Een verhaaleinde voor je boek bepalen bij meerdere mogelijkheden

Er zijn van die verhalen waarvan je als lezer denkt: maar zó had het niet af moeten lopen. En daar heb je dan ook echt gegronde redenen voor: Is de schrijver soms de groei van dat ene medepersonage vergeten? Of die ene scène waarvan jij dacht dat het de basis van het verhaal vormde?
Nee, maar soms moet een schrijver kiezen tussen twee mogelijkheden om een verhaal af te sluiten, waarbij de ene manier niet beter is, maar slechts van een andere insteek uitgaat. Hoe maak je die afweging als jij zelf de schrijver bent?

Voorbeeldcasus: “Ik ben moe, baas” – The Green mile

Alweer een voorbeeld uit The green mile (sorry, maar het is mijn lievelingsfilm ;))

John Coffey heeft helende krachten, maar wordt door een misverstand toch ter dood veroordeeld. Zijn hoofdbewaker, Paul, weet van Johns door God gegeven gave, en biedt John daarom aan om hem te helpen ontsnappen. Hij vreest de wraak van God bij de hemelpoort als hij een wonder van God doodt. Maar John wil daar niets van weten: hij is moe van het leven op aarde, omdat hem dat zoveel pijn doet. Hij zegt in zoveel woorden dat Paul hem een gunst zou verlenen door hem ter dood te veroordelen.
De film eindigt als Paul 108 jaar oud is en aan een vriendin uitlegt dat hij waarschijnlijk nog honderden jaren te leven heeft, maar nu al naar de dood verlangt. Dat is als gevolg van het feit dat ‘John hem met zijn gave me met leven heeft geïnfecteerd.’ Paul interpreteert dat als Gods straf, omdat John, een mirakel van God, uiteindelijk toch op de elektrische stoel is gestorven en Paul daar als leidinggevende van de dodencel het bevel toe moest geven.

De film sluit ook duidelijk af met de boodschap dat die interpretatie van Paul de juiste is. Terwijl in theorie Paul ook gewoon op een gemiddelde leeftijd had kunnen sterven. John, als belichaamde engel vroeg zelf om die dood en gedurende de film is Paul een door en door humaan mens. Het is dus (net zo) logisch om Paul helemaal niet zo te straffen. Als een engel je een direct verzoek geeft, zou het wel raar zijn als God dan zou zeggen dat je niet naar Zijn boodschapper had moeten luisteren.

Checklist vóór het beslissen van je einde

Als je (mogelijke) eindes hebt die allemaal kunnen kloppen omdat ze allemaal genoeg hebben gezaaid om te kunnen oogsten, dan moet je simpelweg gaan kiezen.
Het feit je dat de God in het verhaal van The Green Mile wreed zou kunnen noemen, vanwege de straf die Hij uitdeelt, terwijl hij zou kunnen weten dat Paul en John tot deze afspraak waren gekomen, maakt het angstaanjagend, maakt het de horror die King graag schrijft (de film is gebaseerd op zijn boek.)

Kom je zelf ook voor de keuze te staan dat je einde voor meer interpretaties vatbaar is over hoe je gesloten einde eruit moet zien, dan moet je eerst een aantal dingen nagaan:

  • Gaat je optionele einde als een stevige rode draad door het verhaal heen? Je kan eindigen met het idee ‘nu heb ik niets meer te zeggen’, ‘nou, ja dan trek ik maar even snel een conclusie’ of met ‘zo is er een cirkel rond’. Als een van die eerste twee opties het geval is, heb je sowieso geen goed einde. Ga dus geen verhaalthema’s nog onnodig uitleggen, koppels forceren, enzovoorts.
  • Ga na wat je zelf het belangrijkste vindt voor een /dit verhaal. De boodschap? De uniekheid van het verhaal? Het gewicht van een plottwist?
  • Als je proeflezers hebt ingeschakeld, hebben zij dan een scène waar ze he-le-maal dol op zijn? Dan is dit je kans om die mee te nemen in het slot als een soort ‘u vraagt-wij-draaien’ voor je (aankomende) publiek.

Dan kan je je door je voorkeur laten leiden.

Thema, genre, heldenreis, emotie of plottwist

Je kan grofweg kiezen uit thema, genre, heldenreis, emotie of plottwist als je gaat bepalen welk element je einde vooral moet dragen. Hier volgen een aantal aandachtspunten. Hou er altijd rekening mee dat je gedurende je verhaal al de nodige aanloop en opzetjes moet geven.

Verhaalthema

  • Een verhaalthema behelst meer dan een onderwerp/gebeurtenis in een verhaal. Kies de belangrijkste ervan om het verhaal mee af te sluiten.
  • Een thema draagt meestal ook een moraal met zich mee. Waak ervoor dat je bij de wrap-up en het einde niet het podium aan een moraalridder geeft.

Genre

  • Een genre is heel breed, maar in een slot moet je afronden. Blik dus terug op scènes die ingaan op iets wat het genre duidelijk weerspiegelt.
  • Probeer één genre ‘aan te houden’. Dus als je drama en romance hebt, leg dan liever de nadruk op de romance, of het drama eromheen, niet allebei. Dat wordt geprop.

Heldenreis

  • Blik duidelijk terug op hoe de tweede akte, het vallen en opstaan is verlopen. Het groeiproces is belangrijker dan het resultaat.
  • Vergeet niet om je medepersonage(s) deel uit te laten maken van de laatste scène(s). Een held voltooid zijn heldenreis nooit alleen.

Emotie

  • De grootste beleving van de emotie die je centraal stelt, is al geweest in het slot. Geef je lezer ruimte om bij te komen in de laatste bladzijdes. Je boek moet worden dichtgeslagen met emotie, niet dichtgemept vanwege de emotionele bagage die te groot is.
  • Als je bij het einde gaat ‘uitdrijven’ qua emotie, neem dan ook de toon van het einde nog eens onder de loep.

Plottwist

  • Eindig een verhaal niet letterlijk met een plottwist, maar hoe die de personages en hun wereld op zijn kop zet.
  • Als je een verhaal met een grote plottwist eindigt, zorg er dan voor dat je in de rest van het verhaal al wat kleinere hebt verwerkt. Als een lezer niet voorbereid is op de mogelijkheid van een plottwist in je verhaal, dan gaat een plottwist op het einde geforceerd overkomen, hoe goed die ook is uitgewerkt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Vladislav Babienko, verkregen via Unsplash.

Hoe statusgevoelig is je personage?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Zo kan je heel wat leren over hoe gevoelig je personage is voor status.

Wat is status?

Voor een prettige uitleg bij dit artikel, wordt status gezien als alles waarmee je personage kan pronken en als gevolg daarvan aandacht of lof krijgt. Dit personage doet het daar ook om. Als het status najaagt, dan is dat om indruk te maken op anderen, zich beter te voelen dan iemand anders of om een compliment te krijgen: “Wat heb jij het toch goed voor elkaar!”

Wie is er statusgevoelig?

Laten we niet schijnheilig zijn: iederéén heeft wel een momentje waarop je even gewoon wil pronken, of naar een complimentje vist. Maar op het moment dat je personage dat continu najaagt en er zaken voor gaat doen of laten, dan kun je spreken van een personage dat gevoelig is voor status. Een makkelijk voorbeeld is dat iemand een werkweek van veertig naar zestig opschroeft, alleen zodat de buurman straks zegt: “Wauw, kan jij je zo’n dure auto veroorloven?!”

Wat kan je te weten komen?

Als je personage statusgevoelig is, kijk dan eens wat voor status het nastreeft. Het is handig om dat als titel te beschouwen : ‘Meest onzelfzuchtige moeder van groep 6.’  ‘Meest vermogende man in de villawijk.’ ‘Degene met de meeste vrienden in de kennissenkring.’ ‘De enige die het nog altijd, zonder uitzondering, elke dag leuk heeft in de slaapkamer, óók na twintig jaar huwelijk.’
Het is waarschijnlijk een open deur intrappen om te zeggen dat de kans groot is dat daar een grote onzekerheid achter schuilt. Waarom is het zo belangrijk dat iedereen van je personage denkt dat het uitgesproken op dít gebied helemaal perfect is?  Zo is mevrouw-nog-altijd-non-stop-actief-in-de-slaapkamer waarschijnlijk eerder eens per week nog intiem met haar wederhelft. Maar denk eens een stap verder: als intimiteit een onderwerp van schaamte is, wat is die oorzaak dan?

  • Een lichaam dat niet meer zo mooi is als twintig jaar geleden?
  • Een angst dat verminderde seksuele activiteit een aantasting is op haar vrouw-zijn?
  • Het idee dat als je enigszins normaal bent, seks nooit een probleem is of zou moeten zijn? Verbergt je personage iets dat ze abnormaal aan zichzelf vindt, of dat misschien ook abnormaal is?

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Als je personage iets moet overschreeuwen om iets te verbergen, dan is daar vrijwel altijd een mogelijkheid om als persoon te groeien. Dat betekent dus dat deze ‘vondst’ een hele goede aanvulling kan zijn voor de invulling van het centrale conflict van je personage.
Houd in gedachten dat het aspect van statusgevoelig wel daadwerkelijk een vondst is; je kan het niet afdwingen. Als statusgevoeligheid niet bij je personage past, dan kan je het niet in een verhaal of personagebiografie meenemen, zonder heel veel andere zaken aan je verhaal of personage te gaan veranderen en forceren. Als je er dus niets mee kan, dan mag je het ook echt links laten liggen.
Maar als je het opmerkt, neem het dan zeker mee in de personagebiografie: je hebt zonet een onverwachte schat aan informatie gevonden!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Daniel Salcius via Unsplash.

Schrijfoefening: sollicitatie voor de heldenrol

Je kan een personage leren kennen gedurende het schrijven van je verhaal, maar je kan het ook anders aanpakken. Laat potentiële personages eens op sollicitatiegesprek komen voor een rol in je verhaal!

Waar moet een personage aan voldoen?

Er zijn eigenschappen waaraan ieder personage moet voldoen om interessant te zijn om over te lezen. Het moet kunnen en willen groeien en een centraal conflict aangaan, bijvoorbeeld. Maar ieder genre, ieder apart verhaal vraagt om een andere held. Waar held in het ene verhaal een onverschrokken bankier met een grote mond moet zijn om in de harde financiële wereld te overleven, dat personage zal het niet lang uithouden als die veel met zijn handen moet werken op een plaats waar warm stromend water al een luxe is. Vergeet dat vijfsterrenhotel dan maar. Deze bankier is niet de held die je voor dit verhaal zoekt. Kijk eens verder waar de boerenknechten rondhangen.

Het profiel van een personage

Op deze manier kan je een kort profiel maken van waar je personage aan moet voldoen om een goede held voor je verhaal te kunnen zijn. Beeld je vervolgens in dat al deze personages met dit ‘cv’ naar je toe komen en je een ronde sollicitatiegesprekken met ze houdt. Zo kom je erachter wat je held absoluut in zich moet hebben om het verhaal te kunnen dragen en in welk ‘gebrek aan werkervaring’ (lees: wat je nog niet over dit personage weet) je voor lief kan en durft te nemen om te zien waar dit personage het verhaal naartoe gaat brengen.

Verwar voor deze schrijfoefening dit korte profiel vooral niet met een uitgebreide personagebiografie! Net zoals je bij een gemiddelde sollicitatie echt niet hoeft te vermelden op wat voor basisschool je hebt gezeten, hoef je van deze sollicitant ook niet per se te weten hoe dit personage is opgegroeid, hoewel dat normaalgesproken wel belangrijke elementen zijn voor in een personagebiografie. Probeer juist aan de oppervlakte te blijven om te zien of dit personage een geschikte kandidaat is.

De voorbereiding op de sollicitatie

Een goede aankomende werkgever bereidt een sollicitatiegesprek voor, dus dat ga jij nu ook doen. Nog vóór je je gaat bekommeren om het personage, neem je je eigen associaties of eisen onder de loep.
Denk hierbij aan:
* Vind jij een genre de naam niet waard als er een bepaalde trope mist, zoals een fantasyverhaal zonder wijze tovenaar?
* Wat vind je leuk om te schrijven? Zou je zin hebben om met deze nieuwe collega samen te gaan werken als je zelf al op het punt staat ontslag te nemen bij deze rotbaan…?

Zo weet je grofweg wie je zoekt voor de baan van de held.

De sollicitanten

Nu gaan de sollicitaties echt beginnen. Kijk eens wat voor personages zich voor je geestesoog aandienen voor de rol van de held. Misschien zijn het wel zeer onverwachte figuren. Of vond jij het vanzelfsprekend dat de ministerpresident zich meldt als held van een survivalverhaal in de jungle? Denk eens een paar minuten na en schrijf iedereen op waar je aan denkt, hoe maf het in eerste instantie ook klinkt om diegene te overwegen. Als je de sollicitatie eerlijk wil laten verlopen, verdient iedereen een kans.
Mocht er een personage zijn waarvan je de gedachte ‘Wat doet die hier?’ maar niet van je afgeschud krijgt, is het verstandig om eens te kijken of je geen bepaalde bril ophebt. Vroeg of laat kom je tegen dat je een bril draagt, en in dit geval is het vroeg. Het is maar beter om dat probleem meteen even uit de weg te ruimen.

Het sollicitatiegesprek

Het is sterk afhankelijk van je verhaal wat je aan je personages kan vragen tijdens een sollicitatiegesprek. Je hebt er helemaal niets aan om van de mediterende kluizenaar te vragen wat zijn beste flirttactiek is, maar als je een bouquetroman schrijft, is dat waarschijnlijk vraag 1 die je aan de steenrijke Romeo zal moeten vragen. Deze vragen zijn echter altijd bruikbaar:

  • Als je je door een crisis moet slaan, naar wie wend je je dan als je een helpende hand nodig hebt?
  • Hoe pak je een crisis normaalgesproken aan? Vechten, charmeren, vluchten, of nog iets anders?
  • Wat is je levensmotto of het moraal waarnaar je het meeste leeft?
  • Waar ben je goed in?
  • Waar ben je slecht in?
  • Hoe leer je iets? Door te doen, door boeken, door je intuïtie te volgen….?
  • Van wie houd je?
  • Wat wil je nog bereiken in je leven?
  • Waar ben je bang voor?

De selectie van je held

Misschien heb je na de eerste sollicitatieronde een kandidaat voor ogen die overduidelijk het meest geschikt is om de heldenrol voor je verhaal te vervullen. Maar de kans is groot dat er een handjevol gegadigden overblijft. In dat geval doe je er goed aan om het stappenplan te volgen dat ik heb opgesteld in de post over dubbele standaarden. Dat geeft je nogmaals een controle betreft de eventuele brillen die je draagt, maar ook die van de lezer. Dan weet je niet alleen of jij het personage ziet zitten, maar of je aankomende held niet te ongeloofwaardig is voor de lezer om in het verhaal geïnteresseerd te raken.

Als je daarna nog een tweede sollicitatieronde nodig hebt, kan je de vragen wat meer verdiepend maken. Stel in deze fase echter niet al te veel of te specifieke vragen meer. Stop zodra de kogel door de kerk is. Je moet nog genoeg ruimte overhouden om je personage te leren kennen als je weet wie de held van je verhaal gaat worden.

Zo maak je een goede start met het kennismaken met je held!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nik, verkregen via Unsplash.

Het droomhuis van je personage

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Deze keer gaat het over het ideale huis en de inrichting daarvan.

Een schat aan show, don’t tell

Weten wat je personage als het ideale huis ziet, is een van de grootste show, don’t tell die je kan krijgen. Niet alleen de grootte van een huis en de inrichting kunnen je iets vertellen over de financiële situatie en de smaak wat betreft interieur. Denk ook eens aan zaken als: hoe vaak en goed wordt het schoongehouden? Wat is de favoriete kamer in het huis van je personage? Als je personage een onverwacht zakcentje krijgt, wordt de tuin dan onder handen genomen, of komt er eindelijk een nieuwe luie stoel?

Wat zijn aannames, wat zijn feiten?

Als je er even voor gaat zitten, kan je misschien wel meerdere tientallen dingen bedenken in en rond het huis die iets over je personage kunnen vertellen. Zowel de vloek als de zegen hiervan is je je personage een huis geeft op basis van aannames die je als feit ziet, maar die dat niet zijn.
Denk aan voorbeelden als:

  • Dure meubels? Dan zijn de bewoners rijk. Waarschijnlijk klopt dit wel, maar het kunnen ook mensen zijn die diep in de schulden zitten en alles op afbetaling hebben gekocht, om indruk te kunnen maken op hun vrienden.
  • De koelkast is nooit vol: het gezin is arm, omdat het geen eten kan betalen. Die kans is groot, maar heb je ook al gedacht aan iemand die zo vaak weg is, dat de inhoud een volle koelkast vraagt om een verzameling bedorven voedsel? Daarom staat in deze koelkast klein beetje houdbare melk en een sobere hoeveelheid aan ander eten, voor die ene keer dat er die week wel gekookt of gegeten moet worden.

Kortom: hoeveel show, don’t tell er ook in deze details van een huis lijken te zitten, het is heel vaak, zo niet altijd situatie-afhankelijk. Neem dat mee in je achterhoofd, en maak unieke combinaties.  Bedenk hierbij vooral waarom iets is zoals het is, ook al is de eerste aanname helemaal anders. Het nadeel van deze methode is dat je niet zomaar even iets kan opschrijven, omdat de achterliggende reden zwaar weegt. Het voordeel: je komt dingen over je personage te weten die je misschien anders nooit had bedacht. Wie weet hoe je dat kan gebruiken!

Het geheime laatje en een verstreken houdbaarheidsdatum

De enige twee zaken in het huis van je personage die niet voor interpretatie vatbaar zijn, zijn het geheime laatje en een verstreken houdbaarheidsdatum.
Heeft je personage bepaalde geheimen die hij in een laatje kan verbergen? Zo ja, bedenk dan ook waarom die spullen worden weggemoffeld, want dat kan veelzeggend zijn. Een jong stel dat nog niet aan kinderen wil beginnen zal de condooms binnen handbereik van het bed houden. Een streng gereformeerd opgevoede tienerjongen die nieuwsgierig en verliefd is, zal ze toch echt verstoppen…
Een personage dat veel etenswaren met verstreken houdbaarheidsdatum in de koelkast heeft, is niet arm; als je ieder dubbeltje moet omdraaien, ga je niet zo laks met een eerste levensbehoefte als eten om. Het kan wel nog wat andere dingen vertellen: je personage is niet zo van het opruimen en/of het vindt plezier belangrijker dan efficiëntie: het eet wat het die dag wil eten, niet wat praktisch is qua houdbaarheid.

Laat verschillende gewoontes, inrichtingen, kamers en groottes van huizen je geestesoog passeren en je zal versteld staan van de informatie over je personage die op je wacht!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jacques Bopp verkregen via Unsplash.

Wanneer is een personagebiografie te uitgebreid?

Het schrijven van een personagebiografie is erg belangrijk. Het geeft je zowel inzicht als grip op het wel en wee van je personage. Alles staat netjes op een rijtje, zodat fouten in de continuïteit zeldzaam worden. Ook kunnen losse stukjes informatie een eureka-moment opleveren voor het plot, of bepaalde samenhang. Toch kan je personagebiografie ook te uitgebreid worden. Wanneer is dat punt bereikt?

Wat staat er altijd in een personagebiografie?

In een personagebiografie staat alles wat belangrijk is om te weten voor je personage. Dit kunnen zeer feitelijke dingen zijn, zoals leeftijd en geboorteplaats, maar ook dingen die je personage meer vorm geven. Denk hierbij aan karaktertrekken en wat voor archetype je personage is: de zaken waarop je kan voortborduren, zowel in de personagebiografie zelf als bij de verdere plotontwikkeling. Er zijn niet echt dingen die je mee móet nemen in de personagebiografie, elk verhaal is immers anders. Al zijn er wel elementen die je niet zo snel links moet laten liggen. De verdieping die deze elementen je geven, vormen de basis voor een personage dat daadwerkelijk een verhaal kan dragen.

Een personagebiografie samenstellen

Omdat ieder verhaal en ieder hoofdpersonage anders is, zal geen personagebiografie hetzelfde zijn. Waar het in het ene verhaal belangrijk is om het lievelingskostje van je personage mee te nemen, omdat het een chef is, maakt dat in een oorlogsverhaal niets uit. Lievelingseten? Wees blij als je eten hebt! Daarom kan het maken van een personagebiografie zowel makkelijk als moeilijk zijn. Het is makkelijk omdat je vrij bent er alles in op te schrijven wat je belangrijk lijkt, het kan moeilijk worden om daarin de grens te zoeken. Niet zozeer omdat je weet of een schoenmaat al dan niet belangrijk is, maar omdat er tijdens het op een rijtje zetten van alle informatie soms een eindeloze stroom aan inspiratie komt. Het is een soort butterfly-effect aan informatie die uiteindelijk een infodump tot gevolg heeft. Een infodump die heel moeilijk aan te passen is, omdat je zelf niet meer weet wat nu belangrijk is en wat toch een detail blijkt te zijn.

Hoe komt een infodump in een personagebiografie tot stand?

Stel dat jouw supersociale, vrolijk personage receptionist is bij een hotel. Dat zijn dingen die je puntsgewijs op kan schrijven in de biografie, zoals dat format van je vraagt.
* Beroep: receptionist
* karaktertrekken: sociaal, vrolijk.

Dan bedenk je je: omdat het personage goed met klanten overweg kan, gaan die waarschijnlijk altijd met een goed gevoel weer naar huis. Daar kan ik iets mee! Een goede beoordeling op Tripadvisor is het gevolg en de receptionist wordt werknemer van de maand. Je schrijft verder:
* Heimelijk geluksmomentje: als een klant tevreden naar huis gaat
* Trots moment: toen het werd benoemd tot werknemer van de maand

Maar dan komt dat echte butterfly effect ineens om de hoek kijken, want met deze informatie komen er plotseling niet zozeer feiten naar de oppervlakte, maar complete verhaalideeën. Toen hij werknemer van de maand werd, kreeg de receptionist ook een eenmalige bonus. Daarvan heeft het een mooi cadeau gekocht voor diens wederhelft. Precies dat cadeau wat al een tijd op de wensenlijst stond. Daar kwam de receptionist achter toen het toevallig van een vriend hoorde dat de wederhelft voor dat cadeau aan het sparen was. Hé, inspiratie!
* Karaktertrekken: sociaal, vrolijk, attent, onzelfzuchtig
* Laat waarderingen zien aan anderen door middel van: verrassingen
* Zwakke punt: kan af en toe wat stiekem zijn, gevoelig voor roddelen

Nu staan er een aantal dingen in de personagebiografie die best specifiek zijn. Dat is niet erg, zoals je al kon lezen bij het voorbeeld over het lievelingskostje. Ook hoeft deze informatie niet per se het hele verhaal te blokkeren. Het feit dat dit personage gevoelig is voor roddelen, kan je later ook gebruiken om een plottwist mee te starten, of het personage mee in de penarie te laten belanden. Het wordt een probleem zodra je de informatie die tot stand komt door een flits van inspiratie niet meer los kan zien van het verhaal dat met die informatie ‘meelift’. Merk je dat je de neiging hebt om telkens weer te schrijven over dat cadeau -de blijk van waardering middels verrassingen- omdat dat zo mooi aansluit bij de goede relatie tussen deze twee mensen? Als je daar een compleet hoofdstuk aan gaat wijden om alleen dat te bewijzen, terwijl je hun liefde ook met kort en krachtige show don’t tells door het verhaal heen kan schetsen, ga je te ver. Dan zet je het plot op slot omwille van een feitje dat jij persoonlijk leuk vindt en wordt dit ‘miniplot’ niet meer dan een infodump van vele woorden.

Laat het lot beslissen

Als je te veel informatie specifiek uitschrijft in een personagebiografie, leidt dat ertoe dat je net zoals in het voorbeeld hierboven op den duur veel miniplots krijgt die langzaam maar zeker het complete verhaal kunnen opslokken. Daarmee beslis je in feite het complete verhaalverloop en dat is niet de bedoeling van een personagebiografie.
Vergelijk het met een levensloop: die kan je in de brede zin (proberen te) bepalen, maar tot in detail alles plannen gaat niet. Vroeg of laat komt het lot ertussen. Beschouw jouw creatieve inspiratie in dit geval als het lot. Die moet ook af en toe de ruimte kunnen krijgen om te beslissen, zeker tijdens het schrijfproces. Als je je personagebiografie beschouwt als iets dat definitief is en als heilig moet worden beschouwd, zet je je creativiteit tijdens het schrijven op slot. Schrappen gaat dan vrijwel onmogelijk worden en als je nieuwe inspiratie krijgt, is het niet mogelijk om die nog toe te voegen aan een verhaallijn die al bijna rond was.
Onthoud: je personagebiografie blijft een naslagwerk, niet een complete verhaallijn waar alleen nog maar een omzet van statisch format naar een goede zinsbouw voor nodig is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto gemaakt door Glenn Carstens-Peters verkregen via Unsplash.

Kent je personage de eigen comfortzone?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week gaan we kijken in hoeverre je personage al bij de start van het verhaal weet mag hebben van de eigen comfortzone.

Wat is de comfortzone?

Om je geheugen even op te frissen: de comfortzone is het obstakel dat je hoofdpersoon moet aangaan om persoonlijke groei door te kunnen maken. Dat is vrijwel altijd zowel het startpunt als het uitgangspunt van het verhaal. Een personage gaat een avontuur aan (lees: er staat een verhaal te gebeuren) waarvoor de hoofdpersoon iets anders moet doen dan het gewend is. Dat gaat vaak gepaard met persoonlijke groei.
De comfortzone is een begrip dat buiten fictie ook wordt gebruikt: “Dat is wel erg buiten mijn comfortzone.” Zo kan een personage dus ook weet hebben van wat de comfortzone is. Het grote verschil is dat je personage weet waar het zich al dan niet gemakkelijk bij voelt. Maar het weet niet wat de narratieve comfortzone is.  

Iets proberen en iets leren

Als je personage zegt dat het eens uit de comfortzone wil stappen, dan bedoelt het dat het iets wil doen wat het spannend vindt: “Alléén op vakantie? Dat is echt uit mijn comfortzone. Maar het zou wel goed voor me zijn, dan leer ik ook onafhankelijk te zijn…” 
In zo’n scenario wil een personage iets proberen en iets leren. Dat is helemaal prima. Zorg er wel voor dat je personage aan het begin van deze stap de nodige (nare) kriebels voelt; als het fluitend het avontuur tegemoet gaat, is het geen comfortzone meer. In meer of mindere mate voelt het verlaten van de comfortzone altijd ongemakkelijk.

Je wilde alleen maar proberen…

Onze dappere reiziger gaat alleen het vliegtuig in. Zonder reisleider om achteraan te lopen die alles regelt, is het even spannend. Maar algauw zet hij zich over de schaamte heen en spreekt hij de lokale bevolking met handen en voeten aan. Ziedaar, hij krijgt in het restaurant alsnog een heerlijk maaltje voorgezet. De comfortzone is volledig overwonnen! Althans, dat is wat je personage denkt. Dat was slechts het eerste obstakel… Je personage krijgt later ook nog voor de kiezen dat het alleen op vakantie vreselijk nieuws krijgt, zonder de garantie dat het door iemand emotioneel kan worden opgevangen.
Je personage kan niet weten hoe het verhaal afloopt, net zoals een echt mens niet exact weet hoe het leven verloopt.  
Probeer te onthouden: een personage kan hoogstens willen proberen de comfortzone uit te gaan. Het echte, lange, leerproces wat bij een narratieve comfortzone komt kijken is niet alleen niet te overzien, maar het is vaak ook meer dan waar je personage mee akkoord zou gaan, als het vooraf daar weet van zou hebben.

Wanneer schrijf je dit op in de personagebiografie?

Het kan handig zijn om op te schrijven in je personagebiografie of je held al dan geen weet heeft van de comfortzone. Als dat zo is, vertelt het je dat je personage een goede zelfkennis heeft en weet je ook dat je erop voorbereid moet zijn om het verlaten van de comfortzone wat lastiger te maken voor je protagonist. Als je held geen flauw idee heeft hoe hij als persoon kan groeien, kan je het verhaal en de heldenreis maar beter relatief simpel houden. Anders loop je het risico dat het verhaal te overweldigend wordt, voor zowel je personage als voor je lezer.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Paige Cody verkregen via Unsplash.

Kiezen tussen symboliek en plot in een boek

Een verhaal met eindeloze symboliek en zonder plot gaat geen kant op en blijft steken in eindeloze, onnodige beschrijvingen. Maar een plot zonder de nodige verhaalthema’s of symboliek is vreselijk oppervlakkig en leest daardoor enorm saai. Balans het toverwoord. Balans vinden tussen plot en symboliek is vaak een kwestie van intuïtie, maar het helpt als je weet wat de functies van het plot en de symboliek ten opzichte van elkaar zijn.

Plot: basis en verdieping

Als je een verhaal bedenkt, begin dan altijd met het uitwerken van het plot, ook al wordt je geïnspireerd door iets symbolisch. Als je bij het zien van een zwangere vrouw denkt aan een groeiproces, ga dan niet meteen denken hoe iemand op allerlei symbolische manieren kan groeien. Begin heel algemeen:
Mijn hoofdpersoon is een zwangere vrouw die door het moederschap gaat groeien, door de nieuwe verantwoordelijkheid die ze krijgt als ze er alleen voor komt te staan.
Dan kan je iets specifieker gaan kijken. Wat overkomt alleenstaande moeder (en kind) wat het verhaal noemenswaardig maakt?
* Wordt een van beide ernstig ziek?
* Is de vader gewelddadig?
* Weet de moeder niet wie de vader is en gaat haar verhaal om het groeiproces van gezonde relaties aangaan?

Stel zulke zaken vast voordat je je druk maakt over dingen als hoe de navelstreng ook symbool kan staan voor het kind dat gehecht aan de moeder en dat het een (symbolisch) groeiproces is om je kind los te laten. Ook al heb je een ware gedachtenexplosie aan inspirerende symboliek, je moet eerst van details een algemeen geheel maken voordat je die verder kan uitwerken.

Symboliek: noodzaak en toegevoegde waarde

Symboliek heeft een belangrijke functie in een verhaal. Het helpt de lezer bewust of onbewust verbanden te leggen tussen belangrijke zaken in het plot. Zo zal het in een onheilspellende scène eerder regenen dan stralend weer zijn. Het is een kunst op zich om symboliek zodanig in je verhaal te verweven dat het geen cliché wordt. Maar doorzichtig of niet, symboliek is wel het verschil tussen de eerste kop koffie naast het bureau om maandagochtend negen uur (‘Waar is mijn energie? Ik heb cafeïne nodig na een lang weekend…’) en de verder niet gespecificeerde kop koffie die je personage op ieder moment van iedere dag kan drinken.
Kortom: zonder symboliek is het heel moeilijk, zo niet onmogelijk om (prettige) sfeeromschrijvingen mee te nemen in je verhaal zonder je toevlucht te zoeken tot continue infodump. Daarnaast heeft goed uitgewerkte symboliek het enorme voordeel dat het erg bevredigend leest voor de lezer. Er is een samenhang, zonder dat die door de strot wordt geduwd. Het spreekwoordelijke cirkeltje is rond, alles is zoals het ‘hoort te zijn.’ Goede symboliek kan ervoor zorgen dat je lezer het boek uitgesproken tevreden dichtslaat. Het heeft dus zeker toegevoegde waarde.

Voorbeeld: zwangere vrouw bij de Seattle Starbucks

Als je op deze manier met plot en symboliek aan het experimenteren bent, kan het lastig worden om te kiezen tussen goede symboliek en het plot aan de gang houden. Een voorbeeldcasus:

Onze (toekomstig) zwangere heldin moet ‘ontgiften’ van schadelijke relaties. Gedurende het verhaal maakt ze daarin een groeiproces door. Zo, zeer algemeen plot vastgesteld. Koffie is in zekere mate giftig voor een foetus, dus laten we gebruik maken van ironische symboliek: ze ontmoet de aankomende vader in de allereerste vestiging van Starbucks, in Seattle. De man die haar later in het verhaal vreselijk (lees: symbolisch giftig) gaat behandelen.
De Starbucks is natuurlijk een koffiegigant, maar die eerste vestiging in Seattle geeft de symboliek nog een extra laagje: het begin van iets groots. Mensen staan daar letterlijk in de rij, niet zozeer vanwege de koffie die daar wordt geschonken zoals in iedere Starbucks, maar ómdat het de allereerste Starbucks is. Toch het blijft een Starbuckskoffiezaak, zoals er wereldwijd tienduizenden meer zijn. Oftewel: deze man draait vooral om buitenkant, en/of is er een zoals zovelen en is niet zo speciaal als hij lijkt te zijn. Laat deze man ook nog eens een echte koffiekenner zijn die de vrouw alles kan vertellen over de verschillende koffies/ menu-items in Seattle Starbucks en je hebt een hint dat deze man op allerlei manieren schadelijk is of gaat worden. Prima, niks meer aan doen!

Maar dan komt het plot zich ermee bemoeien:

  • “Als je vóór bladzijde honderd de eerste akte wil afronden, is er geen tijd voor twintig koffiebeschrijvingen! Dit betekent absolute stilstand!”
  • “Moeder drinkt alleen koffie bij zeldzame gelegenheden. Wat maakt dat ze nu al met deze man koffie wil drinken? Ze zijn net op twee dates geweest… Het is nog geen tijd voor het eerste obstakel.”
  • “Seattle is een pokkeneind hiervandaan. Waar haalt Moeder überhaupt de tijd en het geld vandaan om naar die Seattle Starbucks te gaan? Ze was toch druk bezig om haar eigen zaak te starten? Daar draaide het hele verhaal om! Gaan we dat nu uit het raam gooien omdat ze een willekeurige vent tegenkomt?”

Als symboliek het plot of de plotopbouw dreigt te verstoren, kijk dan eens of je de symboliek nog kan behouden in de brede zin van het woord. Misschien lukt het om de symboliek zodanig aan te passen dat het niet alleen oppervlakkig symbolisch is, maar ook nog toegevoegde symbolische waarde heeft: jouw heldin is geen dertien in een dozijn en gaat dus ook niet naar de massale, alledaagse Starbucksketen. Deze onafhankelijke vrouw spreekt af in een koffiezaakje dat zelfstandig wordt gerund. Dáár gaat de slechte, koffiekennende ober haar verleiden. Zie je wat ik doe met de dikgedrukte woorden? De symboliek is er nog, maar is een stuk subtieler. Misschien merkt niemand het nog als symbolisch op, maar het zal je plot in ieder geval niet op slot zetten. Kijk eens wat je kan verzinnen of juist los kan laten als je het begrip symboliek wat breder interpreteert. Bedenk: symboliek is mooi en kan een verhaal verrijken, maar het kan nooit de basis van een plot vormen.

Uiteindelijk gaat het bij het kiezen tussen plot en symboliek erom dat:
* Het plot voorrang krijgt op symboliek.
* Symboliek zich óf onopvallend op de achtergrond moet afspelen óf opvallend het plot kan verrijken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Etenstijd bij je personage

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Deze week kom je te weten wat je allemaal te weten kan komen over je personage als je met etenstijd aanschuift aan tafel.
Om dit artikel overzichtelijk te houden is het in alinea’s onderverdeeld. Meestal zijn deze vondsten niet meteen schokkend voor je verhaal als geheel, maar je kan waarschijnlijk wel iets vinden wat bepaalde eigenschappen van je personage verstrekt.

Regels aan tafel

Wat zijn de regels aan tafel? Worden alle telefoons weggelegd? Wordt er gebeden voor het eten? “Toetjes zijn er alleen voor mensen die hun bord leeg eten.” Ieder huishouden heeft zo zijn eigen regels voor aan tafel die je iets kunnen vertellen over de gezinsdynamiek, of de normen en waarden. Bedenk wat er gebeurt als iemand die regel overtreedt. Wordt er streng gestraft? Is één bepaalde regel belangrijker dan de andere? Waarom dan? Dat zegt iets over wat je personage belangrijk vindt.

Wat en waar eten we?

De welbekende vraag: “Wat eten we vandaag?” is niet zo belangrijk, maar wel wat en waar je personage en diens gezin meestal eten. Dat kan je redelijk breed interpreteren: makkelijk en snel vanwege een gebrek aan tijd of een keukenprins(es) in de familie? Met het hele gezin een bord met friet op schoot voor de televisie als er die ene leuke spelshow op is? “Tijd voor familie op de vrijdagavond?” Of heeft je vrijgezelle personage uit verveling altijd met een magnetronmaaltijd op schoot voor de buis? En uit eten gaan, hoe zit het daarmee? Is dat eens per week vaste prik, of een ware traktatie? Dat zegt iets over de beurs van het gezin. Is het menu doorgaans gezond, of ongezond? Let dit huishouden bewust niet op voeding, of juist wel? Of is dat een kwestie van onwetendheid of onkunde? Misschien kan je gezin duur, gezonder voedsel gewoonweg niet betalen.

Hoe eet je personage?

Denk bij deze vraag wat verder dan alleen: netjes of zonder manieren. Eet je personage iets heerlijks uit stuitend enthousiasme razendsnel op, of kauwt het dan juist erg langzaam van genot? Prakt je personage wel eens iets? Uit gemak, of omdat die dat lekkerder vindt? ‘Snijdt’ je personage wel eens iets met de zijkant van een vork? Op zichzelf zeggen deze dingen zo goed als niets, maar als je ze gaat combineren, komt er soms wel een duidelijk beeld uit dat een archetype kan versterken.
Een goed voorbeeld: in de meeste films waarin de gehaaide zakenman met een mogelijke klant gaat lunchen om de deal binnen te slepen, doet die regelmatig meerdere van de volgende dingen:

  • grote happen nemen
  • flink, zichtbaar kauwen (wel met de mond dicht)
  • stevig prikken met de vork
  • relatief snel slikken

Let daar maar eens op!

Op zichzelf zegt het weinig als iemand grote happen neemt. Maar zie je dat dit rijtje bestaat uit zaken die allemaal duidelijk aanwezig zijn, groot zo je wil? Dat is dan wel weer duidelijk iets wat een karaktertrek van deze zakenman weergeeft: het is iemand die veel overwicht uitstralen.

Op deze manier kan je allerlei rituelen en maniertjes van je personage in de biografie opschrijven om hem subtiele karaktertrekken te geven, die hem een levensecht personage maken, zonder dat je je toevlucht hoeft te zoeken tot overdreven grote voorbeelden om je punt duidelijk te maken. De eettafel is daar bij uitstek geschikt voor!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Spencer Davis, verkregen via Unsplash.

Pas op voor de valse held bij het schrijven van een boek

Een protagonist wordt pas een held als die ook iets heldhaftigs doet. Dat lijkt een open deur, maar als je niet oplet, kan je zomaar een hoofdpersonage schrijven dat een voorbeeld voor de lezer moet zijn, maar eerder een voorbeeld is om niet naar te leven.

De held en de heldenreis

Om te begrijpen wat iemand een held maakt in een verhaal, moet je de basisprincipes van het centraal conflict kennen:
* Wat is het verschil tussen een probleem en een conflict?
* Je held moet een groeiproces doormaken: door obstakels te overwinnen en uit de comfortzone te stappen.
* Een held is niet perfect: een held hoeft ‘alleen maar’ moedig te zijn. Die moed blijkt uit het vallen en opstaan.

Vallen en opstaan: drie verschillende soorten

Je held moet meer dan een keer vallen en opstaan om blijk te geven van diens moed en daadkracht. In het schema van Save the cat zijn niet voor niets meerdere obstakels opgenomen. Eén keer een obstakel overwinnen geeft aan dat je niet van suiker bent, de tweede keer geeft aan dat je hebt geleerd van je fouten, maar daarmee nog niet op je einddoel bent, en een derde keer vallen en opstaan, laat zien dat je echt voor je doel gaat, ook als het blijft tegenzitten.
Hoewel er vaak drie grote obstakels in een verhaal zitten om deze reden, zijn ze niet hetzelfde in opzet. Ze hebben namelijk verschillende functies.
1) het centrale conflict (nog eens) duidelijk maken
2) vallen en opstaan om van te leren
3) vallen en opstaan om van te groeien/ dóór te groeien.

Een goede, echte held gaat al deze obstakels aan en blijft die aangaan. Een valse held doet dat niet: die ‘stopt’ bij obstakel 2, om zichzelf dan al tot held of martelaar te kronen. Die pronkt met moed, voordat die het goed en wel heeft bewezen moedig te zijn.

Voorbeeld van een valse held

Een valse held laat zich het beste omschrijven met een voorbeeld:

Een klimaatactivist heeft een fantastisch idee voor het oplossen van het klimaatprobleem. Die gaat ermee naar verschillende bedrijven, maar ieder bedrijf heeft ofwel geen interesse in of financieringsmogelijkheden voor de uitvinding. Dat doet je personage zes keer. Tot nu is dat steeds een obstakel van de eerste categorie. De zevende keer zegt een bedrijf: “Je uitvinding is fantastisch, maar je presentatie is vreselijk. Als je daar iets aan doet, is er misschien wel iemand geïnteresseerd. Helaas kunnen wij je idee niet financieren.”
Je personage leert daar iets van en gaat diens prestatievaardigheden verbeteren: een obstakel van de tweede categorie.
Bedrijf nummer acht heeft een echte eikel als vertegenwoordiger: hij lacht de klimaatactivist keihard uit, en maakt die op sociale media belachelijk. En omdat meneer Vertegenwoordiger miljoenen volgers heeft, wordt de klimaatactivist overal waar die komt niet serieus genomen en belachelijk gemaakt. De klimaatactivist kan het nu wel vergeten om de uitvinding nog ergens aan de man te brengen.

Dit is een interessant moment in het verhaal, want je personage kan nu een paar dingen doen:
* Een andere oplossing zoeken (zelf de uitvinding proberen te financieren, een nieuwe uitvinding maken…).
* Opgeven en daar teleurgesteld om zijn, om vervolgens zich niet meer met klimaatverandering bezig te zijn. Of het doet dat wel, maar is moegestreden.
* Opgeven en de rest van het verhaal afgeven op meneer Vertegenwoordiger, de rest van de wereld en verkondigen dat de wereld nu een held heeft laten schieten.

De valse held doet het laatste: hij gaat verslagen en verbitterd in een hoekje zitten voor de rest van het verhaal. Belangrijk om op te merken is: dit personage denkt en/of doet alsof het ook categorie drie heeft doorlopen, terwijl dat niet zo is. Dat kan citaten opleveren als:
* “Doe geen moeite, dat heb ik al geprobeerd, maar er luistert nooit iemand naar je, ook niet als je het beste met iedereen voorhebt.”
* “De wereld ziet geen held wanneer die op een presteerblaadje wordt aangeboden.”
* “Het heeft geen nut om ooit iets (nieuws) te proberen, want uiteindelijk levert dat niets op.”

Wat ontbreekt er bij de valse held?

Vooral het laatste citaat hierboven is belangrijk. Dat zegt namelijk zoveel als: “Het is niet de moeite om het centrale conflict volledig te doorlopen als het te veel tegenvalt.” Maar een held kan zich pas zo noemen als die dat wel doet, ongeacht de uitkomst.
Het is zeker waar dat vallen en opstaan het bewonderen waard is; er zijn genoeg mensen die niet eens tot vallen en opstaan van de tweede categorie komen, laat staan als ze dat al zeven keer is overkomen.
Maar wat schadelijk is aan het idee dat het proberen niets eens waard is voor het geval iets tegenvalt, is het gevaarlijkst van de overtuiging van de valse held. Daarmee doe je namelijk de hele heldenreis teniet. Zowel die van de valse held die in zijn eigen heldenreis verslagen is als die van de aankomende, nieuwe held die wel bereid is om de schouders eronder te zetten en iets te proberen. “Proberen alleen stelt niets voor…”
Dat is gewoonweg niet waar! De enige momenten waarop iets niets voorstelt is als je het hebt over het oplossen van een probleem, in plaats van het centrale conflict en als je dat zelf gelooft. De valse held gelooft dat je pas een held kan zijn als de missie slaagt. Dat je dan pas een ‘winnaar’ bent en anders een ‘verliezer’. Maar de reden dat je de valse held als verliezer kan bestempelen is omdat die zélf te veel nadruk legt op de uitkomst.
Denk aan dit citaat uit Little miss sunshine: ‘Een verliezer is iemand die zo bang is om niet te winnen dat hij het niet eens probeert.’

Het is een cliché, maar de reis is belangrijker dan de bestemming. Dat geldt ook zeker voor de ‘reis’ van het lezen van een boek. Als je dan een hoofdpersoon hebt die aan alles uitstraalt dat dat niet zo is, heb je geen hoofdpersonage dat inspireert, maar eerder eindeloos irriteert.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Je personage: gever of nemer?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Het kan erg handig zijn om te weten of je personage voornamelijk een gever of een nemer is.

Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Het verschil tussen een gever en een nemer is groot. De eerste wordt vaak als onzelfzuchtig gezien, die misschien wat meer assertief mag zijn, de ander wordt vaak gezien als egoïstisch, maar wel als iemand die veel dingen voor elkaar krijgt.
Het is handig om vast te stellen wat je personage is, zodat je grofweg weet hoe het met andere mensen omgaat en welke middelen je personage waarschijnlijk ter beschikking heeft. Dat alleen al kan andere elementen uit de personagebiografie als vanzelf aanvullen. Is je personage de goedzak of de slechterik? Moet je die goede of slechte eigenschappen misschien wat meer balanceren?

En dat is nog maar het begin, want zo bekijk je de situatie erg zwart-wit. Als je het iets genuanceerder bekijkt, kan je heel wat meer te weten komen.

Wat is de situatie?

Het is makkelijk om te zeggen dat je een gever dan wel een nemer bent, maar het ligt vaak iets subtieler. Als je een ouder bent die zegt eerder te geven dan te nemen, dan gelooft iedereen dat wel. Een ouder geeft vaker aan kinderen dan die neemt, dat hoort bij het principe van opvoeden. Maar misschien heb je er helemaal geen moeite mee om diensten te draaien die jou het beste uitkomen, ondanks dat je collega’s daardoor niet altijd blij met je zijn. Geven en nemen kan dus erg situatieafhankelijk zijn.

Wat kan je te weten komen?

Voor het schrijven van de personagebiografie is het handig om op te schrijven in welke situatie je personage voornamelijk een nemer is – of het in ieder geval minder moeite heeft met nemen- en in welke situaties je personage voornamelijk geeft.
Dat kan je onder andere vertellen:

  • bij wie je personage zich voldoende op het gemak voelt om te durven nemen.
  • welke grenzen je personage heeft en of het die goed bewaakt: “Hier ga ik geen concessies doen, want daar sta ik niet achter. Ik pas met liefde en plezier twee keer per week op mijn buurmeisje, maar niet tijdens mijn vakantie. Normaal wil ik geven, maar nu niet; mijn vakantie is mij heilig.”
  • wat bepaalde waarden of prioriteiten van je personage zijn: “Wat er ook gebeurt, mijn beste vriend staat op de eerste plaats”. Is er een noodgeval op het werk én bij de vriend? Dan komt de vriend eerst: dan moet je personage nemen bij het werk en geven bij de vriend.

Moet je dit in je verhaal uitwerken?

Geven of nemen wordt vaak duidelijk genoeg door het toepassen van show, don’t tell. Als je het echt benoemt, (“Ken je Jenny?” “Ja, dat is zo’n schat, ze geeft altijd meer dan ze geeft.”) komt dat vaak geforceerd over. Maar ook als je personage in iedere situatie geeft of neemt, zonder uitzondering, is dat te veel van het goede. Iemand zonder assertiviteit of grenzen of iemand die altijd alleen maar aan zichzelf denkt, valt als vanzelf op, op een manier die je verhaal zelden tot nooit dient en zelfs in de weg kan zitten. Dit zijn namelijk vaak personages waar het lastiger is om een geloofwaardig groeiproces aan mee te kunnen geven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Photo door Andrew Moca op Unsplash.