Zo verloopt de eerste kennismaking met je boek goed

Als je begint met schrijven, moet je de lezer onmiddellijk weten te boeien, anders wordt je boek heel snel weggelegd en niet meer opgepakt. Dat is iets wat de meeste schrijvers wel weten. Maar waar moet je dan op letten? Hier volgt een aantal handige uitganspunten.

Kennismaking met het verhaal

Het schrijven van een eerste zin, alinea, pagina of hoofdstuk van een verhaal is erg tegenstrijdig. Aan de ene kant moet je duidelijk zijn: wat kan de lezer verwachten? Aan de andere kant heb je te weinig ruimte om meteen alles wat je duidelijk zou willen maken te kunnen vermelden.
Het eerste deel van je verhaal moet in ieder geval:
* een globaal idee geven van wat voor iemand je protagonist is; (een middelbare man of een jong meisje? Verlegen of agressief?)
* een hint geven naar wat het centraal conflict vormt of gaat vormen;
* De stijl en toon van je tekst en je taalgebruik duidelijk worden. (Schrijf je formeel, humoristisch of eenvoudig?)

Zo geef je je lezer een referentiekader om op terug te vallen voor de alinea’s, pagina’s of hoofdstukken die volgen.

Liefde of lust op het eerste gezicht van de eerste bladzijde?

Het eerste deel van je boek schrijven kan lastig zijn. Het helpt om het volgende te bedenken:
Je moet niet proberen om te streven naar liefde op het eerste gezicht, maar naar lust op het eerste gezicht.
Laat mij dat onderscheid eerst duidelijk maken.

Als jij iemand ziet lopen die je aantrekkelijk vindt, de vlinders in de buik rond gaan fladderen en je met die persoon wel een beschuitje zou willen eten, dan wordt dat vaak vertaald naar ‘liefde op het eerste gezicht.’ Maar dat is het niet: het is eerder lust op het eerste gezicht, omdat je valt voor iemands uitstraling of uiterlijk, niet voor hoe iemand als persoon is. Daar is niets mis mee, maar in deze vergelijking is het belangrijk dat je liefde en lust van elkaar kan onderscheiden.
Lust is de onmiddellijke (fysieke) aantrekkingskracht van de buitenkant, liefde is houden van die persoon om alles wat hem maakt tot wie diegene is wanneer je die beter leert kennen en je niet alleen meer op het uiterlijk valt. Liefde op het eerste gezicht is in dat opzicht niet mogelijk; door alleen naar iemand te kijken weet je niet wat voor persoon dat is.


Daar is Knappe Kees weer. (Lees zijn bijbehorende blogpost eens, dan wordt het punt: ‘Je weet nog niks van hem.’ nog duidelijker.) Ik wil best een kopje thee met hem gaan drinken, maar ik hou nog niet van hem. Wie weet wat voor rare hobby’s, gewoontes of ideeën hij heeft… Foto door Rafael Barros op Pexels.com

Zodra je aan een boek begint, moet je mikken op ‘lust op het eerste gezicht’. Je kan genoeg interessante dingen op de eerste pagina’s weergeven waarvan je lezer denkt: hé, dat zie ik wel zitten (om verder over te lezen). Zo kan de ‘liefde’ voor je verhaal uiteindelijk ontstaan of groeien. Vertaald naar concrete zaken waarover je kan schrijven zijn dat dingen waardoor de lezer denkt:
* Wauw, een vervallen, verlaten huis: dat wordt lekker griezelen (lust). O, dat huis heeft een geschiedenis die ik langzaam maar zeker leer kennen: dat gaat me gedurende het hele verhaal boeien (liefde).
* O jee, een eenzaam personage… Ik wil weten hoe hij zo eenzaam is geworden (lust). O, dat komt omdat het een arrogante vent is die al zijn vrienden heeft opgelicht om er zelf beter van te worden (liefde).
* Hé, wat leuk: het personage begint aan een nieuwe baan (lust). Wat een rotbaan heeft ze, zeg! Ik hoop dat ze de assertiviteit vindt om haar mond open te trekken om die hooghartige baas eens goed de waarheid te vertellen… (liefde);
* Wat een mooi landschap! Wat zou daar allemaal kunnen gebeuren? (Lust.) O, je kan er wandelen, want dat doet het personage, die een professionele bergbeklimmer blijkt te zijn (liefde).

Merk op dat je lezer dus niet per se iets leuk, mooi of fijn hoeft te vinden zodra de liefdesfase aanbreekt. Een verhaal of personage hoeft namelijk niet altijd positief van karakter, houding of toon te zijn. Anders zou je geen detective, thriller of horror meer mogen schrijven. Het gaat erom dat je een eerste lust aanwakkert voor je verhaal, dan komt de liefde ervoor -als je goed schrijft- later vanzelf.

Liefde op het eerste gezicht: wat gebeurt er dan?

Zodra je lezer liefde voor je verhaal heeft, dan weet hij meerdere dingen die het grote geheel vormen. Zo weet hij bijvoorbeeld dat Kees niet alleen knap is, maar ook:
* goed in hardlopen;
* vreselijk in Frans. Je wil niet dood gevonden worden in het romantische Parijs als Kees net heeft geprobeerd Frans te spreken…
* drie zusjes heeft;
* appels met klokhuis en al opeet.
Dan weet de lezer genoeg van Kees om van hem te gaan houden.


“Vieveej la Franseej!” Wat zei je, Kees? Hou je mond maar dicht. Geen zorgen, ik hou nog steeds van je 😉

Als je naar liefde op het eerste gezicht streeft, zoals dat begrip in deze blogpost wordt gebruikt, gaat het mis. Misschien zie je al wat er dan gebeurt: dan krijg je een infodump.

Opening van een romantisch verhaal

Als jouw romantische verhaal wél moet beginnen met de traditionele liefde op het eerste gezicht, dan kan dat. Maar let er dan wel op dat je niet verzandt in overdreven veel gezwijmel. Hier lees je daar alles over. Net zoals in deze blogpost geschreven is, moet je erop blijven letten dat je geen tientallen dingen over de vlinders beschrijft. Dan kun je beter een ding uitwerken wat de vlinders veroorzaken. Zijn het de blauwe ogen? Die hebben wel meer mensen en je personage wordt niet op iedereen verliefd die blauwe ogen heeft. Waar doen deze specifieke ogen je personage aan denken? Wat ziet je personage in die blik dat zijn wereld op zijn kop zet? Spring niet van het een naar het ander. Je kan dan beter een gegeven uitgebreid en goed uitwerken.

Hoe schrijf je een goed begin van je boek?

Ga aan de gang! Dat is de gouden regel voor een goed begin van je boek. Of beter gezegd: zet iets in gang. Als je dat in je achterhoofd houdt, ontwijk je al een hoop valkuilen voor een slecht begin. Wat zijn die valkuilen en hoe schrijf je wel een goed begin van je boek?

Wat zijn slechte introducties van verhalen?

Er is een aantal dingen die erop wijzen dat je verhaal met een cliché of een storende schrijfwijze start:
* Een (pagina’s lange) infodump;
* Een personage dat zijn dag begint (en daarbij in de spiegel kijkt, waardoor zijn uiterlijk duidelijk wordt);
* Alledaagse gesprekjes met andere personages, zoals over het weer;
* Een personage wakker laten worden uit een droom die bol staat van de symboliek.

Elk van deze manieren zorgt op een bepaalde manier voor een onnodig langzame start van je verhaal.

Hij mag langzaam zijn, de start van jouw verhaal niet.

De introductie-infodump

De infodump is zowel voornamelijk bekend als berucht omdat hij vaak komt opdagen in de eerste pagina(‘s). Wat maakt zo’n infodump eigenlijk zo fout? Het is alsof je dit tegen je lezers zegt: ‘Oké, dit is de eerste bladzijde, dus het verhaal gaat beginnen. Maar voordat het verhaal gaat beginnen, moet je eerst drie pagina’s lezen, voordat de échte eerste pagina begint. Verwarrend, nietwaar? Zo leest een infodump eigenlijk ook: een lezer denkt aan het verhaal te beginnen, terwijl die zich eigenlijk eerst door een aantal pagina’s informatie over het personage heen moet worstelen. Wanneer begint het verhaal dan? Waar gaat het verhaal dan over, of waar gaat het heen?
Daarom werkt een introductie-infodump zo slecht. Als je de lezer belooft met een verhaal te beginnen, moet je dat ook doen. En dat doe je niet door informatie te geven. Daarvoor moet je je verhaal in gang zetten.

Zet het verhaal in gang

Er zijn verschillende manieren om een verhaal in gang te zetten. Zo kun je al dan niet een in medias res schrijven. Je kan net iets meer aandacht besteden aan de gedachten van je personage dan aan de situatie waarin hij zich bevindt, of andersom. Hoe dan ook moet er een aantal dingen snel duidelijk worden. Hier volgt een aantal dingen waar je uit kan kiezen om als leidraad te volgen. Niet alles hoeft (of kan!) in een keer worden uitgewerkt, maar het is wel verstandig om een aantal van deze opties te combineren. Zo boeit je verhaal meteen vanaf het begin.

Wat is je personage voor iemand?

Zodra je begint met schrijven, heb je waarschijnlijk al een (begin van) een personagebiografie gemaakt. Daarin staan talloze dingen over wat je personage doet vindt, kan en wenst. Het ene is voor jou als schrijver handig om als ‘extraatje’ te weten, andere dingen vormen je personage tot wie hij is en wat hem uniek maakt. Het werkt goed om een aantal van deze elementen vroeg in je verhaal te verwerken. Als het essentieel voor het verhaal is dat je personage erg bang is aangelegd, laat hem zich dan bijvoorbeeld een hoedje schrikken bij het minste of geringste geluid of laat haar zes keer haar tas controleren voor ze deur uitgaat: heeft ze alles wel bij zich? Ze zweet al bij het idee dat ze iets vergeet. Merk op dat deze voorbeelden erg van elkaar verschillen. Je moet weten wat voor jou(w personage) een bepaalde karaktertrek precies inhoudt. Onthoud dat het extra belangrijk is om in deze eerste pagina’s met show don’t tell te schrijven. Als je hier niet meteen laat zien dat je beeldend kan schrijven, zal je lezer je boek na die eerste paar pagina’s waarschijnlijk wegleggen.

Is dit wat je bedoelt met angstig, of bedoelde je iets heel anders? Maak dat meteen duidelijk, anders heeft je lezer een te vaag beeld van je personage.

Wat is de comfortzone en hoe wordt die bedreigd?

In elk verhaal wordt een personage uit zijn comfortzone gehaald; het is een voorwaarde om het centraal conflict in gang te zetten. Het centrale conflict levert de spanning van het verhaal en de groei van je personage. Daarom is het verstandig in in het begin van je boek te schrijven wat de comfortzone is, zodat de lezer een duidelijk ‘startpunt’ heeft. Je personage voelt zich prima bij de rol als eeuwige single. Als hij dan onder druk wordt gezet om op Tinder te gaan of gewoon verliefd wordt, weet de lezer dat dat een uitdaging voor hem vormt.

Verklap al iets over het mogelijke conflict

Met het vaststellen van de comfortzone kan je niet meteen het centrale conflict starten. Dan klopt je schema van save the cat niet meer en wordt het tempo te snel. Je kan echter wel al enkele hints geven. Als je personage absoluut niet wil denken dat zijn auto ingenomen wordt door schuldeisers, laat dan blijken dat dat misschien toch kan gebeuren. Laat een grote stapel onbetaalde rekeningen op de tafel zien aan de lezer of een dierbare zorgen uiten over de financiële situatie. Let wel op: dit soort onthullingen zijn gevoelig voor foreshadowing.

Wat, waarom en hoe wordt er iets in gang gezet?

Neem bovenstaande punten en je bevindingen daarvan mee in de uitwerking van je begin. Zorg ervoor dat je weet waarom je voor bepaalde uitwerkingen hebt gekozen. Je weet wat je ermee duidelijk wil maken: wat je personage voor iemand is, waar hij door uitgedaagd wordt en wat hij moet doen om zijn heldenreis te starten. Als je iets geschreven hebt, kijk of je dan antwoord krijgt op de volgende vragen:
* Wat gebeurt er?
* Waarom gebeurt (uitgerekend) dit (op dit moment)?
* Hoe zet dat andere dingen in gang?
Je moet op al deze vragen antwoord kunnen geven. De lezer hoeft alleen op de eerste vraag antwoord kunnen geven, niet op de andere twee. Dan geef je te snel te veel weg. Maar jij als schrijver moet het weten om zo een duidelijk begin en structuur aan je verhaal te geven.

Vier waarschuwingssignalen van een droge tekst

Als je nieuwe dingen introduceert in een tekst, moet je informatie geven. Maar als je dat verkeerd doet, wordt je verhaal ontzettend droog. De term voor een tekst die langzaam leest vanwege onnodige of een teveel aan informatie is infodump. Je kan infodumps relatief makkelijk voorkomen zodra je een aantal waarschuwingssignalen kent.

1 Alle informatie in een keer

De meest beruchte infodump zie je op de eerste bladzijde van een boek. In deze infodump komt je lezer in een keer alles over je hoofdpersonage te weten. De kleur ogen, kleur haar, beroep, leeftijd, beroep, salarisstrookje… alle basisinformatie. Deze infodump leest alsof een bejaarde, trage burgermeester een persoonlijk dossier voorleest. De introductie van je personage wordt er niet interessanter op. Bovendien zullen de meeste details door de droge opsomming niet allemaal worden onthouden. Bedenk welke informatie belangrijk is voor het verhaal. Spreid die dan uit over je gehele verhaal, in plaats van het in een keer allemaal aan de lezer te presenteren.

2 Verbeeldingskracht uitgeschakeld

Als je te veel informatie deelt, werkt dat averechts voor de verbeeldingskracht van je lezer. Dat klinkt misschien raar: als je iemands uiterlijk volledig deelt, of de inrichting van een ruimte tot in detail beschrijft, dan weet je toch precies hoe iets eruitziet? Maar dat is niet zo. 
Dit kun je zelf testen: vraag iemand zijn slaapkamer heel uitgebreid te beschrijven. Elk meubelstuk moet worden genoemd met minimaal drie uiterlijke kenmerken.
Je zal merken dat je snel alleen maar bedenkt: Wacht even. Waren de gordijnen nou rood, of was dat het dekbedovertrek? Had je een houten nachtkastje of een houten klerenkast? Je bent niet meer bezig met je iets voor te stellen, maar met alle feiten op een rijtje te houden. Verbeeldingskracht werkt het beste als je een beetje informatie geeft. Genoeg voor een ruwe schets van het idee, zodat je lezer de ruimte krijgt om de afbeelding zelf verder in te kleuren.

3 Overbodige informatie

Je deelt als schrijver soms te veel informatie, omdat je in je enthousiasme alles wilt delen wat je voor je ziet of wat je van je hoofdpersoon weet. Daarom deel je de lengte, gewicht, kleur ogen, verjaardag en het loonstrookje van je held. Maar niet alles daarvan is (even) belangrijk. Je lezer weet niet wat hij moet onthouden en wat gewoon leuke feitjes zijn. De ene keer is de woonplaats van je personage waardevol voor het verhaal, de andere keer is dat de gezinssamenstelling. Wanneer je een hele lijst aan informatie hebt, kan je lezer niet bepalen welk feit belangrijk is. Daardoor raakt die de draad kwijt en loop je het risico dat die vergeet wat hij wel degelijk moet onthouden.

4 Wikipedia in je boek

Niet alleen personages zijn gevoelig voor een infodump. Zoals je in de test van de tweede tip hebt ervaren, kunnen ook voorwerpen of plaatsen er ook de dupe van worden. Als je personage op wereldreis is en een van de zeven wereldwonderen bezoekt, kan de verleiding groot worden om alle informatie te delen die maar voor handen is. Zo kun je het magnifieke van het wereldwonder benadrukken. Maar dat werkt averechts. Als je een grote opsomming maakt, klinkt het alsof je een Wikipediapagina in je verhaal hebt geplakt. De vaart gaat uit je verhaal en wederom wordt niet alle informatie bewaard in het hoofd van je lezer. Net als bij het lezen van een echte Wikipediapagina blijft niet elk woord hangen, alleen de feiten die de lezer het meest interesseren. Bespaar je lezer overbodige tekst en schrap de irrelevante beschrijvingen en feiten.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

In medias res: onmiddellijke actie

De opening van een verhaal is ontzettend belangrijk. Het kan de lezer onmiddellijk het verhaal inzuigen. In medias res gaat meteen tot actie over.

Hoe begin je een verhaal?

Onderschat het belang van een goed begin van een verhaal niet! In de eerste regels of alinea’s van een verhaal kun je onder andere duidelijk maken:
* wie je hoofdpersoon is:
* wat zijn karaktertrekken zijn;
* wat zijn leefomstandigheden zijn.

  • Wat het verhaalthema is:
  • * in welk tijdperk het zich afspeelt;
  • * wat deze maatschappij bezighoudt.

Dit komt ook in een infodump voor, maar dat is geen fijne manier van schrijven.
In medias res helpt om onbelangrijke details over te slaan en de lezer meteen – vrij letterlijk- midden in de actie te plaatsen.

In medias res schrijven

In medias res is niet veel meer dan niet bij het begin beginnen. Je start het verhaal in het midden, of op het einde. Zo beloof je de lezer stukje bij beetje achter de details van het personage of verhaal te komen en blijft de lezer nieuwsgierig.

Bij in medias res begint je het verhaal chronologisch gezien bij een van de opengeslagen bladzijden.

Een voorbeeld van in medias res

Omdat je met in medias res start op een moment waarop het verhaal al gaande is, kom je meteen in actie:
Soeraya zat puffend in de taxi, terwijl haar weeën steeds heftiger werden. Imran hield haar hand vast, maar wist niet wat hij met zichzelf aan moest.
Zodra het kind was geboren zou Soeraya heel wat uit te leggen hebben aan haar moeder. Ze had gekozen uit het beste van twee kwaden. Maar nu begon ze haar keuze te betwijfelen.

Missende informatie na in medias res

De lezer mist hier informatie. Soeraya zit in de problemen, maar wat zijn die en hoe is dat zo gekomen?
Stel: Imran en Farid zijn tweelingbroers, die Soeraya allebei een warm hart toedragen. Soeraya en Farid kregen een geheime relatie, waar alleen Imran van wist. Soeraya raakte zwanger en Farid sneuvelde enkele weken later in het leger. Imran is daarna halsoverkop met Soerya getrouwd, zodat hij kon doen alsof hij de vader van het kind was. Zo behouden zijn broer en schoonzus een goede naam binnen de familie. Als ooit bekend zou worden dat Soeraya een buitenechtelijk kind had, zou Soeraya uit de familie worden verstoten. De vriendschappelijke band tussen Imran en Soeraya is te sterk voor Imran om met die mogelijkheid te kunnen leven.

Vragen na in medias res

Dit dramatische voorbeeld maakt de voordelen van in medias res duidelijk. Je hebt veel dat je nog kan onthullen (lees: je kan het verhaal nog lang interessant houden). Denk aan:
* Hoe is de relatie tussen Soeraya en de tweelingbroers ontstaan? Als Imran zoveel voor Soraya overheeft, is er vast meer aan de hand. Is hij heimelijk verliefd op haar? Heeft zij ooit zijn leven gered en staat hij bij haar in het krijt?
* Hoe gaan ze de leugen in stand houden in het dagelijks leven? Houden ze dat vol? Wat doet dat met hun vriendschap? Je kan een heel boek bezig zijn om antwoord te geven op die vragen. Laat dat nou net de bedoeling zijn! 😉

Interesseer de lezer meteen

Als je dit verhaal vanaf de aanvang zou beschrijven, begin je waarschijnlijk bij een eerste ontmoeting. Die is doorgaans alledaags of nietszeggend. Als je de lezer alinea’s lang verveelt met een onbenullige bezigheid, zal die snel zijn geduld verliezen en het boek wegleggen. In de eerste pagina’s of zelfs alinea’s is het geduld van de lezer het kortst. Zorg dus dat je de lezer meteen boeiend verhaal kan voorschotelen.

In medias res: in gang zetten van een gevolg

Soeraya in de taxi is spetterende actie. Maar in medias res is niet per se spectaculair. Je hoeft alleen maar in het midden of op het eind te beginnen. Denk aan de structuur van een verhaal: begin-midden-eind. Bij in medias res begin je niet bij het begin. Dat is alles. Maar omdat het centrale conflict pas in het chronologische midden wordt opgelost/ zich aandient, komt de actie daar vóór. Chronologisch gezien kun je geen actie hebben voor de inleiding: er moet eerst iets aan de hand zijn, voordat iets kan veranderen. Het is dus belangrijk dat je bij in medias res ergens een gevolg aan geeft.

Voorwaarden van in medias res

Dylan gluurde vanachter de boom of de buutplaats nog werd bewaakt.
Hoewel niet bloedstollend, is dit nog wel een in medias res:
* het begint in het midden van het verhaal (over een potje verstoppertje);
* het geeft een gevolg aan (Dylan heeft zich verstopt, omdat eerder iemand aftelde);
* het belooft een onthulling (wie het spelletje wint, wie de medespelers zijn).

Geen spetterende actie, wel een mogelijke in medias res.

Valkuilen van in medias res

Word niet meteen te enthousiast en mijd deze valkuilen:
* Je wil het te graag spannend maken, waardoor je alsnog in een infodump verzeilt:
“Denk je echt dat ik haar het huis uit wilde zetten? Ik had geen keus! Anders zou de maffia mijn hele familie vermoorden. Ze weten dat ik hier een miljoen aan contanten heb verstopt en willen me dat maar al te graag afnemen..”
Dit roept vragen op, maar de lezer weet nu ook waarom de maffia je hoofdpersoon op de hielen zit. Als je dat geheim houdt, blijft het spannend en duw je de lezer niet door de strot dat het om een rijke familie gaat. Hier zou je dan een gehaaste vluchtscène kunnen starten.
* Je maakt het uitwerken van je verhaal lastig voor jezelf:
Als je met in medias res begint, moet je op een bepaald moment het begin uitwerken. Het kan lastig zijn om dat logisch in je verhaallijn te verweven. Zeker als je verhaallijn veel plottwists heeft of de relaties tussen personages ingewikkeld zijn, moet je weten waar je aan begint. Bedenk of in medias res wel bij jou en je verhaal past.

Foreshadowing: een geheim dat alles verklapt

Foreshadowing is het geven van een belangrijke hint over een grote onthulling. Alleen is die hint zo groot dat er van een verrassende onthulling weinig overblijft. De lezer zal dan eerder geïrriteerd zijn dan verrast. Hoe kun je hints geven zonder dat er foreshadowing ontstaat?

Foreshadowing: ken je eigen verhaal

Je moet precies weten hoe je verhaal in elkaar steekt voordat je hints kan geven. Weet welke details later in het verhaal belangrijk worden. Ga maar na: hoe moet tantes kandelaar ooit een aanwijzing naar een aankomende ruzie om de erfenis worden als jij als de schrijver niet eens weet dat de kandelaar:
* een hoge emotionele waarde heeft;
* het enige waardevolle erfstuk is in een staartarme familie;
* überhaupt bestaat?
Haal deze informatie uit je personagebiografie of je schrijfonderzoek.

Het is belangrijk om een aantal voorbeelden als deze te gebruiken. Niet één, want dat maakt de aanwijzing te vaag. (Tenzij je die ene hint gaat uitmelken, maar dan duw je de informatie alsnog door de strot van je lezer, als in een infodump.) Gebruik ze ook niet te veel, want dan wordt de onthulling voorspelbaar en niet langer indrukwekkend.

De standaardreactie na een foreshadowingontknoping…

Foreshadowing per genre

Sommige hints zijn bijna als vanzelf een cliché, omdat ze vaak gebruikt worden in een bepaald genre of verhaalthema.
Je hoofdpersonage zit vast op een onbewoond eiland. Hé, daar komt flessenpost aanspoelen!
Zou het iets bevatten dat het personage van totale mentale inzinking weet te behoeden? Goh, hoe verzin ik dat toch…
In een romantisch drama wordt in opa’s huis een oude weggestopte brief gevonden. Op zolder. Met een strikje eromheen. Weet je zeker dat opa nooit heeft getwijfeld of hij wel met oma moest trouwen?
Ik weet in ieder geval zeker dat we er nu achter komen dat oma niet opa’s enige liefde is geweest.

Daar is ie weer: de goeie ouwe verzegelde liefdesbrief. Wat zou er nu toch met het verhaal gebeuren…?

Als iets cliché aanvoelt, is er sprake van foreshadowing, niet van een goede hint. Het lastige van foreshadowing versus hints geven is dat je met iets logisch moet komen, anders gaat je lezer de hint niet snappen. Als de puzzel op het eind van je verhaal niet lijkt te passen of te ingewikkeld is, helpt dat ook niet. Daarom zijn clichés zo populair: ze helpen je lezer iets makkelijk te begrijpen. Maar als het gaat om spanningsopbouw, zijn ze alles behalve handig. Hints geven binnen een bepaald genre vraagt een vergelijkbare techniek als het gebruik van clichés en tropes. Je moet weten hoe, waarom en in welke mate je ze gebruikt en hoe je ze kan verbuigen. Lees daar hier alles over.

De belofte van spanning: uitstellen van de ontknoping

De gouden regel om foreshadowing te voorkomen is: wat je ook doet, geef de onthulling niet onmiddellijk nadat je de hint hebt gegeven. Een hint belooft bepaalde spanning: een geheim dat zich langzaam ontrafelt, een moord die geleidelijk wordt opgelost of een opbloeiende romance. Daar smult een lezer van, omdat dat een verháál belooft, geen simpel feit. Laten we Roodkapje als voorbeeld nemen.
Roodkapje komt de wolf tegen. Je hebt een verhaal als je het sprookje op de vertrouwde manier verder vertelt, inclusief spanningsopbouw.
Roodkapje kwam een wolf met gevaarlijke tanden tegen. Wat een engerd! Roodkapje holde verder, maar de wolf had haar binnen drie tellen opgeslokt. Dat klinkt niet als een verhaal dat eeuwen mee kan gaan, toch? Het is alles behalve spannend. Na de hint van de scherpe tanden wordt Roodkapje vrijwel meteen opgegeten.
Zelfs al zou de houthakker Roodkapje daarna onmiddelijk bevrijden, dan nog zal de opluchting niet groot zijn. Je hebt namelijk niet lang genoeg in spanning gezeten om ergens opgelucht over te kunnen zijn.

Als de wolf je meteen opeet, heb je niet de tijd om de tanden te bekijken die hem zo eng maken…

Stel de ontknoping dus uit. Afhankelijk van hoe groot de hint en de ontknoping moeten zijn, kan dat variëren van een aantal alinea’s tot complete delen van een boekenreeks.

The green mile: een hemels voorbeeld van een hint

In de film ‘The green mile´ is een briljant voorbeeld te vinden van zowel uitstellen van de ontknoping als een standaard trope in je voordeel gebruiken.
In het begin van de film zie je de hoogbejaarde Paul naar een oude film kijken. In die film dansen een man en vrouw op een lied met de tekst I´m in heaven. Paul is zo geraakt dat hij hard begint te huilen.
De trope waarvan hier wordt uitgegaan (en die de kijker dus aanneemt als logische verklaring) is dat Paul ooit met zijn overleden vrouw op dit liedje heeft gedanst en dat hij haar vreselijk mist. Pas op het einde van de film kom je erachter dat dat niet zo is.

Paul werkte als gevangenisbewaker en moest gevangenen executeren. John, een van de veroordeelden, bleek niet alleen onschuldig, maar ook een godswonder: hij kon ziektes genezen en gestorvenen terug tot leven wekken. Paul wist van zijn krachten en zijn onschuld, maar moest hem toch terechtstellen.
Als laatste verzoek voor zijn dood wil John nog een keer een film zien. Hij krijgt dezelfde film te zien als de kijker in het begin en is geraakt door die dansscène. Nu blijkt dat Paul in het begin niet huilde om een overleden geliefde, maar om het immense berouw dat hem plaagt omdat hij een wonder van God heeft gedood.

Dit is een prachtig voorbeeld van ‘een cliché omdraaien’: het is de tegenpool van wat je verwachtte van de trope:
* een gevangene en zijn cipier versus twee geliefden;
* een aankomende executie versus een belofte van een/ de hemel.

Omdat deze hint wordt uitgesteld, heeft de kijker de tijd gekregen om in de personages en het verhaal te investeren. Daardoor voel hij zich meer betrokken en komt deze ontknoping (heel!) hard aan. De kijker huilt net zo hard als de oude Paul bij het vooruitzicht dat John gaat sterven.

Expositie: hoe maak je informatie bekend?

Expositie is de manier waarop je informatie uitlegt of gebeurtenissen onthult aan je lezer. Doe je dat goed, dan loopt je verhaal met een sneltreinvaart. Doe je het fout, dan gaat het faliekant mis.

Kenmerken van een slechte expositie

Als jouw personages alles uit hun wereld verklaren zodat de lezer weet hoe die in elkaar steekt, is er sprake van slechte expositie. Of als hij weet: over drie tellen komt er een onthulling waarvan de uitkomst voorspelbaar en saai gaat zijn. Kortom: slechte expositie is zo’n moment waarop de lezer denkt: moet ik daar nou echt op déze manier achter komen?
Je vindt een roman met een uniek en super interessant onderwerp en verheugt je op een geweldig verhaal. Het enige wat je krijgt is personages in de beloofde wereld die niets anders doen dan zeggen in wat voor wereld ze leven. Wat een domper, waar is het verhaal gebleven?

Iets vertellen of een verhaal lezen?

Let eens op het verschil tussen deze voorbeelden. In het eerste wordt het verhaal voorgekauwd, bij het tweede krijg je als lezer de kans om een verhaal ook echt te beleven.

Ik heb het vermoeden dat er iets mis is met de buurman, ik heb hem al zo lang niet meer gezien,” zei Mariska tegen Annabelle.

Na die laatste groet liep de lijkbleke buurman zijn huis weer in. Een week later hadden de kranten in de brievenbus van de buurman zich opgestapeld en had Mariska hem nog steeds niet gezien.
Wat is spannender? Dat laatste natuurlijk.

Expositie versus infodump

Zie je in het eerste voorbeeld overeenkomsten met een infodump? Slechte expositie en infodump lijken op elkaar, want ze vertellen allebei iets dat onnodige of te veel informatie betreft. Het verschil is dat infodump over feiten van het verhaal gaat en expositie over gebeurtenissen in het verhaal.

Expositie: personage op de preekstoel

Bij slechte expositie vertelt je personage wat er gaande is. Show don’t tell wordt zelden zo letterlijk. Hou eens op met praten, personage! Ik ben hier niet om een preek aan te horen, ik wil een verhaal lezen. Practice what you preach!
Dat praten is niet storend omdat het personage praat, het is vervelend omdat een personage ergens over praat: “Ik las gisteren in de krant over de vliegtuigcrash” versus: Frans zette de televisie en zag een reportage over een vreselijke explosie, die van een vliegtuigcrash afkomstig leek te zijn.

Dit soort preek is de enige die interessant kan zijn. Tenzij je personage een geestelijke is, hoeft hij er dus geen te houden.

Slechte expositie is als je saaiste geschiedenisleraar

Als slechte expositie de boventoon van je boek voert, is het net je saaiste geschiedenisleraar: “Oké. Mensen, Tweede Wereldoorlog. 10 mei 1940. Duitsland valt Nederland binnen. 6 juni 1944, D-day. 5 mei 1945. Nederland wordt bevrijd. 9 augustus 1945. Amerika bombardeert Nagasaki, wat het einde van de oorlog inluidde.” Oké. Zal wel. Als jij het zegt.
‘Als jij het zegt,’ zijn hier de toverwoorden. De geschiedkundige feiten kloppen allemaal. Maar als de leraar zegt het, moet jij het maar geloven. Prikkelt deze informatie je verbeelding? Niet echt. Ik zou er niks van onthouden. Deze informatie is slaapverwekkend droog en laat vragen als deze onbeantwoord:
* Hoe werd Nederland binnengevallen en weer bevrijd?
* Wat hield D-day in?
* Er zijn talloze steden gebombardeerd tijdens de oorlog. Waarom eindigde de oorlog dan met de bom van Nagasaki?

Uit de verhalende hand: de beste geschiedenisleraar

Dan is er de geschiedenisleraar die zijn vak verstaat:
“Stel je voor dat je met een parachute uit een vliegtuig in zee wordt gedropt. Op je rug heb je kilo’s aan wapenuitrusting. Als je op het strand aankomt, vallen je makkers dood naast je neer omdat de vijand de verrassingsaanval heeft opgemerkt. Jij kan ook elk moment sterven. Dat was de realiteit van een geallieerde soldaat tijdens D-Day.”
En deze geschiedenisleraar was er zelf niet eens bij! Zie je wat voor een kans je laat liggen als je een personage over zijn leefwereld laat vertellen als de opdreunende docent? Iemand die erbij is, beleeft de actie uit de eerste hand en dat heeft in een verhaal meerwaarde.

Expositie door voorwerpen

Voorwerpen kunnen zowel een handig als een clichématig middel voor expositie zijn. Houd als vuistregel aan: Hoe meer (emotionele) waarde het voorwerp heeft, hoe dramatischer en geforceerder de expositie overkomt.
Als iemand een trouwring heeft, is diegene bezet. Dat kan een handige, korte omweg zijn om informatie te geven, maar ook aanzet voor enorme drama.
Als Karin haar goede vriend Job tien jaar na de middelbare school terugziet, kan ze denken: Wat leuk, hij is getrouwd en daarna gezellig met haar oude vriend gaan kletsen. Maar ze kan ook diezelfde avond huilend in slaap vallen omdat ze in haar romantische hart nog altijd stiekeme hoop koesterde.

Als het over expositie gaat, heeft ‘waarde van een voorwerp’ vele gezichten: de prijs in euro’s, de emotionele waarde, of het belang van het voorwerp in het verhaal. Ook hier kun je een vuistregel aanhouden: hoe vaker een voorwerp voorkomt in het verhaal, hoe groter zijn waarde is.

Expositietrope: de brief

De brief is een bekende trope van voorwerpexpositie: er wordt een brief overhandigd met de eindresultaten van een forensisch onderzoek. Nu ontmaskert de lezer de moordenaar. Een document met de resultaten van een dna-test zegt dadelijk dat Harold toch niet de vader was.

Tot slot is er nog de verloren gegane liefdesbrief waaruit zal blijken dat Nezire toch voor Hassan had moeten kiezen. Hij is altijd van haar blijven houden! Dat ondertussen allang versleten strikje om die vergeelde brief schreeuwt: ER KOMT EEN ONVERWACHTE ONTHULLING AAN! (Je weet toch wel dat subtiliteit een voorwaarde is voor iets onverwachts, lief strikje?)

Een envelop waar zoveel liefde en aandacht aan is besteed, bevat geen boodschappenlijstje, maar een belangrijke onthulling.

Niet zo onverwacht meer dus… Als het zicht van het voorwerp alleen al denkbeeldig tromgeroffel aanwakkert, doe je iets niet helemaal goed. Tenzij je de trope creatief weet te verbuigen. Het lijkt een liefdesbrief, maar het is een vermomde bombrief!

Expositie herkennen door veel lezen

Zoals zoveel aspecten van het schrijven is expositie een kwestie van oefenen en uitproberen. Maar als je veel leest, zal je makkelijker structuren kunnen ontdekken. Succes!

Schrijven is schrappen

Schrijven is schrappen. Maar wat schrap je dan? Een aantal woorden, dialogen, complete hoofdstukken, of zelfs personages? Schrappen kan soms net zo lastig zijn als schrijven. Maar goed schrappen heeft ironisch genoeg goed schrijven tot gevolg. Je moet namelijk bepaalde schrijftechnieken begrijpen om te weten wat je weg kan laten.

Schrap langdradige teksten

Eindeloos vertellen of omschrijven is onnodig. Langdradige teksten zie je vaak in een infodump of bloemig taalgebruik. Vergelijk: ‘De kamer met donkergekleurde meubels, versleten tapijt, haakleedjes, koekoeksklok, asbak, houtkachel en droogbloemen had een nostalgische sfeer.’ met ‘De kamer deed met zijn houtkachel en haakkleedjes ouderwets aan.’ Omschrijven moet natuurlijk wel, maar je zal ervan schrikken hoeveel pagina’s (!) je in totaal kan besparen door hier en daar omschrijvingen te schrappen.
Als je mijn blogpost over bloemig taalgebruik hebt gelezen, dan weet je dat overdadig beschrijven show don’t tell in de weg staat. Wil je tekst schrappen, kijk dan of je misschien iets minder beschrijvingen kan gebruiken.

Schrappen in dialogen

Een meisje dat verkering vraagt, zegt in het echt iets als: “Ik vroeg me… nou, ik bedoel, uuh ik wilde uuh vragen… man, wat is dit lastig! We kennen, ik uuh, ik vind je uh heel… al… lang aardig en nu wil uuh.. Nou ja… wil je verkering?” Dit leest voor geen meter. Dus dan zou je eerder opschrijven:
“Ik uhh.. we kennen elkaar al zo lang, en.. ik mag je. Wil je verkering?” De aarzeling is nog duidelijk, maar de tekst verzandt niet in eindeloos gebrabbel, terwijl dat in wezen wel realistischer zou zijn.
Ik las laatst een boek waarin een personage een sigaret aanbood. Hij rookte Malboro, zij Camel. “Ik hoop dat u niet vies bent van Malboro.” werd beantwoord met: “Nee, daar ben ik niet vies van, graag zelfs, dank u.” Dat zijn elf woorden. Eentje (“Graag!”) had volstaan. Als de schrijver de beleefde omgangsnorm wilde benadrukken was “Dank u” erachteraan ook genoeg geweest. Dat scheelt nog steeds acht woorden.
Dat hele boek had deze schrijfstijl, dus ik legde het uiteindelijk weg. Ik deed langer over de eerste vijftig bladzijdes van dat boek dan over de eerste 125 van een vlot geschreven boek dat ik later die week las!
In dit voorbeeld komt ook nog iets belangrijks naar voren. De ‘Cameldame’ herhaalt vrijwel letterlijk de vraag van de ‘Malboroman’:
“Bent u vies van Malboro?’
‘Nee, daar ben ik niet vies van…”

Je lezer is niet dom! Ken je die belangrijke regel nog? Lees hem anders hier terug. Als je binnen twaalf woorden er acht vrijwel letterlijk herhaalt, dan voelt de lezer zich als dom bestempeld.

Te veel praten kan overweldigend worden voor je lezer: “Ja, ja, het punt is al duidelijk, hoor!”

Je kan hier aan show don’t tell een andere betekenis geven: Don’t tell: laat je personages niet onnodig praten. Als we praten tellen we onze seconden en woorden niet. Het boeit niemand of een bedankje één of drie woorden of seconden lang is. Maar dat is het ‘m net: je praat niet, je schrijft.

Wat is belangrijk bij schrijven en schrappen?

Het antwoord zit al in de vraag. Schrijf wat belangrijk is en schrap het andere. Ga ervan uit dat je eerder te weinig schrapt dan te veel. Je begint sowieso met veel tekst, dus dan kun je er ook (veel) uit verwijderen.
Als je bovenstaande stappen volgt, kom je al ver. (Tel voor de grap eens hoeveel woorden je zo schrapt uit vijf pagina’s tekst. Waarschijnlijk meer dan duizend!)

Schrijf op wat je zeker niet wil vergeten, als je de schrapmodus ingaat.

Wees niet bang om te schrappen. Je merkt het als je te veel hebt weggelaten. Je bent schrijver, dus voel je aan of weet je wat nog leesbaar is en wat niet. Als je ingekorte tekst niet meer fijn leest, kun je het altijd weer aanvullen. Bewaar eventuele persoonlijke pareltjes in je opschrijfboekje zodat je die niet definitief kwijt bent en je ze ergens anders in je verhaal kunt schrijven.

Schrappen en je personagebiografie

Een personagebiografie is meestal uitgebreid, omdat je er een schat aan informatie over je personages in kwijt moet. Bepaalde dingen moet je uitwerken, omdat je lezer anders geen beeld van je personage geeft en het verhaal onstabiel wordt. Maar waak ervoor dat je teveel uit die biografie met de lezer deelt. Infodumps liggen dan op de loer. Een infodump 2.0, zou je zelfs kunnen zeggen. In een personagebiografie schrijf je ook dingen op die jij als schrijver moet weten, maar die de magie van het verhaal voor de lezer onnodig kunnen verpesten.
Stel dat je schrijft over een loodgieter met een heldhaftig karakter. Hij is tot zijn beroepskeuze gekomen vanwege de doodgewone reden dat zijn vader ook loodgieter was. Maar als je dat gegeven openlaat en het heldhaftige karakter van de man alle aandacht geeft, kan het zijn dat je lezer denkt dat hij loodgieter wilde worden om verloren trouwringen uit de leiding te halen. Het kan in je voordeel werken om bepaalde informatie achter te houden.  

Infodump 2.0 in de praktijk

J.K. Rowling geeft al jaren veel informatie prijs uit de Harry Potter-serie die de boeken of films niet haalden, van details tot hele pagina’s uit personagebiografieën. De meningen daarover zijn zeer verdeeld. Vaak zeggen minder toegewijde fans dat al die aanvullende informatie het grote plaatje verpest: “We waren verliefd op de serie vanwege de toverkunst en de universele verhaalthema’s. Niet omdat we wilden weten of een onbelangrijk personage later ging trouwen.”
Daar zit een wijze les in: Als Rowling die details wel zo massaal had gedeeld in de boeken, had ze misschien nooit fans gehad. Die krijg je niet met een infodumphel. Rowling komt er enigszins mee weg omdat ze al een gigantische schare fans heeft, die niet genoeg van Harry Potter kunnen krijgen. Letterlijk niet.
Dus deel niet te veel personage-informatie. Behalve als je miljoenen fans over de hele wereld hebt, dan mag het misschien. Maar waarom heb je de schrijftips op mijn blog dan nog nodig? 😉

Schrijfonderzoek doen bij creatief schrijven

Je verhaal is ongeloofwaardig, vervelend en soms zelfs irritant als je geen onderzoek doet. Je lezer zal dan snel afhaken, dus het is heel belangrijk. In de post over schrijven over diversiteit geef ik er basisuitleg over.

Onderzoek je personagebiografie

Onderzoek je personagebiografie en ga goed na wat logisch is. Dat kan iets zijn wat je makkelijk kan bedenken. Een Drents plattelandsmeisje wil in New York gaan studeren en uiteindelijk in een vijfsterrenrestaurant gaan werken. Vanwege haar achtergrond heeft ze geen verstand van haute cuisine. Dan moet ze zich laten bijscholen of gaan stagelopen, anders krijgt ze die baan niet. Soms moet je ergens langer over brainstormen. Als je schrijft over een onderwerp dat je niet kent (cultuur, tijdperk, omgangsregels, wat dan ook) dan moet je meer onderzoek doen.

De belezen lezer

Je lijkt een schrijver van likmevestje als iets schrijft dat Wikipedia binnen twee minuten tegenspreekt. Stel dat je schrijft over Japan in 1700, waarin een Spanjaard naar Japan emigreert. Lees deze Wikipediapagina over de geschiedenis van Japan eens. Hoeveel minuten of zelfs seconden duurde het voordat je wist dat dat historisch gezien onmogelijk is? Niet iedere lezer weet dat. Maar een lezer die het wel weet, vergeeft je zulke luiheid niet. Reken er dan maar op dat je boek meteen wordt weggelegd, omdat je niet de moeite hebt gedaan om zelfs maar twee minuten feiten te controleren.

Duur van je schrijfonderzoek

Het kan weken, soms maanden duren om goed onderzoek te doen. Natuurlijk heb je binnen een halfuur nog niet voldoende gelezen over een (sub)cultuur of tijdperk. Als jouw personages daarin leven, moet je goed begrijpen welke gewoonten, wetten, sociale regels, enzovoorts er geld(d)en. Dat kan een enorm gevolg hebben voor een biografie van je personage en dus voor je verhaal. Onderzoek is dus niet zomaar gedaan.

Het belang van grondig schrijfonderzoek

Bepaalde feiten kunnen grote gevolgen hebben voor je personages. Denk aan een homoseksuele Arabier. Je moet uitgebreid onderzoek doen naar de wetten rondom homoseksualiteit in het Midden-Oosten om zijn verhaal geloofwaardig te houden. Zo kun je met ontwikkelingen en nuances spelen en een goed verhaal schrijven. Als je niets onderzoekt en alles verzint, gaat de lezer denken: “Ik weet niet waarom, maar dit klopt niet.” Daar hoeft hij zelf de regels niet (allemaal) voor te kennen. Je lezer is niet dom.

Doe je geen onderzoek? Hoe durf je! Je lezer kan protesteren door je boek weg te leggen.

Te veel informatie delen

Pas op voor de andere kant van de medaille: laat je personage niet alle regels en wetten vertellen aan een andere. Als je lezer daarover meer wilde weten, las hij wel een non-fictieboek. Expositie is een slecht vermomde infodump. Gebruik show don’t tell om belangrijke feiten duidelijk te maken. In een verhaal over de Europese middeleeuwen kun je beter schrijven: Jan lag doodziek en overdekt met rattenbeten op bed, terwijl een schuimbekkende rat wegschoot uit de woonkamer. In plaats van: “Er gaan geruchten dat iedereen sterft doordat de ratten ziekten met zich meebrengen. Zou dat waar zijn?”

Show don’t tell is belangrijk om de verbeelding van je lezer aan het werk te zetten. De rest komt dan vanzelf. Je lezer begrijpt echt wel dat een kamer vol met 24-karaats gouden kandelaren en Perzische tapijten toebehooren aan een rijke man. Als de beste man een rondleiding van zijn huis geeft, hoef je niet meer te schrijven: De man is steenrijk. Als je je feiten niet controleert of je lezer te veel voorkauwt, zal die zich bewust of onbewust als dom bestempeld voelen. Dan ben je hem kwijt en krijg je hem niet meer terug.

Hoi lezer, zo zie ik jou! Niet bepaald een goede manier om je lezer te behouden.

Personagegericht onderzoek

Onderzoek de leefwereld van je personages en zoek betrouwbare bronnen om meer informatie te verzamelen. Een paar voorbeelden. Als je schrijft over een:
advocaat:
* interview een advocaat;
* volg een cursus wetgeving voor beginners;
* zoek betrouwbare websites op over rechtspraak;

miljardair:
* kijk een documentaire die antwoord geeft op de vragen:
– hoe ziet zijn dagindeling eruit?
– welke schandalen treffen machtige en rijke mensen?
– hoeveel macht heeft een miljardair precies?

almachtig heerser
* zoek in de geschiedenisboeken op:
– wanneer en waar kwamen of komen ze voor?
– hoe kwamen ze aan hun macht?
– hoe hielden ze hun macht?
– hoe valt een dictatuur?

ziekte
* wat zijn de symptomen en gevolgen?
* hoe zien behandeling en revalidatie eruit?
* wat kan een ervaringsdeskundige vertellen?

Onderzoek bij het schrijven van fantasy

Omdat je bij fantasy letterlijk een hele wereld opbouwt, moet je daarvoor veel onderzoeken. Wat kan of mag er (niet) in je verhaal? Als je willekeurig met regels en magische wetten gaat strooien, is je verhaal niet meer te volgen. Je doet dus niet zozeer onderzoek, maar je schrijft eerder je eigen ‘wetboek.’ Dit heet ‘worldbuilding’.

Onderzoek voor een goede worldbuilding

Het kan handig zijn om onderzoek naar bepaalde mythologie te doen, zodat je daar inspiratie vandaan kunt halen. Zo is de steen der wijzen niet alleen iets uit Harry Potter. Dat voorwerp heeft een eeuwenlange geschiedenis. Eeuwenoude culturen schreven er al over. Als je je daarin verdiept, kom je meer over magie te weten, wat een stevige worldbuilding goed kan doen.

Terug de schoolbanken in?

Je mag alles verzinnen als je fantasy schrijft, maar hele vertrouwde natuurwetten (zoals fotosynthese) kun je maar beter laten voor wat ze zijn. Wil je er een beetje mee spelen, fris dan je biologie, natuur- aardrijks-of scheikunde op. Lees hier meer over schrijven met zelfbedachte elementen. Net zoals bij cultuur en geschiedenis, moet je de basis waar je over schrijft begrijpen. Zo weet je zeker dat je niet ongeloofwaardig overkomt. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: je lezer is niet dom en legt je boek gewoon aan de kant als het niet goed is uitgewerkt.
Daarom is onderzoek doen misschien wel het belangrijkste aspect van het hele schrijfproces!

Infodump: een stortvloed aan informatie

Een infodump is een stortvloed aan informatie. De lezer krijgt zoveel weetjes en details te verwerken dat die door de bomen het bos niet meer ziet. Na een infodump is onduidelijk wat belangrijk is, waar het verhaal eigenlijk naartoe gaat en erger nog: de lezer wil meestal niet meer verder lezen. Een infodump heeft veel weg van een date met een vreselijke spraakwaterval.

Infodump: de informatie blijft maar komen

Stel dat je op een eerste internetdate bent. Wat doe je als die als volgt begint te praten? “Hoi, ik ben Simon. Ik ben drieëntwintig jaar en ik heb bruin haar en groene ogen. Mijn profielfoto klopte dus hè? Hahaha. Ik ben de middelste in het gezin. Mijn zus Natalie is dertig en is romanuitgever en mijn twintigjarige broer Jasper studeert voor sportleraar. Ik zit in het afstudeerjaar van mijn studie economie. Ik tennis twee keer per week, hou van Jupiler en mijn favoriete reis was een drieweekse trip door Scandinavië. Nou, vertel jij eens wat over jezelf.”

Deze foto kan zowel van het internet of van Simon zelf komen, want Simon vertelt alleen maar feiten. De foto is net als zijn monoloog: erg onpersoonlijk en weinig informatief.

Een infodump spijkert je verhaal dicht

Dit is natuurlijk een rampzalige date. Want waar moet je nog over praten? Je weet eigenlijk alles al van Simon wat je normaalgesproken bij een eerste kennismaking te weten komt. En dat binnen een minuut. Simon spijkert al zijn gespreksonderwerpen dicht, zodat er totaal geen ruimte meer is voor verdieping. Stel dat je wilde zeggen: “O, wat grappig, ik overweeg ook om economie te gaan studeren. Bevalt het jou?” Daar had je geen kans voor, want Simon was toen al ergens bij Jupiler.

Plaats van een infodump

Een infodump komt meestal in het begin van een boek. Je ziet het ook vaak op momenten waarop een nieuw personage wordt geïntroduceerd. De schrijver bombardeert de lezer dan met een hele dump aan informatie, zonder context, nuance of waarschuwing.

Kenmerken van een personage-infodump

Kenmerkend aan een infodump bij een personage-introductie is het opdreunen van (nutteloze) details. Denk aan:

* leeftijd;
* haarkleur;
* oogkleur;
* hobby’s;
* routines.

Het idee achter een infodump is dat je weet wat voor vlees je in de kuip hebt. Maar dat is ook het enige voordeel. Als je het al een voordeel kunt noemen. Er zijn meer redenen waarom een infodump geen goed idee is, naast het feit dat deze manier van ratelen irritant leest.

Een infodump geeft nutteloze details

Als je alle details meteen opsomt, krijg je een ellenlange tekst en haakt de lezer af. Het is waarschijnlijk helemaal niet belangrijk dat de lezer (meteen) weet dat Simon groene ogen heeft. Mocht een specifiek detail wel degelijk belangrijk zijn, dan zal dat detail worden ondergesneeuwd. Zo vergeet de lezer de belangrijke informatie of leest die eroverheen.

Een infodump zet het plot op slot

Een infodump zorgt er vaak voor dat het verhaal over is voor het goed en wel is begonnen.
Het kortste verhaal ooit? Jij bent een aankomend schrijver en je date met Simon. “Mag ik het e-mailadres van je zus?”, vraag je. Je mailt je manuscript naar Zus de uitgever en een jaar later ligt je boek in de winkel. Dat verhaal is saai en veel te makkelijk. Alle informatie is al voor handen. Je weet alles al van Simon en het centrale conflict (je wil als schrijver een uitgever vinden) is al opgelost voordat het zich zelfs maar heeft aangediend.

Informatie gedoseerd aanbieden

Als Simon je meerdere dates geeft om alle informatie te verwerken, kan er een plot ontstaan. Uiteindelijk krijg je te horen dat Simon een zus heeft in de uitgeverswereld en heb jij al een voorzichtige relatie met Simon opgebouwd. Dat is een verhaal. Klein en pril als de relatie zelf, maar dat maakt niet uit. Er zit al meer diepgang in dan in die ene minuut van de infodump.

Infodump in Harry Pottercontext

Een makkelijk voorbeeld van de mogelijke schade van een infodump is om Sneep uit de Harry Potter serie er een te geven:
“Ik ben een dubbelspion. Ik hoorde de profetie en besefte dat Voldemort Lily en haar zoontje Harry wilde vermoorden. Lily was de enige liefde in mijn leven, dus ik wilde alles doen om haar en Harry te beschermen. Het maakte me niets uit dat Harry’s vader de grootste pestkop uit mijn jeugd was. Voldemort heeft mijn verzoek om Lily’s leven te sparen niet ingewilligd. Sindsdien sta ik aan de kant van Perkamentus, die samen met mij Lily en later Harry beschermde en Voldemort probeerde te doden.”

(Potterfans: “Always” verliest nu al zijn kracht!)

Ik schrijf in vijf regels waar J.K. Rowling duizenden pagina’s voor gebruikte. Dat is niet zonder reden. Personages hebben een biografie, een geschiedenis. Die komen niet tot hun recht als je die bovenop je lezer uitstort. Je moet (cruciale) informatie achterhouden en verspreiden over je verhaal. Voor een spetterende onthulling of plotwists en sowieso voor een vlot geschreven verhaal. Zelfs als je Harry Potter niet gelezen hebt, kun je wel bedenken wat er met een verhaal gebeurt als je meteen vertelt aan welke kant de dubbelspion staat.

Een infodump is als schrijven in schreeuwerige koeienletters: je vergroot je details zo ontzettend, dat de rest van de tekst erbij verbleekt.

Hoe voorkom je een infodump?

Deze vuistregels helpen je op weg om een infodump te voorkomen:

* Bedenk welke informatie over je personage meteen belangrijk is om te weten. Meestal zijn dat karaktereigenschappen, niet de uiterlijke kenmerken of leeftijd.
*Geef aanleidingen of hints voor aankomende actie of drama. In de eerste pagina’s moet je de lezer voor je winnen. Je kan ook meteen met drama of actie starten. In medias res kan een techniek daarvoor zijn.
* Als je toch details van het uiterlijk van een personage wilt geven, gebruik dan show don’t tell: “Ik ben klein,” wordt: “Mijn vriend kwam thuis van zijn werk en moest bukken om me een kus te kunnen geven.

Regieaanwijzingen: beschrijf de mate waarin iets gebeurt

Wat is een regieaanwijzing?

Regieaanwijzingen zijn werkwoorden die de intensiteit van een actie duidelijk maken. Denk aan: lopen of rennen, praten of schreeuwen of kauwen en smakken. Waar gebruik je regieaanwijzingen voor?

Een regieaanwijzing beeldend uitgelegd

Stel je voor dat je een acteur bent en de regisseur je regieaanwijzingen geeft: “Je mag niet meer lopen, want dat is saai. Schuifelen, rennen, hobbelen; alles mag voortaan, zolang je maar niet simpelweg loopt. Sprint alsof je moet vluchten voor een scherpschutter. Sluip alsof je gevolgd wordt door een detective.”
Zo is er onmiddellijk duidelijke drama, romantiek of actie. Precies waar de regisseur op uit is. Dat lijkt een goed idee, maar dat is het niet altijd.

Voorbeelden van regieaanwijzingen in een tekst

“Goedemorgen, Rob!” roept moeder aan de ontbijttafel.
“Goedemorgen, mam!” schreeuwt Rob terug.
Moeder rent naar de keukenkast en rukt daar de cornflakes uit. De ontbijtgranen vliegen in het rond en storten neer op de grond.
Met deze woorden klinkt het net alsof ontbijten één grote actiefilm is en de explosievenopruimingsdienst al paraat zou moeten staan.

Een scène zonder regieaanwijzingen

“Goedemorgen, Rob.”
“Goedemorgen, mam.”
Moeder loopt naar de keukenkast en haalt daar de cornflakes uit. Er vallen een paar stukjes ontbijtgranen uit de doos.

Saai? Dat klopt, maar een ochtendgroet en een doos cornflakes pakken zijn ook niet bijster interessant.

Laten we eerlijk zijn, dit hoef je niet te verwachten bij een cornflakesontbijt.

Een balans vinden in het gebruik van regieaanwijzingen

Een balans vinden in het gebruik van regieaanwijzingen is lastig. Beginnende schrijvers zoeken hier vaak een middenweg in die nog steeds te heftig uitpakt. Dan staat de eod niet meer voor de voordeur, maar wel paraat op de sneltoets van de telefoon:
“Goedemorgen, Rob!” jubelt moeder aan de ontbijttafel.
“Goedemorgen, mam,” kreunt Rob terug.
Moeder huppelt naar de keukenkast en pakt de cornflakes. Een paar stukjes ontbijtgranen vallen op de grond neer. “Geen probleem, die veeg ik wel op,” zingt moeder.
“Doe maar,” mompelt Rob.

De tekst hierboven wil laten zien dat de moeder goede zin heeft en de zoon een ochtendhumeur. Dat is geslaagd, want je huppelt niet als je slechtgehumeurd bent. Het gaat alsnog mis omdat er veel regieaanwijzingen worden gebruikt in een korte tijd. En daar wordt een verhaal op den duur doodvermoeiend van.

Goed gebruik van regieaanwijzingen bij de cornflakesscène

De cornflakes kan gewoon op de grond vallen. Niks aan de hand. Als de cornflakes op de grond vliegt, zit er intensiteit achter. Hoeveel intensiteit hoef je niet meer uit te leggen, want dat vertelt het woord ‘vliegt’ immers.
Je kan cornflakes uit de kast pakken, dat is neutraal. Je kan hem ook uit de kast rukken. Dan gaat het met meer kracht en laat het zien dat je kwaad bent. Als je ‘goedemorgen’ glimlacht, ben je gewoon goed opgestaan. Als je het jubelt, heb je waarschijnlijk net de loterij gewonnen.

Regieaanwijzingen in de praktijk uitproberen

Je kunt de eerdergenoemde opdracht van de regisseur zelf uitproberen. Dan wordt het effect heel duidelijk. Zeg de volgende keer niets als je bij iemand koffie gaat drinken. Ga in plaats daarvan alleen maar schreeuwen, fluisteren, jubelen, enzovoorts. Doe het in een mate die ervoor zorgt dat je gesprekspartner denkt of vraagt: “Waarom schreeuw/fluister/jubel…je?”
Ik durf er gif op in te nemen dat hij je òf doodvermoeiend òf gestoord vindt. Met schrijven is dat niet anders. Als je constant regieaanwijzingen geeft, wordt je tekst op den duur erg langdradig of zwaar om te lezen.

Regieaanwijzingen schrijven vergt een goede woordkennis

Als je regieaanwijzingen wil gebruiken: ken je woorden. Je moet een goed beeld hebben op welk punt van een tienpuntenschaal het woord dat je wil gebruiken zich bevindt. Schreeuwen is bijvoorbeeld heftiger dan roepen. Zo schat je in hoe de regieaanwijzing aankomt bij de lezer, welke regieaanwijzing je moet gebruiken en of dat überhaupt nodig is.

Licht, camera en (de bijpassende) actie!

Regieaanwijzingen en show don’t tell

Zoals je misschien al opgemerkt hebt, hebben regieaanwijzingen een zekere mate van show don’t tell in zich. Als je bang bent dat je te veel regieaanwijzingen gebruikt, kun je ze vervangen door show don’t tell of ze ermee aanvullen. Een vervanging:
“Goedemorgen mam,” kreunt Rob.
 wordt:
“Goedemorgen mam.” Rob neemt plaats aan tafel met ongekamde haren en dikke ogen.
Een aanvulling:
“Goedemorgen mam,” kreunt Rob. Hij kijkt moeder niet aan, maar wrijft in zijn ogen.
In beide voorbeelden laat show don’t tell merken dat Rob moe is. Door deze aanvulling hiervan zie je niet alleen waarom. Er wordt ook iets anders duidelijk: Zoon is moe, maar niet per se chagrijnig. In de oorspronkelijke zin was dat niet uit te sluiten. Het woord ‘kreunen’ geeft hier namelijk wel een ongenoegen aan, maar je kunt om verschillende ongenoeglijke redenen kreunen. Als we niet méér informatie hebben (bijvoorbeeld over het karakter van de zoon of de omstandigheden in het gezin) kan Rob om talloze redenen kreunen. Hij kan moe zijn. Of hij is een puber die zich voor elke actie van zijn moeder schaamt, dus ook als ze hem een goede morgen wenst alsof hij nog een kleuter is.

Regieaanwijzingen goed gebruiken

Er zijn natuurlijk momenten waarop je regieaanwijzingen gerust kan gebruiken, anders wordt je tekst heel droog. Er is helaas geen kant-en-klaar antwoord op de vraag: Wanneer, hoe of hoe vaak moet je regieaanwijzingen gebruiken? Dat leer je door veel oefening. Een belangrijke vuistregel is in ieder geval: je verhaal moet boeiend zijn, maar je moet ook in staat zijn om rustig te ontbijten, zonder dat je bang bent dat de eod binnen twee minuten voor de deur staat.

Geniet van je ontbijt! 🙂