Zo schrijf je een perfecte dialoog: zeven aandachtspunten

Een perfecte dialoog heeft geen eenvoudige formule.  Je plot en je personages hebben er grote invloed op. Maar met deze zeven aandachtspunten kom je een heel eind.

1)  Je personage mag geen publiek hebben

Schrijf nooit iets wat leest alsof je personage de lezer direct informeert over een bepaalde stand van zaken. Weten je held en de gesprekspartner wat er aan de hand is, wat de relaties onderling zijn, maar de lezer niet? Als je dat uitschrijft, is dat een ‘As you know, Bob’. Blijf weg van deze Bob!

2) Laat het begrip ‘realistisch’ los

Bedenk wat een personage in het grote geheel met deze dialoog wil bereiken. In zekere zin kan je stellen dat mensen tijdens praten socialiseren in het achterhoofd hebben. Personages daarentegen moeten vooral iets duidelijk maken. Soms over zichzelf, soms over de plot. Maar gewoon kletsen, dat doen ze zelden tot nooit. Schrap dat ‘lekker weetje hè?’ dus vooral. ‘Realistisch praten’ hoeft een personage niet.

3) Laat weten wie er aan het woord is en waarom

Ieder personage kan praten, maar kan je ook aan het taalgebruik ook zien wie er aan het woord is, ook als dat niet uitgeschreven staat in de scène? Deze manier van gepersonaliseerd taalgebruik geeft iedere dialoog een origineel tintje. Al helemaal als je laat zien wat de reden is dat je personage blijft praten in plaats van ermee stopt.

4) Bedenk wat er nog meer wordt gezegd

Omdat personages niet hetzelfde praten als mensen, bedoelen ze negen van de tien keer meer dan ze eigenlijk zeggen. Neem deze subtekst mee in je dialoog om hem levendig te maken.

5) Als het lichaam spreekt…

Soms zegt lichaamstaal veel meer dan gesproken woorden. Maak daar dan ook gebruik van, ook in een dialoog!

6) Neem de juiste regie

Regieaanwijzingen in een dialoog kunnen zowel een vloek als een zegen zijn. Overweeg goed wanneer en hoe je ze gebruikt, dan weet je zeker dat je dialoog goed in balans blijft.

7) Bepaal de laag

Een dialoog kent drie mogelijke lagen. Die van de buitenkant, de binnenkant en de verborgen laag. Bepaal eerst het doel van je scène om te weten wat het nu is dat jij en je personages letterlijk dan wel figuurlijk gaan zeggen. Kijk vervolgens hoe ze dat gaan doen en hoeveel ze weg willen geven. Aan hun gesprekspartner of de lezer. Dan weet je welke laag passend is voor je dialoog en blijft je lezer op het puntje van de stoel zitten.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jarritos Mexican Soda verkregen via Unsplash.

Het verhaalthema en de heldenreis samenvoegen

Het verhaalthema is het overkoepelende onderwerp dat de verschillende personages op verschillende manieren meemaken, of waar ze naartoe groeien. Dat groeien is dan weer een belangrijk vereiste van een held met een heldenreis. Als je deze twee elementen samenvoegt, kan je de heldenreis inhoud geven door het thema aan een stelling te onderwerpen.

Waarom laat een verhaalthema personages groeien?

Een verhaalthema is zoiets als: eenzaamheid, loslaten, de vergankelijkheid van het leven, zelfliefde vinden…Het zijn dingen die personages over zichzelf en anderen kunnen leren of als obstakel of gebeurtenis in hun leven voorkomen. In een mensenleven, buiten een boek om, kun je duizend-en- een van zulke thema’s meemaken. Maar omdat je een boek overzichtelijk en afgebakend moet houden, kies je als schrijver per verhaal een hoofdthema en een aantal subthema’s. Afbakenen is dus noodzakelijk. En van de verhaalthema’s die dan overblijven, daar moet je dan ook een compleet ‘echt leven’ aan verhaalthema’s of emotionele beleving in stoppen. Anders wordt je verhaal doodsaai en krijg je iets als: ‘He, heldin! In jouw verhaal word jij zelf niet eenzaam, maar zie jij een onbekende op een afstandje eenzaam zijn terwijl jij de hele dag niets anders doet dan kleedjes haken.’
Niks daarvan, Heldin moet aan de bak. Dus eenzaam worden zal ze. En ze zal daarvoor zichzelf leren kennen, proberen die eenzaamheid te ontvluchten, anderen leren kennen. Kortom: daar groeit ze van.

Meer belevingen mogelijk bij een verhaalthema

Het mooie van verhaalthema’s is dat ze in de narratieve zin het over precies hetzelfde kunnen hebben, maar toch een compleet ander verhaal teweeg kunnen brengen. Neem verslaving, dat heeft vaak soortgelijke symptomen, maar het kan zich compleet anders uiten en ook (daardoor) een compleet andere oorzaak hebben.
Zo kan een gokverslaving thematisch staan voor iemand die zich altijd maar een verliezer voelt in de hoop dat hij ooit iets wint. Een gameverslaafde is dan weer iemand die symbool staat voor het willen ontsnappen van de werkelijkheid door zich in de digitale wereld te verliezen.

Kies de themabeleving

Als je de persoonlijke beleving van een verhaalthema vertaalt naar een ervaring geeft dat een heel concrete houvast om een interessant en consistent centraal conflict bij te kunnen schrijven. Kijk daarbij naar een mogelijke ervaring en een mogelijke levensles. Dat kan je opschrijven in een of twee enkele zinnen wat je held precies moet meemaken of leren van het verhaalthema. Daarbij is het dus handig om als kanttekening in je achterhoofd te houden dat een andere (extreem tegenovergestelde) ervaring dus ook mogelijk is. Dan weet wat je held juist niet moet meemaken om diens eigen weg consistent te houden. Of kan je die andere ervaring aan een vriend of de tegenstander geven.

Een aantal voorbeelden van deze zinnen zijn:
– Het ouderschap leert je wat opoffering betekent
– Rijkdom brengt verantwoordelijkheid met zich mee
– Vertrouwen staat aan de basis van een gezonde vriendschap

Dan krijg je dingen als:

verhaalthemabeleving of ervaringheldenreiseventuele tegenhanger
ouderschapsociaal leven wordt minder omdat de opvoeding meer tijd kosteen gezonde balans vinden tussen gezin en vriendenhet kind wordt bij opa en oma gedumpt en later ziet het kind de ouder niet meer als figuur dat gezag heeft of verdient
rijkdomIk deel mijn voorspoed met anderen, omdat ik de wereld ten goede dien te veranderen als ik die middelen hebDe echte vrienden van de ‘vrienden’ onderscheiden die slechts op je geld uit zijn. Een Dagobert Duck die juist moet leren verantwoording te nemen door wat guller te zijn.
vriendschapik moet erop vertrouwen dat mijn vrienden oprecht aardig zijn trauma’s uit het verleden onder ogen zien en het begrip vertrouwen herdefiniërenals ik belazerd word, door mijn vrienden, moeten zij bewijzen dat ze weer/ alsnog te vertrouwen zijn, willen ze mijn vrienden blijven.

De tegenhanger is ter verduidelijking extreem gemaakt in het voorbeeld. Idealiter is het verhaalthema en het bijbehorende groeiproces bij de held duidelijk genoeg om op te vallen, maar niet zo duidelijk dat het irritant wordt. Hetzelfde geldt voor de tegenstander die een ongewenst moraal binnen het thema uitdraagt. Voor de vrienden of andere personages die wel belangrijk zijn, maar het verhaal niet dragen geldt iets anders. Zij hebben het verhaalthema en het groeiproces weliswaar gemeen met de held, maar daar is het wat meer incognito. Zo’n gevalletje: ‘O ja, nu je het zegt, zie ik het wel.’

Mag je van het verhaalthema afwijken in de heldenreis?

Natuurlijk hoef je niet alleen maar over het hoofdthema te schrijven. Net als bij het subplot bij het hoofdplot, zijn subthema’s een fijne aanvulling op het hoofdthema. Houd je het alleen daarbij, dan kan je verhaal alsnog oppervlakkig overkomen. Maar deze benadering is een goede houvast als je merkt dat je een hyperrealistisch personage, zeer rijke verhaallijn of veel personages hebt. Als je veel te vertellen hebt, kan je dat nu eenmaal niet in een boek of zelfs eenzelfde serie passen.

Te veel willen vertellen creëert vroeg of laat de valkuil dat je heldenreis of je thema verandert in iets wat het niet was of zelfs hoorde te zijn. Denk aan hoe een Mary Sue kan ontstaan. Het begint met een wens een lieve vrouw neer te zetten die zorgzaam is voor kinderen en binnen de kortste keren heb je een vrouw die niet alleen de overblijfmoeder is en de hele klas naar de voetbaltraining brengt. Het halve boek later heeft ze een eigen stichting opgericht om kinderen met een beperking te kunnen laten sporten. Doorgeslagen powerfantasy, dus. Of je begint met een doorsnee, alledaagse lastige relatie en even later is daar de dramatische liefdesdriehoek.

Je kan het schema natuurlijk ook gebruiken voor subplots. Blijf in ieder geval alert op waar de grenzen van een thema en een heldenreis liggen als je deze met dit format samenvoegt. De mogelijkheden zijn eindeloos en dat is zowel het voordeel als het grote nadeel.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Marcos Paulo Prado verkregen via Unsplash

De ‘Wat-vijand’: moraal overbrengen in je boek

Er zijn verhalen waarbij je een boodschap mee wil geven aan de lezer. Maar een boek dat vooral een moraalridder in plaats van een bron van vermaak of inspiratie wil zijn, leest niet fijn. Je kan dan beter de held van je verhaal tegen de wereld laten vechten op een manier die relatief onzichtbaar is.

De broodnodige vijand

Een held heeft in een verhaal een vijand nodig. Dat is belangrijk voor het verhaalthema: het geeft je boek een prettig kader voor wat er moet gebeuren: als je held het goede of het licht symboliseert, moet de vijand duisternis symboliseren om ervoor te zorgen dat de held niet al te fluitend door het leven gaat. Vaak is de vijand een ander personage: de machtswelluste dictator, de ouder die de verliefde tieners uit elkaar wil trekken…
Maar niet ieder verhaal heeft een ‘iemand’ als een verhaal nodig. Verhalen waarin een moraal centraal staat, doen het beter als je een ‘iets’ de vijand maakt.

Bepaal en behoud de ‘wat- vijand’

‘Een ‘wat-vijand’ zijn dingen als: maatschappelijk onrecht, armoede of een extreem gevoel van eenzaamheid. Dingen die groter zijn dat de persoonlijke wereld van je held alleen, of wat je held kan overkomen. Het zijn ook zaken die je als verhaalthema zou kunnen gebruiken. Maar daar zit een valkuil in verborgen als je met je verhaal ook een moraal mee wil geven over datzelfde thema: personificatie.

Zoals je kon lezen in de inleiding op deze blogpost, komt het zelden voor dat iemand letterlijk representeert wat je held dwarszit en wat die moet overwinnen. Dat leest namelijk vreselijk geforceerd. Als het probleem van jouw feministische heldin Felicia Feminist is dat er gemene mannen aan de bedrijfstop zitten, is het wel erg toevallig *kuch* dat zodra ze de man op de zesde verdieping wegjaagt, al haar problemen zijn opgelost. Daarmee vergeet je dat niet Co de CEO als eenzaam persoontje de vijand of het verhaalthema is, maar het feit dat je heldin niet door het glazen plafond kan breken. Co (wie?) mag in een moralistisch verhaal niet de vijand worden, dat moet dat glazen plafond blijven (wat?)

Wat zijn de (minder) zichtbare tegenslagen?

Denk eens aan iemand die je niet mag. Niet je ergste vijand, maar iemand waar je wel een onprettig gevoel bij hebt. Schrijf nu eens op waarom. Wat doet diegene of wat heeft diegene gezegd waarvan je denkt: Nou… nee.
Waarschijnlijk zijn dat maniertjes, uitspraken of overtuigingen waarvan je niet met recht kan zeggen dat deze persoon in-en in slecht is, maar die desondanks vaker terugkomen en je ongemakkelijk laten voelen. Bijvoorbeeld:
* Hij neemt net iets te vaak de leiding in een gesprek, waardoor ik vind dat hij niet zo goed luistert.
* Zij laat zodanig vaak een taak liggen, dat ik erop begin te rekenen dat ik haar taak moet overnemen.
* Hij gebruikt het woord ‘vrouwtje’ zodanig vaak en met zo’n intonatie dat ik niet zeker meer weet of hij dat liefhebbend of neerbuigend bedoelt.

Zie je de twijfel in deze formuleringen? Wat je ergert is er wel, maar niet genoeg om te zeggen dat deze persoon meteen een ongevoelige hork, waardeloze collega of vrouwenhater is. Zo’n zelfde nuance moeten je plotpunten, scènes en dialogen krijgen als je een verhaal wil schrijven waarin een moraal de ruimte krijgt, maar niet alles overheersend wordt.
In tegenstelling tot:
* Hij laat nooit iemand uitpraten, praat luid en over iedereen heen
* Zij voert geen donder uit en ik moet iedere taak van haar overnemen: ik heb nu een parttime baan erbij
* Hij zegt steevast bij binnenkomst: ‘Hé vrouwtje, nu lust ik wel een biertje. Ga dat eens halen!”

Felicia Feminist en Sterke Steffie

We gaan kijken hoe dit er in de praktijk uitziet. Felicia Feminist is de sterke vrouw van de doorgeslagen trope, Sterke Steffie is daadwerkelijk een sterke vrouw: een van wie je kan zeggen dat ze tegenslagen overwint, niet per se iemand neer hoeft te halen en dat ze herkenbaar is voor vrouwen met een ‘echt’ leven: inclusief het doodnormale gezinsleven, de dagelijkse sleur en menselijke gevoelens en worstelingen. Beide vrouwen worstelen met het glazen plafond: hun ‘wat-vijand’.

De ‘wat vijand’Felicias verhaal Steffies verhaal
Mannen hebben meer macht dan vrouwenFelicia wordt afgeblaft door Co CEO zodra ze maar door dezelfde gang lopenSteffie is een van de weinige vrouwen in het bedrijf en ze zit niet in de vergadercommissie.
De vrouw zit niet bij de pakken neerFelicia schrijft -zodra Co niet kijkt – een bedrijfsrapport over gendergelijkheid dat ze later met rechte rug en een trots knikje bij Co op zijn bureau neerkwakt.Steffie schrijft een marketingsvoorstel en legt dat voor aan een (mannelijke) collega, in goed overleg
De vrouw kan haar eigen boontjes doppenFelicia vraagt nooit een (mannelijke!) collega om hulpSteffie neemt feedback van collega’s mee en gaat daarmee verder.
De vrouw is capabelAchter haar rug om zijn de (mannelijke) collega’s bang voor Felicia’s vooruitgang en proberen die in de kiem te smoren.Tijdens een vergadering wordt Steffies marketingsvoorstel afgewezen. Het is wel goed, maar te duur om uit te voeren.
De vrouw is geen Mary SueFelicia barst op het toilet in snikken uit als Co weer eens tegen haar heeft geschreeuwdSteffie verliest een deel van haar concentratie en wordt minder scherp, als ze overuren draait om haar marketingsvoorstel te herschrijven en in de tussentijd haar huishouden en gezin draaiende probeert te houden.

Merk op dat Felicia’s verhaal geen echte plotlijnen heeft, maar slechts losse momenten. Bovendien heeft Steffie ruimte voor groei: Felicia moet alleen maar overwinnen. Alleen al daarom is Felicia ongeschikt als heldin met een centraal conflict. Bovendien is alles wat er in haar verhaal gebeurt heel groots, niet bepaald subtiel.
Steffies verhaal hoeft niet altijd ‘braaf‘ te zijn, maar waak ervoor dat wat haar overkomt niet buiten proporties raakt.
Kijk zo eens naar je moraal: zit daar nog een verhaal in, of lijkt dat maar zo op de oppervlakte, omdat diezelfde oppervlakte alle ruimte opzuigt?

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Arièle Bonte verkregen via Unsplash.

Moraal op de achtergrond: zo blijft een boodschap leesbaar

Als je een moraal wil vertellen, is het grootste doel dat het inspireert en misschien wel de grootste angst dat het er te dik bovenop ligt. Dat is niet helemaal onterecht. Niets leest zo vervelend en wordt zo slecht ontvangen als een wijzend vingertje, al dan niet met een bepaalde politiek of sociaalmaatschappelijk gekleurde boodschap. Toch kan je bepaalde een boodschap heel goed meegeven, zonder dat het opvalt, maar wel op een manier die toch heel goed beklijft.

Zo deel je een boodschap niet: de ‘sterke vrouw’

De sterke vrouw trope waarin een vrouw uitgegroeid tot een figuur dat beter is dan mannen nu ze het glazen plafond heeft gebroken en iedereen afblaft is een goed voorbeeld van hoe je een boodschap niet moet delen. Zij heeft haar oorsprong in het principe van de doorgeslagen trope. De schrijver wil zó graag een bepaalde boodschap delen dat die daardoor in hyperbolen verzandt en hetgeen wat zo slecht is, uiteindelijk bij de held(in) van het verhaal alsnog wordt uitgedragen. Denk aan: ‘Mannen zijn slecht omdat ze iedereen afblaffen in hun machtspositie,’ waarna de vrouwelijke CEO en heldin van het verhaal precies hetzelfde doet. Maar dan is het oké, want mijn boodschap is dat er meer vrouwen aan de top moeten komen.

Het moge duidelijk zijn waarom dit krom en vervelend leest. Maar laten we er toch ook schrijftechnisch naar kijken. Als het hele plot gaat om een vrouw die haar weg naar de top behaald om beter te zijn dan de schreeuwende mannen aan de top, om op het laatst ook iedereen af te blaffen, dan begint ze bij nul, om vervolgens ook bij nul te eindigen. Niet alleen dat. Diezelfde nul aan het begin wordt ook nog eens gezien als 100, 1000 of een ander groot winnend getal dat het gewoon niet is: het blijft hetzelfde dat in het begin zo ongewenst was.
Vertaal dat nu eens naar een centraal conflict zonder doel om een moraal uit te dragen. Hou het lekker simpel, want dan zie je goed hoe belachelijk dat principe eigenlijk is:
Een jongen is te verlegen om een meisje verkering te vragen en moet daarvoor het zelfvertrouwen zien te vinden. Eerst is hij zo verlegen dat hij in haar aanwezigheid niet durft te spreken, gedurende het verhaal gaat dat stapje voor stapje beter. Uiteindelijk volgen er gesprekken, die steeds diepgaander worden en uiteindelijk krijgt de jongen verkering omdat hij het meisje in de weken erna weer volledig gaat negeren en niet meer tegen haar durft of wil praten. Misschien zit er zelfs geen oogcontact meer in.

Geen antagonist als tegenslag, maar de dagelijkse werkelijkheid

In een verhaal met een overduidelijk storend moraal is het vaak de held VERSUS, met hoofdletters. Je held is niet alleen iemand die net als ieder ander een leven heeft met daarbij de doodnormale doelen als: het gezinnetje gelukkig houden, een fijn sociaal leven en misschien dromen van een groter huis. Nee, er moet ook gevochten worden tegen iets of iemand. Denk hierbij aan uitspraken als:
* We moeten de straat op voor…
* Ik wil vechten tegen ‘het systeem’
* Deze manier van…. Moet stoppen!
* Dit kan niet langer en als niemand anders het doet, doe ik het wel

Hoewel verhalen met een held die zo’n uitgesproken doel heeft interessant kunnen zijn, lopen ze het risico om prekerig te worden. Probeer daarom datgene wat jij of je personage zo vervelend vinden geen uitgesproken tegenstander te geven. Dus Robin Hood gaat niet die ene rijke koning bestrijden en de feministe heeft geen blaffende mannelijke baas om tegenop te boksen, waarvan ze weet waar hij te vinden is: derde deur links op de zesde verdieping.

Kijk in plaats daarvan eens hoe zich dat dagelijks manifesteert, zonder op te vallen. Deze paradox werkt in je voordeel. Want hoe valt het nog op dat je wil schrijven over de onrechtvaardigheid van extreme armoede als je held amper te eten heeft, maar wel een doorzettingsvermogen heeft om daaruit te komen?
Zelfs deze vraag is een paradox, zie je dat? De dagelijkse werkelijkheid is als je het goed doet, interessant genoeg om over te schrijven. Als je dan erin slaagt om die dagelijkse werkelijkheid niet te overromantiseren en het onrecht op een natuurlijke manier te portretteren, dan is de lezer waarschijnlijk wel empatisch genoeg om met je held mee te leven: “Tjee, wat is het erg dat hij zó weinig eten en geld heeft. En dat is zo bij meer mensen, dat zag ik in de dagelijkse gang van zaken; de meesten werden uitgebuit. Daar zou iets aan gedaan moeten worden.”

Als je met hetleven van een personage meeleeft, doe je dat ook met zijn omstandigheden. Dan hoef je het hoe en wat daarachter niet eindeloos toe te lichten, dat wordt dan vanzelf duidelijk. Het verhaal is ook herkenbaarder zodra het probleem abstracter wordt: hoe vaak kunnen wij naar de derde deur links op de zesde verdieping gaan en te zeggen: ‘zodra die vent is opgehoepeld, ben ik van het probleem af. Ik ga maar even tegen hem schreeuwen en dan neem ik het over als hij er niet meer is’? Het (echte) leven is stukken genuanceerder en hoe meer je van die nuance mee kan nemen in je boodschap, hoe meer de boodschap bij de lezer aan zal komen. Het zal heel goed kunnen dat die boodschap niet zo makkelijk meer te definiëren is voor de lezer. Maar het zorgt er wel voor dat je boek minder snel vergeten wordt. En je boodschap ook. Al is het maar omdat je lezer met een specifieke emotie en een diepgaande vraag je boek dichtslaat.

In de blogpost van volgende week ga ik de duidelijke moraalridder en de prettige boodschapper naast elkaar zetten, zodat je het verschil goed kan zien en wat meer kan oefenen met dit principe.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe schrijf je een nuttige Mac Guffin?

Ieder plot heeft een beat, een moment nodig waarop het een andere weg inslaat, er een hint wordt ontdekt of waar er belangrijke informatie wordt meegedeeld. Het is niet ongewoon om dat te verpakken in een Mac Guffin: een voorwerp dat al die benodigde informatie heeft en waar je personages uitgesproken naar op zoek gaan. Dat kan verschrikkelijk saai zijn: omdat je een simpel gegeven te lang rekt of omdat je alleen daar de focus op houdt. Maar er zijn manieren om een relatief simpele zoektocht als podium te gebruiken voor een verdieping van je personages of je verhaalthema.

Wat is een Mac Guffin en waarom is die zo link?

Als je hem als zodanig herkent, is de Mac Guffin zo cliché als wat. Het is de schatkaart naar de heilige graal, het superdrankje om het monster te verslaan… Dat voorwerp dat gezócht moet worden, omdat anders alles (het Grote Plan, de Saamhorigheid van de Groep) aan diggelen valt. Dat voorwerp, of die kennis van die ene tovenaar, dat iets wat lijkt te schreeuwen: “een verhaal bestaat uit drie akten, geen twee. Dus moet er iets tussendoor komen om de spanningsboog te behouden of zelfs te maken. Een andere reden is er eigenlijk niet.”
En ondertussen kletsen de personages tijdens hun queeste maar door en door over hoe legendarisch dat voorwerp of die persoon is die hen verder op weg gaan helpen.
Je ziet het misschien al: het risico van een Mac Guffin is dat je verhaal helemaal niet meer gaat om de heilige graal en de dromen van je held om het eeuwige leven, macht, liefde of… te vinden en wat die zoektocht met de heldenreis doet. Het gaat dan alleen nog maar om het statische gegeven van een voorwerp vinden. Dan heb je geen verhaal meer, maar een gegeven en heeft de lezer niet veel meer te lezen…

Op zoek naar de Mac Guffin

Net als bijna alles in creatief schrijven is ook de Mac Guffin van zichzelf niet meteen een slecht idee, maar gaat het erom hoe je die inzet, net zoals bij iedere andere trope of schrijftechniek. Maar denk er ook eens aan om de Mac Guffin niet alleen dat doel, maar ook een middel te maken en je komt er al een heel stuk verder mee. Bijvoorbeeld:

Je groep personages is op zoek naar een kist magische munten: dat is hun einddoel. Niet alleen maakt deze schat je rijk, maar je wordt er ook nog eens geliefd van. Bij degene waar je een heimelijk oogje op hebt. Of door je baas: waar die eerst niet eens leek te zien dat je voor zijn bedrijf werkte, ben je na het vinden van deze schat een collega die waardering, promotie en meer zeggenschap krijgt: je wordt meer geliefd binnen het bedrijf. Kortom: je wordt geliefd(er) op een manier die het meest aansluit bij jouw willen en nodig hebben.

Hiermee heb je al een iets vlotte invulling van de Mac Guffin. In plaats van dat iedereen in de groep ‘gewoon’ rijk wil worden, kan je de afzonderlijke karakters van de personages makkelijker in de schijnwerpers zetten door ze elk met een andere motivatie op pad te sturen. Dat voorkomt dat de groep de zoveelste wordt die een queeste te voltooien heeft. Zo lees je niet zes keer over mensen die rijk willen worden, maar zowel over iemand die zichzelf onaantrekkelijk vindt op romantisch gebied, en een ander laat een gebrek aan zelfvertrouwen binnen het eigen kunnen zien. Daarmee krijgt je verhaalthema al wat meer vorm.

De spoorloze Mac Guffin

Als je hele verhaal om een groot deel ervan gebaseerd is op een zoektocht naar iets specifieks, schrijf dan ook eens een scène in je opschrijfboekje waar de personages erachter komen dat dit voorwerp (misschien) niet vindbaar is. En nu? Dat is een vraag voor je personages, maar zeker ook voor jou als schrijver. Want wat gebeurt er nu met:
– De motivatie van je personages om verder te gaan? Proberen ze andere methoden te bedenken om het einddoel te bedenken of draaien ze om? Het antwoord leert je veel over hen en ook wat je nog aan plotwendingen kan inzetten.
– Het plot? Komen je personages erachter dat ze eigenlijk iets anders na (zouden) moeten jagen dan de schat? Gaan ze dat ook doen? Zo ja, hoe dan? Heb je met die nieuwe methode misschien nu hoofdstukken ervóór die niet meer belangrijk zijn voor het grote geheel? Zo nee: wat doen ze dan? Je kan niet zomaar een verhaal plotsklaps eindigen. Kijk nog eens goed naar je algemene plot of denk anders heel goed na over een logische wrap-up.

De waardeloze Mac Guffin

Stel dat je groep helden naar een sleutel zoeken voor op de schatkist en dan een sleutel vinden die niet past. Da’s flink balen. En nu? Tja, nu niks. Maar nu we er toch zijn: dit is een goed moment om te kijken naar hoe en waarom de personages naar elkaar toe zijn gegroeid. Pas wel op: dit kan je te letterlijk doen:
“Goh, Frodo, nu we zoveel hebben meegemaakt, kan ik wel zeggen dat ik jou best een goede hobbit vind..”
Probeer in plaats daarvan – bijvoorbeeld- een show don’t speak in de tekst te schrijven.
Als je groep avonturiers verder willen zoeken naar een andere of de goede sleutel, let er dan wel op dat je dat volgens een goede opbouw doet: bedenk een reden, of een goede nieuwe tactiek voor de groep om verder te zoeken. Anders val je snel in de herhaling.

Kortom: een Mac Guffin wordt vaak gezien als een informatie die je personages moeten vinden om verder te gaan met het verhaal. Als je een beetje creatief hiermee bent, kan je in de zoektocht daarnaartoe ook informatie voor je lézer meegeven. Een interessant middel, niet alleen voor dat ene einddoel, maar ook om je verhaal wat meer persoonlijkheid en kleur te geven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Immo Wegmann verkregen via Unsplash.



Schrijfoefening: show, don’t speak

Show don’t tell is zo’n beetje dé basisregel van creatief schrijven. Zonder deze regel wordt een verhaal erg langdradig, of komt de tekst niet tot leven. Er zijn verschillende manieren om show don’t tell toe te passen, waarvan een er vaak wordt vergeten.

De basis van show don’t tell: terecht tegenprotest?

‘Schrijf ‘de tranen lopen over mijn wangen’ in plaats van ‘ik huil’.’ Voilà: show don’t tell in een notendop. Iedere schrijfcoach hamert erop hoe belangrijk die regel is en geeft verschillende manieren en redenen om show don’t tell toe te passen. Maar theoretische regels zijn nooit heilig, al wordt show don’t tell soms wel zo gezien. Zodanig zelfs dat er ook een tegenbeweging voor deze schrijftechniek is ontstaan. Onterecht, maar daar moet wel een kanttekening bij geplaatst worden. Show don’t tell wordt alleen onterecht heilig als je die notendopregel als enige interpretatie van de regel ziet.

Nu gaan we praten…

Beginnende schrijvers schrijven vaak dat de tranen over de wangen rollen, om vervolgens alsnog in een overdaad aan tell te belanden, vaak in de vorm van een as you know Bob. Zo raken sfeeromschrijvingen en dialogen met elkaar verweven op een manier die het allebei die schrijfvormen alleen maar teniet doet. Daarom kijken we tijdens deze schrijfoefening naar een nieuwe regel/ term: show, don’t speak. Je beschrijft iets zonder een dialoog. Als je van lichaamstaal uitgaat, kan je namelijk show don’t tell toepassen zonder alsnog in een dialoog of ergens anders compleet de mist in te gaan met een overdaad aan ‘tell’.

Show don’t speak: start met een voorspelbare trope

Voor deze schrijfoefening ga je observeren. In het openbaar of een wat meer vertrouwde setting, dat is aan jou. Zorg er wel voor dat je weet wat je grofweg kan verwachten of wat er gaat gebeuren: je moet gaan werken met een enigszins voorspelbare of vertrouwde trope. Denk daarbij aan:
* Een treinreiziger
* Een verliefd stel
* Een verjaardag
Kortom: iets wat je al zo vaak hebt gezien dat je kunt wachten op het moment dat de reiziger ongeduldig op zijn horloge gaat kijken, de conducteur langskomt, het stelletje koosnaampjes gaat gebruiken of gaat kussen, of er iemand lang-zal-ze-leven gaat zingen. Tante Sjaan natuurlijk, want tante Bep is een minuut daarvóór de taart gaan halen.

Bepaalde dingen lopen volgens een bepaald stramien dat je ziet aankomen als je grofweg tien jaar of meer aan levenservaring hebt. Probeer nu eens te bepalen waarom je dat nu precies aan ziet komen. Want die treinreiziger gaat echt niet zeggen: ‘ik word hier altijd zo ongeduldig van, als de trein weer eens drie minuten te laat komt en ik moet hollen voor mijn overstap.’ Nou vooruit, sommige mensen zijn levende as you know Betty’s ( ;)) maar die zijn zeldzaam. We zijn meestal bang dat mensen denken dat we gek zijn als we hardop in onszelf praten. Daar kan je je voordeel mee doen.

Schrijf om te beginnen op waaraan je de ‘start van de trope’ ziet:
* Die twee mensen houden handen vast, dat is een verliefd stel
* Die man in pak in de trein is een zakenman op weg naar een vergadering
* Een groep tienermeiden steekt de koppen bij elkaar: er komt een roddel aan

Wat gebéurt er nu?

Omdat we er zo gericht zijn om naar inhoudelijke spraak te luisteren, vergeten we te kijken naar wat er gebéurt. Dat is de volgende fase: goed opletten. Houd je ogen en oren open en probeer als er sprake is van gesproken taal, die weg te filteren. Dat kan aanvoelen als een focus op detail. Het kan zo uitpakken, maar dat hoeft niet zo te zijn.
Kijk eens naar deze tabel. Je zal zien dat er non-verbale, maar duidelijke dingen zijn die geen extra verbale uitleg meer nodig hebben, en details zijn die al zo veelzeggend zijn dat het geforceerd over zou komen als je personage nog zou zeggen: ‘dus ik voel me…’ of ‘dus ik bedoel maar:…’

Opvallende zakenDetails
iemand loopt met open armen op de ander af iemand speelt met de haren, terwijl die de geliefde aankijkt
diepe zucht en fronsend voorhoofdiemand schuift subtiel een eindje weg van de ander op een stoel, of keert de rug wat meer naar de ander toe
rennen in plaats van lopenEen stem breekt wanneer iemand start met praten
een stel dat je naar een hotelkamer wil stureniemand blijft een paar tellen voor een deur staan vóór het binnenlopen

Kijk vooral naar de kolom met details. Waarschijnlijk lijken dat geen details meer op het moment dat je ze zo afzonderlijk ziet staan. Want als dat verliefde meisje dat met de haren speelt geen (heimelijke) kus wenst of probeert te stelen… En als de stem op het punt staat te breken, volgt er geen leuk nieuws. Dan hóef je niet te weten wat er inhoudelijk gezegd gaat worden om het beeld te snappen. Dat vormt het uitgangspunt van deze schrijfoefening: probeer een (niet zo subtiel) detail of iets opvallends te vinden en schrijf dat uit in een korte sfeeromschrijving, zonder dat je terugvalt op dialoog. Je zal zien dat deze ‘show don’t speak’- scène heel interessant kan zijn zonder gesproken tekst.

Iemand wil opbiechten hoeveel de ander voor hen betekent, maar dat mislukt.

‘Show and speak’ wordt:
Het bloed racete door haar aderen toen ze hem aankeek. Ze slikte. Precies die blik deed haar geloven dat ze meerwaarde had.
“Je moest eens weten hoeveel…”
“Ja?” vroeg hij geduldig.
Maar haar stem wilde niet meer.

‘Show don’t speak’ wordt:
Haar handen trilden terwijl ze hem aankeek. Haar blik hield de zijne vast. Ze deed haar mond open en weer dicht. Ze merkte dat haar hand ongemerkt naar de zijne was opgeschoven, alsof die die van hem had willen pakken. Ze schudde verwoed haar hoofd en draaide van hem weg, hopend dat hij de opkomende tranen niet had gezien.

Zoals altijd zijn toepassingen van schrijftechnieken slechts richtlijnen. Maar voeg ‘show don’t speak’ zeker toe aan je arsenaal van schrijftechnieken als een mogelijke vervaging van ‘show dont tell’.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door 青 晨 verkregen via Unsplash

Zo schrijf je een personage dat zichzelf tegenwerkt

Er zijn vele redenen waarom een personage zichzelf tegenwerkt. Dat kon je in de vorige blogpost al lezen. Ieder personage heeft iets paradoxaals in zich om interessant te zijn, anders wordt diens persoonlijkheid dat van een stuk karton. Een personage dat zichzelf tegenwerkt, heeft heel vaak iets wat het niet laat zien. Maar zodra het aan de oppervlakte komt, is het niet meer te stoppen.

Wat wordt er weggestopt?

Een personage dat zichzelf tegenwerkt, moet iets weg te stoppen of te compenseren hebben. Dat kan onschuldig zijn: als je held een houten Klaas is, zal het niet snel naar de sportschool gaan en ontwijkend gedrag vertonen als de vriendengroep het daar een keer voor uitnodigt. Dat kan een ongemakkelijk moment opleveren. Er zullen eindeloos veel smoesjes volgen en als de held dan toch een keer wordt overgehaald, zal het op talloze manieren zichzelf voor schut zetten door de onhandige manier van doen.
Hier kan je al zien dat er meerdere ‘laagjes’ zijn. Om de niet-atletische kant te verstoppen, worden er smoesjes verzonnen en zodra daardoorheen wordt geprikt, eindigt dat in gestuntel: het tripje naar de sportschool is onvermijdelijk en eindigt op de eerstehulppost met een gekneusde teen.

Maar het weggestopte probleem kan ook een complete scène of een heel verhaal dragen. Denk dan in termen van de grootste angst of grote schaamte. Dan gaat een personage zich echt niet zomaar gewonnen geven. Maar als je de zwakke plekken kent – die je in de personagebiografie hebt staan- kan je ervoor zorgen dat dit personage zich in de eigen voet schiet.

Casus: jurylid #3 Twelve angry men

In de film twelve angry men moet een jury bepalen of een 18-jarige die terecht staat voor de moord op zijn vader, schuldig is of niet. Bij de geringste twijfel moeten ze hem vrijspreken. In het begin van de film is er een jurylid dat ervoor pleit om de jongeman niet schuldig te pleinen, in eerste instantie gewoon om zijn zaak te bespreken. “Je kan niet zomaar iemand ter dood veroordelen zonder daarover gepraat te hebben,” is zijn gedachtegang. Uiteindelijk gaan de andere juryleden een voor een overstag, maar jurylid #3 is bijzonder koppig. Of eigenlijk: gewoon boos. Hij luistert niet naar argumenten: hij wil gewoon dat de jongen wordt veroordeeld. Dat komt omdat hij zijn zoon op de jongeman projecteert. #3 heeft een 22-jarige zoon met wie hij geen contact meer heeft. De film impliceert dat dat komt omdat de vader te agressief was naar zijn zoon.
Maar zo ziet vader dat niet. “Je doet altijd alles voor die verwende jongeren en dan kunnen ze je van alles flikken: ze hebben geen respect meer voor hun vaders.” Hij kijkt niet verder dan zijn eigen blinde vlek en daarom moet de jongen die terechtstaat hoe dan ook veroordeeld worden, als wraak naar zijn zoon. Maar in die blinde woede nemen andere juryleden hem op een bepaald moment minder serieus. Of #3 delft zijn eigen graf, met bijvoorbeeld:
“Wat maakt mij het uit of dát bewijs klopt? Dít bewijs is waterdicht, al het andere mag het raam uit!”
Om twee minuten later te horen, als hij op ander bewijs terugvalt: “Maar dat andere bewijs mochten we toch het raam uitgooien?”

Koppig of diepgaand?

Je kan het hoe en wat achter een koppig personage niet onthullen. Dat leest niet prettig. Maar een personage dat zichzelf tegenwerkt, zoals jurylid #3, kan ontzettend interessant zijn. Tot op het allerlaatst, als hij instort en al heel wat nare en kromme dingen heeft gezegd, is het lastig sympathie voor hem te voelen. De reden dat hij toch interessant blijft, is omdat datgene wat hem tegenwerkt – zijn eigen woede- consistent is in gedrag, maar niet in gevolgen. Langzaamaan keren steeds meer juryleden zich tegen zijn argumenten, manier van doen of ‘debatteren’. Bovendien wordt er uitstekend gebruik gemaakt (subtiel) van zaaien en oogsten.
Als een personage zo gedreven door één enkel motief, denkt het publiek: triggert zelfs dít jou? Kun je hier óók al boos om worden?
Blijkbaar wel. Als je het daarbij laat, gaat je personage mislukken en irritant worden. Geef een reden waarom die houding dat personage blijft dienen (of dat lijkt te doen!) en dan heb je ineens een heel interessante personagegroei om in de gaten te houden. Want als iets negatief is, dan kan iets jou niet alleen maar blijven dienen. Er komen scheurtjes in die tactiek. Het personage heeft dat zelf niet door, omdat die iets anders ziet gebeuren, of anders naar de situatie kijkt. ‘Maar wáárom dan?’ is wat het publiek geïnvesteerd houdt.
Jury #3 zou bijvoorbeeld kunnen denken: het gaat er mij niet om dat ik boos moet zijn, het gaat er mij om dat mijn gezag geldt, want daar hecht ik waarde aan. Dat boos zijn heeft daarvoor altijd gewerkt, dus dat heb ik tot mijn emotionele schild gemaakt.
Als er dan een moment komt waarop dat niet meer werkt, een personage dat te laat inziet en dus langzaam maar zeker het eigen graf delft, vraagt een toekijker zich af wat er nog meer komt, achter zit of gaat gebeuren: pageturner gegarandeerd.

Zoeken naar de ultieme trigger

Een ultieme trigger dwingt je personage tot uiteindelijke overgave. Wat dat is lees je in je personagebiografie. Geef het vorm alsof het een verhaalthema is: een en hetzelfde gegeven dat je op meerdere manieren kan verpakken. Als afbrokkelen van het gezag de ultieme trigger is, denk dan aan tegenspreken, niet luisteren, onbeleefd antwoord geven of negeren. Zo kan je voldoende variëren met een personage dat steeds opnieuw in de aanval gaat, maar voelt het wat minder alsof die steeds om hetzelfde (kleine) ding het hoofd stoot. Geef ondertussen ook hints naar de kern van het probleem, in plot taalgebruik, of sfeeromschrijvingen. Als de trigger dan maar blijft komen en de aanvalstactiek niet verandert, kost dat je personage vroeg of laat de kop. Tot dat moment aanbreekt of op het moment zelf kan je hints geven naar wat het eigenlijke probleem precies is om het verhaal spannend te houden.

Foto door Dmytro Tolokonov via Unsplash.

Hoe schrijf je een uniek tropepersonage?

Je hebt personages die op het eerste gezicht slechts een type trope zijn: de nerd, de boze witte man, de onschuldige en lieve moeder. Dan moet je ervoor zorgen dat ze meer worden dan alleen een representatie van die trope. Maar soms gaat dat niet, bijvoorbeeld als je personage een te kleine rol heeft in het verhaal. Dit kan je doen om dit personage alsnog uniek en herinneringswaardig te maken.

De trope onder de loep nemen: zoek het bijvoeglijk naamwoord

Kijk eerst eens met wat voor trope je te maken hebt. Vaak zit er in de omschrijving ervan een bijvoeglijk naamwoord bij. Dat kan je een heel eind op weg helpen. Zo heeft de boze witte man – verrassing- een hoop boosheid in zich en het lelijke eendje is per definitie van de trope vaak onopvallend of verlegen.
Dit bijvoeglijk naamwoord kan je veel vertellen over de mogelijke grootste angst, drijfveer, geheimen, droom of de leidende karaktertrek van je personage. Toevallig of niet is dit ook de achtergrondinformatie van je personage waar je het meest aan hebt om het uniek en interessant te maken.

Neem het lelijke eendje. Misschien komt die neiging om onopvallend te willen zijn van ouders die via hun kind hun niet vervulde wensen in alsnog vervulling willen zien gaan.
“Ik ben nooit schoonheidskoningin geworden, dus nu moet jij uitblinken met je uiterlijk. Gemiddeld zijn is een ramp!”
En net als jij doodongelukkig eindigen, mams? Nee bedankt: ik verdwijn liever in de massa en zorg dat ik gewoon lekker mee kan draaien. Lekker gemiddeld, lekker veilig, niks mis met een ‘gewoon’ leventje…

Als je zo de trope onder de loep kan nemen en die een unieke invulling kan geven is het al stukken lastiger om het personage als cliché te laten eindigen.

Persoonlijk taalgebruik als ultiem onderscheid

Een sjieke advocaat praat heel anders dan een jolige bouwvakker. Als schrijver weet je vast wel dat als deze personages groeten, ze dat niet hetzelfde horen doen. Eerstgenoemde zegt kalm: ‘Goedemorgen’ waar de andere ‘môgge’ in je oor toetert. Het zou bizar zijn om dat om te keren. Met dit simpele voorbeeld kan je al zien hoe belangrijk de taal en de stem van een personage zijn.
Wat jammer is, is dat de meeste schrijvers het hierbij laten als het om kijken naar taalgebruik gaat. Geef ze een ‘goedendag mijnheer,’ in plaats van een ‘goeiemoggel wereld’, nog een stopwoordje et voilà.
Daar valt veel meer uit te halen.

Denk aan dingen als:

  • een sportfanaat gebruikt veel uitdrukkingen die met sport te maken hebben
  • Een puber met een kan-mij-het-schelen-houding mompelt veel
  • Een racist spreekt letterlijk in ‘wij ‘ en ‘zij’ taal
  • een beelddenker beschrijft emoties in plaats van te zeggen wat het voelt: ‘een steek in de rug’ versus ‘ik voel me verraden.’
  • een uitgesproken empathisch persoon checkt regelmatig bij de gesprekspartner: ‘klopt het wat ik zeg?’ Om niemand voor het hoofd te storen met een aanname of omdat diegene weet dat een ander een situatie anders kan beleven dan hijzelf.

Natuurlijk moet je erop letten dat je deze dingen subtiel in de tekst verwerkt, anders komt het alsnog te geforceerd over. Kijk daarvoor hoe je dit taalgebruik , of deze maniertjes, zo je wil kan vertalen naar een show don’t tell als aanvulling op dat wat je personage zegt. Maar ook dan weer in de subtiele zin van het woord.
Als we aannemen dat de sportfanaat niet alleen graag op de tribune zit, maar ook graag meedoet, kan je stellen dat die beweeglijk is. Een show don’t tell is dan bijvoorbeeld: zit altijd te wiebelen op de stoel.

Natuurlijk is wiebelen op een stoel geen duidelijk teken dat iemand van sport houdt. Maar als je meerdere van dit soort maniertjes, gewoonten, uitingen, voorkeuren enzovoorts bij elkaar optelt, dan krijg je wel de sportfanaat die je wil schrijven. Zonder dat die meteen met een toeter in de clubkleuren hoeft rond te lopen en steeds zegt dat er iets ‘gescoord’ in plaats van gekocht gaat worden.
Je lezer hoeft niet per se aan dit soort show don’t tells te zien dat dit ab-so-luut een sportfanaat betreft. Zolang het maar duidelijk is dat de/ een ultieme tegenhanger – de sjieke advocaat, bijvoorbeeld- hier níet aan het woord kan zijn.

Voorbeeld: ik-figuur en oude vrouw

Twee personages geven een voorbeeld geven van al het bovenstaande:

De auto stopt nog maar net op tijd, ik blijf net op tijd op de stoep staan. Even maakt mijn hart een sprongetje, maar dan maak ik een gebaar naar de automobilist: niks aan de hand, we kunnen weer verder. Ik glimlach en wend me tot de oude dame naast mij, die binnensmonds vloekt.
“Dat was even schrikken, hè? Alles in orde met u?”
“Die verdomde wegpiraat zou mijn hartmedicijnen moeten vergoeden!”
“Tja, wie weet waarom hij niet uitkeek.”
“Wat maakt dat nou uit? De jeugd van tegenwoordig ook, altijd maar haast, altijd egocentrisch…”
“Wie weet hoorde hij net dat zijn vrouw met spoed in het ziekenhuis is opgenomen.”
“Ja ja, zo kan je wel smoesjes blijven verzinnen. Als ik in het ziekenhuis was beland, was dat veel erger geweest”

Deze oude vrouw is niet zomaar een bijna-verkeersslachtoffer, maar de trope van een verbitterde bejaarde vrouw. Kijk maar:
– ze is geïrriteerd
– ze zet zich niet snel over iets heen (zo kan verbittering groeien)
– ze is niet objectief meer: (dat doet verbittering met je) hoezo is haar leven per definitie belangrijker dan dat van een ander?
– en ze spreekt zichzelf tegen: de jeugd van tegenwoordig egoïstisch? En haar eigen uitspraken dan?
Dat is misschien geen echt teken van verbittering. Maar fijn is anders. Net zoals verbittering ook niet echt iets prettigs is.

En de ik-figuur, wat is dat voor een tropepersonage? Een lieve verpleegkundige, hoogzwangere vrouw of een gehaaide boekhouder? We zullen het nooit echt zeker weten, maar de laatste optie is wel van tafel, lijkt me.

Kijk eens hoe je zo enkele algemene eigenschappen van trope(personage)s om kunt zetten in unieke tekst. Je verhaaltempo zal ervan omhoog schieten!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door sporlab verkregen via Unsplash



Een interessante romance in een notendop

Romances worden ontzettend vaak geschreven, maar minstens net zo vaak zijn die cliché of blijven ze oppervlakkig. Met dit stappenplan schrijf je een romance van begin tot eind interessant en origineel blijft.

1. Bedenk om wie het gaat

Gemakshalve noemen we de hoofdrolspelers van een romance altijd Romeo en Julia. Maar dat wil niet zeggen dat deze helden zich als die beroemde personages moeten gedragen. Sterker nog, een goede romance begint met personages die verfrissend en hun eigen persoontje zijn. Besteed dus eerst aandacht aan het ontwerpen van je personages. Denk bijvoorbeeld aan hun voorgeschiedenis, voorkeuren en wie ze waren voordat ze verliefd werden. Werk dat laatste ook mee uit om ervoor te zorgen dat ze naast verliefd ook altijd personages blijven. Er is niks zo saai om over te lezen als iemand die alleen maar kwijlend naar een ander kan staren.

Lees meer tips

2. Neem het koppelen serieus

Een koppeltje in een boek is maar al te vaak samen omdat de ander zo knap, lief, stoer, zorgzaam… is. Leuk, zo’n roze wolk, maar die kan het gewicht van een compleet plot niet dragen. Als je een stelletje wil dat een serieuze relatie ook echt samen aan kan gaan, zorg dan dat ze ook echt bij elkaar passen. Uiterlijk is het minst belangrijk van alles. Kijk naar zaken als gezamenlijke interesses, maar ook vooral naar verhaalthema’s en het plotverloop. Wat wil je met jouw verhaal vertellen en wat moet jouw stelletje dus ook kunnen uitdragen? Zijn ze daar met zijn tweeën het goede koppel voor?

3. Hou het groeiproces in de gaten

Goede personages hebben een centraal conflict, waardoor ze aan het eind van het verhaal een beter en ander mens zijn. Zorg ervoor dat je niet vergeet dat iemand een eigen individu blijft, ook binnen een relatie. Laat die hobby of dat levensdoel dus niet zomaar op de achtergrond raken, alleen omdat je personage nu een wederhelft heeft. Gebruik de wederhelft in plaats daarvan als een aanvulling op dat centraal conflict. Kan je nog wat extra spanning oproepen? Of is de wederhelft juist degene die het beste in de ander naar boven haalt, zodat het grotere doel makkelijker bereikt kan worden?

4. Ruzies om van te groeien

Ruzies die onmiddellijk opgelost kunnen worden door een minuut te besteden aan het oplossen van een misverstand, zijn uit den boze. Zorg voor ruzies waar een echt probleem centraal staat. Iets waar een oplossing voor moet worden gevonden en die niet voor de hand ligt. Zo wordt de vindingrijkheid van je personages op de proef gesteld en hun relatie ook echt getest. Als die dat dan overleeft, is de relatie ook stukken geloofwaardiger dan wanneer je beweert dat de romance tegen alles bestand is, totdat er een ongefundeerde roddel in het spel komt. Kijk hoe je deze serieuzere ruzies ook kan laten aansluiten bij het verhaalthema. Zo voorkom je dat ‘lang en gelukkig’ klef, cliché of onverdiend overkomt.

Lees meer tips

5. Lang en gelukkig

Als je lang en gelukkig wil leven met een relatie die ‘alles aankan’, laat dat dan ook zien. Je koppel moet meerdere serieuze conflicten kunnen doorstaan, waarbij het niet voldoende is dat de ander een minpuntje van de wederhelft leert omarmen. Een goed stel helpt elkaar meerdere keren uit een serieuze brand. Om je koppel nog interessanter te maken, zorg je ervoor dat deze branden ook verschillend van aard zijn. Bovendien is het belangrijk om een romance altijd onderdeel van de plot te houden, niet de plot zelf.

Lees meer tips

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Naomi Irons verkregen via Unsplash

Een gouden regel voor het schrijven van expositie: ‘Even wat anders’

Expositie is het bekendmaken van informatie aan de lezer. Doe je het goed, dan valt het niet op en wordt je informatie zelfs een onderdeel van een lopend verhaal. Dat is lastig. Maar als je loslaat dat er een lezer is die informatie moet krijgen en je personages niet weten dat ze van papier zijn, kom je al een heel eind.

Slechte expositie: ‘Heb je al gehoord…?’

Laten we eerst even herhalen waarom expositie zo belangrijk is om goed te doen. Je lezer moet weten wat er speelt in de papieren wereld, maar maak van Hoofdstuk 1 een infodump en je lezer komt niet verder dan dat deel van je boek. ‘Mijn personage werkt in een dierentuin, heeft een vrouw en zijn grootste angst is om ontslagen te worden.’ Dat is een beetje te direct als introductie. Maar dat is slechte expositie ook:
“Hoi Martha, hoe is het met Bert?”
“Hij zit niet zo lekker in zijn vel. Hij hoorde vorige week het gerucht dat de dierentuin gaat bezuinigen…”
“Maar zijn baan zal toch niet in gevaar zijn?”
“Dat weet hij dus niet: hij slaapt de hele week al slecht.”

Hier is het te duidelijk dat de personages iets duidelijk willen maken aan de lezer. Elke zin draagt daar op zijn eigen manier aan bij:

  • Hoe gaat het? –> Dit is een erg lege frase in een boek. Als het antwoord ‘goed’ is, is het een nietzeggende beleefdheidszin. Zo niet, dan schreeuwt het met knipperende neonlichten: ‘Lezer, zet je schrap, er komt een conflict aan!’
  • Hij zit (…) –> dit is een infodump: het is veel te directe informatie.
  • Maar zijn baan (…) –> natuurlijk wel. Als iets zo direct wordt meegedeeld. voelt een lezer aan dat hier iets mee gaat gebeuren. Het voegt geen spanning toe, het voelt alleen maar geforceerd.
  • Dat weet (…) Hier herhaalt Martha zichzelf alleen maar. En dat Bert slecht slaapt, is zo logisch, dat je dat niet extra hoeft uit te leggen.

Kortom: hier zie je alleen maar holle frases en wordt iets uitgelegd wat iedereen kan begrijpen. Er worden in deze expositie dus een aantal grote fouten gemaakt. Dat gaan we op een rijtje zetten.

Dit gaat er mis bij slechte expositieVervelend gevolgJe kan beter…dat doe je door…
je (personage) legt iets (logisch) letterlijk uitje lezer wordt als dom gezienmet het verhaal verder gaande aandacht op iets anders te richten
informatie wordt geforceerdde lezer wordt uit het verhaal gehaaldde aandacht op iets anders richtenmeerdere lagen toe te passen in je tekst
informatie voegt weinig tot niets toede vaart gaat uit de tekstbedenken wat je echt wil zeggenmeerdere lagen toe te passen in je tekst

Zie je de samenhang tussen de uitgangspunten meerdere lagen en de aandacht ergens anders op richten? Als je expositie in de subtekst – dat wat je tussen de regels door kan lezen- kan verstoppen, wordt de expositie een deel van het verhaal. Maar daarvoor moet je de aandacht wel verschuiven. Naar iets (heel) anders dan wat je (aan de oppervlakte) aan het vertellen bent.
Voor de beelddenkers onder jullie: zie goede expositie als een snoepje wat je lezer ongezien wil toestoppen. Dat kan je bereiken met het het aloude trucje van:
“Hé, kijk daar eens, daar loopt je beste vriend!”
“Waar?”
Je luisteraar kijkt even afgeleid achterom en voilà: even later zit er een snoepje in zijn jaszak. Je moet iets anders dan dat eigenlijke snoepje dus belangrijker maken op het moment dat je het introduceert.

Casus: reiziger met bindingsangst?

Tommy komt net terug van een vakantie en laat Joris zijn foto’s op zijn telefoon zien. Joris heeft net de telefoon in handen gekregen om op zijn eigen tempo door de foto’s te kunnen scrollen.

“Als je het over parelwitte stranden hebt, zeg. Wauw! Waar was dit precies?”
“Even goed kijken, hoor, dat was…”
Joris ziet de foto van Puck voor Tommy hem kan tegenhouden op het scherm verschijnen.
“Ik app haar wel als we de foto’s zijn doorgelopen, ” zegt Tommy als hij dat ook ziet.

Even pauzeren. Want dit is het punt waarop het helemaal mis kan gaan, maar waar je het ook goed kan doen.
Als het doel is dat duidelijk moet worden dat Tommy bindingsangst heeft, doet slechte expositie iets als:
” Wie is Puck? Zo’n mooie meid moet je terugbellen! Hoe lang is het nou geleden dat je een date hebt gehad? Vriend, spring je soms steeds maar in een vliegtuig om relaties te ontlopen?”

Of je kan verder gaan met:
“Ik weet het niet meer, ik ben op zoveel stranden geweest,” zegt Tommy.
“Ja, dan wordt het al snel veel van hetzelfde. Wordt dat nooit saai?”
Tommy scrollt verder naar een foto met een spectaculaire zonsondergang op een prachtig strand en trekt een veelbetekenende wenkbrauw op.
“Nou, vooruit dan,” lacht Joris toegeeflijk. “Maar ik zie jou nauwelijks op je vakantiefoto’s.”
“Als je zoveel natuurschoon tegenkomt, denk ik niet aan mezelf.”
Er klinkt een belletje: Puck appt opnieuw.
“Nee?” vraagt Joris
” Nee. Op de schoonheid van de stranden kan je altijd rekenen. Iets mooiers bestaat er niet.”

Ik moet deze scène bijna overdreven subtiel houden. Meestal leunt een expositie als deze meer op gebeurtenissen in het (grotere) plot. Als er in een plot al puzzelstukjes zijn gegeven dat Tommy bindingsangst heeft, zou je Joris’ ‘Nee’ kunnen vervangen door iets als ‘Neem je dan nooit vrienden mee naar het strand?’
Tommy’s reactie zou dan ook weer veranderen, wil het er niet bovenop liggen.

Maar het belangrijke punt is: zie je in deze scène nog dat Tommy bindingsangst heeft? Een hint ernaar misschien, maar als expositie is het onzichtbaar geworden, doordat je de aandacht van wat er echt toe doet hebt afgeleid. En ondertussen heb je ook nog:

  • een scène waarin de vriendschap tussen de mannen aandacht krijgt
  • laten weten dat Tommy bijzonder gek is op stranden
    • laten zien dat Tommy veel reist
    • laten weten dat Joris lichtelijk jaloers is

      Daar kan je in het grotere geheel veel meer mee dan de lezer alles maar voorschotelen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door by Sean Oulashin verkregen Unsplash