Personage-ontwikkeling in een mysterieus verhaal

In een verhaal dat van A tot Z verloopt, is het vrij duidelijk hoe een held zicht ontwikkeld. Maar een verhaal waarin het een en het ander geheim moet blijven, is dat iets minder zichtbaar. Hoe zorg je er als schrijver voor dat je ontwikkeling van je held overzichtelijk blijft?

De basis van personage-ontwikkeling

Normaalgesproken gaat het begrip personage-ontwikkeling uit van het idee dat je personage groeit. Door de omstandigheden die in het verhaal gebeuren, meestal via een bepaalde structuur. Je kan daarbij denken aan de vraag: ‘wat is de moraal van dit verhaal?’ Een personage wordt minder hebberig, leert de controle meer los te laten, groeit in een heldenrol vanwege een groei in zelfvertrouwen, enzovoorts.

Bij mysterieuze verhalen gaat het niet altijd om groei in de traditionele zin. Als je te maken hebt met moordenaars, of personages die wraak willen, kun je daar niet van spreken. Dan wordt de hamvraag hoe een personage naar iets toe groeit. Of soms zelfs van iets af groeit.

Een verhaal op basis van angst en zwakten

Een personage beslist niet van het een op het andere moment om iets te doen dat gevaarlijk, immoreel of eng is. Daar moet al een bepaalde basis voor zijn. Soms zijn dat zwakten, zoals hebzucht of een te sterke bewijsdrang. Andere keren wordt een personage door angst gedreven. Zoals een moeder die in een poging om haar kind te beschermen doorslaat en anderen bedriegt of pijn doet. Alleen uit de vrees dat haar kind anders iets ernstigs overkomt.

Als je een verhaal hebt waarin je personage iets spannends of vervelends gaat doen, schrijf dan eerst eens op wat je personage drijft of gaat drijven om zoiets te doen. Dat kan je lezen in de personagebiografie. Je kan ook inspiratie halen uit je verhaalthema.

Kies de angst of karaktereigenschap die voor de spanning zorgt

De angst van je personage is een heel krachtig gereedschap, omdat het laat zien wat je personage drijft en kan blijven drijven. Bij een spannend of mystieus verhaal is het meestal je sterkste troef, omdat het ook laat zien hoe je personage verandert. Van iemand die geen zorg in de wereld heeft en een alledaags leven leidt tot iemand die in de gevangenis belandt na een reeks bedreigingen, angsten die bewaarheid worden en een doodenge onzekerheid die het uitsterste van de zelfbeheersing, het geduld, vertrouwen en de vindingrijkheid van je personage vragen. En wil je het verhaal spannend maken, dan moeten enkele van die nare zaken natuurlijk wel dreigen of uitkomen.

Begin de basis van je spannende of mysterieuze verhaal met de volgende vragen:

  • Waar is mijn personage echt het allerbangst voor?
  • Waar is mijn personage vatbaar voor? Chantage? Emotioneel instorten? Beloftes van macht en aanzien?
  • Hoe kunnen deze zaken samengaan in een verhaallijn die een achteruitgang belooft?

Achteruitgang betekent hier: het drama en de spanning die een spannend boek eigen is. Dus hoe een normaal mens als spion gaat werken, een doodnormale huisvader in een moordcomplot terechtkomt, hoe een lieve vriendin wordt ontvoerd, een lieve tiener een huis in brand steekt…

De angst als verhaalstructuur

Schrijf alles op wat je al genoteerd hebt, en pak daar vervolgens een verhaalstructuur bij, zoals bijvoorbeeld de drie-aktenstructuur. Kijk nu hoe deze samenhang van angst, karaktereigenschappen een daadwerkelijk plot kunnen vormen.
Bijvoorbeeld: een rebels buitenbeentje is bang om verstikt te raken in een keurige wijk waar je wordt gedwongen in de pas te lopen. Die gaat dus tegen een systeem schoppen, en daarbij ook een zekere woede op de hals halen van anderen, met bepaalde gevolgen van dien. Het begint dus met en gevoel van verstikking, en mondt uit in een brandstichting.
Het begin van het verhaal is het ongemak. Het inciting incident is het moment waarop de held beslist niet meer stil te blijven zitten. Wat doet je held vervolgens om een eerste clue te veroorzaken, enzovoorts. Werk zo eerst je hele verhaallijn in grote lijnen uit.

Subplots en flashbacks

Als je deze structuur hebt uitgewerkt, komen er bijna altijd subplots en flashbacks tussendoor om de spanningsboog op peil te houden. Die hebben van zichzelf ook de ruimte nodig om te ademen en tot hun recht te komen. Daardoor loop je het risico dat je aan de eerder opgeschreven verhaalstructuur gaat rommelen. Maar deze structuur is de rode draad, dus knoei daar niet te veel mee. Als je informatie moet achterhouden omwille van de spanningsboog, of als andere personages door hun omstandigheden de rode draad van het verhaal even op pauze zetten. Schrijf dan op waar je in de verhaalstructuur bent gebleven kan je die na het einde van een scène altijd weer oppakken en weer verdergaan waar je bent gebleven.

Je kan de subplots en flashbacks ook naast de algemene verhalenstructuur leggen. Als er op een moment van een subplots iets thematisch naar boven komt drijven, kan je dat dan ook koppelen aan de rode draad?
Bijvoorbeeld: als de beste vriendin van je held in een subplot ineens een miskraam krijgt, kan dat een zetje zijn naar een volgend obstakel als je held als grootste angst heeft om ook op de een of andere manier iets of iemand te verliezen. Dan kan die des te meer besloten zijn om iemand die ruimte nodig heeft te overladen met verstikkende liefde? Dat is dan weer de volgende stap op weg naar een controledwang die de geliefde later de das om doet.

Bij spannende en mysterieuze verhalen is het de valkuil om te denken dat het plot hetgene is dat het verhaal spannend houdt. Natuurlijk zal je het moeilijker krijgen als je alledaagse conflicten als een kapotte grasmaaier als basis voor een uitgangspunt voor het verhaal kiest. Maar uiteindelijk gaat het erom hoe de personages het verhaal beleven. En het wordt spannend als je personage in angst en beven zit. En blijft. Als je angst als basis gebruikt voor de spanning van het verhaal en die opbouwt zoals je dat doet voor een normale personagegroei, dan kan je daar al gauw een heel verhaal mee vooruit.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Foto door Lai Man Nung verkregen via Unsplash.

Kan een personage van rol veranderen?

Ieder personage begint met bepaalde overtuigingen. Gedurende het boek veranderen die vaak, als onderdeel van de personagegroei. Dat zorgt ervoor dat een personage verandert. Maar wat doe je als je die groei ervoor zorgt dat het personage een compleet andere weg inslaat?

Archetypen en rollen van personages

Ieder personage heeft een bepaalde rol en een archetype. Als je daar te ver van afwijkt, kan de lezer in de war raken. Maar als jij als schrijver het verschil weet tussen rol en archetype, is het makkelijker om goed af te bakenen hoe je personage mag veranderen gedurende het verhaal.

Simpel gezegd zijn archetypen het ´soort persoon´ dat je personage is. Daarbij horen ook bepaalde talenten en waarden. Denk aan de nar, die grappig is en mensen bij elkaar brengt. Dat is wat het personage van zichzelf is. Of er nu moet worden opgelet op school, met vrienden wordt gespeeld of de carriéreladder wordt beklommen, deze waarden en karaktertrekkenpersonages blijven hetzelfde.

De rol wordt toebedeeld. Denk aan de hoofdrol, of de rol van een beste vriend. Gedurende het boek kan die rol veranderen. De ene keer is het personage degene die redt, in een andere scène wordt het gered. De rol van een personage staat dus niet vast, maar een archetype wel.

De spannende tropes over een wisselende rol

Tropes waarin de rol van een personage verandert, zijn niet ongewoon. Denk aan:

* van vijanden naar geliefden, of andersom
* dubbelspionnen
* van vriend naar verrader

Rollen van personages veranderen niet halsoverkop. Omwille van een goede spanningsboog gaat dat geleidelijk aan. Net als een spanningsboog gaat de groei of verandering van een personage in stapjes. Een personage reageert middels actie-reactie op situaties vanwege eigen overtuigingen, niet omdat de schrijver dat wil. Anders schrijf je te geforceerd.

Maar niet alleen vanwege de spanningsboog is het belangrijk dat een personage geleidelijk aan op wat voor manier dan ook verandert. Het maak ook plottwists mogelijk, omdat de rol van een personage daarmee kan veranderen.

* Plottwist: hij is als spion iemand anders dan je denkt
* Plottwist: hoewel de beste vriend de meest betrouwbare rol moet zijn voor je held, krijgt de vriend nu de rol van verrader.

Maar de plottwist of de spanningsboog kunnen nog zo origineel zijn, als je een rol verandert omwille van drama of de schok, dan gaat dat niet werken. En dan komt het archetype van je personage weer om de hoek kijken.

Het archetype van een personage verandert nooit

Het archetype van je personage mag niet veranderen. Het verandert wat voor iemand je personge ten voeten uit is en het is voor je lezer ook een vaststaande blauwdruk om te weten wat voor vlees die in de kuip heeft. Maar een archetype is een gegeven dat aan interpretatie onderhevig is. En dat kan je in je voordeel gebruiken. Sterker nog, dat moet je doen als je wil dat je plottwists niet gaan wankelen, of de rest van het verhaal niet raar lijkt zodra je personages van gedachten of partij veranderen.

Laten we het archetype magiër als voorbeeld nemen. Die wil een nalatenschap achterlaten en staat voor kracht.
Als je dat vertaalt naar de traditionele held, dan is dat iemand die bijvoorbeeld een medicijn voor kanker wil uitvinden en daarmee de geschiedenisboeken in gaat. Maar als dat om wat voor reden dan ook niet lukt, is dit personage er ook één dat gevoelig zal zijn voor bepaalde omkoping, of in de val kan trappen van hersenspoeling. ‘Dat medicijn komt er nooit, maar als je je bij onze maffiabende aansluit, zal je voor altijd berucht worden en machtig worden binnen onze hierarchiën.’
Dat sluit nog steeds aan bij het verlangen van deze magiër om de geschiedenisboeken in te gaan, hetzij om compleet andere redenen.

Deze dokter krijgt een andere rol: van heldhaftige redder wordt die nu een slechte overheerser. Maar de beweegredenen blijven hetzelfde, omdat het aan blijft sluiten bij het archetype.

In de film Neuremberg moet een psychiater een hoge Nazi onderzoeken, en hij wil daar bekend om worden. Diezelfde Nazi gebruikt die wens tegen hem om hem helemaal onderuit te halen als de bevindingen van de psychiater niet wordt geloofd. Later wil hij zijn bevindingen verkondigen als waarschuwing, niet voor roem. Omdat hij nog steeds niet wordt geloofd, raakt hij aan de drank. Zo gaat zijn rol van potentiële held naar een tragische onbegrepen verstotene, terwijl zijn archetype hetzelfde blijft.

Dit zegt een archetype over je thema

Als je schrijft over een personage dat sterk van rol gaat veranderen, kijk je dus naar de mogelijkheden die je daar binnen het archetype hebt. Als vanzelf kijk je dan ook naar je verhaalthema en welke mogelijkheden je hebt. In het voorbeeld van de magiër: als je hoofdpersonage staat voor kracht, wat is dan een mogelijke schaduwkant? Machtsmisbruik en groootheidswaanzin, bijvoorbeeld. Als je personage van rol gaat veranderen, moet die omwille van de spanningsboog en het onthullen van een eventuele plottwist met die schauwkanten flirten, erdoor verleid worden of zich er (eerst nog) uitgesproken tegen verzetten. Zo wordt het hoe dan ook een groot deel van je verhaal.

De keuze van een archetype bepaalt dus ook hoe en of je bepaalde thema’s en plottwist in kan zetten. Bedenk daarom zo snel mogelijk welke rollen en archetypen je je personages toebedeelt. Want dat moet ook nog eens aan gaan sluiten bij het verhaalelement dat personages zo dramatisch van rol veranderen. Of het nu van vriend naar vijand is, of het een complete verschuiving van moralen betreft, waarom verandert je personage überhaupt zo van mening, of van een bepaalde kant van goed versus kwaad?

Personagegroei is onmisbaar in iedere roman, maar een verandering van overtuigingen is een verhaalthema op zich. Zorg er dus voor dat je zowel op het gebied van rollen en archetypen van een personage als betreft het grotere verhaal voor jezelf duidelijk hebt wat je ermee wil vertellen. Het kan het verschil maken tussen een verhaal dat staat als een huis of leest als een handjevol gedachten en overtuigingen die willekeurig bij elkaar op een hoop zijn geplakt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

Foto door Ali Hajian on Unsplash.

De sterke scène: scènes met een sfeer

Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week leer je waar je op kan letten als je scène vooral een sfeer op moet roepen.

Geen scène zonder personage

Ieder verhaal en elk deel daarvan kan een lezer beleven omdat er een personage is dat de papieren wereld voor de lezer vertolkt. Staat er een verlaten huis? Dat zegt op zichzelf niets. Pas als je held er de kriebels van krijgt of er iets te doen heeft, is dat aanleiding voor een thriller- of horrorverhaal. Op eenzelfde manier kan een goede sfeer pas werken omdat dat weerslag heeft op je hoofdpersoon en hoe die zich door de ruimte of het verdere plot beweegt. Dat is het uitgangspunt bij het schrijven van een scène waar de sfeer voorop staat: de held moet er iets bij voelen.

De zintuigen als instrument bij een sfeeromschrijving

‘Voelen’ is in dit geval niet zoiets als “Ik voel me vrolijk,” maar een zintuiglijke waarneming. Een personage voelt bijvoorbeeld de warmte van een zonnestraal, of proeft zout na het eten van een dropje. Als je een sfeer voorop wil stellen in een scène, dan is dit de basis die je absoluut niet mag missen. Het is de eerste stap van actie-reactie waar al het andere uit kan ontstaan. Neem een romantische scène waar een vrouw uitgesproken comfortabel op bed ligt. Eerst moet zij het zachte matras voelen, zodat ze zintuiglijk kan registeren dat ze lekker ligt. Daardoor voelt ze zich ontspannen, waardoor ze open staat voor de strelingen van haar geliefde. Had ze last van de prikken van een spijkerbed, dan zal er niet veel romantiek plaatsvinden…

De zintuiglijke waarneming komt altijd voorop

Een personage kan gedachten hebben over de sfeer en de sfeer kan veranderen. Maar vóór die verandering moet er wel een zintuiglijke registratie voorkomen. Neem het spijkerbed. Of je het eerst uitprobeert of meteen bij het zien al gruwelt van de aanstaande prikken, je personage ziet of voelt nog altijd eerst iets voor het denkt: Echt niet (meer)!

Voor de omschrijving van een scène waar de sfeer voorop staat, geldt hetzelfde principe. Je schept de sfeer vooral door in te gaan op de zintuiglijke ervaringen en door die ook als eerst te omschrijven.
De zon tintelde heerlijk warm op haar gezicht en Karin verheugde zich op de picknick van morgen, werkt daarom beter dan: Morgen stond de picknick op het programma, waar Karin zich op verheugde. Ze voelde de heerlijke tinteling van de zon op haar gezicht.
Het leest wat geknutseld omdat het oorzaak-gevolg effect wat meer leest als opgesomde feiten.
Zorg er dus voor dat je eerst de zintuiglijke waarnemingen hebt opgeschreven voor een goede sfeer in je scéne voordat je verder gaat met de conclusies die je personage trekt.

Overgang naar reactie

Er komt een moment dat je in de scéne over moet gaat van zintuiglijke waarnemingen naar de reactie die je personage daarbij heeft. Dat is het verschil tussen ‘Ik voel de warme zon’ naar ‘dat voelt lekker warm’.  De overgang naar een reactie werkt het beste als die subtiel verloopt. Als je de warme zon voelt en meteen je zwemtas gaat inpakken, mis je een schakeltje waarin je de invloed van de sfeer helemaal tot zijn recht laat komen. Wees er wel alert op dat je daar (vooral in woordenaantal niet te veel in doorslaat. Dan loop je het risico om bloemig taalgebruik te schrijven. Maar deze overgang naar reactie werkt ook uitstekend voor sfeeromschrijving in een scène. Volgende week lees je daar meer over.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van een scène? Ik kan helpen: kijk eens in mijn webshop.

Foto door by Hakim Menikh on Unsplash

De persona van je personage: de praktijk

Als je personage een masker heeft dat het hele verhaal mee moet gaan, moet je goed kijken naar de invulling van de drie-aktenstructuur en hoe vlot je held de heldenreis kan voltooien. In hoeverre bepaalt een persona de het tempo waarin je held zich door het verhaal beweegt?

De reis van twee helden?

In de inleiding op deze post kon je al lezen dat een personage met een persona bijna twee verschillende levens lijkt te leiden. Als je de heldenreis dan uit wil werken, is de vraag: in hoeverre moet je het leven van de persona, dat masker uitwerken? Wordt je verhaal een verslag van een façade met twee verhaallijnen, waarin elk hoofdstuk de naam van ofwel je personage ofwel van het persona krijgt? Hou je het masker als geheim achter voor de lezer, of verklap je dat juist meteen, zodat de lezer weet wat er voor je personage op het spel staat?
Dat zijn allemaal mogelijkheden en creatieve keuzes waar jouw voorkeur bepalend is.

Let op: het uitgangspunt blijft dat je over één held schrijft en dat die ook centraal blijft staan. Je schrijft dus altijd met Cythia uit de inleiding als leidraad voor de basis. Niet over Cynthia en Cindy als afzonderlijke personen: dat zijn ze immers niet. Daar wordt je verhaalstructuur alleen maar rommelig van. Maar nog steeds is Cindy onlosmakelijk verbonden met Cynthia: dat vormt het centrale conflict, of op zijn minst een zeer belangrijk subplot. Waar en hoe geef je dat dan vorm?

Geef voorrang aan het masker

Als je personage een zeer hardnekkige persona heeft, moet je ongeacht je creatieve keuze in ieder geval het masker zelf introduceren en daar de nodige aandacht aan te besteden. Uiteindelijk bestaat de heldenreis in dit geval voornamelijk uit het principe van afpellen, dus dan moet de lezer wel weten wat er voor het personage af te pellen valt.
Neem dus de tijd om dat masker te introduceren en doe het ook goed.
In termen van de drie-aktenstructuur: als het proces van afpellen het verlaten van de comfortzone is, dan moet je daarvóór het personage al heel goed hebben uitgewerkt.

Maar dan is daar het probleem dat de comfortzone stap twee van de vijftien is. Je krijgt een enorm dikke pil als je eerst uitgebreid op je personage in moet gaan zoals het zich voordoet met het masker op en je daarna pas obstakels en clues mag introduceren… In dit verhaal is de drie-aktenstructuur dus niet zo strak als gewoonlijk. Of liever: het heeft een heel apart tempo en zelf ook meerdere laagjes.

Het eerste, langzame laagje

Als eerst werk je het masker zelf uit. Schrijf dus over hoe ‘Cindy’ zichtbaar is: wat doet Cynthia om zich uit de vuurlinie te houden? Welke vrienden verzamelt ze om zich heen? Wat zegt ze? En wat vreest ze dat ontdekt wordt?
Neem dat als apart drie-aktenstructuurschema mee en neem daar relatief alle tijd van de wereld voor. Laat in die periode zien hoe Cynthia zegt dat ze van haar lang zal ze leven niet in een hostel zou willen overnachten. Beneden haar stand, natuurlijk. In een stapelbed slapen met vreemden in dezelfde zaal? Nee! Terwijl ze dat eigenlijk dolgraag wil: wat een avontuur! Het is belangrijk om dat wel degelijk tussen de regels door te laten blijken, anders maak je van Cynthia en Cindy twee personen, in plaats van een vrouw met een masker op.
Werk op deze manier een complete, maar compacte structuur uit. Laat de clues terugkomen, zorg voor obstakels, de crisis.. Maar werk het dus zodanig kort en klein uit dat de situatie als geheel dan wel ongemakkelijk mag zijn, hij is voor Cynthia nog wel in stand te houden. Denk bijvoorbeeld aan een mogelijkheid voor Cynthia om te gaan backpacken. Diep in haar hart schreeuwt ze van ja, maar het nee zeggen is alsnog relatief makkelijk: dat is nu eenmaal de gang van zaken en ze gaat er niet dood van als die trip niet doorgaat. Zo je wil: dat masker draagt ze al zo lang dat op die manier liegen niet moeilijk meer is.

De razendsnelle hoofdlaag

Maar er komt een moment dat het masker definitief van het gezicht van je personage valt en het geen mogelijkheid heeft om zich nog te verstoppen. Het nieuwe begin, tijd voor een nieuw drie-aktenschema.
Op dit moment valt de grond onder de voeten van je personage vandaan. Vergelijkbaar met het moment waarop je personage de grootste leugen eindelijk onder ogen ziet. Dan is de situatie voor je personage even niet meer te overzien, omdat die zo overweldigend is. Vertaald naar de aktenstructuur betekent dat zoiets als: nog voor je personage weet waar en hoe het zo ooit heeft kunnen beginnen, krijgt het meerdere obstakels te verduren en valt het alweer als het nog maar half lijkt te zijn opgestaan. Dit gaat in vergelijking met het eerste laagje dus razendsnel.

Waak ervoor dat alles duidelijk blijft: houd de structuur wel (enigszins) aan. In de acending action mag het ene obstakel wel vliegensvlug op het andere volgen, maar zorg wel dat ze niet door elkaar heen gaan lopen. Ook hier: zorg ervoor dat het geheel geen rommeltje wordt. Verwar snelheid ook zeker niet met een klein(er) woordenaantal. Denk eerder iets als: waar het tempo in het eerste laagje relatief voortkabbelde, moet ik nu een pageturner schrijven, waar de wet van actie-reactie de hoogste stand bereikt.
In dit gedeelte verdwijnt Cindy volledig uit beeld. Dat zou ergens een opluchting moeten zijn voor Cynthia, maar dat betekent waarschijnlijk ook dat ze vrienden gaat verliezen, misschien wel noodgedwongen en halsoverkop een nieuw huis moet zoeken (op een krappe huizenmarkt), haar baan kwijtraakt… dus er zijn genoeg obstakels, cues en dieptepunten te bedenken.

Maar als de climax van deze structuur dan is geweest, geef de lezer (en Cynthia) dan genoeg tijd om uit te drijven in de descending action. Zo kunnen zowel de lezer als Cynthia aan het einde opgelucht ademhalen dat aan het einde van de strijd er een ton aan gewicht van de schouders afvalt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Julio Rionaldo verkregen via Unsplash

Drie-aktenstructuur: de tweede akte

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Alle afzonderlijke elementen zijn al aan bod gekomen. Maar ook de aken zelf kunnen je een beter begrip van je verhaal geven. Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten per akte? Deze week de tweede akte, waarin vrijwel alle actie in het verhaal plaatsvindt.

3 aktenstructuur

Wat moet deze akte vooral doen?

Dit is de akte van actie. Van vallen en opstaan, van het centrale conflict, van de subplots van… bijna alles, in zekere zin. Alles wat het verhaal interessant maakt, waar de spanning zit en waar een lezer een boek voor pakt, zit in de tweede akte. Je kan in het schema ook zien dat er veel verschillende zaken aan bod komen. Dat laat zien wat belangrijk is: prikkel je lezer en blijf prikkelen, met verschillende technieken, verhaallijnen en plottwists. Wissel die ook voldoende af, dan kan de lezer ook altijd op het puntje van de stoel blijven zitten.

Wat moet je vooraf weten voor deze akte?

Omdat er zoveel in deze akte gebeurt en er ook zoveel verschillende dingen gebeuren, moet je een globaal beeld hebben van welke dingen elkaar wanneer op gaan volgen. Oftewel: hoe je zaken spreidt. Je ziet het ook terug in het schema. Soms volgen obstakels elkaar op, soms komt er een clue tussendoor. Een soortgelijk idee heb je nodig voor de spreiding van introducties van nieuwe personages, het onthullen van geheimen en wanneer je een subplot uit gaat werken of wanneer het juist tijd is voor de hoofdlijn van het verhaal. Of het nu een mysterie is of een introductie van een nieuw personage, iets helemaal van a tot z uitwerken voor je doorgaat naar het volgende werkt niet.

Wat moet voor de lezer duidelijk worden?

Je lezer moet vooral kunnen zien hoe je held groeit in zijn heldenreis, niet alleen dat die dat doet. Dat geldt ook voor medepersonages. Iemand zien winnen als je niet weet wie het is, is lang niet zo interessant als iemand zien winnen die je kent. Je leert personages kennen door hun groeiproces. Besteed daar dus de nodige aandacht aan met details die je personage en diens omstandigheden uniek maken.

Wat mag je openlaten in deze akte?

Omdat dit de akte van actie is, moet je hier alles laten gebeuren. Je moet dus eerder alles verklappen dan iets openlaten. Waak er wel voor dat je niet alles dichttimmert. Je mag echt wel iets aan de verbeelding overlaten. Ga in een subplot dus geen honderden woorden besteden aan de vraag of een aantal figurantachtige medepersonages elkaar nou wel of niet zien zitten. Je mag een eigen afweging maken van wat je vindt dat de lezer echt moet weten, maar doe dat niet met elk stom feitje of subplotje. Een lezer leest ook omdat daar eigen fantasie bij komt kijken. Neem die alsjeblieft niet af.

Samenhang met andere akten

De tweede akte is het midden dat het begin van de eerste en het einde van de derde akte met elkaar verbindt. Zorg er dus ook voor dat je daar zo nu en dan vooruitblikt naar wat de held wil bereiken of waar die vandaan komt. Doe dat niet te uitgebreid, daar zijn de andere akten zelf voor bedoeld. Maar waak ervoor dat je al die interessante actie van de tweede akte niet volledig op zichzelf laat staan.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Photo door Mason Kimbarovsky op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: de eerste akte

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drieaktenstructuurschema beter te begrijpen. Alle afzonderlijke elementen zijn al aan bod gekomen. Maar ook de aken zelf kunnen je een beter begrip van je verhaal geven. Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten per akte? Deze week de eerste akte, waarin je de start van het verhaal schrijft.

3 aktenstructuur

Wat moet deze akte vooral doen?

Deze akte laat de lezer kennis maken met het verhaal. Het geeft dus een aanloop, maar gaat niet meteen in de actie. Dat komt pas de akte hierna. Bedenk: als je midden in een zwaardgevecht zit, ga je geen handen schudden om jezelf voor te stellen aan je mederidders. In de eerste akte draait het om verkennen: nu is het de tijd om de held en de basis van het verhaal te leren kennen. Hier moet de basis voor het conflict worden gelegd. En omdat elk personage en ieder verhaal anders is, moet je hier duidelijk maken wat conflicten in het verhaal vormen en waarom.

Wat moet je vooraf weten over deze akte?

Bij deze akte is het belangrijk om de rode draad van je verhaal en heldenreis scherp voor ogen te hebben en te houden. De toon die je zet in het begin van het verhaal heeft invloed op hoe je verhaal wordt gelezen. Een droevig verhaal kan vrolijk aflopen of andersom, maar een verhaal over een zenuwachtige held zal altijd een onrustige toon behouden. Ook voor het inhoudelijke verhaal maakt dat verschil. Vergelijk een thriller over verraad met een verhaal over iemand die door waanzin wordt gedreven. Dat leest heel verschillend. Bovendien bepaalt de toon ook of je verhaal wel helemaal wordt gelezen. Niemand geeft een boek van driehonderd bladzijden tot bladzijde tweehonderdtwintig de tijd om te zien of het wel interessant is. En om een verhaal interessant te houden, moet je weten wat een personage drijft. Dat wordt in deze akte duidelijk.

Wat mag je openlaten in deze akte?

Schrijf de exacte aard van de aankomende confrontaties en obstakels liever niet uit. Als je schrijft over de carrière van een topsporter, is het onvermijdelijk dat die een aantal blessures oploopt, wedstrijden verliest of zich ergens niet voor kan kwalificeren. Maar als je beter kijkt, zie je daar vaak iets diepzinnigers onder schuilt. Gaat het echt om die ene wedstrijd, of gaat het over een grotere droom om de beste te worden, waar heftige faalangst de oorzaak van is? Schrijf over de ‘oppervlakkige’ uitdagingen die je held te wachten staan om het enthousiasme voor je verhaal aan te wakkeren, maar laat nog niet doorschemeren wat de held echt kan of gaat nekken. Anders heb je later geen echte obstakels meer om over te schrijven.

Samenhang met andere akten

Je zou het misschien niet denken, maar de eerste akte is vooral van belang voor de derde akte. Daarin ga je afronden en terugblikken. Dat terugblikken betreft niet alleen de climax. Juist niet, zelfs. Het is niet: ‘Hé kijk mijn spierballen eens: die hielpen mij zonet in de climax de draak te verslaan.’ Eerder: ‘Ik begon als boerenknecht en heb nu een draak verslagen. Wat ben ik toch veranderd.’   
Om die terugblik van de derde akte effectief te schrijven, moet je een duidelijke basis van je verhaal hebben. Als je niet duidelijk schrijft hoe je verhaal of je personage is gegroeid, dan is de pay-off niet interessant. Een oninteressante pay-off heeft als gevolg dat het voor de lezer voelt alsof je een anticlimax schrijft, terwijl dat niet zo is. Een stevige basis in het begin zorgt ervoor dat je lezer op het einde het boek tevreden dicht kan slaan.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Foto door Nick Morrison op Unsplash

Dit artikel is ook de driehonderdste schrijftip op mijn blog. Hoera! Alle deelnemers van de schrijfwedstrijd 300, bedankt voor jullie inzendingen. Ik mail jullie zo snel mogelijk de uitslagen.
Deelnemer of niet, winnaar of niet, laat het me weten als je een idee hebt voor een volgende blogpost!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: het einde

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drieaktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week: het einde.

3 aktenstructuur het einde

Waar staat dit verhaalelement?

Het einde is het echte einde van het verhaal. De aanloop daarvoor is al gegeven in de wrap-up, het vorige element. Daarom is het einde echt heel kort: het zijn de laatste zinnen van het verhaal. Doorgaans de laatste vijf tot echt de allerlaatste. Is je einde langer dan dat, dan ben je waarschijnlijk ongemerkt nog de warp-up aan het schrijven.  

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

De lezer weet alles van het verhaal, want het is in de wrap-up eigenlijk al afgelopen. Het verhaal dat doorgaat na het dichtslaan van het boek, is ook al duidelijk. Het einde heeft dus inhoudelijk weinig meer met het verhaal te maken. Het is niet veel meer dan een laatste slotconclusie die je de lezer nog mee wil geven, niet zozeer iets wat de inhoud van het verhaal nog moet verdiepen.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

In de wrap-up sluit je het verhaal met een bepaalde sfeer af. De eigenlijke laatste zinnen onderstrepen wat de wrap-up duidelijk moet maken. Als de wrap-up moet samenvatten waar het boek over gaat, dan moet het einde samenvatten waar de wrap-up over gaat. Stel dat je een romance schrijft. In de wrap-up schrijf je hoe het stel gelukkig is samen en uitkijkt naar de aankomende bruiloft. Het einde is dan de beschrijving hoe het stel elkaar innig zoent, om die liefde te onderschrijven.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Je moet weten of je je verhaal een open einde wil geven of niet. Het einde is de uitgeschreven plaats om nog bepaalde vragen onbeantwoord te laten, open te laten voor een volgend deel in een langere serie, of toch echt duidelijk te maken.

  • ‘Laten we contact houden.’ Soms meen je dat, soms is het een beleefde manier om  te zeggen dat je genoeg gezien hebt van de ander. Het is dan aan de lezer en diens interpretatie van het boek om te bepalen wat er buiten het boek om nog gaat gebeuren.
  • Ik laat de moordenaar in de laatste regels ontsnappen. Mijn fans weten dat ik een serie schrijf. In het volgende boek gaan we verder en op alle details in.
  • Nee, dit stel eindigt niet met elkaar, daarom laat ik ze als vrienden de handen schudden en voorgoed afscheid nemen.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Kijk uit voor clichéachtige one-liners, zoals: “Ik ook van jou.” “Hij was nog nooit zo gelukkig geweest.” “En daarmee keerden ze de middelbare school voorgoed de rug toe.”
Bedenk dat het einde dan misschien geen complete alinea’s mag bedragen, je hebt wel een handvol zinnen tot je beschikking. Gebruik die dan ook voor een show, don’t tell voor wat je met een one-liner wil bereiken. Dan leest je einde alsnog als een echt slot, maar komt het al heel wat minder geforceerd over.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Markus Spiske op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: de wrap-up

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drieaktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week de ´wrap-up´, waar je het echte slot in gaat zetten.

3 aktenstructuur de wrap-up

Waar staat dit verhaalelement?

Dit element staat vóór het einde. Zoals je volgende week zal lezen, is het einde letterlijk de laatste zinnen. De wrap-up vormen de pagina’s of alinea’s daarvoor. Met andere woorden: de wrap-up is de aanloop naar die allerlaatste laatste zin(nen) waar staat: en nu is het verhaal echt uit.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Bij dit verhaalelement moet je bedenken wat de lezer niet weet. En dat is hoe het verhaal na de laatste bladzijde verdergaat. In zekere zin is een verhaal namelijk nooit echt afgelopen. Als een verhaal over de studieperiode op de universiteit eindigt, heeft je personage nog een heel leven voor zich. Als het geneest van een dodelijke ziekte, geldt dat nog sterker. En in dat leven gaat genoeg gebeuren.
Zelfs als je hoofdpersonage sterft, gaat het leven nog gewoon door. Als is het maar omdat je personage kinderen heeft, of andere medepersonages waarvan je je zou kunnen afvragen hoe het hen verder zal vergaan.  

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Omdat je in theorie eindeloos over letterlijk alles en iedereen door kan blijven schrijven, moet je duidelijk hebben wat er interessant is en was voor je lezer om over te lezen en voor je personage om mee te maken. In de wrap-up geef je een kort en krachtige samenvatting hoe dat gevolg gaat of kan krijgen op het leven dat na het dichtslaan van het boek in die duizenden ‘onzichtbare bladzijden’ nog doorgaat. Kijk daarvoor nog eens goed naar je centraal conflict, clues en (overwonnen) obstakels. Hoe dragen deze elementen bij aan het nieuwe normaal wat buiten dit boek om zal gaan beginnen of doorgaan?

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

‘Met welk gevoel moet je lezer het boek dichtslaan?’ Het antwoord op die vraag moet in de wrap-up worden uitgewerkt. Natuurlijk moet je gedurende het boek al meer momenten daarop inzetten om de wrap-up logisch te maken. Er kan geen ‘nog lang en gelukkig’ zijn als er überhaupt nooit een gelukkig moment in je verhaal voorkwam. Dit artikel helpt je verder op weg om de juiste afwegingen te maken. Onthoud: de wrap-up dient vooral als de laatste sfeermaker van je verhaal.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Ga in de wrap-up niet te lang of te letterlijk herhalen. Je lezer heeft net het hele boek gelezen en als die in de tussentijd nog niet is afgehaakt, betekent dat ook dat er leesplezier is geweest. En dus ook dat de belangrijkste dingen onthouden zijn. Je hoeft dat epische gevecht met de draak dus niet opnieuw uit de doeken te doen. Als je lezer het hele gevecht weer mee wil krijgen, bladert die wel eigenhandig terug naar hoofdstuk zeven. Beschrijf liever hoe er vrede in het land komt, nu het vrij is van het vuurspuwende gevaarte.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: het laatste obstakel

n de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drieaktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week: het obstakel in de afnemende actie.

Afbeelding

Drie aktenstructuur, het obstakel in de afnemende actie

Waar staat dit verhaalelement?

De climax van het verhaal is net geweest. Dat betekent dat het verhaal nu langzaam maar zeker wordt afgerond. Dat kan je ook zien in het schema: nu begint de ‘descending action’, de afnemende actie. Het vierde obstakel is daarvan de eerste stap.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Nu de grote strijd van het verhaal in het vorige element is gestreden is, weet je lezer in zekere zin hoe het verhaal afloopt. De grote vraag op de achterflap (“Eindigen ze samen?” “Wordt de oorlog gewonnen?”) is beantwoord. In theorie kan je daarop met ja of nee antwoorden en daarmee je laatste woord schrijven. Maar dat voelt als een veel te plotseling einde, misschien zelfs als anticlimax. Dat komt omdat de lezer heeft geïnvesteerd in je personage. Stiekem maakt het die niet meer zoveel uit wat de uitkomst is van de ‘grote vraag’ van je boek. Wat je lezer wél uitmaakt, is hoe je personage zich daarbij voelt. Dat is nog onbekend zo vlak na de climax, dus dat moet je in dit verhaalelement gaan uitwerken.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Gebruik dit element om je personage op het verhaal terug te laten kijken.
Je personage heeft na de climax een strijd gestreden en daaruit komt een resultaat waardoor het leven nu nooit meer hetzelfde is, of waardoor je personage heel anders naar het leven kijkt. Door de climax, maar zeker ook door de obstakels die overwonnen zijn. Hier bedoel ik met obstakels zowel de eerdere verhaalelementen met die naam als het woord in de eigenlijke zin.
In dit verhaalelement kijkt je personage daar op terug. Hoewel dit verhaalelement obstakel heet, is het niet zozeer een echt obstakel als wel een moment waarop je personage op andere obstakels terugkijkt, nu alles achter de rug is.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

‘Waar ging het nou echt om?’ In het begin van het verhaal lijkt het duidelijk te zijn wat het doel is van je personage, maar vrijwel altijd is dat antwoord relatief oppervlakkig en is het werkelijke antwoord in wezen veel diepzinniger. Maar dat antwoord kom je pas te weten door de ervaring en kennis die zowel je personage als je lezer door het verhaal heen opdoen. In dit verhaalelement moet je weten waar het echt om ging in het verhaal. Dáár moet je je personage vervolgens op laten reflecteren. Enkele voorbeelden:

Afbeelding

Tabel

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Het is relatief makkelijk om je personage overdreven wijs of sentimenteel te laten terugblikken op het verhaal, of dat terugblikken te letterlijk te nemen. Laat je personage niet letterlijk zeggen “Ik zie nu hoe…” of laat het – als het eindelijk een kind heeft- niet tegen het kleintje zeggen: “Wat ben ik toch blij met jou.” Let hier goed op je gebruik van show, don’t tell en probeer een scène of een setting te schrijven waarop je personage kan terugblikken terwijl het leven op de nieuwe, normale manier  doorgaat.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Michael Rosner-Hyman op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: de climax

n de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drieaktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week is het moment van de waarheid: de climax!

Drie aktenstructuur, de climax

Waar staat dit verhaalelement?

De aftrap voor derde akte was hiervóór met de derde clue gegeven en na de climax gaat de spanningsboog geleidelijk aan weer naar beneden. Je weet waarschijnlijk wel wat dat betekent: dit is het punt van actie. Niet zomaar actie, maar de actie waar je het hele verhaal al naartoe aan het werken bent.  

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

In dit verhaalelement mag je de lezer verwennen. Die hoeft nu even geen verbanden te leggen met wat is, wat was of wat gaat gebeuren en waarom dingen zo gelopen zijn. Laat de lezer gewoon van de zich ontvouwende actie genieten. Zoals gezegd: dit is het punt van actie, actie, actie! In zekere zin moet je het ook niet gecompliceerder maken dan dat. Laat de actie zijn werk doen.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Dit is waar je hoofdpersonage al die tijd naartoe geleefd heeft. Dat is het uitgangspunt. Soms maakt dat de climax makkelijk om te schrijven: als je topsporter eindelijk op de Olympische Spelen staat, in welk verhaalelement van het drie-aktenstructuur zou de race om de gouden plak dan toch moeten komen…?
Maar soms loopt het leven van je personage niet zoals verwacht, of ontvouwt het zich anders dan je personage hoopte. Bedenk dan: vanaf hier gaat het leven van je personage onherroepelijk veranderen. Wat maakt dan dat onherroepelijke moment? Dat is de passende actie passend bij de climax. Dat klinkt nu misschien nog wat vaag, maar in de laatste verhaalelementen zal duidelijk worden dat na een climax het leven van je personage altijd en onherroepelijk verandert ten opzichte van het oude leven.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Net als de lezer hoef jij als schrijver hier ook niet over talloze dingen je nek te breken of zaken onnodig ingewikkeld te maken. Schrijf gewoon met het idee dat de actie van de pagina’s af moet spatten. Bedenk echter wel wat voor actie passend is bij je verhaal. Knallende geweren zijn niet passend voor een verhaal over een zwangerschap. En in een verhaal over een veelbelovende loopbaan zal je niet over de uitkomst van de laatste blind date gaan schrijven.  
Als je twijfelt wat passende actie is, kan je verhaalthema een fijne houvast bieden. Om je op weg te helpen is hier nog een vraag die je jezelf kan stellen: is de nodige actie vooral fysiek, emotioneel of mentaal van aard?

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Het klinkt misschien als een open deur, maar houd de afloop van het verhaal geheim. Let op: van het verhaal, niet van de climax. Uiteindelijk wint je generaal de veldslag of niet. En dat gebeurt allemaal in de climax. Daar valt dus niet veel te sjoemelen. Maar je kan wel op allerlei manieren gaan verklappen wat een bepaalde uitkomst van dit gevecht voor het verhaal heeft. “Als we winnen, zal ik dolgelukkig zijn, want dan kan ik mijn zoontje weer zien.” “Als we verliezen, dan betekent dat de ondergang van het koninkrijk.” Niet zo snel, enthousiaste schrijver, we hebben nog drie verhaalelementen te gaan. Die zijn er voor bedoeld om dit soort afrafelingen – of spoilers –  te voorkomen. Beperk je in de climax tot de actie en denk dus niet te ver vooruit.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Caitlin Wynne op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.