Hoe schrijf je een scène waarin sfeer voorop staat?

Een scène moet alltijd verandering brengen en in beweging zijn. Omdat scènes de aaneennrijgende elementen zijn die een verhaal tot een geheel maken, is dat niet zo gek. Een verhaal is geen vaststaand feit, het gaat alsmaar verder, van het begin tot aan het einde. Maar hoe zit het dan met een scène waar een sfeer voorop staat? Een moment waarop lezer of personage om zich heen mag kijken om de situatie voor zichzelf te schetsen? Laten we eens kijken waarom een goede sfeeromschrijving in een boek zo ontzettend krachtig kan zijn.

Waarom zijn sfeeromschrijvingen nodig in een boek?

Sfeeromschrijvingen maken het decor van je scène. In plaats van dat je personage in een geluidsdichte witte ruimte staat, zijn er bloeiende bloemen om van te genieten tijdens een mooie lentedag, helpt de regen om te klagen dat alles altijd tegenzit en zal je ietwat verlegen personage op een ontspannen feestje alsnog makkelijk contact leggen met anderen. Als je niet voldoende woorden aan je sfeeromschrijving besteedt, zijn je plot en personages misschien wel interessant, maar zal je lezer zich er alsnog weinig voor interesseren omdat het alsnog erg droog overkomt.
Alsof je een lekker gerecht hebt dat zodanig weinig is gekruid dat het alsnog erg flauw smaakt, waardoor het je alsnog niet echt goed smaakt.

Sfeeromschrijvers zijn snel vertragend voor een scène

Een goede scène is in wezen altijd in beweging. Omdat het een verhaal in het klein is, gebeurt er altijd iets noemenswaardigs in. Of je nu een personage beter leert kennen, of er een plotpunt in gang wordt gezet, de scène moet de lezer iets nieuws vertellen. En daarom kan het lijken alsof sfeeromschrijvers als decorstuk van een verhaal niet teveel ruimte in een scène mogen innemen, of zelfs een hele scène kunnen dragen. En dat is zeker waar: een sfeeromschrijving loopt een groot risico om te eindigen als een stuk tekst met bloemig taalgebruik. Als er een huwelijksaanzoek wordt gedaan, kan je wel eindeloos schrijven hoe mooi het zonlicht op het water van het prachtige vijvertje valt en hoe de hemel roze kleurt terwijl hij met bibberende knieeën controleert of de ring nog veilig in zijn zak zit terwijl er een schattig vogeltje… Dat effect: de romance, hét moment van het aanzoek zelf, wordt dan helemaal ondergesneeuwd.

Van sfeeromschrijvers naar sfeerbelevers

Wil je een scène schrijven waarin de sfeer toch op de voorgrond komt, om de omgeving of de emotie helemaal in te laten werken op de lezer of het personage, dan is het de truc om de details die je meeneemt niet te zien als sfeeromschrijvers, maar als sfeerbelevers. Dan gaat het niet meer zozeer om hoe alles eruit ziet, maar hoe het personage die zaken beleeft. En als verlengde daarvan: hoe het personage daardoor een verandering doormaakt als het gaat om gemoedstoestand, levensinzicht, of een besef van het verschil tussen willen en nodig hebben. In dat opzicht zijn scènes waarin de sfeer voorop staat uitstekend voor aha-momentjes voor een personage.

Zie sfeeromschrijvers als een foto, waarop je de dingen die het decor maken aan kan wijzen. ‘Wat dit huwelijksaanzoek het perfecte decor gaf, was de treurwilg in de hoek lijnksonder en de gouden rand van de zonsondergang die je rechtsboven in de foto ziet.’ Sfeerbelevers zijn de gedachten die door het hoofd van je personage gaan, hoe het lichaam trilt, hoe de laatste zonnestraal de warmte geeft die ervoor zorgt dat de zenuwen wat minder worden. Alles wat optelt tot het moment, maar wat niet zozeer aanwijsbaar is. Dit kan je relatief klein houden en bij het personage houden.
Maar je kan het ook vanuit een groter perspectief bekijken.

Om het huwelijksaanzoek als voorbeeld te houden: loop als een figurant door de ‘filmset’ van dit huwelijksaanzoek. Wat zie, hoor, voel of ruik of merk je als relatieve buitenstaander van de actie van dit moment? Let wel: als figurant op afstand speel je niet in het verhaal mee. Je observeert slechts wat dit decor ideaal maakt voor wat er gaande is.
Een zacht briesje door het gras, een fijn tintelende verwachting… Dadelijk wordt er ‘ja’ gezegd, op een zachte, persoonlijke manier. Deze aanstaande bruid gaat niet de hele buurt bij elkaar schreeuwen.
Zorg ervoor dat je lezer het gevoel krijgt óók op die filmset te willen rondlopen om datzelfde gevoel ook mee te maken. Ga er niet van uit dat dat gebeurt, maar streef er eerder naar dat je die ingrediënten daarvoor aan de lezer geeft. Dit is ook het moment waar subtiele symboliek goed tot zijn recht komt. Je geeft een sfeerbeleving de meeste ruimte als je beschrijvende taal gebruikt die ondergeschikt is aan de algemene beleving. Zo voorkom je bloemig taalgebruik.

Kijk maar eens naar het cliché dat de een in de mooie ogen van een ander verdrinkt. Dan werkt het veel beeldender om te zeggen hoe fijn het moment is om bij de ander te zijn, en je geliefd en veilig te voelen dan wanneer je twintig verschillende woorden voor ‘schitteren’, ‘hemels’ probeert in je tekst te passen of maar blijft bedenken welke van de vier tinten groen die je kent het meest mooi lijken voor dit moment van Cupido’s voltreffer.

Wat maakt het moment?

Om een sfeeromschrijving te transformeren naar een sfeerbeleving , ga je dus vooral uit van wat het moment tot het moment maakt wat je wil schetsen. En daar heb je soms meer dan een paar tientallen woorden voor nodig. Net zoals er momenten in het leven zijn die ook langer lijken te duren mag je daar in je boek ook de tijd voor nemen. Als de sfeerbeleving het ‘verhaal van de scène’ wordt, laat dat verhaal dan zijn dat een bepaalde gemoedstoestand, een bepaalde sfeer of een bepaalde ingeving het startpunt wordt voor de volgende scène. Zo wordt een scene niet alleen meer een beeldvorming van een specifiek moment, maar de aanzet van iets wat de rest van je boek nog bij kan blijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Mark Harpur verkregen via Unsplash

Zo maak je een cliché origineel: de saaie introductie

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de saaie introductie.

Het cliché: de ochtendroutine

Je start je boek en de eerste scène, zo niet het eerste hoofdstuk beschrijft de ochtendroutine van je personage of iets anders dat een ritueel beschrijft dat je personage dagelijks op de automatische piloot doormaakt. En vaker niet dan wel komen daar ook de nodige onbelangrijke uiterlijke kenmerken bij kijken.

Waarom stoort dit cliché zo?

In de eerste pagina’s, zo niet alinea’s of zelfs regels, wil je lezer maar één ding, ongeacht genre. De held hoeft niet meteen herkenbaar te zijn, het plot hoeft niet als het meest originele van de laatste vijf jaar over te komen. De moordenaar de engste, de Romeo de knapste… Wat de lezer wil, is dat er een verhaal van start gaat. Iets wat een aanloop geeft van waar je de komende bladzijde of twee- à driehonderd nog tevreden mee kan zijn. Een introductie of routine heeft als gevolg twee grote nadelen. Als eerste voorkomt het dat het verhaal van begin af aan de nodige vaart krijgt en ten tweede heeft een introductie na een X aantal alinea’s of pagina’s zijn doel bereikt. Een verhaal kan eindeloos doorgaan, introducerende informatie raakt op een bepaald moment uitgeput.

De oorzaak van het cliché: vlees in de kuip

Het idee achter dit cliché is dat je lezer meteen weet wat voor vlees die in de kuip heeft als het gaat om de hoofdpersoon. Met dat idee is niets mis, maar zoals je dat vaak in de cliché-uitvoering ziet, gaat het mis bij de aanname wat de lezer over de hoofdpersoon wil weten.
De aanname is: als je weet wat de (ochtend)routine is van dit personage, kan je je er een beeld bij vormen. Maar ‘beeld’ is in dit geval net iets te letterlijk in de visuele zin.
Je lezer hoeft zich geen uiterlijkheden of routines te visualiseren. Sterker nog: mik liever niet op visualiseren, maar meer op een breder gevoel. Het gevoel dat er iets te gebeuren staat.

Het cliché fiksen: stel je een huwelijksaanzoek voor

Het idee van weten wat voor vlees je in de kuip hebt met een hoofdpersoon gaat nog steeds op. Maar je lezer moet dus voor de langere termijn weten of die de held wel ziet zitten. Laat die eens een ‘huwelijksaanzoek’ aan je lezer doen: een serieuze belofte voor de langere termijn.
Zou jij daar ‘ja’ op antwoorden als je dingen weet als haarkleur, beroep, leeftijd en het type auto voor de deur? Waarschijnlijk wil je liever weten hoe je held problemen aanpakt, wat de grootste wensen zijn en op wat voor levensveranderingen je kan rekenen. Het soort zaken waarvan je bij echte mensen ook zou kunnen zeggen dat je ze goed kent, als je daarvan weet.

Tip voor het verminderen van het cliché

Wil je dat je lezer een visuele voorstelling kan maken bij je held in de introductie? Kijk dan of je bepaalde (uiterlijke) kenmerken kan verweven in de actie die het verhaal start en blijft aandrijven. Zo kan je personage van 2.10 meter in alle haast het hoofd stoten, omdat het vergeet te bukken als het onder te trap doorloopt. Dan staat die vermelding van de lengte in dienst van de actie van de scène, of een karaktertrek van altijd gehaast zijn. Wie weet staat deze informatie in dienst van een thema van je verhaal, afhankelijk van wat er nog meer in de scène zelf gebeurt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Photo by Sergio Kian on Unsplash.

Schrijfoefening: de filmadaptatie van je boek

Een film is niet beter dan het boek, of andersom: dat is appels met peren vergelijken. Je kan nu eenmaal niet van een twee uur durende film verwachten dat die dezelfde diepgang heeft als een boek waarin veel meer plotlijnen en details verwerkt kunnen worden. En waar de lezer meer tijd aan kwijt is dan de filmkijker aan de film. Dat kan je in je voordeel gebruiken tijdens het schrijven om te zien of je de belangrijkste zaken in je boek hebt staan en niet te veel uitwijdt met je subplots.

Wat kan een boek wat een film niet kan?

Een boek kan je in het hoofd van een personage laten kijken, waardoor de lezer zo goed als diens gedachten kan lezen. Een goede acteur krijgt daarin heel wat voor elkaar, maar als het gaat om hoe personages tot hun conclusies komen en precies denken, dat is in een film lastiger om te laten zien. Dat heeft als gevolg dat een film korter door de bocht is als het gaat om het verklaren van bepaalde motieven en het lastiger is om de diepte in te gaan. Je zou kunnen zeggen dat naar verhouding(!) de personages in een film meer archetypen zijn en de personages in een boek meer driedimensionaal.

Wat kan een film wat een boek niet kan?

Een film vult in de visuele zin je verbeeldingskracht aan, of neemt die van je over. Een film kan binnen enkele seconden, met beeld, muziek of camerawerk een sfeeromschrijving neerzetten waar een boek meerdere pagina’s voor nodig heeft. Ook is het makkelijker voor een film om een flashback in te zetten. Met een goede montage voelt die niet snel geforceerd, waar je in een boek heel secuur moet kijken of je daar wel de goede aanloop voor hebt.

Een film moet verhoudingsgewijs ook krachtigere dialogen hebben om de film te laten werken. Je hebt vaak geen ruimte voor veel of lange dialogen,omdat het voor een filmkijker doorgaans niet interessant is om alleen maar naar een gesprek te kijken: er moet letterlijk en figuurlijk beweging in het beeld en plot komen. Met behulp van goede acteurs worden regieaanwijzingen heel erg sprekend en kan je in enkele momenten duidelijk maken wat de dialoog bij een personage teweegbrengt, in plaats van dat er meerdere pagina’s nodig zijn om in het hoofd van het personage allerlei gedachten te ontrafelen.

Wat moet er overblijven in de film van je boek?

Nu we weten wat het verschil is tussen de twee media, gaan we kijken naar de schrijfoefening: wat als je je boek zou gaan verfilmen? Oftewel: hoe kan je erachter komen wat je kan ‘reduceren’, zonder de absolute basis van je verhaal kwijt te raken?

Schrijf als eerst op:
* Welke subplots heeft je verhaal? Zitten daar (belangrijke) puzzelstukjes van een plottwist in?
* Welke thema’s heeft het verhaal? Zijn er scènes die essentieel zijn voor de verduidelijking van dat thema?
* Wat representeren mijn personages qua heldenreizen en kararaktertrekken? Zijn ze daar uniek in, of hebben ze overeenkomsten met andere personages?
* In welke mate deel je een personagebiografie? Hoe komt die terug in diverse scènes?
* Wat zijn grofweg de beats van het algehele plot?

Subplots zijn het makkelijkst om te schrappen, samen met het delen van achtergrondinformatie uit de personagebiografie. Als je gaat schrappen, zijn de ‘extraatjes’ het eerste aan de beurt. Dat betekent bijvoorbeeld:
Een subplot met net wat meer achtergrondinformatie dat niets aan het grote geheel toevoegt, mag je schrappen, net als zaken achtergrond van een personage die niet zorgen voor een groei in de heldenreis. Ook kun je kijken hoeveel tegenstanders je personage heeft. Zijn het er drie, terwijl twee ook voldoen om conflict te veroorzaken?
Als je personage vijf vrienden heeft, zijn drie misschien ook voldoende. De aanwezigheid van veel personages vergroten de kans dat een van hen onbedoeld uitgroeit tot een figurant of zelfs een storend minderheidspersonage.
Wees er wel alert op dat je personages niet zomaar kunt ‘mixen’. Als je een personage hebt dat heel achterdochtig en daardoor teruggetrokken is en de andere extravert, dan kan je ze niet samenvoegen tot een enkel personage omdat ze allebei toevallig voor een zelfde zaak vechten. Dan gaan bepaalde thema’s of karaktertrekken vroeg of laat botsen.

Controleer vervolgens of je de rode draad van je verhaal nog steeds stevig staat. Met alles wat je hebt geschrapt in de vorige stap, vallen er gaten in je originele verhaal. Dat is de bedoeling, maar kijk goed of wat je zaait nog wordt geoogst en de actie nog een logische reactie heeft. Of liever gezegd: dat de reactie op een actie niet uitblijft. Zowel op de kortere termijn of de langere termijn. Daarmee neem je als vanzelf ook plottwists mee onder de loep. Als je een scène hebt geschrapt waar een puzzelstukje in zit dat je niet zomaar kan verplaatsen, moet je nagaan of je plottwist nog een plek heeft in je verhaal als geheel. Laat dit een moment zijn om je eraan te herinneren wat een plottwist sowieso nooit mag zijn: een manier om te choqueren, of te dramatiseren.

De film van je boek doornemen

Als je deze stappen hebt doorlopen, heb je op papier je boek drastisch ingekort. Ben je nog tevreden met wat er over is gebleven? Zou jij als lezer deze synopsisachtige versie van je boek nog interessant genoeg vinden om het boek op te pakken en het te lezen? Desnoods kan je een aantal proeflezers inschakelen om deze ingekorte versie te bestuderen. Maak daar geen al te serieuze feedbackronde van. Dit blijft een schrijfoefening die bedoeld is om de kernpunten van je verhaal duidelijk te krijgen. Maar als er naar jouw gevoel of die van de proeflezer iets ontbreekt, kan je kijken hoe je dat aan kan vullen. Zo niet: gefeliciteerd! Je hebt zeer waarschijnlijk een goed beeld van je verhaal, wat er toe doet en waar je al dan niet aan kan sleutelen om er het beste uit te halen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Photo by Jeremy Yap on Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: dame in nood

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de dame in nood.

Het cliché: jij moet gered worden

Het duidelijkste voorbeeld van de dame in nood is de prinses die door de koene ridder moet worden gered van een draak. In meer moderne uitvoeringen van dit cliché is de vrouw – of liever: het personage in kwestie- in problemen, emotioneel kwetsbaar of heeft het iets anders spelen waarvan een romantisch geïnteresseerde zegt: “Dat los ik wel even voor je op, schatje!”

Waarom stoort dit cliché zo?

Er zijn twee redenen dat dit cliché stoort. Het eerste is dat je de heldenreis (van de vrouw) afneemt. Dit punt is niet per se feministisch van aard: iedere heldenreis krijgt pas waarde als het personage in kwestie zelf probeert iets op te lossen. Zodra je die uit handen geeft, verliest de held het recht op die titel. Verhalen zijn interessant of spannend omdat er een groeiproces bij komt kijken en dat is niet meer aan de orde als iemand problemen of worstelingen van een ander weg kan nemen.
Een soortgelijk principe gaat op voor het tweede storende punt van dit cliché: “Dat los ik wel ‘even’ op.” Hoezo ‘even’? Als een probleem zo makkelijk op te lossen was, zou de held dat ook moeten kunnen. Bovendien als je een probleem schrijft dat ‘snel’ op te lossen is, heb je een slecht verhaal. Omdat er geen verhaalopbouw of groei in zit.
Moet er een draak verslagen worden? Dat lossen we wel ‘even’ op: ridder, neem uw zwaard en hak zijn kop eraf. Punt. Geen training, geen spannende tochten door de bergen, niets.

De oorzaak van het cliché: de schrijver is lui

De traditionele dame in nood stamt van het beeld dat vrouwen hopeloos en niet zelfstandig zijn. Maar ook bij iets meer ‘creatieve vrijheid’ van dit cliché kan je nog iets anders opmerken: de schrijver is lui. In plaats van goed te kijken naar hoe de personages in elkaar zitten, wat ze willen en nodig hebben en wat voor vaardigheden ze hebben om hun problemen op te lossen. In plaats daarvan kijkt de schrijver naar de makkelijkste weg en laat iemand anders het overnemen. Zelfs de helper gaat het soms te gemakkelijk af. Die heeft ‘toevallig’ ergens vrienden, de nodige financiële middelen, de mooiste ogen om verliefd op te worden. Wat het ook maar is dat de schrijver niet hoeft of gaat uitleggen om het plot maar gaande te houden. Dat resulteert in een verhaal met te weinig diepgang.

Het cliché fiksen: hoe ziet hulp eruit?

Kijk goed naar wat je personage zelf op kan lossen en waar dus nog hulp nodig is.  In de praktische zin kijk je naar wat het personage op dit moment niet kan. Een rekening betalen, bij het hoogste rek in de supermarkt komen om iets te pakken… Ook kijk je naar hoe de held moet leren gedurende de heldenreis. Moet het personage leren wat assertiever te zijn, bijvoorbeeld? Dan moet het uiteindelijk ook zelf de mond op durven trekken. Een ander personage is er dan om te helpen, maar niet meer dan dat. Hulp moet eruit blijven zien als hulp, niet als een probleem dat meteen wordt opgelost.

Tip voor het verminderen van het cliché

Laat het probleem van het personage in nood er een zijn waar de romantische wederhelft ook hinder van ondervindt. Dan nodig je het koppel uit om samen te groeien en een conflict aan te gaan. Zo vermijd je een cliché en laat je je helden groeien: twee vliegen in een klap!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door selin verkregen via Unsplash.

Alles over het schrijven van een ochtendroutine

Schrijven over een ochtendroutine is een van de ergste dingen die je kan doen aan het begin van een boek. Maar waarom is dat en wanneer vormt dat de uitzondering op de regel? In deze blogpost gaan we daar naar kijken.

Een ochtendroutine is stilstand

Een ochtendroutine beschrijven is een van de meest gangbare en makkelijke manieren om de introductie van een boek meteen te verknallen. Dat komt omdat het verhaal zeker in de eerste pagina’s een verandering moet beloven. Een verandering is namelijk iets waar steeds iets nieuws over te zeggen valt. Per definitie blijft het niet hetzelfde. En een verhaal is dat in zekere zin ook niet. Als je schrijft over een romantisch stelletje en je zegt: ‘Ze zijn verliefd’ is dat een feit, geen verhaal. Het is een vaststaand iets waar geen beweging in zit. Het verhaal zou zijn: ze leerden elkaar op een vakantie kennen en ze werden verliefd toen ze voor het eerst samen naar de zonsopgang keken.” Dat is misschien nog geen spectaculair verhaal, maar er zit beweging in. En dat is belangrijk om te onthouden:

Bedenk dat je aan het begin van het verhaal eerder beweging moet laten zien, dan dat je iets moet introduceren.

In een ochtendroutine mist die beweging. Je beweegt je misschien van je bed naar de badkamer naar de keuken. Maar in de narratieve betekenis is dat stilstand, omdat er niets verandert.

Zo breng je de ochtendroutine in beweging

De ochtendroutine kan interessant worden als je hem in beweging brengt. Daarvoor moet je kort(!) de illusie van een doodnormale ochtend geven. Maar om die omschakeling effectief te maken, moet je net iets anders doen dan je zou verwachten.

Als je een ochtendroutine schrijft die mis gaat omdat die statisch en saai is, zie je daarin vaak dat er dingen worden beschreven waarvan je zou denken: dit leert ons iets over het personage. Bijvoorbeeld: je personage kijkt in de spiegel en ziet een man van middelbare leeftijd die niet tevreden is met zijn alledaagse uiterlijk. Daarna trekt hij zijn vaste outfit aan: een geblokt overhemd. De conclusie die je daarmee hoopt duidelijk te maken aan de lezer: deze man is alledaags en saai.

Als je de ochtendroutine op zijn kop wil zetten, kan je de dag zelf zoals ieder ander beginnen, maar dan focus je je heel kort op de eigenlijke acties van die routines. Acties die iedereen doet, en die niets over het personage zelf zeggen. Laat je held dus douchen en aankleden, zonder dat daar een moment van kijken in de spiegel bij komt kijken, waarbij je lezer iets over je personage kan ‘leren’. Je held stapt gewoon onder de douche vandaan, waarna er plotseling dat ene allesomvattende telefoontje komt. Wees hierbij gewaarschuwd dat dit trucje clichégevoelig is. Maar de regel dat er beweging in een ochtendroutine móet komen om ook maar een kans te kunnen maken om interessant te lijken, is in dit voorbeeld goed zichtbaar. Je kan deze truc minder vatbaar voor een cliché uitwerking maken door in medias res te gebruiken.

Een ochtendroutine is geen kennismaking

Nog een reden dat een ochtendroutine zo slecht werkt, is omdat het geen kennismaking is. In de vorige paragrafen kon je lezen dat je niet zozeer op een introductie moet mikken als je begint met het schrijven van een verhaal. Dat komt omdat je ook daarmee weinig tot niets belangrijks te weten komt over de wereld van je personage of het personage zelf. Denk maar aan het woord introductie, of het zinnetje “introduceer jezelf eens.” Dan wordt er vaak iets gezegd wat erg oppervlakkig is en wat je personage gemeen kan hebben met duizenden andere mensen/ personages:

“Hoi, mijn naam is Personage, ik ben 36 jaar oud, ben gelukkig getrouwd, heb twee kinderen en ik werk als leerkracht.”

Natuurlijk komen al deze zaken in meer of mindere vorm terug in het boek. Er zullen dialogen met de kinderen en wederhelft komen, en ook zal er iets naar voren komen van het leven op school. Misschien speelt er zelfs een groot deel van het plot zich daar af. Maar deze zaken op zich zeggen niets. Je maakt geen kennis met de wereld waarin zich dat allemaal af gaat spelen. Een kennismaking kan de vorm van een show don’t tell aannemen. Laat bijvoorbeeld in een korte scène zien hoe deze leerkracht totaal geen orde kan houden in de klas en daardoor helemaal geen plezier in het werk heeft. Dan maak je echt kennis met de held, de wereld en misschien ook al het verhaalthema:
Dit gaat over een onzeker persoon in het onderwijs, waar ontevredenheid met het leven centraal staat. Dat belooft wat, want als er onvrede in het spel is, zal je personage er alles aan doen om de situatie te veranderen. Hé kijk, verandering, geen stilstaand gegeven, een aanstaand verhaal!

Als je een (ochtend)routine beschrijft, schrijf dus wat daarin verandert ten opzichte van al die andere gewone dagen. En zorg dat die verandering een kennismaking is van iets dat later in het verhaal belangrijk blijkt te zijn. Later kan hiermee betekenen: veel later, zoals bij een puzzelstukje voor een plottwist, of als aanloop naar het verlaten van een comfortzone, vrij vooraan in het verhaal.

Maar eerlijk is eerlijk: het feit blijft dat je het schrijven van een ochtendroutine beter kan vermijden. Het laat een slechte eerste indruk achter. Vergelijk het met het echte leven en dan spreekt het voor zich waarom het niet interessant is. De een drinkt in de ochtend thee, de andere koffie, maar de reden dat we het er zelden tot nooit over hebben is omdat het gewoon een vreselijk saai gespreksonderwerp is. Er gebeurt niets wereldschokkends, je doet het zonder al te veel nadenken… Een heel goede schrijver is misschien in staat om het meest eenvoudige gegeven interessant op te schrijven, maar dan nog zijn er zijn er altijd zaken die je gewoon maar beter kan schrappen. En misschien is het beschrijven van een ochtendroutine daar wel het allerbeste voorbeeld van.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto doorJulian Hochgesang verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: het arm-en-rijk koppeltje

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het arm-en-rijk koppeltje.

Het cliché: niks te bieden, niks ervan!

Een jonge vrouw en jonge man worden verliefd: de een komt uit welgestelde kringen, de ander heeft geen cent te makken. Dus is deze liefde verboden volgens de ouders van de rijke telg. Want o wee dat kindlief trouwt om in de goot te belanden.

Waarom stoort dit cliché zo?

Dit cliché is een verboden liefde. Die zijn op zichzelf al clichégevoelig, maar de brug tussen arm en rijk is misschien wel de ergste. In dit cliché is de factor die de liefde ingewikkeld maakt, de rijke ouders die dwarsliggen. En ze zijn niet zozeer vervelend omdat ze dwarsliggen, want hun reden voor ongerustheid is op zichzelf aannemelijk. Maar ze gaan uit van de aanname dat een relatie gedoemd is om te mislukken, op basis van één factor. Vergeet dat een middeninkomen ook zou kunnen werken, de arme van de twee zich kan ontwikkelen en uiteindelijk meer geld kan gaan verdienen of er een gemeenschap is die het koppel op kan vangen mocht het financieel misgaan. Je zou bijna kunnen zeggen: de rijke ouders gaan zélf uit van het cliché, waardoor het er nog dikker bovenop komt te liggen dan normaal.   

De oorzaak van het cliché: drama en een pr-probleem

Verboden liefdes, zeker het arme en rijke koppeltje bestaan omdat het gegarandeerd drama oplevert. In beginsel is dat niet zo gek: iedere relatie heeft zo zijn moeilijkheden of uitdagingen. Al is het maar omdat de een in eerste instantie meer vlinders heeft dan de ander en dus moet gaan proberen de ander romantisch te veroveren. Maar voor het romantische genre is dat niet genoeg voor een plot, dat moet altijd wat dramatischer.  

Het cliché fiksen: drama wat minder gewicht geven

Het probleem van iedere verboden liefde: die ene problematische factor slokt de hele relatie op. Er wordt helemaal geen aandacht meer besteed aan het feit dat deze twee mensen verliefd zijn, of een goed stel vormen. Er is alleen maar dat ene obstakel. De onbegripvolle ouders, de afstand… Als je een romantisch verhaal de nodige obstakels wil geven, maar het niet dramatisch wil laten verlopen, kijk dan juist verhoudingsgewijs wat meer weg van dat grotere probleem.
Dus pa en ma zijn het niet eens met het salarisstrookje van de wederhelft? Hoe gaat het stel daar als koppel mee om? Als twee individuen? Wat doen ze meer dan boos of verdrietig worden en ruzie maken met de ouders? Laat zien met wie de lezer te maken heeft en besteed de meeste aandacht aan de karaktertrekken van deze Romeo en Julia en hoe ze die gebruiken om de relatie alsnog te laten slagen. Dat zorgt misschien niet voor vuurwerk en uitspattingen, maar je zou er versteld van staan hoe spannend of interessant een ‘doodnormaal conflict’ kan zijn.  Gaan ze proberen om op een nette manier met deze ouders te praten? Dat wordt niet prettig. Dus dat krijgt een spanningsboog. En dat is al voldoende. Daar hoeven echt geen vazen voor te sneuvelen.

Tip voor het verminderen van het cliché

Kijk bij het schrijven van een verboden liefde vooral waarom het voor het stelletje onmogelijk is om bij elkaar te blijven, niet zozeer waarom de rest van de wereld hun relatie een probleem vindt. Als een koppel moet omgaan met omstandigheden die daadwerkelijk tegenwerken, is dat heel anders en interessanter om over te lezen dan wanneer er alleen sprake is van een oordeel. Een langeafstandsrelatie is in dat opzicht interessanter dan dat moeder schoonzoon niet rijk genoeg vindt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto: Nathan McBride verkregen via: Unsplash

De plaats van de puzzelstukjes van een plottwist in een verhaal

Als je een diepzinnig of spannend verhaal schrijft, komt daar vroeg of laat een plottwist bij kijken. Maar je kan niet aan een plottwist beginnen voor je aan het verhaal zelf begonnen bent. Dat is de basisregel voor een plottwist. Maar hoe zit het dan met die kleinere onderdelen die de plottwist maken: de puzzelstukjes?

De opbouw van een plottwist

Een belangrijke basisregel van een plottwist is: eerst investeren, dan omkeren. Een lezer moet eerst weten waar het verhaal over gaat, voordat je het over een compleet andere boeg kan gooien. Maar dat gaat over de twist zelf. Dat moment dat zegt: “En nu gebeurt er ineens iets anders.” Tot dat moment zit een plottwist als het ware verstopt. Als een lezer zoekt, kan die puzzelstukjes vinden, maar een plotwist is niet zoals een verhaallijn die je ziet ontvouwen. Wat dat betreft heeft een plottwist niet echt een opbouw in de zuivere zin van het woord.

De zichtbaarheid van puzzelstukjes

Omdat een plottwist dus verstopt zit en geen opbouw heeft, kan je op ieder moment in je verhaal puzzelstukjes voor een plottwist geven. Gebruik symboliek, woordspeling, of hint naar een onderliggend verhaalthema. Die vrijheid en creativiteit om daar een beetje mee te spelen heb je nodig om de plottwist ook de nodige onvoorspelbaarheid en onzichtbaarheid te geven. Dat komt dus mooi uit: als iets verstopt zit, zit het het plot ook niet in de weg. Tegelijkertijd moeten de puzzelstukjes ook te herleiden zijn of een symboliek hebben die een ‘o ja-effect’ met zich meebrengen zodra de onthulling daar is. Dat brengt ons bij een vuistregel voor puzzelstukjes van een plottwist:

Het plot heeft altijd voorrang op een puzzelstukje, maar het puzzelstukje moet wel zichtbaar blijven in de lopende tekst of het plot.

Een zichtbaar puzzelstukje aan het begin van een verhaal

Een puzzelstukje van een plottwist mag zichtbaar zijn aan het begin van een verhaal. Sommige puzzelstukjes hebben een mooi grijs gebied die een hint geven die er achteraf duimendik bovenop liggen, maar waar je niet meteen bij stilstaat. Een goed voorbeeld hiervan is het personage Remus Lupos uit de Harry Potterserie, die later in het boek een weerwolf blijkt te zijn. Remus komt uit het verhaal van Romulus en Rumus, die door een wolf worden opgevoed en Lupos ligt heel dicht bij het latijnse Lupus, wat wolf betekent. Als je geen reden hebt om daar twee keer over na te denken, valt dat niet zo snel op. Het is te raden, maar zonder context wordt de lezer daar niet echt toe uitgenodigt.
Wees er bij dit soort zichtbare puzzelstukjes wel alert op dat je ook met hele (taalkundig) slimme lezers te maken kan hebben, die de hint wél meteen snappen. Weet dus in ieder geval in hoeverre het erg is als de mensen je hint wel meteen in de smiezen hebben. Desnoods kan je die nog wat verplaatsen.
Om erachter te komen of je puzzelstukje past aan het begin van je verhaal, vraag je een handjevol mensen of proeflezers: “Ik heb hier een woordspeling. Snap jij hem?” En geef desnoods een beetje context. Zo kun je testen hoe overduidelijk – of juist niet- je verwijzingen zijn.

De rol van een puzzelstukje aan het begin van een verhaal

Natuurlijk kan het ook dat je juist van het begin af aan wil dat je lezer een puzzelstukje, of een bepaalde symboliek opmerkt. Dat kan een hele goede plek zijn om meteen duidelijk te maken waar je lezer op moet letten, of om te vertellen waar die aan toe is wat betreft thema’s verhaallijnen of de karaktertrekken van je personage. Om te weten of je daarin te veel ergens de nadruk op legt, of te veel van de lezer verwacht als het gaat om ‘kan je dit raden?’ kijk je nog eens naar de vuistregel die eerder is genoemd. Het plot heeft voorrang. Als je op wat voor manier een goede introductie riskeert om er maar voor te zorgen dat de lezer iets snapt, dan kan het puzzelstukje nog wel even op zich wachten.
Een eenvoudig voorbeeld hoe dit mis kan gaan, is met een As you know Bob-achtige dialoog:

“Harry, vergeet je paraplu niet, er is een fikse regenbui voorspeld” als het je bedoeling is om een spreekwoordelijke storm aan te kondigen. Die symboliek is te voordehandliggend, zo niet cliché. Als je nooit zou schrijven dat het ene personage de ander aan een paraplu zou herinneren omdat het de dialoog zou vertragen, schrijf het er dan zeker niet in omwille van die symboliek.

Vagere puzzelstukjes in het begin van het verhaal

Als je een puzzelstukje wil maken van een symboliek die niet zo algemeen bekend is, ga dan niet uit van veel voorkennis van de lezer. Zelfs als de symboliek uiteindelijk een duidelijk en diepgaand thema vormt. Een voorbeeld:

De meeste mensen weten wel dat Japan bekend staat om kersenbloesems, maar meestal niet dat ze daar symbool staan voor vergankelijkheid en bepaalde filisofieën. Als je verhaal zich (toch) in Japan af gaat spelen, kan je kennismaking met de kersenbloems en de bijbehorende symboliek laten afspelen op het moment dat de bloesems in volle bloei staan. Je personage is dan een van velen die de bloesems komen bewonderen. Dat werkt beter dan wanneer je hoofdpersoon in het vliegtuig al een filosofisch ingesteld persoon tegenkomt die tussen de regels door (‘achteraf’) al een Japanse filisofie belichaamt.

De andere valkuil is dat je tijdens je eerste scène in Japan dan iedereen laat praten over hoe bijzonder het is dat die bloesems maar twee weken bloeien en dat een enkele regenbui ze kan verwoesten. Of nog erger: dat een reisleider de hele filosofie achter die bloesems haarfijn uitlegt aan iedereen die langskomt. Probeer het dan juist subtiel te houden. Laat je personage bijvoorbeeld heel erg van het moment genieten, in de wetenschap dat het mooie hier en nu weer overgaat. Dat is ook vergankelijkheid. Laat de bloesems dan het decor zijn voor dat gevoel. De link met het symbool komt dan later wel.

De foto bij deze blogpost heb ik dit voorjaar zelf gemaakt. Als geheugensteuntje: probeer je eens voor te stellen dat je dit voor je ziet en je ter plekke gaat bedenken wat de symboliek is achter de bloesems, of de geschiedenis van de tempel. Geloof me, dat doe je niet 😉

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo maak je een cliché origineel: de invasie

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de invasie.

Het cliché: ze komen eraan!

Of het nu aliens of geavanceerde dinosauriërs zijn, in dit cliché komt er een wezen aan dat het bestaan van de mensheid bedreigt. En in het begin van dit verhaal wordt de wereld gewaarschuwd: als we nu geen actie ondernemen of onze manier van leven veranderen, dan gaan we er allemaal aan.

Waarom stoort dit cliché zo?

De aliens en robots komen meestal in opstand of naar de aarde omdat we onze eigen technologie niet meer in de hand hebben. Moraal van het verhaal: zet daar een rem op. En dat is dan het hele verhaal en de vijand is niet meer dan het abstracte idee van een invasie. Er is geen enkele, specifieke slechterik die bestreden kan worden. Het is ‘het systeem’ of ‘ons gedachtegoed’. Dat is te abstract om een heldenreis een heel boek lang interessant mee te houden.

De oorzaak van het cliché: ‘het systeem’

De aliens of geavanceerde computers die in dit cliché de boosdoener zijn, hebben vaak als missie om iets specifieks aan te vallen. Ze kunnen de aarde niet in een flits overnemen of laten verdwijnen. Dus richten ze hun pijlen eerst op iets specifieks. Een grote stad, de computers van ziekenhuizen… Als het maar iets waarvan de burgers kunnen zeggen: “Maar dáár blijf je vanaf.” Waardoor vervolgens mensen die elkaars bloed wel konden drinken, plotseling extreem eensgezind worden. Thematisch is het vaak te duidelijk welk systeem, gewoonte of gedachtegoed volgens de schrijver de wereld naar te knoppen helpt.
Het wordt daarmee een té aanwezig moraal om ons niet te afhankelijk te maken van computers, dat we het milieu niet moeten vervuilen, of wat dan ook.

Het cliché fiksen: naar de achtergrond

Als je een invasie volgens het cliché uitschrijft, heb je eigenlijk maar één clue, in plaats van de nodige drie. Anders gezegd: één keer gebeurt er echt iets unieks en spannends en de rest van verhaal is een ‘uitloop’ van die gebeurtenis.
Draai het eens om: zorg dat je personages al leven in een wereld onder de dreiging van een invasie van alien of computers die sneller evalueren dan wenselijk is en uiteindelijk de mensheid ‘overnemen.’  Laat ze een heldenreis meemaken in de ellende die er al is, en laat de echte ‘invasie’ dan climax op of een ander spannend moment in je verhaal voorkomen.

Als je de wereld van je personage van het begin af aan laat leven in de dreiging van een invasie laat leven, geeft dat voordelen:

  • je verhaalthema krijgt ruimte en wordt niet alleen een irritant moraal
  • je personages moeten zelf beseffen wat er fout is, ‘wakker worden’, dat geeft een personagegroei.


Als de invasie het grootste gedeelte van het verhaal dreigend, maar niet acuut is, is het des te spannender als het moment dan daar is. Ook omdat je personages dan al met de omstandigheden zijn meegegroeid en realistischer aanvoelen dan wanner ze meteen tot actie kunnen overgaan als er onmiddellijk gevaar dreigt.  

Tip voor het verminderen van het cliché

Of het nu het genre is of het begrip: een invasie wijst op iets dystopisch. Ga bij jezelf na wat de invasie die in je boek staat te gebeuren zo eng of dystopisch maakt. Wil je ontdekken wat er gebeurt als mensen geen zeggenschap meer hebben? Wanneer natuurlijke hulpbronnen opraken?  Probeer goed af te kaderen wat er zo eng is aan de invasie. Als ‘algemene angst en wanhoop’ je uitgangspunt vormen, wordt je verhaal makkelijker cliché.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Danie Franco verkregen via Unsplash


Dit kan je doen als je verhaalidee cliché lijkt

Clichés zijn pas vervelend als ze lezen als dat dertien-in-een-dozijnverhaal. Maar soms zijn ze zo hardnekkig dat alleen het noemen van een bepaalde trope al kan klinken alsof een verhaal vreselijk cliché wordt. Wat doe je als die ene trope de bouwsteen van je verhaal vormt en gevoelig is voor clichés?

‘Schrappen ermee!’ kan niet altijd

Iedereen weet dat een verhaal over een arm-en-rijk-koppel eindeloos vaak is verteld. Dus dan is het de meest logische optie om dat inkomensverschil gewoon geen ding te maken en iets anders te schrijven. Maar voor jouw verhaalthema is dat wel degelijk belangrijk. Alleen schrijf je niet het cliche dat de rijkeluisdochter niet mag trouwen met haar ‘sloeber’ Romeo, omdat de ouders daarop tegen zijn. Jij schrijft over de kloof tussen arm en rijk met intriges, plottwists en allerlei andere zaken die het plot spannend maken.

Dus nee, jij kan niet zomaar de kloof tussen arm en rijk schrappen, waar je dat normaalgesproken wel zou doen. Maar zolang je in het verhaal nog niet aan de intriges en diepgang toekomt, bestaat de kans dat je lezer het verhaal te snel doorzien denkt te hebben of het als irritant cliché beschouwt.

Een tactiek is dan om het cliché niet zozeer als bouwsteen, maar als vaststaand feit in je verhaallijn te beschouwen.

Een cliché als bouwsteen in je verhaal

Op een bouwsteen bouw je voort. Dat is de trope waar alles mee start. In het geval van een cliché is die bouwsteen alleen heel vaak gebruikt en wordt die storend voorspelbaar. Maar belangrijk voor in deze blogpost is: met een bouwsteen alleen heb je nog geen verháál. Een stel met een inkomenskloof is een stel met een inkomskloof. Punt.
Het wordt pas een verhaal als er actie-reactie in het spel is. Of zeurende ouders of… Iets waarover je kan vertellen. En dat kan je nog niet met het simpele gegeven: het inkomen van deze mensen scheelt veel. Want dat komt vaker voor, maar dan is het niet meteen spannend genoeg om over te schrijven. Het gegeven zelf is dus neutraal of zelfs doodsaai.
Maar dan komen de zeurende ouders en krijg je een narratieve ruzie: tegengestelde belangen, slaande deuren, plotontwikkeling enzovoorts. Voilá, een verhaal. Je bouwt dus voort op de bouwsteen die je hebt. Lees: je besteedt het hele boek aan het uitwerken van dat ene bouwsteentje. Dat hoeft niet erg te zijn, tenzij dat bouwsteentje van zichzelf dus heel cliché is.

Een cliche als gegeven schrijven

Je kan nog steeds een verhaal met een clichlé als belangrijkste plotpunt of uitgangspunt schrijven. Maar dan moet je het geen bouwsteen meer maken, maar een startpunt. En dat startpunt is dan een gegeven dat gewoon zo is, zonder dat dat om verdere uitleg vraagt. Denk aan iets als: ‘Julia houdt niet van kippensoep’. Tenzij je een plot bedenkt waarin Julia onder dwang kippensoep moet eten en Romeo haar daarvan moet redden, is het helemaal niet nodig om zoiets feitelijks veel aandacht te geven of uit te schrijven.
Als je starttrope makkelijk uitgroeit tot een cliché omdat die vaak als onnodige bouwsteen wordt gebruikt, behandel deze trope dan als Julia’s kippensoep, niet als de grootste bouwsteen voor je verhaal.

Een cliché als sfeeromschrijver

Als je een clichégevoelige trope hebt die je meteen duidelijk maakt als gegeven voor je verhaal, probeer die dan te schrijven alsof het een sfeeromschrijving is. Dan krijgt de lezer voldoende informatie mee om een beeld van je verhaal te vormen, en wordt het ‘cliché’ mooi in je verhaal verweven, in plaats dat het er duimendik bovenop ligt.

Denk hierbij aan het spookachtige verlaten huis en de kapotte ramen, spinnenwebben en rotte houten planken. Schrijf je daar niet over, dan kan je ook niet verder met het verhaal. Want voordat je lezer weet waarom je held de zenuwen heeft, moet die dat spookhuis hebben gezien. Maar de belangrijkere vraag is: hoe en waarom komt je held bij zo’n spookhuis terecht en wat gebeurt er vervolgens?
Dat plot moet je in een redelijk snel introduceren: de beschrijving van huilende wind en wegschietende muizen blijft geen drie pagina’s lang interessant. Dus ga snel op zoek naar de schat die er te vinden zou zijn, de persoon die ergens gekneveld wordt vastgehouden…

Beginnen met een sfeeromschrijvend cliché

In ons voorbeeld van rijk-en-arme Romeo en Julia kunnen de zeurende ouders dan ongeveer zo als sfeeromschrijver worden weggezet:

Papa Julia ziet niets in arme sloeber Romeo. Vader woont driemaal per week een bijeenkomst bij met leden uit de hogere kringen van de stad. Laat geld, status, pracht en praal zien. En ook vooral dat pa ofwel neerkijkt op het plebs, of het heel belangrijk vindt dat Julia zich als dame binnen de high society ontpopt en Romeo daarvoor als potentieel obstakel ziet. Laat Julia vervolgens naar Romeo gaan en pa daar getuige van zijn. Houd het kort en subtiel: Julia hoeft geen donderpreek te horen. Er kan ook een hoge pief een wenkbrauw optrekken als die ziet dat mejuffrouw Julia met Romeo omgaat, waarna paps beschaamd van die zakenpartner wegdraait.

En dan gaan Romeo en Julia samen naar het dierenasiel waar ze elkaar leerden kennen en als missie hebben om hondje Hilda met haar gebroken poot weer te leren lopen. En de episode van hondje Hilda is dan de voorbode van het grotere plot waarin Romeo en Julia allebei uitgroeien tot belangrijke figuren in de dierenrechtenbeweging. Waarbij de ouders van Julia zo af en toe nog een keer kunnen dwarszitten.

Want in het geval van een/ onze Romeo en Julia is dat een belangrijk aandachtspunt: vinden ze elkaar echt leuk of vinden ze elkaar alleen maar knap? Anders gezegd: ga nog even goed na of je al hebt nagedacht wat je al voor (andere) bouwstenen hebt om je verhaal helemaal mee te kunnen dragen. Je mag met een cliché beginnen, maar dan moet je wel goed weten wat je daarna gaat doen om je verhaal vervolgens niet alsnog heel cliché of oppervlakkig te laten verlopen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Klara Kulikova verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: de liefdesverklaring

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als het wel die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: de liefdesverklaring.  

Het cliché: onpersoonlijk groots

Op een zeker moment wordt de liefde tussen twee personages serieus of officieel. De ene zegt: ‘Ik hou van jou’ tegen het andere. Dit gebeurt pas op het moment dat ze bijna doodgaan of er een fanfare klaarstaat het moment te vieren. Dus er kan op een andere manier de nodige drama of het nodige spektakel ontstaan. Als het gebaar of moment maar groots is, heb je zogenaamd de beste of passendste liefdesverklaring die je krijgen kunt.

Waarom stoort dit cliché zo?

Dit is zo’n cliché dat schreeuwt: “Dit gebeurt alleen in een boek.” Dat is hoe dan ook storend, maar er is nog een reden dat dit cliché niet werkt: een groots gebaar of moment zou boekdelen moeten spreken, maar dit gebeurt niet als het onpersoonlijk is. Als je personage de plaatselijke harmonie in zou huren voor een liefdesverklaring, maar de ander dat soort muziek vreselijk vindt, dan sla je daarmee de plank volledig mis. ‘Ik hou van jou’ pas op een sterfbed uitspreken, als de personages elkaar dagelijks zien, is ook niet passend bij een koppel. Kortom: dit cliché stoort als je vergeet wie je unieke personages eigenlijk zijn.

De oorzaak van het cliché: de miljardste keer

Het is altijd belangrijk om de omstandigheden af te stemmen op je unieke personages, maar bij de eerste keer ‘ik hou van jou’ is dat misschien wel het allerbelangrijkste. Een eerste liefdesverklaring is in de geschiedenis van de mensheid misschien wel miljarden keren gedaan. Daardoor wordt het dus makkelijker ‘standaard en steriel’, terwijl het dat natuurlijk niet moet zijn. Bovendien kan je in een verhaal over geliefden bijna niet om ‘ik hou van je’ heen. Als je dan je toevlucht zoekt tot ‘wat hoort’ of vaak gedaan wordt, verandert iets oprecht, romantisch of liefdevols maar al te snel in cliché en klef.

Het cliché fiksen: kies het moment zorgvuldig uit

Je personage zal het juiste moment willen uitkiezen om de eerste keer ‘ik hou van jou’ uit te spreken. Je personage doet dat op gevoel; jij als schrijver kan preciezer en doordachter te werk gaan. Kijk bijvoorbeeld waar je thematisch mee kan spelen. Daarbij kan je denken aan de directe omgeving, maar vergeet daarbij de plaats in je verhaalstructuur niet.
Stel dat je een soldaat en een verpleegster zou willen koppelen. Zij zijn gewend aan ellende en duisternis, maar kunnen zich daar samen doorheen slaan. Ze vinden bij elkaar rust in turbulente tijden. Denk er dan eens aan om de liefdesverklaring te laten plaatsvinden in de rust, vlak na een storm in de avond, als het buiten donker is. Ook kan het passend zijn voor een koppel als zij dat continu obstakels te verduren krijgt om de liefdesverklaring vlak voor de tweede clue in te zetten. Er is een stevige basis, maar er komt nog meer aan om voor te vechten.
Als je op die manier tijd en thema vooropzet, kan je liefdesverklaring de juiste snaar laten raken bij de lezer.

Tip voor het verminderen van het cliché

  • Laat de tortelduifjes in de flirtfase die aan ‘ik hou van jou’ voorafgaat, elkaar niet al te veel uitgesproken lieve complimentjes maken, zoals: ‘jij bent zo lief’ of: ‘ik bewonder hoe jij altijd voor iedereen klaarstaat.’  Gebruik show, don’t tell om te laten zien hoe de personages langzaam maar zeker verliefd worden. Maak ze extra attent, of geef aan hen een warm gevoel in de buik als ze de ander iets liefs voor de zieke buurvrouw zien doen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Henry Lai verkregen via Unsplash.