Vier tips voor het gebruik van symboliek

Symboliek is een handige manier om je verhaal wat meer diepgang te geven. Maar als je het fout doet, verzand je al snel in clichés en wordt het verhaal juist onverteerbaar. Hoe kun je symboliek op een goede manier gebruiken?

1 Maak de symboliek niet te duidelijk

Als je je held in wit gekleed laat gaan en je slechterik in zwart, dan is het duidelijk wie welke rol heeft. Je kan gerust enkele voorbeelden van duidelijke symboliek gebruiken. Op deze manier geef je tussen de regels door hints aan je lezer. Maar als je dat te vaak doet, zal hij alleen maar met zijn ogen rollen: “Ik ben niet dom en kan best een hint begrijpen. Duw die informatie alsjeblieft niet door mijn strot.”

2 Zorg dat je publiek de symboliek begrijpt

Een romantische vrouw zegt tegen haar vriend: “Wij waren voor elkaar gemaakt, want er was een syzygie op de dag dat we elkaar ontmoetten!”
Een syzy-watte?
Ga na of je lezerspubliek de gebruikte symboliek begrijpt. Is die symboliek algemene kennis die iedereen heeft? Of is het iets dat mensen alleen begrijpen als ze interesse in een specifiek onderwerp hebben? Als dat zo is, ga dan na of de rest van je verhaal bij die specifieke doelgroep aansluit. Ga niet romantisch doen over een syzygie; alleen astronomen snappen dat je het hebt over het verschijnsel dat planeten op een lijn staan. En als de gemiddelde astronoom de rest van je verhaal niet interessant zal vinden, gaat de symboliek aan zijn doel voorbij.

3 Maak de symboliek passend voor het thema en genre

Een volle maan als symbool voor romantiek gebruiken in een horrorverhaal schiet niet op. Als symbool voor licht en donker wel. Ook kan de vorm van de maan dan nuttig zijn. Symboliseer zo een cirkel van goed en kwaad waar jouw weerwolf doorheen gaat. Als je dat -subtiel!- herhaaldelijk in je verhaal laat terugkomen, werkt dat al een stuk beter.
Besef goed welke associaties jouw symbool al heeft, voor je het gaat gebruiken.
Zo zal een volle maan als symbool al heel wat minder goed werken buiten het horror– of romantische genre.

4 Maak een woordenweb van je symbolen

Symboliek gebruiken in je verhaal is een goede manier om het verhaalthema te versterken. Een verhaal over geboorte werkt goed als een vriendin van je zwangere hoofdpersonage verloskundige is. Maar dat kan er dik bovenop liggen. Zet het woord ‘geboorte’ eens in een mindmap of woordenweb. Wat zijn er synoniemen van? Welke associaties krijg je daar nog meer mee? Nieuw leven, groeien, een start, misschien creatie.
Dan kun je vanuit groeien en creatie bijvoorbeeld schrijven over een biologe die een plant genetisch moet manipuleren zodat ze iets nieuws creëert en laat groeien. Als zij dan ook nog zwanger raakt, komt het thema geboorte alsnog duidelijk naar voren, zonder dat het zich aan de lezer opdringt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van symboliek? Kijk in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

Van cliché naar creatieve creatie in vier stappen

Maar weinig dingen laten je zo amateuristisch overkomen als schrijver: clichés. Toch kan je clichés goed gebruiken als bouwstenen van een verassende plotwending! Hoe maak je van een storend voorspellend element een fantastisch deel van je verhaal?

1 Denk na vóór je een cliché aanpast

* Ken je cliché!
Je hebt pas een cliché als de lezer zuchtend met zijn ogen rolt: “Nee hè? Niet alweer…”.  Je moet weten welk element van het cliché ergernis bij de lezer oproept. Zo is een liefdesrelatie tussen arm en rijk geen cliché vanwege de romance. Dat is het stempel van ‘onmogelijke liefde’ dat dat soort relaties vaak krijgen.

* Maak het cliché passend voor je personage
Het is belangrijk dat je je personage kent en weet hoe hij op bepaalde situaties reageert. Schrijf je over een taalbarrière, dan communiceert men volgens het cliché met handen en voeten. Als jouw personage een extraverte backpacker is, vindt hij dat ontzettend lollig. Het onderwerp krijgt een heel andere toon als je personage een verlegen, maar rijke toerist is. Die hakkelt zenuwachtig met een plaatselijke venter, terwijl zijn privégids achter hem staat.

* Onthoud je onderwerp
Je schrijft een verhaal met een bepaald moraal, onderwerp of verhaalthema. Je schrijft dus naar iets toe. Uiteindelijk moet er een moord worden gepleegd, een huwelijk worden gesloten of een koninkrijk worden gered. Een gebeurtenis (cliché of niet) volgt andere gebeurtenissen op. Houd in de gaten dat je nog wel logisch kan aansluiten op je einde of thema.

2 Begin bekend, verander het vervolg

Je verrast de lezer als je de schijn van een cliché oproept en dat vervolgens heel anders invult.   
De rijkeluisdochter komt met een arme sloeber aanzetten. Maar nu zegt de vader ineens: “Wat fijn, een man die weet wat werken voor je geld betekent, in plaats van de hele dag sigaren te roken en bevelen uit te delen!” Zo plaats je jouw persoonlijke visie in een standaard verhaal. De lezer wordt op scherp gezet en zal zich daardoor geïnteresseerd afvragen hoe het verhaal verder gaat. Bedenk wel wat pa ertoe zet om zo joviaal te reageren.

3 Onthutst de omstanders

Laat de omgeving de verwarring van de lezer weerspiegelen. Als de rijke pa een sloeber met open armen ontvangt, trekt dochterlief -hetzij opgelucht- wel even een wenkbrauw op. Melk dit niet uit, anders wordt het overdreven of langdradig. Maar het is logisch als de betrokken personages hun verbazing laten blijken. Een bijkomend voordeel is dat de lezer in zijn verwarring wordt gesteund: dit is inderdaad wel apart…

4 Je cliché verder uitwerken

De onverwachte wending heeft gevolgen. De al te vriendelijke houding van de vader kan voor geroddel zorgen in de zakenwereld, waardoor zijn bedrijf plotseling op het spel staat. Wat vinden de tortelduifjes daarvan? Heeft dat ook invloed op hen? Ga op ontdekkingstocht en je zal zien dat er genoeg dingen op je pad komen die je voor een cliché behoeden.

5 Laatste controle

Controleer de beginvoorwaarden zodra je klaar bent met schrijven. Creativiteit is fijn, maar je aanpassing moet nog wel kloppen bij je personages en je verhaalthema. Als je romantische verhaal ineens verandert in een financiële thriller, dan ben je iets te enthousiast geweest. Soms ben je onnodig bang voor een cliché. Het is namelijk ook een nuttige houvast als een bouwsteen van het verhaal. Een cliché koste wat kost mijden leidt tot het cliché dat je verhaal te verwarrend wordt om nog te kunnen volgen.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online

Wil je een tweede paar ogen om naar je clichés te kijken? Ik kan helpen: kijk in mijn webshop.

Vijf kenmerken van de onrealistische sprookjesvriendin

In een relatie kun je van elkaar leren en groeien. Maar als de één alleen bestaansrecht heeft om de ander verder te helpen in het leven, gaat het mis. Maak kennis met de magic pixie dream girl.

1 Dieptepunt van de man

Een man zit in de put. Hij is blut, verslaafd, ontslagen, gedumpt, depressief of suïcidaal. Meestal spelen er twee of meer van deze dingen. Zijn leven loopt vast en hij kan zijn problemen zelf niet oplossen. Dan is daar de magic pixie dream girl, kortweg Pixie. Zij komt in zijn leven om hem de zetjes te geven die hij nodig heeft om uit zijn dal te klimmen.

2 Wie is Pixie?

Pixie is de vrouw die de man uit zijn dal trekt. En dan bedoel ik niet zijn psychologe. Pixie is een vrolijke, optimistische vrouw met wie hij een relatie krijgt. Zo leert hij in de praktijk dat het leven ook mooie kanten heeft. Pixie is niet per se mooi, maar wel wijs: ze beschikt over allerlei diepzinnige levensmoto’s. Vaak is ze op een vlotte manier ook een beetje knullig. Zo blijkt dat ze fouten kan maken – Zie je, schat? Fouten maken is niet erg en bovendien menselijk! – en dat ze niet perfect is.

3 Wat doet Pixie?

De man weer zin in het leven geven. Verder niets. Daarom is ze een cliché. Van zichzelf heeft ze geen eigen leven. Geen ambities, baan, eigen problemen, andere vrienden, geen zieke moeder om voor te zorgen… Ze is altijd en volledig beschikbaar voor de man. Ze heeft bestaansrecht omdat de man een probleem heeft. Als de man gelukkig was geweest, had ze (binnen de zichtbaarheid van het verhaal) geen leven. Kortom: Pixie is een eendimensionaal personage.

4 Pixies toverstaf

Pixie doet iets heel kwalijks: ze neemt de man zijn heldenreis af. Alles wat de man zou moeten doen om zelf te groeien, neemt ze af door het hem meteen aan te reiken. En omdat ze geen leven heeft, kan ze al haar tijd en moeite aan de man besteden. Alsof ze een toverstafje heeft, kan ze alles wat de man nodig heeft onmiddellijk aan hem geven. Door haar wijze woorden ziet de man onmiddellijk het licht en laat hij de drugs meteen liggen. Afkicken hoeft niet meer. Of Pixie kent iemand die de man een baan aanbiedt, zonder dat hij hoeft te solliciteren.

Stel dat Pixie wel een eigen leven heeft. Dan gaat ze echt niet voor de zesde keer die week een strandwandeling maken om opnieuw een wijsheid te delen die zo diep is als de oceaan vóór hen. Dan zou ze zeggen: “Ik moet over twee weken mijn masterthesis inleveren. Ik kan je deze week maar één keer zien.”
Maar de man heeft haar en haar wijsheden dagelijks nodig. Denk dus maar niet dat Pixie op een doctorandustitel mikt.

5 Een gegeven, geen verhaal

Is het erg dat Pixie geen leven heeft en de man een zetje krijgt als hij het moeilijk heeft?

Ja. Als een personage zijn eigen conflict niet oplost of aangaat, heb je geen heldenreis. Dat is het allerminste wat een verhaal moet hebben. En als een personage geen leven heeft, kun je er geen verhaal omheen schrijven.
“Vrouw helpt man uit dal” is een gegeven, geen verhaal. En een verhaal boeit een lezer, droge feiten doen dat niet. Als je een relatie wil schrijven waarin een personage groeit, zorg dan voor:
* een conflict dat door een personage zelf moet worden aangegaan (hij mag geholpen worden, maar het echte werk moet hij zelf doen);
* een eigen leven van een medepersonage buiten het conflict van het hoofdpersonage.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je hulp met het schrappen van een Pixie? Kijk in mijn webshop.

Vier controlepunten voor je plottwist

Plottwists zijn geweldig om je lezer op het puntje van de stoel te houden. Maar hij kan ook op diezelfde stoel in slaap vallen als een plottwist misgaat. Met deze vier punten controleer je of je plottwist goed gaat werken.

1 Heb je hints gegeven?

Het belangrijkste bij het schrijven van een plottwist is dat je vooraf hints geeft. Een plottwist moet aanvoelen als een puzzel die onverwacht past. De lezer wist niet dat hij een puzzel aan het maken was. Toch beseft hij nu dat je hem al die tijd puzzelstukjes hebt gegeven, nu hij de puzzel in zijn geheel ziet. “Oh, wacht even. Fred is straatarm. Nu snap ik waarom hij zei dat hij het leuker vond om creatieve cadeautjes te maken van sloophout dan dure cadeaus te kopen. En die versleten schoenen waren niet bedoeld om hip en nonchalant over te komen.” Als je dat soort hints niet geeft, komt de plottwist uit de lucht vallen en dan werkt die niet.

2 Klopt het doel van je plottwist?

Soms wordt een plottwist ingezet om te choqueren, maar dat werkt nooit. Het doel van je plottwist moet altijd zijn: de stukjes van de onverwachte puzzel moeten passen.
Er wordt zomaar iemand doodgeschoten door een personage. Ha! Hier schrikt de lezer van, want dit zag hij niet aankomen!
Dat klopt, dat zag de lezer niet aankomen. Maar hij snapt nu ook totaal niet waarom de schutter dat doet, of waarom nú. De lezer is de draad van het verhaal nu helemaal kwijt. Het duurt weer even voordat je zijn waardering of aandacht weer terugkrijgt. Als dat al gebeurt…

3 Heb je geïnvesteerd voordat je omkeerde?

Als je wil dat je plottwist werkt, is de tegeltjeswijsheid: eerst investeren, dan pas omkeren. Wil de voorgenoemde schietpartij indruk maken, dan moet de lezer al in de schutter geïnvesteerd hebben. Hij moet weten wat hem bezighoudt, hoe hij als persoon is: “Wat?! Harry zou dat nooit doen! Hij is een liefhebbende, burgerlijke vader.” Ja, dat klopt, maar kijk nog eens goed naar alle puzzelstukjes. Hij is inderdaad een lieve burgerlijke vader, maar er kan ook nog iets heel anders meespelen…
Dan pas wordt de schok van de plottwist groot. Je moet een ander beeld krijgen van iets waarvan je altijd dacht het heel anders was. Twist betekent draaien. Jij moet als lezer nu met je gedachten als het ware ‘de andere kant op draaien met het plot’. Als een plottwist uit de lucht komt vallen, valt er niets te draaien. Dan is het een gegeven dat als feit wordt gezien. Een feit dat óf geen indruk maakt, óf alleen maar verwarring zaait.

4 Past de plottwist bij het personage of het verhaal?

Je moet dus zorgen dat de puzzelstukjes passen en dat je in een personage hebt geïnvesteerd voordat je een plottwist in gang kan zetten. Maar pas op dat je die puzzelstukjes niet te geforceerd gaat maken. Je kan van een conservatieve huisvrouw een agressievelinge maken met de juiste omstandigheden en puzzelstukjes. Dat zou een mooie plottwist kunnen zijn. Maar bedenk goed waarom je haar in eerste instantie een lieve vrouw hebt gemaakt. Als zij in je verhaal is om liefde, toewijding en regelmaat te symboliseren, gaat je plottwist aan zijn doel voorbij.
Dan kun je beter de geniepige oom laten inbreken in het ouderlijk huis.
Ga altijd nog even na of de plottwist wel past bij het personage en de verhaallijn in het algemeen. Een plottwist moet altijd in dienst staan van het verhaal of de personages, niet andersom.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online.

Ik kan je helpen je plottwist te controleren: kijk in mijn webshop voor mijn diensten.

Met deze vier tips vind je balans in het toepassen van schrijftechnieken

Als je schrijft is het handig en zelfs nodig dat je bepaalde technieken kent en ze kan toepassen. Maar als je te star aan schrijftechnieken vasthoudt, kom je in de problemen. Waar ligt de balans in schrijftechnieken toepassen en ze loslaten? Met deze vuistregels heb je een houvast om de overweging te maken.

1 Zorg dat je de basistechnieken kent

In een horrorverhaal staat een opbloeiende romance zelden op de voorgrond. En jouw chicklit heeft vast geen moordmysterie dat opgelost moet worden. Toch komen er in elk genre bepaalde schrijftechnieken terug die je sowieso moet kennen, begrijpen en kunnen toepassen. Zo snap je wat de vaart in een verhaal houdt, of wat het er juist uithaalt.
Drie van deze technieken zijn:
* show don’t tell;
* infodump;
* regieaanwijzingen.

Als je die technieken begrijpt, maak je minder beginnersfouten. Daarna kun je je verder verdiepen in technieken die ingaan op het verstreken van je plot, personages of je centrale conflict. Je kan dan zelf kijken waar je nog tegenaan loopt of wat specifiek voor jouw genre belangrijk is om rekening mee te houden. 

2 Oefen schrijftechnieken om feedback te kunnen verwerken

Schrijftechnieken zijn ook handig om (bij naam) te kennen voor als je feedback van een redacteur krijgt. Oefen schrijftechnieken eerst in simpele (korte) verhalen waarmee je geen ambities hebt. Als je dan met een serieus boek naar een redacteur gaat, heb je al een hoop gewonnen. Zie je ‘infodump’ in de kantlijn staan? Omdat je al geoefend hebt met de basistechnieken, weet je wat je moet doen en hoef je geen complete teksten om te gooien. Je hoeft niet op goed geluk een fout te verbeteren als je je vinger erop kan leggen.

3 Balans vinden tussen schrijftechnieken en spontaan schrijven

Als uit een feedbackronde de suggestie komt om een bepaalde schrijftechniek te gaan gebruiken, let dan goed op of je verhaal niet wezenlijk zou veranderen als je die aanpassing maakt.
Stel dat er wordt geopperd om in in medias res te schrijven. Als je je verhaal plotseling in het chronologische midden start, verandert dat de verhaalopbouw en spanningsboog compleet. Past die nieuwe manier van schrijven wel bij je verhaal? Zoiets moet je heel goed nagaan. Je mag gerust schrijftechnieken volgen, maar werken met schrijftechnieken mag nooit betekenen dat je er zodanig aan vasthoudt dat je verhaal eronder lijdt.
Schrijftechnieken zelf kunnen nooit de kwaliteit van je verhaal bepalen. Het gebruik van schrijftechnieken biedt dan ook geen garantie voor succes.

4 Tijdens het schrijven met schrijftechnieken werken

Zodra je schrijftechnieken onder de knie hebt, ga je vlotter schrijven. Je hoeft dan niet meer na te denken of een bepaalde zin wel show don’t tell is.
Maar soms gaat schrijven na een feedbackronde wat moeizamer: “O jee, mijn proeflezer vindt dit hoofdstuk traag verlopen. Waar zit het probleem?”
Het is handig als je kan zien dat je schrijfsels niet aan bepaalde technieken voldoen. Dan is het makkelijk verbeteren. Maar tegelijkertijd kan dat ook een valkuil worden: “Ik ga deze scène herschrijven: ik schrap drie regieaanwijzingen, verander zes ‘tells’ in ‘shows’ en als ik de informatie halveer, heb ik sowieso geen infodump meer.”
Als dit vermoeiend klinkt, dan heb ik mijn toon duidelijk overgebracht. Als je geforceerd gaat schrijven, komt er niets goeds meer uit je pen. Misschien krijg je zelfs helemaal niets meer op papier.
Soms moet je je kennis van schrijftechnieken juist durven los te laten om weer spontaan (en daarmee goed) te kunnen schrijven.

Blijf de schrijver van je verhaal

Als je de basistechnieken van schrijven leert, groei je daar als schrijver van. Maar als je welke schrijftechniek dan ook gebruikt, waak er dan voor dat jij de schrijver van het verhaal blijft en niet alles van een schrijftechniek laat afhangen.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online

Blijft het lastig om te bepalen hoe je moet schrijven? Kijk in mijn webshop: ik kan helpen met manuscriptredactie.

Vijf dingen om op te letten bij een personagebiografie

Een goed personage heeft meer te maken met of hij logisch in elkaar zit dan met de dingen die hij doet. Daarom is een personagebiografie ontzettend belangrijk. Als je een biografie maakt, hoef je niet eindeloos te herschrijven om het verhaal kloppend te houden voor je personage.

1 Wat ligt vast?

Sommige dingen liggen vast en kun je niet veranderen. Hoe of waar je opgroeit, bijvoorbeeld. Daardoor heeft je personage een bepaalde bril op.
‘Ik ben blut,” zegt een multimiljonair die geen Ferrari meer kan kopen, maar nog wel geld heeft voor een tweedehandsauto.
“Ik ben blut,” zegt de bijstandsmoeder die vanwege achterstallige huur morgen uit huis wordt gezet.

De miljonair is arrogant, maar vanuit zijn perspectief klopt zijn bewering. Je moet de bril van je personage begrijpen. Besef dat vanaf een ‘beginpunt’ iets wat voor de ene doodnormaal is, voor de ander niet is voor te stellen. Net zoals de bijstandsmoeder zich niet kan voorstellen hoe het is om een Ferrari te hebben.
Je personage kan veranderen, maar die bril blijft een aanvangspunt.

2 Waar kiest je personage voor?

Kledingstijl, politieke overtuigingen, hobby’s… Je personage kiest sommige dingen. Bedenk dat dat iets over je personage zegt. Het is nooit helemaal zwartwit. Je bent niet meteen stijf en rijk als je van hockey houdt. Maar als je personage van rugby houdt, vindt hij het niet erg om veel te rennen en af en toe blauwe plekken op te lopen. Dan is de kans al groter dat hij een stoer karakter heeft. Besef wat je tussen de regels door over je personage zegt.

3 Wat vindt je personage?

Jouw feestbeest wordt op stilteretraite naar de Tibetaanse bergen gestuurd. Het zou raar zijn als hij dat geweldig vindt; het past niet hij hem. Je kan hem alsnog naar Tibet sturen, maar dan zal hij zich wel eerst verzetten.

Elementen die onder andere handig zijn om op te schrijven in een personagebiografie:

* algemeen karakter;
* levensmotto;
* droom;
* grootste angst;
* opgegroeid in plaats/milieu X;
* zou met een miljoen euro….
* kun je wakker maken voor…
* heeft een hekel aan…

Zo leer je je personage beter kennen en voorkom je dat je verhaal onsamenhangend wordt.
Als je weet dat je protagonist doodsbang is voor spinnen, vergeet je niet hem te laten huiveren als er vogelspin voorbij gewandeld komt in de tropen. Of dat hij daardoor niet eens naar de tropen durft te gaan.

4 Wat kan je personage?

Mijn personage ontwikkelt een kankermedicijn! Maar zijn hoogst genoten opleiding is vmbo…
Ze gaat een wereldwijd protest leiden! Maar ze is analfabeet en heeft geen internet…
Hij gaat op wereldreis! Maar heeft niet voldoende geld om zelfs maar een treinkaartje van Maastricht naar Schiphol te betalen…

Net als echte mensen hebben personages restricties. Je kunt natuurlijk iets aan het verhaal sleutelen in het voordeel van je personage. Maar ken ook de grenzen.
Tenzij bovengenoemd voorbeeld het verhaal op zichzelf is (“Laaggeschoolde vindt kankermedicijn uit”) gaan dingen soms niet lukken. Dat is niet erg, dat houdt een verhaal realistisch. Geef je personage dus ofwel meer middelen of vaardigheden, of laat iets niet lukken, anders wordt je verhaal ongeloofwaardig.

5 Over wie gaat het?

Sommige personages denken bij bepaalde dingen niet eens na, terwijl datzelfde voor andere personages een groot deel van hun leven bepaald.
“Waar komt het eten vandaan?” Een Nederlander gaat naar de supermarkt. Niet bepaald boeiend.
Een Noord-Koreaan probeerde het regime te ontvluchten en zit nu opgesloten in een kamp. Dan is aan eten komen een moeilijk en onzeker deel van zijn leven (vanwege het kamp). Dan is het interessant en belangrijk om in het verhaal en de biografie mee te nemen.
Neem alles wat belangrijk is voor jouw unieke personage mee in de biografie.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online.

Hulp nodig bij het samenstellen van een personagebiografie? Kijk in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.