De fantastische feelgood: de geboorteplaats

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de geboorteplaats.

Terug bij af

Vaak gaan personages na een scheiding of ontslag terug naar hun geboorteplaats om zaken weer goed op een rijtje te zetten. Vaak blijven ze daar ook, omdat die nieuwe manier van leven beter bij hen past. Ze zijn dus terug waar ze ooit begonnen zijn, maar dan in de positieve zin; op een manier die hun leven verrijkt. Dit is op zichzelf een prettige insteek voor een boek. Zo heb je het spreekwoordelijke cirkeltje mooi rond. De vraag die je jezelf daarbij moet stellen is: wat is onder de oppervlakte de betekenis van dat cirkeltje?

Wat is het cirkeltje?

Stel dat je hoofdpersonage is ontslagen. Het gaat van een leven met tijdstuk en status in de stad naar het rustige, anonieme platteland en komt erachter dat kleinschalig werken veel beter aansluit bij diens ideale leven. Die kantoorbaan was er alleen maar om de ouders na de middelbare school niet teleur te stellen met een ‘eenvoudige’ baan of opleiding.
Dat is de eerder genoemde oppervlakte. Wil je meer uit je verhaal halen, vraag je dan af of er iets is dat ervoor zorgde dat je personage zélf ook naar de stad wilde vertrekken.

  • Was het vroeger een pleaser en eigenlijk nu nog steeds?
  • Moet het zich nuttig kunnen voelen (in een belangrijke baan)?
  • Was er toch een hang naar avontuur, ondanks de betrouwbaarheid van het leven op het platteland?

Kortom: tussen het begin van het leven op een andere plaats en de terugkeer naar de geboorteplaats is er iets dat niet veranderd is en niets te maken heeft met de eigenlijke plaats, voormalige ex-partner of baan. Dat heeft vaak met karakter of een bepaalde, meer diepgaande levenservaring of -overtuiging te maken. Het cirkeltje dat je rond wil maken met de terugkeer naar de geboorteplaats is dat iets wat eerst niet opgelost kon worden, of waar op een andere manier de tijd niet rijp voor was. Maar op het eind van het verhaal in de geboorteplaats, komt dat alsnog goed.

Ik ken je nog van vroeger!

Of het hele dorp je personage nog van vroeger kent, of je personage als Wim Sonneveld in een compleet veranderde omgeving terechtkomt: waak voor het cliché dat je vrijwel alles aanwijsbaar vergelijkt met de situatie zoals die vroeger was.

Als je de terugkeer naar de geboorteplaats aanneemt als het begin van de drie-aktenstructuur, probeer dan na het inciting incident niet of nauwelijks meer terug te blikken. Zowel je personage als je verhaal moeten verder. Hier en daar een flashback of een gesprek met een oude bekende kan geen kwaad. En natuurlijk mogen oude vrienden als medepersonage worden ingezet.

Maar probeer ervoor te waken dat alles een directe vergelijking wordt tussen vroeger en nu.

Als je toch wil dat de situaties van vroeger en nu als een contrast of vergelijking lezen, kan je dat alsnog uitwerken door middel van een sterke uitwerking van of een verdieping op je verhaalthema. Of zet beeldende symboliek of sfeeromschrijvingen in.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online ..

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Chad Greiter verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: de geheimzinnige brief

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de geheimzinnige brief.

Een spannende onthulling

Je personage vindt een brief of een doos op zolder nadat een familielid overlijdt. Plotseling staat de wereld op zijn kop. Familieleden zijn niet degene die je held dacht dat ze waren, of er blijkt een compleet hoofdstuk uit hun leven compleet verzwegen te zijn. Een hoofdstuk dat aanleiding geeft tot een avontuur of mysterie in de breedste zin van het woord. Deze spannende onthulling is vrij bekend als trope en daarmee clichégevoelig. Wees daar alert op en voorkom zo een aantal veelgemaakte fouten en haal er het meeste uit wat erin zit.

Het is maar een flashback

Of nu blijkt dat opa vreemdging en je held op zoek gaat naar een hele schare aan halfbroers, of dat blijkt dat oudtante een rijke kennis had in een tropisch land waar nog iets moois te halen valt, deze trope gaat uit van een flashback als basis voor het verhaal. Vroeg of laat kom je mensen of feiten tegen die iets vertellen over het leven van opa of oudtante. Hoogstwaarschijnlijk komt daardoor de nodige flashback voorbij. Onthoud dat een flashback een slechte schrijftechniek is om iets duidelijk te maken. Het is geen middel om een compleet plot mee te bouwen. Met te veel flashbacks wordt de verhaalstructuur rommelig.

Weet wie de hoofdpersoon is

Opa of oudtante mogen dan de aanleiding hebben gegeven voor een interessant verhaal, je held is nog altijd de hoofdpersoon van het verhaal en wiens groei de lezer mee gaat maken. Zorg ervoor dat je vooral blijft schrijven over hoe je held alles beleeft en dat die emotionele beleving datgene is waar je boek zijn overtuigingskracht vandaan haalt. Een verhaal kan niet draaien op een opsomming van feiten over een avontuur, of dat nu een nieuwe familiekroniek is of nieuw vergaarde rijkdom. De lezer heeft als houvast de beleving van de hóófdpersoon nodig. Ook als je de belevingen van opa of oudtante centraal stelt. Je schrijft niet voor niets met flashbacks. Als het verhaal om opa of oudtante gaat, had je net zo goed in het hier en nu van hun leven kunnen schrijven. Bedenk waarom je voor de trope van de verloren brief hebt gekozen, dat is niet voor niets. Wat wil je over je held vertellen?

Parallelle verhaalthema’s

Het voordeel van een verhaal dat terugblikt op een persoon in het verleden, is dat het veel ruimte geeft om een verhaalthema op verschillende manieren te belichten en op een persoonlijke manier uit te werken. Daarvoor hoeven de betrokken personages geen familie te zijn. Neem het thema relaties. Zowel de persoon uit het verleden als jouw held in het heden kunnen daar op hun eigen manier mee worstelen. Leert je held door de lessen van de ander, of kan die ervoor zorgen dat er een cirkel rond is, of een hoofdstuk wordt afgesloten? Als je op meerdere manieren van dichtbij naar een verhaalthema kan bekijken, doet dat een verhaal altijd goed.
Zeker in feelgood; als er een cirkel rond is of een spreekwoordelijk hoofdstuk op een fijne en heilzame manier wordt afgesloten, slaat je lezer met een goed gevoel je boek dicht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Olha Vilkha 🇺🇦 verkregen via Unsplash

De fantastische feelgood: de nieuw gevonden familie

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de nieuw gevonden familie.

Een eenzaam begin

Een feelgood zorgt ervoor dat de lezer en de personages zich goed voelen en niet te veel stress meemaken. De problemen die er zijn, zijn relatief makkelijk op te lossen. Even door de zure appel heen bijten en het is vaak wel opgelost. Maar soms beginnen die problemen al vóór hoofdstuk 1. De hoofdpersoon verhuist of is eenzaam, omdat er iets vreselijks is gebeurd. Maar snel genoeg zorgen nieuwe mensen voor een gevoel van erbij horen en zingeving. Er is dus wel een probleem dat moet worden opgelost: vertrouwen of een gelukkig gevoel moet weer de normale gang van zaken worden. Maar het acute probleem is vaak vrijwel voorbij.

Continue uitleg of eindeloze flashback

Als er een scheiding is geweest vóór hoofdstuk 1 en de verwerking ervan in hoofdstuk 1 en verder gebeurt, liggen er twee valkuilen op de loer. Je hoofdpersonage vertelt alleen maar hoe zus en zo gebeurde en hoe het zich daarbij voelt: een overdaad aan tell. Of je verhaal hangt van flashbacks aan elkaar, waardoor het hier en nu net zo goed geschrapt kan worden.  

Probeer in een feelgood deze geschiedenis van je personage zoveel mogelijk te beperken. Anders blijf je te veel in het ‘toen en daar’. Dat is sowieso al niet fijn, maar zeker niet voor een genre dat niet te zwaarmoedig van toon moet worden. Je kan dan beter tot grofweg het inciting incident duidelijk maken wat je personage aan emotionele bagage meebrengt en het daar de zwaarste aandacht mee geven.  

Van conflict naar verhaalthema

Een personage dat in het spreekwoordelijke vorige leven verloren is gelopen op het gebied van sociale contacten, heeft daar dus al een conflict achter de rug. Om een feelgood luchtig te houden, kan je het hier en nu van het verhaal op de nieuwe plek vertalen in plaats van een centraal conflict te vertalen naar een verhaalthema. Dat voorkomt dat je omwille van drama een onnodig zware nieuwe verhaallijn aan je verhaal toevoegt. De scheiding, de eenzaamheid, het gevoel een zwart schaap te zijn, het komt als vanzelf nog wel een keer in het verhaal aan bod.

Bekijk liever wat je personage op die nieuwe plaats voor nieuwe mensen ontmoet en wat dat nieuwe begin met zich meebrengt. Zijn het spannende vlinders, een gevoel van ongemak of het loslaten van stress? Als andere personages soortgelijke emoties beleven, kan dat een gemene deler zijn om dieper op in te gaan, als een verhaalthema.

Op die manier kunnen je personages dichter tot elkaar groeien en kan je verhaal het typische feelgoodkarakter behouden. Besef dat conflict niet altijd spectaculair hoeft te zijn. Het kan op een heel eigen manier al spannend genoeg zijn en genoeg stof tot verhaal bieden, hoe het is om ergens opnieuw te beginnen en daarbij je leven opnieuw vorm te geven.

Conflict uitwerken in een sfeer van gezelligheid

Als je personage in een setting komt waarin het als een nieuwe vriend of familielid wordt ontvangen en een saamhorigheid heerst, kan er nog steeds een noemenswaardig conflict spelen. Denk daarbij niet aan ruzies tussen mensen onderling of waarvan individuen de veroorzakers zijn. Problemen die je overkomen, of waar je niets tegen kan doen, zijn er ook nog. Dan heb je geen wie-vijand, maar een wat-vijand. Denk aan een tegenvallende oogst of gezondheidsproblemen. Dat zijn uitstekende onderwerpen voor een conflict waar personages als een grote, saamhorige groep zich doorheen kunnen worstelen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Brooke Balentine verkregen via Unsplash

De fantastische feelgood: de vreemde eend in het dorp

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de ‘rare’ van het dorp. 

Het dorpje van een feelgood 

Feelgood speelt zich vaak af in een klein dorp, waar iedereen elkaar kent. Dat dorp is soms ook van het soort waar roddel een manier is om mensen uit te sluiten. Want in een kleine, overzichtelijke gemeenschap is geen ruimte voor iets nieuws, of iets anders. En toch is er dan die ene inwoner. De kluizenaar, kunstenaar of een kruidenvrouw die in dat dorp woont en diens eigen ding doet, terwijl de rest van het dorp daar met een bepaalde minachting naar kijkt. 

De vreemde eend in het dorp als trope

Zelden of nooit is de vreemde eend in het dorp de held van het verhaal. De held is degene die deze buitenstaander geaccepteerd laat worden in het dorp. Maar de held kijkt de buitenstaander eerst ook als ‘rare’ aan. Vanwege wantrouwen – kunnen kruiden echt iemand genezen? – of angst – dat uiterlijk of die ideeën lijken vreemd of zelfs gevaarlijk. Pas als je held zelf ergens tegenaan loopt en in het dorp ook geen steun vindt, of iemand die met hetzelfde worstelt. Tot de buitenstaander in beeld komt. Dat maakt het risico groot dat je felegood te veel leunt op het cliché dat de held als reddende engel opkomt voor deze vreemdeling. Dan krijgt je hoofdpersonage te veel de rol van de reddende held en de vreemdeling die gered moet worden. 

Wat zegt dit over je dorp? 

Je verhaal wordt interessanter om over te lezen als je deze trope benadert vanuit het perspectief van het dorp als geheel. Wat zegt het als je dorp zó hecht is dat iemand die er niet is geboren, er nooit thuis kan horen? Waarom is het zo aanstootgevend dat er een kunstenaar in het dorp woont die zich ‘te goed voelt’ voor een kantoorbaan? Betekent dat dat de negentig procent van de dorpsbewoners met een kantoorbaan eigenlijk doodongelukkig is?

Met de antwoorden op die vragen kun je je meerdere verhaalthema’s uitwerken. Zo staat je feelgood altijd steviger in de schoenen, dan wanneer het grootste deel van het boek uitgaat van het idee dat ‘mensen elkaar vinden’ of er iemand gered moet worden. 

Feelgood met een zwaar onderwerp?

Je hoeft in een feelgood niet te beschrijven hoe de meeste dorpsbewoners eigenlijk ongelukkig zijn. Dan gaat het verhaal zijn genre voorbij. Maar ergens dieper op ingaan staat niet gelijk aan zwaarmoedig schrijven. Kijk of je daar een grijs gebied in kan vinden. Benoem het genoeg om er een verhaal mee te schrijven, maar maak het niet te zwaar. Is het thema van het dorp ‘je ergens thuis voelen’? Dan hoeft het niet over heftige immigratieverhalen te gaan. Je kan je ook (niet) thuis voelen in de klas, je kan een andere rol willen in je vriendengroep, niemand hebben om mee te praten… Omdat deze problemen niet zo ingewikkeld zijn, is het ook makkelijker om te schrijven over de tegenpool: momenten waarop mensen elkaar vinden in een gezellig café, met een kat op schoot om even te kunnen huilen en lachen. De week kan weer beginnen. 
Die momenten waarop mensen elkaar vinden en zo naar elkaar toe groeien, kunnen samen een uitstekende feelgood vormen. Eentje die bovendien op meer dan een simpele trope leunt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Zie mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Andrea Lightfoot verkregen via Unsplash.

Hoe schrijf je een originele feelgood?

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Die formule zorgt ervoor dat uitzonderlijke diepgang niet mogelijk is. Daardoor lijken veel feelgoodverhalen in eerste instantie veel op elkaar. Hoe zorg je ervoor dat jouw verhaal dan origineel en verfrissend leest?

De hamvraag: wat is interessant?

Als veel verhalen dezelfde tropes hebben en de afloop prettig en zelfs enigszins voorspelbaar moeten zijn, dan levert originaliteit daar vroeg of laat op in. Maar omdat lezers van feelgood niet per se een origineel verhaal verwachten, is originaliteit niet waar je bij je verhaal voornamelijk op moet letten.

Houd je bezig met hoe je je personages interessant houdt. Anders gezegd: hoe zorg je ervoor dat jouw Jane niet de dertiende feelgooddame in het dozijn wordt? Kijk wat zij gemeen heeft met andere dames uit haar genre. De kans is groot dat ze soortgelijke dromen en interesses heeft. Maar wat maakt haar uniek? De truc is om dat unieke aspect verder uit te diepen, maar niet te overdrijven.

Zoek de verschillen

Dames uit het feelgoodgenre hebben veel met elkaar gemeen. Ze zoeken vaak naar de Ware, willen de carrièreladder beklimmen of het roer omgooien en hun meisjesdroom verwezenlijken. Daar moet jouw heldin het dus niet van hebben. Kijk in plaats daarvan naar details uit haar personagebiografie. Wat zeggen dingen als haar persoonlijke geschiedenis, trekjes en grootste angsten over haar? Als je daar een beetje mee gaat experimenteren, komt er altijd wel iets naar boven wat je voor het verhaalverloop kan gebruiken dat je Heldin en je verhaal anders dan anders maakt.

Bijvoorbeeld:
De cliché feelgoodvrouw is dol op katten. Dus Jane is dol op geitjes, die ze verzorgt op de kinderboerderij. Die setting kan snel cliché worden, omdat die een overdaad aan onschuld en ontspanning uitstraalt. Precies datgene waardoor een feelgood al snel ‘te veel van het goede’ wordt. Dus maak je de kinderboerderij geen fijne oplaadplek voor Jane, maar na jaren werk juist de plek van sleur en verveling. Hoewel Janes favoriete geitje natuurlijk wel voor het broodnodige lichtpuntje mag zorgen.

Vergelijk het met ‘zoek de verschillen’- kinderpuzzels. Ze zijn handig om te testen of je de juiste balans hebt gevonden tussen uniek genoeg en passend bij de voorspelbaarheid die feelgood als genre nodig heeft. Om alles nog overzichtelijk en leuk te houden moet het zoeken van de verschillen en overeenkomsten een beetje speurwerk zijn, maar mag het niet te veel energie en aandacht kosten.

Schrijf conflicten en plotlijnen met je bevindingen

Met de juiste balans tussen uniek en passend leest een verhaal niet als dertien-in-een-dozijn. Zodra je een aantal interessante bevindingen hebt, kijk je hoe je dit op grotere schaal kan toepassen je verhaal. Meestal bedenk je intuïtief wat goed samengaat.
Als Jane van geitjes houdt, maar ook van punkkleren, kan je van haar een buitenbeentje maken dat andere personages leert dat je niet op uiterlijk mag afgaan. Dat moraal is voor een feelgood eenvoudig genoeg, maar je hebt nog genoeg opties om daar een creatieve draai aan te geven.
Als je nog geen aha-momentje hebt, zoek dan maar meer opvallende details die in je aantekeningen verstopt zitten. Zo kom je langzaam maar zeker vanzelf uit bij interessante conflicten en plotlijnen voor je verhaal.

Je hoeft overigens niet alleen in de persoonlijke geschiedenis of karaktertrekken van je hoofdpersoon naar interessante bevindingen te zoeken. Denk ook aan dingen als plaats, tijdsperiode, maatschappelijk gedachtegoed, generatiekloven en verschillen in moraal. Daar kan je na even puzzelen ook voldoende unieke draaien aan geven met de informatie die je in je aantekeningen hebt staan.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Bob Jenkin verkregen Unsplash

De fantastische feelgood: het roddelcircuit

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week leer je over de trope en de valkuil van het roddelcircuit.

Heb je ’t al gehoord?

Roddelen is van alle tijden en ook in boeken komt het voor. Feelgoodromas maken zich daar misschien wel het vaakst schuldig aan. Roddelen kan worden gezien als kletsen. Daarin schuilt zowel de kracht als de valkuil voor in een feelgood.

Lieve vrienden en een klein dorp

Voor dit artikel maken we onderscheid tussen twee soorten roddels. Die uit het kleine dorp en die uit vriendenkringen.

Als je personage opgroeit in een klein dorp waar iedereen elkaar kent en in de gaten houdt, wordt er geroddeld.  Zoals het cliché waarin het hele dorp roddelt over het zoenende tienermeisje. Binnen de kortste keren meent het halve dorp een zwangerschapsbuikje te zien en spreekt het er schande van. Terwijl het gewoon bij zoenen is gebleven.

Vrienden ‘roddelen’ ook: ze praten over het doen en laten van anderen en trekken daar bepaalde conclusies uit. Soms wordt er anders naar de betreffende vriend gekeken. Andere keren ontstaat er een misverstand, zonder dat er slechte bedoelingen in het spel zijn. Voor de uitleg van dit artikel is dat een belangrijk onderscheid met de cliché dorpsroddel: die ontstaat wel uit kwade bedoelingen.

Deze roddels komen niet alleen in de letterlijke vorm van een dorpsverhaal of theekransje voor  Het gaat om de achterliggende intentie dat er wordt gepraat, met verregaande gevolgen.

De dorpsroddel

De dorpsroddel is grootschalig, een sociale schakel van een (grotere) groep en wordt vaak onbewust gebruikt om niet aan zelfreflectie te hoeven doen, of om je ego op te krikken, of op iemand neer te kunnen kijken.

Als jouw hoofdpersonage het slachtoffer is van een dorpsroddel, maak dan niet de roddelaars, maar het onderwerp van datgene waar over wordt geroddeld de grootste vijand van je personage.
Daarmee voorkom je dat je centrale conflict te makkelijk wordt opgelost of te oppervlakkig wordt: even een plan smeden om tante Bep de mond te snoeren en klaar is Kees.
Stel je tienerzwangerschap als probleem aan de kaak, of het feit dat het dorp daar niet over durft te praten, dan heb je ook meteen een verhaalthema. Niet alleen dat: zowel je held als andere belangrijke personages hebben met een conflict of gewetensbezwaren te maken waar groei en verdieping bij komt kijken.

De roddel van de vriendengroep

“Zou het wel goed gaan met Simone? Ze lijkt de laatste tijd zichzelf niet,” zegt Yvonne.
“Dat klopt,” beaamt Elift
Omdat de vriendinnen niet direct aan Simone durft te vragen wat er aan de hand is, gaan ze dingen invullen en daarnaar handelen, met alle gevolgen van dien. Het is een ‘roddel’ die ontstaat uit goede bedoelingen.

Haar vriendinnen zijn zowel vriend als (symbolische) vijand voor Simone: de goede bedoelingen maken alles alleen maar erger. Dat is een interessant grijs gebied voor een feelgood. Kijk thematisch goed naar wat (vrouwen als) Elif, Yvonne en Simone bezighoudt en hoe misverstanden kunnen ontstaan. Dan heb je ook meteen thema’s om uit te diepen.

Waak ervoor dat je oorzaak van deze roddel niet onnodig opblaast. Als voormalige hartsvriendinnen zes jaar later nog ruzie hebben over een niet terugbetaalde koffie, ga je te ver.
Hou het misverstand en de onderliggende thema’s herkenbaar en realistisch.

De rol van een roddel in een feelgood

Deze beide roddelsoorten doen het goed voor een feelgood. Het is geen ingewikkeld concept en je kan er moeilijke zaken en onderlinge relaties goed mee onderzoeken. En als je de roddel binnen de perken houdt en niet overdrijft, kan je er ook de algemene verhaalstructuur en de bijbehorende beats voldoende verdieping geven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Ben White verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: een gebrek aan plot

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week leer je waarom dit genre zo gevoelig is voor een gebrek aan een goed plot en hoe je dat kan voorkomen.  

Ongemak laat je niet goed voelen

Feelgood is een vertaling van ‘je goed voelen’. Van deze boeken moet een lezer vrolijk worden. Je leest dit boek niet om je zorgen te maken, ook niet over een fictieve situatie. Maar een boek heeft wel de nodige hobbels nodig. Zo verschijnen er alsnog  conflicten en nare situaties het verhaal, maar zijn die vaak redelijk oppervlakkig. Het verhaal zelf lijkt daarmee te bang om de fijne gemoedstoestand van de lezer te verstoren. En dat kan ervoor zorgen dat er nooit een echt plot op gang komt.

Casus: de boze huurbaas

De casus ‘de boze huurbaas’ laat goed zien wanneer een feelgood te bang is om een lezer ongemak te bezorgen, ten koste van een goed plot.   

Heldin heeft een gezellige boekhandel. Het is een rustig, oordeelvrij en verwelkomend tweede thuis voor vaste klanten die zich buitenbeetjes voelen. Maar dan wordt de huurbaas boos omdat er te veel katten in rondlopen. Hij dreigt de winkel te sluiten.

Dat lijkt een goed conflict: een zaak moeten opdoeken is een levensveranderende gebeurtenis en er staat veel op het spel. Veel mensen dreigen een veilige haven te verliezen. Maar om een plot te vormen dat een heel verhaal voort kan duren, ontbreekt er te veel.

* Er is geen echte opbouw. De huurbaas kan waarschuwingen en boze blikken geven, maar dat is geen plotontwíkkeling. Er is slechts een zich herhalend gegeven.
* Vanwege dit herhalend gegeven kan geen enkel personage groeien. Ze kunnen op  verschillende manieren een pogingen doen om de huisbaas om te praten. Maar dat is net als de waarschuwing geen groei, slechts een herhaling.

Er komt nog een feelgoodsausje bovenop. De meiden gaan samenwerken om een petitie te starten, de huurbaas in de val te lokken, geld in te zamelen voor de huur van een ander pand…
Hoewel er tegenslagen zullen zijn, kan je er in dit clichéverloop de donder opzeggen dat het enthousiasme en doorzettingsvermogen van de betrokkenen de boventoon voert. De feelgoodroman moet immers wel het ‘feel good’- gevoel behouden.
Maar wederom zit daar geen groei in voor de personages: die hebben immers een duidelijk doel. De vrouwen en het verhaal zijn te eenzijdig met één probleem bezig.

Verschil tussen personagegroei en spanningsboog

Deze casus brengt iets belangrijks aan het licht: personagegroei en de spanningsboog zijn niet hetzelfde. Je hebt beide nodig voor een prettig plot. Een personage kan groeien door obstakels te overwinnen en daardoor vindingrijker worden. Maar als dat ervoor zorgt dat ieder volgend obstakel vlekkeloos verloopt, stelt de spanningsboog alsnog niets voor.

Voor een goede spanningsboog moeten personages iets leren op een manier die ongemak met zich meebrengt. Een verhaal is nu eenmaal niet spannend als het bol staat van eenhoorns, regenbogen, suikerspinnen en zonneschijn.
Ongemak, twijfel, verdriet en verlies van moed voorkomen dat je personages als Mary Sues eindigen. Schrijf deze zaken niet te lichtzinnig uit: de hoofdpersonen moeten er niet omheen kunnen. Natuurlijk moet je dat bij een feelgood niet uitvergroten. Maar een feelgood met alleen maar prettige scènes en zoetzappige saamhorigheid laat een lezer evengoed niet met een fijn gevoel achter.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan in mijn webshop.

Foto door Towfiqu barbhuiya verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: behoefte aan rust  

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week leer je over de behoefte aan rust die je vaak in het genre ziet.  

Maak je nergens druk om

In feelgood zie je vaak een decor voor dingen of levens waar stress niet lijkt te bestaan. Personages wonen in of verhuizen naar een idyllisch dorpje. Daar heeft iedereen beroepen die worden gezien als niet zo stressvol. Bloemisten, yogaleraren, schrijvers, kattenoppassers… Je zal in dit dorp geen aandelenhandelaar vinden. De bewoners staan boven dingen als status, geld, bezit en de ‘ratrace’. Zij hebben een leven waar veel mensen naar verlangen. Bovendien hebben ze vaak een bepaalde  wijsheid in pacht die normale stervelingen niet hebben.
‘Maak je gewoon nergens druk om’ lijkt het credo. Maar als schrijver moet jij je bij dit soort verhalen druk maken over het risico op overromantiseren.   

Niet alles gaat vanzelf in een feelgood  

Het feelgoodgenre heeft een plek of persoon nodig dat in zekere mate het geheel enigszins eenvoudig en vrolijk houdt, op dezelfde manier dat een romanceverhaal een verliefd stelletje nodig heeft. Zonder zou het genre niet aan de algemene verwachtingen van de lezers voldoen.  

Maar zodra je een bepaalde setting of een beroep gaat romantiseren, kom je op gevaarlijk terrein. Als je van een schrijver gaat beweren dat je personage zodra die maar in een huisje in Frankijk zit alle stress vanzelf wegvaagt…  Waarschijnlijk ben je zelf een schrijver: hoe vaak heb je wel niet met de handen in je haar gezeten als je versie vijf van hoofdstuk 1 schrijft? Dat is stress die de mooiste lavendelvelden in Frankrijk niet zouden wegnemen.  

Als je personages, hun dromen of de plaatsen waar ze leven je lezers meteen inspireert tot een carrièreswitch of emigratie, puur omwille van het idee dat er met dat beroep of geen stress meer bestaat of het leven ‘heerlijk langzaam’ is, gaat alles te veel vanzelf en ben je aan het overromantiseren.

Klein leest fijn

Je kan het idee van een ontspannen setting beter benaderen vanuit het idee ‘klein leest fijn.’
Als jouw personages de ‘grote boze wereld’  ontvluchtten, komen ze daarmee ook niet de grote problemen tegen. Denk dan aan iets als een miljoenenverlies bij een bedrijf of een schandaal bij de  liefdadigheidsinstelling. Want er zijn geen miljoenenbedrijven in niemandsland en in kleinere dorpen help je elkaar zonder tussenkomst van een liefdadigheidsinstelling.

Maar dat wil niet zeggen dat de relatief kleinere problemen zoals liefdesverdriet, ziekte of het verlies van een baan eenvoudig zijn. Die problemen brengen hun eigen uitdagingen met zich mee. Het is aan de feelgoodschrijver de taak om op een bijna intieme manier naar die gebeurtenissen te kijken. Klein leest fijn omdat je op die manier dicht bij de belevingen en gedachten van een personage kan blijven. Je kan  je concentreren op alléén dat liefdesverdriet van de held. Je hoeft je niet druk te maken of de rest van een bedrijf bij die miljoendeal ook ten onder gaat.

Maar dan moet je er wel voor zorgen dat die problemen in een feelgood voorkomen en ook als zodanig worden gezien. Dus als iets wat lastig is en waar personage met diens eigen vindingrijkheid een oplossing voor moet vinden. Dat zorgt voor een spanningsboog en een centraal conflict. Hoe ontspannen ze ook moeten lezen, zelfs een feelgood komt er niet mee weg om helemaal stressvrij te zijn voor de lezer en de personages in het boek.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Aleksandar Cvetanovic verkregen via Unsplash.

De fantastische feelgood: passend drama bij een feelfood

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week leer je hoe je drama in een feelgood doseert en inzet. 

Hou het drama herkenbaar en klein

Feelgood leest makkelijk weg, omdat alles makkelijk te behappen is. Er zijn geen handvol plotlijnen of hiërarchieën van koninklijke families. De wens van de heldin in een feelgoodroman is eenvoudig samen te vatten: een weg vinden in een nieuwe levensfase, hobbels in een nieuwe relatie overwinnen of een kindje krijgen. Er zitten geen mitsen of maren achter deze wensen of conflicten. Het zijn worstelingen die de meeste mensen in het echte leven ook meemaken.
Houd je conflict dus relatief klein en overzichtelijk, als iets dat de meeste lezers herkennen. Zodra de wens van meet af aan klinkt als iets waarvoor je een extreme bolleboos, van blauw bloed of rijk voor moet zijn om uit te kunnen komen, dan is het voor een feelgood iets te hoog gegrepen. Je mag een heftige gebeurtenis toevoegen, zoals een huisbrand. Maar die moet er dan met kop en schouders bovenuit steken als het engste of ergste moment uit het verhaal. 

Hou de oplossing overzichtelijk 

Als je een conflict of drama voor je feelgood hebt bedacht, maak de oplossing dan overzichtelijk. Niet kinderlijk eenvoudig of clichématig voor de hand liggend, dat is iets anders.

Laat het idee dat je interessant of leuk moet schrijven even los en stel je voor dat je het conflict in het echte leven op moet lossen. Wat is dan een logisch stappenplan of een waarschijnlijke gang van zaken? Vat dat in maximaal vijf zinnen samen. Zo voorkom je een teveel aan drama, plottwisten of andere verhaallijnen. Dat houdt de feelgood lekker leesbaar.

Zodra je deze basis hebt bepaald, kijk je wat je kan doen om het verhaal alsnog wat meer inhoud te geven. Dan leest het toch nog met dat beetje extra drama dat een boek van het echte leven onderscheidt. 

Bijvoorbeeld:
Heldin heeft een vriendin die te verlegen is om haar liefde te verklaren aan haar leuke collega. Dus Heldin helpt haar wat assertiever te worden en voor koppelaarster te spelen. Alles gaat goed, tot Heldin zelf verliefd wordt en erachter komt dat ook zij moeite heeft de liefde te verklaren. 

Extra elementen om je verhaal wat meer kleur te geven, zijn dingen als:

  • De vlam van Heldin spreekt een taal die zij niet kent
  • Vriendin is verliefd op iemand die Heldin kent, maar hij laat zich door Heldin verleiden op date te gaan met Vriendin
  • De kat van Heldin wordt ziek, zodat ze moet kiezen tussen zorgen voor haar kat en de morele steun aan Vriendin. 

Lees: ook deze elementen moeten relatief herkenbaar en eenvoudig zijn. Maar ze moeten ook genoeg bieden om je verhaal langere tijd een conflict en/of inhoud mee te geven. 

Denk aan de hartsvriendin

Hartsvriendinnen dienen in feelgoodromans enigszins clichématig een aantal doelen:

  • Ze schieten Heldin te hulp
  • Zie dienen als klankbord voor Heldin
  • Ze roddelen onderling over waar Heldin nu toch weer mee bezig is. 

Leg niet te veel nadruk op deze rollen en schrijf die ook niet letterlijk zo uit, maar gebruik ze als houvast om te kijken of je verhaal nog voldoende drama of conflict heeft. Is er in het verhaal als geheel nog voldoende waar Heldin hulp bij nodig zou kunnen hebben? Oftewel: waar ze nog in kan groeien? Een klankbord geeft aan dat ze niet perfect is en voer voor roddels houdt de spanningsboog op peil. 

Hou het geheel ook hier herkenbaar en relatief eenvoudig voor een goede dramabalans in je feelgoodroman. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

De fantastische feelgood: er is altijd een kat

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de altijd aanwezige kat. 

Geen feelgood zonder kat?

Menig kat prijkt op de voorkant of in de titel van een feelgoodroman. Bijna alsof een boek uit dat genre zonder kat geen bestaansrecht heeft. Het is niet zo gek dat dit huisdier zo vaak opduikt in boeken waarbij een relatief eenvoudig en prettig verhaal vooropstaat. Laten we eens kijken naar een aantal kenmerken of associaties van katten. Het zijn bijna symbolieken die als schrijftechniek worden ingezet. Als je dat weet, is het voor jouw feelgoodverhaal een kwestie van doseren. 
De rode draad van al deze punten is dat een kat geen mens is. Sla niet door in het idee dat een kat jouw menselijke hoofdpersonage begrijpt. Dat blokkeert je verhaal.  

Een kat komt op schoot zitten 

Katten in feelgoodromans zijn van het type dat lekker op de verwarming zit, een lekker zachte vacht heeft en verder zijn lekker luie leventje doorbrengt op de schoot van je hoofdpersonage om veel te knuffelen. Dat maakt hem dus een perfect medepersonage om troost bij te zoeken. En omdat een kat niet kan praten en dus geen oordeel heeft, maakt dat hem ook nog eens een goede luisteraar. 

De kat is daarmee een perfect personage om op een onschuldige en niet-dramatische manier de scherpe kantjes van het leven af te halen. Je hoeft daarbij niet eens de moeite te doen om complete achtergrondverhalen te hoeven verzinnen. Bij een dier zijn die nu eenmaal niet zo diepgaand als van een mens. 
Daar ligt ook de grens: laat je hoofdpersoon niet álle heil bij een kat zoeken. Verhalen zijn interessant om te lezen vanwege de menselijke grillen, de emotionele reis van een ander. Als je protagonist vervolgens geen menselijke tegenpool heeft om de menselijke ervaring bij te spiegelen, wordt het verhaal daar te oppervlakkig van.

Een kat doet zijn eigen ding 

Een kat heeft een schone kattenbak en eten nodig. Verder heb je er relatief weinig omkijken naar: je hoeft er niet dagelijks mee te wandelen. En als een kat geen zin heeft om te knuffelen, gebeurt dat niet. 
Kortom: een kat heeft jou niet vaak nodig en kan helemaal zijn eigen ding doen. Menig non-fictieboek gebruikt de kat als leermeester om te laten zien hoe je je eigen grenzen aan moet geven, je niet zo druk moet maken of je niets van anderen aan te trekken. 
In een feelgood vertaalt dat zich vaak naar: ‘was ik maar als Pluisje…’.
Maar Pluisje heeft nogal een luizenleventje. Geen baan, verantwoordelijkheden, het eten wordt opgediend en het huis schoongemaakt…
Als je te veel schrijft over hoe het zou zijn als kat, of de kat de hoofdpersoon maakt, is de kans groot dat je centrale conflict niet van de grond komt of geen noemenswaardige inhoud krijgt. Hoe ontspannen het ook is om een kat bij je te hebben, het verhaal moet nog wel een conflict hebben. 

De starende kat  

De feelgoodkat krijgt vaak een bepaalde wijsheid toebedeeld: Pluisje heeft álles door. Het hoofdpersonage staart de kat maar lang genoeg aan, omdat die zo’n ‘wijze blik’ heeft. In de bijna meditatieve staat die daarop volgt, volgt een eurekamoment. 
Een eurekamoment in een boek is riskant: het kan lezen als een deus ex machina. Verandering moet gebeuren aan de hand van iets dat je personage doet en aha-momenten moeten te herleiden zijn. Staren in de ogen van een kat is daarvoor te passief. 
Ook schuilt hier een gevaarlijke aanname. Wie zegt dat Pluisje aanmoedigde om bij die partner weg te gaan? In werkelijkheid droomde ze over een lekker visje…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Tamara Stoffers verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Ik kan je helpen: kijk eens in mijn webshop.