Wat als je personage iets niet kan?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage iets niet kan?

Het is voor je personage frustrerend als hij iets niet kan wat hij graag zou willen kunnen. Je eerste zorg als schrijver is echter niet om die frustratie weghalen en je personage kundig maken. Kijk in plaats daarvan wat het voor het verhaal betekent dat je personage iets niet kan. 

Waarom kan je personage iets niet?

Als je personage iets niet kan, moet je eerst nagaan waarom dat zo is. Is zes boeken lezen in een maand tijd ondoenlijk? Dat kan dyslexie zijn. Naar een feest gaan en sociaal doen is lastig als je zwaar depressief bent. En een tien halen voor Frans gaat ook niet al te makkelijk als je de taal vindt klinken als een wirwar van lelijke klanken en er daardoor geen interesse in hebt. Ongeacht wat de reden is en of die ‘diepgaand’ is of niet, probeer eerst duidelijk te krijgen wat de oorzaak is dat je personage iets niet kan. Dat helpt je om zowel de gevolgen van het probleem als de (mogelijke) oplossing ervan beter uit te werken. 

Wat heeft het voor gevolg?

Als Rien voor elk vak een 10 haalt en voor Frans een 4 omdat hij overhoopligt met meneer de Zwart van Frans… au revoir, monsieur Lenoir: Rien haalt zijn diploma en gaat gewoon lekker naar Duitsland op vakantie. Probleem opgelost. In zo’n geval kun je je personage even lekker laten mopperen en met een beetje humor over het probleem schrijven. Je verhaal valt of staat er immers niet mee. 
Maar als het probleem wel degelijk iets met het algemene plot of verhaalthema te maken heeft, moet je op gaan passen. Stel jezelf dan de volgende vragen:

•    Is deze onkunde een probleem of het conflict?
•    Is het belangrijk genoeg voor het verhaal(thema)? 
•    Lost het personage het probleem wel zelf op?

Probleem versus conflict

In dit geval moet je conflict zien als het centrale conflict: het conflict waar het hele verhaal en/of de heldenreis om draait. Dan is het doel om door vallen en opstaan iets te leren en daardoor alsnog iets te kunnen. Een probleem is iets dat makkelijk(er) kan worden opgelost. Waak ervoor dat je van een probleem geen conflict maakt. Het is ontzettend vervelend dat iemand door een depressie niet sociaal kan zijn op een feestje. Voor dat personage zal dat als een conflict aanvoelen. Maar als het verhaal verder draait om hoe hij zijn jeugd, die bol stond van mishandelingen, de oorzaak is van die depressie, is dat vervelende feestje slechts een probleem. Een probleem kan een onderdeel van een conflict zijn, maar niet andersom. 

Hoe belangrijk is de onkunde?

Als je verhaalthema ‘lichamelijke beperking’ is, is de bijbehorende fysieke onkunde iets dat elk personage mee mag en kan maken. Het hoort bij je thema, dus het mag in meerdere vormen terugkomen. Dan maakt het niet uit hoe groot de rol van de betreffende personages zijn die een bepaalde vaardigheid missen. Maar als een minder belangrijk personage iets niet kan, of als dat probleem niet zoveel met het algemene thema te maken heeft, werk het dan niet al te uitgebreid uit. Zo voorkom je een rommelig centraal conflict en/of verhaalthema. 

Zelf oplossen

Er is niets zo saai als een personage dat iets niet kan en vervolgens anderen alles voor hem op laat lossen. Je kan je personage beter laten leven met het feit dat er iets niet kan (worden opgelost) dan de oplossingen naar anderen door te schuiven, zonder dat hij zelf iets doet. De zogenoemde Magic pixie dream girl is een doodsteek voor iedere heldenreis. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wat als je personage pijn heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage pijn heeft?

Je wil pijn liever vermijden, maar dat lukt niet altijd. Als het er dan toch is, wat kan je dan over je personage te weten komen?

Pijngrens en ruggengraat

Begint je personage al te piepen zodra hij zich aan papier heeft gesneden en houdt hij daar een week zijn mond niet over? Of loopt hij de marathon nog uit, ook al heeft hij drie blaren ter grootte van een ei op zijn voeten? De pijngrens zegt vaak veel over de ruggengraat van je personage. En ook over zijn pijngrens. Als je je personage pijn moet doen, kijk dan eens goed of hij dat wel aankan. Voor je het weet zet je je plot op slot, omdat je personage geen pijn kan verdragen. Of maakt de pijn door de stevige ruggengraat zo weinig indruk dat je personage daardoor misschien net iets meer op Superman gaat lijken dan de Jan met de pet die hij moet zijn. 

Fysieke pijngrens en mentale grens

Soms heeft je personage een enorme ruggengraat, al dan niet in combinatie met een hoge pijngrens. Dan maakt fysieke pijn vaak (te) weinig indruk. Kijk dan eens of je een mentale pijngrens aan kan spreken. Als je over een sporter schrijft die het gewend is om iets te breken, zal die daardoor heel wat gewend zijn en zal dat niet zo belangrijk zijn voor het plot. Kijk dan eens hoe je zijn mentale (pijn)grens kan overschrijden om pijn alsnog in je voordeel als plotwending te gebruiken. 

Een arm breken is niet erg voor een sporter. Maar als hij daardoor niet mee kan als begeleidende ouder op schoolreisje, waar vader en zoon al maanden naar uitkijken, kan je de sporter daarmee pijn doen. Of hem in ieder geval de nodige voorzichtigheid in acht laten nemen. 

Opoffering

Een personage kan vrijwillig helse pijn ondergaan. Dan is er vrijwel altijd opoffering in het spel. Denk aan het bekende voorbeeld van iemand die zichzelf in elkaar laat slaan zodat de ander kan vluchten. Of iemand die een zeer (mentaal of fysiek) pijnlijke (medische) behandeling ondergaat om maar weer te kunnen lopen, van de pleinvrees af te komen en zo weer een sociaal leven te ontwikkelen, te kunnen blijven leven en de kinderen zo geen vader te ontnemen. 
Dat soort opofferingen zeggen veel over de normen en waarden, veerkracht en moed van je personage. Neem dus de tijd om daar goed naar te kijken, want dat is waardevolle informatie.

Wegrennen

Het kan zijn dat je personage niet de mentale (veer)kracht heeft om mentale pijn aan te kunnen. Pas goed op met deze personages, want die zetten je plot erg makkelijk op slot, omdat ze hun narratieve comfortzone niet uit kunnen komen. Zorg er bij deze personages dus voor dat ze een vriend of familielid hebben dat ze op tijd een schop onder hun achterste geeft. Als je dat niet doet, dan is je enige optie om van de mentale strijd om iets in gang te zetten het thema van je plot te maken. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wat als je personage tegenslagen te verduren krijgt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage tegenslagen te verduren krijgt?

Tegenslagen heb je in alle soorten en maten en er zijn evenveel manieren om je daarover te uiten. Boosheid komt dan vaak voor. Boosheid over tegenslag kan je grofweg in drie groepen onderverdelen. Zodra je weet in welke groep de boosheid thuishoort, kan je dat handig toepassen in je verhaal. 

Mokken

Dit is de meest ‘onschuldige’ manier van boosheid. Mokken gebeurt als je personage zijn dag niet heeft, of zich ergert aan kleine dingen. Denk aan dingen als:
“Hé verdorie, de koekjes zijn alweer op…”; 
“O, jippie, alweer regen vandaag… Ik heb al drie weken geen fatsoenlijke zon gezien.”; 
Naar de supermarkt gaan en je portemonnee vergeten;
Een lange rij voor de achtbaan in het pretpark.

Mokken kan goed werken voor je verhaal, of helemaal niet. 
Als je personage af en toe eens mokt, maak je een personage op een eenvoudige manier realistisch(er). Als je hoofdpersonage iemand is die te pas en te onpas loopt te mokken, maak je het jezelf onnodig moeilijk. Iemand die steeds mokt, zal niet snel in actie komen om iets te veranderen. Een held van een verhaal kan niet te passief zijn, want daarmee zet je geen centraal conflict in gang. 
Hoe dan ook, wees zuinig met ‘mokbuien’ van een personage. 

Terechte woede

Boosheid is een vervelende emotie, maar daarmee niet altijd onterecht. Als je personage door zijn wederhelft geslagen wordt – omdat zijn vrouw zijn salaris te laag vindt, bijvoorbeeld – dan is het juist goed dat je personage boos wordt: dat getuigt van een bepaalde eigenwaarde. (“Ik verdien misschien geen ton per jaar, maar dat geeft je niet het recht om me te mishandelen!”)
Gebruik die eigenwaarde in je voordeel om te laten zien wat voor ‘verborgen krachten’ je personage nog meer heeft: wat kan en durft hij in gang te zetten zodra er onrecht of onraad is?  Waarschijnlijk schuilt er iets in je personage dat verandering in gang wil zetten. En verandering is altijd goed, want het zet een verhaal in gang, of houdt een verhaal aan de gang. 

Woekerende woede/ verbittering

Woekerende woede of verbittering treedt op wanneer je personage iets vervelends is overkomen en hij zich er niet overheen kan zetten. Dat kan iets kleins zijn (een vriend die een verjaardag vergeet) of iets groots (je personage heeft in een Duits concentratiekamp gezeten en wordt nog steeds kwaad als hij een Duitser ziet.) Maar of het iets groots is of iets kleins, de woede terecht is of niet, doet eigenlijk niet ter zake. Dit soort woede is namelijk vooral handig om je personage beter te leren kennen. Wat zijn de karaktertrekken, omstandigheden en gebeurtenissen die op je personage van toepassing zijn die ervoor zorgen dat je personage in die verbittering blijft hangen en het verleden maar niet achter zich kan laten? De informatie die je krijgt als je naar deze antwoorden op zoek gaat, zijn waardevol gedurende het hele schrijfproces, niet alleen als deze verbittering boven komt drijven. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Wat als je personage macht heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage macht heeft? 

Macht heeft vele gezichten en je kan er talloze verhalen over bedenken. Maar om te beginnen moet er voor deze tips een ding duidelijk zijn: macht hebben is niet meteen slecht. Niet alleen dictators hebben macht: ook een verzorgende in de gehandicaptenzorg heeft dat, want die bepaalt wanneer de cliënt opstaat, eet en gewassen wordt. Bedenk eerst eens of je personage macht heeft over een ander, zonder dat je dat misschien beseft. 

Wil je personage macht?

Je personage kan dus macht – of misschien beter gezegd zeggenschap – over iemand hebben, zonder dat dat het doel is. De verzorger of ouder heeft zeggenschap over cliënt of een kind, maar is daar niet trots op, pocht daar niet over en heeft die taak ook niet op zich genomen om diegene vervolgens tot volgelingen of dienaren te beschouwen. Als je personage macht heeft, maar niet per se wil, zegt dat erg veel over je personage. Denk aan: hoe gevoelig hij is voor omkoperij of hoe sterk zijn ethisch kompas is.  

Wat zijn de middelen die je personage heeft?

Of het nu een diploma in de gehandicaptenzorg is, ouderlijk gezag of een heel leger compleet met nucleair arsenaal, je personage heeft middelen tot zijn beschikking die de macht in stand houden. Wat voor troef geeft je personage dat? Dwingt het angst of respect af? Geeft het bepaalde connecties?
Maakt je personage daar gebruik van om zelf beter van te worden door nog meer gebieden te veroveren of carrière te maken? Of vindt je personage, ondanks alle mogelijkheden alles wel goed zoals het is? 
Neem die middelen ook eens mee in je opschrijfboekje: wat gebeurt er als het volk in opstand komt, of je personage zijn baan verliest? Draait je personage dan door of blijft hij kalm? Zo weet je hoe vindingrijk en stressbestendig hij is. 

Waarom houdt je personage de macht?

Of je personage nu machtslustig is of het hebben van macht nu eenmaal bij de omstandigheden hoort: je personage heeft macht en wil die houden. Anders koos hij wel een andere baan, of wilde hij geen kinderen die hij op moest voeden waar hij verantwoordelijk over heeft.  Wat zit er achter de reden om die macht te krijgen of te behouden? Onzekerheid? Een diagnose ‘sociopaat’ of naasten- of moederliefde?  
Als je weet waarom je personage zich – plat gezegd – met het doen en laten van anderen bezig wil houden, heb je weer heel wat kennis over je personage die je kan gebruiken om hem verder uit te werken.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Wat als je personage eenzaam is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage eenzaam is? 


Iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad: eenzaamheid. Dat is voor een enkele scène niet meteen interessant, maar als eenzaamheid een karaktertrek van je personage wordt, is het belangrijk om daar goed naar te kijken. Als je vreselijk eenzaam bent en dat ook nog eens lang duurt, komt je hele wereld op zijn kop te staan. Dat heeft grote gevolgen voor je personage, het centrale conflict en de toon van je verhaal. Let op de volgende dingen als je over eenzaamheid schrijft. 

Introvert of extravert?

Mensen zijn introvert of extravert. Simpel gezegd willen extraverte mensen vaak en veel mensen om zich heen, waar introverte mensen liever met een kleinere groep mensen zijn en zo nu en dan ook liever alleen zijn. Waar een extravert het al heel naar vindt om twee dagen niemand tegen te komen, vindt de introvert dat soms juist fijn. Een introvert daarentegen zal meer behoefte hebben aan diepgaande contacten met een enkeling, terwijl een extravert ook energie haalt uit koetjes en kalfjes met veel mensen. 

Als je weet aan wat voor contact je personage het meest behoefte heeft, weet je ook wat hem al dan niet (makkelijk) eenzaam maakt. Kijk dus eerst of je personage intro-of extravert is voor je verder gaat met schrijven over zijn eenzame gevoelens. 

Wie of wat is de oorzaak?

Eenzaamheid heeft altijd een oorzaak, maar die kan enorm verschillen: verlegenheid, niet populair zijn, de thuisblijver zijn als iedereen op vakantie is, geestelijke mishandeling waardoor je personage denkt geen vriendschap waardig te zijn… Kijk goed naar wie of wat de eenzaamheid in gang zet of in stand houdt. Anders kan je niet bepalen wat er moet veranderen om de eenzaamheid op te lossen of hoe je de eenzaamheid kan portretteren. 

Wat speelt er onder de eenzaamheid?

Enkele belevenissen van eenzaamheid zijn: “Ik voel me erg eenzaam als mijn geliefde niet bij me is” of “Ik voel me eenzaam op feestjes waar ik niemand ken.” Achter dit soort citaten schuilt vaak nog iets anders dan eenzaamheid: te veel waarde hechten aan een specifiek persoon of verlegenheid, bijvoorbeeld. 
Eenzaamheid kan je definiëren als: contact willen met een medemens, maar dat niet kunnen krijgen. 
Dat kan oorzaken hebben die vrij ‘eenvoudig’ zijn of juist heel ernstig. Een eenvoudige reden is iets als: je eenzaam voelen in de klas omdat je niet voluit en sociaal mag kletsen met de buurvrouw. Een ernstige reden is: ik heb het gevoel dat ik geen vriendschap of liefde waard ben en zoek daarom geen contact met anderen. 

Probeer erachter te komen of je personage ‘zuivere’ eenzaamheid ervaart, zoals in de klas, of dat er nog andere mentale ongemakken meespelen, zoals slechte sociale vaardigheden, een minderwaardigheidscomplex of het idee dat je personage om wat voor reden dan ook het recht niet heeft om contact te zoeken met iemand/ het gewenste andere personage. Mocht er méér meespelen dan ‘zuivere eenzaamheid’, neem dat dan ook mee in je uitwerking. 

Onderschat eenzaamheid niet! 

Als je erachter komt dat je personage met ernstige eenzaamheid (en eventuele onderliggende factoren) te kampen heeft, onderschat dat dan niet. Het kan je personage zodanig verlammen dat hij zelfs zijn bed niet meer uit kan, wil of durft te komen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor je personage-ontwikkeling, verhaalthema, plot en verhaallijn. Als je een personage hebt dat ernstig eenzaam is en dat realistisch wil portretteren, hou dan in de gaten dat dat veel met je verhaal als geheel kan doen. En besef dat ernstige eenzaamheid niet opgelost is als de vriend van je protagonist haar een enkele keer meeneemt naar de bioscoop…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Wat als je personage liefdesverdriet heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: Wat als je personage liefdesverdriet krijgt?


Wat voor liefdesverdriet is het eigenlijk?

Het ene liefdesverdriet is het andere niet. De ene keer betreft het een blauwtje, de andere keer een scheiding, weer een andere keer is het een heimelijke liefde die nooit wordt uitgesproken en daarmee nooit beantwoord wordt. Bij elke soort liefdesverdriet hoort een andere ‘kernemotie’. Denk aan:
• Onbeantwoorde liefde zorgt voor een sluimerend verdriet;
• Liefdesverdriet naar aanleiding van een scheiding brengt rouw met zich mee: iets wat er was, is niet meer;
• Een blauwtje lopen geeft pijn vanwege afwijzing.
Stel eerst vast wat voor liefdesverdriet je personage precies onder de leden heeft. Dan wordt het een stuk makkelijker om zijn gedachtegang en verdere doen en laten te verklaren.

Karaktertrekken en externe factoren

Niet iedereen gaat hetzelfde om met de eerdergenoemde kernemoties. Kijk nu eens naar het karakter en externe factoren van je personage. Om te beginnen met karaktertrekken:
• Een trots personage zal naast eerdergenoemd verdriet ook nog een deuk in het ego te verduren krijgen;
• Een verlegen, teruggetrokken personage zal nog verder in zijn schulp kruipen;
• Een extravert personage zal aan het eind van de maand een hoge telefoonrekening krijgen: die belt al haar vrienden langdurig op om haar hart te luchten.
Dan komen externe factoren om de hoek kijken: wat maakt dat het verdriet makkelijker of juist moeilijker te verwerken is?
• Is je personage een affaire begonnen met de baas en zijn ze nu betrapt?
• Komt je personage door de scheiding in een lastige financiële situatie terecht waardoor er een geen mentale ruimte is om de rouw te verwerken? Misschien krijgt hij daar later psychologische problemen mee door van alles op te kroppen…
• Wordt een depressief persoon slachtoffer van de heimelijk onbeantwoorde liefde? Dat zal de depressie misschien wel verergeren. Of is er misschien een vriend(in) die je personage uit dat zwarte gat helpt?
De externe factoren en karaktertrekken vormen een prima uitgangspunt. Daarmee kan je waarheidsgetrouw schrijven over de periode van het liefdesverdriet en wat dat met je personage doet.

Liefdesverdriet verandert

Liefdesverdriet gaat uiteindelijk over of verandert van vorm. Kijk nogmaals naar het karakter en de externe factoren van je personage en bedenk hoe dat verdriet overgaat (in iets anders).
• Als jouw personage iemand is die zichzelf een goede schop onder zijn achterste kan geven, zal hij niet lang blijven piekeren, zeker als zijn vriendin ook nog eens zegt dat hij blij mag zijn dat hij van die sukkel af is;
• Als je personage goed is in het aannemen van een slachtofferrol, dan kan zij lang in het liefdesverdriet blijven hangen. Dat verdriet kan in de loop der jaren overgaan in verbittering, maar de achterliggende gedachte: “Het leven is een zware dobber en mij overkomen altijd alleen maar slechte dingen,” zal dan waarschijnlijk hetzelfde blijven.
Het is van belang voor de rest van je verhaal om de ‘uitkomst’ van het liefdesverdriet te weten. Als je personage pessimistisch wordt door het liefdesverdriet, zal het een stuk moeilijker worden om weer/nog vertrouwen in de mensheid te krijgen. Daardoor zal hij andere dingen misschien niet meer aan willen gaan. Iemand die zichzelf achter de broek zit, zal na verloop van tijd weer lol in het leven krijgen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Als je dit hebt uitgedacht, ben je klaar om je boek te gaan schrijven

Een goede voorbereiding van je boek voorkomt dat je tijdens het schrijven onnodig veel moet verbeteren. Sommige mensen bereiden zich tot in de puntjes voor voordat ze beginnen met schrijven, anderen maken een globale planning.  Er bestaat geen echte handleiding voor een goede voorbereiding, maar je doet er wel verstandig aan in ieder geval de volgende zaken uit te werken voor je begint met schrijven.


1. Doe globaal onderzoek naar je onderwerp

Als je ergens over gaat schrijven, moet je weten hoe het werkt. Anders komt je verhaal ongeloofwaardig over. Daarom moet je onderzoek doen en daar moet je meteen mee beginnen. Je kan je onderzoek voortzetten tijdens het schrijven, maar zorg wel dat je de basiskennis over je onderwerp hebt vergaard. Het schiet niet op om te beginnen te schrijven over een logopediste als je denkt dat die alleen maar weet hoe ze kinderen kan laten stoppen met lispelen. Je moet op zijn minst weten dat een logopedist ook deskundige therapie kan geven bij stotteren, slikproblemen, taalproblematiek, stemstoornissen en zelfs dyslexie.

2. Ken je personages

Je moet je personages meer dan alleen oppervlakkig kennen, anders kom je vast te zitten met je plot. Als je alleen nog maar weet dat je personage hard werkt en hartelijk is, kan je beter nog even wachten met je verhaal schrijven. Het is leuk dat je dat weet, maar het zegt maar weinig over hoe je personage op de oproep van zijn heldenreis gaat reageren. Doet hij dat gemakkelijk omdat hij ook trots is? Of juist niet omdat hij zijn gezin niet achter wil laten? Dat zijn allemaal factoren die een belangrijke bijdrage leveren aan hoe je personage zich door het verhaal heen beweegt. Zorg dat je zijn algemene levensgeschiedenis kent, zijn belangrijkste normen, waarden en zijn dromen en angsten.

3. Bepaal het centrale conflict

Je moet een zekere continuïteit kunnen bewaken in je verhaal. Tijdens het schrijven, maar zeker ook daarvoor. Als je niet weet wat het centrale conflict van je personage is en wat hij grofweg zal moeten of willen doen om dat aan te gaan, wordt het vrijwel onmogelijk om je verhaal logisch op papier te krijgen. Je kan het centrale conflict zien als houvast waar je steeds weer op terug kan vallen. Als je dat nog niet bepaald hebt, heb je dus te weinig om op voort te borduren.

4. Bepaal eventuele plottwists

Mocht je plottwists in je verhaal willen gaan gebruiken, bepaal die dan vóór je begint. Je moet gedurende het verhaal kleine aanwijzingen geven voor de lezer. Het maakt niet echt uit in welk hoofdstuk ze precies staan, maar je kan niet zomaar losse regels aan aanwijzingen in een bestaande scène plakken. Als je dat wel doet, loop je het risico dat je de toon, thema of het doel van een hele scene ineens verandert. Daarom moet je vooraf weten of er een plottwist komt, zodat je tijdens het schrijven kan bepalen wanneer je de aanwijzingen geeft.
 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Drie redenen om je verhaal even opzij te leggen voordat je gaat herschrijven

Als je een tekst geschreven hebt, wil je er het liefst zo snel mogelijk mee verder, of het inzenden voor een schrijfwedstrijd. Maar het is verstandiger om een tekst een aantal dagen – zo niet weken! – opzij te leggen en het daarna pas in te sturen en/of te herlezen voor revisie. Hier volgen drie redenen waarom.


1. De blinde vlek verdwijnt

De blinde vlek is bekend en berucht: als je intensief met een tekst bezig bent, of hem al talloze malen hebt herlezen, zie je op een bepaald moment zelfs de meest overduidelijke spellingsfouten of continuïteitsfouten niet meer staan. Als je de tekst even met rust laat, gaat die blinde vlek uiteindelijk weg. Bedenk wel: hoe langer en intensiever je met een bepaalde tekst bezig bent geweest, hoe langer je de tekst moet laten rusten om de blinde vlek te laten verdwijnen. Soms is een aantal dagen rust genoeg, soms vergt dat echter weken.

2. Je ziet het grote geheel weer

Als je met een bepaalde scène bezig bent geweest zit je daar met je neus bovenop. Dat levert je tijdens het schrijven een bepaald oog voor detail op, maar dat kan riskant zijn. Je bent zo bezig met hoe de personages een ruzie aan het uitpraten zijn, dat je vergeet dat ze later in het verhaal omwille van de spanningsboog nog een keer moeten gaan kibbelen. Dan kan je beter een kleine wrijving laten bestaan, zodat de latere ruzie niet uit de lucht komt vallen. Zoiets kan je vergeten als je met een afzonderlijke scène bezig bent. Als je even afstand kan nemen van datgene waar je intensief mee bezig bent, helpt dat het grotere geheel te zien en continuïteitsfouten te voorkomen.

3. Je kan beter reflecteren

Ben jij ook zo’n schrijver die na het tikken van een scène stopt met schrijven en dan nog een aantal minuutjes bedenkt wat je nu eigenlijk geschreven hebt? Als je dat meteen na het dichtklappen van je laptop doet, denk je waarschijnlijk iets als: het was leuk om die romantische scène nu eindelijk eens op papier te zetten! Die eerste gedachten zijn vrijwel nooit kritisch. Maar als je een tekst eventjes laat liggen en je drie dagen later tijdens de was opvouwen nog eens bedenkt wat je precies geschreven hebt, kan je zomaar ineens beseffen: Oeps, Floortje heeft zich wel erg enthousiast op Jacob gestort. Hij heeft een hekel aan overhaaste romantiek. Misschien moet Floortje niet meteen zodra de voordeur dichtvalt aan Jacobs riem beginnen te sjorren. Anders geeft hij haar straks vroegtijdig de bons.
Dan besef je dus dat je iets hebt geschreven dat niet klopt (voor je personages of voor het plot). Vervolgens kan je gaan kijken hoe Floortje haar extase kan uiten zonder dat Jacob meteen bindingsangst krijgt. Als je het had gelaten bij Floortjes lust, dan was je dat vroeg of laat in je verhaal als blokkade tegengekomen.
Als je een tekst even laat voor wat hij is, is de kans groter dat je neutraler naar je tekst kan kijken en je er beter op kan reflecteren.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb ik het in me om een getalenteerde schrijver te worden? Beantwoord deze vier vragen en je weet het

Het is een prangende vraag van veel beginnende schrijvers: “Ben ik getalenteerd genoeg om gepubliceerd te worden?” Daar is helaas geen pasklaar antwoord op. Toch kan je een aardig idee krijgen of je aanleg hebt voor schrijven door onderstaande vragen te beantwoorden.


1. Wanneer vind je jezelf getalenteerd genoeg?

Voordat je jezelf gaat afvragen of je getalenteerd genoeg bent, moet je voor jezelf duidelijk hebben wat dat voor jou betekent. Wil je hoogstaande literatuur schrijven of ben je al tevreden als je verhalen kan schrijven die vlot genoeg zijn voor het plaatselijke huis-aan-huisblad? Bepaal eerst eens wat voor jezelf ‘getalenteerd genoeg’ betekent voordat je je druk gaat maken om wanneer de rest van de wereld dat ook vindt.

2. Kan je het idee van een checklistje loslaten?

“Als ik maar tien verschillende schrijftechnieken (of dertig, of…) kan toepassen, dan ben ik getalenteerd.”
Helaas is er geen checklistje dat je kan afvinken om te zien of je ‘goed schrijven’ onder de knie hebt. Het kunnen toepassen van schrijftechnieken is één ding, inzicht hebben in het hoe en wat daarvan is het volgende. En inzicht is niet of nauwelijks te toetsen met een meetbaar afvinklijstje.
Zodra je weet dat goed schrijven niet middels een afvinklijstje na te gaan is, toon je tekenen van schrijfinzicht. Dat schrijfinzicht is een teken dat je aanleg hebt voor schrijven.

3. Kan je feedback ontvangen?

Aanleg hebben voor schrijven is niet genoeg. Als je echt getalenteerd wil worden, moet je feedback kunnen ontvangen. Je hoeft het niet met feedback eens te zijn. Soms is bepaalde feedback ook niet terecht. Feedback geven is net zo’n kunst als ontvangen, ook dat kan niet iedereen. Negeer persoonlijke aanvallen en mensen die jouw fantasy willen veranderen in een romantisch verhaal, alleen omdat zij liever zwijmelen dan nieuwe werelden ontdekken.
Als de feedback wel terecht is in opzet, moet je in staat zijn om te zien waar de feedback op berust is en of je inderdaad iets kan verbeteren. En zo ja, hoe en waarom dan? Geeft de feedback aan dat een bepaalde schrijftechniek beter zou passen? Dan is de hamvraag of jij begrijpt waarom deze suggestie wordt gedaan. Jij bepaalt vervolgens of dat voor je verhaal werkt of niet. Maar je moet wel kunnen herleiden waarom iemand iets al dan niet prettig vindt lezen. Dat is onderdeel van dat cruciale schrijfinzicht dat je nodig hebt om van je aanleg je talent te maken.

4. Blijf je nuchter en heb je zelfreflectie?

Als je geen feedback kan verwerken zoals hierboven omschreven of die zelfs niet wil horen, kom je als schrijver niet ver. Ook al heb je het talent van een Stephen King, Nicholas Sparks of J.K. Rowling, er zal geen enkele uitgever met je willen samenwerken als je te hoog van de toren blaast. Besef dat de wereld er niet is om je schrijverswerk alleen maar aan te prijzen. En dat je (nog) niet de nieuwe Stephen King bent. Is je eerste neiging is om nadrukkelijk uit te leggen waarom je iets hebt geschreven zoals je dat gedaan hebt in plaats van te kijken naar wat er inhoudelijk eigenlijk voor suggesties worden gegeven? Of zeg je iets als: “Dat is jouw mening, niet de mijne. Ieder zijn meug,” dan zijn dat rode vlaggen. Als schrijver heb je talent, maar zeker ook nuchterheid en zelfreflectie nodig.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

3 redenen om je niet te laten leiden door je eigen voorkeuren tijdens het schrijven

Beginnende schrijvers zijn vaak zo enthousiast over het schrijven zelf, dat ze zich soms een beetje mee laten slepen. Als schrijver kun je in theorie doen en laten wat je wil met je verhaal. Maar als je te veel aan dat idee vast houdt, kan je verhaal veel vaart verliezen. Jammer, want je verhaal komt waarschijnlijk beter tot zijn recht als je het algemene verhaalbelang voorrang geeft. 


Voordat we gaan kijken waar je op moet letten om niet te dicht op je eigen verhaal te zitten: houd altijd het principe van kill your darlings in je achterhoofd. 

1. Je snapt je eigen personages beter

Als je niet per se twee geliefden met elkaar wil laten eindigen, maar kijkt of ze wel bij elkaar passen, heb je beter in de gaten wat je personages voor mensen zijn. Zijn ze introvert en extravert en passen ze daarom niet zo goed bij elkaar? Hebben ze elk individueel totaal andere dromen in het leven, of andere ideeën over wat je met je spaargeld moet doen, hoe je kinderen op moet voeden…. Dit soort dingen moet je afzonderlijk voor elk personage weten, want dit kunnen belangrijke drijfveren zijn. Als je je meer bezighoudt met een bepaalde afloop dan met de drijfveren van je personages, wordt de kans groter dat ze eendimensionaal worden.

Een uitgestippelde weg naar ´En ze leefden nog lang en gelukkig ´werkt soms goed, soms juist niet. Denk na voordat je iets doet.

2. Je thema blijft stevig 

Een thema geeft een verhaal meer diepgang. Gaat het verhaal vooral over angst, kinderloosheid, een gelukkig huwelijk, of een ontdekkingstocht? Ongeacht wat je thema is, je moet bepaalde dingen in verschillende vormen laten terugkomen. Als je thema verraad is, kan je personage of diens partner vreemdgaan. Het is dan ook verstandig om iets als het verklappen van een geheim, diefstal door een vriend of dubbelspionage terug te laten komen. Dit verraad hoeft er niet meteen duimendik bovenop te liggen om het thema duidelijk te maken, maar je moet wel aan je (terugkerende) thema denken.
Als je te veel denkt aan je eigen voorkeur, kan het verhaal als anticlimax aanvoelen: “Ja, mijn thema is verraad, maar deze vrienden moeten elkaar hoe dan ook door dik en dun steunen.” Waar gaat je verhaal dan nog over? Verraad, vriendschap, beloftes…? Je thema en je verhaal kan vaag worden als je je er vanwege een bepaalde voorkeur te makkelijk van afwijkt.

Afstand nemen van je verhaal kan ervoor zorgen dat het indrukwekkend blijft. Werk desnoods een kleiner blijk van je thema uit: de vrienden hoeven elkaar niet te verraden met de dood tot gevolg. In plaats daarvan kan er een de ander voor een paar honderd euro oplichten. 

3. Je leert beter naar je tekst te kijken

Als je niet je eigen voorkeur, maar je verhaal zelf op de eerste plaats zet, leer je beter te kijken naar wat je schrijft. Hoe kom je tot bepaalde standpunten, plotuitwerkingen en zelfs eigen voorkeuren over hoe het verhaal moet (af)lopen? Als je bij al deze dingen je vraagtekens zet, groeien je schrijfinzicht en schrijfvaardigheden, omdat je het belangrijk vindt dat je een goed verhaal schrijft. Vervolgens ga je ook kijken hoe je dat moet doen. Als je slechts schrijft naar aanleiding van je eigen (inhoudelijke) voorkeur, voel je waarschijnlijk minder aanleiding om je verhaal eens goed onder de loep te nemen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online