Schrijfoefening: de dag die later weer verdwijnt

Je personage heeft altijd wel een heimelijke wens of iets waarvan hij denkt: wat als dit zou gebeuren?
Als je dat uitwerkt met deze schrijfoefening, kom je veel over je personage te weten.

Uitgangspunt van de schrijfoefening

Je personage krijgt een bijzondere dag cadeau. Op deze dag mag je personage alles doen wat hij of zij wil. Na deze vierentwintig uur wordt elke herinnering en bewijslast aan deze dag volledig gewist. Niets of niemand weet nog van deze dag af. Behalve je personage zelf…

Je personage mag echt alles ongestraft doen:
* wraak nemen en iemand in elkaar slaan of vermoorden;
* zijn heimelijke geliefde de liefde verklaren en daarmee de klok rond vrijen zonder dat iemand daar ooit achter komt;
* inbreken in een villa van tien miljoen euro, doen alsof hij daar de baas is en zich laten bedienen door het personeel;
* zich voordoen als een rijke miljardair en in diens plaats met een ruimteschip meegaan.

Wat zou je personage doen met zo’n uniek cadeau?

Je kan deze oefening twee verschillende regels geven:
* Alles loopt zoals je personage hoopt of wil: ‘De ultieme wensvervulling’;
* Je personage heeft de wens als uitgangspunt, maar moet daarna maar zien wat er gebeurt: ‘Wat als?’

Hoe dan ook zegt het heel wat over je personage: waarom kiest hij uitgerekend voor deze ‘daginvulling’ uit alle mogelijke dingen die hij kan uitproberen? Je weet dan meteen iets van bepaalde prioriteiten.

Voorbeelduitwerking

Clichés zijn makkelijke voorbeelden, dus ik werk een heimelijke liefde uit.
Tom is heimelijk verliefd op Elise, een vriendin uit zijn studententijd. Tom is een jaar na het behalen van zijn diploma gaan backpacken en daardoor is het contact enigszins verwaterd. Al is er geen dag geweest waarop Tom niet aan Elise dacht. En niet alleen aan hun vriendschap. Zijn fantasie heeft regelmatig de overhand genomen…

In het geval van de ultieme wensvervulling gaat Tom bij Elise langs, slaat de vonk over en laten de voormalige vrienden elkaar iedere hoek van iedere kamer in het huis zien.
In het ‘wat als?’- scenario kan hetzelfde gebeuren. Maar Elise kan ook de deur opendoen met een dikke buik, blij zijn dat er eindelijk een vriend aanklopt bij wie ze kan smeken om geld te lenen omdat ze diep in de schulden zit, doen alsof ze Tom niet meer kent, omdat ze boos is dat hun contact verwaterd is…
In beide gevallen heb je opties te over. Alleen al het verkennen van al die opties kan erg interessant zijn.

Maar dat is slechts het begin. Vergeet het belangrijkste punt van de oefening niet. Tom weet de dag erna wat er gebeurd is, maar de rest van de wereld niet. (In dit geval betreft dat vooral Elise.) Wat doet of kan hij met die kennis? Laten we eens kijken naar wat mogelijke uitwerkingen.

Ultieme wensvervulling

De meer dan fantastische dag van Tom met Elise is voorbij. Na een tijdje nagenieten gaat Tom zich onherroepelijk een aantal dingen afvragen. Op zijn perfecte dag stond hij zomaar voor Elises huis, maar in werkelijkheid heeft hij de moed niet om haar op te bellen. Durft hij dat nu wel, nu hij weet wat de mogelijke beloning is? Of denkt hij:
* Ik heb genoeg aan deze fijne herinnering. Het ging me erom dat het (nog) ‘één keer kon;
* Dat was het best mogelijke scenario, als het slechter uitpakt dan dit, verpest ik mogelijk een herinnering die prachtig was.
Dat zegt iets over hoe snel Tom ergens tevreden mee is en hoeveel en wat voor risico’s hij durft te nemen om zijn ultieme droom na te jagen. En of hij emotioneel of wat meer rationeel is ingesteld. Dat zijn handige dingen om over je personage te weten, want dat kan de invulling van je centraal conflict en comfortzone bepalen.

‘Wat als?’-scenario

Bij het ‘wat als?’-scenario weet Tom wat er daadwerkelijk zou gebeuren. Die dag is op waarheid gebaseerd. Dan krijgt hij niet slechts voorgeschoteld wat hij hoopt te krijgen. Dat geeft Tom misschien nog wel meer om over na te denken:

* Elise wil hem ook! –> Yes! Welke stappen moet hij nu ondernemen? Tijdens de bijzondere dag werd hij naar Elises huis geteleporteerd. In werkelijkheid woont ze een oceaan verderop. Hoe kan en gaat Tom de middelen vinden om haar op te zoeken?
* Elise blijkt zwaar drugsverslaafd te zijn –> Durft Tom zich dan in haar leven te mengen om haar te helpen? Zo ja, hoe ver wil hij dan voor haar gaan? Zo nee, kan hij leven met de wetenschap dat zij eenzaam en alleen wegkwijnt?
* Elise blijkt hem alleen als goede vriend te zien –> Kan Tom dan vriendschappelijk met Elise verder of breekt hij alle banden en kwijnt hij weg omdat hij weet dat zijn grote liefde voor altijd onbeantwoord blijft?

Het ‘wat als’- scenario heeft evenveel mogelijkheden als er sterren aan de hemel staan.

In het ‘wat als?’- scenario zijn er eindeloos veel mogelijkheden te bedenken en kun je dus ook eindeloos veel over je personage leren. Je zal hoogstwaarschijnlijk tegenkomen hoeveel ruggengraat en verantwoordelijkheidsgevoel je personage heeft en hoe zelfverzekerd hij is.
Dat is handig om te weten om te zien wat voor jouw personage een daadwerkelijk conflict gaat vormen, in plaats van slechts een probleem. Dat is essentieel voor een goede spanningsboog en een goede opbouw het schema van save the cat.
In theorie kan je het ‘wat als?’-scenario talloze keren uitwerken. Zo vaak zelfs, dat je er een hele boekenreeks van zou kunnen schrijven. Met afzonderlijke (sub)titels als:
* Tom en Elise als gelukkig gezinnetje;
* De schuldencrisis van Tom en Elise;
* Tom breekt de platonische vriendschap vanwege onhoudbaar vleselijke verlangens.

Een hele boekenreeks bedenken is wat overdreven, maar het is wel erg interessant om in het achterhoofd te houden: Ongeacht wat hij meemaakt, wat zou Tom altijd blijven vinden of doen? Wat maakt Tom tot Tom? Die absolute basis van wat je personage maakt tot wie hij is, is altijd belangrijk om te weten.

Deze schrijfoefening is deels geïnspireerd door het boek De middernachtbibliotheek van Matt Haig.

Heb je nog een logisch plot na deze schrijfoefening? Laat het me controleren: kijk in mijn webshop voor mijn diensten.

Own voice: schrijven over iets dat je kent

Own voice betekent: schrijven over iets dat je kent. Tegenwoordig wordt de term echter vaak gebruikt om aan te geven dat je niet mag schrijven waarmee je niet bekend bent. Denk aan: schrijven over het leven van zwarte mensen als je zelf wit bent, of schrijven over een homoseksuele relatie als je zelf hetero bent. Wat zijn de voordelen van own voice en wanneer slaan die voordelen om in nadelen?

Het schrijverscredo: schrijf wat je kent

‘Schrijf wat je kent’ is misschien wel een van de bekendste schrijverscredo’s die er zijn. Dat is niet voor niets. Als je een personage realistisch wil portretteren, is het erg belangrijk om je in je personage in te kunnen leven. En het is nu eenmaal makkelijker om je in te leven en/of over iets te schrijven wat je zelf hebt meegemaakt. Je kan je misschien heel goed voorstellen hoe spannend het is om op het vliegveld te staan, minuten voordat je vliegtuig vertrekt en het startschot voor je wereldreis wordt gegeven. Maar als je het zelf hebt meegemaakt, is het stukken eenvoudiger om te beschrijven hoe bewust je je was van alle verschillende talen om je heen, wetend dat je veel ervan nog vaak zou horen. En ergens op de vluchthaven is er misschien wel een Mexicaans restaurant, maar jij proefde op dat moment het échte Mexicaanse eten al op je tong. Over drie maanden zou je het ook kunnen kauwen…
Dat is het principe waar own voice om draait: je kan nooit écht goed over iets schrijven, tenzij je het zelf hebt meegemaakt.

Als het niet in je dagboek zou kunnen staan, kan je het niet schrijven. Zo kan je de redenering van own voice ongeveer samenvatten.

Voordelen van own voice als leidraad

Own voice heeft een enorm voordeel ten opzichte van ervaringen of verhalen die je niet uit de eerste hand schrijft. Omdat je alles zelf hebt meegemaakt, is het veel makkelijker om over bepaalde details te schrijven en ze te ontwarren waar ze anders een onoverzichtelijk zooitje lijken. Show don’t tell gebruiken gaat eenvoudiger omdat jij het hebt zien gebeuren, niemand heeft het je moeten vertellen. (De gekozen naam voor show don’t tell als techniek klinkt nu opeens een stuk logischer, of niet? 😉 )

Ook als je niet vanuit eigen beleving kan schrijven (daarover later meer) is het handig om own voice als een soort techniek te beschouwen, met als uitgangspunt: ‘Ik moet proberen om zoveel mogelijk over dit personage te weten te komen, alsof ik hem of haar zou kunnen zijn geweest’. Dat geeft je namelijk veel meer inzicht in belangrijke zaken als:
* de personagebiografie;
* de comfortzone;
* het mogelijke centraal conflict;
* de eerste opzet voor het save the cat schema.

Ook helpt het je om dingen in perspectief te zien. Stel dat je in een rolstoel zit en je weet niet beter. Als je dan own voice schrijft, hoef je je niet druk te maken over hoe je bepaalde clichés van mensen in een rolstoel ontwijkt. Je schrijft over je eigen ervaringen. Die zullen niet zo snel cliché zijn, want jij weet als ervaringsdeskundige maar al te goed wat je daadwerkelijk voor beperkingen hebt en wat door het grote (lezers)publiek vaak verkeerd wordt begrepen.
“Wat is normaal?” wordt zo, hoe dan ook – own voice of niet- een hele interessante vraag…

Doorslaan in own voice

Het is begrijpelijk waarom own voice een opmars heeft gehad aan populariteit. Zoals je al las, zijn er goede redenen voor. Maar je kan ook doorslaan in own voice. En daar moet je echt mee oppassen, want je loopt zo het risico om bekrompen of zelfs racistisch te worden. Bovendien kan je er je broodnodige neutrale bril (voorgoed!) mee verliezen…
Enkele voorbeelden van doorgeslagen own voice beweringen (met bijbehorende voorbeelden van verweer) zijn:
* “Jij bent geen man, dus jij kan niet weten hoe het is om je een slap watje te voelen als je daarvoor wordt uitgemaakt.”
(Ik was als meisje zo slecht in gym dat waar iedereen tot aan het plafond in de touwen kon klimmen, ik me nog niet eens aan die touwen vast kon houden of me van de grond af zetten. Ik ben voor slap watje uitgemaakt en nooit harder uitgelachen dan toen.)
* Jij bent geen zwart persoon in een voornamelijk witte maatschappij, dus je kan niet weten niet hoe het is om je de hele tijd aangekeken te worden als ‘die ander’.
(Ik heb een tijd als enige niet-moslima op een islamitische school gewerkt. Ik was vrijwel de enige vrouw zonder hoofddoek.)
Dat contrast heb ik daadwerkelijk meegemaakt. Daarom wil ik melden dat mijn oud-collega’s en de ouders van de kinderen me altijd zeer welkom hebben laten voelen en ik me nooit ‘die andere’ heb gevoeld. 🙂

Als je doorslaat in de own voice beredenering, vinden mensen je al snel een irritante betweter…

Het voorbeeld uit mijn privéleven deel ik vanwege het volgende: besef dat je er niet van uit kan gaan wat voor de een een nare ervaring is, voor de ander een soortgelijke situatie hetzelfde aanvoelt. En iets wat jij oké vindt, vind een ander weer naar: er zijn meerdere factoren die een uitkomst bepalen. Bovendien is er nog iets anders erg belangrijk:

Zoek een gemene deler als je volgens own voice schrijft

Om niet door te slaan in own voice, is het verstandig om een gemene deler te zoeken.
Nee, ik zal als blanke vrouw nooit echt weten hoe het is om zwart te zijn (in Nederland). Maar ik kan nog steeds met de nek aangekeken worden, of door anderen worden gediscrimineerd (al dan niet vanwege mijn ras). Daar hoef ik niet zwart voor te zijn.
Een aantal onderliggende emoties die je kan voelen als je wordt gediscrimineerd zijn bijvoorbeeld verdriet, ongemak, of boosheid. En die emoties zijn bij iedereen bekend. Probeer dat vast te houden tijdens het schrijven (van own voice). Anders blijf je beperkt tot het schrijven van een autobiografie of kan je zelfs niet over andere personages schrijven dan je persona (want jij hebt hun leven niet meegemaakt…) Dat schiet niet echt op als je een roman wil schrijven… 😉

Schrijf je te veel met own voice? Schakel mij in voor manuscriptredactie, dan kijk ik ernaar voor je.

Schrijfoefening: de schijnheilige engel

Schrijven over een personage waar je fan van bent, is natuurlijk leuk. Maar schrijven over een personage dat je niet mag, is niet altijd makkelijk. Deze oefening kan je daarbij helpen.

Kill your darlings, maar dan andersom

Kill your darlings is het principe dat je moet schrappen wat je graag schrijft en soms als verlengde, leuk vindt om te lezen. Maar het kan ook andersom. Denk aan:
* Je favoriete personage heeft zijn ten minutes of fame, die je moet schrappen omdat het niet in de scène past.
* Je moet je darling daadwerkelijk vermoorden;
* Je moet je slechterik zijn slechte dingen laten doen. Dingen waar je zelf niet goed van wordt zoals neerkijken op anderen, arrogant zijn, mensen afblaffen, moorden…

Ik gebruik hier bewust het woord moeten. Net zoals je er niet onderuit kan dat je soms iets moet schrappen wat je eigenlijk mooi vindt, moet je soms iets schrijven waar je eigenlijk liever niets mee te maken zou willen hebben. Maar het is nodig voor de broodnodige balans van goed en slecht in je verhaal, anders wordt je verhaal uiteindelijk oninteressant.

Speel voor de (schijnheilige) engel

Een manier die kan helpen om je over de ergernissen heen te zetten, is om een rol van een (schijn)heilige engel aan te nemen tijdens het schrijven. Daarvoor moet je je gevoel voor moraal wel tijdelijk kunnen uitschakelen.
Onze engel heeft als uitgangspunt dat alles wat er op deze aardkloot in een mensenleven gebeurt, helemaal niet zo belangrijk of spannend is. Uiteindelijk gaan we toch allemaal dood, belanden we met z’n allen in de hemel en mogen we voor eeuwig aan de melk en honing en is er alleen nog maar liefde, nooit meer haat.
Op zich verkondigt de engel een mooi verhaal, maar de clou van deze oefening is dat deze engel moet denken dat we ook op aarde ook allemaal engeltjes zijn, ongeacht wat we doen. Daardoor heeft deze engel overtuigingen als:
“Ach, wat maakt het uit dat Frenkie andere kinderen pest? Hij is net als iedereen een bron van licht, maar kan daar (met zijn hart en hoofd) nog niet bij.”
“Het is irrelevant dat Geertje haar eten steelt, want als ze straks in de hemel is, doet geld er niet meer toe.”

Mensen mogen engelen gerust aanbidden. Andersom lijkt mij een minder goed idee…

Met andere woorden: ga alle acties zó schijnheilig goedpraten dat je er onpasselijk van wordt. Het voorbeeld van de engel vertaalt zich waarschijnlijk wat moeilijker naar wat meer alledaagse, aardse situaties. Daarom volgen hier wat meer concrete voorbeelden:
* Ach, hij mag mensen in elkaar slaan. Hij had een slechte jeugd en het is zijn schuld niet dat hij niet fatsoenlijk is opgevoed.
* Zij heeft altijd zo hard gewerkt en nooit tijd voor zichzelf gehad. Laat haar dan gewoon eens voor haarzelf kiezen en laat haar nou eens een klein cadeautje voor zichzelf kopen. Dat haar kinderen dan vervolgens een dag niet te eten hebben… Daar gaan ze niet dood van. Als het nou een week zou zijn…
Het principe van de engel noem ik alsnog, omdat als je per se moet, je kan doorredenen tot je een ons weegt als het gaat om waarom iemand nog niet zo slecht is. Zoals de engel dat doet die het aardse leven sowieso als niet zo belangrijk beschouwt.

Deze stap kan lastig zijn, maar hij is nodig voor de volgende stap van:

Het interessante achtergrondverhaal

Zodra je het punt hebt bereikt waarop je schijnheilig naar je personage kan kijken, kan je de personagebiografie waarschijnlijk een enorm zetje geven. Het centraal conflict vanuit het oogpunt van jouw gehekelde personage en de comfortzone worden zo een stuk duidelijker. Kortom: je personage wordt als geheel een stuk begrijpelijker of duidelijker. Dan zie je een stuk beter wat zijn plaats in het verhaal is. Daar wordt je verhaal als geheel een stuk beter van.
Een leuke bijkomstigheid is dat je dan in de schrijversflow terecht zal komen. Uiteindelijk zal je je personage niet meer zo’n vervelend persoon vinden (om over te schrijven), omdat je inziet wat zijn plaats in het grotere geheel is en dat hij er moet zijn voor de broodnodige balans in je verhaal. Waak er wel voor dat je in deze stap alsnog niet doorslaat en de schijnheilige engel niet meer als schrijfoefening, maar als schrijfmethode gaat gebruiken. Je moet je antagonist begrijpen, maar er is een heel groot verschil tussen slechte daden, vervelende karaktertrekken en irritante gewoonten begrijpen en goedpraten. Hier lees je daar meer over.

Als voorbeeld:
Een steenrijke man logeert in een hotel. Bij de incheck loopt het systeem even vast, waardoor de receptionist de man pas na vijf minuten naar zijn kamer kan wijzen.
Je weet dat de rijke man zijn hele leven rijk is geweest en dus niet beter weet of alles wat hij wil wordt voor hem gedaan zodra hij maar met zijn vingers knipt. Eventuele tegenslagen duren daarom hoogstens twee minuten. Je kan je dan voorstellen dat vijf minuten vertraging een reden voor hem is om kwaad te worden.
Hij verliest dan ook zijn geduld. Zo erg zelfs, dat hij zo hard begint te schreeuwen dat de manager van het hotel meent dat de receptionist de rijkaard groot onrecht heeft aangedaan en de baliemedewerker daardoor zijn baan verliest.
Dat gaat ver, maar dat zou in theorie kunnen gebeuren. Maar als de hotelgast later nog zelfingenomen is ‘omdat die nietsnut dankzij hem ontslagen wordt’ en hij de receptionist bij het uitchecken nog even snel een klap verkoopt… Ergens moet dat begrip ook weer ophouden.

Als dit hotel het oké vindt dat de gaten hun personeel mishandelen en het personeel vervolgens ook nog eens de schuld daarvan krijgt, hoeven ze mij niet meer als gast te verwachten…

Zorg dus dat je de ‘voors-en tegens’ van je personage kent en er uiteindelijk met een neutrale bril naar kijkt. Dan hoef je je tijdens er het schrijven niet meer zo aan te ergeren.

Behoefte aan een schrijfcoach die niet schijnheilig is? 😉 Kijk eens in mijn webshop.

Wat als je personage eenzaam is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage eenzaam is? 

Iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad: eenzaamheid. Dat is voor een enkele scène niet meteen interessant, maar als eenzaamheid een karaktertrek van je personage wordt, is het belangrijk om daar goed naar te kijken. Als je vreselijk eenzaam bent en dat ook nog eens lang duurt, komt je hele wereld op zijn kop te staan. Dat heeft grote gevolgen voor je personage, het centrale conflict en de toon van je verhaal. Let op de volgende dingen als je over eenzaamheid schrijft. 

Introvert of extravert?

Mensen zijn introvert of extravert. Simpel gezegd willen extraverte mensen vaak en veel mensen om zich heen, waar introverte mensen liever met een kleinere groep mensen zijn en zo nu en dan ook liever alleen zijn. Waar een extravert het al heel naar vindt om twee dagen niemand tegen te komen, vindt de introvert dat soms juist fijn. Een introvert daarentegen zal meer behoefte hebben aan diepgaande contacten met een enkeling, terwijl een extravert ook energie haalt uit koetjes en kalfjes met veel mensen. 
Als je weet aan wat voor contact je personage het meest behoefte heeft, weet je ook wat hem al dan niet (makkelijk) eenzaam maakt. Kijk dus eerst of je personage intro-of extravert is voor je verder gaat met schrijven over zijn eenzame gevoelens. 

Wie of wat is de oorzaak?

Eenzaamheid heeft altijd een oorzaak, maar die kan enorm verschillen: verlegenheid, niet populair zijn, de thuisblijver zijn als iedereen op vakantie is, geestelijke mishandeling waardoor je personage denkt geen vriendschap waardig te zijn… Kijk goed naar wie of wat de eenzaamheid in gang zet of in stand houdt. Anders kan je niet bepalen wat er moet veranderen om de eenzaamheid op te lossen of hoe je de eenzaamheid kan portretteren. 

Wat speelt er onder de eenzaamheid?

Enkele belevenissen van eenzaamheid zijn: “Ik voel me erg eenzaam als mijn geliefde niet bij me is” of “Ik voel me eenzaam op feestjes waar ik niemand ken.” Achter dit soort citaten schuilt vaak nog iets anders dan eenzaamheid: te veel waarde hechten aan een specifiek persoon of verlegenheid, bijvoorbeeld. 
Eenzaamheid kan je definiëren als: contact willen met een medemens, maar dat niet kunnen krijgen. 
Dat kan oorzaken hebben die vrij ‘eenvoudig’ zijn of juist heel ernstig. Een eenvoudige reden is iets als: je eenzaam voelen in de klas omdat je niet voluit en sociaal mag kletsen met de buurvrouw. Een ernstige reden is: ik heb het gevoel dat ik geen vriendschap of liefde waard ben en zoek daarom geen contact met anderen. 

Probeer erachter te komen of je personage ‘zuivere’ eenzaamheid ervaart, zoals in de klas, of dat er nog andere mentale ongemakken meespelen, zoals slechte sociale vaardigheden, een minderwaardigheidscomplex of het idee dat je personage om wat voor reden dan ook het recht niet heeft om contact te zoeken met iemand/ het gewenste andere personage. Mocht er méér meespelen dan ‘zuivere eenzaamheid’, neem dat dan ook mee in je uitwerking. 

Onderschat eenzaamheid niet! 

Als je erachter komt dat je personage met ernstige eenzaamheid (en eventuele onderliggende factoren) te kampen heeft, onderschat dat dan niet. Het kan je personage zodanig verlammen dat hij zelfs zijn bed niet meer uit kan, wil of durft te komen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor je personageontwikkeling, verhaalthema, plot en verhaallijn. Als je een personage hebt dat ernstig eenzaam is en dat realistisch wil portretteren, hou dan in de gaten dat dat veel met je verhaal als geheel kan doen. En besef dat ernstige eenzaamheid niet opgelost is als de vriend van je protagonist haar een enkele keer meeneemt naar de bioscoop…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je weten of eenzaamheid goed als thema is uitgewerkt in je verhaal? Kijk dan eens in mijn webshop.

Zo schrijf je een interessant verliefd stel

In vrijwel elk verhaal komt een liefdesrelatie voor. Meestal is die er in het begin van het boek nog niet. Dat betekent dat je de vonk moet laten overslaan en de eerste vlinders in de buik moet beschrijven. Dat lijkt makkelijk, maar vaak mondt dat bij beginnende schrijvers uit tot een eindeloos gezwijmel, dat niet zelden vergezeld wordt door een zekere vorm van hysterie. Dat leest niet altijd interessant, soms eerder irritant. Hoe schrijf je over de welbekende zwerm vlinders zonder dat lezer al met zijn ogen gaat rollen zodra de twee geliefden elkaar in de ogen kijken?

Romantiek als grootste cliché

Verliefd worden komt zo vaak voor in verhalen dat het een van de meest voorkomende tropes is, waardoor het maar al te makkelijk uitgroeit tot een cliché. Vergelijk het met een vriend(in) die helemaal hoteldebotel is en nergens anders meer over kan praten dan de nieuwe vlam. Dat is een tijdje leuk om aan te zien, maar als dat maanden of jaren voort zou duren, zouden er grofweg twee irritaties ontstaan:
* “Ja, we weten het onderhand wel: Chaim is geweldig. Ga je nog een keer verder met je leven?”
* “Wacht maar tot je van je roze wolk afdondert, niet alles is rozengeur en maneschijn.”

Centraal conflict en balans

Bovenstaande citaten slaan de spijker op z’n kop als het gaat om waarom schrijven over romantiek zo makkelijk misgaat. Als je een personage of stelletje hebt dat niets anders doet dan verklaren hoe verliefd ze wel niet zijn, dan heb je geen centraal conflict. Dan zwakt het verhaal erg af of komt het niet op gang.
Als je een leven hebt van rozengeur en maneschijn is dat evengoed saai, omdat er dan geen afwisseling van goed en slecht in je verhaal is. Goed en slecht kan betrekking hebben op personages, maar ook op gebeurtenissen, meningen, of vaststaande situaties. Zorg daarin ook voor genoeg ‘afwisseling van soort’. Als het conflict vormt: ‘mogen arm en rijk bij elkaar en gaan ze het samen redden?’ Zorg er dan voor dat er nog iets meer is dan alleen ruzie en weer goedmaken en twijfels die om de hoek komen kijken “Wij zijn voor elkaar gemaakt. O nee, toch niet, want ik haat je. O toch wel, want ik ben dol op je. O, toch niet want onze ouders keuren het af.” Dat geeft een hele magere invulling van save the cat. Dat is geen echt verhaal waarin personages en het plot kunnen groeien, eerder een herhaling van een en hetzelfde dat snel vervelend of traag leest.

The notebook: als het om niets dan liefde gaat

The Notebook is een goed voorbeeld van het bovenstaande. Het is de bekende onmogelijke liefde tussen arm en rijk, compleet met liefdesdriehoek en het continue vraagstuk: eindigen ze wel of niet met elkaar? Hun liefde krijgt zo letterlijk alle aandacht dat de personages als persoon niet groeien of andere ambities krijgen (zonder weg te kwijnen bij de herinnering aan de ander…) Natuurlijk is dit niet meteen fout (romantische verhalen verkopen zeer goed) maar er zit zoveel meer potentie in een verhaal als het over meer gaat dan alleen de relatie en de vraag of dit stel voorbestemd is of niet.

Hoe hartverwarmend een beeld als dit ook is, als je alleen zoiets te zien krijgt, gaat het uiteindelijk ook vervelen.

Hoe schrijf je over een verliefd koppel?

Als eerst en belangrijkste: hou het gezwijmel en de roze wolk kort en bondig. Schrijf er zoveel over als je wil, maar zorg er wel voor dat die het verhaal niet gaan overheersen. Er moet méér dan die verliefdheid zijn in een verhaal. En als die er is, kijk dan eens of je erachter kan komen waarom de personages verliefd op elkaar worden en ook blijven. (Hier heb je een groot voordeel: je personage zit op een roze wolk naar de ander te kijken, jij niet 😉 ) Daardoor kun je ook neutraal naar de karaktertrekken van de ander kijken en die analyseren. Dan groeit de liefde op andere manieren. Denk aan dingen als:
* Het zelfvertrouwen van de personages wordt vergroot door hun onderlinge liefde.
* De ander laat positieve kanten zien die je personage niet van zichzelf kende.
* De ander helpt om dromen waar te maken en leert hoe obstakels overwonnen kunnen worden.
* Het stel vult elkaar aan in de nuchtere zin van het woord, waar de slaapkamer niets mee te maken heeft.

Een vriendelijke, vlugge kus getuigt ook van liefde. Er is niet ‘pas’ sprake van liefde als de vonken ervan af spatten.


Laat deze aspecten waar je personages van groeien een belangrijk deel van het plot of misschien zelfs het verhaalthema vormen. Als je personage dolgraag een bepaalde baan wil hebben, kan de partner helpen die dromen waar te maken door te helpen met sollicitatiebrieven schrijven. Dat kan je personage dan zodanig waarderen dat de vlinders in de buik blijven.
Dit is natuurlijk ook iets wat vrienden voor elkaar kunnen doen. Daarom moet je je stel af en toe tot regelmatig kleine, maar duidelijke blijken van affectie laten tonen, zoals een kus of een romantisch gebaar. Erotische of romantische uitspattingen doen het goed op momenten die tekenend zijn voor een belangrijk moment in het plot of wanneer er duidelijk blijkt waarom deze mensen zo dol op elkaar zijn. Je kan beter enkele keren ‘goed uitpakken’ en de subtiele dingen wat vaker laten terugkomen dan alles in de extremen beschrijven. Denk aan het spreekwoord: de boog kan niet altijd gespannen zijn. Dat geldt ook voor de spanningsboog en verliefdheid binnen een verhaal.

Natuurlijk is het het idee van veel romantische verhalen dat de romantiek van de pagina’s af moet spatten en dat het zwijmelgehalte hoog moet zijn. Daardoor komen de meer extreme liefdesverhalen in dat genre aan bod. Als de liefdesrelatie zelf niet het thema van je verhaal is, kan je dit genre beter niet als spiekbrief voor het schrijven van een relatie of romantiek gebruiken. Dan doe je er beter aan om de liefde tussen je personages als ‘gewoon’ fijn en vanzelfsprekend te beschouwen (wat dat dan ook precies voor je betreffende personages betekent) dan als één-op-de-miljoen-worden-zo-verliefd-als-zij.

Laat mij je koppeltje beoordelen en schakel me in voor manuscriptredactie.

Het karakter van je personage uitwerken

Als je een personage gaat uitwerken, maak je een personagebiografie. Zo leer je onder andere zijn karaktertrekken kennen. Maar hoe zorg je ervoor dat je die ook geloofwaardig op papier uitwerkt?

Wat vormt een personage?

Ervaringen, verschillende achtergronden en karaktertrekken maken een personage tot wie hij is. Lees mijn blogpost over het schrijven van een personagebiografie voor meer informatie. Maar jij kan die biografie super serieus nemen en zelfs weten wat de favoriete cornflakes van je personage is, je bent er nog niet als je iets over je personage opschrijft. Je moet het uítwerken om je personage realistisch en geloofwaardig te maken. En dat uitwerken doe je telkens weer, niet in een keer. Ik schreef al eerder in de blogpost zo leest een tekst heel natuurlijk over hoe je een personage realistisch laat overkomen. Laten we twee belangrijke punten uit die post nog eens bekijken, maar nu met de invalshoek van het uitwerken van de karaktertrekken van je personage.

Herhaling geeft bewijs van karakter

Dus jouw personage is aardig? Bewijs het maar eens. Je bent niet meteen aardig als je een enkele keer een complimentje geeft; dan dóe je eerder aardig. Je bent pas aardig als je zo vaak een complimentje geeft dat het niet meer als iets incidenteels kan worden gezien. Met echte mensen is dat misschien zwartwit om te stellen, maar voor personages geldt dat wel. In het geval van personages moet je ook goed nagaan of ze alleen maar aardig zijn tegen een enkel persoon of tegen iedereen. In dat eerste geval loop je het risico dat je personage niet als aardig, maar als een hielenlikker wordt gezien. (Nog) meer dan bij mensen in het echte leven liggen de acties van personage constant onder een loep. Alles wat je schrijft moet iets toe te voegen hebben. Daarom zullen personages nooit zomaar eens hoesten. Dan zijn ze meteen ziek. Of gaan ze nooit naar het toilet, tenzij hun pestkop hun hoofd in de wc-pot duwt of ze aan de diarree zijn en een reden hebben om zich de volgende dag ziek te melden op kantoor. Daarom is elke actie van je personage meteen een ‘bewijs’ van een veronderstelling dat je personage een bepaalde karaktertrek of beweegreden heeft.

Vergelijk herhaling die bewijs geeft als een liefdesverklaring met de bekende liefdesslotjes. Je zegt heel vaak: “Ik hou van je” voordat je bereid bent om ook zo’n slotje op te hangen en te laten zien dat je echt verliefd bent in plaats van het alleen zegt te zijn.

Verschillende vorm, hetzelfde principe

Karaktertrekken kunnen en moeten op verschillende manieren naar voren komen. Het zou raar zijn als een aardig iemand altijd koekjes voor zijn vriend bakt als die examens heeft, maar nooit eens zou glimlachen of zou helpen. Wissel de verschillende uitingen van de karaktertrek dus voldoende af. Het maakt een personage realistischer en je voorkomt ermee dat -zoals hierboven beschreven- een personage slechts situatieafhankelijk in plaats van oprecht door een karaktertrek lijkt te reageren.

Personages gaan veranderen

Om een goed verhaal te schrijven, moet je ervan uitgaan dat ieder personage de hoofdpersoon is van zijn eigen heldenreis. Dat betekent ook dat ieder personage een eigen centraal conflict meemaakt en dus (mogelijk) van karakter verandert. Een geliefd personage kan dus overlopen naar de duistere kant of een slechterik kan bijdraaien. Die verandering kan niet zomaar uit de lucht komen vallen. Afhankelijk van of je een plottwist in de hand wil werken of niet zal je meer of minder hints moeten geven. Maar (subtiele) veranderingen in karaktertrekken doen het vrijwel altijd goed. Dit kan je op verschillende manieren doen:

* Verminder de vertrouwde karaktertrek (Laat die vriend naar verloop van tijd steeds minder vaak koekjes bakken);
* Laat het personage een minder verwachte of zelfs een tegengestelde keuze maken: de onzelfzuchtige vriend blijft deze keer thuis in zijn hangmat luieren als zijn vriend wederom om hulp vraagt;
* Laat je personage opmerken dat iedere karaktertrek een tegenhanger heeft die misschien niet eens zo slecht is. Je personage kan wel altijd ‘ja’ zeggen en daar prat op gaan, maar als je nooit nee kan zeggen, gaan mensen over je heen lopen. Sandra ging bijvoorbeeld naar bed met Tom om hem een plezier te doen, waarna ze haar maagdelijkheid verloor. Sandra had eigenlijk bedacht haar maagdelijkheid te bewaren voor Younes; ze is al jaren heimelijk verzot op hém.
Laat je personage zo nu en dan eens ‘experimenteren met de andere kant van de medaille.’

Vooral dat laatste punt is erg nuttig als je je personage wat radicaler van karakter wil laten veranderen. Let er wel op dat je dit langzaam maar zeker doet. Niemand verandert in drie weken van een extremistische aanslagpleger tot een zorgzame Jan-met-de -pet die blij is als hij elke ochtend zijn krantje en verse jus d’orange heeft. Let erop dat je bepaalde grenzen bewaakt: je personage mag best eens wat anders doen of laten zien, maar dat wil niet zeggen dat hij hoe dan ook radicaliseert. Je kan deze techniek ook gebruiken om te laten zien dat je personage geen Mary Sue is en dus ook zijn mindere kanten heeft.

Als Mary Sue besluit om naar puistjes niet onder de make-up te verstoppen, ziet ze misschien in dat ze niet zo lelijk is als ze denkt. Zo kan het loslaten van ijdelheid (op langere termijn) voor karakterverandering zorgen.

Laat je personage eens aan zelfreflectie doen

Zelfreflectie is niet voor elk personage weggelegd. Als je mentaal of emotioneel (tijdelijk) instabiel bent, of nog niet volwassen (genoeg), dan wordt dat lastig. Maar als je personage ertoe in staat is, dan kan zelfreflectie een goede manier zijn om je personage een aanleiding en besef te geven dat hij in bepaalde dingen moet veranderen, wat tot verandering van karakter kan leiden. Let er wel op dat je dit niet met slechte expositie doet; hm, ik word buitengesloten, zal ik dan maar eens nagaan wat ik misschien verkeerd heb gedaan? werkt niet.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Schrijversoefening: de gewenste nachtmerrie

Je personage heeft wensen en dromen. Dat is een goed begin van een personage-uitwerking. Je weet dan hoe je een centraal conflict in gang kan zetten: een heldenreis kan beginnen met het doel een droom na te jagen. Maar als je je personage in je opschrijfboekje juist gaat pesten, dan kun je nog meer over je protagonist te weten komen. Uitgangspunt: pas op met wat je wenst, want die wens zou maar eens uitkomen…

Wat zegt een wens over je personage?

Als je je personage wil leren kennen, is het belangrijk om te weten wat zijn wensen en dromen zijn. Zo weet je wat je personage als doel heeft en dus ook wat hij veel zal doen. Als hij dokter wil worden, zal hij gaan studeren. Als ze professioneel turnster wil worden, zal ze veel in de sportschool te vinden zijn.
Onze aankomende dokter is dus waarschijnlijk ook slim, onze turnster moet veel met voeding en beweging bezig zijn. Zo heb je een oppervlakkig begin van het doen en laten van je personage. Maar erg diepzinnig worden die bevindingen niet.

De nachtmerrie die een hartenwens blootlegt

Als je de wens van je personage vervult op een manier die je personage niet wil, dan kom je te weten wat de kern van de hartenwens is.
Naoko’s hartenwens is om moeder te worden, te trouwen en een huisje te krijgen voor haar gezinnetje.
Oké, prima, dan doen we het zo:
Je staat op het punt uitgehuwelijkt te worden, maar dan blijk je zwanger van een buitenechtelijk kind. Daarom verstoot je familie jou. Je trouwt met de vader van het kind, maar vrijwel niemand van de familie erkent je huwelijk, omdat het gemengd is. Je krijgt een eigen huis: een krot in het stadsdeel waar enkel andere uitgestotenen wonen. (Gedeelte van het plot van de roman: Het meisje in de witte kimono. Een leestip voor als je deze schrijfoefening in de praktijk wil zien.) Je wens is vervuld, Naoko, alsjeblieft. Maar dit wilde ze natuurlijk niet. Dit is eerder een nachtmerrie dan een wens.

Je wilde in je eentje een boswandeling maken? Ga je gang…

Wat schiet je hiermee op als schrijver die een personage aan het ontwikkelen is? Het leert je dat concrete wensen van een personage eigenlijk een soort invulling zijn van een breder verlangen.
Neem de wens een moeder te worden. Waarom wil je personage zo graag moeder worden? Daar kunnen veel verschillende redenen voor zijn, bijvoorbeeld:
* Ze is dol op kinderen;
* Ze wil een nalatenschap hebben;
* Ze vindt dat dat hoort bij vrouw en/of echtgenote zijn.

Laten we zeggen dat jouw personage moeder wil worden omdat ze een nalatenschap wil achterlaten op de wereld. Dat kan door kinderen te nemen, maar ook door bijvoorbeeld:
* een bedrijf te starten;
* een boek te schrijven;
* een nieuwe politieke visie te verkondigen.

Kortom: om de ‘diepliggende wens’ in vervulling te laten gaan, zijn kinderen niet de enige optie. Maar in die behoefte om nalatenschap kan je wel het mogelijke archetype van je personage zien. In dit geval zal deze vrouw een creator kunnen zijn: zelfexpressie staat bij dat archetype hoog in het vaandel. Creativiteit ook. Hé, misschien is zij ook wel een kunstenares…
En wat zal iemand die expressie belangrijk vindt nog meer nastreven, voor meningen hebben of voor afkeuren hebben? Als je de diepliggende wens eenmaal weet, kun je eindeloos verder brainstormen over wat voor iemand je personage nog meer is.

Vaardigheden en omstandigheden van je personage ontdekken

Je personage moet omgaan met deze ‘gewenste nachtmerrie’ die je hebt uitgewerkt. Hoe kan of doet hij dat?
Denk hierbij aan dingen als:
* Onderneemt je personage actie, wordt hij verlamd door angst of blijft hij hangen in een slachtofferrol? (Dit had mij niet mogen overkomen en daar ben ik zo boos over, dat ik nu verbitterd blijf mokken. Van dat mokken maak ik mijn comfortzone.) Dat zegt iets over het algemene karaktertrekken van je personage. Hij is een doorzetter, paniekerig aangelegd of geeft (te) snel op;
* Heeft hij de financiële middelen om uit de problemen te komen? (Kan hij een advocaat inschakelen, een nieuwe woning huren, de ziekenhuisrekening betalen?)
* Heeft hij de intelligentie/ kennis of zelfstandigheid om een actie te kunnen ondernemen? (Ga maar iets oplossen als je niet weet wat er aan de hand is. Of als je blut bent en nog nooit een rekening hebt betaald omdat de persoonlijke assistent van je stinkend rijke familie dat altijd deed.)
* Wie kan en durft je personage om hulp te vragen? Dit zegt iets over het sociale vangnet dat je personage (niet) heeft. Ook vertelt het of je personage voldoende assertief is, of misschien te trots;
* Is je personage standvastig of juist flexibel?

Gaat je personage koste wat kost proberen om de oorspronkelijk gekoesterde wens in vervulling te laten gaan? Of geeft ze uiteindelijk op en zoekt ze een manier om geluk te zoeken in de omstandigheden zoals ze nu zijn?

Pak maar vast je post-its erbij: je zal met veel nieuwe en korte inzichten komen als je deze oefening doet.
Schrijf op wat je te binnen schiet, beperk jezelf niet. Het is een oefening: niets hoeft in je boek gebruikt te worden en alles wat je tegenkomt, is een potentieel nuttige bevinding.

Verhaalthema bepalen

Als je al het bovenstaande te weten komt, kan je je bevindingen samenvoegen tot een verhaalthema. Daar kan je dan andere gebeurtenissen of personages over schrijven. Als je gaat schrijven over ontplooiing, kan je je personage een extra cursus laten volgen. Of een vriend of vriendin in het verhaal schrijven die je protagonist aanspoort om grenzen te verleggen.
Het is het beste om als geheel je personage een verhaal te geven waarin er balans is tussen de nachtmerrie in je opschrijfboekje en de wensvervulling die je personage heeft. Dan is je schema van save the cat uiteindelijk goed in balans. Uiteindelijk zal deze schrijfoefening je als je als het goed is ook kennis over je gehele verhaal moeten geven, niet alleen over je personage.

Heb je hulp nodig met je verhaal en het bepalen van het verhaalthema? Kijk eens in mijn webshop.

Een verhaal bedenken met een personage als startpunt

Als je een verhaal wil schrijven, komt het regelmatig voor dat je al een idee hebt waar het over moet gaan. Maar soms heb je een personage in gedachten, waar je nog geen verhaal bij hebt. Hoe schrijf je dan een verhaal?

Personage of thema: waar begin je mee?

Een verhaalidee ontstaat vaak vanuit een thema. Dan is het relatief makkelijk om een verhaal en het hoofdpersonage verder uit te werken. Wil je schrijven over de muziekwereld? Dan is je hoofdpersonage een componist of musicus die hogerop probeert te komen. Voilà, een verhaal in de dop. Maar als je heel duidelijk een personage voor je ziet, kan het lastiger zijn om daar een verhaal bij te bedenken.
Je ziet een visser voor je. Dat kan een heel uiteenlopend persoon zijn. Is hij een beroepsvisser die dagenlang op zee ronddobbert? Is het een hobbyvisser die elk weekend bij een vijvertje zit? Of reist hij de wereld over voor wereldbekerwedstrijdvissen?

Leer je personage kennen

Als je een verhaal start met een personage, neem dan de tijd om hem goed te leren kennen. Schrijf zijn personagebiografie uit, maar hou het daar niet bij. Hoe uitgebreid je de biografie ook uitwerkt, je zal je personage op deze manier kennen zoals een dokter een patiënt kent waarvan ze alleen het medische dossier heeft gelezen.
Je zal hem oppervlakkig kennen, maar het daadwerkelijke doen en laten van je personage blijft waarschijnlijk nog een raadsel. Schrijf daarom eerst wat losse scènes over je personage. Maak je niet druk over de kwaliteit van deze scènes: ze hoeven absoluut niet hoogstaand te zijn. Schrijf over iets waarvan jij denkt je personage beter te kunnen leren kennen. Is dat zijn ochtendroutine? Dat is normaalgesproken een cliché, maar dat maakt nu niet uit. Sterker nog, het kan zelfs helpen om over de meest ‘saaie’ dingen van het leven je personage te gaan schrijven. Niemand heeft immers een leven met 24/7 spanning, drama of romantiek. Die momenten zijn eerder de uitzondering dan de regel.

Hoe schrijf je kennismakingsscènes?

Kennismakingsscenes zijn makkelijk te schrijven. Je moet er namelijk nauwelijks tot niet bij nadenken. Als je gaat kennismaken met je personage, doe je dat heel intuïtief. Je kan een kennismakingsscène schrijven voordat je de personagebiografie schrijft, of nadat je dat hebt gedaan. Dat is een kwestie van voorkeur. Het belangrijkste is dat je personage (of zijn omgeving) voor je geestesoog ziet en dan gaat kijken wat er in je opkomt. Meestal werkt het het beste als je voor de kennismaking iets uitkiest dat onlosmakelijk met je personage verbonden is. Als je dus schrijft over een visser, laat de scène zich dan afspelen op zee, bij een meertje of een vijver. Het kan ook helpen om een foto te zoeken van een ijkpersoon of van de omgeving waar je personage vaak is.

Zoek een enkele foto, hou een enkel woord in gedachten, of roep één mentaal beeld op en kijk wat je daarmee kan.

Zodra je enkele houvasten hebt gevonden, kun je daarmee een mindmap maken. Dan ga je nog niet nadenken over wat nuttig is, of dat je associaties zelfs maar logisch zijn. Je brainstormt er gewoon lekker op los! Laten we de bovenstaande foto als voorbeelduitwerking gebruiken. Je ziet op de foto:
* twee mensen die met een hengel bezig zijn;
* een meertje;
* een heuvelachtige omgeving;
* een aantal fietsen.
Dat lijkt op het eerste gezicht maar weinig te zeggen, maar je kunt hier al een aantal dingen bij bedenken of zelfs uitsluiten:
* twee mensen die met een hengel bezig zijn –> zijn dit vader en zoon? Dan kun je bedenken dat de vader misschien wel het archetype verzorger is;
* een meertje –> dit is geen open, woeste zee, dus het gaat hier niet om een beroepsvisser;
* een heuvelachtige omgeving –> ons personage woont niet in Nederland. Waar dan wel? Stel dat deze foto in de Verenigde Staten is genomen, dan heeft ons personage dus hoogstwaarschijnlijk Amerikaanse normen en waarden. Wat kun je daar over bedenken? Wat zegt dat over zijn wereldbeeld?
* een aantal fietsen –> wonen deze personen vlakbij dit meertje? Of wonen ze een eindje weg en zijn ze sportief aangelegd, omdat ze gerust dertig kilometer willen fietsen om deze plek te bereiken?
Je zal merken dat je je personages heel snel en heel goed leert kennen als je op deze manier gaat mindmappen, zeker als je in combinatie daarmee nog enkele scènes uitschrijft.

Kort voorbeeld kennismakingscene

Naar aanleiding van de foto van de visser, kan er iets uit je pen verschijnen als:
Bob gaat elke zondag met zijn zoon Richard vissen. Ze hebben altijd het mooiste plekje bij het meertje. Met hun geheime aas vangen ze altijd de grootste vissen uit het meertje. Op een dag raakt Bob het doosje met dit speciale aas kwijt. Bob schiet in de stress, omdat hij bang is dat zijn vader-en-zoon-uitje minder speciaal wordt zodra er geen grote joekels meer gevangen worden. Richard vindt dat niet erg: het gaat erom dat hij tijd met zijn vader door kan brengen.
Als je deze tekst verder zou willen uitwerken, dan moet er nog heel wat mee gebeuren voordat je hem in je toekomstige verhaal kan plaatsen:
* De tekst is redelijk staccato van toon;
* Geheim aas? Wat is dat nou weer? Aas is meestal zoiets als wormen. Dan zou je het over een geheime wormensoort krijgen. Tuurlijk…
Maar deze simpele scène vertelt je ook een aantal nuttige dingen, die je kan gebruiken om in je personagebiografie te zetten:
* Bob is niet zo stressbestendig;
* Bob heeft die viszondagen hoog in het vaandel staan.
Wat dat geheime aas betreft: wie weet heb je nu al je centrale conflict te pakken
* Er moet nieuw speciaal aas worden gekweekt;
* Er komt een zoektocht naar dat aas.

Trouwens: wie zegt dat een geheime worm niet bestaat? Als je een fantasy schrijft, kan dat misschien wel!

Je kent je personage nu al stukken beter. Lees hier hoe je zijn karaktertrekken kan gebruiken om het centraal conflict echt op gang te krijgen.

Nog meer hulp nodig? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Met deze vier stappen zorgt je personage voor een sterk conflict

Personage en conflict zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Haal een van beide uit de vergelijking en je hebt geen verhaal. Vaak heb je een conflict of een verhaalthema waar je een passend personage bij bedenkt. Maar het kan ook andersom. Waar moet je dan op letten?

1. Kijk naar de ‘slechte kant’ van je personage

Ieder personage heeft een slechte kant, maar die hoeft niet meteen schokkend te zijn. Je personage kan een moordenaar zijn, maar zo moet je ‘slecht’ in dit geval niet interpreten. Chaotisch, klungelig, ongeduldig, onhandig of een flapuit zijn is al genoeg. Zolang het maar iets is wat je als ‘niet handig’ of ‘liever niet’ zou kunnen bestempelen. Uiteindelijk moet die slechte kant iets in gang kunnen zetten. 

2. Wat wordt er precies in gang gezet?

Je klungelige personage stoot een dure vaas om. De chaoot is de code van de kluis vergeten. De flapuit verklapt dat de vrouw van haar gesprekspartner is vreemdgegaan… Daar volgt natuurlijk iets op. Krijg je een hernieuwde ruzie over de erfenis? Staat de familie nu ineens op straat? Loopt een vriendschap ten einde? Meestal is er wel een logisch gevolg te bedenken bij een bepaalde karaktereigenschap. 

3. Wie of wat kan dit oplossen?

Meestal krijgt je personage door zijn blunder op zijn kop: andere personages zijn boos op hem, of de omstandigheden gaan van kwaad tot erger. Dan is het zeer onwaarschijnlijk dat je personage het probleem zelf recht kan breien. De kans is groot dat hij daar de middelen niet voor heeft of dat de eerste schok van de gevolgen van zijn daden hem belemmert om tot actie over te gaan. Daarom is het verstandig om in de eerste fase van het verhaal/het conflict je protagonist een goede vriend te geven die de eerste rotzooi opruimt. Of je helpt de omstandigheden een (subtiel) handje zodat je held de gelegenheid krijgt weer op zijn benen te gaan staan. 

4. De comfortzone verlaten komt later 

Als je verhaalthema het uitgangspunt is om een conflict te bedenken, is het meestal zo dat het conflict begint zodra je personage uit de comfortzone wordt gehaald. Als je personage zelf de aanleiding voor het conflict is, moet je wat langer wachten met het uitdagen van je held. Als hij nog staat te trillen naast de scherven van oma’s oude, kostbare vaas, kan hij de grote uitdaging van de comfortzone verlaten nog niet aan.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Hulp nodig met het goed opschrijven van een conflict? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Zo leest een tekst heel natuurlijk

Als schrijver ben je een god van je eigen geschapen wereld. Je kan dus schrijven wat je wil, totdat je je plot en je lezer in de gaten moet gaan houden.

Je hebt geen eindeloze ruimte voor speling

Als schrijver ben je de baas over hoe het verhaal verloopt. Daarin lijk je dus alles over het verhaal te kunnen bepalen. Hoe het verhaal loopt, hoe de personages zich ontwikkelen… Maar dat heeft zijn grenzen. Je moet denken aan wat past binnen de resultaten van je schrijfonderzoek en je personagebiografieën. Daarbij moet je ook rekening houden met wat natuurlijk overkomt. Een van de dingen waar een verhaal op stuk kan lopen, is dat de gebeurtenissen uit de lucht komen vallen: ineens zijn mensen vrienden, verliefd of woedend op elkaar.

Als dit in een tekst gebeurt, ligt de oorzaak vaak bij de schrijver. Die is al zo in het verhaal verdiept, dat hij vergeet om dingen uit te werken: ‘Leon en Jos moeten verliefd worden.’ Prima, maar hoe komt die verliefdheid tot stand? Je kan niet schrijven: Jos viel in katzwijm, Leon glimlachte een keer terug en nu hebben we de romance van de eeuw. Die kerels hebben elkaar net één keer aangekeken.
Stel je voor dat je een potentiële liefdesrelatie hebt met iedere voorbijganger die je in het voorbijgaan vriendelijk groet. Dat is niet vol te houden! Je zal ofwel voortaan steevast met een chagrijnig hoofd rond moeten rondlopen om je potentiële vrijers op afstand te houden, of je bent de rest van je leven bezig om al je liefjes (lees: voorbijgangers) te versieren.
‘Dit is zo omdat ik als schrijver wil dat het zo is,’ is een uitgangspunt waardoor de logica uit je tekst verdwijnt. Je moet erop kunnen vertrouwen dat de lezer bepaalde signalen kan oppikken, anders resulteert dat in een infodump. Tegelijkertijd moet je ervoor zorgen dat die signalen wel genoeg opvallen.

Unieke en terugkerende details

Hoe zorg je ervoor dat belangrijke details in een verhaal opvallen, bijblijven en vlot leesbaar zijn? Zorg voor een combinatie van uniekheid en herhaling.

* herhaling: zorg ervoor dat de details zich herhalen. Laat Leon vaker dan eens naar Jos teruglachen, of andere subtiele seintjes van flirten vertonen.

* uniekheid: de details moeten uniek zijn. Dat kun je op twee manieren opvatten:
– Varieer in de details, zodat niet steeds hetzelfde gebeurt. Als Leon tien keer flirt, laat hem dan geen tien keer glimlachen. Zorg ervoor dat hij ook een keer knipoogt, Jos een complimentje maakt, bloost als hij hem ziet…
– Maak de details zo min mogelijk clichégevoelig. Kijk of er een mogelijkheid is om een detail passend te maken bij je unieke personages of je specifieke plot. Iedereen kan de hand van de ander pakken als gebaar van affectie. Maar als Jos weet dat Leon dol is op een bepaald kledingmerk, laat hem dan een trui van dat merk dragen als ze op date gaan. Dat maakt het gebaar extra speciaal, en zo voelen Jos en Leon aan als een passend koppel.

Suus gaat reizen en is doodsbang om iets te vergeten. Herhaal dat Suus iedere keer opnieuw haar koffer op de inhoud controleert. Iedere keer ziet zij dat een ander voorwerp is ingepakt. De ene keer ziet zij dat haar gelukssokken gelukkig op de kofferbodem liggen, de volgende keer is ze in de stress omdat haar paspoort misschien wel is verlopen -o nee, toch niet- en weer een andere keer is ze haar reisgids misschien vergeten. Hoe weet Suus dan wat ze op vakantie kan eten? Kortom: gebruik show don’t tell.

“Hoe weet je zonder je reisgidsje of dit spul veilig is om te eten?” Als Suus inktvisjes op een stokje ziet, heeft ze haar bedenkingen…

Show don’t tell bij het schrijven van details

Show don’t tell is belangrijk om relevante details op te laten vallen. Als je ze herhaalt, blijft datgene wat je als geheel duidelijk wil maken in het achterhoofd van je lezer. Varieer je ook nog in de details, dan kan je meer informatie duidelijk maken met een en hetzelfde voorbeeld. Zo komt alle informatie nog duidelijker, én minder geforceerd over.
Neem die inktvisjes op een stokje. Suus controleert eindeloos de inhoud van haar koffer, omdat ze bang is dat ze iets vergeet. Dat geeft aan dat ze zenuwachtig is. Maar als ze uitgerekend bang is haar reisgids te vergeten omdat ze bang is voedselvergiftiging op te lopen, kan dat ook een (eerste) aanwijzing zijn dat ze niet zo avontuurlijk is ingesteld. Iemand die dat wel is, stopt die inktvis gewoon in de mond. Diegene kan zich vervolgens kapot lachen bij de nieuwe ontdekking dat er een kwartelei in het hoofd van zo’n inktvis zit. Suus zou dat misschien al gelezen hebben in haar reisgids, waarna ze denkt: “Ieuw! Ammenooitniet eet ik een inktvis met een ei in zijn kop!” Een avonturier ziet daar juist de lol van in of wordt nieuwsgierig: “Avontuur zit in het onbekende.” of “Avontuur betekent proberen.”

Stel dat hoofdstuk 1 van Suus’ verhaal het inpakken van haar koffer betreft. Dan duurt het waarschijnlijk nog een aantal hoofdstukken voordat Suus aankomt bij de markt waar ze deze lekkernij ziet liggen. Maar als deze scène zes hoofdstukken later komt, wordt er relatief subtiel verwezen naar Suus’ behoefte aan controle. Dat leest over het geheel al minder geforceerd dan dat Suus in hoofdstuk 1 of 2 ook nog eens vijf uur voor vertrek op het vliegveld aankomt.

Hé Suus, dit is jouw vertrekkende vliegtuig… Over drie-en-een-half uur. Waarom ben je nu al bij je boarding gate?

Dan ligt alles er te dik bovenop en kan de karaktertrek cartoonesk overkomen. Kom je daar in hoofdstuk 7 weer (subtiel) op terug, dan is de lezer hoofdstuk 1 alweer enigszins vergeten. Dan denkt de lezer waarschijnlijk iets als: “O ja, Suus wil graag controle houden. Maar dat past bij haar. De een is nu eenmaal relaxed, de ander wat meer zenuwachtig.’

Kortom: als je details herhaalt, ermee varieert en ze showt komt je tekst al gauw natuurlijk over.

Hulp nodig bij het schrijven van je tekst? Schakel mij in voor manuscriptredactie.