De sterke scène: wat is het plotseling stil

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken waarom een plotselinge stilte in een scène ontzettend effectief is voor de spanningsboog.

De stilteallergie

De een kan wat beter tegen stilte in een gesprek dan de ander, maar als een stilte langer dan grofweg twintig seconden duurt, worden de meeste mensen ongemakkelijk. We kunnen niet tegen stilte, zodanig dat je van een stilteallergie kan spreken. Maar waarom eigenlijk? Enkele mogelijkheden:

  • we zijn bang dat iemand niets zegt omdat ze iets naars verbergen
  • wat overduidelijk gedacht, maar niet gezegd wordt, is te pijnlijk om hardop te zeggen
  • Iemand probeert met een stilte te forceren dat iemand vanwege de stilteallergie gaat praten en misschien wel een geheim verklapt
  • we hebben onszelf wijsgemaakt dat we altijd iets (nuttigs) te zeggen moeten hebben, anders lijken we dom.

Zie je hoe elk van deze redenen de oorzaak kan zijn van interessante plotwindingen, plottwists of verdieping kan geven over een personage en hoe daar altijd een mate van zeker ongemak of spanning bij komt kijken? Hou dat in gedachten voor een latere conclusie.

Waarom praat je niet?

We hebben dus met zijn allen een stilteallergie. En toch is en blijft er iemand stil. Daar moet dus een reden voor zijn. Bijvoorbeeld:
– iemand zoekt naar woorden
– iemand kan het gewicht van diens gedachten niet vertalen naar woorden
– emoties nemen de overhand
– iemand wil een eerder uitgesproken boodschap met een stilte gewicht geven
– iemand beseft nu pas hoeveel invloed het gespreksonderwerp op diegene heeft. Emoties die altijd zijn vastgehouden komen nu los.

Anders gezegd: de zwijger heeft te maken met een bepaalde druk of emotionele spanning.

Kunnen we alsjeblieft weer praten?

Degene met een stilteallergie probeert in het moment van stilte vluchtig een spanning te verbreken, waar de zwijger er middenin zit en juist tijd nodig heeft om die spanning rustig te ontrafelen. Of je nu de rol hebt van de zwijger of degene die allergisch is voor stilte: van de eigenlijke spanning wil je af. Maar de manier waarop je dat aan gaat pakken scheelt als dag en nacht: wrijving onderling is hiermee gegarandeerd.

Nu komen we bij het echte schrijfwerk aan: deze conclusie leert ons dat een stilte zich uitstekend leent voor het verstevigen van de spanningsboog.

Stilte en de spanningsboog

De spanning van stilte zet ieder aanwezig personage onder druk. En vroeg of laat bezwijkt iemand daaronder. Maar als de spanning geforceerd wordt verbroken, komt daar altijd een nare emotie bij kijken. Van iets relatiefs onschuldigs als gêne, tot regelrechte woede als er echt iets verkeerds wordt gezegd.
En nu er uiteindelijk iets onder die omstandigheden is gezegd, wordt dat spannend. Want er is een bekentenis gedaan, een nieuwe eigenschap van iemand onthuld of een hele spannende of onterechte conclusie getrokken. Allemaal verhaalelementen die de spanningsboog enorm kunnen verhogen. Want ze lokken stuk voor stuk de vraag uit: hoe nu verder in het verhaal? Dat is het ideale pageturnereffect.

Het helpt ook enorm dat die nare emoties op of onder het oppervlak aanwezig zijn. Zowel in de stilte zelf als het moment van de onhandige verbreking daarvan. Als je daar bij stil durft te staan door er wat observaties op los te laten, dan kan je ervoor zorgen dat de spanning om te snijden is. Bovendien zal je lezer meteen meer leren over de betrokken personages en hun manier van denken, doen en reageren. Dat is niet alleen nuttig voor op dat moment, maar voor het hele verdere verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Foto door Balint Mendlik verkregen via Unsplash.

De sterke scène: de eerste scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we naar de eerste scène. Want die heeft een andere opbouw dan de scènes in het midden. 

Veranderen en leren tussen de regels door

In een goede scène, waar dan ook in het boek, verandert er iets. Ook leert de scène je iets over een element in het verhaal. Maar de eerste scène heeft een aparte opbouw. Want als je nog geen introductie hebt gehad, hoe kan het verhaal dan veranderen en wat moet de lezer dan leren? In zekere zin is de eerste scène de scène die de belangrijkste zaken uit je boek al gaat verklappen. Tussen de regels door, welteverstaan.

De slechte eerste scène: afwachten, niet ontdekken

Om een goede eerste scène te schrijven, is het handig om te kijken wat een eerste scène laat mislukken. Dat maakt het makkelijker om te kaderen wat je wel en niet mag doen voor een goede scène.  Een slechte openingsscène staat bol van de infodump. Of is het de beruchte ochtendroutine. Vaak worden die statisch en feitelijk geschreven:

Door een generatieslange spanning tussen de twee belangrijkste families, ging er in Trollenland het gerucht rond dat er snel oorlog zou komen.

Of:

Met haar ogen nog halfdicht maakte ze haar ochtendkoffie klaar. Ze haatte dat ze cafeïne nodig had om op te starten, maar als haar gemene baas haar vermoeid zou aantreffen, riskeerde ze een verbale aanval. Dat was de afgelopen maand al vijf keer voorgekomen.

Zie je dat deze teksten tussen de regels door niets duidelijk maken? Ze vertellen ook niet wat er in het gehele verdere verhaal gaat gebeuren. Wat ze hoogstens doen, is een enkele gebeurtenis of scène verklappen.  Zo valt er niets te ontdekken, hoogstens iets om af te wachten: komt die ruzie of niet? Zo wacht je een specifieke scène af, in plaats van dat je een verhaal introduceert.

Dit blijft niet hetzelfde… 

Een goede eerste scène laat de lezer achter met het besef dat wat er ook gebeurt, het langdurige gevolgen gaat hebben. Je schrijft nog beter als je hint naar hoe het personage met die verandering om zal gaan. Daarmee kan de lezer (onbewust) enigszins voorspellen hoe het verhaal gaat verlopen wat betreft centraal conflict, of wat het verhaalthema gaat zijn. Dat zorgt voor nieuwsgierigheid en dan wil de lezer verder lezen dan alleen het eerste hoofdstuk.

Denk hierbij aan iets als:

De deurbel deed Franka verstijven. Haar blik schoot naar de kalender.  Ze was nu drie maanden te laat. Toen ze met trillende handen de deurwaarder binnenliet en ze hem voorging naar de keuken, zag ze hoe zijn blik naar de halfopen, lege koelkast en naar Franka’s versleten kleren en ongewassen haren ging.
“Heeft u uw moeder niet meer kunnen bereiken?”
“Ze hing op zodra ze hoorde ik het was die belde…”

Je weet dat deze vrouw in de schulden en andere armoede gerelateerde problemen zit en daar een oplossing voor moet zoeken. Zonder hulp gaat dat lastig zijn.   Tel daar de ruzie met haar moeder bij op en Franka heeft meerdere conflicten die je niet in een enkele scène kan stoppen. Dit belooft een verhaal met alle complexe vertelaspecten die daarbij komen kijken.

Belangrijk om te weten: een verhaal mag voorspelbaar zijn. Het is iets anders als het uitgroeit tot een cliché. Maar een verhaal is het lezen waard zodra niet de eigenlijke uitkomst – Wat gaat er gebeuren? –, maar het ‘hoe’ centraal staat. Hoe komt het verhaal uiteindelijk tot deze uitkomst gedurende meerdere scènes  en hoofdstukken? Hoe zorgt het personage ervoor dat de ramp voorkomen wordt? ‘Hoe?’ zorgt voor een verhaal, ‘Wat?’ geeft slechts een feit aan. Als je eerste scène meer stilstaat bij het ‘hoe’ en dan bij het ‘wat’, zorgt die voor een goede start.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Prateek Katyal verkregen via Unsplash

Heb je help nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

De sterke scène: wanneer moet je een scène schrappen?

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we wanneer je de scène in zijn geheel weg moet laten.

Aanpassen versus schrappen

Bij schrijven hoort schrappen. Omdat je tijd en moeite steekt in je boek en ook in je scènes, zal je eerst proberen om ze aan te passen door bepaalde woorden, zinnen of complete delen te verwijderen. Maar soms moeten ze er in hun geheel aan geloven.

Of je het eerst aanpast of meteen verwijdert, hangt van de situatie af. Je kan op je gevoel afgaan, of je kan het volgende in je overweging meenemen:

  • Je kan de eerste versie van je boek eerst afmaken, om te zien hoe die leest voor je aan schrappen denkt. Soms valt een slechte scène pas of beter op als je die in de context van het verhaal als geheel leest.
  •  Gaandeweg aanpassen kan helpen om al schrijvende te zien of je algemene zaken als verhaalthema of personageontwikkeling nog geschreven zijn zoals je ze in gedachten had.

Wanneer moet je een scène helemaal schrappen?

Er zijn grofweg twee soorten scènes die je altijd moet schrappen en waarbij je niet de moeite hoeft te doen om ze nog aan te passen. Dat zijn de nutteloze scène en de geforceerde scène. Soms is een scène zowel nutteloos als geforceerd.

Wat is een nutteloze scène?

Een nutteloze scène voegt niets toe aan het thema of het plot. De nutteloze scène kan je herkennen aan het feit dat die als het ware losstaat van het verhaal. Een van de randvoorwaarden van een goede scène is dat die verandering in zich heeft. Een andere is dat je iets nieuws leert. De slechte scène lijkt te zeggen: ‘wat hier staat, is gewoon zo’, zonder dat het een element in zich heeft dat aan het verhaal of het thema wordt gekoppeld.

Een goed voorbeeld is de cliché-droom in een proloog. Over twintig jaar staan de sterren op een rij en gaat een held die nog geboren gaat worden de huidige tiran verslaan. De lezer heeft nog totaal geen beeld van hoe de wereld eruitziet, of wie de hoofdpersonen zijn.  
Later in het verhaal leert de lezer een held kennen die de slechterik wil verslaan. Dat is het hele punt van het verhaal, met of zonder sterren op een rij. Als een scène draait om een simpel feit verkondigen, dan schrap je hem en verwerf je dat feit elders in de tekst.

Wat is een geforceerde scène?

Een geforceerde scène heeft iets of iemand in de scène zitten die je als schrijver geschreven hebt omdat dat zogenaamd ‘zo hoort’.  Ieder verhaal heeft dit toch ‘nodig?’ Denk aan:

Maar als die tropes enkel en alleen om die reden in je boek geschreven zijn, dan moet je niet twee keer nadenken en de hele scène naar de prullenbak verwijzen. Iets hoort pas in je boek als het ook past bij je algemene plot, schrijfstijl en je verhaalthema. Zo niet, dan gaat dat wat ‘hoort’ niet werken.

Het enige wat je nog mag doen voordat je de scène definitief verwijdert, is controleren of er in die scène met dat doodzieke kind plottechnisch nog iets belangrijks gebeurt. Dat verplaats je dan naar een andere scène.  Maar dat personage, subplot of anderszins geforceerde verhaalelement zelf en alles wat daaromheen gebeurt aan relaties en plot, heeft geen plaats in je boek.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door David Maier verkregen via Unsplash

De sterke scène: de wijsheid van de cliffhanger

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we naar de cliffhanger. Want die leert je iets wat je op iedere scène toe moet passen.

Dat meen je niet!

De cliffhanger zie je vaak in soaps. Toevallig of niet: je kan een cliffhanger ook herkennen aan de afkorting S.O.A.P.:

  • Spectaculair;
  • Ongenuanceerd;
  • Aanwezige;
  • Plottwist.

Het gemiddelde boek is wat subtieler dan de dramatische cliffhanger uit een soap. Maar uit S.O.A.P. kan je wel iets halen dat iedere scène in meer of mindere mate moet hebben: een verandering die wezenlijke gevolgen heeft. Net als bij een cliffhanger moet de lezer of het personage de neiging hebben om te zuchten of te roepen: dat meen je niet!

Een cliffhanger, cliché of niet, laat het verhaal niet zozeer een andere kant op gaan, maar zet het compleet op zijn kop. Het plot gaat niet in stapjes naar een soortgelijke situatie. Het zoekt meteen de andere kant van de medaille op. Iemand die dood leek, blijkt levend, trouw verandert in ontrouw, kerngezond verandert in terminaal ziek, enzovoorts.

‘Dat meen je niet!’ moet impliceren dat iets verandert in een mate dat het verhaal nu een compleet andere wending krijgt. Bij zowel een cliffhanger als een minder dramatische scène.

Wat nu?

De verandering die ‘Dat meen je niet!’ uitlokt, hoeft in een scène niet altijd dramatisch te zijn. Soms is het zo subtiel dat het niet eens echt opvalt. Als het een simpele tegenstelling is, kan het ook al werken. Bijvoorbeeld:

Je personage gaat op bezoek en verwacht dat de vriend thuis zal zijn, om gezellig thee te kunnen drinken. Maar dat is niet zo. Het is niet per se een ramp, maar je personage zal nog wel zuchten: ‘Dat meen je niet’:

  • ik had van hem verwacht dat hij af zou bellen als er iets tussen zou komen
  • nu heb ik tijd verspild om hier te komen
  • hij zal toch niet met spoed naar zijn moeder zijn gegaan? Zij is al langer ziek…
  • dat is al de zoveelste keer: ik ben er klaar mee, ik hoef hem niet meer te zien

Hoe serieus of onschuldig de reden ook is dat Vriend niet thuis is, de ‘originele’ scène van het theedrinken kan niet langer doorgaan. En dus moet er iets anders gebeuren om het verhaal af te ronden of verder te laten gaan, anders werk je een anticlimax in de hand. En dus is de volgende vraag: wat nu? Hoe gaat het verhaal nu verder?

Verandering voor de spanningsboog

Als je op deze manier in iedere scène iets verandert, zorgt dat ervoor dat je spanningsboog intact kan blijven. Een van de randvoorwaarden van een verhaal is dat het niet stil mag staan. Op de een of andere manier moet het verdergaan. Als er steeds opnieuw iets verandert, is er dus steeds iets nieuws om over te vertellen, om over te schrijven. Het zorgt ook voor actie-reactie, wat ook nieuwe informatie geeft aan de lezer over personages, thema of het plot.

Een scène hoeft niet met een verandering te eindigen, die verandering kan overal plaatsvinden. Als je scène een verandering in zich heeft, zal die al snel slagen. Pas daarbij wel op dat je de goede intensiteit bepaalt voor de scène. Ga dus niet vol in de S.O.A.P. als iets alledaags verandert. Om de intensiteit van de verandering goed in te schatten, kan je de schaal van normaal gebruiken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Leio McLaren via Unsplash

Heb je hulop nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

De sterke scène: gevolgen van een handeling

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week sluiten we een drieluik van een sterke scèneopbouw af en kijken we hoe je een sterk gevolg op een actie kan schrijven.

Tijd om af te ronden, maar wees niet te snel

In de eerste stappen van een goede scèneopbouw bepaal je de sfeer en daarna laat je een personage een handeling uitvoeren. In de laatste stap laat je zien wat de gevolgen van deze handeling zijn. Voor het plot, de relaties van de personages onderling, of voor een narratief conflict. In dat opzicht doe je niet veel meer dan schrijven volgens het principe van oorzaak en gevolg, waar je aandacht uitgaat naar een gevolg. Maar wees niet te haastig. Houd goed in je achterhoofd wat je met de voorgaande stappen in de grondverf hebt gezet. Als je daar niet op voortbouwt en de afronding als een op zichzelf staand deel beschouwt, zwakt de sterkte van je scène alsnog af.

Tijd voor de boodschap

Een scène is een verhaal in het klein. Dat betekent ook dat die een één of andere boodschap moet bevatten, anders kan je hem net zo goed weglaten. Het begrip boodschap mag je in dit geval heel breed zien. Je lezer mag iets leren over een plot, een personage beter leren kennen of een thema verder ontrafelen.
Denk hierbij aan voorbeelden als:

  • Een thema wordt duidelijk: de boodschap ‘ware liefde bestaat’ wordt duidelijk na een uitzonderlijk romantische scène. De handeling uit de vorige stap van de scèneopbouw is dan zoiets als het aanmaken van de open haard. Gevolg? Hierna volgen er nog wat zwijmelscènes.
  • Een plotpunt wordt verder uitgediept. Nadat het personage een ander heeft uitgescholden, komt er een ruzie. De boodschap: nu zijn de rapen gaar.  
  • De lezer komt meer te weten over een personage. Als de held heeft gelogen heeft, is de boodschap dat dit personage niet meer zomaar te vertrouwen is.

De lezer weet en de lezer voelt…

De ene scène is langer dan de andere en ook de invloed van de scène op het verhaal als geheel is de ene keer groter dan de andere. Ongeacht wat er in je scène gebeurt, wat je de lezer mee wil geven en hoe belangrijk de scène is, een scène is goed afgerond als je de volgende formule in kan vullen:

De lezer weet nu X, en voelt zich nu Y.

  • Doordat de personages nu verliefd zijn, weet de lezer dat ware liefde bestaat. De lezer voelt zich fijn.
  • Doordat er ruzie is, weet de lezer dat er spanning komt. De lezer voelt zich ongemakkelijk.
  • De lezer weet dat de held onbetrouwbaar is. De lezer voelt zich bedonderd.

Cliffhangers zijn niet altijd nodig

Een scène hoeft niet spectaculair of als een cliffhanger af te lopen. Het belangrijkste is dat een scène volgens deze bovenstaande regel een afronding heeft die de lezer iets leert. Deze formule kan je ook helpen om te bepalen wat belangrijk genoeg is om überhaupt in een scène uit te schrijven.
Je hoeft niet elke gezette stap of elke genomen hap in een scène te beschrijven. Als je niet weet wat je uit een scène kan schrappen, kijk dan eens wat er als vanzelf wegvalt bij het invullen van deze formule. Dan ben je al een eindje op weg met het bepalen van waar het in een scène echt om draait en wat maar opvulling is.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Photo by Fairuz Naufal Zaki on Unsplash

De sterke scène: een handeling bepalen

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je waar je op kan letten als je scène over een handeling gaat.

Geen scène zonder handeling

Vorige week kon je lezen dat er in een scène voorafgaand aan een actie een zintuiglijk gevoel moet worden beschreven. Kort samengevat: je gaat niet iets doen als je niet eerst registreert dat je iets wil of zelfs kan doen. Pas daarna kom je in de actie. Of liever gezegd: dan komt er een handeling. Bij creatief schrijven betekent actie niet meteen dat er flink wordt gerend, gemoord, of beroofd. Zeker bij deze uitleg van een scèneopbouw is het belangrijk om dat verschil te zien. Noem het daarom liever een handeling, om misverstanden te voorkomen. Als iemand ‘in actie overgaat’  dóet die gewoon iets. Of dat nu spannend is, of stiekem zelfs wat saai.

Wat vind ik dat er gedaan moet worden?

Zodra een personage iets zintuigelijk heeft opgemerkt, volgt er een handeling. Deze handeling zet iets in gang: dat is een stap verder voor het artikel van volgende week. Wat er precies gebeurt, kan je bepalen aan de hand van de vraag: ‘Wat vind ik dat er gedaan moet worden?’ Het interessante is dat de ‘ik’ in dit geval zowel het personage als de schrijver kan zijn.

Wat vindt de schrijver dat er moet gebeuren?

Als het de schrijver betreft, dan kijk je vooral naar het grotere geheel. Denk bijvoorbeeld aan een thematische invulling, of hoe een personage een emotionele gids kan zijn voor de scène als geheel. Het personage doet iets, om ervoor te zorgen dat de lezer de toon van de tekst beter kan begrijpen. Kijk vervolgens welke actie daarbij past. Gaat het personage iets pakken, ergens anders heen, of misschien inderdaad in actie komt en de deur uitsprint om iemand in elkaar te slaan?

Wat vindt het personage dat er moet gebeuren?

Dan is er nog het personage dat in de papieren wereld uiteindelijk de handeling moet uitvoeren. Hoewel je als schrijver in theorie alles kan doen wat je wil,  gaat een personage niet zomaar in de sloot springen omdat jij dat zegt. Kijk goed naar hoe je personage in elkaar steekt. Past het bij diens karakter en de omstandigheden om de handeling uit te voeren die jij in gedachten hebt? Is er een manier om de handeling extra persoonlijk te maken? Annie grijpt bijvoorbeeld altijd naar haar telefoon om zich achter te verstoppen als ze stoer wil overkomen: “Ik ben te belangrijk voor dit gesprek. ” Sjannie daarentegen begint dan juist over zichzelf te praten.

Wat er ook voor het grotere geheel moet gebeuren, vergeet je personage en de unieke trekken niet bij het bepalen van de handeling. Dat is wat een verhaal kleur geeft.

De intensiteit van de handeling bepalen

Zodra je weet hoe en op wat voor manier je personage gaat handelen, kijk je hoe groots die handeling moet zijn. Daarbij is het belangrijk om al in gedachten te houden dat er op de handeling iets in gang  gaat zetten.  Wat past er op een tienpuntschaal? Kijk daarbij goed naar de schaal van normaal: welke mate van deze handeling past bij de omstandigheden? Moet er in het verhaal nog een ommezwaai komen? Dan kunnen subtielere handelingen de eerste voorzichtige hints vormen. Als de handelingen groter zijn, kan dit het moment zijn waarop alles verandert. De gevolgen die je hierna uitschrijft, laten zien wat het effect is van deze handelingen en de intensiteit ervan.

Volgende week lees je hoe je over hoe je een scène sterk afsluit met de gevolgen van de acties van de handeling zoals je ze deze week hebt geleerd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Daniel J. Schwarz verkregen via Unsplash

De sterke scène: scènes met een sfeer

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je waar je op kan letten als je scène vooral een sfeer op moet roepen.

Geen scène zonder personage

Ieder verhaal en elk deel daarvan kan een lezer beleven omdat er een personage is dat de papieren wereld voor de lezer vertolkt. Staat er een verlaten huis? Dat zegt op zichzelf niets. Pas als je held er de kriebels van krijgt of er iets te doen heeft, is dat aanleiding voor een thriller- of horrorverhaal. Op eenzelfde manier kan een goede sfeer pas werken omdat dat weerslag heeft op je hoofdpersoon en hoe die zich door de ruimte of het verdere plot beweegt. Dat is het uitgangspunt bij het schrijven van een scène waar de sfeer voorop staat: de held moet er iets bij voelen.

De zintuigen als instrument bij een sfeeromschrijving

‘Voelen’ is in dit geval niet zoiets als “Ik voel me vrolijk,” maar een zintuiglijke waarneming. Een personage voelt bijvoorbeeld de warmte van een zonnestraal, of proeft zout na het eten van een dropje. Als je een sfeer voorop wil stellen in een scène, dan is dit de basis die je absoluut niet mag missen. Het is de eerste stap van actie-reactie waar al het andere uit kan ontstaan. Neem een romantische scène waar een vrouw uitgesproken comfortabel op bed ligt. Eerst moet zij het zachte matras voelen, zodat ze zintuiglijk kan registeren dat ze lekker ligt. Daardoor voelt ze zich ontspannen, waardoor ze open staat voor de strelingen van haar geliefde. Had ze last van de prikken van een spijkerbed, dan zal er niet veel romantiek plaatsvinden…

De zintuiglijke waarneming komt altijd voorop

Een personage kan gedachten hebben over de sfeer en de sfeer kan veranderen. Maar vóór die verandering moet er wel een zintuiglijke registratie voorkomen. Neem het spijkerbed. Of je het eerst uitprobeert of meteen bij het zien al gruwelt van de aanstaande prikken, je personage ziet of voelt nog altijd eerst iets voor het denkt: Echt niet (meer)!

Voor de omschrijving van een scène waar de sfeer voorop staat, geldt hetzelfde principe. Je schept de sfeer vooral door in te gaan op de zintuiglijke ervaringen en door die ook als eerst te omschrijven.
De zon tintelde heerlijk warm op haar gezicht en Karin verheugde zich op de picknick van morgen, werkt daarom beter dan: Morgen stond de picknick op het programma, waar Karin zich op verheugde. Ze voelde de heerlijke tinteling van de zon op haar gezicht.
Het leest wat geknutseld omdat het oorzaak-gevolg effect wat meer leest als opgesomde feiten.
Zorg er dus voor dat je eerst de zintuiglijke waarnemingen hebt opgeschreven voor een goede sfeer in je scéne voordat je verder gaat met de conclusies die je personage trekt.

Overgang naar reactie

Er komt een moment dat je in de scéne over moet gaat van zintuiglijke waarnemingen naar de reactie die je personage daarbij heeft. Dat is het verschil tussen ‘Ik voel de warme zon’ naar ‘dat voelt lekker warm’.  De overgang naar een reactie werkt het beste als die subtiel verloopt. Als je de warme zon voelt en meteen je zwemtas gaat inpakken, mis je een schakeltje waarin je de invloed van de sfeer helemaal tot zijn recht laat komen. Wees er wel alert op dat je daar (vooral in woordenaantal niet te veel in doorslaat. Dan loop je het risico om bloemig taalgebruik te schrijven. Maar deze overgang naar reactie werkt ook uitstekend voor sfeeromschrijving in een scène. Volgende week lees je daar meer over.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van een scène? Ik kan helpen: kijk eens in mijn webshop.

Foto door by Hakim Menikh on Unsplash

De sterke scène: schrappen in een scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en ervoor zorgen dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je hoe je je scène kan nakijken en hoe en wat je moet schrappen.

Wanneer stopt de scène?

Een scène is meestal niet zo duidelijk afgebakend als een hoofdstuk. Daardoor kan je zonder het te weten ‘een deel’ van je boek reviseren zonder in de gaten te hebben dat het om anderhalve scène gaat. Let extra goed op scèneovergangen en kijk goed wanneer de scène stopt.

De buren staan gezellig over de heg heen met elkaar te kletsen. Dan komt de buurman naar buiten en vertelt hij over een vervelend telefoontje dat hij zonet heeft gekregen. De scène kan dan zomaar halverwege de alinea stoppen.

Rens kwam lijkbleek naar buiten. Toen Inge zijn blik zag, wist ze onmiddellijk dat er iets loos was. Met een haastige blik op de buurvrouw keerde ze zich om en liep met Rens terug het huis in.
“Het zal toch niet…?”
“Jawel, we moeten Fikkie laten inslapen.”

De nieuwe scène begint met de dialoog over de stervende hond. De babbelscène met de buurvrouw eindigt op het moment dat Inge tussen de regels door de deur achter zich sluit. Een scène eindigt niet altijd met een witregel, hoofdstukeinde of zelfs een cliffhanger.

Een scène heeft één schrijfelement als uitgangspunt

Je kan er een scène niet mee afbakenen, maar voor een goed verloop van een scène is het handig om te kijken wat je in een scène vooral (be)schrijft. Een dialoog is heel anders dan het omschrijven van een omgeving. Meestal is er in een enkele scène wel iets dat de overhand heeft. Niet per se in woordenaantal, maar wat de scène het meest gewicht geeft.
In een dialoog waar een misverstand wordt rechtgezet, zal er heus wel het een en ander aan omschrijving van sfeer zijn, maar wat er daadwerkelijk gezegd wordt is het belangrijkste.
Als je merkt dat je scène lang(dradig) wordt, kijk dan eens welk schrijfelement de boventoon voert. De overige schrijfelementen zijn dan vaak de delen waar je het makkelijkst kan schrappen.

Woorden tellen in een scène

Het is riskant om een woordenaantal te gebruiken als uitgangspunt voor een schrapronde. Het aantal woorden op zichzelf zegt immers vrijwel nooit iets over de kwaliteit van een tekst.
Zo kan je schrijven: “Verdwijn!” of “Ik wíl je niet meer zien!”
In het tweede voorbeeld kan de nadruk op het woord wil de intentie van een personage beter overbrengen. Maar soms is die nadruk niet nodig. En de meeste schrijvers schrijven eerder te veel woorden dan te weinig. Als je het gevoel hebt dat je scène te lang is, kan je het woordenaantal opschrijven en ernaar streven om twintig procent te schrappen. Zorg er wel voor dat je originele tekst ergens opgeslagen blijft, voor het geval het eindresultaat van een schrapronde toch niet zo best is. Enkele manieren om op scèneniveau te schrappen zijn:
 

* Wees alert op kleine gebaartjes en acties. Strijken personages bijvoorbeeld door hun haren, zonder dat dat een show don’t tell van verlegenheid is? Schrap dan niet alleen dat ene zinnetje, maar ook de drie zinnen erna die omschrijven hoe datzelfde personage gaat zitten en iets uit de tas haalt.
* Je kan de omschrijving van ruimten vaak inkorten of schrappen als die alleen in deze scène wordt betreden of bezocht.
* Sfeeromschrijvingen kan je stoppen zodra het (symbolische) punt is gemaakt. Wil je duidelijk maken dat er romantiek in de lucht hangt? De open haard en wijn samen met een gefluisterd woordje zijn voldoende. Beland dan niet in eindeloze zwijmeltaal. Op dat punt moet de eventuele romantische taal die volgt het verdere plot dienen of je iets over de personages vertellen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je hulp bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop wat ik voor je kan betekenen.
Foto door Lawrence Aritao verkregen via Unsplash

De sterke scène: de leerzame scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week lees je waarom een scène leerzaam moet zijn en hoe je dat voor elkaar krijgt.

En toen was er een boek

Vorige week kon je lezen dat een scène moet laten zien dat er iets gebeurt. Op eenzelfde manier moeten meerdere scènes opsommen tot het complete verhaal van je boek. In theorie moet een droge opsomming van de gebeurtenissen van alle scènes het complete verhaal op een prettig en volledige manier kunnen vertellen. Iets als: in scène 1 leren we dat de held zenuwachtig is, in scène 2 blijkt dat dat komt omdat een onderwereldfiguur de held bedreigt, in scène 3 maakt held plannen om te ontsnappen, in scène 4 nemen zijn zenuwen het even over en in scène 5…

Ken je die slechte boekbesprekingen van de basisschool nog? “En toen, en toen en toen…” In zekere zin is die aanpak niet eens zo slecht. Maar in de uitvoering van de negenjarige scholier zijn de scènes niet goed afgebakend, slecht samengevat of te veel op detail gericht. Dat maakt de ‘en toen’- aanpak zo onhandig klinken. Maar als je het goed doet, is het een goede manier om te controleren of je een sterke scène hebt. Je maakt een scène sterk als die op zichzelf ‘en toen’-bestand is: de kleine verhalen van een scène tellen idealiter moeiteloos op tot het grote geheel van het boek.

Een scène mag niet te missen zijn

Iedere afzonderlijke scène is een leerzaam bouwsteentje voor je verhaal. Als je een scène weg zou laten uit een boek, moet je dat merken. Je moet dan iets aan informatie missen.
Dat wil niet zeggen dat je nooit een scène mag schrappen, want je kan dezelfde informatie heel vaak ook in een andere scène verweven als je aanpassingen durft te maken. Maar als je een scène schrapt, moet de informatie daaruit ergens anders terugkomen. Anders gezegd: je mag een scène gerust schrapen als je informatie kan of wil verplaatsen. Als je een scène schrapt omdat je hem ‘kan missen’, dan heb je waarschijnlijk iets in de structuur van die scène verkeerd gedaan. Want in principe zou iedere scène iets moeten vertellen wat je niet zomaar uit het verhaal kan halen. Ga eens na waarom je de scène die je op het punt staat te schrappen misbaar is:

Heeft hij geen duidelijk begin, midden en eind?
Is hij niet ‘en toen’- bestendig?
Weet je niet goed wat hij duidelijk moet maken?

Een scène moet je iets leren

In een scène moet dus niet alleen iets gebeuren, een scène moet de lezer iets leren. Voor een sterke scène is het handig voor jezelf om vooraf af te bakenen waarover de lezer iets moet leren. Kies uit (bijvoorbeeld):
Verhaalthema: je diept iets uit wat meer abstract is dan concreet
Personagebiografie: je leert iets over de geschiedenis of het karakter van je personage
Algemeen plotverloop: het verhaal moet simpelweg verder
Puzzelstukjes (voor een plottwist): dit komt later in het verhaal terug

Dit helpt je niet alleen met afbakenen, maar ook om de boodschap van de scène op een natuurlijke manier over te brengen. Een voorbeeld: je wil duidelijk maken dat je held roekeloos is, dus je concentreert je op het element ‘personagebiografie.’ Dan schrijf je hoe je held in die roekeloosheid van alles en nog wat omvergooit, terwijl het juist van groot belang is om stil en voorzichtig te zijn. Niet alleen komt de lezer te weten hoe de held omgaat met tegenslagen als hij onvermijdelijk wordt betrapt. Je schrijft als vanzelf ook heel spannend als je beschrijft hoe de bewaker langzaam maar zeker steeds meer argwaan krijgt omdat er een mogelijke indringer rondsluipt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Foto door Jairo Gonzalez verkregen via Unsplash

De perfecte plottwist: wat maakt een plottwist spannend?

‘En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht hè?’
Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat je voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we naar wat een plottwist spannend maakt.

Wat is spannend precies?

In de boekenwereld kan het klinken alsof ‘spannend’ betekent dat er grote mysteries of enge dingen te gebeuren moeten staan. Maar dat is niet per definitie zoals het om een plottwist gaat. Daar moet je lezer slechts denken dat er iets geks aan de hand is waar die méér over wil weten. Dat kan dus ook betekenen dat er een voorwerp verloren is geraakt onder verdachte omstandigheden. Je hoeft niet meteen te laten doorschemeren dat dat een eerste hint is voor een ontvoering. Het kan ook het begin van een misverstand zijn. Maak je plottwist dus niet spectaculairder dan het hoeft te zijn omwille van het zogenaamde spannende effect. Sterker nog, als je te graag wil dat je plottwist spannend of spectaculair wordt, kan dat averechts uitpakken. Want een plottwist die als voornamelijk doel heeft om te choqueren, is er een die altijd mislukt, omdat het een anticlimaxeffect met zich meebrengt.

Er gaat iets gebeuren…

Plottwist zijn leuk voor de lezer om te lezen, omdat ze zo langzaam maar zeker tot een conclusie kunnen komen met de puzzelstukjes die je schrijft. Als je een goed puzzelstukje maakt, slaat de lezer dat op als belangrijke informatie die later een onthulling gaat geven. Dat is dus spannend: hier gebeurt later nog iets mee. En zo is het speuren naar een plottwist op zichzelf al leuk om te doen. Je kan er nog een schepje bovenop doen door ervoor te zorgen dat het ogenschijnlijk kleine puzzelstukje ook iets met zich meebrengt waarbij er veel op het spel komt te staan. Indirect of direct vanwege het puzzelstukje. Maar dat hoeft niet. Je kan het plot ook voor je laten werken. Dat doe je door de puzzelstukjes te verstoppen en het plot op de voorgrond te zetten. Dan doet het plot dienst als een soort rookgordijn.

… Maar dat ben je soms alweer vergeten

Een andere manier om de puzzelstukjes van je plottwist spannend te houden, is om ze te verstoppen. Niet in het opzicht dat ze moeilijk te vinden of op te lossen zijn, maar door het plot zodanig op de voorgrond te zetten dat je lezer vergeet dat er puzzelstukjes zijn, of zo je wil, waren, om je mee bezig te houden.

Stel dat je een puzzelstukje hebt geschreven tijdens een gezellige picknick: in het mandje was een mysterieuze brief gestopt. Dan ga je kort daarna terug naar een harde realiteit: er ligt een familielid op sterven. Dan denkt je lezer niet meer aan die brief. Als je op deze manier de puzzelstukjes plotseling (weer) laat opduiken, dan kan je je plottwist ook spannender maken.
Let er dan wel op dat je dat niet te vaak doet. Als dit een schrijftechniek lijkt te worden, wordt het cliché, of gaat het spannende element eraan onderdoor. Bovendien moet je er ook voor zorgen dat de puzzelstukjes die je zo plotseling laat opduiken, wel duidelijk onderdeel van iets spannends zijn (lees: een plottwist zijn). Anders loop je de kans dat het als een onbelangrijk detail wordt gezien en daardoor wordt vergeten.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Foto door Ross Sneddon verkregen via Unsplash.