Het taboe van een trauma bij creatief schrijven

Veel mensen schrijven over een trauma. Als onderdeel van een autobiografie, of omdat een fictief personage omwille van de setting of het plot iets heftigs meemaakt. Trauma’s zijn er in allerlei soorten en maten, maar een ding hebben ze gemeen. Er rust een taboe op. Soms omdat het slachtoffer er niet over durft te praten, soms omdat de samenleving dat niet durft te doen of wil doen. Als je het waarom in kaart brengt aan de tekentafel, kan je plot, spanningsboog en de geloofwaardigheid van de beleving van het slachtoffer dat goed doen. Daar kijken we in deze blogpost naar.

Wat doet een trauma met een personage?

Wat een trauma met levende mensen doet, is erg verschillend. Maar wat trauma met personages doet, is vrij universeel. Narratief gezien zorgt het ervoor dat het personage door diens eerdere belevingen vast komt te zitten. Lees: het blijft vastzitten op een bepaald punt in de drieaktenstructuur van diens leven. Het durft bijvoorbeeld de comfortzone niet meer uit, kan een obstakel niet meer overwinnen, of heeft geen kracht meer om op te komen dagen voor een clue. Dat komt met een uitdaging voor het verhaal als geheel, want een verhaal moet altijd doorgaan. Niet per se met een sneltreinvaart, maar er moet altijd wel iets gebeuren. Echt stilstaan bij het ‘zware moment’ kan doorgaans alleen in de crisis. Dat betekent dat je moet bedenken waarom een personage zo vast kán zitten in een trauma. Dan kan je als een god van het verhaal de omstandigheden zo te buigen dat er weer wat beweegruimte in het leven van het personage komt.

Taboe en schaamte in een creatief verhaal

Een taboe, waarover dan ook, kan bestaan omdat er schaamte bij komt kijken. We praten ergens niet over, omdat het schaamte oproept. Wil je over een taboe schrijven of dat doorbreken, dan moet je weten waarom wij als maatschappij of je persona(ge) daar liever niet over praten. Dat moet je aan de tekentafel duidelijk hebben, omdat het effect heeft op andere belangrijke zaken. Denk bijvoorbeeld aan de personagebiografie. Een trauma vormt de manier waarop je persona(ge) naar de wereld kijkt. Maar vaak is een trauma ook een vorm van de grootste angst: “als er iets is wat ik nooit meer mee wil maken…” En de grootste angst houdt een verhaal aan de gang.

Wat maakt een taboe?

Of het nu persoonlijk of maatschappelijk bepaald is, er zijn een aantal dingen die ervoor zorgen dat iets taboe kan worden. Kijk eens naar deze tabel voor wat voorbeelden hoe je diverse taboes kan interpreteren. Deze lijst is natuurlijk niet uitputtend en de invulling ervan kan ook per persona(ge) of sociaalculturele setting verschillen.

Taboepersoonlijk beleving van het taboemaatschappelijk oordeel dat het taboe maaktBijbehorende schaamteTaboe kan verdwijnen wanneer
Verslaving Ik heb te veel pijn die ik niet aankan of onder ogen durf te zien‘val ons niet lastig met je problemen!
‘Slappeling’
Ik ben nutteloos voor de maatschappijde juiste hulp wordt geboden
Seks Ik ben niet goed genoeg in bed, volgens de checklist voor goede intimiteit uit een damesbladIntimiteit is persoonlijkIk ben niet aantrekkelijk genoegseks niet overgeromantiseerd wordt en de bijbehorende kwetsbaarheid meer wordt besproken
Schulden Ik heb niks, anderen hebben alles‘Je moet werken voor je geld, doe je dat soms niet?’
‘Je moet niet op grote voet leven!’
Ik kan het ideale ‘huisje boompje beestje’- plaatje (financieel) niet bijbenen. Ik ben mislukt. anders naar het begrip geld wordt gekeken, zowel door personage als maatschappij. Het personage zal praktische hulp nodig hebben, de maatschappij een andere blik op schuldproblematiek of de begrippen rijkdom en bezit *
ziekten (erfelijk, fysiek, mentaal…)Ik heb hinder en pijn die mensen zonder deze ziekte niet begrijpenZiekte confronteert met de eigen sterfelijkheid of (mogelijke) zwaktes. Niet iedereen kan ‘rauw luisteren‘.Ik ben anderen tot lastvoorlichting over een specifieke ziekte wordt gegeven, mensen meer moed hebben om ongemakkelijke emoties onder ogen te zien.

Creatief schrijven over een taboe

Als je personage een trauma heeft dat een volledige greep op het leven heeft, kijk dan als eerst naar de persoonlijke beleving van het personage over het bijbehorende taboe en welke emotie daarbij komt kijken. Vervolgens bedenk je waarom je persona(ge) zelf niet om hulp vraagt, of over het trauma vertelt. Het kan zijn dat het bang is voor het maatschappelijk oordeel, maar het kan ook zijn dat de schaamte zó groot is dat je held nog niet eens denkt aan wat anderen over hem of haar wordt gedacht. Als dat zo is, dan is dat een aanwijzing dat je centraal conflict vooral moet gaan over het overwinnen van die specifieke schaamte.

Houdt niet zozeer de persoonlijke schaamte, maar het maatschappelijke oordeel het taboe in stand, dan kijk je naar het onderliggende probleem waar de maatschappij mee worstelt. Dan is het trauma nog steeds onderdeel van de persoonlijke beleving van je personage en dus ook van de heldenreis. Maar dan komt het nog beter tot zijn recht als je van het maatschappelijke probleem een verhaalthema maakt. Van een individueel personage kan je nog aanwijzen met wat voor specifieke problemen die rondloopt. Dat is niet mogelijk voor een complete groep met allerlei verschillende soorten levens, meningen en achtergronden. Een verhaalthema biedt dan de ruimte om een enkel gegeven wat breder te trekken, zonder dat het rommelig wordt.

Over welk trauma of taboe je ook schrijft, en hoe je persona(ge) dat ook beleeft, let er in ieder geval op dat je goed in kaart brengt hoeveel ruimte – in woordenaantaal en in plotpunten- het trauma in mag nemen. Een trauma bespreken of een taboe proberen te breken kan overdramatisch worden als je er te veel aandacht aan geeft of als een gefoceerde tranentrekker overkomen als je het onterecht als een subplot behandeld, niet goed uitwerkt of er onvoldoende onderzoek naar doet. Onthoud dat een verhaal geen spannend taboe of trauma hoeft te hebben: alledaagse verhalen kunnen ook erg interessant zijn om te lezen als je weet hoe je dat moet doen.

* Stichting SchuldHulpMaatje helpt mensen in de schulden zitten om er weer uit te komen door een persoonlijk plan van aanpak te maken en een luisterend oor te bieden. Ik interviewde voor de stichting hulpvragers, hulpverleners en mensen uit het lokale bestuur.
Uit al die verhalen weet ik dat schulden veel meer voorkomen dan de meeste mensen denken en ook dat het iedereen kan overkomen, ongeacht je huidige financiële situatie of inkomen. Maar vooral: dat je je niet hoeft te schamen voor schuldproblematiek. Heb je hulp nodig bij schulden? Kijk dan of SchuldHulpMaatje bij jou in de gemeente actief is. De hulp van SchuldHulpMaatje is professioneel, oordeelvrij, persoonlijk en gratis.

Wil je jouw persoonlijke verhaal delen? Mijn cursus autobiografie schrijven kan je helpen je verhaal op papier te zetten, met de structuur en technieken die ook worden gebruikt bij het schrijven van een roman.

Foto door Sydney Latham on Unsplash.

De sterke scène: de wijsheid van de cliffhanger

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we naar de cliffhanger. Want die leert je iets wat je op iedere scène toe moet passen.

Dat meen je niet!

De cliffhanger zie je vaak in soaps. Toevallig of niet: je kan een cliffhanger ook herkennen aan de afkorting S.O.A.P.:

  • Spectaculair;
  • Ongenuanceerd;
  • Aanwezige;
  • Plottwist.

Het gemiddelde boek is wat subtieler dan de dramatische cliffhanger uit een soap. Maar uit S.O.A.P. kan je wel iets halen dat iedere scène in meer of mindere mate moet hebben: een verandering die wezenlijke gevolgen heeft. Net als bij een cliffhanger moet de lezer of het personage de neiging hebben om te zuchten of te roepen: dat meen je niet!

Een cliffhanger, cliché of niet, laat het verhaal niet zozeer een andere kant op gaan, maar zet het compleet op zijn kop. Het plot gaat niet in stapjes naar een soortgelijke situatie. Het zoekt meteen de andere kant van de medaille op. Iemand die dood leek, blijkt levend, trouw verandert in ontrouw, kerngezond verandert in terminaal ziek, enzovoorts.

‘Dat meen je niet!’ moet impliceren dat iets verandert in een mate dat het verhaal nu een compleet andere wending krijgt. Bij zowel een cliffhanger als een minder dramatische scène.

Wat nu?

De verandering die ‘Dat meen je niet!’ uitlokt, hoeft in een scène niet altijd dramatisch te zijn. Soms is het zo subtiel dat het niet eens echt opvalt. Als het een simpele tegenstelling is, kan het ook al werken. Bijvoorbeeld:

Je personage gaat op bezoek en verwacht dat de vriend thuis zal zijn, om gezellig thee te kunnen drinken. Maar dat is niet zo. Het is niet per se een ramp, maar je personage zal nog wel zuchten: ‘Dat meen je niet’:

  • ik had van hem verwacht dat hij af zou bellen als er iets tussen zou komen
  • nu heb ik tijd verspild om hier te komen
  • hij zal toch niet met spoed naar zijn moeder zijn gegaan? Zij is al langer ziek…
  • dat is al de zoveelste keer: ik ben er klaar mee, ik hoef hem niet meer te zien

Hoe serieus of onschuldig de reden ook is dat Vriend niet thuis is, de ‘originele’ scène van het theedrinken kan niet langer doorgaan. En dus moet er iets anders gebeuren om het verhaal af te ronden of verder te laten gaan, anders werk je een anticlimax in de hand. En dus is de volgende vraag: wat nu? Hoe gaat het verhaal nu verder?

Verandering voor de spanningsboog

Als je op deze manier in iedere scène iets verandert, zorgt dat ervoor dat je spanningsboog intact kan blijven. Een van de randvoorwaarden van een verhaal is dat het niet stil mag staan. Op de een of andere manier moet het verdergaan. Als er steeds opnieuw iets verandert, is er dus steeds iets nieuws om over te vertellen, om over te schrijven. Het zorgt ook voor actie-reactie, wat ook nieuwe informatie geeft aan de lezer over personages, thema of het plot.

Een scène hoeft niet met een verandering te eindigen, die verandering kan overal plaatsvinden. Als je scène een verandering in zich heeft, zal die al snel slagen. Pas daarbij wel op dat je de goede intensiteit bepaalt voor de scène. Ga dus niet vol in de S.O.A.P. als iets alledaags verandert. Om de intensiteit van de verandering goed in te schatten, kan je de schaal van normaal gebruiken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Leio McLaren via Unsplash

Heb je hulop nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

De sterke scène: een handeling bepalen

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je waar je op kan letten als je scène over een handeling gaat.

Geen scène zonder handeling

Vorige week kon je lezen dat er in een scène voorafgaand aan een actie een zintuiglijk gevoel moet worden beschreven. Kort samengevat: je gaat niet iets doen als je niet eerst registreert dat je iets wil of zelfs kan doen. Pas daarna kom je in de actie. Of liever gezegd: dan komt er een handeling. Bij creatief schrijven betekent actie niet meteen dat er flink wordt gerend, gemoord, of beroofd. Zeker bij deze uitleg van een scèneopbouw is het belangrijk om dat verschil te zien. Noem het daarom liever een handeling, om misverstanden te voorkomen. Als iemand ‘in actie overgaat’  dóet die gewoon iets. Of dat nu spannend is, of stiekem zelfs wat saai.

Wat vind ik dat er gedaan moet worden?

Zodra een personage iets zintuigelijk heeft opgemerkt, volgt er een handeling. Deze handeling zet iets in gang: dat is een stap verder voor het artikel van volgende week. Wat er precies gebeurt, kan je bepalen aan de hand van de vraag: ‘Wat vind ik dat er gedaan moet worden?’ Het interessante is dat de ‘ik’ in dit geval zowel het personage als de schrijver kan zijn.

Wat vindt de schrijver dat er moet gebeuren?

Als het de schrijver betreft, dan kijk je vooral naar het grotere geheel. Denk bijvoorbeeld aan een thematische invulling, of hoe een personage een emotionele gids kan zijn voor de scène als geheel. Het personage doet iets, om ervoor te zorgen dat de lezer de toon van de tekst beter kan begrijpen. Kijk vervolgens welke actie daarbij past. Gaat het personage iets pakken, ergens anders heen, of misschien inderdaad in actie komt en de deur uitsprint om iemand in elkaar te slaan?

Wat vindt het personage dat er moet gebeuren?

Dan is er nog het personage dat in de papieren wereld uiteindelijk de handeling moet uitvoeren. Hoewel je als schrijver in theorie alles kan doen wat je wil,  gaat een personage niet zomaar in de sloot springen omdat jij dat zegt. Kijk goed naar hoe je personage in elkaar steekt. Past het bij diens karakter en de omstandigheden om de handeling uit te voeren die jij in gedachten hebt? Is er een manier om de handeling extra persoonlijk te maken? Annie grijpt bijvoorbeeld altijd naar haar telefoon om zich achter te verstoppen als ze stoer wil overkomen: “Ik ben te belangrijk voor dit gesprek. ” Sjannie daarentegen begint dan juist over zichzelf te praten.

Wat er ook voor het grotere geheel moet gebeuren, vergeet je personage en de unieke trekken niet bij het bepalen van de handeling. Dat is wat een verhaal kleur geeft.

De intensiteit van de handeling bepalen

Zodra je weet hoe en op wat voor manier je personage gaat handelen, kijk je hoe groots die handeling moet zijn. Daarbij is het belangrijk om al in gedachten te houden dat er op de handeling iets in gang  gaat zetten.  Wat past er op een tienpuntschaal? Kijk daarbij goed naar de schaal van normaal: welke mate van deze handeling past bij de omstandigheden? Moet er in het verhaal nog een ommezwaai komen? Dan kunnen subtielere handelingen de eerste voorzichtige hints vormen. Als de handelingen groter zijn, kan dit het moment zijn waarop alles verandert. De gevolgen die je hierna uitschrijft, laten zien wat het effect is van deze handelingen en de intensiteit ervan.

Volgende week lees je hoe je over hoe je een scène sterk afsluit met de gevolgen van de acties van de handeling zoals je ze deze week hebt geleerd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Daniel J. Schwarz verkregen via Unsplash

De sterke scène: scènes met een sfeer

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je waar je op kan letten als je scène vooral een sfeer op moet roepen.

Geen scène zonder personage

Ieder verhaal en elk deel daarvan kan een lezer beleven omdat er een personage is dat de papieren wereld voor de lezer vertolkt. Staat er een verlaten huis? Dat zegt op zichzelf niets. Pas als je held er de kriebels van krijgt of er iets te doen heeft, is dat aanleiding voor een thriller- of horrorverhaal. Op eenzelfde manier kan een goede sfeer pas werken omdat dat weerslag heeft op je hoofdpersoon en hoe die zich door de ruimte of het verdere plot beweegt. Dat is het uitgangspunt bij het schrijven van een scène waar de sfeer voorop staat: de held moet er iets bij voelen.

De zintuigen als instrument bij een sfeeromschrijving

‘Voelen’ is in dit geval niet zoiets als “Ik voel me vrolijk,” maar een zintuiglijke waarneming. Een personage voelt bijvoorbeeld de warmte van een zonnestraal, of proeft zout na het eten van een dropje. Als je een sfeer voorop wil stellen in een scène, dan is dit de basis die je absoluut niet mag missen. Het is de eerste stap van actie-reactie waar al het andere uit kan ontstaan. Neem een romantische scène waar een vrouw uitgesproken comfortabel op bed ligt. Eerst moet zij het zachte matras voelen, zodat ze zintuiglijk kan registeren dat ze lekker ligt. Daardoor voelt ze zich ontspannen, waardoor ze open staat voor de strelingen van haar geliefde. Had ze last van de prikken van een spijkerbed, dan zal er niet veel romantiek plaatsvinden…

De zintuiglijke waarneming komt altijd voorop

Een personage kan gedachten hebben over de sfeer en de sfeer kan veranderen. Maar vóór die verandering moet er wel een zintuiglijke registratie voorkomen. Neem het spijkerbed. Of je het eerst uitprobeert of meteen bij het zien al gruwelt van de aanstaande prikken, je personage ziet of voelt nog altijd eerst iets voor het denkt: Echt niet (meer)!

Voor de omschrijving van een scène waar de sfeer voorop staat, geldt hetzelfde principe. Je schept de sfeer vooral door in te gaan op de zintuiglijke ervaringen en door die ook als eerst te omschrijven.
De zon tintelde heerlijk warm op haar gezicht en Karin verheugde zich op de picknick van morgen, werkt daarom beter dan: Morgen stond de picknick op het programma, waar Karin zich op verheugde. Ze voelde de heerlijke tinteling van de zon op haar gezicht.
Het leest wat geknutseld omdat het oorzaak-gevolg effect wat meer leest als opgesomde feiten.
Zorg er dus voor dat je eerst de zintuiglijke waarnemingen hebt opgeschreven voor een goede sfeer in je scéne voordat je verder gaat met de conclusies die je personage trekt.

Overgang naar reactie

Er komt een moment dat je in de scéne over moet gaat van zintuiglijke waarnemingen naar de reactie die je personage daarbij heeft. Dat is het verschil tussen ‘Ik voel de warme zon’ naar ‘dat voelt lekker warm’.  De overgang naar een reactie werkt het beste als die subtiel verloopt. Als je de warme zon voelt en meteen je zwemtas gaat inpakken, mis je een schakeltje waarin je de invloed van de sfeer helemaal tot zijn recht laat komen. Wees er wel alert op dat je daar (vooral in woordenaantal niet te veel in doorslaat. Dan loop je het risico om bloemig taalgebruik te schrijven. Maar deze overgang naar reactie werkt ook uitstekend voor sfeeromschrijving in een scène. Volgende week lees je daar meer over.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van een scène? Ik kan helpen: kijk eens in mijn webshop.

Foto door by Hakim Menikh on Unsplash

Schrijven met ‘de schaal van normaal’: zo verschuiven omstandigheden in een verhaal

Je kan op twee manieren een verhaal schrijven waarin de omstandigheden flink veranderen. Je kan meteen los gaan in absurd en beeldende beschrijvingen. Soms werkt dat, maar het kan ook averechts werken. Als je te snel op een 9 of 10 van een tienpuntsschaal inzet, kan je lezer de draad van je verhaal kwijtraken. Voor een goede spanningsboog is het voor de lezer soms effectiever om de situatie van kwaad tot erger te zien gaan. Daarvoor is de schaal van normaal een handig hulpmiddel.

Iets veranderlijks geloofwaardig maken – de personages

Er zijn situaties waarvan je merkt dat het (in een verhaal) normaal lijkt. Maar denk iets meer dan twee tellen na en je denkt: hoe kan het dat dit in de (papieren) wereld normaal wordt gevonden? Hoe is dat zover gekomen? Dat is heel belangrijk om bij stil te staan bij het schrijven van spannende scènes of thrillers. Een belangrijke factor is de waarheid van je personage. Als je die meeneemt, snap je in ieder geval al waarom dat een personage een rare situatie wenselijk vindt, of er niets tegen doet om het te veranderen. Of dat nu is omdat het personage dat niet kan, of dat niet wil, je lezer snapt zo in ieder geval het ‘startpunt’ van een situatue die later uit de hand gaat lopen. Vergeet daarbij ook niet dat niet ieder personage een goedzak hoeft te zijn.

Schrijven over een wereld met veranderende waarden

Je wordt niet van de ene op de andere dag met verderfelijke waarden en ook een dystopie ontstaat niet binnen een oogwenk. Zoiets gaat altijd stapsgewijs. Wat het ook is dat mensen of maatschappij doet veranderen, iets anders slui[t er langzaam in. Maar toch voélt het voor de betrokkenen vaak alsof je maar met je ogen hoefde te knipperen en er een hele nieuwe wereld was. Om voor je verhaal een goede spaningsopbouw te schrijven en te voorkomen dat je een overgang schrijft die in ieder opzicht onrealistisch is, kan je gebruik maken van de ‘schaal van normaal. ‘

De schaal van normaal

De schaal van normaal is een tienpuntschaal die je kan gebruiken om inzichtelijk te maken wanneer je te grote sprongen maakt in het veranderen van een overtuiging van je personage, of de manier waarop de regels en de omstandigheden van een (papieren) wereld veranderen. 1 is daarbij ‘doodnormaal’: zo normaal, dat je je nauwelijks kan voorstellen dat iets niet zo is. 10 is daarbij zodanig absurd dat je je niet kan indenken waarom het überhaupt kan. In moralistisch opzicht, of waarom de wetenschap al zo ver gevorderd is dat die iets voor elkaar kan krijgen.

Laten we een vliegtuig als voorbeeld nemen. Beschrijf die aan een middeleeuwer en die zal zeggen dat je de natuurwetten zelf tart. Een absolute 10 op de schaal van normaal. Maar inmiddels gaan er ook al ruimtevaartuigen naar Mars. Dus vliegtuigen zijn voor de hedendaagse mensen 2 of 3. Maar we gingen niet binnen vijf jaar van een paar honderd kilometer vliegen met een vliegtuig naar een sateliet op Mars. We gingen eerst nog met gewone viegtuigen wat verder rond de wereld, toen naar de maan en nu nog verder. En iedere tussenstap werd een sterk staaltje wetenschap genoemd. Dan moet die techniek een tijdje normaal worden gevonden, om vervolgens naar de volgende stap te kunnen gaan. Anders is het verschil letterlijk te groot om je te kunnen voorstellen.

Op de schaal van normaal kan je dus niet ineens van 2 naar 6 of 7. De schaal van normaal schaalt zich geleidelijk verder op. En doet dat bovendien vrij onopgemerkt, als het ware op de achtergrond. En daardoor kan je het gevoel krijgen dat je nu ‘ineens’ naar Mars kunnen gaan, waar het (relatief gezien) even geleden leek dat de eerste mensen op de maan liepen.

De schaal van normaal in morele kwesties

De schaal van normaal is vooral een handig hulpmiddel bij het schrijven van een moraal die in je verhaal verschuift. Die kan verschuiven vanwege bepaalde sociaaleconomische ontwikkelingen, maar ook omdat de techniek zich steeds verder ontwikkelt en we daar dus steeds meer mee doen. Daardoor verschuift ons moraal ook langzaam maar zeker.

Chat GPT is daar een goed voorbeeld van. Het grote publiek heeft er nu bijna vier jaar toegang tot. In die vier jaar is er enorm veel veranderd. Voor de komst van Chat vonden we het idee van ‘chatbotgeliefden’ een onvoorstelbaar iets. Maar inmiddels zijn er mensen die – hoewel niet voor de wet- met hun chatbotpartner zijn getrouwd. Dat is een extreem voorbeeld. Maar er zijn wel steeds meer mensen die liever iets aan Chat vragen dan aan hun psycholoog. Vreemd? In de praktijk misschien, maar niet zozeer op de schaal van normaal. Want bepaalde symptomen opzoeken op Google en daarmee gedeeltelijk voor onze eigen huisarts spelen, dat doen we al jaren. En symptomen van een onbekende ziekte opzoeken is weer niet het eerste waarvoor de meeste mensen Google gebruikten.

Op zo’n manier kan je de schaal van normaal heel goed gebruiken om morele kwesties in je verhaal en de verschuivingen die daarbij horen goed onderzoeken. Zeker ook omdat zulke verschuivingen niet uit de lucht komen vallen. Want waarom zou je je als mens – een sociaal wezen- de voorkeur geven aan het gezelschap van een robot, tenzij het door allerlei factoren (eenzaamheid, werk-of prestatiedruk) erg lastig wordt om vrienden te maken?

Bijna altijd zijn er bij dit soort ontwikkelingen voor- en tegenstanders. Dat kan je heel goed gebruiken voor het uitwerken van verschillende verhaalthema’s. En het doet een spanningsboog en een heldenreis vaak ook weer goed. Zeker als je de schaal van normaal daar als hulpmiddel voor gebruikt. Zo weet je zeker dat je personages of je wereld in een ‘realistische’ andere wereld terecht komen en kan de lezer die ontwikkelingen ook blijven volgen op een manier die behapbaar blijft.

Hier lees je over hoe je de schaal van normaal in de praktijk toe kan passen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Ik kan helpen: kijk eens in mijn webshop voor mijn diensten.

Foto door Edward Howell verkregen via Unsplash.



De sterke scène: de leerzame scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week lees je waarom een scène leerzaam moet zijn en hoe je dat voor elkaar krijgt.

En toen was er een boek

Vorige week kon je lezen dat een scène moet laten zien dat er iets gebeurt. Op eenzelfde manier moeten meerdere scènes opsommen tot het complete verhaal van je boek. In theorie moet een droge opsomming van de gebeurtenissen van alle scènes het complete verhaal op een prettig en volledige manier kunnen vertellen. Iets als: in scène 1 leren we dat de held zenuwachtig is, in scène 2 blijkt dat dat komt omdat een onderwereldfiguur de held bedreigt, in scène 3 maakt held plannen om te ontsnappen, in scène 4 nemen zijn zenuwen het even over en in scène 5…

Ken je die slechte boekbesprekingen van de basisschool nog? “En toen, en toen en toen…” In zekere zin is die aanpak niet eens zo slecht. Maar in de uitvoering van de negenjarige scholier zijn de scènes niet goed afgebakend, slecht samengevat of te veel op detail gericht. Dat maakt de ‘en toen’- aanpak zo onhandig klinken. Maar als je het goed doet, is het een goede manier om te controleren of je een sterke scène hebt. Je maakt een scène sterk als die op zichzelf ‘en toen’-bestand is: de kleine verhalen van een scène tellen idealiter moeiteloos op tot het grote geheel van het boek.

Een scène mag niet te missen zijn

Iedere afzonderlijke scène is een leerzaam bouwsteentje voor je verhaal. Als je een scène weg zou laten uit een boek, moet je dat merken. Je moet dan iets aan informatie missen.
Dat wil niet zeggen dat je nooit een scène mag schrappen, want je kan dezelfde informatie heel vaak ook in een andere scène verweven als je aanpassingen durft te maken. Maar als je een scène schrapt, moet de informatie daaruit ergens anders terugkomen. Anders gezegd: je mag een scène gerust schrapen als je informatie kan of wil verplaatsen. Als je een scène schrapt omdat je hem ‘kan missen’, dan heb je waarschijnlijk iets in de structuur van die scène verkeerd gedaan. Want in principe zou iedere scène iets moeten vertellen wat je niet zomaar uit het verhaal kan halen. Ga eens na waarom je de scène die je op het punt staat te schrappen misbaar is:

Heeft hij geen duidelijk begin, midden en eind?
Is hij niet ‘en toen’- bestendig?
Weet je niet goed wat hij duidelijk moet maken?

Een scène moet je iets leren

In een scène moet dus niet alleen iets gebeuren, een scène moet de lezer iets leren. Voor een sterke scène is het handig voor jezelf om vooraf af te bakenen waarover de lezer iets moet leren. Kies uit (bijvoorbeeld):
Verhaalthema: je diept iets uit wat meer abstract is dan concreet
Personagebiografie: je leert iets over de geschiedenis of het karakter van je personage
Algemeen plotverloop: het verhaal moet simpelweg verder
Puzzelstukjes (voor een plottwist): dit komt later in het verhaal terug

Dit helpt je niet alleen met afbakenen, maar ook om de boodschap van de scène op een natuurlijke manier over te brengen. Een voorbeeld: je wil duidelijk maken dat je held roekeloos is, dus je concentreert je op het element ‘personagebiografie.’ Dan schrijf je hoe je held in die roekeloosheid van alles en nog wat omvergooit, terwijl het juist van groot belang is om stil en voorzichtig te zijn. Niet alleen komt de lezer te weten hoe de held omgaat met tegenslagen als hij onvermijdelijk wordt betrapt. Je schrijft als vanzelf ook heel spannend als je beschrijft hoe de bewaker langzaam maar zeker steeds meer argwaan krijgt omdat er een mogelijke indringer rondsluipt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Foto door Jairo Gonzalez verkregen via Unsplash

Framen bij creatief schrijven in de praktijk

Vorige week heb je kunnen lezen hoe effectief de techniek van framen kan zijn bij creatief schrijven. Deze wek gaan we kijken naar enkele voorbeelden. Zo zie je hoe enkele goedgeframede zinnen voor een uitstekende tekst kunnen zorgen.

Framen als schrijftechniek bij creatief schrijven

Een korte samenvatting van de inleidende post van vorige week. Je kan framen gebruiken om de feiten op een andere manier te belichten en ze zo in je voordeel gebruiken. Feiten blijven feiten, dus je verdraaid ze niet in de zuiverste zin van het woord. Maar je schrijft ze wel zodanig op dat iets wat in wezen helemaal hetzelfde is, helemaal anders gelezen of begrepen kan worden. Framen kan zo klein zijn als een andere woordkeuze en zo groot als een compleet verhaal. Dan komt de waarheid van een personage om de hoek kijken. Je kan framen gebruiken om een verhaalthema, symboliek, plotverloop of een perspectief van een personage in je voordeel te gebruiken.

Framen met een personageperspectief

Ga je framen om te laten zien hoe je personage denkt, dan is de personagebiografie onmisbaar. Zonder dat er ook maar iets hoeft te gebeuren, gaat je personage al framen. Denk aan een rijkeluiskindje dat denkt arm te zijn omdat de familie ploseling geen Ferrari meer kan betalen. Objectief gezien ben je dan niet arm, maar als dat altijd je standaard is, kan het wel degelijk zo voelen. Hetzelfde geldt voor bepaalde trauma’s die een personage meegemaakt kan hebben. Als het slachtoffer is geweest van huiselijk geweld, zal het in nieuwe relaties bewust of onbewust denken dat de nieuwe geliefde het ook in zich heeft om aggressief te zijn. Een goed bedoeld en onschuldig grapje – ‘denk je dat ik jou zomaar laat gaan?”- komt dan misschien over als een serieus dreigement.

Kijk zo naar wat al duidelijk voor een framing zorgt voor je personage op zichzelf. Als die aanleiding tot framing onderdeel wordt van een scène, kijk dan extra goed naar die paar zinnen of woorden die het verschil kunnen maken. Heeft je personage niet zo’n duidelijke voorgeschiedenis die op een duidelijke framing wijst, kijk dan naar dingen als voorkeuren en algmene overtuigingen. Als je politiek rechts georïenteerd bent, zal je als vanzelf de politiek linkse ideeën wat minder oké vinden. zo kan je ook framen, bijvoorbeeld in dialogen, of wat voor zaken je personage opzoekt of uit de weg gaat.

Framen met een verhaalthema

Een verhaalthema is een gegeven wat op meerdere manieren in het vehaal terugkomt en verschillende kanten van iets belicht. Als je thema liefde is, kan je het hebben over romantische relaties, maar ook moeder-dochter liefde, vriendschappen enzovoort. Een verhaalthema is meestal niet goed uitgewerkt als je maar een van een de mogelijke aspecten van een thema belicht. Maar als je een specifieke kant van een thema wil uitlichten, of er zelfs een moraal aan mee wil geven, zal je het enigszins moeten framen. Stel dat je vriendschappelijke liefde wil framen als waardevoller dan romantische liefde, dan kan je thematisch gezien het volgende doen:

  • Vriendschap levert meer op. Personages hebben bijvoorbeeld meer vrienden, meer vastigheid in die vriendschappen dan de romantische relatie die bij een persoon blijft, vooral om een voltreffer van Cupido gaat, en omdat die nog pril is, niet veel zekerheid biedt.
  • Vrienschappen zetten meer in gang. Vrienden gaan op vakantie, naar de kroeg, ontmoeten meer mensen bij gezamelijke feestjes en bieden meer connecties dan het romantische koppel dat vooral thuis met zijn tweeën van romantische avondjes geniet.
  • De vrienden hebben het sneller door dat het de held niet zo goed gaat dan de partner van de held.

Dat betekent niet meteen dat de Romeo of Julia meteen zielige persoontjes zijn of compleet op de achtergrond verdwijnt, maar wel dat de vriendschappen meer aandacht krijgen, omdat je wat er feitelijk gebeurt bij of met de vrienden, belangrijker is voor het algemene personage of het verhaal als geheel.

Framen met een plotverloop

Het plotverloop is lastiger om te framen, omdat je er een bepaald risico mee loopt. Als alles letterlijk en figuurlijk een bepaalde richting op wijst, dan kan dat gelezen wordt als een deus ex machina, of een God van een personage die net iets te gemeen is. Want een plot is zodanig breed dat als een personge het met een plotverloop moeten doen, de rest daar als vanzelf in mee moeten. Je kan wel willen framen dat een zwangere vrouw iets van haar zwangerschap moet leren of vinden, maar de mogelijkheden en het leven van de vader en andere betrokken famlie of vrienden veranderen daar als vanzelf ook mee. Meestal is het zo dat als je probeert te framen met een plotverloop, je dan eerder iets wil framen op een manier die beter bij een thema past. Wil je schrijven over ongewenste zwangerschap? Ja, dan verloopt het plot anders, dan zonder zwangerschap, maar in het grote geheel van je boek – niet je verhaal!- is dat eerder iets thematisch.

Wil je framen met een plotverloop? Kijk dan eens naar de schrijfoefening de digitale ridder. Daar kan je zien en controleren wat voor effect bepaalde gebeurtenissen en keuzes hebben op het plot. En waar je verhaal hoe dan ook over gaat. In dit geval kan je dat lezen als de ‘neutrale informatie’ die je als plot op papier hebt staan voor je framet.

Framen met symboliek

Bij framen met symboliek moet je voorzichtig zijn, omdat het redelijk makkelijk uit kan groeien tot een cliché. Want natuurlijk gaat het regenen als er iets gebeurt wat droevig is. Maar je kan wel goed gebruik maken van de juiste sfeermakers om de symboliek op een creatieve en prettig leesbare manier te verstevigen. Meestal is het verstandiger om meerdere woorden te gebruiken om een goede sfeer neer te zetten en zo ervoor te zorgen dat je lezer je scène op een bepaalde manier wordt gelezen, dan dat je regelrechte symboliek gebruikt. Symboliek die overduidelijk op zichzelf een boodschap moet overdragen, geven al snel het effect dat je als lezer de schrijver aan het werk ziet.

Heb je hulp nodig bij het redigeren van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop: ik help je graag.

Foto door Dominik Van Opdenbosch verkregen via Unsplash.

De perfecte plottwist: wat maakt een plottwist spannend?

‘En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht hè?’
Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat je voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we naar wat een plottwist spannend maakt.

Wat is spannend precies?

In de boekenwereld kan het klinken alsof ‘spannend’ betekent dat er grote mysteries of enge dingen te gebeuren moeten staan. Maar dat is niet per definitie zoals het om een plottwist gaat. Daar moet je lezer slechts denken dat er iets geks aan de hand is waar die méér over wil weten. Dat kan dus ook betekenen dat er een voorwerp verloren is geraakt onder verdachte omstandigheden. Je hoeft niet meteen te laten doorschemeren dat dat een eerste hint is voor een ontvoering. Het kan ook het begin van een misverstand zijn. Maak je plottwist dus niet spectaculairder dan het hoeft te zijn omwille van het zogenaamde spannende effect. Sterker nog, als je te graag wil dat je plottwist spannend of spectaculair wordt, kan dat averechts uitpakken. Want een plottwist die als voornamelijk doel heeft om te choqueren, is er een die altijd mislukt, omdat het een anticlimaxeffect met zich meebrengt.

Er gaat iets gebeuren…

Plottwist zijn leuk voor de lezer om te lezen, omdat ze zo langzaam maar zeker tot een conclusie kunnen komen met de puzzelstukjes die je schrijft. Als je een goed puzzelstukje maakt, slaat de lezer dat op als belangrijke informatie die later een onthulling gaat geven. Dat is dus spannend: hier gebeurt later nog iets mee. En zo is het speuren naar een plottwist op zichzelf al leuk om te doen. Je kan er nog een schepje bovenop doen door ervoor te zorgen dat het ogenschijnlijk kleine puzzelstukje ook iets met zich meebrengt waarbij er veel op het spel komt te staan. Indirect of direct vanwege het puzzelstukje. Maar dat hoeft niet. Je kan het plot ook voor je laten werken. Dat doe je door de puzzelstukjes te verstoppen en het plot op de voorgrond te zetten. Dan doet het plot dienst als een soort rookgordijn.

… Maar dat ben je soms alweer vergeten

Een andere manier om de puzzelstukjes van je plottwist spannend te houden, is om ze te verstoppen. Niet in het opzicht dat ze moeilijk te vinden of op te lossen zijn, maar door het plot zodanig op de voorgrond te zetten dat je lezer vergeet dat er puzzelstukjes zijn, of zo je wil, waren, om je mee bezig te houden.

Stel dat je een puzzelstukje hebt geschreven tijdens een gezellige picknick: in het mandje was een mysterieuze brief gestopt. Dan ga je kort daarna terug naar een harde realiteit: er ligt een familielid op sterven. Dan denkt je lezer niet meer aan die brief. Als je op deze manier de puzzelstukjes plotseling (weer) laat opduiken, dan kan je je plottwist ook spannender maken.
Let er dan wel op dat je dat niet te vaak doet. Als dit een schrijftechniek lijkt te worden, wordt het cliché, of gaat het spannende element eraan onderdoor. Bovendien moet je er ook voor zorgen dat de puzzelstukjes die je zo plotseling laat opduiken, wel duidelijk onderdeel van iets spannends zijn (lees: een plottwist zijn). Anders loop je de kans dat het als een onbelangrijk detail wordt gezien en daardoor wordt vergeten.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Foto door Ross Sneddon verkregen via Unsplash.

Dit is de kracht van framen bij creatief schrijven- inleiding

Er zijn meerdere manieren om met perspectieven te spelen in een boek. Je kan verschillende personages aan het woord laten, maar als je de kracht van taal goed in kan zetten, is framing ook een manier om verschillende kanten van een verhaal te laten zien. En het werkt zeker ook om de spanningsboog te verhogen. Thrillerschrijvers: opgelet! Dit is een goede schrijftechniek voorplottwists en rode haringen. Volgende week gaan we echt oefenen, deze week zorg ik ervoor dat je begrijpt wat framen is en hoe je dat als creatief schrijven in het algemeen gebruikt.

Wat is framing en hoe zie je dat in een tekst?

Framing betekent dat je iets vertelt door de informatie op een specifieke manier op te schrijven. Daardoor verandert de manier waarop de lezer deze informatie opslaat. De informatie die je geeft is onvolledig, of benadrukt juist een bepaald deel van die informatie veel meer dan een ander deel.

Stel dat je schrijft over het principe van therapeutisch schrijven: ‘iets van je af schrijven om iets te verwerken.’Je kan schrijven dat het effect is dat je dingen uit je hoofd daarmee op een overzichtelijk rijtje te krijgen. Dat is een neutrale manier van opschrijven. Nu gaan we het wat meer framen.

De psycholoog die er is om jou te helpen iets te verwerken zal zeggen dat framen goed voor je is om zo dingen te verwerken.
Iemand die je verhaal kent en er graag een commercieel own voice verhaal in ziet, zou kunnen zeggen:
Therapeutisch schrijven is een goede eerste stap naar de verwerking van je trauma, maar het kan helpen om het later ook met anderen te delen.

De psycholoog framet hier door het woord ‘goed’ te gebruiken. Het is niet langer neutraal. De louche boekenscout gebruikt het woord ‘kan’ om ernaar te hinten dat je later óók nog een ander boek moet schrijven. Of zelfs niet zozeer therapeutisch, maar autobiografisch gaat schrijven. Technisch gezien staat er dat je het kán doen, niet dat je het moét doen. Maar toch kan het aanvoelen alsof je dat volgens deze boekscout moet doen.
Dat is het framen: door een stukje informatie op een bepaalde manier aan te passen of te gebruiken, stuur je de lezer een bepaalde richting in als het gaat om wat die van die informatie moet vinden of denken. En, niet onbelangrijk: terwijl het lijkt alsof de informatie nog steeds neutraal is. Hoewel framing zeker een techniek kan zijn om desinformatie te verspreiden, kan het ook onbedoeld voorkomen, zoals je kan zien hij het voorbeeld van de psycholoog. Soms zit het al in een enkel woordje zitten.

Kan je wel neutraal schrijven als creatief schrijver?

Als je bovenstaande uitleg leest, kan het lijken alsof je niet meer neutraal kan schrijven als creatief schrijven. En dat is ook zo. Je hebt in fictie te maken met personages die hun eigen doelen enwaarheid hebben, waardoor je bepaalde dingen doen of laten. Je zou kunnen stellen dat ze te maken hebben met hun eigen framing. Als zij gezonde voeding en sporten hoog in het vaandel hebben staan, zullen ze zich niet positief opstellen tegenover snacks: “Ze zijn slecht voor je.” Alleen dat al zou je als framing kunnen zien. Want betekent slecht dat je metéén gezondsheidsproblemen krijgt als je een keer twee kroketten eet? Misschien is: “dat is ongezond” neutraler om te schrijven. Maar als je iedere zin zo benadert, krijg je een Chekov’s gun waarmee je jezelf nog eens mee neer gaat schieten. En je personages worden er volledig steriel van. Het zijn niet eens personges meer met wat voor karakter dan ook: ze lezen daadwerkelijk als een encyclopedie.

Het verhaalthema en het plot: daarom moét je framen

Hoewel het dus niet mogelijk is om helemaal neutraal te schrijven in een boek, is dat de bedoeling ook niet. Je wil met je verhaal – plot, personages, thema en moralen- ook altijd iets vertellen. En dan ontkom je er niet aan dat je gaat framen om de ‘neutrale’ informatie aan te bieden op een manier die vertaalt naar een van die elementen.
Het principe werkt ongeveer hetzelfde als de afweging die je maakt bij de keuze tussen symboliek en plot. Laten we de casus uit die post ook als voorbeeld nemen.

Deze zwangere vrouw wordt door de vader van haar kind slecht behandeld. Ze wil dus van hem af. Maar voor het lukt, is er nog een periode van daten. Als de man eropuit is om de vrouw te verleiden, maar niet echt verliefd is, krijg je een heel ander beeld bij die date dan de vrouw die nog altijd hoteldebotel is. Bovendien is er nog je gekozen thema van persoonlijke groei en giftigre behandeling. Zo kan dan een en hetzelfde gegeven anders worden geschreven omwille van een thema, personageperspectief of plotverloop, symboliek.

neutrale zin thematischplotverloop 1plotverloop 2zwangere vrouwverkeerde verleidersymboliek
Ze dronken zwarte koffie. De koffie had een bittere nasmaak.De date duurde lang, omdat de koffie te heet was om meteen te kunnen drinken. De koffie smaakte haar extra goed, omdat ze onder de indruk was van zijn kennis van koffie. De simpele zwarte koffie leek een verwennerij voor me, net zoals ik me speciaal voelde door de manier waarop hij naar me keek. De koffie was veel te heet. Ik wilde het liefst zo snel mogelijk weg, nadat ik haar al om mijn vinger gewonden leek te hebben.De hete koffie was een voorbode van de eerste nacht vol lust die ze samen zouden delen.

Zie je hoe de koffie altijd zwart blijft, maar er per situatie al dan niet genoemd wordt hoe heet die is? Of dat die anders smaakt afhankelijk van wie hem proeft en onder welke omstandigheden? Dat is de kracht van framen in creatief schrijven. Door iets wat in wezen neutraal is om te toveren in iets wat bij je personage, plot of symboliek past, kan je het gebruiken om in een andere setting de spanning te verhogen, zonder er complete hoofdstukken aan te wijden.

Heb je hulp nodig bij het redigeren van je manuscript? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Jaredd Craig verkregen via Unsplash.

Je personage als emotionele gids in je verhaal

Als een scène op wat voor manier dan ook heel intens wordt, kan het verstandig zijn om je personage in te zetten om de lezer wat meer bij de hand te nemen en zo als emotionele gids te dienen. Bij emotioneel heftige scènes zit je lezer op het puntje van de stoel en wordt die helemaal in het verhaal gezogen. Die kunnen net zo intenstief overkomen als de meest knallende actiescènes. Als je lezer door de ogen van je personage naar het ontluikende verhaal kan kijken, wordt het eenvoudiger om de intensiteit van heftigere scènes te behappen.

Wat zijn heftige scènes in een verhaal?

Heftige scènes zijn in wezen delen van het verhaal waarin er van alles gebeurt. Dat kan betekenen dat er veel dingen in een keer samenkomen. Of dat wat er gebeurt emotioneel veel van de lezer of de personages vraagt. Het is belangrijk om dat niet te verwarren met spektakel. Laat me dat voor dit artikel definieren:

Een mate van drama of actie die op papier vrijwel automatisch empathie op hoort te roepen, maar dat niet per se doet

Denk aan dingen als:

  • Iemand raakt zwaargewond als er auto’s op elkaar botsen
  • Twee weken na de bruiloft krijgt de moeder van de bruidegom een terminale ziekte
  • Een overstroming maakt tientallen mensen plotseling dakloos

Natuurlijk is dat vreselijk voor de betrokkenen, maar als je de personages niet genoeg kent of de ellende niet genoeg aandacht geeft in de uitwerking van je scènes, kan je als schrijver te hysterisch overkomen. Een soortgelijk effect zie je bij het cliché doodzieke kind.

Heftige scènes hebben genoeg aan het feit dat er iets aan de hand is dat het personage of het plot een flinke (emotionele) lading geeft. En dat kán een auto-ongeluk of een dodelijke diagnose betreffen. Maar een heftige scène wordt niet aangevuld met nog een andere heftige gebeurtenis omwille van de drama. Bovendien wordt er in de scène ook de nodige aandacht besteed aan hoe het personage met deze gebeurtenis omgaat, op een tempo dat de lezer kan bijhouden en ook daarmee met de personages mee kan voelen.

Hoewel deze vergelijking redelijk zwartwit is, kan je het verschil als volgt zien: in een spectaluaire scène lees je in 600 woorden over een auto-ongeluk, de verwonding en de bijbehorende diagonose die erop volgt dat het leven nooit meer hetzelfde wordt, terwijl de familie daarbij in fiks gehuil uitbarst.
Een heftige scène schrijft over datzelfde auto ongeluk, maar concentreert zich op de pijn en de verwarring die de gewonde voelt, en de enkele voorbijganger die de ambulance belt. De gewonde krijgt kriebels bij het zien van de schok op het gezicht van deze behulpzame voorbijganger, terwijl de pijn maar niet stopt.

Anders gezegd: de heftige scene neemt de tijd om empathie op te roepen, een spectaculaire scène rekent zich wat empathie betreft te vroeg rijk.

Emotionele last delen met het personage

Een scène in een verhaal wordt heftig wanner de emotionele beveling voor een personage en lezer intens is. Dat kan je bereiken met verschillende schrijftechnieken. Denk aan sfeeromschrijvers, of show don’t speak, maar ook aan goede dialogen, of goed gebruikte symboliek of thematiek. Wat je methode ook is, als je het goed doet, komt daar het moment dat je lezer de emoties echt gaat voelen. En dat kan beklemmend zijn. Zodanig zelfs, dat het overweldigend wordt. Dan is de lezer zó met het ‘Jeetje,-dit-voelt-heftig’- gevoel aan het stoeien, dat het handig kan zijn om je personage iets soortgelijks te laten voelen of observeren. Dan krijg je als het ware het effect van ‘gedeelde smart is halve smart’.
Stel dat je personage door een omgeving loopt waar het dood en verderf is. Nadat je die gruwelen dan (gedetailleerd) hebt beschreven, kan het personage bibberen, zweten, overgeven of huilen van angst.

Het effect van het personage als emotionele gids

Een personsage kan even bij een gevoel stilstaan, maar moet meestal wel verder met de heldenreis. Het plot moet dus verder. Met uitzondering van de crisis sta je idealiter dus niet altijd te lang stil bij de emoties die komen bovendrijven in een heftige scène. Dat kan je soms vrij letterlijk zien. Je kan het ook in je voordeel gebruiken. Omdat je personage niet uit diens papieren wereld kan ontsnappen, moet die daarin ook doorgaan.
Je personage is niet zomaar op de plaats van dood en verderf. Het zoekt naar een vriend, hopend dat die nog leeft. Of naar een handelaar op de zwarte markt die misschien nog eten op voorraad heeft. Als je je personage op die manier doende houdt, zorg je ervoor dat je lezer het grotere plaatje van de scène of zelfs het plot niet verliest.

Houd je je personage bezig, dan komt alles op een mooie manier samen. De omgeving, de emotie, het plot en de beleving daarvan. Sta je alleen stil bij wat er wordt gevoeld of opgemerkt, dan kan het voor de lezen aanvoelen alsof je de scène schrijft voor het choquerende effect. Daarbij loop je ook het risico dat het verhaal van de scène verloren gaat in de sfeer of het gevoel dat je op probeert te roepen.

Hoe schrijf je een personage als emotionele gids?

Het is niet al te moeilijk om een personage de emotionele gids te maken. Hoe spectualair het ook klinkt, zo moet je het niet schrijven. Het is eerder subtiel dan opvallend. Een personage als emotionele gids observeert, voelt, trekt zekere conclusies en gaat dan verder. Dat kan zoals in het eerste voorbeeld iets fyieks zijn, zoals doorlopen, verder gaan met zoeken of iemand opbellen. Of het denkt al vooruit wat het betekent om zich in deze situatie te bevinden en hoe vandaaruit verder te plannen of te handelen. Denk dan aan iets als: als ik in een steegje ben waar zakkenrollers kunnen zijn, dan moet ik zodra ik hier weg ben, een tas kopen waar mijn beurs veiliger in weg te stoppen is, want ik moet straks door dezelfde steeg weer terug. Maak het dus niet groter dan nodig is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

Foto door Daniil Silantev, verkregen via Unsplash.