Zo wordt een tekst prekerig: bang voor het probleem

Vraag jij je wel eens af of je met je verhaal net iets te prekerig is? Er zijn verschillende oorzaken die jou als schrijver een moraalridder kunnen laten lijken. Eentje die veel voorkomt, is het probleem waarover je schrijft liever besproken dan opgelost ziet. Dat valt je als schrijver niet zo snel op. Daarom gaan we kijken hoe je in die val kan trappen en hoe je die kan vermijden.

Een moraal aan je verhaal meegeven

Vaak zijn verhalen een manier van de schrijver om een bepaald moraal aan de kaak te stellen. En terecht: verhalen waarin je personages schrijft die net als mensen ontwikkelingen en problemen doormaken, zijn fijner om naar te luisteren dan simpele leuzen die we vaak horen en maar al te snel beu worden, vanwege de herhaling. “Wees mileuvriendelijk!” “Stop overcomsumptie!” “Wees aardiger voor elkaar.” Mensen houden niet van continue wijzende vingertjes. En dus staan ze meer open om te lezen over een boodschap die als verhaalthema in een verhaal is verweven.

Het moraal van het verhaal aan de tekentafel

Als je een verhaal een moraal meegeeft, dan zijn je personages uitdragers daarvan. Zij gaan dingen tegenkomen in hun leven die het belang van dat moraal duidelijk maakt. Maar omdat het een verhaal is, waarin meerdere aktes en personagegroei en conflicten in voorkomen, moet dat niet vanzelf gaan. Anders heb je geen verhaal, maar een gegeven. Bedenk maar eens hoe saai een boek zou zijn:
“Stop overconsumptie!”
In hoofdstuk 1 kijken de personages naar hun overvolle huis, in hoofdstuk 2 maken ze een lijstje van alles wat ze kunnen missen. Dat verkopen ze in hoofdstuk 3 en vanaf hoofdstuk 4 zijn ze schoolvoorbeelden van minimalisme. Dat is supersaai. Bovendien zou het boek na hoofdstuk 4 ook eindigen.

Daarom maak je van het probleem wat je met het moraal duidelijk wil maken ook iets waarbij het personage moet vallen en opstaan. Let op: zodra je op dit punt bent belandt aan de tekentafel, sta je op een kruispunt. Het belangrijkste verschil is de boodschap die je daarmee als schrijver meegeeft in het verhaal dat je uit gaat werken.
Zeg je: ‘proberen is goed genoeg’? Of: ‘voeg daad bij het woord’? Doe je dat eerste, dan wordt je verhaal gevoelig voor een vervelende preektoon.

Zo werk je een preektoon in de hand met je moraal

Je werkt een prekerig moraal in de hand als je personages ergens voor gaan. Maar dan wel zo dat ze nét genoeg doen om beter te zijn dan iemand die op de bank blijft zitten en niet protesteert, maar ook zodanig weinig dat een echt verschil uitblijft.

Een voorbeeld: ‘Help de armen!’. Dus geeft je personage daklozen steeds 2 euro als die er een ziet. Maar het personage verdient een half miljoen en vindt het na die ‘mooie daad’ van 2 euro niet meer nodig om vrijwilligerswerk te doen voor de voedselbank, een bewustzijnscampagne op te zetten of een mooi bedrag aan de daklozenopvang te doneren. Het probleem is niet zozeer een zekere mate van hypocrisie. Het maakt het vervelend om over te lezen, maar de echte valkuil zit hem in de onbereidheid om rauw te schrijven.

Schrijven over een moraal zonder echte gevolgen

Als je wil dat een moraal goed overkomt, moet je duidelijk maken dat het doel waarnaar je personages streven niet makkelijk te bereiken is. Anders hadden we met z’n allen armoede, oorlog, honger en mileuproblemen allang ‘opgelost’. Dat betekent dus dat je personages gedurende het plot mee moeten maken hoe schrijnend dat probleem echt is. Waarom die actie die zij willen zien zo hard nodig is. Maar dat betekent dus dat ze dat ook onder ogen moeten zien. De bedelaar is beter af met die 2 euro dan zonder. Dat is zeker zo. Maar het stelt je personages ook in staat om weg te kijken, omdat ze hun portie al hebben gedaan. Met andere woorden: ze blijven in een comfortzone zitten. De letterlijke, niet-narratieve comfortzone in dit geval. En dan is het cirkeltje van met het vingertje wijzen weer rond. Want dan kunnen de personages zeggen: “Och, die arme armen. We moeten er álles aan doen om dit probleem aan te pakken.

Een moraal schrijven in een verhaal wat echte gevolgen heeft

Wil je een moraal wel laten slagen, dan moeten de personages een oprechte groei doormaken terwijl ze zich inzetten voor het goede doel of voor een bepaald recht. In het voorbeeld van armoede willen bestrijden kan je denken aan voorbeelden als:

  • Je held, een vader, gaat vrijwilligerswerk bij de voedselbank doen. Daar ziet hij kinderen die niet zomaar gevoed kunnen worden.
  • In de Sinterklaastijd geeft deze vader zijn kinderen elk zo’n 300 euro aan cadeaus met pakjesavond en zo’n 50 euro aan schoencadeautjes. Bij de voedselbank hoort hij dat een andere vader al trots is als die zelfstandig de kosten voor een enkele chocoladeletter voor de hele Sinterklaasperiode kan betalen.
  • Vader sluit zichzelf buiten tijdens een ijskoude nacht. Het duurt meerdere uren voordat hij weer warm binnen zit. De dag erna ziet hij een dakloze en beseft Vader dat die elke dag met kou te maken hebben en niet eens een huis hebben om naar (terug) te gaan.

Met andere woorden: zorg ervoor dat je personage dat ergens over wil preken, of oproept tot actie, ook echt onder ogen krijgt waar die zich voor inzet. Hoe je dat ook doet: zorg ervoor dat wegkijken niet mogelijk is. Niet voor je held, maar ook niet voor je lezer.

Hoe zorg je ervoor dat je personage niet wegkijkt van een probleem?

Je kan je personage nog altijd laten wegkijken als het met nare dingen te maken krijgt. Zoals iemand de deur achter zich dicht kan trekken op het werk en daar tot aan de volgende dag niet meer aan denkt. Je kan meerdere dingen doen om dat te voorkomen, maar als er één regel voor is: besteed er voldoende woorden aan. Geef de lezer de tijd om het op zich te laten inwerken. De techniek show don’t speak kan hier ook bij helpen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Thibaut Santy verkregen via Unsplash

Hoe schrijf je goede samenhang in een boek?

Een verhaal houdt vaart als er een samenhang in het verloop van de gebeurtenissen zit. Als je het hebt over het algemene plot, dan is actie-reactie daar een goed handvat voor. Maar soms leent een scène zich niet voor iets met een uitgesproken actie, omdat er meer subtiliteit nodig is. Of moet een bepaalde actie pas veel later in het boek een duidelijk gevolg of betekenis krijgen. Dan kan je voorwerpen en symboliek gebruiken om ervoor te zorgen dat je scènes ook op grotere schaal een samenhang houden.

Wat is het verschil tussen oorzaak en gevolg en samenhang in een boek?

Een verhaal blijft vlot lezen als de gebeurtenissen in het plot met elkaar te maken hebben. Er zijn veel schrijftechnieken die je kan inzetten om ervoor te zorgen dat het verhaal een mooi geheel krijgt. Je kan zaaien en oogsten, uitgaan van actie-reactie, verhaalthema’s uitlichten, de grootste angst van je personage als drijfveer gebruiken, het plot invullen aan de hand van het willen en nodig hebben van je held… De lijst gaat maar door. Al deze manieren kan je grofweg opdelen in oorzaak en gevolg en samenhang.

Oorzaak en gevolg heeft voorbeelden zoals je die verwacht bij dit begrip. Er gebeurt iets en het heeft een zichtbaar, concreet en onmiddelijk gevolg. Samenhang is naar verhouding abstracter en kan verschillende zaken aan elkaar verbinden, zonder dat het directe gevolgen heeft of hoeft te hebben voor het plot. Het is meer een schakel dan een gebeurtenis. Kijk eens naar de tabel voor enkele voorbeelden.

Oorzaak en gevolgSamenhang
Een huwelijksaanzoek start voorbereidingen voor een bruiloft.Een en dezelfde pen wordt door drie generaties schrijvers in een familie gebruikt.
Een schets van een personage wordt voor veel geld verkocht, en een nieuwe tekencarriére is een feit.Iemand die graag tekent, wordt door verschillende mensen aangemoedigd om ermee verder te gaan.
Iemand wil wraak nemen en het slachtoffer breekt een been door de wraakactie. Twee personages mogen elkaar niet en daardoor is de sfeer in de groep om te snijden.

De voorbeelden van de tekenaar en de groepssfeer zijn belangrijk om naar te kijken om het verschil tussen de twee categorieën goed te begrijpen. Hoewel de tekenaar vanwege de aanmoediging uiteindelijk die kostbare schets kán maken, is dat niet wat er per se gebeurt. De aanmoediging kan ook een manier zijn om het zelfvertrouwen van het personage te laten groeien, zonder dat er een doorbraak in de tekenwereld bij komt kijken. En de nare groepssfeer komt telkens weer terug, bij iedere bijeenkomst. De ene keer is er misschien een uitbarsting, de andere keer is er vrij weinig aan de hand. Maar die algemene gespannen sfeer kan er wel voor zorgen dat personages buiten de bijeenkomsten om menen geheimen te moeten bewaren. Je schrijft dan niet letterlijk op: de gespannen sfeer zorgde ervoor dat Shauwn niets vertelde aan anderen, maar met show don’t tells verspreid over meerdere scènes of hoofdstukken schrijf je wel over zijn ongemakkelijke gevoel. Er is geen directe oorzaak en gevolg die je zou kunnen aanwijzen als een plotpunt, maar het zorgt er wel voor dat er een verhaalthema kan ontstaan. Het is als een deus ex sceana op grotere schaal.

Wat gaat er fout in een boek zonder samenhang?

Samenhang is heel belangrijk in een verhaal. Als je alleen schrijft met (zichtbare) actie reactie, loop je het risico dat het verhaal gaat lezen als een opsomming van ‘en toen en toen en toen’. Een goede scène is een verhaal in het klein, maar met dat in het achterhoofd kan je in de val trappen dat die verhalen net iets te veel opzichzelf staan. Daarom zijn elementen van samenhang niet alleen handig, maar ook belangrijk om in je verhaal te verwerken.
Je kan deze samenhang zoeken in voorwerpen, of symboliek en thematiek. Zolang het maar iets is dat scènes een element geeft dat terug te vinden is in meerdere scènes.

Samenhang als een symbolische Mac Guffin

Een Mac Guffin is een voorwerp dat je personages zoeken om een hoger doel te bereiken. Vind het superdrankje en je kan de draak in een klap verslaan, zonder bang te hoeven zijn dat het misgaat. Op pad! Dit cliché is niet zo’n slimme techniek: de aandacht van het verhaal verplaatst algauw te veel naar het drankje, niet naar het doel om de draak te verslaan, of de heldenreis van de held.
Maar een MacGuffin kan als middel voor samenhang wel aardig werken. Kijk daarvoor nog eens naar het superdrankje. Wat voor superkracht krijg je er precies van? Waarom vinden personages het om hun persoonlijke redenen een aantrekkelijk idee om hun leven te wagen voor deze superkracht? Het kan macht, aanzien of rijkdom zijn. Je kan het drankje, een afbeelding ervan of het recept ervoor, of de superkracht die je ervan krijgt dan vervolgens terug laat komen in een scène. Letterlijk, thematisch of symbolisch. Waak ervoor dat je daar dan geen vele regels of complete scènes aan wijdt. Schrijf het liever zoals je dat zou doen bij een belangrijk detail dat steeds weer opduikt. Geef het tot ongeveer vijf regels een duidelijk schijnwerpermoment.

Schrijf over deze ‘Mac Guffin’ in belangrijke beats in het plot. Momenten die aan te wijzen zijn als: op dít moment gebreurt er iets waardoor het plot veranderd. Denk aan een verhaal waarin je door flashbacks leert hoe de relatie van een paar personages tot stand is gekomen. Stel dat zij vrienden zijn die elkaar schrijven en een mooie vulpen afwisselen. Die vulpen symbool staat voor de kern van hun vriendschap. Op momenten dat het thematisch, symbolisch of in een dialoog tot zijn recht komt, kan je die vulpen, of zelfs schrijfpapier, inkt, of postzegels dan het middel van samenhang maken. Laat dat even aan bod komen, zodat de lezer het opmerkt en er betekenis aan toekent in de verschillende momenten dat wordt genoemd in het verhaal. De vulpen krijgt zo nooit een ‘hoofdrol’ in een scène, maar voegt wel een mooie (symbolische) rode draad toe aan je verhaal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door amirali mirhashemian verkregen via Unsplash.

Hoe schrijf je over saamhorigheid in je boek?

In een boek gebeuren vaak veel dramatische dingen. Dat is nodig voor een goede spanningsboog. Maar natuurlijk moeten er ook mooie momenten worden geschreven. Liefde, doorzettingsvermogen: fijne emoties zijn een boek niet vreemd. Maar saamhorigheid is lastig om over te schrijven. Want het is fictie eigen om een nodige dosis drama en ellende aan een verhaal toe te voegen. En saamhorigheid, dat is de émotie waar iedereen het met elkaar eens is en elkaar lief vindt of steunt. Dat is dus moeilijker schrijven dan je misschien denkt. We gaan kijken hoe je dat doet.

De lastige punten van schrijven over saamhorigheid

Laten we eerst eens kijken waarom saamhorigheid van zichzelf een beetje botst met een aantal belangrijke narratieve voorwaarden voor een boek.

En nog buiten deze narratieve voorwaarden kan saamhorigheid van zichzelf zoesappig overkomen. Saamhorigheid is wat dat betreft een grappig verschijnsel. Het voélen is heerlijk, van een afstandje zien maakt dat het soms klef aanvoelt. En als je erover leest, is dat dus niet uit de eerste hand. Oppassen geblazen dus. Maar deze zelfde punten kan je omdraaien om in je voordeel te gebruiken. En dan komt saamhorigheid ook in je boek over alsof de lezer het uit de eerste hand beleeft.

Een narratieve ruzie bij saamhorigheid

Een narratieve ruzie gaat uit van het principe ”Ja en…’ en ‘nee want…’. Het is een manier waarop personages op elkaar aanhaken om de actie-reactie van een scène of een plot gaande te houden.

Als verschillende personages samen een doel willen bereiken, hebben ze alsnog hun eigen persoonlijkheid, normen en waarden en zelfs kwaliteiten. Ook al staan alle neuzen dezelfde kant op, over het precieze plan van aanpak kan er alsnog een meningsverschil ontstaan.
“Laten we een actie op touw zetten om geld in te zamelen voor Serious Request.”
“Prima, we gaan koekjes bakken!”
“Net als de rest van Den Bosch. Origininaliteit is belangrijk, anders vallen we niet op en dan halen we ook minder geld op. Kwestie van marketing,” zegt een personage dat in sales werkt.
“Maar koekjes verkopen is toegankelijker en persoonlijker dan iets groots en ludieks. Is dat minstens niet net zo belangrijk?” vraagt de meer gemoedelijke inzamelaar zich af.

Uiteindelijk hebben deze twee hetzelfde doel voor ogen, dus daar komen ze wel uit. Misschien zelfs een beetje te makkelijk voor een fatsoenlijke spanningsboog. Dus dan komt de volgende stap.

Willen en nodig hebben bij saamhorigheid

Wat deze personages willen is een hoog bedrag voor het Glazen Huis, wat ze nodig is hebben is een akkoord over de manier waarop ze dat gaan doen. Kijk eens naar je personages. Is er iets in hun persoonlijkheid, overtuigingen of geschiedenis dat verhindert dat ze het samen eens worden. Misschien speelt er zelfs wel een grote angst mee. Wie weet is het personage dat koekjes wil bakken wel doodsbang voor zichtbare optredens in het openbaar. In dit voorbeeld is er een verschil te zien tussen een introvert en een extrovert personage.

Een conflict bij saamhorigheid

Als je personages eensgezind zijn over hun doel en ook een plan van aanpak hebben, moet er nog iets gebeuren, wil je zoetsappigheid uit de weg gaan. En dat is een conflict: waar het met vallen en opstaan gaat. Wil je hier niets alsnog in de zoetsappigheidsvalkuil vallen, laat dit dan een extern conflict zijn, dus iets waar de personages onderling geen ruzie hebben, en dat ze ook niet kunnen sturen. Zorg er ook voor dat het vallen en opstaan ook echt momenten hebben waar de irriraties over en weer gaan. Het is niet alleen maar een kwestie van opnieuw proberen, er moet ook echt uitdaging op de loer liggen. Niks dus, ‘schouders eronder en doorgaan, en niet zeuren.’ Laat hier zien dat personages hun emoties niet altijd de baas zijn, niet de God van hun papieren wereld zijn en dus ook een vindingrijkheid en doorzettingsvermogen moeten kunnen tonen.

Afsluitende zinnen bij een scène van saamhorigheid

Als alles is geregeld, gedaan en afgelopen is, kom je misschien wel bij het moeilijkste gedeelte. Want schrijf je hier een wrap-up en een einde dat schreeuwt ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’, dan doe je al je harde werk van de stappen hiervoor bijna teniet. Vooral bij het einde moet je oppassen dat je niet schrijft hoe de personages elkaar tevreden aankijken of letterlijk uitspreken hoe fantastisch alles is (verlopen). Ook sfeeromschrijvers zijn hier best riskant. Het kan een mooi slot zijn om nog een laatste ‘blik’ te werpen op de saamhorigheid van de scène te werpen’, maar die het dan gevoelsmatig nog een stapje subtieler dan je normaalgesproken zou doen.

Je kan ook kiezen voor een open einde: laat je personages dan het einddoel halen, maar wek de indruk dat ze hierna nog met elkaar nog iets anders gaan doen dat niet per se iets met het saamhorigheidsdoel te maken heeft. Dan geef je het goede doel de nodige aandacht, maar vergeet je ook niet dat er personages in het spel zijn die meer zijn en doen dan goed zijn voor de wereld. Dat zij ook nog een eigen karakter hebben, is op het laatste moment niet verkeerd om nogmaals te vermelden.

Ik schrijf deze post terwijl Serious Request 2025 nog gaande is: de teller staat momenteel op een recordtussenstand van ruim 10,1 miljoen. Ongelooflijk, wat ben ik als inwoner van Den Bosch trots! Heb jij het Glazen Huis dit jaar of andere jaren ook gevolgd? Je kan van een (soortgelijke) mooie beleving van saamhorigheid een schrijfoefening maken: schrijf een kort verhaal over het Glazen Huis en test deze tips over schrijven over saamhorigheid eens uit!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe schrijf je een scène waarin sfeer voorop staat?

Een scène moet alltijd verandering brengen en in beweging zijn. Omdat scènes de aaneenrijgende elementen zijn die een verhaal tot een geheel maken, is dat niet zo gek. Een verhaal is geen vaststaand feit, het gaat alsmaar verder, van het begin tot aan het einde. Maar hoe zit het dan met een scène waar een sfeer voorop staat? Een moment waarop lezer of personage om zich heen mag kijken om de situatie voor zichzelf te schetsen? Laten we eens kijken waarom een goede sfeeromschrijving in een boek zo ontzettend krachtig kan zijn.

Waarom zijn sfeeromschrijvingen nodig in een boek?

Sfeeromschrijvingen maken het decor van je scène. In plaats van dat je personage in een geluidsdichte witte ruimte staat, zijn er bloeiende bloemen om van te genieten tijdens een mooie lentedag, helpt de regen om te klagen dat alles altijd tegenzit en zal je ietwat verlegen personage op een ontspannen feestje alsnog makkelijk contact leggen met anderen. Als je niet voldoende woorden aan je sfeeromschrijving besteedt, zijn je plot en personages misschien wel interessant, maar zal je lezer zich er alsnog weinig voor interesseren omdat het alsnog erg droog overkomt.
Alsof je een lekker gerecht hebt dat zodanig weinig is gekruid dat het alsnog erg flauw en daardoor nog steeds niet echt goed smaakt.

Sfeeromschrijvers zijn snel vertragend voor een scène

Een goede scène is in wezen altijd in beweging. Omdat het een verhaal in het klein is, gebeurt er altijd iets noemenswaardigs in. Of je nu een personage beter leert kennen, of er een plotpunt in gang wordt gezet, de scène moet de lezer iets nieuws vertellen. En daarom kan het lijken alsof sfeeromschrijvers als decorstuk van een verhaal niet teveel ruimte in een scène mogen innemen, of zelfs een hele scène kunnen dragen. En dat is zeker waar: een sfeeromschrijving loopt een groot risico om te eindigen als een stuk tekst met bloemig taalgebruik. Als er een huwelijksaanzoek wordt gedaan, kan je wel eindeloos schrijven hoe mooi het zonlicht op het water van het prachtige vijvertje valt en hoe de hemel roze kleurt terwijl hij met bibberende knieeën controleert of de ring nog veilig in zijn zak zit terwijl er een schattig vogeltje… Dat effect: de romance, hét moment van het aanzoek zelf, wordt dan helemaal ondergesneeuwd.

Van sfeeromschrijvers naar sfeerbelevers

Wil je een scène schrijven waarin de sfeer toch op de voorgrond komt, om de omgeving of de emotie helemaal in te laten werken op de lezer of het personage, dan is het de truc om de details die je meeneemt niet te zien als sfeeromschrijvers, maar als sfeerbelevers. Dan gaat het niet meer zozeer om hoe alles eruit ziet, maar hoe het personage die zaken beleeft. En als verlengde daarvan: hoe het personage daardoor een verandering doormaakt als het gaat om gemoedstoestand, levensinzicht, of een besef van het verschil tussen willen en nodig hebben. In dat opzicht zijn scènes waarin de sfeer voorop staat uitstekend voor aha-momentjes voor een personage.

Zie sfeeromschrijvers als een foto, waarop je de dingen die het decor maken aan kan wijzen. ‘Wat dit huwelijksaanzoek het perfecte decor gaf, was de treurwilg in de hoek lijnksonder en de gouden rand van de zonsondergang die je rechtsboven in de foto ziet.’ Sfeerbelevers zijn de gedachten die door het hoofd van je personage gaan, hoe het lichaam trilt, hoe de laatste zonnestraal de warmte geeft die ervoor zorgt dat de zenuwen wat minder worden. Alles wat optelt tot het moment, maar wat niet zozeer aanwijsbaar is. Dit kan je relatief klein houden en bij het personage houden.
Maar je kan het ook vanuit een groter perspectief bekijken.

Om het huwelijksaanzoek als voorbeeld te houden: loop als een figurant door de ‘filmset’ van dit huwelijksaanzoek. Wat zie, hoor, voel of ruik of merk je als relatieve buitenstaander van de actie van dit moment? Let wel: als figurant op afstand speel je niet in het verhaal mee. Je observeert slechts wat dit decor ideaal maakt voor wat er gaande is.
Een zacht briesje door het gras, een fijn tintelende verwachting… Dadelijk wordt er ‘ja’ gezegd, op een zachte, persoonlijke manier. Deze aanstaande bruid gaat niet de hele buurt bij elkaar schreeuwen.
Zorg ervoor dat je lezer het gevoel krijgt óók op die filmset te willen rondlopen om datzelfde gevoel ook mee te maken. Ga er niet van uit dat dat gebeurt, maar streef er eerder naar dat je die ingrediënten daarvoor aan de lezer geeft. Dit is ook het moment waar subtiele symboliek goed tot zijn recht komt. Je geeft een sfeerbeleving de meeste ruimte als je beschrijvende taal gebruikt die ondergeschikt is aan de algemene beleving. Zo voorkom je bloemig taalgebruik.

Kijk maar eens naar het cliché dat de een in de mooie ogen van een ander verdrinkt. Dan werkt het veel beeldender om te zeggen hoe fijn het moment is om bij de ander te zijn, en je geliefd en veilig te voelen dan wanneer je twintig verschillende woorden voor ‘schitteren’, ‘hemels’ probeert in je tekst te passen of maar blijft bedenken welke van de vier tinten groen die je kent het meest mooi lijken voor dit moment van Cupido’s voltreffer.

Wat maakt het moment?

Om een sfeeromschrijving te transformeren naar een sfeerbeleving , ga je dus vooral uit van wat het moment tot het moment maakt wat je wil schetsen. En daar heb je soms meer dan een paar tientallen woorden voor nodig. Net zoals er momenten in het leven zijn die ook langer lijken te duren mag je daar in je boek ook de tijd voor nemen. Als de sfeerbeleving het ‘verhaal van de scène’ wordt, laat dat verhaal dan zijn dat een bepaalde gemoedstoestand, een bepaalde sfeer of een bepaalde ingeving het startpunt wordt voor de volgende scène. Zo wordt een scene niet alleen meer een beeldvorming van een specifiek moment, maar de aanzet van iets wat de rest van je boek nog bij kan blijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Mark Harpur verkregen via Unsplash

Alles over het schrijven van een ochtendroutine

Schrijven over een ochtendroutine is een van de ergste dingen die je kan doen aan het begin van een boek. Maar waarom is dat en wanneer vormt dat de uitzondering op de regel? In deze blogpost gaan we daar naar kijken.

Een ochtendroutine is stilstand

Een ochtendroutine beschrijven is een van de meest gangbare en makkelijke manieren om de introductie van een boek meteen te verknallen. Dat komt omdat het verhaal zeker in de eerste pagina’s een verandering moet beloven. Een verandering is namelijk iets waar steeds iets nieuws over te zeggen valt. Per definitie blijft het niet hetzelfde. En een verhaal is dat in zekere zin ook niet. Als je schrijft over een romantisch stelletje en je zegt: ‘Ze zijn verliefd’ is dat een feit, geen verhaal. Het is een vaststaand iets waar geen beweging in zit. Het verhaal zou zijn: ze leerden elkaar op een vakantie kennen en ze werden verliefd toen ze voor het eerst samen naar de zonsopgang keken.” Dat is misschien nog geen spectaculair verhaal, maar er zit beweging in. En dat is belangrijk om te onthouden:

Bedenk dat je aan het begin van het verhaal eerder beweging moet laten zien, dan dat je iets moet introduceren.

In een ochtendroutine mist die beweging. Je beweegt je misschien van je bed naar de badkamer naar de keuken. Maar in de narratieve betekenis is dat stilstand, omdat er niets verandert.

Zo breng je de ochtendroutine in beweging

De ochtendroutine kan interessant worden als je hem in beweging brengt. Daarvoor moet je kort(!) de illusie van een doodnormale ochtend geven. Maar om die omschakeling effectief te maken, moet je net iets anders doen dan je zou verwachten.

Als je een ochtendroutine schrijft die mis gaat omdat die statisch en saai is, zie je daarin vaak dat er dingen worden beschreven waarvan je zou denken: dit leert ons iets over het personage. Bijvoorbeeld: je personage kijkt in de spiegel en ziet een man van middelbare leeftijd die niet tevreden is met zijn alledaagse uiterlijk. Daarna trekt hij zijn vaste outfit aan: een geblokt overhemd. De conclusie die je daarmee hoopt duidelijk te maken aan de lezer: deze man is alledaags en saai.

Als je de ochtendroutine op zijn kop wil zetten, kan je de dag zelf zoals ieder ander beginnen, maar dan focus je je heel kort op de eigenlijke acties van die routines. Acties die iedereen doet, en die niets over het personage zelf zeggen. Laat je held dus douchen en aankleden, zonder dat daar een moment van kijken in de spiegel bij komt kijken, waarbij je lezer iets over je personage kan ‘leren’. Je held stapt gewoon onder de douche vandaan, waarna er plotseling dat ene allesomvattende telefoontje komt. Wees hierbij gewaarschuwd dat dit trucje clichégevoelig is. Maar de regel dat er beweging in een ochtendroutine móet komen om ook maar een kans te kunnen maken om interessant te lijken, is in dit voorbeeld goed zichtbaar. Je kan deze truc minder vatbaar voor een cliché uitwerking maken door in medias res te gebruiken.

Een ochtendroutine is geen kennismaking

Nog een reden dat een ochtendroutine zo slecht werkt, is omdat het geen kennismaking is. In de vorige paragrafen kon je lezen dat je niet zozeer op een introductie moet mikken als je begint met het schrijven van een verhaal. Dat komt omdat je ook daarmee weinig tot niets belangrijks te weten komt over de wereld van je personage of het personage zelf. Denk maar aan het woord introductie, of het zinnetje “introduceer jezelf eens.” Dan wordt er vaak iets gezegd wat erg oppervlakkig is en wat je personage gemeen kan hebben met duizenden andere mensen/ personages:

“Hoi, mijn naam is Personage, ik ben 36 jaar oud, ben gelukkig getrouwd, heb twee kinderen en ik werk als leerkracht.”

Natuurlijk komen al deze zaken in meer of mindere vorm terug in het boek. Er zullen dialogen met de kinderen en wederhelft komen, en ook zal er iets naar voren komen van het leven op school. Misschien speelt er zelfs een groot deel van het plot zich daar af. Maar deze zaken op zich zeggen niets. Je maakt geen kennis met de wereld waarin zich dat allemaal af gaat spelen. Een kennismaking kan de vorm van een show don’t tell aannemen. Laat bijvoorbeeld in een korte scène zien hoe deze leerkracht totaal geen orde kan houden in de klas en daardoor helemaal geen plezier in het werk heeft. Dan maak je echt kennis met de held, de wereld en misschien ook al het verhaalthema:
Dit gaat over een onzeker persoon in het onderwijs, waar ontevredenheid met het leven centraal staat. Dat belooft wat, want als er onvrede in het spel is, zal je personage er alles aan doen om de situatie te veranderen. Hé kijk, verandering, geen stilstaand gegeven, een aanstaand verhaal!

Als je een (ochtend)routine beschrijft, schrijf dus wat daarin verandert ten opzichte van al die andere gewone dagen. En zorg dat die verandering een kennismaking is van iets dat later in het verhaal belangrijk blijkt te zijn. Later kan hiermee betekenen: veel later, zoals bij een puzzelstukje voor een plottwist, of als aanloop naar het verlaten van een comfortzone, vrij vooraan in het verhaal.

Maar eerlijk is eerlijk: het feit blijft dat je het schrijven van een ochtendroutine beter kan vermijden. Het laat een slechte eerste indruk achter. Vergelijk het met het echte leven en dan spreekt het voor zich waarom het niet interessant is. De een drinkt in de ochtend thee, de andere koffie, maar de reden dat we het er zelden tot nooit over hebben is omdat het gewoon een vreselijk saai gespreksonderwerp is. Er gebeurt niets wereldschokkends, je doet het zonder al te veel nadenken… Een heel goede schrijver is misschien in staat om het meest eenvoudige gegeven interessant op te schrijven, maar dan nog zijn er zijn er altijd zaken die je gewoon maar beter kan schrappen. En misschien is het beschrijven van een ochtendroutine daar wel het allerbeste voorbeeld van.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto doorJulian Hochgesang verkregen via Unsplash.

De plaats van de puzzelstukjes van een plottwist in een verhaal

Als je een diepzinnig of spannend verhaal schrijft, komt daar vroeg of laat een plottwist bij kijken. Maar je kan niet aan een plottwist beginnen voor je aan het verhaal zelf begonnen bent. Dat is de basisregel voor een plottwist. Maar hoe zit het dan met die kleinere onderdelen die de plottwist maken: de puzzelstukjes?

De opbouw van een plottwist

Een belangrijke basisregel van een plottwist is: eerst investeren, dan omkeren. Een lezer moet eerst weten waar het verhaal over gaat, voordat je het over een compleet andere boeg kan gooien. Maar dat gaat over de twist zelf. Dat moment dat zegt: “En nu gebeurt er ineens iets anders.” Tot dat moment zit een plottwist als het ware verstopt. Als een lezer zoekt, kan die puzzelstukjes vinden, maar een plotwist is niet zoals een verhaallijn die je ziet ontvouwen. Wat dat betreft heeft een plottwist niet echt een opbouw in de zuivere zin van het woord.

De zichtbaarheid van puzzelstukjes

Omdat een plottwist dus verstopt zit en geen opbouw heeft, kan je op ieder moment in je verhaal puzzelstukjes voor een plottwist geven. Gebruik symboliek, woordspeling, of hint naar een onderliggend verhaalthema. Die vrijheid en creativiteit om daar een beetje mee te spelen heb je nodig om de plottwist ook de nodige onvoorspelbaarheid en onzichtbaarheid te geven. Dat komt dus mooi uit: als iets verstopt zit, zit het het plot ook niet in de weg. Tegelijkertijd moeten de puzzelstukjes ook te herleiden zijn of een symboliek hebben die een ‘o ja-effect’ met zich meebrengen zodra de onthulling daar is. Dat brengt ons bij een vuistregel voor puzzelstukjes van een plottwist:

Het plot heeft altijd voorrang op een puzzelstukje, maar het puzzelstukje moet wel zichtbaar blijven in de lopende tekst of het plot.

Een zichtbaar puzzelstukje aan het begin van een verhaal

Een puzzelstukje van een plottwist mag zichtbaar zijn aan het begin van een verhaal. Sommige puzzelstukjes hebben een mooi grijs gebied die een hint geven die er achteraf duimendik bovenop liggen, maar waar je niet meteen bij stilstaat. Een goed voorbeeld hiervan is het personage Remus Lupos uit de Harry Potterserie, die later in het boek een weerwolf blijkt te zijn. Remus komt uit het verhaal van Romulus en Rumus, die door een wolf worden opgevoed en Lupos ligt heel dicht bij het latijnse Lupus, wat wolf betekent. Als je geen reden hebt om daar twee keer over na te denken, valt dat niet zo snel op. Het is te raden, maar zonder context wordt de lezer daar niet echt toe uitgenodigt.
Wees er bij dit soort zichtbare puzzelstukjes wel alert op dat je ook met hele (taalkundig) slimme lezers te maken kan hebben, die de hint wél meteen snappen. Weet dus in ieder geval in hoeverre het erg is als de mensen je hint wel meteen in de smiezen hebben. Desnoods kan je die nog wat verplaatsen.
Om erachter te komen of je puzzelstukje past aan het begin van je verhaal, vraag je een handjevol mensen of proeflezers: “Ik heb hier een woordspeling. Snap jij hem?” En geef desnoods een beetje context. Zo kun je testen hoe overduidelijk – of juist niet- je verwijzingen zijn.

De rol van een puzzelstukje aan het begin van een verhaal

Natuurlijk kan het ook dat je juist van het begin af aan wil dat je lezer een puzzelstukje, of een bepaalde symboliek opmerkt. Dat kan een hele goede plek zijn om meteen duidelijk te maken waar je lezer op moet letten, of om te vertellen waar die aan toe is wat betreft thema’s verhaallijnen of de karaktertrekken van je personage. Om te weten of je daarin te veel ergens de nadruk op legt, of te veel van de lezer verwacht als het gaat om ‘kan je dit raden?’ kijk je nog eens naar de vuistregel die eerder is genoemd. Het plot heeft voorrang. Als je op wat voor manier een goede introductie riskeert om er maar voor te zorgen dat de lezer iets snapt, dan kan het puzzelstukje nog wel even op zich wachten.
Een eenvoudig voorbeeld hoe dit mis kan gaan, is met een As you know Bob-achtige dialoog:

“Harry, vergeet je paraplu niet, er is een fikse regenbui voorspeld” als het je bedoeling is om een spreekwoordelijke storm aan te kondigen. Die symboliek is te voordehandliggend, zo niet cliché. Als je nooit zou schrijven dat het ene personage de ander aan een paraplu zou herinneren omdat het de dialoog zou vertragen, schrijf het er dan zeker niet in omwille van die symboliek.

Vagere puzzelstukjes in het begin van het verhaal

Als je een puzzelstukje wil maken van een symboliek die niet zo algemeen bekend is, ga dan niet uit van veel voorkennis van de lezer. Zelfs als de symboliek uiteindelijk een duidelijk en diepgaand thema vormt. Een voorbeeld:

De meeste mensen weten wel dat Japan bekend staat om kersenbloesems, maar meestal niet dat ze daar symbool staan voor vergankelijkheid en bepaalde filisofieën. Als je verhaal zich (toch) in Japan af gaat spelen, kan je kennismaking met de kersenbloems en de bijbehorende symboliek laten afspelen op het moment dat de bloesems in volle bloei staan. Je personage is dan een van velen die de bloesems komen bewonderen. Dat werkt beter dan wanneer je hoofdpersoon in het vliegtuig al een filosofisch ingesteld persoon tegenkomt die tussen de regels door (‘achteraf’) al een Japanse filisofie belichaamt.

De andere valkuil is dat je tijdens je eerste scène in Japan dan iedereen laat praten over hoe bijzonder het is dat die bloesems maar twee weken bloeien en dat een enkele regenbui ze kan verwoesten. Of nog erger: dat een reisleider de hele filosofie achter die bloesems haarfijn uitlegt aan iedereen die langskomt. Probeer het dan juist subtiel te houden. Laat je personage bijvoorbeeld heel erg van het moment genieten, in de wetenschap dat het mooie hier en nu weer overgaat. Dat is ook vergankelijkheid. Laat de bloesems dan het decor zijn voor dat gevoel. De link met het symbool komt dan later wel.

De foto bij deze blogpost heb ik dit voorjaar zelf gemaakt. Als geheugensteuntje: probeer je eens voor te stellen dat je dit voor je ziet en je ter plekke gaat bedenken wat de symboliek is achter de bloesems, of de geschiedenis van de tempel. Geloof me, dat doe je niet 😉

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit kan je doen als je verhaalidee cliché lijkt

Clichés zijn pas vervelend als ze lezen als dat dertien-in-een-dozijnverhaal. Maar soms zijn ze zo hardnekkig dat alleen het noemen van een bepaalde trope al kan klinken alsof een verhaal vreselijk cliché wordt. Wat doe je als die ene trope de bouwsteen van je verhaal vormt en gevoelig is voor clichés?

‘Schrappen ermee!’ kan niet altijd

Iedereen weet dat een verhaal over een arm-en-rijk-koppel eindeloos vaak is verteld. Dus dan is het de meest logische optie om dat inkomensverschil gewoon geen ding te maken en iets anders te schrijven. Maar voor jouw verhaalthema is dat wel degelijk belangrijk. Alleen schrijf je niet het cliche dat de rijkeluisdochter niet mag trouwen met haar ‘sloeber’ Romeo, omdat de ouders daarop tegen zijn. Jij schrijft over de kloof tussen arm en rijk met intriges, plottwists en allerlei andere zaken die het plot spannend maken.

Dus nee, jij kan niet zomaar de kloof tussen arm en rijk schrappen, waar je dat normaalgesproken wel zou doen. Maar zolang je in het verhaal nog niet aan de intriges en diepgang toekomt, bestaat de kans dat je lezer het verhaal te snel doorzien denkt te hebben of het als irritant cliché beschouwt.

Een tactiek is dan om het cliché niet zozeer als bouwsteen, maar als vaststaand feit in je verhaallijn te beschouwen.

Een cliché als bouwsteen in je verhaal

Op een bouwsteen bouw je voort. Dat is de trope waar alles mee start. In het geval van een cliché is die bouwsteen alleen heel vaak gebruikt en wordt die storend voorspelbaar. Maar belangrijk voor in deze blogpost is: met een bouwsteen alleen heb je nog geen verháál. Een stel met een inkomenskloof is een stel met een inkomskloof. Punt.
Het wordt pas een verhaal als er actie-reactie in het spel is. Of zeurende ouders of… Iets waarover je kan vertellen. En dat kan je nog niet met het simpele gegeven: het inkomen van deze mensen scheelt veel. Want dat komt vaker voor, maar dan is het niet meteen spannend genoeg om over te schrijven. Het gegeven zelf is dus neutraal of zelfs doodsaai.
Maar dan komen de zeurende ouders en krijg je een narratieve ruzie: tegengestelde belangen, slaande deuren, plotontwikkeling enzovoorts. Voilá, een verhaal. Je bouwt dus voort op de bouwsteen die je hebt. Lees: je besteedt het hele boek aan het uitwerken van dat ene bouwsteentje. Dat hoeft niet erg te zijn, tenzij dat bouwsteentje van zichzelf dus heel cliché is.

Een cliche als gegeven schrijven

Je kan nog steeds een verhaal met een clichlé als belangrijkste plotpunt of uitgangspunt schrijven. Maar dan moet je het geen bouwsteen meer maken, maar een startpunt. En dat startpunt is dan een gegeven dat gewoon zo is, zonder dat dat om verdere uitleg vraagt. Denk aan iets als: ‘Julia houdt niet van kippensoep’. Tenzij je een plot bedenkt waarin Julia onder dwang kippensoep moet eten en Romeo haar daarvan moet redden, is het helemaal niet nodig om zoiets feitelijks veel aandacht te geven of uit te schrijven.
Als je starttrope makkelijk uitgroeit tot een cliché omdat die vaak als onnodige bouwsteen wordt gebruikt, behandel deze trope dan als Julia’s kippensoep, niet als de grootste bouwsteen voor je verhaal.

Een cliché als sfeeromschrijver

Als je een clichégevoelige trope hebt die je meteen duidelijk maakt als gegeven voor je verhaal, probeer die dan te schrijven alsof het een sfeeromschrijving is. Dan krijgt de lezer voldoende informatie mee om een beeld van je verhaal te vormen, en wordt het ‘cliché’ mooi in je verhaal verweven, in plaats dat het er duimendik bovenop ligt.

Denk hierbij aan het spookachtige verlaten huis en de kapotte ramen, spinnenwebben en rotte houten planken. Schrijf je daar niet over, dan kan je ook niet verder met het verhaal. Want voordat je lezer weet waarom je held de zenuwen heeft, moet die dat spookhuis hebben gezien. Maar de belangrijkere vraag is: hoe en waarom komt je held bij zo’n spookhuis terecht en wat gebeurt er vervolgens?
Dat plot moet je in een redelijk snel introduceren: de beschrijving van huilende wind en wegschietende muizen blijft geen drie pagina’s lang interessant. Dus ga snel op zoek naar de schat die er te vinden zou zijn, de persoon die ergens gekneveld wordt vastgehouden…

Beginnen met een sfeeromschrijvend cliché

In ons voorbeeld van rijk-en-arme Romeo en Julia kunnen de zeurende ouders dan ongeveer zo als sfeeromschrijver worden weggezet:

Papa Julia ziet niets in arme sloeber Romeo. Vader woont driemaal per week een bijeenkomst bij met leden uit de hogere kringen van de stad. Laat geld, status, pracht en praal zien. En ook vooral dat pa ofwel neerkijkt op het plebs, of het heel belangrijk vindt dat Julia zich als dame binnen de high society ontpopt en Romeo daarvoor als potentieel obstakel ziet. Laat Julia vervolgens naar Romeo gaan en pa daar getuige van zijn. Houd het kort en subtiel: Julia hoeft geen donderpreek te horen. Er kan ook een hoge pief een wenkbrauw optrekken als die ziet dat mejuffrouw Julia met Romeo omgaat, waarna paps beschaamd van die zakenpartner wegdraait.

En dan gaan Romeo en Julia samen naar het dierenasiel waar ze elkaar leerden kennen en als missie hebben om hondje Hilda met haar gebroken poot weer te leren lopen. En de episode van hondje Hilda is dan de voorbode van het grotere plot waarin Romeo en Julia allebei uitgroeien tot belangrijke figuren in de dierenrechtenbeweging. Waarbij de ouders van Julia zo af en toe nog een keer kunnen dwarszitten.

Want in het geval van een/ onze Romeo en Julia is dat een belangrijk aandachtspunt: vinden ze elkaar echt leuk of vinden ze elkaar alleen maar knap? Anders gezegd: ga nog even goed na of je al hebt nagedacht wat je al voor (andere) bouwstenen hebt om je verhaal helemaal mee te kunnen dragen. Je mag met een cliché beginnen, maar dan moet je wel goed weten wat je daarna gaat doen om je verhaal vervolgens niet alsnog heel cliché of oppervlakkig te laten verlopen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Klara Kulikova verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: omdat de schrijver het zegt

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: omdat de schrijver het zegt. 

Het cliché

Of het nu een koppeltje is dat met elkaar moet eindigen, of de lezer medelijden zou moeten hebben met een ziek personage, of het landschap prachtig moet vinden: zodra de schrijver iets vindt, moet de lezer het met de schrijver eens zijn. Zelfs als daar helemaal geen inleiding, reden of tekst en uitleg aan te pas komt. 

Waarom stoort dit cliché zo?

Een verhaal heeft in meer of mindere mate altijd een oorzaak en gevolg. Personages worden vrienden omdat ze samen een avontuur zijn aangegaan, een verhaal is spannend omdat er iets op het spel staat, of een landschap is mooi omdat de sfeeromschrijving goed is neergepend. 

Zonder serieuze inspanning van de schrijver wordt een verhaal alleen maar dertien in een dozijn, hoe spectaculair of uniek je verhaal in theorie ook is. ‘Omdat ik het als schrijver zeg’ is een uitgangspunt dat nooit werkt. Net als een kleuter dat vaak doet, zou de lezer zich altijd moeten afvragen: ‘waarom?’

De oorzaak van het cliché: slechte of startende schrijver

Een schrijver die denkt een lezer zomaar mee te krijgen, is slecht bezig. Waarom een schrijver dat denkt, dan verschillende oorzaken hebben:

  • De schrijver heeft een te groot ego of te weinig zelfreflectie
  • De schrijver is te lui
  • De schrijver heeft nog te weinig uitgewerkt aan de tekentafel. De schrijver weet: mijn romantische verhaal speelt zich af in de renaissance. Meer nog niet. Dus ook niet wie de Romeo en Julia zijn en wat de aantrekkingskrachttussen hen gaat vormen. 

Het cliché fiksen: er werk van maken 

Een schrijver met een te groot ego denkt dat die per definitie perfect schrijft, wat de uitwerking alleen maar slechter maakt. Als je te snel denkt dat je goed schrijft, schrijf je vaak volgens het ‘omdat ik het zeg’-principe. Feedback verwerken vind je dan vaak ook irritant, terwijl dat essentieel is om jezelf als schrijver te ontwikkelen. 

Een zekere mate van arrogantie is ook bij de luie schrijver het grootste probleem. Er worden duizenden boeken per jaar geschreven. Dan is het nogal een aanname dat lezers jouw boek als vanzelf leuk vinden alleen omdat je een keer schrijft dat het triest is dat bij tante Bep een ernstige ziekte is geconstateerd. En dat nog voordat de lezer weet wie Bep is of van wie ze überhaupt de tante is. 

Een schrijver aan de tekentafel is nog met die vragen bezig en loopt de kantjes er niet van af, maar heeft juist zin in dit ‘kennismakingsproces’ met het eigen verhaal. Dat voorkomt vrijwel altijd ‘omdat ik het zeg’ in de uitwerkingsfase.

Of je verhaal maar 300 woorden is, of een hele boekenreeks van honderdduizenden woorden omvat, als schrijver moet je weten waarom je verhaal uniek is. En hoe je dat bewerkstelligt. 

Tips voor het verminderen van het cliché

  • Ben je geen arrogante of luie schrijver, maar gewoon nog bezig aan de tekentafel? Enkele vragen om jezelf te stellen: 
  • Bij onderlinge relaties tussen personages: heb je een aanwijsbare reden waarom zij elkaar liefhebben, hekelen of raar vinden?
  • Bij sfeeromschrijvingen: heb je zintuigrijk schrijven al onder de knie?
  • Wat betreft het plot: Heb je duidelijke clues? Gebeurt er genoeg ‘tussendoor’ om van een vroege oorzaak een later gevolg te maken? 
  • Bij worldbuilding: zijn je wetten logisch en niet via infodump bekendgemaakt? 
  • Weet je hoe je dialogen kan schrijven zonder een ‘As you know Bob?
  • Ken je de intrinsieke motivatie van de personages waarover je schrijft? 

Hiermee zou je al een heel eind moeten komen. Succes! 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Sivani Bandaru verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je een boek met een gebalanceerd woordenaantal

Het woordenaantal van een boek is een belangrijkere houvast dan je misschien zou denken. Het kan je behoeden voor allerlei valkuilen van creatief schrijven en als je weet hoe je de houvasten moet lezen, kan je je hele boek en schrijftechniek er inhoudelijk mee verbeteren.

Wat is een goed woordenaantal voor een boek?

In absolute aantallen geldt het volgende voor diverse soorten boeken:

* 20.000 tot 55.000 woorden voor een kinderboek.
* 70.000 tot 80.000 woorden is klein maar fijn voor een roman.
* 80.000 tot 100.000 woorden voor een gemiddelde roman.
* meer dan 100.000 is veel voor een roman, maar normaal voor een genre waar worldbuilding noodzakelijk is, zoals bij fantasy en science fiction.

Maar het draait er tijdens het schrijven vooral om dat je weet hoe je een woordenaantal kan inzetten of moet bewaken. Daarvoor moet je weten hoe een redacteur naar een verhaal kijkt en wat een lezer wil beleven. Die combinatie levert een verhaal op waar iedereen van gaat smullen.

Een redacteur wil een ‘nuttige’ tekst

Denk als schrijver tijdens aan de tekentafel al aan de slush pile. Niet alleen omdat je die straks moet overleven als je naar een uitgever stapt, maar ook omdat je in je eerste 1500-2000 woorden ook een vlotte introductie wil hebben om je verhaal mee te starten dat zaaien en oogsten belooft. Schrijf dus:

  • liever een situatieschets dan een personageschets
  • geen routineschets, maar een eerste aanzet voor latere actie
  • liever over een mogelijk ‘waarom?’ of ‘hoe?’ dan een feitelijk ‘wat?’
  • meteen wat er op het spel staat, expliciet of tussen de regels door.

Kortom: mik op liefde op het eerste gezicht, niet op lust op het eerste gezicht.

Doe je het bovenstaande allemaal goed, dan is een redacteur daar erg blij mee. Die kijkt namelijk niet naar een tekst zoals een lezer dat doet. Om het heerlijk duidelijke cliché van de ridder en de draak maar weer eens te gebruiken: zo kijkt een lezer en een redacteur naar dat verhaal..

Dit schrijf je dit vind de lezer leuk hier let een redacteur opdit interesseert een redacteur
de boerenknecht gaat in riddertrainingals hij knap, klungelig of grappig is.of duidelijk is of wordt waarom juist deze knul in training gaat. Wat maakt hem in het grote geheel van het verhaal daar geschikt voor?of de training laat zien wat het groeiproces gaat worden
Vrouwe Catharina kijkt geïnteresseerd toe als hier een koppel van komt.of vrouwe Catharina geen sexy lamp is.waarom vrouwe Catharina, en niet vrouwe Agatha?
Help, drakenvuur!als Ridder stoer isof Ridder zijn getrainde technieken toepast. waarom dit gevecht ondanks de training nog steeds een uitdaging is voor Ridder
Nog een draak!als er Ridder het gevecht even dreigt te verliezenwaarom het mogelijk is dat Ridder dit gevecht inderdaad kan verliezenwaarom deze draak überhaupt nog tevoorschijn komt
Ridder wordt als held onthaaldals Ridder wordt beloondof zijn heldenreis een logisch geheel vormt. of je wrap-up en einde een passende conclusie vormen.

Kortom: zorg dat je schrijft voor verdieping (van de personagebiografie, bijvoorbeeld) of antwoord kan geven op de vraag: komt dit later ergens terug op een manier die zich vertaalt naar een element in de drie-aktenstructuur of een subplot? Lees: is het belangrijk voor het verháál, of werk je alleen naar een oneliner of geforceerd moraal toe?

Zo kan je een woordenaantal in een boek afkaderen

Als je naar je verhaal kijkt zoals een redacteur dat doet, heeft dat een aantal positieve effecten voor je woordenaantal. Dat komt omdat je bij het toepassen van dezelfde blik, bijna als vanzelf gaat merken dat iets héél lang in woorden, scènes of hoofdstukken voortsleept. En als alles even belangrijk is (lees: het woordenaantal past in verhouding bij dat wat je wil zeggen), heeft dat een aantal bijkomende pluspunten:

  • Je verspilt in dialogen geen honderden woorden aan koetjes en kalfjes.
  • Die dialogen hebben het nodige conflict.
  • Als je weet wat het nut of doel van een scene is, weet je ook of deze scène naar verhouding wat langer mag zijn in je verhaal.
  • Wat je kort en krachtig schrijft, komt ook echt binnen
  • Je weet wanneer sfeeromschrijving eerder 100 dan 25 woorden nodig heeft, of juist andersom. Anders gezegd: je weet hoe je effectief een toon kan zetten.

Een redacteur kijkt bijna, soms zelfs helemaal volledig naar de tekst volgens de methode van Chekhov’s gun. Die kan voor een schrijver heel erg vermoeiend zijn om continu aan te houden. Dat hoeft ook niet, want dat kan de schrijversflow verstoren. Maar als je tijdens het schrijven of bij een eerste revisieronde merkt dat je bij de eerste van je twintig hoofdstukken al op 8000 woorden zit, kan het handig zijn om toch op deze manier naar je tekst proberen te kijken. Al is het maar omdat zeker het begin en de comfortzone naar verhouding rapper moeten worden afgewerkt.
Spijker desnoods je kennis bij van de losse elementen van de drie-aktenstructuur om zo wat meer fingerspitzengefühl te krijgen bij waar je kort en krachtig moet zijn en waar je juist langer bij zaken stil mag staan, ook wat betreft woordenaantal.

Blijf schrijven voor de lezer

Uiteraard moet je ook nog schrijven op zo’n manier dat het verhaal voor de lezer aantrekkelijk blijft. Een redacteur pakt een verhaal in verhouding veel te systematisch aan, waar een lezer een boek eerder gevoelsmatig beoordeeld. Daarover hoef je niet te veel na te denken. Dat is schrijven zoals je het intuïtief aan zou pakken. Daarvoor stel je jezelf vragen als:
is het verhaal nog spannend? Is er een reden om voor de personages te juichen? Een beetje zoals de lijst met vragen voor proeflezers. Maak je wat dat betreft niet te druk om het woordenaantal. Je kan later nog woorden verwijderen of toevoegen als het nodig is.

Negen van de tien keer is een ongebalanceerd woordenaantal de oorzaak van een mindere beheersing van bepaalde schrijftechnieken, of onbegrip van een goede verhaalstructuur. Maak je wat woordenaantal betreft dus niet te druk om wat de lezer daar inhoudelijk van gaat merken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Aedrian Salazar, verkregen via Unsplash.

Hoe lang moet je een heldenreis introduceren?

Het introduceren van een heldenreis is ontzettend belangrijk. Als je lezer weet wat voor persoon je personage is en waar het voor gaat strijden of van gaat groeien, blijft het verhaal spannend, omdat de vraag ‘wat gebeurt er nu’ blijft hangen. Maar dat ‘blijven hangen’ kan ook een probleem worden als er niet iets moet blijven, maar juist iets in actie moet komen.

Het belang van een goede kennismaking met een verhaal

Een verhaal dat te snel start, zegt zoveel als: ‘Oké, deze held bevindt zich in een benarde situatie en gaat daartegen vechten. Voor de mensenrechten die in het eigen leven ontbreken. Mensenrechten gun je iedereen, toch? Mooi. Oké, nu juich je voor de held en maakt het verder niet uit of die ook een fatsoenlijke personagebiografie heeft en eigen wensen en angsten. Dat helpt niet, dan maak je van zowel je verhaal als je held een dertien in een dozijn. Maar als je de heldenreis te lang introduceert, krijg je hetzelfde effect.

Een goede kennismaking is goed genoeg

Als je weet waar je personage grofweg (!) voor gaat vechten of van gaat groeien, is dat goed genoeg voor de eerste akte van je verhaal. Het willen groeien is niet hetzelfde als dat doen. En daar zit de kern van het potentiële probleem dat ervoor kan zorgen dat je verhaal nooit op gang komt.

Onze held van deze week wil zich inzetten voor een zee zonder plastic. Omwille van het klimaat, en voor een goede leefbaarheid van mens, dier en koraal. En omdat deze held het groots aan wil pakken, moet iedereen het weten: dit blijft niet bij een buurtactie om plastic in te zamelen. Er wordt een heel plan gemaakt. Eerst gaat de aandacht naar de vissen, in het tweede stadium komt het koraal onder de aandacht en dan volgt de mens. Waar het in deze casus fout gaat, is dat de introductie, de vissen, het hele verhaal overnemen, waar het verhaal interessant was gebleven als het verhaal verder was gegaan.

Casusuitwerking te lange introductie: ‘alles behalve Nemo!’

Ken je Finding Nemo? Deze animatiefilm heeft ervoor gezorgd dat generaties kinderen zijn opgegroeid met het idee dat een clownvis een ‘Nemovis’ heet. Dus kan onze held prima een campagne starten met als uitgangspunt dat Nemo in levensgevaar is. En dat gebeurt dan zo:

  1. Held besluit de campagne te starten
  2. Nemo/ de clownvis wordt de mascotte
  3. Mensen gaan de campagne opmerken
  4. Mensen willen met zijn allen clownvissen gaan beschermen
  5. Held krijgt een tegenslag
  6. De tegenslag wordt overwonnen en besproken door anderen.

Dan komt er een kantelpunt. Als alles goed gaat, krijgt de clownvissencampagne nog een laatste zetje en dan gaat Held verder met aandacht te vragen voor het koraal en zo verder. Maar bij een verhaal dat te graag empathie wil winnen van de lezer, gaat het eerder zo verder:

7. “Wat goed, Held, dat je de clownvis probeert te redden.”
8. “Dank je wel. Maar dat moet ook, want we kunnen de volgende generatie het plezier van ‘de Nemovis’ niet ontzeggen.”
9. “Ja, ik heb zulke goede herinneringen aan ‘Finding Nemo’ kijken met mijn kinderen.”
10. “Denk eraan mensen, het gaat om Nemo!”
11. “Wat is Held toch geweldig!”
12 De buurt praat over de held, maar de buren zeggen dat ‘de hele wereld het over de Nemocampagne heeft’, terwijl er nooit een scène buiten de eigen stad afspeelt. Hoogstens wordt er even in een krantenkop gemeld dat Nemo’s thuis in Australië er ook aandacht voor de campagne is. Het is slechte expositie.
13. Er staat plotseling een Australische journalist voor de deur en de wrap-up zegt: en toen was de campagne een wereldwijd succes.

Een verhaal dat geen verhaal meer wordt

Een verhaal is interessant omdat er beweging in zit. Deze campagne en dit verhaal heeft geen kans van slagen omdat het slechts de eerste akte als een compleet verhaal beschouwd. Een keer vallen en opstaan maakt geen verhaal. Net als een verhaal met soortgelijke conflicten dat zich blijft herhalen. Als Held hier een leuke mascotte voor koraal vindt, wordt dat niet veel anders dan bij Nemo.
Dit is geen verhaal meer, omdat er niets (meer) gebeurt. Kijk nog eens goed naar alle bovenstaande punten. Punt 1 tot en met 6 kan – zoals het hoort – in enkele zinnen kan worden samengevat: Held start een campagne voor het redden van de clownvis, die na een hikje onder de aandacht komt bij het grote publiek.
Dat is een verhaal in het klein, ook al is het dan nog niet af.
Maar vat eens samen wat er in punt 7 t/m 13 gebéúrt? Eigenlijk niets. Het is een soort heen en weer een dialoog die meer wegheeft van een welles-nietes discussie in plaats van de diepte die die moet hebben om effectief te zijn.
Tot er plotseling een einde aan het verhaal wordt gebreid. Maar dat maakt het geheel geen verhaal meer. Het is een opeenvolging van een paar feiten, in dit geval met een gigantisch gat in het plot/ dedrieaktenstructuur.

Zodra je bij punt zes bent aangekomen, moet je verder met het verhaal. Als je dan nog een keer herhaalt wat er allemaal aan de hand is, zet je een val voor jezelf, van dan is de kans groot dat je in een vicieuze cirkel belandt met je plotpunten.

Wat mist er voor echte empathie bij een te lange introductie?

Een verhaal dat te veel naar empathie vist, slaat op een aantal manieren de plank mis:

  • Held is te oppervlakkig: “indrukwekkend” vult geen personagebiografie.
  • Het verhaal blijft te dicht op de huid van de eigenlijke beleving van de held zitten, terwijl het om het groeiproces gaat.
  • Het denkt vaak ten onrechte dat het verhaal als vanzelf rauw is, als het onderwerp maar heftig genoeg is (mensenrechtenschending, misbruik, enzovoorts)
  • Het gelooft dat de lezer (bijna) niet in staat is tot empathie en treedt als moraalridder om op dat ‘op te lossen. ‘

Vertrouw erop dat je empathie kan winnen door goed te schrijven, in plaats van dat je dat moet forceren.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Christian Lue verkregen via Unsplash.