewond raakte?
  • Toen je ziek was, geen enkele vriend had die zich genoeg zorgen maakte om te vragen hoe het met je ging?

De Gewonde Heler weet dat maar al te goed, maar heeft ervoor gekozen om dat in zijn voordeel te gebruiken. In zijn denken, doen en laten, krijgen deze vragen antwoorden als:

  • Als iemand zijn mond per ongeluk voorbij praat en dat in een butterfly effect eindigt, oordeel ik niet, maar probeer ik met die ander de schade te beperken
  • Daarom werk ik nu als monteur bij een bedrijf van speeltoestellen, om herhaling te voorkomen
  • Ik zal een eenzaam persoon nooit als een mislukkeling zien, ook al is die op het eerste gezicht misschien een lomperik, inderdaad wat vreemd of niet per se mijn type. Als ik wéét dat iemand eenzaam is, bied ik altijd een praatje aan.

Is een gewonde heler uitgegroeid?

Met de bovenstaande innerlijke dialoog kan het lijken alsof je gewonde heler ‘uitgegroeid’ , een Mary Sue is of een overschot aan power fantasy heeft. Het is een valkuil om dat zo uit te werken. Maar onthoud dat deze innerlijke dialoog zich niet ergens diep vanbinnen schuilhoudt, maar op een achtergrond die zodanig zichtbaar is en blijft voor je held dat deze manier van handelen en denken is als balanceren op een smal koord. Even je concentratie verliezen of een verkeerde stap zetten en je kan een (tijdelijke) terugval krijgen naar het volle crisismoment, of in een slachtofferrol vallen, in plaats van de heldenrol.

Een gewonde heler leent zich goed als mysterieus personage. Fop je lezer door het te laten lijken alsof je Heler is uitgegroeid (die heeft alles al door in het leven…) en later het tegendeel te bewijzen en het achtergrondverhaal te onthullen. Of laat Heler juist in eerste instantie bitter overkomen. Laat Heler zien op momenten dat er actief gevochten wordt tegen die innerlijke pestkop, (Hoe kan iemand nou kinderen redden en dan nog af en toe met zo’n chagrijnig hoofd rondlopen? Aha…)

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Max Muselmann verkregen via Unsplash.

Een scène als een verhaal in het klein

Een boek gaat van de ene scène naar de volgende, naar de volgende, tot het verhaal uit is. Zo is een verhaal een opsomming van scènes. Als je wil dat zij niet lezen als een opeenvolging van gebeurtenissen die losjes aan elkaar zijn geplakt, bekijk de scène dan eens als een compleet verhaal.

Wat is een scène?

Een scène kan lang zijn, of kort. Hij kan een dialoog bevatten, of een actiescène. Maar ongeacht wat erin staat, is een scène in beginsel een stuk tekst dat je in een zin kan samenvatten wat er in een deel van de tijdlijn gebeurt.
– Hier ontmoeten de personages elkaar
– Hier krijgen ze ruzie
– Een wandeling in het park waarin de held over zijn leven nadenkt
– Hier komt de strijd tussen Held en Slechterik

Kortom: denk terug aan de basisschool en je slechtste boekbespreking. “En toen gingen ze, en toen, en toen, en toen… Wat daar wordt opgesomd, dat zijn scènes.

De diashow

Zoals die jongen uit groep 5 een boekbespreking houdt, klinkt een boek wel heel erg saai, ongeacht wat erin gebeurt. Met een beetje schrijfinzicht en schrijfervaring zal je deze diashow niet zo snel schrijven. De diashow is als je scènes zo duidelijk een voor een geschreven zijn dat het hele boek er een staccato ritme van krijgt. En hier gaat mijn held op reis. In het vliegtuig zit een krijsende baby. In de volgende scène landt het vliegtuig en vindt mijn held geen douche op het vliegveld. In de volgende scène…
Hoewel enkele goedgeschreven zinnen er al voor kunnen zorgen dat een hardnekkige diashow uitblijft, kan je een scène eindeloos veel sterker maken als je ze ziet als verhalen in het klein.

Wat is een sterke verhaalbasis?

Laten we een aantal basisfactoren van een goed verhaal nog eens op een rij zetten.
* Het heeft een begin, midden en een eind
* Het heeft een structuur, zoals bijvoorbeeld dat van save the cat (ook wel: drieaktenstructuur) waarin:
– de spanningsboog een bepaalde lijn heeft, niet van de hak op de tak gaat
– er vallen en opstaan wordt gevraagd van de personages die erin voorkomen.
Wat die personages betreft:
– Die willen iets, dus die gaan ergens naar handelen om dat proberen te bereiken
– Dat wat het personage verlangt, wordt niet zomaar gegeven: er komt een obstakel, vaak in de vorm of met hulp van een tegenstander.
– Je personage moet een bepaalde vindingrijkheid laten zien: het valt en staat op.

Als je deze zaken in een scène terug laat komen, weet je zeker dat die inhoud heeft. Hij gaat ergens naartoe en vooral ook ergens over.

Verschil tussen een compleet verhaal en een scène

In een scène moet je in met een relatief klein woordenaantal meer informatie kunnen geven. Dat betekent dat de subtekst en sfeeromschrijvingen belangrijk zijn: die zullen het meeste gewicht krijgen.
Dat kan lastig zijn. Probeer het als een handige houvast te zien dat je met een uitdaging als: ‘schrijf in 300 woorden hoe in dit gesprek de personages uitgroeien van kennissen tot vrienden’. Dan moet je bijvoorbeeld in het hoofd van je personages en diens gevoelens gaan duiken. Het dwingt je om die kostbare 26 woorden die:
“Ha, Sjors, hoe gaat het?”
“Hoi Kim, goed en met jou?”
“Goed hoor, wat fijn om je weer te zien. Dat is al even geleden hè?”
In te korten of te schrappen. Als je een scène als miniverhaal ziet, denk je waarschijnlijk wel twee keer na voordat je een hoog percentage van je woordenaantal van je verhaal aan iets besteedt dat geen echte toevoeging is voor het verhaal. Dat brengt ons bij het tweede verschil tussen een scène en een verhaal.

Doel van een scène

Een verhaal, als groot geheel, heeft grotere doelen dan een scène. Een verhaalthema uitdiepen, een moraal overbrengen, een aantal uur ontspanning bieden. Vanwege zijn kortere aard, kan scène daar niet altijd of allemaal aan voldoen. Dat zijn bonuspunten. Er zijn twee mogelijke doelen die typisch zijn voor een scène. Een interessante scène voldoet aan minstens een van de twee doelen, soms aan allebei.
* De scène helpt het verhaal vooruit
* De scène geeft informatie over je personage

Waar kan je aan denken als je deze doelen ziet?

‘Verhaal vooruit’ is bijvoorbeeld‘Verhaal vooruit’ is nietgoede personage-info is goede personage-info is (doorgaans) niet
er worden nieuwe banden gesmeedeen vrij letterlijke of weinig subtiele : ‘we komen hier later op terug’de grootste angstuiterlijke details
er is een nieuwe hint gegeven‘zoek het maar uit, personage’, zonder verdere echte hintkunde om iets op te lossen, of gebrek daaraan hobby’s
er is iets nieuws op te lossenals het meerdere scènes duurt voor het duidelijk wordt wat het conflict in scène 1 nu was. hoe het omgaat met een tegenslagroutine
je vraagt je af: ‘hoe nu verder?’als in plaats van de lezer alleen je personages zich afvragen: ‘hoe nu verder?’achtergrond die het karakter heeft gevormdiets wat na een of twee hoofdstukken niet meer terugkomt

Valt het je op dat een scène zelden tot nooit oppervlakkig hoort te zijn? Zelfs als je over een doodnormale dag op het strand wil schrijven, kan je het nog een redelijke diepgang geven. Beschrijf bijvoorbeeld met sfeeromschrijving hoe het zand tussen de tenen van je personage kriebelt en hoe dat kriebelt of juist irriteert. Dat kan een bruggetje vormen naar hoe gewenst deze rustige dag op het strand was: want je personage komt er nu eindelijk achter dat de werkdruk niet meer normaal is. Er kan een burn-out op de loer liggen…

Scènes zijn in zekere zin niet alleen onderdeel van het verhaal, maar ook het verhaal zelf. Probeer het ook zo te benaderen. Dan onthoud je makkelijker dat je om een lezer geïntegreerd te houden, je continu ook een verhaal hebt dat het lezen of vertellen waard is. Laat het feit dat een scène relatief kort is, je niet verleiden tot de valkuil dat je nu wel even ‘gewoon iets leuks’ mag schrijven tussendoor.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je scènes? Ik kan je helpen met de structuur en invulling. Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Olga Tutunaru, verkregen via Unsplash.