Zo wordt de knappe romantische held óók de held van het verhaal

“Wat is -ie knap…”  “Zo’n gave huid heb ik nog nooit gezien…” Als personages voor elkaar vallen, zien ze altijd wel iets aan het uiterlijk van de ander wat ze méér dan goed bevalt. Zo goed zelfs, dat de valkuil bestaat om dat de hele basis van het verhaal te maken. Het prachtige uiterlijk, of de roze wolk. Maar die aantrekkingskracht is geen verhaal, maar een gegeven. En van alleen een gegeven kan je geen goed verhaal schrijven. Maar hoe schrijf je dan over de eerste fase van verliefdheid waarin je personages helemaal hoteldebotel zijn?

De roze wolk is tijdelijk

De fase waarin je personages op een roze wolk zitten moet ook echt een fase zijn. Dat is misschien wel de allerbelangrijkste regel die je moet onthouden als je een romantisch koppel in je verhaal hebt. Als je ooit verliefd bent geweest, weet je dat de ander  – of zelfs maar de gedachte aan diegene-  al je tijd, gedachten en acties kunnen bepalen. In een boek is dat niet anders. Het plot komt op de rem te staan, je leert de personages niet kennen… Even zwijmelen is leuk. In een romantisch verhaal moet dat zelfs ook enige tijd. Maar als je de lezer alleen maar laat zwijmelen, zal die uiteindelijk alsnog om een teiltje vragen.

Uiterlijk is het minst van alles

“Uiterlijk is ook niet alles”. Dat heb je in het echte leven vast wel eens gehoord als het gaat om wie een ideale partner vormt. Er zijn ook nog kwaliteiten als gevoel voor humor, een goedaardig karakter en nog veel meer. Waar in het dagelijks leven uiterlijk niet alles is, is het in een goed boek misschien wel het minst belangrijke van alles. Uiterlijk kan geen compleet plot vormen, voor een spanningsboog zorgen of een thema verder uitdiepen. Andere eigenschappen kunnen dat wel. Zelfs een standaard eigenschap als ‘vriendelijkheid’ is stukken dynamischer voor een verhaal. Want voor wie is je personage aardig? En voor wie niet? Waarom wel of niet?

Waak ervoor, zeker in zwijmelverhalen, dat je uiterlijk niet te veel gewicht geeft. Dat gebeurt sneller dan je denkt en schoonheid alleen kan een verhaal zelden tot nooit zelfstandig dragen.

Waar valt je personage op?

Als je jouw Romeo echt voor Julia wil laten vallen, is het een goede eerste stap om te kijken wat hij wil en nodig heeft. Anders gezegd: wat zijn zijn drijfveren? En hoe hebben die betrekking op het centraal conflict en het plotverloop? Als Romeo niet de slimste is, kan hij – afhankelijk van hoe je je verhaal wil invullen –  zich aangetrokken voelen tot iemand met veel hersens. Of juist niet: liever heeft Romeo iemand van zijn zelfde intelligentieniveau, zodat hij zich niet minderwaardig hoeft te voelen.

Op die manier kan Romeo later niet alleen in Julia’s prachtige ogen verdrinken, maar ook een steun en toeverlaat in haar vinden. Of iemand die samen met hem hetzelfde leerproces aan kan gaan. In het zoeken naar de romantische voorkeuren van je personage moet je niet overhaast te werk gaan.

Dit is de perfecte partner voor je papieren held

Als je van begin af aan je personage serieus neemt en naar de unieke wensen luistert, is daar veel origineels te behalen. Laat je beslissing van de wederhelft helemaal aan je papieren held over, dan bestaat de kans dat die met een Mary Sue op de proppen komt. Hou ook je plot in de gaten. Dit proces is wikken en wegen en kost meer tijd en moeite dan je misschien zou denken. Neem die tijd er toch voor, want zo schrijf je uiteindelijk een romantisch koppel dat om de goede redenen niet snel vergeten zal worden door je lezers.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Shamim Nakhaei verkregen via Unsplash

Met deze aanloop blijft je hele verhaal stevig: introductie

Een verhaal heeft een introductie. Als die wankel is, is de rest van je verhaal dat ook. Tijd om daar eens goed naar te kijken, dus. Deze week beginnen we met de allereerste introductie van je boek en je held.

Hoe verloopt de introductie van een goed boek?

In de eerste fases van een boek heb je een aantal belangrijke dingen te doen. Je moet duidelijk maken wie de held is en waarom die de held is. Wie de held is, wordt helemaal aan het begin duidelijk. Is het een kantoormedewerker of een president? Een tovenaar of een medicijnman? Je vertelt daarbij ook wat deze held onderscheidt van alle andere kantoormedewerkers of tovenaars. Je laat zien hoe diens individuele wereld eruit ziet: je stelt de comfortzone vast. Dat doe je door te introduceren hoe het alledaagse leven van de held eruit ziet. Dat lijkt makkelijk, maar is een van de dingen die het vaakst misgaan. Introduceren is namelijk iets heel anders dan dat laten zien…

Infodump als snelle, vervelende start

‘Bob was een gewone kantoormedewerker en liefhebbende vader die verder niemand lastig viel. En toch stond daar plotseling een man voor zijn deur die een pistool op hem richtte en zijn kinderen ontvoerde.’
Dit klinkt erg spannend, maar in de praktijk is dit een grote valkuil bij beginnende schrijvers, omdat de uitwerking ervan makkelijk misloopt. De eerste pagina’s staan vol van Bobs o-zo-gewone uiterlijk, baan en leventje, vaak middels een infodump als: ‘Bob stond op en keek ontevreden naar zijn bruine piekhaar in de spiegel, voor hij onder de douche stapte en bedroefd naar zijn kippenborst keek. Zijn vrouw Margje en hij hadden de vorige avond naar een actiefilm gekeken. Margje had gezwijmeld bij de sixpack van de held. En dan was er Bob, met zijn Toyota Aygo voor de deur, naast hun keurig onderhouden tuintje.’ De volgende zaterdagavond staat er dan plotseling iemand met een pistool aan de voordeur.
Zie je hoe hier duidelijk sprake is van expositie? Zodra die zichtbaar wordt, gaat er iets mis. Je kan dit voorkomen door een snuffelstage te lopen bij je personage.

Snuffelstage lopen bij je personage

Bij een snuffelstage loop je maar een beetje achter de stagebegeleider aan. ‘Kijk en leer’ is daarbij het uitgangspunt. Daarom zal je begeleider niet al te veel moeite doen om de werkzaamheden stil te leggen om uit te leggen waar hij mee bezig is.
Tijdens een snuffelstage noteer je niet de details, maar bekijk je vanaf een afstandje wat het grote geheel is van het werk dat Bob doet of het leven dat hij heeft. Wat wil je over drie maanden nog weten van je stage(begeleider?) Welke auto hij rijdt of met wie Bob sprak over de invoer van het nieuwe administratiesysteem, waar jij later vast ook mee gaat werken? En was het interessantste koffieautomatengesprek dat waarin het weer werd besproken of waarin het duidelijk werd wat de de hiërarchie was binnen het bedrijf?
Schrijf bijvoorbeeld op hoe Bob tegen zijn baas praat, en hoe zijn baas terugpraat. Dan weet je ook hoe je later al dan niet in dit werkveld het kan maken om de baas een vriendschappelijke klap op de schouder te geven.
En de knappe secretaresse, wat is haar rol? Blijkt zij later de vrouw van de ontvoerder, laat haar dan een praatje maken met Bob, waarin duidelijk wordt dat er iets niet helemaal lekker zit. Of laat de onschuldige vrouw toevallig iets zeggen over belangrijke papieren, waarna Bob haar afwimpelt in een moment van stress. Kortom: ga zaaien. En als zij niets met het plot te maken heeft, laat haar dan weg. Dus ook als Bob haar aantrekkelijk vindt, maar daar verder niets mee doet.
Als Bob naar huis gaat, geldt hetzelfde uitgangspunt. Leg niet uit wat er speelt, maar kijk vanaf een afstandje mee. En noteer wat er belangrijk is, ook drie maanden na afloop van je stage, als de clues aan de beurt zijn.

De aantekeningen delen met de lezer: kijken van een afstand

Je snuffelstage is voorbij: op naar de tekentafel. ‘Bob kan snibbig zijn tegen zijn collega’s’. ‘Het administratiesysteem heeft kuren gehad.’ ‘Bob wil hogerop komen en kijkt met afgunst naar de dure auto van zijn baas.’ Hoe maak je die losse aantekeningen duidelijk voor je lezer?
Als je vanaf een afstandje kijkt, ga je dus niet in op de details, of expliciete uitleg geven. Net als bij een studie kan je de details van iets belangrijks later terugvinden in je studieboeken. Als je het grote geheel maar begrijpt.
Schrijf dus niet:
“Ik ga vandaag niet naast Bob zitten in de kantine,’ fluisterde Gerard tegen Frans. “Het administratiesysteem crashte, waardoor hij nog snibbiger is dan anders. Bovendien heeft hij een overleg met Baas. Hij zal wel willen hielenlikken.”
Maar liever iets als:
Bob liep statig de kantine in, ging naast Baas zitten en rechtte zijn rug. Hij keurde zijn collega’s Frans en Gerard geen blik waardig. Toen zij hem groetten, trok hij een geïrriteerde wenkbrauw op.
“Is het probleem met het administratiesysteem al opgelost?” vroeg Baas aan Bob.
Bob kreeg een kleur: “B-bijna, ik heb Sonja gevraagd ernaar te kijken.”
Verdomme, dacht hij. Als ze het straks nog niet opgelost heeft…

Een onderliggende boodschap recyclebaar maken

Leg niet de details, maar juist de onderliggende boodschap onder het vergrootglas. Dan worden er een aantal dingen duidelijk(er):
* Bob raakt snel geïrriteerd
* Bob is gevoelig voor status
Dat is voor het verhaalthema en het algemene plot tien keer belangrijker dan wat Frans en Gerard tegen elkaar zeggen. Deze twee observaties kan je namelijk ‘recyclen’: op talloze andere manieren kan je laten terugkomen dat Bob snel geïrriteerd raakt. Collega’s die niet met je willen eten in de kantine, is niet voor herhaling vatbaar, als je het verhaal interessant wil houden.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Als je zo met een verhaal begint, kan een inciting incident, vlak na de start van je verhaal het al helemaal op zijn kop zetten! Daarover volgende week meer.

Zo begin je met schrijven aan jouw Romeo en Julia

Het liefdesverhaal. Je vindt het niet alleen terug in het romantische genre, maar het komt in vrijwel ieder verhaal terug, al is het maar als subplot. Daardoor is het misschien wel een van de moeilijkste verhalen om te schrijven. Het is al miljoenen keren verteld. Wil je dat jouw Romeo en Julia dan nog aanspreken, dan moet je het dus goed doen. En dat begint al aan de tekentafel.

Wie is Romeo eigenlijk? En Julia?

Uiteindelijk wil je dat Romeo en Julia met elkaar eindigen, al is het maar omdat dat idee het uitgangspunt van het hele boek vormt. Maar als je nog met de eerste schetsen van het boek bezig bent, kan dat een blinde vlek worden. Je denkt dan misschien al niet meer in Romeo en Julia, maar eerder Romeo-en-Julia, als een verweven begrip, personages die niet meer los van elkaar kunnen of hoeven bestaan. Maar die welbekende valkuil is er meteen een die ervoor zorgt dat je romance gedoemd is om ofwel te mislukken, of de dertiende in het dozijn te worden.

Een eigen persoontje

Vergeet nooit, in het hele schrijfproces niet, dat Romeo en Julia hoe dan ook hun eigen persoontje zijn. Voorbestemd om met elkaar te eindigen? Misschien. Maar waak ervoor dat je ‘voor elkaar gemaakt’ niet te letterlijk gaat nemen. Zorg er dus voor dat – als het even kan –  je de personagebiografie van Romeo uitwerkt voor je aan die van Julia begint. Wees er in ieder geval alert op dat de naam ‘Julia’ daarin niet gaat overheersen.
Verwerk daarin dus dingen als: welke studie wil Romeo volgen? Wat zou hij doen met een miljoen? Dingen waar je je best voor moet doen om daar Julia in te verwerken. ‘Hij wil een studie ‘Julia veroveren’ volgen’. Kom op…

Maar pas ook op bij zaken waarin het (op een bepaald moment) in het plot logisch zou zijn om Julia te vernoemen: zijn grootste angst is om Julia kwijt te raken. Dat kan, schrijf het ook op. Maar zeker bij het schrijven van een romantisch verhaal is het verstandig om ook de pre-Julia angst op te schrijven: hij is bang om zijn leiderspositie in het voetbalteam te verliezen. Dit zijn punten die zowel jou als schrijver als de lezer laten kennismaken met een Romeo die – met of zonder Julia –  een persoonlijkheid heeft. Nog beter: eentje die meer is dan die van een stuk karton.

Gezamenlijke relatie, gezamenlijk plot

Er gaat een moment komen in het plot waarin Romeo en Julia verliefd worden en hun afzonderlijke verhaallijnen met elkaar versmelten. Kijk er in de fase van de tekentafel goed naar hoe je dat kan laten gebeuren zonder dat het voor de lezer duidelijk is dat je alleen maar wil dat er een koppel in het verhaal komt. Romeo mag dus niet op straat tegen Julia botsten en de dure vaas breekt. Kopje koffie om het goed te maken, elkaar diep in de ogen kijken en voilà! Vergeet dat maar. Tenzij… de vaas een erfstuk is van een geliefde oudtante, ze het tijdens het koffiedrinken praten over overleden geliefden die belangrijk voor ze zijn en erachter komen dat ze allebei door gewelddadige ouders zijn opgevoed en er een ander familielid voor hen is opgekomen. Maar dan ben je al een belangrijke stap verder. Dan is er de eerste vonk vanwege herkenning of een interesse naar elkaar vanwege persoonlijke geschiedenis of karakter. Het commando van Cupido gaat dan niet meer op. En als je zonder dat commando kan schrijven, heb je de eerste belangrijke basis van het schrijven van een romantische relatie te pakken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Danie Franco verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: het subplot van het butterfly-effect

Het butterfly-effect is dat verhaal dat gewoonweg belachelijk klinkt als je alleen het begin en het einde ervan benoemt. Als het drie jaar geleden op 5 september niet geregend had, had ik nu geen prijs gewonnen. Er zitten talloze schakels tussen dat begin- en eindpunt in die dat ongelooflijke verhaal alsnog aannemelijk of zelfs realistisch maakt. Maar dan heb je het nog steeds over de rode draad in het verhaal. Zelfs op de achtergrond kunnen er details van groot belang zijn die niet zozeer in het butterfly-effect terugkomen, maar die er wel mee te maken hebben. En dat kan handig zijn om in je opschrijfboekje eens uit te proberen.

Startcasus voor een butterfly-effect

Laten we voor het overzicht eens beginnen met een casus van een butterfly-effect, anders wordt deze oefening een groot zooitje.

Marian gaat naar een sportwedstrijd en ontmoet daar iemand. Na een praatje met de vreemdeling wordt ze geïntroduceerd aan Jonathan, die geschiedenis studeert, omdat de vreemdeling denkt dat ze we iets gemeen hebben. Marian en Jonathan kijken samen een documentaire de zonnekoning en dat inspireert Marian om Frans te leren. Drie jaar later gaat Marian op vakantie naar Zuid-Amerika, krijgt een kamergenoot uit Wallonië in het hostel, ze is verrast daar iemand te ontmoeten die Frans spreekt, een gesprek wordt aangeknoopt de vonk slaat over en voilà: Marian en Guillaume trouwen zes jaar later.

Als Marian als tiener niet naar de sportwedstrijd was gegaan, was ze een klein decennium later niet getrouwd.

Wat zie niet meteen terug?

Het is logisch dat je in dit verhaal bijvoorbeeld niet terugziet hoe Marianne als ze Frans gaat leren, ook een leraar Frans heeft. Of ze die nou mag of niet, maakt niet veel uit, maar in het ‘subplot’ van het butterfly-effect kan het ook weer uitmaken voor het grote effect. Of niet. Kijk maar:

Franse leraarleert Mariandus Marian ‘openingszin’ Marian reactie Guillaume
is goedvlot en goed Frans spreekt makkelijk en vertrouwd Frans een vlot gesprek over de reis in Zuid-AmerikaHé, we gaan gezellig kletsen
is grof in de mondeen arsenaal aan scheldwoordenvloekt voortaan in het Frans‘Merde!’ als ze haar teen tegen haar koffer in de slaapzaal stootHé, spreek jij Frans?
is een romanticusliterair, chic en romantisch Franskomt intellectueel en chic over Lees jij ook Victor Hugo? Ben je al ver?Heb je Franse literatuur gestudeerd?

Maakt dit een verschil voor de hoofdlijnen van het grotere butterfly-effect? Nee. Kan het gevolgen hebben voor het latere plot? Nee. Misschien wordt een enkele dialoog er anders door, of je krijgt een eerste date in een chique restaurant of juist een simpele sportwedstrijd. Maar de grote lijnen van het plot zullen niet zo snel veranderen.

Een kennismaking die je niet dacht nodig te hebben

Wat maken deze details zoals die van het karakter van de Franse leraar dan nog uit? Als je nog een plot in de steigers moet krijgen, schiet je er niet veel mee op. Je kan er waarschijnlijk geen subplot mee maken. Maar deze informatie die achter de schermen duidelijk wordt kan wel degelijk van toegevoegde waarde zijn. Denk aan belangrijke karaktereigenschappen die een personage kan of zelfs moet hebben. Marian heef bijvoorbeeld een bepaalde assertiviteit nodig als ze Frans spreekt, wil ze Guillaume ooit aanspreken. Maar als ze vloekend haar teen stoot, is dat geen show don’t tell die je daarvoor nodig hebt. Dan zou Guillaume evengoed degene kunnen zijn van de twee die het gesprek begint en gaande houdt, terwijl Marian met een hoofd als een biet antwoorden op zijn vragen geeft. Staat er in de personagebiografie dat Marian assertief is van zichzelf, dan is deze scène niet nodig.

Zo kan je het van een subplot butterfly-effect gebruiken om verder te onderzoeken wat je personage kan, moet doen, hoe het zich moet ontwikkelen wat daarbij past. Natuurlijk geldt dat ook voor bepaalde plotpunten. Het kan een diepere duik geven in de vraag: ‘Waarom is iets zoals het is?’

Het is, zo je wil: een omgekeerde infodump 2.0. waar je in de val kan trappen om de overvloed aan informatie uit een personagebiografie allemaal te delen, omdat je wil dat de lezer het weet. Je moet die informatie zeker tot op zekere hoogte delen, maar dan moet die informatie er wel zijn. En soms heb je een bepaalde kennis nodig, zonder dat je ooit verwachte die informatie nodig te hebben. Het kan dan een hele kluif zijn om in het al goed uitgewerkte en soms ingewikkelde plot nog even gauw een karaktereigenschap of een scène te verzinnen.

Kijk dan of je een subplot in een bepaalde schakel van het butterfly-effect in je plot kan vinden. Probeer eens wat opties uit en schrijf ze ook uit, hoe ver je ook afwijken van het originele plot, of hoe nutteloos ze misschien ook lijken, zo niet zijn. Zodra je vastloopt in het schrijven van je plot, of het verkennen van je personage, is het belangrijk om te zoeken naar de oorzaak zonder dat het het doek moet zijn om dat probleem ook meteen op te lossen: je wil geen mentaal writersblock.

De kern van het plot

Deze oefening kan je ook helpen de kern van het plot te bepalen. Er is altijd een rode draad in het plot, net zoals er subplots zijn. Maar soms zijn personages of plots zo verweven of complex dat het lastig kan zijn om te bepalen wat er nu echt de drijvende kracht achter het verhaal is. Hou de regel van actie-reactie dan eens naast je plot en bekijk het eens als een butterfly-effect. Ze je een aantal ‘subbutterfly- effecten?’ Kijk dan eens of je die weg kan laten of de details die je opmerkt kan gebruiken om een scène te verrijken. Achter de schermen of ervoor.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Alfred Schrock on Unsplash

De observerende schrijver: ik zie het licht

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: ik zie het licht.

‘Ik heb het licht gezien’

‘En dus ga ik het roer helemaal omgooien!’  Als dat gebeurt, kan dat op twee manieren: het is een ware aha-erlebnis, of iemand wil er wel helemaal voor gaan, maar broedt nog op de manier waarop dat het slimste is om te doen. Of dat nu gaat om de vliegtickets naar het paradijs nog even te vergelijken voordat je boekt, of dat je eerst eens bedenkt waarom je juist in Bali je geluk wil beproeven, als je denkt dat in ook Griekenland te kunnen.  Hoe dan ook: het licht is gezien, het besluit genomen. Maar waar zie je dat aan?

Volle overtuiging

Iemand die het licht heeft gezien, op wat voor manier dan ook, is overtuigd. Heel erg overtuigd. Met dit doel voor ogen weet diegene:

  • ‘dit ga ik hoe dan ook doen!’
  • ineens veel, zo niet alles over dit onderwerp
  • niet van ophouden over het heiligverklaarde besluit
  • niet waar diegene alle energie die vrijkomt, kwijt moet

Hoewel dit eenheidsworst lijkt, hoeft dat niet zo te zijn. Zo kan ‘je energie niet kwijt kunnen’ betekenen dat je op en neer stuitert, maar ook dat je om de haverklap opstaat van je bureaustoel. Kijk eens of je de nuanceverschillen in die overtuiging kan zien en houd je ogen open voor nog meer tekenen ervan. 

De donkere kant van het licht zien

Te veel van het goede is een ding, en dat geldt ook voor iemand die het roer om wil gooien, of een andere heilige overtuiging heeft gekregen. Zo kan dat licht wat je hebt gezien ook donkere kanten krijgen. Zo kan iemand bijvoorbeeld:

  • definitief (Oost- Indisch) doof woorden voor de raad of meningen van anderen
  • irrationeel worden
  • relaties verliezen, omdat die worden verwaarloosd

Waar een aha-erlebnis vrij abrupt kan gaan, is die donkere kant van het licht zien, altijd een proces. Daar moeten kleine veranderingen voor gebeuren. Wees alert op momenten waarvan je denkt: ‘Hè? Sinds wanneer denkt of zegt deze persoon zoiets?’  Maar net als met de momenten waarop je beschrijft je personage het licht ziet, moet je daar subtiel mee omgaan.

Plotseling schrijven in een boek

Een verandering van overtuiging of gedrag kan in het echte leven plotseling lijken, maar in een boek kom je daar niet mee weg, want dan valt het uit de lucht. Zorg ervoor dat je lezer op zijn minst duidelijk heeft dat Harold altijd al een stiekeme drang naar avontuur had als hij plotseling naar Bali wil verhuizen. Of dat Greta andersdenkenden eerst rustig afwimpelt, voordat ze hen definitief uitscheldt voor onwetende boeren die nooit iets van de wereld zullen begrijpen als ze nooit van hun leven de supermoderne megasteden in Azië zullen zien.

Iets plotselings schrijven is in een boek al snel een acht of negen op een tienpuntschaal. Probeer waar je kan dat te vermijden door dit soort subtiele observaties in je tekst mee te verwerken. Tenzij je aan een plottwist werkt, natuurlijk. Maar ook dan geldt: choqueren mag nooit het voornaamste doel zijn van een plottwist.  Dat is een recept voor mislukking. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Dyu – Ha verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je een sfeerbepalend detail

Show don’t tell en sfeeromschrijvingen ten spijt: soms ontkom je er niet aan en verandert een detail het beeld wat je probeert te omschrijven compleet. Zo gebruik je een detail om je verhaal op zijn kop en een lezer op het verkeerde been te zetten.

Casus: bewoner van het mooie huis

Laatst liep ik door de stad en zag ik een lieflijk oud huis, wat paste bij de charme van de stad. Het huis had iets onschuldigs en een mooi onderhouden voortuintje met een schattig wit hekje. In mijn verbeelding woonde daar een lief oud vrouwtje, wat in haar jonge jaren een schoonheid en het middelpunt van de sociale hoge kringen van de stad was geweest. Dadelijk zou de deur opengaan en de geur van versgebakken koekjes naar buiten komen drijven. Toen zag ik de echte bewoner in het raam: een oude, goedgeklede en zeer norse man, wiens hele voorkomen de indruk dat hij meteen de politie zou bellen als ik een krasje op zijn lieflijke hekje zou achterlaten.
Daar ging mijn verbeelding van het aardige vrouwtje, maar ook die van het huis moest eraan geloven. Het was niet langer een huis waarin koekjes werden gebakken, maar een fort voor de stadselite, waarin men dagelijks de duurste wijnen drinkt tijdens ego-strelende gesprekken over hoe de hele cultuur van de stad in elkaar zou donderden als zij er niet waren met hun slimme ideeën en bulkende bankrekeningen.

Dag, inspiratie voor een verhaal met een lieflijk huisje in de binnenstad als voornaamste setting…

Roep een sterke verbeelding op voor een goede sfeerbepaling

Als je in een verhaal zo’n sterke draai wil maken met de toon of het plotverloop, moet je eerst zorgen dat de basis die niet lijkt te kloppen, heel stevig staat. Daarvoor is de belangrijkste vraag: wat is er al bewezen?
Kijk daarvoor naar je personage of naar de tropes die je gebruikt.

Als andere personages je hoofdpersoon een held noemen, moet die dus meerdere keren een kat uit een boom gered hebben, of iemand uit een brandend huis hebben gehaald. Met andere woorden: je moet een bewijs hebben van meerdere relatief kleine acties of van een actie die zo groot is dat het die ‘status’ voor eens een voor altijd kan bewijzen.

Voor tropes moet je goed in de gaten houden wat de meer algemene aanname daarvan is. Neem een groot huis. Daar zullen wel rijke mensen in wonen. Theoretisch gezien kan het ook zo zijn dat daar meerdere gezinnen onder een dak wonen, met een heleboel kinderen. Of dat er in dat huis niet een woning, maar misschien wel tien woningen zijn: er zijn meerdere studio’s in gebouwd om meerdere studenten en alleenstaanden te kunnen huisvesten. Maar de eerste, meer logische aanname blijft dat een groot huis bij rijkelui hoort. Zorg ervoor dat in het geval van tropes die een onverwachte wending gaan krijgen, de basis in ieder geval stevig staat. Anders schept dat alleen maar verwarring.

Schrijf een puzzelstukje met een aanloop

Na de stevige basis kan je aan de eerste introductie van het bepalende detail gaan beginnen. Maar doe dat wel achter de schermen: de lezer mag nog niet in de gaten hebben dat je aan een ‘groter plan’ aan het werken bent. Zie het als de aanzet voor een plottwist. Uiteindelijk moet er iets verrassends in het verhaal gebeuren, maar het moet niet te duidelijk worden dat het daarop uitdraait, anders is het effect ervan weg. Een plottwist heeft puzzelstukjes, een bepalend detail heeft dat niet. Tenminste niet in de zin dat er voor de lezer (achteraf) een puzzel te maken is. Er is wel degelijk een puzzel, maar die zit niet zozeer in acties, motieven en uitspraken, zoals bij een moordmysterie. In plaats daarvan moet je het zoeken in waar in het plot je op dat moment de aandacht op vestigt, op de sfeeromschrijving en de aannames en gedachten van je personages op het moment dat het bepalende detail in beeld komt.

In het voorbeeld van het huis kan mijn persona bijvoorbeeld een scène eerder:

  • zich hebben afgevraagd wat geld al dan niet voor status en hebzucht oproept
  • gedroomd hebben van een vakantie in een gebied vol met pittoreske huisjes
  • bij oma op bezoek zijn geweest
  • een woonmagazine hebben doorgebladerd en nieuwe plannen hebben gemaakt voor de inrichting van de tuin, met óók een lieflijk hekje
  • een film hebben gezien waarin een groep elite rijkelui gemeen is tegen minderbedeelden

In die zin heeft je puzzelstukje niet zozeer een echte opbouw, waarna verschillende andere puzzelstukjes volgen. Het is eerder een aanloop, niet groter dan een scène of twee, drie – al dan niet verspreid door je boek-.

Geruststelling of gruwel

In de voorbeelden hierboven zie je twee mogelijkheden. Het sfeerbepalende detail gaat ofwel in op het verknallen van de verwachtingen van de verwachte trope -hier woont een lieve oma- of het gaat verder in op dat zaadje van gemene, hebzuchtige rijkelui dat je eerder plantte. In beide gevallen zal het een schok bij de lezer teweegbrengen en de sfeer laten omslaan. In het eerste geval komt dat omdat je de geruststelling van een zekere voorspelbaarheid wegneemt. Als gewoontedieren hebben mensen er behoefte aan dat alles min of meer loopt zoals we verwachten. En als er dan geen lief omaatje in het lieflijke huis woont…
In het tweede geval wordt het nare onderbuikgevoel van de lezer bevestigd. Dat heb jij teweeg gebracht met het eerdere zaadje. Maar omdat het een bevestiging is van iets naars – arrogantie, hebzucht of iets anders wat je liever niet ziet- lijkt toch te bestaan of in je verhaal mee te spelen. En dan ook nog op een moment dat de lezer dat niet per se verwacht. Dat zet de lezer (onbewust) op scherp: als de schrijver dit huis al kan laten toebehoren aan een boze, rijke man, terwijl het voor oma hoort te zijn, wat voor vervelende of spannende dingen staat me dan nog meer te wachten?

Speel op deze manier met details en je verhaalbasis, spanningsboog en verdere plotverloop worden extra spannend!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door David Tip via Unsplash

De observerende schrijver: ik zie… een foto

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een foto.

Een foto zegt meer dan duizend woorden. Laat duizend woorden nu een mooi woordenaantal zijn voor een compleet verhaal! Met een foto kan je als schrijver altijd wel iets. Hoewel je bij iedere foto wel iets kan bedenken, sluiten deze tips het beste aan bij foto’s waar mensen op staan.

Wat zie je op de foto?

Het is een open deur intrappen, maar kijk eerst eens echt goed naar wat je op de foto ziet. Daarbij kan je zowel oppervlakkig kijken, als wat meer specifiek nadenken over wat je ziet: ‘Het meisje in het zwembad lacht en heeft een roze badpak aan. Op de achtergrond drijft een opblaasflamingo.’ Dat is feitelijk, maar ook dan kan je wat meer nadenken zonder meteen een verhaal daarbij te hoeven verzinnen:
‘De lach van het meisje is meer geposeerd dan spontaan.’
‘Roze staat dat meisje helemaal niet zo mooi.’
Met observeren komen er vaak ook bepaalde interpretaties of meningen kijken. Het is goed om je er bewust van te zijn dat dat ook gebeurt.

Wat is het verhaal achter de foto?

Of je dit nu weet of verzint bij een foto, de ware inspiratie zit natuurlijk in het verhaal achter de foto. Dit is een heel interessante oefening, omdat je hier door de ‘context van aannames’ kan worden geholpen: ‘Deze jongen is zo aan het schaterlachen op deze foto met zijn vader: de twee kunnen goed met elkaar overweg en papa heeft zonet een leuke grap verteld.’ Niets is feitelijk vast te stellen, maar de kans dat je in de buurt zit met je aannames is groot. Schrijf op wat je ziet, maar ook vooral wat je opvalt: ‘Sinds wanneer is het zo dat als ik vader en zoon zie lachen, ik twee gedachtesprongen verder heb ingevuld dat zusje buiten het zicht een ijsje is gaan halen?’ Het maakt niet uit hoe gek of onlogisch die gedachtesprongen zijn. Je kan er vast een leuke scène van maken, voor later in je boek.

Soms komt dat ‘sinds wanneer…?’ op de voorgrond. Door een eenvoudig detail vergeet je de rest van de foto, maar komt er wel een volledig verhaal achter de foto uit. Ook al heeft dat niets meer met de foto zelf te maken, schrijf het op!  Als je schrijft, komen er vaker van die momenten waarvan je niet weet hoe je op een gedachte komt. Maar als die waardevol is, maakt de bron van de inspiratie niet meer uit: gewoon gebruiken!
‘Hier staan mensen te wachten bij de snackbar. Hé, die man heeft dezelfde jas als ik! Verdorie, en ik dacht nog wel dat ik een unieke jas had gevonden… Wat voor type zou die man zijn? Iemand als ik, die lekker expressief is, of juist iemand die iets opvallends aantrekt om maar aandacht te krijgen? Vast dat laatste: z’n kop staat me niet aan. Hij lijkt me iemand de hele week klaagt omdat zijn vrouw hem er één keer op uit heeft gestuurd om de frietjes te halen. Als hij straks thuis komt, dan zal hij wel weer zeuren. Wat zal zijn arme vrouw zeggen?’ Voilà, een scène in wording!

De fotograaf

Kan je bedenken wat de fotograaf deed op het moment van het maken van de foto?
Was die totaal niet aan het nadenken, omdat de zoveelste dronken groepsfoto moest worden gemaakt? Of was het juist een beroeps die bezig was met de lichtinval en compositie? Wat wilde de fotograaf met het maken van de foto wilde vastleggen? Is dat gelukt, of niet?

Een foto zegt inderdaad vaak meer dan duizend woorden, maak daar dan ook op vele, zo niet ook op diezelfde spreekwoordelijke ‘duizend’ manieren gebruik van.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kristyna Squared.one via Unsplash.

Schrijven voor kinderen: alles als avontuur

Kinderen ontwikkelen zich in fases, en zo lezen zij ook in fases. Eerst wordt het voorgelezen, dan gaat het zelf de basis voor lezen en spellen leren daarna volgen algauw de ‘echte boeken’. Bij beginnende lezers zijn dit nog eenvoudige verhalen, aan het einde van de basisschool kunnen er al serieuze avonturen worden beleefd. Maar ongeacht de precieze leeftijd is ‘avontuur’ een fijn woord om als houvast te gebruiken als je voor kinderen schrijft.

De wereld in fases ontdekken

Hoewel je dat het best kan zien bij zeer jongere kinderen, zijn kinderen van allerlei leeftijden bezig om de wereld te ontdekken. Dat gaat samen met een zekere honger naar avontuur. Als een kind net leert lopen, is gaan en staan waar je wil het avontuur, voor een peuter is dat naar school gaan en voor een achtste groeper is dat het schoolkamp. Misschien wel voor het eerst in een stapelbed of een slaapzaal en stiekem plannen maken om de jongens of de meisjes ’s avonds te gaan bezoeken als de leiding niet kijkt.

Zo heeft iedere leeftijdsfase in de kindertijd zijn eigen avonturen. Avonturen die, als je er met een volwassen oog naar kijkt niet het noemen of zelfs maar het opmerken waard zijn. Lopen? Daar denken we niet bij na. En naar school? Dat is de kinderlijke versie van werken. Volwassenen met een ‘saaie kantoorbaan’ hebben daar niet vaak zin in: een kleuter staat te springen om naar school te gaan. En die slaapzalen tijdens het schoolkamp in groep 8? Sommige volwassenen vinden een slaapzaal in een hostel tijdens het backpacken nog oké, anderen willen daar nog niet dood gevonden worden….

Gewenning of ontwikkeling

Bovenstaande avontuurlijke instelling van kinderen kan je als schrijver op twee manieren bekijken. Vanuit het oogpunt van gewenning, zoals dat het voor volwassenen niet meer interessant is om je te continu te verwonderen over het feit dat je kan lopen. Maar ook ontwikkeling speelt hierbij een rol. Kinderen kunnen steeds meer dingen bevatten of doen naarmate ze ontwikkelen, maar gedurende de kindertijd is er nog altijd wel iets nieuws om te ontdekken.

Daarbij komt ook nog het punt dat kinderen zich emotioneel relatief langzaam ontwikkelen. Het is niet voor niets zo dat ‘je gedraagt je als een puber’ een belediging is om te zeggen dat iemand te snel zijn slof schiet, niet bij de wensen van anderen stilstaat, of koppig is. En dan is de puberteit de fase ná de kindertijd. Anders gezegd: kinderen kunnen nog niet zoveel emoties voelen of identificeren als volwassenen. Dus daardoor zijn psychologische romans niet voor hen geschikt. Dat is misschien een open deur. Anderzijds moet je je ook bedenken dat je kinderen tekort doet als je doet als ze ‘nog niets snappen’. Want alleen omdat een vierjarige verdrietig is omdat die niet buiten kan spelen en de tienjarige huilt omdat die de sportselectie niet haalt, zouden ze niet begrijpen wat verdriet is…? Kinderen kunnen wel degelijk van alles voelen, maar dat beperkt zich tot een context (van begrip) die relatief beperkt is, omdat hun wereld nog kleiner is.

Als avontuur zich overal verstopt…

Kinderen kijken dus met een blik van avontuur naar hun alledaagse leven. Zodra ze iets ouder zijn, treedt er voor hen ook gewenning op. Waar de zesjarige zich nog over letters en cijfers kan verwonderen, is een kind van tien daar al aan gewend. Maar als het om belevingswereld gaat, zijn ze nog altijd in meer of mindere mate vol verwondering over relatief alledaagse dingen, of staan dromen en fantasieën die volwassenen als naïef kunnen bestempelen nog op de voorgrond. ‘Als ik later groot ben, vlieg ik naar Mars.’ ‘Er moet een einde worden gemaakt aan honger in de wereld.’ Er is nog zoveel te ontdekken, doen of op te lossen in de wereld, dat zien kinderen als een avontuur, zij het misschien niet in de traditionele zin van het woord.

Als je die avontuurlijke instelling samen met de (emotionele) ontwikkeling als uitgangspunt neemt, wordt het een stuk makkelijk om een schrijfstijl te bepalen die gericht is op kinderen:

  • Er is altijd wel iets nieuws te ontdekken
    De ene keer is dat een nieuwe speeltuin, de andere keer is het leren hoe je een boomhut maakt.
  • De meeste dingen die een kind meemaakt vindt het interessant, omdat die helpen zich te ontwikkelen
    Vrienden maken, op vakantie en daarmee het onbekende tegemoet gaan, sporten en daarmee bewegen en je energie kwijtkunnen, iets nieuws leren en je belevingswereld verbreden…
  • Iets hoeft niet ingewikkeld te zijn om interessant te zijn
    Sterker nog: met de relatief ‘simpele’ emoties die een kind wel kan voelen, voelt die ze ook sterker. Dus je hoeft niet over een enge ziekte te schrijven om een kind verdriet te bezorgen: ‘je kan niet mee op schoolkamp nu je je been hebt gebroken’ volstaat.
  • Iets is interessant als het inspeelt op de emotionele beleving
    Daarom is griezelen zo leuk voor wat oudere kinderen. Ze weten echt wel dat spoken niet bestaan, maar daar haal je de emotionele beleving van spanning bij een goed kampvuurverhaal niet mee weg.
  • De situatie moet herkenbaar zijn
    Schrijf daarom liever over de pestkop op het speelplein dan over de onderdrukker in een oorlog. Kinderen kunnen empathie voelen voor anderen, maar daarvoor moet de context van de situatie wel duidelijk voor ze zijn, anders wordt het te hoog gegrepen. Dat wil overigens niet zeggen dat helemaal niet over ingewikkelde zaken mag schrijven. Maar dan moet je er wel voor zorgen dat het ingewikkelde terug wordt gebracht naar een begrijpelijke basis.
    De jongen in de gestreepte pyjama is hier een uitstekend voorbeeld van. De achtjarige Bruno maakt de Tweede Oorlog van heel dichtbij mee. Toch begrijpt hij niet wat er gebeurt. De lezer leest vervolgens hoe hij Hitler maar een schreeuwlelijk vindt en hem daarom niet mag. Of dat hij tegen zijn Joodse vriendje zegt dat hij net als zijn vader soldaat wil worden, omdat hij in zijn onschuld en onbegrip denkt dat vaders nu eenmaal altijd eervol werk doen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Klim Sergeev verkregen via Unsplash

De observerende schrijver: Ik zie… ruzie

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… ruzie.

Kies voor deze observatieoefening een film uit die je al gezien hebt en waar een ruzie in voorkomt. Zo weet je wat er komen gaat in het plot en ken je de personages al. We gaan namelijk kijken naar een ruzie en wat je daarvan kan leren over de personages en het plotverloop.        

De slechtst mogelijke ruzie

In het echte leven is de slechtst mogelijke ruzie er een waar er serieus geweld bij wordt gepleegd, maar in een boek is dat een ruzie waarin je niets méér leert over het plot, of de denkwijze van de personages die de ruzie hebben. Een welles-nietesdiscussie is dus om twee redenen vervelend. Net zoals in het echt gaat het maar heen en weer, maar bovendien kom je dus niet te weten of Ron kwaad is op Olga omdat zijn ego wordt gekrenkt, of juist omdat hij zich niet genoeg voelt op het moment dat het een heen en weer is van: “Je hebt een slechte baan!”
“Niet waar!”
“Echt wel!”
Zo leer je Ron – en Olga – niet beter kennen en heb je ook niets om het plot op voort te bouwen. Een opgeblazen ego en een gebrek aan zelfvertrouwen geven een compleet andere invulling daarvan.  

Een personage in de ruzie

Een personage kiest in een ruzie een bepaalde manier van aanvallen of verdedigen. Kijk of je kan zien of er een ‘stijl’ is die bij het personage past. Zo kan een boekenworm proberen door hoogdravende taal de minder slimme vijand zich dom te laten voelen door met lastige woorden en beledigingen te gaan strooien. En de spierbundel zal zichzelf fysiek schrap zetten, al is het maar omdat dat er dreigend uitziet. In een ruzie staat er ook altijd iets op het spel. Wat is dat op dit moment voor de ruziënde personages?  En hebben ze dat zelf door? Probeer in te schatten wat de vijand zou moeten zeggen – misschien doet die dat ook – om het absolute pijnpunt te raken: “Niemand zou je missen.’” “Jij hebt nooit iets goeds gedaan.” Dat soort harde opmerkingen. Dat geeft een goed beeld van de grootste angst van je personage. De kans is groot dat daar daarna aandacht aan besteed wordt, als een nieuw obstakel in de heldenreis. Let op zo’n moment ook goed op de lichaamstaal van een personage. Doe je voordeel met dit visuele medium en kijk hoe je kan beschrijven wat een personage op dat vlak zoal doet als die een mentaal harde klap krijgt.

Het plotpunt en de ruzie

Iedere ruzie die in een boek of een film zijn naam waard is, stuurt het plot dus een andere kant op, of zorgt ervoor dat het vaart blijft houden. Schrijf eens op waaraan je kan zien of waarom je denkt dat juist nu en ook juist deze ruzie aan de gang is. Moesten de eeuwige tortelduifjes ook eens ruziën om hun romance niet te suikerzoet te maken? Het is wel handig als dat vóór de verloving gebeurt: “Je ként me nauwelijks, het enige wat je echt weet, is dat je me knap vindt!”

De ruzie over de bijdrage in het huishouden komt ook op een narratief goed moment als er achterstallige rekeningen betaald moeten worden en de wederhelft juist de dag ervoor in de lappenmand terecht is gekomen.
Niet alleen gebeurt er dan voldoende om het verhaal in de traditionele zin van het woord spannend te houden – hoe gaan ze zich uit dit lastige parket redden? – , het geeft ook aan dat er iets gaat gebeuren dat de lezer of kijker nieuwsgierig maakt naar de verdere verloop van het plot.  

Dit artikel verscheen eerder opSchrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto van Afif Ramdhasuma verkregen via Unsplash

Zo schrijf je een tranentrekker: laat de lezer bijna huilen

Een tranentrekker als doel voor je boek is heel erg link. Je gaat uit van het idee dat je lezer als vanzelf meeleeft als de gebeurtenis maar dramatisch is. Zo houdt je geen rekening met het feit dat iedereen zo zijn eigen belevingen heeft, en dus ook andere dingen heeft die de betreffende persoon aan het huilen maakt. Dus als opzichzelfstaand doel is het niet zo’n goed idee. Je kan beter als uitgangspunt nemen waar de reden om (uiteindelijk) te huilen vandaan komt en dat goed uitwerken.

Waarom komen de tranen?

Laten we eerst eens kijken waarom er uiteindelijk tranen komen. Nee, niet wanneer je ‘emotioneel wordt’ , dat moment waarop je daadwerkelijk huilt. Los van de eigenlijke reden waarom je huilt – verdriet, woede, blijdschap…- De emotie komt eerst, het huilen daarna. Het verschil zit hem in een kantelpunt.

Je huilt omdat je hersens de emoties niet meer aankunnen

Denk eens even na wat je zegt als je zegt ‘emotioneel te worden’. Eigenlijk is het een stom synoniem voor huilen. Niet alleen komt huilen daarmee in een taboehoekje, maar je zegt daarmee ook zoveel als: ‘pas als ik in tranen uitbarst, voel ik de emotie (van verdriet)’, wat natuurlijk niet zo is. Misschien is huilen een 8 of 9 op de tienpuntschaal van verdriet, maar zeker niet het enig mogelijke cijfer daarop. Dat klinkt misschien pietluttig, tot je bedenkt dat er tranen komen op het moment dat je hersens zodanig overweldigd of overprikkeld zijn door de emotie. Dan vormen tranen een manier om de druk van de ketel te halen. Het zou poëtischer zijn om te zeggen dat je hart de emoties niet aankan, maar zet de hersens hier aan het roer, en je leert iets wat je spanningsboog sterk kan maken.

Zorg voor een emotionele spanningsboog

Denk aan een emotioneel heftige scène: de dokter brengt slecht nieuws:
“Het is kanker.”
“Wat is de prognose?”
“Drie maanden, zonder kans op genezing.”

Wel heel erg steriel, nietwaar? Laten we er eens wat meer regieaanwijzingen aan besteden:

“Het is kanker,’ zei de dokter zacht. Hij durfde geen oogcontact te maken.
Amir slikte. “Wat is de prognose?” vroeg hij hakkelend.
“Drie maanden, zonder kans op genezing, ” antwoorde de arts.
Amir barstte in huilen uit.

Dat is ‘m nog steeds niet, hè? En toch is er middels show don’t tell al wat aan emotie beschreven, bij zowel dokter als patiënt. Het zit het hem er natuurlijk in dat dit tempo veel te hoog ligt. Er is geen moment van echte bezinning. Amir is ook maar een mens. Hij gaat echt niet in een paar seconden dit noodlot accepteren, begrijpen of zelfs maar beseffen wat de dokter hier zegt. In een filmscène zou je hier een paar tellen de camera op zijn gezicht gericht zien terwijl dat vreselijke nieuws begint te dagen. Deze momenten van ‘close-ups’ , waarin de dokter aarzelt om de prognose uit te spreken en waarop Amir het nieuws tot zich door laat dringen, vormen een emotionele spanningsboog.

De lezer die bijna huilt is beter dan een die daadwerkelijk huilt

Het is als lezer pijnlijker om met Amir mee te leven in die pijnlijke seconden van opkomend besef dan dat het is om hem te zien huilen als het nieuws echt tot hem doordringt. In die seconden dat Amir bijna huilt – dan wel omdat hij de puzzelstukjes in elkaar past, of omdat hij zich groothoudt in het bijzijn van de arts- leeft de lezer als de opbouw goed geschreven is mee met alles wat op dat moment door Amirs hoofd schiet. Is er echt geen kans op overleving? Wat moeten mijn vrouw en kinderen dan? Had ik dit kunnen voorkomen? Waarom ik?
Dat zijn heel rauwe, pijnlijke vragen. En daarvan vraag je in zekere zin van de lezer dat die die pijn met Amir meevoelt. In dat opzicht is dat dus emotioneel veel heftiger dan het eigenlijke moment van huilen. Dus wordt de lezer daar veel meer door gegrepen. Dit geldt niet alleen voor verdriet, maar ook voor woede, blijdschap, paniek, dankbaarheid, wat het dan ook is waardoor je personage uiteindelijk door gaat huilen.

Daarom is dit moment van bijna-huilen waardevoller voor jou als schrijver dan het effect van het echte huilen. Als is het maar omdat wat in het hoofd van het personage speelt altijd een vraag betreft. Gebeurt deze nachtmerrie echt? Is dit mij echt gegund? Heeft die rotzak dat nou echt gezegd? Bestaat er echt zoiets moois? En die vraag moet jij als schrijver beantwoorden met een ‘ja’. Ja, en dus ga je dood, Ja, en dus komt je droom uit. Ja, en dus wil jij nu waarschijnlijk wraak gaan nemen. Kortom: Ja, en daarom gaat het verhaal hierna nog verder en gebeurt er iets noemenswaardigs. Met andere woorden: de lezer kan zich verheugen op een volgend interessant plotpunt.

Als de tranen komen…

…is dat, vanuit de ‘hersenlogica’ dus het moment van de ontlading. En zo kan je dat ook het best benaderen als je moment met tranen beschrijft. Het hoge woord, hoe goed of kwaad ook, is eruit. Daar mag even bij stilgestaan worden. Je huilt immers niet voor niets: je zit aan een bepaalde emotionele taks. Maar wil je dat moment ook krachtig houden, hou het dan bij het observeren van het moment, niet bij het hoe, wat waar, wanneer of waarom. Dat heb je hiervoor als het goed is al beschreven en de uitwerking daarvan komt in de scènes hierna ook weer terug.

Wees niet bang om je personages te laten huilen. Houd alleen wel voor ogen dat je lezer aan het huilen willen maken, op zichzelf geen doel op zich zou moeten zijn. Dat blijkt namelijk meer van een ontlading dan van het meeleven in een moment zelf. Als je wil dat je lezer gaat huilen, mik je meer op de pijnpunten van de lezer. “Jij hebt kanker van dichtbij meegemaakt, dus dit gaat jou raken.” Je kan beter mikken op empathie van de lezer. “Ik wil dat je om Amir gaat geven en (bijna) gaat huilen, omdat juist hij een vreselijke diagnose krijgt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Photo door n 🎈 verkregen via Unsplash.