De sterke scène: zo gaat het mis

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Van fouten leer je, dus gaan we kijken wat een scène vooral niet moet doen. In een woord samengevat: beledigen. Deze week kijken we naar hoe je de lezer in het harnas kan jagen.    

Hoe kan je een boek beledigen? 

Een boek of een verhaal is geen levend wezen, dus in de gebruikelijke definitie kan je het niet beledigen. Maar een verhaal is wel met een reden geschreven. Of dat nu is om te informeren, te vermaken, het is er niet zomaar. En ook degene die het verhaal leest, is niet zomaar iemand: je kiest een doelgroep voor je boek uit. Zodra je de lezer niet serieus neemt, zal die zich beledigd voelen en je boek wegleggen.  

Zo beledig je de lezer

Of het doel van de lezer nu is om vermaakt of geïnformeerd te worden, de lezer besteedt kostbare tijd aan het lezen van je boek. Ongeacht of je lezer met het verstand op nul een heerlijk zwijmelverhaal wil lezen of zich juist wil verdiepen in een van de grotere levensvragen met een literair werk, een lezer moet zich tijdens en na het lezen beloond voelen. 

De beloning kan zijn dat het de lezer is gelukt om zichzelf intellectueel uit te dagen, maar ook door ‘tijd voor mezelf’ eindelijk serieus te nemen en inderdáád een halfuurtje te lezen zonder afleiding of verplichtingen. Je beledigt de lezer op het moment dat je dat gevoel van belonen omzet in een gevoel van straf. En dat straffen kan je op twee manieren doen. 

Een grote tijdverspilling 

Als je de lezer wil beledigen door het boek als een grote tijdsverspilling te laten voelen, schrijf met een vreselijke schrijfstijl, zoals:

  • Eindeloze koetjes en kalfjes die nergens toe leiden
  • Een stuk tekst dat 1000 woorden heeft, en in 100 woorden geschreven had kunnen worden
  • Met een taalgebruik dat ‘elitair’ overkomt. Het soort schrijfstijl met vijf komma’s in één zin met minstens zes woorden waarvoor een gemiddeld persoon een woordenboek erbij moet pakken. 

Dat mag natuurlijk, maar als je dat alleen maar doet om te zeggen: ‘kijk mij eens uiterst geraffineerd, en eloquent schrijven’, is dat alleen maar irritant. Zekér als taalgebruik ook nog voor zorgt dat je lezer de rode draad van het verhaal niet eens begrijpt. 

Alles precies voorschotelen

Het tegenovergestelde van elitair schrijven jaagt een lezer ook in het harnas. Als je de lezer wil beledigen, behandel je die alsof die maar drie werkende hersencellen heeft. Vertaald naar schrijftechnieken betekent dat:

  • leg de meest logische dingen eindeloos uit: overdrijf met tell, schrijf een ‘weet-je nog’-achtige zin als je ergens op terugblikt. 
  • Vergeet ook niet de volwassen lezer uit te leggen hoe die zich moet voelen. ‘Natuurlijk voelde Leentje zich heel verdrietig toen oma stierf, want het is verdrietig als er iemand doodgaat.’ Dit wordt nog erger als je sturende woorden als ‘natuurlijk’ ‘uiteraard’ gebruikt. Wees gewaarschuwd: dat doe je sneller dan je misschien denkt. Het ligt er vaak niet zo duimendik bovenop als in dit voorbeeld. 
  • Behandel je verhaalthema niet als iets waar je lezer zelf een filosofie uit kan halen, of als een verkenning van verschillende perspectieven. Bepaal wat je lezer er van moet vinden en hang de moraalridder uit. Dus niet: is de schuld van een scheiding nog steeds volledig de schuld van degene die is vreemdgegaan als de ander al jaren emotioneel en romantisch in de steek gelaten is door de ander? Nee, jij stelt gewoon: iedereen die vreemdgaat is een zielig figuur. 

Daarmee respecteer je niet dat de lezer een vrije wil heeft en zelf na kan denken en conclusies kan trekken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Richard Dykes verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

De sterke scène: de goede scèneovergang

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we hoe je vlot van de ene scène naar de andere schrijft.  

Een scène geeft een reset

Een scène heeft een heel duidelijk begin, midden en een eind en een eigen boodschap. Dat betekent dus dat de scène die volgt, ook opnieuw moet beginnen met iets anders. Later lees je daar meer over. Je kan een nieuwe scène dus als een reset beschouwen. Dat zorgt er niet alleen voor dat je huidige scène een goede afronding krijgt, het geeft de volgende ook een fijne start. 

Het conflict bepalen

Iedere scène heeft een conflict nodig om de spanningsboog te behouden. De lengte van de scène en het conflict gaan daarbij hand in hand. Als je een scène hebt van meerdere pagina’s, kun je de plotopbouw redelijk uitgebreid omschrijven. Dat lukt niet met een scène van enkele zinnen; daarbij moet het conflict vrijwel onmiddellijk duidelijk worden. 

Vaak weet je wat het conflict is voor je precies weet wat je in een scène wil verwerken. Doe daar je voordeel mee en zorg ervoor dat het conflict en de lengte van een scène op elkaar zijn afgestemd. Weet hoeveel woorden  je nodig hebt om het conflict goed tot zijn recht te laten komen. 

Humeur, toon en vaart

Je start een nieuwe scène en hebt het conflict bepaald. Kijk nu wat jouw nieuwe scène nodig heeft om zich van de vorige scène te onderscheiden. Daarvoor kijk je naar het humeur van de held, de toon van de scène en het algemene verteltempo. Wat past er bij het conflict dat je zonet hebt bepaald? 
Als de vorige scène langzaam eindigde met een geschokte held, omdat die hoorde dat een familielid was opgelicht, kan het tempo van de tekst in de volgende een stuk omhoog, omdat de held door woede wordt gedreven. 

Als je scènes op deze manier duidelijk van elkaar kan onderscheiden, heeft dat nog een voordeel. Je loopt minder risico dat de spanning uit het algehele plot verdwijnt als je regelmatig kan wisselen van emotionele toon en vaart. Maar overdrijf niet, anders kan je verhaal onstabiel aan gaan voelen. 

De beleving van de held 

Als de scène flink verandert, gaat de held daar iets van opmerken en van vinden. De ene keer is dat subtiel, de andere keer is het overduidelijk. Maar je volgende scène start sterk als je de beleving van de held over de nieuwe situatie in de beschrijving van de nieuwe scène mee kan nemen. 

In het voorbeeld van het familielid dat is opgelicht, voelt dat als een conflict voor de held. Dat is een emotie, in dit geval woede of verontwaardiging. Als je daar nog een actie aan koppelt, kan je dat combineren met een mogelijke uitkomst van het conflict. Of,  anders gezegd: de actie die aanzet tot het verdere conflictverloop. Schrijf dus hoe je held kwaad achter de computer gaat zitten om een wraakplan uit te schrijven. Dan combineer je een actie met een emotie waar de rest van de scène verder op in kan gaan. 

Waar en wanneer voor de stevigste basis

Om deze eerste zin(nen) van een nieuwe scène nog levendiger te maken, schrijf je ook nog waar en wanneer die eerste actie plaatsvindt. Het geeft ongeveer hetzelfde effect als de welbekende ‘Er was eens, lang geleden in een land hier ver vandaan…’ bij sprookjes. Je weet meteen over het wie, wat en waar, zodat het verhaal meteen sterk kan beginnen. Vergeet dus ook in de nieuwe scène de waar en wanneer uit te schrijven voor een nog betere start. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Aleksandr Barsukov verkregen via Unsplash.

De sterke scène: oefenen met perspectieven

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we naar hoe je het meest uit de scène haalt door met perspectieven te oefenen. 

Het perspectief van personages 

In een boek kan je vanuit meerdere perspectieven schrijven. Daarmee kan je het verhaal laten voortduren en verschillende kanten van het verhaal belichten. Voor een losse scène is wisselen van perspectief in het boek minder geschikt. Maar je kan eenzelfde scène wel twee keer opschrijven, iedere keer vanuit een ander perspectief. Het is een handige manier om je verhaal beter te leren kennen en een scène spannender te maken. Oók als je het verhaal vanuit één perspectief schrijft. 

Wanneer kan je deze oefening gebruiken?

Als je het gevoel hebt dat je plot stokt of als er veel op het spel staat, is het slim om vanuit het gezichtspunt van een personage naar het verhaal te kijken. Jij wil als schrijver dat het verhaal mooi leest, maar daar zijn personages niet mee bezig. Die willen hun droom verwezenlijken of hun grootste angst overwinnen. Dit verschil in prioriteiten zorgt voor andere uitwerkingen van de tekst. 

Meerdere personages aan het roer

Personages kijken met een unieke blik naar de wereld. En omdat ze ook ieder een eigen heldenreis hebben, willen ze bijna nooit hetzelfde bereiken als een ander personage. Zelfs als het een Romeo en Julia betreft. Ze willen wel met elkaar eindigen, maar beide zijn op een andere manier opgevoed, of vinden de ene waarde net iets belangrijker dan ander, waardoor ze andere beslissen maken. 

Geen goede scène zonder ruzie. Een narratieve ruzie, welteverstaan. Er hoeven heus geen vazen te sneuvelen, maar een scène zonder enige wrijving zal je bij het reviseren vaak naar de prullenbak verwijzen. Dat gegeven en het feit dat je als schrijver ook iets anders wil dan personages, kan je gebruiken om een middelmatige scène stukken interessanter te maken. 

Voorbeeld: eten bij de schoonouders

Het is een belangrijke dag voor onze Romeo: hij gaat voor het eerst bij zijn schoonouders eten. Hij heeft ze al kort ontmoet en de eerste kennismaking verliep prima. Hij hoeft dus niet op eieren te lopen, maar een hele avond met de schoonfamilie doorbrengen vindt hij toch nog spannend. Julia daarentegen is letterlijk en figuurlijk thuis bij haar ouders. Ze weet dat Romeo door de eerdere, fijne ontmoeting niet door haar ouders zal worden afgeschoten, dus zij kan gevoelsmatig achteroverleunen. 
Jij als schrijver wil in deze scène vooral spanning scheppen. Dan lijkt het perspectief van Romeo voldoende, maar omdat Julia zo op haar gemak is, komt dat weer in een bepaald evenwicht. Jouw meer algemene perspectief helpt je dus niet veel verder. En daarom schrijf je in je opschrijfboekje de scènes uit van zowel Romeo als Julia. 
De spanning van Romeo spreekt voor zich. Maar Julia heeft ook iets spannends, zo blijkt. Julia heeft met Romeo over haar toekomstige studieplannen gesproken. Haar ouders weten daar nog niets van en dat wil ze zo houden. Maar dat heeft ze Romeo niet verteld. 

(Wil je achter dit soort ‘geheimen’ komen, bestudeer de personagebiografie van je helden dan nog eens. Daar staat tussen de regels door vaak veel bruikbaars in.) 

Met deze perspectieven kan de scène op meerdere manieren worden ingevuld. Bijvoorbeeld: 

  • Romeo wil om zijn zenuwen te verbergen het enthousiast hebben over de studie van Julia. Het wordt ongemakkelijk als Julia Romeo plotseling afkapt. 
  • Julia wil Romeo vóór zijn in de mogelijke blunder en is daardoor continu aan het woord. Dat is niet bepaald handig als Romeo zijn goede indruk wil verankeren…

Speel met perspectieven en je leert meer dan je denkt!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door by Paul Skorupskas verkregen via Unsplash.

Wil je hulp bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

De belangrijkste verschillen tussen een scène en een hoofdstuk

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je over enkele belangrijke verschillen tussen scènes en een hoofdstuk.  

Een hoofdstuk strak samenvatten is lastig

Als er een belangrijk verschil is tussen een scène en een hoofdstuk, is het dat een scène veel strakker is in opbouw dan een hoofdstuk. Een scène is een verhaal in het klein. Je kan een hoofdstuk ook samenvatten als een kort verhaal. Maar waar je bij een scène nog kan zeggen: dit is het ene punt waar het om draait, is dat bij een hoofdstuk lastiger, zonder de diepgaandere nuances van een of meerdere scènes te verliezen. 

Een hoofdstuk dat uit meerdere scènes bestaat, zal je dus eerder samenvatten als ‘en toen, en toen’ of ‘maar in dit hoofdstuk lees je ook dat…’ Een scène kan je veel krachtiger samenvatten, omdat die op zichzelf een krachtige boodschap uit moet dragen

Een hoofdstuk geeft meer creatieve vrijheid

Er zijn hoofdstukken die eindeloos voortduren en soms zijn ze enkele zinnen lang. Ook komen in sommige hoofdstukken meerdere personages aan het woord. Soms moet een hoofdstuk vooral spanning creëren, andere keren moet het een nieuw verhaalelement introduceren. 

Anders gezegd: een hoofdstuk houdt zich niet per definitie aan een schema of een vast doel. Daardoor geeft een hoofdstuk je veel meer creatieve vrijheid dan een scène. Want die moeten aan bepaalde voorwaarden of structuren voldoen, willen ze niet rommelig worden.  

Restricties van een hoofdstuk: de drieactenstructuur

Je kan opmerken dat er meerdere afzonderlijke elementen of scènes in een hoofdstuk zitten die zes hoofdstukken verderop minstens net zo goed in het verhaal passen. Zo kan het een gevecht in hoofdstuk 5 plaatsvinden, maar met enkele aanpassingen misschien ook minstens net zo goed in hoofdstuk 14. Dat is niet erg. Je kan een hoofdstuk dan nog altijd aanpassen, opsplitsen of verschuiven.

Tel daarbij op dat hoofdstukken zo van opzet, lengte en inhoud kunnen verschillen en het lijkt alsof je er eindeloos mee kan spelen. Maar dat is niet zo. Om te controleren of een hoofdstuk wel een of de juiste plaats heeft in je boek, kan je de drie-actenstructuur gebruiken. Daarin lees je de opbouw van een goed vormgegeven boek. Hoe kort, lang, abstract of concreet je hoofdstuk ook is, je moet het zonder al te veel moeite een plek kunnen geven in dit schema en ook kunnen aangeven waarom het juist daar past.

Bijvoorbeeld:

  • Dit hoofdstuk past in de tweede clue, omdat hierin opnieuw een obstakel wordt overwonnen. 
  • Dit hoofdstuk gaat over een obstakel, en de lezer heeft nog maar net kennisgemaakt met de held. Dus dit past in het eerste of het tweede obstakel

Het is niet zo dat een hoofdstuk een-op-een samenvalt met een van deze punten uit het schema, de zogenoemde beats. Een beat kan ook uit meerdere hoofdstukken bestaan. Maar een hoofdstuk omvat zelden meerdere beats. Daarom kan je beats gebruiken om te controleren of je hoofdstuk niet te lang doorgaat. Als het tempo of de toon van het verhaal verandert, geeft dat vaak een nieuwe beat aan. Het is dan meestal ook een mooi moment om een hoofdstuk af te sluiten. 

De enige uitzondering hierop zijn de wrap-up en het einde. Die vormen samen vaak de laatste alinea’s van het boek en zijn een heel mooi setje voor het laatste hoofdstuk. Het vierde obstakel past daar vaak ook nog goed bij. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Ryan Graybill on Unsplash

De sterke scène: spanningsboog en emotionele beleving combineren

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we hoe je het best in kan gaan op de emoties van je hoofdpersoon tijdens een moment dat in beweging moet blijven.  

Schreeuw het niet van de daken

Je kent het clichébeeld vast wel: een mentor sterft in de armen van de held en die werpt zijn nek dramatisch naar achteren: “NEEEEEE!” Bijna iedereen rolt bij dit cliché met de ogen, omdat het zo overdreven is. Maar niet alleen daarom. Het neemt de spanning van het moment of de actie van het voortdurende verhaal weg. En dat is funest voor een goed verloop van je scène. Een heftige emotionele scène mag soms wat gewicht hebben. Maar hij slaagt vrijwel nooit als je de emoties van de daken schreeuwt.

Waarom mag een emotie nooit te groot zijn voor een scèneverloop?

Emoties en een scèneverloop verschillen qua schrijfdoel als dag en nacht van elkaar. Een scène wil het verhaal vertellen en daarmee doorgaan. Als verhaal in het klein wil een scène je iets duidelijk maken, een nieuwe scène zal weer het volgende bekendmaken en zo verder. Een scène wil dus altijd dóór. Wil je aandacht schenken aan een emotie, dan moet je daar letterlijk en figuurlijk bij stilstaan. Daarmee komt het verhaal even op de pauzestand.
Overdreven veel aandacht aan een emotie besteden of die erg uitvergroten zorgt ervoor dat je de aandacht vestigt op iets dat stilstaat. Terwijl een verhaal en een scène altijd een zekere mate van beweging in zich moeten hebben. Geef je te veel aandacht aan een (grote) emotionele beleving, dan gaat dat dus ten koste van de spanningsboog. De actie van het moment kan immers niet verder.

Schrijven met grote emoties in een scène

Natuurlijk hebben heftige emoties zo nu en dan wel degelijk hun plaats in een scène. ‘Heftige emoties´ kan je onderverdelen in exploderend en imploderend.
Denk bij exploderend aan iets als:
“Ik vermoord hem!” riep hij en hij stormde met zijn zwaard op de kille vijand af.
Deze emotionele beleving piekt meteen en gaat ook regelrecht de actie in. Om de heftigheid te bewaren is het belangrijk om dat éne moment intens te omschrijven, in plaats uit meerdere heftige uitingen of acties de kracht te willen halen.

Houd het in dit geval dus bij: “Ik vermoord hem!” en laat dat erop volgende “Die rotzak, die gemene, gluiperige, verraderlijke, verdorven éikel!” achterwege.

Heftige imploderende emoties zorgen ervoor dat je personage door de heftigheid ervan niet in de actie kán komen, al zou die het willen. Het mag daarbij gillen en schreeuwen. Met die intensiteit scheelt dat in dit geval niet per se van de exploderende emotie. Maar de imploderende emotie heeft door dat bevriezende effect wel meer tijd nodig. Voor het personage om te doorvoelen, maar ook voor jouw als schrijver om het in woordenaantal uit te werken.

Bij deze imploderende emotie mag je dus wat langer stilstaan. Je mag in relatief veel detail omschrijven waar en hoe(veel) het pijn doet en welke gedachten er door het hoofd van de held flitsen. Vermijd daarbij wel dat je held niet in een soort flashback van allerlei andere pijnen of herinneringen belandt. Blijf in het moment van de emotie. Probeer ook als vuistregel aan te houden dat je niet meer dan twee verschillende pijnen of algemene gedachten in detail omschrijft. Dan kan je erop rekenen dat de spanningsboog intact blijft en je scène niet aan de nodige vaart verliest. Zo kan het verhaal ook weer tijdig verder gaan.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

Foto door Alexandra Mirgheș verkregen via Unsplash.

De sterke scène: reactie dilemma, beslissing

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we naar een opbouw van scène volgens het principe van reactie, dilemma en beslissing.  

Hier moet een scène aan voldoen

Een paar vuistregels voor een scèneopbouw komen altijd terug:

  • Een scène is een verhaal in het klein: het moet op zichzelf samen te vatten zijn. Lees: het is niet zomaar een brij aan feiten of gebeurtenissen.
  • Een scène moet een lezer altijd iets nieuws leren.
  • Een scène moet in meer of mindere mate actie bevatten, al is het maar een gevolg van een relatieve kleine handeling. Zo blijft een verhaal in beweging.

Als je uitgaat van reactie, dilemma en beslissing komt daar nog iets bij om op te letten. Wordt er een beslissing gemaakt?

Actie en reactie: hoe ziet de reactie eruit?

Een verhaal, hoofdstuk of scène is altijd in beweging. En het kan in beweging blijven omdat een personage erop reageert en dat blijft doen. Als eerste van drie pijlers voor de opbouw van een scène kan ‘reactie’ die starten en meteen op scherp zetten. Zeker als je de spanningsboog wil verhogen.

Als een personage ergens op reageert, gaat er als vanzelf iets anders gebeuren. Reageer je op de deurbel, dan heb je even later een nieuwe actie: een gesprekje met degene aan de deur, of een pakketje dat je het huis in brengt. Zo blijft het verhaal aan de gang. Maar een wezenlijke reactie leert je ook iets nieuws. Als de held bij het horen van naar, maar relatief onschuldig nieuws ontploft, leert de lezer ook dat die een kort lontje heeft, of slecht tegen onzekerheid kan.

Dat is op zichzelf niet per se spannend, tenzij je personage reageert op een manier waar het vrijwel meteen spijt van heeft of waar het beseft dat er veel op het spel staat. Om wat voor reden dan ook moet er iets worden rechtgezet worden, of een beslissing worden afgewogen.

Het dilemma: en dan?

Dilemma’s zijn in verhalen altijd interessant. Het werkt als een pageturner. Ook krijg de lezer weer een kijkje in het hoofd van de personages.
Verhaaltechnisch is dit het punt waarop je verder kan gaan met het ene verhaal of met het andere. En dat is interessant voor de spanningsboog. De lezer wil niet per se weten hoe een verhaal afloopt, maar eerder naar hoe die afloop zich ontvouwt. Stel dat je personage een miljoen wint en moet beslissen of die een luxe avontuur wil gaan beleven of het verstandig investeert en een verder ‘saai’ leventje gaat leiden, maar wel met een financiële zekerheid die een aantal problemen zal vermijden.

Het gaat hier dan niet om welke oplossing het ‘interessantst’ is. Maar of je lezer de voors en tegens samen met het personage af kan wegen. De twee keuzes staan voor twee compleet verschillende verhalen. Daarom blijft het voor de lezer interessant om te lezen hoe het daarna verder gaat. Het afwegen van die voors- en tegens en het in kaart brengen van de gevolgen van de keuze, maakt de scène sterk en houdt de spanningsboog in stand.

Beslissing gemaakt

Tot slot schrijf je over de beslissing. Dat heeft een direct gevolg, waarmee je de scène kan eindigen. En in zekere zin ook weer een volgende scène mee kan beginnen. Want er ging een dilemma aan vooraf. Wat gebeurt er nu die andere optie níet gekozen is? Dat is iets waar je tussen de regels door nog op terug kan komen. Of je kan je personage later keihard confronteren met de ‘verkeerde keuze.’ Dan is er weer een reden om hetzelfde schema voor scèneopbouw nog eens te gebruiken. Zo blijft je verhaal gaande, leer de lezer steeds iets nieuws en is iedere scène spannend.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Foto door Burst verkrgegen via Unsplash

De sterke scène: informatie delen in een scene

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we hoe je informatie in een scène kan delen zonder dat die saai wordt.

Zo moet het niet: infodump en vertellers

Ten eerste: informatie mag de lezer niet overweldigen. Dat heet een infodump. Wat ook niet helpt, is om een personage iets tegen een ander te laten zeggen wat er aan de hand is. “Het is oorlog! Ik zag de mensen gewond en in paniek door de straten rennen.”
Schrijf dan liever over wat dat personage gezien heeft. Beschrijf de beklemmende geur van bommenrook, laat het geschreeuw de trommelvliezen van je personage teisteren als die zelf door die straat loopt.

Maar soms is een zekere mate van infodump of een verteller onvermijdelijk. Af en toe moet je informatie uitschrijven om de worldbuilding of omstandigheden duidelijk te krijgen. Maar kijk altijd eerst of infodump en vertellers te vermijden zijn door actie te beschrijven, in plaats van feiten over te dragen.

Moeiteloze informatieoverdracht

In verhalen die wat ingewikkelder zijn, komen er een of meerdere momenten waarop er dingen worden verklaard. Zo zorgt een schrijver ervoor dat de lezer even wat rust kan nemen en hoort wat de motieven van de daders zijn, of wat de detective ook al weer allemaal op een rijtje heeft. Dat is ook nodig. Puzzelen naar hints van een plottwist houd je ook niet eeuwig vol. Iedere lezer heeft zo nu en dan een adempauze en een duidelijk overzicht nodig.

Maar puzzelen naar informatie en informatie terloops ontvangen, is een verschil. Precies dat verschil tussen infodump en informatieoverdracht en puzzelen naar informatie en op een moeiteloze manier nieuwe informatie vergaren. Het werkt het beste als je je nieuwe informatie in een lopende tekst kan schrijven op een manier die het verhaal gaande houdt, zodat het niet lijkt alsof je iets nieuws leert, omdat het daar ‘tijd’ voor is.

Heb ik zonet iets nieuws geleerd?

Een uitverkorene hoort van de wijze waarom de slechterik hem koste wat kost wil doden. Dan krijg je onvermijdelijk een halve personagebiografie aan achtergrondinformatie en motieven in een langere monoloog. Dat wordt een infodump als je antwoord geeft op die ene overkoepelende vraag, in dit geval het waarom. ‘Waarom wil hij mij zo graag doden?’ Daar kan je vervolgens uitgebreid op ingaan. Maar als je vervolgens nog iets compleet anders introduceert, verbreek je daarmee het staccato ritme van informatieoverdracht. Dan vraagt je lezer zich niet af: ‘Hoe zit dat nou?’ maar ook iets veel dringenders als: ‘Hoe kan dat?’ of ‘Dat druist tegen alles in dat ik ooit heb begrepen.’ Deze informatie is duidelijk, maar niet storend. Het is geen willekeurig stukje informatie, maar een nieuwe plotwending die de lezer niet had verwacht toen die zich klaarmaakte voor een feitelijk geschiedenislesje over een eenzijdig onderwerp.

Zet nieuwe personages of voorwerpen in

Nieuwe personages of voorwerpen introduceren helpt uitstekend om een lange informatieoverdracht fris te houden. Denk aan:
“Tiran wilde je doden omdat je naam voordat je geboren werd in verband werd gebracht met deze magische kelk. Hij dacht dat dat betekende dat jij sterker zou worden dan hij.”
“Wat maakt die kelk magisch?”
“Iemand die eruit drinkt tijdens volle maan kan de tijd een uur compleet stilzetten, maar zelf vrij blijven bewegen.”
Wat een hoop nieuwe plotmogelijkheden biedt dat, nu de geliefde van Uitverkorende in een kerker gevangen zit!

Let op: je kan ook hiermee in de valkuil van de infodump of de verteller trappen. De truc van een goede informatieoverdracht gaat niet om de hoeveelheid informatie die wordt overgebracht, maar dat de nieuwe informatie onverwacht en verfrissend is. Op zo’n manier dat die niet alleen nieuwe feiten, maar compleet nieuwe verhaalmogelijkheden belooft.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Foto door Wim van ’t Einde verkregen via Unsplash.

De sterke scène: wat is het plotseling stil

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken waarom een plotselinge stilte in een scène ontzettend effectief is voor de spanningsboog.

De stilteallergie

De een kan wat beter tegen stilte in een gesprek dan de ander, maar als een stilte langer dan grofweg twintig seconden duurt, worden de meeste mensen ongemakkelijk. We kunnen niet tegen stilte, zodanig dat je van een stilteallergie kan spreken. Maar waarom eigenlijk? Enkele mogelijkheden:

  • we zijn bang dat iemand niets zegt omdat ze iets naars verbergen
  • wat overduidelijk gedacht, maar niet gezegd wordt, is te pijnlijk om hardop te zeggen
  • Iemand probeert met een stilte te forceren dat iemand vanwege de stilteallergie gaat praten en misschien wel een geheim verklapt
  • we hebben onszelf wijsgemaakt dat we altijd iets (nuttigs) te zeggen moeten hebben, anders lijken we dom.

Zie je hoe elk van deze redenen de oorzaak kan zijn van interessante plotwindingen, plottwists of verdieping kan geven over een personage en hoe daar altijd een mate van zeker ongemak of spanning bij komt kijken? Hou dat in gedachten voor een latere conclusie.

Waarom praat je niet?

We hebben dus met zijn allen een stilteallergie. En toch is en blijft er iemand stil. Daar moet dus een reden voor zijn. Bijvoorbeeld:
– iemand zoekt naar woorden
– iemand kan het gewicht van diens gedachten niet vertalen naar woorden
– emoties nemen de overhand
– iemand wil een eerder uitgesproken boodschap met een stilte gewicht geven
– iemand beseft nu pas hoeveel invloed het gespreksonderwerp op diegene heeft. Emoties die altijd zijn vastgehouden komen nu los.

Anders gezegd: de zwijger heeft te maken met een bepaalde druk of emotionele spanning.

Kunnen we alsjeblieft weer praten?

Degene met een stilteallergie probeert in het moment van stilte vluchtig een spanning te verbreken, waar de zwijger er middenin zit en juist tijd nodig heeft om die spanning rustig te ontrafelen. Of je nu de rol hebt van de zwijger of degene die allergisch is voor stilte: van de eigenlijke spanning wil je af. Maar de manier waarop je dat aan gaat pakken scheelt als dag en nacht: wrijving onderling is hiermee gegarandeerd.

Nu komen we bij het echte schrijfwerk aan: deze conclusie leert ons dat een stilte zich uitstekend leent voor het verstevigen van de spanningsboog.

Stilte en de spanningsboog

De spanning van stilte zet ieder aanwezig personage onder druk. En vroeg of laat bezwijkt iemand daaronder. Maar als de spanning geforceerd wordt verbroken, komt daar altijd een nare emotie bij kijken. Van iets relatiefs onschuldigs als gêne, tot regelrechte woede als er echt iets verkeerds wordt gezegd.
En nu er uiteindelijk iets onder die omstandigheden is gezegd, wordt dat spannend. Want er is een bekentenis gedaan, een nieuwe eigenschap van iemand onthuld of een hele spannende of onterechte conclusie getrokken. Allemaal verhaalelementen die de spanningsboog enorm kunnen verhogen. Want ze lokken stuk voor stuk de vraag uit: hoe nu verder in het verhaal? Dat is het ideale pageturnereffect.

Het helpt ook enorm dat die nare emoties op of onder het oppervlak aanwezig zijn. Zowel in de stilte zelf als het moment van de onhandige verbreking daarvan. Als je daar bij stil durft te staan door er wat observaties op los te laten, dan kan je ervoor zorgen dat de spanning om te snijden is. Bovendien zal je lezer meteen meer leren over de betrokken personages en hun manier van denken, doen en reageren. Dat is niet alleen nuttig voor op dat moment, maar voor het hele verdere verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Foto door Balint Mendlik verkregen via Unsplash.

De sterke scène: de eerste scène

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we naar de eerste scène. Want die heeft een andere opbouw dan de scènes in het midden. 

Veranderen en leren tussen de regels door

In een goede scène, waar dan ook in het boek, verandert er iets. Ook leert de scène je iets over een element in het verhaal. Maar de eerste scène heeft een aparte opbouw. Want als je nog geen introductie hebt gehad, hoe kan het verhaal dan veranderen en wat moet de lezer dan leren? In zekere zin is de eerste scène de scène die de belangrijkste zaken uit je boek al gaat verklappen. Tussen de regels door, welteverstaan.

De slechte eerste scène: afwachten, niet ontdekken

Om een goede eerste scène te schrijven, is het handig om te kijken wat een eerste scène laat mislukken. Dat maakt het makkelijker om te kaderen wat je wel en niet mag doen voor een goede scène.  Een slechte openingsscène staat bol van de infodump. Of is het de beruchte ochtendroutine. Vaak worden die statisch en feitelijk geschreven:

Door een generatieslange spanning tussen de twee belangrijkste families, ging er in Trollenland het gerucht rond dat er snel oorlog zou komen.

Of:

Met haar ogen nog halfdicht maakte ze haar ochtendkoffie klaar. Ze haatte dat ze cafeïne nodig had om op te starten, maar als haar gemene baas haar vermoeid zou aantreffen, riskeerde ze een verbale aanval. Dat was de afgelopen maand al vijf keer voorgekomen.

Zie je dat deze teksten tussen de regels door niets duidelijk maken? Ze vertellen ook niet wat er in het gehele verdere verhaal gaat gebeuren. Wat ze hoogstens doen, is een enkele gebeurtenis of scène verklappen.  Zo valt er niets te ontdekken, hoogstens iets om af te wachten: komt die ruzie of niet? Zo wacht je een specifieke scène af, in plaats van dat je een verhaal introduceert.

Dit blijft niet hetzelfde… 

Een goede eerste scène laat de lezer achter met het besef dat wat er ook gebeurt, het langdurige gevolgen gaat hebben. Je schrijft nog beter als je hint naar hoe het personage met die verandering om zal gaan. Daarmee kan de lezer (onbewust) enigszins voorspellen hoe het verhaal gaat verlopen wat betreft centraal conflict, of wat het verhaalthema gaat zijn. Dat zorgt voor nieuwsgierigheid en dan wil de lezer verder lezen dan alleen het eerste hoofdstuk.

Denk hierbij aan iets als:

De deurbel deed Franka verstijven. Haar blik schoot naar de kalender.  Ze was nu drie maanden te laat. Toen ze met trillende handen de deurwaarder binnenliet en ze hem voorging naar de keuken, zag ze hoe zijn blik naar de halfopen, lege koelkast en naar Franka’s versleten kleren en ongewassen haren ging.
“Heeft u uw moeder niet meer kunnen bereiken?”
“Ze hing op zodra ze hoorde ik het was die belde…”

Je weet dat deze vrouw in de schulden en andere armoede gerelateerde problemen zit en daar een oplossing voor moet zoeken. Zonder hulp gaat dat lastig zijn.   Tel daar de ruzie met haar moeder bij op en Franka heeft meerdere conflicten die je niet in een enkele scène kan stoppen. Dit belooft een verhaal met alle complexe vertelaspecten die daarbij komen kijken.

Belangrijk om te weten: een verhaal mag voorspelbaar zijn. Het is iets anders als het uitgroeit tot een cliché. Maar een verhaal is het lezen waard zodra niet de eigenlijke uitkomst – Wat gaat er gebeuren? –, maar het ‘hoe’ centraal staat. Hoe komt het verhaal uiteindelijk tot deze uitkomst gedurende meerdere scènes  en hoofdstukken? Hoe zorgt het personage ervoor dat de ramp voorkomen wordt? ‘Hoe?’ zorgt voor een verhaal, ‘Wat?’ geeft slechts een feit aan. Als je eerste scène meer stilstaat bij het ‘hoe’ en dan bij het ‘wat’, zorgt die voor een goede start.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Prateek Katyal verkregen via Unsplash

Heb je help nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop.

De sterke scène: wanneer moet je een scène schrappen?

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we wanneer je de scène in zijn geheel weg moet laten.

Aanpassen versus schrappen

Bij schrijven hoort schrappen. Omdat je tijd en moeite steekt in je boek en ook in je scènes, zal je eerst proberen om ze aan te passen door bepaalde woorden, zinnen of complete delen te verwijderen. Maar soms moeten ze er in hun geheel aan geloven.

Of je het eerst aanpast of meteen verwijdert, hangt van de situatie af. Je kan op je gevoel afgaan, of je kan het volgende in je overweging meenemen:

  • Je kan de eerste versie van je boek eerst afmaken, om te zien hoe die leest voor je aan schrappen denkt. Soms valt een slechte scène pas of beter op als je die in de context van het verhaal als geheel leest.
  •  Gaandeweg aanpassen kan helpen om al schrijvende te zien of je algemene zaken als verhaalthema of personageontwikkeling nog geschreven zijn zoals je ze in gedachten had.

Wanneer moet je een scène helemaal schrappen?

Er zijn grofweg twee soorten scènes die je altijd moet schrappen en waarbij je niet de moeite hoeft te doen om ze nog aan te passen. Dat zijn de nutteloze scène en de geforceerde scène. Soms is een scène zowel nutteloos als geforceerd.

Wat is een nutteloze scène?

Een nutteloze scène voegt niets toe aan het thema of het plot. De nutteloze scène kan je herkennen aan het feit dat die als het ware losstaat van het verhaal. Een van de randvoorwaarden van een goede scène is dat die verandering in zich heeft. Een andere is dat je iets nieuws leert. De slechte scène lijkt te zeggen: ‘wat hier staat, is gewoon zo’, zonder dat het een element in zich heeft dat aan het verhaal of het thema wordt gekoppeld.

Een goed voorbeeld is de cliché-droom in een proloog. Over twintig jaar staan de sterren op een rij en gaat een held die nog geboren gaat worden de huidige tiran verslaan. De lezer heeft nog totaal geen beeld van hoe de wereld eruitziet, of wie de hoofdpersonen zijn.  
Later in het verhaal leert de lezer een held kennen die de slechterik wil verslaan. Dat is het hele punt van het verhaal, met of zonder sterren op een rij. Als een scène draait om een simpel feit verkondigen, dan schrap je hem en verwerf je dat feit elders in de tekst.

Wat is een geforceerde scène?

Een geforceerde scène heeft iets of iemand in de scène zitten die je als schrijver geschreven hebt omdat dat zogenaamd ‘zo hoort’.  Ieder verhaal heeft dit toch ‘nodig?’ Denk aan:

Maar als die tropes enkel en alleen om die reden in je boek geschreven zijn, dan moet je niet twee keer nadenken en de hele scène naar de prullenbak verwijzen. Iets hoort pas in je boek als het ook past bij je algemene plot, schrijfstijl en je verhaalthema. Zo niet, dan gaat dat wat ‘hoort’ niet werken.

Het enige wat je nog mag doen voordat je de scène definitief verwijdert, is controleren of er in die scène met dat doodzieke kind plottechnisch nog iets belangrijks gebeurt. Dat verplaats je dan naar een andere scène.  Maar dat personage, subplot of anderszins geforceerde verhaalelement zelf en alles wat daaromheen gebeurt aan relaties en plot, heeft geen plaats in je boek.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door David Maier verkregen via Unsplash