Je personage: wat zou het doen met een miljoen?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting bij de essentiële kennis over wat het zou doen met een miljoen.


Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Toegegeven, het is een cliché, maar het is erg handig om te weten wat je personage met een miljoen zou doen. Een miljoen is namelijk een geldbedrag waarmee je heel wat hindernissen uit de weg kan halen. Je kan er studie volgen aan de universiteit zonder in geldnood of schulden te komen, hypotheken aflossen, een duur medicijn voor een zeldzame ziekte mee bekostigen, of zonder zorgen eerder stoppen met werken en pensioneren in een verafgelegen paradijs. Deze hindernissen gelden echter voor de meeste mensen. Er is ook een handjevol mensen voor wie een miljoen een schijntje is. Dan kan je je afvragen: wat zou je personage doen met wat voor diegene niets voorstelt, maar waar je in de praktijk wel een project mee op poten zou kunnen zetten?

Wat kan je te weten komen?

Geld maakt niet gelukkig, maar het kan wel verschillende dingen voor elkaar krijgen, zoals je al kon lezen. Als je personage ergens het geld niet voor heeft, dan wordt het dus ergens in gehinderd. Het kan niet doen wat het graag zou willen doen. Bedenk dus: wat zou mijn personage doen als geld geen bezwaar is? Dat kan een droom weerspiegelen, maar ook andere karaktertrekken van je personage blootleggen. Als het (plotseling) rijk is, is het dan gul met dat geld, of juist krenterig? Dat kan vrijgevigheid of egoïsme laten zien, of de angst controle (over het geld) te verliezen. Wat het antwoord daarop ook is, meestal is dat informatie die je ergens wel terug kan laten komen in je verhaal, of die zelfs broodnodig is om over je personage te weten.

Staat dit gegeven vast?

Net zoals een droom in de loop der tijd kan veranderen, kan het ook veranderen hoe en waaraan je personage geld besteedt. Denk aan verschillende levensfasen. Een dertiger zet waarschijnlijk geld opzij zodat de kinderen later kunnen studeren. Bij een pensionaris of hoogbejaarde is het waarschijnlijker dat die het in een keer aan iets uitgeeft om nog een laatste wens te vervullen.
Maar dit gegeven kan ook van de een op andere dag veranderen.  Als je huis van de een op de andere dag door natuurgeweld verwoest wordt, dan ga je het geld niet meer aan een luxe wereldreis besteden… Gebruik deze vraag dus gerust óók om na te denken over mogelijke, spannende, plottwists.

Moet dit gegeven in je verhaal terugkomen?

De welbekende miljoenvraag is een mooi voorbeeld van iets dat je bijna altijd in de personagebiografie laat staan en niet met de lezer deelt. Gebruik je bevindingen uit de bovenstaande alinea’s als show, don’t tell of om je personage verder uit te werken. Laat je het personage zomaar antwoord geven op de miljoenvraag, dan komt het vaak als een infodump over.
De miljoenvraag is vaak een ‘personage in ontwikkeling’- vraag. Een vraag die jij als schrijver jezelf stelt aan de tekentafel. En de tekentafel hoort niet in een uitgewerkt verhaal thuis.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Robert Anasch op Unsplash.

Je personage: het standbeeld

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Als je er meerwaarde in ziet, bedenk dan eens voor wie je personage een standbeeld neer zou zetten.


Wanneer kan dit relevant zijn?

Iemand een standbeeld gunnen, vertelt wie de persoonlijke held van je personage is, of naar wie het zelfs opkijkt. Dat laatste is voer voor een thriller. Wanneer je personage iemand verafgood, is het belangrijk om te weten hoeveel macht die ‘inspirerende’ persoon over je personage heeft. Als je personage vanuit aanbidding naar iemand kijkt, wordt het een prooi voor mensen met slechte bedoelingen. Daar kan je vast een plot mee aanvullen of zelfs bedenken. Je personage hoeft daarvoor niet eens in persoonlijk contact te staan met diens ‘persoonlijke god’. Als je personage helemaal geobsedeerd is door Elon Musk, kan je het in de extreme ban van Twitter laten komen…

Staat dit gegeven vast?

Het klinkt wat zoetsappig, maar uiteindelijk is het in veel verhalen het doel dat je personage een standbeeld voor zichzelf neer zou zetten. Het kan dan immers met een goed en trots gevoel terugkijken op diens eigen persoonlijke groei en heldenreis. Maar gedurende die heldenreis zal je personage verschillende mensen bewonderen, omdat die al zijn waar je personage naartoe groeit.  Dit gegeven kan dus veranderlijk zijn.
Een bonustip voor de thrillerschrijvers onder jullie: je kan er een plot van maken dat iemand die zo trots is op persoonlijke groei inderdáád een standbeeld voor zichzelf neer wil zetten en grootsheidswaanzin krijgt…

Wat kan je te weten komen?

Je zou een standbeeld neerzetten voor iemand om grofweg twee redenen. Omdat je wil zijn zoals diegene in doen en laten, of omdat diegene het boegbeeld is van het uitdragen van waarden die je personage bewondert.
“Mijn vriendin verdient een standbeeld, omdat zij zo heldhaftig heeft gevochten tegen haar ziekte.”
“Nelson Mandela verzette zich tegen apartheid en aangezien ik racisme het grootste probleem op de wereld vindt, is het terecht dat die man standbeelden heeft gekregen.”
Dus zo kom je te weten wat je personage bewondert, belangrijk vindt, of uit wil dragen in het leven.

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Het is zelden tot nooit belangrijk voor de lezer om zo uitgesproken te weten wie bewondering oogst bij je personage. Liever ziet je lezer door show, don’t tell hoe het personage zelf in het leven staat. Maar de kennis over de ‘standbeeldheld’ van je personage helpt wel om dat middels diezelfde techniek uit te werken in je boek.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Je personage: de grootste droom

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. In dat overzicht kan de grootste droom niet ontbreken.

Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Een droom is iets waar je je zinnen op zet, of waar je heimelijk van – inderdaad – droomt. Met goede moed of schoorvoetend, de droom is datgene waar je personage in een verhaal voor moet gaan om het verhaal lopende te houden. Een droom voor ogen houden kan ervoor zorgen dat je personage de hoop niet verliest als het valt, het nodige zelfvertrouwen geven, het kan het laatste lichtje in de duisternis zijn, of wanneer zelfs dat gedoofd is, het slot van een droevig verhaal betekenen. Kortom: de droom is de belichaming van een hoop narratieve voorwaarden.

Wat kan je te weten komen?

De grootste droom is van zo’n grote narratieve waarde omdat die ontzettend veel over je personage kan vertellen. Als de grootste droom is om de nieuwe Einstein te worden, geeft dat talent en interesse in exacte vakken aan. Als je personage zich volop de droom stort, kan dat getuigen van zelfvertrouwen, maar ook van roekeloosheid. Is je personage bang zich in het avontuur van dromenjagen te storen, dan is die berekenend of onzeker. Bedenk ook eens wat je personage ervoor over heeft om de droom te bereiken. Wat zou het ervoor opofferen? Dat kan ook een onverwachte en zelfs duistere kant laten zien. Karaktereigenschappen, talenten, persoonlijkheid en normen en waarden: de grootste droom geeft een ware schat aan informatie.  

Staat dit gegeven vast?

In de basis staat de droom vast in een verhaal. Je personage gaat niet dromen van een succesvolle carrière op Wall Street om even later naar een rustig huisje-boompje-beestje bestaan te verlangen. Dat zouden twee aparte verhalen zijn. Je personage kan – en gaat! – echter wel met de droom ‘meegroeien.’ Onze aandelenhandelaar zal bijvoorbeeld naar New York gaan emigreren, waar hij eerst zei dat in Amerika wonen niet zijn ding was. Of hij legt de lat wat lager en gaat eerst in Nederland in aandelen handelen. Dan wordt hij in New York niet in het diepe gegooid en kan hij met de werkervaring die hij heeft opgedaan, later in de Verenigde Staten indruk maken.
Het is mogelijk om de droom te laten veranderen, doordat het pesonage een groei heeft doorgemaakt, maar je moet dan genoeg tijd nemen voor deze groei om de grote verandering geloofwaardig te maken.
Je personage zal zichzelf of de droom kneden om de kans van slagen van de droom zo groot mogelijk te maken. Soms doet het lot dat voor hem: dan overkomen je personage dingen waardoor hij op plan B over moet gaan om de droom nog na te kunnen jagen.

Moet je dit in je verhaal laten terugkomen?

De grootste droom moet beslist in een bepaalde vorm terugkomen. Het hoeft niet altijd letterlijk – al komt dat wel vaak voor. Maar een afspiegeling ervan is wel een absolute voorwaarde. Stel dat je personage een wereldreis wil maken. Dan hoeft dat niet te gebeuren of zelfs maar een mogelijkheid te zijn. Als je personage blut is, houdt het gewoon op. Maar laat je personage dan wel fan zijn van reisprogramma’s, verschillende talen leren, of verschillende keukens leren koken. Met andere woorden: laat merken dat je met een globetrotter te maken hebt.
Een droom bepaalt zo veel van de (beleef)wereld van je personage dat je een compleet ander personage zou hebben als die droom er niet toe zou doen of iets anders zou zijn.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Wolf Zimmermann on Unsplash

Je personage: het uiterlijk

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over uiterlijk dat je kan toevoegen als je er meerwaarde in ziet.

Wanneer kan dit relevant zijn?

Om ervoor te zorgen dat je lezer zich enige voorstelling bij je personage kan maken, is het belangrijk om de uiterlijkheden van je personage te geven. De valkuil daarvan is de hoeveelheid. Deel je te weinig, dan is je personage te vaag om een beeld van te krijgen, deel je te veel, dan zet je paradoxaal genoeg de verbeelding van je lezer op slot.
Wat of hoeveel je ook deelt: beschrijf het uiterlijk van je personage niet in de eerste pagina’s: Dat is een cliché van de bovenste plank.

Staat dit gegeven vast?

Op een paar punten na kan je bijna alles aan je uiterlijk veranderen. Je haar kan je verven, je lippen kan je stiften of laten opvullen, je kan gekleurde lenzen indoen… En ook kledingstijl kan je onder uiterlijk scharen. Als je in je achterhoofd houdt dat je – met een beetje hulp of fantasie –  zó veel aan je uiterlijk kan veranderen, kan je gaan bedenken welke uiterlijkheden ook echt iets over jouw personage zeggen. Als je van nature een brunette bent, maar daar niet bij nadenkt, is dat anders voor iemand die haar haren bruin heeft geverfd en zich nu ein-de-lijk sexy voelt.
Als je op die manier over uiterlijkheden denkt, zet je al een eerste stap naar de beslissing van wat je over je personage deelt en wat niet.

Wat kan je te weten komen?

Zodra je weet welke uiterlijkheden belangrijk zijn voor je personage, weet je vaak ook wat en in welke mate uiterlijk iets betekent voor diegene. Kleding en make-up dragen en in welke stijl, kan een show, don’t tell zijn van sociaaleconomische status of een bepaalde culturele groep waartoe je personage behoort. Ook erfelijke zaken spelen een rol: ook al gaat je personage niet naar de plastisch chirurg: iedereen is wel in zekere mate tevreden of ontevreden over bepaalde lichaamsdelen. Doet dat (uiterlijke) zelfbeeld iets met je personage? Zo ja, dan is dat iets wat je kan – zo niet moet –  benoemen.

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Zelden is iemands haarkleur een belangrijk punt in het plot of een uit het oog springend detail wat betreft het uiterlijk. Toch vormt zoiets algemeens een basis voor de beeldvorming van een personage. Maar kies voor maar een of twee van deze standaarddingen over je personage om weg te geven. Haarkleur, kapsel, oogkleur, lengte… Dat maakt meestal niet zoveel uit. Leg liever de nadruk op een uniek kenmerk, zoals een opvallende moedervlek, wel heel erg stompe vingers of de twee gouden tanden. Zo onderscheidt jouw hoofdpersoon zich van alle duizenden zwartharige vrouwen die in alle andere boeken voorkomen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Михаил Секацкий op Unsplash.

Je personage: waar heeft het een hekel aan?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over de allergiezone: de mensen of zaken die je personage mateloos irriteren.

Wanneer kan dit relevant zijn?

De allergiezone is essentieel om van je personage geen Mary Sue te maken: zij is zo perfect dat ze zich nergens aan ergert. Oftewel: met een allergiezone wordt je personage herkenbaar. Bovendien kan een irritatie helpen de comfortzone te verlaten. Die rol is meestal weggelegd voor de roep om avontuur of een angst die je personage niet bewaarheid wil zien worden. Toch kan een ergernis een verfrissende manier zijn om je personage dat nodige zetje te geven.

Staat dit gegeven vast?

Relatief kleine ergernissen zijn zeer veranderlijk. In een verhaal zie je vaak dat een personage juist over kleine ergernissen compleet anders gaat denken:
“Pianomuziek is stom.”
“O ja? Luister eens naar de maanlichtsonate…?”
“Wauw, ik ga op pianoles!”

Als je over zoiets simpels en veranderlijks schrijft, waak er dan voor dat het niet zo oppervlakkig is als in het voorbeeld hierboven. Is de verandering toch makkelijk te bewerkstelligen, of is je personage relatief makkelijk over te halen, dan heeft deze irritatie geen narratieve meerwaarde.

Zodra er sprake is van een hardnekkige allergiezone, is die meestal onveranderlijk. Vaak ligt de oorzaak in waar de wieg van je personage heeft gestaan, hoe die is opgevoed of door gebeurtenissen die het leven van je personage ten kwade op zijn kop hebben gezet.

Wat kan je te weten komen?

Zodra je weet waar de allergiezone zijn oorzaak heeft, heb je een schat aan informatie tot je beschikking.
Als je personage een hekel heeft aan voedselverspilling omdat het een periode van voedselonzekerheid heeft gekend, kan je gaan bedenken hoe dat je personage nog verder gevormd heeft. Als je personage een hekel heeft aan ‘zwakkelingen’, heeft het misschien zelf nooit emoties mogen tonen, of is het bang ergens mee door de mand te vallen als het een ‘zwak moment heeft’.  Dat is best een last om continu mee te moeten dragen. Ongetwijfeld vormt dat je personage op nog meerdere manieren.

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

De relatief kleine allergietjes schrijf je uit wanneer ze meerwaarde hebben voor het plot. Als je personage een hekel heeft aan mensen die zonder hun voeten te vegen binnenkomen, schrijf het dan uit als dat een show, don’t tell is voor het feit dat mevrouw Helderder alles graag aan kant heeft. Houd de afkeer voor vieze schoenen buiten het verhaal als die allergie komt door een onbelangrijk detail als: “Ik vind stofzuigen het stomste huishoudelijke klusje.”
De grotere allergiezones moeten altijd in je plot terugkomen, omdat die kunnen bepalen wat je personage doet, laat of met wie wordt omgegaan. Waak er wel voor dat je één allergiezone niet als één gegeven uitwerkt. Let erop dat:

  • er ook een samenhang kan zijn met andere allergieën waar je over kan of soms moet schrijven
  • als iets tot het verleden behoort, dat daar ook (gedeeltelijk) blijft. Vroeger had je persona ge honger, nu niet meer. Is het daar dankbaar voor? Denkt het daar niet meer bij na omdat het leven verder is gegaan?
  • Je personage misschien niet zo bewust is van zijn persoonlijke allergieën als jij, zijnde diens persoonlijke psycholoog.

Kortom: denk goed na hoe subtiel je de allergieën in je tekst kan verwerken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Thomas Park op Unsplash.

Je personage: de grootste angst

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting bij de essentiële kennis over de grootste angst van je personage.

Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Als je ergens bang voor bent, doe je er alles aan om dat uit de weg te gaan. Of functioneer je niet normaal wanneer die angst bewaarheid wordt. In een verhaal zijn die momenten vaak belangrijke plotpunten, of een aanloop daarnaartoe. Daarom moet je weten hoe en wanneer en in welke mate deze angst aansluit bij de plotpunten. Kan die als aanleiding voor een belangrijke gebeurtenis dienen? Waarschijnlijk wel. Maar dan moet je wel weten hoe dat omschrijft en ook waarom. Oftewel: hoe dat aansluit bij alle andere factoren die bij je personage horen.  

Staat dit gegeven vast?

In het echte leven zijn angsten veranderlijk, voor een verhaal is het handig als je die als vaststaand ziet. Anders wordt je verhaalstructuur er rommelig van. De grootste angst van een personage is namelijk vaak de basis voor het centrale conflict van het verhaal. Is je personage doodsbang om er alleen voor te komen te staan? Plotseling eindigt een levenslange vriendschap… Heb je te maken met een controlefreak? Dan wordt diens geliefde ernstig ziek. Dan heb je niets meer in de hand.
Je hoeft een grote angst overigens niet bewaarheid te laten worden. Maar als je weet wat je personage eng vindt, kan je dat wel gebruiken om het verhaal zelf vooruit te helpen als je personage zelf liever blijft stilstaan.

Wat kan je te weten komen?

De grootste angst is verrassend veelzijdig als het gaat om wat die allemaal over je personage kan zeggen. Die kan zwakheden blootleggen, zoals bij de controlefreak. Een artiest die doodsbang is voor een falende carrière vertelt met een grootste angst óók over levensverwachtingen of -ambities. Ook karaktereigenschappen kunnen duidelijk worden. Iemand die doodsbang is om een machtspositie te verliezen, is waarschijnlijk egocentrisch. Zoek dus niet naar andere vondsten, maar kijk gewoon wat je vindt: wat kom je nog meer te weten over je personage zodra je weet wat de grootste angst is? Misschien is niet meteen alles interessant voor je personagebiografie, maar dat kan je later nog altijd schrappen; schrijf een nieuwe bevinding wel op in de kantlijn.

Moet je dit gegeven in je verhaal laten terugkomen?

Omdat de grootste angst van je personage in zoveel opzichten de drijvende kracht van je plot is of kan zijn, komt die altijd in je verhaal naar voren. De vraag is alleen of dat incognito of in het volle zicht is. Als het overduidelijk is, dan spreekt dat ook voor jou als schrijver voor zich en is die angst ook echt het belangrijkste plotpunt. Iemand die doodsbang is zonder baan te komen, wordt ontslagen en gaat weer werk zoeken. Is de klassieke muzikant bang gehoorschade op te lopen, dan zal het een wat subtieler plotpunt zijn dat hij niet naar de disco gaat. Het grootste plotpunt is dan misschien dat hij – met zijn muzikale gehoor-  dingt naar de titel van ‘meest belovend muzikaal talent van het jaar’.  Stem vooraf goed af waar de grootste angst van jouw personage zich bevindt op een schaal ‘van 1 tot incognito.’

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Ariana Suárez op Unsplash.

Je personage: gender en seksualiteit

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over gender en seksualiteit.

Wanneer kan dit relevant zijn?

Gender en seksualiteit zijn bijzonder om over te schrijven. Het kan namelijk het volledige verhaalthema of centrale conflict bepalen, maar het kan ook net zo irrelevant zijn zoals een detail als haarkleur dat meestal is. Die mate van relevantie moet je voor jezelf vooraf vaststellen, anders komt je verhaal vroeg of laat op losse schroeven te staan.

Staat dit gegeven vast?

Iemands seksuele voorkeur en gender(identiteit) staan vast. Maar afhankelijk van de tijd, plaats en mening van naasten kan eenzelfde identiteit een compleet ander verhaal opleveren. Denk aan een tijdperk waarin het enige recht van de vrouw het aanrecht was. Of aan een van de vele landen waar je als homoseksueel vandaag nog voor je leven moet vrezen.
Je mag zoveel als je wil spelen met hoe je hoofdpersonage met diens geaardheid of gender(identiteit) omgaat. Maar ga niet knoeien met geschiedkundige of geografische feiten over hoe de wereld daarover dacht of denkt. Daar wordt je verhaal ongeloofwaardig van.

Wat kan je te weten komen?

Deze combinatie van de vrijheid die je hebt om je personage te kneden en de regels waaraan je je te houden hebt, geeft je de kans om je verhaal werkelijk uniek te maken. Je hebt zoveel mogelijkheden, dat er ook eindeloos veel potentiële verhalen zijn. De gender en geaardheid van je personage vormen daarbij slechts de eerste stap.
Stel dat je biseksuele personage in de middeleeuwen leeft. Het ene biseksuele personage valt op een persoon van het andere geslacht en hoeft dus in het openbaar niet bang te zijn voor vergelding. Maar dan kan je wel schrijven over de innerlijke worsteling die je personage ongetwijfeld heeft (gehad) over het feit dat diegene nog steeds op het iemand van hetzelfde geslacht valt.
Wat doet het middeleeuwse biseksuele personage dat wel verliefd wordt op iemand van hetzelfde geslacht? Krijg je een verboden liefde of een persoon die verder gaat zoeken naar een ‘aanvaardbare liefde’ in de wetenschap dat diegene de eerste ‘echte’ liefde heeft moeten laten varen?

Dit zijn al vier verschillende scenario’s over één personage in dezelfde setting. Tel er karaktertrekken of andere factoren bij op en de lijst van mogelijkheden wordt eindeloos veel langer.

  • Je mannelijke personage besluit verder te zoeken naar een vrouw op wie hij verliefd kan worden. Dit geeft weer dat hij waarschijnlijk niet de moed heeft die hij zou willen hebben. Wat zegt dat over zijn heldenreis?
  • Je vrouwelijke personage komt een man tegen en trouwt met hem. Dan komt ze later alsnog een vrouw tegen. Als ze nu vreemd zou gaan, is dat vanwege lust, of vanwege een gedeeltelijk onderdrukte seksualiteit? Durft ze het risico van steniging aan te gaan? Aan jou de keuze. En ongeacht het antwoord daarop, wat wil ze riskeren? Ook dat zegt veel over haar karakter en de heldenreis.

Kortom: gender en seksualiteit biedt een breed scala aan mogelijkheden, maar er zijn vaak wel veel extra factoren die je niet zomaar kan negeren als je je verhaal geloofwaardig en interessant wil houden.

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Soms maakt het de omgeving echter helemaal niets uit dat je personage een bepaalde geaardheid heeft, of wordt ze als vrouw gelijk behandeld. Waak er dan voor dat je van de geaardheid of het geslacht alsnog een ding gaat maken. Als de personages in het boek dat al niet doen, waarom zou jij dat wel doen? Een conflict dat er is omwille van de aanwezigheid van een conflict leest nooit fijn.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Rob Maxwell op Unsplash.

Je personage: waar heeft de wieg gestaan?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting bij de essentiële kennis over in wat voor omgeving en milieu je personage is opgegroeid.

Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Je wieg bepaalt je wereldbeeld voor een groot deel. Kijk naar het verschil tussen een gezin dat naar de voedselbank moet en een gezin met een sauna en zwembad in huis. Het ene kind groeit op met voedselonzekerheid als zorg, het kind uit het andere gezin weet misschien niet eens dat er mensen zijn die daarmee moeten kampen. Evengoed groeit een kind in Nederland op met het idee dat je binnen een halfuur autorijden altijd wel een treinstation tegenkomt. Dat is niet zo als je in een dunbevolkte staat in de VS woont.
Waar je wieg staat, is misschien wel het meest duidelijke referentiekader waarmee je de wereld in kijkt – of misschien beter gezegd, leert kijken. Wil je dat je personage zijn wereldbeeld enigszins verandert, dan moet je weten wat dat is. En iets aan je personages wereldbeeld gaat veranderen: iedere held maakt in het verhaal een centraal conflict mee.

Staat dit gegeven vast?

De wieg van je personage staat vast, een wereldbeeld niet. Dat gat vormt vaak een deel van het centrale conflict. Kijk goed wat je echt niet kan veranderen en wat je personage zou kunnen aanleren of waar die aan zou kunnen wennen. Je rijkeluiskindje heeft nooit hoeven werken vanwege de financiële overvloed binnen de familie, maar ze kan nog wel leren solliciteren en werken. Haar arme tegenpool kan als ze de loterij wint vast wel wennen aan het idee dat ze een keer op vakantie kan. Al kost het even tijd voor ze gewend is aan het idee dat als ze vijftig euro uitgeeft aan een etentje, dat niet meteen betekent dat ze een voorlopig ieder dubbeltje moet omdraaien.  

Wat kan je te weten komen?

Met de wieg kom je erachter waar je personage aan gewend is en wat comfortabel is. Soms kan je dat vertalen naar de comfortzone die verlaten moet worden. Andere keren kan je ‘comfortabel’ wat letterlijker nemen en leer je daarvan waar je personage bang voor is, of wat diens idealen zijn. Dat kan weer handig zijn om belangrijke karaktertrekken of normen en waarden van je personage te bepalen. Zo krijg je ook broodnodige informatie die je helpt je personage levendig te maken.

Moet je dit in je verhaal laten terugkomen?

Als je de wieg van je personage expliciet meeneemt in je verhaal, wordt de sociaaleconomische status van je personage al snel een onderdeel van je verhaalthema. Maar je kan met show, don’t tell ook een heel eind komen door te laten zien hoe en waar je personage is opgegroeid. Je kan eigenlijk niet om de wieg van je personage heen. Vroeg of laat kom je die wel tegen, omdat de wieg vele factoren bepaalt die organisch in je verhaal verweven raken. Overtuigingen, meningen en zelfs karaktertrekken. Maar het is aan jou om te bepalen welke en hoeveel aandacht je daar aan besteedt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door freestocks op Unsplash.

Drie-aktenstructuur: de derde akte

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie/aktenstructuurschema beter te begrijpen. Alle afzonderlijke elementen zijn al aan bod gekomen. Maar ook de aken zelf kunnen je een beter begrip van je verhaal geven. Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten per akte? Deze week de derde akte, waarin het verhaal wordt afgerond.

3 aktenstructuur

Wat moet deze akte vooral doen?

Deze akte moet afronden en naar een einde toewerken. Dat laatste woord is het toverwoord. Afsluiten doe je geleidelijk aan. Dat houdt twee belangrijke dingen in:

  • Na de climax is het verhaal niet plotseling over.
    Onthoud dat je een hele akte hebt om iets af te ronden, niet slechts een enkel verhaalelement. Dat is niet voor niets zo.
  • Je introduceert geen nieuw idee.

Het moment van introduceren ligt inmiddels ver achter je. Dat geldt niet alleen voor nieuwe verhaallijnen op zich. Ook een nieuwe draai aan een verhaal geven is hier niet meer op zijn plaats. Het bekendste en duidelijkste voorbeeld is koppelen: ga niet op het laatste moment nog redenen aanvoeren waarom deze mensen een mooi stel (zouden) zijn.

Wat moet je vooraf weten voor deze akte?

De toon van je einde kan het verloop van je verhaal bepalen. Je kan een ‘lang en gelukkig’ immers niet uit de lucht laten vallen. Vul deze zin voor jezelf in: “Als mijn lezer het boek dichtslaat, wil ik dat die X voelt.” Bedenk hoe je dat warme gevoel, schuld, verdriet, opluchting…  gedurende je hele verhaal naar voren laat komen. Dat kan met thema´s, onderlinge relaties tussen personages, subplots, symboliek… Wat je maar kan bedenken. Je verhaal hoeft niet in zijn geheel in het teken te staan van het einde, maar je moet wel genoeg hebben om naar te kunnen herleiden.

Wat moet voor de lezer duidelijk worden?

Wat jij wil. Je staat zelf voor de keuze of je een open einde schrijft of niet en daarmee ook wat je aan de fantasie van de lezer overlaat. Daarvoor moet je wel het nodige afwegen, ook al in eerdere delen van het verhaal. Uitzondering hierop is het centraal conflict. Je moet wel een duidelijk antwoord geven op de vraag of de heldenreis slaagt of niet. Als je heldenreis geen uitgesproken ja/nee antwoord heeft (“Wordt de draak verslagen?”) geef dan wel aan in welke ‘richting’ het verhaal verder gaat: “Hoe gaat het leven als huisrouw verder?” “Niet zo fantastisch, nu ze vrienden is kwijtgeraakt door haar zelfzuchtige gedrag.” Of deze vrouw dan naar verloop van tijd ook haar huwelijk op de klippen ziet lopen of na een flinke tijd van egoïsme weer vrienden maakt, dat mag de lezer dan bepalen.

Wat mag je openlaten in deze akte?

Alles of niks, het is maar net hoe je het bekijkt en of je een open einde schrijft of niet. Zolang het centrale conflict maar beantwoord wordt, je niets nieuws introduceert en je het verhaal geleidelijk laat aflopen en niet plotseling stopt, kan je niet zo snel te veel open laten aan het einde van je verhaal.

Samenhang met andere akten

De derde akte moet vooral laten zien wat er ten opzichte van de eerste akte is veranderd. Aan het eind van het verhaal heeft je personage een heel ander leven, visie of leefomstandigheden. Daar is het centrale conflict immers voor bedoeld.
Daarnaast is de derde akte niet alleen het einde van het verhaal, maar ook een slot van de tweede akte.
Het is geen glasharde regel, maar het kan je wel wat houvast bieden: de eerste helft van de derde akte kan je gebruiken om terug te blikken op de tweede akte, de laatste helft is bedoeld voor de afronding van je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Aaron Burden op Unsplash.

Drie-aktenstructuur: de tweede akte

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Alle afzonderlijke elementen zijn al aan bod gekomen. Maar ook de aken zelf kunnen je een beter begrip van je verhaal geven. Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten per akte? Deze week de tweede akte, waarin vrijwel alle actie in het verhaal plaatsvindt.

3 aktenstructuur

Wat moet deze akte vooral doen?

Dit is de akte van actie. Van vallen en opstaan, van het centrale conflict, van de subplots van… bijna alles, in zekere zin. Alles wat het verhaal interessant maakt, waar de spanning zit en waar een lezer een boek voor pakt, zit in de tweede akte. Je kan in het schema ook zien dat er veel verschillende zaken aan bod komen. Dat laat zien wat belangrijk is: prikkel je lezer en blijf prikkelen, met verschillende technieken, verhaallijnen en plottwists. Wissel die ook voldoende af, dan kan de lezer ook altijd op het puntje van de stoel blijven zitten.

Wat moet je vooraf weten voor deze akte?

Omdat er zoveel in deze akte gebeurt en er ook zoveel verschillende dingen gebeuren, moet je een globaal beeld hebben van welke dingen elkaar wanneer op gaan volgen. Oftewel: hoe je zaken spreidt. Je ziet het ook terug in het schema. Soms volgen obstakels elkaar op, soms komt er een clue tussendoor. Een soortgelijk idee heb je nodig voor de spreiding van introducties van nieuwe personages, het onthullen van geheimen en wanneer je een subplot uit gaat werken of wanneer het juist tijd is voor de hoofdlijn van het verhaal. Of het nu een mysterie is of een introductie van een nieuw personage, iets helemaal van a tot z uitwerken voor je doorgaat naar het volgende werkt niet.

Wat moet voor de lezer duidelijk worden?

Je lezer moet vooral kunnen zien hoe je held groeit in zijn heldenreis, niet alleen dat die dat doet. Dat geldt ook voor medepersonages. Iemand zien winnen als je niet weet wie het is, is lang niet zo interessant als iemand zien winnen die je kent. Je leert personages kennen door hun groeiproces. Besteed daar dus de nodige aandacht aan met details die je personage en diens omstandigheden uniek maken.

Wat mag je openlaten in deze akte?

Omdat dit de akte van actie is, moet je hier alles laten gebeuren. Je moet dus eerder alles verklappen dan iets openlaten. Waak er wel voor dat je niet alles dichttimmert. Je mag echt wel iets aan de verbeelding overlaten. Ga in een subplot dus geen honderden woorden besteden aan de vraag of een aantal figurantachtige medepersonages elkaar nou wel of niet zien zitten. Je mag een eigen afweging maken van wat je vindt dat de lezer echt moet weten, maar doe dat niet met elk stom feitje of subplotje. Een lezer leest ook omdat daar eigen fantasie bij komt kijken. Neem die alsjeblieft niet af.

Samenhang met andere akten

De tweede akte is het midden dat het begin van de eerste en het einde van de derde akte met elkaar verbindt. Zorg er dus ook voor dat je daar zo nu en dan vooruitblikt naar wat de held wil bereiken of waar die vandaan komt. Doe dat niet te uitgebreid, daar zijn de andere akten zelf voor bedoeld. Maar waak ervoor dat je al die interessante actie van de tweede akte niet volledig op zichzelf laat staan.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Photo door Mason Kimbarovsky op Unsplash.