Wat als je personage verliefd is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage verliefd is? 

Romantische verhalen draaien om verliefde stelletjes en worden heel veel geschreven. Als je een liefdesverhaal wil schrijven, moet je jezelf dus kunnen onderscheiden. Hoe schrijf je goed over verliefdheid? Ter verduidelijking: alles wat verliefdheid ingewikkeld(er) kan maken, zoals een verboden liefde of een geheime geaardheid, wordt in dit artikel niet meegenomen. Het gaat alleen over de welbekende roze wolk. 

Beperk de roze wolk

Iedereen die verliefd is geweest, weet dat je tijdens je verliefdheid vrijwel aan niets anders kan denken dan je vlam. Toch is het een doodsteek voor je verhaal als je personage zichzelf daarin verliest. Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Tot je het overdreven uit gaat schrijven…
Lennart heeft zulke prachtige ogen…
“Aarde aan Jeanette! Je moet naar school!”
En zijn stem klinkt als zoete honing…
“Joehoe! Over een kwartier ben je te laat!”

Vervolgens gaat Jeanette aan de keukentafel ook nog eens over Lennarts spieren dagdromen. Dan komt ze nooit op school en kan jij nooit beginnen te schrijven over haar schoolleven. Met andere woorden: dan komt er nooit een verhaal op gang. Als je personage te veel zwijmelt, heb je niets interessants meer om over te schrijven. Een plot moet door blijven gaan en een lange zwijmelsessie trapt wat dat betreft keihard op de rem. Schrijf liever over tien kleine ‘stukjes’ roze wolk dan over één groot roze wolkendek.

Geef een goede reden voor de verliefdheid

Nee, de zoetgevooisde stem van Lieve Lennart is geen goede reden voor verliefdheid. Als Cupido die eerste keer raak schiet met zijn pijlen, maakt liefde natuurlijk wel blind. Dan zal de minste of geringste aantrekkelijke eigenschap van de vlam reden worden voor verliefdheid. Maar voor de diepgang van je plot is het belangrijk dat de liefde toeslaat bij iemand waar je personage van kan groeien. Of juist bij iemand die tegenslagen geeft. Dat draagt bij aan een goede heldenreis. 

Als Jeanette verlegen is en ze zelfverzekerd moet worden, is het verstandig dat je Lennart laat blakeren van het zelfvertrouwen. Dan kan Jeanette dat in ieder geval afkijken van Lennart en in het gunstigste geval kan hij haar als haar partner daarin verder helpen. Of je kiest ervoor om Lennart Jeanette te laten afblaffen. Zo wordt zij –hetzij door schade en schande- gedwongen om te leren om voor zichzelf op te komen. 

Het zijn er twee!

Ongeacht of de verliefdheid wederzijds is of niet, onthoud dat hier twee mensen een rol spelen. Dat betekent: twee personen met hun eigen meningen, wereldbeelden en beweegredenen. Als de vlam geen enkele reden heeft om de drummer van een band te zien staan, omdat zij een hekel heeft aan drumbandjes, forceer dan niets. Je personages mogen gerust tegen de verwachtingen in met elkaar eindigen. Maar zorg er dan wel voor dat duidelijk wordt waarom de vlam – logischerwijs!-  anders denkt of handelt dan verwacht. 

Gebruik wat dat betreft je fantasie, maar wees gewaarschuwd: als er iets niet fijn leest, dan is het wel een geforceerd liefdesstelletje. Niet alleen getuigt het van een slechte schrijfstijl, het is ook nog eens een cliché van de bovenste plank als het gaat om verhaalinvulling. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De grootste angst van je personage: de grootste schat

Iedereen is ergens bang voor, dus personages ook. Soms is dat een bewuste angst – zoals voor slangen-, maar daar kan je in een verhaal niet veel mee. Als je de diepliggende angst van je personage weet, kan je ook diepzinnig gaan schrijven. Een angst van je personage wordt zo een echte schrijversschat.

Een angst houdt een verhaal draaiende

Een belangrijk uitganspunt bij schrijven is dat je verhaal nooit helemaal stil mag staan. Het fijne van een angst is dat je personage (bewust of onbewust) dingen doet of laat om te voorkomen dat de angst bewaarheid wordt.
* Als je bang bent om arm te worden, zal je altijd werk willen hebben of zoeken;
* Als je vreest alleen te zijn, zal je vaak (nieuwe) vriendschappen sluiten;
* Als je inbrekers vreest, loop je een extra rondje om het huis om alle sloten te controleren voor het slapengaan.

In de actie(s) die je personage onderneemt, beschrijf je de inhoud van een scène, een verhaalthema of het karakter van je personage. Allemaal belangrijke ingrediënten voor een goed verhaal.

Waar komt een angst vandaan?

Als schrijver moet je ook een beetje de psycholoog kunnen spelen. Denk aan de wat clichéachtige uitspraken als:
* Omdat ik vroeger ben gepest, is het als volwassene nog steeds lastig om nieuwe mensen te vertrouwen;
* Ik ben opgegroeid in een gewelddadig gezin, dus ik heb geleerd zelfstandig te zijn, maar ik kan daardoor lastiger mensen binnenlaten in mijn leven;
* Omdat ik als baby een auto-ongeluk heb overleefd, ben ik doodsbang voor harde knallen of het geluid van piepende autobanden.

Zoals je ziet zijn dit heel diepgaande uitspraken. Soms zo diepgaand dat je personage ze eigenlijk niet zou kunnen doen. Zo’n vergaande zelfkennis is niet realistisch. Of in ieder geval niet handig of prettig leesbaar voor een boek.
Maar als het gaat om informatie die jij als schrijver niet kan missen, is het erg belangrijk dat je de angst van je personage zo goed mogelijk uitpluist.

Wees niet bang om te gaan graven bij je personage 😉

Waar zit de angst (niet)?

Kun je deze vraag beantwoorden?: ‘Waar zit de angst van het personage in ieder geval niet?’ Het woord zegt het al: in de comfortzone. Daar waar alles in ieder geval op een vertrouwde manier gaat en de angst dus op afstand blijft. Maar je weet waarschijnlijk wel dat het personage de comfortzone moet verlaten, wil een verhaal kunnen starten. Lees dat anders nog maar eens na in het save the cat schema.
Dat klinkt misschien vreemd: je personage moet een veilige haven achterlaten om de angst aan te gaan? Hoezo? Bekijk het dan eens van een andere kant, die wat logischer zal klinken: eigenlijk gaat het niet om een angst, maar om een pijn. En je personage moet de comfortzone uit om die wond te helen door als persoon te groeien. Groeien klinkt al wat meer aansluitend op de standaard heldenreis, of het centraal conflict, nietwaar?

Angst en pijnpunt als starter van het verhaal

Als je de pijn van een personage weet, kan je de angst ook bepalen. Daarmee heb je de start en een groot deel van je verhaalverloop vaak al te pakken. En het fijne is dat het vaak logisch in elkaar overloopt. De uitwerking interessant maken is niet makkelijk, maar de samenhang is zelden een echte hersenkraker.

Annie is vroeger om haar uiterlijk gepest. Dus nu heeft ze standaard goed verzorgde make-up op, gaat ze vaak naar de kapper en houdt ze haar nagels bij om haar (zogenaamde) lelijkheid te verbergen. Als ze maar mooi is, dan zal ze er wel bij horen en niet meer worden buitengesloten. En omdat ze een echt make-uptalent is, klopt dat ook. Annies pijn is buitengesloten zijn. Dat resulteert in de angst dat ze er niet langer bij hoort als ze niet mooi is. Maar dan moet er om het verhaal te beginnen een comfortzone worden uitgestapt. Om de een of andere reden wordt Annie alsnog in de steek gelaten, terwijl de oorzaak daarvan, -let op: niet!- haar uiterlijk betreft.
Onbewust zal Annie hier wel de link naar leggen. Dan gaat ze dus haar comfortzone uit omdat ze de oorzaak van haar angst, die ze opgelost wil zien, buiten haar comfortzone (als ik mooi ben, word ik niet in de steek gelaten) zoekt.
Dat belooft een spannend verhaal. Omdat ze de oorzaak op een verkeerde plek zoekt, zal Annies zoektocht naar het oplossen van angst en pijn vallen en opstaan vergen. Inderdaad, dan heb je een centraal conflict.

Verder met willen en nodig hebben

Willen en nodig hebben is ook iets wat steeds terugkomt. Dat kan je bij Annie ook zien. Wat ze wil, is erbij horen, wat ze nodig heeft is: geaccepteerd worden om wie ze is. Haar comfortzone gaat haar dwingen richting haar noodzaak te gaan, maar ze wordt gedreven door wat ze wil.
Omdat ze niet – zomaar- krijgt wat ze nodig heeft, omdat haar wil niet het sterkste kompas oplevert, gaat Annie vallen en opstaan. Maar personages zijn geen ezels die zich spreekwoordelijk twee keer aan dezelfde steen stoten. Annie leert van het vallen, gaat daar conclusies uit trekken haar plan van aanpak veranderen. Als vanzelf verandert haar wil daar langzaam maar zeker ook door. “Ik hoef niet mooi te zijn, als ik maar een maatje heb dat me onvoorwaardelijk liefheeft.’
Zo leidt de heldenreis van een personage alsnog vaak naar het oplossen van de pijn die in het begin van het verhaal ter sprake kwam.

Personagepsycholoog spelen

Natuurlijk is in een goed verhaal het niet zo zwartwit als bij Annie en liggen angst- en pijnpunten stukken ingewikkelder. Daarom moet je echt tot de kern gaan en ook echt een beetje psycholoog gaan spelen. Een goed uitgewerkte personagebiografie helpt je daarmee al een heel eind op weg. Als je iets weet of een antwoord op een vraag hebt, vraag dan dóór. Is bang lelijk gevonden te worden. Hoezo? Omdat ze is gepest. Wat deed ze toen? Was daar een herleidbare aanleiding voor? Dan kom je al een heel eind.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een incorrect zelfbeeld heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een incorrect zelfbeeld heeft?

Net als mensen zijn personages echt niet heilig. Ze moeten enkele fouten maken, maar soms kunnen ze ook gewoon helemaal fout zitten. Dan geloven ze iets over zichzelf wat niet klopt. Om daarmee te kunnen werken, moet je weten wat hun verkeerde overtuiging is, wie er aan het woord is en hoe andere personages op dit zelfbeeld kunnen of moeten reageren. 

Wat ziet je personage verkeerd?

Je personage kan zichzelf verkeerd beoordelen omdat hij zich te laag of te hoog inschat. Een te lage inschatting geeft een voorbeeld als: het meisje dat zichzelf lelijk vindt terwijl ze knap is. Een te hoge inschatting levert bijvoorbeeld een bedrijfsdirecteur op die vindt dat hij fantastisch zakendoet, terwijl de omzetcijfers donkerrood zijn. 

Vaak is het zo dat iemand die zichzelf te laag inschat de held van het verhaal is en degene met een te hoge dunk de tegenstander is. Van een te laag zelfbeeld moet en kan je nog groeien. Als je denkt dat je alles onder controle hebt, is er geen reden om te bewegen en zet je het verhaal eerder op slot. Dat geeft wrevel of tegenslag in je boek. 

Onbetrouwbare verteller

Als je een personage hebt dat zichzelf verkeerd inschat, dan kan je aan de slag met de onbetrouwbare verteller. Dat is een schrijftechniek die de lezer op het verkeerde been zet. Hoewel niet altijd, schrijf je dan vaak met een zichzelf verkeerd inschattend personage als ik-figuur van je verhaal. Houd er rekening mee dat deze manier van schrijven niet voor elk verhaal geschikt is. Het is ook geen eenvoudige manier van schrijven. Je moet heel goed weten hoe je plot in elkaar zit, wanneer en hoeveel je informatie achter moet houden en hoe je eventuele plottwist gaat invullen. Lees hier een aantal tips. 

Relatie met andere personages

Andere personages zijn heel belangrijk als je schrijft over een personage met een incorrect zelfbeeld. Zij zullen (subtiel) dingen moeten zeggen of doen die erop wijzen dat het beeld van je hoofpersonage niet klopt. Dat moet óók als je een onbetrouwbare verteller hebt. Anders komt je plottwist uit de lucht vallen of is de draad van het verhaal in zijn geheel een stuk lastiger te volgen. Bedenk wel dat deze overige personages hun eigen karakter in het verhaal moeten behouden. 

Als Suzanne onterecht denkt dat ze lelijk is, zal beste vriendin Rana haar dat uit het hoofd proberen te praten. Rana heeft dan de rol van beste vriendin. In die rol kan ze Suzanne bij blijven staan. Maar Suzanne blijft koppig volhouden dat elke spiegel waar zij in kijkt barst en vindt zichzelf daardoor erg zielig. Rana heeft een bloedhekel aan mensen die bij de pakken neer blijven zitten. Vanwege haar eigen overtuigingen (lees: karakter) wil zij dan geen vriendinnen meer zijn met Suzanne. Dat heeft gevolgen voor je hele verhaal, want nu kan de heldenreis van Suzanne geen kant meer op. Ze wordt verlamd door zelfmedelijden en heeft geen steun meer. Je mag enigszins schuiven met de rol van een medepersonage, maar niet zomaar met diens persoonlijke overtuigingen. Dat komt ongeloofwaardig over.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

God van je personage: zijn er regels?

Als schrijver van je verhaal bepaal jij volledig wat er in je verhaal en met je personages gebeurt. Maar naarmate je met schrijven vordert, kom je een aantal bezwaren tegen. Wat zijn die bezwaren en hoe ga je daarmee om?

Jij bepaalt waar je boek over gaat

Als je ruwweg een idee hebt van een plot en de personages voor een nieuw verhaal, is het makkelijk schrijven.
Klaas heeft net te horen gekregen dat hij ongeneeslijk ziek is. Daar is het verhaal: vechten voor je leven. En Klaas is een man die zijn zaakjes graag op orde heeft, dus hij gaat naar zijn testament kijken. Zo, genoeg voor een opzetje. Je kan in dit vroege stadium makkelijk bepalen hoe snel de ziekte vordert, of de artsen aardig zijn en of Klaas snel over zijn testament kan beslissen. Als god van deze zelfgeschapen, fictieve wereld heb jij alle touwtjes in handen. Jij bepaalt nog volledig hoe je verhaal verloopt.

Je personage wordt eigenwijs

Vroeg of laat komt daar het moment dat zowel een vloek als een zegen is. Je personage wordt levensecht. Dan wordt jouw goddelijke status deels afgepakt. Je personage heeft nu een mening die zodanig sterk is dat het niet meer zomaar met je verhaal meegaat:
“Spring eens in de sloot.”
“Waarom?”
“Dat moet volgens de plotontwikkeling van het verhaal.”
“Dat zal best, maar ik heb geen zin in natte voeten.”

Dan kan je hoog of laag springen, het gaat niet zomaar meer gebeuren. Je zal nu met je personage moeten gaan overleggen. Klik hier voor een uitgebreide toelichting en een voorbeeld daarvan. Maar soms gaat dat onderhandelen alsnog zeer moeizaam. Kijk in dat geval naar wat ik de Bruce Almightyregels noem.

De Bruce Almightyregels

In de film Bruce Almighty is Bruce de tegenslagen in zijn leven helemaal beu. Als hij God daarvan de schuld geeft, geeft Hij gehoor aan zijn geraas. Bruce mag dan Zijn baan tijdelijk overnemen. Er zijn echter wel twee regels. De tweede is de belangrijkste, maar de eerste heeft ook een belangrijke schrijfhint in zich.

Regel 1: Je mag niet vertellen dat je God bent

Laat deze regel je er even aan herinneren hoe slecht Deus ex machina voor een verhaal is. 😉

Regel 2: Je mag niet sollen met vrije wil

Ik benoemde deze regel al een keer eerder in de blogpost over wat je personage wil en nodig heeft. Als god van je verhaal is er een aantal dingen waar je als schrijver op moet letten als je van deze ‘goddelijke regel’ uitgaat:

* Je personage moet altijd intrinsieke motivatie houden die losstaat van de richting die jij graag ziet voor het verhaal;
* Jij mag vinden dat je personage iets niet al te handig, fout of vervelend doet, maar je hebt dat te respecteren voor wat het is. Je mag het personage niet ineens leuker of beter maken om zo makkelijker een plot te kunnen schrijven;
* Jij moet het verhaalthema en het doel en de boodschap van het verhaal waarborgen. Daar ben je ten slotte de god voor. Het is al dan geen meeval voor je personage of je hem dan nog in zijn ‘willen’ tegemoet kan komen.
* Je personage mag veranderen, maar de blauwdruk waarmee je hem op aarde hebt gezet, blijft hetzelfde. Dat is de personagebiografie. De vrije wil heet niet voor niets zo. Je personage kan wel willen dat zijn wieg ergens anders had gestaan, of hij een andere geaardheid had gehad, maar jij hebt hem nu eenmaal zo geschapen. Hier heeft je personage niets te willen. Als je merkt dat je vastloopt met elementen uit de personagebiografie, dan moet je eromheen gaan werken. Verander het niet meer, want daarmee valt de basis van je personage en de fundering van je verhaal in duigen.

Wees een lieve god. Behandel je personage niet als een slaaf. Ook personages hebben recht op een vrije wil.

Als overleggen moeilijk gaat

Als je met je verhaal in de knoop komt omdat je de basis van de Bruce Almightyregels niet kan volgen, dan zit je in een lastig parket. Je probeert te overleggen met je personage over wat zowel voor hem als voor het verhaal werkt en daar kom je maar niet uit. Een mentaal writersblock ligt dan op de loer. Kijk eerst eens of je dat op kan lossen en je misschien onbewust bepaalde verwachtingen hebt bij je verhaal. Verwachtingen die misschien te hoog zijn of niet zo bij dit verhaal passen. Dat kan al een hoop schelen in deze worsteling. Helpt dat niet of is de kern van je probleem nog steeds niet duidelijk? Kijk dan naar een aantal basiselementen van je verhaal. Misschien moet je die dan wel helemaal opnieuw schrijven. Dat zijn nogal rigoureuze stappen. Wat kan je zoal veranderen en wat verandert er grofweg bij een bepaalde aanpassing?

Dit pas je aan Dit verandert in het verhaal
je personage(biografie)het centraal conflict. Afhankelijk van hoe ver je je personage al hebt uitgedacht, kan het verhaal in zijn geheel volledig veranderen of nog een bepaalde fundering behouden
de comfortzone van je personagehet centraal conflict en daarmee vaak ook veel van het verhaalverloop
het verhaalthema het gebruik van symboliek, de invulling van subplotten en het karakter van medepersonages
het moraal het archetype van je hoofdpersonage, het verhaalthema, de toon van je verhaal
het centrale conflict het verhaalthema, de (archetype) rol van je (hoofd)personages

Je ziet dat dit soort veranderingen erg radicaal zijn en veel teweeg brengen. Wees daar dus voorzichtig mee. Je moet een goede kennis hebben van je verhaalelementen. Zowel van wat je verandert als van wat je behoudt. Anders loop je het risico op een ongewenst domino-effect. Verandering van een thema zonder aandacht voor de verandering van subplotten kan zo bijvoorbeeld resulteren in plotseling oninteressante medepersonages.

Wat ook nog kan helpen is controleren of je geen ingewikkeld web geweven hebt voor je personage. Kijk ook eens of je in je enthousiasme niet drie aparte verhalen in een boek aan het proppen bent.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage de macht wil grijpen?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage de macht wil grijpen?

In het artikel: Wat als je personage macht heeft? was het uitgangspunt dat macht niet per se gewild of gemeen hoeft te zijn. Dit artikel gaat daar wel verder op in. Wat als je personage de macht wil grijpen met slechte bedoelingen?

Krijg je het waarom te weten?

Vraag jezelf eerst af of je het waarom wil weten. Het is de laatste jaren populair geworden om iedere slechterik een (tragisch) achtergrondverhaal te geven. Soms helpt dat uitstekend om je personage goed uit te werken. Andere keren kan je het maar beter laten bij de ‘goeie ouwe’ reden: hij is gewoon slecht. Soms kan je een verhaal vrij letterlijk kapot verklaren, waardoor het zijn kracht verliest. Ga daarom eerst na of je het waarom wel wil weten, zelfs zijnde schrijver van het verhaal. Is dat antwoord ja, ga dan ook na of het ook waarde heeft om de lezer die uitleg te geven. Er is geen vaststaande formule voor deze afweging. Het helpt echter wel om je doelgroep daarin mee te nemen. Ga geen psychologische verklaringen geven in een kinderboek, bijvoorbeeld. 

Wat zijn de middelen?

Als je personage de macht probeert te grijpen, dan doet hij dat niet uit het niets. Hij moet al iets weten, kunnen of aan connecties hebben om een serieuze dreiging te vormen. Een straatveger kan wel Jeff Bezos van zijn Amazontroon willen stoten, maar dan moet hij wel eerst weten waar Bezos’ kantoor is, en/of mensen kennen die Bezos kunnen omkopen, ontvoeren of omleggen. Dat zal deze Jan-met-de-pet waarschijnlijk niet lukken. 
Deze middelen hoeven niet altijd connecties te zijn. Je personage kan bijvoorbeeld ook uitzonderlijk charmant zijn. Met zijn charme kan hij dan veel mensen overtuigen van zijn wereldvisie, waardoor er als vanzelf meer mensen zijn naam kennen. 

Wat is de strategie?

Je personage zal volgelingen op de been moeten brengen om opschudding te kunnen veroorzaken. Daarmee heeft hij ook meteen mensen die hem fysiek of qua gedachtegoed verdedigen als hij een serieuze greep naar de macht wil doen. 
Om die volgelingen te krijgen, zal je personage eerst een ideologie moeten verspreiden. Houd daarbij in de gaten dat je nooit steun van een (grote) groep mensen zal krijgen als je van de een op de andere dag radicale ideeën verspreid. Mensen zullen altijd een wenkbrauw optrekken als je uit het niets zegt dat je de regering om wil gooien. 
Je personage moet dus mensen dus eerst wijsmaken dat hij het goed bedoelt of een oplossing voor een probleem heeft dat iedereen aangaat. Hij moet zichzelf als een reddende engel presenteren, om zichzelf vervolgens tot een duivel te kunnen ontpoppen. 
Pak de geschiedenisboeken er nog eens bij en lees wat meer over hoe propaganda werkt. Dan leer je niet alleen hoe een gemene machtshebber de macht kan grijpen, maar ook hoe het volk uiteindelijk (of dat nu binnen een jaar is of binnen een paar eeuwen) altijd de tiran weer afzet omdat er mensonterend of te extreem wordt gehandeld. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Show don’t tell schrijftip: aan tafel!

Show don’t tell kan op vele manieren. Er is geen uitgesproken beste manier, maar over het algemeen geldt wel: hoe subtieler, hoe beter. Dan valt het de lezer minder op dat je iets duidelijk probeert te maken. Een goede subtiele manier is om een eetscène te schrijven en in te gaan op de eetgewoontes en -manieren van je personage. Waar kan je zoal aan denken?

De tafel dekken

Als het tijd wordt om te gaan eten, wordt de tafel gedekt. Hoe gebeurt dat? En wie doet dat?
Als er kristallen glazen worden gebruikt bij de simpelste maaltijd, durf ik er gif op in te nemen dat dat proces heel lang duurt, omdat alle bestek en borden dan op de millimeter recht moeten liggen volgens de etiquette-indeling. Misschien doet een butler dit klusje wel. In andere huishoudens wordt het bestek misschien willekeurig naast de borden neergelegd.
Als de kinderen de tafel moeten dekken, kan dat zijn omdat de ouders dat zien als een onderdeel van opvoeding (”Je moet meehelpen in het huishouden.”) of bij gebrek aan tijd (”Als ik de tafel ook nog moet dekken voor acht man, dan ben ik weer tien minuten verder…”)
Sommige mensen scheppen in de keuken op, in andere huishoudens komen de pannen of tafel te staan. Dat laatste kan vanuit praktisch oogpunt zijn om een huishouden van Jan Steen te vermijden, andere mensen vinden dat een teken van gezelligheid.

Je fantasie zou op hol moeten slaan bij de show don’t tell die deze tafel je biedt. Al is het maar omdat niemand de kat wegjaagt 😉

De regels aan tafel

Iedereen heeft binnen een gezin regels aan tafel. Denk aan bijvoorbeeld:
* We bidden voor het eten.
* Iedereen krijgt een ‘beurt’ om over zijn dag te praten, zodat iedereen zich gehoord voelt.
* Je schept voor jezelf op, of iemand doet dat juist voor iedereen.
* Telefoons zijn verboden onder het eten.
* Tijdens het eten wordt er ontspannende muziek gedraaid.
* Je krijgt alleen een toetje als je je bord leeg eet.

Met deze tafelregels kun je meerdere kanten op. Stel jezelf de volgende vragen:
* Waarom zijn juist deze regels de norm?
* Komt er een discussie of straf als men zich niet aan de regels houdt? Waarom dan? Omdat het gezin streng is in het naleven van regels in het algemeen of omdat deze regels in het bijzonder belangrijk zijn? Wat zegt dat over deze mensen?
* Is iedereen het wel eens met de regels?
Neem de ´hoe was jouw dag-regel?’ Een feest voor iedere puber… Die gaat gewoon de kont tegen de krib gooien: niks zeggen, zuchten, sarcastisch zijn, noem maar op. Dat kan een goede show vormen voor het humeur van de puber, maar ook een goede show don’t tell voor een (beginnende) verandering in de gezinsdynamiek. Die show kan je dan weer gebruiken om ongeforceerd een plotverandering in gang te zetten.

Wat komt er op tafel te staan?

Wat er op tafel komt, kan je op verschillende manieren interpreteren. Is het eten luxe of juist eenvoudig? Dat zegt waarschijnlijk iets over hoeveel het gezin zich kan veroorloven. Wordt er simpel gekookt? Dan is er misschien een gebrek aan tijd of een keukenprins(es) in de familie. Denk ook eens aan hoe uitgebreid het eten (en koken) wordt gedaan. Als er uitgebreid getafeld wordt, kan dat erop wijzen dat er een formeel diner aan de gang is, of dat etenstijd als zeer belangrijke gezinstijd wordt gezien. Wordt er ook vaak (on)gezond gegeten? Misschien kun je daar ook wat mee. Vergeet daarom niet ook een kijkje in de koelkast te nemen. Wat je personage eet, zegt vaak ook veel over hem.

Tafelmanieren

Bij het woord tafelmanieren denk je waarschijnlijk aan bepaalde etiquetteregels. Of je personage zich daar al dan niet aan houdt, zegt veel. Maar je kan dat begrip nog breder interpreteren. Niet zozeer of hij zogezegd netjes eet, maar de hele manier waarop. Vaak heeft dat wel een bepaalde overlap met traditionele tafelmanieren. Kijk dus of je personage met zijn mond dicht eet, maar vergeet je ook niet af te vragen:

* Hoe groot zijn de happen die worden genomen?
* Hoe snel eet je personage?
* Als je personage geniet van zijn eten, laat hij dan elke vierkante centimeter voedsel op de tong smelten of heeft hij in zijn gretigheid dan eerder de neiging alles naar binnen te schrokken?
* Hoe wordt het bestek gebruikt? Wordt er met een mes gesneden of worden de boontjes of gebakken eieren met een vork aan stukken geprikt?
* Prakt je personage zijn eten? Speelt hij er misschien mee?
* Gebruikt je personage een servet? Zo ja, hoe en hoe vaak?
* Eet je personage ooit met zijn handen bij eten waar dat over het algemeen nog redelijk geaccepteerd wordt (boterhammen, hamburgers of frietjes) of moeten er altijd mes en vork aanwezig zijn?

Het interieur van de keuken en de eetkamer

Net zoals het huis van je personage kunnen de grootte en het interieur van de keuken en de eetkamer je een heel eind op weg helpen om je iets over je personage te vertellen. Is de keuken vaak smerig omdat er continu meelresten van de laatst gebakken koekjes op het aanrecht liggen? Of omdat de mensen te lui zijn om af te wassen? Of is hij juist brandschoon omdat Mevrouw Helderder in dit huis woont? Is de eetkamer ruim om zo een huiselijke sfeer te creëren? Of is er net een halve vierkante meter op de salontafel voor de televisie om je bord op te kunnen zetten? (”Eten houdt je in leven, dat is alles…”)
Je kan hier nog eindeloos veel kanten mee op. Kijk eens wat je zelf allemaal nog meer kan bedenken!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage iets fout doet?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage iets fout doet?

Je hebt in je verhaal een fantastisch personage, maar waarschijnlijk ook een die je niet zo sympathiek vindt. Dan is het verleidelijk om te denken dat dat personage ongelijk heeft of fout zit. Is dat zo en wat doe je dan? 

Persoonlijke waarheid staat voorop

Als je een personage realistisch uit de verf wil laten komen, dan is het belangrijk om diens persoonlijke waarheid als uitgangspunt te nemen. Dat houdt in: dat wat jouw personage beleeft, is voor hem hoe de wereld in elkaar zit. Lees: wat de waarheid is. Je schrijft over een moeder die haar kinderen mishandelt. Dat doet ze uit onmacht, niet omdat ze het leuk vindt om haar kinderen te slaan. Haar waarheid is dan: ik doe niets fout, alleen mijn uiterste best. Objectief gezien heeft ze ongelijk: ze doet iets fout. Maar als je doet alsof Moeder dat ook weet en dat hoort op te lossen (want als je weet dat je iets verkeerds doet, probeer je dat op te lossen), dan heb je twee opties:

* Ze is zodanig geestesziek dat ze het leuk vindt om haar kinderen te kwellen (waarschijnlijk niet het verhaal dat je wil vertellen);
* Als ze beter weet, het goed bedoelt en het geen onmacht is, waarom gaat ze er dan mee door? Dat snijdt geen hout. Daar wordt je personage en ook je verhaal alleen maar verwarrend van.

Goedpraten? Nee, verklaren!

Het is ontzettend belangrijk dat je weet dat goedpraten en verklaren twee héél verschillende dingen zijn. Schrijven wordt sowieso ondoenlijk als die twee dingen hetzelfde zouden zijn. Hoe kom je anders nog aan een antagonist? Maar in het geval van zaken of personages die je aanstootgevend vindt, moet je dat verschil nog maar eens extra in je oren knopen. Om jezelf geen schuldgevoel aan te praten, maar ook om te voorkomen dat je personage eendimensionaal wordt. 

Als je personage iets doet waar je van walgt, probeer dan zo goed mogelijk te bedenken wat iemand tot zulke acties aan kan zetten. Is er sprake van indoctrinatie, financiële problemen, een gebrek aan opvoeding of mentale problemen? Meestal kan je wel een logische verklaring vinden. Onderzoek dan óók hoe de oorzaak is ontstaan. Als je de achtergrond weet en hier en daar ook uitwerkt, maakt dat je personage als vanzelf steviger. 

Een lesje leren

Je personage zal echter wel een lesje moeten leren. In de letterlijke zin, of de meer spreekwoordelijke zin waarin iemand wraak neemt vanwege zijn acties. Medepersonages bieden een uitkomst. Laat hen een wenkbrauw optrekken als je personage iets raars doet. Andere personages kunnen ook in protest komen. Zo voorkom je dat je foutieve dingen alsnog goed lijkt te praten. En vergeet ook niet dat jij God van de geschreven wereld bent. Als je personage niet van anderen kan leren, dan misschien maar door een wake-up call door een ongeluk? Of neem iets dierbaars af om je personage wakker te schudden. Jij bent de baas over wat er gebeurt. Wees daarbij wel waakzaam voor clichés of Deus ex Machina

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijven volgens de persoonlijke waarheid van je personage

Als je over personages schrijft, is het onvermijdelijk dat je op een bepaald moment iets moet schrijven wat in jouw beleving niet klopt, maar wel in die van je personage. Het is dan belangrijk om dat onderscheid te kunnen maken. Waarom is dat zo en wat levert dat op voor je verhaal?

Een persoonlijke kijk op de wereld

Als schrijver moet je goed kunnen observeren. Daarom kan je niet zonder een opschrijfboekje. Maar je moet niet alleen goed letten op verschillen in landschappen en kledij van mensen. Het is voor een schrijver ook essentieel om op te merken en ook te erkennen dat mensen een verschillende kijk op de wereld hebben.

Stelling Gaat op voor Gaat niet op voor
Ik moet hard werken om eten op de tafel te krijgen een alleenstaande vader met een laag inkomen en vier kindereneen miljonair
Ik voel me prettig in mijn lijfeen topsporter die het heerlijk vindt om te traineneen anorexiapatiënt
Mijn land is veiligNederlandersmensen uit Jemen
Frietjes zijn een traktatiede gemiddelde kleuter iemand die geen friet lust

Kijk eerst altijd wat onomstotelijk waar is, voordat je jouw mening of die van je personage gaat vaststellen en/of uitschrijven. Van biefstuk naar gehakt moeten overgaan is geen voedselonzekerheid. Dit klinkt misschien als een open deur, maar je zal ervan schrikken hoe vaak een overtuiging al bepaalde feiten kan verkleuren.

De overtuiging van je personage

Onze miljonair heeft met de blogpost meegelezen en is op zijn teentjes getrapt: ”Ik voel me ontzettend onzeker en gestrest als ik niet weet of ik de biefstuk kan eten die ik gewend ben te eten. Nu moet ik ineens overstappen op simpel gehakt!”
Dan mag je met je ogen rollen en denken dat dit verwende nest zijn mond moet houden. Desondanks moet je als schrijver erkennen dat dit voor de beleving van de miljonair wel de zuivere waarheid is. Dan kan hij objectief iets fout definiëren of zich volgens veel andere mensen aanstellen, voor hem is deze zorg echt en oprecht. Als hij gewend is om biefstuk te eten en gehakt ziet als voedsel voor de mislukte armoedzaaier, is het niet gek dat gehakt eten hem onzeker maakt. Dat staat voor hem gelijk aan een mislukt leven leiden.

Op deze manier moet je de overtuigingen van je personages als een soort heilige waarheid aannemen. Een waarheid die door anderen geaccepteerd, betwist of bekritiseerd mag worden, maar toch waar is. Je zou het filosofisch kunnen maken: ”Je personage mag dan misschien niet altijd de zuivere waarheid spreken, hij liegt in ieder geval nooit tegen zichzelf.” Dat laatste woord is het toverwoord. Je personage heeft een bepaalde bril waardoor hij de wereld inkijkt en die kan hij niet zomaar afzetten.

Belang van persoonlijke waarheid

Als je je personages waarheid in het midden laat, wordt het daardoor ongrijpbaar en je verhaal ook.
Neem het eenvoudige voorbeeld van de friet nog eens. Als je personage friet lekker vindt, maar ook constant dingen zegt als: “Maar ik kan ook begrijpen dat mensen het niet zo lekker vinden, hoor! Het is vet en zonder een sausje is het ook maar een beetje saai van smaak,” dan is je hoofdpersoon niet meer veel waard in een epos getiteld: De frietfan.
Dit voorbeeld ligt er duimendik bovenop, maar de essentie is hetzelfde als het gaat over de archetype rol die een personage heeft. En zijn meningen, overtuigingen en zienswijzen zijn daar ook onderdeel van. Die moet je dus ook min of meer constant houden voor een goed verhaalverloop.

Frietjes. Je personage kan ervan vinden wat hij wil, maar…. Niks maar. Als jouw personage frietjes (niet) lekker vindt, dan is dat gewoon zo.

Waarheid onderzoeken is een oorzaak vinden

Het wordt het meestal pas lastig om goed over een persoonlijke waarheid te schrijven op het moment dat die tegen jouw persoonlijke morele kompas indruist of als die verschrikkelijk is. Denk aan:
* Een moeder mishandelt haar kinderen.
* Iemand drinkt stevig door tijdens een familiebijeenkomst
* Je personage stemt op een politieke partij waarvan jij de ideeën ronduit eng vindt.

Als je personage een nazi is, zal je dat personage het liefst eendimensionaal laten om zijn gedachtegang maar niet goed te keuren en liever nog meteen uit je verhaal schrijven. Zo simpel werkt het niet, maar gelukkig is er een pluspunt: je hoeft niets goed te keuren. Je moet alleen snappen waarom je personage idiote of enge dingen doet. Een nazi is daar een goed voorbeeld van. Die is duidelijk geïndoctrineerd door propaganda. Als je uitzoekt hoe propaganda werkt en uiteindelijk ook inwerkt op je personage, dan heb je de oorzaak, is het duidelijk wat de (hetzij verknipte) waarheid van je personage is en is je personage niet eendimensionaal meer. Dan zeg jij (direct of indirect) als schrijver echt niet zomaar dat jij het oké vindt wat de nazi’s allemaal deden (tenzij je de rest van je verhaal erg slecht uitwerkt, maar dat is iets heel anders).
Als je wil oefenen met dit idee, kijk dan eens naar mijn schrijfoefening de schijnheilige engel.

Niet alle oorzaken van verschrikkelijke waarheden zijn zo heftig als indoctrinatie. Denk ook aan bijvoorbeeld financiële problemen, een gebrek aan opvoeding of mentale problemen of stoornissen. Wat het ook is, zorg ervoor dat je de oorzaak vindt en goed naar voren laat komen om je personage geloofwaardig te houden.
Vergeet ook niet dat je medepersonages in kan zetten om het nodige tegengas te geven als een persoonlijke waarheid van een personage erg ver gaat. Dan neutraliseer je de toon van je verhaal ook wat meer.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage getraumatiseerd is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage getraumatiseerd is?

Als je personage getraumatiseerd is, moet je heel goed weten hoe je personage in elkaar steekt en waar je met je verhaal naartoe wil. Een trauma is iets heel complex en serieus. Als je dat afraffelt, wordt het lastig, zo niet onmogelijk om het verhaal nog serieus te nemen. Je hoeft je personage niet naar een psycholoog te laten gaan (al kan een echte psycholoog je wel goed over trauma’s informeren) maar neem dit echter wel mee:

Niet alleen

Een bekend credo in schrijversland: laat je held zijn eigen heldenreis beleven. Andere personages mogen zijn problemen niet voor hem oplossen. In het geval van een trauma moet je die regel wat meer loslaten. Een trauma verlamt en zaait ernstige angst bij een personage. Zodanig veel dat het verhaal niet verder kan gaan zonder hulp van buitenaf. Een schop onder het achterste is niet voldoende om je getraumatiseerde personage iets te laten doen wat hem zoveel angst inboezemt. Daar is een trauma simpelweg te heftig voor. Geef je personage dus een beste vriend die bepaalde dingen over kan nemen.

Schrik of trauma?

Een trauma is iets heel anders dan ergens schrik van hebben: het is vele malen heftiger. Als je personage ergens schrik van heeft, kan hij dat makkelijk(er) naast zich neerleggen. Bij een trauma wordt je personage door zijn trauma (nog steeds) verlamd of raakt hij in totale paniek. Dan weet hij niet meer wat hij doet of wat hij moet doen om kalm te blijven. 

Dat betekent dat je personage in de heldenreis vastloopt of heel vaak valt. Niet de traditionele twee keer, maar misschien wel vijf of tien keer. Als je personage na twee keer vallen alweer verder kan, is er geen sprake van een trauma, maar van (wat heftigere) schrik. 
Dat maakt het schrijven over een personage met een trauma zo lastig. Om een verhaal interessant te houden mag je niet in herhaling vallen, maar dat is wel wat een trauma doet. Door verlamming of extreme angst maakt je personage steeds opnieuw soortgelijke ‘fouten’. 

Verduidelijk de oorzaak van het trauma

Een trauma is erg heftig, maar houdt een personage niet dag en nacht bezig. Er is altijd een katalysator die het trauma doet oplaaien. Zorg dat die aanleiding duidelijk is en ook dat het een trauma en geen schrik betreft. Als je niet laat merken dat het om trauma gaat, zal je lezer je personage nooit voldoende begrijpen om echt met hem mee te kunnen leven. 

Je personage is ooit bijna levend verbrand. Als hij ook maar een lucifer ziet branden, komt het trauma naar boven. Als je nooit schrijft dat je personage getraumatiseerd is door vuur, zal de lezer denken dat hij een watje is dat doordraait bij het zien van vuur. Je hoeft niet meteen te verklappen dat het om een trauma gaat, maar laat in ieder geval wel tekenen van trauma zien, zoals volledige verlamming of totale paniek. Op een schaal van een tot tien moet je niet lager gaan dan een acht. Zo voorkom je dat trauma en schrik met elkaar worden verward. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wanneer en waarom moet je schrijfregels negeren

Als je een verhaal schrijft kan je talloze kanten op. Van horror tot romantische verhalen en alles daartussenin. Welk genre, verhaalthema of inhoudelijke invulling je ook aan een verhaal geeft, ieder verhaal moet aan bepaalde randwaarden voldoen. Dat maakt het schrijven van een verhaal soms erg lastig. Als je in je hoofd alleen maar af aan het vinken bent of je verhaal aan eisen voldoet, kom je volledig vast te zitten. Daarom moet je schrijfregels soms helemaal laten voor wat ze zijn.

Ken de schrijfregels

Ik schreef al eerder over welke regels handig zijn om te kennen, waarom en hoe een redacteur vervolgens naar jouw manuscript kan kijken. Het is hoe dan ook verstandig om de basisregels van het schrijven te kennen. Al is het maar om te begrijpen wat je precies doet. Als je dan beseft dat je ergens vastloopt, kan je gericht kijken naar wat je moet behouden of juist los moet laten om verder te kunnen schrijven. Zomaar iets doen is nooit echt verstandig.

De schrijfregels loslaten

Je moet schrijfregels los durven laten zodra je ergens (steevast) tegenaan botst. Dat is namelijk een teken dat jouw idee niet past in de traditionele manier van vertellen en het een andere aanpak nodig heeft. Neem het eenvoudige, maar duidelijke voorbeeld van een sprookje. Dat loopt volgens een zeer vast stramien of heeft zeer kenmerkende elementen, waaronder:
* een centraal conflict waarin de derde poging slaagt;
* een fantastisch element;
* een moraal.

Ik besluit dat mijn sprookje gaat over een beer die moet leren jagen, maar door de andere beren wordt uitgelachen omdat hem dat niet lukt. Beer probeert een zelfbedachte jaagtactiek uit, maar die mislukt. Hij wordt door iedereen uitgelachen en kruipt daardoor in zijn schulp. Maar dan komt zijn vriend Wolf hem oppeppen en probeert Beer het nog eens. Nu kan hij wel als de beste jagen.

Uiteindelijk wordt Beer alsnog stoer 🙂

Volgens de traditionele schrijfregels is dit geen sterk verhaal/ sprookje, want die stellen dat Beer twee keer zou moeten falen voordat hij uiteindelijk een goede jager wordt. Maar als ik ervoor zorg dat Wolf niet alleen Beer kan motiveren, maar de lezer ook kan inspireren met een heel interessante levenswijze of filosofie, dan leest de tekst nog steeds fijn. Beer moet nog steeds zijn comfortzone verlaten en er is nog steeds een moraal over. Een bepaald standaardelement mist dus wel, maar als je op andere fronten goed en doordacht blijft schrijven, compenseert dat meestal wel.

Waarom zou je schrijfregels overtreden?

Soms breek je met de schrijfregels omdat je met je verhaal vastloopt. Maar je kan de regels ook aan je laars lappen omdat die jouw verhaal niet dienen en/of omdat je een uniek verhaal wil schrijven. Denk aan het verschil tussen clichés en tropes. Tropes zijn bouwstenen voor een verhaal, en worden cliché op het moment dat die zo vaak gebruikt worden dat ze de lezer uit het verhaal halen omdat ze zo algemeen bekend zijn.
Een verhaalthema of genre kan zich ook in een grijs gebied daartussen bevinden. Neem de verboden liefde. Die is zo cliché als wat, maar als je goed of origineel kan schrijven, kan je de trope zodanig invullen dat die niet storend is, of nog wel een verrassend randje heeft. Dat maakt het geen cliché meer (het is niet meer storend), maar ergens weet of verwacht de lezer nog steeds dat het stel met elkaar eindigt. Of dat dat niet lukt met als gevolg dat de personages de rest van hun leven miserabel zijn omdat er toch een stokje voor de relatie werd gestoken. Dat is een ongeschreven regel: een verboden liefde heeft een gelukkig of een somber einde.

Maar nu zeg jij: ik laat die liefde volledig opbloeien, tot een moment waarop de personages beseffen dat de kloof gewoon te groot is. Ze trouwen uiteindelijk met iemand anders, zijn gelukkig in dat huwelijk, maar hun oude vlam blijft wel voor de rest van hun leven hun beste vriend(in). In welk romantisch zwijmelverhaal blijft de ex de beste vriend en werkt dat ook nog eens voor alle betrokkenen? Nou, in het jouwe dus. Breek lekker met de regel van hoe dit verhaal moet verlopen!
Als je niet met (ongeschreven) schrijfregels durft te breken, laat je je soms onnodig veel beperken. Daardoor kan je pareltjes van verhaalideeën negeren of je unieke schrijversstem ongehoord laten.

Laat je niet te snel het zwijgen opleggen door schrijfregels.

Welke schrijfregel moet je breken?

Er is geen vuistregel die zegt welke schrijfregel je wanneer moet breken voor een bepaald effect. Er is echter wel een aantal afwegingen die je helpen bepalen met welke regel je moet breken of wat je kan meenemen in je beslissing. Bijvoorbeeld:

* Wie is mijn doelgroep?
Als je schrijft voor een doorgewinterd leespubliek dat al eindeloos veel boeken heeft gelezen, kan je makkelijker bepaalde ongeschreven regels of verwachtingen doorbreken, om de lezer op scherp te houden. Schrijf je voor nieuwkomers binnen een genre, dan is wat meer houvast aan de thematische structuur geboden.

* Wat is mijn doel?
Als je een lezer uit wil dagen, kun je met het breken van schrijfregels je lezer geïnteresseerd houden. Als je slechts wil vermaken, kunnen schrijfregels de houvast bieden die een verhaal lekker weg laten lezen. Of laat ze juist los: schrijf je een kort verhaal of gedicht als aardigheidje, laat je dan vooral leiden door je creativiteit. Wil je oefenen met schrijftechnieken, hou je er dan vooral aan.

* Wat is mijn boodschap?
Boodschap en context vaak gaan hand in hand. Je kan tieners beter geen bouquetroman geven als je ze wil leren dat seks fijn is. Ja, daarin is de seks fantastisch, maar ook onrealistisch en het schept verkeerde verwachtingen. Breek dan vooral met de ongeschreven regels van romantische verhalen als je een realistisch beeld wil schetsen.

* Hoe kan ik mijn creativiteit kwijt?
Deze vraag kan jij alleen beantwoorden. Kijk zelf goed naar wat je wil uitproberen wat betreft schrijfregels en je merkt vanzelf welke je aan moet houden of juist los moet laten.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.