Schrijfwedstrijd 300 uitslag

De schrijfwedstrijd 300 kreeg meer inzendingen dan ik had verwacht! Met zoveel mooie verhalen was het erg lastig om de knoop door te hakken. Uiteindelijk won het verhaal ´De observaties van Dora Maar´ geschreven door Esther Leenders. Uiteindelijk heeft haar verhaal onder andere gewonnen door haar mooie mix van fictie en non-fictie en haar schrijfstijl. Gefeliciteerd, Esther! Lees het verhaal hier:

De observaties van Dora maar– Esther Leenders

GEESKE & KATE – 16.05 uur

‘Dat vind ik wat vaag’, zegt Geeske. ‘Wat bedoel je precies?’
‘Nou gewoon, dat ik denk…is dit het dan?’ Met een zucht slaat Kate haar blik neer en staart naar de een vlek in de vloerbedekking. Als ze weer opkijkt is daar nog steeds die opgeruimde blik van Geeske. Daar zitten ze dan, met z’n tweeën. Kate begint te vertellen hoe ze iedere ochtend uitgeput wakker wordt – haar wang vol diepe, rode groeven – met het gevoel dat ze in een wereld leeft waarin iets niet klopt.
‘Vind je het oké als ik je een gekke vraag ga stellen?’ Geeske slaat haar benen kordaat over elkaar. De puntige sandaal aan haar voet wipt op en neer. ‘Ik wil je vragen om je voor te stellen dat je gaat slapen. Tijdens de nacht – je hebt het niet door – gebeurt er een wonder. Alles wat je wilt, dat is er opeens!’
‘Een wonder?’
‘Ja, precies. Waaraan ga je merken dat dit wonder heeft plaatsgevonden?’
Kate draait haar hoofd in de richting van het raam. Een streep zonlicht valt op haar gezicht. Ze ziet er moe uit, met donkere kringen onder haar ogen. Vlakbij sjirpen vogels.
Dan antwoordt ze toegeeflijk: ‘Nou gewoon, dat ik me niet meer druk hoef te maken over werk en huishouden. En niet zo in de rol van moeder of vrouw zit.’
‘Wat wil je dan?’
‘Vrij zijn.’
Ze zegt het nauwelijks hoorbaar, bijna fluisterend. ‘Maar mijn werk en de kinderen dan? En Maarten heeft ook een drukke baan…’.
Geeske kijkt opeens fel en slaat haar armen over elkaar heen. ‘Dat zijn een hele hoop belemmerende gedachten. Ik kan je helpen om dit doel te bereiken, maar je moet het wel willen.’
En dan weer vriendelijk: ‘Zullen we een korte plaspauze doen?’

DORA – 16.11 uur

De deur van praktijkruimte 2.1 wordt gesloten en ik ben weer alleen in de kamer. Er zijn grotere ruimtes in dit pand, met meer bedrijvigheid, maar 2.1 is mijn plek. Ik hou van de grote hoge ramen en mijn plaatsje in de linkerhoek. Vanaf hier heb ik goed zicht op de zithoek met de zwarte fauteuils. In praktijkruimte 2.1 kan ik mijn beste vaardigheden oefenen: luisteren en onzichtbaar zijn.
Een uitgesproken type zou ik mezelf niet noemen, ondanks dat mijn uiterlijk anders doet vermoeden. Alhoewel, nu ik erover nadenk komt mijn voorkomen tegenwoordig nauwelijks nog wonderlijk over op de meeste mensen. De vormentaal van mijn schepper brengt lang niet meer zo’n schok teweeg als in het jaar dat mijn origineel geschilderd werd. Mon Dieu, het kon niet op in die tijd! Een select clubje pioniers in de kunst was lyrisch over mij. Zo gedurfd, zo excentriek! Ik voel nog steeds kriebels in mijn buik als ik eraan denk.
Maar sinds massaproductie in de tweede helft van de vorige eeuw zijn intrede deed is de vormentaal van mijn lief gedegradeerd tot decoratie op wanden van dit soort kleurloze praktijkruimtes. Treurig eigenlijk. Maar inmiddels heb ik me bij dit lot neergelegd. Veel van mijn soortgenoten vertoeven in donkere museumdepots. Ik word tenminste nog gezien!
En ik vermaak me prima met de gesprekken die in deze ruimte plaatsvinden. Leed is voor mij een onuitputtelijke bron van inspiratie, perfect materiaal. Niets maakt het menselijk tekort zo schrijnend zichtbaar als het observeren van wanhopige vrouwen. Die zijn er altijd genoeg, in alle generaties na mij.

GEESKE & KATE – 16.38 uur

‘Kate…wanneer kwam deze gedachte voor het eerst bij je op?’
‘Welke gedachte?’
Geeske buigt naar voren. Haar witte tanden steken af tegen haar gebruinde huid.
‘De gedachte dat je spijt hebt van het moederschap.’
Terwijl ze het zegt bijt Kate op de binnenkant van haar wang. De zon is achter een wolk verdwenen.
‘Heb ik dat gezegd?’
‘Ja. Wanneer dacht je dit voor het eerst?’
Kate rommelt in haar tasje. Een druppel snot valt uit haar neus. Met brandende ogen kijkt ze Geeske aan om meteen daarna haar blik weer af te wenden. Onhandig draait ze haar hoofd en probeert haar neus af te vegen aan het pofmouwtje van haar T-shirt.
‘Daar staan tissues,’ zegt Geeske terwijl ze naar de vensterbank wijst.

DORA – 16.40 uur

Zielenpijn zoals die van Kate laat me meestal koud. Het is weinig interessant en niet inspirerend. Ik beschouw het als elitair ongemak van een veeleisende generatie. En niet te vergelijken met gesprekken over écht menselijk lijden zoals een dierbare verliezen of een zware depressie.
Steeds vaker zitten ze hier – twintigers en dertigers die imploderen op het moment dat hun leven niet gaat zoals verwacht. Die hulp zoeken zodra het niet meer leuk is, zonder te beseffen dat het onzekere bestaan dat ze leven het leven zélf is. Normaal zou ik types zoals Kate veroordelen. Je mag blij zijn dat je kinderen hebt!
Het is stil in de kamer. Ik hoor alleen het zoemen van de tl-buizen in het plafond. Kate schuift nerveus heen en weer op haar stoel en slaat haar armen om haar lijf. Ze staart weer naar de grond. Er is iets in haar waar ik een vreemd soort troost uit put. Iets herkenbaars en ondefinieerbaars. Ze raakt me. Wat vreemd is, omdat haar pijn als een stokje in mijn eigen wond loopt te poeren. Of misschien juist daaróm. Het confronteert me met het grote verdriet in mijn leven: het feit dat ik zelf geen kinderen heb.
Met een papieren zakdoekje veegt ze in haar ooghoeken. Dan kijkt ze mij recht aan en weet ik ineens wat ons bindt: het gevoel te falen als moeder.

GEESKE & KATE – 16.44 uur

‘We eindigen dit gesprek met een bodyscan. Ga stevig staan en voel hoe je tenen vastzitten aan je voeten. Probeer hé-le-maal te ontspannen.’
Met monotone stem praat Geeske minutenlang door, een opsomming makend van ieder lichaamsdeel waar naartoe geademd dient te worden. Kate ademt in en lijkt slecht op haar gemak. Een dun streepje mascara loopt naar beneden vanaf haar ooghoek. Ze heeft nog steeds een loopneus.
‘Ontspan tot slot je kaken,’ zegt Geeske. ‘Daar zit vaak spanning.’
Kate knakt met haar kaken en staart afwezig voor zich uit. Dan, opeens, draait haar nek een kwartslag en vinden onze ogen elkaar.
‘Dat schilderij…er rolt een traan uit, zie je dat?’
‘Dat is een replica van Picasso’s Weeping Woman,’ zegt Geeske achteloos en ze pakt haar mobiel. ‘Zullen we een vervolgafspraak maken?’
Kate blijft mij aanstaren. Ze staat op uit haar stoel en loopt naar de wand. ‘Het blijft stromen!’
Geeske kijkt op van haar scherm. ‘Inderdaad, je hebt gelijk…het is vocht.’
‘Het is een wonder,’ zegt Kate en ze pakt een tissue. Luid snuit ze haar neus. ‘Huilen. Dat voel ik nu ook. Dat ik keihard wil huilen.’
‘Dat is het enige dat je kunt doen, Kate. Maar het is vijf uur. Wanneer zien we elkaar weer?’

Weeping Woman 1937 Pablo Picasso 1881-1973 Accepted by HM Government in lieu of tax with additional payment (Grant-in-Aid) made with assistance from the National Heritage Memorial Fund, the Art Fund and the Friends of the Tate Gallery 1987 http://www.tate.org.uk/art/work/T05010

Een schrijfwedstrijd winnen: een goed verhaal kiezen

Als je een schrijfwedstrijd wil winnen, moet je niet alleen goed kunnen schrijven. Je moet weten waar een jury op let en je tekst moet op kunnen vallen. Dat vergt wat extra voorbereiding: hoe kies je een verhaal uit dat je gaat schrijven voor een schrijfwedstrijd?

Welk verhaal kies je uit voor een schrijfwedstrijd?

Als je aan een schrijfwedstrijd meedoet, schrijf je meestal al wat langer of in ieder geval graag. Het verhaal dat je inzendt voor de schrijfwedstrijd, is niet het eerste en het enige dat je geschreven hebt. Je zal over meer dan één onderwerp willen schrijven. Vorig jaar schreef je een feelgood die zich afspeelde in het buitenland en waar de cocktails rijkelijk vloeiden. Nu ben je met een roman bezig waarin het leven met Alzheimer centraal staat. Zo kan je meerdere verhalen in gedachten hebben. Om eerst maar even een aantal open deuren in te trappen:

Zend dit/ een verhaal in voor een schrijfwedstrijd als:Zend geen/dit verhaal niet in voor een schrijfwedstrijd als:
het toegestane genre je aanspreekt.het genre je ècht niet ligt. Je mag gerust eens een uitstapje maken naar een ongeoefend genre, dat is zelfs goed om alert te blijven op je schrijftechnieken en je schrijfontwikkeling. Maar als je een genre echt vreselijk vindt om te schrijven, ziet een jury dat bijna altijd in je tekst terug en ga je niet winnen. Zonde van de tijd, zeker als je er niet eens lol in hebt.
het schrijven je plezier oplevert.de inzending 3000 woorden mag bedragen en je niet weet hoe het nog incomplete verhaal daarna verder gaat. Ook al zend je een hoofdstuk in van een boek, je moet het vervolg wel weten. Voor het geval je een uitgeverscontract kan winnen, of gewoon om die eerste 3000 woorden goed tot hun recht te laten komen.
je een uitdaging aandurft.Je het niet hebt nagekeken voordat je het naar de jury opstuurt. Niets laat een tekst zo snel op de afgekeurde stapel belanden als een tekst die fan spellinsvouten an elkaar hangt en waarvan iedereen kan sien d at de scrijver geen mieote heeft gedaan het nog eens ddoor te lezen.
je van jezelf niet per se hoeft te winnen.je de tijdsdruk van een deadline niet aankan/ de deadline niet kan halen zonder te veel stress. (Een afgeraffelde tekst wint vrijwel nooit.)

Past het verhaal bij een schrijfwedstrijd?

Je hebt een verhaal gekozen dat je graag zou willen schrijven, maar weet je ook of het past bij een schrijfwedstrijd?
Nog buiten de wedstrijdvoorwaarden (het woordenaantal, het toegestane genre, enzovoorts) zijn er nog wat andere dingen die een verhaal geschikt(er) maken voor een schrijfwedstrijd. Hiervoor moet je een beetje in het hoofd van de jury kijken en weten wat er op dat moment populair is binnen het genre dat je schrijft. Met een beetje voorbereidend werk kom je vaak al een heel eind! Stel jezelf de volgende vragen:

* Wie is de jury?
– Als een uitgever een schrijfwedstrijd uitschrijft, kijk dan ook eens naar de fonds van die uitgever. Als je een verhaal schrijft dat daarbij aansluit, vergroot je je winkansen.
– Als een organisatie of persoon eerder een schrijfwedstrijd heeft georganiseerd, kijk dan eens naar eerdere winnaars. Een verhaal heeft niet voor niets gewonnen. Iets in het winnende verhaal sprak de jury aan. Kun je bedenken wat dat zou kunnen zijn?
– Als een schrijfcoach of een schrijversgroep de wedstrijd organiseert, kan je misschien wel uitvinden wat de stokpaardjes zijn van de organisator. (Een hint voor de deelnemers aan schrijfwedstrijd 300 😉 ) Dat kan een bepaalde schrijfstijl zijn, maar het kan ook betekenen dat de jury gevoeliger is voor goede worldbuilding dan voor een mooi uitgewerkte dialoog. Daar kan je dan proberen op in te spelen.
Waak er wel voor dat je niet puur gaat schrijven wat je denkt dat de jury mooi gaat vinden. Dat weet je immers nooit zeker en de jury zou bovendien ook nog eens door dat trucje heen kunnen prikken…

* Wat kenmerkt mijn genre?
– Een goed begin is het halve werk. Schrijf eens voor jezelf op wat essentieel is voor je gekozen genre. Een romantisch verhaal kan niet zonder tortelduifjes, dat snapt iedereen. Maar wat kan je nog meer bedenken? Schrijf ook dat eens op. Dan staat je verhaal al een stuk steviger in de steigers. Hoe kan en wil jij vervolgens een draai geven aan die bekende tropes?
– Wat betekent het concreet om een unieke draai te geven aan een veelgebruikte trope?
Verhalen zijn net als zoveel dingen aan mode onderhevig. Dat heeft zowel een voordeel als een nadeel bij schrijfwedstrijden. Je kan veelgebruikte tropes in je voordeel gebruiken: als je schrijft wat actueel en populair is, bewijst dat dat je weet wat er speelt in schrijversland en dat je daarop in kan spelen. Een nadeel is dat als iedereen dat doet, je binnen de schrijfwedstrijd de kans loopt om met een cliché aan te komen zetten. En dan val je weer niet voldoende op. Vooraf weet je nooit wat de andere deelnemers gaan schrijven. Bovendien weet je niet wat de jury specifiek mooi(er) vindt: de kleinste details kunnen daarin het verschil maken. Maar als je weet wat je schrijft en ook waarom, ga je in ieder geval goed voorbereid de schrijfwedstrijd in.

* Forceer ik niet te veel?
Meedoen aan een schrijfwedstrijd kan een goede manier zijn om te oefenen voor als je de ambitie hebt om ooit bij een uitgever aan te kloppen. Je zorgt dan immers ook voor een goede voorbereiding. Maar je kan daarin ook doorslaan. Als je eindeloos gaat kijken wat de uitgever mooi vindt, raak je vroeg op laat het zicht op je eigen verhaal en je schrijversstem kwijt. Dat is nooit de bedoeling. Als je merkt dat je voor een schrijfwedstrijd al net zo krampachtig probeert je verhaal ‘goed’ te maken om maar aan een wens van een jury te voldoen, laat dat dan een vriendelijke herinnering zijn dat je de teugels wat dat betreft wat meer mag laten vieren.

Foto door Fahrul Azmi op Unsplash.

In het hoofd van de jury: waarop beoordeelt een jury inzendingen voor een schrijfwedstrijd?

Er is weer een schrijfwedstrijd van start gegaan op verhaalentaal.blog! Reden genoeg om ook eens te kijken naar hoe je schrijfwedstrijden kan winnen. Natuurlijk moet je een goede tekst schrijven, maar wat is een goede tekst dan precies? Kon je maar in het hoofd van de jury kijken… Zullen we dat dan eens doen? 😉
Dit zijn zaken waar een jury op let bij inzendingen van een schrijfwedstrijd.

De slush pilemethode

Ken je het principe van de slush pile? Die manier van selecteren gebruikt een jurylid van een schrijfwedstrijd ook. Als een tekst niet meteen prikkelt, dan wordt die aan de kant gelegd.
Iedereen, beginner of gevorderde, mag meedoen met een schrijfwedstijd. Meestal trekken schrijfwedstrijden ook schrijvers van beide niveaus aan en een jurylid weet dat. Dus als het jurylid een inzending ziet die start met:

Zoals iedere donderdagmorgen ging Kees naar kaasboer Pietje op de markt.
“Ha Pietje. Lekker weertje hè?”
“Jazeker, Kees. Pondje jong belegen, zoals altijd?”

dan wordt die meteen opzij gelegd. In deze tekst begint met een infodump een een jurylid weet dat:
* starten met een infodump (die ook nog eens routine betreft) een beginnersfout is. Als je wat meer ervaring hebt met schrijven, is het schrappen van de infodumps meestal een van de eerste dingen die je qua schrijversinzicht leert. Deze schrijver heeft dus nog geen echt schrijversinzicht. Dat maakt de kans op verbetering van de schrijfkwaliteit in de zinnen, alinea’s en pagina’s die volgen zeer klein.
* er óók deelnemers zijn die niet met infodumps starten en dus beter kunnen schrijven. Dan gaat het verhaal over kaasboer Pietje dus al niet meer winnen.

Een goede openingszin

Tenzij je met net zo’n overduidelijke infodump als hierboven begint, hoef je niet bang te zijn dat je verhaal na drie zinnen of een tiental woorden al wordt afgekeurd. Maar probeer zeker in de eerste grofweg honderd tot honderdvijftig woorden al een wat- of waaromvraag bij de lezer op te roepen, zoals bij een pageturner.

De openingszin van ‘Trots en vooroordeel’ van Jane Austen wordt vaak de beste aller tijden genoemd:

“Iedereen is het erover eens dat een alleenstaande man die een groot vermogen bezit, een vrouw moet hebben.

Waarom is deze zin zo goed? Omdat die het hele verhaal, en het thema, en de heldenreis samenvat. Bovendien kom je er later ook nog achter dat je Austen zelf aan het woord ziet en dat ze hiermee een – nog verborgen- cynisme over deze stelling uitdrukt. En dat in een zin!
Maar ook als je dat allemaal (nog) niet wist van dit beroemde boek, dan gaat de pageturnerregel alsnog op:
Waarom is iedereen het daar over eens? Wat speelt er in het leven van het personage dat dit überhaupt ter sprake komt? Wie stelt dit? Een welgestelde man die pocht met zijn vrouw? Een vrouw die pocht dat ze een welgestelde man gevonden heeft? Een vrouw die een man zoekt? De mogelijkheden zijn eindeloos en je wordt meteen nieuwsgierig gemaakt naar het wie, wat en waarom.

Beheersing van de basis

Als je een schrijfwedstrijd wil winnen, moet de basis van het schrijven onder de knie hebben. Hoewel de meningen van juryleden zullen verschillen wat precies basistechnieken zijn en wat al wat meer richting een volgend niveau van schrijfvaardigheden gaat, zijn de volgende vaardigheden wel echt essentieel voor een vertrekpunt voor het schrijven van een goede tekst:
* het kunnen identificeren en voorkomen van infodump;
* beheersing van show don’t tell;
* een heldenreis kunnen schrijven zonder een Mary Sue
* een consistente verhaallijn: je springt niet van de hak op de tak, zowel qua gebeurtenissen als qua spanningsboog.

Een origineel verhaal

Het lijkt misschien een open deur, maar zorg ervoor dat je verhaal origineel is. Zeker als je meedoet aan een schrijfwedstrijd voor een specifiek genre, is de kans groot dat veel anderen schrijvers met dezelfde tropes aan de slag gaan. Dat is ook niet zo gek. In een romantisch verhaal komt immers ook vaak een onbereikbare liefde voor, in een horrorverhaal moet er bloed in het rond spatten en een feelgoodroman draait ook bijna altijd om een groepje vriendinnen.
Uiteraard heeft dat ook zijn limieten: een romantisch verhaal zonder een verliefd hoofdpersonage schiet niet op. Maar probeer in ieder geval te laten zien wat er dan wel anders is aan jouw personage of plot. Wat maakt jouw verhaal géén dertien in een dozijn? Laat daarvoor bijvoorbeeld unieke karaktertrekken van jouw personage goed naar voren komen, of sla een onverwachte weg in met een trope die al talloze keren is gebruikt.

Je eigen schrijversstem

Een van de manieren om op een positieve manier op te vallen met je inzending, is om je schrijversstem goed naar voren te laten komen. Je kan je kansen vergroten om een schrijfwedstrijd te winnen door te weten wat er populair is en wat binnen je genre goed aanslaat bij lezers- daarover in een latere blogbost meer- maar trap niet in de val dat je schrijft om op te vallen omdat je dan beter denkt te kunnen scoren. Dan komt je tekst eerder over als een slechte imitatie van andermans werk en dan ga je zeker niet winnen. Met een goede schrijversstem val je ook op!
Als je nog geen unieke schrijversstem hebt, kan je nog steeds meedoen aan een schrijfwedstrijd. Een schrijversstem is ook niet iets wat je kan afvinken op een checklist, dus ga er niet te verwoed naar ‘zoeken’.
Je kan wel proberen om een verhaal eerst volledig uit te schrijven, het te herlezen en dan te bedenken hoe je het nog net iets origineler kan maken. Voeg bijvoorbeeld wat meer van je unieke humor toe of schrijf wat meer sfeeromschrijvingen in de tekst, als jij dat een mooie schrijfstijl vindt. Wie weet wat de jury ervan vindt!

Dit zijn een aantal tips, maar de belangrijkste is dat je tijdens het schrijven niet te veel aan de jury denkt. Dat blokkeert je schrijfproces. Houd de bovenstaande punten in je achterhoofd, maar ga vooral met plezier de uitdaging van de wedstrijd aan.

Succes!

Foto banner door Brooke Cagle op Unsplash.



Schrijfwedstrijd verhaalentaal.blog: 300

Hoera! Over een aantal maanden wordt de driehonderdste schrijftip op verhaalentaal.blog gepubliceerd. Reden voor een feestje: tot dat heugelijke moment heb jij de tijd om een verhaal te schrijven voor een nieuwe schrijfwedstrijd.

Schrijfwedstrijd ‘300’

In de tweede week van het nieuwe jaar verschijnt de driehonderdste schrijftip op verhaalentaal.blog. Het getal drie en de meervouden daarvan staan daarom centraal in deze schrijfwedstrijd.
Je gaat een tekst schrijven van maximaal negenduizend woorden waarin een drie-eenheid centraal staat. Wat je onder een drie-eenheid verstaat, mag je zelf beslissen. Enkele voorbeelden:
* Vader, Zoon en Heilige Geest
* Vader, moeder en kind
* Lichaam, ziel en gedachten
* Rood, geel en blauw
* Lengte, breedte en hoogte
* Massa, snelheid en kracht
* Vast, vloeibaar en gas

Enzovoorts. Ieder genre is welkom.

De winnaar ontvangt een uitgebreid leesrapport voor een tekst van 9000 woorden. Dat mag het ingezonden verhaal voor de wedstrijd betreffen, maar ook een deel van een ander zelfgeschreven verhaal. Aan de winnaar de keuze!

Wedstrijdvoorwaarden schrijfwedstrijd 300

* Eén inzending per persoon.
* Je verhaal is maximaal 9000 woorden.
* Inzenden van je verhaal kan vanaf 13 oktober 2022 tot en met 13 januari 2023. (De dag waarop de driehonderdste tip verschijnt 🙂 ) Je hebt dus drie maanden de tijd om een verhaal te schrijven.
Stuur je inzending naar nadinevandesande@outlook.com met de onderwerpregel: 300.

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Ik neem persoonlijk contact op met de winnaar of winnares. Als diegene dat wil, zal ik het winnende verhaal op mijn blog publiceren.

Foto door Ariel op Unsplash

Portland Pen: bezoek aan Powell’s books en wedstrijduitslag

Wat heb ik genoten van mijn bezoek aan Powell´s Books in Portland! Een bezoek aan een boekenzaak met een miljoen boeken vergeet je niet zo snel!

Sfeerimpressie Powell’s books Portland

Hier volgen een aantal foto´s van Powell’s books als sfeerimpressie. Bedenk dat wat je ziet op de foto je met gemak tientallen keren kan vermenigvuldigen 😀

Boekenkasten waar een ladder soms niet overbodig is. Hoe vaak kom je dat nog tegen? 🙂

Leuk detail: de bovenste planten van de kasten dienen als ‘voorraadplanken’ waar het personeel een boek kan pakken. Zo zie je meteen welke boeken er nog op voorraad zijn en zien de kasten er gezellig vol uit!

Powell’s books heeft de ruimten verdeeld in verschillende kleuren om je weg te wijzen in een ruimte die zowat een hele straat bedekt 🙂

Uitslag Portland Pen schrijfwedstrijd

Ik heb minstens net zo veel genoten van het organiseren van mijn eerste schrijfwedstrijd en het lezen van de ingezonden verhalen als aan mijn bezoek aan Powell’s Books! Via deze weg wil ik iedereen die dat gedaan heeft dan ook hartelijk danken voor het meedoen aan de wedstrijd. Er kwamen veel verschillende verhalen voorbij: van thrillers tot aan feelgoods. Uiteindelijk heeft het verhaal ‘Ontspoord en weer op de rails gezet’ van Lucy Neetens gewonnen.

Lucy heeft haar feedback en het opschrijfboekje inmiddels ontvangen en mij toestemming gegeven om haar verhaal op mijn blog te delen. Ik hoop dat jullie net zo veel van haar verhaal genieten als ik dat gedaan heb. Gefeliciteerd, Lucy!

Ik weet nog niet wanneer en hoe, maar ik wil na het organiseren van ‘Portland Pen’ zeker nogmaals een schrijfwedstrijd uit gaan schrijven! Hou de blog dus in de gaten. Wie weet ben jij de volgende winnaar.

Ontspoord en weer op de rails gezet — Door Lucy Neetens

Zaandam. De trein mindert vaart. De gevels van de gebouwen die ik zie zijn precies wat een toerist van Nederland verwacht. New York lijkt een mensenleven geleden. Toch ben ik hier pas twee dagen. Gisteren tekende ik de scheidingspapieren. In Hoorn. Natuurlijk had ik dat ook vanuit New York kunnen doen, maar dat voelde niet goed. Josh en ik hebben immers ook goede tijden gekend en ik wilde op een nette manier afscheid nemen. Van hem en van onze jaren samen. Misschien dat New York daarom zo mijlenver geleden lijkt. Sinds ik hier ben, heb ik een mensenleven met Josh afgesloten.
Nog voor de trein goed en wel stilstaat, sta ik op. Haastig been ik achter enkele andere passagiers aan naar buiten. Ik heb niet meer dan twee minuten overstaptijd. Dat lijkt ondoenlijk, maar de trein naar Maastricht vertrekt van spoor 4 en ik kom aan op spoor 5. Dat moet dus lukken.
Eenmaal uitgestapt, word ik zowat ondersteboven gelopen door een man die van links naar rechts over het perron zwalkt.
‘Bro, ik kom naar je toe. Ik weet dat het niet kan, want je bent er al drie jaar niet meer, maar ik kom toch naar je toe,’ schreeuwt hij.
Geschrokken kijk ik hem na. De man is gekleed in een enigszins smoezelige regenjas en een jeans met scheuren. Daaronder draagt hij een paar, ontzettend uit de toon vallende, rode, leren schoenen. Wat een rare snoeshaan. Is hij dronken? Onder invloed van iets anders? Of wordt hij overmand door verdriet omdat die ‘bro’ dood is? Maar als iemand al drie jaar dood is, ben je toch niet meer zo van slag dat je lallend over een perron zwalkt?
Ik haast me zo ver mogelijk bij de man vandaan en stap in de trein die staat te wachten op spoor 4. Gelukkig is het nog rustig in de coupé. Ik installeer me en haal de meegebrachte thermoskan met koffie uit mijn rugzak. Voorzichtig schroef ik de dop eraf en schenk er wat koffie in. Niet veel later ben ik verdiept in mijn boek. Opeens schrik ik op. Op de stoel tegenover me wordt een volgestouwde Vomar draagtas neergezet. Verdorie. Het is die zonderling van zo-even. Gaat hij nu echt tegenover mij zitten, terwijl de hele verdere wagon leeg is? Nee, hij gaat niet zitten. Hij blijft heen en weer wandelen. Mompelend. Zo nu en dan loopt hij de coupé uit en dan blijft hij een paar minuten weg. Iedere keer dat hij terugkomt, legt hij weer iets neer op de stoel tegenover die van mij. Zijn jas. Twee paraplu’s: een rode en een zwarte. Zijn mobiel. Vooral dat laatste maakt me bang. Ik heb weleens gehoord dat mobiele telefoons kunnen dienen als ontstekingsmechanismen van een bom. Moet ik aan de noodrem trekken? Maar als hij dat in de gaten krijgt, blaast hij de boel natuurlijk onmiddellijk op. Zal ik een andere coupé opzoeken of maak ik hem dan juist kwaad? Moet ik het gesprek aangaan?
Als hij weer in het gangpad verschijnt, hef ik mijn thermosfles naar hem op. ‘Wil je misschien ook een kop koffie?’
Hij ploft neer en neemt de beker van me aan. ‘Wijn van de Islam,’ zegt hij en heft de beker in een proostend gebaar naar me op. Zie je wel. Knots-knettergek.

Waarschijnlijk sprak mijn blik boekdelen, want als hij zijn koffie op heeft, begint hij te vertellen.
‘Het stimulerende effect van koffie op het menselijk lichaam werd bij toeval ontdekt door een herder uit de provincie Kaffa in Abessinië, het huidige Ethiopië. Omdat zijn geiten ’s nachts niet konden slapen, wendde hij zich tot de monniken van een nabijgelegen klooster. Zij wisten het mysterie te ontrafelen. De geiten aten graag van de vruchten van een vreemde plant: de koffieplant. Toen de monniken de bessen zelf proefden, waren ze zo teleurgesteld in de bittere smaak dat ze de vruchten in het vuur gooiden. Niet lang daarna prikkelde een heerlijk aroma hun neus. Uit nieuwsgierigheid, bereidden de monniken een aftreksel van de geroosterde bessen en na het drinken daarvan zaten ze boordevol energie. Ze beschouwden de vruchten als een geschenk van God. Vervolgens werd de hele islamitische wereld veroverd door de “nuchtere dronkenschap” – met zijn vingers schrijft hij aanhalingstekens in de lucht – van deze zwarte drank. De naam koffie is afgeleid van het Arabische woord qahwah, wat wijn betekent en aangezien de Moslims geen alcohol mogen drinken, werd koffie de wijn van de Islam.’
‘Interessant.’ Gedurende zijn uiteenzetting lijkt hij in niets op die vreemde snuiter van daarvoor. Ik schenk onze bekers nogmaals vol. Ineens komt de trein met een schok tot stilstand. De koffie gutst over de randen van onze bekers. Mijn metgezel vliegt overeind en vervolgt zijn routine van voor ons koffie-intermezzo. Na een paar minuten klinkt er een blikken stem uit de luidsprekers. Er mankeert iets aan de machinerie. De reparateurs zijn onderweg, maar we moeten er rekening mee houden dat de vertraging minimaal een uur gaat duren. Verdomme. Ik denk het, mijn metgezel schreeuwt het en slaat daarbij met zijn vuist op het hoofdsteun van de stoel naast me. Ik krimp in elkaar. Dan schiet ik overeind, mompel een excuus en verlaat de coupé zo snel mogelijk. Ik verstop me op het toilet. Een paar minuten later bonst er iemand op de deur. Zal het slot het houden?
‘Alles goed daar?’ Het is volgens mij niet de stem van mijn gestoorde medereiziger. Voorzichtig draai ik de deur van het slot. Door een kiertje zie ik … ‘Pfft.’ Het is de treinconducteur. Opgelucht open ik de deur. ‘Een man in mijn coupé gedroeg zich nogal vreemd, ik ben gevlucht,’ mompel ik enigszins gegeneerd.
‘Waar?’
Ik wijs in de richting van mijn coupé. ‘Getinte man. Donkere krullen. Vlassig baardje. Rode schoenen. Volgepropte Vomar tas. Twee paraplu’s.’
‘Wacht hier, ik ga een kijkje nemen.’
‘Ik wil verderop in de trein een plekje zoeken, maar mijn rugzak staat nog daar. Kunt u die misschien voor me pakken? Het is een bruine met een oranje veter aan de voorzijde.’
Het duurt lang. Was de conducteur dringend elders nodig? Is hij me vergeten? Aarzelend loop ik terug naar mijn zitplaats en het tafereel dat ik daar aantref …

Het is alsof ik plotsklaps in een misdaadroman ben beland. Mijn metgezel zit jammerend, met mijn thermosfles in zijn handen, op zijn knieën naast de treinconducteur die knock-out op de grond ligt. Bloed sijpelt uit een wond op het hoofd van de conducteur.
‘Ik wil niet terug naar de gevangenis,’ mompelt mijn coupégenoot keer op keer.
Godallejezus, is hij een crimineel? Bijna wint mijn neiging om te vluchten, maar ik kan die arme conducteur toch niet aan zijn lot overlaten? Is hij …? Nee, zijn borstkas gaat nog lichtjes op en neer. Zal ik 112 bellen of krijg ik dan ook een slag op mijn harses met mijn eigen thermoskan?
‘Wat is er gebeurd?’
Verschrikt kijkt mijn medereiziger op. ‘Hij … Hij probeerde je rugzak te stelen. Ik moest hem tegenhouden.’
Een nerveuze giechel ontsnapt aan mijn lippen. Dat heb ik weer. Twee redders in nood vechten om een been en de derde gaat ermee heen.
‘We moeten hulp halen.’
‘Nee, nee, nee, ik wil niet terug naar de gevangenis.’
Hoe kan ik én die treinconducteur helpen én die crimineel te vriend houden? Mijn hersens maken overuren, draaien steeds dezelfde zinloze rondjes en komen tot niets. Kunnen je hersens een burn-out hebben? Of ben ik in shock?
‘Dan slepen we hem weg,’ zeg ik even later gedecideerd. ‘Als we hem naar het halletje voor onze treincoupé slepen, vinden ze hem daar wel. Ik heb ooit een ongeluk gehad waarbij ik een paar minuten het bewustzijn verloor en ik heb nog altijd een gaatje in mijn geheugen van wat er kort voor en kort na het ongeluk gebeurde. Hopelijk heeft hij – ik knik in de richting van de bewusteloze treinconducteur – hetzelfde.’
‘En zo niet?’
‘Dan getuig ik dat jij steeds bij mij in de coupé zat en dat je dus niets met dit alles te maken kan hebben gehad.’
‘Echt?’
‘Echt.’
En dus slepen we de conducteur naar het halletje. En boenen we met natgemaakte papieren zakdoekjes de bloedvlekken weg. En gooit mijn metgezel mijn thermoskan met een ferme zwaai door het opengeschoven raampje van onze treincoupé naar buiten.
‘Je krijgt een nieuwe,’ zegt hij als hij mijn blik opvangt.

Nadien zitten we een poosje zwijgend tegenover elkaar. Wat zal er in zijn hoofd omgaan? Is het daar net zo’n chaos als in dat brein van mij?
‘Ik ben Julia,’ zeg ik en ik steek mijn hand uit. Met een crimineel kun je maar beter vrienden worden, toch?
‘Yanis.’
‘Ga je naar Maastricht?’
Hij knikt.
‘Ik ook. Ik ga een weekend logeren bij mijn oudste zus.’
‘Ik ga naar mijn broertje.’
Zal dat die ‘bro’ zijn waar hij het eerder over had? Maar die was er toch al drie jaar niet meer?
‘Hij is overleden toen ik in de gevangenis zat.’
Ik bijt op mijn lip. Moet ik hierop reageren? Vragen naar het waarom? Of kan ik beter doen of ik die laatste opmerking niet heb gehoord?
‘Drugs,’ zegt hij nog voor ik een beslissing heb genomen.
‘Hoe … Waaraan is je broer overleden?’
‘Een aanslag. Hij heeft weken in coma gelegen.’
Hebben Yanis’ drugszaken met die aanslag te maken? Is hij vanwege die gebeurtenis doorgedraaid? Alhoewel … Sinds mijn terugkeer van het toilet lijkt hij veel normaler dan daarvoor. Kan de schrik hem ontnuchterd hebben?
‘Ik heb niet aan zijn sterfbed gezeten. Geen gebeden gereciteerd. Niet samen met Mahjoub de shahāda opgezegd om hem te ondersteunen in zijn overgang naar het hiernamaals. Geen zegeningen verdiend.’ Onrust flikkert in zijn ogen. Is het angst voor de wraak van Allah? In elk geval lijkt het feit dat hij niet bij zijn broer kon zijn in diens laatste levensfase behoorlijk traumatisch voor hem te zijn geweest. Verklaart dat zijn gedrag?
‘Ik ga zijn graf bezoeken.’
‘Heftig.’
Achter mijn rug hoor ik enig tumult. Is de conducteur gevonden?
‘Ik ga even kijken, oké?’ Met mijn duim gebaar ik naar de ruimte achter me.
Yanis schokschoudert.
In het halletje van de trein zit de conducteur. Kreunend. Met zijn hand strijkt hij voorzichtig over de wond op zijn hoofd.
‘Wat is er gebeurd?’ Ik voel me Juffertje Schijnheil.
‘Ik … Ik weet het niet.’
Ik zie geen herkenning in zijn ogen. Dat stemt me hoopvol.
‘Wacht, ik haal een pleister.’
Yanis zit in gedachten verzonken voor zich uit te staren.
‘Hij is weer aanspreekbaar,’ sis ik en ik haast me met mijn rugzak terug naar de conducteur. Met een papieren zakdoekje dep ik de wond en daarna plak ik er een pleister op.
‘Kunt u opstaan?’ Voorzichtig help ik hem overeind. ‘Bent u duizelig?’
Hij schudt zijn hoofd.
‘Bent u gevallen?’ Juffertje Schijnheil in het kwadraat.
Hij staart naar het trappetje. ‘Ik weet het niet.’
‘Misschien moet u er toch even iemand naar laten kijken.’ Hoe zit dat eigenlijk in een trein? Is de conducteur niet zelf de EHBO’er? Zijn er meerdere conducteurs in deze trein aanwezig? Dat zal wel niet in deze tijden van arbeidskrapte. ‘Als de trein is gerepareerd enzo.’
‘Hebben we een defect?’
Oei, het gaatje in zijn geheugen is een gat.
‘Kom, ga hier even zitten. Ik haal een bekertje water voor u.’
‘Dank je,’ zegt hij als ik hem het bekertje overhandig. ‘Gaan we een keer iets drinken?’ Hij knipoogt. De man heeft lieve, ondeugende ogen. Grijsblauw. Een geprononceerde neus. En een vrijwel kaal hoofd met een waas van donkere stoppels. Gelukkig dat hij alweer grapjes kan maken. Dat lijkt me een goed teken.

Twintig minuten later gaat de conducteur – zijn naam is Martin en hij heeft mijn mobiele nummer in zijn telefoon gezet met de belofte van een bedank-drankje – weer aan het werk. Ik keer terug naar mijn partner in crime.
‘Wil je mee?’ vraagt Yanis.
‘Eh …?’ Mee waarheen? ‘Naar een andere coupé?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Naar mijn broertje.’
‘Ik weet niet of …’ Durft hij niet alleen? ‘Is er niet iemand die je liever meeneemt?’
‘Ik durf mijn familie en vroegere vrienden niet meer onder ogen te komen. Zij …’
Veroordelen zij hem? Geven ze hem geen tweede kans?
‘Oké, ik ga mee.’ Ik begrijp mezelf niet. In plaats van zo snel mogelijk van deze onvoorspelbare man af te komen, bied ik nu aan om hem te vergezellen naar het graf van zijn broertje. ‘Mag ik als niet-moslim wel op die begraafplaats komen?’ Mijn vraag is een laatste, halfslachtige poging om onder mijn belofte uit te komen.
‘Het is een algemene begraafplaats.’
Mislukt.

En zo staan mijn vreemde reisgezel en ik aan het eind van de middag bij het graf van zijn broer. Yanis zet zijn Vomar-tasje vlak voor de grafzerk neer en legt de twee papaplu’s in het gras. Dan strijkt hij met zijn hand over de gebeitelde, voor mij onleesbare letters in de staande steen. De geboortedatum en sterfdatum van zijn broer kan ik wel lezen. Een snelle rekensom leert me dat Mahjoub slechts negentien jaar oud is geworden. Ik slik. Yanis merkt het en pakt mijn hand. ‘Allahoe akbar,’ mompelt hij. En daarna zegt hij nog een heleboel. Praat hij met zijn broer? Zegt hij verzen uit de koran op? In elk geval zie ik zijn gezichtsuitdrukking met de minuut meer ontspannen. Blijkbaar geeft het bezoek aan het graf van zijn broer hem rust.
‘Ben je erg verdrietig?’ vraag ik als we de begraafplaats verlaten.
‘Een beetje,’ antwoordt hij, ‘maar Mahjoubs ziel zal verrijzen. Doen we nog een koffietje?’ Hij wijst op een café aan de overkant van de straat. ‘Ik trakteer.’
We drinken koffie en zwijgen. Het voelt niet onprettig. Zwijgen is misschien wel de enige juiste manier om deze bizarre ontmoeting af te sluiten: we zetten er een zwijgpunt achter. Als we na de koffie het café verlaten, regent het. Yanis overhandigt me de rode paraplu. ‘Je moet altijd zorgen dat je twee paraplu’s bij je hebt,’ zegt hij met een scheve glimlach. ‘Eentje voor jezelf een eentje voor een vriend.’

Ik knipper een traan weg uit mijn ooghoeken. ‘Dank je wel, Yanis.’

Exact een jaar later trouw ik met Martin. New York lijkt mensenlevens gelden. Slechts één keer ben ik terug geweest. Om de zaken daar af te handelen. Martin weet inmiddels wat er op die bewuste dag in de trein is gebeurd. Hij neemt Yanis niets kwalijk. ‘Dankzij hem ben ik nu met jou.’
Yanis is op deze bijzondere dag mijn getuige. Zijn huwelijkscadeau is een thermoskan. Op het zilverkleurig gedeelte liet hij een hartje graveren met de initialen van Martin en mij. Van zijn rode paraplu heb ik een lamp gemaakt. En als ik tegenwoordig de deur uitga, zitten er in mijn rugzak altijd twee paraplu’s. Een gele en een geruite. Eentje voor mezelf en eentje voor een vriend.

Verhaalelement 4 Portland Pen schrijfwedstrijd

Ik hoop dat jullie zin hebben om te gaan schrijven! Hier is het laatste element van de Portland Pen schrijfwedstrijd.

De treinconducteur zorgt voor een plottwist, of vult het verhaal in ieder geval op een verrassende manier aan. De treinconducteur is een derde hoofdpersonage en mag niet de rol van je held of de gesprekspartner vervullen.
* Het mag blijken dat hij aan de noodrem heeft getrokken om voor stilstand van de trein te zorgen. Nu wil hij de passagiers vermoorden.
* Als hij ziet dat er iets tussen jouw helden op aan het bloeien is, mag hij een getalenteerde zanger zijn die een serenade improviseert.
* Hij mag jouw held op een vrije treinrit trakteren wanneer je held iets verrassends (voor hem) doet.

Enzovoorts. Eens te meer, laat je fantasie de vrije loop!

De rol van de treinconducteur moet natuurlijk wel enigszins te herleiden zijn. Lees daarvoor de blogs over cliffhangers en plottwists.

Daar komt een conducteur aan! Wat voegt deze persoon nog aan je verhaal toe?
Foto door Jonny Rothwell op Unsplash.

Een laatste tip: je kan de conducteur redelijk makkelijk een cliché-rol geven, zoals in de eerste twee voorbeelden hierboven. Die zijn redelijk standaard voor een invulling van een liefdes-of horrorverhaal.
Als je een cliché kan vermijden, is dat een pluspunt. Maar daar ga ik een verhaal niet per se op afkeuren. Zoals altijd bij een goed verhaal gaat het erom dat en hoe je een persoonlijke draai aan het verhaal geeft. Laat in deze (laatste) fase van het verhaal zien dat jij je verhaal en personages goed hebt uitgedacht. Laat bijvoorbeeld eerdergenoemde omstandigheden, symbolieken of karaktertrekken terugkomen.

Succes en vooral heel veel plezier met schrijven. Ik kijk erg uit naar jullie inzendingen! Deel en like de schrijfwedstrijd, het kan de prijzenpot nog steeds verhogen. Aanstaande maandag maak ik die definitief bekend door de wedstrijdpagina te updaten. Als je de andere verhaalelementen nog eens door wil lezen, klik dan hier.

Verhaalelement 3 Portland Pen schrijfwedstrijd

Jullie blijven zeer enthousiast over Portland Pen. Wat leuk om te zien! 😀 Hier volgt het derde verhaalelement.
Je personage is dus in het buitenland, zit in een langeafstandstrein en komt in gesprek met een medepassagier.

Maar dan…Verhaalelement 3: De trein komt plotseling stil te staan. En het wordt onmiddellijk duidelijk dat de vertraging minimaal een uur gaat duren.

Dit laat blijken of en hoe stressbestendig je personage is, of er iets belangrijks was op de plaats van bestemming of niet. (Mist het zo een begrafenis of was het gewoon onderweg op een toeristische treinroute en neemt het nu de tijd om even lekker achterover te leunen en te niksen?) Denk ook eens aan de eerdergenoemde gesprekspartner. Gaat je personage daar de woede op afreageren, of gaan ze gezellig kletsen?

De grootste angst van je personage kan je veel vertellen over hoe dit moment gaat lopen. Wanneer laat je personage zich door angst leiden en wanneer niet?
Bedenk: wat als de trein midden in een tunnel stil komt te staan en alle lichten doven? Of dat de catering in de kogeltrein gratis hapjes uit gaat delen ter compensatie voor het ongemak?
Laat je fantasie de vrije loop: alles mag gebeuren in die lange tijd van stilstand.

Deze foto heb ik gemaakt in Japan: een land waar de treinen een legendarische status hebben omdat ze nooit te laat komen. (Als ze letterlijk tien seconden te laat zijn, hoort de machinist dat van zijn meerdere. Stel je eens voor wat drie minuten dan doen… )
Ik maakte deze foto met het idee: als ik die foto niet maak, gelooft niemand dat ik een vertraagde trein in Japan heb gezien. Jouw trein moet dus minimaal een uur vertraagd zijn, maar het idee blijft dat je die vertraging op een bepaalde manier memorabel moet maken.

Je personage hoeft niet bang te zijn of te worden van de stilstaande trein. Maar probeer wel een globaal idee te krijgen waarom je personage al dan niet in paniek of bang is.

Volgende week volgt het laatste verhaalelement voor de wedstrijd. Houd verhaalentaal.blog dus in de gaten.
Op deze pagina vind je een overzicht van alle verhaalelementen en de wedstrijdpagina.
Bekijk de wedstrijdpagina hier en laat een like achter op die pagina als je ook mee wil doen. Hoe meer deelnemers, hoe meer prijzen ik uit ga delen!

Verhaalelement 2 Portland Pen schrijfwedstrijd

Ik heb al veel leuke reacties gekregen op de bekendmaking dat de het plot van Portland Pen zich gaat afspelen in de trein!

Het volgende verhaalelement is: je personage is twee dagen geleden het land binnen gekomen.
* Voor een zakenreis
* Als vluchteling
* Als toerist
* Als internationale student
* Om een -letterlijk of figuurlijk- ver familielid te begraven
enzovoort.

Je personage is nog maar net gearriveerd.
Foto door Erik Odiin op Unsplash

Ook hier weer: alles mag. De tip bij dit element is om goed na te denken wat er in de personagebiografie staat. Als het een zakenman is, wat is dan zijn beroep? Heb je daar bepaalde associaties bij over wat voor persoon hij is? Als het een internationale student is, wat kan je dan zeggen over zijn lust om de wereld te zien? Misschien geeft dat wel een aantal dromen duidelijk weer. Kortom: kijk verder dan je neus lang is. Wat kan het feit dat je personage in een vreemd land is en de reden waarom je allemaal vertellen?

Je personage is in het buitenland. Je kan dus een taalbarrière toevoegen tussen de gesprekspartners. Bedenk daarbij dat het gesprek nog wel ergens naartoe moet leiden. Maak de barrière dus niet te groot, of zorg ervoor dat je met de spreekwoordelijke handen en voeten heel veel kan vertellen. Natuurlijk is de taalbarrière niet verplicht: een Engelsman verstaat een Amerikaan gewoon. En een Haïtiaan een Fransman ook.

Volgende week volgt het derde verhaalelement voor de wedstrijd. Houd verhaalentaal.blog dus in de gaten.
Bekijk de wedstrijdpagina hier en laat een like achter op die pagina als je ook mee wil doen. Hoe meer deelnemers, hoe meer prijzen ik uit ga delen!

Mocht je het eerste verhaalelement gemist hebben, dan kan je dat hier teruglezen.

Verhaalelement 1 Portland Pen schrijfwedstrijd

De schrijfwedstrijd Portland Pen is twee dagen na de bekendmaking al een succes!
Ik had nooit verwacht dat de wedstrijd binnen vierentwintig uur al het minimumaantal likes zou halen. Bedankt allemaal 😀
Blijkbaar hebben de schrijvers er zin in, dus hier komt het eerste element van het verhaal:

Twee personages ontmoeten elkaar in de trein tijdens een treinrit van drie uur.

Die ontmoeting mag van alles zijn:
* je personage mag de toekomstige verloofde tegenkomen;
* je held mag een gesprek aanknopen met een vreemdeling die een aha-erlebnis in de hand werkt;
* de trein mag uiteindelijk ontsporen en je hoofdpersonage mag met de vreemdeling moeten vechten om de weg naar de nooduitgang.
Enzovoorts. Zolang deze twee personages maar op een wezenlijke manier met elkaar in contact komen, mag alles.

We gaan een memorabele treinrit maken 🙂 Foto door Fikri Rasyid op Unsplash

Wat helpt om het verhaal interessant te maken: neem de persoonlijke beleving van je personage mee. Zorg ervoor dat deze ontmoeting (op wat voor manier dan ook) belangrijk voor je personage wordt.
Nog iets om over na te denken:
* waar gaan de personages over praten? Waarom juist daarover?
* hoe komt het gesprek tot stand?

Volgende week volgt het tweede verhaalelement voor de wedstrijd. Houd verhaalentaal.blog dus in de gaten.
Bekijk de wedstrijdpagina hier en laat een like achter op die pagina als je ook mee wil doen. Hoe meer deelnemers, hoe meer prijzen ik uit ga delen!

Schrijfwedstrijd ‘Portland Pen’: win een opschrijfboekje uit ’s werelds grootste boekenwinkel

Binnenkort ga ik na een aantal jaren eindelijk weer op vakantie! Ook nog eens naar een aantal plaatsen die een ideale bestemming voor lees-en schrijffanaten blijken te zijn: Seattle en Portland, in Amerika.
Seattle is ideaal voor boekenwormen: het is opgenomen in de UNESCO-werelderfgoedlijst als stad van literatuur. En Portland is het thuis van Powell’s Books: de grootste onafhankelijke boekenwinkel ter wereld, waar meer dan een miljoen(!) boeken te vinden zijn. (Eén vakantiedag in Portland is bij deze volgepland 😉 )

Door Cacophony – zelf gefotografeerd, CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=3637482

Dat vormt een leuke aanleiding om de eerste schrijfwedstrijd van verhaalentaal.blog te organiseren!

Dit is het plan:
De komende vier weken ga ik op donderdagen een post plaatsten waarin ik een element meegeef voor een verhaal. Denk aan een plotpunt of een deel uit de personagebiografie. Zo heb je voldoende tijd om lekker te brainstormen over waar dat allemaal naartoe gaat leiden. Handig om je creatieve schrijversbrein mee te kietelen. De verhaalelementen komen op deze pagina op een rijtje te staan.
Na vier weken heb je een basis voor een verhaal. Degene die het mooiste verhaal schrijft, krijgt een souvenir uit de winkel van Powell’s Books 😊

Ik denk nu aan een opschrijfboekje als hoofdprijs, maar als je een ander idee hebt voor een souvenirtje van Powell’s Books, laat dan vooral een reactie achter. Geef deze post een like als je aan de wedstrijd mee zou doen. Deel hem zeker ook, want jouw betrokkenheid heeft invloed op de prijzen! Hoe meer mensen de post liken, hoe meer prijzen ik weg ga geven. De winnaar ontvangt sowieso ook persoonlijke feedback op het ingezonden verhaal.

Als deze post vóór 9 juni minimaal vijf likes ontvangt, gaat de schrijfwedstrijd door. Mocht het licht op groen komen, dan bekijk ik op 17 juni het aantal likes nog een keer en aan de hand daarvan maak ik op 20 juni ik het aantal (troost)prijzen bekend.

Update 26 mei: het minimumaantal likes is binnen een dag al behaald. Dank jullie wel allemaal! Blijf deze post delen en spoor andere schrijvers aan hem te liken. Dat kan de prijzenpot vergroten 😀

Update 20 juni: De prijzenpot is bekend: het blijft het eerder genoemde opschrijfboekje uit Powell’s books. Daarbij krijgt de winnaar feedback op het ingezonden verhaal.

Word jij de winnaar van de allereerste schrijfwedstrijd van verhaalentaal.blog?

Wedstrijdvoorwaarden:

* Eén inzending per persoon
* Je verhaal is maximaal 3000 woorden
* Inzenden van je verhaal kan vanaf 20 juni 2022 tot en met 11 juli, 17.00 uur
Stuur je inzending naar nadinevandesande@outlook.com met de onderwerpregel: Portland Pen.

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Ik neem persoonlijk contact op met de winnaar of winnares. Als diegene dat wil, zal ik het winnende verhaal op mijn blog publiceren.

Update 6 juli: gezien het aantal inzendingen dat ik tot nu toe heb ontvangen, verwacht ik de uitslag maandag 18 juli bekend te kunnen maken. Mocht ik op het laatste moment onverwacht veel inzendingen krijgen, dan zal ik hier een update geven over een herziene uitslagdatum.

P.S.

Je kan tijdens mijn vakantie nog steeds iedere week een nieuwe schrijftip lezen. Ik zorg ervoor dat ze tijdig worden ingepland 🙂