Drie-aktenstructuur: de bedenkingen

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Dit schema helpt je jouw verhaal in stappen op te bouwen en om een goede spanningsboog te behouden. Als je verhaal vastloopt, kan je dit schema gebruiken om te zien waar je nog iets moet aanpassen. Er zijn vijftien verhaalelementen, deze week bespreken we het derde: de second thoughts, het moment dat je personage gaat twijfelen en allerlei ‘ja-maars’ gaat bedenken.

Three act structure second thoughts

Waar staat dit verhaalelement in het schema?

De second thoughts staan op een ongemakkelijke plaats in het schema; één stapje na dit element staat er een explosietekentje te op je personage wachten.
Stel je voor dat je personage dat zou zien. In het vorige verhaalelement moest het al de comfortzone verlaten en nu ziet het ook nog eens dat het richting (letterlijke) explosieven gaat. Dan krijg je reacties als:

  • Hó eens even!
  • Ja, maar dát ga ik niet doen!
  • Even op de rem, denk je nou echt dat ik dat kan?

Zie het tweede element als het moment waarop je personage intuïtief aanvoelt dat er geen echte dreiging van leven of dood in het spel is, maar daar diep vanbinnen toch bang voor blijft. Het heeft zin in een avontuur of heeft met het verlaten van de comfortzone besloten dat sommige dingen het waard zijn om voor te strijden. Maar twee meter voor de ingang van de metaforische arena wordt het toch nog eng. Daardoor blijft je personage twijfelen en bedenkt het allerlei ja-maars:

  • Ja, maar daar ben ik niet slim genoeg voor.
  • Ja, maar wat als het niet lukt?
  • Ik kan wel zeggen dat ik ga vechten, maar ik heb nog nooit een geweer vastgehouden.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Technisch gezien gebeurt er in dit verhaalelement niets anders dan dat je personage aan het twijfelen slaat en de ja-maars hoogtij vieren. Je personage krijgt pas in het volgende verhaalelement een schop onder het achterste, waardoor het verhaal (weer) op gang komt. Wat dat betreft is dit verhaalelement narratief gezien relatief langzaam en saai. Maar het is zeker niet onbelangrijk of over te slaan! Dit is een mooi moment om te laten zien dat je personage imperfect is. Een perfect personage zou immers geen angsten of twijfels hebben. Deze twijfels maken je personage menselijk en dat maakt dat de lezer zich met het personage kan identificeren. Maak dus duidelijk wat de tekortkomingen van je personage zijn of wat het nog moet leren. Oftewel: wat de heldenreis in gaat houden. Dit verhaalelement is perfect om je lezer gehecht te laten raken aan het personage: het heeft een conflict aan te gaan, net als normale mensen.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Bij het vorige verhaalelement heb je voor jezelf opgeschreven wat de angsten van je personage zijn. Angsten kunnen een goede drijfveer zijn, maar bedenk in deze fase ook wat de dromen van je personage zijn. Waardoor wordt het gemotiveerd? Een prettig vooruitzicht kan helpen om uit het cirkeltje van ja-maars te stappen.
Je kan met een ernstig vooruitzicht dreigen om je personage over de streep te trekken. Maar dan bestaat het risico dat je personage alsnog bevriest in angst en het verhaal alsnog niet van de grond komt.
Of je nu dreigt met een grote angst of een vervulde droom in het vooruitzicht stelt, zorg er in ieder geval voor dat je personage een tipje van de sluier krijgt van wat er achter de horizon lonkt. Dan komt het altijd in beweging.

Volgende week lees je over het vierde verhaalelement, de eerste clue: een belangrijk en terugkerend element in een verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Afif Ramdhasuma op Unsplash

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s