Drie-aktenstructuur: de crisis

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week het dieptepunt voor de held: de crisis.

Waar staat dit verhaalelement?

Het vorige element was de ramp, nu gaat de held in de crisis daar de gevolgen van ondervinden, vlak voor de derde en laatste clue. Er is net iets heel ergs gebeurd en in het volgende element moet de held zich hebben herpakt om weer de heldenrol te vervullen. Maar eerst moet blijken dat je held net als iedereen menselijk is.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

De lezer was net getuige van de ramp en weet inmiddels ook wat de held op verschillende manieren aangaat: fysiek, emotioneel en op andere vlakken. Die wil hier dus zien wat je in de crisis moet beschrijven: hoe je held diens instorting beleeft. Als je held dit hoofdstuk zou overslaan, zou die zich niet zo mogen noemen. Een belangrijk kenmerk van de held is dat die zwaktes, beperkingen of angsten vertoont. Je gaf gedurende je verhaal al aan wat die zijn en nu ga je die onthullen of in de praktijk brengen. Als de ouder gedurende het verhaal bang is dat het kind doodziek wordt, heeft het kind in het vorige verhaalelement een ernstige diagnose gekregen en valt de held nu van schrik op de grond neer.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Gedurende het hele verhaal staat je held in de schijnwerpers. Die schijnwerpers staan in dit verhaalelement zowel extra op je hoofdpersonage gericht als dat ze wat meer uitzoomen naar de rest van het spreekwoordelijke podium. Het licht zoomt in op de foetushouding die je personage nu aanneemt in zijn wanhoop. Het laat zien hoe alle emoties en angsten door je personage heen gieren en hoe het helemaal vastzit. Tegelijkertijd zoomt de spotlight ook voor het eerst echt uit om ook medepersonages aandacht te geven. Nu komen zij in beeld om te laten zien wat zij bijdragen aan het verhaal en hoe ze je hoofdpersonage helpen: niemand kan een grote missie helemaal alleen uitvoeren. Maak duidelijk dat je medepersonages een belangrijke rol vervullen. Zeker nu de held versteent.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Je held heeft een flinke ruggengraat, anders redt die het niet tot de crisis. Maar hier moet die sterke kracht even breken. Je moet dus weten wat je breken kan en ook hoe je personage weer op kan staan voor het volgende verhaalelement. Je hebt dus een goed beeld nodig van de angsten, kunde, wensen en drijfveren van je hoofdpersonage, omdat je daar in dit verhaalelement de nuances van beschrijft. Als je alles hier algemeen of neutraal houdt, dan is de crisis niet geloofwaardig. “Ik was daar even verdrietig over, maar toen ging ik weer door,” klinkt veel te luchtig. De crisis is bedoeld om je held te laten instorten, om die vervolgens weer op te laten staan. Dat opstaan heeft nu veel meer waarde dan het had bij de eerdere obstakels.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Zorg voor een goede balans van de eerder genoemde schijnwerpers. Je medepersonages mogen niet als een onverschrokken, plaatsvervangende held alles van je hoofdpersonage overnemen. Tegelijkertijd mag je niet te veel aandacht besteden aan de ‘foetushoudingperiode’ van de held. Besteed dus niet te veel aandacht aan een van die twee opties, want dat vertraagt de vaart van je verhaal te veel.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Afbeelding: Hello I’m Nik op Unsplash.

Drie-aktenstructuur: de ramp

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week de ramp.

Waar staat dit verhaalelement?

De ramp komt na het derde obstakel: het is het directe resultaat daarvan. Hierna komt de crisis, waar de held instort door de gevolgen van de ramp. De ramp neemt dus relatief weinig tijd/woorden in beslag. Denk aan een aardbeving. De ramp is dan de slechts luttele seconden waarin de aarde schudt. Het instorten van gebouwen gebeurt in de seconden of minuten daarna. Die minuten na de ramp vormen weer het volgende verhaalelement.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

De lezer weet waar de held voor gestreden heeft en ook waarom. Die wilde een bepaald doel bereiken en is om dat doel gaan geven. Tijdens de ramp blijft dat gewenste resultaat uit. Sterker nog, iets wat de held absoluut wilde voorkomen, gebeurt alsnog.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Het moet vooral duidelijk worden dat je held – hoe heldheftig en kundig die ook is – niet alles kan voorkomen. Zorg ervoor dat je held deze ramp overkomt; het is niet iets waarvoor de held direct verantwoordelijk is. Of liever gezegd: hieraan kan je held niet schuldig bevonden worden.

Je kan iemand moeilijk de schuld van iets geven wanneer diens acties grotere gevolgen hebben dan je kon voorzien of voorkomen. Ja, de held zette het gebeuren in gang. Maar om dan met een vermanende vinger te gaan wijzen… Dat zou je niet zo snel doen.
Als je personage een legergeneraal is die rekruten heeft getraind, zie je wel aankomen dat er een keer iemand gaat sneuvelen. De generaal heeft zijn rekruten klaargestoomd voor het slagveld, maar hij heeft zijn ondergeschikten niet vermoord. Dat heeft de vijand, een gemeen geplaatste mijn of een storm op zee nog altijd gedaan.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Voor dit element moet je weten wat de spreekwoordelijke hand van God is in je verhaal. Iets wat je met de beste wil van de wereld en met de grootste superkrachten niet zou kunnen voorkomen. De generaal kan zijn rekruten nog zo goed trainen, hij kan niet voorkomen dat ze alle mijnen weten te liggen, er een bommenwerper recht over hun hoofden gaat scheren… Het is nog altijd (de hand van) God die bepaalt of er inderdaad een val met dodelijke afloop komt. Of dat die juist gespaard wordt.
Kijk goed of deze hand van God niet te veel in het voordeel of nadeel is van je personages. Daar kan je verhaal ongeloofwaardig van worden. Maar houd vooral in gedachten dat je moet weten waar de macht van je personage ophoudt.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Let op! Het moment dat de wereld onder de voeten van de held vandaan valt, hoort niet in dit verhaalelement thuis. Het besef van wat er gebeurd is, wat voor gevolgen het heeft, het schuldgevoel of de paniek die de held vervolgens krijgt… Allemaal zaken voor latere elementen. De ramp is alleen de gebeurtenis van de ramp zelf. Het is het enige verhaalelement waarbij het niet om je held draait of hoe die het verhaal beleeft. Het gaat om de eigenlijke gebeurtenis in het verhaal.
Pas in de crisis – het verhaalelement hierna – gaat de aandacht weer naar de held en krijgt de ramp daadwerkelijke gevolgen. Daarover volgende week meer.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door John Middelkoop op Unsplash.

Drie-aktenstructuur: het derde obstakel

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan?
Het achtste element vormt het derde obstakel. 

Waar staat dit verhaalelement?

Dit verhaalelement is het derde obstakel. Het staat vóór de ramp en de crisis. Vergelijk die woorden eens met elkaar en je weet wat het betekent en wat er komen gaat: het wordt hierna nog veel erger. Een obstakel is immers niet zo erg als een ramp. Tegelijkertijd weet je nog van het element hiervoor dat de held op dit punt in het verhaal ietwat laks kan zijn over de heldenreis. Alles lijkt namelijk even in kannen en kruiken. Van die naïviteit maak je in dit verhaalelement dankbaar gebruik.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

In de tweede clue heeft de held laten zien dat die kan knokken en na het vallen weer op kan staan. Wat de held niet weet, maar wat de lezer wel intuïtief aanvoelt, is dat een held na het vallen en opstaan dat proces nog een keer moet doormaken, wil er echt sprake zijn van een heldenreis.
Maak een mix van wat je personage niet weet en de lezer wel. Oftewel: zorg ervoor dat de held bijna achteloos dit obstakel aangaat, om er vervolgens achter te komen dat elk nieuw obstakel er een is dat het uiterste van de held vraagt. Zo trapt je held in de valkuil van diens eigen naïviteit en wordt de lezer beloond voor het correct voorspellen van de komst van dit obstakel.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

De strijd is nog (lang) niet gestreden na de tweede clue.
Dit obstakel moet redelijk abrupt duidelijk maken dat de held weer aan de bak moet. Net als de tweede clue kan je dit obstakel in twee stukken verdelen. In het eerste gedeelte gaat de held vol goede moed weer een uitdaging aan, in het tweede stuk komt er een vreselijk gevoel van verslagenheid om de hoek kijken omdat het obstakel niet overwonnen wordt.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Wil je dit obstakel goed tot zijn recht laten komen, kijk dan naar de twee volgende verhaalelementen. Ze vormen samen met dit obstakel een eenheid. Ze laten zien hoe de held eens te meer een obstakel tegemoet treedt, maar dat dat deze keer meer voeten in de aarde heeft. Als je het in stappen opschrijft, krijg je het volgende:

  1. Obstakel: de held gaat weer vechten en dat mislukt.
  2. Ramp: het mislukken van het gevecht werkt iets ernstig in de hand.
  3. Crisis: door deze mislukking twijfelt de held aan diens kunnen.

Een held hoeft niet per se aan zichzelf te twijfelen, maar de crisis moet wel het moment zijn waarop alles verloren lijkt.
Als je deze drie stappen samen ziet, is het duidelijk dat het obstakel een duidelijke aanleiding moet geven voor alles wat vlak hierna gaat komen. Zorg er dus voor dat dit obstakel aanzienlijk moeilijker is dan de vorige twee.

Wat moet je niet doen in dit verhaalelement?

Enerzijds moet dit obstakel de ramp in de hand werken en mag het dus vooral niet te simpel zijn. Tegelijkertijd mag de held nog niet bij de pakken neer gaan zitten. Dat gebeurt pas in de crisis. Voor een goede balans zorg je ervoor dat je held aan het einde van dit obstakel een flinke optater heeft gekregen, maar er tegelijkertijd ergens nog een sprankje hoop overblijft. Al is het maar voor de twee tellen dat de held nog niet weet dat de uitkomst van dit obstakel de aankomende ramp met zich gaat meebrengen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Afbeelding van Maria via Pixabay

Drie-aktenstructuur: de tweede clue

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week de tweede clue: de confrontatie in het midden van het verhaal.

Zo ziet de drie-aktenstructuur eruit:

Waar staat dit verhaalelement in het schema?

Zoals je kan zien in het schema staat de tweede clue zowel in het midden van het verhaal als in het midden van de tweede akte. De held van het verhaal bevindt zich ook in het midden van zijn reis. Dat betekent dat dit moment een zekere ideale balans heeft. De eerdere verhaalopbouw – waarvan de lezer nu een goed beeld heeft – betaalt zich uit voor de held. De tweede clue zelf is interessante actie, maar er wordt ook nog naderend onheil aangekondigd.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Alles wat de lezer op dit moment in verhaal weet, is het resultaat van eerdere uitwerkingen. In dit verhaalelement hoef je je niet druk te maken om wat je nog moet vertellen aan de lezer. Het is een clue, dus je moet vooral de actie van het moment benadrukken. Specifiek voor deze clue geldt dat je moet laten zien dat je held in de vorige elementen obstakels heeft overwonnen. Vanaf nu verdient die de titel van held dus ook echt. Laat je held niet bang zijn: het klappen van de zweep is bekend. Wek vooral de indruk dat deze held nergens voor terugdeinst. Als er ergens een moment is in het verhaal waarop de held met de spreekwoordelijke spierballen mag pronken, is het in deze clue.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

“De held denkt van wel, maar we zijn er nog niet…” Wat het ook is waar je held in de tweede clue de show mee steelt, laat het eindigen met het knagende gevoel dat er toch nog iets te wachten staat.
Je kan de tweede clue in twee stukken verdelen. In het eerste, grootste stuk is er de actie waarin de held alle vruchten van de eerdere elementen kan plukken. Op het einde van dat eerste stuk moet de held – al is het maar heel even- denken dat het gevecht erop zit en het einddoel is behaald. Maar dan komt het tweede stukje er nog aan dat een hint geeft naar het volgende element in het schema: toch weer een obstakel.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Weet wie de helpers van de held zijn en zorg dat zij als personages ook al de nodige ontwikkelingen hebben doorgemaakt. Geen enkele held lost alle problemen volledig in zijn eentje op. De vrienden of helpers van de held mogen dan niet de hoofdrol spelen in je verhaal, ze moeten als personage wel minstens net zo interessant zijn om over te lezen als over de held zelf.
Na dit verhaalelement komen de serieuze beproevingen. Daar gaat de held hulp voor inroepen van zijn helpers. Controleer (nogmaals) of de helpers op dit punt in het verhaal (nog steeds) interessant zijn. Anders worden latere beproevingen vervelend om over te lezen. Niets is zo saai als tijdens een spannend moment te moeten lezen over een (mede)personage met de persoonlijkheid van een tandenstoker.

Een valkuil van dit verhaalelement

De volgende situatie doet zich bij dit verhaalelement nogal eens voor: “Hé, mijn personage is al verzekerd van een plaatsje op de gerespecteerde universiteit. Maar ik ben pas halverwege het verhaalstructuurschema. O. Dan…nou ja… wordt moeder plotseling wel ernstig ziek.”
Zie je hoe geforceerd dat overkomt? Zo’n plotseling verzonnen conflict werkt niet. Je kan beter helemaal terug naar de tekentafel gaan en je verhaal in de basis verbeteren dan snel iets nieuws verzinnen. Anders kom je vroeg of laat met de verhaallijn in de knoop.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Photo door Humberto Portillo op Unsplash.

Drie-aktenstructuur: het tweede obstakel

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? In het zesde element volgt er wederom een obstakel.

Zo ziet de drie-aktenstructuur eruit:

Waar staat dit verhaalelement in het schema?

Het verhaalelement hiervoor was een obstakel en dit is er weer een. Bovendien staan beide obstakels op het lijntje van de stijgende spanningsboog. Maar waar het eerste obstakel na de clue kwam, komt dit obstakel vóór de nieuwe, tweede clue. Dat maakt een belangrijk verschil. Zowel het tweede obstakel als de tweede clue hebben meer voeten in de aarde dan hun eerdere varianten.  

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Zowel de lezer als het personage weten intuïtief dat dit tweede obstakel eraan zat te komen en dat het moeilijker zou worden dan het eerste. Een verhaal is immers een groeiproces, en dus niet in een keer klaar. Maak gebruik van die kennis. Daag je personage uit en maak het tweede obstakel moeilijker dan het eerste. Dat is niet alleen nodig voor de stijgende spanningsboog, maar ook omdat direct hierna de tweede clue komt: weer een belangrijk keerpunt. Dan moet duidelijk worden dat het personage zich daar klaar voor heeft gemaakt. Met zichzelf eenmalig op de proef stellen, bewijst het personage niet meteen dat het een lange heldenreis aankan. Doe het dat twee keer, dan krijgt de lezer al meer vertrouwen dat het personage de heldenreis die het begonnen is ook waardig is.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Hoewel het echte moment van vallen en opstaan pas later komt, moet je personage hier laten zien dat het niet zomaar opgeeft. Zonet is er een beproeving geweest en nu is er weer een.  Meteen hierna komt er bovendien weer een keerpunt, wat een beroep zal doen op de ruggengraat van je held. Het tweede obstakel is niet het zwaarste moment dat je personage zal meemaken, maar het is wel een goed moment om te laten zien uit wat voor hout het gesneden is. Houd wel in gedachten dat je protagonist nog een groot deel van het verhaal voor zich geeft om in te kunnen groeien: het hoeft dus nog (lang) niet alles te kunnen.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Vanzelfsprekend moet je de uitdagingen kennen die je personage in dit deel van het verhaal tegen gaat komen. Met name bij het tweede obstakel is het belangrijk dat je weet hoe je nuances in de uitdagingen kan aanbrengen om ze zo niet exact hetzelfde te maken. Zowel in de narratieve zin als in de mate waarin je personage op de proef wordt gesteld.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Bij het tweede obstakel is het belangrijk dat je personage het gevoel krijgt dat het diens uitdagingen onder de knie begint te krijgen. Het heeft in het vorige obstakel iets geleerd en kan en gaat daarmee verder. Je personage mag in dit verhaalelement niet of nauwelijks aan zichzelf twijfelen. Anders kan het de volgende stap niet aan. Twijfels komen er nog meer dan genoeg, maar dit is niet het goede moment daarvoor. Integendeel: het tweede obstakel is bij uitstek het verhaalelement voor zelfvertrouwen bij je personage.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Drie-aktenstructuur: het eerste obstakel

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week het eerste obstakel, waar de held voor het eerst moet laten zien wat die echt waard is.

Zo ziet het schema eruit:

Waar staat dit verhaalelement?

Het eerste obstakel komt na de eerste clue. Dat was het eerste echte moment dat de held in actie moest komen. Maar toen heeft de held slechts laten zien dat die zich ergens voor wil inzetten. Nu komt het eerste obstakel dat zegt: “Bewijs dat nu dan ook maar in daden.”

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

De lezer weet wat er op het spel staat, dat is in de clue duidelijk geworden. Een lezer weet intuïtief  dat in een verhaal niets zonder slag of stoot gaat. Met andere woorden: dat er een obstakel aankomt. Dat moet meteen na de eerste clue komen. Er is niets zo saai als wachten op een tegenslag waarvan je weet dat die toch gaat komen. Denk aan de vergelijking met de gladiatorenarena uit het vorige artikel. Stel dat een gladiator in de arena in vol ornaat de arena instapt en vervolgens de mededeling klinkt: “Beste toeschouwers, nog even geduld alstublieft, de tegenstander heeft zijn broodje kaas nog niet op.”
Dat is funest voor de spanningsboog en bovendien zou je het personage de kans geven om de arena uit te rennen. Die twijfels heeft het in het derde verhaalelement al gehad. Het duurt nog even voordat die weer terug mogen komen.

Plaats van het obstakel in het schema

Je ziet in het schema onder de twee obstakels ‘ascending action’ staan. Dat is de oplopende spanningsboog. Zie je dat die gestaagd omhoog loopt? Het eerste obstakel is een soort test: je held zal zich al wel moeten bewijzen, maar loop niet te hard van stapel.
Als een uitverkoren boerenjongen uiteindelijk de hele wereld moet redden, is hij in de eerste clue naar het paleis van de koning vertrokken. Zijn eerste obstakel is het trainingskamp waar hij een zwaard leert te hanteren en met dat wapen mag oefenen op een strooien vogelverschrikker.
Het eerste obstakel is wel degelijk serieus: als de boerenzoon niet eens een dummy kan verslaan, dan heeft het land een groot probleem. Maar bedenk ook dat meteen na het eerste obstakel het tweede volgt. Je held krijgt dus geen tijd om uit te rusten tussen de twee obstakels in. Het eerste obstakel is het zoeken van de balans tussen ‘serieuze oefening’ en ‘zoetjes aan beginnen aan de missie.’

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Het is hier handig om te weten waar je personage zelfvertrouwen uit haalt, door gemotiveerd wordt of aan wie het hulp vraagt als het ergens vastloopt of iets toch nog niet helemaal durft. Je personage móet verder, er is geen weg terug. Als je weet waar het energie uit kan halen, dan kan je je personage daarmee motiveren. Zorg ervoor dat je personage er zin in blijft hebben. Net als je lezer weet je personage ook dat nog niet alles over is na dit eerste obstakel. Zorg er dus voor dat het vooruitzicht op meer of grotere uitdagingen ook voor je personage behapbaar blijft.

Wat moet je geheimhouden in dit verhaalelement?

Je personage mag weten wat diens einddoel is, zoals een koene ridder weet dat hij de draak moet verslaan. Maar het mag niet doorhebben hoe gevaarlijk dat daadwerkelijk is of kan worden. In dit eerste obstakel moet het optimisme of de naïviteit betreft het avontuur aangaan de overhand houden bij het personage.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Matthew Hamilton op Unsplash.

Drie-aktenstructuur: de eerste clue

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leert de schrijver ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week, in het vierde verhaalelement, komt de eerste clue aan bod. Het eerste echte moment van actie.

Zo ziet de drie-aktenstructuur eruit: 

Waar staat dit verhaalelement?

De eerste clue vormt het einde van de eerste akte en het begin van de tweede. De belangrijkste introductie van het verhaal is gegeven. Een clue is een verhaalelement waarbij duidelijk blijkt dat er een keerpunt is in het verhaal. Dat wat er gebeurt heeft duidelijke invloed op het personage en de rest van het plotverloop. Eerst maakte het personage relatief weinig tot niets mee, maar vanaf nu moet het uitdagingen en veranderingen onder ogen zien. De eerste clue is van alle clues het duidelijkst: er komt actie en dat houdt voorlopig (lees: gedurende vrijwel het hele boek) aan.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Je kan dit verhaalelement vergelijken met een gladiator die op het punt staat de arena in te stappen. De lezer en je personage weten dat er een gevecht gaat komen en wat dat grofweg in gaat houden. Alles wat je lezer tot nu toe over het verhaal en je personage te weten is gekomen, heeft in grote lijnen laten zien welke wapens de metaforische gladiator meeneemt in de arena. Zijn karaktereigenschappen, dromen, angsten…Daardoor weet de lezer ook bij benadering in welke mate en in welk opzicht je personage zal slagen of zal falen bij het eerste moment waarop het echt in actie moet komen.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Tijdens de eerste clue moet de volle aandacht gaan naar de actie waar de eerste akte naartoe heeft gewerkt. Later in het schema komen er momenten van reflectie of rust, maar de eerste clue is het moment waarop het verhaal in volle gang wordt gezet. Je moet dus niet zozeer iets duidelijk maken met hints of verwijzingen, maar ‘gewoon’ in actie komen.

Enkele eenvoudige voorbeelden:

  • Als de eerste akte ging over voorbereidingsdagen voor de universiteit, dan is de eerste clue de dag van de eerste colleges.
  • Is jouw personage iemand die altijd al wilde schrijven? Tot nu toe kwam het nooit verder dan notities in een boekje. Deze keer is het wel serieus: de notities liggen klaar, de twijfels zijn geweest: nu gaat er daadwerkelijk getypt worden in de tekstverwerker.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Waarschijnlijk heb je geen problemen met de inhoud van je verhaal bij de eerste clue. Dit is namelijk waar het boek over gáát. Het verhaal over de eerdergenoemde schrijver is inhoudsloos als je niet ergens benoemt dat hij ooit start met zijn grote uitdaging. En het studentenleven begint nu eenmaal met een studie. Wat je wel in de gaten moet houden, is de veerkracht van je personage. Meteen na dit verhaalelement volgt namelijk het eerste obstakel. Daarin komt er een tegenslag in de heldenreis. Als je personage dan geen of te weinig ruggengraat heeft, durft het niet verder en stopt het vroegtijdig. Schrijf daarom globaal hoe sterk de ruggengraat van het personage op dat moment is. En licht alvast een tipje van de sluier op wat het komende obstakel gaat zijn. Dan houd je het verhaal spannend.

Volgende week meer over dit eerste obstakel!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Elizaveta Dushechkina op Unsplash

Drie-aktenstructuur: de bedenkingen

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Dit schema helpt je jouw verhaal in stappen op te bouwen en om een goede spanningsboog te behouden. Als je verhaal vastloopt, kan je dit schema gebruiken om te zien waar je nog iets moet aanpassen. Er zijn vijftien verhaalelementen, deze week bespreken we het derde: de second thoughts, het moment dat je personage gaat twijfelen en allerlei ‘ja-maars’ gaat bedenken.

Three act structure second thoughts

Waar staat dit verhaalelement in het schema?

De second thoughts staan op een ongemakkelijke plaats in het schema; één stapje na dit element staat er een explosietekentje te op je personage wachten.
Stel je voor dat je personage dat zou zien. In het vorige verhaalelement moest het al de comfortzone verlaten en nu ziet het ook nog eens dat het richting (letterlijke) explosieven gaat. Dan krijg je reacties als:

  • Hó eens even!
  • Ja, maar dát ga ik niet doen!
  • Even op de rem, denk je nou echt dat ik dat kan?

Zie het tweede element als het moment waarop je personage intuïtief aanvoelt dat er geen echte dreiging van leven of dood in het spel is, maar daar diep vanbinnen toch bang voor blijft. Het heeft zin in een avontuur of heeft met het verlaten van de comfortzone besloten dat sommige dingen het waard zijn om voor te strijden. Maar twee meter voor de ingang van de metaforische arena wordt het toch nog eng. Daardoor blijft je personage twijfelen en bedenkt het allerlei ja-maars:

  • Ja, maar daar ben ik niet slim genoeg voor.
  • Ja, maar wat als het niet lukt?
  • Ik kan wel zeggen dat ik ga vechten, maar ik heb nog nooit een geweer vastgehouden.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Technisch gezien gebeurt er in dit verhaalelement niets anders dan dat je personage aan het twijfelen slaat en de ja-maars hoogtij vieren. Je personage krijgt pas in het volgende verhaalelement een schop onder het achterste, waardoor het verhaal (weer) op gang komt. Wat dat betreft is dit verhaalelement narratief gezien relatief langzaam en saai. Maar het is zeker niet onbelangrijk of over te slaan! Dit is een mooi moment om te laten zien dat je personage imperfect is. Een perfect personage zou immers geen angsten of twijfels hebben. Deze twijfels maken je personage menselijk en dat maakt dat de lezer zich met het personage kan identificeren. Maak dus duidelijk wat de tekortkomingen van je personage zijn of wat het nog moet leren. Oftewel: wat de heldenreis in gaat houden. Dit verhaalelement is perfect om je lezer gehecht te laten raken aan het personage: het heeft een conflict aan te gaan, net als normale mensen.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Bij het vorige verhaalelement heb je voor jezelf opgeschreven wat de angsten van je personage zijn. Angsten kunnen een goede drijfveer zijn, maar bedenk in deze fase ook wat de dromen van je personage zijn. Waardoor wordt het gemotiveerd? Een prettig vooruitzicht kan helpen om uit het cirkeltje van ja-maars te stappen.
Je kan met een ernstig vooruitzicht dreigen om je personage over de streep te trekken. Maar dan bestaat het risico dat je personage alsnog bevriest in angst en het verhaal alsnog niet van de grond komt.
Of je nu dreigt met een grote angst of een vervulde droom in het vooruitzicht stelt, zorg er in ieder geval voor dat je personage een tipje van de sluier krijgt van wat er achter de horizon lonkt. Dan komt het altijd in beweging.

Volgende week lees je over het vierde verhaalelement, de eerste clue: een belangrijk en terugkerend element in een verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Afif Ramdhasuma op Unsplash

Drie-aktenstructuur: het inciting incident, de comfortzone

In de serie ‘Drie-aktenstructur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Dit schema helpt je jouw verhaal in stappen op te bouwen en om een goede spanningsboog te behouden. Als je verhaal vastloopt, kan je dit schema gebruiken om te zien waar je nog iets moet aanpassen. Er zijn vijftien verhaalelementen, deze week het tweede: het inciting incident, het moment dat draait om de comfortzone. 

Zo ziet de Drie-aktenstructuur eruit:

Waar staat dit verhaalelement in het schema?

Het tweede verhaalelement komt meteen na het begin, nog in de eerste akte. De basis van het verhaal is zich dus nog aan het ontvouwen. Het tweede verhaalelement gaat over de comfortzone en komt meteen na de start van het verhaal. Dat betekent dat je er geen gras over moet laten groeien. Wat moet je personage doen wat het normaal niet doet of durft?

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Als je de start van het verhaal hebt geschreven, weet de lezer wat voor personage de held grofweg is. Waar die zich comfortabel bij voelt of bang voor is en wat de belangrijkste karaktertrekken zijn. Die omstandigheden moet je dus gaan veranderen. Laat blijken hoe het leven of de omstandigheden van je personage gaan veranderen. Anders blijf je in het begin hangen en heb je geen verhaal.
Een loodgieter heeft een prettige baan, maar is diep vanbinnen bang dat die wordt afgenomen. Dat kan een begin vormen, maar als er vervolgens niets gebeurt, is het geen verhaal, maar een gegeven.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

In het tweede verhaalelement moet er iets veranderen aan het alledaagse leven dat je in het begin hebt uitgeschreven. Daarbij moet er nog meer dan in het begin duidelijk worden wat je personage beweegt, waar het zich comfortabel bij voelt en hoe het reageert als er iets gebeurt wat het niet verwacht. Hier hoort je personage de roep van het avontuur en moet het zich daarvoor klaarmaken.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Dit is de eerste keer in het verhaal dat je personage iets moet doen wat het niet per se wil of fijn vindt. Nu is het nog redelijk onschuldig, maar er volgen nog momenten waarop je personage met diens ergste kwelduivels of angsten wordt geconfronteerd.  Je moet al weten wat die andere kwelduivels en angsten zijn. (Je ziet ze in het schema terug bij als ‘obstakel’, maar ook bij de climax.) Zorg ervoor dat je grofweg weet wat die tegenslagen gaan worden, zodat je weet hoe je een goede spanningsboog uitwerkt die langzaam maar zeker in intensiteit stijgt.
Bedenk: een verhaal is niet geloofwaardig of interessant als de held van het verhaal onmiddellijk de wereld moet redden. Eerst zijn er nog trainingen en tegenslagen nodig. Weet wat de opbouw van de obstakels gaat zijn.

Wat moet je geheimhouden voor de lezer in dit verhaalelement?

Vrijwel alles wat onder het vorige kopje stond vermeld, moet je geheimhouden voor de lezer. Alles wat inhoudelijk nog gaat gebeuren, moet op dit punt nog enige mysterie uitstralen. Zowel je personage als de lezer moeten het gevoel krijgen dat er een avontuur op het punt van beginnen staat waarvan de afloop nog onbekend is.

Volgende week lees je over het derde verhaalelement, waarin je personage bedenkingen krijgt bij het aankomende avontuur.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Afbeelding: door Vlad Tchompalov op Unsplash

Drie-aktenstructuur: het begin

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Dit schema helpt je jouw verhaal in stappen op te bouwen en om een goede spanningsboog te behouden. Als je verhaal vastloopt, kan je dit schema gebruiken om te zien waar je nog iets moet aanpassen. Er zijn vijftien verhaalelementen, deze week het eerste: het begin.

Zo ziet de Drie-aktenstructuur eruit:

Introductie verhaalelement

Aan het begin weet de lezer nog helemaal niets van je verhaal. Misschien geeft de achterflap of de titel een idee, maar daar heeft de lezer niet veel aan om het leesavontuur echt in te kunnen duiken. De eerste echte informatie krijgt de lezer nog altijd aan het begin van het boek.  

Kennis van de lezer

Vermijd het idee dat je de wereld of het personage moet introduceren. Een veelvoorkomende fout aan het begin is dat je het hoofdpersonage of de regels van je fantastische wereld bijna letterlijk gaat voorstellen. “Hallo lezer, dit is Alexandra. Ze is vijfendertig, heeft een donkere huid, prachtige krullen en is getrouwd met Frans.”  
Dit soort -meestal- nietszeggende informatie wordt nogal eens vergezeld door een alledaags gesprekje met de buurman. Zo komt de lezer erachter dat de heldin een bibliothecaresse is. In een fantasyverhaal ligt de proloog op de loer waarin alle wetten en regels bijna letterlijk worden uitgeschreven. Dat is niet de bedoeling; als schrijver is het je taak om de informatie subtiel in de tekst te verweven.

Waar is dit verhaalelement voor bedoeld?

In plaats van iets te willen introduceren, moet je het verhaal starten. Dat betekent dat je de eerste hints moet geven. Die moeten aangeven wat belangrijk gaat worden in het plot of wat voor karaktertrekken je personage heeft die later in het verhaal belangrijk zijn.
Beschrijf dus dat Alexandra jaloers is als ze later in het verhaal ontdekt dat Frans vreemdgaat. Je kan dat in het begin al laten doorschemeren in een andere context: laat haar een duidelijke verbitterde mening hebben over een knappe collega, of laat haar mokken dat ze niet gehoord wordt in een vergadering.

Kennis van de schrijver

Je kan niet aan een verhaal beginnen als je het karakter van je personage niet kent en niet weet wat het beweegt. Zorg dat je personagebiografie in orde is. Hierin staan de belangrijkste zaken over je personage: karaktertrekken, angsten, wensen, persoonlijke geschiedenis enzovoorts. Wees subtiel met je voorbeelden van de karaktertrekken die iets duidelijk moeten maken, anders verraad je het grootste deel van het centrale conflict of het plot voor het goed en wel begonnen is.

Valkuilen van het verhaalelement

In dit verhaalelement moet je niet te veel verklappen. Start het verhaal, maar geef er niet te veel van weg. Dat komt in de volgende verhaalelementen pas aan de orde. Het begin is relatief kort, dus daar moet je niet proberen informatie in te proppen die later aan bod hoort te komen.  
Vergelijk het met een plottwist: die is pas interessant als de lezer al met je personage is mee gaan leven. Anders kan het hem niets schelen of je personage de grond onder de voeten voelt verdwijnen. Op eenzelfde manier is verklappen dat Frans straks vreemdgaat nog niet interessant (genoeg) om de schok teweeg te brengen die dat moet doen. Er zijn zoveel verhalen over ontrouw dat je niet meteen van de lezer kan verwachten dat die meteen in het verhaal wordt meegezogen.

Volgende week volgt verhaalelement 2: het inciting incident. Daar leer je alles over het belang van de comfortzone in de verhaalstructuur.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Lukasz Grudzien op Unsplash