Je personage: gever of nemer?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Het kan erg handig zijn om te weten of je personage voornamelijk een gever of een nemer is.

Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Het verschil tussen een gever en een nemer is groot. De eerste wordt vaak als onzelfzuchtig gezien, die misschien wat meer assertief mag zijn, de ander wordt vaak gezien als egoïstisch, maar wel als iemand die veel dingen voor elkaar krijgt.
Het is handig om vast te stellen wat je personage is, zodat je grofweg weet hoe het met andere mensen omgaat en welke middelen je personage waarschijnlijk ter beschikking heeft. Dat alleen al kan andere elementen uit de personagebiografie als vanzelf aanvullen. Is je personage de goedzak of de slechterik? Moet je die goede of slechte eigenschappen misschien wat meer balanceren?

En dat is nog maar het begin, want zo bekijk je de situatie erg zwart-wit. Als je het iets genuanceerder bekijkt, kan je heel wat meer te weten komen.

Wat is de situatie?

Het is makkelijk om te zeggen dat je een gever dan wel een nemer bent, maar het ligt vaak iets subtieler. Als je een ouder bent die zegt eerder te geven dan te nemen, dan gelooft iedereen dat wel. Een ouder geeft vaker aan kinderen dan die neemt, dat hoort bij het principe van opvoeden. Maar misschien heb je er helemaal geen moeite mee om diensten te draaien die jou het beste uitkomen, ondanks dat je collega’s daardoor niet altijd blij met je zijn. Geven en nemen kan dus erg situatieafhankelijk zijn.

Wat kan je te weten komen?

Voor het schrijven van de personagebiografie is het handig om op te schrijven in welke situatie je personage voornamelijk een nemer is – of het in ieder geval minder moeite heeft met nemen- en in welke situaties je personage voornamelijk geeft.
Dat kan je onder andere vertellen:

  • bij wie je personage zich voldoende op het gemak voelt om te durven nemen.
  • welke grenzen je personage heeft en of het die goed bewaakt: “Hier ga ik geen concessies doen, want daar sta ik niet achter. Ik pas met liefde en plezier twee keer per week op mijn buurmeisje, maar niet tijdens mijn vakantie. Normaal wil ik geven, maar nu niet; mijn vakantie is mij heilig.”
  • wat bepaalde waarden of prioriteiten van je personage zijn: “Wat er ook gebeurt, mijn beste vriend staat op de eerste plaats”. Is er een noodgeval op het werk én bij de vriend? Dan komt de vriend eerst: dan moet je personage nemen bij het werk en geven bij de vriend.

Moet je dit in je verhaal uitwerken?

Geven of nemen wordt vaak duidelijk genoeg door het toepassen van show, don’t tell. Als je het echt benoemt, (“Ken je Jenny?” “Ja, dat is zo’n schat, ze geeft altijd meer dan ze geeft.”) komt dat vaak geforceerd over. Maar ook als je personage in iedere situatie geeft of neemt, zonder uitzondering, is dat te veel van het goede. Iemand zonder assertiviteit of grenzen of iemand die altijd alleen maar aan zichzelf denkt, valt als vanzelf op, op een manier die je verhaal zelden tot nooit dient en zelfs in de weg kan zitten. Dit zijn namelijk vaak personages waar het lastiger is om een geloofwaardig groeiproces aan mee te kunnen geven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Photo door Andrew Moca op Unsplash.

Een verhaal zonder goedheid– rauw schrijven

Bij vrijwel alle verhalen is er een geld of een goed moraal, waar het boek plezierig van wordt of de goede moralen uiteindelijk overwinnen. Maar soms is de held helemaal geen goeierik, of is het verhaal zodanig eng, gemeen of duister dat goede dingen niet voorkomen of anders ver op de achtergrond staan. Kortom: hoe schrijf je een verhaal dat van slechtheid aan elkaar hangt, zonder dat het cartoonesk wordt?

Een verhaal zonder licht

Er zijn verhalen die niet tot hun recht komen als je de balans tussen goed en kwaad zou bewaren. Gemakshalve noem ik dit ‘verhalen zonder licht’. Het is niet zozeer dat er geen enkele fijne scène, of een rustig moment zonder ellende in het verhaal zit, maar er is geen licht in de spreekwoordelijke duisternis. Ook al zijn er fijnere, of rustige of zelfs hoopvolle momenten, die zijn zodanig klein of paradoxaal pijnlijk in contrast met de ellende dat ze alsnog alleen maar pijnlijk zijn. Denk aan iets als:
* Een verhaal dat volledig ingaat op een doodziek kind. In detail, zonder hoop, zonder tijdelijke opluchting van een bezoek van een Cliniclown. Het is echt een en al ellende. Dan zegt het kind: “Mama, ik heb geen pijn vandaag.”
* Een verhaal over genocide. De familie wordt verplaatst van een getto naar een plek waarvan je weet dat moeder en kinderen elkaar nooit meer levend terugzien.

De lezer kiest er bij deze boeken en films zelf voor om verder te lezen of te kijken en de ogen uit zijn hoofd te huilen, als het te confronterend wordt. Jij hoeft deze lezer niet te sparen. Die heeft nog altijd een functionerende hand om het boek dicht te klappen of de tv uit te zetten als het allemaal teveel wordt. Jouw verantwoordelijkheid als schrijver is in dit geval om het verhaal recht aan te doen. Met als gevolg de kernregel: romantiseren is uit den boze als je rauw wil schrijven.

Wat is rauw schrijven?

Rauw schrijven is er geen doekjes om winden; romantiseren is absoluut niet toestaan. Rauw schrijven is schrijven zoals iets écht is, voelt of zou zijn. We kennen allemaal het zinnetje: ‘Dat gebeurt alleen in de film.’ Hoewel niet altijd, komt deze zin bovendrijven als iets ‘romantischer’ is dan in het echte leven. Als je schrijft over hongersnood, kan de fictieve moeder vrijwel altijd wel een restje brood vinden en haar kind daarmee voeden. Het echte leven houdt zich niet aan plotontwikkeling en daardoor kan het ondervoede kind soms vrijwel onmiddellijk overlijden. Niet pas – als het dat al doet- na verschillende maanden, waar talloze mensen nog proberen het kind te redden.
En als iemand het slachtoffer is van verkrachting heeft diegene in fictie vaak een vriend die diegene kan helpen of op zijn minst gelooft. Het echte leven is niet altijd zo genadig.
Zelfs in meer onschuldige situaties zie je het terug. Neem de verboden liefde. Deze trope is zo bekend, zó cliché, dat ik verhalen ken van echte mensen die oprecht denken: ‘maar mijn verboden liefde moet goed aflopen, want zo gaat dat altijd.’ Nee. Dat is dat romantiseren: sturen naar een goede afloop omdat dat in entertainment verwacht wordt, zo niet bijna hoort. Bij rauw schrijven laat je alles los wat zogezegd verwacht wordt of waar de gemiddelde lezer op hoopt.

Je schrijft echt zoals het is: ‘raw and real.’

Citaten die rauw schrijven oproepen

Als je ooit een rauw geschreven boek of film hebt gelezen of gezien, dan heb je ongetwijfeld iets geroepen als:
* “Een keer en nóóit meer!”
* “Toegegeven, het is een meesterwerk, maar het is tegelijkertijd ook een *#&@^#&-film”.
* “Dat was niet gewoon een verdrietige tranentrekker, dat deed oprecht pijn.”
* Ik kon het boek niet uitlezen, het werd me te echt.”

Enkele voorbeelden: Schindler’s list, The green mile, Tomstone for fireflies, 1984, de jongen in de gestreepte pyjama en – persoonlijk voorbeeld van laatstgenoemd citaat- Een ladder naar de hemel.

Let op bepaalde woorden uit deze citaten: meesterwerk, oprechte pijn en te echt. Als je die woorden als uitgangspunt neemt, kan je proberen een rauw meesterwerk te schrijven (proberen ja, want dit is zo’n gevalletje: de theorie is makkelijk te begrijpen, maar doen is anders…). Om dat te bereiken is een vraag je ideale houvast: wat is rauw, wat is Hollywood?

Rauw versus Hollywood

Om rauw te schrijven, moet je onderscheid kunnen maken tussen wat echt is en wat gedramatiseerd is, om iets heftig(er) te laten lijken. Bedenk daarbij:
* Het echte leven volgt geen drie-aktenstructuur
* In fictie kan een held groeien in zijn heldenreis, waar het echte leven daar niet altijd ‘tijd voor neemt’
* soms zijn ‘grote reacties’ eerder drama dan echt.

Enkele voorbeelden om je op weg te helpen:

VoorbeeldRauwHollywood
Er wordt iemand neergeschoteniemand valt onmiddellijk, recht en stijf neer, zonder geluid te geven. iemand vliegt drie meter achteruit, schreeuwt en stuiptrekt
een kind lijdt aan hongersnoodDe verhongerende ouder is te uitgeput om het kind te troostende ouder blijft sterk en blijft het kind sussen
Een vriend sterft voor je ogenJe kan niet meer dan wegkijken of de hand vasthouden: spreken gaat nietDe mooiste one-liners komen naar boven.
iemand is zwaargewond en je moet diegene verplegen terwijl je niet weet hoeJe staat te trillen op je benen, en bevriest. Je bent misschien nog net helder genoeg om 112 te bellen, of een voorbijganger om hulp te vragen. totale paniek en snel uitgesproken ‘O mijn god o mijn god, o mijn god, wat nu?’
Een liefdesverklaring voor iemand die je lang of nooit meer gaat zien. Een brok in de keel die je ervan weerhoudt lange tijd iets te zeggen. Als het dan uiteindelijk lukt, komt er niet meer dan een schor: “Tot ziens” uit, waarna misschien nog een korte, ongemakkelijke kus volgt. “Jij bent het allerbangrijkste in mijn leven en ik zal altijd van je houden en iedere avond huilen omdat ik je zo ga missen.” Met een minuutlange zoen erachteraan.

Natuurlijk moet je hierbij niet de karakteristieken van je personage uit het oog verliezen. Een wijs mens kan misschien wel mooie woorden delen aan het eind van het leven. Maar ik hoop dat deze post in ieder geval een idee geeft waar je op moet mikken als je rauw wil schrijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Brett Jordan op Unsplash.

Op wie valt je personage?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Als je weet op wie je personage zou vallen, kom je heel veel over diens persoonlijke psychologie te weten.

Wanneer kan dit relevant zijn?

Vergis je niet: niet alleen in het romantische genre zijn relaties in het verhaal verweven. Je hoeft een romance niet te forceren of te overdrijven, maar het is wel handig om over ‘het perfecte type’ na te denken. Voorkeuren van je personage op romantisch gebied kan je veel vertellen. Hoe je personage nog kan groeien, omdat het iets aantrekkelijk in een ander vindt wat het zelf niet heeft, wat het fijne karaktereigenschappen vindt, hoe het personage overgehaald kan worden…
Kort gezegd: alles wat je personage aantrekkelijk vindt, vertelt je ook over diens voorkeuren. Zodra je van de voorkeuren van je personage weet, kan je de personagebiografie heel veel verder aanvullen.

Staat een romance in een verhaal vast?

Natuurlijk hoeft het type op wie je personage valt niet per se in het verhaal voor te komen, ook vrienden of andere belangrijke personen in het leven van je protagonist kunnen die op een positieve manier beïnvloeden. Maar een ideale Romeo of Julia bedenken – al is het maar voor op papier-  kan je helpen om eens goed na te denken over wat het zegt. Over je personage, maar ook over jezelf.

Wat kan je te weten komen?

Je schrijft zaken op in een personagebiografie met een achterliggende reden. Enkele voorbeelden:

  • Personage valt op sportieve types, omdat ze gespierde lijven aantrekkelijk vindt.
  • Personage durft niet te zeggen dat ze verliefd is op de sportieve jongen, want ze is introvert.

Dat geldt voor alle zaken in de personagebiografie, maar als het gaat om wat voor eigenschappen je personage op romantisch gebied wel ziet zitten, zijn dat vaak wel dingen die – in de romantische zin of niet- op verschillende manieren terugkomen in het verhaal. Het is de moeite waard om extra op het volgende te letten:

Sommige van deze beslissingen hebben een logische oorzaak en gevolg. Neem het voorbeeld dat liefde bekennen een kernmerk kan zijn van een introvert persoon. Andere keren laat je je ongemerkt leiden door wat je zelf vindt, of wat dicht bij je eigen leven staat. Je personage valt op spierbundels omdat je zelf ook graag sport. Of je schrijft dat op omdat die aanname erg makkelijk is: gespierde mannen worden over het algemeen aantrekkelijker gevonden dan mannen die slungelig zijn, dus is ook de vlam van jouw personage goed getraind. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Op zichzelf is er niets mis met snelle aannames, makkelijk inzetbare tropes, eigen voorkeuren of privé met fictie verweven, maar het is wel handig om goed na te denken over waarom je juist dít opschrijft en niet iets soortgelijks.
Kan je personage bijvoorbeeld ook op iets anders vallen dat jij/ de maatschappij met mannelijkheid associeert? Graag willen presteren, bijvoorbeeld? Dan kan je ook een carrièretijger als sexy bestempelen.

De klus van een lijstje van aantrekkelijke eigenschappen maken kan je afraffelen voor je het goed en wel doorhebt dat je dat doet. Daarmee loop je het risico dat je het personage oppervlakkig maakt. En daarmee ook – als die in je verhaal voorkomt-  de romance. Neem gerust de tijd om je personage een uitgewerkte gedroomde romantische partner te geven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Anthony Tran op Unsplash.

Dubbele standaarden: let hierop bij het bedenken van een personage

Een personage ontwerpen is een hele klus. Je moet bedenken wat het centrale conflict wordt, hoe het personage overkomt, hoe het aansluit bij het thema… Dan kan je de neiging hebben om de absolute basis van je personage binnen vijf minuten op te schrijven: man van begin twintig die studeert of een vrouw van veertig die gescheiden is, wat maakt het uit? Ik wil gewoon schrijven over een stalker. Je moet inderdaad niet over details gaan struikelen, maar het is een blogpost waard om de blinde vlek te benoemen die vroeg of laat in je personageontwerp kan sluipen.

Startcasus: de bloedende voorbijganger

Stel dat je op straat loopt en iemand bloedend en gewond op de grond ziet liggen. Iedereen zal zeggen dat hij de gewonde zal gaan helpen: vragen of het gaat, eerste hulp verlenen, een ambulance bellen. Tuurlijk, je menselijke plicht. Iedereen is gelijk. Maar nu ga ik specificeren hoe die persoon eruit ziet. Voor de duidelijkheid van deze oefening doe ik dat in stappen.
1) Het is een man
2) Hij is rond de veertig
3) Hij ziet er onverzorgd uit
4) Hij heeft littekens over zijn armen en gezicht
5) Plotseling zie je ook iets in de versleten zakken van zijn jas glinsteren dat een mes zou kunnen zijn.

Help je deze man nog, nu het niet onwaarschijnlijk is dat hij een gevaarlijke crimineel is? Nee? Maar iedereen was toch gelijk? Bij welk punt haakte je af? Pas bij punt 5, of eigenlijk al bij 3, of 4?

Om het contrast aan te duiden volgen er in deze tabel nog een aantal voorbeelden. Kijk eens of je bij dezelfde stap afhaakt, of dat je langer of zelfs helemaal bereid bent om het slachtoffer te helpen.

StapSlachtoffer 1Slachtoffer 2
1Het is een vrouwHet is een man
2Ze is goed geknipt en gekaptHij heeft geen opvallende kleding aan: spijkerbroek en een doodgewoon t-shirt
3Ze is chique gekleedhij is jong: begin twintig
4Ze is jong: begin twintigHij is uitgesproken lelijk
5 Haar blouse is gescheurd en je kan haar beha zien. Ze bloedt in haar hals. Je moet haar in de buurt van die wond aanraken om haar de eerste hulp te verlenen die ze nodig heeft. Zijn verwonding is relatief onschuldig: je hoeft hem niet op gevoelige plaatsen aan te raken om eerste hulp te verlenen

Vrouwen zullen waarschijnlijk niet zo veel moeite hebben met het helpen van slachtoffer 1, maar ik kan me voorstellen dat mannen iets huiveriger zullen zijn vanaf punt 5.
En laten we eerlijk zijn: dacht je dat slachtoffer 2 de held van een superromantisch verhaal zou kunnen zijn? Verwachtte je dat nog steeds na punt 4? Waarschijnlijk niet en dat kan ik je niet kwalijk nemen: zelden tot nooit is de Romeo in een romanceboek lelijk. Anderzijds: hoezo zou dat niet kunnen, alleen omdat hij lelijk is? Misschien is het Riket wel!

Uitgangspunt van de startcasus

Ook al bedoelen we het niet verkeerd, we behandelen niet iedereen hetzelfde, of we kijken niet hetzelfde naar iedereen. Soms is dat niet zonder reden: je kan als man van vijftig het verplegen van slachtoffer 1 maar beter aan een vrouw van twintig overlaten als zij er ook bij is. Soms is het ook een ethische beslissing en niet zozeer een kwestie van zwart-wit denken. Hoe dan ook er zijn dingen die heel anders overkomen op het moment dat iemand anders het overkomt of doet.

Personage ontwerpen: beginnen bij nul

Je kan nooit helemaal voorkomen dat je personage ‘perfect in het plaatje past’. Sowieso heeft iedereen, dus ook je lezers een andere bril waardoor de wereld wordt bekeken. En als zou je het toch probeert, dan krijg je hoogstwaarschijnlijk een personage met de persoonlijkheid van een tandenstoker.

Als je aan je verhaal gaat beginnen, begin dan eerst bij de meest globale premisse die je je maar kan bedenken:

  • Iemand wordt ontvoerd
  • Een ongebruikelijke romance
  • Backpackerreis naar Azië
  • Het leven van een ober
  • Gescheiden ouders

Kijk dan eens naar je doelgroep, want dat kan een goede indicatie zijn van wie je personage sowieso beter niet kan zijn. Volwassenen als hoofdpersonage werkt niet goed voor een kinderboek. In een romantisch verhaal moet je meer moeite doen als je een lelijk personage de held wil laten worden, zonder dat je vervalt in het lelijke-eendje-cliché.

Je personage verder uitwerken

Nu je hebt uitgevogeld hoe je een personage beter niet kan laten starten, is het tijd om te kijken wat er in het centrale conflict of in het algemene plot moet gaan gebeuren. Bedenk dan wat voor een personage het verhaal een compleet andere toon kan geven, gewoon omdat het personage is wie hij of zij is. Vergelijk:

Plot: een jong meisje moet uit de brand worden geholpen. Je hoofpersonage is een jonge vrouw, of een kalende, middelbare man.
Plot: een jonge werknemer wil hogerop komen. Je hoofdpersoon is een rijkeluiszoon die die baan toch wel krijgt, of een meisje dat opgroeide in armoede en ook nog eens met seksisme te maken krijgt.

Maak ook een lijstje met stappen, zoals eerder in het voorbeeld. Kan je iets bedenken dat letterlijk en figuurlijk een stap te ver gaat? Pas dat dan aan bij je personage. Probeer daarbij ook te bedenken dat je met zowel mening als de ‘publieke opinie’ te maken kan krijgen. Jij kan oprecht vinden dat uiterlijk er niet toe doet en verliefd worden op iemand die je lelijk kan noemen. Maar dat neemt niet weg dat de meeste mensen je niet (zomaar) zullen geloven als het supermodel haar mannelijke collega zonder nadenken in de steek laat, om ervandoor te gaan met de onaantrekkelijke jongen die barst van karakter.
Helaas worden sommige persoonlijkheidskenmerken of andere zaken zodanig bestempeld dat je die beter niet mee kan geven aan je personage en het tegenovergestelde zal moeten gebruiken, of iets gewoon niet moet benoemen (uiterlijkheden, sociale status etc.). Dat voorkomt dat je je verhaal in allerlei bochten wringt om iets ongewoons te verklaren. Zet je verhaal en plot wat dat betreft altijd voorop, je personage volgt dan vanzelf.

Foto doorPhotos_frompasttofuture verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Waar wordt je personage rustig van?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Eraan toevoegen waar je personage rustig van wordt, is soms een onverwachte goudmijn.

Wanneer kan dit relevant zijn?

Ieder personage heeft een centraal conflict aan te gaan en dat gaat met vallen en opstaan. Op het spreekwoordelijke moment dat je personage op de grond ligt, kan het van streek raken en dan is het handig om te weten hoe je het personage weer rustig kan krijgen, om het plot weer vaart te geven. Je hoeft niet meteen een scène te wijden aan dit moment, maar het is wel belangrijk om te weten hoe je die scène het beste in gang kan zetten.

Staat dit gegeven vast?

Waar je personage rustig van wordt, hangt heel erg van de situatie af. Als je in de stress zit omdat je te laat dreigt te komen, is heel wat anders dan de paniek die je voelt op het moment dat je hoort dat er iets mis is met een geliefde. En dan hebben we het alleen nog maar over stress en paniek. Boosheid en verdriet zijn er ook nog. Kortom: er is geen magische formule om kalm te worden, ook niet voor je personage. Maar wat je wel kan onderzoeken is waarom je personage van streek raakt. Welk moment in het plot is belangrijk genoeg om daarbij stil te staan? Welke emotie speelt dan mee? Als je dat duidelijk hebt, kan je je personage kalmeren en daarmee nieuwe dingen over hem te weten komen.

Wat kan je te weten komen?

Dit puntje wordt enigszins diepzinnig: als je weet waarvan je personage van streek raakt en hoe je het kan kalmeren, kan je erachter komen waar pijn zit die misschien opgelost kan worden.
Een voorbeeld: wordt je personage boos van iemand als iemand het niet met hem eens is?
Dat kan gebeuren omdat je personage nooit wordt tegengesproken wordt, of omdat hij zich niet gehoord voelt. In dat laatste geval kan je personage gekalmeerd worden door hem de kans te geven zijn hart te luchten. Daar zit wellicht ook de hint verborgen dat je personage moet leren wat assertiever te worden. En als het personage meteen uit zijn slof schiet omdat hij wordt tegengesproken, is het misschien geen slecht idee om iemand die hoger in rang is om hem op een woedebeheersingstraining te laten sturen…

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Je zal niet zo snel expliciet uitschrijven waar je personage rustig van wordt. Als je dat al doet, komt het terug in een show, don’t tell. Of je zorgt ervoor dat een ander personage weet hoe het een ander personage kan kalmeren en dat doet als de nood ervoor is. Maar weten hoe het gedaan moet worden is wel zeer belangrijk; een personage wat in paniek verkeerd en daar niet uit kan komen, zet zeer waarschijnlijk een rem op het plot.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijve Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kate Stone Matheson verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: reacties spieken bij een filmkijker

Pak je opschrijfboekje en wat popcorn: voor deze schrijfoefening gaan we gebruik maken van het filmmedium. Hoewel een boek en een film in verschillende opzichten van elkaar verschillen, is een film bij uitstek geschikt voor schrijvers om te kunnen spieken bij een publiek. Als je dat goed doet, kan je je bewuster worden van wat je vindt of hoopt dat je moet opschrijven, omdat je iets voor je ziet wat betreft de beleving van je verhaal, terwijl een ander dat misschien helemaal niet zo beleeft.

“Huil je nu al?” “Huil je nu pas?”

Soms zijn de kijkers het er helemaal over eens dat een boek, film of scène een bepaalde emotie oproept, maar verschilt het per persoon wanneer die emotie wordt opgeroepen.
Dat betekent dat iedereen een ander tempo heeft om in het verhaal te komen. Het kan je een idee geven of iets überhaupt aankomt zoals een regisseur of schrijver het bedoelt. Misschien ziet de kijker wel iets op een manier waar je helemaal niet bij had stilgestaan dat het ook zo geïnterpreteerd kon worden. Dat kan handig zijn om op te merken: “als dat een bouwsteen is voor een plottwist, dan moet je misschien wel iets specifieker zijn…”

Als met een ander mee kan kijken, kan je zien wat (bijna) altijd werkt voor de beleving die je wil oproepen of wat nauwelijks wordt opgemerkt. Dat kan een goede les zijn voor schrijven in het algemeen.
Deze schrijfoefening werkt het beste bij een film die je al door en door kent, of op zijn minst een keer gezien hebt. Zoek op YouTube naar ‘First time watching’ en voer de titel van je film van voorkeur in. Als de film (enigszins) bekend is, levert dat al gauw handenvol aan voorbeelden op.

Casus: Percy Wetmore

Percy is een personage uit de film The Green mile en wordt vaak een van de meest verachtelijke personages in de filmgeschiedenis genoemd. Hij is een bewaker van de dodencellen en is ronduit sadistisch: hij heeft een woedebeheersingsprobleem, geniet van zijn machtsmisbruik en vindt het plezierig om anderen te zien lijden. Het leerzame van zijn personage is dat het van het begin af aan al duidelijk is dat het geen fijn mens is. De een wordt na letterlijk twintig seconden al misselijk van hem -zoals ik- , bij de andere duurt dat meerdere scènes. Maar als Percy uiteindelijk zijn verdiende loon krijgt, is iedereen het erover eens dat die straf meer dan passend is. In chronologische volgorde zie je Percy onder andere het volgende doen:
* Een nieuwe gevangene vernederen
* De vingers van een gevangene breken
* Een geliefde muis doodtrappen die een gevangene tam heeft gemaakt
* Een gevangene willens en wetens een uiterst gruwelijke en pijnlijke dood bezorgen.

De eerste twee punten kan je in deze clip bekijken. Goed om te weten: dit is de scène waarin de kijker kennismaakt met Percy. Het is voor de insteek van de schrijfoefening handig om op te merken dat duidelijk is dat zijn leidinglevende helemaal niets van hem moet hebben: hij wijst Percy onmiddellijk terecht en stuurt hem uiteindelijk weg. Dat is een aardige show don’t tell voor: Percy heeft niet zomaar een slechte dag, dit is waarschijnlijk zijn normale, lompe manier van doen. Als je een personage hebt dat van meet af aan lomp is en de andere personages zijn hem in zijn introductiescène al meer dan eens beu, dan zou het theoretisch gezien geen verrassing moeten zijn dat Percy uiteindelijk veel meer doet dan alleen arrogant rondstruinen. Toch zijn er mensen die pas als het ronduit sadistisch wordt de hoop opgeven dat er iets goeds in Percy schuilt en zijn ware aard als zodanig aannemen.

Wat kun je noteren bij het meekijken van reacties?

Zet de popcorn even aan de kant en pak je opschrijfboekje. Schrijf zaken op als:

  • De kijker is iets opgevallen dat ik nog niet had gezien
  • De kijker wordt door een detail afgeleid, terwijl ik zó in het verhaal was meegezogen dat ik op het puntje van mijn stoel zat
  • De kijker begint te huilen bij een scène waar ik eerder bezig was met puzzelstukjes in elkaar te passen
  • Ik zat bij deze scène te huilen, terwijl de kijker ontzettend boos wordt. (iedereen beleeft emoties anders!)
  • Waarom vind de kijker dit zo spannend? Ik zat echt te slapen bij deze scène…

Schrijf vooral op welke reactie een contrast vormt met jouw eigen ervaringen. Bijna alsof jij de scenarioschrijver van de film bent en zou kunnen zeggen: “Maar zó bedoelde ik het niet toen ik dat schreef!” of “Als ik had geweten dat het zo lang duurde voordat je de clou in de gaten had, had ik die een hoofstuk eerder opgeschreven.”

Wat doet de schrijver hier?

Als je je lijstje hebt gemaakt, ga je kijken waarom de scène opvallend is of zodanig goed geschreven dat die een reactie uitlokt bij jou of de kijker. Probeer hem vervolgens zo goed mogelijk te ontleden. De reden dat ik Percy na twintig seconden al kan wurgen is:
– Een gigantisch arrogante, zelfvoldane blik
– Een hanenloopje
– Vernedering van een nieuwe gevangene en daarmee misbruik maken van zijn machtspositie
– Oogcontact zoeken met de andere gevangenen: zie je dat ik de belangrijke bewaker ben hierzo? Kijk naar mij!
– En bijna letterlijk van de daken schreeuwen, acht keer, tot hem de mond wordt gesnoerd

Grrr…

De acteur doet ook goed zijn werk: ik weet niet of dit alles zo in het script stond. Maar als je schrijver van een boek bent, heb je geen acteurs tot je beschikking en mag je dus zelf beslissen hoe je een sfeer- of personageomschrijving invult.
Maar blijkbaar is dit niet voor iedereen voldoende om Percy al vanaf het prille begin te hekelen. Zou het een keuze zijn geweest om daarom zijn leidinglevende onmiddellijk die klare taal te laten gebruiken, om de kijker een zetje te geven? Probeer zo eens naar de dialogen, plotlijnen en misschien zelfs de invullingen die de acteurs aan de rol geven te kijken. En als je denkt dat jij het anders zou schrijven, bijvoorbeeld door Percy’s leidinggevende andere of geen tekst te geven, probeer dat dan gerust uit.
Kijk op eenzelfde manier hoe het in de schrijftechnische zin van het woord mogelijk is dat er iemand boos wordt waar jij huilt.
Veel plezier met het doorgronden van je favoriete film!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Corina Rainer, verkregen via Unsplash.

Je personage: de slechte eigenschap

Als je een personage gaat schrijven, heb je snel opgeschreven wat de goede eigenschappen zijn, zeker als het je held betreft. Maar over de slechte eigenschap moet je ook goed nadenken. Daarom is het handig om die op te schrijven in de personagebiografie.

Waarom is de slechte eigenschap belangrijk?

Een held groeit in het verhaal, dus heeft die problemen om op te lossen, of tekortkomingen om van te leren. Maar er is een verschil tussen een tekortkoming en een slechte eigenschap. Denk bij een tekortkoming aan een rommelkont zijn en bij een slechte eigenschap aan gemeen zijn tegen minderbedeelden. Misschien heeft je personage een duidelijke slechte eigenschap, misschien is het iets subtieler. Maar het is belangrijk om je personage in meer of mindere mate een slechte eigenschap te geven. Als je personage alleen tekortkomingen heeft, komt het al snel schijnheilig over.
Daarnaast is een slechte eigenschap erg handig om te weten: ieder personage heeft zo zijn limieten. Wat doet het jouwe als de taks wordt bereikt? Dat is handig om vooraf al te weten. Iemand anders uitschelden weerspiegelt iets anders dan glashard liegen voor het eigenbelang. Zo kan het eerste uitgaan van gebrek aan respect, het ander van narcisme-achtig gedrag. Dat kan een wereld van verschil maken voor een plot.

Het plot van de slechterik?

Een antagonist heeft natuurlijk slechte eigenschappen nodig. Als je voor dat personage een personagebiografie maakt en de slechte eigenschappen op een rijtje zet, kan je verbanden gaan leggen. Dan zijn de snode plannen die het personage uitvoert niet alleen makkelijker te begrijpen voor de lezer, maar ook makkelijker te schrijven voor de schrijver. Je kan zo uitvinden hoe je plot al dan niet goed in elkaar kan worden gezet.
Dat geldt in zekere zin ook voor de goedzakken in je verhaal: ook van diegene kan de slechte eigenschap invloed hebben op diens doen en laten en daarmee ook op het plotverloop.

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

De slechte eigenschap is vaak niet iets waarvan een personagebiografie valt of staat. Maar als je weet dat het personage door diepe dalen heen gaat in je verhaal, moet je het meenemen, ook in je verhaal. Het maakt niet uit of je personage uit goede of slechte wil handelt. Als er dingen te gebeuren staan die het slechtste in je personage naar boven gaan halen, moet je weten wat dat slechtste is. Hoe wordt dat getriggerd? Wat voor gevolgen heeft het? Kan het worden gestopt? Mag het zomaar worden gestopt, of stort dan je hele plot in elkaar?
Een personage dat het zwaar te verduren heeft en zich niet – al is het maar even – slecht gedraagt is óf schijnheilig, of verwarrend om over te lezen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nik verkregen via Unsplash.

Zo kan je schrappen op grote schaal: deel 2

Je bent begonnen met een grote revisieronde en weet al dat je soms heel radicaal moet schrappen. Soms moeten hele hoofdstukken worden geschrapt of tot enkele zinnen worden ingekort om de vaart in je verhaal te houden. Hoe kan je naar je hele boek kijken om te zien wat mag blijven in je schrapronde, zonder dat je alsnog vervalt in schrappen per scène, alinea of zelfs zin?

Korte terugblik: scènes schrappen

Zoals je al kon lezen in het voorbeeld van vorige week, kan het nodig zijn om je eerste inleidende hoofdstukken compleet te schrappen. Om het voorbeeld van Simon en Jonna nog maar eens te gebruiken. Stel dat je wil schrijven hoe deze kinderen hun eerste jaar in de brugklas gaan beleven. De verleiding kan dan groot zijn om de hoofdstukindeling – let op, hoofdstukindeling, niet scène-indeling!- ongeveer zo op te stellen:

Hoofdstuk 1: een normale dag in groep 8
Hoofdstuk 2: kermis
Hoofdstuk 3: afscheidsmusical
Hoofdstuk 4: de eerste dag van de brugklas

met het idee dat de lezers moet weten wat voor vlees ze in de kuip hebben voordat ze mee kunnen leven met de brugklasavonturen van Simon en Jonna. En als gevolg dat je daar ook vele honderden, zo niet duizenden woorden aan moet besteden. Maar dat is niet zo. Als je de kermisscène uit zou schrijven zoals het voorbeeld van vorige week, kan dat je introductiescène vormen, en kan je hoofdstuk 1 ‘de rest van hoofdstuk 2’ en hoofdstuk 3 helemaal schrappen. Afhankelijk van waar je het brugklasavontuur precies wil starten, kan zelfs hoofdstuk 4 misschien ook helemaal de laan uit worden gestuurd. Vraag jezelf bijvoorbeeld af: gaat het om de spanning van de eerste dag, of wil je vooral schetsen hoe het leven als brugklasser is voor deze kinderen?

Wat wil ik vertellen met een scène?

Hoeveel je uiteindelijk gaat schrappen, is afhankelijk van wat je met een scène of een hoofdstuk wil vertellen. Precies dat moet het uitgangspunt worden als je op grote schaal wil schrappen. Bedenk daarbij of je écht een complete scène of een compleet hoofdstuk nodig hebt om dat duidelijk te maken. Kan je een hoofdstuk vervangen door een enkele scène of een scène door (een) enkele zin(nen)? Je zal ervan schrikken hoe vaak dat het geval is.

Om te bedenken wat je precies wil vertellen met een scène of hoofdstuk, kan je kijken wat de functie ervan is:
* spanning oproepen
* hints geven naar een latere plottwist
* in het hoofd van een personage duiken
* iets introduceren (een idee, personage, omgeving…)
* sfeer omschrijven
* een ‘pauze’ van rust inlassen na een heftige scène
* een overgang naar een volgende akte

enzovoorts.

Selecteren van hoofdstukken en scènes bij het schrappen

Het is een flinke klus, maar het helpt wel om je hele boek kritisch onder de loep te nemen, zonder in details te verzanden. Noteer van ieder hoofdstuk (en later ook van iedere scène, als je echt fanatiek bent) welk van de bovenstaande functie(s) je hoofdstuk heeft, voordat je de tekst opnieuw gaat lezen. Dan ga je er nog blanco in en kun je je niet laten afleiden door wat er daadwerkelijk geschreven staat, maar hou je de aandacht bij wat er hoort te staan.
Lees vervolgens je hoofdstuk. Als je de functies niet op de checklistje staan, mag je ze zonder genade schrappen. Twijfel je nog, dan kan je wat meer gaan inzoomen. Van hoofdstuk ga je naar scène, of van scène naar alinea. Hebben die kleinere gedeelte de functie wel? Dan kan je overwegen om iets te verschuiven.

Schuiven met scènes

Het kan gebeuren dat je een briljante scène hebt geschreven, maar dat die niet in het hoofdstuk past, omdat de functie van de scène niet aansluit bij die van het hoofdstuk. Gooi die scène dan alsjeblieft niet zomaar weg! Ga in plaats daarvan andersom werken. Schrijf op wat voor functie(s) die scène heeft en kijk vervolgens waar die scène nog wel tot zijn recht kan komen. Hou daarbij wel rekening met zaken als:
* staat een eventuele hint naar een plottwist nog wel logisch?
* zijn alle personages op die nieuwe plek in het verhaal al bekend genoeg voor de lezer om met hen mee te leven?
* komt het doel van de scène niet in de knoop met de functie van de akte waarin je hem naartoe verhuist?

Aanpassen van scènes

Mocht je gaan schuiven met scènes, wees dan niet bang om (kleine) aanpassingen te maken. Stel dat de functie van de scène perfect past, maar hij ineens plaats vindt in het bos, waar het in eerste instantie het strand betrof. Ga eerst even na hoe belangrijk de eigenlijke locatie is. Misschien is daar wel een goede reden voor. Zo niet, pas het dan aan. Uiteindelijk is het zelden zo dat lezers iets zeer waarderen om een detail als locatie. Ja, dat zijn details, ook al lijkt het tijdens zo’n revisieronde niet zo. Een lezer keurt makkelijker iets af om iets wat niet logisch is of passend is. Natuurlijk kan je lezers aangenaam verrassen met een goede scène. Maar meestal zijn de scènes die een lezer ook nog na het dichtslaan van een boek nog bijblijven, geen resultaat van schuiven en reviseren. Die scènes zijn van zichzelf al pico bello.

De laatste controle bij het schrappen op grote schaal

Probeer het lezen van je boek als geheel, die allerlaatste controle, ook echt tot het laatst te bewaren, als je vrijwel zeker weet dat alles op zijn plek staat en alles wat geschrapt en verschoven is, op zijn plek staat. Als je na ieder hoofdstuk reviseren het hoofdstuk weer opnieuw gaat lezen ( afzonderlijk of het hele verhaal tot aan het betreffende hoofdstuk) dan zie je het grote plaatje niet meer. Het mogen dan de ‘details op grote schaal zijn’ maar iets talloze keren lezen zorgt er alsnog voor dat je een blinde vlek ontwikkelt voor dingen die je al zestien keer gelezen hebt. En dan kun je niet meer objectief reviseren, op welke schaal dan ook.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kelly Sikkema verkregen via Unsplash.

Je personage: waar heeft het spijt van?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Deze week lees je hoe handig het kan zijn als je weet waar je personage spijt van heeft op het moment dat het verhaal begint.  

Wanneer kan je spijt gebruiken in je personagebiografie?

Spijt is een heel interessant gegeven om als schrijver mee te spelen. Je kan schrijven waar je personage spijt van heeft, om te zien hoe dat je personage vormt, en in hoeverre dat de heldenreis al dan niet bepaalt.

Vooropgesteld: als je personage aan het begin van het verhaal ergens zodanig spijt van heeft dat je het de moeite vindt om op te schrijven, is het de moeite om uit te werken. De afweging van de mate waarin de spijt moet worden uitgeschreven, kan een rommelig proces zijn. Het is verstandig om voor deze spijt een apart (klad)bestandje bij te houden om aantekeningen in maken.

Spijt en de relatie voor een heldenreis

Als je weet waar het personage spijt van heeft, kan dat vier kanten op.

  • Je personage kan het goedmaken
  • Je personage kan het niet meer goedmaken door omstandigheden
  • Goedmaken is hoe dan ook onmogelijk, door overmacht of door kwaad
  • Je personage heeft geprobeerd iets goed te maken, maar is nooit vergeven

Goedmaken

Als je personage iets goed kan maken, omdat degene die onrecht is aangedaan nog leeft en bereikbaar is, ga je afwegen hoe zwaar de last van de spijt op de schouders drukt. Waarschijnlijk is er een reden dat je personage wel iets goed wil maken, maar dat nog niet gedaan heeft. Waarom niet? Is het een kwestie van ‘even’ de trots opzij zetten, of spelen er zoveel onderliggende trauma’s mee dat je personage gewoon nog iets niet kan goedmaken, omdat er daarvoor eerst iets anders moet gebeuren?
Als ik mijn excuses aanbied, moet ik erkennen aan mezelf en de ander dat ik jarenlang een enorme egoïst ben geweest, terwijl ik altijd dacht de waarheid in pacht te hebben…
Kijk wat er naar boven komt drijven en hoe je dat voor je heldenreis in kan of moet zetten.

Vergeving is onmogelijk

Soms is het onmogelijk om je personage te vergeven. Omdat het iets heeft gedaan dat daar gewoon te gruwelijk voor is, omdat degene die kwaad is aangedaan inmiddels uit het leven (van je personage) is verdwenen, of omdat je personage nooit iets verkeerds heeft gedaan. Het geeft zichzelf dan de schuld van iets vreselijks waar onmacht in het spel is.

Dan gaat de spijt echt aan je personage vreten. Het is dan aan jou om te bepalen of dat terecht is of niet. Dat kan voor een groot deel het thema en zelfs het genre van je verhaal bepalen. Kijk heel goed wie en wat er nog meer in het spel is (geweest) om deze daad van spijt in werking te zetten. Als de spijt zo levensbepalend is, is de daad die daartoe heeft geleid waarschijnlijk niet iets wat uit het niets gebeurde. Zelfs als er onmacht en toeval in het spel zouden zijn, leidt je die scène met sfeerbeschrijvingen en/of een kort butterfly effect in om het ongeval niet volledig uit de lucht te laten vallen.

Vergeving is nooit verkregen

Je personage heeft misschien wel excuses aangeboden, maar is door de ander nooit vergeven. Dan is de heldenreis omtrent de spijt redelijk zwart-wit. Of jij laat je personage als heldenreis ontdekken dat hij zijn best gedaan heeft en die spijt los mag laten, of je laat het personage langzaamaan verteren door schuldgevoel. Als je hier geen duidelijke keuze in maakt wordt alles rondom dat verhaal van spijt vroeg of laat erg rommelig.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Mahdi Bafande verkregen via Unsplash.

Zo kan je schrappen op grote schaal: inleiding

Schrappen op scène-of zinsniveau is relatief makkelijk: daar zijn een aantal trucs voor. Maar je complete boek aan een revisieronde onderwerpen is toch wat anders. Niet het kijken naar de details, maar naar het grote geheel, vergt een andere aanpak. Hoe begin je daarmee?

De waarde van schrappen

Het is altijd waardevol om je tekst nog even goed te bekijken. Tijdens het schrijven van je eerste versie zie je niet (zo snel) waar spellingsfouten, infodumps, darlings, kromme zinnen of onnodige stukken verstopt zitten. In je enthousiasme of flits van inspiratie schrijf je vaak zo snel dat inconsistenties niet meer zo zichtbaar zijn. Daarom is het belangrijk om regelmatig te schrappen of te herlezen. Daar wordt je verhaal beter van en merk je gaten in het plot op, of kan je ze voorkomen.

Het beeld van je verhaal en het beeld van je boek

Als je het hele verhaal wil nakijken, dan kom je voor een moeilijke uitdaging te staan. Ten behoeve van de duidelijkheid maak in deze blogpost onderscheid maken tussen de term ‘je boek’ en ‘je verhaal’.
* Je verhaal: het verhaal zoals het zich in je hoofd afspeelt, en hoe je het grofweg in grote lijnen voor je ziet.
* Je boek: je boek is datgene wat je daadwerkelijk opschrijft, inclusief alle diepgang, thema’s, sfeeromschrijvingen, symboliek et cetera.

Zo je wil: je verhaal is de snelle verbale boekbespreking van de basisschool, waar je boek het uitgebreide, verdiepende boekverslag van de examenklas op de middelbare school betreft.

Het feit dat schrijvers enthousiast zijn over de eerste versie van hun werk, is in dit opzicht zowel een zegen als een vloek. Je kan niet goed schrijven zonder enthousiasme en creativiteit, maar het risico is dat je te veel met je verhaal bezig bent, en vergeet dat je een boek aan het schrijven bent.

Voor jou als bedenker van het verhaal is het kristalhelder: waar het verhaal naartoe gaat en wat de (impliciete) thema’s en symbolieken zijn, wat de achtergrond van je personages is… Maar uiteindelijk schrijf je een boek, en moet je dus ook met je boek bezig zijn, niet alleen met het verhaal. Anders gaat de lezer zich vroeg of laat vervelen of blijft die in verwarring achter. Wees je ervan bewust dat een schrijver die te veel met het verhaal bezig is, en niet met het boek, erg vatbaar is voor het gevaarlijke verschijnsel van een te aanwezige innerlijke voorlezer. En zolang als je op die ogenschijnlijk onschuldige manier alleen losse zinnen, enkele scènes of de premisse van je verhaal ziet, zal je je boek nooit een algemene revisie kunnen geven. Dan wordt schrappen op grote schaal onmogelijk.

De essentie van je verhaal vinden

Wat vaak gebeurt als je te veel met je verhaal en te weinig met je boek bezig bent, is dat je opstartproblemen krijgt. Je besteedt dan de eerste hoofdstukken of scènes aan de introducties en achtergronden van je personages.
Die valkuil is echt niet zo gek: “Het boek gaat over Simon, dus dan moet ik toch schrijven hoe zijn normale leven is, voordat het op zijn kop gezet kan worden? Dat is toch het hele idee van beat 1 en 2 van de drieaktenstructuur?” Zeker, maar dáár zit dat essentiële verschil tussen je verhaal en je boek.

Het verhaal zou lezen als:
Simon gaat met zijn vrienden naar de kermis. Als een achtstegroeper, de oudste van de basisschool, moet hij natuurlijk de stoerste zijn. Maar hij is vreselijk bang voor die ene attractie die hoog in de lucht alle kanten op slingert. Hij wordt al misselijk als hij ernaar kijkt. Daarom verzint hij een list. Zijn vriendin Jonna zit in het complot. Vlak voor Simon de gevreesde ‘Booster’ in gaat, zal zij hem uitnodigen om een oliebol mee te gaan eten, op de enige tijd en dag dat zij zogenaamd van haar ouders naar de kermis mag. Als dat niet lukt en Simon alsnog wordt uitgelachen, hebben de vrienden alsnog iets lekkers te delen…

Het boek zou lezen als:

Simons knieën beginnen te knikken als ziet hoe de gevaarlijkst ogende attractie van de kermis heen en weer raast. Hij ziet vanaf een afstandje hoe zijn vriend Lars Igor uit groep 7 staat uit te lachen. “Ukkie!” sneert hij. Igor is inderdaad niet de grootste, maar sinds Lars de hoofdrol toegewezen heeft gekregen in de afscheidsmusical, doet hij net alsof de hele school van hem is. Dat hoeft nou ook weer niet: Natuurlijk, de maffiabaas was een rol die iedereen wilde hebben, maar Simon is dik tevreden met de minder grote rol van gewiekste, extraverte autohandelaar. Hij houdt van overdreven acteren.
Lars draait zich om en loopt naar Simon. “Ha, Simon, klaar voor de Booster?”
“N-nou, ik wacht op Jonna.”
“Wil je nou zeggen dat je straks naar de brugklas wil gaan zonder ooit in de booster te zijn geweest?”
“Ik, eh…”
“Kom op, joh! Straks wordt je uitgelachen voor brugwup, dat wil je toch niet?”
“Simon, daar ben je!” Jonna komt aangelopen.
“Hoi Lars. Sorry, maar Simon en ik hebben afgesproken om een oliebol te gaan eten.”
“Oké, dan ga ik wel alleen, bangebroek!”
Lars loopt hanig naar de gevreesde attractie en Simon en Jonna lopen naar de oliebollenkraam. Jonna betaalt de oliebol voor hen allebei. Als ze Simons oliebol overhandigt, drukt ze snel en verlegen een kus op zijn wang. Simon wordt vuurrood, maar grijnst ook tevreden en geeft Jonna snel een kus terug. Voor zover Simon weet is Lars nog nooit gekust…
Met de oliebol in de hand gaan Simon en Jonna richting de Booster om Lars daar op te halen. Die komt wankelend de attractie uit. Met een blik op de oliebollen van Simon en Jonna, sprint hij weg. Even later klinkt er een vies gespetter en komt er een zure lucht hun kant op drijven.

In dit voorbeeld lijkt dat misschien niet zo, maar deze boekscène is veel korter en bondiger dan het voorbeeld van het verhaal. In slechts enkele zinnen wordt bijvoorbeeld duidelijk dat Jonna en Simon al langer een oogje op elkaar hebben. Als ik volgens een verhaal had geschreven, was de verleiding groot geweest om een compleet hoofdstuk te wijden aan (opbloeiende) vriendschap tussen de twee kinderen, die tot de kus gaat leiden. Het boek heeft nodige mate van show don’t tell, waardoor het verhaal implicieter en ook korter wordt.

Als je grote lappen tekst wil reviseren, moet je kunnen zien wat in je tekst volgens een verhaal moet schrijven – en waar het dus langer mag zijn- en wanneer het gebaat is bij het schrijven volgens een boek. Daarover volgende week meer.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Clem Onojeghuo verkregen via Unsplash.