Op drie manieren personages laten groeien door te kijken naar zijn medepersonages

Je hoofdpersonage groeit door zijn heldenreis. Binnen die heldenreis groeit hij ook door de omgang met anderen. Zo haal je het beste uit je hoofdpersonage èn elk personage waar hij mee omgaat. 

1. Ken je personage

Als je schrijft, moet je je personage heel goed kennen. Wat is zijn achtergrond betreft plaats in het gezin, cultuur, economisch, religie? Je moet weten wat je personage voor persoon is. Is hij verlegen, of juist brutaal? Is hij doodsbang voor falen en droomt hij van roem? Wat zijn zijn kernwaarden? Kortom, je moet zijn personagebiografie kennen. Zo kan je voorspellen hoe hij op bepaalde zaken gaat reageren en hoe hij groeit in het centrale conflict. Bovendien kan je zo voorspellen hoe hij met andere personen omgaat. Zou hij een drugsverslaafde willen helpen of juist niet? Dat antwoord maakt veel uit voor het verhaalverloop zodra zijn beste vriend wordt opgenomen vanwege een heroïneverslaving. 

2. Maak iedereen de held van zijn eigen verhaal

In een boek is er altijd een hoofdpersoon. Maar je personages weten niet dat ze in een boek leven. Daarom zijn ze zich ook niet bewust van de rolverdeling binnen dat verhaal. 

Harry Potter is de hoofdpersoon van de gelijknamige boekenreeks, maar Hermelien Griffel is zich daar niet bewust van. Het verhaal draait om Harry. Hermelien staat hem bij in zijn heldenreis: ze helpt hem door benarde situaties en is zijn vriendin. Maar vanuit Hermeliens gezichtspunt heeft zij een eigen leven waar juist Harry de beste vriend is. Haar leven draait voornamelijk om goede cijfers halen en haar eigen weg vinden in de toverwereld. Niet om Voldemort verslaan. Anders gezegd: zou de boekenreeks om Hermelien zijn gegaan, dan kreeg je titels als Hermelien Griffel en het doldwaze jaar met de tijdverdrijver, in plaats van Hermelien Griffel en de gevangene van Azkaban.

Als je in je aantekeningenboekje ieder personage de held van zijn eigen verhaal maakt, kom je veel te weten over je andere personages. Daarom moet je ieder belangrijk personage net zo goed kennen als je hoofdpersoon. 

3. Denk: actie-reactie

Zodra je weet hoe elk personage vanuit zijn eigen gezichtspunt handelt, kun je kijken naar het principe van actie-reactie. Stel je een hoofdpersonage voor dat verkering wil vragen. Omdat hij zich ziet als de hoofdpersoon van zijn eigen verhaal, gaat het in zijn fantasie zoals hij wil: hij gaat verder als partner van die droomvrouw. Maar dan loopt hij een blauwtje. De droomvrouw gaat namelijk geen relatie aan met iemand die ze niet zit zitten. Zij is vanuit haar gezichtspunt de hoofdpersoon van haar eigen verhaal, niet een ‘partner van’ in het verhaal van het hoofdpersonage. Zij heeft dus niet als doel om zijn verhaal op gang te houden. Dat heeft gevolgen voor het verhaal van je hoofdpersoon. Hij dacht een verhaal te hebben met hem als charmeur, nu is het een verhaal over een afgewezen man. Zo kan hij groeien. 

Acties-reacties kunnen van alles en nog wat zijn. Van omstandigheden waarop moet worden ingespeeld tot communicatie met een ander. Kijk wat de omgang met anderen met een personage doet en wat dat voor gevolgen heeft betreft zijn handelen, het vormen van een mening of misschien zelfs een levensvisie. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Zo maak je van meerdere verhaallijnen een mooi geheel

Elk verhaal heeft een rode draad, maar ook subplotten. Als je een verhaal tot een mooi geheel wil maken, moet je deze integreren. Dat kun je doen door een subplot in je aantekeningen net zo belangrijk te maken als de rode draad. We gaan eerst kijken hoe je die rode draad stevig maakt. Als je dat kan, kan je dat ook voor de subplots.

Let hierop als je een rode draad schrijft voor een verhaal

Als je een rode draad voor het verhaal bepaalt, moet je een aantal dingen in de gaten houden:

* Wat is mijn protagonist voor iemand? (Gebruik daar je personagebiografie voor)
* Wat is het centraal conflict? Hoe groeit of beweegt mijn hoofdpersoon zich daarin?
* Welke andere mensen komt hij tegen? Wat voor invloed hebben die mensen op hem?

Wat is mijn personage voor iemand?

Je kon in mijn post over de personagebiografie lezen hoe je de kennis van je personage inzet om een wankel plot of niet-passende beslissingen van je personage te voorkomen. Maar ook in een meer basale vorm is je personagebiografie erg belangrijk. Aan schijnbaar heel eenvoudige of vanzelfsprekende dingen kun je al zien hoe bepaalde dingen tot stand komen. Als je personage als favoriete land Frankrijk heeft en dol is op nieuwe talen leren, kan dat verklaren waarom ze docente Frans is geworden. Als docente Frans wordt ze verliefd op een collega, waardoor er een roddel op de school ontstaat….
Kortom, in je personagebiografie kan je vaak tussen de regels door al een mogelijk butterfly-effect (van een verhaal) vinden.
Als je weet dat je personage het fijn vindt om op de voorgrond te staan, hij eerder voor een beroep als zanger zal kiezen dan voor een bestaan als archivaris.
En als je personage niet voor zichzelf op kan komen, zal hij makkelijker over te halen zijn slechte dingen te doen dan iemand die niet bang is zijn mond open te trekken.

Wat doet het centraal conflict met mijn personage?

In het centraal conflict moet je personage obstakels overwinnen, vallen en opstaan en zo leert hij dingen. Dat verandert je personage. Uiteindelijk komt hij zo als een ander persoon uit het verhaal. Als held, als verliezer, als moeder, slimmer, mooier, wraakzuchtiger, verdrietiger… Hoe je verhaal ook loopt, je personage is niet de persoon die hij was voor het verhaal begon. Bekijk goed wat er in dat centraal conflict verandert en wat dat met je personage doet. Wordt hij een dappere grote broer in plaats van een bang klein jongetje? Een klusjesman in plaats van de bankdirecteur?

Wie komt mijn personage tegen?

Mensen zijn sociale wezens die andere mensen om zich heen nodig hebben of willen. Zelfs een afgezonderde monnik in de bergen van Tibet heeft nog collega monniken in zijn klooster. (En mocht hij zich echt 100% afzonderen, dan wordt hij daar of op een bepaald moment gestoord van of heeft hij herinneringen aan mensen die ooit in zijn leven waren). Andere mensen doen iets met je personage. Dat kan iets fijns zijn of iets vervelends, maar de omgang met anderen zorgt ervoor dat het leven, de overtuigingen en de relaties van je hoofpersoon veranderen.
Denk dingen als:

* door de omgang met deze man verandert deze vrouw van een single dame in een getrouwde vrouw
* doordat zijn lerares hem onderwijst, wordt jouw personage slimmer
* een meisje wordt gepest door een ander persoon waardoor haar eigenwaarde verandert.
Kortom: omgang met anderen brengt altijd actie-reactie teweeg. Als jij gaat voetballen en je schopt de bal weg (actie) neemt een ander de bal over (reactie). Welke actie-reactie brengt de omgang met elk ander personage teweeg bij je hoofdpersoon?

Doe nu hetzelfde voor een ander personage

Zo simpel is het eigenlijk. Als je ook voor andere (belangrijke) personages een personagebiografie maakt, leer je ze ook kennen. Dan weet je ook wat hun heldenreis is. Net als je hoofdpersonage hebben andere personages bepaalde gevoelens en doelen. Ook zij hebben actie-reactie op datgene wat om hen heen gebeurt. In je aantekeningenboekje moet je doen alsof elk personage de held van het verhaal is.
Zo maak je elk personage even diepzinnig en zorg je ervoor dat de actie-reactie altijd voor je personages kloppen. Niet alleen dat, zo komen verhaallijnen ook samen.

Stel dat je schrijft over twee generaals in oorlog: Generaal Goedzak en Generaal Gemeen. Als schrijver werk je toen naar een goede afloop voor generaal Goedzak. Maar om Generaal Gemeen realistisch te portretteren, moet je hem laten handelen volgens zijn eigen waarden, overtuigingen en karakter en op basis daarvan zijn actie-reactie bepalen.

Schrijf ‘achter de schermen’ alles zodanig uit dat je aan de hand van je aantekeningen niet ziet wie de hoofdpersoon is.

Gemeen is erop uit ( vanuit het gezichtspunt dat hij de held is van zijn eigen verhaal en niet de ondergeschikte in het verhaal van Goedzak) om macht te vergaren. Je weet dat hij verlies niet zal accepteren, dus zal hij tot doorvechten tot zijn laatste laatste soldaat is gesneuveld. Als je Gemeen op dit punt minder belangrijk maakt dan Goedzak, zal het verhaal erg kort worden: Goedzak moet winnen en dus is het onbelangrijk wat Gemeen denkt of beweegt. Als je Gemeen als de held van zijn eigen verhaal maakt, doe je er alles aan om hem in zijn volle slechtheid als personage naar voren te laten komen: Gemeen is er zo op gebrand dat hij gaat winnen dat hij zijn tegenstander steeds twee stappen vooruit is.
Zo hebben de acties van beiden generaals invloed op elkaar als persoon (hoe ze op de acties van de ander reageren) en daarmee ook invloed op het verhaal, in dit geval de oorlog.

Samengevat: als je verhaallijnen goed in elkaar wil laten overlopen:
* moet je ervoor zorgen dat alle belangrijke personages goed zijn uitgewerkt (in je aantekeningenboekje)
* moet je elk personage laten handelen volgens zijn eigen heldenreis, niet volgens die van de held
* moet je je heel bewust zijn op de actie-reactie die tussen personages ontstaan en wat dat met de verhaallijn doet. Verandert die daardoor? Kunnen verhaallijnen elkaar daardoor doorkruisen?

Met deze zeven stappen maak je van je personage een held

Helden zijn geweldig: de lezer juicht voor ze en noemt ze bewonderenswaardig. Dat zijn prachtige complimenten! Hoe krijg je dat voor elkaar voor jouw personage?

1 Bedenk wat jij heldhaftig vindt

Een held hoeft geen laserogen te hebben om zo genoemd te worden. Sterfelijke, alledaagse mensen kunnen dat ook zijn. Bedenk wat voor mensen in het echte leven jij bewonderenswaardig vindt. Geef je personage dezelfde kenmerken mee.

2 Bepaal de superkracht

Als je advocaten bewondert omdat ze voor ieders recht opkomen, ben je er nog niet. Je kan advocaat worden om een hoger doel te dienen of om rijk te worden. Bedenk daarom wat een mooie kwaliteit precies laat zien. Als je onbaatzuchtig voor iemand opkomt, kan dat bijvoorbeeld ontstaan vanuit:

* de behoefte om te beschermen
* plichtsbesef naar je medemens
* verbondenheid met degene die je helpt

Deze dingen komen uit dezelfde waarde voort, maar hebben een ander gezicht. Ga dus eerst je eigen waarden na. Wat betekent een bepaalde karaktertrek of manier van handelen voor jou? Wat roept precies die bewondering op?

3 Schrijf je superheld

Je weet nu dat de ‘superkracht’ van jouw held plichtsbesef is.  
Bepaal vervolgens wie je held is. Een voetballer blijft ondanks een blessure spelen omdat hij zijn team niet in de steek wil laten. Een onderwijzer draait overuren om de kinderen goed te begeleiden. Dezelfde superkracht, zeer verschillende verhalen. Schrijf wat je zelf leuk of interessant vindt. De lezer zal niet voor de held juichen als de schrijver het zelf al oninteressant vindt.  

4 Bepaal wat er op het spel staat

Je ruilt je comfortzone liever niet in voor een conflict. Datzelfde geldt voor je personage. Er moet iets belangrijks op het spel staan, wil hij een conflict aangaan.
Iemand met ernstige pleinvrees gaat echt niet naar buiten als je hem tien euro geeft. Wordt zijn geliefde voor zijn deur mishandelt, dan zal hij het ‘comfort’ van zijn huis waarschijnlijk wel verlaten. Hij verliest immers gezelschap, liefde en misschien ook waardigheid als de geliefde aan haar wonden zou overlijden.

5 Maak het conflict onontkoombaar

Als je je personage een held wil maken, moet je hem dwingen zijn comfortzone te verlaten. Laat een conflict ontstaan dat je personage niet kan negeren en zelf op moet lossen. Ga maar na: Batman is niet langer de superheld als hij alle klusjes aan Robin zou overlaten.

 6 Zet de superkracht in

Als je geen pleinvrees hebt, is je huis verlaten geen conflict. Bedenk wat bij jouw personage voor ongemak, angst of narigheid zorgt. Pas dan kan je personage daadwerkelijk heldhaftig worden.

Zet de superkracht van je personage in om het conflict aan te gaan. Tenzij je personage laserogen heeft, spreekt de superkracht meestal niet voor zich. Als het kwetsbaarheid is, laat een patserige machoman dan flink huilen in het bijzijn van zijn vrouw. Door verdriet te laten zien verlaat de man zijn comfortzone: hij moet toegeven dat hij niet onaantastbaar is.  

Je hebt pas een conflict als je personage ergens moeite voor moet doen of als hij iets moet doen waar hij bang voor is. Een bodybuilder kan 300 kilo heffen en voor het eerst 350 kilo proberen te tillen. Als hem dat lukt zonder extra trainingsuren is dat geen conflict, eerder een uitdaging.

7 Laat de held vallen en opstaan

Je personage wordt een held door vallen en opstaan. Daar hoeft hij niet eens voor te slagen. Zolang je personage conflicten aangaat, blijft hij interessant. Ook als de herstellend alcoholist opnieuw verslaafd raakt. Je lezer is dan al emotioneel betrokken bij het programma van de A.A. Betrokkenheid is het sleutelwoord: je personage is een held als de lezer betrokken genoeg is om voor je personage te gaan juichen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Een goede tegenstander schrijven: versterk de heldenreis en je verhaal

Om een goede heldenreis te maken, heeft je protagonist tegenstand nodig. Het is minstens zo belangrijk om de tegenstander goed uit te werken als de held. Hoe doe je dat?

Wat maakt de tegenstander van de held?

De tegenstander van de held:
* is de tegenhanger van de held (in bepaalde opzichten)
* stopt de groei van de held (al dan niet bewust)
* heeft vaak (volgens de protagonist) aanstootgevende normen, waarden of plannen
* heeft aanhangers, systemen, argumenten of meevallers die met hem meewerken. Daardoor heeft hij macht (over de protagonist).
* En, heel belangrijk: de tegenstander van de held is er niet per se op uit hem onderuit te halen. Daarom mijd ik de term slechterik.

De held en de tegenstander: elkaars spiegel

Je protagonist en tegenstander zullen elkaar tot op zekere hoogte moeten spiegelen. Ze zijn de andere kant van dezelfde medaille. Dus je moet een tegenstander minstens net zo goed uitwerken als je held; samen dragen ze het verhaal. Ze balanceren twee uitersten. Als je je held overdreven goedhartig maakt, heb je een zoetsappig verhaal met eenhoorns en luchtkastelen waarin alles goed komt zolang we allemaal vriendjes zijn. De andere kant is dat de tegenstander het overmachtige evenbeeld is van Satan. Geen eenhoorns hier, maar wel elke dag zes doelloze moorden na uren van zware marteling. Geen van beide uitersten werkt voor een stevig verhaal.
Als je de held en de tegenstander in de vergelijking van zwart versus wit ziet, moeten zowel je held als de tegenstander allebei een beetje van de tegengestelde kleur in zich hebben. Zoals je ziet in het ying-yangsymbool.

De vijanden moeten altijd iets van de ander in zich hebben.

Waarom moet de tegenstander een spiegel zijn?

Er zijn verschillende redenen waarom de tegenstander een spiegel van de held moet zijn. Om dit te verduidelijken gaan we nog even terug naar het ying-yangsymbool. Het witte puntje in het zwarte veld en vice versa zijn essentieel: als de ander óók een deel van jou in zichzelf heeft, wordt dat confronterend en daarmee interessant.

Het essentiële punt van het verhaal

Dat puntje in het ying-yangsymbool (“de andere kant is er ook nog”) is vaak het essentiële punt van het wat het verhaal in de brede zin spannend houdt. (De personages, het conflict, de afloop…)

De roep tot avontuur

Voor (met name) de held is het zwarte puntje interessant. Iedereen streeft ernaar om een zo goed mogelijk mens te worden. Dit ‘goed’ kan vrijwel alles zijn en ligt aan het verhaal en de motivatie van het personage. Maar het is altijd een overtreffende trap van iets. Het personage wil méér van iets zijn: rijker, slimmer, nuchterder, knapper, vrijer, beroemder et cetera.

Dat gebrek aan méér vormt de roep tot avontuur. Bijvoorbeeld: een nieuwe studie beginnen als de heldin slimmer wil worden. Op de opleiding komt ze iemand tegen die de studie met twee vingers in haar neus doorloopt. Daar heb je de tegenstander. Hier kan de heldin jaloers op worden, proberen tegenop te boksen, vrienden mee proberen te worden ten koste van haar eigen persoonlijkheid…
Een tegenstander is niet per se een dictator. Het moet alleen iets of iemand zijn die de held uitdaagt, afleidt van zijn persoonlijke groei, die in de weg staat of groeien (actief) moeilijker maakt.

Daarvoor moet de heldin dat ‘zwarte puntje’ hebben. Daar kan ze zich bewust van zijn, maar dat hoeft niet. Zolang jij hem als schrijver maar kent. Dat puntje komt het best tot zijn recht als de tegenstander die spiegelt. Let er wel op dat je niet overboord gaat met extremen of symboliek.

Versterk het goede middels het zwarte puntje

Laten we een Mary Sue-achtig personage nu eens een keer in ons voordeel gebruiken. We geven haar een ‘zwart puntje’. Onze Miss Beverly Hills is doodsbang dat iemand erachter komt dat ze onzeker is over haar talenten. Stiekem denkt ze dat haar glorie alleen maar komt van haar – vergankelijke- schoonheid.
Dan is het al logischer dat ze niet drinkt en vrijwilligerswerk doet in het kinderkankerziekenhuis. Ze vreest dat ze door de mand valt en wil haar goede punten benadrukken. Als ze een keer op dronkenschap zou worden betrapt, ziet een scout misschien wel dat er iemand die is die nog mooier is dan zij…
Nu heeft ze een conflict (lukt het haar om niet door de mand te vallen?). Nu gaat de lezer misschien duimen dat ze daarin slaagt. Dan heeft ze nog steeds een geweldig goede inborst, maar niet meer zodanig dat die alleen maar ergert. Door het zwarte puntje wordt de rest van haar witte veld versterkt, in plaats van verzwakt. Let op: als we het over de cliché Mary Sue hebben, moet ze wel een groter zwart punt (meer dan één gebrek) hebben om haar heel grote witte veld mee te compenseren.

Roep vragen op met het witte puntje

Andersom: het zwarte personage met de witte stip. Een soldaat komt in een klein dorp de schutter tegen die hem de dag ervoor op een haar na had gedood. Een overduidelijke tegenstander. Maar nu aait de schutter een straatkat en geeft hij het laatste beetje eten dat hij heeft aan het beestje.
De schutter is dus niet door en door slecht of moordzuchtig. Hij is zelfs onzelfzuchtig en behulpzaam door zijn laatste eten te voeren aan een hopeloos dier. Dit kan vragen oproepen bij de soldaat. Als hij geen moordlustig monster is:

* kan ik dan misschien een staakt-het-vuren met hem afspreken? Al is het maar dat we elkaar niet doodschieten?

* moet ik hem dan wel proberen te vermoorden, nu ik de kans heb en hij mij nog niet gezien heeft?

* zou ik hem kunnen betrappen op zijn goede daad, vriendschap met hem proberen te sluiten en zo proberen om als spion zijn leger binnen te komen…

Oftewel: als je ruimte overlaat voor het witte puntje, laat je veel opties open of ontstaan. Hierdoor blijft de lezer benieuwd naar het verloop van het verhaal en zal hij blijven lezen.

Het centraal conflict: de heldenreis

Elk verhaal heeft een hoofdpersonage, ook wel de held genoemd. Net als een echte superheld moet je protagonist een conflict oplossen. Maar hoe schrijf je een heldenreis als er geen supercape in je verhaal voorkomt?

Superman: de makkelijkste heldenreis ooit

Om te begrijpen wat een held een held maakt, gaan we eerst eens kijken naar wie dat eigenlijk niet zijn: traditionele superhelden. Zij vertonen namelijk veel gelijkenissen met een man die een magic pixie dream girl als partner heeft. Alleen hebben Superman en co geen vrouw, maar laserogen. De superkracht neemt alle èchte conflicten weg. Even een potje knokken, mensen redden en voilà, het conflict is opgelost. Maar… was er eigenlijk wel een conflict? Meestal is er bij een superheld eerder sprake van een probleem.

Superman vindt zichzelf eigenlijk veel te makkelijk de stoere held

Probleem versus conflict

Stel dat je de tafel wil dekken, maar er een grote doos met breekbaar goed op tafel staat. Nu kun je de borden niet op tafel zetten en heb je een probleem. De oplossing ligt echter voor de hand en kost geen tot weinig moeite: je tilt de doos gewoon van de tafel af.
Maar nu staat diezelfde doos op tafel en heb je beide armen in een mitella. Nu heb je een conflict, want dit is niet zo makkelijk op te lossen. Je moet je creativiteit aanspreken en ergens serieuze moeite voor doen. De oplossing en hoe die tot stand komt, is iets waar je later over kan vertellen (of schrijven… 😉 ). Vooral omdat een conflict nog iets anders met zich meebrengt: een onbehaaglijk gevoel.

Je zal nu als stoere bodybuilder moeten toegeven dat jouw perfecte lijf nog steeds gebreken kan hebben. Ga er maar aanstaan, macho, nu moet je een deuk in je ego zien te herstellen.
Is er een overbezorgde moeder die haar kinderen alle zorgen uit handen wil nemen? Nu moet ze vragen of de kinderen een keer iets voor háár doen…

Als een overbezorgde moeder aan dit plaatje gewend is, ontstaat er een conflict als daar iets aan verandert.

Voorwaarden voor een boeiend conflict

* Je personage wordt uit zijn comfortzone gehaald
* De nieuwe situatie is voor je personage ongemakkelijk, gevaarlijk, naar of eng
* Je personage heeft iets te verliezen
* De omstandigheden dwingen je personage om het conflict zelf aan te gaan

Nu zie je waarom superhelden zelden een conflict hebben: voor hen gaan niet alle punten op. Ja, Superman kan doodgaan, maar met zijn superkrachten wordt die kans wel erg verkleind. Zodanig zelfs dat de dreiging te klein is om nog bang voor te zijn. En gevaarlijke situaties zijn zo ongeveer de comfortzone van mensen met superkracht…

Van conflict naar heldenreis

Een conflict dat moet uitgroeien tot de heldenreis is sterk afhankelijk van je verhaalthema, maar nog meer van je personage zelf. Kijk nog eens naar de voorwaarden van een conflict. Steeds staat het personage centraal. Dat is ergens ook logisch.
Neem het voorbeeld van een toespraak houden: Malala Yousafzai doet dat zonder zenuwen en strooit de ene parel na de andere de zaal in. Maar voor veel mensen betekent publiekelijk spreken dat er plankenkoorts overwonnen moet worden.
Het ligt dus helemaal aan je personage wat een conflict vormt en wat een probleem is. Om erachter te komen wat er speelt, moet je je personagebiografie raadplegen.

Voorwaarden van een heldenreis

* Allereerst en het belangrijkst: je personage moet het conflict zelf aangaan
* Je personage doet meerdere pogingen doen om zijn doel te bereiken (lees: hij faalt minstens één keer)
* Het doel uiteindelijke doel is altijd: groeien als persoon. Soms weet het personage dat, soms niet.

Het groeiproces van je personage

Je personage moet dus groeien door zijn heldenreis. Maar wat betekent groeien precies? Je kan het samenvatten als: alles waarvan hij een beter mens wordt en/of iets van leert. Denk aan dingen als:
* minder egoïstisch worden
* (betere) relaties aan kunnen gaan
* uit een dal klimmen
* inzichten krijgen
* leren vergeven
* zingeving vinden
* zelfvertrouwen krijgen
* een gezondere relatie hebben met geld of gezondheid
* nieuwe vaardigheden leren

enzovoort, enzovoort.

Dat groeien is geen finishlijn. Sterker nog: juist gedurende het verhaal zal je personage groeien. Maar op het einde van de heldenreis kan je personage (of kunnen andere betrokkenen) zien wat dat groeiproces teweeggebracht heeft.

Held of lafaard?

Het proces van de heldenreis is nu duidelijk, waarmee ik hoop dat het ook duidelijk is dat er maar een ding is dat de held onderscheidt van de lafaard. De held is niet degene die superkrachten heeft en de lafaard is niet Jan met de pet met een saaie kantoorbaan.
De held is degene die na het vallen weer opstaat en bereid is te groeien, ondanks alle worstelingen en risico’s. De lafaard is de persoon die zijn problemen niet aangaat, zijn problemen aan ander overlaat of na één keer vallen niet meer opstaat.
Malala roept onmiddellijk het woord ‘heldin’ op. Ze is daar het schoolvoorbeeld van omdat ze eindeloos vaak de ‘conflictvoorwaarden’ heeft doorstaan. Ze heeft dat wereldpodium dubbel en dwars verdiend (lees: ze heeft het niet zomaar gekregen).

Wie zijn echte helden?

Niet alleen uitzonderlijke mensen als Malala zijn helden. Je vindt ze verrassend vaak ook dichter bij huis. Kijk maar eens om je heen naar je vrienden, familie en geliefden. Wie bewonder je? Het antwoord op die vraag geeft je een voorbeeld van een echte held. Bewonderen is namelijk een groot woord en als iemand dat woord verdient, durf ik er gif op in te nemen dat de persoon waar je nu aan denkt hindernissen heeft overwonnen, iets heeft opgeofferd… na het vallen keer op keer weer is opgestaan.

Dat is waarom perfecte personages als Mary Sue en Joe Sixpack niet interessant zijn: hun wereld is zo perfect dat er nooit een conflict op gang komt. Lezers willen zichzelf of hun helden uit het echte leven terug zien in verhalen. En in goede verhalen is het altijd knokken. Niet met een supercape en stalen spieren, maar net als in het echte leven om te groeien en een beter mens te worden.