Wat als je personage een kind is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een kind is?

Als je in een verhaal voor volwassenen over een kind schrijft, houdt het dan realistisch en verfrissend. Dat is moeilijker dan het in eerste instantie lijkt. Dit artikel geeft wat tips voor schrijven over kinderen van nul tot twaalf jaar. 

Clichés om te vermijden als je over kinderen schrijft

In verhalen voor volwassenen worden kinderen vaak gebruikt voor snelle symboliek in plaats van dat er (realistisch) in hun belevingswereld wordt gedoken. Dat is niet per se erg, want als je hoofdpersoon een volwassene is, is het kind al snel een medepersonage. Dan werk je dat per definitie al minder uitgebreid uit. Maar waak ervoor dat je een kind niet reduceert tot iemand die:

* medelijden moet opwekken (“Ach, dat arme kind met kanker.” “Het is vreselijk dat die man dakloos is. Het is al helemáál erg dat hij ook nog een kind heeft in dezelfde situatie.”)
* onschuld moet portretteren (“Kijk Frenkie en Abdel eens lief spelen in de zandbak. De wereld is niet alleen maar slecht…”) 
* het verhaal ‘zoeter’ maakt door louter in het verhaal aanwezig te zijn (“Die strikjes in het haar van Lizzy zijn zó schattig! Zoiets vrolijks had ik nodig in mijn leven na net gedumpt te zijn…”)

Als je dit subtiel doet, kan dat prima. Maar bedenk dat kinderen óók volwaardige personages (kunnen) zijn, niet slechts een lopend uithangbord voor bepaalde verhaalthema’s. 

Wat een kind niet kan 

Kinderen zijn volop in ontwikkeling. Hier zijn een aantal mijlpalen in de mentale ontwikkeling. Zo krijg je een beter idee van hoe een kind de wereld inkijkt. 

  • Vanaf een jaar of twee herkent een kind emoties bij anderen (“Als mama huilt, is ze verdrietig.”)
  • Als een kind zo’n vijf jaar is, kan het zich daadwerkelijk in anderen verplaatsen (“Als ik iets doe of vindt, wil dat nog niet zeggen dat jij er ook zo over denkt.”) Tot die tijd is een kind egocentrisch in de taalkundige zin van het woord. 
  • Tot een jaar of vier, vijf, ziet een kind geen rassenverschil. Het herkent wel degelijk verschillen in huidskleur of de hoogte van jukbeenderen, maar ziet dat dan nog heel feitelijk. Een beetje zoals bij oogkleur. Iemand heeft nou eenmaal bruine of grijze ogen. Pas na die leeftijd gaan ze ook zien dat een andere huidskleur of hoogte van jukbeenderen iemand ook echt anders maakt van ras. 
  • Kinderen krijgen pas laat begrip van abstractie. Zowel bij beelden als bij begrip. Dat begint een beetje rond tien jaar en voltooit zich pas echt als de puberteit begint. 

Lezen over ontwikkelingspsychologie helpt om de wereld en de leeftijd van het kind goed te begrijpen.

Eigen persoontje

Een kind is altijd een eigen persoontje. Dat begint al van baby af aan. Het ene kind van één jaar is al hartstikke koppig, waar het leeftijdsgenootje (nog) aanhankelijk is. En het ene kind van zes is ontzettend behulpzaam, waar het ander een echte pestkop is. Wees héél alert op de valkuil: “Het kind is nog maar X jaar, dus over deze persoonlijkheidskenmerken kan het nog niet beschikken.” Dat is vaker niet dan wel waar. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: de tegenvallende vakantie

De meeste mensen houden van reizen. Tenminste, dat zeggen ze. Als je ze op vakantie stuurt die er heel anders uitziet dan hun ideale plaatje, dan wordt het een ander verhaal. Dit andere verhaal levert een hele goede schrijfoefening op. Je leert er je personage beter door kennen.

Wat kan een reisvoorkeur je over iemand vertellen?

Voordat we beginnen met de schrijfoefening, kijken we eerst naar waarom een reis en iemands voorkeuren daarin een hele goede show don’t tell van je personage vormt. In de volgende tabel staan een aantal voorbeelden:

Je personage is dol opdan is de ideale vakantieen gaat hij waarschijnlijk
luieren een zonvakantie naar Spanje of Zuid-Frankrijk
sporten en avontuuractiefsurvivallen in de Canadese wildernis
cultuurgevuld met musea of culturele festivalsnaar het Louvre en Versaille in Parijs, of naar Sri Lanka tijdens Perahera
Je kan deze tabel ook ‘omdraaien’. Probeer maar! Bedenk zelf wat de uitkomsten zijn als je schrijft wat niet in deze vakjes past voor jouw personage.

Niet alleen de bestemming, maar ook de invulling van de vakantie verklapt op een soortgelijke manier veel:

Je personage wil op zijn vakantie….…en zal daarom……en dit absoluut vermijden
luxeminstens in viersterrenhotels slapeneten van simpele eetstalletjes langs de weg
onvoorzien avontuur met alleen een rugzak bij zichniet veel bagage meenemenveel vooruit plannen
vooral uitrusten en gemak ervareneen reisbureau alles laten regelenzich veel verplaatsen tijdens de vakantie om hectiek te voorkomen

In deze schrijfoefening krijgt je personage vakantie ‘cadeau’ waarin hij beleeft wat hij in de kolom zou schrijven bij dit zou ik vermijden. De zonnebader gaat survivallen en de cultuurfanaat moet heel standaard en ‘cultuurloos’ in een resort blijven. Dan gaat de vakantie tegenvallen. Je kan niet meer lekker ontspannen, zoals je dat van een vakantie verwacht. Het wordt in ieder geval lastiger als je je ergens niet op je gemak voelt of alles je tegenwerkt of je ergernis opwekt…

Heet hangijzer: de wereldwijze backpacker

De wereldwijze backpacker is een heet hangijzer voor deze schrijfoefening. Dit is iemand die dingen zegt als:
* “Ik connect graag met de locals.” No way dat diegene zegt graag de plaatselijke bevolking te leren kennen. Da’s niet hip genoeg…
* “Als jij niet reist met enkel een rugzak, dan reis je niet authentiek en kun je het net zo goed niet doen. Reizen móet je horizon verbreden en een beter mens van je maken.”
* “Ik doe meer levenservaring op dan iemand die in een all-inclusive resort verblijft.”
* “Je mag absoluut geen gids inhuren om je te begeleiden bij een activiteit. Reizen is een avontúúr en gidsen maken alles alleen maar commercieel en steriel.”
* “Vergeet niet mijn reisavonturen te volgen op Instragram.”

“Kijk mij op een fantastische plek staan!” Je kent vast een Instagrammer of Youtuber die zich zo gedraagt.
Ugh…

Het probleem van deze backpacker is dat die over het algemeen inderdaad meer noemenswaardige avonturen beleeft voor een verhaal dan iemand die alleen ligt te zonnen op een strandstoel. De backpacker zegt zich in alle omstandigheden overal ter wereld thuis te voelen, maar dat is niet waar. Als die backpacker met een gerafelde broek en blaren op zijn zweterige voetzolen een vijfsterrenhotel binnenkomt, zal hij ook balen dat de gemiddelde gast daar geen zin heeft om over de zoveelste waterval te praten en meer interesse heeft in de meest recente economische ontwikkelingen. Je kan dus ook een ‘echte avonturier’ voor deze oefening gebruiken.

Wat vertelt een verkeerde vakantiebestemming je?

Schrijf deze tegenvallende vakantie als een kort verhaal uit. Wat gebeurt er? Waarin is dat anders dan wat je personage normaalgesproken wil of najaagt? Als het goed is kom je een hoop waardevolle informatie tegen tijdens deze reis met de nodige hobbels.

Flexibiliteit

Als dingen anders gaan dan gehoopt of gepland, kan je zien hoe flexibel je personage is. Het maakt een groot verschil voor het verlaten van de comfortzone of je personage makkelijk van het oorspronkelijke plan kan veranderen. Denk ook aan hulp vragen als hij in de problemen zit. Durft hij dat, of wil hij naar het advies van anderen luisteren als de werkelijkheid anders uitpakt dan het oorspronkelijke idee? Aan de hand daarvan kan je bepalen wat je moet doen om een passende manier te bedenken waarop je personage zijn comfortzone verlaat. Moet daar veel conflict voor plaatsvinden of hoef je maar met je vingers te knippen voordat je personage in paniek raakt?

Houding naar anderen of ondergeschikten

Er is niets zo makkelijk om tegen de receptionist te schreeuwen en te klagen en hem de schuld te geven omdat jouw kussen niet exact zo zacht was als jij wilde. Met uitzondering van Karen zijn de meeste mensen vaak niet zo extreem. Maar als je moe en geïrriteerd bent, kan het slechtste in je naar boven komen. Kijk eens hoe je personage omgaat met ondergeschikten of anderen in zo’n situatie. Het kan je vertellen dat zij onder de oppervlakte grote frustraties, kromme overtuigingen of vooroordelen heeft.

Blijft je personage beleefd en netjes, dan is zij gewoon een goed persoon. Maar kijk ook in hoeverre zij de kalmte kan bewaren. Wie weet heeft zij net iets te veel weg van een Mary Sue. Iedereen heeft een een limiet wat betreft geduld of vriendelijkheid. Je zal die van je personage vast vinden tijdens deze vakantie. Dat is fijn om op te schrijven in je personagebiografie.

Grootste ergernis en angst

Als de hele vakantie niet volgens plan verloopt, zullen de ergernissen zich opstapelen. Maar wat is de grootste van allemaal? Vaak kan je tussen de regels door ontdekken wat de grootste angst is van je personage. En dat is zeer waardevol, want een verhaal wordt draaiende gehouden door de angst van een personage.
Enkele voorbeelden:

Grootste ergernis Grootse onderliggende angst
moeten eten van straatstalletjesziek worden, er is sprake van ernstige smetvrees
er was niet overal wifibuitengesloten raken of worden (door de thuisblijvers)

Ongetwijfeld zal je nog meer dingen over je personage ontdekken tijdens deze reis. Veel plezier met de oefening!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een eigen leven gaat leiden in je verhaal?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage in staking gaat?

Ergens in het schrijfproces gaat je personage in staking. Je personage is dan zo levensecht aan het worden, dat die een eigen willetje lijkt te krijgen. Als je wil dat je personage in de sloot valt, gebeurt dat altijd. Totdat hij besluit te staken: “Echt niet, dat wil ik gewoon niet!” Wat doe je dan?

Goed luisteren

Je kan zeggen dat het voor het plot nodig is dat je personage in de sloot valt en het protest negeren. Maar daarmee laat je belangrijke informatie links liggen. Want waarom is je personage ongehoorzaam en blijft de sloot onaangeroerd? 

* Is hij bang in de sloot te verdrinken? Dan kom je achter een (belangrijke) angst voor water.
* Wil ze haar dure kleding niet verknallen? Dan weet je vanaf nu dat ze ijdel is.
* Hen is bang gezien te worden door een bekende. Dan staat aanzien waarschijnlijk hoog in het vaandel. 

Door naar je personage te luisteren leer je het beter kennen. Soms kan het zelfs je plot redden en merkt je personage iets op wat jij misschien even was vergeten: “Als ik nu in de sloot val, kom ik te laat op de vergadering en dan kan ik niet de promotie maken die jij voor het plot had bedacht…”

De baas blijven

Luister naar je personage, maar geef het niet zomaar zijn zin. Houd het waarom ook hier goed in je achterhoofd. Waarom wil jij het en en je personage het andere? Uiteindelijk moet jij het grote plaatje bewaken en zorgen dat zaken als je verhaalthema, plot en personageontwikkeling blijven kloppen. Jij bent de schrijver, dus je blijft de baas. Je personage wil de promotie en daarom de eerdergenoemde vergadering niet missen. Maar jouw verhaalthema is de chaostheorie. Sorry, maar het is niet anders, personage: je móet die sloot in vallen, juist zodat je die vergadering gaat missen, geen promotie krijgt en daardoor je baan verliest. 

Een middenweg

Een personage in staking is nooit makkelijk. Je kan de knoop doorhakken en naar jezelf of je personage luisteren, maar je kan ook onderhandelen en een middenweg zoeken. Kan je je personage met watervrees angst besparen door hem tegen een boom te laten botsen met de fiets om de nodige vertraging te creëren? Is de voorzitter van de vergadering ziek, wordt de vergadering daardoor uitgesteld en het ‘hoofdstuk promotie’ op die manier spannend gehouden?

Een verkeerde manier van onderhandelen

Pas op voor deze uitgangspunten bij het onderhandelen; ze leveren slechte resultaten op:

*“Als schrijver heb ik altijd gelijk.” Je las al waarom dat niet zo is.
“*Ik geef het personage wel zijn zin, daar stopt het verhaal niet van.” Verhalen worden gedreven en op gang gehouden door ongemak en conflict, dus je kan een personage niet altijd zijn zin geven. 
*“Ik schrap het hele voorval gewoon.” Als je personage in staking gaat, is dat een seintje dat je iets belangrijks op het spoor bent wat je nog niet voldoende hebt uitgewerkt. Als je dan alles gaat schrappen, loop je het risico om belangrijke informatie over je personage nooit te weten te komen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo gebruik je show don´t tell om je personage interessant te maken

Als je al even schrijft, weet je dat show don’t tell een belangrijke schrijftechniek is. Maar als je het te eenvoudig toepast, is de techniek alsnog niet al te effectief. Probeer daarom de techniek zo toe te passen dat je je personages er beter door leert kennen.

Show don’t tell in het kort: matigheid op de loer

In het kort betekent show don’t tell dat je iets laat zien in plaats van dat je ronduit schrijft wat er gaande is. Tell is: ‘hij huilt.’ Show is: ‘er biggelen tranen over zijn wangen.’ Over het algemeen is show een vlottere schrijftechniek dan tell. Maar je kan ook show schrijven zonder dat het echt tot de verbeelding spreekt. Neem bovenstaand voorbeeld. Als je tranen over wangen ziet lopen, spreekt dat meer tot de verbeelding dan wanneer je schrijft dat er iemand huilt. Maar zijn die tranen over de wangen nou echt zo bijzonder? Niet echt: het is de meest standaard manier van huilen beschrijven die je zo ongeveer kan bedenken. Als je dus te standaard bent met je shows, kan er alsnog een matige tekst ontstaan.

Verboden woord: voelen

Als je over gevoelens schrijft, is het woord ‘voelen’ een taboe, omdat het een tell in de hand werkt:
* Ik voel me verdrietig versus: de tranen prikken achter mijn ogen.
* Ik voel me duizelig versus: de wereld om me heen begint te tollen.

Maar ook bij een show ligt ‘voelen’ eerder op de loer dan je misschien denkt.
* Ik voel het bloed in mijn oren bonken.
* Ik voelde mijn hart als een razende tekeer gaan.

Herschrijf de zin zonder ‘voelen’ of probeer een ‘als(of)-zin’ te schrijven:
* Het bloed bonkte in mijn oren.
* Mijn hart ging tekeer als een op hol geslagen pauk.
* Door de spanning was het alsof er een kolonie mieren door mijn bloedbaan racete.

Leer het karakter van je personage kennen

Je hebt nu een aantal manieren gelezen om een standaard manier van show te voorkomen. Als je een show ook echt levendig wil maken, kijk dan ook eens naar wie jouw personage als persoon is. Bij de onderstaande tabel met mogelijke shows horen bepaalde emoties:

Vrolijkheid VerdrietWoede
In de handen klappen van plezierTranen flink de loop laten Een schop tegen de tafelpoot geven
Een vreugdedansje doenNiets (meer) zeggen en in een hoekje kruipenEen woedende kreet slaken
GlimlachenWeglopen van gezelschapMet een rood hoofd zwijgend voor je uit staren
Mogelijke shows bij een aantal basisemoties

Geen van deze voorbeelden is goed of fout. Maar zodra je beter naar je personage kijkt, zou je daar wel van kunnen spreken. Een makkelijk voorbeeld is om een extravert en een introvert personage met elkaar te vergelijken.
Het extraverte personage zal waarschijnlijk een vreugdedansje doen, flink huilen en een schop tegen de tafelpoot geven. De introverte tegenhanger glimlacht, kruipt in een hoekje en staart zwijgend voor zich uit terwijl de woede vanbinnen als een malle door het lijf gaat.
Natuurlijk kan een introvert ook ooit schreeuwen en de extravert rustig glimlachen. Maar als je deze afwegingen maakt in het schrijven van je shows, zal je niet makkelijk meer middelmatig schrijven. Ook al wijk je dan een keer uit naar iets standaards als tranen die over de wangen lopen.

Omstandigheden en medepersonages

Je personage zal net als echte mensen ook anders zal reageren naarmate er andere medepersonages of omstandigheden aan de orde zijn.
Uma heeft liefdesverdriet en huilt de ogen uit haar hoofd. Ze belt haar vriendin Sarah op om te vragen of het aan haar lag dat ze is gedumpt. Had ze zich misschien toch wat vaker sexyer moeten kleden voor deze mooie man, of schatte Hans haar gewoon niet op waarde? Sarah is nog niet zo lang geleden zelf afgewezen en kan zich dus goed in Uma verplaatsten: “Nee, meid, Hans was gewoon een botterik.” Een ideale vriendin, toch?
Maar dan overlijdt Uma’s favoriete tante in een auto-ongeluk. Nu hoeft ze niet te twijfelen of zij wel aantrekkelijk genoeg was om dit verdriet te voorkomen. Dit is domme pech en ze krijgt haar tante nooit meer terug. Uma kan niet terecht bij Sarah, want zij is doodsbang om te praten over alles wat met overlijden en rouw te maken heeft.
In plaats van tranen met tuiten te huilen bij een vriendin, kruipt Uma nu een aantal dagen in een hoekje. Ze durft niet te huilen, uit angst dat ze er nooit meer mee kan stoppen als ze daarmee begint.
Je kan erachter komen wat (op welk moment) goed bij je personage past door de personagebiografie nog eens goed te lezen en daaruit bepaalde conclusies te trekken.

Schreeuwt ze van verdriet achter haar handen of snikt ze zachtjes? Ze is in ieder geval verdrietig, maar welke van de twee opties je kiest, zal afhangen van haar karakter en de omstandigheden.

Spreid de show

Een valkuil van show don’t tell is dat je te veel op zinsniveau gaat denken. Mag je wel ronduit zeggen dat iemand verdrietig kijkt? Natuurlijk: soms is tell nodig voor een fijne tekst. Het gaat er vooral om dat jouw shows in het geheel van het verhaal de overhand hebben.
Als Uma verdriet heeft, kan je een prachtige show-oneliner over haar verdriet bedenken, maar als je het daarbij laat, schiet dat alsnog weinig op. Het kan net zo goed, zo niet beter werken om een heel hoofdstuk aan dat verdriet te wijden. Daarin kan je dan beschrijven hoe ze haar bed niet uitkomt, hoe haar ogen droevig staan als ze tegen iemand praat en haar stem door het verdriet een half octaaf lager lijkt te klinken. Voeg bijvoorbeeld een eetscène toe waarin je laat zien dat Uma niet eet, met haar eten speelt of minder praat dan anders. Zo’n scène schrijf je niet in de enkele zin: Uma had geen eetlust.
Wees niet bang om een show wat langer uit te smeren. Daardoor leer je een personage beter kennen en hoef je ook niet krampachtig op zinsniveau de meest beeldende shows te gaan verzinnen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage lastig te schrijven is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage lastig te schrijven is?

Al schrijvende leer je personages langzaamaan steeds beter kennen. Dan krijg je uiteindelijk een goede basis om op vooruit te borduren. Maar soms is personageontwikkeling niet zo simpel, omdat je personage lastig te schrijven is. Wat doe je dan?

Wat maakt je personage ingewikkeld?

Twee dingen kunnen je personage ingewikkeld maken om uit te werken. Er is te veel aan de hand, of er speelt iets dat voor jou te lastig voor te stellen is om realistisch te kunnen schetsen. 
Het kan zijn dat er te veel aan de hand is. Heeft je personage bijvoorbeeld een slechte jeugd gehad, later nog een lichamelijk trauma overgehouden aan een auto-ongeluk en nu gaat hij trouwen met iemand die torenhoge schulden heeft. Dan kan het moeilijk zijn om te bedenken wat je in je verhaal mee moet nemen en wat je op de achtergrond moet houden. Want wat heeft jouw personage nou precies gevormd en wat niet?

Soms kan een personage ingewikkeld zijn omdat er iets anders is aan zijn manier van denken die je niet kan bevatten. Neem dementie. Je kan daar veel over weten, maar waarheidsgetrouw schrijven over wat het gedachteproces van dat personage is, is wel andere koek. 

Ga eerst eens na welke van de twee scenario’s het geval is. Dat maakt het afwegen al wat makkelijker.

Veel aan de hand 

Als er veel speelt in het leven van je personage, kijk dan wat aansluit op het thema dat je wil vertellen. Speelt schaamte een centrale rol in je verhaal, dan zijn de slechte jeugd en later de schulden een goede afspiegeling daarvan. Dan zou je het ongeluk al wat meer op de achtergrond kunnen schuiven. Is veerkracht je thema, laat het revalideren dan een belangrijkere rol spelen. Hoe dan ook zal er iets naar de achtergrond moeten verdwijnen. Waak ervoor dat je drie verhalen aan materiaal in één boek gaat verwerken. 

Moeilijk voor te stellen

Als de manier waarop je personage naar de wereld kijkt voor jou moeilijk voor te stellen is, doe je er verstandig aan om een expert vragen te stellen. Denk aan een verpleegkundige die iedere dag werkt met dementerenden. Vergeet niet om onderzoek te doen naar dementie, neem de informatie van de professional en/of een ervaringsdeskundige tot je en probeer het daarna los te laten. Als je streeft om net zo veel kennis over dementie op te doen als iemand die daar een doctorale studie over heeft gevolgd, ga je waarschijnlijk meer klinisch schrijven dan creatief of interessant. 

Als het echt te lastig wordt om de gedachten van je personage te (blijven) volgen of realistisch op te schrijven, heb je de medepersonages nog. Maak het niet moeilijker dan nodig is: schrijf niet in de ik-vorm over dat personage. Maak van een geliefde het hoofdpersonage dat alles kan observeren en zich -net als de lezer- afvraagt wat er allemaal gaande is. Je kan beter ‘vanaf de zijlijn’ een verhaal vertellen over iets gevoeligs en dat goed doen, dan een beeld schetsen vanuit een ik-perspectief dat niet realistisch is. Dan loop je het risico dat je verhaal als ongeloofwaardig of ongepast wordt bestempeld.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat en waarom: twee woorden voor een pageturner

Een pageturner schrijven klinkt als een droom. Maar wel een die moeilijk te verwezenlijken is. Toch kom je met de vragen: ‘Wat?’ en ‘Waarom?’ al een heel eind. Als je lezer een van deze twee vragen kan stellen, zit die op het puntje van de stoel.

Wat moet een goed boek bieden?

Iedere lezer wil met een fictief verhaal mee op ontdekkingstocht worden genomen. Komt de lezer erachter wie de moord heeft gepleegd? Of het stel met elkaar zal eindigen? Wat die buitenaardse wezens van plan zijn met onze planeet? Het kan zelfs zo simpel zijn als: ‘krijgt het personage zijn droombaan?’ Maar hoe dan ook moet je je lezer samen met het hoofdpersonage laten ontdekken hoe het verhaal zich ontvouwt. Een lezer leest om achter een bepaald verloop van zaken te komen. Dat belooft een verhaal dat zich langzaam ontvouwt, in plaats van een feit. Als jij simpelweg zegt: “De butler heeft het gedaan!” is daar niets leuks aan. Het wordt pas leuk als je als lezer langzaam maar zeker die puzzelstukjes kan verzamelen, de butler leert kennen, de geschiedenis van de rijke oude dame die is vermoord, enzovoort.
Verhalend en verhaal lijken qua woorden niet voor niets zoveel op elkaar. Al ‘verhalend’ wil je lezer achter een verhaal komen. Die ontdekkingsreis moet dus in gang worden gezet en voort blijven duren om tot een mooi verhaal te komen.

De ontdekkingsreis gaande houden

Bij een pagetuner is de lezer zo bij je verhaal betrokken dat die niet kan wachten om de reis voort te blijven zetten. Vergelijk het met het beklimmen van een berg, waarbij de top bereiken het einde van je boek is. Bij een pageturner maak je het vooruitzicht om de bergtop te bereiken zo aanlokkelijk voor de lezer dat die zonder pauze naar de top blijft lopen. ‘Die boterhammen die ik voor een pauze had ingepakt, wachten maar: die eet ik op de top wel op. Ik ben veel te benieuwd naar die top om dat moment nog een extra kwartier uit te stellen, alleen omdat ik mijn bammetjes wil eten…’

Ja, dit is een geweldige picknickplek. Maar kijk die bergtop eens…. Je wil toch liever de top van de wereld staan? Inpakken die bammetjes en doorlopen 😉

De top van de metaforische kan berg soms nog ver lijken (bij de bovenstaande foto zou je echt nog heel wat uurtjes moeten lopen…) Een boek uitlezen is net zo: je hebt nog meerdere honderden pagina’s en meerdere uren te gaan. Je moet er dan voor zorgen dat die honderden pagina’s geen lange of zware opgave lijken. Dat doe je door de lezer altijd met een vraag bezig te laten zijn. Om nog een laatste keer de bergmetafoor te gebruiken: zorg voor een afwisselend en interessant uitzicht om de (lange) weg naar de top ook onderweg dragelijk en leuk te houden.

De vragen achter ‘wat?’ en ‘waarom?’

Wat en waarom zijn toverwoorden, omdat ze je lezers altijd bij de les houden en hen laat uitkijken naar een nieuwe onthulling. ‘Wat?’ is belangrijk, want daarmee vraagt de lezer zich af dan af: ‘Wat is er aan de hand?’ en dat antwoord wil hij weten!

Een echtpaar komt thuis en ziet chaos. De vaas met bloemen is kapot gevallen. Glasscherven en tulpen liggen over de vloer verspreid. Er ligt een stoel naast waarvan de poot is afgebroken en alle keukenkastjes zijn opengetrokken. Her en der liggen er voedselresten en verpakkingen op de grond.
Dit is geen normale situatie, dus de lezer vraagt zich dan af: “Wat is er aan de hand?”
En omdat de lezer (nog) van niks weet, kan er van alles en nog wat aan de hand zijn:
* Was een dronken puberdochter afgelopen nacht aan het feesten?
* Heeft de oppas haar baan niet goed gedaan en hebben jonge kinderen deze chaos aangericht?
* Is er een -hetzij onvoorzichtige- inbreker in huis geweest?

Omdat de situatie ongewoon is en er meerdere opties mogelijk zijn, zal je lezer verder willen lezen om op zoek te gaan naar het antwoord op de wat-vraag. Dan heb je je lezer alweer een pagina laten omdraaien (the page has been turned 😉 )
Na die ene bladzijde komt je lezer erachter dat er sprake was van de dronken puberdochter. Maar ja, je eigen huis slopen en dan de boel de boel laten tot je ouders dat zien… Die zullen een rolberoerte krijgen. Dus dan komt het waarom: waarom ruimt de dochter die troep niet op? Ook daar zijn verschillende oorzaken voor te bedenken:
* Ze was te dronken om nog zo rationeel na te denken;
* Ze is een verwend nest dat van de huishoudster verwacht dat ze die rotzooi binnen een minuut voor haar opruimt.

Het boeketje staat er niet meer zo mooi bij als op deze foto, dus dan vraag je jezelf vanzelf af: Wat? en Waarom?

Met deze openstaande waarom-vraag zal je lezer weer verder willen lezen. Dat antwoord komt niet veel later: ze was echt te ver heen om nog fatsoenlijk na te kunnen denken.

Op dit moment is het de truc om je lezer nog steeds in afwachting te laten. Stel opnieuw een wat-vraag of een waarom-vraag. Hier is geen goed of fout. Maar stel een van de vragen en weet dat je keuze verder bepaalt welke richting je verhaal neemt.
Stel je de wat-vraag: ‘Wat voor straf gaat ze nu krijgen?’ dan maak je je klaar voor een gezinsruzie die waarschijnlijk relatief kort duurt. De waarom-vraag is vaak al diepzinniger: waarom zuipt deze meid zich zo klem? Omdat ze nou eenmaal een puber is, of omdat ze haar verdriet wegdrinkt over de slechte relatie die ze met haar ouders heeft? Als dat laatste het geval is, heb je weer een wat-vraag: ‘Wat is er dan aan de hand dat de situatie zo erg is?’

Het is inschatten wanneer je dieper moet gaan met ‘waarom?’ en wanneer je het even eenvoudig moet houden met ‘wat?’ maar als je je lezer altijd een van deze vragen te stellen geeft, zal die je verhaal interessant blijven vinden.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage verliefd is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage verliefd is? 

Romantische verhalen draaien om verliefde stelletjes en worden heel veel geschreven. Als je een liefdesverhaal wil schrijven, moet je jezelf dus kunnen onderscheiden. Hoe schrijf je goed over verliefdheid? Ter verduidelijking: alles wat verliefdheid ingewikkeld(er) kan maken, zoals een verboden liefde of een geheime geaardheid, wordt in dit artikel niet meegenomen. Het gaat alleen over de welbekende roze wolk. 

Beperk de roze wolk

Iedereen die verliefd is geweest, weet dat je tijdens je verliefdheid vrijwel aan niets anders kan denken dan je vlam. Toch is het een doodsteek voor je verhaal als je personage zichzelf daarin verliest. Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Tot je het overdreven uit gaat schrijven…
Lennart heeft zulke prachtige ogen…
“Aarde aan Jeanette! Je moet naar school!”
En zijn stem klinkt als zoete honing…
“Joehoe! Over een kwartier ben je te laat!”

Vervolgens gaat Jeanette aan de keukentafel ook nog eens over Lennarts spieren dagdromen. Dan komt ze nooit op school en kan jij nooit beginnen te schrijven over haar schoolleven. Met andere woorden: dan komt er nooit een verhaal op gang. Als je personage te veel zwijmelt, heb je niets interessants meer om over te schrijven. Een plot moet door blijven gaan en een lange zwijmelsessie trapt wat dat betreft keihard op de rem. Schrijf liever over tien kleine ‘stukjes’ roze wolk dan over één groot roze wolkendek.

Geef een goede reden voor de verliefdheid

Nee, de zoetgevooisde stem van Lieve Lennart is geen goede reden voor verliefdheid. Als Cupido die eerste keer raak schiet met zijn pijlen, maakt liefde natuurlijk wel blind. Dan zal de minste of geringste aantrekkelijke eigenschap van de vlam reden worden voor verliefdheid. Maar voor de diepgang van je plot is het belangrijk dat de liefde toeslaat bij iemand waar je personage van kan groeien. Of juist bij iemand die tegenslagen geeft. Dat draagt bij aan een goede heldenreis. 

Als Jeanette verlegen is en ze zelfverzekerd moet worden, is het verstandig dat je Lennart laat blakeren van het zelfvertrouwen. Dan kan Jeanette dat in ieder geval afkijken van Lennart en in het gunstigste geval kan hij haar als haar partner daarin verder helpen. Of je kiest ervoor om Lennart Jeanette te laten afblaffen. Zo wordt zij –hetzij door schade en schande- gedwongen om te leren om voor zichzelf op te komen. 

Het zijn er twee!

Ongeacht of de verliefdheid wederzijds is of niet, onthoud dat hier twee mensen een rol spelen. Dat betekent: twee personen met hun eigen meningen, wereldbeelden en beweegredenen. Als de vlam geen enkele reden heeft om de drummer van een band te zien staan, omdat zij een hekel heeft aan drumbandjes, forceer dan niets. Je personages mogen gerust tegen de verwachtingen in met elkaar eindigen. Maar zorg er dan wel voor dat duidelijk wordt waarom de vlam – logischerwijs!-  anders denkt of handelt dan verwacht. 

Gebruik wat dat betreft je fantasie, maar wees gewaarschuwd: als er iets niet fijn leest, dan is het wel een geforceerd liefdesstelletje. Niet alleen getuigt het van een slechte schrijfstijl, het is ook nog eens een cliché van de bovenste plank als het gaat om verhaalinvulling. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De grootste angst van je personage: de grootste schat

Iedereen is ergens bang voor, dus personages ook. Soms is dat een bewuste angst – zoals voor slangen-, maar daar kan je in een verhaal niet veel mee. Als je de diepliggende angst van je personage weet, kan je ook diepzinnig gaan schrijven. Een angst van je personage wordt zo een echte schrijversschat.

Een angst houdt een verhaal draaiende

Een belangrijk uitganspunt bij schrijven is dat je verhaal nooit helemaal stil mag staan. Het fijne van een angst is dat je personage (bewust of onbewust) dingen doet of laat om te voorkomen dat de angst bewaarheid wordt.
* Als je bang bent om arm te worden, zal je altijd werk willen hebben of zoeken;
* Als je vreest alleen te zijn, zal je vaak (nieuwe) vriendschappen sluiten;
* Als je inbrekers vreest, loop je een extra rondje om het huis om alle sloten te controleren voor het slapengaan.

In de actie(s) die je personage onderneemt, beschrijf je de inhoud van een scène, een verhaalthema of het karakter van je personage. Allemaal belangrijke ingrediënten voor een goed verhaal.

Waar komt een angst vandaan?

Als schrijver moet je ook een beetje de psycholoog kunnen spelen. Denk aan de wat clichéachtige uitspraken als:
* Omdat ik vroeger ben gepest, is het als volwassene nog steeds lastig om nieuwe mensen te vertrouwen;
* Ik ben opgegroeid in een gewelddadig gezin, dus ik heb geleerd zelfstandig te zijn, maar ik kan daardoor lastiger mensen binnenlaten in mijn leven;
* Omdat ik als baby een auto-ongeluk heb overleefd, ben ik doodsbang voor harde knallen of het geluid van piepende autobanden.

Zoals je ziet zijn dit heel diepgaande uitspraken. Soms zo diepgaand dat je personage ze eigenlijk niet zou kunnen doen. Zo’n vergaande zelfkennis is niet realistisch. Of in ieder geval niet handig of prettig leesbaar voor een boek.
Maar als het gaat om informatie die jij als schrijver niet kan missen, is het erg belangrijk dat je de angst van je personage zo goed mogelijk uitpluist.

Wees niet bang om te gaan graven bij je personage 😉

Waar zit de angst (niet)?

Kun je deze vraag beantwoorden?: ‘Waar zit de angst van het personage in ieder geval niet?’ Het woord zegt het al: in de comfortzone. Daar waar alles in ieder geval op een vertrouwde manier gaat en de angst dus op afstand blijft. Maar je weet waarschijnlijk wel dat het personage de comfortzone moet verlaten, wil een verhaal kunnen starten. Lees dat anders nog maar eens na in het save the cat schema.
Dat klinkt misschien vreemd: je personage moet een veilige haven achterlaten om de angst aan te gaan? Hoezo? Bekijk het dan eens van een andere kant, die wat logischer zal klinken: eigenlijk gaat het niet om een angst, maar om een pijn. En je personage moet de comfortzone uit om die wond te helen door als persoon te groeien. Groeien klinkt al wat meer aansluitend op de standaard heldenreis, of het centraal conflict, nietwaar?

Angst en pijnpunt als starter van het verhaal

Als je de pijn van een personage weet, kan je de angst ook bepalen. Daarmee heb je de start en een groot deel van je verhaalverloop vaak al te pakken. En het fijne is dat het vaak logisch in elkaar overloopt. De uitwerking interessant maken is niet makkelijk, maar de samenhang is zelden een echte hersenkraker.

Annie is vroeger om haar uiterlijk gepest. Dus nu heeft ze standaard goed verzorgde make-up op, gaat ze vaak naar de kapper en houdt ze haar nagels bij om haar (zogenaamde) lelijkheid te verbergen. Als ze maar mooi is, dan zal ze er wel bij horen en niet meer worden buitengesloten. En omdat ze een echt make-uptalent is, klopt dat ook. Annies pijn is buitengesloten zijn. Dat resulteert in de angst dat ze er niet langer bij hoort als ze niet mooi is. Maar dan moet er om het verhaal te beginnen een comfortzone worden uitgestapt. Om de een of andere reden wordt Annie alsnog in de steek gelaten, terwijl de oorzaak daarvan, -let op: niet!- haar uiterlijk betreft.
Onbewust zal Annie hier wel de link naar leggen. Dan gaat ze dus haar comfortzone uit omdat ze de oorzaak van haar angst, die ze opgelost wil zien, buiten haar comfortzone (als ik mooi ben, word ik niet in de steek gelaten) zoekt.
Dat belooft een spannend verhaal. Omdat ze de oorzaak op een verkeerde plek zoekt, zal Annies zoektocht naar het oplossen van angst en pijn vallen en opstaan vergen. Inderdaad, dan heb je een centraal conflict.

Verder met willen en nodig hebben

Willen en nodig hebben is ook iets wat steeds terugkomt. Dat kan je bij Annie ook zien. Wat ze wil, is erbij horen, wat ze nodig heeft is: geaccepteerd worden om wie ze is. Haar comfortzone gaat haar dwingen richting haar noodzaak te gaan, maar ze wordt gedreven door wat ze wil.
Omdat ze niet – zomaar- krijgt wat ze nodig heeft, omdat haar wil niet het sterkste kompas oplevert, gaat Annie vallen en opstaan. Maar personages zijn geen ezels die zich spreekwoordelijk twee keer aan dezelfde steen stoten. Annie leert van het vallen, gaat daar conclusies uit trekken haar plan van aanpak veranderen. Als vanzelf verandert haar wil daar langzaam maar zeker ook door. “Ik hoef niet mooi te zijn, als ik maar een maatje heb dat me onvoorwaardelijk liefheeft.’
Zo leidt de heldenreis van een personage alsnog vaak naar het oplossen van de pijn die in het begin van het verhaal ter sprake kwam.

Personagepsycholoog spelen

Natuurlijk is in een goed verhaal het niet zo zwartwit als bij Annie en liggen angst- en pijnpunten stukken ingewikkelder. Daarom moet je echt tot de kern gaan en ook echt een beetje psycholoog gaan spelen. Een goed uitgewerkte personagebiografie helpt je daarmee al een heel eind op weg. Als je iets weet of een antwoord op een vraag hebt, vraag dan dóór. Is bang lelijk gevonden te worden. Hoezo? Omdat ze is gepest. Wat deed ze toen? Was daar een herleidbare aanleiding voor? Dan kom je al een heel eind.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een incorrect zelfbeeld heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een incorrect zelfbeeld heeft?

Net als mensen zijn personages echt niet heilig. Ze moeten enkele fouten maken, maar soms kunnen ze ook gewoon helemaal fout zitten. Dan geloven ze iets over zichzelf wat niet klopt. Om daarmee te kunnen werken, moet je weten wat hun verkeerde overtuiging is, wie er aan het woord is en hoe andere personages op dit zelfbeeld kunnen of moeten reageren. 

Wat ziet je personage verkeerd?

Je personage kan zichzelf verkeerd beoordelen omdat hij zich te laag of te hoog inschat. Een te lage inschatting geeft een voorbeeld als: het meisje dat zichzelf lelijk vindt terwijl ze knap is. Een te hoge inschatting levert bijvoorbeeld een bedrijfsdirecteur op die vindt dat hij fantastisch zakendoet, terwijl de omzetcijfers donkerrood zijn. 

Vaak is het zo dat iemand die zichzelf te laag inschat de held van het verhaal is en degene met een te hoge dunk de tegenstander is. Van een te laag zelfbeeld moet en kan je nog groeien. Als je denkt dat je alles onder controle hebt, is er geen reden om te bewegen en zet je het verhaal eerder op slot. Dat geeft wrevel of tegenslag in je boek. 

Onbetrouwbare verteller

Als je een personage hebt dat zichzelf verkeerd inschat, dan kan je aan de slag met de onbetrouwbare verteller. Dat is een schrijftechniek die de lezer op het verkeerde been zet. Hoewel niet altijd, schrijf je dan vaak met een zichzelf verkeerd inschattend personage als ik-figuur van je verhaal. Houd er rekening mee dat deze manier van schrijven niet voor elk verhaal geschikt is. Het is ook geen eenvoudige manier van schrijven. Je moet heel goed weten hoe je plot in elkaar zit, wanneer en hoeveel je informatie achter moet houden en hoe je eventuele plottwist gaat invullen. Lees hier een aantal tips. 

Relatie met andere personages

Andere personages zijn heel belangrijk als je schrijft over een personage met een incorrect zelfbeeld. Zij zullen (subtiel) dingen moeten zeggen of doen die erop wijzen dat het beeld van je hoofpersonage niet klopt. Dat moet óók als je een onbetrouwbare verteller hebt. Anders komt je plottwist uit de lucht vallen of is de draad van het verhaal in zijn geheel een stuk lastiger te volgen. Bedenk wel dat deze overige personages hun eigen karakter in het verhaal moeten behouden. 

Als Suzanne onterecht denkt dat ze lelijk is, zal beste vriendin Rana haar dat uit het hoofd proberen te praten. Rana heeft dan de rol van beste vriendin. In die rol kan ze Suzanne bij blijven staan. Maar Suzanne blijft koppig volhouden dat elke spiegel waar zij in kijkt barst en vindt zichzelf daardoor erg zielig. Rana heeft een bloedhekel aan mensen die bij de pakken neer blijven zitten. Vanwege haar eigen overtuigingen (lees: karakter) wil zij dan geen vriendinnen meer zijn met Suzanne. Dat heeft gevolgen voor je hele verhaal, want nu kan de heldenreis van Suzanne geen kant meer op. Ze wordt verlamd door zelfmedelijden en heeft geen steun meer. Je mag enigszins schuiven met de rol van een medepersonage, maar niet zomaar met diens persoonlijke overtuigingen. Dat komt ongeloofwaardig over.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

God van je personage: zijn er regels?

Als schrijver van je verhaal bepaal jij volledig wat er in je verhaal en met je personages gebeurt. Maar naarmate je met schrijven vordert, kom je een aantal bezwaren tegen. Wat zijn die bezwaren en hoe ga je daarmee om?

Jij bepaalt waar je boek over gaat

Als je ruwweg een idee hebt van een plot en de personages voor een nieuw verhaal, is het makkelijk schrijven.
Klaas heeft net te horen gekregen dat hij ongeneeslijk ziek is. Daar is het verhaal: vechten voor je leven. En Klaas is een man die zijn zaakjes graag op orde heeft, dus hij gaat naar zijn testament kijken. Zo, genoeg voor een opzetje. Je kan in dit vroege stadium makkelijk bepalen hoe snel de ziekte vordert, of de artsen aardig zijn en of Klaas snel over zijn testament kan beslissen. Als god van deze zelfgeschapen, fictieve wereld heb jij alle touwtjes in handen. Jij bepaalt nog volledig hoe je verhaal verloopt.

Je personage wordt eigenwijs

Vroeg of laat komt daar het moment dat zowel een vloek als een zegen is. Je personage wordt levensecht. Dan wordt jouw goddelijke status deels afgepakt. Je personage heeft nu een mening die zodanig sterk is dat het niet meer zomaar met je verhaal meegaat:
“Spring eens in de sloot.”
“Waarom?”
“Dat moet volgens de plotontwikkeling van het verhaal.”
“Dat zal best, maar ik heb geen zin in natte voeten.”

Dan kan je hoog of laag springen, het gaat niet zomaar meer gebeuren. Je zal nu met je personage moeten gaan overleggen. Klik hier voor een uitgebreide toelichting en een voorbeeld daarvan. Maar soms gaat dat onderhandelen alsnog zeer moeizaam. Kijk in dat geval naar wat ik de Bruce Almightyregels noem.

De Bruce Almightyregels

In de film Bruce Almighty is Bruce de tegenslagen in zijn leven helemaal beu. Als hij God daarvan de schuld geeft, geeft Hij gehoor aan zijn geraas. Bruce mag dan Zijn baan tijdelijk overnemen. Er zijn echter wel twee regels. De tweede is de belangrijkste, maar de eerste heeft ook een belangrijke schrijfhint in zich.

Regel 1: Je mag niet vertellen dat je God bent

Laat deze regel je er even aan herinneren hoe slecht Deus ex machina voor een verhaal is. 😉

Regel 2: Je mag niet sollen met vrije wil

Ik benoemde deze regel al een keer eerder in de blogpost over wat je personage wil en nodig heeft. Als god van je verhaal is er een aantal dingen waar je als schrijver op moet letten als je van deze ‘goddelijke regel’ uitgaat:

* Je personage moet altijd intrinsieke motivatie houden die losstaat van de richting die jij graag ziet voor het verhaal;
* Jij mag vinden dat je personage iets niet al te handig, fout of vervelend doet, maar je hebt dat te respecteren voor wat het is. Je mag het personage niet ineens leuker of beter maken om zo makkelijker een plot te kunnen schrijven;
* Jij moet het verhaalthema en het doel en de boodschap van het verhaal waarborgen. Daar ben je ten slotte de god voor. Het is al dan geen meeval voor je personage of je hem dan nog in zijn ‘willen’ tegemoet kan komen.
* Je personage mag veranderen, maar de blauwdruk waarmee je hem op aarde hebt gezet, blijft hetzelfde. Dat is de personagebiografie. De vrije wil heet niet voor niets zo. Je personage kan wel willen dat zijn wieg ergens anders had gestaan, of hij een andere geaardheid had gehad, maar jij hebt hem nu eenmaal zo geschapen. Hier heeft je personage niets te willen. Als je merkt dat je vastloopt met elementen uit de personagebiografie, dan moet je eromheen gaan werken. Verander het niet meer, want daarmee valt de basis van je personage en de fundering van je verhaal in duigen.

Wees een lieve god. Behandel je personage niet als een slaaf. Ook personages hebben recht op een vrije wil.

Als overleggen moeilijk gaat

Als je met je verhaal in de knoop komt omdat je de basis van de Bruce Almightyregels niet kan volgen, dan zit je in een lastig parket. Je probeert te overleggen met je personage over wat zowel voor hem als voor het verhaal werkt en daar kom je maar niet uit. Een mentaal writersblock ligt dan op de loer. Kijk eerst eens of je dat op kan lossen en je misschien onbewust bepaalde verwachtingen hebt bij je verhaal. Verwachtingen die misschien te hoog zijn of niet zo bij dit verhaal passen. Dat kan al een hoop schelen in deze worsteling. Helpt dat niet of is de kern van je probleem nog steeds niet duidelijk? Kijk dan naar een aantal basiselementen van je verhaal. Misschien moet je die dan wel helemaal opnieuw schrijven. Dat zijn nogal rigoureuze stappen. Wat kan je zoal veranderen en wat verandert er grofweg bij een bepaalde aanpassing?

Dit pas je aan Dit verandert in het verhaal
je personage(biografie)het centraal conflict. Afhankelijk van hoe ver je je personage al hebt uitgedacht, kan het verhaal in zijn geheel volledig veranderen of nog een bepaalde fundering behouden
de comfortzone van je personagehet centraal conflict en daarmee vaak ook veel van het verhaalverloop
het verhaalthema het gebruik van symboliek, de invulling van subplotten en het karakter van medepersonages
het moraal het archetype van je hoofdpersonage, het verhaalthema, de toon van je verhaal
het centrale conflict het verhaalthema, de (archetype) rol van je (hoofd)personages

Je ziet dat dit soort veranderingen erg radicaal zijn en veel teweeg brengen. Wees daar dus voorzichtig mee. Je moet een goede kennis hebben van je verhaalelementen. Zowel van wat je verandert als van wat je behoudt. Anders loop je het risico op een ongewenst domino-effect. Verandering van een thema zonder aandacht voor de verandering van subplotten kan zo bijvoorbeeld resulteren in plotseling oninteressante medepersonages.

Wat ook nog kan helpen is controleren of je geen ingewikkeld web geweven hebt voor je personage. Kijk ook eens of je in je enthousiasme niet drie aparte verhalen in een boek aan het proppen bent.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.