Moraal op de achtergrond: zo blijft een boodschap leesbaar

Als je een moraal wil vertellen, is het grootste doel dat het inspireert en misschien wel de grootste angst dat het er te dik bovenop ligt. Dat is niet helemaal onterecht. Niets leest zo vervelend en wordt zo slecht ontvangen als een wijzend vingertje, al dan niet met een bepaalde politiek of sociaalmaatschappelijk gekleurde boodschap. Toch kan je bepaalde een boodschap heel goed meegeven, zonder dat het opvalt, maar wel op een manier die toch heel goed beklijft.

Zo deel je een boodschap niet: de ‘sterke vrouw’

De sterke vrouw trope waarin een vrouw uitgegroeid tot een figuur dat beter is dan mannen nu ze het glazen plafond heeft gebroken en iedereen afblaft is een goed voorbeeld van hoe je een boodschap niet moet delen. Zij heeft haar oorsprong in het principe van de doorgeslagen trope. De schrijver wil zó graag een bepaalde boodschap delen dat die daardoor in hyperbolen verzandt en hetgeen wat zo slecht is, uiteindelijk bij de held(in) van het verhaal alsnog wordt uitgedragen. Denk aan: ‘Mannen zijn slecht omdat ze iedereen afblaffen in hun machtspositie,’ waarna de vrouwelijke CEO en heldin van het verhaal precies hetzelfde doet. Maar dan is het oké, want mijn boodschap is dat er meer vrouwen aan de top moeten komen.

Het moge duidelijk zijn waarom dit krom en vervelend leest. Maar laten we er toch ook schrijftechnisch naar kijken. Als het hele plot gaat om een vrouw die haar weg naar de top behaald om beter te zijn dan de schreeuwende mannen aan de top, om op het laatst ook iedereen af te blaffen, dan begint ze bij nul, om vervolgens ook bij nul te eindigen. Niet alleen dat. Diezelfde nul aan het begin wordt ook nog eens gezien als 100, 1000 of een ander groot winnend getal dat het gewoon niet is: het blijft hetzelfde dat in het begin zo ongewenst was.
Vertaal dat nu eens naar een centraal conflict zonder doel om een moraal uit te dragen. Hou het lekker simpel, want dan zie je goed hoe belachelijk dat principe eigenlijk is:
Een jongen is te verlegen om een meisje verkering te vragen en moet daarvoor het zelfvertrouwen zien te vinden. Eerst is hij zo verlegen dat hij in haar aanwezigheid niet durft te spreken, gedurende het verhaal gaat dat stapje voor stapje beter. Uiteindelijk volgen er gesprekken, die steeds diepgaander worden en uiteindelijk krijgt de jongen verkering omdat hij het meisje in de weken erna weer volledig gaat negeren en niet meer tegen haar durft of wil praten. Misschien zit er zelfs geen oogcontact meer in.

Geen antagonist als tegenslag, maar de dagelijkse werkelijkheid

In een verhaal met een overduidelijk storend moraal is het vaak de held VERSUS, met hoofdletters. Je held is niet alleen iemand die net als ieder ander een leven heeft met daarbij de doodnormale doelen als: het gezinnetje gelukkig houden, een fijn sociaal leven en misschien dromen van een groter huis. Nee, er moet ook gevochten worden tegen iets of iemand. Denk hierbij aan uitspraken als:
* We moeten de straat op voor…
* Ik wil vechten tegen ‘het systeem’
* Deze manier van…. Moet stoppen!
* Dit kan niet langer en als niemand anders het doet, doe ik het wel

Hoewel verhalen met een held die zo’n uitgesproken doel heeft interessant kunnen zijn, lopen ze het risico om prekerig te worden. Probeer daarom datgene wat jij of je personage zo vervelend vinden geen uitgesproken tegenstander te geven. Dus Robin Hood gaat niet die ene rijke koning bestrijden en de feministe heeft geen blaffende mannelijke baas om tegenop te boksen, waarvan ze weet waar hij te vinden is: derde deur links op de zesde verdieping.

Kijk in plaats daarvan eens hoe zich dat dagelijks manifesteert, zonder op te vallen. Deze paradox werkt in je voordeel. Want hoe valt het nog op dat je wil schrijven over de onrechtvaardigheid van extreme armoede als je held amper te eten heeft, maar wel een doorzettingsvermogen heeft om daaruit te komen?
Zelfs deze vraag is een paradox, zie je dat? De dagelijkse werkelijkheid is als je het goed doet, interessant genoeg om over te schrijven. Als je dan erin slaagt om die dagelijkse werkelijkheid niet te overromantiseren en het onrecht op een natuurlijke manier te portretteren, dan is de lezer waarschijnlijk wel empatisch genoeg om met je held mee te leven: “Tjee, wat is het erg dat hij zó weinig eten en geld heeft. En dat is zo bij meer mensen, dat zag ik in de dagelijkse gang van zaken; de meesten werden uitgebuit. Daar zou iets aan gedaan moeten worden.”

Als je met hetleven van een personage meeleeft, doe je dat ook met zijn omstandigheden. Dan hoef je het hoe en wat daarachter niet eindeloos toe te lichten, dat wordt dan vanzelf duidelijk. Het verhaal is ook herkenbaarder zodra het probleem abstracter wordt: hoe vaak kunnen wij naar de derde deur links op de zesde verdieping gaan en te zeggen: ‘zodra die vent is opgehoepeld, ben ik van het probleem af. Ik ga maar even tegen hem schreeuwen en dan neem ik het over als hij er niet meer is’? Het (echte) leven is stukken genuanceerder en hoe meer je van die nuance mee kan nemen in je boodschap, hoe meer de boodschap bij de lezer aan zal komen. Het zal heel goed kunnen dat die boodschap niet zo makkelijk meer te definiëren is voor de lezer. Maar het zorgt er wel voor dat je boek minder snel vergeten wordt. En je boodschap ook. Al is het maar omdat je lezer met een specifieke emotie en een diepgaande vraag je boek dichtslaat.

In de blogpost van volgende week ga ik de duidelijke moraalridder en de prettige boodschapper naast elkaar zetten, zodat je het verschil goed kan zien en wat meer kan oefenen met dit principe.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe schrijf je een nuttige Mac Guffin?

Ieder plot heeft een beat, een moment nodig waarop het een andere weg inslaat, er een hint wordt ontdekt of waar er belangrijke informatie wordt meegedeeld. Het is niet ongewoon om dat te verpakken in een Mac Guffin: een voorwerp dat al die benodigde informatie heeft en waar je personages uitgesproken naar op zoek gaan. Dat kan verschrikkelijk saai zijn: omdat je een simpel gegeven te lang rekt of omdat je alleen daar de focus op houdt. Maar er zijn manieren om een relatief simpele zoektocht als podium te gebruiken voor een verdieping van je personages of je verhaalthema.

Wat is een Mac Guffin en waarom is die zo link?

Als je hem als zodanig herkent, is de Mac Guffin zo cliché als wat. Het is de schatkaart naar de heilige graal, het superdrankje om het monster te verslaan… Dat voorwerp dat gezócht moet worden, omdat anders alles (het Grote Plan, de Saamhorigheid van de Groep) aan diggelen valt. Dat voorwerp, of die kennis van die ene tovenaar, dat iets wat lijkt te schreeuwen: “een verhaal bestaat uit drie akten, geen twee. Dus moet er iets tussendoor komen om de spanningsboog te behouden of zelfs te maken. Een andere reden is er eigenlijk niet.”
En ondertussen kletsen de personages tijdens hun queeste maar door en door over hoe legendarisch dat voorwerp of die persoon is die hen verder op weg gaan helpen.
Je ziet het misschien al: het risico van een Mac Guffin is dat je verhaal helemaal niet meer gaat om de heilige graal en de dromen van je held om het eeuwige leven, macht, liefde of… te vinden en wat die zoektocht met de heldenreis doet. Het gaat dan alleen nog maar om het statische gegeven van een voorwerp vinden. Dan heb je geen verhaal meer, maar een gegeven en heeft de lezer niet veel meer te lezen…

Op zoek naar de Mac Guffin

Net als bijna alles in creatief schrijven is ook de Mac Guffin van zichzelf niet meteen een slecht idee, maar gaat het erom hoe je die inzet, net zoals bij iedere andere trope of schrijftechniek. Maar denk er ook eens aan om de Mac Guffin niet alleen dat doel, maar ook een middel te maken en je komt er al een heel stuk verder mee. Bijvoorbeeld:

Je groep personages is op zoek naar een kist magische munten: dat is hun einddoel. Niet alleen maakt deze schat je rijk, maar je wordt er ook nog eens geliefd van. Bij degene waar je een heimelijk oogje op hebt. Of door je baas: waar die eerst niet eens leek te zien dat je voor zijn bedrijf werkte, ben je na het vinden van deze schat een collega die waardering, promotie en meer zeggenschap krijgt: je wordt meer geliefd binnen het bedrijf. Kortom: je wordt geliefd(er) op een manier die het meest aansluit bij jouw willen en nodig hebben.

Hiermee heb je al een iets vlotte invulling van de Mac Guffin. In plaats van dat iedereen in de groep ‘gewoon’ rijk wil worden, kan je de afzonderlijke karakters van de personages makkelijker in de schijnwerpers zetten door ze elk met een andere motivatie op pad te sturen. Dat voorkomt dat de groep de zoveelste wordt die een queeste te voltooien heeft. Zo lees je niet zes keer over mensen die rijk willen worden, maar zowel over iemand die zichzelf onaantrekkelijk vindt op romantisch gebied, en een ander laat een gebrek aan zelfvertrouwen binnen het eigen kunnen zien. Daarmee krijgt je verhaalthema al wat meer vorm.

De spoorloze Mac Guffin

Als je hele verhaal om een groot deel ervan gebaseerd is op een zoektocht naar iets specifieks, schrijf dan ook eens een scène in je opschrijfboekje waar de personages erachter komen dat dit voorwerp (misschien) niet vindbaar is. En nu? Dat is een vraag voor je personages, maar zeker ook voor jou als schrijver. Want wat gebeurt er nu met:
– De motivatie van je personages om verder te gaan? Proberen ze andere methoden te bedenken om het einddoel te bedenken of draaien ze om? Het antwoord leert je veel over hen en ook wat je nog aan plotwendingen kan inzetten.
– Het plot? Komen je personages erachter dat ze eigenlijk iets anders na (zouden) moeten jagen dan de schat? Gaan ze dat ook doen? Zo ja, hoe dan? Heb je met die nieuwe methode misschien nu hoofdstukken ervóór die niet meer belangrijk zijn voor het grote geheel? Zo nee: wat doen ze dan? Je kan niet zomaar een verhaal plotsklaps eindigen. Kijk nog eens goed naar je algemene plot of denk anders heel goed na over een logische wrap-up.

De waardeloze Mac Guffin

Stel dat je groep helden naar een sleutel zoeken voor op de schatkist en dan een sleutel vinden die niet past. Da’s flink balen. En nu? Tja, nu niks. Maar nu we er toch zijn: dit is een goed moment om te kijken naar hoe en waarom de personages naar elkaar toe zijn gegroeid. Pas wel op: dit kan je te letterlijk doen:
“Goh, Frodo, nu we zoveel hebben meegemaakt, kan ik wel zeggen dat ik jou best een goede hobbit vind..”
Probeer in plaats daarvan – bijvoorbeeld- een show don’t speak in de tekst te schrijven.
Als je groep avonturiers verder willen zoeken naar een andere of de goede sleutel, let er dan wel op dat je dat volgens een goede opbouw doet: bedenk een reden, of een goede nieuwe tactiek voor de groep om verder te zoeken. Anders val je snel in de herhaling.

Kortom: een Mac Guffin wordt vaak gezien als een informatie die je personages moeten vinden om verder te gaan met het verhaal. Als je een beetje creatief hiermee bent, kan je in de zoektocht daarnaartoe ook informatie voor je lézer meegeven. Een interessant middel, niet alleen voor dat ene einddoel, maar ook om je verhaal wat meer persoonlijkheid en kleur te geven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Immo Wegmann verkregen via Unsplash.



Schrijfoefening: show, don’t speak

Show don’t tell is zo’n beetje dé basisregel van creatief schrijven. Zonder deze regel wordt een verhaal erg langdradig, of komt de tekst niet tot leven. Er zijn verschillende manieren om show don’t tell toe te passen, waarvan een er vaak wordt vergeten.

De basis van show don’t tell: terecht tegenprotest?

‘Schrijf ‘de tranen lopen over mijn wangen’ in plaats van ‘ik huil’.’ Voilà: show don’t tell in een notendop. Iedere schrijfcoach hamert erop hoe belangrijk die regel is en geeft verschillende manieren en redenen om show don’t tell toe te passen. Maar theoretische regels zijn nooit heilig, al wordt show don’t tell soms wel zo gezien. Zodanig zelfs dat er ook een tegenbeweging voor deze schrijftechniek is ontstaan. Onterecht, maar daar moet wel een kanttekening bij geplaatst worden. Show don’t tell wordt alleen onterecht heilig als je die notendopregel als enige interpretatie van de regel ziet.

Nu gaan we praten…

Beginnende schrijvers schrijven vaak dat de tranen over de wangen rollen, om vervolgens alsnog in een overdaad aan tell te belanden, vaak in de vorm van een as you know Bob. Zo raken sfeeromschrijvingen en dialogen met elkaar verweven op een manier die het allebei die schrijfvormen alleen maar teniet doet. Daarom kijken we tijdens deze schrijfoefening naar een nieuwe regel/ term: show, don’t speak. Je beschrijft iets zonder een dialoog. Als je van lichaamstaal uitgaat, kan je namelijk show don’t tell toepassen zonder alsnog in een dialoog of ergens anders compleet de mist in te gaan met een overdaad aan ‘tell’.

Show don’t speak: start met een voorspelbare trope

Voor deze schrijfoefening ga je observeren. In het openbaar of een wat meer vertrouwde setting, dat is aan jou. Zorg er wel voor dat je weet wat je grofweg kan verwachten of wat er gaat gebeuren: je moet gaan werken met een enigszins voorspelbare of vertrouwde trope. Denk daarbij aan:
* Een treinreiziger
* Een verliefd stel
* Een verjaardag
Kortom: iets wat je al zo vaak hebt gezien dat je kunt wachten op het moment dat de reiziger ongeduldig op zijn horloge gaat kijken, de conducteur langskomt, het stelletje koosnaampjes gaat gebruiken of gaat kussen, of er iemand lang-zal-ze-leven gaat zingen. Tante Sjaan natuurlijk, want tante Bep is een minuut daarvóór de taart gaan halen.

Bepaalde dingen lopen volgens een bepaald stramien dat je ziet aankomen als je grofweg tien jaar of meer aan levenservaring hebt. Probeer nu eens te bepalen waarom je dat nu precies aan ziet komen. Want die treinreiziger gaat echt niet zeggen: ‘ik word hier altijd zo ongeduldig van, als de trein weer eens drie minuten te laat komt en ik moet hollen voor mijn overstap.’ Nou vooruit, sommige mensen zijn levende as you know Betty’s ( ;)) maar die zijn zeldzaam. We zijn meestal bang dat mensen denken dat we gek zijn als we hardop in onszelf praten. Daar kan je je voordeel mee doen.

Schrijf om te beginnen op waaraan je de ‘start van de trope’ ziet:
* Die twee mensen houden handen vast, dat is een verliefd stel
* Die man in pak in de trein is een zakenman op weg naar een vergadering
* Een groep tienermeiden steekt de koppen bij elkaar: er komt een roddel aan

Wat gebéurt er nu?

Omdat we er zo gericht zijn om naar inhoudelijke spraak te luisteren, vergeten we te kijken naar wat er gebéurt. Dat is de volgende fase: goed opletten. Houd je ogen en oren open en probeer als er sprake is van gesproken taal, die weg te filteren. Dat kan aanvoelen als een focus op detail. Het kan zo uitpakken, maar dat hoeft niet zo te zijn.
Kijk eens naar deze tabel. Je zal zien dat er non-verbale, maar duidelijke dingen zijn die geen extra verbale uitleg meer nodig hebben, en details zijn die al zo veelzeggend zijn dat het geforceerd over zou komen als je personage nog zou zeggen: ‘dus ik voel me…’ of ‘dus ik bedoel maar:…’

Opvallende zakenDetails
iemand loopt met open armen op de ander af iemand speelt met de haren, terwijl die de geliefde aankijkt
diepe zucht en fronsend voorhoofdiemand schuift subtiel een eindje weg van de ander op een stoel, of keert de rug wat meer naar de ander toe
rennen in plaats van lopenEen stem breekt wanneer iemand start met praten
een stel dat je naar een hotelkamer wil stureniemand blijft een paar tellen voor een deur staan vóór het binnenlopen

Kijk vooral naar de kolom met details. Waarschijnlijk lijken dat geen details meer op het moment dat je ze zo afzonderlijk ziet staan. Want als dat verliefde meisje dat met de haren speelt geen (heimelijke) kus wenst of probeert te stelen… En als de stem op het punt staat te breken, volgt er geen leuk nieuws. Dan hóef je niet te weten wat er inhoudelijk gezegd gaat worden om het beeld te snappen. Dat vormt het uitgangspunt van deze schrijfoefening: probeer een (niet zo subtiel) detail of iets opvallends te vinden en schrijf dat uit in een korte sfeeromschrijving, zonder dat je terugvalt op dialoog. Je zal zien dat deze ‘show don’t speak’- scène heel interessant kan zijn zonder gesproken tekst.

Iemand wil opbiechten hoeveel de ander voor hen betekent, maar dat mislukt.

‘Show and speak’ wordt:
Het bloed racete door haar aderen toen ze hem aankeek. Ze slikte. Precies die blik deed haar geloven dat ze meerwaarde had.
“Je moest eens weten hoeveel…”
“Ja?” vroeg hij geduldig.
Maar haar stem wilde niet meer.

‘Show don’t speak’ wordt:
Haar handen trilden terwijl ze hem aankeek. Haar blik hield de zijne vast. Ze deed haar mond open en weer dicht. Ze merkte dat haar hand ongemerkt naar de zijne was opgeschoven, alsof die die van hem had willen pakken. Ze schudde verwoed haar hoofd en draaide van hem weg, hopend dat hij de opkomende tranen niet had gezien.

Zoals altijd zijn toepassingen van schrijftechnieken slechts richtlijnen. Maar voeg ‘show don’t speak’ zeker toe aan je arsenaal van schrijftechnieken als een mogelijke vervaging van ‘show dont tell’.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door 青 晨 verkregen via Unsplash

Zo schrijf je een personage dat zichzelf tegenwerkt

Er zijn vele redenen waarom een personage zichzelf tegenwerkt. Dat kon je in de vorige blogpost al lezen. Ieder personage heeft iets paradoxaals in zich om interessant te zijn, anders wordt diens persoonlijkheid dat van een stuk karton. Een personage dat zichzelf tegenwerkt, heeft heel vaak iets wat het niet laat zien. Maar zodra het aan de oppervlakte komt, is het niet meer te stoppen.

Wat wordt er weggestopt?

Een personage dat zichzelf tegenwerkt, moet iets weg te stoppen of te compenseren hebben. Dat kan onschuldig zijn: als je held een houten Klaas is, zal het niet snel naar de sportschool gaan en ontwijkend gedrag vertonen als de vriendengroep het daar een keer voor uitnodigt. Dat kan een ongemakkelijk moment opleveren. Er zullen eindeloos veel smoesjes volgen en als de held dan toch een keer wordt overgehaald, zal het op talloze manieren zichzelf voor schut zetten door de onhandige manier van doen.
Hier kan je al zien dat er meerdere ‘laagjes’ zijn. Om de niet-atletische kant te verstoppen, worden er smoesjes verzonnen en zodra daardoorheen wordt geprikt, eindigt dat in gestuntel: het tripje naar de sportschool is onvermijdelijk en eindigt op de eerstehulppost met een gekneusde teen.

Maar het weggestopte probleem kan ook een complete scène of een heel verhaal dragen. Denk dan in termen van de grootste angst of grote schaamte. Dan gaat een personage zich echt niet zomaar gewonnen geven. Maar als je de zwakke plekken kent – die je in de personagebiografie hebt staan- kan je ervoor zorgen dat dit personage zich in de eigen voet schiet.

Casus: jurylid #3 Twelve angry men

In de film twelve angry men moet een jury bepalen of een 18-jarige die terecht staat voor de moord op zijn vader, schuldig is of niet. Bij de geringste twijfel moeten ze hem vrijspreken. In het begin van de film is er een jurylid dat ervoor pleit om de jongeman niet schuldig te pleinen, in eerste instantie gewoon om zijn zaak te bespreken. “Je kan niet zomaar iemand ter dood veroordelen zonder daarover gepraat te hebben,” is zijn gedachtegang. Uiteindelijk gaan de andere juryleden een voor een overstag, maar jurylid #3 is bijzonder koppig. Of eigenlijk: gewoon boos. Hij luistert niet naar argumenten: hij wil gewoon dat de jongen wordt veroordeeld. Dat komt omdat hij zijn zoon op de jongeman projecteert. #3 heeft een 22-jarige zoon met wie hij geen contact meer heeft. De film impliceert dat dat komt omdat de vader te agressief was naar zijn zoon.
Maar zo ziet vader dat niet. “Je doet altijd alles voor die verwende jongeren en dan kunnen ze je van alles flikken: ze hebben geen respect meer voor hun vaders.” Hij kijkt niet verder dan zijn eigen blinde vlek en daarom moet de jongen die terechtstaat hoe dan ook veroordeeld worden, als wraak naar zijn zoon. Maar in die blinde woede nemen andere juryleden hem op een bepaald moment minder serieus. Of #3 delft zijn eigen graf, met bijvoorbeeld:
“Wat maakt mij het uit of dát bewijs klopt? Dít bewijs is waterdicht, al het andere mag het raam uit!”
Om twee minuten later te horen, als hij op ander bewijs terugvalt: “Maar dat andere bewijs mochten we toch het raam uitgooien?”

Koppig of diepgaand?

Je kan het hoe en wat achter een koppig personage niet onthullen. Dat leest niet prettig. Maar een personage dat zichzelf tegenwerkt, zoals jurylid #3, kan ontzettend interessant zijn. Tot op het allerlaatst, als hij instort en al heel wat nare en kromme dingen heeft gezegd, is het lastig sympathie voor hem te voelen. De reden dat hij toch interessant blijft, is omdat datgene wat hem tegenwerkt – zijn eigen woede- consistent is in gedrag, maar niet in gevolgen. Langzaamaan keren steeds meer juryleden zich tegen zijn argumenten, manier van doen of ‘debatteren’. Bovendien wordt er uitstekend gebruik gemaakt (subtiel) van zaaien en oogsten.
Als een personage zo gedreven door één enkel motief, denkt het publiek: triggert zelfs dít jou? Kun je hier óók al boos om worden?
Blijkbaar wel. Als je het daarbij laat, gaat je personage mislukken en irritant worden. Geef een reden waarom die houding dat personage blijft dienen (of dat lijkt te doen!) en dan heb je ineens een heel interessante personagegroei om in de gaten te houden. Want als iets negatief is, dan kan iets jou niet alleen maar blijven dienen. Er komen scheurtjes in die tactiek. Het personage heeft dat zelf niet door, omdat die iets anders ziet gebeuren, of anders naar de situatie kijkt. ‘Maar wáárom dan?’ is wat het publiek geïnvesteerd houdt.
Jury #3 zou bijvoorbeeld kunnen denken: het gaat er mij niet om dat ik boos moet zijn, het gaat er mij om dat mijn gezag geldt, want daar hecht ik waarde aan. Dat boos zijn heeft daarvoor altijd gewerkt, dus dat heb ik tot mijn emotionele schild gemaakt.
Als er dan een moment komt waarop dat niet meer werkt, een personage dat te laat inziet en dus langzaam maar zeker het eigen graf delft, vraagt een toekijker zich af wat er nog meer komt, achter zit of gaat gebeuren: pageturner gegarandeerd.

Zoeken naar de ultieme trigger

Een ultieme trigger dwingt je personage tot uiteindelijke overgave. Wat dat is lees je in je personagebiografie. Geef het vorm alsof het een verhaalthema is: een en hetzelfde gegeven dat je op meerdere manieren kan verpakken. Als afbrokkelen van het gezag de ultieme trigger is, denk dan aan tegenspreken, niet luisteren, onbeleefd antwoord geven of negeren. Zo kan je voldoende variëren met een personage dat steeds opnieuw in de aanval gaat, maar voelt het wat minder alsof die steeds om hetzelfde (kleine) ding het hoofd stoot. Geef ondertussen ook hints naar de kern van het probleem, in plot taalgebruik, of sfeeromschrijvingen. Als de trigger dan maar blijft komen en de aanvalstactiek niet verandert, kost dat je personage vroeg of laat de kop. Tot dat moment aanbreekt of op het moment zelf kan je hints geven naar wat het eigenlijke probleem precies is om het verhaal spannend te houden.

Foto door Dmytro Tolokonov via Unsplash.

Hoe schrijf je een uniek tropepersonage?

Je hebt personages die op het eerste gezicht slechts een type trope zijn: de nerd, de boze witte man, de onschuldige en lieve moeder. Dan moet je ervoor zorgen dat ze meer worden dan alleen een representatie van die trope. Maar soms gaat dat niet, bijvoorbeeld als je personage een te kleine rol heeft in het verhaal. Dit kan je doen om dit personage alsnog uniek en herinneringswaardig te maken.

De trope onder de loep nemen: zoek het bijvoeglijk naamwoord

Kijk eerst eens met wat voor trope je te maken hebt. Vaak zit er in de omschrijving ervan een bijvoeglijk naamwoord bij. Dat kan je een heel eind op weg helpen. Zo heeft de boze witte man – verrassing- een hoop boosheid in zich en het lelijke eendje is per definitie van de trope vaak onopvallend of verlegen.
Dit bijvoeglijk naamwoord kan je veel vertellen over de mogelijke grootste angst, drijfveer, geheimen, droom of de leidende karaktertrek van je personage. Toevallig of niet is dit ook de achtergrondinformatie van je personage waar je het meest aan hebt om het uniek en interessant te maken.

Neem het lelijke eendje. Misschien komt die neiging om onopvallend te willen zijn van ouders die via hun kind hun niet vervulde wensen in alsnog vervulling willen zien gaan.
“Ik ben nooit schoonheidskoningin geworden, dus nu moet jij uitblinken met je uiterlijk. Gemiddeld zijn is een ramp!”
En net als jij doodongelukkig eindigen, mams? Nee bedankt: ik verdwijn liever in de massa en zorg dat ik gewoon lekker mee kan draaien. Lekker gemiddeld, lekker veilig, niks mis met een ‘gewoon’ leventje…

Als je zo de trope onder de loep kan nemen en die een unieke invulling kan geven is het al stukken lastiger om het personage als cliché te laten eindigen.

Persoonlijk taalgebruik als ultiem onderscheid

Een sjieke advocaat praat heel anders dan een jolige bouwvakker. Als schrijver weet je vast wel dat als deze personages groeten, ze dat niet hetzelfde horen doen. Eerstgenoemde zegt kalm: ‘Goedemorgen’ waar de andere ‘môgge’ in je oor toetert. Het zou bizar zijn om dat om te keren. Met dit simpele voorbeeld kan je al zien hoe belangrijk de taal en de stem van een personage zijn.
Wat jammer is, is dat de meeste schrijvers het hierbij laten als het om kijken naar taalgebruik gaat. Geef ze een ‘goedendag mijnheer,’ in plaats van een ‘goeiemoggel wereld’, nog een stopwoordje et voilà.
Daar valt veel meer uit te halen.

Denk aan dingen als:

  • een sportfanaat gebruikt veel uitdrukkingen die met sport te maken hebben
  • Een puber met een kan-mij-het-schelen-houding mompelt veel
  • Een racist spreekt letterlijk in ‘wij ‘ en ‘zij’ taal
  • een beelddenker beschrijft emoties in plaats van te zeggen wat het voelt: ‘een steek in de rug’ versus ‘ik voel me verraden.’
  • een uitgesproken empathisch persoon checkt regelmatig bij de gesprekspartner: ‘klopt het wat ik zeg?’ Om niemand voor het hoofd te storen met een aanname of omdat diegene weet dat een ander een situatie anders kan beleven dan hijzelf.

Natuurlijk moet je erop letten dat je deze dingen subtiel in de tekst verwerkt, anders komt het alsnog te geforceerd over. Kijk daarvoor hoe je dit taalgebruik , of deze maniertjes, zo je wil kan vertalen naar een show don’t tell als aanvulling op dat wat je personage zegt. Maar ook dan weer in de subtiele zin van het woord.
Als we aannemen dat de sportfanaat niet alleen graag op de tribune zit, maar ook graag meedoet, kan je stellen dat die beweeglijk is. Een show don’t tell is dan bijvoorbeeld: zit altijd te wiebelen op de stoel.

Natuurlijk is wiebelen op een stoel geen duidelijk teken dat iemand van sport houdt. Maar als je meerdere van dit soort maniertjes, gewoonten, uitingen, voorkeuren enzovoorts bij elkaar optelt, dan krijg je wel de sportfanaat die je wil schrijven. Zonder dat die meteen met een toeter in de clubkleuren hoeft rond te lopen en steeds zegt dat er iets ‘gescoord’ in plaats van gekocht gaat worden.
Je lezer hoeft niet per se aan dit soort show don’t tells te zien dat dit ab-so-luut een sportfanaat betreft. Zolang het maar duidelijk is dat de/ een ultieme tegenhanger – de sjieke advocaat, bijvoorbeeld- hier níet aan het woord kan zijn.

Voorbeeld: ik-figuur en oude vrouw

Twee personages geven een voorbeeld geven van al het bovenstaande:

De auto stopt nog maar net op tijd, ik blijf net op tijd op de stoep staan. Even maakt mijn hart een sprongetje, maar dan maak ik een gebaar naar de automobilist: niks aan de hand, we kunnen weer verder. Ik glimlach en wend me tot de oude dame naast mij, die binnensmonds vloekt.
“Dat was even schrikken, hè? Alles in orde met u?”
“Die verdomde wegpiraat zou mijn hartmedicijnen moeten vergoeden!”
“Tja, wie weet waarom hij niet uitkeek.”
“Wat maakt dat nou uit? De jeugd van tegenwoordig ook, altijd maar haast, altijd egocentrisch…”
“Wie weet hoorde hij net dat zijn vrouw met spoed in het ziekenhuis is opgenomen.”
“Ja ja, zo kan je wel smoesjes blijven verzinnen. Als ik in het ziekenhuis was beland, was dat veel erger geweest”

Deze oude vrouw is niet zomaar een bijna-verkeersslachtoffer, maar de trope van een verbitterde bejaarde vrouw. Kijk maar:
– ze is geïrriteerd
– ze zet zich niet snel over iets heen (zo kan verbittering groeien)
– ze is niet objectief meer: (dat doet verbittering met je) hoezo is haar leven per definitie belangrijker dan dat van een ander?
– en ze spreekt zichzelf tegen: de jeugd van tegenwoordig egoïstisch? En haar eigen uitspraken dan?
Dat is misschien geen echt teken van verbittering. Maar fijn is anders. Net zoals verbittering ook niet echt iets prettigs is.

En de ik-figuur, wat is dat voor een tropepersonage? Een lieve verpleegkundige, hoogzwangere vrouw of een gehaaide boekhouder? We zullen het nooit echt zeker weten, maar de laatste optie is wel van tafel, lijkt me.

Kijk eens hoe je zo enkele algemene eigenschappen van trope(personage)s om kunt zetten in unieke tekst. Je verhaaltempo zal ervan omhoog schieten!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door sporlab verkregen via Unsplash



Een interessante romance in een notendop

Romances worden ontzettend vaak geschreven, maar minstens net zo vaak zijn die cliché of blijven ze oppervlakkig. Met dit stappenplan schrijf je een romance van begin tot eind interessant en origineel blijft.

1. Bedenk om wie het gaat

Gemakshalve noemen we de hoofdrolspelers van een romance altijd Romeo en Julia. Maar dat wil niet zeggen dat deze helden zich als die beroemde personages moeten gedragen. Sterker nog, een goede romance begint met personages die verfrissend en hun eigen persoontje zijn. Besteed dus eerst aandacht aan het ontwerpen van je personages. Denk bijvoorbeeld aan hun voorgeschiedenis, voorkeuren en wie ze waren voordat ze verliefd werden. Werk dat laatste ook mee uit om ervoor te zorgen dat ze naast verliefd ook altijd personages blijven. Er is niks zo saai om over te lezen als iemand die alleen maar kwijlend naar een ander kan staren.

Lees meer tips

2. Neem het koppelen serieus

Een koppeltje in een boek is maar al te vaak samen omdat de ander zo knap, lief, stoer, zorgzaam… is. Leuk, zo’n roze wolk, maar die kan het gewicht van een compleet plot niet dragen. Als je een stelletje wil dat een serieuze relatie ook echt samen aan kan gaan, zorg dan dat ze ook echt bij elkaar passen. Uiterlijk is het minst belangrijk van alles. Kijk naar zaken als gezamenlijke interesses, maar ook vooral naar verhaalthema’s en het plotverloop. Wat wil je met jouw verhaal vertellen en wat moet jouw stelletje dus ook kunnen uitdragen? Zijn ze daar met zijn tweeën het goede koppel voor?

3. Hou het groeiproces in de gaten

Goede personages hebben een centraal conflict, waardoor ze aan het eind van het verhaal een beter en ander mens zijn. Zorg ervoor dat je niet vergeet dat iemand een eigen individu blijft, ook binnen een relatie. Laat die hobby of dat levensdoel dus niet zomaar op de achtergrond raken, alleen omdat je personage nu een wederhelft heeft. Gebruik de wederhelft in plaats daarvan als een aanvulling op dat centraal conflict. Kan je nog wat extra spanning oproepen? Of is de wederhelft juist degene die het beste in de ander naar boven haalt, zodat het grotere doel makkelijker bereikt kan worden?

4. Ruzies om van te groeien

Ruzies die onmiddellijk opgelost kunnen worden door een minuut te besteden aan het oplossen van een misverstand, zijn uit den boze. Zorg voor ruzies waar een echt probleem centraal staat. Iets waar een oplossing voor moet worden gevonden en die niet voor de hand ligt. Zo wordt de vindingrijkheid van je personages op de proef gesteld en hun relatie ook echt getest. Als die dat dan overleeft, is de relatie ook stukken geloofwaardiger dan wanneer je beweert dat de romance tegen alles bestand is, totdat er een ongefundeerde roddel in het spel komt. Kijk hoe je deze serieuzere ruzies ook kan laten aansluiten bij het verhaalthema. Zo voorkom je dat ‘lang en gelukkig’ klef, cliché of onverdiend overkomt.

Lees meer tips

5. Lang en gelukkig

Als je lang en gelukkig wil leven met een relatie die ‘alles aankan’, laat dat dan ook zien. Je koppel moet meerdere serieuze conflicten kunnen doorstaan, waarbij het niet voldoende is dat de ander een minpuntje van de wederhelft leert omarmen. Een goed stel helpt elkaar meerdere keren uit een serieuze brand. Om je koppel nog interessanter te maken, zorg je ervoor dat deze branden ook verschillend van aard zijn. Bovendien is het belangrijk om een romance altijd onderdeel van de plot te houden, niet de plot zelf.

Lees meer tips

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Naomi Irons verkregen via Unsplash

Een gouden regel voor het schrijven van expositie: ‘Even wat anders’

Expositie is het bekendmaken van informatie aan de lezer. Doe je het goed, dan valt het niet op en wordt je informatie zelfs een onderdeel van een lopend verhaal. Dat is lastig. Maar als je loslaat dat er een lezer is die informatie moet krijgen en je personages niet weten dat ze van papier zijn, kom je al een heel eind.

Slechte expositie: ‘Heb je al gehoord…?’

Laten we eerst even herhalen waarom expositie zo belangrijk is om goed te doen. Je lezer moet weten wat er speelt in de papieren wereld, maar maak van Hoofdstuk 1 een infodump en je lezer komt niet verder dan dat deel van je boek. ‘Mijn personage werkt in een dierentuin, heeft een vrouw en zijn grootste angst is om ontslagen te worden.’ Dat is een beetje te direct als introductie. Maar dat is slechte expositie ook:
“Hoi Martha, hoe is het met Bert?”
“Hij zit niet zo lekker in zijn vel. Hij hoorde vorige week het gerucht dat de dierentuin gaat bezuinigen…”
“Maar zijn baan zal toch niet in gevaar zijn?”
“Dat weet hij dus niet: hij slaapt de hele week al slecht.”

Hier is het te duidelijk dat de personages iets duidelijk willen maken aan de lezer. Elke zin draagt daar op zijn eigen manier aan bij:

  • Hoe gaat het? –> Dit is een erg lege frase in een boek. Als het antwoord ‘goed’ is, is het een nietzeggende beleefdheidszin. Zo niet, dan schreeuwt het met knipperende neonlichten: ‘Lezer, zet je schrap, er komt een conflict aan!’
  • Hij zit (…) –> dit is een infodump: het is veel te directe informatie.
  • Maar zijn baan (…) –> natuurlijk wel. Als iets zo direct wordt meegedeeld. voelt een lezer aan dat hier iets mee gaat gebeuren. Het voegt geen spanning toe, het voelt alleen maar geforceerd.
  • Dat weet (…) Hier herhaalt Martha zichzelf alleen maar. En dat Bert slecht slaapt, is zo logisch, dat je dat niet extra hoeft uit te leggen.

Kortom: hier zie je alleen maar holle frases en wordt iets uitgelegd wat iedereen kan begrijpen. Er worden in deze expositie dus een aantal grote fouten gemaakt. Dat gaan we op een rijtje zetten.

Dit gaat er mis bij slechte expositieVervelend gevolgJe kan beter…dat doe je door…
je (personage) legt iets (logisch) letterlijk uitje lezer wordt als dom gezienmet het verhaal verder gaande aandacht op iets anders te richten
informatie wordt geforceerdde lezer wordt uit het verhaal gehaaldde aandacht op iets anders richtenmeerdere lagen toe te passen in je tekst
informatie voegt weinig tot niets toede vaart gaat uit de tekstbedenken wat je echt wil zeggenmeerdere lagen toe te passen in je tekst

Zie je de samenhang tussen de uitgangspunten meerdere lagen en de aandacht ergens anders op richten? Als je expositie in de subtekst – dat wat je tussen de regels door kan lezen- kan verstoppen, wordt de expositie een deel van het verhaal. Maar daarvoor moet je de aandacht wel verschuiven. Naar iets (heel) anders dan wat je (aan de oppervlakte) aan het vertellen bent.
Voor de beelddenkers onder jullie: zie goede expositie als een snoepje wat je lezer ongezien wil toestoppen. Dat kan je bereiken met het het aloude trucje van:
“Hé, kijk daar eens, daar loopt je beste vriend!”
“Waar?”
Je luisteraar kijkt even afgeleid achterom en voilà: even later zit er een snoepje in zijn jaszak. Je moet iets anders dan dat eigenlijke snoepje dus belangrijker maken op het moment dat je het introduceert.

Casus: reiziger met bindingsangst?

Tommy komt net terug van een vakantie en laat Joris zijn foto’s op zijn telefoon zien. Joris heeft net de telefoon in handen gekregen om op zijn eigen tempo door de foto’s te kunnen scrollen.

“Als je het over parelwitte stranden hebt, zeg. Wauw! Waar was dit precies?”
“Even goed kijken, hoor, dat was…”
Joris ziet de foto van Puck voor Tommy hem kan tegenhouden op het scherm verschijnen.
“Ik app haar wel als we de foto’s zijn doorgelopen, ” zegt Tommy als hij dat ook ziet.

Even pauzeren. Want dit is het punt waarop het helemaal mis kan gaan, maar waar je het ook goed kan doen.
Als het doel is dat duidelijk moet worden dat Tommy bindingsangst heeft, doet slechte expositie iets als:
” Wie is Puck? Zo’n mooie meid moet je terugbellen! Hoe lang is het nou geleden dat je een date hebt gehad? Vriend, spring je soms steeds maar in een vliegtuig om relaties te ontlopen?”

Of je kan verder gaan met:
“Ik weet het niet meer, ik ben op zoveel stranden geweest,” zegt Tommy.
“Ja, dan wordt het al snel veel van hetzelfde. Wordt dat nooit saai?”
Tommy scrollt verder naar een foto met een spectaculaire zonsondergang op een prachtig strand en trekt een veelbetekenende wenkbrauw op.
“Nou, vooruit dan,” lacht Joris toegeeflijk. “Maar ik zie jou nauwelijks op je vakantiefoto’s.”
“Als je zoveel natuurschoon tegenkomt, denk ik niet aan mezelf.”
Er klinkt een belletje: Puck appt opnieuw.
“Nee?” vraagt Joris
” Nee. Op de schoonheid van de stranden kan je altijd rekenen. Iets mooiers bestaat er niet.”

Ik moet deze scène bijna overdreven subtiel houden. Meestal leunt een expositie als deze meer op gebeurtenissen in het (grotere) plot. Als er in een plot al puzzelstukjes zijn gegeven dat Tommy bindingsangst heeft, zou je Joris’ ‘Nee’ kunnen vervangen door iets als ‘Neem je dan nooit vrienden mee naar het strand?’
Tommy’s reactie zou dan ook weer veranderen, wil het er niet bovenop liggen.

Maar het belangrijke punt is: zie je in deze scène nog dat Tommy bindingsangst heeft? Een hint ernaar misschien, maar als expositie is het onzichtbaar geworden, doordat je de aandacht van wat er echt toe doet hebt afgeleid. En ondertussen heb je ook nog:

  • een scène waarin de vriendschap tussen de mannen aandacht krijgt
  • laten weten dat Tommy bijzonder gek is op stranden
    • laten zien dat Tommy veel reist
    • laten weten dat Joris lichtelijk jaloers is

      Daar kan je in het grotere geheel veel meer mee dan de lezer alles maar voorschotelen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door by Sean Oulashin verkregen Unsplash

Deze slechterik haalt het bloed onder de nagels vandaan

Je hebt slechteriken die slecht zijn door de wereld te willen veroveren en slechteriken die het de held lastig maken zijn doel te bereiken. En dan heb je nog de slechterik die het bloed onder de nagels van de lezer vandaan haalt. Die slechterik die het lezerspubliek niet haat omdat het de slechterik van het verhaal is, maar omdat iets in diens karakter extreem frustrerend is. Hoe schrijf je zo’n slechterik?

Wat maakt een goede slechterik?

Een goede slechterik heeft een aantal belangrijke basiseigenschappen. Deze lijken misschen een open deur in te trappen, maar later hebben we die nodig voor een goede nuance. Een goede slechterik:

  • Zit de heldenreis van de held dwars
  • Komt realistisch over: het is geen man met een gleufhoed die met een hinnikende enge lach om zijn dunne snor draait
  • Heeft vervelende normen, waarden en karaktereigenschappen

Met deze basis kan je iedere slechterik beginnen te schrijven. Van degene die de wereld wil overheersen tot, de pestkop op het speelplein, de agressieve echtgenote en alles ertussenin. Maar afhankelijk van de macht van de slechterik, het verhaalthema, het plotverloop en nog allerlei andere zaken, zullen deze slechteriken erg van elkaar verschillen. Het worden daardoor niet meteen degene die we als lezers en filmkijkers massaal maar al te graag haten en afkammen. De Percy Wetmores, Dorothea Ombers en al die andere van wie je kan zeggen: eigenlijk is er in de verhaallijn zelf een slechterik die op papier nog veel erger is. En toch, haat ik deze slechterik nog meer.
Hoe kan dat?

Ik ken zo iemand als deze slechterik

Een slechterik die echt het bloed onder de nagels vandaan haalt, is zo iemand van wie je denkt: jij zou zomaar eens mijn collega, buurman of oudtante kunnen zijn. Dictators kom je in het dagelijks leven niet tegen, maar mensen met karaktertrekken en eigenschappen als extreem egoïstisch, genadeloos, harteloos en koud kom je – al dan niet in een combinatie hiervan wel eens tegen. Nu is een dictator dat ook, maar het verschil zit hem in het principe dat je die niet persoonlijk kent. Harry Potter heeft dan misschien wel altijd te maken met de dreiging van Voldemort, hij komt hem niet dagelijks tegen. Bij Dorothea Omber daarentegen is dat wel zo: zij is in zekere mate realistisch. Om deze slechterik kan je held niet heen, omdat die continu en ook zichtbaar op de voorgrond van het plot staat. En dat gebruikt die slechterik ook om zowel de held als de lezer enorm te ergeren. Door niet de heldenmissie, maar het plot dwars te zitten.

De slechterik die zich met het plot bemoeit: ik zeg nee

Als de held, de dictator en de slechterik aan de tekentafel van je boek mochten zitten om het plot te bepalen, zou het gesprek er ongeveer zo uitzien:
“Held, als jij nu eens op zoek gaat naar de magische gouden beker, dan doe ik dat ook. Ondertussen zaai ik dood en verderf. Dan mag jij mijn slachtoffers opvangen, en mij proberen tegen te houden terwijl je de beker zoekt,” stelt Dictator voor.
“Prima,” zegt de Held. “Slechterik, wat doe jij dan?”
“Dan zorg ik ervoor dat de mentor die jou moet trainen, eerst even flink ziek wordt, zodat er langer mensen lijden. O, en ik kom zelf ook langs om de mensen die lijden, niet te helpen. Sterker, ik ga ze nog meer vernederen. En ik zorg ervoor dat er nog een extra draak is om te verslaan – of twee of drie- , zodat Dictator meer tijd krijgt om zijn plan uit te voeren.”

Met andere woorden: Slechterik vecht niet zozeer direct tegen de acties van Held, maar zorgt ervoor dat het potentieel van Held, het groeiproces, de uitvoering van het plan wordt vertraagd. De acties worden nóg moeilijker om uit te voeren.
Dictator is makkelijker om mee om te gaan, omdat die zich in dat opzicht niet met de held bemoeit. Die blijft zelf ook op zoek naar de gouden beker, of probeert een leger te vergroten. Hij werkt in een groot deel van het verhaal Held niet direct tegen.
Slechterik probeert ‘nee’ te zeggen. Niet tegen Held en de heldenreis, maar tegen het hele plot. Als kers op de taart gebeurt dat met een aantal verdorven motieven. En omdat zowel je held als je lezer vooruit willen met het verhaal, is dat ontzettend frustrerend. Zeker als de situatie er in de tussentijd niet beter op wordt.

De slechterik zonder schuldgevoel en met een megafoon

Dictator heeft nogal eens een achtergrondverhaal dat uitlegt hoe die tot diens verdorven daden of gedachtengang is gekomen. De lezer is het daar misschien niet mee eens, maar accepteert die wel als zodanig. Slechterik heeft misschien wel wat motieven, maar een compleet achtergrondverhaal ontbreekt. Maar er is nog een belangrijk verschil: Dictator heeft een plan en voer dat uit. Slechterik voert dat uit, door zowel de lezer als de held continu voor te houden: ‘Kijk eens hoe slecht ik ben!’ En nee, daar zit geen enkele wroeging of schuldgevoel bij. Sterker nog, Slechterik ziet dat soms zelfs als een sterke, gerespecteerde of een anderszins positieve eigenschap. Dictator doet wat die moet doen. Onsterfelijk worden, volkeren uitmoorden, wat de misdaad ook is, dat is uiteindelijk wel het ultieme einddoel. In dat opzicht kan Dictator in een zekere ‘bescheidenheid’ opereren. De trawanten doen het vieze werk wel, de plannen worden in het geheim bedacht en uitgedeeld en als uiteindelijk iedereen weet wie er de baas is, is dat voldoende voor Dictator.

Slechterik wil niet zozeer — of in ieder geval niet altijd- naar een einddoel toewerken, maar eerder een megafoon en een podium hebben wanneer die al die slechte dingen doet. “Kijk eens hoe ik de slechtste van allemaal ben, in al mijn realisme, verachtelijke waarden en mijn pogingen en resultaten om iedereen te dwarsbomen en te ergeren!’

Kortom: Slechterik is slecht, is daar trots op, voelt geen wroeging en wil daarmee continu op de voorgrond staan.

Als die optelsom geen reden meer is om dit soort slechterik te hekelen…

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Hassan Sherif verkregen via Unsplash.

Zo wordt een ruzie tussen Romeo en Julia een aanvulling op het verhaal

De eerste verliefdheid is fantastisch, maar ook Romeo en Julia moeten eraan geloven dat er scheurtjes komen in de roze wolk en er een keer ruzie wordt gemaakt. Niet voor niets heeft de term ‘narratief conflict’, wat de plot aan de gang houdt, het woord ‘conflict’ in zich. Maar onze tortelduifjes zijn doorgaans heel goed in ruziemaken, maar niet zo goed in het hebben van een waardevol narratief conflict. Hoe zorg je ervoor dat een ruzie tussen een verliefd stelletje interessant is voor het verhaal?

Het onnodige misverstand: ga gewoon praten…

“Ik heb je een andere vrouw zien omhelzen, bedrieger! Ik maak het uit!”
“Lieverd, dat was de nieuwe buurvrouw die me vertelde dat haar moeder plotseling was overleden…”

In romantische verhalen komen dit soort ruzies tussen Romeo en Julia vaak voor. Het soort waarvan honderd pagina’s aan drama wordt bespaard als ze gewoon zouden praten, of vragen wat er aan de hand is.

Het klinkt misschien interessant om zo’n misverstand heel lang te rekken. Er moet immers conflict in een verhaal komen. Het geeft ook een vraag en uiteindelijk ook een antwoord: gaat de relatie dit overleven? Maar denk iets langer na en je ziet hoe belachelijk het is om iets wat met één gesprek of verklaring al opgelost kan worden het belangrijkste punt in het verhaal te maken.

“Ik hou zielsveel van jou, met jou wil ik oud worden en kinderen krijgen, maar als er één keer iets gebeurt wat me niet onmiddellijk bevalt, of wat ik niet meteen snap, dan zet ik per direct een punt achter een maanden-  of jarenlange relatie.”  Tot zover ‘onze liefde overwint alles’  en de ruggengraat van je personage. En misschien nog wel belangrijker: het geduld van je lezer voor dit ‘perfecte koppel’…

Wat zijn goede ruzies voor Romeo en Julia?

Romeo en Julia moeten wel degelijk een keer een hobbel of ruzie in hun relatie meemaken, anders worden ze het suikerzoete koppel waarbij een teiltje onmisbaar is. Een lezer wil bij het lezen van fictie meestal een balans tussen ontsnappen aan de echte wereld en realisme. Een koppel moet dus iets voor de kiezen krijgen dat in het echte leven ook aan oprechte spanningen in een relatie zou zorgen. Er komt een probleem dat niet (makkelijk) opgelost kan worden, er moet een beslissing worden gemaakt met lastige afwegingen, of er moet een keuze worden gemaakt op basis van normen en waarden die tussen de twee geliefden niet helemaal overeenkomen. Of er moet een knoop worden doorgehakt die hoe dan ook vervelende gevolgen gaat hebben. Al is het maar voor even.

Stel dat Julia uit Europa komt en Romeo uit Australië. Als ze samen een leven willen opbouwen, moet de ander dus zo ver van huis emigreren als mogelijk is. Daar komen ze waarschijnlijk wel uit als ze – daar is ‘t weer- goed praten en overleggen.  Maar dat wil niet zeggen dat Romeo niet éven probeert om Julia over te halen om naar Australië te komen, als dat betekent dat hij zijn vrienden en familie voortaan nog maar eens in de paar jaar gaat zien. Wat natuurlijk net zo goed voor Julia geldt als de zaak wordt omgedraaid…

Hoe bepaal je waarover Romeo en Julia ruziemaken?

Om het onderwerp van de ruzie te bepalen, kijk je naar een aantal punten:

  • Is er een onderwerp dat aansluit op een verhaalthema?
  • Hoe groot wordt het conflict, realistisch gezien? Waar past dat bij? Het hoofdplot of het subplot?
  • Wat kan in het heetst van de strijd jouw lezer meer leren over Romeo en/of Julia? Gebruik een ruzie voor een diepere kennismaking met je personages.
  • Kan je ervoor zorgen dat de grootste angst wordt aangesproken? Dan heb je een intense ruzie waar veel bij op het spel staat.

Met deze vragen kan je vast een ruzie bedenken die oprecht aanvoelt en ook spannend is om over te lezen. Succes!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Kenny Eliason verkregen via Unsplash

Zo schrijf je een koppel dat ook echt bij elkaar past

Wat je ook schrijft, als er iets een doodssteek is, is het wel dat de lezer opmerkt dat iets alleen gebeurt omdat de schrijver dat wil. Bij een koppelpoging is dat gevaar misschien wel het allergrootst. Want als een verhaal valt of staat bij de aanwezigheid van een koppel, dan moeten er wel personages bij elkaar komen. Maar als je dat forceert, is je verhaal ook niet interessant meer.  Hoe zorg je ervoor dat een koppel als koppel eindigt omdat het gewoon klopt?

Wat past bij het verhaalthema en de heldenreizen?

In het echte leven passen mensen meestal goed bij elkaar omdat ze bepaalde dingen gemeen hebben. Eenzelfde hobby, karaktereigenschappen, interesses… Dat is in een boek ook zo, alleen is het belangrijk om goed te kijken naar wat het verhaal dient. Dan kan je bepalen wat de belangrijkste ‘koppelfactor’ wordt.

Uiterlijk is in een verhaal nóóit de belangrijkste koppelfactor. In het echte leven kan je kijken naar dingen die relatief oppervlakkig zijn. Houden ze van dezelfde hobby’s? Kennen ze elkaar van een festival, wat eenzelfde muzieksmaak aanduidt? Dan kijk je verder naar: delen ze ook belangrijke levensvisies?

In een boek is dat eerder andersom. Een romance is interessanter als Romeo en Julia allebei een leerproces hebben dat hetzelfde is of in hetzelfde straatje, of liever, verhaalthema valt.  Zelfacceptatie, bijvoorbeeld. Romeo kan zich rot voelen vanwege zijn kippenborstje in een vriendenkring vol wasbordjes en Julia kan ermee worstelen dat ze vmbo volgt als kind van een advocatenfamilie. Uiterlijkheden en opleidingsniveau hebben op de oppervlakte weinig met elkaar gemeen, maar een verhaalthema kan daarin de verbindende, zo niet de koppelende factor vormen.

Twee is een plus een

Een plus een is twee: twee individuen maken een koppel. Een koppel dat vervolgens samen verliefd kan zijn, groeien, elkaar kan aanvullen en zo het plot kunnen vullen. Maar draai het eens om: Twee is een plus een. Oftewel: je hebt twee individuen die op zichzelf al een verhaal in zich hebben, voordat ze een koppel zijn. Een goed koppel kan niet bestaan als de individuen binnen dat koppel de persoonlijkheden hebben van een stuk karton. Zelfs niet als Julia op zo’n persoonlijkheid zou vallen. Je moet de lezer ook nog tevreden houden. Een goede oefening om te controleren of je verliefde personages individueel nog interessant zijn is om in je opschrijfboekje een verhaal te kort verhaal te schrijven. Daarin komen de personages elkaar wel tegen, maar worden ze niet verliefd. Heb je dan nog steeds een verhaal met twee interessante personages, dan ben je op de goede weg.

Waarom eigenlijk romance?

Vraag jezelf eens af waarom Romeo en Julia verliefd zouden moeten worden. Waarom volstaat een goed vriendschap niet in dit verhaal? ‘Omdat ik een romance wil schrijven,’ is hier geen aanvaardbaar antwoord. Denk aan dingen als: ze hebben beide eenzelfde trauma meegemaakt en kunnen zo samen een rouwproces aangaan, Julia zorgt ervoor dat Romeo in een lastige periode jaar normen en waarden niet vergeet als die op de proef worden gesteld. Natuurlijk kan vriendschap zoiets ook bieden. Maar als je een (aanstaande) liefdesrelatie bekijkt met een dieper doel dan alleen: ‘later kinderen krijgen’ of ‘straks naar de slaapkamer!’ wordt het verhaal minder clichégevoelig.

De slaapkamer verdienen

Neem ook eens als uitgangspunt dat de personages seks met de ander moeten verdienen. Niet door met wimpers te wapperen, of door spierballen op te laten bollen, maar door (serieuze) opoffering. Romeo neemt een extra baantje om Julia te helpen haar studiekosten te betalen. Daarvoor moet hij een deel van zijn sociale leven opgeven. Dat heeft hij ervoor over, omdat hij van Julia houdt, maar leuk is het niet.
Laat merken hoe Romeo baalt dat hij bioscoopbezoekjes met vrienden mist omdat hij moet werken. Kortom: schrijf eerder ‘raw and real’ dan dat je de zwijmeltoon kiest – wat romantisch dat hij dat doet!-. Die kan je beter bewaren voor als Romeo en Julia later zoenend op de bank zitten of de slaapkamer hebben gehaald.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Toa Heftiba verkregen via Unsplash.