De fantastische feelgood: de onderschatte everyman

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de onderschatte everyman.

Wat is een everyman?

De everyman is een archetype; een soort blauwdruk voor wat voor type je personage is en wat voor karaktertrekken en heldenreis daarbij passen. De everyman is Jan met de pet. Die wil er graag bij horen en zich met anderen verbinden, maar wel zonder al te veel stennis te schoppen. Anders dan de traditionele held springt er niet veel echt uit, wat karaktertrekken betreft. Alles gaat zo zijn gangetje. Dat is bij uitstek geschikt voor een feelgood. Kat op de vensterbank, knus cafeetje… Bij dat plaatje past geen personage dat in zijn manier van doen aan de hele wereld moet laten weten dat hij de grote held is.

De held die we zelf zouden kunnen zijn

En toch is er in cozy murder mysteries daar de everyman die door de politie wordt onderschat en niet serieus genomen wordt, ook al staat degene die de moord op kan lossen recht voor de neus.
Dit werkt uitstekend in een feelgood. Meestal vinden lezers hun alledaagse leven niet zo spannend. Zeker niet in vergelijking met enkele bekende fictieve helden. De hoofdpersonages in het feelgoodgenre voelen realistischer aan, omdat ze net iets meer op ons lijken. Het is immers waarschijnlijker dat je je ooit in een boekencafé gaat bevinden waar ook een kat woont, dan dat je de uitverkorene bent die de wereld moet redden.

Een te mooie spiegel

De lezer heeft met de onderschatte speurneus nog meer dan anders de mogelijkheid om zichzelf in de heldenrol van het personage te verplaatsen. Onderschat niet hoe snel je everyman alsnog verandert in een buitengewone superman. Powerfantasy kan nog steeds in je tekst sluipen, ook al lijkt het dat de protagonist ‘nog net is zoals wij allemaal’ omdat hij tussen het speuren door iedere doordeweekse dag van negen tot vijf werkt en een gezin en een hond heeft.

Pas goed op dat je de held niet te veel talenten geeft, of hem te makkelijk iets laat oplossen, zéker bij feelgood. Feelgood betekent niet dat het verhaal in de slechte zin van het woord te simpel mag zijn, omdat het een genre is waarbij de lezer vooral ontspannen en vlot moet kunnen lezen. Maak de spiegel die je lezer voor zich neigt te hebben bij feelgoodhelden niet te glimmend.

De nodige spanning

Je kan nog steeds de nodige spanning en talenten meegeven aan de everyman zonder van je feelgood een thriller of één groot machtsvertoon te maken. Zorg daarvoor dat de politie niet te veel op de voorgrond komt. Lees: laat het leeuwendeel van het mysterie niet bij de eindeloze verhoren liggen, maar concentreer je op de personages in het dorp, hoe hun onderlinge relatie is en hoe het leven zich voortzet, ook ná de moord of het mysterie waar de politie bij betrokken is. Natuurlijk moet er wel de nodige consternatie of afschuw zijn. Maar zie de misdaad eerder als een subplot met een eigen (nare) sfeertje, dan datgene waar het hele verhaal om draait. Bij een feelgood ligt de nadruk nog altijd op de belevingswereld van de relatief ‘simpele’ personages, met een everyman-manier van doen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Irene Strong verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: de gespitste oren

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de gespitste oren.

Consternatie zorgt voor informatie

Feelgood kan soms ook een wat duisterder pad nemen. In cozy murder mysteries worden er mensen vermist of zelfs vermoord. De uitwerking daarvan is wat minder bloederig of eng als in een thriller. En er komt ook een typisch feelgood-element bij kijken: de dorpsgenoten vinden er iets van, waardoor er roddel en verhalen ontstaan. En in dit geval is deze bron van gesprekken de doorslaggevende factor voor jouw hoofdpersoon om het mysterie op te lossen, waar de autoriteiten dat maar niet lukt.

De populaire oren

Jouw personage is de eigenaar van het dorpscafé of de plaatselijke boekhandel waar iedereen komt en alles bespreekt. Die hoort daardoor dingen die de politie niet hoort en kan daarmee terechte conclusies over het mysterie trekken.

Trouw aan het genre feelgood lijkt de onderliggende boodschap hier te zijn dat iedereen in de gemeenschap elkaar vertrouwt en kent, en er een gevoel van ‘wij’ is dat niet zomaar te breken is. Zelfs niet door de politie. De dorpsbewoners kunnen de politie wantrouwen of er eerlijk tegen zijn, toch moet dat ‘knusse’ gevoel blijven dat het mysterie in de vertrouwde setting wordt opgelost. En dus is het ook het meest vertrouwde en populaire personage dat met diens oren alles hoort en de juiste  conclusies trekt.

Dat algemene sfeertje moet je behouden voor dit genre, maar ga daarvoor wel goed na waar de grenzen liggen.

Waarom zou je vertellen dat….?

Jouw boekhandelaar of caféhouder is zeer goed in het trekken van juiste conclusies met de informatie die er is. Maar de hamvraag is: waarom zou een personage dat belangrijke informatie heeft dit überhaupt toegeven? Of dat nu in het openbaar is waar jouw hoofdpersoon het kan horen, tegen je held of tegen de politie?
Daar ligt zowel de valkuil als de oplossing om een cozy mystery te schrijven. Ga je te veel uit van het idee dat je bij een subgenre van feelgood niet te veel hoeft na te denken en het ‘dus gewoon zo is’, wordt het verhaal een opeenstapeling van deus ex machina.

Maar er is wel een reden dat iemand iets toegeeft of vertelt als diegene denkt dat:

  • Deze informatie hier of bij deze persoon veilig is
  • Hun ‘onbenullige’ gemeenschap immuun is voor zaken die passen bij de ‘grote boze wereld’
  • Harry, die goeie vent, zou nóóit iets slechts doen. ‘Ik ken hem sinds de kleuterklas…’ Als Harry dan de slechterik is die we zoeken, kan hij misinformatie verspreiden in dit goedgelovige, knusse dorp.

Kortom: houd de setting en de sfeer op de oppervlakte en zelfs ook enigszins daaronder knus en vertrouwd en de hoofdpersonages in dat opzicht wat naïef. Dan kan je als lezer met een goed, zorgeloos gevoel lezen, terwijl er heel wat nare dingen gebeuren…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Barthel Joseph verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: samen eten

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: gezellig samen eten.

De symboliek van eten

Voedsel is iets waar je niet zonder kan. Maar lekker eten of samen eten heeft nog een andere belangrijke rol. Enkele punten op een rij:

Genot: het is gewoon fijn om van een lekkere snack of een heerlijk maal te kunnen genieten.
Beloning: als je een rotdag hebt gehad of als de werkweek voorbij is, kan iets lekkers troost bieden of een houvast zijn om naar iets fijns uit te kunnen kijken.
Sociale schakel: in de zakenwereld wordt er samen geluncht om deals te sluiten en in gezinnen of tijdens dates leer je elkaar beter kennen en biedt eten een manier om sociaal contact te maken of te onderhouden.

Kortom: (lekker) eten biedt en staat symbool voor een zekere mate van geluk en troost.

Eten als afleiding van het verhaal

Met de symboliek van eten is het feelgoodgenre gevoelig voor een gezellig sfeertje, maar ook om eventuele narigheid iets te makkelijk te maskeren.
Dat kan de vorm aannemen van troosteten met snacks, één enkele maaltijd met een gezellige groep of oma’s bekende soep: ‘Als je maar een keer lekker gegeten hebt, of jezelf iets toestaat, komt het vanzelf weer goed.’

Daarmee kan je in de valkuil trappen dat je ‘feelgood’ net iets te letterlijk neemt. Hoe lekker of troostend eten ook kan zijn, het mag geen wondermiddel zijn om alles mee op te lossen. Zelfs als je personage zich ervan bewust is dat het aan troosteten doet met chips, wijn, of iedere week bij familie gaat eten om eenzaamheid te onderdrukken, vergeet dan niet dat de onderliggende problemen weer terugkomen op het moment dat je personage niet meer aan een tafel zit.

Of het probleem nu met eten zelf te maken heeft, of dat het een ander of groter probleem maskeert, zorg ervoor dat eten voorkomt dat het centrale conflict ruimte krijgt in je verhaal.

De plaats van eten in het verhaal

Als je gezellig samen eten in een sociale kring nog steeds als oplossing wil gebruiken in je verhaal, kan dat. Maar zorg en dan wel voor dat je die oplossing meer als uitkomst benadert, in plaats van het middel.

Laat je bedroefde, eenzame personage dus niet zomaar aansluiten bij een wekelijkse buurtlunch. Als dat het wekelijkse lichtpunt wordt dat alle zorgen laat vergeten, loopt je verhaal vroeg of laat vast. Zorg er dan bijvoorbeeld voor dat je personage een vriend heeft van de brunch die ook buiten dat wekelijkse contactmoment een vinger aan de pols houdt en je personage helpt om bestaande obstakels te overwinnen.

Zodra er belangrijke mijlpalen zijn bereikt of dingen worden overwonnen, smaakt die maaltijd als uitkomst stukken beter. En zal je lezer ook meer juichen, omdat je personage de strijd niet te makkelijk heeft opgegeven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijjk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Elevate verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: de geruststellende handen

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de geruststellende handen. 

‘Er gaat liefde in’

Iedereen weet het: oma’s koekjes zijn de lekkerste van de hele wereld. Oma kan het eenvoudig verklaren: “Mijn geheime ingrediënt is liefde.”
Of dat alles verklaart, zullen we nooit weten. Maar één ding is zeker: oma maakt de koekjes met de hand, dus gaat er tijd en aandacht in zitten. Hoe vaak ze al koekjes gebakken heeft, hoe routineus het ook voor haar lijkt, het is ambachtelijk. De koekjes zijn niet door een zielloze machine, maar met de hand door een mens gemaakt.

Op een soortgelijke manier zie je in feelgood vaak dat dingen die met de hand worden gedaan als iets geruststellends worden neergezet. Bakker, bloemist, kaarsenmaker of pottenbakker: als een personage dit beroep uitoefent, heeft het ieders vertrouwen. Als er met de handen wordt gewerkt, lijkt alles ineens te vertragen, op een prettige en fijne manier.

De kracht van handen

Het is niet zo gek dat het ambachtelijke werk zo’n aantrekkingskracht heeft voor een feelgood. Denk eens aan de woorden ‘zacht’ en ‘handen’. Combineer de woorden en bedenk wat handen kunnen doen. Dan denk je aan woorden als: strelen, omhelzen, omarmen, tranen wegvegen of aaien. Handen kunnen zelfs verbinden, verbanden of spalken als je gewond bent.

In meer of mindere mate is het feelgoodgenre een resultaat van deze ‘symboliek’ van handen. Je personages bieden of zijn op zoek naar deze geruststelling van wat handen letterlijk of figuurlijk kunnen doen. Bovendien verschaffen handen een vrij exclusieve toegang.

Omdat oma niet zoals een machine koekjes kan bakken, kunnen er op een goede dag een flink aantal dozijn worden gebakken, geen tienduizenden. En omdat iedereen hoogstens twee handen heeft en maar op één plaats tegelijk aanwezig kan zijn, is de aanrijking, de aanraking, de dienst van de handen ook niet altijd op afroep of ten alle tijden beschikbaar.

Zoek de handen in je feelgood

De (symbolische) kracht van handgemaakte dingen of de zachtheid van dingen die handen laten gebeuren, ligt aan de basis van iedere feelgood. Zonder deze handen, mist je verhaal een rode draad en een belangrijk thema.

Zorg er in een feelgood voor dat de symboliek van handen, zoals in dit artikel besproken, in je verhaal terugkomt. Dat hoeft niet letterlijk met personages die ambachtelijke beroepen hebben, of waar de altijd aanwezige kat kan worden geaaid. Maar zoek wel naar iets dat je personages kan raken.

Wat zijn de handen van mijn feelgood?

Om erachter te komen wat de ‘handen’ van je verhaal zijn, stel je jezelf de volgende vragen:

  • Wat is de heldenreis van mijn personage?
  • Wat moet daarvoor veranderen?
  • Op wat voor manier heeft mijn personage daar hulp of ondersteuning voor nodig?
  • Hoe kan dat gebeuren op een geruststellende, zo niet gezellige manier?
  • Hoe zorg ik ervoor dat dat niet te zoetsappig wordt?

Dan kan je allerlei kanten op. Zo kan de geruststelling de vorm aannemen van bijvoorbeeld:

  • Wandelingen (verder gaan)
  • Een avondje gamen (je in nieuwe werelden verplaatsen)
  • een middagje shoppen (nieuwe dingen waarderen)
  • een bezoekje aan een eenzame oudere brengen ( je nuttig maken voor anderen)

Misschien kan je hier nog een mooie volgende symboliek bij bedenken. Die staan hier tussen haakjes, ter inspiratie.

Veel plezier met puzzelen!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Courtney Cook verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: het onverwacht geërfde huis

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: het onverwacht geërfde huis.

Onbekend familielid, onbekend avontuur

In een feelgood duikt er met regelmaat een familielid op dat de held een huis nalaat. Een huis dat alleen onder voorwaarden verbouwd mag worden. Of er wordt een stapel brieven op zolder gevonden die een hele nieuwe familiegeschiedenis ontvouwt. Dat zorgt voor een dubbel avontuur met twee welbekende tropes. Daar kan je een mooi geheel van maken, maar ook in twee valkuilen tegelijk trappen.

Wie is oudtante eigenlijk?

Als de onbekende oudtante een huis nalaat, weet die tante van het bestaan van de held af, maar niet andersom. Kijk aan de tekentafel eens goed wat dat in de praktijk kan betekenen. Je kan dit als feit aannemen, maar als je al bedenkt hoe deze situatie kan ontstaan, heb je meteen een goede basis voor de rest van je verhaal. Probeer antwoord te vinden op vragen als:

  • Hoe komt het dat juist de held wordt uitverkoren voor de erfenis?
  • Waarom kent de held de oudtante niet?
  • Wat wil oudtante dat er met het huis gebeurt?
  • Waarom denkt oudtante dat de held goed voor het huis kan zorgen?
  • Voldoet de held ook aan het beeld dat deze onbekende tante heeft van de held?

Schrijf in een regel of vijf een lopende tekst of samenvatting aan de hand van deze antwoorden. Dat geeft je niet alleen een basis voor in het opschrijfboekje, maar ook voor het centrale conflict en de spanningsboog. Als je bijvoorbeeld tussen de regels door leest dat je held geacht wordt financieel verstandig te zijn terwijl dat niet zo is, kan dat probleem later in het verhaal terugkomen.

Familiegeheim

Met mysterieuze familieleden komen er nieuwe familiegeheimen. Kijk hoe dat past bij de andere gegevens die je al hebt opgeschreven. Hier let je vooral op de aanwezigheid van het verhaalthema. Het is verleidelijk om financiële onverantwoordelijkheid een familiekwaal te maken, maar dan loop je het risico dat het verhaal daarin verzuipt. Vergeet om dat te voorkomen niet dat je ook over een nieuw begin of een nieuwe setting schrijft met het geërfde huis.

Om te veel overduidelijke clichés te vermijden, is het veiliger om aan de tekentafel te schrijven over ‘iets anders doen dan eerst’ dan ‘het roer omgooien’ of ‘een nieuw begin.’  Lees: het hoeft niet groots, of overduidelijk te zijn om interessant te zijn. De heldenreis van je personage hoeft niet van het leven van een verwend miljonairskindje naar dat van een arme, tevreden minimalist te gaan. Een heldenreis gaat erom dat je held verandert. Het is wat riskanter om dat thematisch te weerspiegelen als  je twee belangrijkste tropes in het verhaal een welbekende basis voor je verhaal vormen. Dat kan je ook in het karakter van je personage zichtbaar maken.

Op deze manier kan je een familiegeheim of een familiegewoonte subthema’s maken van de heldenreis van een held die dingen anders gaat doen. Zorg ervoor dat de familieleden geen personificaties van deze thema’s worden, maar personages met hun eigen willetjes en dromen zijn. Af en toe mogen ze raakvlakken met een thema hebben, maar ze zijn meer clichébestendig als ze hun bestaansrecht niet ontlenen aan een ruzie om de erfenis of een familietrauma.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Tierra Mallorca verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: de geboorteplaats

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de geboorteplaats.

Terug bij af

Vaak gaan personages na een scheiding of ontslag terug naar hun geboorteplaats om zaken weer goed op een rijtje te zetten. Vaak blijven ze daar ook, omdat die nieuwe manier van leven beter bij hen past. Ze zijn dus terug waar ze ooit begonnen zijn, maar dan in de positieve zin; op een manier die hun leven verrijkt. Dit is op zichzelf een prettige insteek voor een boek. Zo heb je het spreekwoordelijke cirkeltje mooi rond. De vraag die je jezelf daarbij moet stellen is: wat is onder de oppervlakte de betekenis van dat cirkeltje?

Wat is het cirkeltje?

Stel dat je hoofdpersonage is ontslagen. Het gaat van een leven met tijdstuk en status in de stad naar het rustige, anonieme platteland en komt erachter dat kleinschalig werken veel beter aansluit bij diens ideale leven. Die kantoorbaan was er alleen maar om de ouders na de middelbare school niet teleur te stellen met een ‘eenvoudige’ baan of opleiding.
Dat is de eerder genoemde oppervlakte. Wil je meer uit je verhaal halen, vraag je dan af of er iets is dat ervoor zorgde dat je personage zélf ook naar de stad wilde vertrekken.

  • Was het vroeger een pleaser en eigenlijk nu nog steeds?
  • Moet het zich nuttig kunnen voelen (in een belangrijke baan)?
  • Was er toch een hang naar avontuur, ondanks de betrouwbaarheid van het leven op het platteland?

Kortom: tussen het begin van het leven op een andere plaats en de terugkeer naar de geboorteplaats is er iets dat niet veranderd is en niets te maken heeft met de eigenlijke plaats, voormalige ex-partner of baan. Dat heeft vaak met karakter of een bepaalde, meer diepgaande levenservaring of -overtuiging te maken. Het cirkeltje dat je rond wil maken met de terugkeer naar de geboorteplaats is dat iets wat eerst niet opgelost kon worden, of waar op een andere manier de tijd niet rijp voor was. Maar op het eind van het verhaal in de geboorteplaats, komt dat alsnog goed.

Ik ken je nog van vroeger!

Of het hele dorp je personage nog van vroeger kent, of je personage als Wim Sonneveld in een compleet veranderde omgeving terechtkomt: waak voor het cliché dat je vrijwel alles aanwijsbaar vergelijkt met de situatie zoals die vroeger was.

Als je de terugkeer naar de geboorteplaats aanneemt als het begin van de drie-aktenstructuur, probeer dan na het inciting incident niet of nauwelijks meer terug te blikken. Zowel je personage als je verhaal moeten verder. Hier en daar een flashback of een gesprek met een oude bekende kan geen kwaad. En natuurlijk mogen oude vrienden als medepersonage worden ingezet.

Maar probeer ervoor te waken dat alles een directe vergelijking wordt tussen vroeger en nu.

Als je toch wil dat de situaties van vroeger en nu als een contrast of vergelijking lezen, kan je dat alsnog uitwerken door middel van een sterke uitwerking van of een verdieping op je verhaalthema. Of zet beeldende symboliek of sfeeromschrijvingen in.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online ..

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Chad Greiter verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: de geheimzinnige brief

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de geheimzinnige brief.

Een spannende onthulling

Je personage vindt een brief of een doos op zolder nadat een familielid overlijdt. Plotseling staat de wereld op zijn kop. Familieleden zijn niet degene die je held dacht dat ze waren, of er blijkt een compleet hoofdstuk uit hun leven compleet verzwegen te zijn. Een hoofdstuk dat aanleiding geeft tot een avontuur of mysterie in de breedste zin van het woord. Deze spannende onthulling is vrij bekend als trope en daarmee clichégevoelig. Wees daar alert op en voorkom zo een aantal veelgemaakte fouten en haal er het meeste uit wat erin zit.

Het is maar een flashback

Of nu blijkt dat opa vreemdging en je held op zoek gaat naar een hele schare aan halfbroers, of dat blijkt dat oudtante een rijke kennis had in een tropisch land waar nog iets moois te halen valt, deze trope gaat uit van een flashback als basis voor het verhaal. Vroeg of laat kom je mensen of feiten tegen die iets vertellen over het leven van opa of oudtante. Hoogstwaarschijnlijk komt daardoor de nodige flashback voorbij. Onthoud dat een flashback een slechte schrijftechniek is om iets duidelijk te maken. Het is geen middel om een compleet plot mee te bouwen. Met te veel flashbacks wordt de verhaalstructuur rommelig.

Weet wie de hoofdpersoon is

Opa of oudtante mogen dan de aanleiding hebben gegeven voor een interessant verhaal, je held is nog altijd de hoofdpersoon van het verhaal en wiens groei de lezer mee gaat maken. Zorg ervoor dat je vooral blijft schrijven over hoe je held alles beleeft en dat die emotionele beleving datgene is waar je boek zijn overtuigingskracht vandaan haalt. Een verhaal kan niet draaien op een opsomming van feiten over een avontuur, of dat nu een nieuwe familiekroniek is of nieuw vergaarde rijkdom. De lezer heeft als houvast de beleving van de hóófdpersoon nodig. Ook als je de belevingen van opa of oudtante centraal stelt. Je schrijft niet voor niets met flashbacks. Als het verhaal om opa of oudtante gaat, had je net zo goed in het hier en nu van hun leven kunnen schrijven. Bedenk waarom je voor de trope van de verloren brief hebt gekozen, dat is niet voor niets. Wat wil je over je held vertellen?

Parallelle verhaalthema’s

Het voordeel van een verhaal dat terugblikt op een persoon in het verleden, is dat het veel ruimte geeft om een verhaalthema op verschillende manieren te belichten en op een persoonlijke manier uit te werken. Daarvoor hoeven de betrokken personages geen familie te zijn. Neem het thema relaties. Zowel de persoon uit het verleden als jouw held in het heden kunnen daar op hun eigen manier mee worstelen. Leert je held door de lessen van de ander, of kan die ervoor zorgen dat er een cirkel rond is, of een hoofdstuk wordt afgesloten? Als je op meerdere manieren van dichtbij naar een verhaalthema kan bekijken, doet dat een verhaal altijd goed.
Zeker in feelgood; als er een cirkel rond is of een spreekwoordelijk hoofdstuk op een fijne en heilzame manier wordt afgesloten, slaat je lezer met een goed gevoel je boek dicht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Olha Vilkha 🇺🇦 verkregen via Unsplash

De fantastische feelgood: de nieuw gevonden familie

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de nieuw gevonden familie.

Een eenzaam begin

Een feelgood zorgt ervoor dat de lezer en de personages zich goed voelen en niet te veel stress meemaken. De problemen die er zijn, zijn relatief makkelijk op te lossen. Even door de zure appel heen bijten en het is vaak wel opgelost. Maar soms beginnen die problemen al vóór hoofdstuk 1. De hoofdpersoon verhuist of is eenzaam, omdat er iets vreselijks is gebeurd. Maar snel genoeg zorgen nieuwe mensen voor een gevoel van erbij horen en zingeving. Er is dus wel een probleem dat moet worden opgelost: vertrouwen of een gelukkig gevoel moet weer de normale gang van zaken worden. Maar het acute probleem is vaak vrijwel voorbij.

Continue uitleg of eindeloze flashback

Als er een scheiding is geweest vóór hoofdstuk 1 en de verwerking ervan in hoofdstuk 1 en verder gebeurt, liggen er twee valkuilen op de loer. Je hoofdpersonage vertelt alleen maar hoe zus en zo gebeurde en hoe het zich daarbij voelt: een overdaad aan tell. Of je verhaal hangt van flashbacks aan elkaar, waardoor het hier en nu net zo goed geschrapt kan worden.  

Probeer in een feelgood deze geschiedenis van je personage zoveel mogelijk te beperken. Anders blijf je te veel in het ‘toen en daar’. Dat is sowieso al niet fijn, maar zeker niet voor een genre dat niet te zwaarmoedig van toon moet worden. Je kan dan beter tot grofweg het inciting incident duidelijk maken wat je personage aan emotionele bagage meebrengt en het daar de zwaarste aandacht mee geven.  

Van conflict naar verhaalthema

Een personage dat in het spreekwoordelijke vorige leven verloren is gelopen op het gebied van sociale contacten, heeft daar dus al een conflict achter de rug. Om een feelgood luchtig te houden, kan je het hier en nu van het verhaal op de nieuwe plek vertalen in plaats van een centraal conflict te vertalen naar een verhaalthema. Dat voorkomt dat je omwille van drama een onnodig zware nieuwe verhaallijn aan je verhaal toevoegt. De scheiding, de eenzaamheid, het gevoel een zwart schaap te zijn, het komt als vanzelf nog wel een keer in het verhaal aan bod.

Bekijk liever wat je personage op die nieuwe plaats voor nieuwe mensen ontmoet en wat dat nieuwe begin met zich meebrengt. Zijn het spannende vlinders, een gevoel van ongemak of het loslaten van stress? Als andere personages soortgelijke emoties beleven, kan dat een gemene deler zijn om dieper op in te gaan, als een verhaalthema.

Op die manier kunnen je personages dichter tot elkaar groeien en kan je verhaal het typische feelgoodkarakter behouden. Besef dat conflict niet altijd spectaculair hoeft te zijn. Het kan op een heel eigen manier al spannend genoeg zijn en genoeg stof tot verhaal bieden, hoe het is om ergens opnieuw te beginnen en daarbij je leven opnieuw vorm te geven.

Conflict uitwerken in een sfeer van gezelligheid

Als je personage in een setting komt waarin het als een nieuwe vriend of familielid wordt ontvangen en een saamhorigheid heerst, kan er nog steeds een noemenswaardig conflict spelen. Denk daarbij niet aan ruzies tussen mensen onderling of waarvan individuen de veroorzakers zijn. Problemen die je overkomen, of waar je niets tegen kan doen, zijn er ook nog. Dan heb je geen wie-vijand, maar een wat-vijand. Denk aan een tegenvallende oogst of gezondheidsproblemen. Dat zijn uitstekende onderwerpen voor een conflict waar personages als een grote, saamhorige groep zich doorheen kunnen worstelen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Brooke Balentine verkregen via Unsplash

De fantastische feelgood: de vreemde eend in het dorp

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de ‘rare’ van het dorp. 

Het dorpje van een feelgood 

Feelgood speelt zich vaak af in een klein dorp, waar iedereen elkaar kent. Dat dorp is soms ook van het soort waar roddel een manier is om mensen uit te sluiten. Want in een kleine, overzichtelijke gemeenschap is geen ruimte voor iets nieuws, of iets anders. En toch is er dan die ene inwoner. De kluizenaar, kunstenaar of een kruidenvrouw die in dat dorp woont en diens eigen ding doet, terwijl de rest van het dorp daar met een bepaalde minachting naar kijkt. 

De vreemde eend in het dorp als trope

Zelden of nooit is de vreemde eend in het dorp de held van het verhaal. De held is degene die deze buitenstaander geaccepteerd laat worden in het dorp. Maar de held kijkt de buitenstaander eerst ook als ‘rare’ aan. Vanwege wantrouwen – kunnen kruiden echt iemand genezen? – of angst – dat uiterlijk of die ideeën lijken vreemd of zelfs gevaarlijk. Pas als je held zelf ergens tegenaan loopt en in het dorp ook geen steun vindt, of iemand die met hetzelfde worstelt. Tot de buitenstaander in beeld komt. Dat maakt het risico groot dat je felegood te veel leunt op het cliché dat de held als reddende engel opkomt voor deze vreemdeling. Dan krijgt je hoofdpersonage te veel de rol van de reddende held en de vreemdeling die gered moet worden. 

Wat zegt dit over je dorp? 

Je verhaal wordt interessanter om over te lezen als je deze trope benadert vanuit het perspectief van het dorp als geheel. Wat zegt het als je dorp zó hecht is dat iemand die er niet is geboren, er nooit thuis kan horen? Waarom is het zo aanstootgevend dat er een kunstenaar in het dorp woont die zich ‘te goed voelt’ voor een kantoorbaan? Betekent dat dat de negentig procent van de dorpsbewoners met een kantoorbaan eigenlijk doodongelukkig is?

Met de antwoorden op die vragen kun je je meerdere verhaalthema’s uitwerken. Zo staat je feelgood altijd steviger in de schoenen, dan wanneer het grootste deel van het boek uitgaat van het idee dat ‘mensen elkaar vinden’ of er iemand gered moet worden. 

Feelgood met een zwaar onderwerp?

Je hoeft in een feelgood niet te beschrijven hoe de meeste dorpsbewoners eigenlijk ongelukkig zijn. Dan gaat het verhaal zijn genre voorbij. Maar ergens dieper op ingaan staat niet gelijk aan zwaarmoedig schrijven. Kijk of je daar een grijs gebied in kan vinden. Benoem het genoeg om er een verhaal mee te schrijven, maar maak het niet te zwaar. Is het thema van het dorp ‘je ergens thuis voelen’? Dan hoeft het niet over heftige immigratieverhalen te gaan. Je kan je ook (niet) thuis voelen in de klas, je kan een andere rol willen in je vriendengroep, niemand hebben om mee te praten… Omdat deze problemen niet zo ingewikkeld zijn, is het ook makkelijker om te schrijven over de tegenpool: momenten waarop mensen elkaar vinden in een gezellig café, met een kat op schoot om even te kunnen huilen en lachen. De week kan weer beginnen. 
Die momenten waarop mensen elkaar vinden en zo naar elkaar toe groeien, kunnen samen een uitstekende feelgood vormen. Eentje die bovendien op meer dan een simpele trope leunt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Zie mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Andrea Lightfoot verkregen via Unsplash.

Hoe schrijf je een originele feelgood?

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Die formule zorgt ervoor dat uitzonderlijke diepgang niet mogelijk is. Daardoor lijken veel feelgoodverhalen in eerste instantie veel op elkaar. Hoe zorg je ervoor dat jouw verhaal dan origineel en verfrissend leest?

De hamvraag: wat is interessant?

Als veel verhalen dezelfde tropes hebben en de afloop prettig en zelfs enigszins voorspelbaar moeten zijn, dan levert originaliteit daar vroeg of laat op in. Maar omdat lezers van feelgood niet per se een origineel verhaal verwachten, is originaliteit niet waar je bij je verhaal voornamelijk op moet letten.

Houd je bezig met hoe je je personages interessant houdt. Anders gezegd: hoe zorg je ervoor dat jouw Jane niet de dertiende feelgooddame in het dozijn wordt? Kijk wat zij gemeen heeft met andere dames uit haar genre. De kans is groot dat ze soortgelijke dromen en interesses heeft. Maar wat maakt haar uniek? De truc is om dat unieke aspect verder uit te diepen, maar niet te overdrijven.

Zoek de verschillen

Dames uit het feelgoodgenre hebben veel met elkaar gemeen. Ze zoeken vaak naar de Ware, willen de carrièreladder beklimmen of het roer omgooien en hun meisjesdroom verwezenlijken. Daar moet jouw heldin het dus niet van hebben. Kijk in plaats daarvan naar details uit haar personagebiografie. Wat zeggen dingen als haar persoonlijke geschiedenis, trekjes en grootste angsten over haar? Als je daar een beetje mee gaat experimenteren, komt er altijd wel iets naar boven wat je voor het verhaalverloop kan gebruiken dat je Heldin en je verhaal anders dan anders maakt.

Bijvoorbeeld:
De cliché feelgoodvrouw is dol op katten. Dus Jane is dol op geitjes, die ze verzorgt op de kinderboerderij. Die setting kan snel cliché worden, omdat die een overdaad aan onschuld en ontspanning uitstraalt. Precies datgene waardoor een feelgood al snel ‘te veel van het goede’ wordt. Dus maak je de kinderboerderij geen fijne oplaadplek voor Jane, maar na jaren werk juist de plek van sleur en verveling. Hoewel Janes favoriete geitje natuurlijk wel voor het broodnodige lichtpuntje mag zorgen.

Vergelijk het met ‘zoek de verschillen’- kinderpuzzels. Ze zijn handig om te testen of je de juiste balans hebt gevonden tussen uniek genoeg en passend bij de voorspelbaarheid die feelgood als genre nodig heeft. Om alles nog overzichtelijk en leuk te houden moet het zoeken van de verschillen en overeenkomsten een beetje speurwerk zijn, maar mag het niet te veel energie en aandacht kosten.

Schrijf conflicten en plotlijnen met je bevindingen

Met de juiste balans tussen uniek en passend leest een verhaal niet als dertien-in-een-dozijn. Zodra je een aantal interessante bevindingen hebt, kijk je hoe je dit op grotere schaal kan toepassen je verhaal. Meestal bedenk je intuïtief wat goed samengaat.
Als Jane van geitjes houdt, maar ook van punkkleren, kan je van haar een buitenbeentje maken dat andere personages leert dat je niet op uiterlijk mag afgaan. Dat moraal is voor een feelgood eenvoudig genoeg, maar je hebt nog genoeg opties om daar een creatieve draai aan te geven.
Als je nog geen aha-momentje hebt, zoek dan maar meer opvallende details die in je aantekeningen verstopt zitten. Zo kom je langzaam maar zeker vanzelf uit bij interessante conflicten en plotlijnen voor je verhaal.

Je hoeft overigens niet alleen in de persoonlijke geschiedenis of karaktertrekken van je hoofdpersoon naar interessante bevindingen te zoeken. Denk ook aan dingen als plaats, tijdsperiode, maatschappelijk gedachtegoed, generatiekloven en verschillen in moraal. Daar kan je na even puzzelen ook voldoende unieke draaien aan geven met de informatie die je in je aantekeningen hebt staan.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Bob Jenkin verkregen Unsplash